gereformeerd leven in nederland

31 januari 2019

Vooruitzicht in de verzuchtingen

Klaagliederen – de naam van dat Bijbelboek zegt al veel. Er wordt in geklaagd. En niet zo’n klein beetje ook.
De profeet Jeremia componeert de liederen naar aanleiding van het feit dat Juda wordt veroverd door koning Nebukadnezar II. De ‘bovenlaag’ van de bevolking wordt in ballingschap weggevoerd naar Babel. De tempel van Salomo wordt verwoest[1].

Het Bijbelboek Klaagliederen verwoordt een zwaar lijden. Er is sprake van diepe rouw.
Er wordt echter ook schuld beleden. Er kan, zo blijkt, worden gesproken van collectieve schuld; bijkans heel het volk is ontrouw geworden aan God.

Maar in die deplorabele omstandigheden is toch ook Gods genade zichtbaar.
En nee, de Here stoot Zijn volk niet voor altijd weg.
Nee, de Here straft Zijn kinderen niet voor Zijn plezier. Integendeel! Maar de Here is beslist geen goedzak die alles maar goed vindt.

Het zijn echt klaagliederen.
Ze zijn heel poëtisch opgebouwd. Een exegeet schrijft: “Elk klaaglied bevat 22 verzen, naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet (Aleph, Beth, enz.), behalve hoofdstuk 3, dat 66 verzen heeft. Oorspronkelijk begint ieder vers met een Hebreeuwse letter in de volgorde van het alfabet, zoals ook sommige Psalmen, behalve het vijfde en laatste hoofdstuk. Hoofdstuk 3 bevat 66 verzen, beginnend met 3x A, dan 3x B, enz. Voor deze acrostische vorm is gekozen om aan te duiden dat het gaat om een allesomvattend verdriet (van A tot Z)”[2].

In Klaaglied 3 beschrijft Jeremia het diepe leed dat hij heeft doorstaan en zijn indringend gebed. Verder geeft hij duidelijk aan dat hij het nu van God verwacht.
Als er nu wat gaat veranderen, moet dat van Gods kant komen.

En er is één ding dat Jeremia heel zeker weet: de Here is de grote Eigenaar van zijn leven; de redding komt van Hem!
In Schriftuurlijke taal klinkt dat zo:
“Mijn deel is de HEERE, zegt mijn ziel,
daarom zal ik op Hem hopen”[3].

Concentreert Jeremia zich vooral op zichzelf?
Nee.
Want in Klaaglied 3 zegt hij ook:
“Het is de goedertierenheid van de HEERE dat wij niet omgekomen zijn,
dat Zijn ​barmhartigheid​ niet opgehouden is!”[4].
En:
“Goed is de HEERE voor wie Hem verwacht,
voor de ziel die Hem zoekt”[5].
Dat geldt dus voor iedereen.
Nee, Jeremia voert in de Klaagliederen beslist geen onemanshow op. In de Klaagliederen zien we geen eenzame sterveling die wanhopig een spandoek omhoog houdt. Jeremia heeft het oog op al zijn volksgenoten!

Waarom heeft Jeremia zo’n brede blik?
Antwoord: omdat hij zicht heeft op Gods trouw.
David, de dichter van Psalm 16 noemt de Here “mijn enig deel en mijn ​beker”[6].
De Here is mijn deel – dat zegt de dichter van Psalm 119 ook:
“De HEERE is mijn deel, ik heb gezegd
dat ik Uw woorden in acht zal nemen”[7].
Mijn deel is de Here – die belijdenis betekent: de Here heeft, met mij en met heel Zijn volk, een verbond gesloten. Daarom zal Hij mij trouw zijn. En nee, Hij laat ons niet zitten. Nee, Hij laat ons niet zakken.
Dat is een zekerheid.
Nee, niet omdat God zo nu en dan een oogje dichtknijpt.
Die garantie is er omdat de Heer van hemel en aarde Zijn Verbondsvolk een toekomst biedt. Een toekomst voor Jeremia. En – bijvoorbeeld – voor Paulus, voor Timotheüs, voor Titus en… ja ook voor gelovige mensen van 2019.

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die op zondag 24 september 1972 te Langeslag preekte over Klaagliederen 3:22, 23 en 24[8].
Het thema van zijn preek was: “In het verbond van het verleden ligt het heden en de toekomst”.
Schilder verdeelde zijn preek in drie bijna poëtisch klinkende punten:
“1. Het verleden is niet voorbij
2. Het heden is meer dan nu
3. De toekomst is begonnen”.
In de formuleringen klinkt door dat de Here met Zijn werk doorgaat. Het leven is één, het hangt niet van stukjes aan elkaar. Van de eerste tot de laatste dag op aarde werkt de Here aan het heil van Zijn kinderen. Hij brengt hen bijeen. Hij leidt hen naar een nieuwe volmaakte wereld!

Even tussendoor –
wij leven in een tijd waarin mensen graag zelf kerkelijke keuzes maken. De één blijft Gereformeerd, nummer twee gaat naar een gemeente in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk en een derde wordt baptist.
Welnu – de Klaagliederen doen ons weer eens beseffen dat onze God één volk formeert. Niet twee, of drie!

Wat moeten wij met de Klaagliederen beginnen in de eenentwintigste eeuw?
Meer precies: wat moeten wij in 2019 aanvangen met het derde Klaaglied?

Wij hebben de neiging om veel te klagen.
Over de maatschappij bijvoorbeeld, waarin de verdorvenheid soms de standaard lijkt te worden.
Over de kerk bijvoorbeeld. Want die is Gereformeerd, doch nog lang niet ideaal.
Over onze familie bijvoorbeeld. Want we zijn weinig meer dan los zand. De levensstijlen en levensovertuigingen staan mijlenver uit elkaar. En onze keuzes worden heel vaak niet begrepen.
Over onszelf bijvoorbeeld. Want wie herkent onze kwaliteiten eigenlijk nog? Kijkt iedereen en alles over ons heen?
Laten we ’t maar ronduit zeggen: klagen mag best; als we dat maar aan het goede adres doen!

Het derde Klaaglied stimuleert ons om, ondanks alles, te letten op Gods genade.
Want we mogen dan wel klagen, maar feit is dat we nog leven. En er zit perspectief in ons bestaan; het is immers volstrekt helder dat de Heer van hemel en aarde zijn verbond nimmer vergeten zal!

Het derde Klaaglied laat ons zien hoe nuttig het is om eens van een afstandje naar ons leven te kijken en de zaken vervolgens nuchter op een rijtje te zetten.
En wat zien en horen wij dan?
Wij merken veel irritaties, ergernissen en voelen diepe teleurstellingen. En is dat onterecht? Nee, vaak niet.
Maar laten wij bij al ongemak, al die gramschap en ons misnoegen nimmer Gods verbond vergeten. Hij gaat door met Zijn kerkvergaderend werk!

Zing dus maar mee met Psalm 44:
“Wij moesten al dit leed ervaren,
maar bleven uw verbond bewaren.
Geen ontrouw heeft ons hart bekoord,
wij gingen in uw wegen voort”[9].
En:
“Wij zijn in stof terneergedrukt;
sla ons in uw ontferming gade.
Naar lijf en ziel gaan wij gebukt.
Sta op, verlos ons uit genade”[10].

Noten:
[1] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/586_v.Chr. ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[2] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/K/Klaagliederen ; geraadpleegd op donderdag 24 januari 2019.
[3] Klaagliederen 3:24.
[4] Klaagliederen 3:22.
[5] Klaagliederen 3:25.
[6] Psalm 16:5.
[7] Psalm 119:57.
[8] In die dienst werd kandidaat Cl. Stam als predikant bevestigd. Het bericht daarover stond op woensdag 27 september 1972 op pagina 2 van het Nederlands Dagblad.
[9] Psalm 44:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 44:8 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

28 januari 2019

Niets is te wonderlijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Zie, Ik ben de HEERE, de God van alle vlees. Zou ook maar iets voor Mij te wonderlijk zijn?”.

Die vraag wordt gesteld in Jeremia 32[1].
En het antwoord op die vraag ligt voor de hand: nee, voor de Here is niets te gek; zelfs voor het grootste wonder draait Hij Zijn hand niet om!

Wanneer zegt de Here dat?

In Jeremia 32 moet Jeremia in opdracht van de Here een akker kopen. Zijn neef Hanameël komt naar Jeremia toe om de akker te koop aan te bieden. Jeremia krijgt het eerste recht van koop.
Dat gebeurt in tamelijk bijzondere omstandigheden. Want waar bevindt Jeremia zich? Antwoord: in de gevangenis.
Koning Zedekia heeft Jeremia laten arresteren, omdat hij geprofeteerd heeft over de inname van Jeruzalem. En, had Jeremia gezegd, Zedekia wordt ook naar Babel gedeporteerd. Welnu – dat soort boodschappen wenst Zedekia niet te horen. Dat pessimistische gepraat… de koning heeft er zijn buik vol van! Al die berichten uit de hemel… Zedekia wil er niet meer naar luisteren!
Als Hanameël het aanbod van de akker komt doen, begrijpt Jeremia het: dit is echt een dienstorder van de Here!
Gehoorzaam koopt hij het bouwland dat te koop staat. Er komt een officieel document, waarin de aankoop wordt bevestigd – keurig in tweevoud, zoals de Israëlitische wet dat voorschrijft. De koopbrieven worden netjes en zeer zorgvuldig bewaard.
Al met al is het, vanuit de mens bezien, echter een buitengewoon merkwaardige gang van zaken.
Een akker kopen in oorlogstijd? En dat terwijl de Babylonische legers al voor de stad staan om de macht over te nemen! Dat is hoogst opmerkelijk. In zo’n onzekere tijd ga je toch niet uitgebreid zaken zitten doen?

Jeremia begrijpt het ook niet. Natuurlijk, hij heeft gedaan wat de Here zei. Maar de logica van de gang van zaken ontgaat Jeremia volledig. Daarom gaat hij in gebed naar de Here toe.
Jazeker, Jeremia erkent het –
De God van hemel en aarde is machtig en wijs
De God van hemel en aarde ziet alles; Hij houdt het doen en laten van alle wereldburgers zorgvuldig in het oog
De God van hemel en aarde heeft indertijd in Egypte grote dingen gedaan: een heel volk bevrijdde Hij van slavernij en onderdrukking.
De God van hemel en aarde doet in de hele wereldgeschiedenis, en ook in de tijd van Jeremia geweldige dingen
Maar dit? –
De Here straft Zijn volk. En, meent Jeremia, de almachtige God heeft groot gelijk. Want heel het gepeupel loopt voortdurend bij de Here vandaan.
De Here heeft er Zelf voor gezorgd dat Jeruzalem ingenomen gaat worden. Oorlogstuig is er in overvloed. Voedsel wordt niet meer aangevoerd. Er breken ziektes uit; de pest bijvoorbeeld.
Kortom – Jeruzalem gaat plat.
En nu is er die aankoop van de akker.
Dat slaat toch nergens op?
Dat is toch het domste wat je kunt doen?

Hoe reageert de God van hemel en aarde op deze menselijke logica?
Ik citeer:
“Welnu, daarom, zo zegt de HEERE, de God van Israël, van deze stad, waar u van zegt: Zij is door het ​zwaard, door de honger en door de pest in de hand van de ​koning​ van ​Babel​ gegeven: Zie, Ik ga hen bijeenbrengen uit al de landen waarheen Ik hen in Mijn toorn, in Mijn grimmigheid en in grote verbolgenheid verdreven zal hebben, en Ik zal hen terugbrengen naar deze plaats en hen onbezorgd doen wonen. Zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ík zal hun tot een God zijn. Ik zal hun één ​hart​ en één weg geven om Mij te vrezen, alle dagen, hun ten goede, en hun ​kinderen​ na hen. Ik zal een eeuwig ​verbond​ met hen sluiten, dat Ik Mij van achter hen niet zal afwenden, opdat Ik hun goeddoe. En Ik zal Mijn vreze in hun ​hart​ geven, zodat zij niet van Mij afwijken. Ik zal Mij over hen verblijden en hun goeddoen. En Ik zal hen in getrouwheid in dit land planten, met heel Mijn ​hart​ en met heel Mijn ziel”[2].

De Here geeft een ommekeer.
De God van hemel en aarde begint helemaal opnieuw.
De God van het verbond maakt Zijn naam waar.

Er zijn heel wat mensen die het vandaag de dag niet meer zo zien zitten. Zelfs de meest orthodoxe gelovigen worden bevangen door twijfels.
Wat zie je nou van de kerk?
Wat heb je in de dagelijkse praktijk aan je geloof?
De invloed van God en geloof is vrijwel nihil. Het lijkt er op dat een fenomeen als Blue Monday – deprimaandag – in Nederland nog het meest samenbindend werkt[3]. Toegegeven – schaatsmarathons helpen ook. Maar verder?
De wereld dendert van onrecht.
Het zogeheten kinderpardon, bedoeld voor kinderen die voor hun achttiende langer dan 5 jaar in Nederland verblijven en niet langer dan drie maanden buiten het toezicht van de overheid hebben gestaan, levert bij tijd en wijle verhitte discussies op; de vonken spatten er zo’n beetje af. Intussen komen vele kinderen in het nauw.
De mensen raken zo nu en dan verstrikt in hun eigen redeneringen. Vromen die eertijds diepgelovig waren zien het niet meer zitten.

Jeremia 32 pepert het ons weer eens in: de God van hemel en aarde is in staat de situatie van de wereld 180 graden te draaien!

Kent u Zondag 21 nog?
Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus bedoel ik.
Daarin belijden we “dat de Zoon van God uit het hele menselijke geslacht Zich een gemeente, die tot het eeuwige leven uitverkoren is, van het begin van de wereld tot aan het einde vergadert, beschermt en onderhoudt. Hij doet dit door zijn Geest en Woord in eenheid van het ware geloof. En ik geloof dat ik van deze gemeente een levend lid ben9 en eeuwig zal blijven”[4].
En:
“Omdat Christus voldaan heeft, wil God nooit meer denken aan al mijn zonden, ook niet aan mijn zondige aard, waartegen ik mijn leven lang moet strijden. Maar God schenkt mij uit genade de gerechtigheid van Christus, zodat ik nooit meer door Hem veroordeeld word”[5].
Dus –
door Christus’ werk is het leven van Gods kinderen 180 graden gedraaid
door Christus’ werk kent het leven van Gods kinderen een revolutionaire ommekeer
door Christus’ werk komt het leven tot rust.

Jeremia predikt in Juda.
De heersers van zijn tijd ergeren zich bont en blauw aan zijn prediking.
Maar het blijkt nog maar een begin. Immers – “… zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[6].

Dat Evangelie proclameert de kerk. Ook in 2019.
Nee, in Nederland luisteren velen niet meer naar die blijde Boodschap.
Maar dat kan best weer veranderen.
Zou voor God ook maar iets te wonderlijk zijn? De vraag stellen is haar beantwoorden!

Noten:
[1] Jeremia 32:27.
[2] Jeremia 32:36-41.
[3] Zie over Blue Monday https://nl.wikipedia.org/wiki/Blue_Monday_(dag) ; geraadpleegd op dinsdag 22 januari 2019.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 54.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, antwoord 56.
[6] Johannes 3:16.

8 maart 2018

Over Gods wil

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Volgelingen van Christus hebben de diepe wens om Gods wil te doen[1]. Het wordt vandaag de dag ook wel expliciet gezegd: het is Gods wil dat ik dit of dat doe. In mijn brein zwerft dan meestentijds een vraagteken: hoe weet die spreker nu zo zeker dat hij met zijn besluit werkelijk Gods wil uitvoert?

Wellicht kent u het onderscheid tussen de verborgen wil van God en Zijn geopenbaarde wil.
In de Bijbel heeft God geopenbaard wat Hij wil: gehoorzaamheid.
De Here heeft een plan met de wereld. Hij gaat iets nieuws met de wereld doen. Zijn wil kennen wij niet. Die is verborgen. Maar die is er wel. De Here heeft de leiding in de wereld. Hij werkt aan een plan dat nog verborgen is.

In verband daarmee vraagt de Here:
* geloof: de beloften die de God aan Zijn kinderen heeft gedaan worden realiteit
* gebed: daarin spreken wij de hoop uit dat wij hoe langer hoe beter leren gehoorzame kinderen te zijn.
Wat dit betreft is Gods Zoon, Jezus Christus, ons voorbeeld.
In Marcus 1 kunnen we lezen: “En ’s morgens vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op, ging naar buiten en begaf Zich naar een eenzame plaats, en bad daar”[2]. Hoeveel bezigheden er ook waren, altijd had Hij tijd om te bidden. Het belang van bidden stond voor onze Heiland gelijk aan het voedsel van de dag. Kijkt u maar in Johannes 4. Daar zegt Jezus tegen Zijn discipelen: “Mijn voedsel is dat Ik de wil doe van Hem Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng”[3].

Nee, het is niet altijd meteen duidelijk wat de wil van God is.
Neem nu de volgende situatie.
Een meisje komt een lieve jongen tegen. De jongen is ongelovig. Even zo goed vindt het meisje hem heel lief. Mogen zij een relatie aangaan? We weten het: een ongelijk span is geen goede zaak. Maar stel nu eens dat de lieve jongen niet geheel afwijzend tegenover geloof en kerk staat. Moet men het aangaan van die relatie dan helemaal afwijzen? Het kan immers best gebeuren dat de betreffende jongeman een heel gelovig mens wordt. Welnu, in een dergelijk geval zeg ik: laten we even afwachten. Maar ik zeg ook: laat er spoedig meer duidelijkheid komen; want hoe langer de verkering duurt, hoe moeilijker het wordt om, indien nodig, de relatie te verbreken.

Ach, wij vragen ons – denk ik – allemaal wel eens af wat de wil van God in een concrete situatie is. Als het een beetje tegenzit kunt u, geachte lezer, zonder veel moeite omstandigheden bedenken die nogal wat gecompliceerder zijn dan de hierboven genoemde.
De wil van God is niet altijd meteen duidelijk.
Sterker nog: twee mensen kunnen met betrekking tot eenzelfde kwestie verschillende beslissingen nemen, en vervolgens allebei menen dat zij Gods wil doen. Iets dergelijks komt al in de Bijbel voor. In Jeremia 28 zien we twee profeten, Jeremia en Hananja, die beiden claimen het Woord van God te brengen. Ik wijs ook op Handelingen 21. Paulus krijgt via een profeet te horen wat hem in Jeruzalem te wachten staat. Mensen om hem heen proberen Paulus te bewegen om níet naar Jeruzalem te reizen. Maar Paulus besluit toch te gaan. Het slot van de betreffende perikoop is bijna dramatisch: “En toen hij zich niet liet overtuigen, deden wij er het zwijgen toe, en zeiden: Laat de wil van de Heere geschieden”[4].
Soms duurt het even voordat duidelijk is welke weg wij moeten lopen om in ons leven metterdaad met God te wandelen.
Het wordt er, kortom, niet makkelijker op.

Moeten we nu slachtofferig zeggen dat we het allemaal niet kunnen overzien? Moeten we maar mompelen dat we enigszins gedupeerde mensen zijn die wel zullen zien waar het schip strandt?
Het lijkt me dat ware gelovigen niet het aureool van geteisterde onwetenden moeten hebben.
We mogen best blij zijn met de predestinatie, met de voorbeschikking dus. De Here laat daarin Zijn bijzondere zorg zien. Hij is vlakbij ons. Hij bemoeit Zich heel intensief met ons. De Here heeft een verbond met Zijn kinderen. Hij is, om zo te zeggen, rechtstreeks met ons verbonden.
Maar die voorbeschikking hoort bij God. Wij kunnen daar maar weinig over zeggen. Laat ik het maar populair zeggen: we hoeven ons er niet druk over te maken. Wij hebben al meer dan genoeg te doen als we onze eigen verantwoordelijkheid nemen. Dominee E. Brink vatte die verantwoordelijkheid eens in vier woorden samen:
* “overwegen
* beraadslagen
* bezinnen
* beslissen”[5].
Wij moeten de Here God alle eer geven die Hem toekomt.
Maar daarmee is niet gezegd dat de mens niets meer te vertellen heeft. Wij mogen best vragen stellen aan de hemelse God. Maar van een volledig vrije wil kunnen we niet spreken. Zonder God kunnen we niets doen. Helemaal niets. En bovendien: we moeten Gods eer altijd in beeld blijven houden.
God buigt Zich naar ons over. Wij bewegen ons steeds meer naar Hem toe. De verbondsrelatie is er dus één waar beweging in zit. Er gebeurt van alles in. De bovengenoemde dominee Brink schreef: “We gaan uit van een persoonlijke en levende relatie, en niet van een filosofische of dogmatische speculatie”.

Het bovenstaande overziende constateer ik allereerst dat bescheidenheid op zijn plaats is.
Want in deze zaken schieten menselijke gedachtespinsels en verklaringen ernstig tekort.
Verder trek ik de conclusie dat we dankbaar mogen zijn.
De hemelse God betrekt zondige mensen in Zijn planmatige werk. Dat is, op de keper beschouwd, verbazingwekkend!
Onze levensroeping is: Hem dienen op de plek waar de Here ons heeft neergezet.
Laten we maar gewoon aan het werk gaan.
Gelovig.
Biddend.
En eerbiedig.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 3 maart 2009.
[2] Marcus 1:35.
[3] Johannes 4:34.
[4] Handelingen 21:14.
[5] Ds. E. Brink, “Leefruimte: Gods beschikking en onze bewegingsvrijheid”. In: Nader Bekeken, jg. 16 nr 2 (februari 2009), p. 41-43. Citaten van p. 41 en p. 42.

5 februari 2018

Niet betrokken

Op vrijdag 26 januari jongstleden meldde het Reformatorisch Dagblad: “De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKV) hebben zich donderdag officieel aangesloten bij het Interkerkelijk Dovenpastoraat (IDP). Het IDP wordt nu door vier kerkgenootschappen gedragen”.

Dat binnen de GKv momenteel heel interkerkelijk wordt gedacht is geen nieuws.

Maar er stond iets bij dat aan het denken zette.
Dat was dit.
“Ds. J. Oosterhuis, voorzitter van het deputaatschap pastorale zorg aan doven en slechthorenden van de GKV, memoreerde de afgelegde weg van ‘moeite en pijn’ voordat de GKV bereid waren tot aansluiting bij het IDP. ‘Het besluit om de pastorale zorg binnen eigen kerkelijke organisaties te regelen, paste destijds in het denken binnen de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt’, verduidelijkte de predikant uit Hasselt. ‘Maar de tijden zijn veranderd. In de kring van de GKV nam de kerkelijke betrokkenheid af, zowel onder dove en slechthorende gemeenteleden als onder de andere gemeenteleden, waardoor het steeds moeilijker wordt vrijwilligers te vinden. De noodzaak tot samenwerking met andere kerken in de zorg voor doven werd binnen de GKV steeds meer gevoeld’”[1].

De kerkelijke betrokkenheid neemt af.
Het vinden van vrijwilligers is moeilijk geworden.
De betrokkenheid is verdwenen.
De motivatie is weg.

Wat doet gij in een dergelijk geval?
Laten we eens in de Bijbel lezen.

Het woord ‘betrokkenheid’ komt in Gods Woord niet voor.
Het woord ‘betrokken’ wel. Maar dan in de betekenis van: onwelwillend, geërgerd.

Zo komen we het tegen in Jeremia 3.
Maar de Here is in Jeremia 3 niet onwelwillend. In Zijn spreken is Hij een en al genade. Leest u maar mee: “Ga deze woorden prediken tegen het noorden, en zeg: Keer terug, afvallig Israël, spreekt de HEERE, Mijn aangezicht is tegenover u niet betrokken,want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE, Ik handhaaf Mijn toorn niet voor eeuwig. Alleen, erken uw ongerechtigheid, want u bent tegen de HEERE, uw God, in opstand gekomen, en u hebt zich in alle richtingen verspreid op zoek naar de vreemden, onder elke bladerrijke boom, maar u hebt niet geluisterd naar Mijn stem, spreekt de HEERE”[2].

Hierboven staat een oproep tot bekering:
* ga weer naar Mij luisteren
want:
* Ik blijf niet eeuwig toornig
* Mijn goedertierenheid en genade voeren de boventoon.

Laat ik het meteen maar zeggen: als kerkmensen zich dagelijks tot God bekeren keert de motivatie elke dag terug. Zonder mankeren. Dan golft de Geestdrift steeds weer door de ziel. Het elan van de Heilige Geest is dan voortdurend aanwezig.
Ziet u wat er ten diepste bij de GKv aan schort?

In Jeremia 3 en het begin van hoofdstuk 4 wordt een vergelijking gemaakt.
Israël heeft een harde les geleerd. Israël, de bruid van God, is namelijk ontrouw geweest. Nee, niet één keer maar zelfs bij herhaling. De dienst aan afgoden was aan de orde van de dag. En de leiders gingen erin voor. Israël wordt gevonnist. Veroordeeld. En verstoten.
En hoe gaat het nu met Juda?
Wij zouden kunnen zeggen: Juda heeft wel wat verder gekeken dan de neus lang is. Ze hebben over de grens met het noordelijke tienstammenrijk gekeken, en gedacht: ‘Nou, nou, wat gaat het daar tekeer! Dat moeten wij maar niet beleven!’.
Dat hoeven wij niet te zeggen. Wij hoeven dat niet te denken.
Welnee.
Niets van dat alles.
Integendeel.
Ja, Juda heeft wel gezien en gehoord wat er bij de buren gebeurde. Maar in reactie daarop heeft men een hardere opstelling gekozen. Juda vermeerdert schuld!

Te midden van die afkerigheid klinkt de proclamatie van de Here: “Keer terug, afkerige ​kinderen, spreekt de HEERE, want Ík heb u getrouwd. Ik zal u nemen, één uit een stad en twee uit een geslacht, en Ik zal u naar Sion brengen. Ik zal u ​herders​ geven naar Mijn ​hart, die u zullen weiden met kennis en verstand”[3].

Het is de Here Zelf die hier een ommekeer geeft.
Er zal een overblijfsel, een rest van het volk zijn dat wel naar de Here luisteren wil.
Er zullen goede herders komen die de natie de goede kant op sturen!

Wat moeten wij van deze dingen zeggen?

Misschien zijn er wel lezers die mompelen: zie je wel, de vrijgemaakten hebben het weer gedaan… Intussen kunnen we er niet omheen: de GKv zakt in elkaar en uit elkaar. Als de hemelse Heer het niet verhoedt, is er binnenkort weinig meer te zien dan een mislukte plumpudding.
Er is bekering nodig. En allen die zich omkeren mogen weten: de Here is de goede God. De trouwe God. De vergevende God. De genadige God. De eeuwige God die het verbond nimmer verbreken zal.
Laat niemand roepen dat deze weblogscribent de pik heeft op vrijgemaakten. Laat niemand geïrriteerd mompelen dat schrijver dezes donder en bliksem preekt.
Maar wij moeten wel zonder omwegen constateren wat er in de GKv gaande is: afname van betrokkenheid, gelatenheid, vrijblijvendheid op bijna alle fronten. En dat komt natuurlijk wél ergens van. Of men het nu zien wil, of niet.

Overigens is Jeremia 3 voor gelovige mensen een hoofdstuk vol troost. In een situatie waar de goddeloosheid hoogtij viert komt de Here met een Verbondsboodschap. Hij troont op Sion.
”Laat niet varen de werken uwer handen”, zeiden we vroeger. Tegenwoordig bidden we: “…laat de werken van Uw handen niet los”[4]. De God van het verbond is in Christus altijd benaderbaar. In het gebed mogen gelovigen altijd naar God toe gaan. Godvruchtigen mogen, iedere dag opnieuw, met het gezicht naar God toe gaan staan.
Kerkmensen mogen en moeten ook anno Domini 2018 naar God luisteren. En nee, dat valt niet altijd mee. Massa’s mensen praten door elkaar heen. Luidkeels. Bij tijd en wijle zonder punten of komma’s, naar het lijkt. Men komt, om zo te zeggen, oren tekort.
Maar het is zeker, ook nu is het Woord van God te lezen en te horen.

Bijvoorbeeld in Jeremia 3.
En nog altijd gaat het Evangelie de wereld door: “Mijn aangezicht is tegenover u niet betrokken, want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE, Ik handhaaf Mijn toorn niet voor eeuwig”.

Noten:
[1] “GKV sluiten zich als vierde kerk aan bij Interkerkelijk Dovenpastoraat”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 26 januari 2018, p. 16.
[2] Jeremia 3:12 en 13.
[3] Jeremia 3:14 en 15.
[4] Psalm 138:8 c.

22 augustus 2017

Verwarming

Zondag 1 is een troostvol begin van de Heidelbergse Catechismus, een allerwegen bekend leerboek voor de kerk.
U kent die Zondag vast wel:
“Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[1].

Dat zijn zeer bekende woorden.
Een beetje uitgesleten misschien zelfs.
Niettemin zijn die woorden ook vandaag reuze actueel

Dat blijkt als wij Jeremia 10 er even bij nemen.

Waar spreekt Jeremia in hoofdstuk 10 over?

Gods volk mag geen vertrouwen stellen op astrologie. In Egypte en Babylonië was die pseudowetenschap indertijd zeer ‘in de mode’. Die gebruiken zijn voor Gods kinderen echter totaal nutteloos!

Dat wordt des te duidelijk als je eens goed kijkt hoe het maken van zo’n afgodsbeeld gaat.
Jeremia zegt daarover: “Want de gebruiken van die volken zijn onzinnig: het is immers een stuk hout, iemand heeft het uit het bos gekapt, vakwerk met de bijl. Met zilver en met goud maken ze het mooi, met spijkers en met hamers zetten ze het vast, zodat het niet kan wiebelen. Ze zijn als een vogelverschrikker op een komkommerveld, want spreken kunnen ze niet”[2].
Afgoden zijn dood.
Ze doen niets.
Wat vormt de Goddelijke almacht daarmee een schrille tegenstelling!

Wie Jeremia 10 eens goed leest, beseft dat Gods volk door de eeuwen heen maar al te vaak naar afgoden toe gelopen is. In onze tijd is dat niet anders. In de eenentwintigste eeuw hebben wij ook onze afgoden. Bijvoorbeeld:
* het internet: we willen alles weten, alles meemaken en wel meteen
* de cultuur: de boodschap van de kerk moet aansluiten bij het hedendaagse levensgevoel
* de voedselveiligheid: zodra ergens een yoctogram – 0,000000000000000000000001 gram – verkeerde stof in zit, lijken we te vrezen voor ons leven[3].
Afgoden zijn schitterend van uiterlijk. Dat wordt een keer of drie herhaald. Maar de Verbondsgod krijgt ook drie kwalificaties: “De HEERE God is echter de Waarheid, Hij is de levende God, een eeuwig ​Koning”[4].

De Here is de Verbondsgod. En één ding is zeker: de Verbondsgod is ook rechtvaardig. Jeremia moet als woordvoerder van God de ballingschap aanzeggen.
Die aanzegging komt bij Israël binnen. Het volk wordt er hard door geraakt.
Opeens begrijpt het volk waarom God deze harde maatregel treft: “Want de ​herders​ zijn dom geweest en hebben de HEERE niet geraadpleegd. Daarom hebben zij niet verstandig gehandeld en is heel de kudde van hun weide verspreid”[5].

Jeremia zegt het hardop: “Ik weet, HEERE, dat het niet aan de mens is zijn weg, dat het niet aan een man is zijn gang te bepalen en zijn voetstappen te richten”[6].
En zo komen wij weer terug bij Zondag 1.

Daarin lezen wij immers: “Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen”. Iedere komma en punt van ons leven staat onder regie van de God van hemel en aarde.

Dat belijden wij in een wereld die in een diepe crisis verkeert.
Die diepe crisis bedenk ik niet zelf.

Onlangs las ik: “De westerse cultuur verkeert in een diepe crisis. Er is sprake van innerlijke leegte, manipulatie door een van het volk vervreemde elite, oprukkende islam, massale immigratie, een doorgeslagen seksuele revolutie en agressief neoliberalisme die traditionele gemeenschappen om zeep helpen”[7].
‘Permafrost’, noemt de filosoof Tom Zwitser dat in een niet zo lang geleden verschenen boek[8].
Permafrost – dat betekent eigenlijk: in bepaalde gebieden ontdooit de ondergrond nooit. De westerse maatschappij is zogezegd permanent bevroren.
Permafrost: daarmee doelt Zwitser op de ‘afkoeling’ van de beschaving. Het sociale klimaat wordt bijkans vernietigd. Families en gemeenschappen worden steeds vaker individuen. Men spreekt over vrijheid, gelijkheid, democratie en vrije markt. Maar eigenlijk gaat het gewoon om macht. En de kerk? Ach, die wordt gaandeweg minder belangrijk.

In die ijskoude omgeving klinkt het hartverwarmende Evangelie.
Wij worden bewaard. Wij worden beschermd.
Wij krijgen de kracht om het Woord te bewaren. Wij laten dat Woord niet beschadigen of belachelijk maken.
De Here God zegt in Openbaring 3 ook tegen ons: “Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken”[9].
De wereld maakt een scheiding mee die door heel veel mensen niet wordt opgemerkt. Een scheiding die door velen niet wordt geëerbiedigd. De kwestie is: voor of tegen God!

Dat was in Jeremia 10 zo.
Dat was zo in de tijd dat de Heidelbergse Catechismus geschreven werd.
En in 2017 is dat niet anders.

“Ik weet, HEERE, dat het niet aan de mens is zijn weg, dat het niet aan een man is zijn gang te bepalen en zijn voetstappen te richten”, zegt Jeremia 10.
In dat Schriftgedeelte klinkt de impliciete vraag: waar vertrouwt u op?
Waar stelt u uw vertrouwen op?
Zondag 1 stimuleert ons: stel uw vertrouwen op uw trouwe Heiland Jezus Christus! En: laat u naar de kerk leiden; de plaats waar de Heiland Zijn duurgekochte kinderen verzamelt.
Buiten heerst de kilte van de permafrost, van de wereld zonder God.
Maar in de kerk is het warm. Niet voor niets schrijft Paulus in Romeinen 12: “Laat de ​liefde​ ongeveinsd zijn. Heb een afkeer van het kwade en houd vast aan het goede. Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke ​liefde”[10].

Maar voor wie Zondag 1 kent, gaat dat laatste bijna als vanzelf.
Immers, de Heilige Geest van Jezus Christus maakt ons “van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”.
Dat is, op de keper beschouwd, een hoogst belangwekkende klimaatverandering!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[2] Jeremia 10:3, 4 en 5.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Yoctogram ; geraadpleegd op dinsdag 8 augustus 2017.
[4] Jeremia 10:10 a.
[5] Jeremia 10:21.
[6] Jeremia 10:23.
[7] Zie https://www.rd.nl/boeken/conservatieve-kritiek-op-stuurloze-westerse-cultuur-1.1421225 ; geraadpleegd op woensdag 9 augustus 2017.
[8] De gegevens van dit boek zijn: Tom Zwitser, “Permafrost. Een filosofisch essay over de westerse geopolitiek van 1914 tot heden”; deel I: Oppervlaktes. – Groningen: De Blauwe Tijger, 2017. – 509 p.
[9] Openbaring 3:10.
[10] Romeinen 12:9 en 10 a.

1 augustus 2017

Het brood en onze keuzes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Leer ons daardoor ook ons vertrouwen niet langer op enig schepsel, maar op U alleen te stellen”. Dat is de laatste zin van Zondag 50 van de Heidelbergse Catechismus.
In die Zondag wordt de vierde bede van het ‘Onze Vader’ uitgelegd: “Geef ons heden ons dagelijks brood”[1].

Daarbij wordt onder meer verwezen naar woorden uit Jeremia 17. Die woorden citeer ik in hun context:
“Zo zegt de HEERE:
Vervloekt is de man die vertrouwt op een mens,
en die een schepsel tot zijn arm stelt,
terwijl zijn ​hart​ van de HEERE afwijkt.
Hij zal zijn als een kale struik in de vlakte,
die het niet ziet wanneer het goede komt:
hij verblijft op de droogste plekken in de woestijn,
in zilt en onbewoond land.
Gezegend is de man die op de HEERE vertrouwt,
wiens vertrouwen de HEERE is”[2].

Wij moeten dus op de Here vertrouwen. Wie het van mensen verwacht, wordt altijd beschaamd.

De zonde is in uw harten gegraveerd, zegt Jeremia[3]. De Tien Geboden waren indertijd op twee stenen tafels gegraveerd. Maar die geboden hebben de harten niet bereikt. Want de zonde is in onze harten gegraveerd.
Graveren: dat doet u met zorg. U kerft niet zomaar wat in een wand. Welnee. U maakt een mooie afbeelding. U schrijft mooie letters. Het moet duidelijk zijn wat u wilt overbrengen. Zo wordt, zo zegt Jeremia impliciet, zorg aan de zonde besteed.

Vaders en moeders zorgen goed voor hun kinderen[4]. Zij zorgen er, als het even kan, voor dat er kleding en voedsel is. Vaders en moeders stoppen daar heel wat energie in. Zo nodig gaan zij voor hun kinderen door het vuur.
Welnu, zo wordt de zonde gekoesterd.

Gods volk heeft zich, zo blijkt uit Jeremia 17, geheel en al aan de afgoderij overgegeven[5].
Zelfs de tempelberg zal buit worden. Het wordt door anderen geannexeerd, veroverd.
De vrijheid is weg, de slavernij is terug. Het volk gaat in ballingschap!

Als dat alles gezegd is, worden in Jeremia 17 twee wegen getekend:
* vertrouwen op mensen
* vertrouwen op de God van het verbond.

In Jeremia 17 wordt gesproken over een kale struik in de vlakte.
Een uitlegger noteert daarbij: “De mens die verkeerd handelt, wordt vergeleken met een kale struik in de steppe (…). Deze struik is waarschijnlijk een jeneverbesachtige, die geen bladeren, maar naalden heeft en op de droge plaatsen in en rond Israël gevonden wordt. Met ‘het goede’ in de beeldspraak zal de regen bedoeld zijn, maar de struik ‘ziet’ het niet, dat wil zeggen: merkt er niets van, maar blijft kaal en droog. De plaats van de struik is namelijk in de droge plaatsen die onbewoond zijn en zout. Zout in de grond is een vloek omdat het landbouw onmogelijk maakt”[6].

Dit alles overpeinzend, kom ik uit bij de verontrusting op het kerkplein. In verband met mensen in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt), met name. Maar ook bij alle andere verontrusting die er in het kerkelijk leven vaak is.

Men kan zich voorstellen dat u vraagt: hoor eens, is dat niet wat overdreven? En ook: we kunnen, anno 2017, toch niet alles zo maar afgoderij noemen?

Welnu, volgens de Heidelbergse Catechismus is afgoderij: “in plaats van de enige ware God, die Zich in zijn Woord geopenbaard heeft, of naast Hem iets anders verzinnen of hebben, waarop de mens zijn vertrouwen stelt”[7]. De cultuur, bijvoorbeeld. Of: de eigen beleving, bijvoorbeeld.

Aan zulke afgoderij kunnen we zomaar, ongewild, meedoen.
Soms is het nodig om heel duidelijk te zeggen: wij willen hier vrij van blijven! En dat geldt vandaag niet minder dan vroeger.

Laat ik van dat laatste een voorbeeld geven.

Ik denk aan de Gereformeerd-vrijgemaakte emerituspredikant H.G. Gunnink. Hij was één van de initiatiefnemers van een enkele weken gehouden bijeenkomst in het Groningse Bedum. Aldaar kwamen mensen bijeen die verontrust zijn over de besluiten die door de recent gesloten generale synode van de GKv genomen zijn ten aanzien van de vrouw in het ambt[8].
Op die avond kwam het begrip ‘vrijmaken’ nadrukkelijk aan de orde.
In een interview met een verslaggever van het Reformatorisch Dagblad legt dominee Gunnink uit wat hij met ‘vrijmaken’ bedoelt: “Met vrijmaken bedoel ik dat de kerkenraden heel nadrukkelijk, en vooral aan de eigen gemeente, bekend maken dat zij niet instemmen met deze besluiten. En dat dat dan consequenties zal hebben… – ja, maar elke kerkenraad zal ook weer voor zichzelf moeten bekijken hoe dat consequenties heeft en welke consequenties er zullen zijn”. Er is voor kerkenraden heel veel werk te doen, zegt dominee Gunnink. Aan de gemeenteleden moet duidelijk gemaakt worden wat er op het spel staat en waar het om draait[9].
Ziet u?
Op momenten als deze moeten gelovige mensen zeggen: hier wil ik vrij van blijven! Oftewel: hier wil ik niet bij horen!

Nu ga ik weer terug naar Zondag 50, en naar de bede “geef ons heden ons dagelijks brood”.
Die bede betekent eigenlijk: geef ons, door het voedsel uit Uw hand, de rust en de kalmte om de juiste keuzes te maken.
Die bede betekent, als ik het goed zie, eigenlijk: geef ons, door het voedsel uit Uw hand, de energie om achter U aan te gaan, en niet onze eigen zin te doen. Wie dat laatste doet, zal uiteindelijk geestelijk verdrogen en kaal worden; dat kan even duren, maar toch.

Geef ons heden ons dagelijks brood. Dat betekent ook: geef ons dagelijks het levende brood. U weet wel – dat brood dat in Johannes 6 bedoeld wordt: “Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld”[10].
Van dat brood moeten we blijven eten. De voedende kracht van dat brood kan ons redden.

Van zelfgebakken brood blijven wij honger houden.
Begrijpt u wel?

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 50, antwoord 125.
[2] Jeremia 17:5, 6 en 7.
[3] Jeremia 17:1: “De ​zonde​ van Juda is opgeschreven / met een ​stift​ van ijzer, / met een punt van diamant / ingegrift op de schrijftafel van hun ​hart / en op de ​horens​ van uw ​altaren”.
[4] Jeremia 17:2: “Zoals zij aan hun ​kinderen​ denken, / denken zij aan hun ​altaren​ en hun gewijde palen, / bij bladerrijke bomen, op de hoge heuvels”.
[5] Jeremia 17:3 en 4: “Mijn berg in het veld, / uw vermogen, al uw schatten, / zal Ik als buit geven – uw hoogten vanwege de ​zonde / in heel uw gebied. Dan zult u – en dat om uzelf – uw erfelijk bezit, dat Ik u gegeven heb, / met rust moeten laten, / want Ik zal u uw vijanden doen dienen / in een land dat u niet kent. / U hebt immers in Mijn toorn een vuur aangestoken, / dat tot in eeuwigheid zal branden”.
[6] Geciteerd uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jeremia 17:5-13.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 34, antwoord 95.
[8] Die bijeenkomst vond plaats op woensdagavond 12 juli 2017 in de Maranathakerk te Bedum.
[9] Geciteerd van de video behorend bij https://www.rd.nl/kerk-religie/bezinningsavond-bedum-synodebesluiten-gkv-gaan-in-tegen-het-woord-1.1415921 ; geraadpleegd op vrijdag 14 juli 2017.
[10] Johannes 6:51.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.