gereformeerd leven in nederland

27 september 2017

Gods werk gaat door

Het laatste deel van het Bijbelboek Genesis wordt gedomineerd door twee sterfbedden: dat van Jakob, en dat van Jozef.
Dat lijkt een treurig einde van deze geschiedenis. Gaat het eerste boek van de Bijbel, Genesis, nu als een nachtkaars uit?
Toch niet.
Want zowel Jakob als Jozef sterven in de Here. Dat wil zeggen: deze mannen geloven in het geloof dat Gods beloften waar zullen worden.
Terecht schrijft iemand: “Gods werk gaat door, ook als de mensen sterven”[1].

Op zijn sterfbed herhaalt Jakob nog eens zijn wensen ten aanzien van zijn begrafenis.
Een uitlegger schrijft hierbij: “Hieruit blijkt duidelijk zijn geloof in de opstanding en dat God de God van de opstanding is. Zijn hart is niet bij wat hij achterlaat, maar bij wat hem wacht in de opstanding”[2].

Als later Jozef sterft, zien we opnieuw iets van die toekomstverwachting.
“Ik ga sterven, maar God zal zeker naar jullie omzien en jullie uit dit land laten trekken naar het land dat Hij gezworen heeft aan ​Abraham, Izak en ​Jakob. En Jozef liet de zonen van ​Israël​ zweren: God zal zeker naar jullie omzien en dan moeten jullie mijn beenderen vanhier meenemen”[3].
Bij het verbondsvolk horen – dat is de diepste wens van Jozef.

Het is, meen ik, van het hoogste belang om ons het bovenstaande goed te realiseren.
Dat geldt voor bejaarde kinderen van God. Maar het geldt evenzeer voor de wat jongere mensen in de kerk.
Immers, bij onze doop is het al gezegd: “Laat het door de doop in Christus’ dood begraven worden en ook met Hem opstaan in een nieuw leven. Geef dat het iedere dag zijn kruis bij het volgen van Christus blijmoedig zal dragen, door Hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde. Laat het zo dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven, door uw beloften getroost verlaten. Geef dat het op de jongste dag voor de rechterstoel van Christus, uw Zoon, met vrijmoedigheid zal verschijnen, door Hem, onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, één enig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen”[4].

In het bovenstaande zien we de grondhouding van Jakob omschreven.
Ja, wij vinden er ook de attitude van Jozef in terug.
Gelovige daadkracht – dat is het kenmerk van onze broeders in het geloof.

Als Jakob is gestorven zijn de broers beducht voor wraak van Jozef.
Jozef troost Zijn broers echter. Hier is, zegt hij, sprake van Goddelijk beleid. Nee, dat beleid is lang niet altijd makkelijk te doorzien. Maar één ding is zeker: de Here werkt met geweldige kracht aan de komst van Zijn Koninkrijk. Ja, ook al in het Bijbelboek Genesis.
Zeker, indertijd hebben de grove misdaad gepleegd door Jozef simpelweg te verkopen. Jozef praat dat heus niet goed. Maar hij is wel vergevingsgezind.
Een dominee zei in een preek over Genesis 50 eens: “Door de kronkelpaden van de broers heen ging God een weg van redding en heil voor Zijn volk, de broers voorop. Nee, dat hadden ze niet verdiend. Dat is vrije genade van God”[5].
De dominee had dat goed gezien.
Welnu, Jozef begrijpt dat beter dan wie ook.
En ook wij moeten inzien dat de God van het verbond de weg naar de toekomst plaveit. Die weg is ook anno Domini 2017 nog open. Toegegeven: het is de smalle weg. Maar de toekomst wenkt!

Toekomstgerichtheid: dat is, goed beschouwd, het kenmerk van het Bijbelboek Genesis.
In dit deel van de Heilige Schrift vinden wij tien toledooth.
Iemand noteerde: “‘Genesis’ is een Grieks woord, dat betekent: geboorte, ontstaan, schepping. Het Hebreeuwse woord, waarvan dit een vertaling is, luidt: ‘toledooth’. Dat woord komt overal in Genesis voor, waar de Heilige Geest een nieuw hoofdstuk begint. Dat is voor het eerst het geval in 2 vers 4. In de Statenvertaling staat daar: ‘Dit zijn de geboorten des hemels en der aarde’. In de NBG-‘51 is vertaald: ‘Dit is de geschiedenis van de hemel en van de aarde’. De HSV heeft: ‘Dit is wat uit de hemel en de aarde voortkwam’. Al die verschillende vertalingen bewijzen wel hoeveel er in die Hebreeuwse term zit. Maar daarin zit vooral een schakel, een ‘link’ in de taal van tegenwoordig, naar het Nieuwe Testament. Want de Griekse vertaling van het Oude Testament heeft daar hetzelfde begin als het Evangelie naar Mattheüs: ‘biblios geneseoos’, kortweg vertaald met: boek van de geboorten”[6].
Boek van de geboorten: Genesis is vooral een boek van toekomstverwachting.

Het Bijbelboek Genesis kan als volgt worden ingedeeld:
vanaf hoofdstuk 2:4 de toledooth van de hemel en de aarde
vanaf 5:1 de toledooth van Adam
vanaf 6:9 de toledooth van Noach
vanaf 10:1 de toledooth van de zonen van Noach: Sem, Cham en Jafeth
vanaf 11:10 de toledooth van Sem
vanaf 11:27 de toledooth van Terah
vanaf 25:12 de toledooth van Ismaël
vanaf 25:19 de toledooth van Isaäk
vanaf 36:1 de toledooth van Esau
vanaf 37:2 de toledooth van Jakob.
De scheppende God stuwt de wereldhistorie voort.
En waar gaat het heen? Preciezer gezegd: waar gaat Hij met ons heen?
Wij zijn op weg naar het nieuwe Jeruzalem. U weet wel: die prachtige stad uit Openbaring 21. Ik citeer: “En ik, Johannes, zag de ​heilige​ stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is. En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de ​tent​ van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen ​rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan. En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar”[7].

Op dat heil mogen Gods kinderen zich verheugen.
Het is daarom zonneklaar dat Psalm 104 niet overdreven is:
“De aarde wordt van alle zondaars rein,
de goddelozen zullen niet meer zijn.
Loof, halleluja, loof, mijn ziel, den HERE,
alles in allen zal Hij triomferen”[8].

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik onder meer www.hogerhoning.nl ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[2] Die uitlegger is Gert Slings, eigenaar van de website www.hogerhoning.nl .
[3] Genesis 50:24 en 25.
[4] “Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen der gelovigen”. In: Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 514.
[5] De predikant in kwestie is dr. H.J.C.C.J. Wilschut. Deze dominee is momenteel predikant in de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk. Tot december 2013 was hij predikant in het verband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). De preek is te vinden op https://www.yumpu.com/nl/document/view/17599791/preek-over-genesis-50-15-21-hjccjwilschutnl ; geraadpleegd op maandag 7 augustus 2017.
[6] Deze woorden werden geschreven door mijn vader, H.P. de Roos te Haren, in een schets over Genesis 1:1 en 2.
[7] Openbaring 21:2-5.
[8] Dit is het laatste deel van Psalm 104:10 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

22 september 2017

De zegen van het verbond

In Genesis 48 nadert het einde van het aardse leven van Jakob. Hij erkent de zonen van Jozef, Manasse en Efraïm, als zijn eigen zonen.

Een uitlegger schrijft: Jozef “kiest (…) voor het heilige geslacht. Hij hoort van de ziekte van vader Jakob. Daarom gaat hij hem bezoeken. En het opvallende is: hij neemt zijn beide zonen mee. Het wordt nu de tijd van afscheid nemen. Jakob zal binnenkort sterven.
En in deze situatie wil Jozef goed laten uitkomen, dat hij tot de kerkfamilie gerekend wil worden. Met zijn zonen! Als die in alles Egyptenaar blijven, betekent dit hun ondergang in heidendom en ongeloof. Ze hebben wel een Egyptische moeder, maar Jozef weet, dat ze tot het Verbond behoren. Als Jakob straks een zegen gaat uitspreken, zullen zij in die zegen delen”[1].
Jozef doet hier dus een geloofskeuze.
En daarin volgt hij zijn vader. Dat zal hieronder nog nader blijken.

Jozef had ook kunnen zeggen: de Here heeft mij in Egypte geplaatst, dus word ik nu een Egyptenaar. Maar dat zegt hij niet.
Overigens is het ook anno Domini 2017 op het kerkplein een veel gehoorde redenering: de Here heeft ons hier geplaatst, dus wij mogen hier niet weg. Ten diepste betekent dat: een geloofskeuze wil ik nu niet maken. Gelet op de inhoud van Genesis 48 mogen we dat laatste, wat mij betreft, gerust opmerkelijk noemen!

Er gebeurt iets bijzonders met Efraïm en Manasse.
Voor het gemak citeer ik even: “Daarna nam Jozef hen beiden: Efraïm aan zijn rechterhand – voor ​Israël​ was dat links – en Manasse aan zijn linkerhand – voor ​Israël​ was dat rechts. Zo liet hij hen dichter bij hem komen. Maar ​Israël​ stak zijn rechterhand uit en ​legde​ die op het hoofd van Efraïm, hoewel deze de jongste was, en hij ​legde zijn linkerhand op het hoofd van Manasse. Hij kruiste zijn handen, hoewel Manasse de ​eerstgeborene​ was. En hij zegende Jozef en zei: De God voor Wiens aangezicht mijn vaderen, ​Abraham​ en Izak, gewandeld hebben, de God Die mij als ​herder​ geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag, de ​Engel, Die mij verlost heeft van al het kwaad, zegene deze jongens, zodat door hen mijn naam en de naam van mijn vaderen, ​Abraham​ en Izak, genoemd zal blijven en zij in het midden van het land in menigte zullen toenemen.
Toen Jozef zag dat zijn vader zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm ​legde, was dat kwalijk in zijn ogen. Daarom greep hij de hand van zijn vader om die te verleggen van het hoofd van Efraïm naar het hoofd van Manasse. Jozef zei tegen zijn vader: Niet zó, mijn vader, want dit is de ​eerstgeborene. ​Leg​ uw rechterhand op zijn hoofd. Maar zijn vader weigerde het en zei: Ik weet het, mijn zoon, ik weet het. Ook hij zal tot een volk worden, ook hij zal aanzien krijgen; maar toch zal zijn jongste broer meer aanzien krijgen dan hij, en zijn nageslacht zal tot een grote menigte van volken worden”[2].
Jakob is hier profetisch bezig.
In Numeri 1 kunnen we al iets van die zegen zien. Daar blijkt de stam Efraïm groter te zijn dan Manasse. Bij Efraïm telt men 8300 man meer[3].

Jozef krijgt, via Efraïm en Manasse, een dubbel deel van de erfenis.
Dat dubbel deel komt eigenlijk aan Ruben toe. Dat dubbel deel krijgt Ruben echter – zo later blijken – niet, omdat hij vreemd is gegaan met Bilha, een bijvrouw van zijn vader[4].

Hierboven noteerde ik: Jakob is in Genesis 48 profetisch bezig. Dat wil eerst en vooral zeggen dat hij gelovig doende is.
De Hebreeënschrijver memoreert dat in hoofdstuk 11 ook: “Door het geloof heeft ​Jakob​ bij zijn sterven ieder van de zonen van ​Jozef​ gezegend en hij boog zich in aanbidding neer, terwijl hij leunde op het uiteinde van zijn staf”[5].

Efraïm en Manasse worden door vader Jakob gezegend.
Betekent dat vanaf nu alles voorspoedig zal gaan? Is het vanaf heden enkel excelsior, steeds hoger?
Zeker niet.
Maar het betekent wel dat de Here Zijn verbond gedenkt.

Een predikant uit de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk schrijft: “Men kan zich afvragen: waarom deze aparte zegening van Jozefs kinderen? Wil vader Jakob hen voortrekken, omdat zij kleinkinderen zijn van zijn lieve Rachel (…), die zo vroeg was gestorven? Of is het omdat Jakob in zijn kleinkinderen eigenlijk ook kinderen van Rachel ziet, naar wie zij zo vurig verlangde? Ik meen dat het veeleer zo is dat Jakob Jozefs zonen, geboren uit een heidense moeder, onder de zegen van het verbond gebracht wil hebben, net als alle andere kleinkinderen van Jakob. In feite krijgt Jozef in hen een dubbele zegen”[6].

De stam Efraïm zal later een belangrijke rol spelen bij de verovering van Kanaän. Jozua, de opvolger van Mozes, is uit Efraïm afkomstig[7].

Er is meer.
Laten wij enkele verzen uit Jeremia 31 lezen. Daar wordt het noordelijk rijk als Efraïm aangeduid. Ik citeer: “Ik heb zeker gehoord dat Efraïm zichzelf beklaagt: U hebt mij gestraft, ik ben gestraft als een ongetemd kalf. Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn, want U bent de HEERE, mijn God. Want nadat ik bekeerd was, heb ik ​berouw​ gekregen. Nadat ik met mijzelf bekend ben gemaakt, heb ik mij op de heup geslagen. Ik ben beschaamd, ja, ook te schande geworden, omdat ik de smaad van mijn jeugd meedraag. Is Efraïm voor Mij niet een dierbare zoon, is hij voor Mij niet een lievelingskind? Want zo dikwijls als Ik tot hem spreek, denk Ik nog voortdurend aan hem. Daarom is Mijn binnenste onrustig over hem, Ik zal Mij zeker over hem ontfermen, spreekt de HEERE”[8].
Efraïm wordt een lievelingskind genoemd.
Het wordt beschouwd als een verbondskind.

Efraïm, dat betekent: dubbel vruchtbaar[9]. Vader Jozef kan in Egypte met vrucht zijn werk doen. Efraïm is ook één van een tweeling.
Vader Jozef gelooft het vast: verbondskinderen worden niet zomaar afgedankt!
Om op bekende woorden uit 1 Corinthiërs 1 te variëren: de zwakke Efraïm, geboren in Egypte, heeft God ​uitverkoren​ om het sterke te beschamen[10].

Nog één keer werpen we een blik op Genesis 48.

Door alles heen blijft Jakob altijd een kind van God.
Op bergen en in dalen dient Jozef altijd de God van het verbond.
Wat moeten wij met die wetenschap doen, vandaag?
Er is, dunkt mij, alle reden om het geloofsvoorbeeld van Jakob en Jozef in onze tijd te volgen.
Dan mogen wij met de apostel Paulus in 2 Timotheüs 4 belijden: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[11].

Noten:
[1] Geciteerd van http://www.hogerhoning.nl/ ; geraadpleegd op zaterdag 5 augustus 2017.
[2] Genesis 48:13-19.
[3] Zie Numeri 1:33 en 35; Numeri 2:19 en 21.
[4] Zie Genesis 35:22 a: “En het gebeurde, toen ​Israël​ in dat land woonde, dat ​Ruben​ ging en met ​Bilha​ sliep, de ​bijvrouw​ van zijn vader; en ​Israël​ kwam dat te weten​”. Daarover schreef ik in mijn artikel ‘De misstap van Ruben’, hier gepubliceerd op maandag 5 oktober 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/10/05/de-misstap-van-ruben/ .
[5] Hebreeën 11:21.
[6] Die predikant is dominee C. den Boer, “Efraïm en Manasse gezegend” (rubriek: ‘Bijbeltekst begrepen’). In: De Waarheidsvriend, donderdag 20 maart 2008, p. 19. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[7] Zie Numeri 13:8 en 16.
[8] Jeremia 31:18, 19 en 20.
[9] Zie hierover ook http://christipedia.nl/Artikelen/E/Efraim ; geraadpleegd op zaterdag 5 augustus 2017.
[10] Zie 1 Corinthiërs 1:27: “Maar het dwaze van de wereld heeft God ​uitverkoren​ om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God ​uitverkoren​ om het sterke te beschamen”.
[11] 2 Timotheüs 4:18.

21 september 2017

God houdt Zijn kerk in leven

‘Jozef houdt het volk in leven’.
In de Herziene Statenvertaling-2010 staat dat boven de een na laatste perikoop van Genesis 47[1].
Dat klinkt goed. Blijmoedig. Hoopvol.

Maar het verhaal daaronder lijkt allerminst verheugend.

Daarin staat namelijk te lezen dat de hongersnood zwaar is, zowel in Egypte als in Kanaän.
Er wordt grif geld betaald voor het graan dat in Egypte beschikbaar is.
Jozef verzamelt de pecunia, en brengt ze naar Farao’s huis.
Naar verloop van tijd is armoede troef. Er is geen geld meer. De economie staat bijkans stil.
Geen wonder dat Egypte in opstand komt: ‘Geef ons brood!’.
Jozef organiseert een andere ruilhandel: geen geld, maar vee voor graan.
Een jaar later komen de Egyptenaren bij Jozef terug. Alle vee in Egypte is inmiddels eigendom van de Farao. Hoe moet het nu verder met die ruilhandel? Moeten de Egyptenaren hun grond verkopen? Moeten zij zichzelf verkopen als slaaf?
De ruilhandel wordt: bouwgrond voor brood, slavernij voor voedsel.
Er is één uitzondering: de grond die eigendom is van priesters wordt niet aan de farao verkocht. Dat is logisch; de priesters zijn namelijk al in dienst van de farao.
Jozef distribueert vervolgens zaad. Men komt overeen dat een vijfde deel van de opbrengst van het land voor de farao bestemd zal wezen.
Het laatstgenoemde systeem bevalt goed. Het wordt tot wet en regel verheven.
De Egyptenaren zijn Jozef innig dankbaar: ‘u hebt ons in leven gehouden’!

Dat ziet er, in eerste instantie althans, niet best uit.
Immers, in een systeem als het bovenstaande ligt dictatuur op de loer.
We kijken er ook wat raar tegen aan. Iedereen en alles in dienst van de farao? Dat kan toch niet goed zijn?

Ondertussen is het uiteraard wel zo dat de Egyptenaren in leven blijven. De bewoners van het land vinden niet collectief de dood. Zij kunnen zichzelf en hun gezinnen goed onderhouden.

En er is meer.
Want ook Gods kinderen worden in leven gehouden. De kerk van de toekomst komt niet om het leven.
Hier zijn woorden uit een bekend gezang van toepassing:
“God houdt zijn kerk in leven,
hoe ook bespot, verdrukt,
door dwalingen omgeven,
verscheurd, uiteengerukt.
Al roepen van de tinnen
de wachters nog: Hoe lang?
Straks gaat de dag beginnen
en ’t klagen wordt gezang”[2].

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden we: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn”[3].
Zonder onderdanen?
Nee, zo werkt de God van het verbond niet.
Toen niet.
En nu ook niet.
Het is niet onbelangrijk om dat tot ons door te laten dringen. Hoe vaak horen wij niet van kinderen van het verbond die, als het erop aankomt, verbondsbrekers lijken te worden?
Er is meer te zeggen.
Soms horen wij van kerkelijk daklozen. Ach – die mensen zijn wel gelovig, daar niet van. Maar thuis kunnen ze net zo goed de Bijbel studeren als in de kerk. En misschien gaat het thuis nog wel beter. Want daar word je door niemand afgeleid…
Wie zulke verhalen hoort, is geneigd om verdrietig te vragen: blijft de kerk wel in leven? Het antwoord staat in de titel van dit artikel: God houdt Zijn kerk in leven!

En ja, de beloften die God doet worden altijd waar.
Ten langen leste is Jakob daar ook van overtuigd. Leest u maar even mee in de laatste perikoop van Genesis 47: “Toen de dagen voor ​Israël​ naderbij kwamen dat hij zou sterven, riep hij zijn zoon Jozef en zei tegen hem: Als ik toch ​genade​ in jouw ogen gevonden heb, leg dan toch je hand onder mijn heup en zweer dat je mij goedertierenheid en trouw zult bewijzen. ​Begraaf​ mij toch niet in Egypte, maar laat mij bij mijn vaderen liggen. Daarom moet je mij uit Egypte vervoeren en mij in hun ​graf​ ​begraven. Hij zei: Ík zal overeenkomstig uw woorden handelen. Hij zei: Zweer het mij. En hij zwoer het hem”[4].
Nee, Jakob wil niet in Egypte begraven worden. Dat is namelijk niet beloofde land.
Het beloofde land, dat is Kanaän. Daar wil Jakob weer heen. Hij wenst begraven te worden bij zijn voorvaderen.
Jakob heeft de continuïteit van de heilshistorie gezien. De God van het verbond werkt door. Dwars door de geslachten heen maakt Hij de toekomst voor Zijn volk gereed.

Dat geldt in 2017 ook nog.
Zeker, er is kerkelijke verdeeldheid. En niet zo’n klein beetje ook.
Maar we mogen het nog altijd geloven: God werkt aan onze toekomst.
Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus geldt ook vandaag.
Het is goed om te weten dat God ook in onze tijd de wereld in stand houdt.
Waarom?
“Om in alle tegenspoed geduldig, in voorspoed dankbaar te zijn en voor de toekomst dit vaste vertrouwen te hebben in onze trouwe God en Vader, dat geen schepsel ons van zijn liefde scheiden zal. Want alle schepselen zijn zo in zijn hand, dat zij zich tegen zijn wil niet roeren of bewegen kunnen”[5].
Die belijdenis onderschrijft Jakob op zijn oude dag, in heel zijn doen en laten. Laten wij zijn voorbeeld maar volgen.

Er is nog iets waarin we Jakob kunnen volgen.
Dat wordt duidelijk als wij de laatste woorden van Genesis 47 gaan lezen. Ik citeer: “Toen boog ​Israël​ zich neer aan het hoofdeinde van het ​bed”.
Israël gaat aanbidden.
Ziet u dat?
Israël gaat aanbidden. Nee, het gaat hier niet meer over Jakob. Geïnspireerd door de Heilige Geest hanteert de schrijver van Genesis de naam die later de aanduiding van Gods volk worden zal.
Het is alsof de Verbondsgod ons leren wil: die aanbidding van Jakob moet geen individuele bezigheid blijven. Nee, de hele kerk moet de Here aanbidden. Alle kerkmensen moeten en mogen naar de troon van de Verbondsgod gaan.

Jazeker, de heilshistorie is sinds Genesis 47 verder gegaan. Veel verder.
Daarom mogen wij aanbidden in Nieuwtestamentisch licht:
“U, heilig Godslam, loven wij,
Gij hebt voor ons aan ’t kruis geleden,
Gij doet ons tot den Vader treden
Als koningen en priesters, Gij,
Gij, Heiland, kocht ons met uw bloed,
Dies brengen wij U dank en ere,
En werpen w’ in aanbidding, Here!
Al onze kronen aan uw voet.
Ja, amen, ja,
Halleluja!”[6].

Noten:
[1] Genesis 47:13-27.
[2] Gezang 32:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[4] Genesis 47:29, 30 en 31 a.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, antwoord 28.
[6] Dit is de tekst van gezang 18 uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.

14 september 2017

Bescherming gezocht

Genesis 42 en het eerste deel van Genesis 43: dat zijn Schriftgedeelten waarin, wat mij betreft, een uitgesproken bedrukte sfeer heerst.
Hongersnood!
Als daar niet rap wat aan gedaan wordt, is het einde van het aardse leven in zicht.
Hechtenis! Gijzeling!
Hoe moet je omgaan met een bitse Egyptenaar die mensen in hechtenis neemt, en daarna nog iemand gegijzeld houdt? Daar worden zelfs grote kerels bedremmeld van.
Wat zullen Gereformeerden anno 2017 van deze dingen zeggen?

Waar gaat het in dit Schriftgedeelte om?
Hongersnood teistert Kanaän. Daarom laat Jakob tien zonen naar Egypte gaan, om aldaar koren te kopen. Zij worden door Jozef ontvangen, en onmiddellijk door hem herkend. Hij doet echter alsof zijn broers vreemden voor hem zijn. Kortaf vraagt hij hen of zij soms verspieders zijn. De broers worden drie dagen in hechtenis genomen. Daarna mogen negen van de tien broers weer vertrekken. Simeon blijft als gijzelaar achter. De afspraak is dat zij met Benjamin zullen terugkeren.
Jozef laat hun geld teruggeven. Die teruggave ontdekken de broers als zij op de terugweg zijn.
Vader Jakob klaagt steen en been: Jozef niet meer in leven, Simeon in gijzeling genomen en nu gaat Benjamin ook nog naar Egypte… Jakob weigert zijn jongste zoon mee te laten gaan.
Vanwege de grote hongersnood stemt hij uiteindelijk toch toe. Jakob geeft ook een geschenk voor Jozef mee.

Is in Genesis 42 sprake van Jozefs zoete wraak?[1]
Dat lijkt wellicht zo.
Maar dat is niet waar.
Jozef zegt: “…ik vrees God”[2]. Daarom wil hij dat zijn familie het begrip ‘gerechtigheid’ opnieuw invulling leert geven. Zonden moeten worden erkend en beleden. Er dient berouw getoond te worden. Er moet bekering zichtbaar wezen. Zij moeten gaan inzien dat God hen straft.

De broers begrijpen dat best. “Toen zeiden zij tegen elkaar: Werkelijk, wij zijn schuldig vanwege onze broer. Wij zagen zijn zielsbenauwdheid toen hij ons om ​genade​ smeekte, maar wij luisterden niet! Daarom komt deze benauwdheid over ons. Ruben​ antwoordde hun: Heb ik het jullie niet gezegd: Bezondig je niet aan deze jongen! Maar jullie luisterden niet; zie, nu wordt er vergelding geëist voor zijn ​bloed!”[3].
En:
“Wat is dit dat God ons heeft aangedaan?”[4].

Als het geweten spreekt, kan dat angst opleveren. Als je weet dat je fout zit, dan ben je niet gerust.
Dat lijkt met de broers in Genesis 42 en 43 ook het geval te zijn. Een hervormde predikant zei eens in een preek: “Hun verleden kleurt hun blik, zodat ze schrikken van alles wat Jozef doet. Zelfs als hij hen gastvrij ontvangt”[5].
Een slecht geweten… is dat niet een zaak van alle tijden?

In verband daarmee wijs ik graag op Psalm 32:
“Mijn ​zonde​ maakte ik U bekend,
mijn ongerechtigheid bedekte ik niet.
Ik zei: Ik zal mijn ​overtredingen​ belijden voor de HEERE.
En Ú vergaf mijn ongerechtigheid, mijn ​zonde.
Daarom zal iedere ​heilige​ tot U ​bidden
ten tijde dat U Zich laat vinden”[6].

Alle mensen zijn zondig.
En we doen in ons leven allemaal wel eens dingen die wij later hevig betreuren. We weten van onszelf: dat was zondig; dat hebben we helemaal fout gedaan. Dat dragen wij soms ons hele leven met ons mee.
Psalm 32 roept ons ertoe op om tegenover de Verbondsgod open en eerlijk te zijn. Bij Hem kunnen wij onze innerlijke motieven bloot leggen.

Welnu, Genesis 42 en 43 leren ons dat de God van het verbond ons soms in situaties brengt waarin die openheid er moet en kan zijn. De Here brengt onze motieven naar boven.
En bij Hem is het veilig!

Bij de Verbondsgod is behoud. Bij Hem is bescherming van het leven te vinden.
Dat belijdt Jakob ook: “God, de Almachtige, geve jullie ​barmhartigheid​ in de ogen van die man, zodat hij jullie andere broer en Benjamin met jullie terug laat gaan. En wat mij betreft, als ik van ​kinderen​ beroofd word, dan word ik maar van ​kinderen​ beroofd”[7].
Eigenlijk zegt Jakob: er kan van alles gebeuren; maar God wijst ons die weg en dus hebben we die te gaan.

Het zijn donkere tijden voor Jakob en zijn kinderen. Zij leven in een periode waarin honger wordt geleden. Overleven wordt steeds lastiger.
En nee, ook in later tijden zal het in Israël niet makkelijk worden. Het volk van God krijgt te maken met barbaarse machthebbers. Er zullen ook dan tijden wezen dat men vragen zal: hoe moet dit toch verder?
Laten wij elkaar wijzen op de woorden die Jesaja in hoofdstuk 8 zegt: “Ik zal de HEERE verwachten, Die Zijn aangezicht verbergt voor het huis van Jakob; op Hem zal ik hopen”[8].
Ook in hoofdstuk 9 wordt de hoop op de Verbondsgod gevoed.
Leest u maar even mee: “Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. U hebt dit volk talrijk gemaakt; hebt U niet de blijdschap groot gemaakt? Zij zullen blij zijn voor Uw aangezicht, zoals men zich verblijdt bij de oogst”[9].

Voor dat vertrouwen wordt in Genesis 42 en 43 de basis gelegd.
Natuurlijk, in 2017 zijn wij verder gekomen in de heilshistorie.
Maar juist daarom mogen ook Gereformeerden in deze tijd vast vertrouwen op de God van het verbond!

Noten:
[1] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.hogerhoning.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 3 augustus 2017.
[2] Genesis 42:18 b.
[3] Genesis 42:21 en 22.
[4] Genesis 42:28.
[5] Geciteerd van https://ajmolenaar.nl/2016/02/02/preek-genesis-43-voorber-ha/ ; geraadpleegd op donderdag 3 augustus 2017. De predikant in kwestie is dominee A.J. Molenaar, hervormd predikant te Poeldijk.
[6] Psalm 32:5 en 6 a.
[7] Genesis 43:14.
[8] Jesaja 8:17.
[9] Jesaja 9:1 en 2.

11 september 2017

Onkreukbare onderkoning

Twee jaar lang zit Jozef in een Egyptische kerker. Maar dan genaakt in Genesis 41 de vrijheid.
Hoe kan dat, zo opeens?
Wel, de Egyptische farao heeft in een bepaalde nacht twee dromen. De geleerden kunnen geen bevredigende verklaring voor de dromen vinden. De ‘overste der schenkers’ – een dominee noemde hem eens de chef-sommelier – wijst de farao op Jozef[1].
En Jozef kan de dromen verklaren.
Ten langen leste besluit de farao Jozef tot onderkoning van Egypte te benoemen.

We zouden Jozef als de ‘regeerder met de nieuwe graanpolitiek’ kunnen betitelen. U weet het vast wel: Jozef laat een grote hoeveelheid graan uit zeven jaren van overvloed in schuren opslaan. Dat graan wordt gebruikt in de daaropvolgende zeven jaren van hongersnood. De hele toenmalige wereld komt naar Egypte om aan de honger te ontkomen.

Een uitlegger noteert: “Al de tijd dat Jozef in Egypte woonde, kon hij niet naar de kerk. Dat vond hij heel erg (…). Toch is hij niet voor de kerk verloren gegaan. Hoe kan dat?
We moeten ook bij de behandeling van dit hoofdstuk goed het verband blijven zien. Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om wat Jozef doet of om wat Farao onderneemt. Het gaat om wat de HERE doet.
Hij heeft Jozef vooruit gestuurd om voor het volk van het verbond een plaats te gaan bereiden. Want God wil het geslacht van Jakob in Egypte doen uitgroeien tot een echt volk. Dat mocht niet gebeuren in een Kanaänitisch land. Daar dreigde vermenging. Daar dreigde de vreemdelingschap verloren te gaan. Dat was de grote verleiding van de satan om het volk helemaal in de strikken te krijgen en het zo langzaam te laten sterven als volk van God.
Juist naar Egypte wil de HERE zijn volk brengen, opdat het daar in de afzondering zou uitgroeien. Daar zou het apart staan. Let erop, dat hetzelfde Egypte dat we elke zondag ‘het diensthuis’ horen noemen, hier geen diensthuis is, maar een plaats van behoud voor het volk van God, voor de kerk”[2].

Het geloof van Jozef komt onder meer naar voren in de naamgeving van zijn kinderen.
Ik citeer: “Jozef​ gaf de ​eerstgeborene​ de naam Manasse. Want, zei hij, God heeft mij al mijn moeite en heel mijn ​familie​ doen vergeten. De tweede gaf hij de naam Efraïm. Want, zei hij, God heeft mij vruchtbaar doen worden in het land van mijn verdrukking”[3].
Jozef zegt het hardop: deze wending in mijn leven werd door de Here geleid! Het lijkt mij belangrijk om dat te constateren. Als er tegenspoed is, klagen wij nogal eens. En dat mag best. Als wij dan maar aan het goede adres klagen; bij de Verbondsgod, namelijk. Maar als er zegen en voorspoed is, vergeten wij vaak om dat ook te benoemen. Laten wij daar attent op blijven!

Het is niet voor niets dat de dichter van Psalm 105 ook op deze geschiedenis wijst:
De farao “stelde hem aan tot heer over zijn ​huis,
tot heerser over al zijn bezit,
om zijn vorsten zijn wil op te leggen
en zijn ​oudsten​ wijsheid te leren”[4].
Die wijsheid wil Stefanus ons in Handelingen 7 graag doorgeven. Ook hij herinnert aan de geschiedenis van Jozef. God “verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en Hij gaf hem ​genade​ en wijsheid tegenover de ​farao, de ​koning van Egypte; en die stelde hem aan als bestuurder over Egypte en over heel zijn huis”[5].
Het Evangelie is geen mooi volksverhaal. Het is al helemaal geen verzinsel. Het Evangelie toont ons hoe de Here voor Zijn kinderen, voor Zijn kerk zorgt!

We kunnen, zo zeggen diverse Thoraverklaarders, rustig zeggen dat Jozef een economische revolutie veroorzaakt. Zijn werkwijze is een voorbeeld van prima planning, goed management en sociale rechtvaardigheid. Hij zorgt ervoor dat de meer welvarende Egyptenaren zich niet over de ruggen var armen kunnen verrijken. Iedereen krijgt hetzelfde toebedeeld.
Jozef weigert om zelf winst te maken, en zijn ‘politieke vrienden’ mooie baantjes toe te schuiven.
Dit is wat wij in 2017 moreel leiderschap noemen. Geen wonder eigenlijk dat Jozef in de Joodse traditie bekend staat als een tsaddik, een rechtvaardige[6].

Is het overigens niet prachtig dat zelfs de farao de grootheid van God erkent? Hij zegt: “Aangezien God u dit alles heeft bekendgemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u”[7].
Via Jozef wordt de aandacht gericht op de ware God. Natuurlijk, de Egyptenaren hielden vast aan hun afgodendienst. Toch leren de heidenen eerbied te koesteren voor de God van hemel en aarde.
Dertig jaar is Jozef, in de kracht van zijn leven dus[8]. In zijn manier van doen representeert Hij in Egypte de Verbondsgod. In een heidens land toont Jozef wat de Here God van Zijn kinderen vraagt.
In de Westerse wereld van onze eeuw is dat een punt om op te letten. Wellicht hebben we de neiging om het, wat onze godsdienstigheid betreft, een beetje te laten zitten. Want ons christelijk gedrag is een druppel op een gloeiende plaat. Het valt amper op. Echter: het is de God van het verbond die ons alles inzet. Ieder op zijn eigen plaats. De hemelse God weet Zelf wat Hij met onze activiteiten beoogt. Dat is genoeg. Meer dan genoeg. Om een vers uit Exodus 36 te parafraseren: wij hebben genoeg materiaal om er al ons werk mee te kunnen verrichten, ja, er blijft over[9].

Jozef op een hoge positie gezet…, Jozef als onderkoning… – de historie lijkt bijna te mooi om waar te zijn.
Het verhaal van Jozef spreekt in ieder geval tot de verbeelding.

Aldus bezien is het geen wonder dat het verhaal in diverse tradities bekend is. In de Arabische, de Perzische en de westerse literatuur komt het met een zekere regelmaat voor de dag.
In de Antiquitates Judaicae – de Oude Geschiedenis van de Joden – uit 94 na Christus vertelt de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus het verhaal grotendeels na.
We vinden het verhaal ook in de Koran. Daar heet Jozef Joesoef.
De Nederlandse dichter en toneelschrijver Joost van den Vondel (1587-1679) schrijft in 1640 onder meer ‘Joseph in Dothan’ en ‘Joseph in Egypten’.
De Duitse auteur Thomas Mann (1875-1955) schrijft in 1936 ‘Jozef en zijn broers’[10].
Het is, kortom, voor velen een fraaie vertelling.
Gereformeerden mogen echter belijden: de God van het verbond gaat met Zijn kinderen verder. Met Jozef. En ook met ons. Langs ongedachte wegen naar het nieuwe Jeruzalem![11]

Noten:
[1]
De predikant in kwestie is de Gereformeerd-vrijgemaakte C. van Dusseldorp.
[2] Zie http://www.hogerhoning.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 3 augustus 2017.
[3] Genesis 41:51 en 52.
[4] Psalm 105:21 en 22.
[5] Handelingen 7:10.
[6] Zie hierover ook http://emmauspastoraat.nl/blog/3-onderkoning-jozef-a/ ; geraadpleegd op donderdag 3 augustus 2017.
[7] Genesis 41:39.
[8] Genesis 41:46.
[9] Over de arbeid van Bezaleël en Oholiab staat in Exodus 36:7: “Want het materiaal was voldoende voor hen om er al het werk mee te kunnen verrichten, ja, er bleef over”.
[10] Zie hierover ook https://www.nrc.nl/nieuws/2008/12/15/de-amerikaanse-droom-van-jozef-11654388-a395527 ; geraadpleegd op donderdag 3 augustus 2017.
[11] Zie Openbaring 21:2: “En ik, Johannes, zag de ​heilige​ stad, het nieuwe Jeruzalem, neerdalen van God uit de hemel, gereedgemaakt als een bruid die voor haar man sierlijk gemaakt is”.

8 september 2017

Met God naar de toekomst

Het verhaal van Jozef in het huis van Potifar is wel bekend.
Jozef krijgt veel vertrouwen van zijn meester. Hij wordt door de vrouw van zijn meester verleid tot ontucht; hij weerstaat die verleiding echter.
Potifar hecht echter geloof aan de leugenachtige verhalen van zijn vrouw.
Zo komt Jozef in de gevangenis terecht. Maar ook daar blijkt Jozef door de God van het verbond gezegend te worden. De gevangenisdirecteur vertrouwt Jozef volledig.
In de gevangenis komt Jozef in aanraking met de opperschenker en de opperbakker van de Egyptische farao. Beide laatstgenoemde gevangenen hebben een droom gehad. Jozef heeft een verklaring van die dromen. Die verklaring blijkt naderhand juist te zijn.
Een spannend verhaal!

Nee, dit is allesbehalve een sprookje. Dat lijkt wel zo.
Maar de kwestie is: “De HEERE was met ​Jozef, zodat hij een voorspoedig man was”[1].
De kern van de zaak is: “Maar de HEERE was met ​Jozef​ en bewees hem Zijn goedertierenheid​…”[2].
De God van het verbond is present. Hij leidt Jozef aan Zijn vaderhand naar de toekomst.
Beter nog: Hij leidt Zijn volk naar de toekomst. Want de weg naar de Verlosser moet open blijven.

Iemand noteert: “God gaat dus zorgen, dat er straks plaats is voor zijn volk, voor zijn kerk. Laten we dat nooit vergeten. Dan pas gaat Gods grootheid schitteren”[3].
Het komt mij voor dat wij hier helder moeten onderscheiden.
Terecht tekent een andere uitlegger hierbij aan: “We moeten nooit, maar dan ook nooit, Gods aanwezigheid of Zijn trouw afmeten aan de omstandigheden. Voorspoed is niet hetzelfde als zegen en tegenspoed is niet hetzelfde als vloek!”[4].
Kinderen van God mogen zeker zijn van Zijn voortdurende presentie. In alle omstandigheden wijst Hij de weg. Hoe deplorabel onze situaties ook zijn, Gods tegenwoordigheid is gegarandeerd.

Jozef is trouw. In zijn gehoorzaamheid aan Gods Woord. In zijn werk. In het respect voor zijn werkgever.
Die trouw is trouwens eigen aan alle ware gelovigen. Het is namelijk een deel van de vrucht van de Heilige Geest. De beschrijving van die vrucht vinden wij in Galaten 5: “De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[5].
Ook anno Domini 2017 behoren wij trouw te doen wat de Here van ons vraagt. Jazeker, soms is de stand van zaken in ons leven ronduit armzalig en treurig. Hoe moet dit nu verder?, vragen wij dan misschien. Laten wij, als wij in dergelijke toestanden verkeren, vooral niet te lang naar ons zelf blijven kijken. Wij mogen er op vertrouwen dat de Here God de heilshistorie van Zijn volk voltooit!

Dat vertrouwen koestert Jozef, zelfs als hij in de gevangenis terecht komt.
Die gevangenis is niet het eindstation.
De Verbondsgod opent deuren naar de toekomst. Net zoals te Philippi, in Handelingen 16: “En er vond plotseling een grote aardbeving plaats, zodat de fundamenten van de ​gevangenis​ bewogen werden; en onmiddellijk gingen alle deuren open en raakten de boeien van allen los”[6].
Dat vertrouwen mogen ook wij hebben, vandaag.
Gods Heilige Geest roept ons daartoe ook op in Openbaring 2: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[7].

Misschien zijn wij geneigd om op te merken: is dit nu Gods trouw, dat Jozef zo in moeilijkheden komt?
Wij moeten echter zeggen: bij alle wederwaardigheden van Jozef is er de troost van Gods aanwezigheid.
Het is goed om daarbij 2 Timotheüs 2 in herinnering te houden: “Dit is een betrouwbaar woord. Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven. Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[8].

Die Goddelijke trouw heeft Jozef duidelijk gezien[9]. In Genesis 40 belijdt hij, als het over de verklaring van dromen gaat: “Is de uitleg niet aan God? Vertel ze toch aan mij”[10].
Gods Woord is niet op te sluiten. Het klinkt overal, zelfs in de gevangenis.
Gods Woord is niet op te sluiten. Ook niet in onze logica. Soms zeggen wij heel overtuigd: dit of dat is naar Gods Woord. Op dit punt past enige bescheidenheid. Voor wij ’t weten zijn wij de eerbied tegenover God en Zijn Woord kwijt.
Het is belangrijk om die eerbied in de eenentwintigste eeuw vast te houden. Onze tijd is er immers één van krachtige statements. Van harde stellingnames. Van sterke overtuigingen. Wij houden van duidelijkheid. Intussen mogen wij de ootmoed echter nimmer verliezen!

In Genesis 40 is het uiteindelijk zo dat de schenker blijft leven en de bakker sterft. Waarom gaat dat zo? Er is niemand op aarde die dat zeggen kan.
Ondertussen is het zonneklaar dat wij Gods bestuur over deze wereld niet naar onze hand kunnen zetten. Wij kunnen de organisatie van de gang der gebeurtenissen niet overnemen. Wij trekken niet aan de touwtjes.

Jozef blijft nog een poos gedetineerd.
In de kerker wordt hij nog verder beproefd.
Jozef moet alleen op de Here vertrouwen, en ook echt alleen op Hem. En dat is in 2017 niet anders. Ook wij mogen bouwen op de vaste grond van Gods beloften en van Zijn verbond[11]. Dat is ons houvast. Ook in tijden waarin wij met veel tegenslagen geconfronteerd worden.
Laat onze bede maar vol vertrouwen blijven klinken:
“Zie op ons neer met vriendelijke ogen.
O God, bescherm ons in ons onvermogen.
Bevestig wat de hand heeft opgevat,
het werk van onze hand, bevestig dat”[12].

Noten:
[1] Genesis 39:2 a.
[2] Genesis 39:21 a.
[3] Geciteerd van http://www.hogerhoning.nl/ ; geraadpleegd op woensdag 2 augustus 2017.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.ngk-veenendaal.nl/system/files/field_ngk_message_file/161113%20preek%20Gen%2039%20-%20ppt%20op%20website.pdf ; geraadpleegd op woensdag 2 augustus 2017.
[5] Galaten 5:22.
[6] Handelingen 16:26.
[7] Openbaring 2:10.
[8] 2 Timotheüs 2:11, 12 en 13.
[9] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://keesvandusseldorp.files.wordpress.com/2017/07/gen40-17w.pdf ; geraadpleegd op woensdag 2 augustus 2017.
[10] Genesis 40:8 b.
[11] Dit is een licht gewijzigd citaat van regels uit Psalm 90. De oorspronkelijke tekst uit Psalm 90:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek) luidt: “Wij mogen bouwen op de vaste grond /  van uw beloften en van uw verbond”.
[12] Psalm 90:8 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.