gereformeerd leven in nederland

21 juni 2022

Een wonder in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Eenheid in de kerk? Het is lang niet altijd makkelijk om die te behouden.
Maar eigenlijk is dat geen wonder.
Jesaja zegt in hoofdstuk 65: “Ik ben gezocht door hen die naar Mij niet vroegen, Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten. Tegen het volk dat Mijn Naam niet aanriep heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik”.
Het wordt duidelijk – wij hebben steeds weer een nieuwe aanmoediging nodig. Anders wandelen wij plompverloren achter onze eigen gedachten aan. Als ’t een beetje wil doen wij dat zelfs blijmoedig en met nauw verholen enthousiasme. Wij hebben zo onze gedachten over vrouwen in het ambt. En over gender. En over het huwelijk. En over het Heilig Avondmaal. En over nog veel meer.
Paulus haalt Jesaja aan in Romeinen 10: “En Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk”.
Dat klinkt niet best. Mensen zijn van zichzelf niet zelden egoïstisch en eigenzinnig. Geloven in Jezus Christus? Dat doen wij nooit uit onszelf[1].

De Verbondsgod grijpt te Zijner tijd in: dus op het moment dat Hij de tijd rijp acht.
Hoe komt die ingreep precies tot stand? Er is niemand die dat precies zeggen kan. Maar feit is dat onze God ten diepste altijd genadig en lankmoedig is. Er komt een moment dat Zijn kinderen gaan bidden. Er komt een moment dat Gods kinderen enkel en alleen op God gaan vertrouwen. Dan zien wij in Jeremia 29 gebeuren: “Want zo zegt de Heere: Voorzeker, pas wanneer zeventig jaren in Babel voorbij zijn, zal Ik naar u omzien en over u Mijn goede woord gestand doen, door u terug te brengen naar deze plaats. Ik immers, Ik ken de gedachten die Ik over u koester, spreekt de HEERE. Het zijn gedachten van vrede en niet van kwaad, namelijk om u toekomst en hoop te geven. Dan zult u Mij aanroepen en heengaan, u zult tot Mij bidden en Ik zal naar u luisteren. U zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met heel uw hart. Ik zal door u gevonden worden, spreekt de Heere”.
Het gaat in ons leven lang niet altijd volgens het plan dat wij ontworpen hebben.
Soms laat God ons wachten.
In een dergelijke situatie moeten wij niet onmiddellijk gaan protesteren. Nee, wij moeten geduld oefenen. Dat vinden wij vaak moeilijk. Wij hebben niet zelden de neiging om mopperend en scheldend weg te lopen. En misschien denken wij stilletjes wel dat het een beetje onrechtvaardig is dat God niet doet wat wij zeggen…[2].

Als we het bovenstaande overzien is het een wonder dat er nog zoveel werk in de kerk gebeurt. Het is een wonder dat er nog mensen zijn die zich bij de kerk aansluiten. Het is een wonder dat er jongeren zijn die openbare geloofsbelijdenis willen doen. Het is een wonder dat Gereformeerden, wat er ook gebeurt, eenheid zoeken met broeders en zusters.

En er is voor dat laatste, dat zoeken van eenheid, alle reden. Want de God van het verbond heeft Zijn werkterrein in heel de wereld. Denkt u maar aan Mattheüs 28: “Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. En zie, Ik ben met u al de dagen, tot de voleinding van de wereld. Amen”. Overal ter wereld zoekt Hij mensen op die Hem niet kennen. Overal ter wereld komen mensen op Zijn naam te staan, terwijl zij voorheen nooit van Hem gehoord hadden.

Gods kinderen blijven, als zij eenmaal gevonden zijn, de God van het verbond ook zelf zoeken. En daarbij mogen zij elkaar nooit in de weg staan. David vraagt in Psalm 69 aan de Here: wilt U er voor zorgen dat ik nooit een obstakel voor andere mensen wordt op de weg naar U? Leest u maar mee:
“Laat door mij niet beschaamd worden
wie U verwachten, Heere, Heere van de legermachten;
laat door mij niet te schande worden
wie U zoeken, o God van Israël”.
Laten wij dat ook maar aan onze God vragen. Laten wij maar bidden dat wij bij de voortduur in staat blijven om onze broeders en zusters vriendelijk en vrolijk te bejegenen[3].

Het mag duidelijk zijn: wij kunnen vaak mopperen op de kerk, en op de Laodicea-mentaliteit. Laten wij echter maar blij wezen dat er nog zoveel gebeurt, en dat de Here nog zoveel mogelijkheden geeft!

Wat blijft er nu nog over?
Laten wij maar gaan bidden en zingen.
Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 105:
“Zingt, zingt de Heer uw vreugdezangen
laat onze God uw lof ontvangen
Beroemt u in zijn heil’ge naam
Laat wie Hem zoeken nu tezaam
hun hart verheffen tot zijn eer
en zich verblijden in de Heer”[4].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Jesaja 65:1 en Romeinen 10:20.
[2] In deze alinea citeer ik Jeremia 29:10-14 a.
[3] In deze alinea citeer ik Psalm 69:7.
[4] Psalm 105:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Een bewerking van dit artikel zal het voorwoord (‘Allereerst’) zijn in het Gereformeerd familieblad De Bazuin, editie 16-07 (juli 2022).

30 december 2021

God geeft groei

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe vertellen wij aan mensen in onze omgeving wie God is? Laten wij maar eerlijk zijn: dat valt vaak niet mee. Mensen zijn geneigd om op te merken dat God en Allah dezelfde zijn. Dat is niet zo. Maar dat wordt soms wel zo gezegd.
De kerkelijke verdeeldheid helpt ook al niet mee. In een klein dorp kan men al twee of drie kerken tegenkomen. En in een stad is het helemaal raak. In de Noord-Nederlandse stad Groningen zijn, naar men zegt, ruim zestig kerkgenootschappen actief.
Als u vraagt: ‘Wil je je kinderen vertellen wie God is?’, kan het wezen dat de reactie luidt: ‘Zeker! Maar dat doe ik dan op mijn manier’.  
Bij dit alles komt nog dat het juist in deze tijd van COVID-19, delta en omikron belangrijk is dat gelovige kerkmensen tonen dat zij een uitzicht hebben dat de aardse horizon voorbij gaat[1].

Met het oog op het bovenstaande lezen wij vandaag enkele woorden uit 1 Corinthiërs 3:
“U bent nog vleselijk. Als er immers onder u afgunst is en ruzie en tweedracht, bent u dan niet vleselijk en wandelt u dan niet naar de mens? Want als iemand zegt: Ik ben van Paulus, en een ander: Ik van Apollos, bent u dan niet vleselijk? Wie is Paulus dan, en wie is Apollos, anders dan dienaren, door wie u tot geloof gekomen bent, en dat zoals de Heere aan ieder van hen gegeven heeft? Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien”[2].

Wij moeten niet naar de mens wandelen, noteert Paulus. Wij hebben de Geest die uit God is. De Heilige Geest woont in ons hart. Hij nam daar Zijn intrek. En wat is Zijn doel?
Wij moeten goed weten welke dingen God ons genadig gegeven heeft.
Wij moeten leren om op de juiste manier over die gaven te praten. Met broeders en zusters. En ook met anderen. Het is goed om regelmatig te bedenken: hoe leg ik dit aan mijn ongelovige buurman uit?  
Wij behoren, schrijft Paulus, Geestelijk – inderdaad: met een hoofdletter G – over dingen te praten. Dat betekent niet dat wij op slag hoogdravend moeten doen. Wij mogen wijzen op Christus die voor ons aan het kruis gehangen heeft. Paulus is, om met 1 Corinthiërs 1 te spreken, een Godsgezant “maar om het Evangelie te verkondigen, niet met wijsheid van woorden, opdat het kruis van Christus zijn inhoud niet verliest”. Wij komen er niet met prachtige theorieën. Wij hoeven alleen maar te wijzen op Christus die aan het kruis hing.
COVID-19, delta, omikron: wat zou het mooi zijn als die virusvarianten in één klap uit de wereld verdwenen! Welnu, de zonde verdwijnt ook uit deze wereld. Niet nu meteen. Maar de vergeving is er al wel. En de verlossing is gegarandeerd![3]

Maak geen ruzie in de kerk, schrijft Paulus. Betekent dat dat gelovige kerkmensen het altijd met elkaar eens moeten zijn? Natuurlijk niet. Dat is onzin. Maar wij moeten wel bedenken dat de mens een schepping van God is. “God heeft laten groeien”, schrijft de apostel. Hij benadrukt het nóg eens: God laat groeien! Mensen zijn unieke creaties van de Schepper van deze wereld.
In Psalm 8 zingen wij het:
Gij hebt hem bijna goddelijk verheven,
een kroon van eer en heerlijkheid gegeven,
Gij doet hem heersen over zee en land,
ja, al uw werken gaaft Gij in zijn hand”.
Er is, alleen daarom al, alle reden om respectvol met elkaar om te gaan. Zeker in de kerk! In het Neêrlandse kerkelijk leven moet God altijd op de eerste plaats staan. Want Hij is de Schepper. Hij was en is de Eerste, en moet ook de Eerste blijven.
In de kerk lopen wij, om zo te zeggen, allemaal rond met een gietertje. Wij mogen elkaar water geven. Dat doen wij in de stijl van Johannes 7: “Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden”[4].

Vorm geen groepjes in de kerk, maant Paulus.
Ter illustratie daarbij het volgende.
Enkele jaren geleden werd een groep gelovige kerkmensen uit Ten Boer lid van De Gereformeerde Kerk Groningen. Enkele weken later werd de scriba van de kerk gebeld door een journaliste van het Nederlands Dagblad. De journaliste wenste te weten of de mensen uit de groep volgelingen waren van twee predikanten die eertijds in Ten Boer hadden gewerkt; die dominees waren ook lid geworden van een kerk binnen het kerkverband van De Gereformeerde Kerken in Nederland. ‘Wij vragen hen nooit of zij in het spoor van dominees gaan’, repliceerde die scriba, ‘wij vragen hen of zij Jezus Christus willen volgen’.
Ziet u het punt waar het om gaat? In de kerk wordt niet gevraagd of u een fan bent van dominee A., van ouderling B. dan wel van diaken C. Waar gaat het om? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat het zo: deze “heilige kerk is niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld. Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”.
Laten wij allen hopen dat wij ook in de komende tijd meer van die samenvoeging en die vereniging mogen zien![5]

Hoe vertellen wij aan mensen in onze omgeving wie God is?
Laten wij maar zijn als de hovenier. Een beetje water hier, daar een onkruidje weg…
Maar één ding is zeker: God moet de groei geven. Laten wij dus maar naar Hem toe gaan. Ieder in zijn eigen omstandigheden, en met z’n eigen woorden en gewoontes. En daarbij mag ons adagium wezen: wij zijn van Christus en Christus is van God[6]

Noten:
[1] In deze alinea gebruik ik https://oecumene.wixsite.com/kerkengroningen/op-denominatie ; geraadpleegd op donderdag 23 december 2021.
[2] 1 Corinthiërs 3:3-7.
[3] In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 1:17. Ook gebruik ik 1 Corinthiërs 2:12-16.
[4] In deze alinea citeer ik Psalm 8:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik Johannes 7:38 en 39a.
[5] In deze alinea citeer ik woorden uit artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[6] In deze alinea gebruik ik 1 Corinthiërs 3:23.

4 november 2021

Samen door één Deur

‘Ze zeggen het allemaal zo mooi in de kerk, maar je merkt er niks van. Ze vechten elkaar de kerk uit’. Een opinie als de voorgaande is wijd verbreid. Wij kunnen die overal horen. De vereniging van kerken lijkt soms simpelweg in de weg te worden gestaan door karakterverschillen. De mensen kunnen niet samen door één deur.
Maar wij mogen en moeten bidden: ‘Here, breng bij elkaar wat bij elkaar hoort’.

Als het om deze dingen gaat blijkt Titus 3 leerzaam: de Heilige Geest “heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Jezus Christus, onze Zaligmaker, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven. Dit is een betrouwbaar woord en ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat zij die in God geloven, ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken. Deze dingen zijn goed en nuttig voor de mensen”.
Het Evangelie is betrouwbaar. Het is een goed fundament. Daar moeten wij steeds op wijzen. Naar die blijde Boodschap moeten wij steeds terugkeren. Wij moeten het elkaar voortdurend voorhouden: Gods Heilige Geest is uitgestort. De kerk van Jezus Christus is een Pinksterkerk. Bij de voortduur moeten wij het accent leggen op het lijden, het sterven en de opstanding van de Heiland. Die aanduiding ‘Heiland’ zegt het al: het  verlossingswerk van Jezus Christus brengt ons heil. Geluk is ons deel. Wij zijn op weg naar eeuwige vrede.
Dat moeten wij, noteert Paulus, sterk benadrukken.
Gods kinderen moeten het er, om zo te zeggen, bij elkaar intimmeren.
Het mag geen theorie zijn. Zo van: de betaling van de zonden heeft plaatsgevonden en daar profiteren wij nu van – punt.
Nee, de rechtvaardiging door Gods genade is het uitgangspunt bij al ons werk. En in ieder geval ook als wij spreken over kerkelijke eenheid, en over het feit dat twee kerken zich willen gaan verenigen.
Wij behoren niet te beginnen bij de constatering: wij zouden samen door één deur moeten kunnen.
En ook niet bij de gedachte aan het verleden: wij gingen indertijd uit elkaar omdat… – vult u maar in.
Nee, alles begint bij het heil dat Christus geeft. De geschonken redding bindt samen. Dat Evangelie moet worden benadrukt![1]

Zijn daarmee alle problemen opgelost?
Nee.
Kerken die zich gaan verenigen kunnen verschillende liturgische gewoontes hebben. Kerken die zich gaan verenigen kunnen heel verschillende relaties hebben; zowel in eigen land als in het buitenland. Kerkenraden in verschillende kerkverbanden hebben vaak hun eigen geschiedenis, en hun eigen gewoontes. Zo is er nog wel meer.
Niet voor niets worden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis de kenmerken van de kerk omschreven:
* er wordt Schriftuurlijk gepreekt
* de bediening van de sacrament gebeurt zuiver; nonchalance is niet aan de orde.
* zonden worden benoemd en zo nodig bestraft
* alles wat in strijd met Schrift is, wordt resoluut aan de kant gezet.
Niet voor niets worden in de Nederlandse Geloofsbelijdenis ook de kenmerken van de christenen omschreven:
* christenen geloven dat zij door Christus’ werk behouden zijn
* christenen vermijden de zonde zoveel mogelijk
* christenen hebben God en hun naaste lief.
Laten wij dat laatste nog maar eens cursief herhalen: christenen hebben God en hun naaste lief[2].

En daarmee zijn wij weer terug bij Titus 3. De apostel Paulus schrijft immers: ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat de gelovigen ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken.
In onze goede werken tonen wij diepe dankbaarheid voor de redding door Jezus Christus. Wij prijzen de God van hemel en aarde voor Zijn weldaden. Dat prijzen is natuurlijk mijlenver verwijderd van een situatie waarin mensen elkaar de kerk uitvechten! En let erop: als het goed is, schrijft Paulus, zijn christenen elkaar ten voorbeeld:
* elkaar liefhebben – zo doe je dat!
* goede werken – zo doe je die!
De manier waarop wij met elkaar praten, spreekt boekdelen. Het nauw verholen enthousiasme waarmee we elkaar in de dagelijkse praktijk voorthelpen zegt veel[3].
Voor dat woord ‘goed’ in ‘goede werken’ staat er in het Grieks kalon: edel, voortreffelijk, eerbaar.  Het moge duidelijk zijn: Gereformeerde mensen ontstijgen in minder dan geen tijd het straatvechtersniveau!

‘Ze zeggen het allemaal zo mooi in de kerk, maar je merkt er niks van. Ze vechten elkaar de kerk uit’. Dat commentaar kan men van jongeren horen. Maar dat probleem blijkt niet leeftijdgebonden. Onlangs meldde een oudere zuster zich bij schrijver dezes afwezig bij een gemeentevergadering. Wij praatten even. Weet u wat zij zei? “Ik heb zo’n hekel aan strijd”…
Laten wij altijd ons best doen om kerkelijke teleurstellingen te voorkomen. Laten wij ervoor ijveren om door onze godvrezende levenswandel onze naaste bij onze Heiland in de buurt te houden.
Dan kunnen we samen door één Deur. De Deur van Johannes 10 namelijk: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ik ben de Deur voor de schapen. Allen die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers, maar de schapen hebben niet naar hen geluisterd. Ik ben de Deur; als iemand door Mij naar binnen gaat, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden”[4].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik Titus 3:6, 7 en 8.
[2] In deze alinea gebruik ik artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.
[3] In deze alinea gebruik ik uit de Heidelbergse Catechismus: Zondag 32, antwoord 86.
[4] In deze alinea citeer ik Johannes 10:7, 8 en 9.
Hoewel niet expliciet genoemd, heb ik in dit artikel met name het oog op de éénwording van De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).

6 september 2021

Wat bij elkaar hoort…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn. En hij geloofde in de Heere, en Die rekende hem dat tot gerechtigheid”.
De woorden waarmee dit artikel begint komen uit Genesis 15. De Here zegt ze tegen Abraham tijdens de verbondssluiting.
Een nageslacht dat net zoveel mensen telt als er sterren zijn…? Hoe kan dat?
Paulus verklaart dat in de brief aan de Romeinen. Hij doet als volgt.
“De wet brengt immers toorn teweeg, want waar geen wet is, is ook geen overtreding. Daarom is het uit het geloof, opdat het zou zijn naar genade, met als doel dat de belofte zeker zou zijn voor het hele nageslacht, niet voor dat wat uit de wet alleen is, maar ook voor dat wat uit het geloof van Abraham is, die een vader is van ons allen, zoals geschreven staat: Ik heb u tot een vader van vele volken gemaakt. Dit was hij tegenover Hem in Wie hij geloofd heeft, namelijk God, Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren. En hij heeft tegen alles in gehoopt en geloofd dat hij een vader van vele volken zou worden, overeenkomstig wat gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn”1.

Wij belijden iedere zondag: “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen”. En daarbij slaken we dan wellicht een diepe zucht. Want de mensen die God echt eerbiedigen zitten in heel verschillende kerken. Overal ter wereld. Het is onoverzichtelijk. Oneerbiedig gezegd: het is een verbrokkelde boel.
Laten wij nooit vergeten: dat we de kerk geloven. Het is niet zo dat de kerk er pas is als wij ‘m helemaal overzien. De kerk is er omdat de God van hemel en aarde die in stand houdt!
In de Gereformeerde gezindte wordt hier en daar gewerkt aan vereniging van kerken. Tussen de Gereformeerde Gemeenten en de Gereformeerde Gemeenten in Nederland bijvoorbeeld. En tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Gereformeerde Kerken Nederland bijvoorbeeld.
Ook in het nieuwe seizoen, dat op het punt van beginnen staat, zullen er in die processen weer stappen gezet worden. In die gesprekken gaat het niet om de vraag: kunnen wij samen door één deur? Nee, alles draait om de vraag of wij geloven in God, Die de doden levend maakt, en de dingen die niet zijn, roept alsof zij er waren. In de kerk eren wij Hem. Dat doen alle ware gelovigen samen. Om met het beeld van Genesis 15 te spreken: er is geen sprake van een sterrenhemel, en ergens achteraf nog een klein sterrenhemeltje; er is sprake van één volk!

Misschien zijn wij geneigd om tegen te werpen dat wij zo weinig van dat volk zien. Dat is ontegenzeglijk waar. Maar dat is niets nieuws. In oude tijden was dat ook al zo. Dat maakt Paulus duidelijk in Galaten 3.
De Galaten hebben de Heilige Geest van God gekregen. Er gebeuren wonderen. Waarom gebeurt dat allemaal? Omdat de Galaten zich zo netjes aan de wet van Mozes houden? Of misschien omdat de Galaten het Evangelie geloven? Paulus betoogt: Abraham hechtte vroeger geloof aan wat God zei; daarom sprak de hemelse Heer hem vrij van schuld. Ook niet-Israëlieten worden, als zij in God geloven, vrijgesproken. Ware gelovigen van alle tijden en uit alle plaatsen krijgen dus eenzelfde positie als Abraham.
In Galaten 3 klinkt dat zo: “Hij dan Die u de Geest verleent en krachten onder u werkt, doet Hij dat uit de werken van de wet, of uit de prediking van het geloof? Zoals Abraham God geloofde en het hem tot gerechtigheid werd gerekend. Begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn. En de Schrift, die voorzag dat God uit het geloof de heidenen zou rechtvaardigen, verkondigde eertijds aan Abraham het Evangelie: In u zullen al de volken gezegend worden. Daarom worden zij die uit het geloof zijn, gezegend samen met de gelovige Abraham”.
Paulus roept het uit: begrijp dan toch dat zij die uit het geloof zijn, Abrahams kinderen zijn!
Paulus roept het uit: snap dat nou eindelijk ês!
Paulus roept het uit: gelooft u dat nu nog niet?? De vraagtekens hangen bijna dreigend in de lucht!2

Welnu, als wij dat geloven moeten wij ook werk maken van het opzoeken van anderen die in de ware kerk thuishoren. Laten wij daarbij dat begrip ‘ware kerk’ niet omzeilen; het staat gewoon in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Hier geldt: wat bij elkaar hoort, moet ook bij elkaar komen. Wij mogen ons, als het daar om gaat, als Gods instrumentarium laten inzetten.
Jacobus schrijft in hoofdstuk 2: “U gelooft dat God één is; daar doet u goed aan. Maar ook de demonen geloven dit, en zij sidderen. Maar wilt u weten, o dwaze mens, dat het geloof zonder de werken dood is? Is Abraham, onze vader, niet uit de werken gerechtvaardigd, toen hij Izak, zijn zoon, op het altaar offerde? Ziet u wel dat het geloof samenwerkte met zijn werken en dat door de werken het geloof volmaakt is geworden? En de Schrift is vervuld die zegt: En Abraham geloofde God, en het is hem tot gerechtigheid gerekend, en hij werd een vriend van God genoemd”.
Laten wij, kortom, aan het werk gaan.
Daarbij is zorgvuldigheid vereist.
Daarbij zijn vertragingstactieken ongewenst3.

Noten:
1 In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Genesis 15:5 en 6 en Romeinen 4:15-18.
2 In deze alinea citeer ik Galaten 3:5-9.
3 In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Jacobus 2:19-23. Verder teken ik aan dat wij het begrip ‘ware kerk’ bijvoorbeeld tegenkomen in artikel 9 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

4 augustus 2021

Zij stromen samen…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In het huis van God gaat het om het kerkvergaderend werk van de Here. Hij verzamelt Zijn kinderen en brengt ze bij elkaar. Dr. A. Kuyper was er in de tijd van de Doleantie al duidelijk over: “Niemand mag veracht of buitengesloten. Geen klauw mag achterblijven!” Slechts de belijdenis “mag saâmvergaderende macht wezen, en waar die belijdenis op de lippen en in het leven is, daar hooren we, wat ook dusverre ons scheidde, daar hooren we onlosmakelijk saâm. Daar en daar alleen is de kerke onzes Heeren”1.
De oproep ‘Gereformeerden, verenigt u!’ laat niets aan duidelijkheid te wensen over.

Die oproep is ook vandaag actueel. En het is wellicht bekend: door De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN) wordt aan vereniging gewerkt. In een in december 2019 door de GKN gepubliceerd document worden de volgende fundamentele notities geschreven:
“a. Alle gelovigen zijn geroepen de eenheid van de kerk te onderhouden (onder anderen artikel 28 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis)
b. Met de wederzijds uitgesproken herkenning zijn er geen fundamentele gronden die het samen gaan in één kerkverband in de weg staan en het voortzetten van de gesprekken tussen beide kerkverbanden verhinderen
c. In de gemeente van Christus behoort alles in goede orde te gebeuren (onder anderen artikel 1 van de Gereformeerde kerkorde).
d. Naast veel wat overeenkomt zijn er inhoudelijk en organisatorisch ook zaken in de praktijk van beide kerkverbanden, die van elkaar verschillen. Over deze zaken zullen afspraken moeten worden gemaakt om te komen tot een samenleven in één kerkverband.
e. In een aantal kerken in beide kerkverbanden liggen moeiten en pijnpunten vanwege ervaren aangedaan onrecht. Aan zeer dat er ligt en door broeders en zusters wordt meegedragen mag niet voorbij worden gegaan”2.

Met name de twee laatstgenoemde punten vragen nog veel aandacht.
Een aantal praktische zaken heeft soms ook een Schriftuurlijke achtergrond. En zegt u nu zelf: zodra Gods Woord in beeld komt is zorgvuldig werken en nauwkeurig luisteren van het hoogste belang.
Moeiten en pijnpunten zijn er zeker. En die zullen er altijd blijven. De kunst is om die te benoemen, maar vervolgens ook in gezamenlijkheid het moment te kiezen waarop men zeggen kan: ‘We houden erover op’.
Hier is een woord uit Spreuken 17 van toepassing:
“Wie de overtreding toedekt, zoekt liefde,
maar wie de zaak weer oprakelt, maakt scheiding tussen de beste vrienden”.
Dat betekent dus niet dat velen zich mokkend en mopperend terugtrekken in hun hok. Integendeel. Als het goed is willen mensen elkaar vergeven.
De Here Jezus Christus leert de kerk bidden, en zegt er meteen wat bij: “Bidt u dan zo: Onze Vader, Die in de hemelen zijt. Uw Naam worde geheiligd. Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede, zoals in de hemel zo ook op de aarde. Geef ons heden ons dagelijks brood. En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven. En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen. Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven”.
Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven”. Jezus spreekt in één adem door. Wie leert bidden moet meteen leren vergeven.
De apostel Paulus schrijft in Colossenzen 3: “Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen”4. Zo kunnen moeiten en pijnpunten echt worden verzacht!

Als de vereniging van Gereformeerde kerken voltooid is, is dat geen eindpunt. Waarom niet?
Die vraag kunnen we beantwoorden door de Gereformeerd-vrijgemaakte dr. W.G. de Vries (1926-2006) aan het woord te laten.
Het gaat, merkte De Vries eens op, in de kerk niet alleen om prediking en vroom vermaan. “Er moet ook op worden toegezien dat, door het persoonlijk aandringen van het Woord, door persoonlijke vermaningen en het uitoefenen van de kerkelijke tucht, gehóór gegeven wordt aan Gods Woord. De vrucht daarvan is, dat er een zichtbare gemeenschap ontstaat in verband met het Avondmaal dat als tafel des Heren heilig moet worden gehouden door de kerkelijke tucht. De taak van de prediking wordt immers niet slechts vervuld, wanneer de leer alleen maar geformuleerd wordt; daarom is aan het ambt meteen verbonden het recht en de plicht van opzicht en tucht. Het is niet voldoende dat de kerk Gods Woord ‘heeft’, ze dient het ook in ere te houden, want het kan niet zonder vrucht blijven”5.

Als de vereniging van Gereformeerde kerken voltooid is blijft er dus werk aan de winkel. Altijd weer moet de kerk gereformeerd worden. Steeds weer is er bekering nodig. Want Gereformeerden zijn gewone mensen; zij hebben voortdurend de neiging om met de rug naar God toe te gaan staan.

Laten wij bidden om doorgaande reformatie. Dan hebben wij alle recht om Psalm 68 te blijven zingen:
“O Israël, u dankt uw macht
alleen aan God, die u gedacht;
blijf Hem dan ook gedenken.
Heer, toon uw kracht, houd ons in stand,
dan brengen U van elke kant
de koningen geschenken.
Zij stromen samen van alom,
want, Here, naar uw heiligdom
gaat uit hun sterk verlangen.
Ter wille van uw tempel, Heer,
brengt U Jeruzalem tot eer,
daar zult U lof ontvangen”6.

Noten:
1 Geciteerd via: D. Deddens en M. te Velde (red.), “Vereniging in wederkeer – opstellen over de Vereniging van 1892”. – Barneveld: Uitgeverij De Vuurbaak, 1992. – p. 32.
2 Geciteerd van https://www.dgkh.nl/wp-content/uploads/2021/07/4.02-Gesprek-DGK-GKN.pdf ; geraadpleegd op donderdag 29 juli 2021.
3 Spreuken 17:9.
4 In deze alinea citeer ik Mattheüs 6:9-15 en Colossenzen 3:13.
5 In deze alinea citeer ik: W.G. de Vries, “De kerk: pijler of puinhoop?” – Ermelo: Uitgeverij Woord en Wereld, 1989 [serie: Woord en Wereld; 9]. – p. 25.
6 Psalm 68:11 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

2 juli 2021

Gereformeerden: verenigt u!

“Komt, laat ons voortgaan, kind’ren!
Want d’ avond is nabij;
Het stilstaan kan ligt hind’ren
In deze woestenij”.
Bovenstaande passage uit een bekend lied stimuleert ons tot actie: het wordt tijd dat gelovige kinderen van God elkaar opzoeken en samen optrekken, achter Jezus Christus aan1.
In feite is dat ook de boodschap in 1 Petrus 4: “En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden. Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken”2.
Het einde van de dingen is dichtbij. Vandaag de dag heeft niemand Jezus lichamelijk gezien, maar wij verwachten Hem wel. Als Hij terugkomt op de wolken is ons einddoel bereikt: volmaakt samenleven met onze Heiland.

Zeker – Gereformeerden worden in onze maatschappij nogal eens scheef aangekeken. Met scherpslijpers heeft men in het algemeen namelijk niet zoveel op. Het woord ‘extremisme’ heeft een slechte klank. Ach – laten we wel wezen: zo heel vreemd is dat niet. In ons leven hoort lijden om Christus’ wil erbij. Dat is, om zo te zeggen, een deel van onze levenstaak. Net zoals dat een taak van Jezus Christus was. Als wij aan Christus verbonden blijven, worden wij toegerust om verder te gaan op de weg die God ons wijst. Wij krijgen stevige grond onder onze voeten3.

Worden Gereformeerden scheef aangekeken? Dat lijkt een beetje overtrokken. Dat is het echter geenszins.
Dat leren wij als wij een ogenblik naar Hongarije kijken.
In Hongarije wordt het verboden om voorlichting te geven over homoseksualiteit en verandering van sekse. Het Hongaarse parlement heeft een wet aangenomen waar dat in staat. Zowat de complete Europese Unie viel over Hongarije heen; Nederland murmureerde energiek mee. Wat is de achtergrond van die harde botsing? Het Reformatorisch Dagblad schreef: “Orban – premier van Hongarije, BdR – wierp op zijn beurt alle kritiek van zich. Hij is niet tegen homoseksualiteit. Integendeel, onder het communisme verdedigde hij hun rechten. Bovendien kunnen homo’s hun relatie registreren (…) Hongarije zegt de bescherming van kinderen op het oog te hebben. Geslachtsverandering en homoseksualiteit mogen aan minderjarigen niet als aantrekkelijk worden voorgesteld (…) Het debat wordt van beide kanten heftig gevoerd. Hongaren noemen Brussel het ‘nieuwe Moskou’, en stellen dat ten tijde van de val van het communisme het traditionele gezin in het Westen nog de norm was. De westelijke EU-landen noemen Hongarije ‘achterlijk’. Ook de media in beide kampen gaan mee in de emotie en geven nauwelijks een objectief beeld van de ander. Zowel in Hongarije als in het westen van de EU raakt dit de kern van een mensbeeld. Juist daarom is het zo gevoelig. Een compromis wordt ervaren als verraad”4.

Daar valt het woord ‘mensbeeld’. De vraag is: waarom bestaat de mens, en wat is zijn taak op aarde? Het is die vraag waarop christenen – Gereformeerden incluis – een antwoord geven dat wezenlijk afwijkt van de reactie van seculiere mensen. Het is die vraag waarop Gereformeerden een antwoord geven dat recht tegenóver de publieke opinie staat.
En zo het nog niet duidelijk was, dan is het dat nu wel: de emoties lopen hoog op. Dat komt omdat de satan volgelingen van Christus met nauw verholen enthousiasme zoveel mogelijk dwarszit.

Terug naar 1 Petrus 4.
Er is, schrijft Petrus, bezonnenheid nodig. Er staat daar een vorm van het Griekse woord sophroneo. Dat betekent behalve ‘bezonnen’ ook: ‘matig’, ‘ingetogen’. Wij behoren ingetogen op de gebeurtenissen in de wereld te reageren. Toegegeven – dat kan best ingewikkeld wezen. Maar er is geen reden voor paniek. Integendeel.
Er is wel alle reden toe om alle Gereformeerden op te roepen om zich te groeperen. De gebeurtenissen in Hongarije en in de Europese Unie laten zien hoe belangrijk dat is. Het kon wel eens zijn dat wij elkaar in deze tijd bijzonder hard nodig hebben. Laten wij elkaar dus in liefde zoeken!
Laat zeker ook in deze tijd de woorden van Petrus voluit gelden: “Als iemand spreekt, dan als iemand die de woorden van God spreekt; als iemand dient, dan als iemand die dient uit kracht die God schenkt; zodat God in alles verheerlijkt wordt door Jezus Christus. Hem komt de heerlijkheid en de kracht toe, tot in alle eeuwigheid. Amen”5.

Noten:
1 Het citaat komt uit Gezang 274 in de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen. De bundel verscheen in 1868. De tekst – eigenlijk een vertaling van een Duits lied – is van J.J.L. ten Kate.
2 1 Petrus 4:7 en 8.
3 Zie hierover 1 Petrus 1:8 en 9: “Hoewel u Hem niet gezien hebt, hebt u Hem toch lief. Hoewel u Hem nu niet ziet, maar gelooft, verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, en verkrijgt u het einddoel van uw geloof, namelijk de zaligheid van uw zielen“ ; 1 Petrus 4:13: “Maar verblijd u naar de mate waarin u gemeenschap hebt aan het lijden van Christus, opdat u zich ook in de openbaring van Zijn heerlijkheid mag verblijden en verheugen”; 1 Petrus 5:10: “De God nu van alle genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in Christus Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen”.
4 Zie hierover https://nos.nl/artikel/2385161-hongarije-verbiedt-promotie-van-homoseksualiteit-onder-jongeren en https://www.rd.nl/artikel/933109-westen-zal-blijven-botsen-met-hongarije-over-homos-komt-door-ander-mensbeeld ; geraadpleegd op vrijdag 25 juni 2021.
5 1 Petrus 4:11.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.