gereformeerd leven in nederland

31 maart 2017

Vergadering van verontrusten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Aan koffietafels en tijdens verenigingsavonden wordt in de Gereformeerde wereld van de eenentwintigste eeuw niet zelden geredekaveld over ‘verontrusten’.
Een ietwat argeloos kerkmens zou kunnen denken dat dat alleen iets van deze tijd is. Ei neen! Niets is minder waar!

Ook in 1972 spreekt men er al van.
In maart van dat jaar staat in een editie van het Nederlands Dagblad een krantenkop: “Verontrusten waren in Groningen bijeen”[1].

Men meldt: “In Groningen werd een landelijke bijeenkomst voor verontrusten gehouden, belegd door de persvereniging ‘Waarheid en Eenheid’ en de Vereniging van Verontrusten in de Geref. Kerken ‘Schrift en Belijdenis’” [moet waarschijnlijk zijn: Schrift en Getuigenis, BdR].

Hier zijn de toenmalige Gereformeerde kerken (synodaal) bedoeld. Dus: de kerkmensen die in 1944 niet met de Vrijmaking waren meegegaan, en hun nazaten. Dit weekblad voor het gereformeerde leven verschijnt, als ik het goed weet, in de periode juli 1948 tot december 1996[2].

Waar spreekt men over tijdens die landelijke bijeenkomst?
Over de reformatorische belijdenis van de verzoening. Dr. E. Masselink houdt een referaat.

Die dominee Evert Masselink (1906-1993) is, wat mij betreft, een nogal bijzondere figuur. Hij wordt bekend door het protest dat hij aantekent tegen het onrecht dat professor dr. K. Schilder indertijd aangedaan is toen hij geschorst werd. Dr. Masselink schrijft tot het laatst van zijn leven over allerlei actuele ontwikkelingen in de kerken. Hij is zeer verontrust over de koers van zijn eigen kerkverband.
Juist daarom vind ik Masselink een bijzondere man. Want dat kan dus, uw ganse aardse leven verontrust zijn. Het is goed mogelijk dat men het in de grond van de zaak eens is met mensen die gewoon Gereformeerd willen blijven, maar dat men zich vervolgens niet bij die Gereformeerden aansluit. Bijvoorbeeld vanwege allerlei nuanceringen. Of bijvoorbeeld vanwege beweegredenen in het sociale vlak.
In dergelijke situaties zit er weinig anders op dan ach en wee te roepen. En natuurlijk kan men uitleggen hoe het wel moet. Maar dat gebeurt dan wel aan de zijlijn. Dat gebeurt in een sfeer waarin mensen zoetjes aan bij God weglopen. Voorzichtiglijk, maar toch.
Wat is mijn conclusie in deze?
Gereformeerd-zijn vereist enige courage. Een zekere dapperheid. Natuurlijk, zachtmoedigheid is een groot goed. Trouw is belangrijk. Maar als de Here roept, kan men niet net doen alsof men niets hoort!

Wat zegt doctor Masselink?
Hij spreekt dus over de belijdenis betreffende de verzoening.
“”Het lijkt niet zo actueel om vandaag over dit onderwerp te spreken” (…) De belijdenis is reeds 400 jaar oud. Elke generatie heeft zijn eigen taak en in elke generatie klinkt het Woord van de Heiland, dat nooit verandert in een wereld, die steeds weer verandert. Het evangelie gaat over alle generaties, maar de zonde ook. Waar valt dan de beslissing? Bij een schot? (…) Bij een persoon? (Hitler). De beslissing valt bij het volk van God, in elk leven waar geloof is. In de tijd van de reformatie heerste de theologische opvatting over natuur en genade; de natuur was verzwakt, moest gewijd worden en de kerk deelt de genade uit aan de verziekte natuur.
Luther vond daarin geen vrede en kwam tot de ontdekking, dat je niet om de bijbel heen kunt. De verhouding is zonde-genade en de genade van Christus is genoeg; zonder kerkbemiddeling, geen werken der wet, maar het geloof alleen.
God is bezig de wereld met zichzelf te verzoenen. Er is maar één die ons ons schuldbesef kan bijbrengen. De Zoon des Mensen is in de wereld gekomen om te dienen, niet om gediend te worden en op die genade zei Luther ‘ja’”.

Ook in 2017 hebben kerkmensen de taak om het Woord van de Heiland na te spreken.
Daar moeten wij niets van af doen. Die neiging hebben wij allen wel. We zeggen dingen liever niet omdat ze in onze wereld niet goed klinken.
Het is niet tof om te zeggen dat de Roomse mis een afgoderij is. Een vervloekte afgoderij, nog wel[3].
Het wordt niet met vreugde ontvangen als u belijdt: “God heeft uitverkoren niet omdat Hij tevoren in de mens geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid of een andere goede eigenschap of aanleg zag, die als oorzaak of voorwaarde in de mens, die uitverkoren zou worden, aanwezig moest zijn. Integendeel, Hij heeft uitverkoren opdat Hij geloof, gehoorzaamheid van het geloof, heiligheid enzovoort zou bewerken”[4]. Wie hardop zegt dat de mens in de grond der zaak door de zonde bedorven is, wordt uitgelachen en weggehoond.
Het is niet in de mode om vast te stellen dat wij “geen enkel ander middel hoeven te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen naast dit ene, eens voor altijd gebrachte offer, dat de gelovigen voor eeuwig tot volmaaktheid brengt”[5].
Wij worden er, als wij Gods Woord zuiver en onverkort naspreken, niet populairder op in deze wereld.

Dominee Masselink herinnert in zijn referaat aan de leer van dr. H. Wiersinga.
Wiersinga meent “dat het niet in Gods programma stond en dat het de menselijke werking was die Hem de vloek van het kruis aandeed en niet God”.
Er staat in het ND-verslag bij:
“Dr. W. wijst ook veel stukken van de catechismus en artikel 20 en 21 NGB af. Hij ontkent de waarde van de verzoening van Christus en hierbij doet hij dus tekort aan het evangelie voor zondaren.
Er is hier een hele trend gaande die het evangelie in het hart raakt. Het gaat niet om mensen, maar om het Woord van God, dat is de Reformatorische belijdenis van de verzoening”.

Hoe is de situatie in onze tijd?
De verzoeningsleer staat in het onderwijs van de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit Kampen onder druk. Deze zaak blijkt – hoe droevig dat ook is – opnieuw actueel te zijn geworden[6]!

Doctor Masselink heeft blijkens het verslag in het Nederlands Dagblad gezegd: “Het gaat niet om mensen, maar om het Woord van God”.
Inderdaad: dat is van eminent belang. Ook in de eenentwintigste eeuw. Wie dat Woord onverkort handhaaft, vindt zijn rust weer terug.

En ik noteer het tenslotte nog eens met nadruk: laten wij niet gedurende heel ons aardse leven verontrust blijven!

Noten:
[1] “Verontrusten waren in Groningen bijeen”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 15 maart 1972, p. 2.
[2] Zie http://www.hdc.vu.nl/nl/Images/Waarheid_en_Eenheid_tcm215-132976.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 28 februari 2017.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 30, antwoord 80.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 9.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[6] Hierover schreef ik op deze plaats reeds vaker. U kunt de betreffende artikelen vinden via https://bderoos.wordpress.com/tag/j-m-burger/ .

23 november 2016

Verzoening door voldoening

Vandaag gaat het op deze plaats vooral over verzoening door voldoening[1].
Daarbij neemt schrijver dezes zijn uitgangspunt in artikel 21 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. De eerste zin van dat artikel luidt: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd”.

Melchizedek is koning en priester tegelijk. In het Oude Testament is dat uniek.
Melchizedek is koning en priester van Salem, Jeruzalem. Hij zegent Abram na diens overwinning op het leger van Kedor-Laomer. Abram geeft vervolgens het tiende deel van de buit aan Melchizedek[2].
Eeuwen later krijgt David de belofte dat iemand uit zijn nageslacht koning en priester zal zijn, priester naar de orde van Melchizedek[3].

Melchizedek: die naam betekent ‘koning der gerechtigheid’. Salem wil zeggen: vrede.
Over zijn vader en moeder horen we in de Bijbel niets. Blijkbaar is Melchizedek niet door afstamming koning en priester geworden. Hij is in die functies benoemd.
Iemand legt uit: “Hiervoor is een parallel aan te wijzen in het Jodendom. Het was voor heidenen mogelijk over te gaan naar het Jodendom. In dat geval moest de proselietendoop bediend worden. Als een man zo opgenomen werd in de joodse gemeenschap, zeiden de rabbijnen: ‘een heiden heeft geen vader’. De rabbijnen bedoelen hier natuurlijk niet mee te zeggen dat een heiden helemaal geen natuurlijke vader heeft, maar dat hij geen vader heeft waarmee in het joodse recht rekening gehouden moet worden.

Op die wijze had Melchizedek geen vader of moeder door wie hij recht had op de troon en op het altaar. Zo kon Christus, uit de stam van Juda, geen rechten laten gelden op het priesterschap van Aäron”.

Van Melchizedek is geen geslachtsregister bekend.
Maar van Jezus Christus wel. Hij stamt uit Juda. Alle priesters komen echter uit de stam Levi. Hoe kan Christus dan priester worden? Antwoord: Hij is, om zo te zeggen, tot priester benoemd. Priester naar de orde van Melchizedek.

De uitlegger die ik hierboven aanhaalde, schrijft nog wat meer.
“Melchizedek zegende Abraham, en de laatste erkende hem als priester door hem de tienden te geven. Dit betekent, dat Melchizedek de meerdere was van Abraham.
Maar als we de geslachtslijn doortrekken, wordt duidelijk dat Levi een afstammeling is van Abraham. En als Abraham de mindere was van Melchizedek, dan is Levi, als nakomeling van Abraham, eveneens de mindere van Melchizedek.
Dit betekent, dat het priesterschap van Aaron minder is dan het priesterschap naar de orde van Melchizedek.
Dat betekent weer, dat Christus’ priesterschap meer is dan dat van de priesters in Israël”[4].

In het laatste gedeelte van Hebreeën 7, vanaf vers 11, wordt vastgesteld dat er daarom nu een andere wetgeving moet gelden.
De wet van Mozes hoort namelijk bij de orde van Aäron.
Maar Christus hoort bij de orde van Melchizedek. Jezus Christus is Koning en Priester.
En Hij is Borg geworden van een beter verbond[5].

Een verbond met betere beloften.
Die beloften staan in Hebreeën 8. De Here legt Zijn wetten in ons verstand. Hij zorgt dat ons hart vol van Hem wordt.
De Here denkt nooit meer terug aan onze zonden. Het oude verbond, met de priesterdienst en alle offers, is verdwenen. Er is een definitieve oplossing. Verlossing, door Christus[6].

En daarom is de deur naar de hemelse toekomst open.
In Hebreeën 10 staat het zo: “Want door één offerande heeft Hij voor altijd hen volmaakt, die geheiligd worden”[7].

Dat Evangelie wordt vaak verdraaid en genegeerd.
Sterker nog: Ja, het dogma “verzoening door voldoening” is alle eeuwen door een kerkelijk strijdpunt geweest.

Iemand als de bekende Frans-Duitse arts, theoloog en Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer (1875-1965) had met die geloofsleer grote moeite. Hij kon daar niets mee. Met het klassieke christendom kon hij totaal niet uit de voeten[8]. Schweitzer is één van de geleerde mensen die op dit punt gestruikeld zijn.
Ook professor dr. P. Smits ontkende in 1959 de verzoening met alle kracht die in hem was[9]. Hij formuleerde later zelf waar die verdraaiing uiteindelijk toe leidt. Smits voorspelde “dat religie in de westerse samenleving zou ontwikkelen tot het ‘ietsisme’, een niet-dogmatisch, vaag en op emoties gebaseerd spiritueel gevoel. Ook zelf raakte hij meer en meer los van het christelijke gedachtegoed”[10].
Professor C.J. den Heyer, die tot 1 januari 2002 hoogleraar Nieuwe Testament was aan de synodaal-gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen, zei eens: “Dat Jezus tegelijk God en mens is (…) is naar mijn overtuiging een dogmatische constructie van latere tijd”.
In dit rijtje past ook dr. J.M. Burger. Hij is docent systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte universiteit in Kampen, en houdt er de offertheorie op na. Iemand vatte die theorie eens als volgt samen: “Die theorie komt in het kort hierop neer, dat Christus ons door zijn Vader gegeven is om door zijn volmaakte toewijding het ons mogelijk te maken weer in toewijding en verbondenheid met God te leven. Dat klinkt goed, maar het betekent in Burgers theorie niet dat Christus door de Vader gezonden is om door zijn aan het kruis vergoten bloed ons te verlossen van onze schuld en met God te verzoenen. Zulk een wrede, bloeddorstige en immorele god hebben we volgens hem gelukkig niet”[11].

Wie het Evangelie van verzoening door voldoening niet gelooft, komt al gauw in de buurt van de nieuwe hermeneutiek.

Weet u wat dat is?
In een kerkblad stond het eens zo: “De nieuwe hermeneutiek wil bij de Schriftverklaring heel sterk rekening houden met de zogenaamde ‘Umwelt’, dat is de situatie waarin de Bijbelschrijvers destijds hebben geleefd. Deze invloed wordt als een beslissende factor gezien bij de uitleg van de betekenis van het geschreven Schriftwoord.
Dat is ook verbonden aan het ontkennen van het absolute goddelijke gezag van de Heilige Schrift. Daar doet men van af door de inbreng van de schrijver en zijn cultuur en zijn omgeving, los te maken van de goddelijke inspiratie. Men erkent zo niet meer dat alle woorden van de Schrift van God afkomstig zijn”[12].
Men houdt in de nieuwe hermeneutiek dus rekening met de tijd waarin men leeft. Met de omgeving. En met de cultuur.
Mensen als Burger, Den Heyer en Smits doen – als u het mij vraagt – niet anders.

Verzoening door voldoening – dat moeten wij maar gewoon geloven.

Waarom?
Simpelweg omdat het in Gods Woord staat.
Ook vandaag spreken wij zonder enige reserve de Nederlandse Geloofsbelijdenis na: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren”[13].

Noten:
[1] Morgenavond, donderdag 24 november 2016, vergadert de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Het onderwerp ‘Verzoening’ zal besproken worden. Men gebruikt daarbij: Ds. A.O. Reitsema e.a., “Woorden van waarde: Bijbelse kernbegrippen”. – Barneveld: De Vuurbaak, 1996. – p. 18-28. Het onderwerp wordt ingeleid door mijn vrouw. Bij het maken van haar inleiding help ik graag een handje mee.
[2] Genesis 14:18, 19 en 20.
[3] Psalm 110:4.
[4] M.J. Paul, “Christus’ priesterschap naar de orde van Melchizedek”. In: De Waarheidsvriend, 27 december 1991, p. 7, 8 en 9. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[5] Zie Hebreeën 7:11-28.
[6] Zie Hebreeën 8:10-13.
[7] Hebreeën 10:14.
[8] Ds. M. van Kooten, “Albert Schweitzer”. In: Terdege, 9 september 2015, p. 35 (rubriek ‘Ogenblik’). Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] In “Woorden van Waarde” staat op pagina 25 per abuis het jaartal 1969.
[10] Zie hierover ook mijn artikel “De verzoeking is vlakbij”; hier gepubliceerd op vrijdag 25 maart 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/03/25/de-verzoeking-is-vlakbij/ .
[11] Over het bovenstaande schreef ik in mijn artikel “Verzoening verloochend”; hier gepubliceerd op donderdag 18 augustus 2016. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2016/08/18/verzoening-verloochend/ .
[12] Over de nieuwe hermeneutiek schreef ik in mijn artikel “Rondom de nieuwe hermeneutiek”; hier gepubliceerd op maandag 10 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/10/rondom-de-nieuwe-hermeneutiek/ .
[13] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.

18 augustus 2016

Verzoening verloochend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vele mensen zijn er die Jezus Christus niet als hun Verlosser willen aanvaarden[1].
Maar wat komt daar vervolgens voor in de plaats?
Niets.
Een groot hiaat.
Een gapend gat.

Dat is eigenlijk niets nieuws.
Professor C.J. den Heyer, die tot 1 januari 2002 hoogleraar Nieuwe Testament was aan de synodaal-gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen, kan daarover meepraten[2]. Eens sprak hij: “Dat Jezus tegelijk God en mens is (…) is naar mijn overtuiging een dogmatische constructie van latere tijd”.
En:
“Ik kan met onzekerheden en zoeken heel goed leven”. Geloven is voor hem “een op weg zijn. Wandelen met de Here”.
U begrijpt: ergens lijkt het voor Den Heyer toch een veilige gedachte dat de Here er bij is. Maar veel meer biedt zijn zienswijze niet. Want de verzoeningsleer is afgeschaft.
De bovenstaande citaten komen uit een krant. Als kop stond er boven: “Den Heyer gelooft, maar niet met zekerheid”[3].

Het bovenstaande leidt ons schier onweerstaanbaar naar Mattheüs 12: “Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren; en als hij komt, vindt hij het leegstaan en geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hijzelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin. Alzo zal het ook gaan met dit boze geslacht”[4].

Dit Schriftgedeelte beantwoordt de vraag: wat gebeurt als er geen waar geloof in Jezus Christus is? Het antwoord luidt: eerst komt er een leegte en daarna komt de duivel versterkt terug.

In het leven moeten wij dus serieus rekening mee houden met de volgende gang van zaken: waar God niet woont, grijpt de duivel zijn kans.

Den Heyer zei indertijd: ik wandel met de Here.
Maar dat houdt dan bij de dood op. Want als hij – kort gezegd – niet meer gelooft in de verzoening door voldoening, is het aardse sterven het einde van het leven.
Dan biedt de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die dit alles samenvat, geen troost meer. U weet wel: “Wij geloven dat wij geen toegang hebben tot God dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak Jezus Christus, de rechtvaardige. Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit. Anders zou de toegang voor ons gesloten zijn. Maar deze Middelaar, die de Vader ons gegeven heeft tussen Zich en ons, moet ons door zijn verhevenheid niet afschrikken, zodat wij een andere, naar eigen inzicht, zouden gaan zoeken. Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus…”[5].

Van Den Heyer is het, voor zover ik het nu kan bekijken, eigenlijk niet zo’n grote stap naar doctor J.M. Burger.
Doctor Burger doceert systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen.
U kent de offertheorie van Hans Burger toch wel?
De Gereformeerd-vrijgemaakte emerituspredikant D. de Jong schreef daar eens over: “Die theorie komt in het kort hierop neer, dat Christus ons door zijn Vader gegeven is om door zijn volmaakte toewijding het ons mogelijk te maken weer in toewijding en verbondenheid met God te leven. Dat klinkt goed, maar het betekent in Burgers theorie niet dat Christus door de Vader gezonden is om door zijn aan het kruis vergoten bloed ons te verlossen van onze schuld en met God te verzoenen. Zulk een wrede, bloeddorstige en immorele god hebben we volgens hem gelukkig niet”.
En:
“Al die bloederige dierenoffers zoals die vroeger in veel godsdiensten, ook die van het Oude Testament, gebracht werden, dat staat ons toch tegen. En dan durft hij zelfs te beweren dat de Bijbel dat ook vindt, zie maar in de Psalmen 40, 49, 50, en Jezus’ kritische houding tegenover de tempeldienst. Dat Schrift en belijdenis leren dat de bloedige offers en tempeldienst niet werden afgeschaft vanwege de bloederigheid, maar vervuld door Jezus’ bloedstorting aan het kruis, het lijkt wel of deze Kamper theoloog daar nog nooit van heeft gehoord”.
De achtergrond van de theorie van Burger wordt getypeerd met de zin:
“We kunnen in onze hedendaagse cultuur die ouderwetse bloedtheologie toch niet meer verkondigen; dat is niet meer geloofwaardig”[6].

Doctor Burger gaat, als ik het goed zie, dezelfde kant op als professor Den Heyer. Als Burger een beetje doorloopt kan hij Den Heyer misschien nog inhalen.

Hierboven viel een belangrijk woord: geloofwaardig.
Wij moeten geloven wat er in Gods Woord staat. Wat dat is geloof-wáárdig!

Weet u wat het probleem is?
Mensen willen zien en begrijpen wat God doet.
En plotsklaps staan wij weer midden in Mattheüs 12.
Want daar willen de Farizeeën ook iets zien. Ik citeer: “Toen antwoordden Hem enige der schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier” [7].

De Farizeeën willen een teken zien.
Zien dus; dan zullen zij wellicht geloven.
Jezus wijst hen op de Ninevieten: zij geloofden de profetie van Jona.

Natuurlijk – eigenlijk zouden Gereformeerden ook wel een teken willen hebben.
Kerkgroei bijvoorbeeld.
Geestelijke groei bijvoorbeeld. Die willen wij graag meten.

In feite is slechts één ding nodig. Wij moeten op Christus zien. Oftewel: wij moeten naar onze Heiland kijken.

Laten wij het maar bedenken: het zich afkeren van het Evangelie begint bij de wens meer te zien van wat God doet.

Kent u de inzet van Hebreeën 11?
“Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet”[8].
Voor een rechtgeaard Gereformeerd mens spreken die woorden boekdelen!

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 28 maart 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 562 en is getiteld ‘Zicht op verzoening’.
[2] Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Cees_den_Heyer ; geraadpleegd op maandag 1 augustus 2016.
[3] De citaten komen uit de ZoZ-bijlage van het Nederlands Dagblad, zaterdag 28 maart 1998, p. 3.
[4] Mattheüs 12:43-45.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[6] Zie http://www.bijbelknopendoos.nl/kn24.htm ; geraadpleegd op maandag 1 augustus 2016.
[7] Mattheüs 12:38-42.
[8] Hebreeën 11:1.

29 januari 2015

Ons paaslam is geslacht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Christus’ bloed is voor ons vergoten. Hij heeft voor onze zonden betaald. Zo is er verlossing bewerkt.
Reeds sedert mensenheugenis is dat de kernboodschap van de kerk.

Daaraan vast te houden is geen luxe.
Want er wordt nogal eens aan dat Evangelie gemorreld. ’t Wordt op losse schroeven gezet. Dat losschroeven gebeurt soms door mensen waarvan we ’t in eerste instantie niet verwachten.

Neem nu dr. J.M. Burger. Aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen doet hij onderzoek op het terrein van systematische theologie; eertijds heette dat vakgebied dogmatiek[1].
Als ik het goed begrijp zegt hij dat de bovenbedoelde manier van spreken ontstaan is in de Middeleeuwen[2]. Het beeld van het offer werd toen verbonden met het sacrament van boete en verzoening. Johannes Calvijn sloot daarbij aan. Hij sprak over het lijden van Jezus als betaling van onze schuld en als het kopen van verlossing.
Dr. Burger vraagt: leveren we ons, als wij dat ook zo zeggen, niet uit aan middeleeuwse gedachten? Natuurlijk, tegen die middeleeuwse achtergrond is de stellingname van Calvijn wel te begrijpen. Maar wij dienen ons te realiseren dat dit een latere theologisch-historische ontwikkeling is.
Dr. Burger stelt: in strikte zin was Jezus’ dood geen offer. Want Hij stierf niet in de tempel. En ook niet op een altaar. Hij vond de dood op een executieplaats van de Romeinen.
Vooruit – men kan Jezus’ dood wel een offer noemen. Maar dat is dan alleen een offer van volkomen toewijding aan de Vader. En Hij maakt van ons mensen die hun leven ook helemaal aan God wijden. Het doel van Jezus’ leven en sterven is dat werkelijk samenzijn met God weer haalbaar gaat worden.
Het probleem van dr. Burger is: God is geen strenge God. Dat kan niet. Zo is Hij niet. Hij is niet bloeddorstig. God slachtoffert Zijn eigen Zoon niet.
Wat is dan wel de status van Jezus? Dr. Burger zegt:
* Jezus is een geschenk van God aan mensen op aarde.
* Wij mogen ons met Hem identificeren
* Zijn volmaakte toewijding aan God kan nu ook ons levensdoel worden[3].

De bovenstaande samenvatting van het betoog van dr. Burger is kort. Maar de kern van de zaak is nu wel geraakt, denk ik.

Burgers’ betoog oogt sympathiek.
Het geweld van Christus’ dood wordt minder wreed.
En dat is, in zekere zin, best rustgevend. Vanuit menselijk standpunt bezien wordt de beschrijving van Christus’ lijden en opstanding minder pijnlijk. Minder scherp. Minder stuitend.

Maar als wij Christus’ dood niet letterlijk moeten nemen, wat moeten wij dan aan met 1 Corinthiërs 5?
Wij lezen daar: “…ons paaslam is geslacht: Christus”[4].
Laten wij die woorden een ogenblik bezien.

Het gaat in 1 Corinthiërs 5 om een grove zonde in de gemeente.
Een zoon en zijn moeder leven als man en vrouw samen. Incest, dus.
Laat dat nooit meer voorkomen, schrijft Paulus. Weg ermee!
De man die incest pleegt wordt aan de satan overgeleverd. Niet dat daarmee het einde bereikt is; dat niet. Integendeel, Paulus verwacht dat zijn keiharde vonnis een schokeffect heeft. Hopelijk komt de dader tot inkeer, zodat hij op de dag van de Here behouden zal worden.
Daarbij moeten de Corinthiërs niet net doen alsof er weinig aan de hand is. Hier zal tucht moeten worden geoefend. Het zuurdeeg mag niet worden bedorven!

Waarom moeten de Corinthiërs zo hard werken aan hun heiliging?
Omdat het Paaslam Christus is geslacht.
Er staat niet: Christus heeft zich aan God gewijd, en zo moet u dat ook doen. Nee, het gaat over een slachting. Paulus voert ons, om zo te zeggen, terug naar Exodus 12: de viering van het Pascha, met kleinvee dat geslacht wordt. Niet denkbeeldig, maar gewoon in de Egyptische realiteit.
De apostel wil blijkbaar zeggen dat Christus net zo is geslacht als dat kleinvee in Exodus 12. Er is voor de zonden betaald. Ook voor de zonden in Corinthe. Dat is de reden dat zonden daar niet getolereerd mogen worden.

Hierboven wees ik al op Exodus 12.
Maar het is, denk ik, goed om ook Exodus 13 daarbij te betrekken.
Zeven dagen lang moeten de Israëlieten ongezuurde broden eten. En op dag 7 is het feest.

Het wil mij voorkomen dat het bovenstaande een tamelijk heldere boodschap bevat voor de Nieuwtestamentische kerk. Een paar dingen lijken me duidelijk:
* in de kerk mogen wij geen ruimte meer geven aan de zonde; we doen nog wel zonden, maar wij leven er niet meer in.
* de kerkelijke praktijk moet sporen met Paulus’ vermaningen in 1 Corinthiërs 5; handhaaf de tucht[5]!
* het is hoogst belangrijk om daaraan vast te houden; het Paaslam is geslacht!
* maar naast de diepe ernst kan er ook blijdschap zijn: er is verzoening door voldoening!

Dat is, dunkt mij, de kern van de uitleg van 1 Corinthiërs 5.
Eerlijk gezegd vraag ik mij af hoe dr. Burger dat Schriftgedeelte bepreekt en bespreekt.

Het Paaslam is geslacht, staat in 1 Corinthiërs 5.
Misschien zegt dr. Burger: dat is een beeld van Christus’ toewijding aan Zijn Vader.
Maar waarom gebruikt Paulus dan dat woord ‘geslacht’?
Waarom verwijst hij naar het Pascha?
Dat doet hij niet voor niets, lijkt mij.

Christus’ betaling voor onze zonden: die term is, zo begrijp ik, terug te voeren op middeleeuws taalgebruik.
Persoonlijk hoop ik niet dat dat impliciet betekent dat de kerk in meerdere opzichten middeleeuws is!

‘Ons Paaslam is geslacht’, formuleerde Paulus.
De Groot Nieuws Bijbel uit 1996 vertaalt: ‘U bent immers brood zonder gist, omdat ons paaslam is geslacht: Christus zelf’.
In de Nieuwe Bijbelvertaling-2004 staat: ‘U bent immers als ongedesemd brood omdat ons pesachlam, Christus, is geslacht’.
De Herziene Statenvertaling uit 2010 heeft: ‘U bent immers ongezuurd, want ook ons Paaslam is voor ons geslacht: Christus’.
‘En Christus is voor jullie gestorven. Hij is het lam voor de paasmaaltijd. Het ware Paasfeest is dus gekomen, en wij mogen nu voor altijd het Feest van het Brood zonder Gist vieren’. Zo lezen we ‘t in de Bijbel in Gewone Taal-2014.
Bijna alle vertalingen prenten het ons in: het lam is geslacht.
Zullen we dat dan maar gewoon laten staan?

Noten:
[1] Zie https://www.tukampen.nl/medewerkeronline/jmburger en http://tukampen.academia.edu/HansBurger .
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer: ‘Cruciaal’. Artikel van H. van Dijk. Te vinden op http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=10&item=1080 .
[3] Dr. Burger zet zijn zienswijze uiteen in: Hans Burger, Reinier Sonneveld (red.), “Cruciaal: de verrassende betekenis van Jezus’ kruisiging”. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn (Motief), 2014. – 180 p.
[4] 1 Corinthiërs 5:7.
[5] Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/OS1015.pdf .

11 mei 2012

Het Woord en de beelden

“Sacramenten lijden onder preek”, kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 9 mei.
Het bericht bevat een verslag van de jaarlijkse Bijbelstudiedag van de Gereformeerd-vrijgemaakte Bijbelstudiebond. Dr. J.H.F. Schaeffer zegt daar volgens het ND: “De sacramenten doop en avondmaal lijden onder de nadruk in de kerkdienst op de preek”.

Onder het tussenkopje “Te preekgericht” is onder meer het volgende te lezen.
Schaeffer trekt vervolgens de doop in het kader van de kerkdienst zelf. Die diensten zijn volgens hem te veel op de preek gericht. ‘Wij waren en zijn nog altijd een kerk die erg gericht is op het woord.’ De sacramenten doop en avondmaal lijden daaronder, vindt de predikant. Burger [dat is dr. J.M. Burger, BdR] valt hem bij: ‘Te veel concentratie op het woord maakt ons kwetsbaar voor overrationalisering. Het geloof wordt op die manier een zaak van het hoofd, terwijl het net zo goed een zaak van het lichaam is.’ Burger en Schaeffer vinden dat er meer aandacht moet komen voor de beleving van beide sacramenten in de kerkdiensten”[1].

Deze zienswijze brengt mij tot enige overpeinzingen.
Hieronder geef ik er enkele door.
Misschien heeft u er óók nog iets aan.

1 Woorden zijn nodig
a.
Gereformeerden zijn gericht op Gods Woord. Dat moet ook. Paulus schreef tenslotte niet voor niets:Hoe zullen zij dan Hem aanroepen, in wie zij niet geloofd hebben? Hoe geloven in Hem, van wie zij niet gehoord hebben? Hoe horen zonder prediker?”[2].
U en ik kunnen het Evangelie niet brengen, door meer dingen uit te beelden. Laat ik het hedendaags mogen zeggen: je kómt er niet met mime, je háált het niet met symbolen en rituelen.
Er zijn altijd veel woorden nodig.
Daar ontkomen we niet aan. Wij moeten ons op het Woord concentreren. Anders verslapt de Evangelieverkondiging.
Wie in de kerk beelden oproept, moet er vervolgens om denken dat daar een goede uitleg bij hoort. Wie veel aandacht aan beleving besteedt, moet bedenken dat het subjectivisme op kousenvoeten binnensluipt. Want ook in de kerk geldt: zoveel hoofden, zoveel zinnen; zoveel beelden, zoveel interpretaties; zoveel beleving, zoveel verschillende gevoelens.
b.
Maar hoe moet dat nu met onze broeders en zusters die meer visueel zijn ingesteld?
En wat doen we met kerkmensen die –bijvoorbeeld- dyslectisch zijn, en dus niet zo makkelijk kunnen lezen?

2 De inhoud van de preek: Schriftuurlijk, beeldend, actueel
a.
De laatste vraag in het vorige paragraafje brengt mij bij de inhoud van de preek.
Als ik mij niet vergis, concentreert men zich binnen de Gereformeerde gezindte – en zeker binnen de GKv – in veel preken op de persoonlijke beleving. De al of niet expliciet gestelde vragen zijn: wat voelt u hier zelf bij? en: kunt u hier persoonlijk iets mee in het dagelijks leven?
Als u het mij vraagt, moet de vraag zijn: hoe zorgen we ervoor dat God door ons wordt geëerd? In die vraag brengen wij twee geloofszaken bijeen: 1. God is almachtig en 2. de kerk eert Hem eendrachtig.
b.
Moet de preek een massief dogmatisch blok zijn?
De geloofsleer moet zeker aan de orde komen.
Maar ik pleit er ook voor dat in de preek de verbinding wordt gezocht tussen Gods Woord en de actualiteit. Tussen de Bijbel en het beeld van de werkelijkheid in de wereld. Tussen de Heilige Schrift en de Nederlandse realiteit.
Een paar voorbeelden.
1.
Een dominee preekt over Exodus 20:2 en 3: “Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben”. Die predikant kan in zijn preek refereren aan de lijsttrekkerverkiezing binnen het CDA. In de kerk kennen we zo’n verkiezing niet. En dat is ook nergens voor nodig.
2.
Een dominee preekt over het gebed. En betrekt daarbij het volgende bericht: “Vrouwen bidden vaker dan mannen, concluderen meerdere onderzoeken. Waarom is dat zo? Verbeelding is belangrijk bij het bidden, en daar weten mannen zich niet goed raad mee, stelt een Amerikaanse professor antropologie”[3]. Nu heeft de predikant een mooi aanknopingspunt om uit te leggen hoe het gebed van Gereformeerde mensen er uit ziet.
De kernvragen zijn: wat zegt Gods Woord ons? En wat betekent die Boodschap voor ons in de actualiteit van vandaag?
Als er gepreekt wordt, moeten er drie dingen gebeuren:
* Gods Woord moet opengaan
* het jaarboekje van de kerkelijke gemeente moet open liggen
* de krant moet opengeslagen zijn.
Een dominee mag allerlei situaties best beeldend beschrijven.
Hij mag herinneren aan een krantenfoto. Of bijvoorbeeld aan beelden die in het televisiejournaal langs gekomen zijn. Dat zijn foto’s en filmpjes die we bijna allemaal kennen.
Zo kan de predikant het Woord in de wereld van 2012 plaatsen. In vergelijking met ons gefrommel en gekrabbel zien we dan al snel hoe groot God is. En we kunnen Hem samen eren.

3 Alle mensen gebruiken hun verstand
Op de Gereformeerd-vrijgemaakte Bijbelstudiedag wordt het vermeende gevaar van overrationalisering aangewezen. Het kan, zo wordt gezegd, zomaar gebeuren dat het geloof teveel een zaak van het hoofd wordt.
Is dat waar? Persoonlijk betwijfel ik dat zeer.
Natuurlijk zijn er mensen die veelal werken met het hoofd. En ja, er zijn ook mensen die een brein hebben waarin met name béélden blijven hangen.
Echter: alle mensen moeten hun verstand gebruiken. Ze gebruiken hun verstand bij het lezen, studeren en schrijven. Bij dingen die gedaan moeten worden. Bij de fabricage en reparatie van apparaten. Enzovoort.
Laten we niet net doen alsof er een onoverbrugbare kloof is tussen abstracte denkers en beeld-denkers.

4 Volk in de kerk
De Here zegt heel nadrukkelijk in Zijn Woord dat beelden niet passen bij het vereren van God en het prijzen van Zijn naam.
Hierboven noemde ik Exodus 20 reeds.
Ik citeer nu ook Deuteronomium 12: “Dit zijn de inzettingen en de verordeningen, die gij naarstig zult onderhouden in het land dat de HERE, de God uwer vaderen, u gegeven heeft om het te bezitten, zolang gij op de aardbodem leeft. Gij zult alle plaatsen volkomen vernietigen, waar de volken, wier gebied gij in bezit neemt, hun goden gediend hebben, op hoge bergen en op heuvels en onder elke groene boom. Gij zult hun altaren afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen met vuur verbranden, de gesneden beelden van hun goden omhouwen en hun naam van die plaats doen verdwijnen”[4].
Waarom is de Here daar zo streng op? Onder meer omdat Godsdienst in genen dele particulier is. Dienst aan God is een kwestie van Gods volk, en niet van een enkeling. Geloof is een zaak van de kerk, niet van een stel individuen.
De Here redt een vólk. Zo wordt dat bijvoorbeeld ook in Mattheüs 1 gezegd: “Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden”[5].
Welnu, dat vólk wordt in de kerk vergaderd. Dat vólk eert haar Heer. Daar behoren u en ik geen zelf gecreëerde beelden bij te hebben. Daarvoor is geen plaats in de vergadering van Gods volk.

5 Het Woord vooraan
Moeten de sacramenten meer ruimte krijgen?
De doop “is een zegel en een volkomen betrouwbaar getuigenis dat wij een eeuwig verbond met God hebben”[6].
Het Heilig Avondmaal is, bij mijn weten, een garantiebewijs van Gods liefde en trouw[7].
Daarvan gaat een boodschap uit. Jazeker. In het Avondmaal verkondigen wij “de dood des Heren, totdat Hij komt”[8].
Maar die proclamatie komt op vanuit het Woord. Dat Woord moet voorop blijven staan. Laten we de plaats van dat Woord in de kerkdienst maar goed bewaken. Voordat wij ’t weten gaan wij veel te veel dingen zélf bedenken.

6 Ons richtsnoer
Laten wij maar beeldend (s)preken. Laten we maar duidelijk zeggen wat de taak van de kerk is, midden in de werkelijkheid van 2012. Daar hebben we allemaal wat aan. Onze niet-lezende broeders en zusters inbegrepen.
Maar laten wij vooral Gods Woord lezen, en dat als richtsnoer voor ons leven gebruiken. Want zodra wij ons in de kerk ergens ánders op gaan richten, dan gaat het fout. Faliekant fout.

Noten:
[1] Zie: “Sacramenten lijden onder preek”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 9 mei 2012, p. 2.
[2] Romeinen 10:14.
[3] Zie: “Waarom vrouwen vaker bidden dan mannen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 10 mei 2012, p. 2.
[4] Deuteronomium 12:1-3.
[5] Mattheüs 1:21.
[6] Het citaat komt uit het Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen der gelovigen, zoals opgenomen in het Gereformeerd Kerkboek.
[7] In het ‘klassieke’ Avondmaalsformulier staat: “…zo dikwijls u van dit brood eet en uit deze beker drinkt, zal dat voor u een betrouwbaar onderpand zijn, dat u aan mijn hartelijke liefde en trouw herinnert en daarvan verzekert”.
[8] 1 Corinthiërs 11:26.

Blog op WordPress.com.