gereformeerd leven in nederland

16 april 2018

Bezieling gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Christelijke jeugd mist bezieling”.
Aldus een krantenkop. Die stond op donderdag 5 april jongstleden in het Nederlands Dagblad.

Els van Dijk, directeur van de Evangelische Hogeschool, spreekt daarover als volgt: “We zien dat de boodschap van het evangelie in scherp contrast staat met wat deze wereld verkondigt (…) Veel jongeren komen moeilijk los van verwachtingspatronen van anderen. Zij ervaren het leven als een grote wedstrijd die je elk moment kunt verliezen’”.
De directeur verbaast zich erover dat christelijke jongeren niet meer vanuit bezieling voor hun geloof leven. Zij zegt: ‘We omarmen liever de moderne trends en mogelijkheden en zijn druk. We zijn ik-gericht, maar waar zijn de sporen van het koninkrijk van God?’”[1].

Wat mij betreft is het een treffende typering: het leven is een grote wedstrijd die je elk moment kunt verliezen.

Daarover nadenkend kom ik vandaag bij een vers uit Lucas 9.
Het betreft deze woorden: “Want wat baat het een mens heel de wereld te winnen en zichzelf te verliezen of zelf schade te lijden?”[2].

In Lucas 9 is de boodschap: als je jezelf wilt redden, wordt dat niks. Dan verlies je alles. We worden alleen door Gods genade gered. Redding geschiedt nimmer op basis van eigen prestaties.
Jezus Christus zegt: “Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden”[3].

Jezelf aan iemand verliezen… – dat is in onze wereld lang niet altijd goed.
Met name via sociale media worden wij bijna voortdurend beïnvloed. Jan en alleman dringt ons zijn of haar mening op. Soms lijkt het alsof wij alles moeten weten. Wij moeten, zo toetert men in ons oor, snel veranderen.
Wat gebeurt er als wij niet veranderen? Dan vindt men ons al snel kortzichtig. ‘Je gaat niet met je tijd mee’, zeggen omstanders teleurgesteld. ‘We hadden meer flexibiliteit van u verwacht’. In een zacht verwijt klinkt het: ‘daar kun je vandaag toch niet meer mee aankomen?’.
Soms lijkt het net alsof het een schande is om gewoon jezelf te zijn.
Het lijkt wel alsof de God van hemel en aarde er veel beter aan had gedaan om andere schepselen te creëren.

Jezus Christus is de Heiland.
Heiland – daar zit het woord ‘heil’ in. Jezus Christus biedt ons heil aan. Hemels heil.
Hij zegt: “Want wie zich voor Mij en Mijn woorden geschaamd zal hebben, voor hem zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij zal komen in Zijn heerlijkheid en in die van de Vader en in die van de ​heilige​ ​engelen”[4].

De boodschap is dus: kom er maar voor uit dat je bij de Heiland hoort!
Laat in woord en daad maar blijken dat je gericht op God, en op de plaats waar Hij woont. Want je weet: in diezelfde woonplaats is ook een huis gereserveerd voor mij!

Kom er maar voor uit dat je bij de Heiland hoort!
Die zin ziet eruit als de omschrijving van een specialiteit van vrome mensen.
U en ik kennen hen wel. Het is van dat volk dat altijd glimlacht. Het zijn de lieden die geen tegenspoed lijken te kennen.
Moeten wij ons gaan specialiseren in de vaardigheid van de eeuwige glimlach?

Nee.
Zeker niet.

Een uitlegger noteert bij Lucas 9: “Hij vraagt niet dat we zo eens een enkele keer iets groots voor Hem verrichten, een of andere heldendaad, waar mensen bewondering voor hebben en waarover een boek kan worden geschreven of een film kan worden gemaakt. (…) Het moet elke dag worden waargemaakt. Dat vraagt volharding en niet af en toe een geloofsdaad”[5].

In het kader van de grote wedstrijd van het leven verwacht de jeugd, als ik mij niet vergis, niet zelden grote dingen van zichzelf.
Er moet getuigd worden…
In de kerk moet het altijd vrede wezen…
De kerk moet opener zijn richting de wereld…
In de kerk moet iedereen altijd blij zijn…

Maar nee, dat kan niet.
In de kerk wordt het nooit ideaal. Op het kerkplein staat niet altijd een muziekkorps. Er wordt ook wel eens stil verdriet gedragen. En zelfs als – afgaand op het eerste aanzicht – alles in orde lijkt, kunnen er zich nog allerlei verontrustende zaken voordoen.

Kom er maar voor uit dat u bij de Heiland hoort!
Laat maar blijken dat je op Hem vertrouwt!
In dat kader behoeft niemand moeilijke dingen te doen. Soms kun je in een simpel tussenzinnetje laten horen dat jij van harte gelooft dat er méér is dan dit aardse tranendal.
U kunt zeggen: ik geloof dat er een heerlijk hemels leven aankomt. Dat geloof ik omdat de Heiland voor mijn zonden heeft geleden.
Jij mag zeggen: er komt een moment dat mijn innerlijke strijd eindigt.
Jij kunt zeggen: er komt een tijd dat mijn stil verdriet eindelijk wordt verzacht.
Jij mag opmerken: er komt een periode waarin de beschadiging van mijn ziel, die niemand hier op aarde zien kan, definitief wordt hersteld.

Laten wij, jongeren en ouderen, ons leven daarom maar blijmoedig in handen van de Here Jezus Christus leggen.
Laten die woorden van Jezus, om zo te zeggen, maar in grote letters boven ons leven staan: “wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden”.

Dan keert de bezieling in ons leven terug.
Bij de jeugd.
Ja, bij ons allemaal.

Noten:
[1] “Christelijke jeugd mist bezieling”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 april 2018, p. 7.
[2] Lucas 9:25.
[3] Lucas 9:24.
[4] Lucas 9:26.
[5] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1535.pdf , p. 179 en 180; geraadpleegd op donderdag 5 april 2018.

25 januari 2018

Gods genezende macht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het aardse bestaan is bij tijd en wijle onuitsprekelijk vermoeiend. Niet in het minst voor de jeugd.
Onlangs verschenen de resultaten van het onderzoek ‘Jeugdtrends 2018’. De research werd gedaan door een samenwerkingsverband van christelijke jeugdwerkorganisaties. Zijnde het Jeugdwerk van de Nederlands Gereformeerde Kerken, Jong Protestant (JOP), Praktijkcentrum, MissieNederland, Welzijnskwartier Katwijk, Christelijke Gereformeerde Jeugdwerk Organisatie (CGJO), Huis van Belle, Landelijk Contact Jeugdwerk (LCJ), LEF Navigators en Youth for Christ.

Trend één: er is jeugd die hecht aan de eigen omgeving, maar er zijn ook jongeren die gaarne kijken naar mogelijkheden die zich elders voordoen.
Trend twee: je moet authentiek zijn; maar dat is dan wel van minuut tot minuut georganiseerd. Ook ontspanning moet een belevenis zijn. Dat alles deel je met je vrienden. Dat maakt de druk meestal alleen maar groter.
Trend drie: gelijkgezindheid is belangrijker dan leeftijd; de generatiekloof doet er niet zoveel meer toe. Er is eigenlijk geen plaats meer voor een een aparte ‘jeugdwerkbubbel’; wij moeten meer samen doen. Groepsvorming zou wat de jeugd betreft eerder mogen plaatsvinden rond interesse, passie en geloof.
Een belangrijke conclusie bij het bovenstaande is deze: “Als gevolg van constante druk lopen steeds meer jongeren vast; bijna de helft van de jeugd ervaart moeheid en gevoelens van stress en bezorgdheid”[1].

Het bovenstaande brengt mij vandaag bij Mattheüs 9: “Toen Hij de menigte zag, was Hij innerlijk met ontferming bewogen over hen, omdat zij vermoeid en verstrooid waren, zoals schapen die geen ​herder​ hebben”[2].
De Here geeft veel onderwijs. Hij preekt, om zo te zeggen, overal en nergens. Op die manier brengt Hij Zijn volk bij elkaar.
Net zoals in Mattheüs 2 al staat: “En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal”[3].

Wat gebeurt er in Mattheüs 9 zoal?

Jezus geneest een verlamde[4]. Met die genezing toont Jezus aan:
* de macht van de zonde wordt verbroken
* de zonden worden vergeven
* de gevolgen van de zonden worden opgeheven.

Daarna lezen wij over de roeping van Levi[5]. Dat is een tollenaar. Iemand die belasting int voor de bezetter. Zeg maar gewoon: een collaborateur. Dus een man die met de vijand samenwerkt. En: een deel van de opbrengst steekt Levi in eigen zak. Geen wonder dat hij gehaat is!
Welnu, ook de macht van het geld wordt gebroken.
En ja, ook de macht van het wettische leven wordt kapot gemaakt. De Farizeeën worden gewezen op de betekenis van Hosea’s woord: “Want Ik vind vreugde in goedertierenheid en niet in ​offer, in kennis van God meer dan in ​brandoffers!”[6].

U komt niet in de hemel door zich aan allerlei keurige regeltjes te houden. Voorschriften omtrent het vasten bijvoorbeeld.

Waar het om gaat, is samen te vatten in een woord van zes letters: geloof.
Jaïrus gelooft onvoorwaardelijk in de levendmakende kracht van Jezus Christus. De vrouw die al twaalf jaar bloedvloeiingen heeft aarzelt niet: als zij van die ellende af wil komen, moet zij bij de Heiland wezen[7]!

Wie volhardend gelooft, gaat de macht van God zien. En in Mattheüs 9 geldt: wat de ogen zien, daar loopt de mond van over!
Waarom?
De Goddelijke majesteit manifesteert zich in het handelen van Jezus Christus:
* twee blinde broeders gaan weer zien
* iemand die – vanwege de aanwezigheid van een demon – geen spraakvermogen heeft, kan plotseling toch spreken[8].

Wat is dus het kader van die verzuchting over vermoeiden die geen herder hebben?
Antwoord: Gods genezende macht vraagt geloof.

Anno Domini 2018 is dat niet anders geworden!

We hebben in onze tijd te maken met jeugd die vermoeid is. Met jeugd die onder zware druk staat.
En feitelijk is dat, zo valt te vrezen, met volwassenen weinig anders.
Wat valt er in zo’n wereld te doen?
Er zou al veel gewonnen zijn als de jeugd, en ook wij allen, beseffen dat Gods macht boven alle drukte uit gaat. Dat bedenken wij wellicht niet als we gestrest en vermoeid zijn. Maar juist daarom is het zo nodig om ons er in rustiger periodes bij te bepalen:
* de macht van de Heiland stopt overdreven drukte en dempt de stress.
* de Heer van hemel en aarde maakt een einde aan ziekte en ellende.
* volhardend geloof in Gods onbegrensde macht geeft kracht om tijdig rustmomenten in te bouwen.

Betekent dat dat kerkmensen nooit moe meer zullen wezen?
Geachte lezer, dat weet u vast wel beter.
Echter: als de reddende macht van Jezus Christus het kader van ons leven is, is er – ondanks alles – altijd wel tijd om te herademen.

Noten:
[1] “Jeugdtrends 2018: helft jongeren moe, gestrest en bezorgd”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 17 januari 2018, p. 2.
[2] Mattheüs 9:36.
[3] Mattheüs 2:6.
[4] Mattheüs 9:1-8.
[5] Mattheüs 9:9-13.
[6] Hosea 6:6.
[7] Mattheüs 9:18-26.
[8] Mattheüs 9:27-34.

3 november 2017

Jongeren en geloofsbeleving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Vandaag hebben heel wat mensen de mond vol over geloofsbeleving. En de geloofsbeleving bij jongeren is, wat je noemt, helemaal in de mode.

De mensen praten over de beeldcultuur. Tekeningen en symbolen doen het goed. Soms spreken ook kerkgebouwen of kunstwerken aan.
Muziek is, zo zeggen deskundigen, enorm belangrijk. Met muziek kun je het geloof ervaren.
De Bijbelse geschiedenis moet regelmatig verteld worden. Verhalen blijven namelijk hangen.
Leerstellingen doen het niet best bij de jongeren. Dogma’s moeten, zeggen de experts, op een natuurlijke manier in de verhalen ‘verborgen’ zitten.
Het is van belang om duidelijk te maken welke gedragsregels er uit die dogma’s voortvloeien. Liefde – dat trefwoord staat daarbij bovenaan.
Natuurlijk komen we ook in de wereld liefde tegen. Toch ziet liefde er in de kerk anders uit als in de wereld. Want onze liefde tot andere mensen begint bij God. Daarom, zo concludeert men, raken gelovige jongeren soms in een isolement[1].

Geleerde mensen kunnen daar heel lange verhalen over houden. Wat? Zij schrijven er complete bibliotheken over vol.
Vandaag voeg ik aan dat alles graag een kort woord toe.

In Genesis 8 komt de jeugd prominent in beeld.
Daar lezen we: “En de HEERE rook die aangename geur, en de HEERE zei in Zijn ​hart: Ik zal de aardbodem voortaan niet meer ​vervloeken​ vanwege de mens; de gedachtespinsels van het ​hart​ van de mens zijn immers slecht, van zijn jeugd af; en Ik zal voortaan niet al het levende meer doden, zoals Ik gedaan heb”[2].
Dat zegt de God van het verbond na de zondvloed.
Het is Zijn reactie op het offer dat Noach brengt. Het is een dankoffer. Noach leeft nog, en de schepping bestaat nog!
En de Here zegt dan:
* dit was de eerste en de laatste zondvloed
* Ik weet namelijk heel goed dat de mens door en door zondig geworden is
* Ik zal levende mensen en dieren nooit meer volledig wegvagen.
Jazeker, jongeren zijn zondig. Net als de ouderen. Maar bij die constatering blijft het in Genesis 8 niet. Het is het startpunt voor een nieuwe demonstratie van Gods genade. Jongeren hebben nog een heel leven voor zich. De genadige God bederft het zicht op dat jarenlange bestaan niet. Hij zegt: Mijn toorn zal nooit meer zo heftig zijn dat u er onder door gaat. De impliciete boodschap van Genesis 8 is daarom:
* ontplooi de wereld en werk maar aan nieuwe ontwikkelingen
* vindt gerust nieuwe dingen uit
* Ik ben actief aanwezig!
Geeft dat geen mooi perspectief in het leven? Geloofsbeleving is er dan als vanzelf. Want je weet: God is er bij als Ik aan het werk ben. Ik kan iets opbouwen en ik heb de zekerheid dat God het niet stuk maakt!

Nu ga ik naar 2 Timotheüs 2. Daar schrijft Paulus: “Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd. Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na, samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart”[3].
Betekent dit dat je als jongere niks mag? Houdt deze boodschap in dat je voortdurend ingehouden leven moet?
Zeker niet!
Integendeel, zou ik willen uitroepen.
Daar is echter wel een ‘maar’ bij. Jongeren hebben niet zelden de neiging om veel buiten de deur te kijken. Daar is op zichzelf weinig tegen, maar het heeft wel een gevaar in zich. Wie zich vaak in de maatschappij beweegt, en voornamelijk buiten de kerk vrienden maakt, gaat veel kerkelijke zaken relativeren. De volgende stap is dan ook dat de inhoud van Gods Woord gerelativeerd gaat worden.
Even tussendoor – laten we maar eerlijk zijn: er zijn vele ouderen die die maatschappelijke dynamiek der jongeren reuze interessant vinden. Diep in hun hart zouden ze dat voorbeeld wel willen volgen!
Welnu, Paulus roept zijn lezers er in 2 Timotheüs toe op om binnen de kaders van Gods wet te leven. Want anders, zo schrijft hij stilzwijgend, gaat het zomaar van kwaad tot erger. En voordat je ’t weet is de geloofsbeleving weggesijpeld. Dan wordt geloof iets van vroeger. Dan krijgt geloof iets nostalgisch. Dan wordt geloof iets waardevols, dat je bent kwijtgeraakt. Pas daarvoor op!, zegt Paulus.

Praten over geloofsbeleving is tegenwoordig zeer in de mode. Bij ongeveer iedereen, maar vooral bij jongeren.
Laten we ons er vooral niet op verkijken. Want heel vaak verzandt gepraat daarover in conversatie over eigen ervaringen en zo.
Die kant moeten we in de kerk niet op. Laten we maar gewoon blijven Bijbellezen. Als jongeren en ouderen dat zorgvuldig doen, komt God in het leven steeds meer centraal te staan.

Noten:
[1] Zie hierover ook https://mens-en-samenleving.infonu.nl/religie/50999-zeven-aspecten-van-geloofsbeleving-bij-jongeren.html ; geraadpleegd op donderdag 19 oktober 2017.
[2] Genesis 8:21.
[3] 2 Timotheüs 2:22.

2 november 2017

Jong en ambitieus

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Stelt u zich voor: je bent jong en je wilt wat.
Meer precies: je bent tussen de 18 en 25 jaar. Je bent energiek. Je wilt graag iets doen in de maatschappij, en in de kerk.
Mooi hé?

Het bovenstaande ziet er prachtig uit. En vroom ook.
Intussen hoor je echter ook wel eens eens dat juist jongelui van 18 tot 25 zichzelf voorbij lopen. Als het een beetje tegenzit roepen zij, bij wijze van spreken, in de bocht ‘hallo’ tegen zichzelf.

Ik las ergens: “Stichting Burnout signaleert dat studenten tussen 18 en 25 jaar steeds vaker signalen afgeven dat zij ‘stuk gaan’. Zij hebben last van alle kansen die voor hen liggen en van torenhoge ambities”.
Daar werd bij genoteerd: “Het gaat om de weg die Jezus ons wijst en waarin het woord ‘zalig’ centraal staat. Zalig, dat wil zeggen: het eeuwige leven deelachtig. Jezus noemt belangrijke voorwaarden daarvoor in de zaligsprekingen. Bijvoorbeeld innerlijke vrijheid (God maakt vrij!) tegenover bezittingen. Barmhartigheid en streven naar gerechtigheid. Jezus belooft ons geen wereld waarin alles prima in orde is, maar een weg naar zaligheid midden in de realiteit van deze wereld. Het gaat om een innerlijke vrede, die niemand van ons af kan nemen. Die bestaat daar uit, dat het rijk van God in ons is. Daar waar God in ons heerst, zijn we minder vatbaar voor de macht van de mensen en van deze wereld”[1].

Een jaar of vier geleden schreef iemand ook over de wereld van de jongeren.
Dat ging zo: “Toch zijn er wel een paar problemen en zorgpunten. Uitwonende, meestal studerende, jongeren tussen 18 en 25 jaar verkeren immers in een fase van hun leven waarin ze een belangrijke ontwikkeling doormaken en waarin beslissingen vallen die voor het vervolg van hun leven heel belangrijk zijn. Elke pastor kent de elementen die hier aan de orde zijn: voor het eerst op eigen benen, loskomen uit de bindingen van thuis, geen bescherming meer van een christelijke school, wonen in een grote stad, veel meer aanraking met ongelovige jongeren, gestalte geven aan grotere vrijheid, seksualiteit en het vinden van een vriend of vriendin, verleiding om zonder God te gaan leven, geconfronteerd worden met academische aanvallen op God, Bijbel en geloof”.
Waar loopt die lange rij van uitdagingen en problemen op uit? Op eenzaamheid, misschien. En op internetverslaving, wellicht[2].

Wat kun je daar nu tegenover zetten?

In heel veel harten stormt het. In oude harten. En ongetwijfeld ook in veel harten van jongeren. Hoe kunnen we er voor zorgen dat de storm gaat liggen?
Graag wijs ik vandaag op woorden uit Psalm 91:
Wie in de schuilplaats van de Allerhoogste is gezeten,
zal overnachten in de schaduw van de Almachtige”[3].
Wij hoeven niet bang te zijn. Ook al gaat de storm te keer. Ook al worden veel mensen in je omgeving ziek.
Soms lijkt alsof mensen die zonder God leven het een stuk makkelijker hebben. Alles gaat hen veel makkelijker af, zo lijkt het. En misschien is dat ook wel zo. Want dergelijke mensen hoeven alleen maar met zichzelf rekening te houden.
Psalm 91 eindigt met de woorden:
“Omdat hij ​liefde​ voor Mij opgevat heeft, zegt God, zal Ik hem bevrijden;
Ik zal hem in een veilige vesting zetten, want hij kent Mijn Naam.
Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren,
in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn,
Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen,
Ik zal hem Mijn heil doen zien”[4].
Oudere en jonge mensen mogen weten: in moeilijke tijden is de Here erbij. God helpt je uit de moeilijkheden.
Dat zie je soms niet meteen. Maar je zult het wel merken. Is het niet hier op aarde, dan is het wel in de hemel.

‘Ik hoop dat je 100 wordt’, zeggen de mensen wel eens tegen mij. Mijn standaard-antwoord is dan: ‘ik word veel ouder, maar op aarde zie je dat niet’.
Het is die geloofskennis die de storm kan laten afnemen. Het is die geloofskennis die innerlijke vrede geven kan.

Schrijver dezes is 55 jaar.
Het is de leeftijd waarop Omroep Max – de bekende omroep die zich op ouderen richt – interesse voor je begint te krijgen.
Maar deze weblogschrijver kan getuigen dat het waar is:
“Hij zal Mij aanroepen en Ik zal hem verhoren,
in de benauwdheid zal Ik bij hem zijn”.
In Psalm 91 worden geen sprookjes verteld!

Misschien valt het bovenstaande sommige lezers, met name jongere lezers, wel een beetje tegen.
Want zij staan midden in de drukte van de dag.
Zij weten soms niet wat ze ’t eerst of ’t laatst moeten doen.
Om kort te gaan: is Psalm 91 eigenlijk geen mooi stukje theorie?

Toch niet.
Want kijk nog maar eens naar Psalm 91:
Ik zal hem verhoren”.
En:
Ik zal hem eruit helpen en hem verheerlijken.
Ik zal hem met lengte van dagen verzadigen,
Ik zal hem Mijn heil doen zien”.

Laat het maar aan de Here over.
Dan komt alles goed.
Is het niet nu, dan is het straks wel.
En als die overgave niet meteen lukt?
Blijf dan maar volhardend geloven.
Misschien duurt het lang voordat het met die overgave goed komt. Jaren misschien wel.
Maar er komt een dag dat het lukt.
Echt waar.

Noten:
[1] Els J. van Dijk, “Kwartet”. In: De Wekker, vrijdag 29 april 2016, p. 5. Geciteerd via www.digibron.nl
[2] M. te Velde,“Reflexen”. In: Theologia Reformata, vrijdag 1 maart 2013, p. 71-78. Citaat van p. 75. Geciteerd via www.digibron.nl .
[3] Psalm 91:1.
[4] Psalm 91:14, 15 en 16.

28 april 2017

Tegengif geven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Heel vaak maken wij ons druk over het onderwijs aan onze basisschoolkinderen. En dat is heel goed. Ik zou willen zeggen: laat dat vooral zo blijven.

Maar onze pubers krijgen ook heel wat voor de kiezen. En laten we wel wezen: van hen wordt niet zelden een inhoudelijke reactie verwacht. De docent op de middelbare school wil met zijn leerlingen in discussie. Hij weten hoe zijn leerlingen over maatschappelijke verschijnselen denken. Hij wil hen laten nadenken. Hij wil hen weerbaar maken.

Zulk een ontwikkeling is al heel wat jaren gaande.
Dat bewijst een artikel in een oude editie van het Nederlands Dagblad.

In de rubriek Persschouw uit een ND-editie die in april 1972 verschijnt, wordt een stuk overgenomen dat de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant M. Brandes – geboren in 1930 – schrijft in het kerkblad van de GKv te Hengelo[1].

De predikant schrijft: “Zo maar ineens kan het je overkomen, dat je met je neus op bepaalde dingen gedrukt wordt, waardoor je min of meer verbijsterd jezelf gaat afvragen: realiseren we ons wel voldoende wat er gebeurt? Zo’n ervaring hadden we laatst zelf, toen een van de jongens op de catechisatie zei: ‘Kijk, dominee, dat krijgen we van de dominee op school’, waarbij me een losbladige maatschappijleer voor het lager beroepsonderwijs voor de neus gelegd werd” .

Vandaag de dag gaat het soms weinig anders. Onze pubers komen, bijvoorbeeld, thuis met een uitnodiging voor een Paasviering. Een theatervoorstelling, of zoiets. Die voorstelling moet je dan confronteren met het verval in de wereld. En met het Paasfeit. Hoe ga je daarmee om?, zo vragen docenten.
Wij mogen geen beelden maken. Niet van Jezus. En niet van Christus’ lijden. De opstanding kun je eigenlijk sowieso niet afbeelden. Want niemand weet wat er precies gebeurd is.
Maar ach, een kniesoor die daarop let.
In dergelijke situaties komt de eigen beleving zomaar in het middelpunt te staan. Het gaat erom wat je er zelf van denkt, en wat je er in het gewone leven mee doet.
Dat geloven een stellig weten en een vast vertrouwen is, wordt bijna ongemerkt wat minder belangrijk. Dat het Evangelie draait om vergeving van onze zonden, en dat het verbond tussen God en mens een zaak van van belofte en eis is, wordt – misschien geheel onbewust – een beetje naar de achtergrond gedrongen.

Ik bedoel maar: er is weinig nieuws onder de zon.

Wat staat er zoal in de losbladige maatschappijleer die dominee Brandes onder ogen krijgt?

Dominee Brandes schrijft: “Laat ik als voorbeeld nemen bladzijde 10 en 11. We lezen daar het volgende: Wat is de mens? De geschiedenis van de wereld is waarschijnlijk ouder dan die van de mens. Veel mensen hebben zich beziggehouden met de vraag hoe op een gegeven dag de mens zijn intrede gedaan heft in deze wereld. Niemand weet precies hoe het allemaal gebeurd is. Het allereerste idee over het ontstaan van de mens is het verhaal van Adam en Eva. Daarvan heeft men lange tijd gedacht dat het precies zo gebeurd zou zijn, zoals het in de H. Schrift beschreven staat. Dat is ongetwijfeld niet waar. Het is niet de bedoeling geweest van de schrijver om precies te vertellen hoe de mens geschapen is. Een latere mening is dat de mens zou afstammen van de aap. Daar is veel voor te zeggen”.
En:
“Hoe alles ook gebeurd is, op een gegeven moment was de mens er op onze wereld. Tussen, dat moment en onze tijd ligt een lange weg. Vele boeken zouden vol geschreven kunnen worden over de vraag wat die mens in die tussentijd gedaan heeft. De mens heeft niet alleen maar geleefd. Hij heeft ook zijn wereld verbeterd. Daarover gaat het nu. Als je in onze tijd vergelijkt met de begintijd van de mensengeschiedenis, dan zie je, dat er heel wat veranderd is. Er is veel gebeurd door het werk van de mens. Juist daardoor leren we de mens kennen: we zien wie en wat hij is en wie wij zijn”.

U ziet het hier boven wel – die mens heeft vroeger heel wat gepresteerd. De mens is gevormd door wat hij beleefd en doorleefd heeft.

En wat is de taak van jonge mensen?
“Over een paar jaar, na deze school gaat iedereen werk zoeken. Dat wil niet op de eerste plaats zeggen dat je gaat verdienen. Dan ga je behoren bij de mensen, die voor elkaar aan het zorgen zijn. De mens is bezig geweest de aarde bewoonbaar te maken. Wij moeten door blijven gaan met dat bewoonbaar maken”.

De jeugd wordt vertrouwd gemaakt met allerlei meningen over het ontstaan van de wereld, en van mensen. Zo wordt het geloof gedegradeerd van een levensovertuiging tot een opinie. Een denkbeeld waarvan er heel veel bestaan.
De jeugd moet zelf maar uitvinden wat een mens in feite is. Dat omschrijf je maar lekker zelf. Vrijheid, blijheid niet waar? En daar mag je dan best een afwijkende mening over hebben. Tuurlijk, dat mag. Maar val de rest van de wereld er niet mee lastig, en roep vooral niet dat het noodzakelijk is dat anderen jouw afwijkende mening moeten gaan delen.
De jeugd moet zelf maar uit gaan zoeken wat er in het verleden zoal gebeurde om de aarde leefbaar te maken, en wat je daar vandaag aan kunt doen.
En vanwege die veel geroemde duurzaamheid is het helemaal niet zo gek om – anno 2017 – je ambitieniveau flink naar boven bij te stellen.

Dominee Brandes noteert: “…dat de Here alle dingen gemaakt heeft om Zijns zelfs wil, blijft hier geheel buiten het gezichtsveld. En ik dacht dat de Bijbel ons over de taak van de mens wel iets anders leerde nl. dat God alle dingen geschapen heeft om de mens te dienen, opdat de mens zijn God zou dienen. Er zou over het geciteerde gedeelte nog heel wat meer te zeggen zijn, maar we laten dat nu maar rusten. Ik dacht, dat het ieder christenmens zonder meer duidelijk kon zijn, dat de Bijbel ons dit alles heel anders leert en dat op deze wijze kinderzielen vergiftigd dreigen te worden. Waar het me om gaat is dit: realiseren we ons waaraan we onze kinderen blootstellen, als we ze naar andere dan gereformeerde scholen sturen? O, ik weet wel, dat we, vooral als het om beroepsscholen gaat, vaak geen andere keus hebben dan een neutrale of een algemeen christelijke school. En dat zal als gevolg hebben, dat we er helaas op aangewezen zijn. Maar realiseren we ons voldoende, dat we juist dan als ouders heel secuur zullen moeten nagaan wat er al zo bij lessen als geschiedenis en maatschappijleer te berde gebracht wordt, omdat gevreesd moet worden, dat in vele gevallen hierbij les gegeven wordt vanuit een kijk op het leven die de onze nooit of te nimmer kan of mag zijn? En spreken we daarover dan wel voldoende met onze kinderen? Getroosten we ons dan de moeite om zelf alles in het werk te stellen ze tegengif te geven tegen dit alles? En grijpen we alle middelen zoals catechisatie en jeugdvereniging aan om ze een betere weg te leren, om ze ook te leren onderscheiden die wereld der geesten?”.

Die oproep heeft, als u het mij vraagt, vandaag een nieuwe actualiteit gekregen.
Laten we maar dicht om puberende kinderen en hun ouders heen staan!

Noot:
[1] “Onze kinderen op school”. In: Nederlands Dagblad, maandag 24 april 1972, p. 2. Ook te vinden op www.delpher.nl

13 januari 2017

Kuitert en de kinderen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

In een oud nummer van het Nederlands Dagblad, daterend uit januari 1972, las ik iets over professor Kuitert. U weet wel: dat is die – inmiddels hoogbejaarde – theoloog en ethicus die beweert dat het christelijk geloof verbeelding is. Het geloof is, zegt Kuitert, een creatie van de mens om enige diepgang te geven aan een overigens zinloos bestaan[1].

In een redactioneel commentaar in het Nederlands Dagblad staat begin 1972 geschreven: “Prof. Kuitert stelde dat hij niet kan en niet mag zwijgen. Hij is er niet op uit, maar wat theologische nieuwigheden te verzinnen, doch hij stuit nu eenmaal op een problematiek die heden ten dage overal aan de orde komt en waarop een antwoord moet worden gegeven”.

En waarom is professor Kuitert daar zo ijverig mee bezig?
“Het betoog bereikte zijn hoogtepunt in het antwoord op de vraag waarom de hoogleraar door ging met theologiseren zoals hij deed. Prof. Kuitert verklaarde dit te doen ‘om de kinderen’. De jeugd, zo betoogde hij, keert de kerk de rug toe, terwijl de oudere kerkmensen zitten te vechten over vragen en problemen die de jongeren allang achter zich hebben gelaten. De kinderen vervreemden van een kerk die bij verouderde stellingen is blijven staan, en daarover blijft kiften, in plaats van te beseffen wat vandaag aan de orde is en wat als niet meer van onze tijd moet worden afgeschreven. Om de kinderen er, voor zover het al niet te laat is, nog bij te houden, schrijft en spreekt prof. Kuitert zoals hij doet”[2].

Toen ik dit las, voelde ik een gevoel van lichte verbijstering bij mij opkomen. Denkt zo’n theoloog nou echt dat je je kinderen bij het geloof houdt als je flink wat geloofszaken in de prullenmand gooit?
Wat heeft de hoogleraar Kuitert op het kerkplein veel schade aangericht!

Dit alles verder overpeinzend, constateer ik dat het vraagstuk van de geloofsoverdracht ook in 2017 besproken moet worden.
Met die geloofsoverdracht kunnen wij, globaal bezien, twee kanten op.
a.
We houden het keurslijf strak. We leggen veel uit. En wij zeggen bij onszelf dat het voorlopig nog geen tijd is om de teugels te laten vieren.
b.
Wij realiseren ons dat onze kinderen opgroeien in een heel andere tijd. Een tijd met nieuwe ontwikkelingen en nieuwe mogelijkheden. Wij moeten onze kinderen daarom veel ruimte geven. En wij spreken de hartelijke hoop uit dat onze kinderen niet werelds worden. Niet te werelds, in ieder geval.

Wat moeten wij tegen onze kinderen zeggen?
Hoe voeden wij onze kinderen op?

Laat ik een paar zaken op een rij zetten.

We mogen onze kinderen voorhouden dat de zonde en boosheid in het leven geen hoofdrol spelen. Sterker nog: zonde en tekortkomingen krijgen in het bestaan steeds meer een bijrol. Niet voor niets werd vroeger tegen Paulus gezegd: “En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de Naam van de Heere”[3].

Wij hoeven niet zelf uit te vinden wat geloven is, en hoe dat moet. De Heilige Geest leert ons hoe wij bidden moeten.
Dat wil niet zeggen dat christen-zijn gemakkelijk is. Gods kinderen komen in hun leven veel moeilijkheden en beproevingen tegen. Maar als wij gelovig volhouden zal de beloning prachtig zijn. Zo mooi dat niets in de wereld daaraan tippen kan.
Om het met Romeinen 8 te zeggen: “Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt, maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader!

De Geest Zelf getuigt met onze geest dat wij kinderen van God zijn.

En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[4].

In ons leven komt veel teleurstelling langs. Oneerlijkheid en onrechtvaardigheid. En verdriet, heel veel verdriet.
Maar we mogen onze kinderen vertellen dat de Here al die treurigheid gaat gebruiken. Hij gebruikt dat om ons klaar te maken voor de hemel. Hoe dat precies gaat? Er is niemand die dat precies kan uitleggen. Maar één ding is zeker: als Hij ons geroepen heeft, laat Hij ons nooit los. Dat staat ook in Romeinen 8: “En wij weten dat voor hen die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[5].

Wij moeten onze kinderen leren om allerlei duistere zaken te mijden. Wij behoren in de schijnwerper van Gods licht te blijven. In het licht van die schijnwerper lopen we niet op ons eentje. Nee, daar lopen heel veel mensen. Daar lopen kerkmensen. Daar wandelt de kerk met God. En God zegt: mensen, blijf bij elkaar; blijf in Mijn licht lopen!
In 1 Johannes 1 staat het zo: “En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is.

Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet.

Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde”[6].

De band met Jezus Christus, hoe ziet die er eigenlijk uit? Het lijkt niet zo makkelijk om dat aan onze kinderen uit te leggen. Gods Woord helpt ons daarbij. Er wordt, bijvoorbeeld, gewezen op het huwelijk.
En zo komt het dat wij tegen onze kinderen mogen zeggen: kijk maar naar je vader en je moeder. Zij vinden elkaar lief. En zij hebben jullie lief. Zo heeft Jezus Christus de kerk lief. Hij zorgt voor de kerk. Hij maakt van haar een schoonheid.
Natuurlijk, er gaat in de kerk nog heel veel mis. Maar als je dat ziet, mag je zeggen: Christus is voor ons gestorven. Hij heeft ook voor kerkelijke zonden betaald.
In Efeziërs 5 staat het zo: “Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven,
opdat Hij haar zou heiligen, door haar te reinigen met het waterbad door het Woord,
opdat Hij haar in heerlijkheid voor Zich zou plaatsen, een gemeente zonder smet of rimpel of iets dergelijks, maar dat zij heilig en smetteloos zou zijn.
Zo moeten de mannen hun eigen vrouwen liefhebben als hun eigen lichamen. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief.
Want niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat, maar hij voedt en koestert het, zoals ook de Heere de gemeente”[7].

Professor Kuitert zei indertijd dat geloof weinig meer is dan verbeelding.
Maar zo houd je de jeugd niet vast.
In de kerk moet Gods Woord, de Bijbel open gaan. In die Bijbel moeten wij gaan lezen. We moeten lezen wat er staat, en laten staan wat wij lezen. Wij mogen uitleggen wat God tegen ons zegt. Ouders en kinderen mogen toepassen wat zij lezen. Gods Woord passen zij toe in het leven van elke dag.
Als wij Gods zegen bij dat alles vragen, ja dan gaat het goed met de kerk!

Noten:
[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Harry_Kuitert ; geraadpleegd op vrijdag 30 december 2016.
[2] “Om de kinderen”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 15 januari 1972, p. 1. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[3] Handelingen 22:16.
[4] Romeinen 8:15, 16 en 17.
[5] Romeinen 8:28.
[6] 1 Johannes 1:5, 6 en 7.
[7] Efeziërs 5:25-29.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.