gereformeerd leven in nederland

31 december 2012

Jaarwisseling 2012-2013: de opdracht is niet veranderd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Morgen gaan we, Deo Volente, een nieuw jaar in. Een jaar dat van ons het volgnummer 2013 krijgt. Een jaar waarin de opdracht van de kerk onveranderd is.
Die opdracht vinden we, bijvoorbeeld, in Marcus 16. In dat hoofdstuk staat er ook bij welke gevólgen de uitvoering van die opdracht heeft. Ik citeer: “En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping. Wie gelooft en zich laat dopen, zal behouden worden, maar wie niet gelooft, zal veroordeeld worden”[1].

De verkondiging van het Evangelie moet dus doorgaan.
De prediking, dáár gaat het om.

In onze tijd is het van enig belang om die prediking centraal te blijven stellen. Want die plek is nogal eens in discussie.

Zo stond er afgelopen donderdag, 27 december, een ingezonden in de krant van Jetze Baas. In het Nederlands Dagblad schreef hij: “In het ND van 22 december wordt gesteld dat in kerkdiensten van gereformeerde signatuur de preek centraal staat. Als deze constatering terecht is – en daar lijkt het naar mijn ervaring sterk op – is dat dan de bedoeling van een kerkdienst? Zou het in kerkdiensten niet allereerst om God en zijn Woord moeten draaien?”
En:
“Spreekt God niet op veel meer manieren dan in de preek? Zou bijvoorbeeld niet eerder de Bijbellezing het centrale punt van de eredienst moeten zijn? Het is toch bijzonder als God het Woord bij de start van de dienst al rechtstreeks tot ons richt: ‘Genade en vrede voor u.’ Daar kan geen preek tegenop!
Zou, doordat we ons zo op de preek focussen, de aandacht zijn weggeraakt van wat God ons in zegengroet, wetlezing, liederen en zegen wil meegeven? God wil graag dat we Hem zien, Hij wil zijn liefde onafgebroken aan ons openbaren. Daarvoor gaf Hij veel mogelijkheden in de kerkdienst. De vraag is of we die gaven optimaal gebruiken als de kerkdienst om de preek draait.
Natuurlijk, de preek is, als het goed is, naar Gods Woord geschreven en uitgesproken. De dienaar van het Woord heeft zich bij de voorbereiding en de uitvoering laten leiden door Gods Geest. Maar hoe vaak kwam hij er bij de voorbereiding niet helemaal uit en heeft hij voor een exegese gekozen die hemzelf op dat moment goed uitkwam?”[2].

Jetze zegt:
* leg de focus van de kerkdienst niet bij de preek
* de kerkdienst is helemáál en overál vol van God
* de preek heeft veel menselijks, want die hangt af van de keuzes en de studiezin van de dominee.
Persoonlijk ben ik geneigd een eindweegs met Jetze mee te gaan. De kerkdienst is inderdaad van de eerste tot de laatste minuut de moeite waard. En ja, de dominee is inderdaad een zondig mens.

En toch bevredigt die stellingname mij niet.

Waarom niet?
Omdat nu juist die prediking er voor zorgt dat er in de wereld een tweedeling komt: vóór of tegen Christus. Er is behoud voor wie gelooft. Er komt een harde veroordeling voor mensen die God niet zo belangrijk vinden.
Er vindt dus een scheiding plaats. Een schifting.
Die scheiding vindt niet zozeer plaats als we psalmen zingen. Die scheiding vindt niet plaats als we in de kerk collecteren. Die scheiding vindt met name plaats tijdens de preek.
Nu het hierom gaat wijs ik op Zondag 31 van de Heidelbergse Catechismus. Ik citeer: “Volgens het bevel van Christus wordt aan de gelovigen, allen samen en ieder persoonlijk, verkondigd en in het openbaar verklaard, dat al hun zonden hun door God om de verdienste van Christus werkelijk vergeven zijn, zo vaak zij de belofte van het evangelie met waar geloof aannemen.
Maar aan alle ongelovigen en huichelaars wordt verkondigd en verklaard, dat de toorn van God en het eeuwig oordeel op hen rusten, zolang zij zich niet bekeren. Naar dit getuigenis van het evangelie zal God oordelen, zowel in dit als in het toekomstige leven”[3].
De gelovigen horen de verkondiging. Persoonlijk, maar vooral ook als zij samen zijn. Bij de koffietafel. Maar de gelovigen horen ook de openbare verklaring van Gods Woord.
Laten wij dus de preek vooral niet onderwaarderen!

In dit verband merk ik op dat predikanten een hoogst belangrijke taak hebben.
Zij zullen moeten zoeken naar het antwoord op de vraag: wat wil de Here ons zeggen?
De vraag is niet: waar zal ik het zondag eens over hebben?
De vraag is niet: welke exegese zal ik in de eerstvolgende preek eens gebruiken?
De vraag is: wat wil de Here dat wij gaan doen?
De opdracht aan de predikant is: breng het Woord dat Ik gegeven heb.
Zeker, de prediker is een zondig mens. Maar daarmee is niet alles gezegd.

Op dit punt van de gedachtevorming aangekomen zijnde, ga ik weer terug naar Marcus 16.
Jezus leert Zijn discipelen: mensen, verkondig het Evangelie.
En vervolgens lezen we over de grote consequenties die die verkondiging heeft. Boze geesten moeten bij Gods volk uit de buurt blijven. Wij horen tongentaal. Gevaarlijke dieren kunnen geen kwaad meer doen. Vergif is niet meer dodelijk. Zieken worden genezen.
Je zou toch zeggen: dit is de ideale wereld.
Paradijselijk bijna.
Nu kan Marcus 16 worden beëindigd. De scribent kan de dop op zijn pen schroeven. Het boek kan dicht.
Niet dus.

Want de schrijver van dit Bijbelboek moet nog een paar dingen proclameren. Leest u maar mee:
“De Here Jezus dan werd, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand Gods. Doch zij gingen heen en predikten overal, terwijl de Here medewerkte en het woord bevestigde door de tekenen, die erop volgden”[4].
Jezus Christus neemt Zijn plaats in naast Vader. Daar is Hij de Advocaat van Zijn kinderen.
De discipelen verkondigen het Woord, overal waar zij komen.
De Here werkt vanuit Zijn woonplaats mee. Iedereen kan het zien en begrijpen: de hemelse signalen zijn blijkbaar volkomen duidelijk.

Als u het mij vraagt, heeft het bovenstaande alles te maken met preek en prediker.
De preek is nooit volmaakt.
De prediker is zondig.
Maar Jezus Christus pleit bij de Vader voor door Hem gekochte mensen.
Hij werkt mee om het Woord in onze levens te laten wortelen.
Jetze Baas schrijft in het Nederlands Dagblad van 27 december: “Hij wil zijn liefde onafgebroken aan ons openbaren. Daarvoor gaf Hij veel mogelijkheden in de kerkdienst”. Toegegeven, die liefde is van eminent belang. Maar we mogen de schifting niet vergeten. De Here scheidt de schapen van de bokken. Gelovigen worden van ongelovigen gescheiden. We vinden het misschien makkelijker om het daar maar niet over te hebben. Maar het zal wel moeten. Want in de kerk is heel Gods Woord van kracht.

Morgen gaan we, Deo Volente, een nieuw jaar in.
Een jaar waarin de opdracht van de kerk onveranderd is.
Er moet gepreekt worden.
Het Evangelie moet verkondigd worden. Met alles erop en eraan.
Als de kerk die opdracht vervult, zal 2013 een door de Here gezegend jaar worden.

Zo wens ik u allen veel heil en zegen toe voor het komende kalenderjaar.

Noten:
[1] Marcus 16:15 en 16.
[2] “Het draait niet om de preek”. Ingezonden van Jetze Baas uit Barneveld. In: Nederlands Dagblad, donderdag 27 december 2012, p. 12.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 31, antwoord 84.
[4] Marcus 16:19 en 20.

Blog op WordPress.com.