gereformeerd leven in nederland

8 november 2018

Stelling 96

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er is, naar ik heb begrepen, een aanvulling gekomen op de 95 stellingen van Maarten Luther.

In de krant las ik: “Ds. K.H. Bogerd, predikant van de hervormde gemeente in Wouterswoude, heeft woensdag op Hervormingsdag, in navolging van Maarten Luther, een stelling op zijn kerkdeur bevestigd: stelling 96.
Het gaat om een handgeschreven tekst met het woord ‘Trouw’ en daaronder de Bijbeltekst uit Openbaring 2:10: ‘Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens’. ‘Als ik dit wilde doen moest het op Hervormingsdag’, aldus ds. Bogerd.
De Friese predikant is een groot bewonderaar van kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546). Die verspreidde ooit 95 stellingen, te beginnen in Wittenberg, als aanklacht tegen de aflaatpraktijk in de Rooms-Katholieke Kerk.
Ds. Bogerd kwam tot de spontane actie omdat hij recent een aantal preken heeft gehouden over het thema trouw. ‘Het is een oproep aan de hele christenheid om trouw te blijven aan de kerk. Daar gaat het namelijk om’”[1].

Een oproep tot trouw – dat is een heel goede zaak.
Maar trouw aan de kerk? Dat wekt mijnerzijds enige argwaan. Zeker, de kerk – mét lidwoord – is mij lief. De heilige vergadering van de ware gelovigen, bedoel ik[2]. Maar moet ik altijd trouw blijven aan de kerk? Ook als de kerk een nep-kerk wordt? Ook als de kerk ontrouw wordt? Geen denken aan!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik ook: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen”[3].
Zulke ‘kerken’ zijn er dus ook.
Trouw aan de kerk? Daar zou ik maar voorzichtig mee wezen. Kerkmensen, ambtsdragers incluis, bedenken steeds weer nieuwe dwalingen. Op zondige mensen kun je niet vertrouwen.
Steeds weer moeten we beseffen dat de Here Zijn kerk vergadert. En we zullen goed moeten bekijken waar Hij dat doet. En laten we maar eerlijk zijn: het is, anno Domini 2018, niet altijd even makkelijk om dat te zien.

Dominee Bogerd refereert aan Openbaring 2. In de Herziene Statenvertaling lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”.

Die woorden zijn gericht aan de christelijke gemeente in Smyrna.
Leden van die kerk hebben te maken met vervolging.

Een exegeet schrijft: “Het lijden houdt hier vervolging in. Sommige gelovigen zullen in de gevangenis geworpen worden. De gevangenis was in de Oudheid niet een plaats van straf, maar een plaats waar men werd vastgehouden in afwachting van het vonnis: men kon worden vrijgesproken. Gezien de vijandige situatie in Smyrna zal het vonnis echter eerder straf en zelfs de doodstraf inhouden. Uit de woorden ‘de duivel zal … u in de gevangenis werpen’ blijkt dat de plaatselijke overheid wordt voorgesteld als een instrument van satan”.
En verder:
“Hij die getrouw is tot in de dood zal de ‘kroon des levens’ ontvangen. We moeten niet zozeer denken aan de koningskroon, maar eerder aan de ‘krans’ die aan de winnaars van sportwedstrijden werd gegeven. (…). Smyrna stond bekend om zulke spelen. Omdat er ook sprake is van de ‘boom des levens’ (…), die het eeuwige leven in het volmaakte Koninkrijk van God voorstelt (…), zullen we ‘kroon des levens’ niet moeten lezen als de ‘kroon’ die bestaat uit het eeuwige leven, maar als de ‘kroon’ die hoort bij het eeuwige leven. Het is, om met een ander beeld te spreken, ‘de kroon op het levenswerk’ van de christen”[4].

Het gaat in Openbaring 2 dus om leden van een vervolgde kerk. Om mensen die met hun belijdend leven de dood riskeren.
Gelet op dat laatste is, naar mijn inzicht, de vergelijking met Nederlandse kerkmensen niet heel gelukkig.

Het is mooi dat dominee Bogerd de mensen om hem heen stimuleren wil om standvastig te zijn, en loyaal te blijven.
Alleen gaat het in Openbaring 2 niet zozeer om trouw aan de kerk. Het gaat om “de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden”[5].
Het lijkt me goed die opmerking hier te maken.
Want zeker in deze tijd moeten we godsdienstige zaken scherp stellen.

Trouw aan de Eerste en de Laatste – dat is niet altijd makkelijk.
Het was dominee W. van der Jagt, momenteel emerituspredikant binnen het verband van de Free Reformed Churches of Australia, die in een preek over Openbaring 2:8-11 eens zei: “Wie het échte leven wil, moet bereid zijn de dood te trotseren. Nee, niet in eigen kracht. Want wat er ook gebeurt en waar de Here u ook voor plaatst: de Here stelt altijd zijn éigen werk op de proef. En als het nodig is, durft Hij het aan om ons de ergste dingen te laten lijden. Zijn eigen werk zal de vuurproef doorstaan. Tegelijk met de nood zal Hij voor de uitkomst zorgen. Verlies daarom het vertrouwen niet”[6].
Daarom – ja daarom – mogen wij het ook in 2018 tegen elkaar zeggen: houdt moed!

Noten:
[1] “Predikant prikt stelling 96 aan de kerk”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 november 2018, p. 13.
[2] Deze formulering gaat terug op artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus…”.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:10. Geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.
[5] Openbaring 2:8 b.
[6] De preek is te vinden via http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.

1 november 2018

Gedachten bij Hebreeën 5

Melk is goed voor elk, zei men sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw. De laatste jaren denkt men daar echter nogal wat genuanceerder over.
Wie de Bijbel leest, begrijpt alras dat in de kerk zeker niet alleen melk moet worden gedronken.

Vandaag publiceer ik enkele gedachten naar aanleiding van een passage uit Hebreeën 5.
“Want hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[1].

Wat is het probleem in Hebreeën 5?
Antwoord: er is wel kennis van het Woord. Men heeft echter grote moeite om die kennis toe te passen.
Door het offer van Christus ontvangt de gelovige gerechtigheid. Zijn leven wordt vernieuwd. Het leven van de gelovige past steeds beter op de typering van Psalm 15:
“Die met zijn tong niet lastert,
zijn vrienden geen kwaad doet
en geen smaad jegens zijn naaste op de lippen neemt.
In zijn ogen is de verworpene veracht,
maar wie de HEERE vrezen, eert hij.
Heeft hij gezworen tot zijn schade,
zijn eed verandert hij evenwel niet.
Zijn ​geld​ leent hij niet uit tegen ​rente,
een geschenk ten nadele van de onschuldige aanvaardt hij niet”[2].
Met andere woorden: voor de gelovige vormen Gods wetten en regels het kader van zijn leven.

Kerkmensen herkennen de vernieuwende gaven van God.
En zij erkennen dat zij met die gaven aan het werk moeten wezen.
Gelovigen gebruiken daarbij voortdurend hun zintuigen: zien, horen, proeven, ruiken en voelen[3].
Je kunt aan het gedrag van kerkmensen zien dat zij de God van hemel en aarde dienen.
Je kunt aan kerkmensen merken dat zij regelmatig preken horen; het gehoorde passen zij toe in de dagelijkse praktijk.
Kerkmensen proeven met regelmaat het brood en de wijn. Zij gedenken het verlossingswerk van de Heiland.
Kerkmensen verspreiden een geur van Christus. De apostel Paulus legt in 2 Corinthiërs 2 uit wat dat betekent: “Want wij zijn voor God een aangename geur van ​Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan; voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven”[4]. Dus:
* het leven van kerkmensen ruikt voor God aangenaam
* kinderen van God genieten van die geur.
* mensen die God negeren hebben een afkeer van die geur; zij moeten er niets van hebben.
Tegenwoordig zeggen we wel: het voelt goed. Welnu, in de kerk voelt het vertrouwd. Daar hangt, als het goed is, de sfeer van Spreuken 28:
“Goddelozen vluchten terwijl er geen vervolger is,
maar een rechtvaardige is moedig als een jonge leeuw”[5].
We kunnen ook vertalen: een rechtvaardige zal vertrouwen hebben[6].
Rechtvaardigen vertrouwen op God. Zij hebben vervolgens ook vertrouwen in elkaar. Dat zit aan elkaar vast. Dat spreekt vanzelf.
Zien, horen, proeven, ruiken en voelen – op die manier krijg je onderscheidingsvermogen: wat is goed? wat is zonde? En ook: wie hoort er bij de kerk, en wie niet?

Die laatste vraag is, als ik het goed zie, in verband met Hebreeën 5 van enig belang.

Laten wij, mede in verband met het bovenstaande, elkaar in gedachten meenemen naar een restaurantkeuken.

Aldaar zien wij vóór ons twee pannen op het vuur staan. In die beide pannen blijkt precies hetzelfde te zitten: een uiterst smakelijk gerecht. Met dezelfde kleur. Vanuit beide pannen stijgt, tot genoegen van de chefkok, dezelfde heerlijke geur op.
Als de kok het eten klaar heeft, worden de identieke gerechten in het restaurant opgediend. De ene pan gaat naar Tafel 1. De andere pan gaat naar Tafel 53 aan de andere kant van de zaal. Het is duidelijk dat de gasten aan beide tafels familie van elkaar zijn. Ze hebben klaarblijkelijk allen ongeveer dezelfde smaak. Ze converseren op luide toon met elkaar; andere gasten in de restaurantzaal kunnen meegenieten.
En de kok? Hij vraagt zich in stilte af waarom de gasten aan die tafels niet bij elkaar gaan zitten.
De gasten aan Tafel 1 en Tafel 53 herkennen elkaar.
Alle gasten erkennen dat het eten erg lekker is.
Waarom zitten die mensen eigenlijk zo ver uit elkaar?

Dit ietwat merkwaardige beeld rijst op als wij kijken naar de DGK – De Gereformeerde Kerken in Nederland – en de GKN – de Gereformeerde Kerken Nederland.

In een brief aan de synode van De Gereformeerde Kerken (DGK), gedateerd op zaterdag 6 oktober 2018, wordt namens de generale synode GKN geschreven: “Allereerst is uitgesproken om u te herkennen als kerken van Christus, staande op het fundament van apostelen en profeten. Niet in ieder opzicht denken we helemaal gelijk, maar het is ook niet het fundament van de kerk dat we het in alles eens zijn. Wij verheugen ons zeer dat wij deze dingen in het huidige geestelijke klimaat mogen opmerken en we verwonderen ons”[7].
Laten we de zaken even op een rij zetten:
* alle gasten herkennen elkaar.
* alle gasten hebben ongeveer dezelfde smaak
* alle gasten erkennen dat het eten – zeg maar even: het geestelijk voedsel – erg lekker is.
* waarom zitten die mensen eigenlijk zo ver uit elkaar?

De vraag dringt zich vandaag weer eens aan ons op: horen DGK en GKN echt bij elkaar?
Ik vraag het met een schuin oog op Hebreeën 5.
Duidt het mij niet euvel.

Noten:
[1] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[2] Psalm 15:3, 4 en 5.
[3] Zie over zintuigen onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Zintuig ; geraadpleegd op woensdag 31 oktober 2018.
[4] 2 Corinthiërs 2:15 en 16 a.
[5] Spreuken 28:1.
[6] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; de vertaling van Spreuken 28:1.
[7] De brief is te vinden via https://www.gereformeerdekerkennederland.nl/2018/10/09/besluit-t-a-v-dgk/ ; geraadpleegd op woensdag 31 oktober 2018.

31 oktober 2018

Ongecompliceerde zaak

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Grenzen tussen evangelische, charismatische, oecumenische, orthodoxe en vrijzinnige christenen vervagen steeds meer. Processen van evangelicalisering en charismatisering lopen daardoor vaak in elkaar over”.

Dat stond onlangs in een bericht op de website van het Reformatorisch Dagblad[1].

Voor sommige mensen is dat verwarrend. Wat is verantwoord? Waar moet je naar toe? Wie heeft er gelijk? Wie hoort er nu echt bij God?
Gereformeerden heb je al in soorten. Mensen die zich christen noemen, die zijn er nog meer. Op die manier raak je toch de weg kwijt?

In Johannes 14 zegt Jezus: “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”[2].
Wie van de bescherming van Vader wil genieten moet bij Jezus zijn. Met andere woorden: hij of zij moet zich bij het Hoofd van de kerk vervoegen.

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven – dat is, om zo te zeggen, een populair woord. Velen kennen het. Maar goed beschouwd zegt Jezus in Johannes 14 weinig nieuws.

In dat hoofdstuk vinden we namelijk de echo van Jesaja 44: “Zo zegt de HEERE, de ​Koning​ van Israël, zijn Verlosser, de HEERE van de legermachten: Ik ben de Eerste en Ik ben de Laatste, en buiten Mij is er geen God”[3]. Dat is een woord van troost. Het volk Israël is ontrouw geweest. Het volk is bij de Here weggelopen. Bijkans de ganse natie heeft Hem genegeerd. Maar daarmee is niet alles gezegd. De Here toont Zich vergevingsgezind. Hij is de Maker en Formeerder van het volk. Hij laat het door Hem uitverkoren volk niet zitten!

In Johannes 14 horen we ook woorden uit Jesaja 51 terug: “Ik, Ik ben het Die u troost. Wie bent u dat u bevreesd bent voor een sterveling, die sterven moet, voor een mensenkind, gras, dat vergaat, en dat u de HEERE vergeet, Die u gemaakt heeft, Die de hemel uitgespannen heeft en de aarde gegrondvest”[4].
Wie troost zoekt, moet naar de Here toe.
Dan hoef je niet bang te wezen voor allerlei mensen. Mensen die – bijvoorbeeld – allerlei godsdienstig klinkende dingen zeggen, maar waarvan je het gevoel hebt dat hun betogen een beetje ‘rammelen’. Ach…, die mensen zijn, vergeleken met de Schepper van alle dingen, onbetekenend. Menselijke verhalen kun je daarom vaak in het vergeetboek stoppen.
De God van hemel en aarde moet in het leven echter altijd op de voorgrond blijven staan. Hij mag niet worden ‘weggeregeld’. Hij mag niet worden veronachtzaamd.

God is trouw.
Dat is al vanaf de schepping zo.
Aan Zijn hand lopen wij naar de toekomst.
Daarover gaat het in Johannes 14 ook: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken”[5].
De trouw van God overstijgt het aardse bestaan.
Die trouw wordt, om zo te zeggen, belichaamd in Jezus Christus. Hij kwam naar de aarde om leven te brengen. Door Zijn lijden en sterven mogen Gods kinderen van nu leven in overvloed en vreugde. Het toekomstperspectief van Gods kinderen is groots en glorieus![6]

Maar heb je daar vandaag al wat aan?
Zeker wel!
Dat blijkt wat verderop in Johannes 14. Ik citeer: “En Ik zal de Vader ​bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de ​Geest​ van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn”[7].
Gods Geest gaat altijd met ons mee.
Hoe lang ons aardse leven ook duurt.
Hoeveel pijn wij ook hebben.
Hoeveel moeiten wij ook kennen.
En wij weten uit 1 Thessalonicenzen 4: “…de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn”[8].
Ziet u?
Daar is het wachten op!

Kerkelijke grenzen vervagen, zeggen de mensen. Die grenzen hadden die mensen overigens indertijd vaak zelf gemaakt. Waarom? Veelal omdat ze het Woord van God gaarne naar eigen snit wilden modelleren. En als de mensen dat blijven doen, brengen ze uiteindelijk een buitengewoon vaag Evangelie.
Uit Johannes 14 blijkt echter zonneklaar dat het Hoofd van de kerk zelf uitermate weinig grenspalen zet. Hij proclameert eenvoudig: “Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader ​liefhebben; en Ik zal hem ​liefhebben​ en Mijzelf aan hem openbaren”[9].
Het is blijkbaar een kwestie van liefde en gehoorzaamheid.
Dan laat God Zich kennen. En Hij is het aanzien waard!

Processen lopen vaak in elkaar over, oreren de mensen.
Onbedoeld demonstreren zij zo hun onbeholpenheid.
Want weet u wat Jezus in Johannes 14 zegt? Dit: “Vrede​ laat Ik u, Mijn ​vrede​ geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw ​hart​ niet in beroering raken en niet bevreesd worden”[10].
In deze wereld kunnen wij niet meer doen dan elkaar vrede toewensen. Wij doen ons best om vredesprocessen op gang te brengen. Maar de Redder van het leven zegt simpelweg: Mijn vrede geef Ik u. Dat is maar een kort procesje; Gods vrede wordt gegeven – punt.

In de kerk, en op het terrein daaromheen, grossieren wij in moeilijke woorden:
* evangelisch
* charismatisch
* oecumenisch
* orthodox
* vrijzinnig
* evangelicaal.
Maar ten diepste ligt de zaak nogal ongecompliceerd. “Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij”.
Geloof Hem op Zijn Woord.
Dat is genoeg.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/kerk-religie/nieuw-tijdschrift-reflecteert-op-veranderende-geloofsgrenzen-1.1522614 ; geraadpleegd op vrijdag 26 oktober 2018. Het bericht ging over de start van een nieuw theologisch tijdschrift, Inspirare genaamd.
[2] Johannes 14:6.
[3] Jesaja 44:6.
[4] Jesaja 51:12.
[5] Johannes 14:2.
[6] Zie hierover ook https://www.holyhome.nl/de_weg.html ; geraadpleegd op vrijdag 26 oktober 2018.
[7] Johannes 14:16 en 17.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:17 en 18.
[9] Johannes 14:21.
[10] Johannes 14:27.

29 oktober 2018

Hittebestendig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het Centraal Bureau voor de Statistiek publiceerde onlangs een rapport over religie.
“Daaruit blijkt”, zo meldde het Nederlands Dagblad, “dat meer dan de helft van de Nederlanders zich niet meer wil associëren met een religieuze groepering. Volgens het CBS is dat voor het eerst”[1].

Natuurlijk werd dat rapport onmiddellijk uitgebreid becommentarieerd.

Professor dr. H.A. Bakker – hoogleraar geschiedenis, identiteit en theologie van het baptisme aan de Vrije Universiteit te Amsterdam – zei: “Ongebonden spiritualiteit is alive and kicking. Ik merk het ook zelf. Ik kom telkens mensen tegen die meer willen weten over zingeving. Soms gaan ze zelfs het evangelie lezen. Dan denk ik: hoe is het mogelijk?!”.

Mensen die Gods blijde Boodschap gaan lezen, en daar serieuze belangstelling voor hebben: dat is prachtig!

Echter: Bijbellezen is niet vrijblijvend. Zo van: er zit best wel wat in. Of: het is een goed voorbeeld voor ons.

Denkt u in dit verband maar aan 1 Corinthiërs 3.
Daar schrijft de apostel Paulus: “Of nu iemand op dit fundament bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen”[2].

In 1 Corinthiërs 3 is er brand.
En niet zo’n klein beetje ook.

Wij zullen, naar het mij voorkomt, niet moeten vergeten dat Paulus zijn brief aan de kerk in Corinthe schrijft. In dit hoofdstuk waarschuwt hij de kerk voor verdeeldheid. Uiteraard wil dat niet zeggen dat individuele leden zich niets van Paulus’ woorden aan hoeven te trekken. Maar Bijbellezers moeten, als zij 1 Corinthiërs 3 opslaan, eerst en vooral alle leden van de kerk voor ogen hebben.

In de kerkelijke gemeente doen wij, als het goed is, allemaal mee met het opbouwwerk.
We nemen allemaal ons bouwmateriaal mee.
De vraag is of dat materiaal hittebestendig is.

Het is goed mogelijk dat iemands werk verbrandt.
Stel je voor – heel uw levenswerk vernietigd! Van onwaarde bevonden! En u had er wel zo veel voor gedaan!

Die uitslaande brand van 1 Corinthiërs 3 is, zo op het eerste oog, eigenlijk reuze bedreigend. Vindt u ook niet?
Bij nader inzien valt het met de dreiging echter mee. Want Paulus schrijft ook: “Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de ​Geest van God​ in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is ​heilig, en deze tempel bent u”[3].
De Heilige Geest is present. Laat ik het zo mogen zeggen: de brandweer is in de kerk aanwezig; en dus brandt de kerk nooit af.

Maar de Geest ontsteekt wel een vuur. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen wij: “Hij zal Zich openbaren als Rechter over levenden en doden, terwijl Hij deze oude wereld in vuur en vlam zet om haar te zuiveren”[4].
De Heilige Geest laat de wereld gecontroleerd uitbranden. Op de smeulende puinhopen komt iets nieuws. Iets prachtigs. Iets heerlijks.

En wat gebeurt er met al die ongebonden spiritualiteit die alive and kicking is? Het zal allemaal wel springlevend wezen, maar met het meeste daarvan is het gauw afgelopen.
Nee, wij kunnen niet in de harten kijken. En dat is ook nergens voor nodig. Dat kan de Here God vele malen beter dan wij. Maar het is onontkoombaar: de meeste spiritualiteit is zweverig en vluchtig.
Velen houden er een tamelijk los-vast geestelijk leven op na. Een intuïtieve levensstijl, heet dat vandaag de dag.
Ongebonden spiritualiteit: dat is eigenlijk gewoon een hele rij follies.
Weet u wat een folly is? Het is een gekkigheid. Het is een bouwsel dat geen enkele zin heeft. Een prettig soort bouwkitsch. Vermaak-architectuur, zogezegd[5].
Welnu – de God van hemel en aarde verzekert ons dat alle zinloze bouwsels van de aarde zullen worden weggebrand.

Intussen heeft de kerk een grote verantwoordelijkheid.
Als er gemeenteopbouw plaatsvindt, moet er degelijk bouwmateriaal worden gebruikt.
Zeg maar: overeenkomstig de Goddelijke regelgeving.
In Europa geldt veelal de CE-markering. Als dat op een bepaald product staat, betekent het: dit product is in overeenstemming met de Europese regelgeving; het is ‘Conformité Européenne’[6].
De wet- en regelgeving van God is bekend. De Goddelijke hoofdregel staat ook in 1 Corinthiërs 3. Het is deze: “Overeenkomstig de ​genade​ van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is ​Jezus​ ​Christus”[7].
Als we, door Gods onmetelijke macht, allemaal meemetselen wordt de kerk een schitterend gebouw. Een gebouw dat glanst in stad en landelijk gebied.

Onze Here Jezus Christus is het Hoofd van de kerk.
En Psalm 97 zingt het ons al voor:
“Zijn troon staat vast en hecht,
gegrond op heilig recht
en op gerechtigheid”[8].
Door Hem en met Hem is de kerk hittebestendig, en dus voluit toekomstbestendig!

Noten:
[1] ‘Ik dacht dat we al lang onder de 50 procent zaten’. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 23 oktober 2018, p. 1.
[2] 1 Corinthiërs 3:12-15.
[3] 1 Corinthiërs 3:16 en 17.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[5] Zie hiervoor ook https://www.encyclo.nl/begrip/Folly ; geraadpleegd op woensdag 24 oktober 2018.
[6] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/CE-markering ; geraadpleegd op woensdag 24 oktober 2018.
[7] 1 Corinthiërs 3:10 en 11.
[8] Dit zijn de laatste regels van Psalm 97:1; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 oktober 2018

Zonder twijfel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De Bijbel is waar.

De stelling hierboven doet, zeker vandaag, nogal wat wenkbrauwen fronsen.
In Psalm 18 zingen we: “zijn woord is waar en zuiver t’ allen tijde”[1].
Maar, zeggen massa’s mensen, sommige dingen kunnen eenvoudigweg niet zó gebeurd zijn als ze in de Bijbel staan; de schepping van hemel en aarde bijvoorbeeld.
En, zeggen weer andere mensen, met sommige dingen kun je vandaag gewoon niet meer aankomen; alleen mannen in het ambt bijvoorbeeld.
Dat werkt gewoon niet meer zo.
Dat geloven we niet meer.

Het is, dunkt mij, ook vandaag voor de doorsnee-kerkmens niet overbodig om de Nederlandse Geloofsbelijdenis nog eens aandachtig te lezen: “Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten”.
Ja, dat staat er echt[2].

“Zonder in enig opzicht te twijfelen” – ja, dat staat er ook.
Niettemin zijn er heel wat mensen die aan allerlei Bijbelse gegevens twijfelen. Veel van die mensen zeggen bovendien dat ze van harte geloven wat in Gods Woord staat. Je zou zeggen: klopt de belijdenis op dit punt wel?

Laat ik mogen wijzen op 1 Corinthiërs 14[3].
Paulus schrijft aan Gods kinderen in Corinthe: “Als iemand denkt dat hij een ​profeet​ is of een geestelijk mens, laat hij dan erkennen dat wat ik u schrijf geboden van de Heere zijn. Maar als iemand onwetend wil zijn, laat hij onwetend zijn”[4].
Met andere woorden – als je alleen maar zegt dat Paulus een gewoon mens was die wijze lessen opschreef, dan loop je vast. Dan staat het christelijk geloof naast een hele rij andere religies. Dan ga je vragen: zou alles wel waar wezen?
Zeg maar gewoon: God geeft ons, binnen Zijn verbond, wetten en regels.
Paulus zegt simpelweg: wil iemand dat niet geloven? dat zij dan zo…

In 1 Thessalonicenzen 2 schrijft Paulus: “Daarom danken ook wij God zonder ophouden dat u, toen u van ons het gepredikte Woord van God hebt ontvangen, het ook aangenomen hebt, niet als een mensenwoord, maar (zoals het werkelijk is) als Gods Woord, dat ook werkzaam is in u die gelooft”[5].
Gods Woord is aan het werk, zegt Paulus. Een gelovig mens weet dat zijn geloof, om zo te zeggen, van binnenuit gevoed wordt.
Door de Heilige Geest namelijk. De Heilige Geest getuigt in ons hart. Een getuige is, zoals bekend, iemand die erbij is geweest. Dat is in lijn met wat in 2 Petrus 1 staat: “de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken”[6].

Ons geloof is, zegt Zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus, ontwijfelbaar.
Op dit punt herhaal ik wat ik al eens eerder schreef: “Het is belangrijk om te bedenken dat die term valt in verband met de samenvatting van het christelijk geloof, zoals we die in de Apostolische Geloofsbelijdenis beschikbaar hebben. In die Apostolische Geloofsbelijdenis staat een hele reeks feiten.
Wie zegt dat hij twijfelt, twijfelt eigenlijk aan de feiten die in de Apostolische Geloofsbelijdenis opgesomd zijn”[7].

Nu vraag ik ook graag aandacht voor woorden die de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant F.J. Bijzet enkele jaren geleden schreef. Dat artikel ging over geloven. De predikant pleitte indertijd voor de nodige nuchterheid.
Hij schreef onder meer: “…de kerk heeft vanaf de vroegste eeuwen gesproken over haar algemeen en ontwijfelbaar geloof. Geloven is immers gewoon: voor waar aannemen wat een ander zegt. Omdat je geen reden hebt die te wantrouwen.
Ik vraag iemand de weg, registreer nauwkeurig wat zij zegt en rijd vervolgens die route. Omdat ik haar geloofde. Ik heb een afspraak met iemand in een restaurant. Ik probeer er op de afgesproken tijd te zijn en ben niet verbaasd daar ook de ander aan te treffen. We geloofden elkaar op onze woorden.
Zo vraagt de Bijbel ook geloof: aannemen dat het waar is wat daarin gezegd wordt. En daaraan dan geen persoonlijke invulling gaan geven die weinig meer te maken heeft met wat werkelijk gezegd is. Maar het gewoon houden bij hoe het schriftelijk vastgelegd is. Niet zeggen dat de Bijbel voor allerlei uitleg vatbaar is, maar zorgvuldig proberen vast te stellen wat er nu werkelijk gezegd en bedoeld is.
Gelooft u dat Willem van Oranje in Delft vermoord is? Waarom? U was er niet bij. Nee, maar er bestaan historische documenten die deze moord beschrijven. Meer dan één. Waarom geloven we dan wat in de Bijbel staat, niet net zo? Daar zijn ook historische documenten van. Een Bijbel vol”[8].

Echte gelovigen zijn door God geroepen. Hij zei: je hoort bij Mij, ik heb je als Mijn kind aangenomen.
Paulus schrijft in zijn tweede brief aan de christenen in Thessalonica: “Maar wij moeten God altijd voor u danken, broeders, die geliefd bent door de Heere, dat God u van het begin verkoren heeft tot zaligheid, in ​heiliging​ door de Geest en geloof in de waarheid. Daartoe heeft Hij u geroepen door ons ​Evangelie​ om de heerlijkheid van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ te verkrijgen. Sta dan vast, broeders, en houd u aan de overleveringen waarin u onderwezen bent door ons woord of door onze brief”[9].
Houd het gegeven onderwijs vast!
Die laatste aansporing mag heden ten dage best enig accent krijgen. Het is in onze tijd moeilijk geworden om als een kind te geloven – ‘het is waar, want God heeft het gezegd’.
In de kerk worden we daar in getraind.
Laten wij, zeker in deze tijd, blijven beseffen dat Psalm 12 nog altijd in ons kerkboek staat:
“Gods mond alleen spreekt woorden die niet falen,
zuivere woorden, onvervalst en klaar,
als zilver dat de smeltkroes zeven malen
gelouterd heeft. Al wat God spreekt is waar”[10].

Noten:
[1] Dit is de tweede regel van Psalm 18:9; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden I: Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 30.
[4] 1 Corinthiërs 14:37 en 38.
[5] 1 Thessalonicenzen 2:13.
[6] 2 Petrus 1:21.
[7] Geciteerd uit mijn artikel ‘Twijfel nooit aan God, hier gepubliceerd op dinsdag 3 oktober 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/10/03/twijfel-nooit-aan-god/ .
[8] Ds. F.J. Bijzet, “Neem de ooggetuigen serieus”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 29 januari 2014, p. 9.
[9] 2 Thessalonicenzen 2:13, 14 en 15.
[10] Psalm 12:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 oktober 2018

Het Evangelie waardig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Laatst las ik een interview met dominee Claartje Kruijff. Zij is psycholoog en theoloog. Momenteel is zij als predikant verbonden aan de vrijzinnige Dominicusgemeente te Amsterdam[1].
In het interview zei zij: “‘Ik heb het idee dat we momenteel te zeer naar binnen keren in microgemeenschappen. Daarin ervaren we liefde van en voor mensen die op ons lijken. Maar als je echt uit liefde leeft, moet je vast durven stellen dat je even goed die vreemdeling had kunnen zijn. Als je die compassie niet meer hebt, gaat je hart op slot. De filosoof Hannah Arendt had het al in de jaren vijftig over de tribalisering van de samenleving, waarin de ander een bron van angst of concurrentie wordt in plaats van troost of ontmoeting. Als je het hebt over de zin van het leven zit daar wel een kern. De ander is zoals wij, wij zijn de ander”[2].

In het bovenstaande citaat staat een niet alledaagse term: tribalisering van de samenleving. Dat betekent: de verschillende bevolkingsgroepen in de maatschappij hebben weinig of geen contact met elkaar.
Tribalisme, dat is: toestand van voortdurende stammenstrijd of van collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen stam of groep, voortvloeiend uit een al te sterk gevoel van verbondenheid binnen een stam of groep[3].

Die term ‘tribalisering’ werd in de jaren ’50 van de vorige eeuw trouwens al gebruikt door de filosofe Hannah Arendt (1906-1975).
Blijf midden in de maatschappij staan!, riep zij.
Ergens las ik de volgende typering: het goede leven “bestaat volgens haar uit een combinatie van arbeid, werk en handelen. Arbeid is het voorzien in dagelijks levensonderhoud, werk is het produceren van goederen, handelen doen we in de gemeenschap, waar we onze stem laten horen. Arendt waarschuwt voor een maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich wordt, terwijl het publieke domein steeds meer uit ons bestaan verdwijnt”[4].
Hannah Arendt suggereert dus eigenlijk:
* doe mee in de maatschappij
* verhef je stem en zeg wat je ervan vindt
* trek je niet terug in groepen, maar trek samen op.

Hoe staat het eigenlijk met het tribalisme in de kerk?

De kerk is daar niet helemaal vrij van.
Neem nou het antwoord op de vraag: naar welke basisschool sturen wij onze kinderen?
Of neem het antwoord op de vraag: hoort de kerkorde bij het fundament van de kerk, of niet?
Dat zijn vragen waar forse meningsverschillen over kunnen ontstaan.

Ach nee, ik pleit niet voor een collectief kameleonsyndroom. Dat is de situatie waarin men “de kleur aanneemt van de omgeving en eigen identiteit verloren dreigt te gaan”[5].

In de kerk trekken we, als het goed, samen op.
Dat doen we in de stijl van Philippenzen 1. Ik citeer: “Alleen, wandel het ​Evangelie​ van ​Christus​ waardig, opdat ik, of ik nu kom en u zie of dat ik afwezig ben, van uw zaken mag horen dat u vaststaat in één geest, en dat u samen eensgezind strijdt door het geloof in het ​Evangelie, en dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een duidelijk teken van verderf, maar voor u van zaligheid, en dat van God uit. Want aan u is het uit ​genade​ gegeven in de zaak van ​Christus​ niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, omdat u dezelfde strijd hebt als die u bij mij gezien hebt en nu van mij hoort”[6].

In dat citaat gaat het onder meer over strijden.
Paulus ontneemt ons de illusie dat het in de kerk ooit helemaal rustig wordt. Nee, dat gaat niet gebeuren.

Het belangrijkste is dat er sprake is van waardig gedrag. In Philippenzen 1 staat hier het woord politeuo. Philippi was indertijd een Romeinse kolonie. De inwoners beschouwden zich als burgers van de keizerstad Rome. Wij horen bij Rome! – ja, daar waren de Philippenzen trots op.
Welnu, kerkmensen zijn, om zo te zeggen, burgers van de hemel. Dat is hun tweede vaderland. Paulus schrijft in Philippenzen 3 dan ook: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus”[7].
Waardig gedrag, dat wil zeggen: passend bij dat Evangelie.
Als wij dus met onze broeders en zusters omgaan moeten wij bedenken: deze broeder gaat mee de hemel in. En: deze zuster hoort ook bij Jezus Christus.
Die oproep is trouwens niet alleen van belang voor de christenen in Philippi.
Die aansporing klinkt bijvoorbeeld ook in hoofdstuk 4 van de brief aan de christenen in Efeze: “Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is, in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in ​liefde​ te verdragen…”[8].
En bijvoorbeeld ook in het tweede hoofdstuk van de eerste brief aan de christenen in Thessalonica: “Wij riepen u ertoe op waardig te wandelen voor God, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid”[9].
Het betreft blijkbaar een oproep die heel veel christenen zich moeten aantrekken.

Moet het in de kerk koekoek eenzang zijn?
Zeker niet.
We mogen over allerlei zaken verschillend oordelen.
Maar laten die oordelen niet te hard zijn. ‘Als je dat doet, ga je naar Babel’ – een ieder voelt dat je met een dergelijke formulering van jouw inzicht wel heel zeker moet weten dat je God aan jouw kant hebt, en dat jouw opponent zich werkelijk van God afkeert!

Wie de discussies in de kerk hoort, kan soms schrikken.
Van argumenten die worden gebruikt.
Of van de toon die aangeslagen wordt.
Maar ten diepste kan die schrik ook heilzaam wezen. Want het leert kerkmensen om kritisch op zichzelf te reflecteren. Kinderen van God mogen steeds terugkomen bij Jezus Christus, hun Heiland. Zij moeten steeds terugkeren naar het Woord van God. Zo laten zij zichzelf corrigeren. Zo laten zij zich steeds weer naar Christus leiden.

Partijschappen, groepsvorming, tribalisme en tribalisering – in alle tijden en op alle plaatsen komt het voor. Toegegeven: de ene aanduiding is wat deftiger dan de andere. Maar ten diepste is het uiteraard geen goede zaak!

In de inzet van Philippenzen 2 draait Paulus er niet omheen: “Als er dan enige bemoediging is in ​Christus, als er enige troost is van de ​liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent…”[10].
Paulus wil eigenlijk zeggen: die eensgezindheid spreekt welhaast vanzelf. De Geest werkt toch in de kerk? Er zijn toch zachte harten in de kerk? Nou dan!

Laat de kerk te allen tijde een plaats van Evangelie, troost, ontmoeting en harmonie blijven!

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over haar http://www.claartjekruijff.nl/wie-ben-ik/ ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[2] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/mensen/predikant-claartje-kruijff-de-zin-van-het-leven-heeft-ook-te-maken-met-hoe-je-het-leven-aangaat-~b5ae347c/ ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[3] Geciteerd van https://www.encyclo.nl/begrip/tribalisme ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[4] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/hannah-arendt/index.html ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[5] Geciteerd van http://www.bijbelseplaatsen.nl/onderwerpen/T/Tribalisme/474/ ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[6] Philippenzen 1:27-30.
[7] Philippenzen 3:20.
[8] Efeziërs 4:1 en 2.
[9] 1 Thessalonicenzen 2:12.
[10] Philippenzen 2:1 en 2 a.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.