gereformeerd leven in nederland

6 september 2019

Eenvoudig luisteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Als Jezus Christus op aarde was, wat zou Hij dan zeggen over de brexit?
Wat zou Hij zeggen over het feit dat het Eurovisie Songfestival in 2020 te Rotterdam wordt gehouden?[1]
Wat zou Hij zeggen over alle discussies over het homohuwelijk, tot in de ChristenUnie toe?[2]

Er zijn van die situaties waarin we graag het rechtstreekse oordeel van Jezus eens zouden willen horen.
Maar we horen geen stem uit de hemel.
Wij moeten het doen met de Bijbel. Met het Woord van God dus.

In 1 Samuël 3 hoort Samuël wel een stem. Dat is bijzonder. Alleen al omdat er in die tijd weinig van de Here wordt vernomen: “Het woord van de HEERE was schaars in die dagen; er kwam geen ​visioen​ openbaar”[3].

De Here kondigt aan dat Hij tot actie overgaat.
En er worden structurele en zeer ingrijpende maatregelen getroffen!
Leest u maar mee: “Zie, Ik ga iets doen in Israël waarvan bij ieder die het hoort, de beide oren zullen tuiten. Op die dag zal Ik over ​Eli​ alles gestand doen wat Ik tegen zijn ​huis​ gesproken heb, van het begin tot het einde. Want Ik heb hem bekendgemaakt dat Ik over zijn ​huis​ voor eeuwig gericht zal oefenen, omwille van de ongerechtigheid die hij geweten heeft; want toen zijn zonen zich vervloekt gemaakt hebben, heeft hij hen niet eens zuur aangekeken. En daarom heb Ik het ​huis​ van ​Eli​ gezworen: De ongerechtigheid van het ​huis​ van ​Eli​ zal in eeuwigheid niet verzoend worden door slachtoffer of door ​graanoffer!”[4].

Voor Samuëls tijd moeten we een heel eind terug in de kerkgeschiedenis: 1040-1000 voor Christus.
Maar de woorden van de Here zijn ook voor ons, in 2019, nog reuze herkenbaar.
Er gaat wat gebeuren!
Er gaat wat ongelooflijks geschieden; iets wat niemand verwacht!

Het gaat de Here om de wandaden die Eli’s zonen hebben gedaan. Vader Eli heeft daaraan stomweg voorbijgekeken. Hij deed net of hij ’t niet zag…
En nee, die wandaden kun je niet vergoelijken met een eindeloze rij offers.

Als wij 1 Samuël 3 lezen, dringt zich al snel de huidige tijd aan ons op.
We leven in een tijd waarin velen – ook vele christenen – een beetje voor zich uit leven. Ach, het gaat allemaal zo z’n gangetje.
Als de ene ‘kerk’ jou niet bevalt, ga je gewoon naar de andere. Zo komt het dat de ene naar ‘kerk’ A gaat, een ander naar ‘kerk’ B. Een derde naar geloofsgemeenschap C. En misschien gaat er ook nog iemand naar De Gereformeerde Kerk. Ja, dat zóu kunnen.

En waar horen wij dan Gods stem?
Bij A? Bij B of C? Of bij DGK?
Wij horen niet dagelijks de stem van God. Maar we hebben wel Gods Woord. En daaruit wordt duidelijk dat God weglopers en deserteurs in de gaten houdt. Hij staat niet aan de zijlijn, ook al horen wij Zijn stem niet meer. Het oordeel komt, vroeg of laat!

Dat kan ouders beangstigen: hoe loopt het af met mijn zoon, met mijn dochter?
En vader en moeder mogen het tegen hun kinderen zeggen: wees actief op een manier die je voor God kunt verantwoorden. En: ga op zoek naar de Woordverkondiging; zet niet je eigen behoeften centraal.
Jezus zegt in Mattheüs 7: “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de ​wetteloosheid​ werkt!”[5].
En in Mattheüs 12: “Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder”[6].

Trouwens – als Samuël deze woorden de stem van de Here hoort is hij nog maar een kind.
Opvallend is dat: ouderen luisteren klaarblijkelijk niet meer! Eli vindt het blijkbaar ook niet de moeite waard om uit bed te komen.
In Mattheüs 11 zegt Jezus tegen Zijn Vader: “Ik dank U, Vader, ​Heer​ des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U”[7].
De Heer van de kosmos maakt contact met eenvoudige mensen. Mensen die simpelweg zeggen: wat God zegt, is waar!

Er klinkt een stem, daar in 1 Samuël 3.
Ook in Lucas 22 klinkt een stem. Die van Jezus Christus namelijk. Hij zegt daar tegen Zijn Vader: “Vader, indien Gij wilt, neem deze ​beker​ van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!”[8].
Wij weten het: de Heiland heeft ultieme gehoorzaamheid getoond. Hij had de beste luisterhouding die er ooit op deze aarde is geweest.
En daarom kunnen Gereformeerde mensen ook vandaag belijden: “Al klaagt mijn geweten mij aan, dat ik tegen alle geboden van God zwaar gezondigd en geen daarvan gehouden heb en dat ik nog altijd uit ben op elk kwaad, toch schenkt God mij, zonder enige verdienste van mijn kant, alleen uit genade, de volkomen voldoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. Hij rekent mij die toe, alsof ik nooit zonde had gehad of gedaan, ja, alsof ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht had die Christus voor mij volbracht heeft. Aan deze weldaad heb ik alleen deel, als ik die met een gelovig hart aanneem”[9].
Daarom moeten wij goed naar het Evangelie blijven luisteren!

Als Jezus Christus op aarde rond zou lopen, wat zou Hij dan zeggen over de brexit?
Wat zou Hij zeggen over het feit dat het Eurovisie Songfestival in 2020 te Rotterdam wordt gehouden?
Wat zou Hij zeggen over alle discussies over het homohuwelijk, tot in de ChristenUnie toe?
Wat zou Hij zeggen over ‘kerk’ A, ‘kerk’ B en geloofsgemeenschap C?
Er is niemand die daar het precieze antwoord op geven kan.
Wij moeten eenvoudig naar het Evangelie blijven luisteren.
En laat voor ons allen dan maar gelden het woord dat Paulus eens aan Timotheüs schreef: “Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen blijke, dat gij vooruitgaat. Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen; want door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden”[10].

Noten:
[1] Zie hierover https://nos.nl/liveblog/2299576-songfestival-naar-rotterdam-nu-mouwen-opstropen-en-aan-de-slag.html ; geraadpleegd op vrijdag 30 augustus 2019.
[2] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/politiek/partijvoorzitter-adema-wil-in-cu-geen-nieuw-debat-over-homohuwelijk-1.1590611 ; geraadpleegd op vrijdag 30 augustus 2019.
[3] 1 Samuël 3:1 b.
[4] 1 Samuël 3:11-14.
[5] Mattheüs 7:21, 22 en 23.
[6] Mattheüs 12:50.
[7] Mattheüs 11:25.
[8] Lucas 22:42.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 23, antwoord 60.
[10] 1 Timotheüs 4:15 en 16.

4 september 2019

Feestelijke stemming

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Is geloven een feest?
Men zou haast zeggen van niet. Immers – in de kerk is het vaak tobben. En pappen. En nathouden.
Waarom? Bijvoorbeeld omdat kerkmensen vaak een chronisch tijdgebrek hebben; het werk in de kerk moet vaak gebeuren naast de drukte in het gezin en in de maatschappij. En bijvoorbeeld ook omdat sommige kerkmensen elkaar gewoon niet liggen; en dat terwijl je elkaar – Schriftuurlijk bezien – lief moet hebben.
Nee, geloven is geen feest. Lang niet altijd tenminste.

Des te meer valt het op dat in Exodus 5 te lezen staat: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn”[1].

De Here bevrijdt Zijn volk.
Men zou zeggen: het is belangrijk dat Israël uit de slavernij komt. Het is belangrijk dat Israël uit Egypte weg kan. Het is belangrijk dat Israël weer vrij kan zijn. Het is belangrijk dat Israël over kan gaan tot haar eigen orde van de dag.

De Here bevrijdt Zijn volk.
Maar daarna klinkt geen dienstbevel in de trant van: ga uw gang en maak er wat moois van.
Nee, het is de bedoeling dat Israël feest gaat vieren. En wel een feest ter ere van de Bevrijder: de Here, hun God.
Het is opmerkelijk dat de Here niet zegt: mensen, blaas nu eerst maar eens een beetje uit. Nee, er moet feest gevierd worden. Er moet een offerfeest worden gehouden.

De Here bevrijdt Zijn volk.
Maar het is opmerkelijk dat de Here zegt: er moet feest gevierd worden in de woestijn. Er zijn toch warempel wel betere plaatsen te bedenken om feestgedruis te ontwikkelen! Maar nee, er moet zo spoedig mogelijk feestvreugde ontstaan. Uitstel kan niet aan de orde wezen.

Hoe dat alles zij – de farao is niet van zins om aan die bevrijding mee te werken. Goed beschouwd is dat trouwens ook geen wonder. “Immers”, schrijft Paulus in Romeinen 8, “het denken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet”[2].
Welnu, daar is de Egyptische farao een treurig voorbeeld van!

De Here bevrijdt Zijn volk.
Ook vandaag.
En nog steeds is er tegenstand in de wereld. Gereformeerden moeten feest vieren in een wereld die vermanend en geërgerd naar de kerk kijkt. Waarom? Omdat kerkmensen op sommige momenten nogal wereldvreemd doen. Alles is erop gericht om de Here te eren. Feitelijk zijn er in de kerk massa’s priesters en priesteressen actief. Zij zijn druk doende om zich “als een levend dankoffer aan Hem te offeren”. Herkent u de term uit de Heidelbergse Catechismus?[3]

Toegegeven – feestvieren is in de omstandigheden van 2019 niet eenvoudig.
Maar het is mogelijk. Onze God geeft er nog de vrijheid voor. Zodoende hangt er in de kerk vrijwel altijd een feestelijke sfeer. Net als in Psalm 118:
“Gezegend wie komt in de Naam van de HEERE!
Wij ​zegenen​ u vanuit het ​huis​ van de HEERE.
De HEERE is God, Hij heeft ons licht gegeven.
Bind het feestoffer vast met touwen
tot aan de hoorns van het ​altaar”[4].
Een commentator noteert hierbij: “Voor dat laten schijnen wordt hetzelfde werkwoord gebruikt als in de bekende priesterzegen in Numeri 6:25. Dit schijnen (‘laten zien’) van het licht houdt in dat de zegen die steeds uitgesproken werd nu concreet en zichtbaar is geworden”[5].
In de kerk wordt het zo vaak gezegd: “De HEERE doe Zijn aangezicht over u lichten”[6]. En telkens als dat gezegd wordt, mogen we ’t ons realiseren: in de kerk is het feest. Wat preciezer: de Here zorgt dat het in de kerk feest is en feest blijft.

En dat laatste is cruciaal.
De Here Zelf zorgt ervoor dat het feest wordt in ons leven.
Daarom is het niet eens zo verrassend dat het eerste publieke optreden van de Heiland plaatsvindt tijdens een feest. Op de bruiloft te Kana, namelijk. Johannes noteert: “Dit heeft ​Jezus​ gedaan als begin van de tekenen, te ​Kana​ in Galilea, en Hij heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem”[7].

In de kerk vieren we de glorieuze triomf van onze Heiland over de zonde.
Toegegeven, even lijkt het alsof die overwinning nep is. In Openbaring 11 namelijk. Dat is het hoofdstuk waarin het gaat over de twee getuigen.
Daarover schreef ik al eens: Het profeteerwerk van de twee getuigen “heeft grote gevolgen. God komt met Zijn oordeel! De vijanden vinden de dood.
Het water wordt bloed. De aarde wordt geplaagd. Ja geplaagd: de gebeurtenissen doen sterk denken aan de tien plagen waarover we lezen in Exodus 7 en volgende.
Als het Evangelie overal op de wereld geproclameerd is, zal de antichrist de twee getuigen om het leven brengen.
Laten we er op letten: het Woord van de Here heeft, op het moment van de dood van de Godsgetuigen, in alle hoeken en gaten van de wereld geklonken. Iedereen heeft er van gehoord. Alle wereldburgers weten er van. Niemand kan zeggen: ik heb het niet geweten.
Dat betekent ook iets anders.
Dat houdt namelijk in dat de God van hemel en aarde de regie heeft. Nee, er wordt niet met het leven van de getuigen afgerekend als zij – om maar eens iets te noemen – nog maar halverwege hun profeteerwerk zijn. Nee, de antichrist krijgt pas de ruimte voor een afrekening in het criminele circuit als zij hun ‘evangelisatiewerk’ geheel voltooid hebben.
En dan is het einde daar.
De getuigen van God zijn om het leven gebracht.
Het Evangelie gaat ten onder.
Het is over en uit met de wereld.
Althans, daar lijkt het op.
Zo ziet het er uit.
Maar niets is minder waar.
Want de twee getuigen staan weer op![8].
Jazeker – de overwinning is toch een feit!

De Here bevrijdt Zijn volk.
En daarom vieren wij feest.
Maar het is nog maar het begin.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik hoorde zoiets als een geluid van een grote menigte en als een gedruis van vele wateren en een geluid als van zware donderslagen: ​Halleluja, want de Heere, de almachtige God, is ​Koning​ geworden. Laten wij blij zijn en ons verheugen en Hem de heerlijkheid geven, want de bruiloft van het Lam is gekomen en Zijn vrouw heeft zich gereedgemaakt. En het is haar gegeven zich met smetteloos en blinkend fijn ​linnen​ te kleden, want dit fijne ​linnen​ zijn de gerechtigheden van de ​heiligen. En hij zei tegen mij: Schrijf: Zalig zijn zij die geroepen zijn tot het avondmaal van de bruiloft van het Lam. En hij zei tegen mij: Dit zijn de waarachtige woorden van God”[9].
Het wordt een groots feest, dat toch intiem is. Want men viert dan de heerlijke intimiteit tussen God en Zijn volk. Alle bruiloftsgasten delen in de feestvreugde.

Intussen staat het nog altijd in Exodus 5: “Zo zegt de HEERE, de God van Israël: Laat Mijn volk gaan om voor Mij een feest te vieren in de woestijn”.
Als het aan mensen had gelegen, was het met dat feest niets geworden. Maar nu? Dankzij de Heiland heerst er in de kerk – als het goed is – bijna altijd een feestelijke stemming!

Noten:
[1] Exodus 5:1.
[2] Romeinen 8:7.
[3] De formulering komt uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, antwoord 32.
[4] Psalm 118:26 en 27.
[5] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 118:26-29.
[6] Numeri 6:25.
[7] Johannes 2:11.
[8] Geciteerd uit mijn artikel ‘De twee getuigen’, hier gepubliceerd op donderdag 20 juli 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/07/20/de-twee-getuigen/ .
[9] Openbaring 19:6-9.

20 augustus 2019

De kerk volgens Johannes 15

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“U bent al ​rein​ vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb”[1].
Dat zegt Jezus in Johannes 15 tegen Zijn discipelen. Een opmerkelijk woord is dat! Immers – hoe kan een mens rein zijn? De aardse mens is zondig, tot in het diepst van zijn bestaan. Dan is het toch te simpel om over de gereinigde mens te spreken?

Toch kan het.
Jezus heeft namelijk net daarvóór gezegd: “Ik ben de ware Wijnstok en Mijn Vader is de Wijngaardenier. Elke rank die in Mij geen vrucht draagt, neemt Hij weg; en elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij, opdat zij meer vrucht draagt”[2].

Men vertelt ons soms dat kerkmensen veel ijveriger moeten zijn. In het oefenen van onderling contact bijvoorbeeld. In het evangeliseren bijvoorbeeld. Er gaat, zegt men, zo weinig van de kerk uit.

Onlangs was er een dominee uit het verband van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken die iets dergelijks schreef.
“Veel van wat de kerk wordt verweten, is jammer genoeg terecht. Wat ging het veel over onszelf en wat waren we weinig gericht op de wereld. Wat we zo goed en zeker wisten, zijn grote verhalen gebleken. Wat een gezeur om niks, dufheid en kleinzieligheid. Kritiek op de kerk valt te begrijpen.
Nu is een van de kenmerken van kritiek vaak dat ze doorslaat. Kritiek op de hang naar objectiviteit in de kerkdienst slaat door naar allesbeheersende subjectiviteit. De ware kerk maakt plaats voor het ware gevoel. Grote verhalen verandert in niks meer te zeggen hebben”.
Het moet anders schreef die predikant.
Waarom?
“Het concept van een gemeenschap van mensen – oud, jong, blank, zwart, homo, hetero, rijk, arm, gezond, ziek, gelovig, twijfelend – staat ook vandaag als een huis. Een club mensen die in alle verscheidenheid hun God loven en prijzen, zich door hun hemelse Vader willen laten aanspreken en bemoedigen is iets om te koesteren. Een gastvrije gemeente van mensen die hun eigen tekortkomingen als geen ander kennen, weten van 100 procent genade en de liefde van hun God en daarvan maar wat graag willen delen in een dolgedraaide samenleving.
Een kerk waar de Geest van God woont, die met gulle hand de leden van gaven voorziet om zichzelf en de stad waarin ze wonen een stukje mooier te maken, is de moeite van het voortbestaan meer dan waard. Wat zou het mooi zijn als het die kant op zou gaan.
Als kerken weer plekken worden waar jonge en oude christenen, in navolging van Christus, liefde voor voelen en betrokkenheid, waar ze voor willen gaan. Met hoofd, hart en handen. Als kerken voor zowel (groot)ouders als (klein)kinderen een plek worden om graag naar toe te gaan en te zijn. Zoals het ooit was en bedoeld is. Leve de kerk!”[3].

Dit klinkt mooi.
Maar bij nadere beschouwing lijkt het toch iets minder fraai.
Is de kerk simpelweg een gemeenschap? Neen. Het is geen gewone woon- en leefgemeenschap.
Is de kerk een club? Ook niet.
Het is een groots werk van de heilige God. Dagelijks werkt Zijn Geest in de kerk. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt: “… geen kennis of wil is in overeenstemming met die van God, als Christus ze niet in de mens tot stand heeft gebracht, zoals Hij ons leert met de woorden: Zonder Mij kunt gij niets doen – Johannes 15:5”[4].
De kerk is geen product van een Masterplan. Het is een heilige vergadering. Gods Geest zet mensen bij elkaar. Hij creëert geloofskracht, zodat die vergadering ook werkelijk kerk blijft[5].

De kerk is de moeite van het voortbestaan waard, schrijft de GKv-predikant. Ja, dat zal waar wezen.
Want dat voortbestaan is gegarandeerd. Waarom? Omdat Vader de Wijngaardenier is.
U weet wel, de Vader van Zondag 1 uit de Heidelbergse Catechismus: “Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil”[6]. Hij zal de kerk verzorgen met alles wat zij nodig heeft. Want Hij is een trouwe Vader. Hij zegt nooit tegen de kerk: nou, laat maar zitten…[7]

Het gaat niet zo best met de kerk, zeggen de mensen.
Laten we dan niet vergeten dat Vader snoeiwerk doet. Zo leert Hij ons geduld. En zachtmoedigheid. Hij leert ons actief te zijn, ook als het met de kerk ogenschijnlijk niet zo best gaat.

Het hierboven geciteerde schrijven van die GKv-predikant – dominee S. de Jong uit Drachten – lijkt onder meer als boodschap te hebben dat de kerk een hele hoop zelf moet fiksen.
Misschien is dat niet zijn bedoeling. Maar toch.
Hoe dat zij – Johannes 15 leert ons dat alles bij God begint. Laten wij de juiste klemtoon leggen: “elke rank die vrucht draagt, reinigt Hij”.

Noten:
[1] Johannes 15:3.
[2] Johannes 15:1 en 2.
[3] Ds. Sieds de Jong, “De kerk is het voortbestaan waard”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 4.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.

24 juli 2019

Permanent in verwachting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Men hoort het oude broeders en zusters vaak zeggen: ‘Ik heb het hier op aarde wel een beetje gehád. Doe maar niet teveel meer aan reanimeren. Als de Here mij komt halen is het goed’.
Het is goed te begrijpen dat die ouderen dat zeggen. Een gekortwiekt leven is niet leuk.
En zegt u nu zelf: als uw kinderen en kleinkinderen het goed hebben, dan lijkt uw rol niet zelden zo’n beetje uitgespeeld.

Jonge mensen daarentegen zeggen en doen heel andere dingen.
Kerkgrenzen zeggen hen niet veel.
Een relatie aanknopen met een ongelovige jongen… tja, dat zullen je ouders niet fijn vinden. Maar ach, misschien komt er wat goeds van; je weet nooit.

Welnu, oude mensen én jonge mensen lezen in 2 Petrus 3: “Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar ​gerechtigheid​ woont. Daarom, geliefden, terwijl u deze dingen verwacht, beijver u om onbevlekt en smetteloos door Hem bevonden te worden in vrede”[1].

Het gaat erom de juiste keuzes te maken.
Keuzes waardoor wij dicht bij de Heiland blijven, zodat wij achter Hem aan kunnen blijven gaan.
Het gaat erom Gods Woord te eerbiedigen, en te doen wat Hij van ons vraagt.
Als wij dat doen mogen wij erbij denken: er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar niets meer scheef of kapot is.

Laten wij elkaar, mede in verband met het bovenstaande, eerst een vraag stellen.
Kunnen wij op basis van 1 Petrus 3 zeggen: ‘nu ja, alles wordt nieuw en dus is het zorgvuldig omgaan met de schepping niet zo belangrijk?’.

Laten we dat maar niet doen.
Wij moeten de door God geschapen aarde als bekwame rentmeesters beheren. Aldus bereiden wij ons voor op een nieuw begin in de hemel. Al doende willen wij God prijzen. Wij loven Hem. Zijn schepping is een prachtig werk. En het is een hele eer dat wij met en voor die schepping mogen werken.
Dat betekent dus niet dat wij de aarde in de eerste plaats voor onze kinderen moeten bewaren. Want in dat geval kijken wij eerst en vooral om ons heen. Gelovige christenen kijken in de eerste plaats omhoog. Want zij weten: daar moet het vandaan komen. Preciezer: daar zal de Heiland vandaan komen.

Nogmaals – het gaat om Gods eer.
Wij zingen de lof van de Heiland.
Wij gaan zorgvuldig om met alles wat Hij geeft. Nu al.
Zo maken wij ons gereed voor een nieuw leven. Na dit aardse leven zetten we geen punt, maar een komma – het leven gaat verder[2].
Ons aardse leven is, om zo te zeggen, een generale repetitie voor het hemelse leven.

Hierboven gaat het over gelovige ouderen.
Zij zeggen: ‘Als de Here mij komt halen is het goed’.
Dat is een geloofsbelijdenis die er wezen mag!
Maar diezelfde ouderen mogen ook weten: zolang wij nog op aarde zijn, mogen wij onszelf en andere kinderen van God voorbereiden op een heerlijk nieuw begin.
Mensen, het zal magnifiek wezen!
Luisterrijk!
Wij komen in een glorieuze, ja zalige dimensie terecht!

Hierboven gaat het over jongeren.
Zij zeggen: ‘Praat niet over kerkgrenzen. Geloof maar gewoon in Jezus. Dat is genoeg’.
Zij zeggen ook: ‘Het maakt niet uit of mijn partner uit dezelfde kerk komt als ik. Dat is totaal niet belangrijk. En als hij of zij niet gelooft… nou ja, het zij zo. Als hij of zij maar lief is’.
Echter – wie een bekwame rentmeester wil zijn die God op deze aarde vertegenwoordigt, redeneert een stuk zorgvuldiger.
Zo’n rentmeester gaat naar de kerk – ja, met lidwoord. Daar is er maar één van.
Zo’n rentmeester zoekt een partner die zich ook op het tweede leven voorbereid; het hemelse leven dus.

Misschien zeggen sommigen wel: ach, dat hele verhaal zegt ons niet zoveel. En: van die nieuwe en die nieuwe aarde merken we nog niets. En: wij moeten ons maar een beetje zien te redden, voorlopig.
Aan zulke mensen mogen wij vragen: zou het toevallig zijn dat in 2 Petrus 3 ook staat: “beschouw het geduld van onze Heere als zaligheid”?[3]

Het antwoord is: nee, dat is zeker niet toevallig.
De God van hemel en aarde geeft ons nog altijd gelegenheid om ons naar Hem toe te keren, en ons te prepareren op een nieuw begin. En daarvoor geldt: elke dag is er weer een nieuwe kans.
Gelovige mensen zijn, om het zo eens te zeggen, permanent in verwachting. Nee, die beeldspraak is niet origineel. De apostel Paulus gebruikte ‘m ook al. In 1 Thessalonicenzen 5 namelijk: “Want u weet zelf heel goed dat de dag van de Heere komt als een ​dief​ in de nacht. Want wanneer zij zullen zeggen: Er is ​vrede​ en ​veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeën een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten”[4].

Gelovigen mogen het zonder terughoudendheid belijden: wij zetten aan het einde van ons aardse leven geen punt, maar een komma. Oftewel – het mooiste komt nog.
Daarom is de aansporing van Petrus in het laatste vers van 2 Petrus 3 nog altijd actueel: “Maar groei in de ​genade​ en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus ​Christus. Hem zij de heerlijkheid, zowel nu als in de dag van de eeuwigheid. ​Amen”[5].

Noten:
[1] 2 Petrus 3:13 en 14.
[2] De uitdrukking ‘We zetten in ons aardse leven geen punt, maar een komma’ is afkomstig van mijn onvolprezen echtgenote, Arianne de Roos-Wieles.
[3] 2 Petrus 3:15.
[4] 1 Thessalonicenzen 5:2 en 3.
[5] 2 Petrus 3:18.

19 juli 2019

Dwalend en ziek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wat is de ware kerk?
Dat is een heilige vergadering waar Jezus Christus het voor het zeggen heeft. Christus schrijft daar de wet voor.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert het ons zo: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden. Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”.
Dat is dus de echte kerk.

Wat is de valse kerk?
De Nederlandse Geloofsbelijdenis omschrijft dat als volgt: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus. Zij vervolgt hen die heilig leven naar Gods Woord en die haar bestraffen over haar zonden, hebzucht en afgoderij”[1].
Dat is dus de onechte kerk.

Hierboven staan bekende formuleringen.
Wij moeten erop letten dat in die volzinnen maar twee ‘soorten’ kerken benoemd worden. Waar en vals. Meer smaken zijn er niet.

De Gereformeerd-vrijgemaakte dr. A.N. Hendriks kent meer onderscheidingen. Namelijk:
* de dwalende kerk
en
* de zieke kerk.
Uit het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Zolang het Woord en de sacramenten recht worden bediend, stelde Calvijn, is er sprake van een kerk van Christus. Een dwalende of zieke kerk is nog geen valse kerk. Wat een valse kerk is, zegt artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In de Afscheiding van 1834 en de Vrijmaking van 1944 verlieten mensen pas de kerk toen ze er niet meer welkom waren. Voor trouwe dienaren was geen plaats”[2].
“Een dwalende of zieke kerk is nog geen valse kerk”. Zo zegt dr. Hendriks dat.
Dwalen, dat is: op een verkeerde weg zijn. En ook: zonder doel rondlopen.
Ziek, dat is: lichamelijk of geestelijk niet in orde zijn.
Kennelijk redeneert dr. Hendriks als volgt: als de kerk op een verkeerde weg zit, kun je altijd terugkeren; en een zieke kerk kan nog beter worden.

Die onderscheidingen ‘dwalend’ en ‘ziek’ zijn door de jaren heen veel gebruikt. Men kan ze in preken en boeken nog vaak tegenkomen.
Maar hoe spreekt Gods Woord over de kerk?

In Johannes 16 zegt Jezus zelf: “Ze zullen u uit de ​synagoge​ werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen”[3].
Er komt een tijd dat de mensen zeggen zullen: eruit met die Evangelieverkondigers! In die tijd wordt er niet meer rustig gediscussieerd. Dat zijn geen momenten waarop men aandacht vraagt voor allerlei nuanceringen.

Laten we elkaar wijzen op Handelingen 4. Daar wordt een bevel gegeven: “En na hen – dat zijn de apostelen – geroepen te hebben, gaven zij – dat zijn de Schriftgeleerden – hun het bevel helemaal niet meer te spreken of te onderwijzen in de Naam van Jezus”[4].
De leiders in Jeruzalem zeggen niet: doe het een beetje rustig aan met die Evangelieverkondiging. Ze zeggen eenvoudig: stop daarmee!

Laten wij elkaar meenemen naar 2 Timotheüs 4. Daar staat: “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels”[5].
Dat ziet er zwart-wit uit. Grijstinten zien wij niet.

In de tweede algemene brief van de apostel Johannes is genoteerd: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon”[6].
Het is wel of niet. Het is alles of niets.

De hierboven geciteerde teksten zijn niet willekeurig gekozen. We vinden ze als Schriftbewijs in de Nederlandse Geloofsbelijdenis bij het begrip ‘valse kerk’.

We kunnen eigenlijk niet om de conclusie heen dat kwesties van ware en valse kerk zwart-wit zijn. Het is ja of nee. Het is nooit ‘misschien’. Of ‘een beetje’. Of ‘min of meer’.

Is het nu zo dat we bij de eerste de beste onschriftuurlijke beslissing de kerk moeten verlaten?
Nee, dat niet.
De vraag is: kan er in de kerk nog van gedachten gewisseld worden op basis van het Woord van God? Als dat niet meer het geval is, wordt het tijd om weg te wezen.

Zonder twijfel is dr. Hendriks een man die door zijn Heer met grote gaven gesierd is.
Maar de stellingen die hij in het Reformatorisch Dagblad inneemt zijn op z’n minst opmerkelijk.
En met de kwalificaties ‘dwalende kerk’ en ‘zieke kerk’ kan een rechtgeaard Gereformeerd mens meestentijds niet zoveel aanvangen.
Het is goed om elkaar op dit punt scherp te houden.

Noten:
[1] De citaten over de kerk komen uit: Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] “Verlaat de GKV niet te vlug”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 15 juli 2019, p. 2 en 3.
[3] Johannes 16:2.
[4] Handelingen 4:18.
[5] 2 Timotheüs 4:3 en 4.
[6] 2 Johannes, vers 9.

28 juni 2019

Ikonium is niet iconisch

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“En het Woord van de Heere verbreidde zich door heel het land”.
Zo staat dat in Handelingen 13[1].
Wie dat in Nederland leest, lacht wellicht stilletjes en schamper. Dat mochten we willen!
Nee, dit soort teksten is meer iets voor zendingsgebieden. En voor voormalige zendingsgebieden – Kalimantan Barat of zo[2].

Handelingen 13 brengt ons naar Klein-Azië, naar het huidige Turkije.
Naar Ikonium, om precies te zijn.
Een bekende internetencyclopedie leert ons: “Konya (Grieks: Ικόνιο; Latijn: Iconium) is een stad in het zuidwestelijk deel van Midden-Turkije. De stad ligt op ongeveer 250 kilometer van de Middellandse Zee, op een hoogte van ongeveer 1000 meter boven zeeniveau. Het is de hoofdstad van de gelijknamige provincie Konya. De agglomeratie Konya bestaat uit de districten Karatay, Meram en Selçuklu en telde in 2009 1.003.373 inwoners (830.796 in 2000, waarvan 742.690 in de stad zelf). Met dit inwonertal is Konya de op zes na grootste stad van Turkije”[3].

En wat voor bezienswaardigheden zijn er in Konya?
Antwoord: moskeeën.
Toegegeven – u kunt er ook andere mooie dingen bekijken. Maar er zijn toch aardig wat islamitische gebedshuizen[4].

Daar wordt het niet bepaald makkelijker van.
Want waar is nu toch de christelijke kerk gebleven?
Is het werk van God ganselijk teniet gedaan?
In Jesaja 49 staat het zo mooi: “Het is te gering dat U voor Mij een Knecht zou zijn om op te richten de stammen van ​Jakob en om hen die van Israël gespaard werden, terug te brengen. Ik heb U ook gegeven tot een Licht voor de heidenvolken, om Mijn heil te zijn tot aan het einde der aarde”[5].
Maar in Konya – het vroegere Ikonium – zie je er niets meer van.

Trouwens – hoe is het in Nederland?
Nederland was eertijds een christelijke natie. En er zijn nog heel wat christenen in ons land. De eerlijkheid gebiedt echter te zeggen dat de secularisatie haar tienduizenden verslaat.
Hoe zit het eigenlijk met het werk van God?

Laten we niet vergeten dat de profeet Jesaja nog meer zegt. In hoofdstuk 55 namelijk: “Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad​ geeft aan de ​zaaier​ en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend”[6].
Er zijn momenten waarop het werk van God geheel verdwenen lijkt. Maar Zijn werk is nooit helemaal zonder vrucht. Wij zien die vruchten niet altijd. Maar ze zijn er wel.

In ‘De Wachter Sions’, het kerkelijk orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, schreef C. van Rijswijk vorig jaar: “Van het oude Ikonium is niets meer over, zoals dat ook het geval is met de steden Antiochië en de andere plaatsen In Lycaónië: Lystre en Derbe. Al die plaatsen met hun inwoners zijn van de aardbodem verdwenen, maar zij die een nieuw hart mochten ontvangen, juichen voor Gods troon.
Maarten Luther heeft gezegd dat we de verkondiging van Gods Woord kunnen vergelijken met een voorbijtrekkende plasregen. Hij zegt: ‘Gebruik Gods Woord en Gods genade, nu ze aanwezig zijn. Want dit moet u weten: Gods Woord en genade is als een voorbijgaande plasregen, die niet wederkeert, waar hij eenmaal geweest is”[7].
In Ikonium zijn christenen geweest. Dat waren echte kinderen van God. Wij zullen hen later in de hemel tegenkomen. Nee, Gods werk is niet vruchteloos geweest. Het werk in Ikonium heeft zin gehad.
Die plasregen van Luther is ook in Ikonium naar beneden gekomen. En ja, dat vocht is allang weer opgedroogd. Verdampt, zo u wilt. Maar die regen heeft de aarde daar bevochtigd. Gods werk is daar niet voor niets geweest! Gods Woord en werk heeft namelijk altijd en eeuwig effect!

Nee, Ikonium is niet iconisch
Sterker nog: de kerken in Klein-Azië lijken geheel verdwenen te zijn. En wat is er voor in de plaats gekomen? Antwoord: de islam.
Dat stemt een rechtgeaard Gereformeerd mens tamelijk droevig.
Als gezegd wordt “het Woord van de Heere verbreidde zich door heel het land” duidt dat in Handelingen 13 uiteindelijk maar op een tijdelijke toestand.

Maar daarin zit toch ook een stimulans voor Gereformeerden in 2019. Want wij worden gestimuleerd om in onze tijd en op onze plaats trouw te blijven.
Laten wij elkaar wijzen op Openbaring 22: “Wie ​onrecht​ doet, laat hij nog meer ​onrecht​ doen. En wie vuil is, laat hij nog vuiler worden. En wie ​rechtvaardig​ is, laat hij nog meer gerechtvaardigd worden. En wie ​heilig​ is, laat hij nog meer ​geheiligd​ worden. En zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om aan ieder te vergelden zoals zijn werk zal zijn. Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste”[8].
Het moet blijken wie er werkelijk trouw is.
Het moet duidelijk worden wie er, ten langen leste ontrouw is.
En wat is de conclusie van dat hele verhaal? Deze: er is er Eén die trouw is. Namelijk de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Zijn werk beperkt zich niet tot Ikonium. En ook niet tot Nederland. Hoor maar wat de Heiland in Mattheüs 28 zegt: “En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. ​Amen”![9]

Noten:
[1] Handelingen 13:49.
[2] Deze tekst werd op dinsdagavond 25 juni 2019 door broeder H.D. Hoving genoemd tijdens een presentatie in een vergadering van de kerkenraad met diakenen en de gemeente van De Gereformeerde Kerk Groningen over het werk van de Sekolah Tinggi Theologia Reformed (STTR) in Sentagi, Bengkayang (Kalimantan Barat, Indonesië). Aan de presentatie werd ook meegewerkt door broeder W.J. Heeringa.
[3] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Konya_(stad) ; geraadpleegd op woensdag 26 juni 2019.
[4] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.tripadvisor.nl/Attractions-g298014-Activities-c47-Konya.html ; geraadpleegd op woensdag 26 juni 2019.
[5] Jesaja 49:6.
[6] Jesaja 55:11.
[7] C. van Rijswijk, “Vervolg van de eerste zendingsreis: Lystre en Derbe”. In: De Wachter Sions, donderdag 8 november 2018, p. 2 en 3.
[8] Openbaring 22:11, 12 en 13.
[9] Mattheüs 28:20.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.