gereformeerd leven in nederland

21 februari 2019

Jeugdtrends

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Onlangs verscheen bij MissieNederland het rapport ‘Jeugdtrends 2019’.
U moet weten: MissieNederland is een organisatie die zich afficheert als “een breed missionair netwerk van honderden christelijke organisaties en plaatselijke gemeenten, negen kerkgenootschappen en vele betrokken individuen”.
Het is de moeite waard om van bovengenoemd rapport kennis te nemen[1].
Het Reformatorisch Dagblad zette enkele trends op een rijtje[2]. Enkele van die trends zet ik hier neer. En ik noteer er graag wat bij.

Groepsverbanden richten zich op hun eigen unieke ding, dat biedt jongeren veiligheid.
Die trend geeft de kerk de kans om zichzelf te blijven. Eeuwenlang al wordt vanuit de kerk een uniek Evangelie verkondigt. Uniek, inderdaad. Want – geheel gratis en voor niets – wordt een hemelse woonplaats aangeboden aan mensen die door God uitgekozen zijn. In andere godsdiensten – de islam bijvoorbeeld – moet men de hemel verdienen. Maar Gereformeerden weten: wij zijn gered door het bloed van de Heiland, en daar hoefden we niets voor te doen.
Laat de kerk vooral niet gaan experimenteren met moderne muziek om jongeren te trekken. Dat klinkt wel aantrekkelijk, maar het is niet uniek. Moderne muziek is er elders in de wereld genoeg. Daar hoeft de kerk heus niet zo nodig op te lijken. Het unieke Evangelie, verkondigd in de taal van vandaag, is genoeg.

Om jongeren te binden maakt de game-industrie volop gebruik van het mentale proces van spanning, frustratie en de daarop volgende beloning. Jongeren kunnen daardoor slecht omgaan met langdurige moeite. Durf jongeren daarom te laten experimenteren.
MissieNederland schrijft daar onder meer bij: “Praat met jongeren over de moeiten die zij ervaren. Deel ook verhalen van worstelingen en moeite jezelf. Geloven betekent niet een leven zonder tegenslagen. Jongeren mogen best weten dat je ook wel eens een periode wat minder blij mag zijn”[3].
Het is van belang dat de kerk laat zien dat ons leven, op de keper beschouwd, met een zware teleurstelling en een groot verdriet begint. Gods toorn rust op ons, zodat wij, menselijkerwijs gesproken, niet in het rijk van God kunnen komen. Door de doop wordt ons de onreinheid van onze ziel voor ogen gesteld[4].
Het is van belang dat duidelijk wordt dat wij met onze teleurstellingen en droefenis naar God moeten gaan. In de Bijbel leren we iets dergelijks ook.
Denkt u, bijvoorbeeld, maar de achtervolging door Farao nadat de Israëlieten Egypte hebben verlaten; bij de Schelfzee lijkt alles helemaal vast te lopen[5].
Denkt u, bijvoorbeeld, ook maar aan Elia die in 1 Koningen 19 naar het einde van zijn aardse leven snakt, maar door de Here weer bemoedigd wordt[6].
Ouderen en jongeren moeten leren dat niet alles op stel en sprong te veranderen is. In een game kun je de moeilijkheidsgraad veranderen. Als het een beetje wil kun je de taal van een game wijzigen. Maar het leven is niet maakbaar. Niet alles is regelbaar.
Maar ook in omstandigheden die verre van ideaal zijn, is het leven nog alleszins de moeite waard!

De behoefte van jongeren om zich op internet af te schermen, neemt toe. De kerk is bij uitstek de plek waar mensen elkaar gewoon kunnen ontmoeten.
Er is vaak gezegd dat jongeren op zoek zijn naar echtheid. Zo u wilt: naar authenticiteit. En dat is zonder twijfel waar. En het is niet overdreven om te stellen dat dat eigenlijk voor alle wereldburgers geldt.
Welnu, in de kerk kan men echte mensen ontmoeten. Maar sommigen hebben de neiging een masker voor te doen. Er zijn momenten waarop men dat masker zonder veel moeite weg halen. Daar moet men dan wel enige moeite voor doen. Dat gaat bijvoorbeeld zo:
‘Hoe gaat het met u?’
‘Goed… tenminste…. naar omstandigheden…’.
‘De omstandigheden zijn niet al te best, begrijp ik’.
‘Nee, want…’.
Kerkmensen hebben, zoals alle mensen op aarde, de welhaast onbedwingbare neiging zich mooier voor te doen dan zij zijn. Zij hebben nog veel energie – maar niet heus. Zij kunnen zich in huis nog prima redden – maar een beetje hulp zou welkom zijn. Ze hebben nog een scherp gehoor – maar een hoorapparaat zou geen luxe wezen.
Welnu, in de kerk mogen we onze schone schijn wegleggen.
In de kerk gaan we dan niet meteen oordelen over mensen die het lef hebben om op bepaalde punten in hun leven om hulp te vragen.
Ziedaar, naar zo’n kerkgemeenschap is de jeugd op zoek. In zo’n kerk gaan jongeren zich wel thuis voelen.
Natuurlijk – de leefwerelden kunnen soms bijna hemelsbreed verschillen. Maar juist in die caleidoscoop kan men zien hoe rijk de kerk is: kleurrijk en vol van onderscheiden gaven!

Tot zover enige aantekeningen bij de berichtgeving in het Reformatorisch Dagblad.

Schrijver dezes voegt daar nog het volgende aan toe.
Op een site over marketing – zeg maar: verkoopbevordering – staat iets over short stories. Ik citeer: “Om je boodschap over te brengen moet je niet langer alleen maar opvallen, het is ook belangrijk dat je snel tot de kern komt. Waar een commercial kan opbouwen naar een climax, moet online in de eerste drie seconden al duidelijk zijn wat je boodschap is. Zo kun je YouTube pre-rolls binnen vijf seconden weg klikken, maar ook het explosieve gebruik van Instagram Stories zou je kunnen zien als behoefte aan kort.’ Facebook heeft hierop (….) ingespeeld door mini-ads te introduceren: ads die adverteerders uitdagen om in zes seconden hun verhaal te vertellen. ‘YouTube heeft hier zelfs een challenge van gemaakt: de ‘6 second stories’”[7].
Vrees niet –
u zult hier niet zien staan dat preken ingekort moeten worden. Het is volstrekt niet nodig dat een predikant zijn boodschap in minder dan een minuut over brengt.
Maar het bovenstaande maakt wel duidelijk dat kritisch moet worden gekeken naar herhalingen in de preek. En: clichés mogen echt niet meer worden gebruikt.

Het is 2019.
Dominee P.J. Vergunst – algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond binnen de Protestantse Kerk in Nederland – schreef: “We leven in een tijd van verandering van de kerk, het valt niet te ontkennen. Het kan leiding geven aan de gemeente maken tot een complexe taak. De kerk moet omgaan met druk van buiten en met allerhande vragen van binnen”[8].
Dat laatste is ontegenzeglijk waar.
Maar het is anno Domini 2019. Dit jaar is ook een jaar van de Here.
Daarom – Gods Woord is ook vandaag nog volop geldig. Ook vandaag zegt Jezus: “U zult de Heere, uw God, ​liefhebben​ met heel uw ​hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”[9].

Noten:
[1] Te vinden via https://www.missienederland.nl/jeugdtrends ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[2] “Herijk manier waarop kerken jongeren benaderen”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 13 februari 2019, p. 2.
[3] Geciteerd van https://www.missienederland.nl/handvattenjeugdtrends ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[4] Zie: “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”. – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512.
[5] Exodus 13:17-14:31.
[6] 1 Koningen 19:4-8.
[7] Geciteerd van https://www.marketingtribune.nl/food-en-retail/nieuws/2018/12/jongereniconen-2019-op-zoek-naar-een-nieuwe-wij/index.xml ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[8] Geciteerd van https://dewaarheidsvriend.nl/blog/kerk-in-verandering ; geraadpleegd op donderdag 14 februari 2019.
[9] Mattheüs 22:37, 38 en 39.

5 februari 2019

Door de wereld gaat een lied

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen;
geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”[1].

Hierboven staan woorden uit een lied van Mozes. Ze staan in Deuteronomium 32.

De Heer van hemel en aarde heeft Mozes laten weten dat het moment van diens sterven nabij is.
Er zullen dus bevoegdheden overgedragen moeten worden. Mozes en Jozua komen samen bij God in de tent van ontmoeting.

Dan gaat God spreken.
En Hij geeft een bericht door dat niet bepaald blijmoedig stemt. Leest u maar mee.
“Zie, u gaat bij uw vaderen te ruste; en dit volk zal opstaan en als in ​hoererij​ achter de ​vreemde ​goden​ van het land waar het naartoe gaat, aan gaan, in het midden van dat land. Het zal Mij verlaten en Mijn ​verbond, dat Ik ermee gesloten heb, verbreken.
Dan zal Mijn toorn op die dag tegen hen ontbranden. Ik zal hen verlaten en Mijn aangezicht voor hen verbergen, zodat zij opgegeten zullen worden; en veel verschrikkelijke dingen en noden zullen het volk treffen, zodat het op die dag zal zeggen: Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?
Ik zal Mijn aangezicht op die dag zeker verbergen, vanwege al het kwaad dat het gedaan heeft, want het heeft zich tot ​andere ​goden​ gekeerd”[2].

Heeft Mozes al zijn werk nu voor niets zitten doen? Zijn de vele inspanningen voor niets geweest?
U zult zo’n boodschap maar krijgen, vlak voor u sterven gaat! ‘Al dat werk van u levert niet al te veel rendement op…’. Zulke dingen wilt u dan toch helemaal niet horen?

De Here spreekt verder.

Mozes moet de Israëlieten een lied leren. Het is een lied dat tegen de Israëlieten getuigt. Een lied voor mensen in de beklaagdenbank, zeg maar.

God zegt: “En nu, schrijf voor u dit ​lied​ op en leer het de Israëlieten; leg het hun in de mond, opdat dit ​lied​ voor Mij een getuige is tegen de Israëlieten.
Want Ik zal dit volk brengen in het land dat Ik zijn vaderen onder ede beloofd heb, een land dat overvloeit van melk en honing, en het zal eten en verzadigd en vet worden. Dan zal het zich tot ​andere ​goden​ wenden en hen dienen, en zij zullen Mij verwerpen en Mijn ​verbond​ verbreken.
En het zal gebeuren, wanneer veel verschrikkelijke dingen en noden het volk getroffen hebben, dat dit ​lied​ dan voor zijn aangezicht als getuige zal antwoorden; want het zal niet vergeten worden of uit de mond van zijn nageslacht verdwijnen”[3].

Ziet u wat hierboven gebeurt?
De Israëlieten lopen en masse bij God weg.
Maar de Here is trouw. Hij heeft Zijn volk een nieuw land beloofd. En ja, die belofte zal zeker worden ingelost!
En er zal nog iets bijzonders geschieden. Namelijk dit: de Here wordt gedurende lange tijd niet gediend, maar dat lied is – om zo te zeggen – het refrein van de geschiedenis. De Here wordt bijkans vergeten, maar dat lied kent iedereen nog. De hemelse God is uit het beeld weggedrukt. Maar dat lied wordt nog vaak gezongen. Of geneuried, misschien. En ja, iedereen kent de tekst nog…
Jazeker, op de lange duur realiseert het volk zich dat God al lang niets meer van Zich heeft laten horen. Uiteindelijk is er her en der wel iemand die zegt: “Hebben deze verschrikkelijke dingen mij niet getroffen omdat mijn God niet in ons midden is?”…
Maar dat lied? Dat lied echoot door de tijden heen.

Het weergalmt in de tijd:
“Want ik zal de Naam van de HEERE uitroepen;
geef grootheid aan onze God!
Hij is de rots, Wiens werk volmaakt is,
want al Zijn wegen zijn een en al recht.
God is waarheid en geen ​onrecht;
rechtvaardig​ en waarachtig is Hij”.

Wie zich realiseert wat de voorgeschiedenis van dit lied is, bedenkt ook dat dit een waarschuwing is.
Bekende en zeer vrome liederen kunnen uit volle borst worden gezongen, terwijl de dienst aan de Here toch in de vergetelheid raakt. Christelijke liederen kunnen op harmonieuze wijze ten gehore worden gebracht, terwijl in het dagelijks leven het volgen van Jezus Christus nauwelijks een rol speelt.
Daar zullen we, ook in de kerk van de Here Jezus Christus, voor moeten uitkijken!

Maar daarmee is niet alles gezegd.
Want immers – het is de Here Zelf die er zorg voor draagt dat dat lied van Deuteronomium 32 in de geheugens blijft hangen.
Het is de Heilige Geest van God die ervoor gezorgd heeft dat het lied van Mozes nu in onze Bijbels staat.
De God van hemel en aarde zorgt er Persoonlijk voor dat Zijn werk doorgaat; zelfs als Zijn ‘instrumentarium’ – het volk dat Hij uitkoos – somtijds tegenwerkt!

Doen wij het goed in de kerk?
Maken wij, kerkmensen van 2019, de juiste keuzes?
Stelt de kerk van 2019 de juiste prioriteiten?
Dat zijn vragen waar niet altijd makkelijk een antwoord te geven is. De Bijbel leert ons op diverse plaatsen dat het zomaar mis kan gaan.
Maar laten wij, dat geconstateerd hebbende, niet wanhopig worden. Want de God van het verbond laat niet varen wat Zijn hand begon. Oftewel: de kerk gaat niet ten onder, hoezeer de wereld daar misschien ook haar best voor doet.

Wat dat betreft spreekt Psalm 145 boekdelen:
“Rechtvaardig is de HEER in zijn beleid,
zijn werk toont steeds zijn goedertierenheid”[4].
De Here is te allen tijde billijk. Zijn manier is altijd alleszins gerechtvaardigd.
Tegelijkertijd staat Zijn manier van doen bol van barmhartigheid.

Als Mozes dit lied aan zijn volksgenoten heeft doorgegeven zegt hij erbij: “Neem al de woorden waarmee ik u heden waarschuw, ter harte, zodat u uw ​kinderen​ gebiedt al de woorden van deze wet nauwlettend te houden. Want het is geen woord zonder inhoud voor u, maar het is uw leven”[5].
Dat wil zeggen: het is geen kwestie van overleven, maar van voluit leven in allerlei omstandigheden, relaties en verbanden – gezegend door God en tot eer van God.

Het is uw leven – die proclamatie klinkt ook in 2019.
Onze welgemeende reactie met Psalm 145 is daarom zeker gewettigd:
“Al wie tot Hem in waarheid roept, hoort Hij,
ja, Hij verlost, is in hun nood nabij.
De HEER bewaart hen die Hem trouw verwachten,
maar Hij verdelgt al wie zijn wet verachten.
Mijn mond zal spreken van de lof des HEREN.
Laat al wat leeft zijn naam voor eeuwig eren!”[6].

Noten:
[1] Deuteronomium 32:3 en 4.
[2] Deuteronomium 31:16, 17 en 18.
[3] Deuteronomium 31:19, 20 en 21.
[4] Dit zijn de eerste twee regels van Psalm 145:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[5] Deuteronomium 32:46 en 47.
[6] Dit zijn de laatste regels van Psalm 145:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

21 januari 2019

De kracht van echt geloof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Soms is de Bijbel een stoer boek.
Er staat robuuste taal in.
De energie straalt er af.

Dat zien we in Paulus’ tweede brief aan Timotheüs. Kijkt u maar mee:
“Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en ​liefde​ en bezonnenheid. Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere, en ook niet voor mij, Zijn gevangene, maar lijd met mij verdrukking om het ​Evangelie, overeenkomstig de kracht van God”[1].

Weg met die bangigheid!
’t Is klaar met die nervositeit!
Aanpakken die boel!

Alhoewel…

Net als de adrenaline door je lijf begint te stromen, gaat het over liefde.
Wat krijgen we nu? Gaat Paulus opeens romantisch doen?
Nou nee.
Hij roept wel op tot bedachtzaamheid. Tot rust. En kalmte.
Maar, schrijft Paulus aan Timotheüs, wees vooral niet bang om het Evangelie te verkondigen. Als mens kom je dan misschien in de verdrukking. Maar je krijgt wel kracht van God. Dus overleef je ’t zeker!

Wanneer werd deze brief geschreven?
Een internetencyclopedie vermeldt: “De brief werd geschreven tijdens Paulus gevangenschap (…). Hij verwacht spoedig te sterven voor het geloof (…). Hij zit op dat moment in Rome (…) en verwacht zijn einde. De brief is dus geschreven aan het eind van Paulus leven. Waarschijnlijk is dat Paulus na zijn aankomst in Rome na ca. 2 jaar (…) is vrij gelaten en dat hij opnieuw zendingsreizen heeft ondernomen, voordat hij weer gevangen werd genomen. Deze brief moet dus na 60 of 62 na Christus geschreven zijn en daarmee is deze brief de laatste brief van Paulus die in de Bijbel is opgenomen”[2].

Wie dit weet gaat die tekst uit 2 Timotheüs anders lezen.
Paulus zit in de gevangenis. Het einde van zijn leven nadert. En je zou denken dat Paulus gaat relativeren. Je zou denken dat Paulus mild gaat doen – zo van: ik heb mijn best gedaan, maar ik begrijp wel dat heel wat mensen het Evangelie niet bepaald het krachtigste bericht van de eeuw vinden…
Maar nee, Paulus zegt: hou vol!
Paulus zegt: breng het Evangelie maar waar je kunt, en schaam je er niet voor!
Laat maar zien dat energie van God en Zijn liefde perfect samen gaan!

De apostel toont dat trouwens zelf ook aan.
Hij dankt God. Waarom? Paulus weet wie God is. Hij weet hoe trouw God is. Hij weet hoe genadig Hij is. Hij weet hoe barmhartig Hij is.

Even zo goed zou Paulus Timotheüs heel graag even willen zien.
Paulus wordt blij als hij aan Timotheüs denkt.
In Timotheüs’ leven kun je namelijk zien wat de kracht van echt geloof is. Zeker – er zijn een hoop problemen in het leven. Maar wie met God leeft kan die problemen áán!

Is die boodschap van Paulus ook in 2019 nog relevant?

We leven in een tijd waarin velen menen het leven zonder God vorm te kunnen geven.

Tijdens een bijeenkomst over het rapport ‘Christenen in Nederland’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau zei professor Stefan Paas onlangs: “Secularisatie is geen natuurwet, maar een optelsom van miljoenen individuele beslissingen, en kan zo een andere richting inslaan. Klein zijn is op zich niet erg, als de vitaliteit van de gemeenschap maar blijft”.
En: “De kerken zijn de meest taaie instituten. Er komen elke week anderhalf miljoen mensen op de been. Kerken hebben een geweldig pakket in huis, veel brandstof en vitaliteit voor de samenleving. Presenteer dat maar naar buiten”[3].

Waar komt die taaiheid vandaan?
Professor Paas heeft daar wel een idee over.
Oudere mensen zijn vaak heel bezorgd over de kerk. Waar gaat het toch heen?, vragen zij met dunne stem. Hoe moet het toch verder met de wereld?, vragen zij zich af.
De hoogleraar Paas biedt enige troost: “Tegelijkertijd zie je veel nieuwe impulsen. Met name jonge protestanten worden geloviger, braver en gehoorzamer dan de ouders”.

Goed beschouwd lijkt Paas te zeggen: mensen, maak je niet druk; want geloof en kerk zijn eigenlijk onderhevig aan een slingerbeweging.
Heen en weer.
Heen en weer.
Enzovoort.

Godsdienstsocioloog en onderzoeker Joep de Hart kwam tijdens dezelfde bijeenkomst aan het woord. Hij sprak: “Wat Nederlanders bindt, is niet de christelijke religie, noch de Tachtigjarige Oorlog of de Reformatie, maar Anne Frank, Johan Cruyff, Koningsdag, Elfstedentocht, Sinterklaas. Culturele tradities hebben een hoge emotionele waarde”.
En:
“De helft van de Nederlanders zal het betreuren wanneer hun kinderen geen christelijke feesten meer bezoeken en geen kerken in hun omgeving aantreffen. Al gaan Nederlanders steeds minder naar de kerk, de behoefte aan verbondenheid en rituelen blijft”.
Denkend aan The Passion filosofeerde hij verder: “Wat mensen daar motiveert, is een hunkering naar saamhorigheid in een samenleving die anoniem en kaal is geworden. Het heeft niets te maken met godsdienstige motivatie: je wilt dingen samen delen, je één voelen, wezenlijk niet anders dan Koningsdag”.

Wat gebeurt er in deze redeneringen?
Zowel Paas als De Hart focussen op mensen.
Op hun gedrag.
Op hun gewoontes.
Op hun levensbeschouwingen.

In die wereld lezen wij vandaag 2 Timotheüs 1.
Daar staat het: “Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en ​liefde​ en bezonnenheid”.
Het gaat dus om gaven van God.

God zegt vandaag de dag tegen ons: staar u niet blind op culturele tradities.
En: kijk niet naar rituelen die er goed uitzien.
En: ga niet klagen over het feit dat de lage landen bij de zee, geestelijk bezien, anoniem en kaal worden.
De oplossing is namelijk voorhanden:
* geniet van de gaven van God
* blijf het Evangelie verkondigen
* combineer een energieke, krachtige instelling met een zekere bedachtzaamheid
.

Je komt er niet als je in de kerk vooral naar mensen kijkt.
In de kerk behoren mensen nooit de voorrang te krijgen.
In de kerk worden wij gedragen door de kracht van God. Daar gaat het om.

“Als kerken verdwijnen, valt een gat in de samenleving”, zegt men.
Dat klinkt logisch.
Alleen maar – de God van hemel en aarde werkt door. Daarom gaat de kerk nooit helemáál ten onder!

Laten wij het maar met Psalm 18 blijven belijden:
“Want wie is God, dan deze onze HERE?
Wie is de rots die alles kan trotseren?
Alleen die God die mij met kracht omgordt,
bij wie mijn levenspad een heilsweg wordt”[4].

Noten:
[1] 2 Timotheüs 1:7 en 8.
[2] Geciteerd van http://christipedia.nl/index.php?title=Artikelen/T/Timothe%C3%BCs%2C_tweede_brief_aan ; geraadpleegd op dinsdag 15 januari 2019.
[3] “Secularisatie is geen natuurwet, maar kan zo weer omslaan”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 15 januari 2019, p. 2.
[4] Dit zijn regels uit Psalm 18:9 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

17 januari 2019

1 Johannes 3 over mantelzorg

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De Bijbel is een boek dat heel actueel is.
Het gaat bijvoorbeeld over mantelzorg. Mantelzorg in en vanuit de kerk, bedoel ik.

Dat zien we als we een ogenblik kijken naar de eerste algemene brief van Johannes.
In hoofdstuk 1 komt het woord ‘gemeenschap’ vier keer voor[1]. Dat woord gemeenschap betekent daar: broederschap, gezamenlijkheid in geloof, verbonden aan Jezus Christus.

De Heiland heeft laten zien wat het toppunt van liefde is.
In 1 Johannes 3 staat het zo: “Hieraan leerden wij de ​liefde​ kennen, dat Hij voor ons Zijn leven heeft gegeven”[2].

Mensen die aan de Heiland verbonden zijn, hebben veel – zo niet alles – voor hun broeders en zusters over.
“Ook wij moeten voor de broeders het leven geven. Wie dan de goederen van de wereld heeft, en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn ​hart voor hem toesluit, hoe kan de ​liefde​ van God in hem blijven?”[3].
Vergelijkt u het maar met liefde tussen twee mensen. Je helpt elkaar waar je kunt. Met het beste materiaal waarmee dat kan. Op de tijdstippen dat het moet.

Wij moeten elkaar in de kerk verder helpen.
Mantelzorg dat is niet zelden een kwestie van lange adem. Met name oudere mensen zijn niet zelden hulpbehoevend. Zeker in een tijd als de onze gebeurt het nogal eens dat bepaalde klussen blijven liggen. Beroepszorgers doen vaak wel hun best, maar de realiteit is dat zij niet overal tijd voor hebben. De bloemen in de vensterbank, de vuilniszak in de prullenmand, het opruimen van een kamer in huis – ach, het blijft er zomaar bij. Bij ouderen ontbreekt nogal eens de energie om er wat aan te doen.
Wat kunnen mantelzorgers in zulke situaties reuze waardevol zijn!
Het is, ook vandaag, van het hoogste belang om elkaar in de praktijk van het leven te ondersteunen.

Een exegeet schrijft: “Wanneer geloof vrucht draagt, blijkt het echt te zijn. Op grond van het daadwerkelijk liefhebben van hun medechristenen weten de lezers dat het goed zit tussen God en hen (…). Op basis van deze zekerheid kunnen ze hun geweten kalmeren wanneer geloofstwijfel de kop mocht opsteken. En als dat niet lukt, mogen ze weten dat God alles weet”[4].
Wie met God leeft, ontvangt rust.

Dat klinkt prachtig.
Ideaal.
Paradijselijk bijna.

Maar ach – soms blijven we steken in formules[5].
Soms zijn we er met ons hart niet bij. Wij beloven dat we de Here met al onze krachten zullen dienen en nu ja – wat brengen we er van terecht? Niet zo heel veel. En dan staat in 1 Johannes 3 ook nog: “Mijn lieve ​kinderen, laten wij niet ​liefhebben​ met het woord of met de tong, maar met de daad en in waarheid”[6].
En je vraagt je in gemoede af: walst Johannes hier niet met overigens bewonderenswaardige soepelheid over onze problemen heen? Immers – een dag heeft maar vierentwintig uur. Ons leven is hectisch. En we kunnen niet alles tegelijk – zegt u nu zelf. Bovendien – u weet vast wel wat het probleem van mantelzorgers is: balanceren tussen zorgen, gezin, school, werk, sporten van de kinderen…

Toch heeft Johannes heeft wel degelijk oog voor de realiteit van het leven.
Want er staat wat bij.
“En hieraan weten wij dat wij uit de waarheid zijn, en zo zullen wij ons ​hart​ voor Hem geruststellen. Want als ons ​hart​ ons veroordeelt, God is meer dan ons ​hart, en Hij weet alle dingen”[7].
Jazeker, er gaat in ons leven heel veel fout. Tekortkomingen zijn telkens aan de orde van de dag.
Maar we weten vast en zeker: Jezus Christus is voor onze zonden gestorven. En we willen elkaar werkelijk liefhebben. En waarom? Omdat God het zegt. Punt. Zulke belijders zijn en blijven welkom bij Gods troon.
Om met Johannes te spreken: “Geliefden! Als ons ​hart​ ons niet veroordeelt, hebben wij vrijmoedigheid om tot God te gaan; en wat wij ook maar ​bidden, ontvangen wij van Hem, omdat wij Zijn geboden in acht nemen en doen wat Hem welgevallig is. En dit is Zijn gebod: dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon, ​Jezus​ ​Christus, en dat wij elkaar ​liefhebben, zoals Hij ons een gebod gegeven heeft. En wie Zijn geboden in acht neemt, blijft in Hem en Hij in hem. En hieraan weten wij dat Hij in ons blijft, namelijk aan de Geest, Die Hij ons gegeven heeft”[8].

Ja, er is altijd veel werk in de kerk.
En dan gaat het in eerste instantie niet over managing, of over leiderschap, of over diverse bestuursconcepten.
Er is onderwijzing nodig.
En vertroosting, vooral.
En hulp, heel vaak.
Maar wij mogen weten: de Heilige Geest woont in ons hart. En daarom beschikken wij over voldoende Geestelijke spankracht.

Laten wij daarom het advies van de Prediker maar opvolgen: “Alles wat uw hand vindt om te doen, doe dat naar uw vermogen”[9].

Noten:
[1] Namelijk in vers 3 (2 keer), en in de verzen 6 en 7.
[2] 1 Johannes 3:16 a.
[3] 1 Johannes 3:16 b en 17.
[4] Pieter J. Lalleman, “1, 2 en 3 Johannes; brieven van een kroongetuige”. – Kampen: Uitgeverij Kok, 2005; tweede druk 2008. – p. 181.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer mijn artikel ‘Waarheid’; dat artikel is gedateerd op vrijdag 14 oktober 2005.
[6] 1 Johannes 3:18.
[7] 1 Johannes 3:19 en 20.
[8] 1 Johannes 3:21-24.
[9] Prediker 9:10 a.

24 december 2018

Kerst 2018: in Christus één

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We gaan de Kerstdagen tegemoet.
Ongetwijfeld zal er weer veel gepreekt worden over Mattheüs 1 en 2, Lucas 2 en Johannes 1.
Maar er wordt op veel meer plaatsen in de Bijbel over het Kerstfeit geschreven.

Graag wijs ik vandaag op Romeinen 1.
Daar staat: “Paulus, een dienstknecht van ​Jezus​ ​Christus, een geroepen ​apostel, afgezonderd tot het ​Evangelie​ van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de ​heilige​ Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van ​David”[1].

Paulus laat het blijken – de proclamatie van het reddingswerk van Jezus Christus is mijn levensroeping.
Paulus laat blijken: ik sluit mij aan bij een lange rij van mensen die, in opdracht van God, de komst van de Messias hebben voorspeld.
Paulus draait er niet omheen: Christus is echt mens geworden!
Dat grote nieuws bazuint Paulus rond, zo vaak en zo veel Hij kan.

De Here maakt Zijn eenmaal gegeven Woord waar. De Here breekt Zijn beloften niet!
Die bemoediging voor de christenen in Rome is wel op zijn plaats.
Een uitlegger schrijft: we verplaatsen “ons in de Romeinse christen van rond het jaar 55. Er is sprake van een groot conflict tussen de Joden en de christenen. En ook tussen de christenen zelf die òf van heidense of van Joodse oorsprong zijn, zijn grote spanningen. In één of meer synagogen waren door Christus-aanhangers messiaanse onlusten gekomen. Daarom heeft de Romeinse macht in het jaar 49 op bevel van keizer Claudius grote groepen Joden de stad uit gezet. In het jaar 54 wordt Claudius opgevolgd door keizer Nero (ook geen lekkere jongen), maar wellicht konden Joden toen weer in de stad terugkeren. In die context schrijft Paulus zijn brief”[2].
Nee, de kerk in Rome heeft, zo rond het jaar 55, geen stil en rustig leven.

Intussen is het wel duidelijk – ook Gereformeerden in 2018 mogen zich, in hun eigen omstandigheden, nog steeds laten bemoedigen: de Here breekt Zijn beloften niet!

Paulus heeft zich het Kerstevangelie toegeëigend. Het is deel van hemzelf geworden. Wie de naam van Paulus noemt, zegt in één adem ook: Christus is geboren.
Christus is echt en helemaal mens geworden.
Om met de statige taal van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Hij heeft niet alleen de menselijke natuur aangenomen wat het lichaam betreft, maar ook een echt menselijke ziel om werkelijk mens te zijn. Want omdat de ziel evenzeer verloren was als het lichaam, moest Hij ze beide aannemen om beide te redden”[3].

Het Kerstevangelie klinkt ook in 2018.
Dat gebeurt in een tijd waarin “driekwart van de Nederlanders zegt dat kerken weinig of niet aansluiten bij hun visie op de zin van het leven”[4].

Probleem daarbij is dat die visie verre van eenduidig is.
Nummer Eén zegt: je moet jezelf ontplooien.
Nummer Twee zegt: je moet medemensen helpen.
Nummer Drie zegt: je moet God dienen.
Nummer Vier zegt: het leven hangt aan elkaar van toeval en eigenlijk is het zinloos[5].

Dat gebrek aan eenduidigheid wordt met name veroorzaakt door het individualisme van onze tijd. Je moet jezelf zijn, zeggen de mensen. En: jij bent de moeite waard. En: jij moet jouw eigen keuzes maken.
Er wordt nadruk gelegd op de particuliere persoon.

Maar dat is maar één kant van het verhaal. Wie daarbij blijft, houdt een eenzijdig betoog. Eenzijdige redeneringen – daar zijn we goed in, vandaag de dag.
Maar er is meer[6].
In Romeinen 1 schrijft Paulus letterlijk: “geworden zijnde uit het zaad van David naar het vlees”. Voor `het zaad’ staat er in het Grieks spermatos[7]. Men kan ons woord ‘sperma’ zonder moeite herkennen.
Paulus wil maar zeggen: wij staan op de schouders van ons voorgeslacht. Kinderen, kleinkinderen en het verdere nageslacht van gelovigen horen bij het verbond. Adam, Abraham, Noach…, en ook de door de Here uitverkoren mensen van 2018 horen bij dat verbond.
Inderdaad – er is één verbond.
Daarover schrijft Paulus in het derde hoofdstuk van de brief aan de Galaten: “Welnu, zo zijn de beloften aan ​Abraham​ en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is ​Christus”[8].
Al die gelovige mensen hebben te maken met het verzoeningswerk van de ene Persoon van Jezus Christus. Een exegeet noteert: “Vandaar dat Paulus de vinger legt bij dit enkelvoud ‘zaad’ en zegt: in strikte, in eigenlijke zin is Christus Degene die God op het oog had toen Hij aan Abraham Zijn belofte gaf. Omdat Hij wist dat Christus zou komen, kon deze belofte er zijn, dat al degenen, die door het geloof van Christus zijn, deel krijgen aan wat God beloofde aan Abraham”[9].
In Christus één – dat is de achtergrond van Romeinen 1.
Christus is geboren – dat schrijft Paulus in de aanhef van zijn brief aan de christenen in Rome.
Christus is geboren – in die woorden zit verwondering: ik hoor bij Hem; dat is ongelooflijk, maar ’t is waar!
Christus is geboren – in die woorden zit een juichkreet: we staan er niet alleen voor in de wereld! Dat is Gods kinderen in Rome tot troost. Maar ook de gelovigen in Nederland, in Canada, in Amerika of waar dan ook mogen het vandaag beseffen: we staan er niet alleen voor in de wereld!
Christus is geboren – daarin zit verbondenheid: het geloof is ons vóórgeleefd, en wij geven het geloof weer door aan de familie, en aan andere mensen in onze omgeving.

Christus is geboren!
Die uitroep van verwondering, blijdschap en verbondenheid klinkt in 2018 nog altijd.
Wij zijn verbonden aan Christus. En vervolgens ook aan elkáár.
In de kerk moeten we ons erin trainen om ons tegen individualisme en egoïsme te blijven verzetten.
Joep de Hart, een onderzoeker van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zegt: “In de kerk is een enorme sociale bewogenheid. Kerkleden doen twee keer zoveel vrijwilligerswerk als buitenkerkelijken. Die sociale dimensie zit ook in de opvoeding die zij hun kinderen geven. Je moet dus niet te luchtigjes doen over ontkerkelijking. Er worden kraters geslagen in de samenleving”[10].

In feite roept Paulus ons op om het verbond dat God met Zijn kinderen sloot nooit te vergeten.
En impliciet klinkt de vermaning: vergeet de heilshistorie niet. Om het tenslotte met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “…één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[11].

Dat heil geeft ons alle reden om er, overal ter wereld, feestelijke Kerstdagen van te maken!

Noten:
[1] Romeinen 1:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd van http://www.aartveldhuizen.nl/page/bijbelbijspijkeren-romeinen-1 ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018. Veldhuizen is geestelijk verzorger, supervisor en predikant in de Protestantse Kerk te Langweer.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[5] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.happinez.nl/spiritualiteit/alles-dat-je-wilt-weten-over-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof; Schetsenbundel over de brief aan de christenen te Rome”. – Groningen: De Vuurbaak bv. – derde druk, 1984. – p. 22.
[7] Zie de onlineversie van de Studiebijbel; oorspronkelijke tekst van Romeinen 1:3.
[8] Galaten 3:16.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 3:16.
[10] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html .
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.

6 december 2018

Kom naar de kerk!

“En toen ​Jezus​ uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen ​herder​ hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen”.
De bovenstaande woorden uit Marcus 6 vormen de inleiding tot de wonderbare spijziging van ongeveer vijfduizend mannen[1]. We weten niet of Marcus de vrouwen en kinderen bij die telling heeft gerekend. Hoe dat zij, er komen heel wat mensen op af!

Jezus is hevig geëmotioneerd. Dat verraadt ook het Griekse woord dat gebruikt wordt; plagchnizomai is afgeleid van een woord dat ‘ingewanden’ betekent. Het gaat Jezus door merg en been. Zijn hele lichaam protesteert klaarblijkelijk bij de aanblik van zoveel stuurloze mensen!

Stuurloos?
Gods volk gaat, mogen wij toch wel aannemen, met een zekere regelmaat naar de tempel? Israël is in Jezus’ aardse tijd geen losgeslagen boel. Hoezo stuurloos?
De kwestie is dat de Israëlieten geen Geestelijke leiding krijgen. Met andere woorden: zij worden niet bij de Here gebracht.
Zij worden gebonden aan menselijke vindingen, aan menselijke regeltjes. Zij krijgen te maken met religieuze criteria die kerkleiders netjes en aanvaardbaar vinden.
Edoch, Geestelijke voeding krijgen de Israëlieten niet.

Die term ‘schapen die geen herder hebben’ is ontleend aan Numeri 27. Daar spreekt Mozes over de overdracht van de leiding van Israël aan een opvolger: er is iemand nodig “die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen ​herder​ hebben”[2].
Wat voor een volk ziet Jezus in Marcus 6?
Daar ziet Hij een natie die iemand mist die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan. Er is, anders gezegd, niemand die de gelovigen leert om de God van hemel en aarde bij heel het leven te betrekken.

Dat laatste is trouwens iets van alle tijden.
Het is zeker ook actueel in het jaar 2018.
In onze tijd komt heel wat religie over ons heen. Velen, zeer velen vertellen ijverig over het Woord van God. Echter, als het gaat over de consequenties in het dagelijks leven wordt ‘Voorzichtig!’ het adagium.
Want ach – zo lijkt men te redeneren – er zijn zoveel verschillende mensen. Er zijn zoveel verschillende situaties. Er zijn zoveel verschillende moeilijkheden. Een echte toepassing kun je niet maken. Want die schiet te vaak langs onze persoonlijke levens. De toepassing past maar zelden op het concrete leven van alledag… Ziet u het probleem?
In Marcus 4 spreekt Jezus, in verband met de gelijkenis van de zaaier, over mensen die “geen wortel in zichzelf hebben, maar zij zijn mensen van het ogenblik; als er later verdrukking of vervolging komt omwille van het Woord, struikelen zij meteen”[3].
Daar zit een gevoelig punt.
Het Woord moet in ons leven wortelen. Het Woord moet bij allerlei gebeurtenissen in ons bestaan gebruikt worden – concreet en oprecht. Herders kunnen en moeten dat stimuleren, ook vandaag.

Wij zouden kunnen opmerken dat in Marcus 6 een grote massa mensen ongeorganiseerde mensen naar Jezus staat te luisteren. En ja, al die mensen luisteren in elk geval.
Kunnen we nu zonder hartzeer zeggen dat je niet zo nodig naar de kerk hoeft te gaan? Kunnen we zeggen dat het simpelweg naar Jezus luisteren voldoende is?
Nee, dat kunnen wij niet.
Dat is te makkelijk.
Waarom? Antwoord: de mensen moeten naar Jezus toe komen; wie thuis in zijn stoel blijft zitten, doet het Woord tekort.
Laat ik u op Marcus 1 wijzen: “En zij kwamen in Kapernaüm; en op de ​sabbat​ ging Hij meteen naar de synagoge​ en gaf Hij onderwijs”[4]. Ziet u dat? Jezus preekt in de kerk!
Laten we ook elkaar attenderen op Marcus 2: “En Hij vertrok weer naar de zee; en heel de menigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen”[5].
Ook is de inzet van Marcus 4 te noemen: “En Hij begon weer onderwijs te geven bij de zee; en er verzamelde zich een grote menigte bij Hem, zodat Hij in een schip ging zitten, op zee; en heel de menigte was op het land aan de zee”[6].

Wij moeten ook vandaag naar Jezus toe komen. Naar de kerk, betekent dat.
Wij belijden het in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard; men onderwerpt zich aan haar onderwijzing en tucht, buigt de hals onder het juk van Jezus Christus…”[7].
Ook in onze tijd is die belijdenis nog volop relevant.

Wat kan het moeilijk zijn om de stap naar de kerk te nemen!
Vele, vele zich Gereformeerd noemende mensen zijn verontrust over bepaalde ontwikkelingen in het Nederlandse kerkelijke leven. Graag roep ik zulke mensen op om niet voortdurend verontrust te blijven. Kom naar een Gereformeerde Kerk; daar vindt u rust!

Daarbij moeten we ons haasten om een bede te noteren: laat onze God – de God die wonderen kan doen – bij elkaar brengen wat bij elkaar hoort!
U begrijpt het wel: schrijver dezes denkt hierbij met name aan De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).

Het werd hierboven al geschreven: in Marcus 6 vindt een wonderbare spijziging plaats. Zeg maar gerust: een miraculeus feestmaal. Dat fysieke feestmaal is nog maar het begin. Er komt een hemelse maaltijd, met ongekende spijzen.
Laten we ons daar in de kerk maar op voorbereiden. Laten we ons er maar op verheugen. Wat zal het daar heerlijk wezen!

Noten:
[1] Marcus 6:34.
[2] Numeri 27:17.
[3] Marcus 4:19.
[4] Marcus 1:21.
[5] Marcus 2:13.
[6] Marcus 4:1.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.