gereformeerd leven in nederland

21 april 2017

De kerkstad uitgelicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In een oud nummer van het Nederlands Dagblad staat een verslag van de bidstond die voorafgaat aan de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in 1972.
De betreffende bidstond wordt geleid door dominee J. Kok (1921-2005).
Boven het uitgebreide verslag prijkt de kop: “Ds. J. Kok preekte over Gods bouwplan voor de kerkstad”[1].

Het verslag is, als u het mij vraagt, leerzaam en troostrijk voor kleine Gereformeerde kerken in onze tijd.
Alleen daarom al geef ik vandaag graag enkele citaten uit het ND-verslag aan u door.

Dominee Kok preekt in een kerkgebouw te Hattem over Psalm 122.

“Wij zongen van Jeruzalem, aldus ds. Kok, over de kerkstad dus, die voor wie haar beschouwt wel saamgevoegd is, en die voor ’s bouwheers kunstwerk gegroet zal worden.
Is dit allemaal niet onwezenlijk, zo vroeg de predikant zich vervolgens af. We hebben jaren achter de rug, geladen van slopende krachten. De grondslagen waren in geding. Zouden wij blijven in het spoor der waarheid, samen ook in dat spoor blijven, elkander dienend door de liefde?”.

Er is een crisis geweest, zegt dominee Kok.
Hij duidt daarmee op de buitenverband-kwestie, die speelde in de jaren ’60 van de vorige eeuw.

“En wat zien wij? Een meetbare schade. Het heengaan van duizenden. In de strijd is veel ons ontvallen. Eén ding mochten wij behouden: de ware schat der kerk, het eeuwig blijvend Evangelie. Wij hebben een woord voor de wereld, een grazige weide voor zoveel dolende schapen. En wat zien wij? Een geringe werfkracht. Er waren er, die het werk Gods herkenden en de stad Gods vonden, maar ze waren te tellen. Wij staan voor nieuwe taken. Willen wij kerken van het Woord zijn hier en nu, dan is er heel wat bij-de-tijd te brengen: de taal van de confessie en de liturgische geschriften, de opleiding tot de dienst des Woords, etc. Kunnen we die taken wel aan? Lopen we niet het risico van achterop te raken, een getto te worden in deze postchristelijke tijd? Wie afgaat op hetgeen voor ogen is, heeft geen moed voor de arbeid, die hier morgen begint. Is het geen prutswerk aan een geteisterde stad, die haar tijd heeft gehad? Er is slechts perspectief voor wie in het geloof ziet op Gods vast bestek”.

Dominee Kok heeft een helder thema en een mooie verdeling aan zijn preek gegeven.
“Gods bouwplan voor de kerkstad
1. de expansie;
2. de defensie;
3. de glorie van die stad”.

“De man met het meetsnoer wil Jeruzalem meten; materiaal verzamelen voor een prognose van de toekomstige omvang van de stad.
Maar de pas wordt hem afgesneden. Hij kan de duimstok in zijn zak steken en weer naar huis gaan. Immers: ‘als een open plaats zal Jeruzalem daar liggen vanwege de menigte van mensen en vee daarin’. De Here opent met deze profetie het oog voor Zijn stad en verzekert, dat die een toekomst heeft, een expansie, die alle mensenmaat te boven gaat. Van een omgrensde, ommuurde stad zal geen sprake meer kunnen zijn. Steeds is er nieuwe uitgroei en daarom een nieuwe uitleg. De expansiedrift van de kerkstad zal spotten met alle grenzen, die mensen willen stellen. Dit uitzicht op de open stad moet Gods geslagen en geteisterd volk met nieuwe moed bezielen.
Jeruzalem zal zich uitstrekken over de lengte en breedte van de aarde. Het gaat hier niet om het aards Jeruzalem, dat straks weer ommuurd is, opnieuw verwoest wordt en geen eeuwige toekomst heeft. Zacharia ziet het nieuw Jeruzalem, het hemels Sion, het Jeruzalem dat boven is en dat straks nederdaalt van God uit de hemel”.

“Zacharia ziet de kerk van het oude en nieuwe verbond, de kerk der eeuwen. Zij breidt zich uit, zo dat de lust tot tellen je vergaat. De vervulling van deze profetie heeft zich doorgezet in de tijd. Wij hebben de muur zien vallen, die scheiding maakte tussen Israël en de volkeren. Wij hebben Christus zien gaan langs de wegen der wereld, instituerend en reformerend. Er is geen werelddeel te noemen of er wonen burgers van Gods nieuw Jeruzalem. Geen stad heeft zich zo weten uit te breiden als de kerkstad. Zij is Gods universele tempelstad, die straks heel de aarde vervult en de schepping omsluit. Er zijn tegenkrachten, de energie der dwaling, de secularisatie. Het lijkt alsof we achteropkomen en Jeruzalem het straks niet meer haalt bij Babylon. Dat is de schijn der dingen, die bedriegt. We moeten niet cijferen en berekenen, maar de hand van het geloof leggen op Vaders bestek”.

“Gods wereldwijd kerkewerk staat of valt niet met ons werk. Het geeft aan de arbeid der synode ook een nieuwe dimensie. Het heft de spanning op tussen klein vaderlands gedoe en werken op wereldniveau. Met de behartiging van de huishoudelijke zaken van de gereformeerde kerken in dit land zijn de broeders te werk gezet in Gods universele tempelstad”.

“Maar is het wonen in een stad zonder muur niet erg onbehagelijk? Je weet je altijd belaagd. ‘Ikzelf, zo luidt het woord des Heren, zal haar een vurige muur zijn rondom’. Het is bijzonder solide. Jeruzalem heeft geen verdedigingsmuur van steen meer nodig. God Zelf is zijn muur. Zijn muur van vuur. In een stenen muur zijn bressen te slaan. Een muur van vuur is ondoordringbaar. Die verteert elke vijand. Naar de maatstaf van beneden is de kerk weerloos. Een kudde schapen tussen de grijpende wolven. Maar de poorten van het dodenrijk zullen haar niet overweldigen”.

Het is, zegt dominee Kok, belangrijk om bij de tijd te leven. En dat is waar. Intussen zien wij echter wel eenzelfde grondpatroon: als het spoor van de waarheid wordt verlaten, decimeert – voor ons gevoel althans – de kerk. Maar dat is dus gezichtsbedrog.

Wij zijn allemaal wel eens enigszins gefrustreerd en teleurgesteld over ervaringen en gebeurtenissen in de kerk.
Laten we daaraan maar niet te veel aandacht besteden. Want onze Verbondsgod werkt verder. Dat overzien wij niet. Maar het gebeurt wel. Echt waar.

Noot:
[1] In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 april 1972, p. 2. Ook te vinden via www.delpher.nl .

27 augustus 2015

Bede bij een sluitingsrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Zittingen van de Generale Synode zijn vaak spannende vergaderingen. Want in dergelijke bijeenkomsten worden niet zelden principiële verschillen zichtbaar. Elders kan men dat alles nog wel verdoezelen. Maar op de G.S. kan men er niet omheen.

De Generale Synode van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken te Hoogeveen in 1969/1970 is ook reuze spannend.
Laat ik een paar ingewikkelde zaken noemen.
1.
Het is de tijd van de buitenverband-kwestie. De credentiebrief van de particuliere synode van Wormer wordt door de Generale Synode niet aanvaard. De preses, ds. J. Kok, drukt het in de sluitingsrede van de synode zo uit: “Wij konden om Gods wil, om der wille van de belijdenis der waarheid, de vier broeders, die deze credentiebrief overlegden, niet ontvangen”.
2.
De schorsing van drs. D.J. Buwalda en dr. H.M. Mulder – lectoren aan de Theologische Hogeschool – wordt na uitgebreide gedachtewisselingen door de Generale Synode goedgekeurd.
3.
Er wordt op die synode ook heftig gediscussieerd over de doop van adoptiekinderen.

Kortom: het gaat er op verschillende synodezittingen te Hoogeveen hard aan toe!

Er raken daar mensen gewond.
Bezeerd.
Gehavend.
“We gaan niet zonder littekens naar huis”, zegt de synodepreses.

Wij schrijven woensdag 5 augustus 2015.
In een oude krant lees ik de sluitingsrede van de Generale Synode van Hoogeveen 1969/1970[1]. En ja, ik kan de pijn van de spreker bijna voelen.

Dominee Kok formuleert: “Dwars door al die spanningen en verdrietelijkheden heen heeft de Here ons allen in het leven gespaard – is het geen aanbiddelijk wonder? – waren de absenten beperkt en werd het ons vergund de eindstreep te halen”.
Als we die volzin overzien, ontdekken we weer hoe belangrijk het is dat het tot ons doordringt dat wij van Gods genade leven.
In onze belijdenis zeggen we dat onze zonden en ellende groot zijn. Wie naar de acta van Gereformeerde synodes kijkt, realiseert zich al snel dat die ellende er ook is bij mensen die hun Heer uiterst serieus willen dienen. Sterker nog: juist daar waar die ernst het grootst is, ziet de satan – Gods grootste tegenstander – met de regelmaat van de klok zijn kans schoon!

“En de kerken zijn in nood. Zij zijn in de ure der verzoeking gekomen en worden gezift als de tarwe. Zij worden verleid om de vrijheid, door God haar in de weg der vrijmaking geschonken, te misbruiken als een aanleiding voor het vlees. Velen komen in de ban van het doperse vrijheidsideaal. Zij willen vrij zijn van de knellende band van een kerkelijke organisatie, vrij van de geschreven confessies, vrij van elke dodende letter, om te leven uit de Geest”.
Aldus spreekt dominee Kok[2].
Het spreken van de predikant brengt ons in de eerste plaats bij Lucas 22: “Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe, maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet zou bezwijken. En gij, als gij eenmaal tot bekering gekomen zijt, versterk dan uw broederen”[3]. Ziften betekent: scheiden met behulp van een zeef. Geen wonder eigenlijk dat kinderen van God nogal eens het gevoel hebben dat hun leven door elkaar geschud wordt!
Jezus maakt duidelijk dat Hij voor Simon gebeden heeft. Die mededeling brengt ons, als het goed is, eens te meer tot het besef dat wij, hier op aarde, leiding en hulp van de Here nodig hebben. Zullen we daar steeds om blijven vragen?
Des predikants woorden bepalen ons in de tweede plaats ook bij Galaten 5: “Want gij zijt geroepen, broeders, om vrij te zijn; gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde”[4]. Een exegeet noteert bij dit Schriftgedeelte: “Die vrijheid kan een legitimering worden voor pure zelfzucht. Dan wordt precies het tegendeel bereikt van dat, wat het doel was van de heerschappij van het vlees. ‘Het vlees’ is de korte typering van het leven dat in zelfhandhaving zijn eigen weg wil bepalen. Daartegenover stelt Paulus, dat we alleen zicht krijgen op de ware vrijheid, als we het doel van Christus’ vrijkoping voor ogen houden: dat wij elkaar ‘in liefde’ dienen”[5].
Zelfhandhaving!
Eigenwilligheid!
Daar zijn ook goedwillende volgelingen van Christus heel snel aan toe!

De besluiten van de Generale Synode “hebben een vervolg nodig, een effect dat geen mens eraan verlenen kan: de zegen Gods. En dat wil zeggen, dat wij wel naar huis gaan, maar nog niet klaar zijn. Wij zullen samen met al de heiligen de Naam des Heren aanroepen. Wij zullen van Hem afsmeken als vrucht op onze moeizame arbeid, dat Hij ons lot wende als beken in het Zuiderland. Wij vragen een geweldig ding. De beken in het onherbergzame Zuiderland droogden in de hete zomermaanden uit. En het gevolg was, dat alles verschroeide door de zonnegloed. Voedsel werd niet meer gevonden en alle leven kwijnde weg. Maar wat een ommekeer als in de herfst de regen viel. Dan werden de beken vol. Ze kolkten van de waterweelde, en in een ommezien was het kale landschap omgetoverd als in een bloeiende tuin. Wat dood scheen werd vol van een nieuw en krachtig leven. Die ommekeer zullen we afbidden voor de kerken in nood, de kerken, die al de ellende doorleven van een bedreigd en kwijnend reformatorisch leven. En biddend om dit wonder van een nieuwe bloei zullen wij aanhaken bij de wonderen van ouds, bij de vele blijken van Gods verlossende genade”.
Zo sprak dominee Kok.
In de bovenstaande formuleringen herkent u wellicht Psalm 126:
“Here, wend ons lot
als beken in het Zuiderland”[6].
Onze levenskoers veranderen? Nee, daartoe zijn wij niet in staat. Daarom moet er worden gebeden: Here, wend ons lot.

Nee, wij leven niet meer in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw.
Maar het is wel eens goed om zo’n oude rede weer te lezen.
Dan realiseren wij ons bijvoorbeeld dat independentistische tendensen van alle tijden zijn. Altijd weer is er de zucht naar onafhankelijkheid. De zoektocht naar ongebondenheid. De zonde van de zelfhandhaving. De ijdelheid van de eigenwilligheid.

Het is, ook vandaag, een alleszins noodzakelijke bede: Here, houdt ons bij Uw Woord!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: “Synode van Hoogeveen gesloten”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 27 februari 1970, p. 3. De sluitingsrede van de G.S. werd integraal in dat ND-artikel afgedrukt. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Dominee J. Kok leefde van 1920 tot 2005.
[3] Lucas 22:31 en 32.
[4] Galaten 5:13.
[5] Het citaat komt uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 5:13-15.
[6] Psalm 126:4.

22 april 2015

In balans

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Het is een oude Schriftuurlijke wijsheid: een rest wordt behouden[1]. Daarbij denken wij dan aan teksten als die in 1 Koningen 19: “Doch Ik zal in Israël zevenduizend overlaten, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor de Baäl, en elke mond die hem niet gekust heeft”[2]. En wij weten dan weer dat de Here altijd een volk om Zich heen houdt. Voor ons besef kan de kerk heel klein zijn. Maar rondom de troon van onze Here is het nooit helemaal leeg.

Zo’n veertig jaar geleden – het was in januari 1976 – schreef de Christelijke Gereformeerde dominee J.H. Velema ook iets over de rest die gered wordt. Dat ging zo.
“Een rest wordt behouden, maar die rest wordt dan ook inderdaad behouden. Dat betekent niet dat we moeten denken: het doet er niet toe hoe het gaat in Christus’ kerk. Meer dan ooit wordt van ons grote trouw gevraagd als kerkleden in kerkelijk meeleven en als ambtsdragers in ambtelijke trouw: het mag niet voorkomen dat één van de schapen door onze houding of achteloosheid voor de kudde verloren zou gaan. Het betekent wel dat we onze kracht moeten zoeken in Gods Waarheid, in het ware geloof, in de pure verwachting van Christus’ toekomst.
Als we als Kerk gaan toegeven aan de geest van de tijd, aan een opdringende stroom van nieuwe gedachten en meningen, die bepaald worden door de tijd en niet door het Woord van God, als we het genadekarakter van de zaligheid gaan inruilen voor een aktivisme dat de verlossing verduistert en mee gaan doen met hen die aandringen op veranderingen van structuren zonder verandering van hart, dan zijn we verloren en zullen we aan de wereld gelijk worden. Hoe belangrijk is het dat er nu een kerk is die leeft van genade en die strijdt voor Gods Waarheid en die de Koning verwacht”[3].

Trouw en waarheid: dat zijn twee kernwoorden uit bovenstaand citaat. Dat woordenpaar staat tegenover oprukkend activisme.
In de jaren ’70 van de vorige eeuw schreef men ‘aktivisme’ met een k. Heden ten dage is dat veranderd. Maar de zaak zelf is nog altijd actueel: genade kan zo maar worden ingeruild voor activisme waardoor de verlossing op de achtergrond verdwijnt.

Dat begrip ‘activisme’ wil zeggen dat er voorrang wordt gegeven aan allerlei activiteiten ten koste van gebed en meer of minder diepgaande Schriftstudie.

Als u het mij vraagt is de kernkwestie dat wij een goede balans tussen activiteit en studie moeten vinden. Er moet evenwicht zijn tussen bedrijvigheid en gebed.

Hoe komt dat in balans?
Hoe vinden wij dat evenwicht?

Het is, naar mijn overtuiging, van groot belang als Schriftstudie en levenspraktijk nauwkeurig op elkaar aansluiten.
Als de koppeling tussen die twee zoetjesaan verdwijnt, moet de kerk zich naarstig reformeren.
Als die twee niet vlak bij elkaar zitten wordt Schriftstudie een hobby van studiebollen. Klerikale bedrijvigheid is dan al gauw niet veel meer dan een hoop kouwe drukte.

Nee, ik geloof niet dat ik nu iets nieuws vertel.
In 1946 schreef dominee H. Knoop al: “Neen, de reformatie der kerk roept tegelijkertijd en onmiddellijk om de reformatie van heel het leven. Haar consequenties moeten onderzocht, en zoo ze gevonden zijn ook aanvaard en toegepast worden.
Zeker, niet altijd is het ons direct duidelijk waar er, noch ook in welk opzicht er in de samenlevingsverbanden van Woordverlating, en dus van deformatie, sprake is. Daar zijn allerlei oorzaken voor, die ik nu niet bespreken kan. In elk geval staat dit wel vast, dat we, om dat te kunnen zien, altijd weer en altijd meer terug moeten naar de Heilige Schrift. Zonder ophouden hebben wij ons geloovig-biddend in haar te verdiepen. Wie dat geloovig en biddend doet, die krijgt, naar Gods beloften, te doen met het wonder der Schrift. En dat wonder der Schrift is, dat er dan poorten opengestooten worden, waardoor we licht hebben en al meer licht verkrijgen. Want dan opent zich Gods Woord. En de opening van Gods Woord geeft licht. En dat wonder der Schrift is, dat dan de dingen transparant, doorzichtig worden, zoodat hun werkelijkheid zich aan ons ontsluit. Maar dan leeren we ook zien den weg, dien we hebben te gaan”[4].
Wie altijd weer teruggaat naar de Schrift, krijgt gaandeweg meer doorzicht in de dingen die er in de wereld om hem heen gebeuren.

Maar is die goede balans altijd gegarandeerd?
Ach nee.
Mensen zijn niet stabiel. Mensen zijn beweeglijk en veranderlijk. En dus valt er, op de keper beschouwd, weinig meer te zeggen dan: garantie tot aan de voordeur.
Maar hoe moet moet dat dan verder?

Laten wij bidden!
Graag wijs ik op Openbaring 5 en Openbaring 8.
Openbaring 5: “En ik zag in het midden van de troon en van de vier dieren en te midden der oudsten een lam staan, als geslacht, met zeven horens en zeven ogen; dit zijn de zeven Geesten Gods, uitgezonden over de gehele aarde. En het kwam en heeft de rol aangenomen uit de rechterhand van Hem, die op de troon gezeten was.
En toen het de boekrol nam, wierpen de vier dieren en de vierentwintig oudsten zich voor het Lam neder, hebbende elk een citer en gouden schalen, vol reukwerk; dit zijn de gebeden der heiligen”[5].
Openbaring 8: ”En er kwam een andere engel, die met een gouden wierookvat bij het altaar ging staan, en hem werd veel reukwerk geschonken om het te geven, met de gebeden van alle heiligen, op het gouden altaar voor de troon. En de rook van het reukwerk, mèt de gebeden der heiligen, steeg uit de hand van de engel voor Gods aangezicht op”[6].
De gebeden van Gods kinderen zijn geweldig aangenaam voor de Here. Die gebeden worden gewaardeerd. Onze Here is er blij mee!

Activiteit, studie en gebed: dat zijn de drie ‘materialen’ die de Here Zelf gebruikt om het leven van Zijn kinderen in evenwicht te brengen.

In verband hiermee wil ik tenslotte graag het woord geven aan dominee J. Kok[7].
In 1963 besteedde hij in een rede uitgebreid aandacht aan de waarde van ons gebedsleven. Wat hij toen zei is nu nog leerzaam. Graag wil ik dit artikel met een citaat uit zijn rede besluiten.
De gebeden der heiligen “zullen de krachten ontketenen van de jongste dag. Zij vormen het sterkste wapen, dat op deze aarde ooit in mensenhanden is gelegd en zij beslissen de wereldhistorie.
Het Woord zegt, dat de wereld vernieuwd en de troon van God bewogen wordt niet zozeer vanuit de laboratorium-steden en experimenteer-gebieden als wel vanuit de binnenkamers en opperzalen, waar Gods volk de handen biddend opheft naar omhoog en roept: kom Here Jezus!”[8].

Noten:
[1] Volgende week woensdag, 29 april 2015, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Op die bijeenkomst zal het onderwerp ‘Een rest wordt behouden’ centraal staan. Ik hoop zelf een korte inleiding op het onderwerp te verzorgen. De voorbereidingen daarvoor trof ik reeds in november 2014; deze zijn terug te vinden op https://bderoos.wordpress.com/tag/een-rest-wordt-behouden/ . Met het schrijven van dit artikel bereid ik mij verder voor op die vergadering.
[2] 1 Koningen 19:18.
[3] Zie: Reformatorisch Dagblad (zaterdag 3 januari 1976), p. 2; rubriek ‘Uit de kerkelijke pers’. Ook te vinden op www.digibron.nl .
Dominee Velema leefde van 1917 tot 2007.
[4] H. Knoop, “Om den voortgang der Reformatie”. Openingsartikel in het Maandblad van de Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag. Opgenomen in: “Er staat geschreven… er is geschied – jubileumbundel van de Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag, uitgegeven ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Bond”, © 1986. – p. 10.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Knoop leefde van 1891 tot 1974.
[5] Openbaring 5:6, 7 en 8.
[6] Openbaring 8:3 en 4.
[7] De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Kok leefde van 1921 tot 2005.
[8] Ds. J. Kok, “Kerk-gebed en wereldbeheersing”. Opgenomen in: “Er staat geschreven… er is geschied – jubileumbundel van de Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag, uitgegeven ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de Bond”, © 1986. – p. 108-112. Citaat van p. 108.

Blog op WordPress.com.