gereformeerd leven in nederland

26 november 2019

De Helper is alert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Men moet tegenwoordig in veel situaties oorverdovend hard schreeuwen om gehoord te worden. In die omstandigheden – ja ook dan – spreekt de God van het verbond het onomwonden uit: ‘Zeg het maar gewoon; dan horen uw broeders, uw zusters en Ik u ook wel. Het is nog sterker: als u slechts fluistert, dan hoor ik U ook’.

Dat is een troostrijk gegeven in een wereld waarin hulp soms ver weg is.

Het dagblad Trouw meldt donderdag 21 november 2019: “De hulp aan kinderen die seksueel misbruikt zijn, is versnipperd en heeft onvoldoende prioriteit. Zaken met de hoogste urgentie worden te laat opgepakt. Zo hadden 21 van de 136 kinderen die de afgelopen twee jaar als slachtoffer van seksueel misbruik onder toezicht gesteld werden door de kinderrechter, na een half jaar nog geen enkele vorm van jeugdhulp gehad”[1].
Dat is schrijnend.
Treurig.
En verdrietig.

Wie te maken heeft met de zorgsector in Nederland – wie komt daar niet mee in aanraking? – weet wel hoe het daar gaat: traagheid, miscommunicatie… ja, onbarmhartigheid is daar zelfs aan de orde van de dag.
En de jeugdhulp is daar een miserabel voorbeeld van.
Is het passend om daar op een internetpagina als deze aandacht voor te vragen? Hier gaat het over het Gereformeerd kerkelijk leven in Nederland. En over Gods Woord.
Is dit misplaatst geschrijf in de kantlijn?

Toch niet.
Want in de Bijbel is de Helper van de wereld aan het woord.
Laten wij elkaar wijzen op Jesaja 49: “Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het ​kind​ van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten”[2].

Jesaja is een Schriftgedeelte waarin het licht aan gaat.
Eerst is daar Gods Dienaar aan het woord. Door de inzet van die Dienaar laat God Wie de Machthebber is op deze aarde.
Het lijkt er op dat die Dienaar het niet meer zo ziet zitten. ‘Ik heb’, zegt hij, ‘Mijn energie voor niets ingezet’. Alle tegenstand wordt blijkbaar niet onmiddellijk overwonnen. De Dienaar zegt ook: ‘Ik moet Israël bij de Here terugbrengen. Maar dat gaat mislukken. Israël láát zich namelijk niet terugbrengen’.
Maar dat is het einde niet. ‘Want’, zegt God tegen Zijn Dienaar, ‘U moet verder kijken dan Israël. Heel de aarde is Uw werkterrein. Mijn kinderen komen overal vandaan. Uit allerlei steden, dorpen, gehuchten en buurtschappen komen ze naar Mij toe. En ja, Ik zal hen Hoogstpersoonlijk redden’.
Worden de mensen daar blij van? Er zijn velen die het allemaal tegenstaat. Zij hebben geen idee waarom die reddingsoperatie gestart is. En dat willen zij eigenlijk ook niet weten.
Maar er gaat een geweldige ommekeer plaatsvinden – u zult nog eens wat zien!
Vele regeerders, ja alle invloedrijke machthebbers zullen bij de Dienaar komen om Hem alle eer te bewijzen. Zij zullen een buiging voor Hem maken.
Wie is die Dienaar?
Die Dienaar is Gods Zoon. Door Zijn inzet, Zijn kracht, Zijn energie wordt het duidelijk: de God van hemel en aarde is altijd trouw – ja, tot in eeuwigheid!
Op Gods tijd wordt Israël weer hersteld. Er komt een renovatie aan. Een nieuw begin! De Bestuurder van deze aarde doet Zijn verbond gestand!
Zijn Dienaar zet de zaken recht. Want gevangenen worden vrijgelaten. Mensen die aan de donkere kant van het leven zitten worden in het licht gezet. Honger komt in de wereld niet meer voor; overal is eten genoeg. Dorst bestaat niet meer; water is altijd op voorraad.
Bergen zakken in. Alle oneffenheden verdwijnen uit het leven.
Ja, dan is er alle tijd voor groots feestgedruis!
“Juich, hemel, en verheug u, aarde, bergen, breek uit in gejuich, want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij zal Zich over Zijn ellendigen ontfermen”[3].
Maar…
hoort de God van hemel en aarde dan niet hoe er ondertussen in de kerkstad druk wordt gepraat? Sterker nog – daar wordt luid geklaagd. Daar wordt geroepen: ‘de Here heeft ons totaal vergeten; wij zijn voor Hem klaarblijkelijk niet zo belangrijk meer…’.
En dan klinken daar die woorden: “Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het kind van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten”!
De kerkstad wordt weer in ere hersteld. Alle mensen die geprobeerd hebben om de kerk kapot te maken, begrijpen het: het is tijd om weg te wezen; en snel ook!

Dat is, in grote lijnen, het Evangelie van Jesaja 49.

Laten wij teruggaan naar de realiteit van 2019.
De jeugdhulp zit in het slop.
Jongeren en hun ouders zitten zo nu en dan met de handen in het haar. En het vliegt hen aan: is er dan niemand, helemaal niemand, die ons helpen kan?
Jazeker – Die is er!
De Helper is present!
Nee, daar lijkt het soms niet op.
Maar de Here zegt het in Jesaja 49: een moeder vergeet haar kind heus niet; en Ik al helemaal niet!
Er is Eén die hoort, en dat ben Ik.
Er is Eén die 24/7 luistert, en dat ben Ik.
Er is Eén die werkt aan verlossing, en dat ben Ik.

De Here Jezus Christus is gekomen. Hij heeft betaald voor onze zonden!
Het is belangrijk om dat zonder omwegen te belijden.
Laten wij de Nederlandse Geloofsbelijdenis naspreken: “Wij geloven dat onze goede God, toen Hij zag dat de mens zich zo in de lichamelijke en geestelijke dood gestort had en zich volkomen rampzalig gemaakt had, hem in zijn wonderbare wijsheid en goedheid zelf is gaan zoeken, toen hij bevend voor Hem vluchtte. God heeft hem getroost met de belofte hem zijn Zoon te geven, die geboren zou worden uit een vrouw -Galaten 4:4-, om de kop van de slang te vermorzelen -Genesis 3:15- en de mens voor eeuwig gelukkig te maken”[4].
Ziet u dat staan? De lichamelijke en geestelijke dood.
Wie dat tot zich door laat dringen, beseft dat het niet zo’n wonder is dat de jeugd hulp nodig heeft. Het is best begrijpelijk dat er pleeggezinnen nodig zijn. En logeerhuizen. En zorgboerderijen. En allerlei andere instellingen waar de jeugd hulp krijgen kan.
De zonde maakt ontzettend veel in het leven kapot.
Destructie – dat is de bezigheid van satan, Gods tegenstander.
Maar jeugdige Gereformeerden mogen het voor in hun geheugen houden: er is Eén die mij uit deze ellende kan trekken; en dat doet Hij ook.
Ouders mogen het zichzelf voorhouden: ook al lijkt er geen doorkomen aan, er is één Hulpverlener die altijd alert is. Tot in eeuwigheid!

In de jeugdhulp moeten zorgvragers en zorgaanbieders het zich terdege realiseren: wij kunnen het niet alleen, maar wij hoeven het ook niet alleen te doen.
Laten wij Jesaja 49 maar blijven repeteren: “Kan een vrouw haar zuigeling vergeten, zich niet ontfermen over het ​kind​ van haar schoot? Zelfs al zouden die het vergeten, Ík zal u niet vergeten”.
De God van het verbond zegt ook in 2019: kom maar bij Mij; Ik hoor u wel!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.trouw.nl/zorg/voor-misbruikte-kinderen-komt-de-hulp-vaak-te-laat~b19b0606/ ; geraadpleegd op donderdag 21 november 2019.
[2] Jesaja 49:15.
[3] Jesaja 49:13.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 17.

26 juli 2019

De liefde gaat boven alles

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Liefde en genegenheid laten blijken – dat is in deze wereld niet zo gewoon. Meestal gaan we nogal afstandelijk, zakelijk bijna, onze gang.
In die wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen. Straal het uit! Laat het zien!
De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: “En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets”[1].

De gave van de profetie, dat is de inspiratie door de Heilige Geest. Dus: het spreken vanuit gegeven Geestkracht. Paulus heeft het oog op de prediking. Maar hij heeft ook aandacht voor ieder die, hoe en waar dan ook, wijst op het verlossingswerk van Jezus Christus. Geloofsopbouw en gemeenteopbouw zijn van het hoogste belang.
Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun “persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd”. Het houdt ook in “dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken”[2].
Wie een ‘technisch’ leider is, functioneert uiteindelijk niet goed in de kerk. Het is niet louter een kwestie van netjes redeneren en keurige weetjes.
Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen.
Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig.

Het is verhelderend om bij dit alles de situatie in de kerk te Corinthe in het oog te houden.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Strating (1928-1994) schreef daarover eens: “Als we maar niet vergeten, dat het woord ‘liefde’ juist in dat Nieuwe Testament een heel apart stempel heeft gekregen. Het behoort tot de eigen woordengroep van de Schrift om klank en kleur te geven aan het wonder van de ware broederschap in deze wereld. Dat is te zeggen: aan het wonder van de liefde Gods in Christus Jezus én aan het wonder van de liefde van de gelovigen tot elkaar”.
En:
“De apostel spreekt over de glossolalie (de tongentaal), de gave van de profetie en zó ook ·over de gaven van de kennis enz. Daar wil Paulus wel eens wat over kwijt. Want het dreigde allemaal uit de hand te lopen in Corinthe. De gemeente ontvangt een waarschuwing. Er is verscheidenheid in genadegaven. Dat hebben de Corinthiërs goed verstaan. Maar die gevarieerdheid mag niet leiden tot verachting van het éne lichaam. Dat laatste hebben ze evenwel uit het oog verloren. Zij waren vergeten, dat die gaven van de éne Geest ten diepste één zijn en hoogstens elkaar aanvullen. Het werd in Corinthe een onheilige concurrentie. Men misbruikte de Geestesgaven om er mee te pronken. Zelfdienst in plaats van Gods-dienst en kérk-dienst! Wanneer Paulus daarvan hoort, vermaant hij zijn lezers door middel van deze brief. Zó mag het niet langer. De verkeersweg van de liefde is opgebroken. Er is in Corinthe een ongeestelijke wedloop aan de gang: Het ontbreekt de gemeente aan liefde. Dat is aan het besef, dat men met die rijke gaven eerst de Here moet zoeken en dienen, én het welzijn van heel de gemeente. Wie tróts wordt op de aan hem geschonken genadegave, schendt de wet van de liefde. Hij schendt de gemeenschap der heiligen, de ware broederschap. Hij mag dan verliefd zijn op zijn eigen gave, maar de liefde voor de gemeente is dan ver weg. De Corinthiërs maken zich zo druk om die Geestesgaven, maar het beslissende zien zij voorbij. De vraag komt niet eens aan bod: wat dóe ik met de gaven van de Geest?”[3].
Met andere woorden – met Geestesgaven pronk je niet, daar moet heel de gemeente van profiteren!

Dominee J.R. Wiskerke (1923-1968) vatte de boodschap van Paulus in dezen eens aldus samen: “stel eens, dat ik profetische vèrgezichten zag van enorme afmeting, stel eens, dat ik alles van de mensen en van de raad Gods wist en ik een wonder van helder en geestelijk inzicht was en tel er ook nog maar bij, dat ik een geloofsvolharding had, waardoor ik bergen verzette, óók dan zou ik niets betekenen als de liefdevolle toewijding voor de broeders en zusters bij mij ontbrak”[4].

Het bovenstaande brengt ons tot een vreugdevolle conclusie. Een gevolgtrekking die gedurende heel ons aardse leven veel waarde heeft. Namelijk deze: iedereen kán het!

Jongeren die voortdurend het idee hebben dat zij van God en geloof nog te weinig weten, mogen zich realiseren dat ook zij door de Heilige Geest aangestuurd worden. Denk maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[5].

Ouderen, tot wie het langzaam doordringt dat zij in de wereld niet alles meer kunnen overzien, mogen beseffen dat ook zij – door de Heilige Geest – steeds weer het vaste vertrouwen krijgen dat niet alleen aan anderen, maar ook aan hen vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus. Herkent u de Heidelbergse Catechismus?[6]
Misschien vragen sommige ouderen zich af: zou ik de Here wel voldoende hebben gediend in mijn leven? Of ook: ik ben nu 79, 83, 91, 95 jaar… zou het allemaal wel echt waar zijn? En: zou ik uiteindelijk werkelijk in de hemel komen?
Laten zij dan maar met diezelfde Catechismus blijven belijden dat de Geest ook aan oude mensen gegeven is, om hen door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, hen te troosten en eeuwig bij hen te blijven[7].
Zeker – bij de ouderen komen zomaar de angsten: voor grote menigten mensen, voor de drukte op straat, voor de aftakeling in het algemeen en voor heel veel andere situaties; en dan zijn de zorgen om de kinderen nog niet eens genoemd. Maar door alles heen is daar de activiteit van Gods Geest.

Hij zorgt er Zelf voor dat de liefde blijft.
De liefde tot God.
En van daaruit ook de liefde voor elkaar.

Als wij de liefde niet hadden, dan waren wij niets. Nihil. Noppes. Nul komma nul.
In deze harde wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen.
Straal het uit! Laat het zien!
En besef het maar: iedereen kán het!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 13:2.
[2] Het citaat komt uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 14:4.
[3] Ds. Joh. Strating, “De ware broederschap – in liefde bloeiende”. In: De Reformatie, jaargang 51 nr 21, zaterdag 28 februari 1976, p. 372 en 374.
[4] Het citaat komt uit een preek over 1 Corinthiërs 13:1-8.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[6] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21. Overigens formuleert de Catechismus in het enkelvoud.
[7] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53. De Catechismus formuleert ook hier in het enkelvoud.

25 juni 2019

Met de stok slaan?

Afgelopen woensdag, 19 juni 2019, vergaderde de synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Aldaar sprak men onder meer over het slaan van kinderen.
Ik citeer: “Ds. O.M. van der Tang (Alblasserdam) plaatste kanttekeningen bij de oproep om ‘letterlijke oproepen tot het slaan van kinderen’ niet voor te lezen. ‘Dan kunnen we Spreuken 23:13 en 14 ook niet meer lezen’. Ds. J. Roos (Barneveld) erkent de problematiek van kindermishandeling. ‘Ik zou dit punt graag dieper willen doordenken’. Ouderling W. Verboom (Vriezenveen) merkt op dat hij geen oudvader weet te noemen die oproept tot het slaan van kinderen. De synode besluit dit onderwerp te agenderen voor de vergadering van volgend jaar”[1].

De synodeleden zitten met dat slaan van kinderen blijkbaar flink in de maag.
Wat is wijsheid?

Zeker – u moet uw kinderen discipline bij brengen.
En Spreuken 23 draait er niet omheen:
“Onthoud een jongeman geen vermaning,
als u hem met de stok slaat, zal hij niet sterven.
Zelf moet u hem met de stok slaan
en zijn leven redden van het ​graf”[2].
Zo staat dat gewoon in Gods Woord!
Kunnen wij Spreuken 23 maar beter niet meer lezen?

En trouwens – wat moeten wij met Spreuken 13 aanvangen?
“Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon,
maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem”[3].
Een exegeet tekent bij die tekst aan: “Wie de stok (roede) spaart, haat zijn zoon, maar wie om hem geeft, tuchtigt hem (…). In de moderne opvattingen over opvoeding worden lijfstraffen negatief beoordeeld. Het past niet in onze cultuur om het slaan met de roede te zien als een teken van liefde. In de toenmalige cultuur maakten lijfstraffen echter deel uit van opvoeding en onderwijs (…) Spreuken sluit hier aan bij de gebruiken in de eigen tijd. De kern van de spreuk is dat een ouder die de opvoeding van zijn kind serieus neemt, bereid moet zijn een kind te corrigeren. Soms worden kinderen verwend, omdat ouders de confrontatie schuwen en niet met gezag willen optreden. Hierdoor leren kinderen niet om grenzen in acht te nemen. Daardoor kunnen ze onzeker en arrogant worden. Zoals blijkt uit de koppeling tussen liefde en correctie in de tekst, moet tucht altijd plaatsvinden in een context van liefde en zorg voor het kind, en moet het bij tucht niet gaan over boosheid en wraak. Al is het niet nodig lijfstraffen te gebruiken, toch dient een ouder confrontatie en – indien nodig – stevige maatregelen niet te schuwen. Onze tijd vraagt om ouders die met gezag kunnen optreden, omdat ze het beste met hun kinderen voor hebben”[4].
Het is duidelijk –
de exegeet wil recht doen aan Gods Woord, maar tevens de westerse cultuur niet vergeten.

Het vinden van een middenweg is vandaag de dag tamelijk ingewikkeld.
Het slaan van kinderen is in onze samenleving – officieel althans – ‘not done’. Het is bijna geheel uit onze cultuur verdwenen.

Een zekere opvoedkundige stevigheid is echter niet vreemd. Zeker niet in de kerkelijke wereld.
In februari 2015 verscheen een nieuwsbericht waarin uitlatingen van paus Franciscus werden weergegeven.
Ik citeer: “’Een goede vader corrigeert zijn kinderen soms stevig, zonder te vernederen. En een vader moet zijn kind niet in het gezicht slaan’. De kerkvorst zei dit tijdens een audiëntie in het Vaticaan die was gewijd aan de rol van de vader in het gezin. De paus noemde het zelfs ‘prachtig’.
Een woordvoerder van het Vaticaan legde na afloop uit dat de paus hiermee kindermishandeling niet goedkeurt, maar dat een corrigerende tik een kind soms kan helpen om volwassen te worden.
Het standpunt van de rooms-katholieke kerk over straffen werd vorig jaar nog scherp bekritiseerd door de VN. Een mensenrechtencommissie veroordeelde het Vaticaan voor het niet naleven van de rechten van het kind. De kerk zou het slaan van kinderen binnen het gezin en op katholieke scholen moeten verbieden. Het Vaticaan was het niet eens met de kritiek van de VN”[5].
Het stellen van grenzen is beslist een goede zaak!

We spreken tegenwoordig vaak over de rechten van het kind. Daar bedoelt men dan mee:
“* bescherming tegen discriminatie
* beslissingen die goed zijn voor jou
* een omgeving waar je kunt (over)leven en groeien
* een identiteit: weten wie je bent
* een band met je ouders
* informatie en eigen mening
* de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
* privacy en een privéleven
* een goede opvoeding
* bescherming tegen misbruik, mishandeling en verwaarlozing
* een goede gezondheid
* eten, drinken en een dak boven je hoofd
* onderwijs dat bij je past
* genoeg tijd om te rusten en spelen
* bescherming tegen zware straffen”[6].

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?[7]
Niet zelden ontstaat in de media het beeld dat kinderen enkel en alleen maar liefde, minzaamheid, tederheid, vriendelijkheid en zachtheid in hun leven mogen ontmoeten.
Dit nu is een hardnekkige misvatting.
Kinderen moeten worden gestuurd. En dan kan een ferme ingreep heel gerechtvaardigd zijn.
In het Woord van God is sprake van duidelijke leiding. Kinderen moeten horen over de speciale Paschamaaltijd[8]. En over de wetten en voorschriften die de Here geeft[9]. En over de gedenkstenen in de Jordaan[10].
Kinderen moeten opgroeien, zeker ook in het geloof. Denkt u maar aan 1 Petrus 2: “En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien”[11].
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert zonder omwegen: “…hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[12].

Slaan van kinderen? Nee, liever niet. Maar soms kan het hard nodig zijn om een tik uit te delen. Dat vindt niemand leuk; kinderen niet en ouders niet. Maar noodzakelijk is het soms wel.
Nee, slaan moet men niet iedere dag doen. Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Colossenzen 3: “Vaders, terg uw ​kinderen​ niet, opdat zij niet moedeloos worden”[13].
Maar in de opvoeding van kinderen is een fikse ingreep bij allerlei ontsporingen zeker niet verkeerd.

Noten:
[1] Geciteerd uit https://www.rd.nl/kerk-religie/synode-ggin-constructieve-gesprekken-met-gg-1.1576283 ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[2] Spreuken 23:13 en 14.
[3] Spreuken 13:24.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 13:20-25.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2017766-paus-kinderen-slaan-is-goed.html ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[6] Zie hiervoor https://www.dekinderombudsman.nl/waar-heb-ik-recht-op ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[7] In deze alinea wordt onder meer gebruik gemaakt van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%201998/MEIHOUTM.pdf ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[8] Exodus 12:26 en 27.
[9] Deuteronomium 6:2, 20 en 21.
[10] Jozua 4:6 en 7.
[11] 1 Petrus 2:2.
[12] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[13] Colossenzen 3:21.

16 mei 2019

Het perspectief van de twintigers

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

De twintigers van nu – geboren tussen 1985 en 2000 – hebben een weinig complimenteuze naam: generatie Ei. Overigens kom je ook de aanduiding ‘generatie Y’ tegen; maar dat terzijde.

De NOS meldt ons over hen: “Twintigers beginnen steeds later aan de mijlpalen die bij hun levensfase horen, meldt het CBS. Ze kopen minder snel een huis, krijgen later een partner en zijn ouder als ze aan kinderen beginnen. Het is een ontwikkeling die grote maatschappelijke gevolgen kan hebben, zegt demograaf Aart Liefbroer.
Jongvolwassenen zeggen zelf dat ze zich vooral zorgen maken over hun financiële situatie, vanwege hun studieschuld of hogere huurprijzen. Tegelijkertijd zeggen ze dat zijzelf en hun generatiegenoten hoge eisen stellen aan een baan, huis of partner”.
Twintigers “voelen de druk om alles uit hun leven te halen en vinden het volgens haar daardoor moeilijker om keuzes te maken”.
Jongvolwassenen zijn “meer gesteld (…) op hun vrijheid. Ze willen reizen, leuke dingen doen en zich vooral niet te snel binden”.
“Tegelijkertijd zien ze zich gedwongen de ‘stap naar volwassenheid’ uit te stellen vanwege hun financiële situatie. ‘Veel zekerheden zijn veranderd’, zegt onderzoeker Tanja Traag van het CBS, dat cijfers uit 2008 vergeleek met die van vorig jaar. Vooral de leeftijd waarop twintigers een vast contract krijgen, is verschoven.
Daar komt bij dat het veel moeilijker is om een huis te kopen, vanwege de strengere hypotheekregels en hogere huizenprijzen. Door bijvoorbeeld de invoering van het sociale leenstelsel zijn twintigers er de afgelopen tien jaar financieel op achteruit gegaan. Sinds het afschaffen van de studiebeurs gaan jongeren bijvoorbeeld minder snel op kamers”.
Die demograaf zegt: “We zijn heel druk bezig met de pensioenleeftijd. Dat is ook belangrijk, maar is er minder aandacht voor de situatie van jongeren. De twintigers zijn eigenlijk een beetje de verliezers van de economische crisis en de nasleep daarvan”[1][2].

Zullen onze kinderen een goede toekomst krijgen? Zullen onze jongeren goed kunnen leven op aarde?[3]
Wie daarover een beetje bezorgd is, bevindt zich in goed gezelschap. Koning David vraagt zich in Psalm 13 al af: “Hoelang zal ik nog plannen maken in mijn ziel?”[4].
In Psalm 13 verwoordt David het gevoel dat de Here God hem negeert. Bovendien rukt de vijand op. David vraagt zich af: hoe moeilijk gaat mijn leven nog worden?
Natuurlijk – de jongeren van nu worden niet voortdurend vijandig bejegend. Maar zij vragen zich ook af: hoe gaat mijn leven eruit zien?
Dat zijn dus vragen van alle tijden.

David leert het volk dat hij regeert om op God te vertrouwen. Dat wil beslist niet zeggen dat alles altijd voor de wind gaat. Dat wil wel zeggen dat Gods kinderen, hoe ingewikkeld hun leven ook wordt, altijd bij Hem kunnen schuilen.
In Psalm 62 zegt diezelfde David:
“In God is mijn heil en mijn ​eer;
mijn sterke rots, mijn toevlucht is in God.
Vertrouw op Hem te allen tijde, volk;
stort uw ​hart​ uit voor Zijn aangezicht.
God is voor ons een toevlucht”[5].
Voor jongvolwassen gelovigen geldt de regel: ‘je staat er nooit helemaal voor; leg jouw problemen maar bij de hemelse God op tafel!’. En trouwens – als we al wat ouder zijn, mogen wij dat ook doen.

Het zijn, met name voor jongvolwassenen, onzekere tijden.
Maar ik vraag: zou het kunnen zijn dat de Here, juist in deze periode, Zijn kinderen beproeft?
De Spreukenleraar onderwijst ons in hoofdstuk 17 als volgt:
“Een vriend heeft te allen tijde lief,
en een broeder wordt in benauwdheid geboren”[6].
In Romeinen 12 wijst de apostel Paulus dat Godvruchtig leven niet altijd in de grote dingen zit. Hij schrijft daar: “Verblijd u met hen die blij zijn, en huil met hen die huilen. Wees eensgezind onder elkaar. Streef niet naar de hoge dingen, maar houd u bij de nederige. Wees niet wijs in eigen oog”[7]. Kortom: het is niet zo gek om in het leven op de wat kleinere dingen te mikken. Het is echt niet zo dat iedere wereldburger een monument voor zichzelf op moet richten, of – na zijn sterven – zo nodig van alles moet achterlaten op deze wereld. Blijf maar gewoon met beide benen op de grond!
Laten wij de Here maar dienen met de middelen die wij hebben. Meer vraagt de Here niet van ons.

In Philippenzen 2 schrijft Paulus: “Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf. Laat eenieder niet alleen oog hebben voor wat van hemzelf is, maar laat eenieder ook oog hebben voor wat van anderen is”[8].
Die demograaf van hierboven zegt: “Ze zijn opgevoed met het idee de wereld aan hun voeten ligt en ze die alleen nog maar hoeven te veroveren”.
Dat idee moeten we maar laten varen.
Laten kerkmensen maar naar hun Heiland kijken. Dat is beter. Veel beter.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2284405-twintigers-stellen-meer-uit-en-dat-kan-grote-gevolgen-hebben.html ; geraadpleegd op dinsdag 14 mei 2019.
[2] Een demograaf is iemand de studie verricht naar de samenstelling van de bevolking.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.jw.org/nl/publicaties/tijdschriften/ontwaakt-nr2-2016-april/bezorgdheid-wat-bijbel-zegt/ ; geraadpleegd op dinsdag 14 mei 2019.
[4] Psalm 13:3 a.
[5] Psalm 62:8 en 9.
[6] Spreuken 17:17.
[7] Romeinen 12:15 en 16.
[8] Philippenzen 2:3 en 4.

5 april 2019

Alles wordt nieuw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Zit je elke avond klaar voor het nieuws van 20.00 uur?
Dat lukt de schrijver van dit artikel lang niet altijd.
Er is een vergadering van de Bijbelstudievereniging. Er is kerkenraadswerk dat eigenlijk klaar moet worden gemaakt. Er komt visite. En zo is er nog veel meer.

Tegenwoordig spelen de media hier op in.
Moderne technologie geeft heel wat mogelijkheden.
Er is Uitzending gemist. En YouTube. En Netflix. Er zijn apparaten waarmee je TV-uitzendingen op je ‘eigen’ tijdstip kunt kijken.

Er zijn gekke filmpjes.
En er zijn filmpjes over lifestyle. Het gaat er niet alleen om welke producten je gebruikt. Het is ook belangrijk in welke omgeving je ze gebruikt. Het gaat om jouw stijl, jouw smaak.
En er zijn persoonlijke vlogs: internetdagboeken met beelden.
En er zijn Youtube-kanalen van docenten die uitleg geven over hun vak.
En er is – bijvoorbeeld – ook ‘flipping the classroom’. De leerlingen bekijken thuis een instructiefilmpje van de docent en maken in de klas hun huiswerk; je draait – ‘flipt’ – de situatie om[1].

Misschien zijn er jongeren die dit artikel lezen en denken: nou, nou – die weblogschrijver heeft óók wat nieuws ontdekt…

Dat zal best.
Maar de vraag is: wat is jouw eigen tijdstip om de Bijbel te lezen?

Laten we er maar niet omheen draaien: het antwoord op die vraag is niet eenvoudig. Je hebt je school, de vereniging, de sport, je iPhone, het chillen met vrienden en… nou ja, voor je ’t weet is ’t weer avond. De concentratie is weg. De ogen vallen dicht. En dat was dat.
Bijbellezen schiet er bij in.

Misschien zegt iemand: Bijbellezen heeft zo weinig rendement[2].
Je schiet er zo weinig mee op.
Als je een Bijbelhoofdstuk hebt gelezen – vooruit… een stukje van een hoofdstuk – is er na die tijd niks veranderd. Helemaal niks. Wat heb je er dan aan?
Bovendien –
in de wereld verandert er van alles. De ontwikkelingen volgen elkaar in snel tempo op. Maar aan de Bijbel verandert nooit wat. Het is altijd hetzelfde Boek, je hele leven lang. Ach, er komt eens een andere vertaling; maar dat is het dan ook wel…

Maar wie de Bijbel laat liggen, doet iets niet goed.
Denk maar aan die dienaar die in Mattheüs 25 die een talent krijgt, en dat vervolgens in de grond begraaft. Die dienaar draagt in zijn leven een grote angst mee voor zijn baas, en doet met zijn talent niets. Dat is wel zo makkelijk. Maar wat zegt de baas? “Slechte en luie ​dienaar…”[3].

Lui nog wel!
Stel je toch voor dat je voor lui uitgemaakt wordt!
En dat terwijl je eigenlijk een onvoorstelbaar druk programma hebt!
Als je niet uitkijkt schiet de catechisatie er nog bij in.

Vergeet nooit wat Paulus in 2 Corinthiërs 5 schrijft: “…als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden”[4].
Als je echt gelovig bent…
als je naar de kerk gaat…
als je bij de Here wilt horen…
dan ben je een nieuwe mens geworden. Let op: er staat niet dat je misschien een nieuwe mens wordt. Er staat ook niet: er verandert iets, als je geweldig je best doet.
Je bent een nieuwe mens geworden.
Dat kun je niet, of niet altijd, aan jezelf zien.
De mensen zien het ook niet zomaar.
Zij zien het pas als ze wat langer en wat beter naar je kijken. En waarschijnlijk merk je uiteindelijk ook hoe je zelf verandert.

De innerlijke mens wordt van dag tot dag vernieuwd, schrijft Paulus in 2 Corinthiërs 4[5].
Daar hoef je niet zelf voor te zorgen.

Maar dat betekent natuurlijk niet dat je de Bijbel negeren kunt. Zo van: ik heb nu even geen tijd. Of: ik heb nu even geen zin.
Want dat betekent in feite dat je God laat wachten. Je laat Hem wachten tot jij er klaar voor bent. En de vraag is natuurlijk wanneer je er dan klaar voor bent. Want laten we wel wezen – van nature is niemand geneigd om God op prioriteit-1 te zetten.

God op 1: dat is echt een keuze!

Daar komt nog wat bij.
Preciezer, er gaat iets aan vooraf.
Voordat jij je keuze maakte, heeft de God van hemel en aarde jou al gekozen. Hij heeft ons “vóór de grondlegging van de wereld in Hem ​uitverkoren”[6].

Jij bent al nieuw.
En heel veel andere gelovige mensen zijn ook nieuw.
Maar dat is pas het begin.
Want in Openbaring 21 staat: “En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[7].
Alles wordt nieuw.
Daar gaat het naar toe met de wereld.

Lees je Bijbel, bidt elke dag.
In de toekomst heb je als gelovig kind van God tenminste één zekerheid: God neemt je mee door de wereld, op weg naar een toekomst met Hem!

Noten:
[1] In het bovenstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.tumult.nl/een-geflipte-les/ ; geraadpleegd op donderdag 4 april 2019.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.heartcry.nl/download.php?id=MTAyMw%3D%3D ; geraadpleegd op donderdag 4 april 2019.
[3] Mattheüs 25:26.
[4] 2 Corinthiërs 5:17.
[5] 2 Corinthiërs 4:14, 15 en 16: “Wij weten immers dat Hij Die de Heere ​Jezus​ opgewekt heeft, ook ons door ​Jezus​ zal opwekken en samen met u voor Zich zal stellen. Want dit alles gebeurt ter wille van u, opdat de ​genade, die meer en meer is toegenomen, door de dankzegging van velen overvloedig wordt tot verheerlijking van God. Daarom verliezen wij de moed niet; integendeel, ook al vergaat onze uiterlijke mens, toch wordt de innerlijke mens van dag tot dag vernieuwd”.
[6] Efeziërs 1:4.
[7] Openbaring 21:5.

3 april 2019

Schriftkennis en Google

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe komen jongeren aan hun Bijbelkennis?
Op de website van een kerkelijk magazine staat geschreven: “Geloof gaat om een levenshouding. Het laat een uniek element zien van wie je bent.

Het geloof in God, het op Jezus vertrouwen, naar de kerk gaan en meedoen met het jeugdwerk, vloeit naadloos over in het leven van alledag en dus moet geloof een uniek element laten zien dat nergens anders te vinden is. Het zien van wereldgelijkvormigheid bij volwassen gemeenteleden is dan ook een absolute afknapper.

Jongeren zien Google als bron voor Bijbelkennis. Ze zoeken zelf op wat ze willen weten. Daardoor zijn er minder geijkte geloofsantwoorden en uiteindelijk minder dogma’s waaraan ze vasthouden. Uiteindelijk leidt dat tot een meer vloeibare, en daarmee misschien ook wel minder krachtige geloofsbeleving”[1][2] .

Googelen zorgt uiteindelijk voor een zeer globale en tamelijk oppervlakkige kennis. Heel veel informatie van vroeger sijpelt weg. Wat eertijds werd opgebouwd verdwijnt bijna onmerkbaar. Want oudere studies zijn veelal niet gemakkelijk via internet raadpleegbaar. Toegegeven – een internetpagina als http://reformata.nl geeft de gelegenheid om veel oude Gereformeerde lectuur in te zien. Maar op internet is nog zoveel méér te vinden. De keuze is reuze.

Deze ontwikkeling draagt bij aan de afbraak van kerkmuren. Heel vaak staan op internet publicaties van het type ‘concentreer u op Jezus; de rest doet er niet toe’. De snelle toegang tot informatie gaat niet zelden ten koste van diepgang en nauwgezette analyses.
Daar zullen wij met elkaar regelmatig de vinger bij moeten leggen. Het Evangelie is niet makkelijk. Gods Woord leent zich niet voor vlot halleluja-geroep. De Bijbel is geen handboek ‘Oplossingen voor problemen in de eenentwintigste eeuw’.

Hoe dat zij – in deze tijd is het voor De Gereformeerde Kerken van belang zich op het internet te laten zien.
Aldaar mag en moet een duidelijk antwoord worden gegeven op de vraag: wat is Gereformeerd?
Als het om de beantwoording van die vraag gaat moeten we beseffen dat de antwoorden van gisteren niet per se de antwoorden van vandaag of morgen zijn. Elke tijd vraagt om nieuwe formuleringen, om antwoorden op nieuwe studies.

Dit zo zijnde zullen wij de weg naar een levensgroot misverstand onmiddellijk moeten afsluiten.
Wij moeten niet suggereren dat God verandert. En ook niet dat Gods Woord bij tijd en wijle gewijzigd moet worden. De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert niet voor niets: “Jezus ​Christus​ is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid. Laat u niet meeslepen door veelsoortige en vreemde leringen, want het is goed dat het ​hart​ gesterkt wordt door ​genade, niet door voedsel; zij die het daarin zochten, hebben daar geen baat bij gevonden”[3].
De Heiland gaat mee, door alle tijden heen.

Gereformeerd – dat ben je iedere dag.
Iedere dag moeten we ons weer naar God toe keren. Door de zonde, die in ons aller leven ingebakken zit, hebben we voortdurend de neiging om bij de God van hemel en aarde weg te lopen. Als we niet oppassen gaan wij met de rug naar God toe staan.
Echter – Gods Woord roept ons op: mensen, keer om!
Dat doen wij, bijvoorbeeld, in de stijl van 2 Kronieken 7, waar de Here zegt: als Mijn volk “waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en ​bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun ​zonden​ ​vergeven​ en hun land genezen”[4].
Of in de stijl van Mattheüs 4, waar Jezus zegt: “Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen”[5].
Of in de stijl van Handelingen 17: “God dan verkondigt, met voorbijzien van de tijden van de onwetendheid, nu overal aan alle mensen dat zij zich moeten bekeren, en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld ​rechtvaardig​ zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft”[6].

Het laatste deel van het vorenstaande citaat brengt ons, naar wij mogen hopen, tot het besef dat globale en oppervlakkige kennis van Gods Woord niet genoeg is.
Het is van groot belang om, als het over God en Zijn Woord gaat, de puntjes op de i te zetten. Echte kinderen van God zijn immers op pad naar een heerlijk eindpunt: de hemel – de woonplaats van God!

Heel veel kennis van vroeger sijpelt weg. Wat eertijds werd opgebouwd verdwijnt bijna onmerkbaar.
Maar dat is geen reden om te zeggen: dit proces is onomkeerbaar; laat maar komen wat komen moet.
Gereformeerde ouderen en jongeren moeten, ook in 2019, met beide benen midden in deze wereld staan. Laten wij onze God maar enthousiast dienen, met al het instrumentarium dat Hij ons geeft!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.onderwegonline.nl/13536-jeugdtrends-2019; geraadpleegd op dinsdag 2 april 2019.
[2] OnderWeg “is een eigentijds kerkelijk magazine dat zich richt op christenen die God liefhebben en midden in het leven staan. Het merendeel van de lezers komt momenteel uit de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt (GKv) en Nederlands Gereformeerde Kerken (NGK), daar vindt het blad namelijk zijn oorsprong (fusie van de kerkelijke tijdschriften Opbouw en De Reformatie). Steeds meer mensen uit andere gereformeerde kerken en evangelische gemeenten lezen OnderWeg”.
[3] Hebreeën 13:8 en 9.
[4] 2 Kronieken 7:14.
[5] Mattheüs 4:17.
[6] Handelingen 17:30 en 31.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.