gereformeerd leven in nederland

10 september 2019

Hoop voor de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van ​vrede​ en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven”.

Mooie woorden zijn dat. Vindt u ook niet? Ze staan in Jeremia 29[1].
We zouden zomaar geneigd zijn om te zeggen: met de kerk staat het er uitstekend voor in Jeremia 29. Het gaat de goede kant op. Wat een heerlijkheid! Wat een rust!

Echter – dat is gezichtsbedrog.
Want Israël is in ballingschap gegaan. Gedeporteerd. Weggevoerd uit eigen land. Israël is leeggeplukt. Iedereen die wat voorstelde moest mee naar Babel: koning Jojakim natuurlijk, het complete hofpersoneel, de leiders van het volk, vakmensen die actief zijn in de bouw en in de smederijen…
Feitelijk is de situatie volstrekt deplorabel!

De profeet Jeremia schrijft een brief aan het gedeporteerde volk.
Is dat een brief van het type ‘houd moed, beste vrienden; alles komt goed’?
Nou nee.
Jeremia raadt zijn volksgenoten aan om zich te settelen. Ga maar mooie huizen bouwen, schrijft hij. Zorg maar voor goede moestuinen zodat u groenten beschikbaar heeft. Ga maar trouwen, en sticht maar een gezin. En als uw kinderen groot zijn is er niks tegen als ook zij met de man of vrouw van hun dromen. Misschien komen er dan kleinkinderen. Dat is prachtig. Laat dat maar gebeuren.
En bid maar voor Babel, het land waar u naar toe bent gebracht.
Natuurlijk zijn er van die fantastische waarzeggers en toekomstvoorspellers die zeggen dat deze wantoestand gauw afgelopen is. Welnu, dat is onzin. Want de eerstkomende zeventig jaar gaat u niet terug naar Jeruzalem.
Na die zeventig jaar – dan komt er vrede; dan is er echt weer toekomst.
Zeventig jaar – dat is ruim twee generaties!
Zeventig jaar – dat is ongeveer net zo lang als één mens heden ten dage leeft!

Vandaag de dag zeggen we vaak dat het onrustig is in onze maatschappij.
Dat is waar.

Er is – bijvoorbeeld – allerlei gedoe in het Forum voor Democratie; geld en macht spelen daar een grote rol.
Er is groot verzuim in de zorgsector; de werkdruk is er hoog.
Hetzelfde verhaal geldt, mutatis mutandis, voor het onderwijs in Nederland; daar is simpelweg te weinig personeel.
Dan is er nog de noodzakelijke beperking van de stikstofuitstoot. Allerlei bouwprojecten staan, vanwege een uitspraak van de Raad van State, nu op losse schroeven.
Ach – wij laten het buitenland nu maar even voor wat het is…

In Jeremia 29 is het dus ook onrustig. Het is geen kwestie van: halleluja, want de samenleving is zo prettig in evenwicht.
Maar juist in die omstandigheden schrijft de profeet Jeremia namens de Here: het loopt uiteindelijk goed af.
Juist in die situatie noteert de woordvoerder van God: er komt een nieuwe tijd aan.
Juist dan schrijft Jeremia: er gloort nieuwe hoop!

Het is belangrijk om de woorden van Jeremia in de context te lezen.
Wij hebben de neiging om op sombere toon op te merken dat we in een donkere tijd leven. En ontegenzeglijk is dat waar.
Maar de profeet Jeremia leert ons om over de grenzen van ons bestaan heen te kijken.
Want de Here zegt: Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester. God kijkt moeiteloos zeventig jaar vooruit.

En het is nog sterker: de God van hemel en aarde kijkt zonder moeite zeventien eeuwen vooruit. In de chronologie van de Bijbelse geschiedenis wordt de zestiende eeuw voor Christus doorgaans beschouwd als de tijd van de aartsvaders – Abraham, Isaak en Jakob. In die tijd weet de Here al dat Jezus Christus komen zal!
Niet voor niets zingen wij in de kerk:
“God is getrouw, zijn plannen falen niet,
Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen.
Die ’t heden kent, de toekomst overziet,
laat van zijn woorden geen ter aarde vallen;
en ’t werk der eeuwen, dat zijn Geest omspant,
volvoert zijn hand”[2].

De God van hemel en aarde weet precies wat Hij doet, en wanneer Hij dat doet.
De Gereformeerde predikant Jan Douma (1873-1958) schrijft in verband met Jeremia 29: “De Heere weet wel, wat Hij met u voorheeft. Vredesgedachten koestert Hij over u. De vloek bergt een zegen in zijn schoot. Doch gij moet Zijn tijd leeren verbeiden. Geen ontijdige verlossing en verheerlijking moogt gij begeeren. Leert toch lijdzaam wachten! God heeft er Zijne heilige bedoelingen mede, wanneer Hij de ballingschap langer laat duren dan gij denkt en wenscht. Want Hij wil u behouden, doch alleen in den rechten weg. Dat is de weg der waarachtige bekeering. Gij moet tot verootmoediging gebracht worden”[3].

In de kerk zingen we derhalve niet gedachteloos: halleluja, met ons gaat alles goed.
Juist in de toestand van alledag mogen we zeggen: er is hoop!
Nee, in de kerk gaan we niet somberen. Toegegeven: in de maatschappij is lang niet alles reuze rooskleurig. Maar één ding is volkomen zeker:
“De Heilge Geest, die in de waarheid leidt,
doet aan Zijn kerk Gods heilgeheimen weten.
Die nimmer van haar wijkt in eeuwigheid
heeft zijn bestek met wijsheid uitgemeten.
Zo bouwt Hij Christus’ kerk van land tot land
met vaste hand”[4].

Noten:
[1] Jeremia 29:11.
[2] Gezang 31:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] J. Douma, “Jeremia de profeet”. – Kampen: J.H. Kok, 1921. – p. 166.
De betreffende predikant, Jan Douma, is zeer waarschijnlijk: Jan Douma, zn. van ds. Egbert Douma en Baatje Zwart, geb. Drachten (gem. Smallingerland) 16 dec. 1873, overl. Arnhem 18 juni 1958, tr. Rotterdam 7 jan. 1897 Willemina Visser, geb. Rotterdam 29 okt. 1872, overl. Den Haag 12 apr. 1929, dr. van Karel Adrianus Visser en Maria de Gast. Predikant te Spijkenisse 1897, Alblasserdam 1902, Leiden (kerk B) 1907, Watergraafsmeer 1911, ’s Gravenhage 1916, Arnhem 1929, met emeritaat 1938. Zie hiervoor https://protestantsegemeenteleiden.nl/wp-content/uploads/2018/08/Predikanten_Gereformeerde_kerk_Leiden_1836-2006.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 3 september 2019.
[4] Gezang 31:3; Gereformeerd Kerkboek-1986.

9 september 2019

Fris

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Ruim vijfenzeventig jaar is het nu geleden: de Vrijmaking van 1944. Men gaat terugkijken. En vooruitkijken, mogen we hopen. Want men kan wel bekijken wat het resultaat van de Vrijmaking was; en het is heel goed om dat te doen. Maar de meest prangende vraag is uiteraard wie er in 2019 op die Vrijmaking voortbouwen, en hoe die bouwers dat dat doen.
Die laatste vraag blijft in dit artikel overigens liggen.
De focus ligt ergens anders.

In het Nederlands Dagblad van zaterdag 31 augustus jl. wordt uitgebreid aandacht aan het thema Vrijmaking toen / de kerk nu.

Men constateert: “…twee predikanten stonden twintig jaar lang in het dorp. Het gemeenteleven zakte in. Tot een van hen werd losgemaakt, de ander met emeritaat ging en er een vacature kwam”[1].

De formulering van hierboven geeft te denken.
In een paar zinnen suggereert men dat die twee dominees vervallen types waren. Sullig. Ouderwets. Niet bij de tijd. En dus zakte het gemeenteleven in. Het was weinig meer dan een plumpudding. Men had de neiging om er een bordje bij te zetten: Implosiegevaar!!
Wat een opluchting dat dat harkerige duo eindelijk uit beeld was! Op naar de moderne wereld!
Kortom – toen dat gedateerde duo verdwenen was werd men pas echt vrijgemaakt. Er kwam een nieuwe vrijheid. Men herademde. De levensruimte nam onmiddellijk met een oneindig aantal vierkante kilometers toe. Een nieuwe levensvreugde zinderde door de kerk.

Daarbij vergeleken is de Bijbel een boek van het jaar nul.
Nou ja, zo’n veertig auteurs schreven de Bijbel in een periode van zo’n 1500 jaar[2]. Het grootste deel van het Boek der Boeken werd zo’n 2500 jaar geleden geschreven[3].
Er zijn mensen die zeggen: dat boek kan onderhand wel bij de museumstukken. In een vitrine of zo. Keurig openliggend. Maar daarenboven ongebruikt.

Wacht eens even.
In Psalm 92 lezen we iets opvallends:
“De rechtvaardige zal groeien als een palmboom,
hij zal opgroeien als een ​ceder​ op de Libanon.
Wie in het ​huis​ van de HEERE geplant zijn,
die mogen groeien in de voorhoven van onze God.
In de ouderdom zullen zij nog vruchten dragen,
zij zullen fris en groen zijn,
om te verkondigen dat de HEERE waarachtig is;
Hij is mijn rots en in Hem is geen ​onrecht”[4].
Pardon?
Wat staat daar?
Zijn oude mensen groen en fris?
Hoe hebben we ’t nu? Immers – oude mensen zijn helemaal niet zo flitsend. Enkelingen daargelaten zien we bij senioren aftakeling, lichamelijk en soms ook mentaal. Hoezo fris?
Zij zijn fris “om te verkondigen, dat de Here waarachtig is”. Onze God blijft, om zo te zeggen, altijd fris. En dat mogen en moeten ouderen blijven zeggen!
De bewoordingen van de Evangelieverkondiging zijn bij oudere predikanten niet altijd even modern. Zij staan op de preekstoel niet te shinen; predikanten zien er soms niet zo flitsend meer uit en klinken ietwat bedaagd.
De bewoordingen van de Evangelieverkondiging zijn niet episch. De prediking is niet steeds van topkwaliteit.
In de Evangelieverkondiging komt niet naar voren dat de dominee op de preekstoel een heleboel skills heeft; capaciteiten of kwaliteiten.
In de Evangelieverkondiging klinkt niet om ’t andere woord de kreet ‘whoop, whoop’. Er wordt niet standaard gejuicht[5].
Maar de God van hemel en aarde is altijd fris. Hij is nota bene bezig aan een totale vernieuwing van de wereld!

Het gemeenteleven in dat dorp van hierboven zakte in. Het werd een duffe boel. En dat was, aldus suggereert het Nederlands Dagblad, de schuld van die ouwe dominees. Die hadden al veel eerder het veld moeten ruimen.
Tja.
Waarom eigenlijk?
Omdat die bijna-geëmeriteerde dominees nooit preekten over Spreuken 11? U weet wel:
“Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal ten val komen,
maar de rechtvaardigen zullen groeien als loof”[6].
Of misschien omdat die bijna-geëmeriteerde dominees nooit preekten over Jeremia 17? U weet wel: “Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt, wiens vertrouwen de HEERE is. Hij zal zijn als een boom, die bij water geplant is, en die zijn wortels laat uitlopen bij een waterloop”[7].

Het ND schrijft: “…twee predikanten stonden twintig jaar lang in het dorp. Het gemeenteleven zakte in”.
De ene dominee werd losgemaakt en de ander ging met emeritaat.
Daarna woei er eensklaps een frisse wind door de kerk.
Tjonge!

Hoe fris waren de kerkgangers in dat dorp, in Bergentheim eigenlijk?
Ergens ruiken die zinnetjes in het ND een beetje onfris.

Noten:
[1] “Van vrijgemaakt naar veelkleurig”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 31 augustus 2019, p. 10-13. Citaat van pagina 10.
[2] Zie https://bijbel.eo.nl/kennismaken/het-ontstaan-van-de-bijbel ; geraadpleegd op maandag 2 september 2019.
[3] Zie: G. Dijkgraaf, “Het ontstaan van de Bijbel (1)”. In: De Saambinder – kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten – , 11 januari 1990, p. 6 en 7.
[4] Psalm 92:13-16.
[5] Voor de in deze alinea gebruikte moderne termen, zie https://www.harpersbazaar.com/nl/cultuur-reizen/a6114/woorden-pubers-pubertaal-puberwoorden/ ; geraadpleegd op maandag 2 september 2019.
[6] Spreuken 11:28.
[7] Jeremia 17:7 en 8 a.

1 juli 2019

Spiritualiteit centraal?

Spiritualiteit is in. Wij moeten op het geestelijke gericht zijn. Beter nog: op de Geest van God.
De van oorsprong Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen maakt er werk van.
Het Nederlands Dagblad meldt op donderdag 27 juni 2019: “De Theologische Universiteit Kampen begint in 2020 een nieuwe eenjarige master spiritualiteit, samen met twee vernieuwingsbewegingen op het gereformeerde erf, het charismatische New Wine en het monastieke Contemplatio.
Dat maakt de vrijgemaakt-gereformeerde theologieopleiding vandaag bekend. Hoogleraar Ad de Bruijne, verantwoordelijk voor de vakgebieden ethiek en spiritualiteit, gaat de master leiden. Hij wordt daarin ondersteund door universitair docent Hans Burger, de Zwolse dominee Jos Douma, die betrokken is bij Contemplatio en veel schrijft over (monastieke) spiritualiteit, en Ronald Westerbeek, de huistheoloog van New Wine. Er worden ook gastdocenten aangetrokken.
De master is bedoeld voor dominees, studenten en allen, bijvoorbeeld geestelijk verzorgers of therapeuten, die in de dagelijkse praktijk te maken hebben met christelijke of juist moderne vormen van spiritualiteit, zegt De Bruijne”.
Er wordt gezegd: “Hoe lees je meer geestelijk de bijbel? Hoe pas je de Bijbel op jezelf toe? Hoe ontmoet je God door de woorden van de Schrift heen? Dat komt ons niet aanwaaien”[1].

Dat laatste is zonder twijfel waar.
Maar wie God wil ontmoeten, door de woorden van de Schrift heen, moet eerst en vooral Zijn Woord lezen. Hij moet geloven wat God zegt. Hij moet in het leven met Hem optrekken. Hij moet, om een Schriftuurlijke term te gebruiken, wandelen met zijn God[2].
Om spiritueel te zijn hoeft men echt niet academisch geschoold te wezen. Iedereen kan het. Ook Jan met de pet.

Spiritualiteit is een vaag woord.
Het is niet in lijn met de Heidelbergse Catechismus. Met Zondag 1 bedoel ik. Leest u maar mee: “Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[3].
Daar is niks vaags aan.
Dat betekent: garanties voor een heerlijk leven, en vervolgens blijmoedig-christelijk aan het werk. Dat betekent: er is een hoop te doen in de wereld – aanpakken!

Is vervolgens alles rozengeur en maneschijn?
Nee. Zeker niet. Integendeel.
Want mensen hebben altijd weer de neiging om bij God weg te lopen. Dat gaat een tijd lang goed; zo lijkt het althans.
Maar de Here ziet heus wel wat er gebeurt. En na verloop van tijd, lange tijd soms, wordt Gods toorn merkbaar. Heel duidelijk merkbaar, soms.

Dat zien wij bijvoorbeeld in Jeremia 9.
Nee, dat is geen opgewekt kapittel in de Bijbel.
Jeremia spreekt over bedrog en trouweloosheid van Gods volk. “Zij gaan voort van slechtheid naar slechtheid”[4]. In het land is niemand meer te vertrouwen. Zelfs vrienden laten elkaar keihard vallen. Onrecht is aan de orde van de dag. De mensen willen God niet eens meer kennen.
Dat kan de Here niet over Zijn kant laten gaan!

Jeremia heft, als woordvoerder van de Here, een klaagzang aan.
Het land is kaal, zegt hij. En onherbergzaam. Je zou het gebied het liefst willen mijden. Voor de vogels is nergens voedsel; zij vertrekken dus ook maar.
Welnu, Jeruzalem zal eenzelfde lot treffen. Het wordt een puinhoop. Niet meer dan onafzienbare rijen ruïnes. Het is duidelijk – daar wil geen kip meer wonen.

En door de ziel prangt een vraag. Eén grote vraag. Waarom?

Jeremia geeft het antwoord.
Gods volk is bij zijn Leider weggelopen. Men heeft niet meer naar Hem geluisterd. Men heeft eigen wetten ontworpen. Men leefde naar eigen inzicht. Alhoewel – echt eigen inzicht was het ten diepste niet. Men heeft het namelijk van vaders en moeders afgekeken. ‘Zo zijn wij opgevoed’, zeggen de mensen in koor.
‘Ik zal u mores leren’, zegt God. Het voedsel zal bestaan uit alsem – niet te eten, zo bitter is het – en galwater. Dat is vieze troep; laten wij dat maar ronduit tegen elkaar zeggen.
Het volk wordt uiteen geslagen; Gods volksgenoten wonen overal en nergens. Zij zijn, als het erop aan komt, nergens thuis. Vreemdelingen zijn ze – allemaal. Inburgeringscursussen zijn er niet. Die helpen trouwens ook niet veel.
Gods volk moet, door toedoen van de almachtige Heer, voortdurend bang zijn voor oorlog en dood. Roep de klaagvrouwen maar gauw, zegt God; dan kunnen de dames zich rap gaan voorbereiden op het droevige werk dat zij moeten gaan doen. Laten zij zo snel mogelijk komen; er is haast bij!
De kerkstad Sion – Jeruzalem – is een metropool van rouw en verdriet. En, zegt de Here, geef het klaaglied maar aan elkaar door. Laten alle vrouwen maar met de klaagliederen meezingen. De dood is vlakbij![5]

Maar daarmee is niet alles gezegd.

Want de Here zegt tegen Zijn woordvoerder: “Spreek: Zo spreekt de HEERE: De dode lichamen van de mensen liggen als mest op het open veld, als een graanschoof achter de maaier, die niemand verzamelt.
Zo zegt de HEERE: Laat een wijze zich niet beroemen op zijn wijsheid, laat de held zich niet beroemen op zijn sterkte, laat een rijke zich niet beroemen op zijn rijkdom. Maar laat wie zich beroemt, zich daarop beroemen dat hij begrijpt en Mij kent dat Ik de HEERE ben, Die goedertierenheid bewijs, recht en ​gerechtigheid​ op de aarde doe, want in die dingen vind Ik vreugde, spreekt de HEERE”[6].

Laten wij thans opnieuw de wereld van 2019 binnenwandelen.

Academisch redeneren over spiritualiteit? Dat klinkt reuze deftig.
Echter – Gereformeerden moeten zich – met een schuin oog op Jeremia 9 – realiseren dat alles van God afhangt. Hij moet ons vasthouden. Hij moet ons, om zo te zeggen, steeds weer aan de gang maken.

Spiritualiteit heeft iets vaags.
Er is een verbinding met iets bovenaards.
En als je die verbinding kwijt bent, moet je ‘m snel weer herstellen.

Laten Gereformeerden zich maar spiegelen aan de positieve taal van de Heidelbergse Catechismus.
Waar geloof is onder meer “een vast vertrouwen, dat de Heilige Geest door het evangelie in mijn hart werkt, dat niet alleen aan anderen, maar ook aan mij vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus”[7].

Laten we ’t nooit vergeten: als wij God maar een beetje laten praten, maken we van ons leven uiteindelijk een puinhoop. En vaak slepen we dan mensen uit onze omgeving in onze afgang mee.
Jeremia leert ons: als u zich dan per se ergens op wilt laten voorstaan, laat het dan maar zijn op het vreugdevolle feit dat u de God van hemel en aarde kent.

Dan schrompelt spiritualiteit ineen.
Dan kunnen allerlei publicaties over menselijke zoektochten in de kast blijven.
Dan wordt spiritualiteit iets uit een wereld waar wij niet bij horen.

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Kampen: master spiritualiteit met New Wine en Contemplatio”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 27 juni 2019, p. 3. En: “Academisch nadenken over een leven met God”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 27 juni 2019, p. 6 en 7.
[2] Zie bijvoorbeeld Micha 6:8: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[4] Jeremia 9:3 b.
[5] Zie voor het bovenstaande Jeremia 9:1-21.
[6] Jeremia 9:22, 23 en 24.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21.

15 april 2019

Rust bij code rood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Wij leven, zegt men, in een onrustige tijd.
Dat klinkt heel actueel. Maar het is van alle eeuwen.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit Jeremia 4. Ik citeer: “Mijn binnenste, mijn binnenste, ik krimp ineen, wanden van mijn ​hart! Mijn ​hart​ is onrustig in mij, ik kan niet zwijgen, want u, mijn ziel, hoort bazuingeschal en krijgsgeschreeuw”[1].

Jeremia is dus ook onrustig.
Waarom?

Wie een ogenblik naar Jeremia 4 als geheel kijkt, ziet dat God Zijn volk oproept om de afgoden weg te doen. ‘Kom bij Mij terug!’.
Spreek de waarheid, zegt God. Zorg voor eerlijke rechtspraak.
Dat trekt ook mensen uit het buitenland aan. Want zij zullen zeggen: wij willen dat ook wel; wij willen ook door de Here gezegend worden!
Maar de God van hemel en aarde spreekt vooral tegen Zijn volk, rechtstreeks en zonder meel in de mond: Begin maar helemaal opnieuw! Ga Mij weer gehoorzamen. Niet alleen met woorden; zorg dat je er met hoofd en hart bij bent.
Maar nee, de boodschap vanuit de hemel is niet alleen maar vreedzaam. In Jeremia 4 heerst geen rustig sfeertje, waarbij je lekker rustig in je stoel achterover kunt leunen.
Het is namelijk code rood!
Alarm!
Wegwezen – en snel!
Want er komt een ramp aan!
Er is een vijand in aantocht, vanuit het noorden. Het land wordt verwoest. Er blijft niets meer van over. In feite wordt het land één grote ruïne. Eén enorme troep – kilometers lang en onafzienbaar breed.
Hé?
Wat is dat nou?
Jeremia begrijpt er niets meer van. Helemaal niets.
De Here had notabene vrede beloofd. En dan krijg je oorlogsdreiging en rampzaligheid!
Maar de Here is onverbiddelijk.
Er komt een verwoestende storm. Want Zijn volk heeft straf verdiend. En niet zo’n klein beetje ook!
De schrik slaat Jeremia om het hart. Zijn geestesoog ziet de vijand met een enorme krijgsmacht oprukken! De mensen in zijn omgeving moeten echt rap zorgen dat ze het veld ruimen!
Welnu, zegt de Here, in feite is het gedrag van Mijn volk de oorzaak van de straf. ’t Is gewoon eigen schuld! Dan had Mijn volk maar beter moeten luisteren, en gehoorzamer moeten wezen.

Het is daarom dat Jeremia zegt: ik ben zo verschrikkelijk onrustig!

We leven in 2019 ook in onrustige tijden, zegt men.
Een paar jaar geleden – het was in 2016 – schreef een Belgische filosoof een boek met de titel ‘Rusteloosheid’[2].
Die filosoof – Ignaas Devisch heet hij – is zelf trouwens ook geen stilzitter. Hij is hoogleraar filosofie in Gent en onderwijst aan de medische faculteit van de Universiteit Gent en de Gentse Arteveldehogeschool[3].
Wat staat er in dat boek? Onder meer dit.
Het leven is uiterst gejaagd. Velen, zeer velen zijn overspannen of zelfs volledig burn-out.
Helemaal niets doen? Daar heeft niemand tijd meer voor…  Echt rondlummelen – nee, dat gaat niet meer werken.
Maar dat verhaal over eindeloze drukte doet eigenlijk al eeuwen de ronde.
Zou het, zo vraagt de Belgische filosoof zich af, zo kunnen wezen dat passie, creativiteit en verlangen bevorderd worden omdat we met z’n allen zo ongedurig zijn?
De schrijver stelt: het is juist goed om het mateloos druk te hebben![4]

Dat klinkt best plausibel.
Maar de vraag is gerechtvaardigd: zou veel van die verterende drukte en een aantal van die (bijna-)overspanningen veroorzaakt kunnen worden doordat men, om het maar eens klassiek uit te drukken, de weg van de Here verlaat?
Wij moeten dat niet uitsluiten. Het is ook niet overdreven om het waarschijnlijk te achten. We mogen er zelfs gerust van uit gaan dat het zo is.

In dat geval is de boodschap voor de kerk duidelijk: luister naar Gods Woord en gehoorzaam Hem. Dat geeft namelijk rust in de ziel.
Niet dat de drukte in het leven er minder groot door wordt. Dat niet. Maar we moeten goed bedenken dat men van werken op zichzelf veelal niet overspannen wordt. Burnout-klachten en dergelijke worden eerst en vooral veroorzaakt door de spanning rond al die arbeid.

Misschien zegt iemand: Jeremia 4 maakt het er allemaal niet vrolijker op. Het is immers allemaal oorlog en verderf? Is dit nu Evangelie?
Maar wie dat mompelt, moet Jeremia 4 nog eens goed lezen.
Want daar staat ook: “Was het kwaad van uw ​hart​ af, ​Jeruzalem, opdat u verlost wordt[5]. En ook: “Want zo zegt de HEERE: Heel het land zal een woestenij worden – toch zal Ik er geen vernietigend einde aan maken[6]. De Heer van hemel en aarde gooit niet voor altijd de hele boel plat.
Er is hoop.
De Here is trouw aan Zijn eens gegeven woord.

Wie dat beseft, ziet dat de vreugde in zijn leven weer opvlamt. Wie zijn leven aan de Here overgeeft, mag en moet het zich realiseren: bij God is het veilig. Overal en altijd!

Noten:
[1] Jeremia 4:19.
[2] De gegevens van dat boek zijn: Ignaas Devisch, “Rusteloosheid – pleidooi voor een mateloos leven”. – Amsterdam: De Bezige Bij b.v., 2016. – 320 p.
[3] Zie https://www.filosofie.nl/nl/artikel/45455/ignaas-devisch-onze-rusteloosheid-hoort-bij-ons.html . Zie over hem ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Ignaas_Devisch . De internetpagina’s zijn geraadpleegd op vrijdag 12 april 2019.
[4] Zie voor een samenvatting van het boek https://www.youbedo.com/boeken/rusteloosheid-9789023494188 ; geraadpleegd op vrijdag 12 april 2019.
[5] Jeremia 4:14 a.
[6] Jeremia 4:27.

25 februari 2019

Licht schijnt in een schijnwereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Misdaadorganisaties dreigen onze samenleving te ondermijnen met hun nietsontziende criminele activiteiten. Deze zware vorm van georganiseerde criminaliteit is weliswaar niet altijd direct even zichtbaar, maar is bezig zich sluipenderwijs in te vreten in de fundamenten van onze samenleving”.
Zo staat dat in de krant[1].
Dat is de situatie van 2019.

De gewone burger voelt zich wellicht machteloos. Wat moet je tegen zo’n onzichtbare macht doen?
De Gereformeerde kerkmens heeft misschien het gevoel dat hij in een andere wereld leeft. En dat is ook zo. Hij is immers toegetreden tot het koninkrijk van God?
En ja, misschien heeft die kerkmens ook wel het idee: laat maar, je kunt er toch niets meer tegen uitrichten.

Verandert er fundamenteel eigenlijk wel iets in de wereld?
Je zou denken van niet.

Sterker – in Jeremia 7 is het nog een graadje erger.
Want daar blijkt het gros van het kerkvolk bedorven te wezen: “Stelt uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden: Des Heren tempel, des Heren tempel, des Heren tempel is dit! een, als gij werkelijk uw handel en wandel betert, als gij werkelijk onder elkander recht doet, vreemdeling, ​wees​ en ​weduwe​ niet verdrukt, geen onschuldig ​bloed​ vergiet op deze plaats en ​andere ​goden​ niet achternaloopt, u tot onheil, dan wil Ik u op deze plaats, in het land dat Ik aan uw vaderen gegeven heb, laten wonen van eeuw tot eeuw. Zie, gij stelt uw vertrouwen op bedrieglijke woorden, zonder bate. Wat? Stelen, doodslaan, echtbreken, vals zweren, voor de ​Baäl​ ​offers​ ontsteken en ​andere ​goden​ achternalopen, die gij niet gekend hebt – en komt gij dan staan voor mijn aangezicht in dit ​huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, en zegt: Wij zijn geborgen! ten einde al deze gruwelen te bedrijven? Is dit ​huis, waarover mijn naam is uitgeroepen, in uw ogen een rovershol? En Ik – zie, Ik heb het wel degelijk opgemerkt, luidt het woord des Heren”[2].

Die proclamatie richt Jeremia aan het adres van mensen die naar de tempel gaan.
De vraag hangt in de lucht: kunt u zo wel naar de kerk gaan?
De kwestie die de profeet aan de orde stelt is deze: je komt er niet met keurige ritueeltjes, met nette kerkgang, met kerkelijke gewoontes die er mooi uit zien.
God prikt moeiteloos door een schijnwereld heen.

Het gaat niet om een schijnwereld, maar om een wereld waarin een licht schijnt.
Het licht van Mattheüs 5 bedoel ik: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen ​lamp​ aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken”[3].
De mensen moeten het licht zien. In huis. En als het een beetje wil, schijnt het licht ook nog een beetje naar buiten.

Misschien… heel misschien schijnt het licht dan ook in de schijnwereld.

Dat samengestroomde volk uit Jeremia 7 ziet Jeremia wel aankomen.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Bouma (1917-2000) omschreef de situatie in een preek eens zo.
Juda weet zich “zich veilig binnen de tempel, die als het ware een asiel vormt in de internationale ellende en spanningen. En men heeft daarvan zelfs z’n feestlied gemaakt. Een kort maar krachtig lied dat zo luid: Des HEREN  tempel, des HEREN tempel, des HEREN tempel is dit!
In de oorspronkelijke taal staat: des HEREN  tempel zijn deze. Daarbij denkt men aan al die gebouwen, er staat namelijk een heel tempelcomplex.
In dat simpele lied, waarin tot drie keer toe wordt genoemd des HEREN tempel, wil men blijkbaar, krachtens die herhaling, de grootst mogelijke nadruk er op leggen, dat deze gebouwen van niemand minder dan van God ZELF zijn. Het is, alsof ze het Hem, die hier tussen de cherubs woont, krachtig en overluid willen toeroepen: HERE, dit alles is toch van U? Daarom moet U maar over uw eigen huis en over uw volk, dat tot eer van U z’n psalmen zingt, de wacht houden. Dit is toch UW huis. U zult het sparen, o God.
Het is alsof men de HERE wil bezweren. Alsof men het Hem wil duidelijk maken: HERE, zie toch eens hoe druk wij bezig zijn met Uw dienst. Laat dit eens te meer reden voor U zijn, ons te sparen. Want als de Egyptische farao komt, of als Nebukadnezar de stad veroverd en het volk zal wegvoeren in ballingschap, wie zal er dan nog zijn om uw eredienst te vervullen? Wij zijn er toch? Houdt dat dan in stand. En als òf de één òf de ander, farao Necho òf Nebukadnezar, uw tempel zal verwoesten, HERE, waar zult U dan nog een plaats op aarde overhouden om er te wonen? Daarom zingen de Judeeërs uit volle borst hun psalm: des HEREN tempel, des HEREN tempel, des HEREN tempel is dit!
En dan in één keer, terwijl het feest zijn hoogtepunt bereikt, verschijnt daar in de tempelpoort,  die toegang geeft tot het voorplein, de gestalte van de profeet Jeremia.
En hoor, hij heeft een boodschap van de HERE, voor hen allemaal.
O ja, ze verwachtten inderdaad een godswoord van de profeet.  Een antwoord op hun eredienst, op hun psalm. Ze rekenen erop dat de HERE  nu toch zou zeggen: stil maar mensen, Ik heb het wel gehoord hoor, Ik heb het wel gezien, Ik zal uw lot wenden en Ik zal u doen gaan op wegen van zegen.
Ik zal aan priesters bevelen, dat ze u die heerlijke zegen meegeven naar uw huizen toe. Dat u vrede krijgt.
Ja, ze rekenden stellig op zo’n goddelijke boodschap. En daar menen ze temeer reden voor te hebben als ze bedenken, dat lang niet alle Judeeërs aan dit feest zijn gaan meedoen.
Ondanks de hervorming die koning Josia heeft doorgevoerd zijn veel Israëlieten opnieuw vervallen in de diensten van andere goden, in de goden van deze eeuw.
Als de HERE dat ziet, dat zij het zijn dan zal Hij toch wel erg blij zijn, dat er toch nog mensen zijn overgebleven die Hem dienen. Dat er nog een ware kerk is, die in zijn heilige tempel samenkomt. Ja, de HERE zal stellig heel blij zijn met dit feest, in zijn tempel. Daarom verwacht men nu een blijde boodschap van de profeet. Men rekent op niet minder dan de vervulling van Gods zegen over het leven. Men rekent op niet minder dan: nu zal het vrede worden.
Maar dan opent de profeet zijn mond: Hoort het Woord des HEREN, o, gans Juda. Gij die door deze poorten binnenkomt om u neder  te buigen voor de HERE; zo zegt de HERE der heerscharen, de God van Israël: Stelt uw vertrouwen niet op bedrieglijke woorden. Bedrieglijke woorden.
Zo noemt de profeet in Gods naam het mooie psalmliedje, dat men zong over de tempel van de HERE.
Bedrieglijke woorden”[4].

Wat een tegenvaller zal dat in Jeremia 7 geweest zijn!

Maar hoe zou het gaan als iets dergelijks in 2019 gebeurde?
Wat zouden wij zeggen als een woordvoerder namens God zei: u doet als paar Gereformeerden wel uw best, maar het is voornamelijk buitenkant…?

Wat het antwoord ook zijn moge – in Jeremia 7 klinken waarschuwingen:
* laat u niet meeslepen in een wereld vol misdaad en criminaliteit
* blijf niet hangen in de gedachte dat deze wereld niet meer te redden is
* blijf zo dicht mogelijk in de buurt van uw Redder!

Dit artikel begint met de strijd tegen synthetische drugs: middelen als efedrine, amfetamine, XTC.
Verdovende middelen dus. Middelen die je in een roes brengen. Bewustzijnsverruimende middelen.

Dergelijke middelen hebben we in de kerk niet nodig.

Door Gods Woord hebben we al zicht op een andere wereld.
Een wereld waar alle schijn heeft afgedaan. Een wereld die voor eeuwig blijft bestaan.
Het is die wereld waarover Jezus het in Mattheüs 5 heeft: “Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn”[5].

Noten:
[1] “Extra agenten voor strijd tegen synthetische drugs”. In: Nederlands Dagblad, maandag 18 februari 2019, p. 1.
[2] Jeremia 7:4-11.
[3] Mattheüs 5:14, 15 en 16.
[4] De preek van ds. H. Bouma gaat over Jeremia 7:1-15 en is gedateerd op zondag 14 augustus 1983. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Jeremia’s profetie tegen Juda’s vals vertrouwen op zijn tempel.
Jeremia predikt hierin:
1. de voorwaarde die de HERE verbindt aan zijn tempelzegen (de verzen 1 tot en met 7).
2. de schending van Gods tempelwet door Juda (vers 8 tot en met 11 a).
3. de onafwendbare komst van het tempelgericht (vers 11 b tot en met 15).
[5] Mattheüs 5:11 en 12.

31 januari 2019

Vooruitzicht in de verzuchtingen

Klaagliederen – de naam van dat Bijbelboek zegt al veel. Er wordt in geklaagd. En niet zo’n klein beetje ook.
De profeet Jeremia componeert de liederen naar aanleiding van het feit dat Juda wordt veroverd door koning Nebukadnezar II. De ‘bovenlaag’ van de bevolking wordt in ballingschap weggevoerd naar Babel. De tempel van Salomo wordt verwoest[1].

Het Bijbelboek Klaagliederen verwoordt een zwaar lijden. Er is sprake van diepe rouw.
Er wordt echter ook schuld beleden. Er kan, zo blijkt, worden gesproken van collectieve schuld; bijkans heel het volk is ontrouw geworden aan God.

Maar in die deplorabele omstandigheden is toch ook Gods genade zichtbaar.
En nee, de Here stoot Zijn volk niet voor altijd weg.
Nee, de Here straft Zijn kinderen niet voor Zijn plezier. Integendeel! Maar de Here is beslist geen goedzak die alles maar goed vindt.

Het zijn echt klaagliederen.
Ze zijn heel poëtisch opgebouwd. Een exegeet schrijft: “Elk klaaglied bevat 22 verzen, naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet (Aleph, Beth, enz.), behalve hoofdstuk 3, dat 66 verzen heeft. Oorspronkelijk begint ieder vers met een Hebreeuwse letter in de volgorde van het alfabet, zoals ook sommige Psalmen, behalve het vijfde en laatste hoofdstuk. Hoofdstuk 3 bevat 66 verzen, beginnend met 3x A, dan 3x B, enz. Voor deze acrostische vorm is gekozen om aan te duiden dat het gaat om een allesomvattend verdriet (van A tot Z)”[2].

In Klaaglied 3 beschrijft Jeremia het diepe leed dat hij heeft doorstaan en zijn indringend gebed. Verder geeft hij duidelijk aan dat hij het nu van God verwacht.
Als er nu wat gaat veranderen, moet dat van Gods kant komen.

En er is één ding dat Jeremia heel zeker weet: de Here is de grote Eigenaar van zijn leven; de redding komt van Hem!
In Schriftuurlijke taal klinkt dat zo:
“Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel,
daarom zal ik op Hem hopen”[3].

Concentreert Jeremia zich vooral op zichzelf?
Nee.
Want in Klaaglied 3 zegt hij ook:
“Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn,
dat Zijn ​barmhartigheid​ niet opgehouden is!”[4].
En:
“Goed is de HEERE voor wie Hem verwacht,
voor de ziel die Hem zoekt”[5].
Dat geldt dus voor iedereen.
Nee, Jeremia voert in de Klaagliederen beslist geen onemanshow op. In de Klaagliederen zien we geen eenzame sterveling die wanhopig een spandoek omhoog houdt. Jeremia heeft het oog op al zijn volksgenoten!

Waarom heeft Jeremia zo’n brede blik?
Antwoord: omdat hij zicht heeft op Gods trouw.
David, de dichter van Psalm 16 noemt de Here “mijn enig deel en mijn ​beker”[6].
De Here is mijn deel – dat zegt de dichter van Psalm 119 ook:
“De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd
dat ik Uw woorden in acht zal nemen”[7].
Mijn deel is de Here – die belijdenis betekent: de Here heeft, met mij en met heel Zijn volk, een verbond gesloten. Daarom zal Hij mij trouw zijn. En nee, Hij laat ons niet zitten. Nee, Hij laat ons niet zakken.
Dat is een zekerheid.
Nee, niet omdat God zo nu en dan een oogje dichtknijpt.
Die garantie is er omdat de Heer van hemel en aarde Zijn Verbondsvolk een toekomst biedt. Een toekomst voor Jeremia. En – bijvoorbeeld – voor Paulus, voor Timotheüs, voor Titus en… ja ook voor gelovige mensen van 2019.

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die op zondag 24 september 1972 te Langeslag preekte over Klaagliederen 3:22, 23 en 24[8].
Het thema van zijn preek was: “In het verbond van het verleden ligt het heden en de toekomst”.
Schilder verdeelde zijn preek in drie bijna poëtisch klinkende punten:
“1. Het verleden is niet voorbij
2. Het heden is meer dan nu
3. De toekomst is begonnen”.
In de formuleringen klinkt door dat de Here met Zijn werk doorgaat. Het leven is één, het hangt niet van stukjes aan elkaar. Van de eerste tot de laatste dag op aarde werkt de Here aan het heil van Zijn kinderen. Hij brengt hen bijeen. Hij leidt hen naar een nieuwe volmaakte wereld!

Even tussendoor –
wij leven in een tijd waarin mensen graag zelf kerkelijke keuzes maken. De één blijft Gereformeerd, nummer twee gaat naar een gemeente in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk en een derde wordt baptist.
Welnu – de Klaagliederen doen ons weer eens beseffen dat onze God één volk formeert. Niet twee, of drie!

Wat moeten wij met de Klaagliederen beginnen in de eenentwintigste eeuw?
Meer precies: wat moeten wij in 2019 aanvangen met het derde Klaaglied?

Wij hebben de neiging om veel te klagen.
Over de maatschappij bijvoorbeeld, waarin de verdorvenheid soms de standaard lijkt te worden.
Over de kerk bijvoorbeeld. Want die is Gereformeerd, doch nog lang niet ideaal.
Over onze familie bijvoorbeeld. Want we zijn weinig meer dan los zand. De levensstijlen en levensovertuigingen staan mijlenver uit elkaar. En onze keuzes worden heel vaak niet begrepen.
Over onszelf bijvoorbeeld. Want wie herkent onze kwaliteiten eigenlijk nog? Kijkt iedereen en alles over ons heen?
Laten we ’t maar ronduit zeggen: klagen mag best; als we dat maar aan het goede adres doen!

Het derde Klaaglied stimuleert ons om, ondanks alles, te letten op Gods genade.
Want we mogen dan wel klagen, maar feit is dat we nog leven. En er zit perspectief in ons bestaan; het is immers volstrekt helder dat de Heer van hemel en aarde zijn verbond nimmer vergeten zal!

Het derde Klaaglied laat ons zien hoe nuttig het is om eens van een afstandje naar ons leven te kijken en de zaken vervolgens nuchter op een rijtje te zetten.
En wat zien en horen wij dan?
Wij merken veel irritaties, ergernissen en voelen diepe teleurstellingen. En is dat onterecht? Nee, vaak niet.
Maar laten wij bij al ongemak, al die gramschap en ons misnoegen nimmer Gods verbond vergeten. Hij gaat door met Zijn kerkvergaderend werk!

Zing dus maar mee met Psalm 44:
“Wij moesten al dit leed ervaren,
maar bleven uw verbond bewaren.
Geen ontrouw heeft ons hart bekoord,
wij gingen in uw wegen voort”[9].
En:
“Wij zijn in stof terneergedrukt;
sla ons in uw ontferming gade.
Naar lijf en ziel gaan wij gebukt.
Sta op, verlos ons uit genade”[10].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/586_v.Chr. ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[2] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/K/Klaagliederen ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[3] Klaagliederen 3:24.
[4] Klaagliederen 3:22.
[5] Klaagliederen 3:25.
[6] Psalm 16:5.
[7] Psalm 119:57.
[8] In die dienst werd kandidaat Cl. Stam als predikant bevestigd. Het bericht daarover stond op woensdag 27 september 1972 op pagina 2 van het Nederlands Dagblad.
[9] Psalm 44:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 44:8 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.