gereformeerd leven in nederland

21 juni 2022

Een wonder in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Eenheid in de kerk? Het is lang niet altijd makkelijk om die te behouden.
Maar eigenlijk is dat geen wonder.
Jesaja zegt in hoofdstuk 65: “Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen, Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten. Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik”.
Het wordt duidelijk – wij hebben steeds weer een nieuwe aanmoediging nodig. Anders wandelen wij plompverloren achter onze eigen gedachten aan. Als ’t een beetje wil doen wij dat zelfs blijmoedig en met nauw verholen enthousiasme. Wij hebben zo onze gedachten over vrouwen in het ambt. En over gender. En over het huwelijk. En over het Heilig Avondmaal. En over nog veel meer.
Paulus haalt Jesaja aan in Romeinen 10: “En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk”.
Dat klinkt niet best. Mensen zijn van zichzelf niet zelden egoïstisch en eigenzinnig. Geloven in Jezus Christus? Dat doen wij nooit uit onszelf[1].

De Verbondsgod grijpt te Zijner tijd in: dus op het moment dat Hij de tijd rijp acht.
Hoe komt die ingreep precies tot stand? Er is niemand die dat precies zeggen kan. Maar feit is dat onze God ten diepste altijd genadig en lankmoedig is. Er komt een moment dat Zijn kinderen gaan bidden. Er komt een moment dat Gods kinderen enkel en alleen op God gaan vertrouwen. Dan zien wij in Jeremia 29 gebeuren: “Want zo zegt de Heere: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats. Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de Heere”.
Het gaat in ons leven lang niet altijd volgens het plan dat wij ontworpen hebben.
Soms laat God ons wachten.
In een dergelijke situatie moeten wij niet onmiddellijk gaan protesteren. Nee, wij moeten geduld oefenen. Dat vinden wij vaak moeilijk. Wij hebben niet zelden de neiging om mopperend en scheldend weg te lopen. En misschien denken wij stilletjes wel dat het een beetje onrechtvaardig is dat God niet doet wat wij zeggen…[2].

Als we het bovenstaande overzien is het een wonder dat er nog zoveel werk in de kerk gebeurt. Het is een wonder dat er nog mensen zijn die zich bij de kerk aansluiten. Het is een wonder dat er jongeren zijn die openbare geloofsbelijdenis willen doen. Het is een wonder dat Gereformeerden, wat er ook gebeurt, eenheid zoeken met broeders en zusters.

En er is voor dat laatste, dat zoeken van eenheid, alle reden. Want de God van het verbond heeft Zijn werkterrein in heel de wereld. Denkt u maar aan Mattheüs 28: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Overal ter wereld zoekt Hij mensen op die Hem niet kennen. Overal ter wereld komen mensen op Zijn naam te staan, terwijl zij voorheen nooit van Hem gehoord hadden.

Gods kinderen blijven, als zij eenmaal gevonden zijn, de God van het verbond ook zelf zoeken. En daarbij mogen zij elkaar nooit in de weg staan. David vraagt in Psalm 69 aan de Here: wilt U er voor zorgen dat ik nooit een obstakel voor andere mensen wordt op de weg naar U? Leest u maar mee:
“Laat door mij niet beschaamd worden
wie U verwachten, Heere, Heere van de legermachten;
laat door mij niet te schande worden
wie U zoeken, o God van Israël”.
Laten wij dat ook maar aan onze God vragen. Laten wij maar bidden dat wij bij de voortduur in staat blijven om onze broeders en zusters vriendelijk en vrolijk te bejegenen[3].

Het mag duidelijk zijn: wij kunnen vaak mopperen op de kerk, en op de Laodicea-mentaliteit. Laten wij echter maar blij wezen dat er nog zoveel gebeurt, en dat de Here nog zoveel mogelijkheden geeft!

Wat blijft er nu nog over?
Laten wij maar gaan bidden en zingen.
Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 105:
“Zingt, zingt de Heer uw vreugdezangen
laat onze God uw lof ontvangen
Beroemt u in zijn heil’ge naam
Laat wie Hem zoeken nu tezaam
hun hart verheffen tot zijn eer
en zich verblijden in de Heer”[4].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Jesaja 65:1 en Romeinen 10:20.
[2] In deze alinea citeer ik Jeremia 29:10-14 a.
[3] In deze alinea citeer ik Psalm 69:7.
[4] Psalm 105:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Een bewerking van dit artikel zal het voorwoord (‘Allereerst’) zijn in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-07 (juli 2022).

17 juni 2022

Jezus Christus eren is genoeg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Deze wereld wordt gaandeweg onpersoonlijker. Wie bankzaken wil regelen, doet dat online. Wie een vergadering wil organiseren kan dat het snelste per computer doen. Een afspraak met de fysiotherapeut of de kapper? – doe dat maar online… Facebook en Whatsapp hebben massa’s gebruikers. Dat is efficiënt. En ’t is vooral lekker snel.
Maar juist omdat alles zo snel gaat, verwachten wij ook veel van elkaar. Wie dingen snel kan doen, kan immers ook meer doen op een dag. Daarbij geldt: wie alleen werkt hoeft met niemand te overleggen; dan gaat het vaak nog sneller.

In de kerk is ‘samen’ daarentegen een kernwoord.
In 1 Corinthiërs 12 staat het onomwonden: “Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen. Zijn zij soms allen apostelen? Zijn zij soms allen profeten? Zijn zij soms allen leraars? Zijn zij soms allen krachten? Hebben zij soms allen genadegaven van genezingen? Spreken zij soms allen in talen? Zijn zij soms allen uitleggers?”[1]

Als het goed is vullen wij elkaar in de kerk aan. Wij geven elkaar stimulansen. Wij vuren elkaar aan. Wij zetten elkaar aan tot actie. In die zin zijn wij op elkaar aangewezen.
Het is echter die gezamenlijkheid die vandaag de dag onder druk staat.
Ja, juist in de kerk.
Hoe zit dat?
In de wereld om ons heen regelt men veelal dingen op z’n eigen manier. Men doet, zogezegd, zo weinig mogelijk samen. In de kerk behoort dat anders te gaan. En dat gáát ook zo. In de kerk komen we elkaar vaak tegen. Wij zien verschillen in elkaars werkwijze. Maar laten wij eerlijk zijn: bij tijd en wijle vinden wij die verscheidenheid best irritant. En omdat wij tegenwoordig reuze mondig zijn, houden wij onze mond daar vaak niet over dicht. Zo komt het dat er zomaar groepjes van gelijkgezinden ontstaan. En wij weten allen hoe dat gaat: voordat we ’t weten staat de ene groep tegenover de andere. Dan valt die gezamenlijkheid eigenlijk wel behoorlijk tegen…

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Zeker in deze tijd is het goed om eerst te beseffen Wie ons in de kerk heeft gebracht. Wij moeten ons vervolgens realiseren wat wij zijn. Samen zijn wij het lichaam van Christus. Hij neemt ons mee door de wereld. Hij is ons Hoofd. Bijna als vanzelf doen wij wat Hij zegt. Wij kennen allen Christus’ kernachtige woord uit Mattheüs 22: “U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten”. Daarom vragen wij ons steeds weer af: wat heeft de heilige God ons geleerd? En een voortdurend weerkerende vraag is: wat vraagt Hij in de huidige omstandigheden van Zijn kinderen die in de kerk verenigd zijn?[2]

Er zijn momenten dat wij in de kerk vol zijn van onszelf. Wij weten wat Gereformeerd is. Wij weten hoe het moet in de kerk. Wij weten wat er fout gaat in de kerk. Wij
Daar zit precies het probleem. Het gaat namelijk niet in de eerste plaats om ons.
Laten wij elkaar, nu het hierom gaat, wijzen op Efeziërs 1: “En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult”. Het Hoofd van de kerk is Degene aan wie aan alle autoriten en machten onderworpen zijn. De leiding, samenhang en de eenheid van de kerk vinden wij in Christus.
Wij maken ons druk over allerlei uiterlijkheden. Wij praten urenlang over verschillen in aanpak. De kernvraag moet echter altijd worden beantwoord: wordt Jezus Christus, het Hoofd van de kerk, in onze manier van doen geëerd?[3]

Als dat de norm is, hoeft niet alles supersnel en flitsend.
Als dat de norm is hebben wij ook ruimte om aandacht voor elkaar te hebben.
Professor dr. J.P. Versteeg (1938-1987), indertijd hoogleraar Nieuwe Testament aan de Christelijke-Gereformeerde Theologische Universiteit te Apeldoorn, schreef eens: “Wanneer het om elkaar gaat, gaat het tegelijk om ieder persoonlijk. Waar het eigene verkeerd wordt getaxeerd, wordt de weg tot elkaar geblokkeerd. Dat kan op twee manieren gebeuren: door het onderschatten van het eigene en door het overschatten van het eigene. Door het onderschatten van het eigene wordt de weg tot elkaar geblokkeerd, omdat wij er niet willen zijn voor de anderen. Het overschatten van het eigene leidt tot hetzelfde resultaat, omdat wij de anderen er niet willen laten zijn voor ons. In het eerste geval zijn de anderen maatstaf voor ons. In het tweede geval zijn wij maatstaf voor de anderen. In beide gevallen verliezen we elkaar uit het oog”.
Het komt aan op fijngevoeligheid.
* Hoe kunnen we anderen helpen? En wanneer kunnen we ons beter even terugtrekken?
* In hoeverre zijn wij bereid om ons te laten helpen?
Terecht schrijft professor Versteeg ergens anders: “De Bijbelse boodschap haalt nooit een streep door onze persoon, maar zet altijd een streep onder onder onze persoon”[4].

In de kerk lijken wij heel vaak last te hebben van een vorm van groepsdenken.
Wat is dat?
“Groepsdenken is een psychosociaal fenomeen, waarbij een groep van op zich zeer bekwame personen zodanig wordt beïnvloed door groepsprocessen, dat de kwaliteit van groepsbesluiten vermindert. Het ontstaat als groepsleden primair letten op het behoud van overeenstemming en eensgezindheid bij een beslissingsproces in plaats van een kritische overweging van de feiten”.
Wat betekent dat in de kerk? Dat kunnen wij in vijf punten samenvatten
1.
God en Zijn Woord zijn heel belangrijk.
2.
Het leven naar de norm van Zijn Woord is ook van het hoogste belang.
3.
Vanwege de zonde bewaken wij dat angstvallig. Wij controleren elkaar. Wij houden voortdurend verscherpt toezicht.
4.
Daar zijn wij uiterst strikt in. En nauwkeurig. En toegewijd.
5.
Maar dat heeft tot gevolg dat onze fijngevoeligheid wat naar de achtergrond wordt gedrukt. Ons gevoel voor elkaar komt weinig meer aan bod. Onze sensitiviteit maakt plaats voor korzeligheid en prikkelbaarheid[5].

Laten wij een paar woorden uit 1 Corinthiërs 12 nog eens lezen: “Samen bent u namelijk het lichaam van Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden. God nu heeft sommigen in de gemeente een plaats gegeven: ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, vervolgens krachten, daarna genadegaven van genezingen, vormen van hulpverlening, bestuurlijke gaven, allerlei talen”.
Wij zijn ieder afzonderlijk Zijn leden.
Sommigen zijn apostelen. Sommigen zijn leraars.
Wij hoeven dus niet alles tegelijk te kunnen.
Een zekere ontspanning is in de kerk op z’n plaats.
Weet u wat één hoofdstuk verderop staat, in 1 Corinthiërs 13 dus? Dit: “De liefde is geduldig, zij is vriendelijk, de liefde is niet jaloers, de liefde pronkt niet, zij doet niet gewichtig”.
Weg dus met grote ego’s.
Jezus Christus eren is genoeg[6].

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 12:27-30.
[2] In deze alinea citeer ik Mattheüs 22:37 b-40.
[3] In deze alinea citeer ik Efeziërs 1:22,23.
[4] Het eerste citaat van professor Versteeg komt uit: “Gemeente-zijn = er zijn voor elkaar”. In: Ambtelijk Contact, donderdag 1 september 1983, p. 213-215. Het tweede citaat komt uit: “Neem er de tijd voor – Korte meditaties”. – Kampen: J.H. Kok, z.j. [1989]. – p. 37. Geciteerd via: De Wekker, maandag 19 november 2007, p. 175.
[5] Het citaat met betrekking tot groepsdenken komt van https://nl.wikipedia.org/wiki/Groepsdenken ; geraadpleegd op zaterdag 11 juni 2022.
[6] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Corinthiërs 12:27 en 28 a, 1 Corinthiërs 13:4.

16 juni 2022

De kerk blijft overeind

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Psalm 29 is een boodschap aan de wereld. En met name wel aan de machtigen der aarde. De mensen die het in deze wereld voor het zeggen hebben worden, vóórdat zij de samenleving gaan beschouwen en regeren, naar de kerk geleid. Leest u maar mee:
“Geef de Heere, machtige heersers,
geef de Heere eer en macht.
Geef de Heere de eer van Zijn Naam,
buig u voor de Heere neer in Zijn heerlijke heiligdom”.
Wie met  het oog op de toekomst leiding geven wil moet in de kerk beginnen. Wie daar zijn start maakt, weet zeker dat alles goed komt. Wil dat zeggen dat alles gaat op de manier die wij ons voorstellen? Zeker niet. Maar we weten wel dat Hij de Almachtige is, en dat onze overlevingskans 100 procent wezen zal![1].

Onze God is de Koning van de kosmos. Wij zien dat in de natuur. Het klimaat verandert. Iemand schrijft: “Toenemende hittegolven, droogtes en overstromingen raken mens, dier en plant nu al. En dat zal alleen maar toenemen als de opwarming doorzet. De gemiddelde wereldwijde opwarming sinds 1850 is nu 1,1 graad, stijgt rond 2030 waarschijnlijk naar 1,5 graad en komt mogelijk uit op zo’n 3 graden. Ongeveer 3,3 tot 3,6 miljard mensen leven in een regio die zeer gevoelig is voor klimaatverandering. Het rapport identificeert 127 belangrijke risico’s van klimaatverandering die op middellange (na 2040) en lange termijn (na 2080) meer dan verdubbelen”.
Een wetenschapper stelt: “Het wetenschappelijk bewijs is ondubbelzinnig: klimaatverandering is een bedreiging voor het menselijk welzijn en de gezondheid van de planeet”. Het wordt, zo stelt men, tijd voor gezamenlijke en wereldwijde actie. Laten wij, zo zegt men overijverig, een leefbare toekomst veiligstellen!
Nu is het niet voor niets dat Gereformeerden al jaren spreken over rentmeesterschap. En op de cultuuropdracht: de ontplooiing van de schepping in Gods dienst. Verantwoord beheer is niet altijd: meer, meer, meer… Verantwoord omgaan met Gods maaksel wil heel vaak zeggen dat we onze consumptie moeten beperken.
Maar er is geen reden tot paniek[2].

Want in Psalm 29 noteert de schrijver van dit kerklied verder:
“De stem van de Heere klinkt over de wateren,
de God der ere dondert;
de Heere is op de grote wateren.
De stem van de Heere is vol kracht,
de stem van de Heere is vol glorie.
De stem van de Heere breekt de ceders,
ja, de Heere verbreekt de ceders van de Libanon.
Hij doet de Libanon huppelen als een kalf
en de Sirjon als een jonge, wilde os.
De stem van de Heere hakt vurige vlammen uit de wolken.
De stem van de Heere doet de woestijn beven,
de Heere doet de woestijn Kades beven.
De stem van de Heere doet de hinden jongen werpen
en ontschorst de wouden”.
De natuur, en al wat daarin en daarop is, is geen mechanisme dat uit zichzelf voortrolt. Reeds in de jaren ’70 van de vorige eeuw schreef iemand: “Bedenkend dat Gods eer ons voornaamste oogmerk moest zijn, blijft het daarnaast onze plicht te wijzen op de hand Gods in de natuur. Juist in onze tijd, nu men de natuur autonoom acht, los van een hogere Macht, is dit zo belangrijk. Laten we in verwondering stilstaan bij de wijsheid die uitblinkt in de schoonheid van vorm en kleur, in plan- en doelmatigheid van al het geschapene, in de onderlinge samenhang en afhankelijkheid der schepselen”. De natuur is voor velen een zelfstandige en onafhankelijke grootheid. Welnu, daartegenover behoren Gereformeerden te belijden dat God, om zo te zeggen, de hemelse Hovenier en Faunabeheerder is. Hij heeft alles in de hand![3]

De dichter van Psalm 29 gaat na Zijn wandeling in de natuur terug naar de kerk. Maar hij houdt wel zicht op de geuren en de kleuren buiten de deur. Want:
“…in Zijn tempel zegt eenieder: Hem zij de eer!
De Heere troont boven de watervloed,
ja, de Heere troont als Koning voor eeuwig.
De Heere zal Zijn volk kracht geven,
de Heere zal Zijn volk zegenen met vrede”.
Te midden van een natuur die het leven voor mensen soms heel moeilijk maakt, moet de kerk blijven beseffen dat de Here in de kerk vrede geeft. Na het natuurgeweld in de vorige verzen van Psalm 29 treedt nu de rust in. De kerk ontvangt vrede. Gods volk mag delen in Zijn kracht. Dat motief komen wij ook tegen in Psalm 68:
“O God, U bent ontzagwekkend vanuit Uw heiligdommen;
de God van Israël, Hij geeft het volk kracht en sterkte.
Geloofd zij God!”
En ook in Psalm 89:
“Want U bent het sieraad van hun kracht;
door Uw welbehagen zal onze hoorn opgeheven worden”.
Psalm 29 is een boodschap aan de machtigen der aarde. En verder aan ieder die het horen wil. Die boodschap luidt: de kerk blijft te midden van bedreigingen vanuit natuur en cultuur, overeind. Want Gods verzamelde volk kan rekenen op Zijn eeuwige kracht![4]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Psalm 29:1,2.
[2] In deze alinea citeer ik uit: Michiel Kerpel, “Klimaatontwrichting beïnvloedt leven van miljarden mensen”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 28 februari 2022, p. 11.
[3] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Psalm 29:3-9a. En verder uit: F.J. Kwetters, “Biologie nu – Gods hand in de natuur”. In: Criterium, onderwijskontaktblad op gereformeerde grondslag, vrijdag 1 december 1972, p. 3-6.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 29:9 b,10,11, Psalm 68:36, Psalm 89:18. En verder gebruik ik: Dr. Jochem Douma, “Psalmen – Commentaar op Psalm 1-41”. – Kampen: Uitgeverij Brevier, 2013. – p. 228.

10 juni 2022

Werk aan de winkel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Mensen die in de kerk aan het werk zijn krijgen niet zelden commentaar op hun werk. Dat commentaar is niet altijd positief. Vaak mankeert er wat. Omstanders wensen een andere aanpak. Of een ander accent.
In 2 Corinthiërs 6 wijst de apostel Paulus ons op de kern van de zaak. Hij schrijft onder meer het volgende.
“Maar in alles bewijzen wij onszelf als dienaars van God, in veel volharding: in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenissen, in oproer, in ingespannen arbeid, in nachten zonder slaap, in vasten, in reinheid, in kennis, in geduld, in vriendelijkheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in het woord van de waarheid, in de kracht van God, door de wapens van de gerechtigheid aan de rechter- en aan de linkerzijde; door eer en oneer, door kwaad gerucht en goed gerucht; als misleiders en toch waarachtigen; als onbekenden en toch bekenden; als stervenden, en zie, wij leven; als bestraft en toch niet gedood; als bedroefden, maar toch steeds blij; als armen, maar die toch velen rijk maken; als mensen die niets hebben en toch alles bezitten”[1].

Het evangelie van Jezus Christus verkondigt Paulus in heel zijn leven. In zijn belevenissen. In zijn manier van doen. In al zijn keuzes.
Nee, het leven is bij tijd en wijle niet gemakkelijk. Maar de apostel weet: wat er ook gebeurt, het kómt goed met mij; de heerlijkheid van de hemel komt eraan!
Als het goed is hebben Gereformeerde mensen van 2022 die geloofskennis ook.
Wij mogen allen Romeinen 8 repeteren: “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden (…) Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere”. En 1 Petrus 5: “Verneder u dan onder de krachtige hand van God, opdat Hij u op Zijn tijd verhoogt. Werp al uw zorgen op Hem, want Hij zorgt voor u”.
Het leven wordt daar in de praktijk niet altijd gemakkelijker van. Maar onze zekerheid blijft bestaan. De vaste hoop neemt niemand ons af![2]

Veel volharding – laat dat woordpaar echoën in de hoofden van vele, vele noeste werkers in de kerk. Veel volharding is nodig. Laat dat woordpaar ook weergalmen in de hoofden van alle gemeenteleden.
Natuurlijk is er op heel veel kerkwerk wel wat aan te merken. Maar het gaat om het antwoord op de vraag: zien wij in en rond de kerk de liefde van Jezus Christus terug?

In 2 Corinthiërs 6 citeert Paulus ook Jesaja 49: “Zo zegt de Heere: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Ik zal U beschermen en U geven tot een Verbond voor het volk, om de aarde weer op te richten, om de verwoeste erfelijke bezittingen te ontvangen”.
In 2 Corinthiërs 6 klinkt dat zo: “En als medearbeiders van God roepen wij u er ook toe op de genade van God niet tevergeefs ontvangen te hebben. Want Hij zegt: In de tijd van het welbehagen heb Ik U verhoord, en op de dag van het heil heb Ik U geholpen. Zie, nu is het de tijd van het welbehagen, zie, nu is het de dag van het heil!”.
De Knecht van de Here, Jezus Christus, heeft een glorieuze taak. Door Zijn lijden, sterven en opstanding worden wereldwijd mensen gered van een wisse ondergang. De toekomst is voor hen niet duister, maar vol hemelse luister!
Dat geldt zeker ook voor de christenen in Corinthe.
En daarnaast voor christenen in Nederland, in België, in Duitsland, in Zuid-Afrika, in Brazilië… Ja, overal ter wereld biedt de Geest van Jezus Christus Zijn heil aan!
Het is een bekend feit dat in Afrika het aantal christgelovigen een flinke groei doormaakt. In Europa verkijken wij ons daar wel eens op. Wij moeten het ons realiseren: Gods werk gaat overal ter wereld door, ook al zien wij dat in onze omgeving niet altijd[3].

Laten wij bij al die Goddelijke arbeid maar een goed instrumentarium wezen, gewillig in Gods hand.
Laten de noeste werkers in de kerk, en allen om hen heen, daarbij maar blijmoedig Psalm 96 aanheffen:
“Zingt een nieuw lied voor God de Here.
Zing, aarde, zing zijn naam ter ere.
Zingt voor de Heer met diep ontzag,
boodschapt zijn heil van dag tot dag,
opdat elk volk die lofzang lere”.
Wie de woorden van dat psalmvers tot zich door laat dringen, beseft al snel dat er nog veel te doen is!

Noten:
[1] Dit citaat komt uit 2 Corinthiërs 6:4-10.
[2] In deze alinea citeer ik Romeinen 8:18 en 1 Petrus 5:6,7.
[3] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Jesaja 49:8 en 2 Corinthiërs 6:1,2.

1 juni 2022

Exclusief voor de kerk!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De Heilige Geest van God gaat altijd met ons mee. Hij woont in ons hart. Daar stuurt Hij ons leven aan. Hij is een exclusief geschenk voor de kerk. Door God Zelf geschonken.
Wat is het voornaamste werk van de Heilige Geest? Antwoord: troosten.
Leest u maar mee in Johannes 14.
“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht. En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”[1].

Er gaat dus een Trooster met ons mee. Dat is prachtig nieuws. In onze wereld is namelijk te allen tijde een trooster nodig.

Laten wij elkaar wijzen op Psalm 69. David roept het uit:
“Smaad heeft mijn hart gebroken en ik ben zeer zwak;
ik heb gewacht op medeleven, maar het is er niet,
op troosters, maar ik heb ze niet gevonden”.
Psalm 69 is een afwisseling van pleidooien en klachten. De dichter roept zijn God op tot actie. David kan zichzelf niet meer redden. Hij is ernstig verzwakt. Zijn vijanden keuren hem geen blik waardig. Het enige wat hem toegeschoven wordt is giftig eten en zure drank. Zo gebeurt dat met Christus, onze Heiland ook. Dat lezen we in Mattheüs 27: “En gekomen bij de plaats die Golgotha genoemd wordt, wat Schedelplaats betekent, gaven zij Hem wijn vermengd met gal te drinken; maar toen Hij die geproefd had, wilde Hij niet drinken”.
David geeft zijn leven over aan God.
Dat moeten wij ook doen. Wat dat betreft is er in 2022 nog niets veranderd. Bij tijd en wijle zitten wij stampvol met vragen. Waarom gaat het zoáls het gaat? Kan dat niet anders?
Laten wij bedenken dat Jezus Christus ons heeft getoond wat volledige overgave is. Dat lukt ons niet. Maar Hij heeft al onze zonden gedragen. Daarvan wil de Trooster ons iedere dag overtuigen![2]

Laten wij elkaar ook attenderen op Prediker 4. Daar worden we geconfronteerd met de keiharde realiteit van deze wereld: “Opnieuw zag ik al de onderdrukking die er onder de zon plaatsvindt. En zie, de tranen van de onderdrukten; zij hadden echter geen trooster. Aan de kant van hun onderdrukkers was macht, zij daarentegen hadden geen trooster”.
De NOS beschreef onlangs de verdrietige werkelijkheid van 2022: “Voor het eerst in de geschiedenis zijn wereldwijd meer dan 100 miljoen mensen op de vlucht, zegt de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties. Nieuwe golven van geweld en conflicten hebben het cijfer de afgelopen tijd volgens de VN tot een ‘bizarre mijlpaal’ gebracht”.
Wat een droefenis!
Wat kunnen gewone kerkmensen bij al die immense problemen doen? Antwoord: zij kunnen bidden. Zij kunnen zich wenden tot de almachtige God van deze wereld. Dat dringende advies geeft de Prediker in hoofdstuk 12 ook: “De slotsom van al wat door u gehoord is, is dit: Vrees God, en houd u aan Zijn geboden, want dit geldt voor alle mensen. God zal namelijk elke daad in het gericht brengen, met alles wat verborgen is, hetzij goed, hetzij kwaad”.
Vrees God: dat is een passend devies voor alle wereldburgers.
En natuurlijk is er ook dat oordeel dat God gaat vellen. Maar daarvoor hoeven door God gekochte mensen niet bang te zijn. Daarvan wil de Trooster ons iedere dag overtuigen![3]

Nahum is een profeet die voorspelt dat God voor altijd een einde maakt aan de macht van goddeloze mensen. Mensen die God negeren zullen merken dat hun heerserszucht wordt gebroken door de God van hemel en aarde. Nahum heeft een boodschap voor Ninevé: “Ik zal weerzinwekkende dingen op u werpen, u te schande maken en u te kijk zetten. Dan zal het gebeuren dat allen die u zien, bij u vandaan zullen vluchten en zeggen: Ninevé is verwoest! Wie zal haar zijn medeleven betuigen? Waar zal ik troosters voor u zoeken?”.
Ach nee, met het zoeken van troosters voor Ninevé kan men wel ophouden. Dat wordt niets meer[4].

Gods volk – dat heeft een Trooster. Ja, een Trooster met een hoofdletter T. Dat is ook vandaag een blijde Boodschap. Door God gekochte mensen hebben hun Trooster altijd bij zich. Tot in eeuwigheid, zegt Johannes 14. De Heilige Geest vertelt ons dat we geen vrees voor het oordeel hoeven hebben.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “De gelovigen en uitverkorenen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon van God zal hun naam belijden voor God, zijn Vader, en zijn uitverkoren engelen, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen”.
Daar werkt de Trooster naar toe.
Daar ligt de bedoeling van Zijn dagelijks werk in ons.
Daarvan wil de Trooster ons iedere dag overtuigen!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Johannes 14:15-17.
[2] In deze alinea citeer ik Psalm 69:21, Mattheüs 27:33,34.
[3] In deze alinea citeer ik Prediker 4:1, Prediker 12:13,14. Verder citeer ik van https://nos.nl/artikel/2429880-voor-het-eerst-meer-dan-100-miljoen-mensen-op-de-vlucht ; geraadpleegd op dinsdag 24 mei 2022.
[4] In deze alinea citeer ik Nahum 3:6,7.

11 mei 2022

Amen

‘Amen’ – dat is een typisch kerkwoord. De betekenis is ons geleerd vanuit de Heidelbergse Catechismus: “Amen wil zeggen: Het is waar en zeker. Want God heeft mijn gebed veel stelliger verhoord, dan ik in mijn hart voel dat ik dit van Hem begeer”[1].

Gods beloften komen uit.
God zorgt voor Zijn volk.
Men kan eigenlijk niet anders doen dat dat be-amen.
Jeremia doet dat bijvoorbeeld in hoofdstuk 11. Jeremia moet tegen Juda en Jeruzalem zeggen: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Vervloekt is de man die niet luistert naar de woorden van dit verbond, dat Ik uw vaderen geboden heb op de dag dat Ik hen geleid heb uit het land Egypte, uit de ijzeroven: Luister naar Mijn stem en doe deze woorden, overeenkomstig alles wat Ik u gebied. Dan zult u Mij tot een volk zijn en zal Ík u tot een God zijn, opdat Ik de eed gestand doe die Ik uw vaderen gezworen heb om hun een land te geven dat overvloeit van melk en honing, zoals het heden ten dage is. Toen antwoordde ik en zei: Amen, Heere”.
Jeremia weet het: dat heeft de Here vroeger in Egypte gezegd. Jeremia kent zijn vaderlandse geschiedenis. En hij beseft het: God spreekt de waarheid[2].

Zo was dat in het verleden.
En dat geldt ook voor de toekomst.
God zegt: u moet zich aan Mijn wet houden. Want het leven naar die wet brengt u het hoogste geluk. Zeg nooit: Gods wet is belangrijk, maar sommige geboden hebben wat minder gewicht. Heel Gods wet heeft de hoogste importantie. Nee, die wet kunnen wij, zondig als wij zijn, nimmer helemaal houden. Daarom zegt Jezus in Mattheüs 5: “Denk niet dat Ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen; Ik ben niet gekomen om die af te schaffen, maar te vervullen. Want, voorwaar, Ik zeg u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan, totdat het alles geschied is”. Amen – er zal niet één jota of één tittel van de Wet voorbijgaan!
Jezus zet Zijn eigen woorden kracht bij.
Amen – Hij gaat de wet vervullen.
Amen – wat wij niet kunnen, gaat Hij doen.
In 2022 mogen wij zeggen: wat wij niet kunnen, dat heeft Hij gedaan[3].

De beloften die God doet worden allemaal waar. Die beloften worden stuk voor stuk werkelijkheid. Zeker – wij moeten bij tijd en wijle lang op die verwezenlijking wachten. Maar dat Zijn beloften levensgrote realiteit worden, dat staat vast.
Bij mensen gaat dat wel eens anders. Mensen doen wel een heel onverwachte dingen. En soms moeten wij ronduit zeggen: hij of zij is niet te vertrouwen.
De apostel Paulus weet dat ook wel. Daarom schrijft hij in 2 Corinthiërs 1 over het verschil tussen menselijke trouw en Goddelijke trouw. Hij doet dat als volgt.
“En in dit vertrouwen had ik mij eerder voorgenomen naar u toe te komen, opdat u een tweede genade zou hebben. Ik wilde namelijk door uw stad naar Macedonië doorreizen, en weer van Macedonië naar u toe komen, om door u op weg geholpen te worden naar Judea. Ik heb toch niet lichtvaardig gehandeld door mij dit voor te nemen? Of zijn de dingen die ik me voorneem, voornemens naar het vlees, zodat het bij mij zou zijn: ja, ja en tegelijk nee, nee? Maar God is getrouw: ons woord tot u is niet ja en nee geweest. Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u gepredikt is door ons, namelijk door mij, Silvanus en Timotheüs, was niet ja en nee, maar is in Hem ja geweest. Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. En Hij Die ons met u bevestigt in Christus en ons gezalfd heeft, is God, Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten gegeven heeft”.
Paulus zegt: ‘Ik heb mijn plannen moeten veranderen’.
Paulus vraagt: ‘Denkt u nu: die evangelist is niet te vertrouwen?’
Paulus vraagt: ‘Denkt u nu: die Godsgezant werkt net zo als ongelovige mensen?’
Paulus vraagt: ‘Denkt u nu: die apostel zegt ja als hij nee bedoelt?’.
Paulus zegt: ‘Denk dat nooit. Want ik predik Jezus Christus. En als Hij ja zegt, dan is het ja’.
De kerk mag en moet het proclameren: de Heiland maakt Gods beloften waar![4]

Amen – dat is het laatste woord in een kerkdienst. In een eredienst.
In het geloof zijn wij ervan verzekerd dat Hij in ons dagelijks leven altijd bij ons is. Hij is onze Lijfwacht.
Hij laat Zich zien. Hij is makkelijk te vinden. Wij kunnen altijd op Zijn hulp rekenen.
In een woelige wereld geeft Hij vrede. Die vrede kan niemand kapot maken.
Amen – dat alles is honderd procent zeker![5]

De Heiland zegt in Mattheüs 28: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Marcus schrijft in hoofdstuk 16: “De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen”.
De God van hemel en aarde is volop actief. Van nu aan tot in eeuwigheid.
Amen – het is ook het slot van het Woord dat hij in deze wereld spreekt. Kijkt u maar mee in Openbaring 22: “Want ik getuig aan ieder die de woorden van de profetie van dit boek hoort: Als iemand iets aan deze dingen toevoegt, zal God hem de plagen toevoegen die in dit boek geschreven zijn. En als iemand afdoet van de woorden van het boek van deze profetie, zal God zijn deel afdoen van het boek des levens, en van de heilige stad, van de dingen die in dit boek geschreven zijn. Hij Die van deze dingen getuigt, zegt: Ja, Ik kom spoedig. Amen. Ja, kom, Heere Jezus! De genade van onze Heere Jezus Christus zij met u allen. Amen”.
Het is onze taak om, tot de Heiland op de wolken terugkomt, Zijn Woord te proclameren. Heel Zijn Woord moet verkondigd worden. Wij mogen er niets bij bedenken. En wij mogen er niets uit overslaan. Hij die ons deze dingen op het hart heeft gedrukt, zegt: “Ja, Ik kom spoedig. Amen”.
Hij komt snel terug.
Tot die tijd moeten wij Zijn Woord bij de mensen in onze omgeving brengen. Volhardend en blijmoedig[6][7][8].

Noten:
[1] Dit citaat komt uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 52, antwoord 129.
[2] In deze alinea citeer ik Jeremia 11:3-5.
[3] In deze alinea citeer ik Mattheüs 5:17,18.
[4] In deze alinea citeer ik 2 Corinthiërs 1:15-22.
[5] In deze alinea gebruik ik Numeri 6:24-26.
[6] In deze alinea citeer ik Mattheüs 28:20, Marcus 16:19,20 en Openbaring 22:18-21.
[7] Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik https://bijbel.eo.nl/geloofsvragen/wat-betekent-amen ; geraadpleegd op vrijdag 6 mei 2022.
[8] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen aanstaande donderdagavond, 12 mei 2022, onder meer spreekt over het thema ‘Amen zeggen’. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van enige voorstudie.
Bij de bespreking gebruikt men: H. Westerink, “Amen zeggen”. – Hoofdstuk 13 (pagina 73-76) in: ds. H.J. Boiten (redactie), “Het Onze Vader – het voornaamste van de dankbaarheid; Bijbelstudie in schetsen I”. – Groningen: Bond van Mannenverenigingen op Gereformeerde Grondslag in samenwerking met Scholma Druk te Bedum [1990].

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.