gereformeerd leven in nederland

11 september 2019

Geen woningnood

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er is woningtekort in Nederland. En niet zo’n beetje ook.
Het Nederlands Dagblad geeft de volgende, niet al te vrolijke, opsomming:
“Er is nu een tekort van 294.000 woningen. Dat is 3,8 procent van de totale woningvoorraad.
Tot 2025 moeten er 75.000 nieuwe woningen per jaar bijkomen.
De afgelopen jaren lag de nieuwbouw gemiddeld rond de 54.000 per jaar.
In het tweede kwartaal van 2019 werden er 12.800 vergunningen voor nieuwbouw afgegeven, het laagste aantal in drie jaar tijd.
In 2030 wonen er naar verwachting 18 miljoen mensen in Nederland, een toename van 745.000”[1].
De geoefende Bijbellezer weet het: in de hemel is geen woningtekort. In Johannes 14 draait Jezus er niet omheen: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken”[2].

‘Ik ga weg’, zegt Jezus tegen Zijn leerlingen. ‘Maar als alles klaar is, kom Ik u halen. En u weet waar ik naar toe ga. U weet ook hoe uzelf daar komen moet’.
Thomas heeft zo zijn bedenkingen. ‘Wij weten helemaal niet hoe u daar komen moet’.
Maar dan wijst Jezus op Zichzelf. ‘Ik ben de Weg, de waarheid en het leven. Via Mij kom je bij Vader komen. Wie mij ziet heeft de Vader gezien. Vader werkt via mij. En als je niet gelooft om wat ik zeg, geloof dan vanwege de dingen die je Mij ziet doen’.
De Heilige Geest van God zal komen.
En Hij zal ervoor zorgen dat de leerlingen ook grootse dingen kunnen doen. Kijkt u maar – Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader. En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden”[3].
‘Werk in Mijn naam’, zegt Jezus, ‘als u dat blijft doen als Ik weg ben, dan komt het goed’.

Dat dit geen loze belofte is, valt te zien in Handelingen 3: “Petrus​ zei echter: Zilver en goud heb ik niet, maar wat ik heb, dat geef ik u: in de Naam van ​Jezus​ ​Christus​ de Nazarener, sta op en ga lopen! En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en onmiddellijk werden zijn voeten en enkels vast. En met een sprong stond hij overeind en liep rond, en hij ging met hen de ​tempel​ in, lopend en springend en God lovend”[4].

Hoe is het anno Domini 2019?

Wellicht zijn wij geneigd om te vragen: waarom gebeuren er vandaag geen wonderen meer? Is ons geloof niet sterk genoeg?
Terecht schrijft iemand: “Wonderen gebeurden in de Bijbelse tijd ook lang niet altijd. Sinds de schepping zijn er maar een paar honderd jaar aan te wijzen waarin er wonderen gebeurden: in de tijd van Mozes en Jozua, ongeveer 1450-1350 voor Christus, in de tijd van Elia en Elisa, ongeveer 900-800 voor Christus, en in de tijd van de Heere Jezus en de apostelen, de eerste eeuw dus. In al die 6000 jaar zijn er dus maar 300 jaar waarin dit soort wonderen gebeurde.
Waarom iemand een wonder zou willen meemaken, is een interessante vraag. Misschien vind je het fascinerend, of heeft het met je omstandigheden te maken. Misschien denk je: als God echt een wonder zou laten zien, zou ik wel in Hem geloven.
Dat is een mooie gedachte. Maar wonderen zijn geen wondermiddelen. God liet Mozes, Elia en Zijn Zoon wonderen doen, zodat we werkelijk zouden geloven dat zij door God gezonden waren. Het wonder was een soort uitroepteken bij hun dienst.
Maar wij zijn hardleers. In de hele wereldgeschiedenis heeft niemand zo veel wonderen meegemaakt als de Israëlieten. Wonderen in Egypte, bij de Schelfzee, bij Sinaï, in de woestijn. Maar toen het erop aankwam, hebben deze ervaringen hen niet geholpen. Door ongeloof zijn ze in de woestijn omgekomen”[5].
De vragen zijn dus:
* geloven wij ook zonder wonder in Jezus Christus?
* geloven wij dat er in de hemel een woning voor ons in aanbouw is, terwijl wij geen wonder zien?

Ach – het klinkt zo heerlijk: “een altijd veilig huis, vast als de hemel zelve”. Dit citaat uit Psalm 89 klinkt als een vooraankondiging van Johannes 14[6]. Maar er zijn wellicht momenten dat wij er iets meer van zouden willen zien.

En er is nog wat anders.
Voor wij ’t weten wordt die tekst uit Johannes 14 – “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen” – het onderwerp van een romantisch tafereel.
U weet wel: een schitterend stadje… mooie huisjes… fraai aangelegde tuinen… schone straten waar geen snipper zwerfvuil te zien is… vredig rondwandelende mensjes, zonder uitzondering met een glimlach om de mond…
Dat is allemaal prachtig.
Maar anno Domini 2019 is de vraag: gelooft u dat die hemelse woonplaatsen er zijn, terwijl hier op aarde nog niets van de hemel te zien is?

Nederland is, in zekere zin, het land van de woningnood. Het is wel bekend dat er tussen 1945 en 1960 – zeg maar: na de Tweede Wereldoorlog – een grote woningnood heerste.
In de jaren ’80 van de vorige eeuw was er een groot tekort aan huurwoningen. Bovendien waren er veel leegstaande panden in binnensteden. Dat laatste verschijnsel leidde tot de opkomst van de kraakbeweging.
Tegenwoordig kennen we ook de kamernood in de studentensteden.
En dus de nieuwe woningnood[7].
Je zou haast gaan geloven dat woningnood volstrekt onoplosbaar is.

In die situatie zegt de Heiland ook vandaag tegen de kerk: in het huis van Mijn Vader zijn veel woningen – geloof dat maar gewoon!

Noten:
[1] Kader “Crisis op de woningmarkt”; in artikel “Miljarden om de ‘wooncrisis’ te beteugelen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 5 september 2019, p. 1.
[2] Johannes 14:2.
[3] Johannes 14:12 en 13.
[4] Handelingen 3:6, 7 en 8.
[5] Geciteerd van https://www.puntuit.nl/nieuws/menens-waarom-gebeuren-er-geen-wonderen-meer ; geraadpleegd op donderdag 5 september 2019.
[6] Het citaat is de laatste regel van Psalm 89:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Zie over het bovenstaande onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Woningnood ; geraadpleegd op donderdag 5 september 2019.

29 augustus 2019

Kerkelijke eenheid is logisch

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Christenen hebben het nogal eens druk met kerkelijke eenheid. Daar moet veel voor gebeuren. Er wordt diep nagedacht. Er vinden gesprekken plaats. Er worden artikelen over geschreven. Men publiceert rapporten en boeken met titels als ‘Kerkelijke eenheid: gave en opdracht’,  ‘Zoeken naar kerkelijke eenheid’ en ‘Kerkelijke verdeeldheid: waarheen?’[1].
Bij dit alles komt nog dat de ene oecumene nog spiritueler lijkt dan de andere.

Dit zo zijnde mogen we niet vergeten dat Jezus Christus in Johannes 17 heeft gezegd: “En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad”[2].

Dat betekent in ieder geval dat Jezus Zelf alles aan die eenheid doet. Ego staat er: Ik.
De één ijvert voor eenheid. Een ander staat er wat huiverig tegenover. Maar de Here leert ons af om over kerkelijke eenheid bezorgd te wezen. Als er eenheid komen moet, zal het Hoofd van de kerk – Jezus Christus – die Hoogstpersoonlijk geven!

Jezus Christus “heeft hun de heerlijkheid gegeven”.
Hun – dat zijn de mensen die Vader aan Zijn Zoon gegeven heeft[3]. Dat is goed te begrijpen.
Maar die heerlijkheid lijkt toch wel wat twijfelachtig. Zo glorieus zijn wij toch niet?

Die heerlijkheid grijpt onder meer op de vraag van Jezus: “verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt”[4].
Met de verheerlijking van de Zoon wordt Zijn kruisiging aangeduid, en vervolgens ook het feit dat Jezus Christus Zijn plaats in de hemel weer in gaat nemen. Hij komt, nadat hij Zijn verlossingswerk heeft voltooid, weer naast Vader te zitten.
Ook kerkmensen van 2019 zijn naar die hemelse heerlijkheid op weg. Zij zijn samen op pad naar een glorieuze toekomst!
Dan lijkt het toch nergens op dat gelovige mensen die op weg zijn naar hetzelfde doel kerkelijk gescheiden zijn? Het Hoofd van de kerk heeft nota bene al heerlijkheid gegeven aan mensen die op Zijn naam staan!

Die heerlijkheid grijpt ook terug op Jezus’ woorden: “Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen”[5]. In al het werk van Jezus op aarde weerspiegelt zich de luisterrijke kracht van de hemelse Vader. Hij heeft de macht om op aarde grootse veranderingen door te voeren. Dat heeft Jezus ook uitgebreid laten zien. In Gods Woord zijn tenminste vijfendertig wonderen beschreven[6]. In Johannes 21 staat trouwens ook nog: “En er zijn nog veel andere dingen die Jezus gedaan heeft. Als die ieder afzonderlijk beschreven zouden worden, dan zou, denk ik, de wereld zelf de geschreven boeken niet kunnen bevatten. ​Amen”[7].
Zou de hemelse Here in 2019 ook nog wonderen kunnen doen? De vraag stellen is haar beantwoorden – natuurlijk kan Hij dat! Hij kan dus ook kerkelijke eenheid geven als niemand dat verwacht. En in het geven kerkelijke eenheid schakelt hij mensen in.
Als het goed is, zien we in al dat spreken en schrijven over kerkelijke eenheid iets van de heerlijkheid die ons gegeven is.
Die heerlijkheid grijpt ook terug op Jezus’ dringende vraag aan Zijn Vader: “En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was”[8]. Het Hoofd van de kerk wil Zijn oude glorie terug. Waarom? Omdat Hij Zijn kinderen in die glorie wil laten delen.
Paulus schrijft daarover in 2 Corinthiërs 3: “Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heere als in een spiegel aanschouwen, worden van gedaante veranderd naar hetzelfde beeld, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dit door de Geest van de Heere bewerkt wordt”[9].
Op die roemrijke heerlijkheid bereiden al Gods kinderen zich voor. En nee, dat doen ze niet in groepjes. Alleen daarom al is kerkelijke eenheid geboden!

Laten wij maar blijven bidden: Here, breng bij elkaar wat bij elkaar hoort.
En laten wij op Jezus Christus, het Hoofd van de kerk, blijven vertrouwen. Hij kan nog altijd wonderen doen. Jazeker – op Zijn tijd, en met Zijn eigen werkmethode.
Laten kerkmensen zich ook maar realiseren dat zij op weg zijn naar eeuwige glorie. Daar passen geen activiteiten in groepjes, kliekjes of andersoortige gezelschapjes bij.
Onze God heeft, blijkens 1 Johannes 4, heel de wereld op het oog: “Hierin is de ​liefde​ van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem”[10].
Zijn heerlijkheid is niet iets van de vierkante meter!

Kerkelijke eenheid is logisch – dat staat boven dit stuk.
Vanwege de hardheid der menselijke harten had er ook kunnen staan: kerkelijke eenheid zou logisch moeten zijn.
Want dat ligt vaak niet makkelijk.
Laten wij het daarom nog maar eens repeteren: “En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn”. Kerkelijke eenheid heeft de volle aandacht van onze Heiland!

Noten:
[1] De gegevens van deze publicaties zijn: “Kerkelijke eenheid: gave en opdracht”. – Uitgeefmaatschappij Kok ten Have, 1996;  “Zoeken naar kerkelijke eenheid” – uitgave onder verantwoordelijkheid van het deputaatschap voor eenheid van de gereformeerde belijders in Nederland van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland –, Drukkerij en Uitgeversmaatschappij Buijten en Schipperheijn, 2003; J.J. Rietveld, “Kerkelijke verdeeldheid: waarheen?” – Uitgeverij Om Sions Wil, 2018.
[2] Johannes 17:22 en 23.
[3] Zie Johannes 17:2: “…zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt”.
[4] Johannes 17:1.
[5] Johannes 17:4.
[6] Zie https://www.allaboutjesuschrist.org/dutch/wonderen-van-jezus-2.htm ; geraadpleegd op donderdag 22 augustus 2019.
[7] Johannes 21:25.
[8] Johannes 17:5.
[9] 2 Corinthiërs 3:18.
[10] 1 Johannes 4:19.

28 augustus 2019

Vrouwen en spirituele oecumene

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eind september verschijnt een boek over spirituele oecumene. Er is nu al gedoe over. Dat is goed voor de verkoopcijfers. Want dat gedoe functioneert als ongevraagde reclame.

Waar gaat dat gedoe over?
Het Reformatorisch Dagblad meldt ons: “Een aantal theologen heeft op het te verschijnen boek ‘Spirituele oecumene’ kritiek geuit omdat er te weinig vrouwen aan hebben meegewerkt.
Theologe dr. Margriet Gosker wees er vrijdag op Facebook op dat van de vijftig bijdragen aan de bundel er twee geschreven zijn door een vrouw. Het boek wordt op 28 september gepresenteerd op een symposium in Amersfoort, met allemaal mannelijke sprekers. Dit leidde tot veel kritische reacties op sociale media.
Theoloog Samuel Lee trok vrijdag zijn bijdrage in. Hij hoopt dat de publicatie van ‘Spirituele oecumene’ wordt uitgesteld en dat vrouwelijke theologen alsnog een artikel zullen schrijven. Theoloog Peter-Ben Smit riep de andere auteurs zaterdag op hun bijdragen ook in te trekken”.
En:
“De redactie van ‘Spirituele oecumene’ liet dinsdag weten geen officieel verzoek te hebben gehad om een bijdrage terug te trekken, behalve dat van Lee. Het boek ligt nu bij de drukker. Het symposium gaat ongewijzigd door”[1].

Het is toch wat met die mistroostige vrouwen!
Zijn zij meteen achtergesteld als zij niet in groten getale meewerken aan een boek?
Het wordt steeds gekker.
Er is niets tegen als de gedesillusioneerde dames ook een boek over spirituele oecumene schrijven. Dan hebben we er twee. Als de dames een beetje hun best doen wordt de beeldvorming daar alleen maar beter van.

De oecumene brengt ons bij Johannes 10.
Ik citeer:
“Ik heb nog andere schapen, die niet van deze ​schaapskooi​ zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder”[2].
Die tekst betekent: de verlossing van de zonden door Jezus Christus is niet alleen voor de Joden. Des Heilands beloften zijn niet alleen bedoeld; die zijn geadresseerd aan gelovigen overal ter wereld.
De beloften over vergeving van zonden en eeuwig leven zijn bedoeld voor alle gelovigen. Voor ouderen en jongeren. Voor mannen en… ja ook voor vrouwen.
Dat staat niet expliciet in bovenstaande tekst. Maar de Heiland spreekt over schapen. Daar zijn rammen, mannelijke schapen. Er zijn ook ooien, vrouwelijke schapen. En er zijn lammetjes, jonge schapen. Jezus maakt geen onderscheid. Alle gelovigen tellen mee. Dat is ware oecumene.

De oecumene brengt ons ook bij Johannes 17.
Ik citeer:
“En Ik ​bid​ niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt”[3].
Onze Here Jezus Christus bidt voor alle gelovigen.
Voor mannen.
En voor vrouwen.
En voor kinderen.
Wát bidt de Heiland precies? Dat staat er in het citaat niet bij. Jezus spreekt over het doel van Zijn gebed. Dat doel is: een eenheid van christenen die lijkt op de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Als de gelovigen in de Vader, in de Zoon en in de Heilige Geest zijn, worden zij als vanzelf één. Terecht noteert een commentator erbij: “Zo gezien is gebrek aan eenheid onder christenen een teken van gemis aan gemeenschap met God”[4].
De Heiland bidt om ware oecumene!

Spirituele oecumene – wat is dat eigenlijk?
In het Rooms-katholieke decreet over de oecumene Unitatis redintegratio uit 1964 staat daarover: “Deze innerlijke omkeer en heiligheid van leven, tezamen met persoonlijke en openbare smeekbeden voor de eenheid van de christenen, moet men beschouwen als de ziel van de gehele oecumenische beweging. Men kan dit terecht een geestelijke oecumenische beweging noemen”[5].
Die beweging komt voor bij mannen en vrouwen.

Vrouwen tellen mee, ook al worden zij in Gods Woord niet altijd expliciet genoemd.
Laten wij daar niet teveel drukte over maken.
Straks gaan we nog denken dat vrouwen zielig zijn. En dat zijn zij niet. Echt niet.

Noten:
[1] “Kritiek op boek over spirituele oecumene”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 20 augustus 2019, p. 3.
[2] Johannes 10:16.
[3] Johannes 17:20 en 21.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 17:21.
[5] Geciteerd via: kardinaal Walter Kasper, “Een handboek voor de spirituele oecumene”. – serie: Kerkelijke Documentatie. – p. 9. Te vinden op https://www.rkkerk.nl/wp-content/uploads/2016/10/2007_KDspecial1_Handboek-voor-de-spirituele-oecumene-kardinaal-Walter-Kasper.pdf ; geraadpleegd op woensdag 21 augustus 2019.

20 augustus 2019

De kerk volgens Johannes 15

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“U bent al ​rein​ vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb”[1].
Dat zegt Jezus in Johannes 15 tegen Zijn discipelen. Een opmerkelijk woord is dat! Immers – hoe kan een mens rein zijn? De aardse mens is zondig, tot in het diepst van zijn bestaan. Dan is het toch te simpel om over de gereinigde mens te spreken?

Toch kan het.
Jezus heeft namelijk net daarvóór gezegd: “Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier. Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt”[2].

Men vertelt ons soms dat kerkmensen veel ijveriger moeten zijn. In het oefenen van onderling contact bijvoorbeeld. In het evangeliseren bijvoorbeeld. Er gaat, zegt men, zo weinig van de kerk uit.

Onlangs was er een dominee uit het verband van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken die iets dergelijks schreef.
“Veel van wat de kerk wordt verweten, is jammer genoeg terecht. Wat ging het veel over onszelf en wat waren we weinig gericht op de wereld. Wat we zo goed en zeker wisten, zijn grote verhalen gebleken. Wat een gezeur om niks, dufheid en kleinzieligheid. Kritiek op de kerk valt te begrijpen.
Nu is een van de kenmerken van kritiek vaak dat ze doorslaat. Kritiek op de hang naar objectiviteit in de kerkdienst slaat door naar allesbeheersende subjectiviteit. De ware kerk maakt plaats voor het ware gevoel. Grote verhalen verandert in niks meer te zeggen hebben”.
Het moet anders schreef die predikant.
Waarom?
“Het concept van een gemeenschap van mensen – oud, jong, blank, zwart, homo, hetero, rijk, arm, gezond, ziek, gelovig, twijfelend – staat ook vandaag als een huis. Een club mensen die in alle verscheidenheid hun God loven en prijzen, zich door hun hemelse Vader willen laten aanspreken en bemoedigen is iets om te koesteren. Een gastvrije gemeente van mensen die hun eigen tekortkomingen als geen ander kennen, weten van 100 procent genade en de liefde van hun God en daarvan maar wat graag willen delen in een dolgedraaide samenleving.
Een kerk waar de Geest van God woont, die met gulle hand de leden van gaven voorziet om zichzelf en de stad waarin ze wonen een stukje mooier te maken, is de moeite van het voortbestaan meer dan waard. Wat zou het mooi zijn als het die kant op zou gaan.
Als kerken weer plekken worden waar jonge en oude christenen, in navolging van Christus, liefde voor voelen en betrokkenheid, waar ze voor willen gaan. Met hoofd, hart en handen. Als kerken voor zowel (groot)ouders als (klein)kinderen een plek worden om graag naar toe te gaan en te zijn. Zoals het ooit was en bedoeld is. Leve de kerk!”[3].

Dit klinkt mooi.
Maar bij nadere beschouwing lijkt het toch iets minder fraai.
Is de kerk simpelweg een gemeenschap? Neen. Het is geen gewone woon- en leefgemeenschap.
Is de kerk een club? Ook niet.
Het is een groots werk van de heilige God. Dagelijks werkt Zijn Geest in de kerk. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: “… geen kennis of wil is in overeenstemming met die van God, als Christus ze niet in de mens tot stand heeft gebracht, zoals Hij ons leert met de woorden: Zonder Mij kunt gij niets doen – Johannes 15:5”[4].
De kerk is geen product van een Masterplan. Het is een heilige vergadering. Gods Geest zet mensen bij elkaar. Hij creëert geloofskracht, zodat die vergadering ook werkelijk kerk blijft[5].

De kerk is de moeite van het voortbestaan waard, schrijft de GKv-predikant. Ja, dat zal waar wezen.
Want dat voortbestaan is gegarandeerd. Waarom? Omdat Vader de Wijngaardenier is.
U weet wel, de Vader van Zondag 1 uit de Heidelbergse Catechismus: “Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil”[6]. Hij zal de kerk verzorgen met alles wat zij nodig heeft. Want Hij is een trouwe Vader. Hij zegt nooit tegen de kerk: nou, laat maar zitten…[7]

Het gaat niet zo best met de kerk, zeggen de mensen.
Laten we dan niet vergeten dat Vader snoeiwerk doet. Zo leert Hij ons geduld. En zachtmoedigheid. Hij leert ons actief te zijn, ook als het met de kerk ogenschijnlijk niet zo best gaat.

Het hierboven geciteerde schrijven van die GKv-predikant – dominee S. de Jong uit Drachten – lijkt onder meer als boodschap te hebben dat de kerk een hele hoop zelf moet fiksen.
Misschien is dat niet zijn bedoeling. Maar toch.
Hoe dat zij – Johannes 15 leert ons dat alles bij God begint. Laten wij de juiste klemtoon leggen: “elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij”.

Noten:
[1] Johannes 15:3.
[2] Johannes 15:1 en 2.
[3] Ds. Sieds de Jong, “De kerk is het voortbestaan waard”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 4.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.

12 augustus 2019

Eeuwig leven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Maandagavond 5 augustus jongstleden: op de televisie wordt het programma ‘We zijn er bijna’ uitgezonden[1].
Dat programma draait om een groep wat oudere vakantiegangers die met hun caravan of camper door een bepaald land of gebied trekken. Dit jaar verkent men de Balkan. Deze aflevering gaat over Servië en Montenegro.
En ach – hoe gaat dat?
Wie in vakantierust is, geeft zich wel eens over aan bespiegelingen.
Zo ook Lex.
Lex zit met een aantal andere vakantievierders op een bankje.
Hij spreekt de navolgende gedenkwaardige woorden.
“Ik wil niet eeuwig leven… Nee. Ik ben geen Jan Mulder! Ik moet er niet aan denken! Ik bedoel, wat moet je dat hele leven doen? Ik vind dit prachtig maar op een gegeven moment… nee nee… ik kan het niet helemaal beredeneren natuurlijk. Je weet het niet, maar… Zo zit het leven in elkaar. Het eindigt… Maar ja, wie ‘t wil, ga je gang”.

Lex refereert aan een ander tv-programma, ’Het eeuwige leven van Jan Mulder’.
Op de website van dat programma staat te lezen: “De vraag: ‘waarom zou je eeuwig willen leven?’ wordt bij elk van Jan zijn ontmoetingen anders beantwoord. Dit dwingt hem tot reflectie en duikt hij dieper in zichzelf dan hij vooraf had kunnen denken”[2].

Het bovenstaande brengt ons vandaag bij Johannes 3: “De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle dingen in Zijn hand gegeven. Wie in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem”[3].

Geloven en gehoorzamen, daar gaat het in Johannes 3 om.

Hoe blijkt die gehoorzaamheid? Die blijkt als we het Evangelie in woord en daad doorgeven. De apostel Paulus heeft het daar in Romeinen 1 ook over: “Door Hem hebben wij ​genade​ en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam, waartoe ook u behoort, geroepenen van ​Jezus​ ​Christus”[4].
Volgelingen van Christus dragen de blijde Boodschap door de wereld. In hun woorden. In hun gedrag.
Zo iemand heeft eeuwig leven. Dat leven is al begonnen. En in de hemel leeft hij of zij volmaakt verder. Daar is het leven een en al vrede en geluk. Iets van die vrede, een stukje van dat geluk kunnen we – als het goed is – vandaag al bij de christenen zien.
Laten we dat geluk, die vrede maar doorgeven. Bijvoorbeeld met de woorden van Romeinen 5: “Want zoals door de ​ongehoorzaamheid​ van de ene mens velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden”[5].

Wat zullen wij in het eeuwige leven doen?[6]
Van onze bezigheden is, op de keper beschouwd, geen heldere beschrijving van te geven. Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe, in 1 Corinthiërs 2: “…het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[7].
Dat aardse voorstellingsvermogen van ons schiet ten enenmale tekort. Wij denken in te krappe kaders. Ons denkraam is te klein.
Eén ding is wel zeker: wij gaan ons in de hemel beslist niet vervelen. Er is namelijk meer dan genoeg te zien. Dat blijkt wel uit Hebreeën 9: “… zo zal ook ​Christus, Die eenmaal geofferd is om de ​zonden​ van velen weg te dragen, voor de tweede keer zonder ​zonde​ gezien worden door hen die Hem verwachten tot zaligheid”[8]. En ook uit 1 Johannes 3: “Geliefden, nu zijn wij ​kinderen​ van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is”[9]. Wij kunnen onze God eindelijk eens live bekijken. En daar kunnen wij geen genoeg van krijgen!
Lex verzucht hierboven: wat moet je al die tijd doen? Dat is een typisch aardse vraag. Een vraag waarbij verdriet en teleurstellingen het uitgangspunt zijn. Echter – al die moeilijkheden en problemen zijn in de hemel afgeschaft. Lees maar mee in Openbaring 21: “En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan”[10].

Lex is, als het erop aan komt, reuze tolerant: het eeuwige leven? – “wie ‘t wil, ga je gang”.
De spreker suggereert dat wij ’t voor het voor ’t kiezen hebben. Dat is een misvatting.
Het eeuwige leven wordt ons aangeboden – gratis en voor niets. Slechts één ding is nodig: geloof!

Dat blijkt in Johannes 3.
En ook in Johannes 5: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11].

Maar achter Johannes 3 en Johannes 5 is natuurlijk ook een scherpe tegenstelling zichtbaar: geloof tegenover ongeloof.
Lex is een typisch voorbeeld van ongeloof. Van aards denken. Zo’n man als Lex zou je geloof gunnen. Niet omdat hij dan precies weet wat er na dit leven nog komt. Maar wel om hem groot geluk en diepe vrede te geven.

Laten Gods kinderen de beloften over het eeuwig leven maar koesteren!

Noten:
[1] ‘We zijn er bijna’, programma van Omroep MAX, maandagavond 5 augustus 2019, NPO 1, vanaf 21.25 uur.
[2] Geciteerd van https://www.maxvandaag.nl/programmas/tv/het-eeuwige-leven-van-jan-mulder/ ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[3] Johannes 3:35 en 36.
[4] Romeinen 1:5 en 6.
[5] Romeinen 5:19.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-325.html ; geraadpleegd op dinsdag 6 augustus 2019.
[7] 1 Corinthiërs 2:9.
[8] Hebreeën 9:28.
[9] 1 Johannes 3:2.
[10] Openbaring 21:4.
[11] Johannes 5:24.

11 april 2019

Tragikomedie of hemelse toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Is het leven één grote tragikomedie?
Een tragikomedie – dat is een “drama dat elementen van zowel komedie als tragedie, hogere én lagere kunst, in zich verenigt. Het woord werd voor het eerst gebruikt door de Romeinse toneelschrijver Plautus”[1].
Welnu, de filosoof en cabaretier Tim Fransen schreef het boek ‘Het leven als tragikomedie’[2].

Fransen heeft oog voor de tekorten van de mensheid.
“Ons tekort is in de eerste plaats lichamelijk: wij zijn kwetsbare, vergankelijke en behoeftige wezens. Daarnaast schieten we psychisch tekort: we beschikken weliswaar over een grotere mentale capaciteit dan de dieren, maar de daaruit voortvloeiende zucht naar erkenning maakt ons bepaald niet gelukkiger. Onze hersenen zijn ook al niet je van het: we kampen met een tekort aan kennis, door Fransen het epistemische tekort genoemd. De waarheid is voor ons mensen eenvoudigweg niet te kennen en onze overtuigingen en zintuigen staan ons vaker in de weg dan dat ze behulpzaam zijn. Ten slotte schieten we moreel tekort: als puntje bij paaltje komt, zijn we zelfzuchtige wezens met ‘een verlangen naar superioriteit waardoor anderen het regelmatig moeten ontgelden’”.

En wat o wat is de zin van dit alles? Wel, die is er volgens Fransen niet.
God is, stelt Fransen vast, uitgevonden in pak ‘m beet vierduizend verschillende vormen.
Maar “juist de actieve omgang met het tragische tekort is precies wat onze mate van beschaving bepaalt”[3]. De manier waarop u en ik met verdriet omgaan bepaalt dus ons mens-zijn.
En, zegt Fransen, lach er maar een beetje om. Dat is het beste wat u kunt doen. Als wij de bloopers van anderen bekijken, beseffen we alras dat we ’t zelf niet veel beter doen.

Ergens las ik de volgende typering van het bovengenoemde boek: “In ‘Het leven als tragikomedie’ pleit Tim Fransen voor een herwaardering van het komische. Hij betoogt dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt om het tragische onder ogen te zien, in plaats van een uitvlucht te zoeken in de vaak destructieve ontkenning ervan. En bovendien een perspectief dat een voedingsbodem kan vormen voor een gevoel van solidariteit met onze medestuntelaars”[4].

Ons leven staat bol van tekorten.
Natuurlijk presteren we wel het een en ander. Maar we hebben allemaal onze grenzen. Hoe intelligent we ook zijn, ergens houdt het op. Geen mens heeft gaven op alle levensterreinen.
Tim Fransen heeft gelijk: we schieten tekort. En niet zo’n klein beetje ook.

Moeten we maar een beetje om ons eigen falen lachen?
Op zichzelf genomen is dat geen slecht idee. Een beetje relativeringsvermogen kan geen kwaad.

Maar Johannes 1 is nog altijd waar: “In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen”[5]. Met andere woorden: mensen geloofden niet dat dat licht de redding van de wereld inhield. En dat is nog altijd niet veranderd.

Ach, zeggen de mensen, van het christelijk geloof zijn vierduizend vormen.
En vervolgens laten zij het christelijk geloof maar voor wat het is. Zij gaan zelf een passende manier van leven zoeken.

En hoe is dat in de kerk?

Welnu – in de kerk zijn we, als het goed is, heel erg dankbaar.
Waarom?
God heeft ons uitgekozen. Hij trekt ons naar Zich toe. Zo komt het dat wij in Zijn licht gaan staan.
In Johannes 3 wordt gezegd: “Een mens kan niets aannemen, als het hem niet uit de hemel gegeven is”[6].
Een paar hoofdstukken verder, in Johannes 6, leren we: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”[7].
Ziet u dat?
De Here trekt Zijn kind naar Zich toe. Maar dat is nog maar het begin. Op de laatste dag is dat kind van God blijkbaar nog bij Hem! Wát er in de tussenliggende tijd ook gebeurt, niemand slaagt er in om oprecht gelovige mensen bij God weg te halen.

Daarom wenden wij ons altijd weer tot God. En wij mogen er zeker van zijn: Hij zal ons steeds Zijn hulp en steun geven. Hij buigt onze wil om. Hij zorgt ervoor dat wij tot actie overgaan. Om met de apostel Paulus in Philippenzen 2 te spreken: “…werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”[8].

Geloof maar in de kracht van het eenmalige offer van Jezus Christus!
Hij heeft de schuld voor onze zonden helemaal betaald. Wij staan niet meer in het hemels insolventieregister: dankzij de Heiland zijn we niet failliet; wij hoeven ook geen surseance van betaling aan te vragen!
Zeker, in Nederland is er een Centraal Insolventieregister. Daarin staan de mensen die – zoals dat heet – in de schuldsanering zitten[9]. Maar in de hemel staan we geregistreerd in het boek des levens. U weet wel, dat boek uit Openbaring 3: “Wie overwint, zal bekleed worden met witte ​kleren​ en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het ​boek​ des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn ​engelen”[10].

Wij zou kunnen zeggen dat het aardse leven twee uitersten lijkt te hebben: heroïek en tragiek. Oftewel: daverende heldenmoed en diep verdriet. Op het terrein daartussen gebeurt van alles en nog wat.
Tim Fransen noteert grijnzend: blijf lachen, dan overleef je ’t wel. Het is een variatie op dat bekende motto des volks: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.
Maar in de kerk zeggen we: óp naar de hemelse toekomst. Om tenslotte met Johannes 5 te spreken: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11]!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.cultureelwoordenboek.nl/toneel/tragikomedie ; geraadpleegd op dinsdag 9 april 2019.
[2] De gegevens van dit boek zijn: Tim Fransen, “Het leven als tragikomedie: over humor, kwetsbaarheid en solidariteit”. – Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat, 2019. – 155 p.
[3] De citaten komen uit: Rick Moeliker, “Ik stuntel en schiet tekort” – bespreking van het in noot 2 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 5 april 2019, p. 10.
[4] Geciteerd van https://www.hebban.nl/boeken/het-leven-als-tragikomedie ; geraadpleegd op dinsdag 9 april 2019.
[5] Johannes 1:4 en 5.
[6] Johannes 3:27.
[7] Johannes 6:44.
[8] Philippenzen 2:12 b en 13.
[9] Zie https://www.bureauwsnp.nl/voor-burgers/registers-schuldsanering ; geraadpleegd op woensdag 10 april 2019.
[10] Openbaring 3:5.
[11] Johannes 5:24.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.