gereformeerd leven in nederland

9 januari 2020

Gedenkstenen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In het appartement dat schrijver dezes en zijn vrouw bewonen ligt de Bijbel altijd op de koelkast. Men begrijpt: daar wordt de Bijbel regelmatig weggepakt om ‘m te gebruiken.
Vrienden, bekenden en vele anderen weten: daar ligt de Bijbel; daar wordt dagelijks in gelezen.
Schrijver dezes werpt vanuit zijn makkelijke stoel nog wel eens een blik op die Bijbel. En dan gaan de gedachten met een zekere regelmaat naar God die in zijn leven allerlei dingen deed, en nog doet.

Zo moet het ook ongeveer werken met de gedenkstenen in Jozua 4.
Een paar citaten uit dat hoofdstuk: “Daarop riep ​Jozua​ de twaalf mannen die hij had laten aanstellen uit de Israëlieten, uit elke ​stam​ één man, en ​Jozua​ zei tegen hen: Ga voor de ​ark​ van de HEERE, uw God, uit naar het midden van de ​Jordaan. En laat ieder voor zich een steen op zijn schouder heffen, volgens het aantal ​stammen​ van de Israëlieten, zodat dit een teken is onder u. Wanneer uw ​kinderen​ morgen vragen zullen: Wat betekenen deze stenen voor u? dan moet u tegen hen zeggen dat het water van de ​Jordaan​ werd afgesneden voor de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE. Toen hij door de ​Jordaan​ ging, werd het water van de ​Jordaan​ afgesneden. Daarom zullen deze stenen voor de Israëlieten tot een ​gedenkteken​ zijn tot in eeuwigheid”[1].
En:
“Die twaalf stenen die zij uit de ​Jordaan​ genomen hadden, richtte ​Jozua​ op in Gilgal. Hij zei tegen de Israëlieten: Wanneer uw ​kinderen​ morgen aan hun vader vragen: Wat betekenen deze stenen? dan moet u uw ​kinderen​ laten weten: Op het droge stak Israël deze ​Jordaan​ over, want de HEERE, uw God, heeft het water van de ​Jordaan​ voor uw ogen doen opdrogen, totdat u overgestoken was, zoals de HEERE, uw God, met de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor onze ogen heeft doen opdrogen, totdat wij overgestoken waren, opdat alle volken van de aarde zouden weten dat de hand van de HEERE sterk is; opdat u de HEERE, uw God, alle dagen vreest”[2].

Daarin liggen lessen voor de kerk. De voornaamste lessen zijn:
1. houdt de geschiedenis van de kerk vóór in het hoofd
2. bedenk dat God machtig is, ook vandaag!

Matthew Henry, een Engelse Bijbeluitlegger, zegt over de stenen die aan de oever gebracht werden onder meer: “Zoals een vertegenwoordiger van elke stam een steen het beloofde land binnen bracht, zo zou het gehele volk bezit gaan nemen van het land. Het was een teken van de in bezitname van het land Kanaän;
De stenen waren een bewijs dat de Heere met Jozua was, zoals Hij ook met Mozes geweest was. De Heere had immers gezegd: deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van gans Israël, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben”[3].
Dus:
* de toekomst is gegarandeerd; het nieuwe land komt eraan
* het wordt duidelijk dat God Zijn kinderen Persoonlijk beschermt.

In de Bijbel worden vaker gedenkstenen gebruikt.

In Genesis 28 bijvoorbeeld, nadat Jakob bij Bethel een droom heeft: “Toen ​Jakob​ uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het ​huis​ van God en de ​poort​ van de hemel. Daarna stond ​Jakob​ ’s morgens vroeg op. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een ​gedenkteken​ en goot er olie op”[4].

En bij de verbondssluiting in Exodus 24: “Vervolgens schreef ​Mozes​ al de woorden van de HEERE op. Hij stond ’s morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een ​altaar​ en richtte twaalf gedenkstenen op voor de ​twaalf stammen​ van Israël”[5]. Bij die berg Sinaï staat een stapel stenen. Ieder die er langs komt, kan zich afvragen: wat is hier gebeurd?

Op de priesterkleding zitten ook gedenkstenen. Zie Exodus 28: “Vervolgens moet u twee onyxstenen nemen en daarin de namen van de zonen van ​Israël​ graveren: zes van hun namen op de ene steen, en de namen van de zes overige op de andere steen, in de volgorde van hun geboorte. Als werk van een graveerder van edelstenen, zoals men ​zegels​ graveert, moet u de twee stenen graveren, met de namen van de zonen van Israël. U moet ze zó maken dat ze gevat zijn in gouden kassen. Dan moet u de twee stenen op de schouderstukken van de efod bevestigen, als gedenkstenen voor de Israëlieten. ​Aäron​ moet hun namen namelijk ter gedachtenis voor het aangezicht van de HEERE op zijn beide schouders dragen”[6].
De priester draagt de stenen voor het aangezicht van de Here, jazeker. Maar ook de Israëlieten zien dat dus.

In 1 Samuël 7 wordt een gedenksteen opgericht na een overwinning op de Filistijnen: “En het gebeurde, toen ​Samuel​ dat ​brandoffer​ bracht, dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israël. Maar de HEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen. Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israël verslagen werden.
En de mannen van Israël trokken uit Mizpa, achtervolgden de Filistijnen en versloegen hen tot onder Beth-Kar. Toen nam ​Samuel​ een steen en plaatste die tussen Mizpa en Sen; hij gaf hem de naam Eben-Haëzer en zei: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen”[7].

Psalm 105 leert ons:
“Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft,
aan Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond,
nakomelingen van ​Abraham, Zijn dienaar,
kinderen​ van ​Jakob, Zijn uitverkorenen”[8].
Dat alles is een stimulans voor de kerk. Daar moet Gods werk steeds weer de aandacht hebben!

Gedenkstenen zijn – kortom – bedoeld om:
* te worden herinnerd aan Gods werk
* Gods werk door te vertellen aan onze kinderen
* om aan de hele wereld te laten weten hoe machtig en actief onze God is.

Gods kinderen laten zich gebruiken. Anno 2020 klinkt dat niet best. Want voordat wij ’t weten is misbruik aan de orde.
Maar in 1 Petrus 2 staan de zaken anders: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[9].

In onze tijd mogen kerkmensen mét Jacobus 5 zeggen: “Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de ​landbouwer​ verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw ​hart​ versterken, want de komst van de Heere is nabij”[10].
Wij krijgen een plaats in de hemel.
Wij mogen weten: onze God is bij ons. Hij is onze Beschermer en Verzorger.

In de hemel krijgen wij de meest prachtige plaats die denkbaar is. Daar begint het leven opnieuw. Daar is geen gedenksteen meer nodig. Leest u maar mee in Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”[11].

Op die koelkast ligt nog steeds de Bijbel.
Nee, een echte gedenksteen is dat niet. Het is veel meer. Want in die Bijbel beschrijft de hemelse God in zesenzestig boeken het kader van een leven met Hem.
Hij geeft aardse grenzen aan. En Hij wijst op de onbegrensdheid van het tweede vaderland van Zijn kinderen: de hemel. Hij geeft Zijn vaste beloften. Daarom mogen Gods uitverkorenen weten: wij zijn op weg naar een glorieuze werkelijkheid die eeuwig duren zal!

Noten:
[1] Jozua 4:4-7.
[2] Jozua 4:20-24.
[3] Geciteerd van https://elkedagnieuw.nl/gedenkstenen/ ; geraadpleegd op vrijdag 3 januari 2020.
[4] Genesis 28:16, 17 en 18.
[5] Exodus 24:4.
[6] Exodus 28:9-12.
[7] 1 Samuël 7:10, 11 en 12.
[8] Psalm 105:5 en 6.
[9] 1 Petrus 2:4 en 5.
[10] Jacobus 5:7 en 8.
[11] Openbaring 2:17.

8 januari 2020

Alle ruimte voor Gods volk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Het water bleef staan als een dam heel ver weg bij de stad ​Adam, die naast Sarthan ligt. En het water dat naar de zee van de Vlakte, de ​Zoutzee, stroomde, verdween; het werd afgesneden. Toen stak het volk over, tegenover ​Jericho. Maar de ​priesters​ die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, stonden op het droge, in het midden van de ​Jordaan, onbeweeglijk. En heel Israël stak over op het droge, tot heel het volk het oversteken van de ​Jordaan​ voltooid had”.
Zo staat dat in Jozua 3[1].
Gods volk staat daar, om zo te zeggen, op de drempel van het land Kanaän. En Gods kinderen krijgen alle ruimte om over te trekken. De dam staat heel ver weg. De Here is er Zelf bij. Hij geeft Zijn mensen alle ruimte!

En nee, dat is niet voor het eerst.
In Exodus 14 is het al eens eerder gebeurd. Midden in de nacht. En dat terwijl de Egyptenaren achter het volk van God aan zitten. Maar tijdens ook die doortocht geeft God Hoogstpersoonlijk bescherming. Leest u maar mee: “Toen verliet de ​Engel​ van God, Die vóór het ​leger​ van Israël uit ging, Zijn plaats en ging achter hen aan. Ook de wolkkolom verliet de plaats vóór hen en ging achter hen staan. Hij kwam tussen het ​leger​ van ​Egypte​ en het ​leger​ van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. Toen strekte ​Mozes​ zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten. Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”[2].
De God van hemel en aarde schermt Zijn volk af als het nodig is. Het wordt nooit helemaal vernietigd. De satan zou dat wel graag willen, maar nee – dat lukt hem niet.

Een exegeet noteert: “Het volk kan doortrekken. Als het volk doorgetrokken is, vloeit het water nog niet terug. Alles gebeurt in rust. Onbeweeglijk staan de priesters met de ark op het droge in het midden van de Jordaan. Deze onbeweeglijkheid laat zien hoe volkomen de situatie door de ark wordt beheerst. De wateren zijn even onbeweeglijk. Ze staan als een dam. Er is geen enkele beweging in wat anders de dood tot gevolg zou hebben, omdat de ark daar rotsvast staat. Geen enkele macht is in staat iets te beginnen tegen Hem Die de ‘vaste rots van ons behoud’ is”[3].

Wij lezen: “Het water bleef staan als een dam heel ver weg bij de stad ​Adam”. Hebben de Israëlieten dat zelf gecontroleerd? Gods Woord meldt het ons niet. Feit blijft dat het water heel ver weg is!

Psalm 114 refereert aan de uittocht uit Egypte en de intocht in Kanaän. Als volgt:
“Toen Israël uit ​Egypte​ trok,
het ​huis​ van ​Jakob​ uit een volk met een vreemde taal,
werd Juda Zijn ​heiligdom,
Israël Zijn koninklijk bezit.
De zee zag het en vluchtte,
de ​Jordaan​ deinsde achteruit,
de bergen sprongen op als rammen,
de heuvels als lammeren.
Wat was er, zee, dat u vluchtte,
Jordaan, dat u achteruit deinsde?
Wat was er, bergen, dat u opsprong als rammen,
en u, heuvels, als lammeren?
Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heere”[4].

Geschiedenissen als deze kunnen in 2020 reuze leerzaam zijn.
Waarom?
Vanwege tenminste twee redenen.

In Nederland kan men maar moeilijk volhouden dat christenen alle ruimte krijgen. Denkt u maar aan de genderideologie. Of aan de problematiek rond het zogeheten voltooid leven. Christenen, Gereformeerden incluis, schuift men – als het over levensovertuigingen gaat – het liefst maar even naar de zijkant van het leven.
Maar wie Exodus 14 en Jozua 3 tot zich door laat dringen begrijpt alras dat Godvrezenden in Nederland nooit helemaal kunnen worden weggedrukt. Immers – Iemand die water kan tegenhouden terwijl er geen dijk of dam in de buurt is, is almachtig. En er is geen enkele reden om te veronderstellen dat dat in 2020 plotsklaps anders geworden is.

Jozua 3 herinnert ons er aan dat wij ontzag moeten hebben voor de God van hemel en aarde.
In kerkelijk Nederland wordt onze God nogal eens aangesproken en bezongen alsof het een vriend is. Laten we nooit vergeten dat onze God almachtig is. Oppermachtig is Hij!
Onze samenleving doet verwoede pogingen om ons eerbied, ontzag en respect af te leren.
Regelmatig komen berichten als de volgende tot ons: “Opnieuw zijn, net als de afgelopen jaren, tijdens de jaarwisseling heel wat politie- en brandweermensen gehinderd tijdens hun werk en ook belaagd, in sommige gevallen zelfs met vuurwerk. Dit soort geweld wordt aangepakt, aldus Guus Schram, coördinerend hoofdofficier van justitie tijdens de jaarwisseling. ‘Juist politie en brandweer zorgen ervoor dat wij een feestelijk oud en nieuw kunnen vieren. Hen aanvallen met vuurwerk of op een andere manier gaat alle perken te buiten. Dit is absoluut onacceptabel en bovendien ook gewoon strafbaar. Oud en nieuw hoort een feest te zijn. Daar hoort geweld niet bij. En geweld tegen hulpverleners al helemaal niet’”[5].
In een samenleving waar die sfeer heerst is de oproep zeker niet overbodig: heb eerbied voor God!

En dan is er nog een vraag. Het water staat in Jozua 3 omhoog – als een dam. Hoe kan dat gebeuren?
Het is, naar men zegt, wel eens vaker gebeurd. In 1927 bijvoorbeeld; de oorzaak was toen een grondverschuiving ten gevolge van een aardbeving.
Misschien is het in Jozua 3 wel net zo gegaan. Wie zal het zeggen?
Zeker is wel: in Jozua 3 en op woensdag 8 januari 2020 hebben we te maken met de oppermachtige God die Zijn volk beschermt en hen genadig is.
In Psalm 33 belijden wij het:
“Laat heel de aarde voor de HEERE vrezen,
laat alle bewoners van de wereld bevreesd zijn voor Hem.
Want Híj spreekt en het is er,
Híj gebiedt en het staat er”[6].
Ja, dat staat ook vandaag recht overeind!

Noten:
[1] Jozua 3:16 en 17.
[2] Exodus 14:19-22.
[3] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1009.pdf , p. 50.
[4] Psalm 114:1-7 a.
[5] Geciteerd van https://rechtennieuws.nl/62238/geweld-tegen-hulpverleners-onacceptabel-en-strafbaar/ . Het bericht is gedateerd op 1 januari 2020. Geraadpleegd op donderdag 2 januari 2020.
[6] Psalm 33:8 en 9.

7 januari 2020

Rachab komt bij de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De geschiedenis van Rachab, die we in Jozua 2 kunnen lezen, is heel bijzonder.
De internetencyclopedie Christipedia omschrijft de geschiedenis onder meer als volgt: “Ze had gehoord van de wonderen die God voor de bevrijding van Israël had gedaan, en zij getuigt van de schrik die op haar landgenoten was gevallen. In het geloof riskeerde ze haar leven door de spionnen te verbergen. Ze slaagde hierin en sloot een overeenkomst met de twee mannen, dat als zij hen zou niet verraden, haar leven en het leven van haar familie gespaard zou worden bij de inneming van de stad. Dit was slechts bindend voor de verspieders als Rachab de haren in haar huis bracht, onder het teken van de scharlaken koord, dat uit het venster zou hangen waaruit de verspieders waren neergelaten, daar het huis op de stadsmuur gebouwd was. Jozua zag erop toe dat de belofte werd nagekomen, en Rachab en haar familie werden behouden”[1].

Rachab is een hoer. Maar zij wordt wel genoemd in het geslachtsregister van Jezus Christus, zoals dat in Mattheüs 1 staat: “Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isaï”[2].
Er staat een hoer in dat register!
Vandaag de dag zeggen we vaak: in de kerk moet orde heersen. En dat is waar. Maar laten we daarbij niet vergeten dat de Here soms een route wijst die wij kronkelwegen zouden noemen, of een obscuur paadje.
Het Evangelie is voor de hele wereld bedoeld! Mensen komen op de meest merkwaardige manieren bij de Here terecht. Kerkmensen hebben nogal eens de neiging om die merkwaardigheden met gefronste wenkbrauwen te bekijken: wat gebeurt daar nou weer?
Laten we ‘t echter nooit vergeten: God kiest soms een weg die wij niet bedacht hadden!

Waar moet onze focus liggen?
Antwoord: op het geloof. Dat behoort het brandpunt van ons leven te wezen!
Dat wordt wel heel duidelijk in Hebreeën 11. In dat hoofdstuk vinden we die lange rij van geloofsgetuigen. En jawel, daar staat Rachab ook tussen: “Door het geloof is Rachab, de hoer, niet omgekomen met de ongehoorzamen, omdat zij de verkenners met vrede had ontvangen”[3].
Hoe kan het toch dat Rachab dat gelooft? Er was immers geen enkel signaal dat de Israëlieten Kanaän zouden gaan bewonen. Het geloof is haar gegeven; dat kan niet anders!
Laten wij, in verband hiermee, elkaar op de Dordtse Leerregels wijzen.
Citaat: “Het geloof in Jezus Christus en ook het behoud door Hem is een genadegave van God, zoals geschreven is: Door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God -Efeziërs 2:8-. Evenzo: Aan u is de genade verleend in Christus te geloven -Philippenzen 1:29-.

God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn -Handelingen 15:18-, en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil -Efeziërs 1:11-. Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost”[4].
Rachab komt bij de kerk.
Dat is een wonder.
En het feit dat anno Domini 2020 nog mensen in de kerk zitten is ook een wonder. Het feit dat mensen zich bij de kerk melden is ronduit miraculeus. Maar het gebeurt – echt waar. De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Ook niet in 2020.

Rachab bewijst dat geloven betekent dat je, bijna als vanzelf, aan het werk gaat. Niet om behouden te worden, want een toegangskaart voor de hemel kan men niet verdienen.
Maar wel om het geloof te versterken. Jacobus schrijft in zijn algemene brief: “Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? En de Schrift is vervuld die zegt: En ​Abraham​ geloofde God, en het is hem tot ​gerechtigheid​ gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd. U ziet dus nu dat een mens uit werken gerechtvaardigd wordt en niet alleen uit geloof. En is Rachab, de ​hoer, niet op dezelfde manier uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boden heeft ontvangen en langs een andere weg heeft laten weggaan? Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood”[5].
Door de werken, noteert een exegeet, “-die van de naastenliefde en van de gehoorzaamheid tegenover God- komt het tot zijn volle rijpheid en voltooiing, bereikt het zijn doel”[6].
In december 2013 noteerde schrijver dezes op deze website over Jacobus 2: “Jacobus schrijft over het belang van echt geloof.
Echt geloof richt zich op God. En daarnaast ook op alle medemensen. Let wel: op alle medemensen. Daarbij gaat het dus niet alleen om populaire wereldburgers. Het gaat niet alleen om vrienden en kennissen die, zoals dat heet, goed liggen in de groep.
Echt geloof is gefundeerd in dankbaarheid. Op allerlei manieren tonen wij dat in ons leven altijd de vreugde vonkt. Dat is blijdschap over onze redding. Dat is blijheid over Gods beloften ten aanzien van een heerlijk eeuwig leven”[7]. Dat staat vandaag nog recht overeind!

Ook in onze tijd geldt: in de kerk ligt nog veel werk.
Misschien gebeurt dat niet altijd op de manier die wij voor ogen hebben.
Maar God werkt door. Ook in 2020.

Noten:
[1] Geciteerd van https://christipedia.miraheze.org/wiki/Rachab ; geraadpleegd op dinsdag 31 december 2019.
[2] Mattheüs 1:5.
[3] Hebreeën 11:31.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 5 (laatste deel) en artikel 6.
[5] Jacobus 2:22-26.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jacobus 2:22.
[7] Geciteerd uit mijn artikel ‘De daadkracht van Jacobus 2’, hier gepubliceerd op maandag 2 december 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/12/02/de-daadkracht-van-jacobus-2/ .

6 januari 2020

Wees dapper en onvervaard

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

‘Topjaar voor financiële markten, ondanks onzekerheden en handelsruzies’ kopte de NOS op maandag 30 december 2019.
“Beleggers haalden in een groot deel van 2019 geld uit aandelenfondsen terug omdat er onzekerheid heerste, maar keerden de laatste maanden juist terug en veroorzaakten zo een eindejaarsrally. De beurskoersen trokken daardoor juist extra aan en de late instappers gokken erop dat het nog een tijdje goed zal gaan.
Reden voor het optimisme op de beurs is dat de economische groei weliswaar zijn piek gehad heeft, maar er geen recessie komt. De lage rente en het ruime monetaire beleid van zowel de Europese als Amerikaanse centrale bank zorgen voor een toevloed van geld”.
En:
“Handelsruzies, onzekerheid rond de brexit en geopolitieke spanningen drongen de economische groei terug en schaadden de wereldhandel. En toch stegen de aandelenkoersen”[1].

De huis-, tuin- en keukeneconoom heeft mogelijkerwijs enige moeite om dit alles te volgen.
Wellicht slaakt hij zelfs een verzuchting over de gecompliceerde wereld waarin wij leven.
Die verzuchting is op de keper beschouwd knap ouderwets. De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J.F. Heij (1919-1999) zei in 1959 in een preek over Jozua 1 namelijk al eens: “Vindt u het leven ook niet ontzaglijk gecompliceerd? Met hoeveel dingen moet een mens in de tegenwoordige levensomstandigheden niet rekening houden? Je moet hieraan denken en daaraan; je mag dit vooral niet vergeten en dat evenmin, hierop moet je letten en daarop. Aan massa’s dingen moet je tegelijkertijd denken. Je hoofd loopt er vaak bij om. Het begint je soms te duizelen”.
Een gecompliceerde wereld? Die is van alle tijden. De mens heeft geen overzicht over de ganse aarde. Hij heeft al moeite om zijn eigen taken uit te voeren.

Dat is in Jozua 1 ook al zo.
De bovengenoemde dominee Heij typeert de situatie in dat hoofdstuk als volgt: niemand zal willen “ontkennen dat Jozua volop te maken kreeg met de ingewikkeldheid van het leven. U moet u dat indenken: de kinderen Israëls zijn gekomen aan de ingang van het beloofde land. Maar dan is ook de tijd aange­broken dat Mozes sterven gaat. Als de periode van rouw over de dood van de grote leider is voleindigd, komt de Heere God tot Jozua om hem te laten weten dat het nu zijn beurt is. Trek over de Jordaan, ga het land veroveren”.
En:
“Is dat grote deel van de opdracht vervuld, is het land veroverd, dan moet het worden verdeeld. Maar wat is het moeilijk om land en have onder mensen te verdelen en te zorgen dat niet de een teveel en de ander te weinig krijgt, dat ieder aan zijn trekken komt”.
En:
“De mensen van Jozua moeten gaan vechten tegen de inwoners van Kanaän. Maar die hebben de bui natuurlijk allang zien aankomen. Wat moet het worden als straks heel het Hethietische wereldrijk van die dagen wordt gemobiliseerd? Jozua kent de Hethieten een beetje. Hij is er eens geweest met de andere verspieders. Hebben ze toen niet gerapporteerd dat er reuzen woonden in het land, al zal men niet zonder overdrijving hebben meegedeeld dat de Israëlieten als sprinkhanen waren in hun ogen. Jozua weet van de ommuurde steden, van de sterkte der vestingen. Niemand kon zo zeer de zwaarte van de gegeven opdracht beseffen als Jozua en niemand kon zó de moeiten taxeren waarvoor men zou komen te staan als hij. En weer zou je zeggen, dat de zorgen en moeiten wel vele moeten zijn geweest”.
Maar over al die drukte moet Jozua zich vooral geen zorgen maken. Er is een ander punt dat van het allergrootste belang is: “Alleen, wees sterk en zeer moedig, door nauwlettend te handelen overeenkomstig heel de wet die ​Mozes, Mijn dienaar, u geboden heeft. Wijk daar niet van af, naar rechts of naar links, opdat u verstandig zult handelen overal waar u gaat. Dit ​boek​ met deze wet mag niet wijken uit uw mond, maar u moet het dag en nacht overdenken, zodat u nauwlettend zult handelen overeenkomstig alles wat daarin geschreven staat. Dan immers zult u uw wegen voorspoedig maken en dan zult u verstandig handelen”[2].
Met andere woorden: leef naar Gods wet – blij en dankbaar; dan komt alles goed.
Dominee Heij zei zestig jaar geleden in die preek: “De Heere is trouw en nimmer zal zich een situatie voordoen, waarin de Heere niet bij machte is Zijn trouw te bewijzen. En daarom te meer roep ik u op om te leven bij de ene zorg. Wentel dan nu al uw zorgen op de Heere, uw zorgen ook voor de toekomst. De trouwe Heere in de hemel zal immers Zijn kinderen altijd uitkomst geven. Hij is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn kinderen niet laten omkomen. Hun brood is zeker en hun water gewis, zolang er werk voor hen is in de dienst van God op de aarde. Wat ook de toekomst brengen moge, ons geleidt des Heeren hand”[3].

Wat Jozua zegt is overigens helemaal geen nieuws.
Leest u maar mee in Deuteronomium 5: “U moet dus nauwlettend handelen zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft; wijk niet af, naar rechts of naar links”[4].
En in Deuteronomium 28: “De HEERE zal u tot een hoofd maken en niet tot een staart, en u zult uitsluitend omhoog gaan en niet omlaag, als u gehoorzaam bent aan de geboden van de HEERE, uw God, waarvan ik u heden gebied dat u ze in acht neemt en houdt, en als u niet afwijkt van al de woorden die ik u heden gebied, naar rechts of naar links, door achter ​andere ​goden​ aan te gaan en die te dienen”[5].
En trouwens – het lijkt wel alsof Jozua het er in hoofdstuk 1 wil timmeren. Want hij zegt ook: “Wees sterk en moedig, want ú zult dit volk het land dat Ik hun vaderen gezworen heb hun te geven, in erfbezit laten nemen”[6].
En:
“Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat”[7].
Het is de Here genoegzaam bekend: als je Gods volk iets wilt leren, moet je het er bij hen inpompen; anders blijft het niet hangen. Voor je ’t weet is er dan deformatie aan de orde.
Wij moeten het dagelijks repeteren: God is trouw, Hij blijft bij ons; uit dankbaarheid moeten wij bij Hem blijven!

In Jozua 1 is Jozua net Mozes opgevolgd.
Juist in zo’n tijd hebben mensen de neiging om terug te verlangen naar vroeger. Zo van: toen Mozes nog leefde, was alles stukken beter. Of: toen Mozes nog onze leider was ging alles een stuk makkelijker.
Jozua proclameert het met nadruk: ‘wees sterk en moedig’. Met die proclamatie kijkt hij vooral naar de toekomst. Het volk kan verder op het pad dat Mozes, in opdracht van God, heeft gewezen.

Jozua’s naam betekent: de Here redt.
In feite is daarmee het levensprogramma van Israëls nieuwe leider gegeven!

Wees sterk en moedig – dat is geen geitenwollen-sokken-regel.
Want Jozua zegt namens zijn Opdrachtgever ook: “Iedereen die aan uw bevel ​ongehoorzaam​ is en niet luistert naar uw woorden in alles wat u hem gebieden zult, moet gedood worden. Alleen, wees sterk en moedig!”[8].
De God van hemel en aarde vraagt gehoorzaamheid.

Wij leven in een gecompliceerde wereld, zeggen de mensen.
Dat zeggen ze altijd.
Maar er één universele levensregel die nogal ongecompliceerd is: leef met God!
Hoe wij dat vandaag moeten doen?
Wij moeten, naar de toekomst kijkend, krachtig en onverschrokken wezen!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2316696-topjaar-voor-financiele-markten-ondanks-onzekerheden-en-handelsruzies.html ; geraadpleegd op maandag 30 december 2019.
[2] Jozua 1:7 en 8.
[3] De betreffende preek gaat over Jozua 1:1-9 en is gedateerd op zaterdag 6 juni 1959.
[4] Deuteronomium 5:32.
[5] Deuteronomium 28:13 en 14.
[6] Jozua 1:6.
[7] Jozua 1:9.
[8] Jozua 1:18.

12 maart 2019

De trouw belicht

In dit artikel worden enkele Schriftgedeelten belicht waarin de trouw van God en de trouw aan elkaar aan de orde komen[1].
Drie ervan komen uit het Oude Testament; één uit het Nieuwe Testament.

En het zal alras duidelijk wezen – wie de trouw van God in zijn eigen leven niet ziet, levert op slag heel wat levensvreugde in!

Laten wij voorin de Bijbel beginnen.

“Hij zei: Geloofd zij de HEERE, de God van mijn heer ​Abraham, Die mijn heer Zijn goedertierenheid en Zijn trouw niet onthouden heeft. Wat mij aangaat, de HEERE heeft mij op deze weg geleid naar het ​huis​ van de broeders van mijn heer”.
Deze woorden lezen wij in Genesis 24[2].
Het zijn woorden van een vertrouwd personeelslid van Abraham. De dienaar spreekt zijn dankbaarheid uit omdat de Here trouw gebleven is. Hij heeft de vertrouweling van Abraham op het spoor gezet van Rebekka. Rebekka is een vrouw uit Haran, het vaderland van Abrahams familie – zie Genesis 12.
Het wordt duidelijk: de Here is in Genesis 24 aan het werk. En ook wij mogen zeggen: Hij leidt ons in onze keuzes.

Maar dat moeten vooral ook consequente keuzes zijn.
Jozua formuleert dat in Jozua 24 zo: “Nu dan, vrees de HEERE, dien Hem in oprechtheid en trouw, doe de ​goden​ weg die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde van de rivier en in ​Egypte, en dien de HEERE. Maar als het in uw ogen kwalijk is de HEERE te dienen, kies voor u heden wie u zult dienen: óf de ​goden​ die uw vaderen, die aan de overzijde van de rivier woonden, gediend hebben, óf de ​goden​ van de Amorieten, van wie u het land bewoont. Maar wat mij en mijn ​huis​ betreft, wij zullen de HEERE dienen!”[3].
Dat is een gerichte keuze. Iemand heeft in verband met Jozua 24 eens gezegd: “het stembiljet geeft maar één mogelijkheid”[4].
Is de Here dan een dictator? Zoals die in Rusland, of die in Venezuela? Nee. Immers – Wie heeft zich, door de tijden heen, zó ingezet om van een heel klein iets groots te maken: een volk dat Kanaän helemaal ter beschikking krijgt? Wie heeft er zoveel geduld gehad met dat vaak mopperend en revolutie plegend volk? Dat is de Here, en niemand anders!

Ook in Psalm 40 wordt van Gods trouw getuigd. In dat profetische kerklied staan twee zaken centraal:
* het getuigenis van Gods grote daden
* een schreeuw om redding.
De dichter zegt:
“Uw gerechtigheid verberg ik niet diep in mijn hart,
Uw waarheid en Uw heil verkondig ik.
Uw goedertierenheid en Uw trouw verzwijg ik niet
in de grote gemeente”[5].
Gods ingrijpen in het verleden geeft garanties voor de toekomst. Het werk dat God in het verleden heeft gedaan, geeft de dichter zekerheid: in de toekomst zal het met mij ook wel goed komen.
Het zingen van een psalm als deze is, ook anno Domini 2019, een oefening in vertrouwen. Daarbij gaat het uiteraard eerst om vertrouwen op God. En omdat wij vertrouwen op Hem, kunnen we in de kerk ook vertrouwen op elkaar.

Nu bladeren we even door naar het Nieuwe Testament. Laten we nog een ogenblik in het laatste Bijbelboek lezen.

In Openbaring 2 lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[6].
De gelovigen worden getest. Juist omdat zij op de proef worden gesteld, blijkt wie de echte gelovigen zijn.
Paulus wijst daar ook op in 1 Corinthiërs 11: “Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen”[7].
Mensen die de test doorstaan krijgen de kroon van het leven.
Die kroon, of krans, bedoelt de apostel Paulus ook in 1 Corinthiërs 9: “En iedereen die aan een wedstrijd deelneemt, beheerst zich in alles. Zij nu doen dat om een vergankelijke krans te ontvangen, maar wij om een onvergankelijke te ontvangen”[8].
Petrus schrijft in 1 Petrus 5: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[9].

Laten wij nog een blik werpen op de praktijk van alledag in 2019.

Niet zo lang geleden zei een vader in het Nederlands Dagblad ook iets over trouw.
Hij formuleerde: “Spreken over mijn geloof in God vind ik niet altijd gemakkelijk, dus ik breng mijn geloof vooral in de praktijk. Dat doe ik onder meer door aanwezig te zijn in de erediensten, daarin trouw te zijn. Hierin wil ik een voorbeeld zijn voor mijn kinderen. Zij moeten leren dat de kerkgang niet vrijblijvend is. ’s Middags is de kerk soms bijna leeg, dat vind ik moeilijk om te zien. Vanaf het moment dat onze kinderen acht jaar zijn, moeten ze beide diensten mee gaan. Het grappige is dat de jongere kinderen nu al graag mee willen. Ik leer ook van hen. Zo bidden zij aan tafel voor specifieke dingen, terwijl ik sneller een algemeen gebed uitspreek. Hun houding stimuleert mij ook weer”[10].
Met het bovenstaande is eens te meer bewezen: trouw is niet alleen iets voor denkers, maar zeker ook iets voor doeners!

Tenslotte nog dit.
Wie de reikwijdte van Gods trouw ziet, kan opgelucht en verheugd de toekomst in gaan. Want de God van hemel en aarde is tot in eeuwigheid trouw.

Noten:
[1] Een bewerking van dit artikel zal de inleiding zijn die mijn vrouw D.V. houdt tijdens een vergadering van de vrouwenvereniging ‘Bouwen en bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die avond, die wordt gehouden op donderdag 21 maart, zal worden gesproken over het onderwerp ‘Trouw aan God, trouw aan elkaar’.
[2] Genesis 24:27.
[3] Jozua 24:14 en 15.
[4] Professor H.J. Schilder in een preek over Jozua 24:15. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
Jozua stelt kiezend Gods volk voor de keuze op de overgang van verleden naar toekomst.
1. Hij stelt het volk voor de gerichte keuze;
2. hij stelt het volk voor de gemeenschapskeuze;
3. hij stelt het volk voor de geloofskeuze.
[5] Psalm 40:11.
[6] Openbaring 2:10.
[7] 1 Corinthiërs 11:19.
[8] 1 Corinthiërs 9:25.
[9] 1 Petrus 5:4.
[10] “Wij leven in een sociaal land” – portret van Dirk Malda uit Arnhem. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 maart 2019, p. 24.

8 juni 2018

Vreemdelingen tellen mee

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mensen van buitenlandse afkomst: daar zijn er in ons land heel veel van[1]. Wat zijn er in heden en verleden veel discussies geweest over asielzoekers!
Met name de Partij van de Vrijheid praat, als het maar even kan, over de islamisering van Nederland die gestopt moet worden.

Laten wij intussen niet net doen alsof vreemdelingen en vluchtelingen alleen maar in de eenentwintigste eeuw voorkomen.
Dat is namelijk niet waar.

Dat blijkt in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Jozua 8.
Ik citeer: “Heel Israël met zijn ​oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ​ark, vóór de Levitische ​priesters, die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te ​zegenen.
Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.
Er was niet één woord van alles wat ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas voor heel de ​gemeente​ van Israël, de vrouwen, de kleine ​kinderen​ en de vreemdelingen die in hun midden meetrokken[2].

Vreemdelingen horen dus ook over Gods liefde.
Zij horen welke regels er in Israël gelden. En zij kunnen in de praktijk ontdekken hoe heilzaam Gods wetten zijn.
In Israël telt iedereen mee.
In de kerk van het Oude Testament hebben vreemdelingen een volwaardige plaats.

In de kerk van het Nieuwe Testament is dat niet anders.
En ja, in de kerk van 2018 is die situatie heus niet plotsklaps gewijzigd.

Heel veel mensen in de wereld kijken wat argwanend naar vluchtelingen.
Wat moet je met die mensen?
Komen er niet teveel?
Wat moeten we aanvangen met de taalbarrières en met al die vreemde gewoontes?
En trouwens, behouden wij onze eigen identiteit wel?
Wat mij geldt in de kerk de regel van Efeziërs 4: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is”[3].
Jezus Christus brengt Zijn Evangelie aan alles en iedereen die het maar horen wil!

Nu ziet het bovenstaande er prachtig uit.

Maar het zou niet juist zijn om het tekstverband van Jozua 8 te negeren.

Want waar gaat het in Jozua 8 om?
Israël moet het beloofde land gaan veroveren. De kwestie is niet dat de volken die nu in het aan Israël beloofde land wonen moeten worden verjaagd.
Nee, er is iets anders aan de orde.
Dat is dit.
God heeft het volk uitgekozen om volk van de Here te zijn. De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat Hij door Zijn volk geëerd wordt. Hijzelf geeft Zijn volk een plaats om Hem te eren.
Daarom schuift Hij heidense volken aan de kant. Dat doet de Here Zelf. Er is namelijk maar één God in de wereld. En dat is Hij. Al die goden van de heidenen? Die zijn stuk voor stuk nep. Door mensen bedacht.
De hemelse God is de Enige die de macht heeft in de wereld!
Die verovering in Jozua 8 is in feite een strijd die de Here voert. Het betreft een gevecht dat de Here levert.

Jazeker, Hij rekent af met heidenvolken.
En waarom?
Omdat Hij het volk dat Hijzelf uitgekozen heeft genadig is!

Waarom is Hij zo genadig voor Israël?
Omdat dat zo’n braaf en keurig volk is? Nou nee. Wie de Bijbel nauwkeurig leest ziet wel: Israëlieten zijn geen haar beter dan andere wereldburgers. De Here was heel rechtvaardig geweest als Hij hen in hun zonden had laten zitten.
Maar dat deed Hij niet.
In de Dordtse Leerregels staat het zo: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[4].
We kunnen dus niet analyseren waarom God zo genadig is voor Israël.
We kunnen niet precies uitzoeken waarom onze God zoveel liefde heeft voor de kerk van toen en nu.
Maar feit is dat het zo is.
Laten we van die oneindige liefde genieten!

Het tekstverband in Jozua 8 vertelt ons dat de Here Zich niet tegen laat houden door allerlei heidens gedoe. Hij zet Zijn plannen door. De satan slaagt er niet in om de uitvoering van die plannen te vertragen. Als het gaat over Gods gang met de wereld moeten wij met twee woorden spreken:
* liefde: Vader zond Zijn Zoon om de wereld te redden
* ernst: het Evangelie heeft ook een oordeel in zich.
Vreemdelingen zijn bij Gereformeerde mensen zeer welkom. Maar dan horen ze, als het goed is, wél dat Gods blijde Boodschap twee kanten heeft.

Tegenwoordig wordt er naar je geluisterd als je een evenwichtig verhaal hebt.
Welnu, de kerk brengt een heel evenwichtig Evangelie. Een boodschap van liefde en van ernst.

En nu begrijpen we wel wat ons te doen staat. Laten we naar God toe gaan, en bij Hem blijven!
Om met Psalm 32 te spreken:
“Laat toch geen dwang voor u ooit nodig wezen,
wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Maar wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid”[5].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 8 juni 2009.
[2] Jozua 8:33, 34 en 35.
[3] Efeziërs 4:20 en 21.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[5] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.