gereformeerd leven in nederland

2 januari 2019

God doet onze zonden teniet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Wie is een God als U, Die de ongerechtigheid ​vergeeft, Die voorbijgaat aan de ​overtreding van het overblijfsel van Zijn eigendom? Hij zal niet voor eeuwig vasthouden aan Zijn toorn, want Hij vindt vreugde in goedertierenheid. Hij zal Zich weer over ons ontfermen, Hij zal onze ongerechtigheden vertrappen, ja, U zult al hun ​zonden​ werpen in de diepten van de zee”[1].

Met die Schriftwoorden gaan we, op deze internetpagina althans, het jaar 2019 in.
Al onze zonden worden weggedaan.
Ze worden vertrapt en weggegooid in de diepten van de zee.
De Here maakt ons werk goed. Tekortkomingen? – Hij vult ze aan. Kleinzieligheid? – Hij maakt het werk prachtig. Ons werk wordt geheiligd. Onze God doortrekt ons werk met hemelse volmaaktheid; al onze zondige ballast wordt gedumpt.
Laten we daar maar aan denken als wij in kerk en maatschappij onze klussen doen!

Micha – die naam betekent: Wie is als de Heere?
De profeet komt uit Moreseth-Gad, een stad die zo’n 35 kilometer ten zuidwesten van Jeruzalem ligt[2].
Micha profeteert ergens in de periode 756 tot 697 voor Christus. In krachtige taal stelt hij de zonden van de priesters en vervolgens ook van heel het volk aan de kaak[3].
Micha heeft gezien hoe Samaria in handen van heidenen is gekomen. En hij weet het – met Jeruzalem zal datzelfde gebeuren[4].

De profetie van Micha kan globaal als volgt worden ingedeeld:
“* Hoofdstuk 1, waarin God zijn oordeel afkondigt over de twee steden Samaria en Jeruzalem vanwege hun afgoderij;
* Hoofdstuk 2-3, vooral gericht aan de prinsen en leidinggevenden van het volk;
* Hoofdstuk 4, over de toekomstige grootheid van het nieuwe Jeruzalem;
* Hoofdstuk 5, de profetie over de messias en zijn rijk;
* Hoofdstuk 6-7, waarin God wordt voorgesteld als hebbend een geschil met zijn volk en eindigend met een lied op de bevrijding die God voor zijn volk zal bewerken”[5].

Micha 7 laat zien waar een decadente, goddeloze maatschappij na verloop van tijd terecht komt. “Een goedertieren mens is verdwenen uit het land en een oprechte onder de mensen is er niet. Zij loeren allen op ​bloed, zij jagen op elkaar met een net”[6].
In die maatschappij is er voor een kind van God echter troost. “Zelf zal ik echter uitzien naar de HEERE, ik zal wachten op de God van mijn heil. Mijn God zal mij horen”[7].
En omdat de Here God luistert, is er ook alle reden om hoopvol te bidden. Bijvoorbeeld met de woorden waarmee dit artikel begint.
Wie het bovenstaande samenvatten wil, zou aan de bekende drieslag ellende – verlossing – dankbaarheid kunnen denken.
Ellende: namelijk vanwege de goddeloosheid in de omgeving.
Verlossing: de Here luistert naar de klachten van Zijn kinderen, en Hij vergeeft hun zonden.
Dankbaarheid: want Gods kind ontvangt de geloofskennis dat God hem barmhartig is[8].

Micha 7 leert ons dat, wanneer er vrede moet komen tussen God en mensen, de actie van God moet uitgaan!
Jazeker, de gelovige mens doet zijn best om naar God toe te komen. Maar altijd weer zijn er in de wereld allerlei meer of minder interessante dingen die hen ertoe willen verleiden om de hoofdweg naar Gods toekomst te verlaten en een zijpad in te slaan.

Natuurlijk – in de wereld komt men tot grote dingen. En in de wereld is het best gezellig. En ja, in de wereld zijn heus nog veel sociale mensen. En het ziet er reuze aantrekkelijk uit.
Maar dan… opeens… zien we hoe het ego van de mensen vooraan komt te staan.
‘Ik ben nu vrij. Mijn dagtaak zit erop. Van mij moet je niets meer verwachten’.
‘Heb je nog wel tijd voor jezelf?’. Stel je voor dat je jezelf teveel opoffert…
Voor wij ‘t weten grenzen wij ons leven af. Wij sluiten onze harten voor mensen, materialen en gebeurtenissen om ons heen.
Het jaar 2019 is ongetwijfeld met heel veel goede voornemens begonnen. En iedereen weet: van al dat moois komt, in het algemeen genomen, niet zo daverend veel terecht.
Maar de Here belooft: ik doe al die zonden weg. Ik gooi ze Hoogstpersoonlijk in het diepst van de zee. Stelt u zich de Marianentrog maar voor; met z’n elf kilometer voor zover bekend de diepste plek in de oceaan – en dan nog veel dieper[9].

Het Bijbelboek Micha wordt vandaag de dag vaak geassocieerd met gerechtigheid voor mens en natuur. Als het een beetje wil noemt men daarbij ook die bekende tekst uit Micha 6: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[10].
Van de gerechtigheid voor mens en natuur moet men niet al te veel kwaads zeggen.
Maar Micha 7 geeft ons een training in het focussen. Concentreer u op het feit dat God onze zonden teniet doet. Teniet doen – dat is een oude term die betekent: ze bestaan niet meer.
God stuurde Zijn Zoon naar de aarde. Hij verzoende onze zonden. Verzoening door voldoening – voor gelovige kerkmensen moet dat de kern van het bestaan blijven.
Van daaruit kunnen wij met goede moed 2019 binnentreden!

Noten:
[1] Micha 7:18 en 19.
[2] Zie https://www.debijbel.nl/kennis-achtergronden/bijbelse-personen/2817/micha-uit-moreset ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[3] Zie hiervoor ook http://christipedia.nl/Artikelen/M/Micha; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[4] Zie https://www.opkijken.nl/wp-content/uploads/2017/03/Micha-718-19-v2.pdf ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018. Dit betreft een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A. van Groos (1962-2014).
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Micha_(boek) ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[6] Micha 7:2.
[7] Micha 7:7.
[8] Deze alinea is een bewerkt citaat uit mijn artikel ‘Micha 7: de onzichtbare kloof’, hier gepubliceerd op woensdag 19 februari 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/02/19/micha-7-de-onzichtbare-kloof/ .
[9] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Marianentrog ; geraadpleegd op donderdag 27 december 2018.
[10] Micha 6:8.

31 december 2018

Op het goede pad

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De dingen die ons in deze wereld ten dienste staan, kunnen we tot Gods eer gebruiken.
We kunnen ze ook benutten vanwege ons eigen gerief. In het laatste geval komt onze God zomaar op de tweede plaats te staan. En misschien willen wij God soms wel het liefst even helemaal wegdenken.

Vlak voor de drempel van 2019 lijkt het, alleen daarom al, goed om wat beter te kijken naar een statement dat Paulus in 1 Timotheüs 4 noteert: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[1].

In welk verband staan die woorden?

De Heilige Geest van God maakt ons duidelijk dat er in de eindtijd heel wat mensen zijn die zich van het geloof gaan afkeren. Zij gaan op zoek naar andere vormen van zingeving.
Wanneer begint die eindtijd?
Die is al begonnen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit 1 Johannes 2: “Kinderen, het is het laatste uur; en zoals u gehoord hebt dat de ​antichrist​ eraan komt, zijn er ook nu al veel antichristen gekomen, waaruit wij weten dat het het laatste uur is”[2].
En ook uit 2 Johannes 1:7: “Want er zijn veel misleiders in de wereld gekomen, die niet belijden dat ​Jezus​ ​Christus​ in het vlees gekomen is. Dat is de misleider en de ​antichrist”[3].
Ja, de eindtijd is al begonnen.

In 1 Timotheüs 4 gaat het, zo laat de apostel Paulus blijken, over mensen waarvan het geweten als het ware met vuur is dichtgeschroeid.
Wij zouden zeggen: het lijkt wel of er een lasapparaat is gebruikt. Alles is dichtgelast; je kunt niet meer bij de kern.
Paulus schrijft over “leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid”[4].

In Paulus’ tijd wordt het huwelijk door sommigen afgewezen.
Bovendien zijn er mensen die zeggen: dit of dat kun je beter niet eten of drinken.
En seksualiteit? – daar kun je je maar beter niet mee bezig houden.
Paulus formuleert: “Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden”[5].

Kortom:
* mensen zoeken naar zingeving die henzelf aanspreekt
* mensen laten hun geweten niet meer spreken
* mensen zeggen dat bepaald eten of drinken niet goed is

Wie om zich heen kijkt, herkent ook vandaag al snel iets van het bovenstaande.
Mensen speuren naar hun eigen religieuze uitingen. Dat is, zeggen zij, een spannende zoektocht.
Mensen hebben hun hart toegesloten. En met hun geweten hebben zij hetzelfde gedaan. Waarom? Ach – er is zoveel aan de hand in de wereld. Je moet, zegt men, je eigen ding doen. Je hebt genoeg aan jezelf en aan je eigen, al of niet samengestelde, gezin.
Je kunt, stellen nogal wat mensen, maar beter geen vlees meer eten. Bovendien: je krijgt kanker van dit, en suikerziekte van dat. Als het een beetje wil wordt een dergelijke bewering zo snel mogelijk door een officiële instelling tegengesproken.
Het vreemde is dat men heden ten dage, als het over seksualiteit gaat, in een oogwenk de andere kant op schiet. Van terughoudendheid en ascese is anno 2018 geen sprake meer. Alle seksuele grenzen lijken voor eens en voor altijd afgeschaft te zijn. De metoo-discussie bewijst hoe ver sommigen daarin gaan.
Het algemene beeld is dat veel mensen vandaag worden geregeerd door angst. Of door individualisme. Of door losbandigheid. Of door combinaties van die drie.

In het bovenstaande ligt de actualiteit voor Paulus’ uitspraak.
En het is duidelijk dat wij moeten waken voor vrees, egoïsme en zedeloosheid!

Wat zullen wij verder van deze dingen zeggen?

Het jaar 2018 is een jaar waarin zonde, verderf en onheil nog altijd diep in de schepping verankerd blijken.
Wie alleen al het werelddeel Azië beschouwt schudt zijn hoofd. Gaat u maar na:
* de aardbeving op Lombok, begin augustus
* de aardbeving in Palu, een stad in het centrum van het eiland Sulawesi – eind september
* eind oktober stort een vliegtuig neer, dertien minuten nadat het uit Jakarta vertrokken is
* de tsunami in de straat van Soenda, op zaterdag 22 december jongstleden[6].

Wie de krant leest en de journaals bekijkt, kan zomaar denken: deze wereld gaat kapot; helemaal kapot!

In die wereld mogen Gods kinderen het echter blijven zeggen: de dingen die we gebruiken worden geheiligd door Gods Woord en door gebed.
Altijd moeten we, met de Bijbel in de hand, blijven uitzoeken hoe we de God van hemel en aarde het beste kunnen eren met de gaven die Hij ons geeft.
We mogen bij de troon van God komen. We mogen bidden om matigheid bij het werken op aarde; een ‘alles moet op’-mentaliteit past niet bij een christelijk leven. We mogen bidden om nuchterheid bij de keuze van ons voedsel. We mogen bidden om moed voor de toekomst; angst is, zoals bekend, een slechte raadgever. We mogen bidden om een hart dat zacht blijft, en toegankelijk is voor de noden van onze medemensen. We mogen bidden om kracht teneinde de God gestelde grenzen in ons aardse leven te blijven eerbiedigen.

Laten wij maar zonder omwegen constateren dat wij, ook in het bijna afgelopen jaar, alle gelegenheid hebben gehad om onze God te dienen. Dat kostte ons vaak moeite – vanwege gezondheidsproblemen of om allerlei andere redenen. Met vallen en opstaan hebben wij onze dienst verricht.
Constateert u op dit punt veel tekortkomingen? Dat hoeft niemand te verbazen. Zeker is wel dat we, Deo Volente, in het jaar 2019 een nieuwe kans krijgen.

Laten wij maar blijven Bijbellezen.
Laten wij maar blijven bidden.
Dan zijn wij al een heel eind op ’t goede pad.

Noten:
[1] 1 Timotheüs 4:4 en 5.
[2] 1 Johannes 2:18.
[3] 2 Johannes 1:7.
[4] 1 Timotheüs 4:2.
[5] 1 Timotheüs 4:3.
[6] Zie hierover ook https://nos.nl/artikel/2264910-ik-zag-golven-van-asfalt-het-hele-land-stroomde-als-een-rivier.html ; geraadpleegd op maandag 24 december 2018.

2 januari 2018

Zegen uit Sion

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“De HEERE zegene u uit Sion,
Hij Die hemel en aarde gemaakt heeft”.

Dat zijn de eerste woorden die ik in het kalenderjaar 2018 op deze internetpagina zet.
Die zegenwens geef ik graag aan u allen door.

Het zijn woorden uit Psalm 134[1].
Het is beslist de moeite waard om 2018 – een jaar van onze Here – op deze manier binnen te gaan.

De God van het verbond presenteert Zich in deze Psalm als Maker.
Als de Vormgever van de schepping. Als Degene die het leven maakt.
Het is belangrijk om dat met elkaar vast te stellen. Immers, wij zeggen het zomaar tegen elkaar: ‘het is 2018; maak er wat van!’.
Echter: de Eerste die creëert en re-creëert is de God van het Verbond. Hij is het, die wat van ons leven maakt. Hij leidt ons, ook in dit nieuwe jaar, naar Zijn toekomst toe. Een toekomst die zo groots en heerlijk is dat wij ons daar geen goede voorstelling van kunnen maken. Alle schittering, alle flonkering, alle pronkjuwelen tezamen kunnen het ons niet precies laten zien. Altijd mogen we zeggen: wat de Verbondsgod maakt, is nog mooier dan dit!

Wie zich dat realiseert, beseft meteen hoe nederig zijn positie is. Elifaz zegt in Job 4:
“Zou een sterveling ​rechtvaardig​ zijn tegenover God?
Zou een man ​rein​ zijn voor zijn Maker?”[2].
Het antwoord is van stonde aan duidelijk. Nee, rein zijn wij natuurlijk niet. Althans – op deze aarde wordt die reinheid nooit perfect. Vergeleken met het onberispelijke werk van onze Heer, is ons werk slechts gerommel en gefröbel. Des te groter is het wonder dat de Here ons ook dit jaar verzorgen wil met alles wat wij nodig hebben!

De dichter van Psalm 149 leert ons dan ook:
“Halleluja!
Zing voor de HEERE een nieuw ​lied,
Zijn lof zij in de ​gemeente​ van Zijn gunstelingen.
Laat Israël zich verblijden in zijn Maker,
laten de ​kinderen​ van Sion zich verheugen over hun ​Koning”[3].
Steeds weer zijn er nieuwe redenen om God te prijzen. En waar ligt het startpunt van die lof? Antwoord: in de kerk. Want daar vinden u en ik de andere kinderen van God.
Samen klinkt die lof beter.
Krachtiger.
Doordringender.
Veelkleuriger.
Met donkere en lichte stemmen. Met hoge en lage stemmen. Met jonge en oude stemmen. Met frisse en bijna gebarsten stemgeluiden.
En jazeker, de kinderstemmen mogen ook meedoen in de kerk. Laat ze vooral meezingen, die kinderen. Want daar wordt het alleen maar mooier van!

Daar valt de naam van Sion.
Sion: daar komt de zegen in Psalm 134 vandaan.
Als vanzelf komen wij dan bij Hebreeën 12: “Maar u bent genaderd tot de berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem en tot tienduizendtallen van ​engelen, tot een feestelijke vergadering en de ​gemeente​ van de eerstgeborenen, die in de hemelen opgeschreven zijn, en tot God, de Rechter over allen, en tot de geesten van de rechtvaardigen, die tot volmaaktheid zijn gekomen,en tot de Middelaar van het nieuwe ​verbond, ​Jezus, en tot het bloed van de besprenging, dat van betere dingen spreekt dan dat van ​Abel”[4].
De berg Sion demonstreert dat God tussenbeide komt.
De berg Sion toont dat God genadig is.
De berg Sion laat ons zien dat God zonden vergeeft, vanwege het reddingswerk dat Zijn Zoon voltooid heeft.
De berg Sion: die berg is, om zo te zeggen, de feestzaal van de bevrijding van onze zonde en ellende.
De berg Sion garandeert ons dat aards gerommel en gefröbel definitief overwonnen is.
De berg Sion stimuleert ons verlangen naar onze hemelse heerlijkheid[5].

Psalm 134 formuleert een zegenwens.
Maar wie beseft wat het karakter van Sion is, doorziet weldra ook dat die wens werkelijkheid wordt als hij gelovig en blijmoedig in de invloedssfeer van de Schepper blijft.

Een exegeet vat de boodschap van Psalm 134 aldus samen.
“Er bestaat een wederzijdse relatie tussen aanbidding en zegen. In dit lied komt dat helder naar voren. Zij die dienst doen in de tempel moeten de HERE prijzen. Maar het is de HERE die zijn volk zal zegenen. In het Hebreeuws zijn beide werkwoorden hetzelfde. In het eerste geval is er een beweging van de mens naar de HERE, in het tweede geval is de richting omgekeerd. Zo blijken lofprijzing en zegen twee zijden van dezelfde medaille; ze zijn nauw verbonden met elkaar”[6].

De machtige God die in Sion woont, presenteert zich in deze Psalm als de Schepper.
Daar mogen we, ook op dinsdag 2 januari 2018, geen streep van af doen.
In de tweede brief aan de christenen in Corinthe schrijft Paulus: “En Hij is voor allen gestorven, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en ​opgewekt​ is. Zo kennen wij vanaf nu niemand naar het vlees; en al hebben wij ​Christus​ naar het vlees gekend, dan kennen wij Hem nu zo niet meer. Daarom, als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”[7].
Ik vraag: als er al aan Gods scheppingskracht wordt getwijfeld, waarom weet men dan zo zeker dat de herschepping van mensen wel een feit is?
Alleen daarom al wil ik er graag toe oproepen om de God van hemel en aarde als Schepper te blijven erkennen.
Het oude is voorbijgegaan.
Alles is nieuw geworden!

Laten wij daarom in dit nieuwe jaar als dragers van Gods zegen aanhoudend en levenslustig bidden en werken!

Noten:
[1] Psalm 134:3.
[2] Job 4:17.
[3] Psalm 149:1 en 2.
[4] Hebreeën 12:22, 23 en 24.
[5] Zie hierover http://www.oudesporen.nl/Download/31-05.pdf ; geraadpleegd op woensdag 20 december 2017.
[6] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel. ‘Boodschap’ van Psalm 134.
[7] 2 Corinthiërs 5:15, 16 en 17.

Een bewerking van dit artikel is met dezelfde titel als hoofdartikel geplaatst in het januarinummer van het kerkblad van De Gereformeerde Kerk Groningen.

29 december 2017

Naar de uitgang van 2017

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Nog enkele dagen resten ons tot de oudejaarsdag van 2017.
Hoe moeten we het afgelopen jaar typeren?
Als het jaar waarin leraren voor opschudding zorgden, misschien.
Als het jaar van de verkeerde bouwconstructies, wellicht. U weet wel, vanwege die ingestorte parkeergarage bij Eindhoven Airport. En het daaropvolgende onderzoek van vergelijkbare vloerconstructies.
Vooruit, als het jaar van de aandacht voor seksuele intimidatie.
Of als het eerste regeringsjaar van de onvoorspelbare Amerikaanse president Trump.

Toegegeven, het bovenstaande rijtje stemt niet bepaald opgewekt.
Moeten we nu maar huilend het jaar 2018 binnen wandelen?

Nee, laten wij dat niet doen.

Die gedachte koester ik terwijl woorden uit Micha 2 op mijn computerscherm staan: “Ik zal u, ​Jakob, zeker verzamelen, geheel en al. Ik zal het overblijfsel van Israël zeker bijeenbrengen. Ik zal het samenbrengen als schapen van Bozra, als een kudde midden in zijn weide. Het zal er gonzen van de mensen”[1].

Micha 2 is het hoofdstuk van het oordeel over de grootgrondbezitters, een oordeel over valse profeten.
En als we dat gelezen hebben, volgt er – min of meer onverhoeds – een heilsboodschap.

Wij lezen hoe vermogende mensen hun best doen om zichzelf nog verder te verrijken. Bij dat verrijken gaan ze zogezegd over lijken.
Maar de Here zal al dat onheil stoppen. Hij zal de materialisten mores leren. De harde val van die misdadigers zal spreekwoordelijk worden!

En dan zijn er in Micha 2 valse profeten.
Zij zouden willen dat Micha en de zijnen eens ophouden met het rondsturen van allerlei boodschappen over rampspoed, kommer en kwel, verschrikking en wat daar verder volgt.
Micha gaat in de verdediging. Want, zegt hij, het probleem ligt niet bij mij maar bij het volk. Er zijn rovers in de maatschappij. Als ik die criminele types was, zegt de profeet, zou ik mij maar gauw uit de voeten maken. Want het is over met hun rust.
En mijn medemensen? Bijkans de hele natie accepteert allerlei leugenachtige profetieën. Alsof die de gewoonste zaak van de wereld zijn!

Te midden van deze wantoestanden komt de Here in actie.
Er wordt, om het zo maar te zeggen, militair ingegrepen. De doorbreker breekt de belegering.

Het patroon van Micha 2 zien u en ik in alle tijden voortdurend terug:
* er zijn misstanden in de samenleving
* dat onrecht wordt aan de kaak gesteld en bestraft.

Jezus Christus spreekt er ook over in Lucas 20.
“En Hij begon tot het volk deze ​gelijkenis​ te zeggen: Iemand plantte een wijngaard en verhuurde die aan landbouwers en ging een tijd lang naar het buitenland. En toen het de tijd was, stuurde hij een ​slaaf​ naar de landbouwers, opdat zij hem een deel van de opbrengst van de wijngaard zouden geven. De landbouwers echter sloegen hem en stuurden hem met lege handen weg. En hij stuurde nog een andere ​slaaf, maar zij sloegen ook hem, behandelden hem schandelijk en stuurden hem met lege handen weg. Daarna stuurde hij nog een derde, maar zij verwondden ook deze en wierpen hem eruit. En de ​heer​ van de wijngaard zei: Wat zal ik doen? Ik zal mijn geliefde zoon sturen. Als zij deze zien, zullen zij mogelijk ontzag voor hem hebben. Maar toen de landbouwers hem zagen, overlegden zij onder elkaar en zeiden: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden, opdat de ​erfenis​ van ons zal worden. En toen zij hem buiten de wijngaard geworpen hadden, doodden zij hem. Wat zal dan de ​heer​ van de wijngaard met hen doen? Hij zal komen en die landbouwers ombrengen en zal de wijngaard aan anderen geven”[2].

Onze Here Jezus Christus heeft het onrecht aangetoond. En Hij heeft er Zijn oordeel over uitgesproken.
Voor al dat onrecht, al die misstanden, voor die diepgewortelde zonden heeft Hij geleden en is Hij begraven. Ja, Hij is werkelijk gestorven!

Maar door dat alles heen blijkt de liefde van Zijn kinderen. Onze Heiland redt hen van de ondergang. Hij plukt hen bij het onrecht vandaag. Hij zet hen apart.
‘Kom maar bij Mij’, zegt hij. ‘Ik geef u eeuwige bescherming’!

Jazeker, het jaar 2017 was een nogal dynamisch jaar. Mijn overleden moeder zou gezegd hebben: er gebeurde niet minder dan van alles.
Niettemin is 2017 een jaar van de Here. Hij heeft de zaken in de hand. Laten we dat rotsvast geloof blijven vasthouden.

Wij gaan afscheid nemen van het jaar 2017.
Wie dat kalenderjaar zwartgallig bekijken wil, zegt: wat een hoop ellende is er toch; de wereld boert hard achteruit. Bovendien: strikt genomen komen wij steeds dichterbij het einde van ons aardse leven.
Echter – voor gelovige kinderen van God geldt: niets is minder waar.
Want door het sterven van onze Heiland, zo zegt de Heidelbergse Catechismus, is onze dood “alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”[3].

Jezus Christus brengt ook vandaag Zijn schapen bij elkaar.
Niet in Bozra natuurlijk, maar in de kerk.
Daar is het veilig.
Daar storten de vloeren niet in.
Daar is, naar wij mogen hopen, seksuele intimidatie niet meer aan de orde.
De kerk weet: eens zullen onvoorspelbaar reagerende regeerders definitief aan de kant worden gezet.
De kerk weet: er komt een moment dat opschudding nooit meer zal voorkomen.

Derhalve behoeven wij de jaargrens niet wenend te overschrijden.
Laten we 2017 maar opgewekt achter ons laten.
Want daar is alle reden voor!

Noten:
[1] Micha 2:12.
[2] Lucas 20:9-16.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42.

30 december 2016

Psalm 98: Maranatha

Aanstaande zondag begint een nieuw jaar van de Here[1].
Ook 2017 is immers een jaar van de God van hemel en aarde: gegeven door Hem om te besteden ter ere van Hem.
In verband met die jaarwisseling publiceer ik vandaag enkele aantekeningen naar aanleiding van Psalm 98.

De tekst van die Psalm zet ik eerst hieronder.

“Een psalm.
Zingt de Here een nieuw lied,
want Hij heeft wonderen gedaan,
zijn rechterhand en zijn heilige arm gaf Hem zege;
de Here heeft zijn heil bekendgemaakt,
zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der volken;
Hij heeft gedacht aan zijn goedertierenheid
en aan zijn trouw jegens het huis Israëls;
alle einden der aarde hebben aanschouwd het heil van onze God.
Juicht de Here, gij ganse aarde,
breekt uit in gejubel en psalmzingt.
Psalmzingt de Here met de citer,
met de citer en met luide zang,
met trompetten en met bazuingeschal;
juicht voor de Koning, de Here.
De zee bruise en haar volheid,
de wereld en wie erin wonen;
dat de stromen in de handen klappen,
de bergen tezamen jubelen
voor het aangezicht des Heren, want Hij komt
om de aarde te richten;
Hij zal de wereld richten in gerechtigheid
en de volken in rechtmatigheid”.

In dat door God gegeven kerklied zingen wij onder anderen over een Majesteitelijk oordeel met een feestelijk tintje. Ook wordt gememoreerd dat God in de historie van kerk en wereld wonderen doet. De Here mag de overwinning claimen. Het heil is uitgebazuind. Iedereen in de wereld heeft het gehoord; niemand kon er omheen.
En dat is reden voor een feest. Een groots feest, compleet met muziek. Zelfs de natuur helpt een handje mee om de festiviteiten luister bij te zetten.

De bergen jubelen tezamen en God kijkt toe. De bergen zien reden om te juichen “want Hij komt om de aarde te richten”. Wat meer is: Hij zal rechtvaardig oordelen.
Gods oordeel is ook een reden voor het feestgedruis. Daar mogen wij wel even de vinger bij leggen. Voor de kerk is het eindoordeel van God een vreugde. Want zij weet dat de eeuwige heilstijd dan is aangebroken!

We kunnen, denk ik, met recht constateren dat Psalm 98 een profetische psalm is. In die psalm is een dichterlijke Godsgezant aan het werk geweest.

Verschillende motieven uit deze psalm zien we terug bij de profeet Jesaja. Laat ik een paar motieven onder elkaar zetten:
* “Zingt de Here een nieuw lied”; zie Jesaja 42[2].
* “…alle einden der aarde zullen zien het heil van onze God”; zie Jesaja 52[3].
* “… de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen”; zie Jesaja 55[4].

In een groots vergezicht wijst de dichter van Psalm 98 in feite al op de komst van de Messias. Het grootste wonder dat God doet is de geboorte van Zijn Zoon Jezus Christus. Die Zoon die te Bethlehem in een voederbak werd gelegd. Jazeker, de komst van Gods Zoon heeft gevolgen die tot op vandaag overal op de wereld merkbaar en tastbaar zijn.

De dichter/profeet van Psalm 98 gaat verder.
Hij wijst op de tweede komst van Jezus Christus. Op Zijn wederkomst dus.
Heeft die door God begenadigde dichter dat zelf beseft? Waarschijnlijk niet. Welk mens kan zo ver kijken?
Die dichter werd, zo geloven wij, geïnspireerd door de Heilige Geest. En zo kan het gebeuren dat hij profeteert over Jezus Christus die vanuit de hemel terugkomt om de levenden en de doden te oordelen.

We mogen er zeker van zijn: de God van hemel en aarde gaat een rechtvaardig oordeel vellen.
De Here zorgt voor de verwezenlijking van Zijn heil.
Maar Hij verwerpt de mensen die zich niet voor Hem willen verootmoedigen.
Ook in 2016 heeft de Here naar die scheiding toe gewerkt.

De dichter van Psalm 98 leert ons om verder te kijken dan mensen en hun gedrag.
Sterker, hij leert ons om daar overheen te kijken. Want uiteindelijk gaat het in de kerk niet om klerikale sociologie. Wie op humane wijze de boel bij elkaar wil houden komt op den duur helemaal verkeerd uit.
Nee, van vrijmakingen en afscheidingen wordt niemand blij. Verwijdering stemt ons buitengewoon droevig. Maar de kernkwestie is: staan wij zuiver tegenover de Here?
Om die vraag volmondig met ‘ja’ te kunnen beantwoorden zijn in deze zondige wereld vrijmakingen en afscheidingen soms nodig.
Komen wij met lege handen bij de Here? Leven wij in de kerk helemaal van Gods genade? Als dat zo is, dan is er reden voor feestgedruis dat zijn weerga niet kent.

Psalm 98 is een lied in het kader van een feest met hemelse allure.
Maar ach, oordeel en feest: gaat dat wel samen? Veroordeling én blijmoedigheid: kan dat ooit wel wat worden?
Jawel, zegt de dichter van Psalm 98.
En dat weet die dichter zo zeker omdat hij de historie kent. Hij weet wat de Here in het verleden heeft gedaan. Hij gaat er van uit dat de Here niet laat varen wat Zijn hand begon. Hij blijft altijd voor Zijn uitverkorenen zorgen.

Als wij in de kerk over het oordeel zingen, dan moeten we beseffen dat de Here Jezus er echt aan komt. Hij is onderweg. Hij is vlakbij. Hij heeft beloofd dat Hij terugkomt. En dus doet Hij dat ook.
Wij zien maatschappelijke onzekerheid. Het kerkelijk leven zit stampvol vraagtekens. Maar we moeten tegen elkaar zeggen: Maranatha. Dat betekent: Kom Here. U mag het ook vertalen met: de Here is gekomen. En zelfs met: de Here zal komen.

De Here zal komen: in die ene zin zijn heilsfeiten en geloofsbeleving samengebracht.
En voor mensen die hun geloofsverwachting steeds opnieuw laten voeden, geldt dat hun kerklied steeds weer nieuw is.
Maranatha!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 31 december 2007.
[2] Jesaja 42:10: “Zingt de Here een nieuw lied, zijn lof van het einde der aarde, gij die de zee bevaart en haar volheid; gij kustlanden en hun bewoners”.
[3] Jesaja 52:10: “De Here heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volken en alle einden der aarde zullen zien het heil van onze God”.
[4] Jesaja 55:12: “Want in vreugde zult gij uittrekken en in vrede geleid worden; de bergen en de heuvelen zullen voor u uitbreken in gejuich en alle bomen des velds zullen in de handen klappen”.

28 januari 2016

Wetsverachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De oudejaarsnacht was in Keulen dit jaar het toneel van grootschalige aanrandingen.
Dat is alweer bijna een maand geleden. Maar de zaak is opmerkelijk genoeg om er op deze plaats enige woorden aan te wijden.

Laat ik uw geheugen opfrissen met een citaat uit een aantal nieuwsberichten.
1.
“In Keulen hebben honderden vrouwen gedemonstreerd tegen de grootschalige aanrandingen op Oudjaarsavond. De demonstratie was via sociale media georganiseerd.
De actievoerders riepen op tot meer respect en betere bescherming van vrouwen. Ze droegen vlaggen en plakkaten”[1].
2.
“In Keulen hebben inmiddels meer dan honderd vrouwen aangifte gedaan van aanranding of diefstal tijdens de jaarwisseling. Volgens de Duitse politie is driekwart van de vrouwen aangerand. Twee vrouwen hebben aangifte gedaan van verkrachting.
Veel vrouwen deden eerst alleen aangifte van beroving. Maar volgens de politie werd bij de verhoren ook duidelijk dat ze seksueel waren belaagd. ‘Veel vrouwen geven later in de gesprekken aan dat ze ook zijn betast’, aldus de politie”[2].
3.
“De politie van Keulen noemt de grootschalige aanrandingen op Oudejaarsavond ‘een nieuwe dimensie van geweld’. Criminologe Rita Steffes-enn van het Duitse Centrum voor Criminologie en Politie-onderzoek beaamt dat, al waren er de laatste jaren soortgelijke incidenten in Duitsland.
‘Sinds twee, drie jaar zien we een trend van jonge mannen onder de 30 die in discotheken en op grote evenementen vrouwen betasten en beroven”, zegt Steffes-enn. Het fenomeen is dus niet nieuw, maar de schaal waarop het in Keulen gebeurde, is dat wel. ‘Zo’n grote groep daders bij elkaar, dat hebben we niet eerder gezien. Net als de grote hoeveelheid vergrijpen die de daders begingen in korte tijd’”[3].

Deze gebeurtenissen grepen in het buitenland plaats. Oppervlakkig bezien zou een Nederlands kerkmens dit nieuws aan de kant kunnen leggen.
Dat doe ik niet.

Dit nieuws komt bij onze oosterburen vandaan. Uit Duitsland, dus. Maar wij leven in een wereld die bliksemsnel globaliseert. Geografische grenzen vervagen waar u en ik bij staan. Daarom is dit, wat mij betreft, nieuws van dichtbij.
Trouwens – ook in Nederland zijn er inmiddels allerlei discussies gaande over de normen en waarden van vluchtelingen. Ten aanzien van vrouwen. En ten aanzien van mensen met een homoseksuele geaardheid.

Geestelijk bezien vervagen er allerlei grenzen. Wetsverachting noemt Jezus dat in Mattheüs 23 en 24. Het valt daarbij op dat Jezus de leiders van de kerk van wetsverachting beticht: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij gelijkt op gewitte graven, die van buiten wel schoon schijnen, maar van binnen vol zijn van doodsbeenderen en allerlei onreinheid. Zo ook gij, van buiten schijnt gij de mensen wel rechtvaardig, doch van binnen zijt gij vol huichelarij en wetsverachting”[4].
Juist de mensen die weten hoe het hoort trekken zich ten langen leste blijkbaar maar weinig van Gods wetten aan.

Voor de kerk van 2016 zit daar, dunkt mij, een waarschuwing in. Juist in de kerk kan het zomaar gebeuren dat eigen normen in de plaats komen van Gods verbondsregels.

Maar bij zulk vermaan mag de troost nimmer ontbreken.
Gereformeerde mensen zijn vaak streng in de leer. Zij worden daarom door de wereld en door velen op het kerkplein een beetje scheef aangekeken. Maar die strengheid is, als het puntje bij het paaltje komt, meestal heel terecht.
Weet u waarom? Zondige kerkmensen kunnen eensklaps van de weg af raken. Zondige kerkmensen moeten er echt hun uiterste best voor doen om niet uit de bocht te vliegen. Daarom is oplettendheid geen luxe. Kerkmensen die voortdurend alert zijn, mogen weten dat zij heel goed bezig zijn!

In Mattheüs 23 gaat het over wetsverachting.
Maar in Mattheüs 24 lezen we er ook over. Leest u maar mee: “En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden”[5].
“Sinds twee, drie jaar zien we een trend”, zegt een Duitse criminologe. Welnu, gelovigen zien ook een ontwikkeling. Sterker nog: ze hebben het negeren van de wetten al lang aan zien komen.
“Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen”, zingen we in Psalm 32[6]. Zo bezien zijn die protesten in Keulen wel logisch. Die boosheid in Duitsland is best te begrijpen. Sommige vrouwen zijn waarschijnlijk voor de rest van hun leven beschadigd, zwaar beschadigd. Dat is moeilijk. Maar ten diepste zijn dat de te verwachten ernstige gevolgen van opstand tegen God.

Wat is, in al die ellende, de boodschap voor de kerk? Wat mij betreft de volgende.
Beste mensen, houdt vol!
Volhardt in uw geloof!
Denk niet dat het uw tijd wel duren zal.
Klamp u vast aan uw Heiland!
Neem elkaar mee, achter Christus aan!

Er staat nog meer in Mattheüs 24.
Ik citeer: “Maar weet dit: Als de heer des huizes geweten had, in welke nachtwaak de dief zou komen, hij zou gewaakt hebben en in zijn huis niet hebben laten inbreken. Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen.
Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die de heer over zijn dienstvolk gesteld heeft om hun op tijd hun voedsel te geven? Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zó bezig zal vinden. Voorwaar, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen”[7].
De kerk moet wakker blijven.
De kerk moet trouw blijven.
Want de kerk wordt uiteindelijk machtig.

Noten:
[1] Zie http://nos.nl/artikel/2078865-demonstratie-tegen-aanrandingen-keulen.html . Geraadpleegd op donderdag 7 januari 2016.
[2] Zie http://nos.nl/artikel/2078921-meer-dan-honderd-aangiftes-na-aanrandingen-keulen.html . Geraadpleegd op donderdag 7 januari 2016.
[3] Zie http://nos.nl/artikel/2079000-keulse-aanrandingen-passen-in-trend.html . Geraadpleegd op donderdag 7 januari 2016.
[4] Mattheüs 23:27 en 28.
[5] Mattheüs 24:12.
[6] Psalm 32:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[7] Mattheüs 24:43-47.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.