gereformeerd leven in nederland

3 december 2019

Racisme afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het zingt weer door het zwerk: racisme.
Een citaat uit een bericht van de NOS, gedateerd op maandag 18 november 2019: “Racisme in het voetbal is niet alleen een probleem van de tribune, zoals voetballer Ahmad Mendes Moreira gisteren in extreme vorm meemaakte tegen FC Den Bosch. Uit onlangs verschenen onderzoek van het Mulier Instituut en de Erasmus Universiteit blijkt dat voetballers met een multiculturele achtergrond vanuit allerlei hoeken worden gediscrimineerd: door medespelers, trainers en clubmanagement”[1].
Donkere mensen zitten momenteel nogal eens in de hoek waar de klappen vallen.

Het lijkt erop dat onder dat bij dat racisme de afwijkende culturen en gedragspatronen van vluchtelingen en asielzoekers een rol spelen. Is het verbazing? Narrigheid over allerlei veranderingen die te snel gaan? Angst misschien?
Hoe dat zij – Vluchtelingenwerk Nederland meldt ons: “In 2018 vragen 20.353 mensen asiel aan in Nederland. In 2017 zijn dat er 14.716. Het grootste deel daarvan is afkomstig uit Syrië (2.956 personen) en Iran (1.869). 6.463 mensen herenigen zich in 2018 als nareiziger met hun familielid in Nederland”.
En:
“586.530 asielzoekers vragen in 2018 bescherming in een EU-land. Ruim een kwart daarvan wordt opgevangen in Duitsland. Frankrijk vangt 20% op. 14% van de asielzoekers is Syriër. In 2017 vragen nog 654.900 asielzoekers bescherming en in 2016 ruim 1,2 miljoen”.
Verder:
“In 2018 zijn er meer mensen op de vlucht dan ooit. De VN Vluchtelingenorganisatie UNHCR becijferde dat er 70,8 miljoen mensen op de vlucht zijn voor oorlog en geweld. Het vorige recordjaar was 2017 (68,5 miljoen). 6,7 miljoen Syriërs zijn hun land ontvlucht. Ruim de helft van de vluchtelingen is jonger dan 18 jaar. 84% van de vluchtelingen wereldwijd wordt opgevangen in een ontwikkelingsland”[2].

Nu het over deze dingen gaat, is het goed om te letten op de profeet Jona.

De geschiedenis is wel bekend.
Het is ongeveer 800 voor Christus[3]. Jona moet gaan prediken in Ninevé, de hoofdstad van het machtige en agressieve Assyrische rijk. Het is simpel en duidelijk: daar heeft Jona geen zin in.
“Het woord van de HEERE kwam tot ​Jona, de zoon van Amitthai: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar, want hun kwaad is opgestegen voor Mijn aangezicht. Maar ​Jona​ stond op om naar Tarsis te vluchten, weg van het aangezicht van de HEERE. Hij daalde af naar Jafo en vond een schip dat naar Tarsis ging. Hij betaalde de prijs voor de overtocht en daalde af in het schip om met hen mee te gaan naar Tarsis, weg van het aangezicht van de HEERE”[4].
Jona wil zich blijkbaar niet inlaten met onreine volken.

Uiteindelijk gaat Jona toch naar Ninevé.
De inzet van Jona 3 is helder: “Het woord van de HEERE kwam voor de tweede keer tot ​Jona: Sta op, ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar de prediking die Ik tot u spreek. Toen stond ​Jona​ op en ging naar Ninevé, overeenkomstig het woord van de HEERE. Ninevé was een geweldig grote stad, van drie dagreizen doorsnee. En ​Jona​ begon de stad in te gaan, één dagreis. Hij predikte en zei: Nog veertig dagen en Ninevé wordt ondersteboven gekeerd!”[5].

Er gebeurt een wonder!
Ninevé bekeert zich!
Daarop redt de God van hemel en aarde de Ninevieten van hun ondergang: “Toen zag God wat zij deden, dat zij zich bekeerden van hun slechte weg. En God kreeg ​berouw​ over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”[6].

En daar is Jona het duidelijk niet mee eens: “Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van ​Jona en hij ontstak in woede. Hij bad tot de HEERE en zei: Och HEERE, waren dit mijn woorden niet toen ik nog in mijn eigen land was? Daarom ben ik het voor geweest door naar Tarsis te vluchten! Want ik wist dat U een ​genadig​ en ​barmhartig​ God bent, geduldig en rijk aan goedertierenheid, Die ​berouw​ heeft over het kwaad. Nu dan, HEERE, neem toch mijn leven van mij weg; het is immers voor mij beter te sterven dan te leven”[7].
Jona is woedend. ’t Was in Ninevé jarenlang een goddeloze bende. Jarenlang was het meest heidense bolwerk dat wij ons kunnen voorstellen… Zij bekeren zich nu. En wat denkt u? De Ninevieten blijven toch leven. ’t Is toch ongelijk verdeeld in de wereld!
Maar de Here zegt: “Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel ​vee?”[8].

De historie van Jona en Ninevé maakt ons duidelijk dat onze God niet aan racisme doet. Hij werkt overal ter wereld; en Hij grijpt krachtig in. Onze God is machtig en Hij is zeer vergevingsgezind.

Iemand schrijft: “…Nergens zegt God dat Israël zich superieur mag voelen en gedragen tegenover andere volken. Hij heeft juist aan Abraham beloofd dat door hem alle volken gezegend zullen worden. Hij wil iedereen in zijn liefde en genade laten delen. Dat laatste is voor veel Israëlieten een moeilijk verteerbare gedachte. Zeker als het gaat om de Assyriërs, een van de wreedste volken van de oudheid. Waar ze komen, laten ze een spoor van verwoesting, marteling en moord na. Zij hebben de ondergang van het tienstammenrijk op hun geweten. De ultieme vijand, die mag je toch wel haten?”.
En:
“De les voor Jona, voor Israël en voor ons is dat God ons oproept om zelfs onze vijand Gods genade te gunnen, net als onze vrienden! Jona krijgt van de heidenen nog een les: de niet-Joodse zeelieden en de inwoners van Ninevé laten in hun daden en in hun gebeden zien dat zij beter begrijpen wie de HEER is dan Jona zelf”[9].

Geloof en racisme – nee, die horen niet bij elkaar. De geschiedenis van Jona bewijst het.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2311045-racisme-in-voetbal-gaat-veel-verder-dan-geschreeuw-op-tribune.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[2] Geciteerd van https://www.vluchtelingenwerk.nl/feiten-cijfers/cijfers-over-vluchtelingen-nederland-europa-wereldwijd ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[3] Zie voor deze datering https://christipedia.miraheze.org/wiki/Jona ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.
[4] Jona 1:1, 2 en 3.
[5] Jona 3:1-4.
[6] Jona 3:10.
[7] Jona 4:1, 2 en 3.
[8] Jona 4:11.
[9] Geciteerd van https://holyhome.nl/dhs-032.html ; geraadpleegd op donderdag 28 november 2019.

19 september 2016

God zorgt voor iedereen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Onze almachtige Vader zorgt voor de hele wereld[1].
Of de mensen nu in Hem geloven of niet, de Here regisseert het gekrioel van alle naties. Van minuut tot minuut. Op ieder moment van de dag. Dat is een belangrijke boodschap van de kerk.

Nee, het is niet zo dat de Here alleen maar voor de kerk zorgt.
Wij moeten Gods werk niet tot de kerk beperken.
Een gedachtepatroon als het bovenstaande komen wij ook wel in Gods Woord tegen.
Denkt u maar aan de profeet Jona.

Jona moet naar Nineve gaan. Dat is een grote stad in Assyrië. Uitgerekend daar, in dat machtige land, dat Israël zo vaak overheerst en wreed onderdrukt, moet Jona gaan preken. En het is bekend: de Ninevieten bekeren zich; de stad blijft overeind[2].
Jona wordt behoorlijk boos.
Erger nog: woedend wordt hij.
Is dit nou rechtvaardig?
Wordt al dat gepreek van hem op deze manier ten diepste niet volstrekt nutteloos gemaakt?
Hij roept het uit: ‘Zie je nou wel? Ik had al wel gedacht dat mijn prediking bij die wrede onderdrukkers geen verwoestingen tot gevolg zou hebben. En dat terwijl die tirannen uit Nineve het dik verdiend hebben om eens flink aangepakt te worden! Maar ja, eigenlijk weet ik wel dat God een barmhartig en vergevend God is…’[3].

Mét dat al laat de Here duidelijk zien dat zijn genade niet alleen de Israëlieten geldt. De Majesteit van hemel en aarde gaat veel verder dan een volkje.
Jesaja profeteert dan ook: “Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde”[4].
De Here heeft het oog op de hele wereld.
Hij werkt op iedere vierkante centimeter van hemel en aarde. Wij zien Zijn arbeid overal terug.

Het hoeft ons dus niet te verwonderen dat Jezus later – in Mattheüs 5 – zegt: “Gij hebt gehoord, dat er gezegd is: Gij zult uw naaste liefhebben en uw vijand zult gij haten. Maar Ik zeg u: Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader, die in de hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen”[5].
De Here zorgt voortdurend voor de door Hem geschapen wereld. En Hij slaat bij die zorg geen mens en geen millimeter over.
Trouwens: de bozen staan in Mattheüs 5 voorop; dan pas komen de goeden. Is dat niet opmerkelijk?

Laten wij nooit denken dat wij de Verbondsgod naar onze hand kunnen zetten!

Nu het om deze dingen gaat, kijk ik een moment terug in de tijd.

In september 2007 wordt in het Olympisch Stadion in Amsterdam het honderdjarig jubileum van de Pinksterbeweging in Nederland gevierd.
Het Nederlands Dagblad publiceert een stuk waarin onder meer te lezen staat: “Voorzitter Peter Sleebos van het comité dat het eeuwfeest heeft georganiseerd, weet het zeker: het prachtige weer is aan God te danken. Regen was desastreus geweest voor samenzijn van de ongeveer 4500 pinkstergelovigen ’s morgens, maar ook voor het optreden ’s avonds van de Australische band Hillsong United waarbij het stadion met 25.000 bezoekers gevuld zal zijn”.
Het lijkt wel of men zeggen wil: kijk, nu weet u waarom het op die dag zulk mooi weer is. Dat heeft God speciaal zo geregeld voor de Pinksterbeweging.
De leider van die Australische band, Hillsong United, oreert: “Wij geloven dat er vandaag iets speciaals gaat gebeuren voor Amsterdam, voor Nederland”[6].
Het is, wat mij betreft reuze knap dat die bandleider dat zo zeker weet. Hij komt notabene van de andere kant van de wereld. En uitgerekend die Australische meneer weet dat er in Amsterdam, dat stipje op de wereldkaart, op een zonnige zaterdag in september iets bijzonders gaat plaatsgrijpen. Het is iets zijn dat landelijke uitstraling heeft. Als je zo kunt profeteren ben je een echte bolleboos.

De lezer vergeve mij mijn scherpe toon.
Ik wil slechts laten zien dat de Pinksterbeweging in feite allerlei zaken naar zich toe trekt. Het weer bijvoorbeeld. En religieuze opwekkingen, bijvoorbeeld.
Dat gebeurt, om zo te zeggen, op commando.
Even heel strak door de bocht: dat gebeurt omdat de Pinksterbeweging er vast in gelooft.

Ik blijf nog even in 2007.
Het is zaterdag 15 september.
Schrijver dezes bevindt zich op het water van het Overijsselse natuurgebied de Weerribben. Er wordt koffie gedronken in Kalenberg. En thee in Blokzijl.
In dat gebied vindt de familiedag plaats van de familie van mijn vrouw. Het is heel gezellig. En heel zonnig bovendien.
Van een religieuze opleving hoor ik echter niets.
Het water kabbelt rond de fluisterboot. Maar de theeschenkerij blijkt niet of nauwelijks toegankelijk voor mensen met een handicap. Ondergetekende wordt met rolstoel en al naar binnen getild. Daar vernemen ze in Amsterdam niets van, vrees ik.
Van spectaculaire genezingen is derhalve geen sprake.
Geen wonder.
De zorg van God strekt zich niet uit tot een handjevol mensen die het hemelse doen en laten naar zich toe willen trekken. Hij houdt heel de wereld in Zijn hand. Gods kinderen kunnen vooruit. Of zij nu ziek zijn of gezond. Want de hemelse Heer zet Zijn plan met de wereld door.
Daar past gezondheid in.
Maar daar passen ook handicaps in.
Er passen zonnige dagen in.
En daar past ook regen in.

In die dynamische wereld bekleedt de kerk wel een bijzondere positie.
Want de Here Jezus zei in het laatste vers van Mattheüs 5: “Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt is”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* zoals God volmaakt is, zullen Zijn kinderen volmaakt worden
en:
omdat God volmaakt is, mogen Zijn kinderen zich, ook vandaag op Zijn werk beroepen.
Dat betekent niet dat wij in de kerk zo nodig allerlei spectaculaire dingen moeten doen. In het eerste vers van Mattheüs 6 gaat Jezus niet voor niets als volgt verder:”Ziet toe, dat gij uw gerechtigheid niet doet voor de mensen, om door hen opgemerkt te worden; want dan hebt gij geen loon bij uw Vader, die in de hemelen is”[8].
Wij hoeven niet te laten zien dat we nette mensen zijn. Dat zijn we namelijk niet.
De kerk mag tonen hoe almachtig God de Vader is.

Op dat eeuwfeest van de Pinksterbeweging, in september 2007 gaat het er nogal luidruchtig aan toe.
En men lijkt nogal zeker van zichzelf.

Laat het maar helder wezen: zo doen we dat in de kerk niet. Nee, ook niet anno Domini 2016.
Daar weten we dat we permanente zorg van Vader krijgen. En daar hebben we genoeg aan.
Want de kerk heeft Zijn belofte in huis: “Maar laat, als gij aalmoezen geeft, uw linkerhand niet weten wat uw rechter doet, opdat uw aalmoes in het verborgene zij, en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergelden”[9].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 18 september 2007.
[2] Jona 3:7-10: “En men riep uit en zeide in Nineve op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet”.
[3] Jona 4:1, 2 en 3: “Maar dit mishaagde Jona ten zeerste en hij werd toornig. En hij bad tot de Here en zeide: Ach, Here, heb ik dat niet gezegd, toen ik nog in mijn land was? Daarom heb ik het willen voorkomen door naar Tarsis te vluchten, want ik wist, dat Gij een genadig en barmhartig God zijt, lankmoedig, groot van goedertierenheid en berouw hebbend over het kwaad. Nu dan, Here, neem toch mijn leven van mij, want het is mij beter te sterven dan te leven”.
[4] Jesaja 49:6.
[5] Mattheüs 5:43, 44 en 45.
[6] Zie voor meer informatie over Hillsong United https://nl.wikipedia.org/wiki/Hillsong_United ; geraadpleegd op woensdag 31 augustus 2016.
[7] Mattheüs 5:48.
[8] Mattheüs 6:1.
[9] Mattheüs 6:3 en 4.

18 augustus 2016

Verzoening verloochend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vele mensen zijn er die Jezus Christus niet als hun Verlosser willen aanvaarden[1].
Maar wat komt daar vervolgens voor in de plaats?
Niets.
Een groot hiaat.
Een gapend gat.

Dat is eigenlijk niets nieuws.
Professor C.J. den Heyer, die tot 1 januari 2002 hoogleraar Nieuwe Testament was aan de synodaal-gereformeerde Theologische Universiteit te Kampen, kan daarover meepraten[2]. Eens sprak hij: “Dat Jezus tegelijk God en mens is (…) is naar mijn overtuiging een dogmatische constructie van latere tijd”.
En:
“Ik kan met onzekerheden en zoeken heel goed leven”. Geloven is voor hem “een op weg zijn. Wandelen met de Here”.
U begrijpt: ergens lijkt het voor Den Heyer toch een veilige gedachte dat de Here er bij is. Maar veel meer biedt zijn zienswijze niet. Want de verzoeningsleer is afgeschaft.
De bovenstaande citaten komen uit een krant. Als kop stond er boven: “Den Heyer gelooft, maar niet met zekerheid”[3].

Het bovenstaande leidt ons schier onweerstaanbaar naar Mattheüs 12: “Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet. Dan zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren; en als hij komt, vindt hij het leegstaan en geveegd en op orde. Dan trekt hij heen en neemt zeven andere geesten mede, bozer dan hijzelf; en zij komen binnen en wonen daar. En het wordt met die mens in het einde erger dan in het begin. Alzo zal het ook gaan met dit boze geslacht”[4].

Dit Schriftgedeelte beantwoordt de vraag: wat gebeurt als er geen waar geloof in Jezus Christus is? Het antwoord luidt: eerst komt er een leegte en daarna komt de duivel versterkt terug.

In het leven moeten wij dus serieus rekening mee houden met de volgende gang van zaken: waar God niet woont, grijpt de duivel zijn kans.

Den Heyer zei indertijd: ik wandel met de Here.
Maar dat houdt dan bij de dood op. Want als hij – kort gezegd – niet meer gelooft in de verzoening door voldoening, is het aardse sterven het einde van het leven.
Dan biedt de Nederlandse Geloofsbelijdenis, die dit alles samenvat, geen troost meer. U weet wel: “Wij geloven dat wij geen toegang hebben tot God dan alleen door de enige Middelaar en Voorspraak Jezus Christus, de rechtvaardige. Hiertoe is Hij mens geworden en heeft Hij de goddelijke en menselijke natuur verenigd, om ons mensen toegang te geven tot de goddelijke majesteit. Anders zou de toegang voor ons gesloten zijn. Maar deze Middelaar, die de Vader ons gegeven heeft tussen Zich en ons, moet ons door zijn verhevenheid niet afschrikken, zodat wij een andere, naar eigen inzicht, zouden gaan zoeken. Want er is niemand onder de schepselen in de hemel of op aarde die ons meer liefheeft dan Jezus Christus…”[5].

Van Den Heyer is het, voor zover ik het nu kan bekijken, eigenlijk niet zo’n grote stap naar doctor J.M. Burger.
Doctor Burger doceert systematische theologie aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen.
U kent de offertheorie van Hans Burger toch wel?
De Gereformeerd-vrijgemaakte emerituspredikant D. de Jong schreef daar eens over: “Die theorie komt in het kort hierop neer, dat Christus ons door zijn Vader gegeven is om door zijn volmaakte toewijding het ons mogelijk te maken weer in toewijding en verbondenheid met God te leven. Dat klinkt goed, maar het betekent in Burgers theorie niet dat Christus door de Vader gezonden is om door zijn aan het kruis vergoten bloed ons te verlossen van onze schuld en met God te verzoenen. Zulk een wrede, bloeddorstige en immorele god hebben we volgens hem gelukkig niet”.
En:
“Al die bloederige dierenoffers zoals die vroeger in veel godsdiensten, ook die van het Oude Testament, gebracht werden, dat staat ons toch tegen. En dan durft hij zelfs te beweren dat de Bijbel dat ook vindt, zie maar in de Psalmen 40, 49, 50, en Jezus’ kritische houding tegenover de tempeldienst. Dat Schrift en belijdenis leren dat de bloedige offers en tempeldienst niet werden afgeschaft vanwege de bloederigheid, maar vervuld door Jezus’ bloedstorting aan het kruis, het lijkt wel of deze Kamper theoloog daar nog nooit van heeft gehoord”.
De achtergrond van de theorie van Burger wordt getypeerd met de zin:
“We kunnen in onze hedendaagse cultuur die ouderwetse bloedtheologie toch niet meer verkondigen; dat is niet meer geloofwaardig”[6].

Doctor Burger gaat, als ik het goed zie, dezelfde kant op als professor Den Heyer. Als Burger een beetje doorloopt kan hij Den Heyer misschien nog inhalen.

Hierboven viel een belangrijk woord: geloofwaardig.
Wij moeten geloven wat er in Gods Woord staat. Wat dat is geloof-wáárdig!

Weet u wat het probleem is?
Mensen willen zien en begrijpen wat God doet.
En plotsklaps staan wij weer midden in Mattheüs 12.
Want daar willen de Farizeeën ook iets zien. Ik citeer: “Toen antwoordden Hem enige der schriftgeleerden en Farizeeën en zeiden: Meester, wij zouden wel een teken van U willen zien. Maar Hij antwoordde hun en zeide: Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten. De mannen van Nineve zullen in het oordeel opstaan met dit geslacht en het veroordelen; want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona en zie, meer dan Jona is hier. De koningin van het Zuiden zal in het oordeel optreden met dit geslacht en het veroordelen, want zij is gekomen van de einden der aarde om de wijsheid van Salomo te horen, en zie, meer dan Salomo is hier” [7].

De Farizeeën willen een teken zien.
Zien dus; dan zullen zij wellicht geloven.
Jezus wijst hen op de Ninevieten: zij geloofden de profetie van Jona.

Natuurlijk – eigenlijk zouden Gereformeerden ook wel een teken willen hebben.
Kerkgroei bijvoorbeeld.
Geestelijke groei bijvoorbeeld. Die willen wij graag meten.

In feite is slechts één ding nodig. Wij moeten op Christus zien. Oftewel: wij moeten naar onze Heiland kijken.

Laten wij het maar bedenken: het zich afkeren van het Evangelie begint bij de wens meer te zien van wat God doet.

Kent u de inzet van Hebreeën 11?
“Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet”[8].
Voor een rechtgeaard Gereformeerd mens spreken die woorden boekdelen!

Noten:
[1] Dit is een uitwerking van een ‘weeknotitie’ die ik op zaterdag 28 maart 1998 schreef. Die notitie heeft het volgnummer 562 en is getiteld ‘Zicht op verzoening’.
[2] Zie voor meer informatie over hem https://nl.wikipedia.org/wiki/Cees_den_Heyer ; geraadpleegd op maandag 1 augustus 2016.
[3] De citaten komen uit de ZoZ-bijlage van het Nederlands Dagblad, zaterdag 28 maart 1998, p. 3.
[4] Mattheüs 12:43-45.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[6] Zie http://www.bijbelknopendoos.nl/kn24.htm ; geraadpleegd op maandag 1 augustus 2016.
[7] Mattheüs 12:38-42.
[8] Hebreeën 11:1.

5 maart 2014

Nahum 3: Gods recht zegeviert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In onze tijd willen we graag troost. Wij willen opgewekte Schriftoverdenkingen. En blijde preken.
En dus hoeven we met Nahum 3 niet aan te komen[1].
Gods Woord trekt zich echter niet altijd wat aan van onze eenzijdige emoties.

“Hoor, zweepgeklap! hoor, wielengeratel! en jagende paarden en opspringende wagens, steigerende rossen en vlammende zwaarden en bliksemende lansen, en tal van verslagenen, een menigte doden, en eindeloos veel lijken; men struikelt over hun lijken”[2].
U ziet het: het NOS-journaal is er niks bij.

“Al uw vestingen zijn vijgebomen met vroegrijpe vruchten; worden zij geschud, dan vallen zij de eter in de mond. Zie, uw manschappen binnen u zijn vrouwen; voor uw vijanden hebben de poorten van uw land zich wijd geopend; het vuur heeft uw grendelbomen verteerd”[3].
Alle energie is uit het land weggevloeid.
De mannen zijn verwijfd.
De grenzen zijn open; iedereen kan naar hartenlust in en uit lopen. Van veilig wonen kan men nu alleen maar dromen.

“Uw aanzienlijken zijn als sprinkhanen, uw ambtenaren als een zwerm sprinkhanen, die zich, zolang het koud is, op de muren legeren; als de zon opgaat, vliegen zij weg, en onbekend is hun plaats. Waar zijn zij? Uw herders sluimeren, koning van Assur, uw geweldigen liggen terneer; uw volk is verstrooid op de bergen, zonder dat iemand het verzamelt”[4].
Wat een deplorabele toestand!

Jona is in Nineve geweest. Als hij daar is bekeren de mensen zich.
Maar als Nahum – zo’n honderd jaar later – zijn visioen doorgeeft, blijkt van zo’n ommekeer niets. Helemaal niets.
Dat is, op de keper beschouwd, ook niet zo’n groot wonder. Nahum profeteert op afstand over de vijand. Hij spreekt over de wereldmacht die op enige afstand actief is.
Wat is de boodschap van de Here, vanuit het oorlogsgeweld en de gevolgen daarvan?
Hij geeft het volk een bemoedigende boodschap: het recht van de Here zal zegevieren!

Eén van de opvallende dingen in dit hoofdstuk is dat de Here niet op de voorgrond staat[5]. We kunnen niet zeggen: de Here is druk bezig met dit of met dat.
Het is veeleer een groot visioen. Als in een film rollen de beelden voorbij. In Nahum 3 wordt vooral een sfeer geschapen. De profeet ziet een visioen. En wij kijken mee. En hoe langer we in dit hoofdstuk lezen, hoe meer de ontsteltenis bezit neemt van ons wezen. Dit is toch iets verschrikkelijks?
Maar juist omdat de Here God Zich niet zo nadrukkelijk presenteert, wordt helder dat het kwaad zichzelf straft. Als de zonde in het leven een heersende macht wordt, gaat het van kwaad tot erger. Als zonde en goddeloosheid gekoesterd worden, komt het leven in een spiraal naar beneden terecht.
In Syrië regeert Bashar al-Assad. In Oekraïne was Viktor Janoekovitsj tot voor kort aan de macht. Beiden staan erom bekend dat zij mensen uit hun eigen volk doden. En het is gemakkelijk om naar hen te wijzen, en te zeggen: zo moet het niet.
Maar de kwestie is: wij wandelen met God. De Heilige Geest woont in ons hart. En dat betekent dat wij, in een wereld die God verlaat en smart op smart te vrezen heeft, tegen de stroom in moeten roeien. De kerk moet aan de wereld tonen dat het anders moet.

Dat is niet gemakkelijk.
Nahum proclameert: “…men struikelt over hun lijken – vanwege de vele hoererijen der hoer, uitnemend in bevalligheid, meesteres in toverkunsten, volken verkopend door haar hoererijen, en geslachten door haar toverkunsten”[6].
Prostituees en tovenaars – hun aanwezigheid maakt duidelijk dat de ware godsdienst ver weg is. Het lijkt verdacht veel op het Nederland van 2014. Economische macht gaat gepaard met seksuele uitspattingen en occultisme. Een dominee typeerde het in een preek eens zo: “Hoe meer geld we te besteden kregen, hoe meer alles kon op gebied van seks. Het geloof in God werd als een oude jas aan de kant gegooid. Maar toen het toch wat koud werd kwamen oosterse godsdiensten en occultisme er voor in de plaats”[7].
Als u het mij vraagt is de profetie van Nahum actueler dan menigeen denkt!

In de tijd dat Nahum preekt is Nineve echt een wereldstad. Met alle verleidingen die daarbij horen. Het is een imponerende metropool. De mensen raken ervan onder de indruk. De dynamiek laat de mensen niet onberoerd.
Welnu, zegt Nahum, vergis u niet in de uitstraling. Oftewel: kijk aan de uiterlijkheid voorbij.
En, suggereert Gods woordvoerder nadrukkelijk, laat u niet verleiden dat het de Here God totaal uit de hand loopt.
Ook anno Domini 2014 is dat, denk ik, een Goddelijke vingerwijzing.
Wat is er overgebleven van het Romeinse rijk, waarin eertijds zoveel macht aanwezig was? Rome is gevallen, zo kunnen we rustig vaststellen. En sinds Rome zijn er aardig wat economische machten geweest.
Men zegt dat de economie in Nederland weer een beetje opkrabbelt. Dat kan best zo zijn. Maar Gereformeerden moeten er rekening mee houden dat de financiële crisis van de afgelopen jaren een waarschuwing voor Gods kinderen is. En wel deze: mensen, wees goede rentmeester van alles wat God u aan gaven geeft!

Nineve wordt in Nahum 3 de bloedstad genoemd.
Iemand schreef naar aanleiding daarvan: “De inwoners kunnen er wat van. Leugen en bedrog. Corruptie en geweld. En uitgerekend daar moet Jona gaan prediken. Waarom? Omdat hun boosheid is opgeklommen voor Gods aangezicht (…). Nineve’s zonden hebben zich als het ware opgestapeld. Geleidelijk aan is het een hoge toren geworden. Zo hoog dat bij wijze van spreken het bovenste deel de hemel heeft bereikt. [Nu] kunt u zien dat God het onrecht in deze wereld signaleert. Ook van mensen en volken die vreemd aan Hem zijn. Wij denken wel eens dat God de verschrikkingen laat gaan, en dat Hij niets doet aan het leed waar duizenden onder lijden. Het lijkt alsof mensen straffeloos de meest gruwelijke dingen kunnen bedrijven zoals volkerenmoord (…), marteling en verkrachting, uitbuiting en misbruik van kinderen. Maar God ziet en registreert het terdege”[8].
De kerk hoeft niet te wanhopen.
Ware gelovigen mogen geloven dat het bloed van hun Here Jezus Christus ook voor hen gevloeid heeft. Ook vandaag geldt nog de oproep van 1 Petrus 1: “…wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam”[9].

Daarom is er alle reden om, ook in onze tijd, Psalm 149 in de mond te nemen:
“Zo zal Gods volk zich recht verschaffen,
het zal zich wreken, volken straffen,
hun koningen en vorsten vinden,
met sterke boeien binden.
Dan wordt toch, naar ’t beschreven recht,
tegen hen het geding beslecht.
De luister van Gods volk keert weer,
geprezen zij de HEER”[10].

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die vanavond wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel staat Nahum 3 centraal.
[2] Nahum 3:2 en 3.
[3] Nahum 3:12 en 13.
[4] Nahum 3:17 en 18.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://utrecht.ngk.nl/preekarchief/current/Nahum/Nahum%203.pdf , http://www.gkvapeldoornzuid.nl/index.php/home/703-de-waarschuwing-van-de-val-van-nineve-nahum-34-7 en http://www.pauwenburg.nl/LinkClick.aspx?fileticket=0%2boHIe0Gc6E%3d&tabid=948&language=nl-NL (preek over gedeelten uit de profetie van Jona).
[6] Nahum 3:3 en 4.
[7] Dat was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A.M. de Hullu.
[8] J.C. Schuurman, “Jona’s roeping en vlucht”. In: Gereformeerd Weekblad (18 juni 1999), p. 1-4. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] 1 Petrus 1:17, 18 en 19.
[10] Psalm 149:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

15 juli 2013

Voorstellingsvermogen?

Als wij het geloof verdedigen, moeten we niet alleen rationele argumenten gebruiken. Wij moeten aansluiten bij ervaringen van de mens.
Dat zegt de bekende Britse theoloog Alister McGrath[1]. Er was een tijd dat deze Godgeleerde een agressieve atheïst was. Nu is hij een bekend apologeet.
McGrath zegt: “Ik ontdekte dat het atheïsme helemaal niet goed aansloot bij de realiteit en mijn ervaringen. Het gaf ook geen betekenis aan mijn leven, maar zei me alleen dat het leven hard is”.
En:
“De Nieuwe Atheïsten voeren een droog debat, vooral gebaseerd op de rede. Helaas gaan veel christelijke apologeten daarin mee, terwijl, juist in deze postmoderne tijd, mensen veel meer hebben met verhalen. We zouden daarom vaker moeten laten zien welke emotionele diepgang en verbeeldingskracht het christelijke verhaal bevat”.
Alister McGrath citeert C.S. Lewis: “Als we in onszelf een verlangen voelen dat door niets in deze wereld kan worden bevredigd, dan is de meest waarschijnlijke verklaring dat we zijn gemaakt voor een andere wereld”[2].

Het pleidooi van de heer McGrath kan ik wel volgen. Ik ga een eindweegs met hem mee.
Immers: de Here verandert heel ons leven. Dus ook onze emotie. En ons voorstellingsvermogen. Onze creativiteit en onze vindingrijkheid zijn er op gericht om de hemelse Heer te dienen.
Bij de uitvoering van Zijn plan zet de Here God alle gaven in die Hij aan Zijn kinderen heeft gegeven.

Toch bevredigt het betoog van Alister McGrath mij niet helemaal.
Wij kunnen wel een beroep doen op de inventiviteit en originaliteit van de mensen om ons heen.
Wij kunnen beginnen met: ‘Er was eens…’.
Wij kunnen verder gaan met: ‘Stelt u zich eens voor dat…”.
Wij kunnen allerlei intrigerende Bijbelse tekeningen maken, bijvoorbeeld bij de Openbaring van Johannes.
Maar wij kunnen de nieuwe werkelijkheid van de hemel nooit precies schilderen. Hier op aarde zal het nooit zo zijn dat we exact kunnen tonen hoe de leefomgeving van God en Zijn kinderen er in de hemel uit zal zien.
Ik wil maar zeggen: het geloof in de door God geschonken vergeving en de verwezenlijking van de door Hem beloofde toekomst moet ons worden gegeven.

In de Bijbel wordt heel vaak een beroep gedaan op het voorstellingsvermogen waarover mensen beschikken.
Laat ik enkele voorbeelden op een rij zetten.

1.
Ik wijs op Ezechiël. De manier waarop hij in hoofdstuk 4 en 5 van zijn profetie het beleg van Jeruzalem moet laten zien, is ronduit theatraal. Het is, zouden we vandaag zeggen, een toneelstuk. Een one man show, zo u wilt[3].
2.
En wat dacht u van Hosea? Meteen in hoofdstuk 1 luidt de opdracht: “De HERE zeide tot Hosea: Ga heen, neem u een ontuchtige vrouw en kinderen uit een ontuchtige geboren, want het land wendt zich in schandelijke ontucht van de HERE af”[4]. En beschaafde westerlingen denken bij zichzelf: nou nou, dit gaat wel erg ver…
3.
In het Nieuwe Testament doet Jezus allerlei wonderen.
4.
Jezus wijst op Jona. U weet wel: “Een boos en overspelig geslacht verlangt een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona, de profeet. Want gelijk Jona drie dagen en drie nachten in de buik van het zeemonster was, zo zal de Zoon des mensen in het hart der aarde zijn, drie dagen en drie nachten”[5].
De Schriftgeleerden van toen geloofden niet in Jezus Christus.
En trouwens: tegenwoordig wordt de geschiedenis van Jona door vele denkers een parabel genoemd. En de opstanding van Christus – ach, die kan toch geen realiteit geweest zijn? Kom nou…
5.
Jezus vertelt heel veel gelijkenissen. Sommige vertellingen zijn, wat je noemt, uit het leven gegrepen.

Het is maar een greep uit de vele beelden die wij in de Heilige Schrift terugvinden.
Er zijn massa’s mensen die die beelden wel langs zien komen. Er zijn massa’s mensen die die beelden wel voor zich zien. Maar geloven? Ach nee.
Geloven? Dat is iets voor filosofisch ingestelde mensen.
Geloven? Dat gaan mensen doen als zij er aanleg voor blijken te hebben.

Alister McGrath zegt: bij de overdracht van het christelijk geloof moeten we eens wat vaker een beroep doen op het voorstellingsvermogen dat mensen hebben.
En het is waar: in het geloofsleven spelen emoties zeker een rol.
Het is waar: verbeeldingskracht kan, ook in de kerk, best nuttig zijn.
Maar als u het mij vraagt krijgen we met de methode-McGrath de kerken echt niet vol.

McGrath wil de ervaringen die mensen in deze wereld hebben, blijkbaar bij hun bekering betrekken.
Zo van: de wereld is zwart; maar de hemelse Heer maakt u wit als sneeuw.
Maar laten we ’t bij dit alles niet vergeten: het geloof wordt ons door God gegeven.
Of, om met de apostel Paulus in Efeziërs 2 te spreken: “Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[6].

Noten:
[1]
De internetpagina van deze hoogleraar is te vinden op http://users.ox.ac.uk/~mcgrath/ .
[2] Zie: “’Gebruik verbeeldingskracht bij verdediging geloof’”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 11 juli 2013, p. 2.
[3] Zie Ezechiël 4:1-5:17.
[4] Hosea 1:2.
[5] Mattheüs 12:39 en 40.
[6] Efeziërs 2:8-10.

1 mei 2013

Profeet van Gods ontferming

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De profeet Jona is een eigenwijze man. Dat is een harde conclusie; ik weet het.
Maar kan ik iets anders noteren als ik Jona 4 lees[1]?

Jona wordt boos op God. Heel boos. En waarom? Omdat God de Ninevieten spaart… Kijk, dát had Jona wel gedacht. Want zo gaat dat nou vrijwel altijd met God. Altijd ziet Hij wel een reden om lankmoedig te blijven.
Als dat zo is, wat heeft dat geprofeteer van Jona dan nog voor zin? Dan kan hij het aardse leven beter verlaten – niet dan? Dat is de redenering van Jona. Nog niet zo lang geleden was hij heel dicht bij het dodenrijk. Maar eigenlijk solliciteert Jona alsnog naar een bescheiden plek in datzélfde rijk. Zijn werk op aarde is af. Typisch een geval van voltooid leven, zouden we in 2013 zeggen.

De Here laat dynamische stedelingen, die zich heel lang niets van Hem aantrokken, leven.
Jona is het met die beslissing absoluut niet eens. Mensen die zich jarenlang niets aan God gelegen lieten liggen, en zich op het allerlaatste moment bekeren – volgens Jona zijn dat eigenlijk berekenende criminelen. En wat doet God? Hij laat die boeven rustig verder leven!
Dat is een beleidsmatige naïviteit die Jona in het geheel niet volgen kan. Sterker nog: het is hem een gruwel!
Dat de Here schaduw aan Jona biedt onder een bladerrijke boom, doet aan Jona’s grimmige stemming niets af.
Dat die bladerrijke boom na vierentwintig volkomen dood is, maakt Jona vervolgens alleen maar furieuzer. Klimatologische chaos en dode natuur – dát kan er ook nog wel bij!
Wat voor boom is dat precies geweest? Kerkvader Hiëronymus denkt aan hedera, dat is: klimop. Anderen menen dat het hier om pompoen gaat. Maar er is niemand die daarover iets met zekerheid zeggen kan[2].
Hoe dan ook: die wonderboom is, zo maakt de hemelse Heer duidelijk, een illustratie van de manier waarop de Here werkt. De Here toont Zijn macht tegenover het onvermogen van Jona.

De Schepper van hemel en aarde verduidelijkt dat Hij in onze wereld de touwtjes in handen heeft. Hij wil niets liever dan mensen redden. En dat doet Hij ook.
En laat, als het daarom gaat, één ding helder zijn: mensen behoren over Gods werkwijze geen eigen mening te hebben. Gods raadsbesluiten zijn niet discutabel. Om het met een hedendaagse term te zeggen: over de uitslag wordt niet gecorrespondeerd.

Iemand schreef: Jona “gunt Ninevé geen genadig God en God geen biddend Ninevé”[3].
Jona heeft, meent hij zelf blijkbaar, zóveel wijsheid in huis dat hij in staat is om te besluiten wat er met Nineve gebeuren moet.
Jona hééft niet zoveel met Gods genade.
Dat valt ook op als we kijken naar de manier waarop Jona de vragen van het scheepspersoneel beantwoord. Zij vragen: “…wat is uw bedrijf en vanwaar komt gij, wat is uw land en van welk volk zijt gij?”[4]. Daarop deelt Jona mee dat hij een Hebreeër is. Hij zegt dat hij God vreest. Maar over zijn werk, zijn profetenwerk, zwijgt hij in alle talen[5].
Jona kiest, kortom, voor de harde lijn. Barmhartigheid rubriceert hij klaarblijkelijk bij de Afdeling Halfzacht Gedoe. Goedertierenheid past volgens Gods woordvoerder niet in een verdorven wereld.
Als ik het goed zie, zullen ook wij op onze tellen moeten passen. Immers, ook wij hebben nog wel eens de neiging om te zeggen: we moeten de wereld eens flink áánpakken. Of ook: wij moeten de boel ês ópschudden. Of zelfs: de hele zaak moet worden ómgeturnd. Maar bij die revolutionaire gedachten mogen we nooit vergeten dat alles draait om Gods genáde. Altijd weer zal in ons doen en laten Gods lankmoedigheid zichtbaar moeten worden.

Het gedrag van Jona is voor ons, denk ik, wel herkenbaar. Hij zegt eigenlijk: “God is wel almachtig, maar Hij is niet wijs. Was ik maar God, ik zou het beter doen!’”[6].
Vandaag de dag hebben wij het vaak over korte lontjes.
Welnu, er is niets nieuws onder de zon. In Gods Woord wordt ook al veel over boosheid gezegd. Ik wijs u op Kaïn, die in Genesis 4 boos wordt op zijn broer[7]. In Psalm 4 zegt David:
“Weest toornig, maar zondigt niet;
spreekt in uw hart op uw leger, en zwijgt.
Brengt offers naar de eis
en vertrouwt op de Here”[8].
Paulus wist er in Efeziërs 4 ook al wat van: “Geraakt gij in toorn, zondigt dan niet: de zon mag niet over een opwelling van uw toorn ondergaan”[9].
Wij mogen en moeten vertrouwen op de Here. Jazeker, dan zullen we vast wel eens boos zijn op de Here. Er zijn vast wel momenten dat wij teleurgesteld zijn over de manier waarop de Here de dingen doet. Gods ontferming gaat echter boven alles uit!

De Here is genadig voor heel Zijn schepping. Heel de natuur profiteert daarvan mee[10].
Expliciet vermeldt Jona 4 dat het behoud van het vee voor de Here een reden is om de Ninevieten in leven te houden: “Zou Ik dan Nineve niet sparen, de grote stad, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn, die het onderscheid niet kennen tussen hun rechterhand en hun linkerhand, benevens veel vee?”[11].
In Romeinen 8 lezen we niet dat alleen de ménsen verlost moeten worden van aardse ellende en zonde. Er staat: “Want met reikhalzend verlangen wacht de schepping op het openbaar worden der zonen Gods”[12].
In onze tijd maken we ons druk over duurzaamheid. Onze welvaart is in gevaar, want – zo stelt men allerwegen – de hulpbronnen worden steeds schaarser.
Welnu, uit Jona 4 mogen wij concluderen dat de Here aan een structurele oplossing werkt. De schépping wordt gered. Er vindt een heerlijke vernieuwing plaats.

Jona had feitelijk maar één opdracht van de Here gekregen: predik Mijn Woord.
Diezelfde opdracht heeft de kerk van vandaag óók.
Misschien zien wij daar tegenop. Evangelisatie in een volkomen geseculariseerd land, dat zien wij meestal niet zo zitten.
Laten we maar nuchter blijven. Terecht schreef dominee W. Visscher, predikant binnen de Gereformeerde gemeenten: “Wellicht moeten we maar gewoon proberen ons werk te doen en het verder aan de Heere over te laten hoe Hij Zijn uitverkorenen zal toebrengen. Dat lijkt wellicht wat mager, maar daarin ligt toch rust. De Heere staat in voor Zijn werk”.
En: “Op hoop van zegen en met het gebed om de werking van Gods Geest. In de gebeden zullen we ons land en de grote steden in ieder geval opdragen aan de troon der genade. Wie weet wil de Heere Zijn Geest nog uitstorten over ons land en volk. Van Hem is verwachting: Jona 4:11!”[13].
Gaarne zeg ik het dominee Visscher na: misschien zal de Here ons nog genadig zijn; net als in Jona’s tijd.

Noten:
[1]
Vandaag, woensdag 1 mei 2013, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Daar zullen de hoofdstukken 3 en 4 van de profetie van Jona centraal staan. In dit artikel publiceer ik het tweede deel van enige studie daaromtrent.
Andere artikelen over de profetie van Jona zijn te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/04/10/profeet-van-genade/ , https://bderoos.wordpress.com/2013/04/17/profeet-van-redding/ en https://bderoos.wordpress.com/2013/04/24/profeet-van-klein-pinksteren/.
[2] Zie: Aza Goudriaan, “Wonderboom”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, woensdag 11 augustus 2010, p. 4. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dbaa6324412a95a821a4b/wonderboom/6 .
[3] In deze alinea gebruik ik onder meer: Ds. C.P. de Boer, “Jona’s verzwegen vraag”, meditatie over Jona 1:8b. In: De Wekker – kerkblad van de Christelijke Gereformeerde Kerken – jg. 119 nr 5 (5 maart 2010), p. 3. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013bb2adca2e88033be52d42/jona-s-verzwegen-vraag/8 .
[4] Jona 1:8.
[5] Jona 1:9: “En hij zeide tot hen: Ik ben een Hebreeër en ik vrees de HERE, de God des hemels, die de zee en het droge gemaakt heeft”.
[6] In deze alinea gebruik ik: S.D. Post, “Om het minste of geringste boos”. In: Daniël – blad van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten –, jg. 63 nr 17 (10 september 2009), p. 14 en 15. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013773ccf2997f539e80cc90/om-het-minste-of-geringste-boos/10 .
[7] Genesis 4:3, 4 en 5: “Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de HERE een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen zijner schapen, van hun vet; en de HERE sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok”.
[8] Psalm 4:5 en 6.
[9] Efeziërs 4:26.
[10] In deze alinea gebruik ik: Ds. A.N. van der Wind, “Preken voor de vogels”. In: De Waarheidsvriend jg. 96 nr 43 (23 oktober 2008), p. 21. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012e4e75ae534975f2d0454e/preken-voor-de-vogels/13 .
[11] Jona 4:11.
[12] Romeinen 8:19.
[13] Ds. W. Visscher, “Geen illusies over kerk in de stad”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 2 november 2007, p. 13. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012dc0dc8ec6a78bfdd4472e/geen-illusies-over-kerk-in-de-stad/15 .

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.