gereformeerd leven in nederland

11 april 2019

Tragikomedie of hemelse toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Is het leven één grote tragikomedie?
Een tragikomedie – dat is een “drama dat elementen van zowel komedie als tragedie, hogere én lagere kunst, in zich verenigt. Het woord werd voor het eerst gebruikt door de Romeinse toneelschrijver Plautus”[1].
Welnu, de filosoof en cabaretier Tim Fransen schreef het boek ‘Het leven als tragikomedie’[2].

Fransen heeft oog voor de tekorten van de mensheid.
“Ons tekort is in de eerste plaats lichamelijk: wij zijn kwetsbare, vergankelijke en behoeftige wezens. Daarnaast schieten we psychisch tekort: we beschikken weliswaar over een grotere mentale capaciteit dan de dieren, maar de daaruit voortvloeiende zucht naar erkenning maakt ons bepaald niet gelukkiger. Onze hersenen zijn ook al niet je van het: we kampen met een tekort aan kennis, door Fransen het epistemische tekort genoemd. De waarheid is voor ons mensen eenvoudigweg niet te kennen en onze overtuigingen en zintuigen staan ons vaker in de weg dan dat ze behulpzaam zijn. Ten slotte schieten we moreel tekort: als puntje bij paaltje komt, zijn we zelfzuchtige wezens met ‘een verlangen naar superioriteit waardoor anderen het regelmatig moeten ontgelden’”.

En wat o wat is de zin van dit alles? Wel, die is er volgens Fransen niet.
God is, stelt Fransen vast, uitgevonden in pak ‘m beet vierduizend verschillende vormen.
Maar “juist de actieve omgang met het tragische tekort is precies wat onze mate van beschaving bepaalt”[3]. De manier waarop u en ik met verdriet omgaan bepaalt dus ons mens-zijn.
En, zegt Fransen, lach er maar een beetje om. Dat is het beste wat u kunt doen. Als wij de bloopers van anderen bekijken, beseffen we alras dat we ’t zelf niet veel beter doen.

Ergens las ik de volgende typering van het bovengenoemde boek: “In ‘Het leven als tragikomedie’ pleit Tim Fransen voor een herwaardering van het komische. Hij betoogt dat het komische niet een tegenpool is van het tragische, maar dat humor juist een alternatief perspectief biedt op ons onvermijdelijke falen. Een perspectief dat ons in staat stelt om het tragische onder ogen te zien, in plaats van een uitvlucht te zoeken in de vaak destructieve ontkenning ervan. En bovendien een perspectief dat een voedingsbodem kan vormen voor een gevoel van solidariteit met onze medestuntelaars”[4].

Ons leven staat bol van tekorten.
Natuurlijk presteren we wel het een en ander. Maar we hebben allemaal onze grenzen. Hoe intelligent we ook zijn, ergens houdt het op. Geen mens heeft gaven op alle levensterreinen.
Tim Fransen heeft gelijk: we schieten tekort. En niet zo’n klein beetje ook.

Moeten we maar een beetje om ons eigen falen lachen?
Op zichzelf genomen is dat geen slecht idee. Een beetje relativeringsvermogen kan geen kwaad.

Maar Johannes 1 is nog altijd waar: “In het Woord was het leven en het leven was het licht van de mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis heeft het niet begrepen”[5]. Met andere woorden: mensen geloofden niet dat dat licht de redding van de wereld inhield. En dat is nog altijd niet veranderd.

Ach, zeggen de mensen, van het christelijk geloof zijn vierduizend vormen.
En vervolgens laten zij het christelijk geloof maar voor wat het is. Zij gaan zelf een passende manier van leven zoeken.

En hoe is dat in de kerk?

Welnu – in de kerk zijn we, als het goed is, heel erg dankbaar.
Waarom?
God heeft ons uitgekozen. Hij trekt ons naar Zich toe. Zo komt het dat wij in Zijn licht gaan staan.
In Johannes 3 wordt gezegd: “Een mens kan niets aannemen, als het hem niet uit de hemel gegeven is”[6].
Een paar hoofdstukken verder, in Johannes 6, leren we: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, Die Mij gezonden heeft, hem trekt; en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag”[7].
Ziet u dat?
De Here trekt Zijn kind naar Zich toe. Maar dat is nog maar het begin. Op de laatste dag is dat kind van God blijkbaar nog bij Hem! Wát er in de tussenliggende tijd ook gebeurt, niemand slaagt er in om oprecht gelovige mensen bij God weg te halen.

Daarom wenden wij ons altijd weer tot God. En wij mogen er zeker van zijn: Hij zal ons steeds Zijn hulp en steun geven. Hij buigt onze wil om. Hij zorgt ervoor dat wij tot actie overgaan. Om met de apostel Paulus in Philippenzen 2 te spreken: “…werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”[8].

Geloof maar in de kracht van het eenmalige offer van Jezus Christus!
Hij heeft de schuld voor onze zonden helemaal betaald. Wij staan niet meer in het hemels insolventieregister: dankzij de Heiland zijn we niet failliet; wij hoeven ook geen surseance van betaling aan te vragen!
Zeker, in Nederland is er een Centraal Insolventieregister. Daarin staan de mensen die – zoals dat heet – in de schuldsanering zitten[9]. Maar in de hemel staan we geregistreerd in het boek des levens. U weet wel, dat boek uit Openbaring 3: “Wie overwint, zal bekleed worden met witte ​kleren​ en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het ​boek​ des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn ​engelen”[10].

Wij zou kunnen zeggen dat het aardse leven twee uitersten lijkt te hebben: heroïek en tragiek. Oftewel: daverende heldenmoed en diep verdriet. Op het terrein daartussen gebeurt van alles en nog wat.
Tim Fransen noteert grijnzend: blijf lachen, dan overleef je ’t wel. Het is een variatie op dat bekende motto des volks: een dag niet gelachen is een dag niet geleefd.
Maar in de kerk zeggen we: óp naar de hemelse toekomst. Om tenslotte met Johannes 5 te spreken: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie Mijn woord hoort en Hem gelooft Die Mij gezonden heeft, die heeft eeuwig leven en komt niet in de verdoemenis, maar is uit de dood overgegaan in het leven”[11]!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.cultureelwoordenboek.nl/toneel/tragikomedie ; geraadpleegd op dinsdag 9 april 2019.
[2] De gegevens van dit boek zijn: Tim Fransen, “Het leven als tragikomedie: over humor, kwetsbaarheid en solidariteit”. – Rotterdam: Uitgeverij Lemniscaat, 2019. – 155 p.
[3] De citaten komen uit: Rick Moeliker, “Ik stuntel en schiet tekort” – bespreking van het in noot 2 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 5 april 2019, p. 10.
[4] Geciteerd van https://www.hebban.nl/boeken/het-leven-als-tragikomedie ; geraadpleegd op dinsdag 9 april 2019.
[5] Johannes 1:4 en 5.
[6] Johannes 3:27.
[7] Johannes 6:44.
[8] Philippenzen 2:12 b en 13.
[9] Zie https://www.bureauwsnp.nl/voor-burgers/registers-schuldsanering ; geraadpleegd op woensdag 10 april 2019.
[10] Openbaring 3:5.
[11] Johannes 5:24.

18 februari 2019

Half Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Als er een kindje wordt gedoopt, is dat een feestelijke gebeurtenis.
Het is duidelijk: dit kind is erfgenaam van Gods rijk.
Het is duidelijk: dit jongetje, dit meisje is opgenomen in het verbond dat God met Zijn kinderen gesloten heeft.

In het formulier dat in de Gereformeerde kerk gebruikt wordt, is de eerste vraag die aan de ouders gesteld wordt: “Belijdt u, dat onze kinderen, hoewel zij in zonde ontvangen en geboren zijn en daarom aan allerlei ellende, ja zelfs aan het eeuwig onderdeel onderworpen, toch in Christus geheiligd zijn en daarom als leden van zijn gemeente behoren gedoopt te zijn?”[1].

Vandaag de dag zeggen sommige mensen: met het eerste stukje van die vraag kun je niet meer aankomen.

Zij zeggen: in zonde ontvangen en geboren – dat is een slecht begin van je leven.
Zij zeggen: ellende – nou nou, dat kan gerust wat minder.
Zij zeggen: eeuwig oordeel – moet je ’t daar al over hebben als het kindje een paar weken oud is? Kom kom…

Zij zeggen: “Door één zo’n zinnetje kunnen mensen bevestigd worden in alle vooroordelen die ze over God en de kerk hebben”.
Zij zeggen: “Je hoeft geen onnodige vervreemding te veroorzaken. En waar halen we het vandaan dat er per se zware dingen gezegd moeten worden als er gedoopt wordt? Dat is ook maar een keer bedacht in de kerkelijke traditie”.
Zij zeggen: “Ik sta wel achter de doopvragen uit het formulier, maar hik er tegenaan vanwege mijn familie en vrienden in de kerk”. En: “Als je zo de nadruk op zonde en oordeel legt, begin je een gesprek met hen met 3-0 achterstand”[2].

Nu is het inderdaad geen opgewekte boodschap: zondige mensen krijgen nageslacht wat net zo zondig is. Opa’s, oma’s, kinderen, kleinkinderen, achterkleinkinderen…, in alle generaties zit de zonde ingebakken.

We kunnen dat ook om ons heen zien: kinderen hebben ruzie, grote mensen hebben meningsverschillen. En conflicten. En vetes. En oorlogen. Dat alles is een gevolg van de diep ingewortelde zonde.
David heeft het er al over in de eenenvijftigste psalm:
“Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren,
in ​zonde​ heeft mijn moeder mij ontvangen”[3].
David zegt: mijn moeder was zondig. En ik ook. Dat is het begin.
David weet het, en wij moeten het allemaal beseffen: zo ziet de start van ieder mens eruit.

Wat zeggen die mensen van hierboven?
Zij zeggen: als je met Psalm 51 begint ben je eigenlijk een spelbederver.
Zij zeggen: dat kindje ziet er zo lekker onschuldig uit.
Zij zeggen: David heeft wel gelijk, maar dat hoef je toch niet meteen bij de doop te verkondigen?
Zij zeggen: als je je bij de doop stilhoudt, blijft het echt feest; dat is prettiger voor de vrienden en de buren.
Maar dan maak je ’t Evangelie zwakker.
Waarom?
Laten we de redenering even op een rijtje zetten.

Een Evangelieverkondiger gaat proclameren: de Here geeft redding.
Vervolgens vragen de mensen: waarom is er dan redding nodig?
De Evangelieproclamator zegt: omdat we vastzitten aan de zonde; maar de Here Jezus heeft voor onze zonden betaald en nu zitten we niet meer levenslang aan zonde en schuld geketend.
Daarna vragen de mensen: vanaf wanneer zit je als mensen aan de zonde vast?
De Evangeliebrenger zegt: vanaf dag 1.
Daarna roepen de mensen: zeg dat dan meteen; dan was tenminste vanaf het begin helder geweest waarvan we gered moeten worden!

Zijn Gereformeerden spelbedervers?
Zijn Gereformeerden depri-types?
Welnee.
Alleen maar – zij confronteren zich van stonde aan met de waarheid. De naakte waarheid, als u mij permitteert.
Die waarheid wordt ook Nicodemus voorgehouden. U weet wel, die Schriftgeleerde die in Johannes 3 een geleerd gesprek met Jezus gaat houden.
Jezus zegt: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het ​Koninkrijk van God​ niet zien”[4]. Dat is het eerste wat Jezus zegt. Het is Zijn binnenkomer. Het is Zijn start-statement.
En wat zeggen veel mensen in 2019?
Zij zeggen: dat kunnen we in de Gereformeerde kerk wel vinden, maar in de doopdienst verkondigen we dat niet. Daar wordt de sfeer zwart van. Het maakt de gesprekken met de buren moeilijker. Het is geen handig beginpunt bij eventuele verdere evangelisatieactiviteiten.
Gelet op Johannes 3 lijken we niet om de conclusie heen te kunnen: sommigen vinden dat ze het in de eenentwintigste eeuw beter weten dan Jezus; veel beter.

Wie de doop vanuit de mensheid bekijkt, begrijpt wel waarom sommigen zeggen: maak het begin maar niet al te zwart; maak er maar een grijs gebied van.
Maar zulke mensen gaan met een half Evangelie op pad.
Dat is zonde.
Eeuwig zonde.

Noten:
[1] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 515.
[2] De citaten in deze alinea komen uit: “Direct op 3-0 achterstand door die heftige doopvraag”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 9 februari 2019, p. 18 en 19.
[3] Psalm 51:7.
[4] Johannes 3:3.

31 oktober 2018

Ongecompliceerde zaak

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Grenzen tussen evangelische, charismatische, oecumenische, orthodoxe en vrijzinnige christenen vervagen steeds meer. Processen van evangelicalisering en charismatisering lopen daardoor vaak in elkaar over”.

Dat stond onlangs in een bericht op de website van het Reformatorisch Dagblad[1].

Voor sommige mensen is dat verwarrend. Wat is verantwoord? Waar moet je naar toe? Wie heeft er gelijk? Wie hoort er nu echt bij God?
Gereformeerden heb je al in soorten. Mensen die zich christen noemen, die zijn er nog meer. Op die manier raak je toch de weg kwijt?

In Johannes 14 zegt Jezus: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[2].
Wie van de bescherming van Vader wil genieten moet bij Jezus zijn. Met andere woorden: hij of zij moet zich bij het Hoofd van de kerk vervoegen.

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven – dat is, om zo te zeggen, een populair woord. Velen kennen het. Maar goed beschouwd zegt Jezus in Johannes 14 weinig nieuws.

In dat hoofdstuk vinden we namelijk de echo van Jesaja 44: “Zo zegt de HEERE, de ​Koning​ van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God”[3]. Dat is een woord van troost. Het volk Israël is ontrouw geweest. Het volk is bij de Here weggelopen. Bijkans de ganse natie heeft Hem genegeerd. Maar daarmee is niet alles gezegd. De Here toont Zich vergevingsgezind. Hij is de Maker en Formeerder van het volk. Hij laat het door Hem uitverkoren volk niet zitten!

In Johannes 14 horen we ook woorden uit Jesaja 51 terug: “Ik, Ik ben het Die u troost. Wie bent u dat u bevreesd bent voor een sterveling, die sterven moet, voor een mensenkind, gras, dat vergaat, en dat u de HEERE vergeet, Die u gemaakt heeft, Die de hemel uitgespannen heeft en de aarde gegrondvest”[4].
Wie troost zoekt, moet naar de Here toe.
Dan hoef je niet bang te wezen voor allerlei mensen. Mensen die – bijvoorbeeld – allerlei godsdienstig klinkende dingen zeggen, maar waarvan je het gevoel hebt dat hun betogen een beetje ‘rammelen’. Ach…, die mensen zijn, vergeleken met de Schepper van alle dingen, onbetekenend. Menselijke verhalen kun je daarom vaak in het vergeetboek stoppen.
De God van hemel en aarde moet in het leven echter altijd op de voorgrond blijven staan. Hij mag niet worden ‘weggeregeld’. Hij mag niet worden veronachtzaamd.

God is trouw.
Dat is al vanaf de schepping zo.
Aan Zijn hand lopen wij naar de toekomst.
Daarover gaat het in Johannes 14 ook: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken”[5].
De trouw van God overstijgt het aardse bestaan.
Die trouw wordt, om zo te zeggen, belichaamd in Jezus Christus. Hij kwam naar de aarde om leven te brengen. Door Zijn lijden en sterven mogen Gods kinderen van nu leven in overvloed en vreugde. Het toekomstperspectief van Gods kinderen is groots en glorieus![6]

Maar heb je daar vandaag al wat aan?
Zeker wel!
Dat blijkt wat verderop in Johannes 14. Ik citeer: “En Ik zal de Vader ​bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de ​Geest​ van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”[7].
Gods Geest gaat altijd met ons mee.
Hoe lang ons aardse leven ook duurt.
Hoeveel pijn wij ook hebben.
Hoeveel moeiten wij ook kennen.
En wij weten uit 1 Thessalonicenzen 4: “…de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn”[8].
Ziet u?
Daar is het wachten op!

Kerkelijke grenzen vervagen, zeggen de mensen. Die grenzen hadden die mensen overigens indertijd vaak zelf gemaakt. Waarom? Veelal omdat ze het Woord van God gaarne naar eigen snit wilden modelleren. En als de mensen dat blijven doen, brengen ze uiteindelijk een buitengewoon vaag Evangelie.
Uit Johannes 14 blijkt echter zonneklaar dat het Hoofd van de kerk zelf uitermate weinig grenspalen zet. Hij proclameert eenvoudig: “Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader ​liefhebben; en Ik zal hem ​liefhebben​ en Mijzelf aan hem openbaren”[9].
Het is blijkbaar een kwestie van liefde en gehoorzaamheid.
Dan laat God Zich kennen. En Hij is het aanzien waard!

Processen lopen vaak in elkaar over, oreren de mensen.
Onbedoeld demonstreren zij zo hun onbeholpenheid.
Want weet u wat Jezus in Johannes 14 zegt? Dit: “Vrede​ laat Ik u, Mijn ​vrede​ geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw ​hart​ niet in beroering raken en niet bevreesd worden”[10].
In deze wereld kunnen wij niet meer doen dan elkaar vrede toewensen. Wij doen ons best om vredesprocessen op gang te brengen. Maar de Redder van het leven zegt simpelweg: Mijn vrede geef Ik u. Dat is maar een kort procesje; Gods vrede wordt gegeven – punt.

In de kerk, en op het terrein daaromheen, grossieren wij in moeilijke woorden:
* evangelisch
* charismatisch
* oecumenisch
* orthodox
* vrijzinnig
* evangelicaal.
Maar ten diepste ligt de zaak nogal ongecompliceerd. “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”.
Geloof Hem op Zijn Woord.
Dat is genoeg.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/kerk-religie/nieuw-tijdschrift-reflecteert-op-veranderende-geloofsgrenzen-1.1522614 ; geraadpleegd op vrijdag 26 oktober 2018. Het bericht ging over de start van een nieuw theologisch tijdschrift, Inspirare genaamd.
[2] Johannes 14:6.
[3] Jesaja 44:6.
[4] Jesaja 51:12.
[5] Johannes 14:2.
[6] Zie hierover ook https://www.holyhome.nl/de_weg.html ; geraadpleegd op vrijdag 26 oktober 2018.
[7] Johannes 14:16 en 17.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:17 en 18.
[9] Johannes 14:21.
[10] Johannes 14:27.

7 september 2018

Speciaal eigendom

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus”.
Dat is in kort bestek de troost die gelovige kinderen van God in dit leven hebben.
De zin waarmee dit artikel begint is voor vele lezers bekend; die komt uit Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Dat begrip ‘eigendom’ verdient enige nadere overpeinzing.

De Britse filosoof John Locke (1632-1704) heeft daar veel over geschreven[2].
Over het gedachtegoed van de Engelse wijsgeer schreef iemand het volgende.

“Door jouw arbeid te vermengen met de grondstoffen in de natuur verandert volgens Locke iets dat eerst tot het collectief behoorde – de wereld is van iedereen – in iets dat behoort tot jouw eigendom. De moeite die iemand ergens in steekt geeft diegene dus het recht op de grondstoffen en op de vruchten die iemand kan plukken van deze arbeid.

Locke was zich er echter ook van bewust dat het creëren van eigendom problemen oplevert. Het feit dat een persoon zijn of haar arbeid vermengt met een stuk land betekent namelijk dat iemand anders niet langer gebruik kan maken van diezelfde grond. Om over jouw land te lopen heb ik voortaan jouw toestemming nodig. Locke stelde daarom dat er grenzen zijn aan onze vrijheid om van natuurlijke grondstoffen privébezit te maken: je mag alleen iets als eigendom opeisen wanneer er ‘genoeg en van dezelfde kwaliteit’ (‘enough and as good’) overblijft voor anderen. Voor Locke had ieder mens in principe dezelfde rechten, en had niemand een grotere claim op natuurlijke grondstoffen dan anderen. Dit limiteert onze eigendomsclaims aanzienlijk”[3].

Wie het bovenstaande citaat leest begrijpt al snel dat nu de tolerantie aan de orde moet komen.
Ieder mens heeft, zo redeneerde Locke, het recht om zijn eigen leven zo goed mogelijk in te richten. We gunnen iedereen vrijheid. Je hebt zelf duidelijke overtuigingen. Maar andere visies wil je wel accepteren. Vrijheid is immers een groot goed?

Gereformeerde mensen kunnen daar wel in mee gaan.
Want het is natuurlijk niet goed als de waarheid met geweld wordt opgelegd; dat geldt ook als wij Waarheid met een hoofdletter W schrijven.

De Amerikaanse filosoof als John Rawls (1921-2002) sprak ook over tolerantie[4].
Maar hij ging een stap verder en introduceerde de neoliberale tolerantie.
Iemand vatte de zienswijze van Rawls kernachtig samen: “In deze benadering wordt tolerantie gezien als een politiek ideaal. Er zijn geen vaststaande morele oordelen, en de overheid moet alle morele visies als gelijkwaardig beschouwen. Op politiek terrein mag je geen morele opvattingen hebben. Daar moet neutraliteit doorslaggevend zijn.

Tegen deze neoliberale visie zijn forse bezwaren in te brengen. Want in deze visie is allereerst vaak sprake van moreel scepticisme: wij kunnen niet weten wat moreel goed is en wat kwaad. Wat je kiest is subjectief. Het gaat er eigenlijk niet om wat je kiest, als je maar wat kiest”[5].

In die sfeer wordt de mening van de meerderheid al snel doorslaggevend. Hoe meer mensen een bepaalde keuze maken, hoe belangrijker die wordt.
Op de lange duur ontstaat er een zekere onverschilligheid: jij jouw mening, ik mijn eigen opinie – en verder leven wij langs elkaar heen.
In zo’n atmosfeer leven wij op dit moment.
Het idee van 2018 is: kies maar wat je wilt; vrijheid blijheid.
Bescherm uw eigendommen goed en maak op tijd persoonlijke keuzes – dan overleeft u ’t wel.

In zo’n leefomgeving blijft de kerk, als het goed is, bij Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus: ik ben, met alles wat ik heb, het eigendom van Jezus Christus.
Hij kocht ons.
Niet omdat Hij zo tolerant is.
En al helemaal niet omdat Hij neutraal is. Integendeel.
Hij werd onze Eigenaar vanwege Zijn grote liefde voor ons.
De God van hemel en aarde sloot een verbond met ons.

Dat zien wij bijvoorbeeld in Exodus 19.
Dat is het hoofdstuk dat de inleiding vormt tot de proclamatie van de Tien Woorden van het verbond, in Exodus 20.
In Exodus 19 zegt de Here: “Nu dan, als u nauwgezet Mijn stem gehoorzaamt en Mijn verbond in acht neemt, dan zult u uit alle volken Mijn persoonlijk eigendom zijn, want heel de aarde is van Mij”[6].
In die tekst zit iets opvallends. Dat is dit:
* de Here is Eigenaar van de hele wereld
* maar het volk dat Hij bijeenbrengt is Zijn speciáál eigendom.
Het is niet simpelweg zo dat de Here de mensen om zich heen tolereert.
De hemelse Heer grossiert niet in hemelse neutraliteit.
Het uitgangspunt is de liefde van God.
Onze God is een en al goedertierenheid en trouw. Van mensen vraagt Hij verbondsgehoorzaamheid. Dat doet Hij niet om de kerk leefbaar te houden. Hij maakt van mensen evenzovele verbondspartners. Dan spreekt het toch vanzelf dat je trouw en blijmoedig met Hem leven gaat?

In de filosofie van de hierboven genoemde John Locke wordt, als het om de vormgeving van een samenleving gaat, is er een ander uitgangspunt – macht, namelijk.
Daarbij kunnen wij dan denken aan:
* democratie: een bepaald aantal personen worden verkozen en komen aan de macht
* oligarchie: de macht is in handen van een kleine groep rijke en invloedrijke mensen.
* monarchie: de macht in handen van één persoon
* erfelijke monarchie: de macht is in handen van één persoon en zijn volgelingen
* gekozen monarchie: de macht is in handen van één verkozen persoon, tot zijn dood[7].

Maar bij de goede Herder ligt het beginpunt altijd bij de liefde. Die liefde gaat ongelooflijk ver: de Herder heeft er Zijn leven voor over!

Leest u maar mee in Johannes 10.
Daar staat: “Ik ben de goede ​Herder; de goede ​herder​ geeft zijn leven voor de schapen. Maar de huurling en wie geen herder is, die de schapen niet tot eigendom heeft, ziet de wolf komen en laat de schapen in de steek en vlucht; en de wolf grijpt ze en drijft de schapen uiteen. En de huurling vlucht, omdat hij een huurling is en zich niet om de schapen bekommert. Ik ben de goede Herder en Ik ken de Mijnen en word door de Mijnen gekend, zoals de Vader Mij kent en Ik de Vader ken; en Ik geef Mijn leven voor de schapen”[8].
Voor dat woord ‘eigendom’ –  hij “die de schapen niet tot eigendom heeft” – staat er het Grieks een vorm van het woord idios. Dat betekent:
* afgezonderd, afzonderlijk
* eigen
* eigenaardig, bijzonder[9].

Gods kinderen zijn het eigendom van Jezus Christus.
Zij zijn afgezonderd van de rest van de wereld.
Zij worden hoe langer hoe meer eigen aan het Hoofd van de kerk.
Zij krijgen een bijzondere plaats in de wereld.

John Rawls was zijn leven lang bezig met de vraag “hoe een rechtvaardige, moderne democratische samenleving, gekenmerkt door diversiteit, eruit behoort te zien”[10].
Welnu, Zondag 1 toont ons de mooiste samenleving die er is: de samenleving die gebaseerd is op de liefde van God, en op Zijn verbond.

Daarom mogen wij met de schrijver van de brief aan de Hebreeën zeggen: “De God nu van de ​vrede, Die de grote ​Herder​ van de schapen, onze Heere ​Jezus​ ​Christus, uit de doden heeft teruggebracht, op grond van het bloed van het eeuwige ​verbond, moge u toerusten tot elk goed werk om Zijn wil te doen, en in u werken wat in Zijn ogen welbehaaglijk is, door ​Jezus​ ​Christus. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[2] Zie voor meer informatie over John Locke bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Locke_(filosoof) en https://historiek.net/john-locke-filosoof-liberalisme/70784/ ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[3] Geciteerd van https://bijnaderinzien.org/2014/10/06/heb-je-eigenlijk-wel-recht-op-eigendom/ ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[4] Zie voor meer informatie over John Rawls bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/John_Rawls en https://www.filosofie.nl/john-rawls.html ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[5] Geciteerd uit: G.A. van den Brink, “Wees ouderwets tolerant”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 18 maart 2017, p. 13.
[6] Exodus 19:5.
[7] Geciteerd van https://www.studeersnel.nl/nl/document/universiteit-hasselt/rechtsfilosofie/overige/beknopte-samenvatting-denkwijze-filosoof-locke/134124/view ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[8] Johannes 10:11-15.
[9] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 10:12. Woordstudie over idios.
[10] Zie hiervoor https://www.groene.nl/artikel/de-laatste-linkse-filosoof ; geraadpleegd op woensdag 22 augustus 2018.
[11] Hebreeën 13:20 en 21.

27 juli 2018

Gebed om dienstbaarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Heidelbergse Catechismus gebruikt in Zondag 47 grote woorden.
Leest u maar mee.
“Wat is de eerste bede?
Antwoord:
Uw naam worde geheiligd. Dat wil zeggen: Geef ons eerst dat wij U naar waarheid kennen en U heiligen, roemen en prijzen in al uw werken, waarin uw almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid glansrijk stralen. Geef ons ook dat wij ons hele leven – onze gedachten, woorden en werken – daarop richten, dat uw naam om ons niet gelasterd, maar geëerd en geprezen wordt”[1].

Zegt u nu zelf: van onszelf komen wij daar nooit aan toe.
Dat wordt nooit wat.

Maar let dan op het eerste woordje in de tweede en derde zin van het antwoord: geef.
Dat roemen en prijzen wordt ons gegeven.
De Heilige Geest legt ons, om zo te zeggen, de juiste woorden in de mond.
Het gaat zoals Psalm 50 het zegt: “Ik geef u ruimte en gij zult Mij eren”[2].
Trouwens, de dichter van Psalm 67 draait er ook niet omheen:
“Hij, die alles geeft,
Hij zij hoog geprezen,
Hem moet ieder vrezen
die op aarde leeft”[3].

Zondag 47 lezend denk ik aan een artikel over de heer Trump, president van de Verenigde Staten.
Uit dat artikel geef ik graag enige citaten.
1.
“’Trump is de grote cowboy die de saloon schietend binnenkomt en verwarring zaait’, zegt Derk Jan Eppink. Hij is oud-medewerker van de Europese Commissie en nu senior fellow bij het London Center for Policy Research in New York. Trump weet volgens hem opschudding te veroorzaken, vervolgens de aandacht te trekken en daarvan te profiteren. ‘Hij weet precies wat hij wil’”.
2.
“Wanneer je groot denkt en zo onderhandelingen ingaat, kun je iemand worden die het proces verstoort. Als je zo ver buiten de grenzen denkt van wat voor mogelijk wordt gezien, verander je niet alleen het debat maar het hele kader waarin het debat wordt gehouden”.
3.
“Niet alleen op diplomatiek niveau, ook op het gebied van internationale handelsbetrekkingen stelt Trump zich op die manier op. Hij gebruikt invoerheffingen als drukmiddel voor onderhandelingen en legt ze eenzijdig op om zijn zin te krijgen.
‘Het is een ruwe, New Yorkse tactiek van intimidatie, van poker spelen. Zo haalt hij een akkoord of deal binnen”, zegt Derk Jan Eppink. “Dat zijn de traditionele politici in Europa en elders in de wereld niet gewend. Die cultuur kennen ze niet”[4].

Een president die als een grote cowboy de saloon schietend binnenkomt – nee, ik kan dat niet met Zondag 47 in lijn brengen.
In een uiteenzetting die ik las over enkele uitlatingen van de heer Trump werd op een rijtje gezet wat er van een aantal beweringen klopt. Het is verbijsterend om te zien hoeveel nonsens de Amerikaanse president wereldkundig maakt[5].
Beledigend spreken, schokkend optreden, stellingen verkondigen die deels of geheel gelogen zijn: dat past niet bij de stijl van de Here.

Natuurlijk – je kunt de boel eens flink opschudden door een aantal opvallende uitspraken te doen.
Ongetwijfeld kan het zo zijn dat president Trump maatregelen neemt en wetten uitvaardigt die de afbraak van Amerika als christelijke natie afremmen.
Maar dit gaat te ver.
Wat mij betreft demonstreert de Amerikaanse president vrij duidelijk hoe het niet moet.
Al met al is het zo dat president Trump al te vaak tekeer gaat als een olifant in de porseleinkast.
Deze manier van doen heeft, naar mijn inzicht, weinig te maken met Goddelijke almacht, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid.

Zou het kunnen zijn dat het doen en laten van de Amerikaanse president een spiegel is voor het wereldwijde christendom?

Van christenen wordt gevraagd om, om zo te zeggen, iets van de Goddelijke glorie uit te stralen.
Daarom vragen we om wijsheid, teneinde verstandig te kunnen leven en werken.
Daarom willen we iedereen billijk en rechtvaardig behandelen.
Daarom laten we geen gelegenheid onbenut om te laten zien wat christelijke ontferming inhoudt.
Daarom houden we ons verre van leugens en halve waarheden.
Van nature zit dat niet in ons. Daarom leert de belijdenis om daarom te bidden.
Zondag 47 bindt ons op het hart om zo’n gebed nooit te vergeten!

Jezus Christus, de Heiland, leert al Zijn volgelingen ook om dienstbaar te zijn.
Kent u de geschiedenis van de voetwassing?
Die staat in Johannes 13. Jezus, de grote Meester, wast de voeten van al Zijn discipelen.
Wij lezen: “Toen Hij dan hun ​voeten​ gewassen had en Zijn ​kleren​ weer had aangedaan, ging Hij weer ​aanliggen​ en zei tegen hen: Ziet u in wat Ik aan u gedaan heb? U noemt Mij Meester en Heere, en u zegt het terecht, want Ik ben het. Als Ik dan, de Heere en de Meester, uw ​voeten​ gewassen heb, moet ook u elkaars ​voeten​ wassen. Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Een dienaar is niet meer dan zijn ​heer, en een gezant niet meer dan hij die hem gezonden heeft. Als u deze dingen weet, zalig bent u als u ze doet”[6].

En hoe doe je dat dan?
Daarover geeft de apostel Paulus ons enig onderwijs.
Hij schrijft aan de christenen in Corinthe: “De ​liefde​ is geduldig, zij is vriendelijk, de ​liefde​ is niet jaloers, de ​liefde​ pronkt niet, zij doet niet gewichtig”[7].
Ook in een andere brief noteert Paulus het een en ander over het belang van de liefde in de christelijke wereld.
In de brief aan Gods kinderen in Galatië noteert hij: “Broeders, ook als iemand onverhoeds tot enige ​overtreding​ komt, moet u die geestelijk bent, zo iemand weer terechtbrengen, in een geest van zachtmoedigheid. Houd intussen uzelf in het oog, opdat ook u niet in verzoeking komt. Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van ​Christus”[8].
Overigens zegt Jezus er Zelf ook iets over in Johannes 13: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar ​liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u ​liefde​ onder elkaar hebt”[9].

Zo gaan we van hooggeplaatste schietende cowboys naar dienende kerkleden.
Wij gaan van schokkende sprekers naar goedertieren gelovigen.
Toegegeven: het valt niet altijd mee om die dienstbaarheid vol te houden.
Het is daarom geen luxe dat Zondag 47 van de Heidelbergse Catechismus ons leert om in gebed naar Gods troon te gaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 47, vraag en antwoord 122.
[2] Psalm 50:7; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 67:3; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2241372-trumps-strategie-een-cowboy-die-schietend-de-saloon-binnenkomt.html ; geraadpleegd op zaterdag 14 juli 2018.
[5] Zie https://www.nu.nl/weekend/5363021/nucheckt-klopt-er-van-uitspraken-van-trump-navo-top-.html ; geraadpleegd op zaterdag 14 juli 2018.
[6] Johannes 13:12-17.
[7] 1 Corinthiërs 13:4.
[8] Galaten 6:1 en 2.
[9] Johannes 13:34 en 35.

26 juli 2018

Blijde blik op de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Met enige regelmaat hoort men de vraag: in welke wereld leven wij? Daarachter zit de angst dat de wereldburgers de planeet waarop zij wonen, aan het vernietigen zijn.
Op het internet kan men de volgende typering tegenkomen: “Een enorme blender met de aarde erin, en de stekker in het stopcontact. Eén druk op de knop en het is afgelopen met de mensheid. Dit schetst de situatie een beetje, waarin de aarde zich op dit moment bevindt. De mensheid leeft niet duurzaam en we lijken regelrecht op het einde van de aarde en onszelf af te stevenen. We gooien de aarde weg! Het is echter nog niet te laat, door nu te veranderen kunnen we dit proces nog omkeren en de stekker van de blender nog uit het stopcontact trekken!”[1].
De toestand van de aarde is, zo benadrukt men dus, één groot drama.
‘We moeten iets doen’, roept men ietwat paniekerig.

In Johannes 12 is het niet zozeer tijd voor actie. Veeleer roept de Heiland op tot een keuze.

Wij lezen: “Wie Mij verwerpt en Mijn woorden niet aanneemt, heeft iets wat hem veroordeelt, namelijk het woord dat Ik gesproken heb; dat zal hem veroordelen op de laatste dag. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Hijzelf heeft Mij een gebod gegeven wat Ik zeggen en wat Ik spreken moet. En Ik weet dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zoals de Vader Mij gezegd heeft”[2].

Er komt een dag dat het ongeloof bestraft zal worden.
Dan zal ook blijken dat Jezus de woorden heeft gesproken waarvan de Vader heeft gezegd dat Hij die uitspreken móet.
Dat zal de realiteit wezen!

Een exegeet noteert bij die woorden uit Johannes 12: “Het is geheel in overeenstemming met het plan waarover de Vader en de Zoon het al van eeuwigheid eens zijn. Ook de woorden die Jezus moet spreken, passen in dat plan (…). Dat plan is gemaakt met het oog op de mensen: Jezus kwam om te redden (…), om eeuwig leven te brengen”[3].

De proclamatie is duidelijk: kies voor Jezus Christus en een eeuwig leven!

Voor heel veel mensen lijkt dat te betekenen: godsdienstigen van alle kleuren en richtingen, kom in liefde bij elkander!
En die betekenis is heus niet van de laatste jaren. In 2007 verscheen ‘Een gemeenschappelijk woord’, een document waarin gepleit wordt voor verzoening tussen het christendom en de islam. Er werd indertijd verwezen naar de Koran, soera 5 vers 48: “Wedijver dus in goede daden. Tot God keren jullie allen terug. Hij zal jullie dan meedelen waarover jullie het oneens waren”[4].
Dat klinkt allemaal mooi. Maar in de islam is Jezus Christus niet de Zoon van God. Want, zeggen de moslims, een mens kan geen God zijn. Er is geen god dan God alleen[5].
Dat is een cruciaal verschil dat een samengaan van christendom en islam onmogelijk maakt!

De oproep weergalmt, ook vandaag, in heel de wereld: kies voor Jezus Christus en een eeuwig leven! Die aansporing bepaalt ons bij het einde der tijden.
Heel wat mensen vinden de gedachte aan dat einde bijzonder bedreigend. Hoe zal het aflopen?
Er zijn ook wel ouders die, meer of minder impliciet, op dat einde wijzen teneinde hun kinderen in het gareel te houden.
Een Amerikaanse historica, Tara Westover, schreef een boek over het gezin waarin zij opgroeide. Zij heeft een godsdienst-waanzinnige vader. Ik citeer: “Ik was opgegroeid in afwachting van de Gruwelen der Verwoesting; ik was voorbereid op het moment dat we de zon donkerder zagen worden en de maan zagen druipen alsof ze bloedde. Ik was hele zomers bezig met perziken inmaken en elke winter met het omkeren van onze voorraden. Als de Wereld der Mensen tot een einde kwam, zou mijn familie onverstoord verder leven”[6][7].
Een schrijnend voorbeeld van de manier waarop het Evangelie verminkt kan worden!

Is Johannes 12 een oproep tot syncretisme? Zo van: godsdienstigen aller landen, verenigt u?
Nee.
Is Johannes 12 een proclamatie vol dreiging en duisternis?
Ook niet.

Jezus Christus laat het blijken: de Vader en Ik zijn één. Wie in Jezus gelooft, gelooft ook in Zijn Vader. Wie het doen en laten van Jezus nauwkeurig bekijkt, ziet God de Vader.
Jezus Christus Jezus is, om met Hebreeën 1 te spreken, “de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn zelfstandigheid. Jezus draagt alle dingen door Zijn krachtig woord”[8].

Jezus is naar de aarde gekomen om mensen te behouden.
Nee, Hij doet de wijsvinger niet omhoog. Zo van: opgepast! Zo van: als je niet uitkijkt, zal ik je eens vertellen wat voor een minderwaardig individu jij bent…
De Heiland weet welke boodschap Hij van Vader door moet geven: het gebod van Vader is eeuwig leven.
Dat betekent:
* Laat het maar zien, zegt Vader tegen Zijn Zoon. Ontvouw het uitzicht op dat leven maar!
* Breng die boodschap aan de man, zegt Vader tegen Zijn Zoon. Confronteer de mensen er mee, zo vaak U kunt!
* Plaveit de weg naar het eeuwige leven, zegt Vader tegen Zijn Zoon. Volbreng de opdracht van lijden, sterven en opstanding; en open zo de weg naar de hemel!

Johannes 12 is, om zo te zeggen, de echo van Johannes 3: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[9].
Eeuwig leven vol geluk en vrede: dat is het perspectief van Johannes 12.

Iemand schrijft: “… als de mens de aarde weg zou gooien, zou de mens zelf ten onder gaan, er is namelijk (voor zover bekend) geen andere planeet waar leven mogelijk is. Op dit moment hebben we echter nog wel een keuzemogelijkheid, we kunnen doorgaan met onze huidige niet duurzame manier, of we kunnen het roer omgooien en er helemaal voor gaan”[10].

Geen paniek, zou ik willen uitroepen.
Lees Johannes 12.
En zoek uw behoud bij Jezus Christus, de Heiland!

Noten:
[1] Geciteerd van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op vrijdag 13 juli 2018.
[2] Johannes 12:48, 49 en 50.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 12:49.
[4] Zie: ‘We zijn halfbroers en -zussen’. In: Nederlands Dagblad, woensdag 25 april 2018, p. 7.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld http://users.telenet.be/myprojects/peace/jezus.html ; geraadpleegd op vrijdag 13 juli 2018.
[6] Geciteerd via: “Liefde verandert niet alles ten goede”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 23 maart 2018, p. 12 en 13.
[7] De gegevens van het betreffende boek zijn: Tara Westover (vert. Lette Vos), “Leerschool”. – Amsterdam: Uitgeverij De Bezige Bij, 2018. – 399 p.
[8] Hebreeën 1:3 a.
[9] Johannes 3:16 en 17.
[10] Geciteerd van https://mens-en-samenleving.infonu.nl/filosofie/36195-vernietigen-we-onze-aarde.html ; geraadpleegd op vrijdag 13 juli 2018.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.