gereformeerd leven in nederland

26 februari 2019

Levenslange liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Soms klinkt de Bijbel heel streng.
In Mattheüs 5 bijvoorbeeld.
“Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Als uw ​gerechtigheid​ niet overvloediger is dan die van de ​Schriftgeleerden​ en de ​Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan”[1].
Is God een Man van punten en komma’s? Van precies-zo-en-niet-anders?

In Mattheüs 5 toont Jezus aan dat het geheel van de Oudtestamentische geboden geen verzameling van losse regels is. Je kunt – bijvoorbeeld – niet zeggen: regel 4 en 9 zijn heel belangrijk, maar 5 en 10 doen er niet zoveel toe.

Overal en nergens zullen kinderen van God hun best doen om te laten zien dat zij bij Hem horen. Heel hun leven zijn zij bij Hem in dienst. Pensioen of emeritaat is er niet bij.
In alles laten zij zien: wij zijn volgelingen van Christus!
Nooit klinkt het motto: nee, nu even niet…

Het is, zo zei de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Meilof (1914-1991) eens, geen kwestie van een verdrag met God. “Een soort contract met de HERE, waarbij elke goede daad een plusje en elk tekort een minnetje gaf; en je sterven bracht de optelsom van plus en min, in hemel óf hel. Dat kwam Christus bestrijden tot Vaders eer…”[2].
Nee, in de echte Godsdienst trilt altijd liefde mee. Er resoneert altijd een beetje blijdschap mee. Er is altijd een vonk van vreugde. ‘Ik hoor bij Hem. Er is niets mooiers dan dat. Nu al. En er komt een schitterende toekomst aan’.

Apen imiteren de dingen die zij zien.
Mensen geven antwoord op het Evangelie dat zij horen.
Ziet u het verschil?

De kerkleiders in de tijd van Jezus’ aanwezigheid op aarde, demonstreerden een enorme ijver.
Maar het gaat niet om netheid. Het gaat er niet om keurig binnen de lijntjes te leven.
Het gaat om liefde. Om passie voor God. Een kind van God is aan Hem verknocht!

Vanuit die liefde leven kinderen van God op deze aarde.
Zij willen liefde uitstralen.
Zij willen mensen uitnodigen: kom ook maar bij God; bij Hem ben je veilig!

Zijn echte christenen van die ijveraars die het christendom aan de samenleving willen opleggen?
Neen. Driewerf neen.
Anno Domini 2019 is het van enig belang om dat vast te stellen.
Velen maken zich druk om het jihadisme. Jihadisten willen een bepaalde versie van de islam aan de maatschappij opdringen. Sterker: eigenlijk moet er een islamitische staat komen. Een kalifaat, zogezegd[3]. Het is een actuele vraag: moet je jihadstrijders uit Syrië terughalen? Het dilemma is, geloof ik, onderhand wel bekend: “Alles is een probleem. Als men de eigen burgers onder de ISIS-gevangenen in Syrië en Irak laat zitten, lopen ze de kans de doodstraf te krijgen, iets waar de EU op tegen is. Als men hen wil ophalen, is de vraag hoe. Het is een oorlogsgebied en ook hebben veel EU-landen daar geen diplomatieke vertegenwoordigingen. Als ophalen lukt, wil men de strijders opsluiten en berechten, maar het zal niet eenvoudig zijn te bewijzen dat de strijders zich hebben bezondigd aan misdaden omdat men geen gedegen onderzoek ter plekke kan uitvoeren. Er bestaat zelfs het gevaar dat strijders wegens gebrek aan bewijs moeten worden vrijgelaten”[4].
Zijn christenen ook niets ontziende types die, koste wat het kost, iedereen en alles christelijk willen maken?
Wederom zeg ik u: neen!

Natuurlijk – het geloof is aan iedere wereldburger gegund.
De kerk gunt een heerlijke toekomst aan ieder die het maar horen wil.
Maar in de kerk brandt altijd het vuur van de liefde.
In de kerk zindert steeds de genegenheid van God en mensen in de lucht.
In de kerk klinkt altijd die onuitgesproken vraag: wat wil God dat wij vandaag doen?

Vanuit de liefde tot Hem ontstaat de sfeer van Psalm 122:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor God aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij”.

Daarom gaan Gereformeerden graag naar de kerk:
“Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten”.
Zo ontstaat de eenheid in de kerk.
In de kerk heerst rust. Tijdens iedere kerkdienst kan men iets van die rust ervaren.
Op gewone werkdagen dragen kinderen van God die rust in hun hart mee.
Ja, de fijnproever krijgt al een voorproefje van het eeuwige geluk.
En hij beseft dat het waar is:
“Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[5].

Noten:
[1] Mattheüs 5:19 en 20.
[2] De betreffende preek dateert uit 1977. Thema en verdeling luiden als volgt:
Het vervullen van de wet door Jezus Christus
1. Gods wet moet vervuld.
2.Tot úw overvloedige gerechtigheid.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jihadisme .
[4] Geciteerd uit: “Europa niet van plan jihadisten terug te halen”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 19 februari 2019, p. 1.
[5] De laatste citaten komen uit Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

5 januari 2016

Heiliging door de Here

De betekenis van sacramenten wordt er bij Gereformeerden in gehamerd.
“Sacramenten zijn heilige zichtbare tekenen en zegels, die God ingesteld heeft om ons door het gebruik daarvan de belofte van het evangelie nog beter te doen verstaan en te verzegelen. Deze belofte houdt in dat Hij ons om het enige offer van Christus, aan het kruis volbracht, vergeving van zonden en eeuwig leven uit genade schenkt”[1].

Gereformeerden gebruiken dus heilige zichtbare tekens en zegels, om het Evangelie beter te begrijpen. Nee, er staat niet dat we de Bijbel helemaal gaan doorzien. Maar we ontdekken wel wat de blijde Boodschap is. We gaan er van uit dat de Bijbel – de Heilige Schrift – ons blij maakt.
Het is, zeker in onze tijd, belangrijk om dat aan elkaar duidelijk te maken.

In dit verband wijs ik graag op Ezechiël 20.
Enkele leiders van het volk komen daar bij Ezechiël. Ze willen een advies hebben. Maar dat krijgen zij niet.
We zouden zeggen: wat onaardig! Als mensen zich om een advies tot een profeet van God wenden, dan is dat toch goed? Het is toch prima als we ons door een ouderling of dominee laten helpen bij een correctie van onze levensstijl?
Ezechiël geeft geen advies. Hij wijst de opinieleiders alleen maar op het verleden.

De profeet gaat terug naar de toestand in Egypte.
Daar heeft de Verbondsgod de Israëlieten uitgekozen om Zijn volk te zijn.
De hemelse God beloofde trouw. En Hij beloofde ervoor te zorgen dat Zijn volk een eigen grondgebied zou krijgen. Een schitterend land zou het zijn, een land waar je graag zou wonen; een land waar je nooit weer weg wilde. Een land met een hoogconjunctuur. Een land waar de economen van de eenentwintigste eeuw zonder twijfel lofliederen op zouden zingen.
Maar de God van het verbond gaf, behalve de belofte, ook de eis. U moet, zei Hij, niet naar de Egyptische afgoden blijven staren.
Die eis was voor de Israëlieten indertijd teveel van het goeie.
Ach, de Israëlieten waren met die afgoden vertrouwd geworden. Ze voelden zich er goed bij. En die afgodische rituelen hadden toch ook wel wat.
De Here werd boos. Woedend werd Hij. Dat stelletje ondankbare Israëlieten luisterde niet eens naar Hem! Terwijl Hij zulke prachtige beloften deed!
De machtige God bedwong Zijn woede. Want als Hij Zijn volk zo vernietigen, zou de wereld smalend opmerken: ‘die God heeft trouw beloofd; maar vervolgens vernietigt Hij de complete natie’.
Zodoende werd de beloofde bevrijding toch realiteit. De Here gaf leefregels, en wetten voor een mooi en ordelijk volksleven. De Verbondsgod zei er bij: als u zich aan deze wetten houdt, zult u in leven blijven.

Dat laatste klinkt als muziek, nietwaar?
We doen allemaal ons best om zo lang mogelijk blijmoedig en gelukkig op deze aarde te leven. We volgen diëten. We kijken met een schuin oog naar de reclames die op de televisie voorbij komen.
Gegarandeerde gezondheidszorg en een heerlijk leven, dat willen wij eigenlijk ook. Toch?

De hemelse God zei er nog iets bij. Dat was dit: “Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de Here, hen heilig”[2].

Naar die tekst verwijst de Heidelbergse Catechismus ons onder meer bij Zondag 25.

Die tekst is ook voor ons van belang.
In de Nieuwtestamentische bedeling is de zondag een teken. Een teken dat ons er op wijst dat Jezus Christus ons heiligt.
In die wetenschap gebruiken wij, als het goed is, de sacramenten. We beseffen dat we – als we eeuwig en gelukkig en vredig willen leven – van het offer van Christus afhankelijk zijn.
En we realiseren ons dat er, behalve de belofte van het eeuwige leven, ook een voorwaarde is: leef naar Gods geboden! Maar als er beloften met betrekking tot vergeving en eeuwig leven bestaan, dan doen we dat toch met liefde?

Ook wij mogen het ons vandaag realiseren: “Ook gaf Ik hun mijn sabbatten als een teken tussen Mij en hen, opdat zij zouden weten, dat Ik, de Here, hen heilig”.
De heiliging doen we niet op ons eentje. De Verbondsgod zet Zijn kinderen apart. Hij zet hen ertoe aan om zichzelf te heiligen.
Zo wordt er voor onze heiliging gezorgd.
En dan gaan we ook zelf aan het werk om die heiliging te bevorderen.

Bij die heiliging maak ik graag de volgende opmerking.
‘Heiliging’ is niet te vergelijken met de ‘heilige oorlog’ in de islamitische wereld. En ook niet met ‘jihad’.
Over jihad c.q. heilige oorlog las ik onder meer het navolgende:
“Het Arabische woord ‘jihad’ betekent letterlijk strijden of streven en is van toepassing op elke inspanning die iemand levert. In deze betekenis streeft een leerling naar een opleiding en naar het halen van zijn of haar examen. Een zakenman streeft ernaar geld te verdienen en zijn of haar zaken te laten toenemen. Een moeder streeft ernaar haar kinderen op te voeden tot goede mensen en burgers. Anders gezegd, betekent jihad je best doen om een gewenst doel te bereiken.
In religieuze zin, verwijst het woord jihad zoals dat in de Koran gebruikt wordt, naar een spirituele strijd tegen het kwaad in onszelf en in allerlei vormen buiten onszelf. De beoefenaars ervan (mudjahidin) zijn de mensen die zich aan deze strijd tegen het kwaad wijden.
In de Islam bestaat geen concept van ‘heilige oorlog’”.
En:
“Moslims gebruiken het woord jihad voor alle vormen van streven en voor hen heeft het in de loop der tijd verschillende specifieke betekenissen gekregen”.
En:
“Een militaire jihad is een laatste middel dat binnen de grenzen van de Koran (…) en de praktijk van profeet Mohammed (…) gegeven wordt. Vreedzame oplossingen van conflicten genieten de voorkeur boven militaire’”[3].
Jihad, dat is: zelf je best doen om jouw doel te bereiken.
Heiliging betekent eerst en vooral dat de Here ons apart zet om Zijn beloften aan ons waar te maken. Heiliging heeft alles te maken met genade. En met Vaderlijke goedheid die Hij door Zijn Heilige Geest laat blijken.
Ziet u het fundamentele verschil tussen christenen en moslims?

Goddelijke genade en Vaderlijke goedheid, die zien wij terug in Ezechiël 20. Laat ik voor het gemak maar even citeren: “En gij zult weten, dat Ik de Here ben, als Ik u in het land van Israël brengen zal, in het land dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven. Daar zult gij terugdenken aan alle handel en wandel, waarmee gij u verontreinigd hebt, en van uzelf walgen om al de slechte daden die gij bedreven hebt. En gij zult weten, dat Ik de Here ben, wanneer Ik ter wille van mijn naam niet met u doen zal naar uw verkeerde wandel en naar uw verdorven handel, huis Israëls, luidt het woord van de Here Here”[4].
Die genade en goedheid komen ook uit in de formulering van Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus: “De Heilige Geest leert ons in het evangelie en bevestigt ons door de sacramenten, dat ons volkomen heil rust in het enige offer van Christus, dat voor ons aan het kruis gebracht is”[5].
Daarom mogen kerkmensen vol liefde leven; liefde voor God, en voor elkaar. En vol verwachting, vanwege al dat heerlijks dat komt.
Met een schuine blik op het verleden. Doch evenzeer gericht op de toekomst.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, antwoord 66.
[2] Ezechiël 20:12.
[3] Deze citaten zijn afkomstig van http://www.vraagislam.nl/wat-is-jihad/ . Geraadpleegd op maandag 14 december 2015.
[4] Ezechiël 20:42, 43 en 44.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, antwoord 67.

16 juni 2015

IS dringt kerk tot geloofskeus

IS: de betekenis van die afkorting jaagt de wereld angst aan.
Wie zit er achter de Islamitische Staat? Kenners zeggen dat het Abu Musab al-Zarqawi is. “Een ordinaire crimineel die besloot om jihadist te worden”. De man werd in 2006 geliquideerd tijdens een door de Verenigde Staten uitgevoerde luchtaanval. Maar zijn erfenis wordt nog steeds gebruikt.
IS onderscheidt zich van Al Qaida doordat het geweld zich ook tegen moslims keert.
IS herbergt religieuze fanaten, maar ook voormalige getrouwen van Saddam Hussein. Zodoende beschikt men over inlichtingen, wapens en regeerkracht.
Als de NAVO haar best doet, kan IS wellicht vernietigd worden. De ideologie zal echter blijven bestaan[1].

Wat is het doel van IS?
In de internetencyclopedie Wikipedia staat geschreven: “Het doel van Islamitische Staat in Irak en de Levant is jihad tegen de Amerikanen in Irak en tegen iedereen die volgens IS met hen samenwerkt, voornamelijk sjiieten, en het stichten van een islamitisch kalifaat in Irak, Syrië en omliggende Arabische landen. De na 1918 getrokken grenzen in het Midden-Oosten dienen te worden uitgewist. Dit kalifaat zou derhalve het gehele Midden-Oosten, Noord-Afrika, het Iberisch Schiereiland: al-Andalus, Turkije en de Balkan moeten omvatten”[2].
Maar de vraag is: waar is het IS nu echt om te doen? Moet de hele wereld een kalifaat worden?
Naar mijn idee is het antwoord op die laatste vraag nog zeer onduidelijk.

Islamitische Staat: de term is momenteel bijna iedere dag in de krant te vinden.
We verbazen ons over de wreedheden van de organisatie. Bij zoveel afschuwelijke nieuwsfeiten worden we stil.
Het schijnt bovendien dat IS – met een geschat vermogen van 2 miljard dollar – de rijkste terreurbeweging ter wereld is. Twee miljard dollar terreurgeld!

Keihard jihadisme: dat is het kenmerk van Islamitische Staat.

Gereformeerde mensen hebben, over het algemeen, geen wapens in huis. Wij gaan in ieder geval niet op mensen schieten. En niet lijfelijk vechten.
Maar iedere dag komt de krant. En eerlijk is eerlijk: de hoeveelheid nieuws over IS dreigt ons soms te overspoelen. Is dat eigenlijk wel aan ons besteed? En vooral: kunnen we als Gereformeerden nog iets zinnigs tegenover Islamitische Staat stellen?

Het vorenstaande overpeinzende wil ik u graag wijzen op de tekst van Zondag 49 uit de Heidelbergse Catechismus. Ik citeer:
“Uw wil geschiede, gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.
Dat wil zeggen: Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[3].
Eigen wil en eigen ambities moeten volledig aan de kant worden gezet.
Zonder enig tegenspreken!
Ja, men zou kunnen zeggen dat zowel moslims als christenen totale overgave kennen.

Toch is er een allesbepalend verschil.
Dat zien we al snel als wij Gods Woord er op na slaan.

Eerst wijs ik u graag op Mattheüs 16.
De Here Jezus zegt daar: “Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft om Mijnentwil, die zal het vinden”[4].
Zijn kruis op zich nemen, wie doet dat? Antwoord: iemand die ter dood veroordeeld is.
Wij hebben straf verdiend!
Wij hebben onszelf in de ellende gebracht!
Het is, als het hierom gaat, van groot belang om aandacht te besteden aan het begin van de perikoop waarin de boven aangehaalde tekst staat. Daar lezen we: “Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden. En Petrus nam Hem terzijde en begon Hem te bestraffen, zeggende: Dat verhoede God, Here, dat zal U geenszins overkomen! Doch Hij keerde Zich om en zeide tot Petrus: Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt Mij een aanstoot, want gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen”[5].
Jezus Christus gaat de dood in. Zijn lijden, sterven en opstanding geeft het leven aan ter dood veroordeelden terug!
Daarom sluiten we ons bij Christus aan.
Wij hoeven niet meer te sterven.
Wij hoeven niemand meer om het leven te brengen.
Wij mogen de liefde van God doorgeven aan de wereld.
“Uw wil geschiede” – dat moet onze bede wezen. Meer is in een christenleven niet nodig.

Nu wijs ik u nog op woorden uit Titus 2.
Het zijn deze: “Want de genade Gods is verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven”.
De genade van God is te zien.
Die genade brengt geluk en vrede voor alle mensen in de wereld. Daar passen onthoofdingen en andere wreedheden van IS op geen enkele manier bij.
Zondige mensen hebben opvoeding nodig. Ze moeten leren om koers te zetten naar het leven met God!
Voor dat woord ‘bezadigd’ staat in het Grieks sophronos: verstandig.
De drie deugden uit Titus 2 – verstand, rechtvaardigheid, vroomheid – zijn bekend uit de moraalfilosofie van de oudheid. Een exegeet schrijft dan ook over “wereldverbetering, maar dan christelijk ingevuld vanwege het ingrijpen van God, onze Redder. Zo kan men namelijk alleen leven door volstrekte zelfverloochening: alle immoraliteit (‘goddeloosheid en wereldse begeerten’) negeren en zich concentreren op de toekomstige wereld, het koninkrijk van God. Opvoeding van de mensheid mag gezien worden als resultaat van Gods reddende genade die verschenen is in de persoon van Jezus Christus”[6].
Voelt u dat hier een keus wordt gevraagd?

De Islamitische Staat is in het nieuws.
Zij lijkt soms Gods Woord en het christendom van radio en televisie te verdringen.
Daarom is het des te belangrijker dat Gereformeerden zich niet op dit alles verkijken.

Als u het mij vraagt wordt de antithese hier scherp gesteld!
Ook anno Domini 2015 moeten we blijven bidden: ‘Uw wil geschiede’.
Wij moeten, hier op aarde, onze dienst vervullen. Gewillig en trouw. En in alle rust, de Islamitische Staat ten spijt.
Als onze aardse dienst voltooid is, zullen hemelse harmonie en voortdurende vrede ons deel wezen!

De Islamitische Staat wil dat niet begrijpen.
Maar Gereformeerde mensen mogen het blijven belijden: onze God is krachtiger dan welke aardse macht dan ook!

Noten:
[1]
Jacob Hoekman, “IS: hoe de erfenis van een crimineel de wereld gijzelt”. In: PuntKomma, katern bij het Reformatorisch Dagblad (zaterdag 23 mei 2015), p. 6. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[2] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Islamitische_Staat_(in_Irak_en_de_Levant) . Geraadpleegd op vrijdag 29 mei 2015.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[4] Mattheüs 16:24 en 25.
[5] Mattheüs 16:21, 22 en 23.
[6] Zie: Dr. P.H.R. van Houwelingen, “Timoteüs Titus: pastorale instructiebrieven”. – Kampen: Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, 2009. – p. 276.

11 september 2014

Radicaliserend Nederland

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Nederland radicaliseert.
U weet vast wel wat dat in onze tijd betekent. Kort gezegd: moslims terroriseren ketters en aanhangers van andere godsdiensten.
Zeker – in oorsprong heeft het woord ‘jihad’ de kleur van de strijd tegen het kwaad in jezelf en de misstanden in jouw leven. ‘Jihad’ betekent zoveel als: inzet voor je geloof. Het geloof moet beschermd worden. Het geloof moet verdiept worden.
Maar meestal zit de interpretatie van het woord ‘jihad’ meer in de buurt van ‘terreur’, ‘geweld’[1].

Nu zeggen we in de christelijke kerk ook dat het roer radicaal om moet.
Denkt u bijvoorbeeld maar aan Mattheüs 22: “Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand”[2]. Of aan Efeziërs 4: “Maar gij geheel anders…”[3].
Doen volgelingen van Christus ten principale hetzelfde als moslims?

Nee. Beslist niet.
Want in Mattheüs 22 staat er bij: “Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf”. En in Efeziërs 4: “Gij toch hebt van Hem gehoord en zijt in Hem onderwezen, gelijk dit de waarheid is in Jezus, dat gij, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens aflegt, die ten verderve gaat, naar zijn misleidende begeerten, dat gij verjongd wordt door de geest van uw denken, en de nieuwe mens aandoet, die naar de wil van God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid”[4]. Hier is de dood helemaal uit het zicht. Verderf en verdwijning zijn hier niet aan de orde. Integendeel – er komt wat nieuws! Het leven wordt vele malen mooier! We bereiden ons voor op een leven dat zo heerlijk is dat we er niet eens genoeg woorden voor hebben.
Kortom: de radicaliteit van Gereformeerden heeft een heel ander karakter dan de jihad van moslims.

Even zo goed is het duidelijk: Gereformeerden zijn radicale mensen.
Zij staan voor hun zaak. Want het is de zaak van de Here.
Zij staan voor hun taak. Want zij zijn ijverig in de dienst voor de Here. En dat is te merken ook.
Maar daarin moeten we dan niet doorschieten.

Dit alles overpeinzende, denk ik aan Achaz.
Ik attendeer u op 2 Koningen 16: Maar Achaz “wandelde in de weg der koningen van Israël. Ook deed hij zijn zoon door het vuur gaan in overeenstemming met de gruwelen der volken, die de HERE voor de Israëlieten had verdreven. Hij slachtte en offerde op de hoogten, op de heuvels en onder elke groene boom”[5].
Ik wijs u op 2 Kronieken 28: Achaz “maakte zelfs gegoten beelden voor de Baäls; ja, hij ontstak offers in het dal Ben-Hinnom en verbrandde zijn zonen met vuur in overeenstemming met de gruwelen der volken, die de HERE voor het aangezicht van de Israëlieten had verdreven. Hij bracht offers en ontstak die op de hoogten, op de heuvels en onder elke groene boom”[6].
Laten we Jesaja 7 niet vergeten: “En de HERE ging voort tot Achaz te spreken: Vraag voor u een teken van de HERE, uw God, diep in het dodenrijk of boven in den hoge. Maar Achaz zeide: Ik zal er geen vragen, en de HERE niet verzoeken. Toen zeide hij: Hoort toch, gij huis van David! Is het u niet genoeg mensen te vermoeien, dat gij ook mijn God vermoeit?”[7].

Zeg niet dat Achaz niet godsdienstig was.
Want dat was hij wel.
Alleen maar, hij was het op zijn eigen manier.
Hij had er zo ongeveer alles voor over om God een plezier te doen.
Achaz had, om het zo uit te drukken, een grote godsdienstpraktijk. Hij deed echt z’n best. Heus wel.
Maar de voorgeschreven liturgie van de Here negeerde hij. Achaz deed het op zijn eigen wijs.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant P.K. Keizer (1906-1985) typeerde in een preek over een tekst uit Micha 6 de levenshouding van Achaz eens als volgt.
“Van deze koning is ons bekend, dat hij zeer religieus was. Wel diende hij de HEERE niet en trok zich weinig van de wet de HEEREN aan, maar godsdienstig nee maar!
U moet niet denken, dat hij een ‘heiden’ was…. !
Een pracht van een altaar, naar een model, dat hij in Damascus had gezien, toen hij zijn opwachting moest maken bij de koning van Assyrië, had hij het in de voorhof van de tempel des HEEREN geplaatst en het altaar des HEEREN buiten dienst gesteld. Zijn liturgische diensten waren veel indrukwekkender dan de ouderwetse. Hij was “oecumenisch” en diende ook andere goden.
Veel brandoffers bracht hij, zoals eenjarige kalveren: qualiteitsoffers !
Duizenden rammen en tienduizenden oliebeken: quantiteitsoffers!
Hoe donkerder de tijden werden voor vorst en volk, des te zwaarder eisen vervulde hij.
Wij moeten daar niet klein van denken: zware godsdienst is altijd in trek bij het mensenhart.
Welk ouderpaar komt er zó maar toe zijn kinderen te offeren, zoals dat in Jeruzalem geschiedde?
We lezen van koning Achaz, dat hij zijn zoon door het vuur deed gaan, naar de gruwelen der heidenen (…). Dat zou de HEERE toch ongetwijfeld welgevallig zijn! Wat een zelfovergave! Wat een zelfofferande! Wat een hoge kosten! Het liefste ten offer brengen wat men had – het eigen kind: dat was toch ernst maken met de godsdienst.
Met zulke kostbare offers, met een bloedend hart gebracht en met zoveel ernst, kwam men de HEERE tegemoet en bukte men zich voor de hogen God om Zijn welgevallen op te wekken.
Ge kunt begrijpen hoe vreemd in zulke oren de klacht des HEEREN moet geklonken hebben! Alsof ze niets aan de godsdienst deden! En ze bogen zich onder het zwaarste juk! En toch: had de HEERE geen reden om te klagen? Was zulk een “wettisch” leven en het torsen van zulk een zwaar eigengemaakt juk nu waarlijk het doel van het verbond der genade, dat Hij zo goed geweest was met hen op te richten?
Verstonden ze nog wel de genade, waarmede de HEERE Zich ontfermd had, toen Hij hen uit Egypte, aannam tot Zijn volk? Onderwijl hun hart Hem verliet om eigen begeerlijkheden na te volgen, trachtten ze Hem tevreden te stellen met het vervullen van zware godsdiensteisen.
Wat Hij waarlijk van hen vroeg, gaven ze Hem niet: hun zonden na te laten en hun hart Hem te wijden in hun ganse leven”[8].

Het komt mij voor dat wij van de manier van doen van Achaz, en van de Goddelijke reactie daarop, nog wel het een en ander kunnen leren.
Achaz was radicaal. Zeker. Maar wel op z’n eigen manier.
Gereformeerden zijn ook radicaal. Dat staat vast. Maar dat moeten we zijn op de wijze die de hemelse Heer ons geleerd heeft. U weet wel wat Micha daarvan gezegd heeft: “Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de HERE van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God”[9].

Vandaag is het 11 september.
Dertien jaar is het nu geleden dat er terroristische aanvallen werden gedaan op de Twin Towers in New York en het Pentagon in Washington D.C. Als ik het goed weet verloren zo’n drieduizend mensen toen het leven.
We zijn verder gekomen in de geschiedenis. En nu wordt gezegd dat Nederland radicaliseert. Waar komt dat door? Antwoord: ten diepste ligt de oorzaak in de Woordverlating, en in de kerkverlating.

In een radicaliserend Nederland moeten wij, Gereformeerden van 2014, weten waarom en hoe wij radicaal zijn.
Als wij dat vergeten gaan we uiteindelijk onze ondergang tegemoet.

Noten:
[1] Zie voor de betekenis van dit woord ook http://www.encyclo.nl/zoek.php?woord=jihad .
[2] Mattheüs 22:37.
[3] Efeziërs 4:20.
[4] Efeziërs 4:21-24.
[5] 2 Koningen 16:3 en 4.
[6] 2 Kronieken 28:2, 3 en 4.
[7] Jesaja 7:10-13.
[8] De preek van dominee P.K. Keizer is gedateerd op 2 februari 1952, en heeft Micha 6:3 als tekst. De preek werd indertijd opgenomen in de prekenserie ‘Waarheid en Recht’.
[9] Micha 6:8.

Blog op WordPress.com.