gereformeerd leven in nederland

9 mei 2016

Vroom vooruitzicht?

In ‘De Wekker’ – orgaan van de Christelijke Gereformeerde Kerken – schrijft dominee P.L.D. Visser dat het goed zou zijn als er een nota “CGK 2034” kwam.

“Ds. Visser noemt zijn bijdrage een ‘vingeroefening’: ‘CGK 2034, met een knipoog naar 1834, het jaar van de Afscheiding’. Hij stemt in met de analyse in de PKN-nota dat de kerken zich in een overgangstijd bevinden, met als kenmerken een seculiere samenleving, individuele keuze, netwerksamenleving, digitale revolutie en globalisering.
Ds. Visser werpt de vraag op welke zaken voor de CGK van belang zijn richting het jaar 2034. Hij constateert dat mensen zich niet meer langdurig binden aan een instituut en de nadruk leggen op individuele keuzes. ‘Ik zie hier een spanning optreden: in de kerkelijke vergaderingen is het eigene van de CGK bepalend, terwijl dat eigene op het grondvlak weinig gewicht in de schaal legt’.
Ds. Visser pleit voor een CGK-nota die een richting wijst voor de kerken om Christus te volgen in deze eeuw. ‘Een richting die katholiek is, reformatorisch, missionair, trouw aan het verbond en met aandacht voor hedendaagse vormen van catechetische toerusting voor groot en klein’”[1].

Katholiek, dat betekent: algemeen, over heel de wereld.

Wat is de betekenis van het woord ‘reformatorisch’?
“Iemand formuleerde als centrale uitgangspunten voor de reformatorische wereld:
* “De mens is zondig en heeft verzoening nodig
* Verzoening krijg je door geloof in Jezus Christus
* Dit geloof is een gave van God, 100% genade
* De wereld is het gebied van satan: mijding”.
Maar dat woord ‘reformatorisch’ heeft ook iets vaags. Er zijn heel bevindelijke mensen, maar ook mensen die wat verder van die bevindelijkheid af staan. Het kerkbesef is bij reformatorischen vaak niet al te groot.
Reformatorisch: dat is feitelijk een containerbegrip. Het is een paraplu waar van alles onder staat[2].

Dat woord ‘missionair’ is een tijd lang heel erg in geweest.
Een protestantse theoloog zei eens: “In deze tijd van neergang is er voor gemeenten alle reden na te denken over wat het betekent getuige van Jezus te zijn. Kerken hebben de roeping wegen te vinden om het getuigenis te vernieuwen.
Daarom verbind ik het thema van kerksluiting ook uitdrukkelijk met de missionaire opdracht van de kerk. Je moet niet wachten tot het moment dat de laatste het licht uitdoet.
Al in een vroeg stadium, als de financiële middelen teruglopen en het potentieel aan leidinggevenden minder wordt, moet je als kerk nadenken over je toekomst. De opheffing van een kerk biedt missionaire kansen”.
Het getuigenis moet dus vernieuwd worden.
Het klinkt een beetje flauw, maar daar is weinig nieuws aan. Want in Ezechiël 18 kunnen wij lezen: “Werpt alle overtredingen die gij begaan hebt, van u weg, en vernieuwt uw hart en uw geest. Waarom toch zoudt gij sterven, huis Israëls?”[3].
Vernieuwing heeft alles te maken met bekering.
Moderne bewoordingen zijn natuurlijk toegestaan. Maar de kwestie is dat wij, om zo te zeggen, met ons gezicht naar God toe gaan staan. Ons leven moet aan Hem toegewijd wezen.
Wanneer zijn wij werkelijk missionair? Antwoord: als wij een heilig volk zijn[4]!

Dominee Visser spreekt over ‘trouw aan het verbond’.
Die uitdrukking brengt ons bij Jozua 24. Jozua zegt daar: “Welnu, vreest dan de Here en dient Hem oprecht en getrouw; doet weg de goden die uw vaderen gediend hebben aan de overzijde der Rivier en in Egypte, en dient de Here. Maar indien het kwaad is in uw ogen, de Here te dienen, kiest dan heden, wie gij dienen zult: òf de goden die uw vaderen aan de overzijde der Rivier gediend hebben, òf de goden der Amorieten, in wier land gij woont. Maar ik en mijn huis, wij zullen de Here dienen!”[5]. Jozua roept dus op tot een keuze. En hij doet in het openbaar geloofsbelijdenis. Dat is wat de Here van ons vraagt, ook vandaag.
Die uitdrukking brengt ons ook bij 1 Samuël 12. In dat hoofdstuk staan de woorden waarmee de richter en profeet Samuël afscheid neemt van het volk Israël: ” …De Here zal zijn volk niet verstoten, om der wille van zijn grote naam. De Here heeft immers verkozen u tot zijn volk te maken. Wat mij betreft, het zij verre van mij, dat ik tegen de Here zou zondigen door op te houden voor u te bidden; ik zal u de goede en rechte weg leren. Vreest slechts de Here en dient Hem trouw met uw ganse hart, want ziet, welke grote dingen Hij onder u gedaan heeft. Maar indien gij toch kwaad doet, zult gij zowel als uw koning weggevaagd worden”[6]. Samuël maakt duidelijk dat de Here trouw is. En ook dat het gebed een uitgelezen manier is om in nauw contact met God te blijven. Dan wordt de levensweg niet kronkelig, hoeveel hobbels er ook in de weg blijken te zitten. Het is belangrijk, zegt Samuël, om de historie te kennen; enige kennis van de kerkgeschiedenis is zeker geen luxe. En als u kwaad doet? Dan blijft er niets van u over! Wellicht denken wij dat het, anno Domini 2016, zo’n vaart niet lopen zal. Maar de Bijbel leert ons van alles over de antithese: de kloof tussen kerk en wereld. Het is dus zaak om attent te zijn.
Het gaat, kort samenvattend, om
* de keuze voor God, omdat Hij ons eerst uitverkoren heeft
* het openbaar belijden van Gods trouw
* het blijven bidden
* het doorzien van de kerkgeschiedenis
* ons permanente vertrouwen op de presentie en werkzaamheid van God.

Dat alles moet ook aan de jeugd worden doorgegeven. In de catechisatielessen. En tijdens verenigingsavonden.
En ja, dat mag gewoon in hedendaags Nederlands.

Tenslotte nog dit.
Dominee Visser knipoogt naar 1834. Dat vind ik heel goed.
Als de dominee en wij allen dan maar beseffen dat daarmee de tegenstellingen verscherpt worden.
Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte professor J. Kamphuis die naar aanleiding van de Acte van Afscheiding eens schreef over “een uiterst scherpe antithese (…), die van ‘waar’ òf ‘vals’. Die scherpe tegenstelling is typerend voor de Afscheiding van ’34! We hebben hier niet met een terloopse opmerking te maken. De hele Acte wordt er in feite door beheerst.
Voor velen, die overigens graag hun sympathie voor of ook hun geloofsverbondenheid met de broeders van de Afscheiding betuigen, ligt hier het struikelblok!”[7].

De vingeroefening van de Christelijke Gereformeerde dominee Visser is zeker interessant.
Maar eerlijk gezegd twijfel ik er aan of er in een nota over de CGK richting 2034 veel nieuws zal staan.
En àls er al nieuws in staat, ben ik benieuwd hoe antithetisch dat nieuws zal wezen.

Noten:
[1] “CGK hebben richtingwijzer tot 2034 nodig”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 29 april 2016, p. 1.
[2] Zie mijn artikel ‘Evangelisch-reformatorisch’; hier gepubliceerd op woensdag 27 juni 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/06/27/evangelisch-reformatorisch/ .
[3] Ezechiël 18:31.
[4] Zie mijn artikel ‘Bekering of missionaire bombarie?’; hier gepubliceerd op donderdag 22 september 2011. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2011/09/22/bekering-of-missionaire-bombarie/ .
[5] Jozua 24:14 en 15.
[6] 1 Samuël 12:22-25.
[7] D. Deddens en J. Kamphuis (red.), “Afscheiding-Wederkeer; Opstellen over de Afscheiding van 1834”. – Haarlem: Vijlbrief, 1984. – derde druk. – p. 96. De cursiveringen zijn van professor Kamphuis zelf.

27 maart 2013

Katholieke kerk

Afgelopen zaterdag, 23 maart, koesterden Gereformeerd-vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden een gezamenlijke droom. Zij droomden over de toekomst. Dat deden zij op een congres te Zwolle dat door twee kerkbladen georganiseerd was: De Reformatie en Opbouw.

Op dat congres voerde professor B. Kamphuis het woord.
Uit het Nederlands Dagblad van dinsdag 26 maart citeer ik: “De blik vooruit werd misschien wel het meest belichaamd door de Kamper hoogleraar dogmatiek Barend Kamphuis. Hij hield een inleiding over de katholiciteit van de kerk, en legde nadruk op de ruimte die dat biedt, zij het met inachtneming van grenzen en vanuit het fundamentele uitgangspunt dat Christus, en die gekruisigd, in het centrum staat. In 1994 had dezelfde Kamphuis, bekende hij in een workshop aan enkele tientallen aanwezigen, in een toespraak op de Schooldag van zijn universiteit ook stilgestaan bij het katholieke karakter van de kerk. Het begrip ruimte kwam er toen niet in voor. Het ging vooral over de grenzen. Hoe is dat mogelijk, vroeg hij zich zaterdag af”[1].

Dat waren prachtige woorden.
Bij de katholiciteit die Kamphuis voorstaat, heb ik echter wel wat vragen[2].
De hoogleraar is namelijk de man die bij de Nationale Synode het idee van de Katholiciteits Effect Rapportage introduceerde.
We moeten, zei Kamphuis indertijd, niet net doen alsof de kerk van ingewijden is. Wat bij elkaar hóórt, moet bij elkaar kómen.
In dat verband is het opmerkelijk dat Kamphuis bij de Nationale Synode met de KER op de proppen kwam. Want daar zitten Christelijke Gereformeerde Kerken, Pinkster- en Evangeliegemeenten, de Protestantse Kerk, Remonstrantse gemeenten, Evangelisch-Lutherse gemeenten, de Gereformeerde Gemeenten, en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) bij elkaar. Die kerken vormen op dit moment geen eenheid. En dat zal vooreerst heus niet gaan veranderen.
Daarom is mijn eerste vraag: hoever gáát de eenheid van Kamphuis eigenlijk?
Mijn tweede vraag is direct daaraan verbonden. Die luidt: hoeveel compromissen wil Kamphuis eigenlijk sluiten om die zo vurig verlangde eenheid te bewerkstelligen?
En mijn derde vraag luidt: wordt Gods Woord hélemaal gehonoreerd als er liters water bij de wijn worden gevoegd?
De vierde vraag ligt eigenlijk wel voor de hand: wat is de smaak, de stijl, van die compromissenkerk?

Gereformeerde mensen belijden één katholieke kerk. “Zij is”, zo leert ons de Nederlandse Geloofsbelijdenis, “een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest”[3].
Katholiek, dat betekent: algemeen, over heel de wereld.
Maar in de formulering van de belijdenis zit, als ik het goed zie, ook een begrenzing. In de kerk zitten alléén maar mensen die al hun heil van Christus verwachten. Zelf kunnen zij helemaal niets aan hun redding bijdragen. Zij hoeven niet aan allerlei voorwaarden te voldoen om voor de hemel in aanmerking te komen. Zij geven heel hun leven in de handen van Jezus Christus. En zij zeggen: wij willen graag Uw instrumentarium zijn.
In het voorbijgaan wijs ik er op dat professor Kamphuis afgelopen zaterdag terugdacht aan 1994. Toen sprak hij ook over de katholiciteit der kerk. Maar toen ging het niet over ruimte. Zou het kunnen zijn dat de Kamper hoogleraar twintig jaar geleden nog op die grens gewezen heeft? Ik vraag het maar.

Hoe kan men zien dat de kerk katholiek is?
In de kerk wordt de Schrift zorgvuldig gelezen en geëxegetiseerd.
In de kerk wordt de Schrift in het leven van alle leden consequent toegepast. Als een kerklid een scheve schaats rijdt wordt hij of zij daar op aangesproken.
In die kerk zijn de fungerende geloofsbelijdenissen van de eerste tot de laatste letter geldig. Er wordt niets doorgestreept of uitgegumd.
In die kerk worden de sacramenten die de Here heeft ingesteld, onderhouden. De doop wordt bediend. Het Heilig Avondmaal wordt gevierd.
In die kerk geeft de Here ambtsdragers die de gemeente leiden, zodat de gemeente beschermd wordt tegen het heerszuchtig optreden van enkelingen[4].
Persoonlijk vraag ik mij af of professor Kamphuis dat allemaal meeweegt als hij over de katholieke kerk spreekt. Ik heb mijn twijfels. Wordt de katholieke kerk binnenkort omgebouwd tot een magnifiek hotel, alwaar beschaafde types van allerlei pluimage prachtige suites bewonen?

De Christelijke Gereformeerde dr. M.J. Kater schreef vorig jaar over katholiciteit het volgende.
“Letterlijk betekent katholiek verspreid over de hele aarde of het geheel omvattend. Het gaat dus over de wereldwijde kerk van Christus en dan niet alleen in het heden, maar omvattend verleden, heden en toekomst. (…)
De Zoon van God vergadert Zich een gemeente uit het ganse menselijke geslacht. Men zou dit het kwantitatieve aspect kunnen noemen. Er is sprake van onderlinge verbondenheid ‘met allen die de Naam van onze Heere Jezus Christus aanroepen in alle plaats’ (1 Corinthiërs 1:2).
Er is ook een kwalitatief aspect: het gaat om de volheid van Christus. Dan valt te denken aan wat Paulus schrijft: ‘Opdat gij ten volle zou kunnen begrijpen met al de heiligen, welke de breedte en lengte en diepte en hoogte zij en bekennen de liefde van Christus die de kennis te boven gaat, opdat gij vervuld wordt tot al de volheid Gods’ (Efeziërs 3:14-21).
De vraag is of de waardevermindering van het kerkverband niet te maken heeft met een beperkte, om niet te zeggen fletse, goedkope opvatting van deze liefde. Het eigen kerkverband is een eerste oefening in het beleven van de katholiciteit van de kerk. Wat is er aan de hand wanneer een classisvergadering niets meer heeft van deze katholiciteit? Als we elkaar kwijt zijn, wat zijn we dan kwijt? Of moet ik dan toch vragen: Wie zijn we dan kwijt?”[5].
Wie de term ‘katholieke kerk’ in de mond neemt, spreekt over:
* allen die, overal ter wereld, de naam van Jezus Christus belijden
* de kerk die steeds meer door Christus wordt béheerst en óverheerst: alles in allen.
De kerk is niet de plaats waarvan u kunt zeggen: hier woont Christus, en ik woon hier ook; maar ik ben pas gelukkig als ik voel dat Christus hier woont.
De kerk is niet de plaats waarvan u kunt zeggen: hier en daar hangt nog het parfum van Christus, maar nu hebben wij er onze meubels neergezet.
De kerk is al helemaal niet de plaats waarvan u kunt zeggen: daar hééft Christus ooit gewoond.
De kerk is de gemeente van Efeziërs 5. U weet wel: de gemeente die door de kracht van Christus wordt getransformeerd. De kerk wordt “stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zó dat zij heilig is en onbesmet”[6].
Eerlijk gezegd vraag ik mij af: realiseert professor Kamphuis zich hoe náuw het steekt, in de kerk?

Volgens het Reformatorisch Dagblad zei professor Kamphuis tijdens dat congres over de kerk ook: “Ze is katholiek of ze is niet. Opkomen voor de katholiciteit van de kerk betekent niet dat je zomaar alles goed vindt. Je trekt een grens: wat niet katholiek is, valt er buiten. Dat vraagt geloofskeuzes”[7].
Dat is een prachtige stelling.
Maar ik ben wel benieuwd naar de exacte úitwerking die Kamphuis aan die woorden geeft.

Noten:
[1]
Zie “Dromen over meer ruimte in de kerk”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 26 maart 2013, p. 2.
[2] In deze alinea maak ik gebruik van https://bderoos.wordpress.com/2012/08/22/ker-of-kerk/ .
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[4] Zie het formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. In: Gereformeerd Kerkboek (1986), p. 551.
[5] Dr. M.J. Kater, “Er is maar één kerk, omdat er maar één Hoofd is”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, maandag 2 april 2012, p. 6 en 7. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013c15dd0416dd2efe0b0f99/er-is-maar-een-kerk-omdat-er-maar-een-hoofd-is/8 .
[6] Efeziërs 5:27.
[7] “Kerk is katholiek of ze is niet”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 25 maart 2013, p. 2.

22 augustus 2012

KER of kerk?

Er is iets nieuws in kerkelijk Nederland. Die nieuwigheid is door allerlei bestudeerde mensen benoemd met een nogal ingewikkelde term. Gewone kerkleden die niet erg talig aangelegd zijn, worden er gegarandeerd op staande voet narrig van.
Let u op?
Daar gaan we.
Katholiciteits Effect Rapportage.
U  mag het ook afkorten tot KER. Dat is een stuk makkelijker.
Voor wie thuis is in de milieuwetgeving klinkt de term wellicht bekend. Hij lijkt nogal op MER: de Milieu Effect Rapportage. Dat is het in beeld brengen van de gevolgen van een bepaald besluit, voordat die beslissing genomen wordt.

Nu is er dus de KER.
Dat is een uitvinding van de Nationale Synode.
In het Nederlands Dagblad staat het doel van de KER als volgt omschreven. “De Nationale Synode roept de kerken op voortaan te bekijken of hun besluiten eenheid in de weg staan. Deze zogenoemde Katholiciteits Effect Rapportage (KER) is bedoeld om ‘barrières tussen kerken en geloofsgemeenschappen te voorkomen’”[1].
Het is een idee van professor dr. B. Kamphuis. Kamphuis is, zoals bekend, hoogleraar systematische theologie aan de Theologische Universiteit van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). Dat idee bestond al een jaar of twee; maar het is nu opnieuw gelanceerd.

Kamphuis schrijft onder meer: “Er zijn vele beslissingen binnen de kerk die de katholiciteit ervan raken. De kerk is katholiek omdat alle gelovigen van alle plaatsen en alle tijden erin thuishoren, omdat haar boodschap heel de wereld raakt, en omdat zij in het evangelie van Jezus Christus de volheid van Gods openbaring mag bezitten. Maar kerkelijke beslissingen kunnen heel makkelijk scheidslijnen opwerpen tussen gelovigen, de volheid van Gods openbaring beperken en van het evangelie uitsluitend een boodschap voor ingewijden maken. Dan is de kerk op dat punt niet mee katholiek maar sektarisch: zij vervuilt de katholiciteit”[2].
Kamphuis eindigt met de constatering: de kerk is niet van ingewijden!
De kerk is niet voor mensen die van zichzelf een speciale status hebben. Daar heeft Kamphuis gelijk in. Zegt u nou zelf.

Paulus roept Gods kinderen, en dus ook ons, op om ons “te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes: één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping, één Here, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen”[3].

Eenheid is dus belangrijk[4].
Wat bij elkaar hóórt, moet ook bij elkaar kómen.
Dat is ook in de tijd van de eerste christenen een onderwerp dat er toe doet. Het Woord van God wordt aan de heidenen verkondigd. De traditionele scheidslijn tussen Joden en heidenen verdwijnt. Dat is voor heel veel mensen in die tijd een geweldige – en ook wel moeizame! – omschakeling.
U moet – schrijft Paulus – uw best doen om “met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen”[5].
Dat zegt hij tegen mensen die elkaar heel regelmatig tegenkomen. Dat zegt hij tegen mensen die, bij wijze van spreken, dagelijks met elkaar omgaan.
Die eenheid brengt soms moeilijkheden met zich mee. Maar die eenheid is er wel.
Eenheid is dus niet iets vaags. Eenheid heeft niet zoveel te maken met spiritualiteit. Eenheid is niet iets dat cirkelt rond de oecumene van het hart.

Deze constatering brengt mij bij een centrale vraag in verband met de KER.
Is die rapportage bedoeld om echte eenheid te scheppen?
Wat dit betreft biedt de samenstelling van de Stuurgroep Nationale Synode wel wat duidelijkheid.
Daarin zien we de navolgende kerken en groeperingen terug.
De Christelijke Gereformeerde Kerken. De Pinkster- en Evangeliegemeenten. De Protestantse Kerk. Remonstrantse gemeenten. De Evangelisch-Lutherse gemeenten. De Gereformeerde Gemeenten. En de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).
Die kerken vormen geen eenheid. En dat zullen ze ook niet worden. Er wordt niet aan eenheid gedacht. En er wordt niet aan eenheid gewerkt.
Die rapportage is dus niet bedoeld om echte eenheid te creëren. Maar wat is het nut van dat rapporteren dan?
Men kan de volgende redenering op zetten. ‘Er gaan enkele generaties overheen, maar alle kerken komen ergens in de toekomst bij elkaar. Dat verwachten wij. En dat bevorderen wij. De rapportage is het begin’.
Dat beginpunt is verkeerd.
Want men gaat, voor zover ik kan zien, uit van de menselijke wil tot eenheid. Gods Woord moet het uitgangspunt zijn.
Uit de berichtgeving omtrent de KER proef ik een sfeer waarin menselijke organisatiekracht de boventoon voert. Kort door de bocht: ‘als wij nu alvast wat slimme regelingen treffen, dan kan God te Zijner tijd de kerken bij elkaar voegen’.
Zo wordt de kerk niet erkend als werk van God.

We kunnen eenvoudig zeggen: ‘De Here nodigt ons uit om bij Hem te komen. Als we dat doen komt alles goed’.
Zo’n gedachte gaat voorbij aan het feit dat God éérst aan het werk gaat.
De Heer van de hemel heeft mensen uitgekozen om Zijn kinderen te zijn. Aan hen heeft Hij Zich geopenbaard. Men leert God de Vader pas echt kennen als Hij zich geopenbaard heeft. Men ontmoet de Zoon pas écht als Hij Zich geopenbaard heeft.
De uitnodiging om bij Jezus te komen staat rechtstreeks in verband met Gods openbaring.
Leest u maar even mee in Mattheüs 11: “Te dien tijde hief Jezus aan en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. Alle dingen zijn Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon en wie de Zoon het wil openbaren. Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht”[6].
Kerk-zijn heeft eerst en vooral te maken met Gods keuze. In de kerk noemen we dat: de uitverkiezing.
In de KER vind ik daar maar weinig van terug. Er is, naar mijn smaak, wel érg veel fantasie voor nodig om Gods uitverkiezing in een menselijke rapportage te vervatten.

De kerk is katholiek.
Katholiek: wat is dat eigenlijk? Het woord betekent: algemeen. Zo staat het ook in de Apostolische Geloofsbelijdenis: “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk”. Voor zover ik weet heeft de oorspronkelijke Latijnse tekst het over ‘catholicos’. Dat woord is afkomstig van het Griekse ‘kath holon’: betreffende het geheel.
Ignatius, bisschop van Antiochië en een leerling van Johannes, schrijft zo rond 115 na Christus in een brief aan de gemeente van Smyrna: “Als de bisschop verschijnt, moet de hele gemeente aanwezig zijn, net zoals waar Jezus Christus is, de algemene (grieks: katholieke) kerk is”. Ignatius gebruikt het woord dus eigenlijk in geografische zin.
Gaandeweg krijgt het woord ‘katholiek’ echter een veel bredere inhoud.
Cyrillus van Jeruzalem, die in het jaar 348 tot bisschop wordt aangesteld, noteert in zijn achttiende catechese: “De kerk wordt katholiek genoemd , omdat zij over de gehele wereld bestaat van het ene einde der aarde tot het andere; en omdat zij totaal en compleet alle leringen onderwijst die ter kennis van de mensen moeten komen […] en omdat zij gehele menselijk geslacht, regeerders en geregeerden, geleerden en eenvoudigen, aan de ware Godsverering onderwerpt; en omdat zij alle soorten van zonden […] tezamen (letterlijk: op katholieke wijze) heelt en geneest, en in zichzelf alle soorten bezit van wat men deugd noemt, in werken en woorden en allerlei geestelijke gaven”[7].
De kerk bestaat over de hele wereld.
De kerk leert alles waardoor God de mensen behouden wil.
De kerk leert iedere wereldburger wat ware Godsverering is.
De kerk krijgt door Gods Geest antwoord op de vraag wat echt goed is, en wat geestelijke gaven zijn.
Samenvattend: in de kerk is eenheid in waarheid praktijk.
Lettend op die oude kerkgeschiedenis stel ik vast: de katholiciteit van de Nationale Synode is een enigszins merkwaardige imitatie van de katholieke kerk.

Voor iedereen die nog even wil oefenen zet ik hier nog één keer die moeilijke term neer: Katholiciteits Effect Rapportage.
Die rapportage mogen wij, begrijp ik, afkorten tot KER. Zou het toeval zijn dat de laatste k van kerk ontbreekt?

Noten:
[1] Zie “Kerkbesluiten toetsen op eenheid”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 21 augustus 2012, p. 2. En ook: “Nationale Synode wil eenheidsbesef stimuleren”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 20 augustus 2012, p. 2. Verder: “Laat kerken elkaars besluiten toetsen”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 21 augustus 2012, p. 2.
[2] Zie http://www.nationalesynode.nl/
[3] Efeziërs 4:3-6.
[4] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://www.woordenwereld.nl/Nader_Bekeken/Artikelen/PDF/Jaargang%2012%20nr%2005%20(mei%202005)/Thema%20-%20De%20eenheid%20van%20de%20Geest%20(J.W.%20van%20der%20Jagt).pdf . Ik dank mijn vader, H.P. de Roos te Haren, die mij aan het bestaan van dit artikel herinnerde.
[5] Efeziërs 4:2.
[6] Mattheüs 11:25-30.
[7] Zie http://strengholt.blogspot.nl/2008/05/wat-is-de-van-de-kerk.html.

Blog op WordPress.com.