gereformeerd leven in nederland

9 maart 2020

Gereformeerden zijn protestanten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Gereformeerden staan erom bekend dat zij nogal eens strijden tegen de gang van zaken in de samenleving. In die zin zijn het echte protest-anten: zij protesteren.

Op de keper beschouwd is dat weinig nieuws.
Dat blijkt als wij een blik werpen op de kerkgeschiedenis.

“Nadat Maarten Luther in oktober 1517 zijn 95 stellingen tegen de Rooms-Katholieke Kerk openbaar maakte, brak de Reformatie aan. In het Heilige Roomse Rijk ontstond een situatie waarin zich religieoorlogen voordeden. Een van de ijkpunten was de Tweede Rijksdag in Spiers in april van 1529. Op deze Rijksdag viel het besluit dat de Duitse vorsten géén geloofsvrijheid hadden. Ze moesten het katholieke geloof uitdragen en aanhangen. Dit besluit stond haaks op een eerder besluit van de Eerste Rijksdag van Spiers in 1526, die onder leiding van keizer Karel V besloot dat de vorsten in Duitsland vrijheid van religie hadden. Dat besluit viel vooral omdat de keizer in oorlog was met Frankrijk en de steun van de Duitse koningen nodig had in de oorlog.
Tegen het besluit om het protestantisme en de Hervorming een halt toe te roepen, kwamen vijf lutherse Duitse koningen en enkele Duitse steden in verzet en tekenden protest aan. Hun officiële proteststem tegen de religieuze dwang staat bekend als de Protestatie van Speyer of Protestatie van Spiers van 19 april 1529.
Dit document wordt wel aangemerkt als het ‘geboortemoment van het protestantisme’, terwijl de betrokken lutherse vorsten en steden aangeduid werden als protestanten. De vorsten in kwestie waren de eersten die de naam ‘protestant’ droegen”[1].

Anno 2020 hebben Nederlandse Gereformeerden een plaats gekregen in een samenleving die op veel punten van Gods Woord afwijkt. Abortus, euthanasie, seksuele uitspattingen – dat zijn slechts enkele van de Neêrlandse ontwikkelingen waarin de goddeloosheid naar voren komt.
De afgang is, menselijk gesproken, niet te stoppen.

Maar ook dat is geen nieuws.
Iets dergelijks komen wij al in Daniël 3 tegen. Het opvallende is daar dat Sadrach, Mesach en Abed-Nego zonder terughoudendheid protesteren. Leest u maar mee: “Als het moet, kan onze God, Die wij vereren, ons verlossen uit de brandende vuuroven, en Hij zal ons, o ​koning, uit uw hand verlossen. En zo niet, het zij u bekend, o ​koning, dat wij uw goden niet zullen vereren en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet zullen aanbidden”[2].
De goddeloosheid lijkt in Daniël 3 ook niet tegen te houden.
Niettemin is het protest volstrekt duidelijk!

Het bovenstaande citaat is een klein stukje uit een lange geschiedenis.
Iemand deelt die historie als volgt in:
“* In Daniël 3 zien we afgoderij en het aan de kant schuiven van God.
* In Daniël 4 zien we de verheerlijking van de mens.
* In Daniël 5 komt het bespottelijk maken van God naar voren.
* In Daniël 6 wordt het toppunt bereikt als de mens de plaats van God inneemt”[3].
Wie die indeling tot zich door laat dringen, beseft dat ook in het Nederland van 2020 een bedroevende ontwikkeling aan de gang is. Maar het is wel een proces dat verklaarbaar is, en dat in de Bijbel talloze keren wordt beschreven: opstand tegen de God van hemel en aarde!

In Daniël 3 wordt duidelijk gemaakt wat Gods rechten zijn.
Een exegeet schrijft: God “wil Zichzelf verheerlijken in hen die als een klein en trouw overblijfsel Hem erkennen tegenover de afvallige massa”[4].
Laten wij er maar van overtuigd blijven: onze God heeft de zaken in de hand!

Als het noodzakelijk is mogen christenen gerust hun stem verheffen. Natuurlijk – ook vandaag zullen zij veel tegenstand ontmoeten. Denkt u slechts aan de Nashvilleverklaring waarover vanaf december 2018 in Nederland zoveel te doen was[5]. Wij weten wel zo’n beetje waar wij op moeten rekenen. En nee, die tegenstand voelt allesbehalve comfortabel. Maar in het vrije Nederland van 2020 kunnen en mogen we nog protesteren. Wij mogen opkomen voor de rechten van de Here; dat moet aan de orde zijn!

Men zou kunnen vragen: heeft zulk protest eigenlijk wel zin? Of ook: is het opstellen van allerlei verklaringen en het schrijven van allerlei brieven per saldo geen vergeefse moeite? Men zal de God van hemel en aarde toch blijven negeren, ook in de toekomst?

Zeker, de goddeloosheid blijft.
Maar niet voor niets schrijft Lucas in Handelingen 5: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[6].
Paulus schrijft in Romeinen 13: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[7]. Paulus leert ons de overheid te eerbiedigen. Maar daar zit dus wel een grens aan!

Wat is de taak van Gereformeerden in deze wereld?

In Openbaring 13 wordt de situatie op aarde getekend: “En allen die op de aarde wonen, zullen het beest aanbidden, althans van wie de namen niet zijn geschreven in het ​boek​ des levens van het Lam Dat geslacht is, van de grondlegging van de wereld af. Indien iemand oren heeft, laat hij horen. Als iemand in gevangenschap voert, die gaat zelf in gevangenschap. Als iemand met het ​zwaard​ doodt, die moet zelf met het ​zwaard​ gedood worden. Hier is de volharding en het geloof van de ​heiligen”[8].
De boodschap is: wij moeten blijven volharden in het geloof!
En verder: wij moeten ons niet met alle geweld tegen vervolgingen verzetten; zulk geweld zal zich uiteindelijk tégen ons keren.

Gereformeerden zijn protest-anten. Zij protesteren tegen goddeloosheid. Zij voeren strijd om het geloof te behouden.
Zal het hen lukken om vol te houden in een samenleving die van God steeds minder weten wil? Jazeker! Als zij maar eenvoudig blijven geloven zoals Paulus dat in Romeinen 8 treffend omschrijft: “Want omwille van U worden wij de hele dag gedood, wij worden beschouwd als slachtschapen. Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem Die ons heeft liefgehad”[9].

Noten:
[1] Geciteerd van https://historiek.net/protestanten-herkomst-oorsprong-spiers/118306/ ; geraadpleegd op donderdag 27 februari 2020.
[2] Daniël 3:17 en 18.
[3] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1686.pdf , p. 52; geraadpleegd op donderdag 27 februari 2020.
[4] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1686.pdf , p. 53.
[5] Zie daarover bijvoorbeeld https://nashvilleverklaring.nl/geschiedenis/ ; geraadpleegd op donderdag 27 februari 2020.
[6] Handelingen 5:29.
[7] Romeinen 13:1 en 2.
[8] Openbaring 13:8, 9 en 10.
[9] Romeinen 8:36 en 37.

9 januari 2020

Gedenkstenen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In het appartement dat schrijver dezes en zijn vrouw bewonen ligt de Bijbel altijd op de koelkast. Men begrijpt: daar wordt de Bijbel regelmatig weggepakt om ‘m te gebruiken.
Vrienden, bekenden en vele anderen weten: daar ligt de Bijbel; daar wordt dagelijks in gelezen.
Schrijver dezes werpt vanuit zijn makkelijke stoel nog wel eens een blik op die Bijbel. En dan gaan de gedachten met een zekere regelmaat naar God die in zijn leven allerlei dingen deed, en nog doet.

Zo moet het ook ongeveer werken met de gedenkstenen in Jozua 4.
Een paar citaten uit dat hoofdstuk: “Daarop riep ​Jozua​ de twaalf mannen die hij had laten aanstellen uit de Israëlieten, uit elke ​stam​ één man, en ​Jozua​ zei tegen hen: Ga voor de ​ark​ van de HEERE, uw God, uit naar het midden van de ​Jordaan. En laat ieder voor zich een steen op zijn schouder heffen, volgens het aantal ​stammen​ van de Israëlieten, zodat dit een teken is onder u. Wanneer uw ​kinderen​ morgen vragen zullen: Wat betekenen deze stenen voor u? dan moet u tegen hen zeggen dat het water van de ​Jordaan​ werd afgesneden voor de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE. Toen hij door de ​Jordaan​ ging, werd het water van de ​Jordaan​ afgesneden. Daarom zullen deze stenen voor de Israëlieten tot een ​gedenkteken​ zijn tot in eeuwigheid”[1].
En:
“Die twaalf stenen die zij uit de ​Jordaan​ genomen hadden, richtte ​Jozua​ op in Gilgal. Hij zei tegen de Israëlieten: Wanneer uw ​kinderen​ morgen aan hun vader vragen: Wat betekenen deze stenen? dan moet u uw ​kinderen​ laten weten: Op het droge stak Israël deze ​Jordaan​ over, want de HEERE, uw God, heeft het water van de ​Jordaan​ voor uw ogen doen opdrogen, totdat u overgestoken was, zoals de HEERE, uw God, met de Schelfzee gedaan heeft, die Hij voor onze ogen heeft doen opdrogen, totdat wij overgestoken waren, opdat alle volken van de aarde zouden weten dat de hand van de HEERE sterk is; opdat u de HEERE, uw God, alle dagen vreest”[2].

Daarin liggen lessen voor de kerk. De voornaamste lessen zijn:
1. houdt de geschiedenis van de kerk vóór in het hoofd
2. bedenk dat God machtig is, ook vandaag!

Matthew Henry, een Engelse Bijbeluitlegger, zegt over de stenen die aan de oever gebracht werden onder meer: “Zoals een vertegenwoordiger van elke stam een steen het beloofde land binnen bracht, zo zou het gehele volk bezit gaan nemen van het land. Het was een teken van de in bezitname van het land Kanaän;
De stenen waren een bewijs dat de Heere met Jozua was, zoals Hij ook met Mozes geweest was. De Heere had immers gezegd: deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van gans Israël, opdat zij weten, dat Ik met u zijn zal, gelijk als Ik met Mozes geweest ben”[3].
Dus:
* de toekomst is gegarandeerd; het nieuwe land komt eraan
* het wordt duidelijk dat God Zijn kinderen Persoonlijk beschermt.

In de Bijbel worden vaker gedenkstenen gebruikt.

In Genesis 28 bijvoorbeeld, nadat Jakob bij Bethel een droom heeft: “Toen ​Jakob​ uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het ​huis​ van God en de ​poort​ van de hemel. Daarna stond ​Jakob​ ’s morgens vroeg op. Hij nam de steen waar hij zijn hoofdkussen van gemaakt had, zette die overeind als een ​gedenkteken​ en goot er olie op”[4].

En bij de verbondssluiting in Exodus 24: “Vervolgens schreef ​Mozes​ al de woorden van de HEERE op. Hij stond ’s morgens vroeg op en bouwde onder aan de berg een ​altaar​ en richtte twaalf gedenkstenen op voor de ​twaalf stammen​ van Israël”[5]. Bij die berg Sinaï staat een stapel stenen. Ieder die er langs komt, kan zich afvragen: wat is hier gebeurd?

Op de priesterkleding zitten ook gedenkstenen. Zie Exodus 28: “Vervolgens moet u twee onyxstenen nemen en daarin de namen van de zonen van ​Israël​ graveren: zes van hun namen op de ene steen, en de namen van de zes overige op de andere steen, in de volgorde van hun geboorte. Als werk van een graveerder van edelstenen, zoals men ​zegels​ graveert, moet u de twee stenen graveren, met de namen van de zonen van Israël. U moet ze zó maken dat ze gevat zijn in gouden kassen. Dan moet u de twee stenen op de schouderstukken van de efod bevestigen, als gedenkstenen voor de Israëlieten. ​Aäron​ moet hun namen namelijk ter gedachtenis voor het aangezicht van de HEERE op zijn beide schouders dragen”[6].
De priester draagt de stenen voor het aangezicht van de Here, jazeker. Maar ook de Israëlieten zien dat dus.

In 1 Samuël 7 wordt een gedenksteen opgericht na een overwinning op de Filistijnen: “En het gebeurde, toen ​Samuel​ dat ​brandoffer​ bracht, dat de Filistijnen de strijd aanbonden met Israël. Maar de HEERE deed op die dag een machtige donder rollen over de Filistijnen. Hij bracht hen in verwarring, zodat zij door Israël verslagen werden.
En de mannen van Israël trokken uit Mizpa, achtervolgden de Filistijnen en versloegen hen tot onder Beth-Kar. Toen nam ​Samuel​ een steen en plaatste die tussen Mizpa en Sen; hij gaf hem de naam Eben-Haëzer en zei: Tot hiertoe heeft de HEERE ons geholpen”[7].

Psalm 105 leert ons:
“Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft,
aan Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond,
nakomelingen van ​Abraham, Zijn dienaar,
kinderen​ van ​Jakob, Zijn uitverkorenen”[8].
Dat alles is een stimulans voor de kerk. Daar moet Gods werk steeds weer de aandacht hebben!

Gedenkstenen zijn – kortom – bedoeld om:
* te worden herinnerd aan Gods werk
* Gods werk door te vertellen aan onze kinderen
* om aan de hele wereld te laten weten hoe machtig en actief onze God is.

Gods kinderen laten zich gebruiken. Anno 2020 klinkt dat niet best. Want voordat wij ’t weten is misbruik aan de orde.
Maar in 1 Petrus 2 staan de zaken anders: “…kom naar Hem toe als naar een levende steen, die wel door de mensen verworpen is, maar bij God ​uitverkoren​ en kostbaar, dan wordt u ook zelf, als levende stenen, gebouwd tot een geestelijk huis, tot een ​heilig​ priesterschap, om geestelijke offers te brengen, die God welgevallig zijn door ​Jezus​ ​Christus”[9].

In onze tijd mogen kerkmensen mét Jacobus 5 zeggen: “Wees daarom geduldig, broeders, tot de komst van de Heere. Zie, de ​landbouwer​ verwacht de kostbare vrucht van het land, en heeft daarbij geduld, totdat het de vroege en late regen zal hebben ontvangen. U moet ook geduldig zijn en uw ​hart​ versterken, want de komst van de Heere is nabij”[10].
Wij krijgen een plaats in de hemel.
Wij mogen weten: onze God is bij ons. Hij is onze Beschermer en Verzorger.

In de hemel krijgen wij de meest prachtige plaats die denkbaar is. Daar begint het leven opnieuw. Daar is geen gedenksteen meer nodig. Leest u maar mee in Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”[11].

Op die koelkast ligt nog steeds de Bijbel.
Nee, een echte gedenksteen is dat niet. Het is veel meer. Want in die Bijbel beschrijft de hemelse God in zesenzestig boeken het kader van een leven met Hem.
Hij geeft aardse grenzen aan. En Hij wijst op de onbegrensdheid van het tweede vaderland van Zijn kinderen: de hemel. Hij geeft Zijn vaste beloften. Daarom mogen Gods uitverkorenen weten: wij zijn op weg naar een glorieuze werkelijkheid die eeuwig duren zal!

Noten:
[1] Jozua 4:4-7.
[2] Jozua 4:20-24.
[3] Geciteerd van https://elkedagnieuw.nl/gedenkstenen/ ; geraadpleegd op vrijdag 3 januari 2020.
[4] Genesis 28:16, 17 en 18.
[5] Exodus 24:4.
[6] Exodus 28:9-12.
[7] 1 Samuël 7:10, 11 en 12.
[8] Psalm 105:5 en 6.
[9] 1 Petrus 2:4 en 5.
[10] Jacobus 5:7 en 8.
[11] Openbaring 2:17.

4 oktober 2019

Nooit kan ’t geloof teveel verwachten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel wordt enig licht geworpen op woorden uit Deuteronomium 1[1].
Citaat: “Toen zei ik tegen u: Schrik niet voor hen terug en wees niet bevreesd voor hen. De HEERE, uw God, Die voor u uit gaat, Hij zal voor u strijden, overeenkomstig alles wat Hij voor uw ogen in ​Egypte​ voor u gedaan heeft, en in de woestijn, waar u gezien hebt dat de HEERE, uw God, u gedragen heeft, zoals een man zijn zoon draagt, op heel de weg die u gegaan bent, totdat u op deze plaats gekomen bent. Maar ondanks deze woorden geloofde u niet in de HEERE, uw God, Die voor u uit ging op de weg, om voor u een plaats te zoeken om uw ​tenten​ op te zetten; ’s nachts met het vuur, om u de weg te tonen die u moest gaan, en overdag met de wolk. Toen de HEERE uw woorden hoorde, werd Hij zeer toornig en zwoer: Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven!”[2].

Dit is kerkgeschiedenis. Deuteronomium 1 is niet zomaar een terugblik op het verleden. Het is geen verhaal in de stijl van: met de kennis van nu zouden we ’t heel anders hebben aangepakt. Want in een paar woorden wordt hier duidelijk gemaakt hoe machtig en wijs de God van het verbond is. Bij Hem gaat nooit wat fout. Hij doet alles weloverwogen. En vooral: alles wat de almachtige God doet komt Zijn kerk ten goede.

Als het moet, gaat de Here voor Zijn kerk vechten. Hij levert strijd – alles om te laten zien hoe groot de liefde voor Zijn volk is!

Als het moet, gaat de Here Zijn kinderen dragen. Want Hij is sterk. Hij is de grote Organisator van Zijn huisgezin. Hij biedt permanente veiligheid. Hij stippelt routes uit die Israël volgen kan.

Er is geen vuiltje aan de lucht, zou men zeggen. Harmonieuzer kunnen de verhoudingen niet worden.
Maar zo simpel ligt dat niet. Waarom niet? Het volk van God gelooft eenvoudig niet wat Vader zegt. De situatie lijkt heel vaak niet al te veilig. Sterker nog: soms zijn de omstandigheden ronduit beangstigend! En moet je dan geloven dat ’t allemaal in orde komt? Ach, zo werkt dat niet. Want je moet je vandaag zien te redden. Toch?

De God van het verbond is woedend. Dit is toch niet te geloven? Dit zijn Zijn schepselen; God heeft hen Zelf geformeerd.
Furieus is Hij! Witheet!
Deze slechte generatie zal ten onder gaan. En dat hebben zij aan zichzelf te danken. Want zij miskennen de macht van hun Schepper!

Het is vele, vele eeuwen later. Mozes leefde ongeveer in de veertiende eeuw voor Christus[3]. Maar wij niet. Wij leven in 2019. De kerkgeschiedenis is voortgeschreden. In de wetenschap zijn ontelbaar veel ontwikkelingen geweest. En ook nu lezen wij Deuteronomium 1.
Gaan wij het beter doen dan het Israël van de veertiende eeuw voor Christus?
Het antwoord is, zo valt te vrezen, tamelijk ontluisterend.
Leest u maar mee in Mattheüs 24: “Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam.
En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden. En doordat de ​wetteloosheid​ zal toenemen, zal de ​liefde​ van velen verkillen”[4].
Het wordt er, kortom, allemaal niet beter op!

Moeten wij nu gaan vrezen dat de kerk ten onder gaat?
Nee.
Zover komt het niet. In Deuteronomium 1 al niet: “Niemand van deze mannen, van deze slechte generatie, zal het goede land zien dat Ik gezworen heb aan uw vaderen te geven! Behalve Kaleb, de zoon van Jefunne: die zal het zien en aan hem zal Ik het land geven dat hij betreden heeft, en aan zijn ​kinderen, omdat hij erin volhard heeft de HEERE na te volgen”[5].
En:
“Jozua, de zoon van Nun, die in uw dienst staat, die zal erin komen; rust hem ervoor toe, want hij zal het Israël in erfbezit laten nemen”[6].
Ja, wij moeten een voorbeeld nemen aan Jozua en Kaleb.
In Numeri 14 wordt de naam van Kaleb ook genoemd: “Maar Mijn dienaar Kaleb, omdat in hem een andere geest was en hij erin volhard heeft Mij na te volgen, hem zal Ik brengen in het land waar hij geweest is, en zijn nageslacht zal het in bezit nemen”[7].
En in Numeri 32 komen Jozua en Kaleb nog een keer langs: “De mannen die uit ​Egypte​ zijn vertrokken, van twintig jaar en daarboven, zullen het land niet zien dat Ik ​Abraham, Izak en ​Jakob​ gezworen heb te geven! Want zij hebben er niet in volhard Mij na te volgen, behalve Kaleb, de zoon van Jefunne, de Keneziet, en ​Jozua, de zoon van Nun, want die hebben er wél in volhard de HEERE na te volgen”[8].

Jozua en Kaleb – die namen worden er bij ons ingehamerd.
Waarom?
De schrijver van de brief aan de Hebreeën geeft de reden: “Denk aan uw voorgangers, die het Woord van God tot u gesproken hebben. Let op de uitkomst van hun levenswandel, en volg hun geloof na”[9].
Jozua en Kaleb – onthoud die namen!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken wij Gods Woord na: “Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is”[10].

We leven in een tijd waarin jan en alleman allerlei individuele wensen heeft ten aanzien godsdienst en prediking. Onlangs zei de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant D.J. van Diggele daarover: “De kerkganger wil in de kerk op maat bediend worden. Als predikant sta je voor mensen met verschillende behoeftes. Ondertussen vinden mensen preken ingewikkeld, vinden ze dat er niet genoeg aandacht is voor de jeugd”[11].
Intussen is de vraag of wij inderdaad geloven dat de Here voor ons strijden zal.
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: ga niet roepen dat ’t christelijk geloof vandaag niet zoveel meer voorstelt
Deuteronomium 1 is een waarschuwing: houdt het vuur van de liefde tot God brandend. Voordat u ’t weet wordt het in en rond uw leven kil.
Voordat u ’t weet wordt het geloof vormelijk; de kerk wordt een kouwe bedoening.
Laten wij ’t maar proclameren: houd Jozua en Kaleb in gedachten!

Noten:
[1] De titel van dit artikel is de eerste regel van Gezang 37:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Deuteronomium 1:29-35.
[3] Zie voor deze datering https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op vrijdag 27 september 2019.
[4] Mattheüs 24:9-12.
[5] Deuteronomium 1:35 en 36.
[6] Deuteronomium 1:37.
[7] Numeri 14:24.
[8] Numeri 32:11 en 12.
[9] Hebreeën 13:7.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[11] Geciteerd uit: “Dominee gaat verder als vrachtwagenchauffeur”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 26 september 2019, p. 6.

22 augustus 2019

Een les uit 1834

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waarom verlaten mensen een kerkgenootschap? Kijk, als zij iets opgelegd krijgen, dan is dat voorstelbaar. Maar als zij in alle vrijheid kerklid kunnen wezen is er toch geen reden om weg te gaan?
Dat lijkt de redenering van heel veel mensen te zijn.

Die gedachtegang doet, zoals hieronder alras blijken zal, geen recht aan de kerkgeschiedenis.
In 1834 – dat is het jaar van de Afscheiding – gaan mensen ook de kerk uit, omdat in de kerk van alles wordt toegestaan. Alles mag worden verkondigd.

Iemand beschrijft het zo: “De belangrijkste motieven van de Afgescheidenen waren:
* De leervrijheid in kerken. Zo stoorden rechtzinnigen zich aan het gebrek aan kerkelijke tucht over vrijzinnige of liberale predikanten. De Afgescheidenen pleitten voor binding aan en handhaving van de belijdenisgeschriften.
* Een ander pijnpunt was ook het zogenoemde Algemeen Reglement uit 1816. Op twee manieren. Ten eerste omdat dit bestuursdocument het liberale klimaat in de kerken liet voortbestaan. Het Reglement was meer ingericht op handhaving van rust en orde dan op de handhaving van de ‘leer (der kerk), de vermeerdering van godsdienstige kennis en de bevordering van christelijke zeden’ (artikel 9, Algemeen Reglement).
* Ten tweede, maar dit motief speelde vooral later – tijdens de Doleantie (1886) – maakte het Algemeen Reglement de Nederlandse Hervormde Kerk – zoals de officiële naam vanaf 1816 – feitelijk tot een staatskerk door de invoering van een nieuwe bestuursstructuur. Hierbij kreeg de synode veel macht ten koste van de plaatselijke gemeente. De leiding berustte bij de synode, die voor de eerste maal door koning Willem I werd benoemd en vervolgens door de provinciale kerkvergaderingen gekozen. De critici betitelden de veranderde kerkregering als hiërarchisch, ambtelijk en ‘dominocratisch’ -de macht lag bij de dominees, niet de gemeente-.
* Ten slotte speelde de per 1 januari 1807 ingevoerde Evangelische Gezangenbundel een rol. Deze werd gezien als liberaal. Er moest verplicht -van 1807-1860- minstens één gezang uit deze bundel per kerkdienst gezongen worden, tot frustratie van rechtzinnige gereformeerden”[1].

De sfeer in 1834 is kennelijk:
* alles mag worden gezegd in de kerk, ook al gaat het tegen belijdenis in
* als het in de kerk rustig is, is iedereen tevree; dat de geloofsleer tekort wordt gedaan, maakt niet zoveel uit
* er moet een evangelisch gezang worden gezongen; want het kerkvolk moet aan nieuwe dingen wennen; dat zo’n gezang wellicht niet Schriftuurlijk is doet er niet zoveel toe.

De schrijver van hierboven noteert er bij: “Al langer hielden mensen die ontevreden waren over de kerk samenkomsten. In thuisgemeenten (‘conventikels’) spraken al vanaf de achttiende eeuw, toen de ideeën van de Verlichting in de Nederlandse kerk doorbraken, zogenoemde ‘oefenaars’. Dit waren religieus bevlogen sprekers die preekten voor groepjes mensen. Onder de oppervlakte broeide het dus al decennialang”.

De overheid grijpt na de Afscheiding hard in.
In de in 1837 te Leiden gepubliceerde brochure “De Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het Staatsrecht getoetst” geeft de staatsman mr. G. Groen van Prinsterer daar treffende voorbeelden van.
“a. Veroordeeling door de regtbanken tot boete en gevangenisstraf. De meeste regtbanken veroordeelen; de vonnissen zijn reeds ontelbaar. In Vriesland bedroegen in febr. l.l. de boeten fl. 6.860.
b. Strengheid in de wijze waarop de veroordeeling ten uitvoer wordt gelegd. Bij onvermogenden verkoopt men huisraad, kleederen en kindergoed. Te Oenkerk heeft men de vrouw eens veroordeelden gedwongen nog een rok uit te trekken die daarop verkocht is. – De verkooping geschiedt op Zondag, om den wederinkoop te beletten. – Een Gescheidene wordt in de gevangenis buiten toegang gesteld;
c. Gewelddadige uiteendrijving der bijeenkomsten. De voorbeelden zijn menigvuldig; meermalen hadden mishandeling en verwonding plaats; nog op Paasch-Zondag te Amsterdam;
d. Inlegeringen. In vele gemeenten worden, uitsluitend bij de Gescheidenen, militairen ingekwartierd; bij één huisgezin zes, tien, twaalf of meer; bij één man in Oosterwolde eenendertig soldaten en een officier. – De reclames, de requesten om schadevergoeding, blijven zonder antwoord; broodgebrek is het lot van velen geworden;
e. Mishandelingen door het graauw. De policie weigert bescherming. Bij Rhenen is een huis, terwijl er godsdienst-oefening in werd gehouden, in brand gestoken;
f. Vervolging, ook waar door de regtbanken vrijgesproken wordt. Zelfs daar heeft inlegering plaats”[2].

Nee, een dergelijk overheidsingrijpen hebben wij in 2019 niet te verwachten. Gelukkig maar!

Maar oplettende Gereformeerden weten het wel: leervrijheid komt ook vandaag in sommige zich ‘kerk’ noemende gemeenschappen en genootschappen voor. Nee, het woord ‘leervrijheid’ zal vrijwel nooit in officiële stukken staan. Maar toch.
De gebeurtenissen in 1834 bewijzen dat zulke leervrijheid een heel goede reden kan zijn om een kerkgenootschap te verlaten!

Nog één ding.
Wellicht komen thans twijfels op.
In 1834 was er een officieuze leervrijheid. In 2019 is die er soms nóg.
Wordt het nog wel wat met de kerk? Jawel. Want God stimuleert Zijn kinderen om Hem te blijven dienen. Sterker nog, daar doet Hij – door alle tijden heen – echt alles voor.
Laten we elkaar één voorbeeld voorhouden. Dat zegt alles. Het voorbeeld komt uit Ezechiël 36: “Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt”[3].

Noten:
[1] Geciteerd van https://historiek.net/afscheiding-1834-kerkscheuring/75757/ ; geraadpleegd op zaterdag 17 augustus 2019.
[2] Geciteerd van https://gereformeerdekerken.info/afscheiding-doleantie-en-vereniging/ ; geraadpleegd op zaterdag 17 augustus 2019.
[3] Ezechiël 36:26 en 27.

27 juni 2019

Gods trouw omsloten door onze lof

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

De samenleving holt achteruit. In de ogen van Gereformeerde mensen althans. In kabinetsmaatregelen wordt steeds minder rekening gehouden met Gods Woord. De samenleving wordt steeds onchristelijker.
Waar gaat het heen?

Dat ligt, zoals dat dan heet, in de schoot van de toekomst verborgen.
Wat we wel weten is dat het vroeger weinig beter was.

Israël denkt er bij de Schelfzee niet aan dat de Here het volk kan redden en dat het heel goed mogelijk is dat de Egyptische farao het onderspit delft.
De Here grijpt in. Hij zorgt er Hoogstpersoonlijk voor dat Zijn volk niet in de pan gehakt wordt.

Natuurlijk is Israël dankbaar.
Dat is logisch.
Wie is er niet blij als zijn leven, om zo te zeggen, opnieuw begint?
Maar ach… hoe gaat dat?
De dankbaarheid slaat al gauw om in ongerustheid, en in revolutie.

Het volk denkt collectief: in de woestijn komen we om!
Het volk denkt: God is afwezig; komaan, laten we een gouden kalf maken – zo zorgen we er zelf voor dat God weer dichtbij komt.
Op enig moment komt het zover dat God zo woedend is op Zijn volk dat Hij Zich voorneemt om al die Israëlieten in vredesnaam maar uit te roeien. Dat dat voorkómen wordt, komt omdat Mozes voor Zijn volksgenoten in de bres springt.

En als we dat allemaal hebben gehad, blijkt het ganse volk ontevreden over Kanaän – het land dat God voor Zijn volk vrij gaat maken.
Bovendien blijkt Baäl-Peor, de afgod van de Moabieten, reuze aantrekkelijk. Baäl-Peor, dat betekent: heer van de bres[1]. Een bres is een opening in een muur. Het lijkt wel of de Israëlieten een opening naar een andersoortige toekomst zien!

Israël klaagt bij Meriba over gebrek aan water. Alsof de Here niet bij machte is om daar in een oogwenk iets aan te doen!

Israël trekt Kanaän binnen. En kijk nu toch eens, wat wonen daar veel vriendelijke en heel lieve mensen! Zij zijn zo lief dat je gerust met hen trouwen kunt…
Alleen maar – dat is niet de dienstorder van God. Want Hij heeft gezegd: roei dat volk uit! Waarom? Omdat het belangrijk is dat de dienst aan God alle aandacht krijgt; het heeft geen zin om je daarbij te laten afleiden door de leuke ‘godsdienst’ van de buren.

Dat alles laat God beslist niet over Zijn kant gaan. Het volk wordt gestraft. En niet zo’n klein beetje ook. Er volgen vele jaren in ballingschap.

Men zou denken: dit is het dan. En misschien ook: wat zijn die Israëlieten toch hardleers. Of ook: dat Oudtestamentische volk leert het nooit!
Maar er is meer.
Want God is trouw aan Zijn verbond. Hij laat Zijn volk nooit in de steek.

Daarom blijft voor Gods volk van alle tijden en plaatsen maar één ding over: God loven en prijzen om Zijn trouw.

Wellicht denkt u: waar haalt die weblogscribent dat toch allemaal vandaan?
Welnu, wij kunnen het bovenstaande terugvinden in Psalm 106.
Al die geschiedenissen staan beschreven in Gods Woord.

Wie – met een schuin oog op het kerkelijk leven in Nederland – Psalm 106 leest, vat hopelijk weer enige moed.

Er zijn veel gelovigen in Nederland. Maar zij vinden op verschillende plaatsen onderdak.
Van baptisten tot Gereformeerde Gemeenten in Nederland: gelovigen gaan op heel veel verschillende plaatsen naar de kerk.
Er zijn vele discussies in Nederland. Over de doop, over belijdenis doen, over de vrouw in het ambt…
Er wordt gefuseerd. Tussen Gereformeerd-vrijgemaakten en Nederlands Gereformeerden. En wellicht op termijn ook tussen De Gereformeerde Kerken in Nederland en de Gereformeerde Kerken Nederland. Maar is dat naar Gods wil? Is het verantwoord?

Laten we nog eens terugkeren naar Psalm 106.
Het was professor drs. H.J. Schilder (1916-1984) die over dit kerklied eens opmerkte: “Evenwel, die Psalm 106 met zijn droef relaas kan ons toch ook al voorzichtig maken. Immers, dat lied kent — al die sombere herinneringen ten spijt — wel degelijk zijn roem en lof. Met lóf vangt het aan: Halleluja, looft de Heere, want Hij is goed. En het einde is dienovereenkomstig. Niet slechts als een liturgisch slot, maar ook als conclusie en doel van de gehele psalm, wanneer verlossing uit actuele ellende (verstrooiing, ballingschap) wordt begeerd ‘opdat wij uw heilige naam loven, ons beroemen in uw lof’ (…). Het één sluit het ander toch blijkbaar niet uit, het zondenregister verhindert niet de roem op Gods goedertierenheid in de voortgang der historie”[2].

Psalm 106 is een gebed.
De dichter vraagt zijn God om in te grijpen.
“Denk aan mij, HEERE, naar het welbehagen in Uw volk;
zie naar mij om met Uw heil,
zodat ik het goede van Uw uitverkorenen mag zien,
mij mag verblijden met de blijdschap van Uw volk,
mij mag beroemen met Uw eigendom”[3].
En:
“Verlos ons, HEERE, onze God,
breng ons bijeen vanuit de heidenvolken,
opdat wij Uw ​heilige​ Naam​ loven
en ons beroemen in Uw lof”[4].
De dichter vraagt zijn God om Israël weer terug te brengen uit de ballingschap.
De psalmschrijver kijkt naar de geschiedenis van Israël. En hij ziet het scherp – wij hebben er met z’n allen een rommeltje van gemaakt. En de psalmist beseft ook: de zaak komt pas weer op orde, als de Here ons – om zo te zeggen – oppakt en weer op onze plaats zet.

Als het gaat om kerkelijke verdeeldheid, houden we ons vaak om de lieve vrede stil. Je kunt niet altijd maar op het scherpst van de snede opereren.
Als het op fuseren aankomt, vragen rechtgeaarde Gereformeerden zich af: brengt dit alles ons dichter bij God, of niet? Er wordt getelefoneerd, ge-e-maild, gepraat en vergaderd. En de één is nog bezorgder dan de ander.

En misschien zeggen we wel zachtjes tegen onszelf: geloven is mooi, maar wat zit er soms een hoop gedoe omheen!
In een dergelijke situatie moeten we maar naar Psalm 106 kijken. Laten we de kerkgeschiedenis in herinnering brengen en Gods trouw zien. En de trouw van onze Verbondsgod mogen wij omsluiten met onze lof!

Noten:
[1] Zie https://christipedia.miraheze.org/wiki/Baäl-Peor ; geraadpleegd op zaterdag 22 juni 2019.
[2] H.J. Schilder, “Het schrift dat niet verslijt – opstellen over het Oude Testament”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1983. – p. 143.
[3] Psalm 106:4 en 5.
[4] Psalm 106:47.

8 april 2019

Beveiligd en verlicht in Gods ritme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Als u de krant leest…
Als jij het Journaal of nu.nl een beetje bijhoudt…
als ik de actualiteit volg…
dan kunnen wij zomaar vragen: waar is het gezonde verstand van de wereld gebleven?
Als we zo’n vraag hebben, is er ook een goed antwoord: leef op het ritme van de Here!

Ja – want Hij geeft aan wanneer men tot actie overgaat.
Hij geeft aan wanneer er rust genomen kan worden.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Numeri 9: “Op het bevel van de HEERE braken de Israëlieten op, en op het bevel van de HEERE sloegen zij hun kamp op. Alle dagen waarop de wolk op de ​tabernakel​ bleef rusten, bleven zij in hun kamp”[1].

Met andere woorden – de Here heeft het initiatief!
Een uitlegger noteert erbij: “Zevenmaal vinden we in vers 18, 20 en 23 de uitdrukking ‘naar de mond/het bevel van de HERE’ en daarnaast wordt verschillende keren gesproken over de wolk die zich verheft of juist neerdaalt”[2].

Zo’n zichtbare bewaking is er in 2019 niet meer. Een bevel horen wij niet. Maar de God van hemel en aarde is nog altijd present!
We leven in de zogenaamde veertigdagentijd: een periode van bezinning op de christelijke levenspraktijk, voor Pasen. Iemand typeert die tijd als: ‘veertig dagen zoeken vragen veertig dagen onderweg’[3]. Maar laat vervolgens niet het misverstand ontstaan dat wij de rest van het jaar stilstaan. Wij leven nog altijd op het ritme van de Here. Wij zijn onderweg naar Zijn toekomst!

Er is in Numeri 9 sprake van een wolkkolom. Er is, kortom, zichtbare beveiliging aanwezig.
Er is sprake van een vuurkolom. Er is ’s nachts gratis verlichting, beschikbaar gesteld vanuit de hemel.
Psalm 105 zegt erover:
“Hij spreidde een wolk uit om hen te bedekken
en gaf vuur om de nacht te verlichten”[4].
Met de Here kunnen we veilig op weg!
Dat mogen en moeten we ook vandaag in het gebed hardop zeggen.
In de sleur van de dag kan het gebed ook zomaar een gewoonte worden. Voor u en ik het weten wordt het gebed een lijstje van de activiteiten in de afgelopen uren. En natuurlijk weten we dan wel – wij deden dat allemaal in dienst van de Here. Maar ach, in het vrij hoge dagelijkse tempo blijft het er wel eens bij om dat expliciet te benoemen.
Laten wij maar een voorbeeld nemen aan Nehemia 9.

In een grote volksvergadering belijdt het volk de zonden. De zonden van zichzelf, maar ook de zonden van de voorvaderen.
Gods kinderen weten, als het er op aankomt, best dat zonde – om zo te zeggen – in de geslachten vastzit. Uw overgrootvader en overgrootmoeder hadden er last van. En uw opa en oma. En uw vader en moeder. En uw vrouw en uzelf. Uw klein- en achterkleinkinderen. Alle wereldburgers zijn met zonden behept.
De Levieten gaan voor in gebed. En zij zeggen onder meer: “Zelfs toen ze voor zichzelf een gegoten kalf gemaakt hadden en zeiden: Dit is uw God Die u heeft doen optrekken uit ​Egypte, en grote godslasteringen hadden gepleegd, hebt U hen in Uw grote ​barmhartigheid​ toch niet verlaten in de woestijn. De wolkkolom week overdag niet van boven hen om hen te leiden op de ​weg, en ook de vuurkolom ’s nachts niet om voor hen de ​weg​ te verlichten waarop zij zouden gaan”[5].

Er is in deze wereld speciale beveiliging en heldere verlichting.
De hele geschiedenis door is de Here aanwezig.
Wij leven op Zijn ritme, jazeker.
Maar wij niet alleen.
Hij was er – bijvoorbeeld – ook in 1919. Toen was er zelfs een wekelijks verschijnend blad dat ‘De Gereformeerde Kerk’ heette[6].
Hij was er – bijvoorbeeld – ook in 1619, toen men op een Gereformeerde synode veel werk had aan het schrijven van de Dordtse Leerregels.
Om kort te gaan – als Gereformeerd mens bent u nooit alleen
Oftewel – christen bent u nooit op uw eentje.
Dat lijkt soms wel zo. Als u op uw werk bezig bent. Als jij op school voor jouw geloof uitkomt.
En misschien, heel misschien denkt u wel eens: was er nu maar een wolkkolom – dan kon ik zeggen: kijk, daar is Hij. Of: zagen we nu maar dat vuur – dan kon ik zeggen: Hij laat zien dat Hij er is, kijk dan!

In de actualiteit van vandaag kan eensklaps die vraag in ons brein zweven: waar is het gezonde verstand van de wereld gebleven?
Denkt u alleen maar aan het dossier van Michael P., de moordenaar van Anne Faber. De moordenaar zit, zoals bekend, in een psychiatrische kliniek in Den Dolder. Bij de behandeling van de betrokkene is men ernstig tekort geschoten. Een paar onderzoekers zetten het onlangs op een rijtje:
* Behandeling Michael P. schoot tekort.
* Draaide vooral om agressie, niet om zedenverleden.
* Risico’s voor maatschappij waren niet bekend.
* P. mocht al snel zonder begeleiding naar buiten.
* Structurele tekortkomingen in stelsel forensische zorg.
* Klinieken richten zich te veel op patiënt in plaats van beschermen samenleving[7].

In zo’n samenleving zijn de vragen gewettigd: is het nog wel veilig hier? En: * gaat in de maatschappij het licht uit?

Laten wij nu maar beseffen dat in de kerk het licht aan blijft.
In de kerk is het veilig.
Want daar is de Here Zelf present.
Niet in een wolk. Het is niet mistig in de kerk.
Niet in een vuur. Er is geen brand in de kerk.
Maar nog altijd heeft Hij het initiatief.
Blijf daarom in de cadans die God geeft!

Noten:
[1] Numeri 9:18.
[2] Zie de onlineversie van de Studiebijbel, verklaring van Numeri 9:15-23 – noot 20.
[3] Zie http://www.bijdezondag.nl/index.php/de-lezing-van-deze-zondag/53-lezingen/537-29052016-ot-nbv ; geraadpleegd op vrijdag 5 april 2019.
[4] Psalm 105:39.
[5] Nehemia 9:18 en 19.
[6] De redactie van dat blad werd gevormd door het Comité ter verspreiding der beginselen van de Confessioneele Vereeniging.
[7] Zie https://nos.nl/artikel/2277927-vernietigende-conclusies-ernstige-tekortkomingen-bij-behandeling-michael-p.html ; geraadpleegd op vrijdag 5 april 2019.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.