gereformeerd leven in nederland

26 september 2011

Geloven, dat is: zien wat de Here doet

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Wat is geloven?
De invloedrijke Britse filosoof John Gray heeft daar een opmerkelijke mening over.

Wie is de heer Gray?
John N. Gray  – geboren in 1948 – was vroeger hoogleraar Europese Studies aan de London School of Economics.
Hij heeft heel wat boeken geschreven over politieke theorie. Hij bekriseerde het humanisme en diverse socialistische theorieën.
Ook liet hij zich buitengewoon pessimistisch uit over de mogelijkheid van verandering van menselijk gedrag. Hij voorspelde dat de wereld in de eenentwintigste eeuw geteisterd zal worden door oorlogen en door toenemende schaarste van natuurlijke bronnen[1].

Welnu, professor Gray laat weer eens van zich spreken.
En hij zegt: “Rituelen, meditatie, er een speciale leefwijze op nahouden: dat is wat telt. Wat gelovigen geloven is secundair – áls het er al toe doet”.
De heer Gray wijst op het leven van de Engelse schrijver Graham Greene (1904-1991). Die bekeerde zich tot het rooms-katholicisme toen hij de ‘onverklaarbare goedheid’ van een priester opmerkte. Gray zegt daarover: “Sommigen vinden Greene’s nonchalance misschien schokkend. Hoe kun je tot een godsdienst willen behoren als je niet eens weet waarom? Het antwoord is: dat wist hij wél, maar zijn redenen hadden niets van doen met argumenten”[2].
Als ik het goed begrijp is de stelling van John N. Gray kort en goed: geloof is ervaring; rationele argumenten doen er niet zo toe.

Die stelling wekt bij mij mij enige bevreemding.
Er is nog wel wat méér dan ervaring. 

In het Woord van God blijkt namelijk voortdurend dat de Here van alles doet. Hij ontwikkelt, om zo te zeggen, een koortsachtige activiteit om Zijn kinderen door de wereld te loodsen.
En jazeker: die grote daden kunnen wij ZIEN.
Het komt mij voor dat kinderen van God ook heden ten dage met Psalm 65 moeten blijven belijden:
“U antwoordt ons met grote daden
in uw gerechtigheid.
God van ons heil, o vast vertrouwen
van ieder volk en land,
de verste volkeren aanschouwen
de werken van uw hand”[3].

Gods grote daden kunnen wij zien.
Vaak wordt pas achteraf duidelijk hoe groots Gods arbeid is.
Voor Gereformeerde mensen is het echter volkomen helder: de Here is voortdurend voor ons aan het werk. Zijn kinderen worden aan Zijn vaderhand door de wereld geleid. En Hij weet welke kant het met ons op moet gaan. En Hij weet ook zeer wel wat er niet moet gebeuren.

In dit verband wijs ik op Mozes. In Deuteronomium 1, 2 en 3 gaf hij een les vaderlandse geschiedenis.
En Mozes blikte daar onder andere terug op het moment dat Hij aan de Here vroeg om – tegen een eerdere uitspraak van de Here in – het land Kanaän tóch binnen te mogen gaan.
Volgens Deuteronomium 3 zei Mozes: “Here HERE, Gij zijt begonnen uw knecht uw grootheid en uw sterke macht te laten zien; want welke god is er in de hemel of op de aarde, die zulke werken en zulke krachtige daden kan doen als Gij? Laat ik toch naar de overzijde mogen trekken en het goede land zien, dat aan de overkant van de Jordaan ligt, dat schone bergland en de Libanon”. De Here stond dat niet toe: “laat het genoeg zijn, spreek Mij niet meer over deze zaak”[4].
Mozes baseerde Zijn verzoek op Gods grootheid.
Hij sprak expliciet over Gods sterke macht.
Bewonderend had hij Gods werk gadeslagen. Hij had vaak gemerkt hoe krachtdadig God kan ingrijpen.
Dat had de middelaar van het Oude Testament ervaren – werkelijk en wezenlijk. Maar achteraf zei hij dus óók: mensen, ik heb het gezien.

En hoe zit dat met ons?
Soms realiseren we ons pas achteraf dat de Here in ons leven dingen heeft gedaan. Dan zeggen we: het kan geen toeval zijn dat het zo gegaan is. Dan doorleven wij Gods presentie. Natuurlijk. Maar we herkennen ook Zijn daadkracht. Wij signaleren Gods werkkracht.
En ik vraag: heeft de heer Gray nooit ogenblikken gekend, waarop hij dacht: dit past zo mooi in elkaar, dit kán geen toevalligheid zijn…?

Wij kunnen hier, denk ik, nog wel wat meer over zeggen.
Want het zicht op Gods daden moet ons wel gegeven worden.

Dat maakt een fragment uit de geschiedenis van de profeet Jeremia duidelijk.
In hoofdstuk 11 heeft de Here Zijn woordvoerder gewaarschuwd voor een aanslag die op zijn leven zou worden gepleegd.
Daar staat: “De HERE nu heeft het mij doen weten en zo bemerkte ik het: toen hebt Gij mij hun daden laten zien! Ik zelf was als een argeloos lam, dat ter slachting geleid wordt, en ik wist niet, dat zij zulke plannen tegen mij smeedden…”[5].
Van die misdadige plannenmakerij had Jeremia niets gemerkt. Maar de Here liet het hem zien. Jeremia was ervan overtuigd dat de criminelen in zijn omgeving wel door de Here zouden worden aangepakt. Maar hij vroeg zich wel af: “Waarom is de weg der goddelozen voorspoedig, en zijn zonder zorg allen die zich trouweloos gedragen?”[6].  Nou, zei de Here, u zult nog ernstiger dingen meemaken; pas dus vooral goed op!

Uit de gang van zaken in Jeremia 11 maak ik op dat het heldere zicht op de Goddelijke sturing van ons leven door de Here wordt gegeven, voorzover Hij dat noodzakelijk vindt.
Het is, denk ik, veel te makkelijk en te armelijk om enkel en alleen te zeggen dat men God kan ervaren. Soms kunnen dienaars van de heilige Here de resultaten van Zijn werkkracht wel degelijk zien.

Bij tijd en wijle kondigt de Here trouwens expliciet áán dat Hij opmerkelijke dingen gaat doen.
En Hij nodigt mensen uit om goed in de wereld rond te kijken.
Goede waarnemers kunnen de resultaten van Gods activiteit zorgvuldig bekijken. 

Wat dat laatste betreft breng ik u graag terug naar een moment in de historie van Mozes.
Na diens eerste optreden bij de Farao was hij tamelijk mismoedig. Zou zijn inzet wel écht helpen[7]? Wees maar rustig, zei de Here in Exodus 5, u zult het wel zien. Sterker nog: u zult Mijn werk zien: “…de Here zeide tot Mozes: Nu zult gij zien, wat Ik aan Farao doen zal; want door een sterke hand zal hij hen laten gaan, ja door een sterke hand hen uit zijn land drijven”[8].
De Here proclameerde plechtig dat Zijn kind Mozes met eigen ogen zou gaan zien dat God grote dingen zou gaan doen.

Later verklaarde Mozes dus zonder omwegen: mensen, Ik heb die dingen gezien!
En de Schepper en Onderhouder van deze wereld laat het ook vandaag aan alle Bijbellezers weten: er is méér dan geloofservaring.

Voor ware gelovigen is er, ook anno Domini 2011, nog altijd veel te zien.
En aan dat kijken komt nimmer een einde.
Jezus sprak er over in Johannes 8: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien iemand mijn woord bewaard heeft, hij zal de dood in eeuwigheid niet aanschouwen”[9].
Kinderen van God weten dat er méér is dan ervaring en gevoel.
Kinderen van God kijken over de dood heen.
Tot in eeuwigheid.
Jezus Christus, onze Heiland, staat daar garant voor.

En het staat vast: die garanties zijn meer waard dan de woorden van de Britse filosoof John N. Gray.
Veel meer.

Noten:
[1] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/John_N._Gray .
[2] Zie http://www.trouw.nl/tr/nl/5116/Filosofie/article/detail/2924462/2011/09/22/Religie-draait-niet-om-wat-je-gelooft.dhtml .
[3] Psalm 65:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[4] Deuteronomium 3:24-26.
[5] Jeremia 11:18 en 19.
[6] Jeremia 12:1.
[7] Zie Exodus 5:22 en 23: “Toen keerde Mozes terug tot de HERE en zeide: Here, waarom behandelt Gij dit volk zo hard? Waarom hebt Gij mij gezonden? Want van het ogenblik af, dat ik bij Farao gekomen ben, om in uw naam te spreken, heeft hij dit volk slecht behandeld, en Gij hebt uw volk geenszins gered”.
[8] Exodus 5:24.
[9] Johannes 8:51.

Blog op WordPress.com.