gereformeerd leven in nederland

23 juli 2018

Klimaat in de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Een paar weken geleden stond het in de krant: “Dé grote kwestie in de discussie over het Klimaatakkoord, waarvan de hoofdlijnen vanmiddag worden gepresenteerd, is niet opgelost maar ingezwachteld. De vraag naar wie de hoogste rekening moet worden gestuurd, is niet beantwoord, maar omzeild: er moet onderzoek worden gedaan”[1].

Dat er iets voor het klimaat op aarde moet gebeuren, daar zijn velen het over eens.
Maar betalen… nou nee, liever niet.
Dat je er zelf iets voor moet doen of laten – dat ligt, als het puntje bij het paaltje komt, tamelijk ingewikkeld.

Het bruggetje naar de kerk is natuurlijk snel gemaakt.
Wij willen per slot van rekening allemaal dat er een goed klimaat in de kerk heerst. Een goede sfeer, bedoel ik. Een sfeer van vertrouwen, waarin je dingen tegen elkaar kunt zeggen zonder dat de boel ontploft.
Maar dat is niet zo simpel als het lijkt.
Immers – je moet vandaag de dag vooral jezelf zijn. Nou dan! Dan hoef je in de kerk blijkbaar niet zoveel bijzonders te doen of te laten… En bovendien: waarom zou uitgerekend jij iets moeten veranderen? Laten anderen maar ês wat doen!
Zo komt het dat die goede sfeer er in de kerk lang niet altijd is.
De grondoorzaak daarvan is deze: in de kerk zitten mensen die net zo zondig zijn als de mensen buiten de kerk.

Het hoeft geen betoog dat bovenstaande redenering ten diepste in het geheel niet christelijk is.

Het wordt tijd dat wij de Bijbel open doen.
Laten wij daar het antwoord zoeken op de vraag: wat moeten wij doen om het klimaat in de kerk goed te houden?

Naar aanleiding van die vraag, en het antwoord daarop, schrijf ik vandaag een enkel woord. Daarbij is Johannes 5 het uitgangspunt.
Jezus zegt in dat Bijbelhoofdstuk onder meer: “… de werken die de Vader Mij gegeven heeft om die te volbrengen, juist die werken die Ik doe, getuigen van Mij dat de Vader Mij gezonden heeft”[2].

Jezus heeft, toen Hij naar de aarde ging, werk meegekregen.
Zijn Vader zei: ‘Dit is Uw taak; zo moet u werken. Op die manier moet U laten zien wie Ik ben’.
En Jezus gaat aan het werk. Hij geneest, eerder in Johannes 5, een verlamde man. Achtendertig jaar ligt die zieke man al bij een badwater. Een kuuroord, klaarblijkelijk. Het heet ‘Bethesda’: huis van vergeving[3].
De genezen man kan uiteraard zijn geluk niet op. Jezus is in staat tot dingen die niemand anders volvoeren kan. Heel Zijn werk draagt, om zo te zeggen, het logo van God! En dat is een beeldmerk dat niet weg te poetsen is.

Waar maken de Schriftgeleerden zich druk over?
Antwoord: de genezing vindt plaats op de verkeerde dag. Nu moet de man die genezen is op de sabbat aan de wandel met zijn ligmat. Dat kan niet! Dat is tegen de regels!

Er ontstaat een felle discussie.
En waar loopt die op uit?
Ik citeer: “Maar ​Jezus​ antwoordde hun: Mijn Vader werkt tot nu toe en Ik werk ook. Daarom dan probeerden de ​Joden​ des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen het gebod van de ​sabbat​ brak, maar ook zei dat God Zijn eigen Vader was, en daarmee Zichzelf aan God gelijkmaakte”[4].

Blijkbaar zit het in kerkmensen: menselijke regels en onderlinge manieren van doen zijn maar al te vaak belangrijker dan het werk van God Zelf.
Gelet op Johannes 5 is de kernvraag: gelooft u dat Jezus van God komt?
Anno Domini 2018 klemt de vraag: gelooft u dat Jezus Christus ook op deze middelmatige maandag in de kerk aan het werk is?

Als dat zo is, gaat u zo snel mogelijk naar de kerk toe!

Nogmaals stel ik die vraag: wat moeten wij doen om het klimaat in de kerk goed te houden?

Antwoord: wij moeten elkaar eraan blijven herinneren dat Jezus Christus in de kerk aan het werk is. Hij is de Verbinder in de kerk. Zijn Woord is daar de norm. Door mensen vastgestelde regels staan derhalve niet bovenaan de prioriteitenlijst.

Maar het kerkrecht dan?
Dat is een complex van regels, die kerkmensen hebben bedacht.
Is dat kerkrecht eigenlijk wel zo belangrijk?
Zeker wel.
Want als wij dat kerkrecht hanteren en toepassen gaan wij, als het goed is, altijd terug naar de Bijbel. Kerkelijke regels zijn, naar wij mogen hopen, altijd gegrond op de Heilige Schrift.

Graag ga ik nog even terug naar Johannes 5.
Jezus zegt daar vervolgens ook: “En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien. En Zijn woord hebt u niet blijvend in u, omdat u Hem niet gelooft Die Hij gezonden heeft”[5].

Wat zeggen die Schriftwoorden in de context van de eenentwintigste eeuw?

Laat ik daar het volgende van zeggen.
Tegenwoordig zijn er aardig wat kerkgenootschappen die de traditioneel-Gereformeerde uitleg van Gods Woord inruilen voor een eigen verhaal. En wel omdat dat eigen verhaal wat beter in deze tijd past. Intussen levert men een klein stukje van Gods Woord in.
Nou ja, de woorden blijven heus wel in de Bijbel staan. Maar bij sommige korte passages uit Gods Woord komt in de kantlijn wel een aantekening te staan met de strekking: ‘niet meer relevant in 2018’.
En dat terwijl onze Heiland heel Zijn Woord gegeven heeft. Heel de Bijbel is de norm van ons aardse bestaan!
Geloven wij nog wel dat alle woorden van de Here Jezus in 2018 nog altijd volop de moeite waard zijn?
Indien niet – dan kan zomaar gelden dat we Gods Woord niet blijvend meedragen!

Het kan geen kwaad om het nog eens te noteren: in de kerk blijft het klimaat goed als wij elkaar eraan blijven herinneren dat Jezus Christus in de kerk aan het werk is. Hij is de Verbinder in de kerk. Heel Zijn Woord geldt ook in 2018.

Johannes 5 bepaalt ons erbij dat het klimaat in de kerk goed moet blijven. Als er in deze tijd iets belangrijk is, dan is het dat wel.

Noten:
[1] “Klimaatakkoord houdt open einde”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 10 juli 2018, p. 17.
[2] Johannes 5:36 b.
[3] Zie http://www.betekenis-definitie.nl/Bethesda ; geraadpleegd op dinsdag 10 juli 2018.
[4] Johannes 5:17 en 18.
[5] Johannes 5:37 en 38.

31 oktober 2016

De kerk is katholiek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Gereformeerde mensen: daar zijn er niet zo heel veel meer van in Nederland[1]. Die weinige Gereformeerden hebben er, in het algemeen gesproken, de handen vol aan om naar Gods Woord te leven. Zij komen er vaak niet aan toe om te denken aan Gods kinderen die in andere landen wonen.
Maar de kerk is katholiek. De kerk is niet beperkt tot een bepaald land. De kerk richt zich ook niet op een bepaald ras.

Wij belijden met de Apostolische Geloofsbelijdenis: “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk”. Als we de belijdenis over die katholieke kerk in de mond nemen, zeggen we: God vergadert op ieder continent Zijn kinderen.
We zeggen ook: Gods Woord klinkt in alle culturen.
We zeggen verder: het Woord wordt verkondigd door voorgangers uit allerlei volken.
En het wonderbaarlijke is nu dat de God van het verbond van al die mensen één volk maakt. En Hij zorgt er voor dat al Zijn kinderen de blijde Boodschap begrijpen. Wie ze ook zijn. Waar ze ook wonen. Zij horen allemaal bij Hem.
Dat is onvoorstelbaar. Maar het is de waarheid.

Het is belangrijk om het bovenstaande goed vast te houden. Natuurlijk, wij weten niet precies waar in allerlei buitenlanden de kerk is. Dat overzien wij niet. Maar zeker is dat God Zijn kinderen overal ter wereld vergadert.

Dat is de reden dat vanuit Gereformeerde kerken nog wel eens een zogeheten open attest wordt afgegeven. Dat is een getuigschrift zonder adres.
De Gereformeerde kerkrechtgeleerde F.L. Rutgers schreef daaromtrent eens een kerkelijk advies[2]. Daaruit citeer ik: “Uit den aard der zaak komt het dikwijls voor, dat een lid van een onzer kerken (vooral van een groote kerk, als Amsterdam), naar een ander land of naar een ander werelddeel vertrekt, zonder dat hij bij zijn vertrek reeds weet, waar hij zich vestigen zal, of zonder dat aan hemzelven of aan den kerkeraad bekend is, welk soort van Christelijke of Gereformeerde kerken aldaar zijn. Natuurlijk kan dan geen naam of adres worden opgegeven op de attestatie, die aan hem gegeven wordt, en die hij in ieder geval noodig heeft om zich in zijne nieuwe woonplaats als Christen-broeder althans eenigszins te doen erkennen. Men vult dan op de attestatie eenvoudig in, dat zij gegeven werd om te dienen als getuigenis voor de ‘B.B. in Italië’, of ‘in Zuid-Afrika’, of ‘in Noord-Amerika’, of wat het zijn moet; en de vertrekkende moet dus zelf beoordeelen, bij welke kerk in zijne nieuwe woonplaats hij als Gereformeerde, zich het best voegen kan. Maar in geen geval mag attestatie geweigerd worden, enkel en alleen omdat nog niet bekend is, waar hij precies heengaat of hoe het kerkelijk aldaar gesteld is. Zulke weigering zou op geen enkelen grond of zelfs schijngrond steunen, en groot onrecht zijn”[3].
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Bouma citeert een uitspraak van de Generale Synode Groningen-1927: “kerken kunnen aan hunne leden, die naar buitenlandsche kerken vertrekken, ten allen tijde attestatiën afgeven, welke behooren ingediend te worden bij die kerken, die in belijdenis en kerkregeering aan de gereformeerde kerken in Nederland het naast verwant zijn”. Bouma noteert er bij: “Deze uitspraak behoort tot de onder ons geldende bepalingen”[4].
Het attest – al of niet met een adres erop – is ten diepste een verklaring die de katholiciteit van de kerk als grondslag heeft!

In heel de wereld wordt Gods Woord geëerbiedigd.
Er zijn overal mensen die de katholieke leer aanhangen.
Een emeritushoogleraar schreef ooit over de katholiciteit van de kerk: “zij drijft niet een deel-waarheid, maakt geen reclame voor een specialiteit, heeft niet het ene jaar dit en het volgende jaar wat anders in de aanbieding, maar laat zich door de Geest van Christus rondleiden in de ‘volle waarheid’. Zij is uit op de maximalisering van de leer en haar kennis daarvan contra alle pogingen om de leer te minimaliseren, te amputeren of te pluraliseren”[5].

Het is vandaag Hervormingsdag.
En de vraag is: waar maakt de kerk zich druk over?
De verleiding is groot om naar mensen te kijken. Veel mensen doen dat ook. Dan wordt bijvoorbeeld gezegd dat de kerken te veel met zichzelf bezig zijn. Daar bestaat trouwens een deftige term voor. ‘Congregationalistisch kerkbesef’, heet dat.
Eén ding is zeker: als de kerk zich met mensen bezig gaat houden wordt ze er werkelijk niet katholieker op.
We zullen ons om moeten draaien. Wij moeten onze blikrichting veranderen.
Wij moeten ons weer naar God toekeren. Er zit niets anders op: wij moeten ons bekeren.
Wie we ook zijn. En waar we ook wonen.

Gereformeerde mensen mogen het met Paulus zeggen: “Waar blijft het roemen dan? Het is uitgesloten. Door welke wet? Der werken? Neen, maar door de wet van geloof. Want wij zijn van oordeel, dat de mens door geloof gerechtvaardigd wordt, zonder werken der wet. Of is God alleen de God der Joden? Niet ook der heidenen? Zeker, ook der heidenen. Indien er namelijk één God is, die de besnedenen rechtvaardigen zal uit het geloof en de onbesnedenen door het geloof”[6].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op woensdag 31 oktober 2007.
[2] Zie voor meer informatie over hem onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Frederik_Lodewijk_Rutgers ; geraadpleegd op zaterdag 15 oktober 2016.
[3] F.L. Rutgers, “Kerkelijke adviezen II” – jaar van uitgave: 1922 –, vraag 211, antwoord 352. Te vinden op http://kerkrecht.nl/node/3090 en http://www.kerkrecht.nl/book/export/html/2964 ; geraadpleegd op zaterdag 15 oktober 2016.
[4] H. Bouma (ed.), “Kerkorde van de Gereformeerde Kerken in Nederland”.Groningen, 1983. – III, artikel 63-4.
[5] Dr. C. Trimp, “Kerk in aanbouw: haar presentie en pretentie”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre b.v., 1998. – p. 56.
[6] Romeinen 3:27-30.

28 januari 2013

De kern van het kerkrecht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , ,

Kerkrecht: dat is, zoals wij allen weten, vandaag de dag niet zo’n populair woord. Kerkrecht herinnert mensen aan afspraken. Kerkrecht belemmert de vrijheid.
Toch is dat zeker niet de bedoeling[1].

Het Gereformeerde kerkrecht is terug te voeren op de allesoverheersende liefde van de drie-enige God: Vader, Zoon en Heilige Geest.
Daarover maak ik vandaag graag enkele opmerkingen.

1.
Het gaat er niet om dat gelovigen zich aan regeltjes houden. Als alles goed is, bevordert het kerkrecht de éénheid in de kerk. Datzelfde kerkrecht zorgt er hopelijk voor dat mensen zich bekeren. Ze keren zich af van zondige dingen. Zij keren zich naar de Here toe.
In dat laatste – die bekering – verschilt het kerkrecht wezenlijk van wereldlijke rechtspraak. In de wereld gaat men veelal niet verder dan het bestraffen van verkeerde dingen en het naleven van fatsoensregels. Het veranderen van de levenskoers is geen doel van rechtsgeleerden.

2.
In mei 1970 sprak dominee G. Zomer (1925-1982) op een zogeheten jongelingsbondsdag. Zijn referaat aldaar ging over het kerkrecht en had als titel ‘Maar de Koning is gezalfd’. In de kerk gaat het, zo maakte de dominee de jongeren toen duidelijk, om de eer van Christus. In de kerk dóen we niet aan hiërarchie; we wérken niet met rangen en standen. Sterker nog: alle machtsconcentratie zal sterven onder de toorn van God. In Psalm 2 staat dat zó:
“Die in de hemel zetelt, lacht;
de Here spot met hen.
Dan spreekt Hij tot hen in zijn toorn,
en verschrikt hen in zijn gramschap:
Ik heb immers mijn koning gesteld
over Sion, mijn heilige berg”[2].
Het kerkrecht, betoogde dominee H. Bouma (1917-2000) op diezelfde dag, behoort te functioneren als de geestelijke politie van de kerk. “Alleen waar die wordt erkend en gehandhaafd mogen we gelovig verder belijden dat Hij door Zijn Heilige Geest in ons, Zijn lidmaten de hemelse gaven uitgiet en dat Zijn macht ons schut en bewaart”[3].

3.
Dat genoteerd hebbende wijs ik ook op de laatste regel van die tweede Psalm: “Welzalig allen die bij Hem schuilen!”.
In de kerk combineren we liefde met waakzaamheid. In de kerk koppelen we toewijding aan dienstbaarheid.
Dominee Bouma sprak hierboven over ‘geestelijke politie’. Het mag bekend zijn dat de slogan van de Néderlandse politie momenteel ‘waakzaam en dienstbaar’ is. In de kerk beginnen we echter ergens anders. Daar zijn Gods liefde en de genegenheid voor elkáár de uitgangspunten.
Daarom is, denk ik, de toon van de muziek enorm belangrijk. Men mag spreken over God die toornt. Maar men moet eerst en voorál spreken over de Here God die – in het kader van Zijn verkiezende liefde – Zijn kinderen naar Zich toe en hen, om zo te zeggen, aan Zijn hart drukt.
Door alles heen moet de toewijding aan de Here merkbaar blijven!

4.
In het kerkrecht gaan we uit van Gods liefde.
Maar dat betekent niet dat we dan te maken hebben met lievigheid. Of met romantiek. Of met idyllische tafereeltjes.
Professor J. Kamphuis (1921-2011) schreef in een bespreking van een boek over kerkrecht eens: “Terecht wordt herhaaldelijk opgemerkt dat de vraag welk kerkrecht men heeft, afhangt van die andere: welke leer, vooral welke leer heeft men over de kerk. Hier staat echter confessionele overtuiging tegenover confessionele overtuiging (òf: het gebrek daaraan). Daarom geeft Nederland ook een staalkaart aan kerkrecht te zien”[4].
Kerkrecht heeft alles te maken met de leer van de kerk!

5.
In dezen gelden ook bekende woorden uit 1 Johannes 2.
“Wie zegt: Ik ken Hem, en zijn geboden niet bewaart, is een leugenaar en in die is de waarheid niet; maar wie zijn woord bewaart, in die is waarlijk de liefde Gods volmaakt”.
Maar ook:
“Wie zegt in het licht te zijn en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nu toe. Wie zijn broeder liefheeft, blijft in het licht en in hem is niets aanstotelijks; maar wie zijn broeder haat, is in de duisternis en wandelt in de duisternis, en hij weet niet waar hij heengaat, want de duisternis heeft zijn ogen verblind”[5].

6.
In de kerk houden we ons aan bepaalde afspraken.
Maar het is beslist niet zo dat de kerk ból staat van regeltjes.
Nu het hierom gaat, ga ik even terug naar zaterdag 17 maart 1990. Te Kampen werd toen door het Gereformeerd Wetenschappelijk Genootschap een studiedag georganiseerd over plaats en betekenis van het kerkrecht. En daar werd gezegd: “We moeten in ons kerkrecht wel de volle ruimte laten voor de eigen geestelijke verantwoordelijkheid van gemeenteleden en ambtsdragers, om vanuit beknopte grondregels en hoofdlijnen zelf in iedere situatie biddend en denkend te leren verstaan, wat goed is ten overstaan van de Here en van de mensen”.
Het is belangrijk dat we dat principe vasthouden. Het schijnt dat sommige mensen de indruk hebben dat kerkelijke regels star zijn. Men proeft bij tijd en wijle een zekere hoogmoedigheid; ‘wij weten het toch nét iets beter…’. Rechtsvinding moet in het kerkrecht een centraal begrip zijn. Wikkend en wegend moet men, soms van geval tot geval, het recht zoeken.

7.
Professor P. Deddens (1891-1958) typeerde kerkrecht ooit als ‘het recht van Christus in de kerk van Christus’.
Dat is het uitgangspunt bij het werk in de kerk. Het is, als alles goed gaat, ook het startpunt van alle ámbtswerk.
In dit verband geef ik tenslotte nog één keer het woord aan professor J. Kamphuis.
Alles draait om het “het rècht van Christus op onze dienst aan Hem, in zijn kerk èn de rijkdom en heiligheid van het ambt. Zó spreekt de apostel Paulus tegen de ouderlingen in Efeze, Handelingen 20:28: ‘Zorg voor uzelf en voor de hele kudde waarover de heilige Geest u als herder heeft aangesteld; u bent de opzieners van Gods gemeente, die hij verworven heeft door het bloed van zijn eigen Zoon’. In het ouderlingen-ambt hebben we met het werk van de Heilige Geest te doen èn met de koop door het bloed van Gods eigen Zoon. Dàt is het niveau waarop de kerkenraad moet handelen!”[6].

Noten:
[1]
In het onderstaande gebruik ik onder meer: “Doel kerkrecht veel breder dan naleving van de regels”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 20 maart 1990, p. 2. Ook te vinden op http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010559312%3Ampeg21%3Ap002%3Aa0026 .
[2] Psalm 2:4, 5 en 6.
[3] In deze alinea gebruik ik onder meer: “Jongelingsbondsdag in Spakenburg”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 9 mei 1970, p. 6. Ook te vinden op http://kranten.kb.nl/view/paper/id/ddd%3A010554604%3Ampeg21%3Ap006%3Aa0090 .
[4] J. Kamphuis, “Eén boek over velerlei kerkrecht”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 4 maart 1989, p. 7. Ook te vinden op http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010558994%3Ampeg21%3Ap007%3Aa0161 .
[5] Achtereenvolgens citeer ik 1 Johannes 2:4, 5, 9, 10 en 11.
[6] Ik citeer uit een interview met J. Kamphuis, dat door dominee A.H. Driest gedateerd werd op woensdag 1 juni 2011. Onder meer te vinden op http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/?page_id=506 .

24 december 2012

Kerst 2012: beloofd is beloofd

De geboortedag van Jezus Christus vieren we anno Domini 2012 in een kerkelijke wereld die op hol geslagen lijkt. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op. Dat gaat zo rap dat het voor kerkelijke vergaderingen niet meer is bij te houden.

In Amsterdam is kanselruil tussen gereformeerden en protestanten heel vanzelfsprekend geworden[1]. Dominee van der Graaf – een ‘gereformeerde bonder’ – zegt daarover in het Nederlands Dagblad van vrijdag 21 december: “Dat we voorgaan in elkaars diensten is de vanzelfsprekende vrucht van een nauwe samenwerking. We hebben elkaar heel hard nodig, maar dat is het niet alleen. We doen het ook uit overtuiging en met vreugde”.
In Stadskanaal wordt nagedacht over een samenwerking tussen Gereformeerd-vrijgemaakten, Christelijke Gereformeerden en protestanten van hervormde snit.

Kerkrecht doet er niet meer zo toe.
Heel veel kerkgangers, met name jongeren, zoeken een kerk waar een hechte gemeenschap is en een goed verhaal gehouden wordt. Formele afspraken komen achter de ontwikkelingen aan. De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant W.J.M. Vreugdenhil zegt: “Landelijke regelingen hebben wel zin, maar volgen plaatselijke ontwikkelingen. Je ziet vaak dat ze wijzigen door druk van onderaf”.
Dominee H.J. Messelink, voorzitter van generaal-synodale deputaten voor kerkelijke eenheid van de Gereformeerd-vrijgemaakte kerken, deelt onomwonden mee dat de ontwikkelingen op plaatselijk vlak, meestal tussen vrijgemaakt- en Nederlands-gereformeerden, het deputaatschap in verlegenheid brengen. Het idee om van bovenaf regels op te leggen komt uit de vorige eeuw en “werkt nu al niet meer. We moeten in gesprek over de vraag of we alles wel van bovenaf willen regelen”.
Er heerst, kortom, een ietwat rommelige sfeer op het kerkplein.

In die omstandigheden klinkt het Kerstevangelie.
“Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven”. “Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren”. En nog eens staat er bij dat die zoon gebaard werd: “En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had”[2].
Als er een nieuwe wereldburger wordt geboren, staat de wereld even stil. Er is pijn en moeite. Dat is al zo vanaf Genesis 3: “Ik zal zeer vermeerderen de moeite uwer zwangerschap; met smart zult gij kinderen baren”[3].
Een klein kind kan nog heel weinig. Het is vrijwel helemaal afhankelijk van zijn ouders. Juist in die geboorte laat de hemelse God het zien: u moet zich volledig aan Mij overgeven. U ziet het: deze Baby moet helemaal door Zijn ouders verzorgd worden. Zo moet Ik op u passen. Zo moet Ik u helpen. Zo moet Ik mij over u ontfermen.

Er wordt uitgesproken: “We hebben elkaar heel hard nodig, maar dat is het niet alleen. We doen het ook uit overtuiging en met vreugde”.
We hebben elkaar nodig. Dat klinkt mooi. En vroom.
Maar waar het om gaat is dit: we hebben de Here Jezus Christus nodig. Hij kwam naar de aarde om onze zonden te vergeven. Op het kerkplein begint alles niet met elkáár. Het startpunt ligt bij de hemelse Heer!

In Mattheüs 1 overheerst één Goddelijk bericht: afspraak is afspraak.

De Here is trouw.
Dat blijkt door de geslachten heen. In Mattheüs 1 stáát ook een geslachtsregister. In dat register staan namen als die van Rachab, de hoer. En die van Ruth, de vrouw uit Moab. De Here kijkt over grenzen heen. Hij zet Zijn plan dóór; ondanks menselijke zondigheid en kleinzieligheid.
De hemelse God laat zien dat er systéém in Zijn doen en laten zit. Ik citeer: “Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten”[4].
De Here laat duidelijk blijken: wat Ik belóófd heb, dat gaat door!
Mattheüs vermeldt dat er ook expliciet bij: “Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons”[5].

Wie dit alles tot zich door laat dringen, merkt wellicht ook hoe het gebrek aan ménselijke planmatigheid schril afsteekt tegen de Goddelijke planning en daadkracht.
En wij kunnen er niet omheen kijken: de Here voert Zijn voornemens uit. Als dat érgens naar voren komt, dan is het wel op de eerste Kerstdag in de wereldgeschiedenis.
Dan kunnen mensen concluderen: wij hebben elkaar nodig. Of: wij moeten samen optrekken. Of: het is onze overtuiging dat wij dit of dat zus en zo moeten doen. Of: als wij de boel samen aanpakken, wordt onze levensvreugde groter.
Maar met zulke beweringen schiet men, als u het mij vraagt, langs de kern van de zaak héén. De kernvraag is: doen wij wat de Here van ons vraagt?
Het hindert mij dat ik over het antwoord op die laatste vraag zo weinig hoor.

Te Amsterdam, te Stadskanaal, en op heel veel andere plaatsen in den lande lijkt men te zeggen: de omstandigheden maken het nodig dat wij samen gaan werken.
De Here God heeft, in een heerlijk geslaagde soloactie, ingegrepen. Dat deed Hij om de levensomstandigheden van Zijn kinderen structureel te verbeteren. Dat deed Hij om Zijn kinderen een volmaakt leven te geven.
Onze Here, de Schepper van hemel en aarde, werkt zeer planmatig.
En systematisch.
Georganiseerd.
Methodisch.
Dat mag de kerk laten zien.
In alles.
Ook in de organisatie. En in het kerkrecht.

Morgen en overmorgen vieren we het Kerstfeest.
Dat is voor Gods kinderen een mooie gelegenheid om een heldere boodschap aan de wereld te proclameren.

Die boodschap luidt, wat mij betreft, als volgt.
In het verbond en in de kerk geldt: afspraak is afspraak. En beloofd is beloofd.

Noten:
[1] In het onderstaande gebruik ik onder meer: “Verlegen met ‘natuurlijke kanselruil’”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 21 december 2012, p. 2.
[2] Achtereenvolgens citeer ik de verzen 21, 23 en 25 uit Mattheüs 1.
[3] Genesis 3:16.
[4] Mattheüs 1:17.
[5] Mattheüs 1:22 en 23.

17 oktober 2011

Blij met het kerkrecht?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , ,

Er waren tijden dat de kerkorde een document was waar iedereen blij mee kon zijn. De mensen wisten waar ze zich aan hadden te houden. Er waren regels die tamelijk duidelijk waren. Die kerkelijke afspraken werkten best goed.

Vandaag de dag zijn de tijden veranderd.
Kerkordes knellen. Allerlei kerkgenootschappen willen nieuwe dingen uitproberen. En kerkordes blijken nu in de weg te zitten.

In de Protestantse Kerk kent men dat probleem reeds enige tijd. Dominee A.J. Plaisier – scriba van die kerk – zei laatst: “De kerkorde mag geen barricade worden”. En: “De kerkorde heb je nodig en is ook goed. Maar we moeten niet de kerkorde raadplegen om kerk te zijn. We moeten minder regelnevig zijn. We moeten eerst kerk zijn en daarna komt de kerkorde. We zijn niet getrouwd met de kerkorde, maar met de Heer van de kerk”[1].

Nu is het bekend dat ook binnen het verband van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) reeds geruime tijd over de aldaar geldende kerkorde en haar inhoud wordt nagedacht. Als alles gaat zoals men dat nu verwacht zal in 2014 een nieuwe kerkorde van kracht worden[2].

Daarom is er in dit tijdsgewricht wel reden om enige aandacht te besteden aan de vraag: wat is het wezen van kerkelijke regels?
Het antwoord op die vraag is: de kerken helpen elkaar[3].

Kerkenraden worden soms geconfronteerd met mensen die van mening zijn dat hen onrecht is aangedaan. En dat terwijl de betrokken raad oprecht en gereformeerd wil handelen. In een dergelijk geval kan men overeenkomen om het eigen besluit te laten toetsen. Men kan vragen: wat denkt ú ervan? Dat is geen geval van kennistekort, of van plaatselijk falen. De zaak is simpelweg dat men de raad van anderen wil inwinnen.
Dat is een heel goede en ook heel Schriftuurlijke zaak. Denkt u in dit verband maar aan Spreuken 24:
“Een wijs man is sterk,
een man van kennis betoont kracht;
want met overleg moet gij de strijd voeren
en de overwinning ligt in de veelheid van raadgevers”[4].
Nee, het is geen teken van zwakte om ambtsdragers in te schakelen. In de samenleving van de kerk mogen we elkaar hélpen.

In de kerk spelen wij dus niet de baas over elkaar.
De ‘onderherders’ van Gods kudde zoeken, als het goed is, naarstig naar goede weide voor de aan hen toevertrouwde schapen.
De kerkenraad luistert naar de woorden die tot hen gericht worden. Hij weidt met wijsheid. En als de kerkenraadsleden ‘hun’ gemeenteleden naar de goede weg leiden, kijken zij – om zo te zeggen – boven aardse omstandigheden uit. Zij verheugen zich op een hémelse situatie.   
Daarom schreef Petrus indertijd: “…hoedt de kudde Gods (…), niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeelden der kudde. En wanneer de opperherder verschijnt, zult gij de onverwelkelijke krans der heerlijkheid verwerven”[5].

In de kerk staat het Woord van God centraal. Als het gaat om onze redeneringen en stellingnames baseren we ons dáár op.
Zodra een kerkenraad zegt: ‘vertrouw nu maar op ons, dan komt het wel goed…’ is het oppassen geblazen.
Zoals een classis of een synode gaat meedelen: ‘wij eisen van u dat u dit of dat leert, want dat hebben wij gezegd’, dan gaat er iets helemaal fout.
Altijd weer komt de vraag terug: is het genomen besluit Schriftuurlijk? Of ook: kunnen we dit of dat besluit uitleggen met de Heilige Schrift in de hand?
En daarbij kunnen wij dus niet een tikje nonchalant zeggen: uit praktische overwegingen doen we dit of dat maar zo. Of: wij beschouwen die en die Bijbelse regels als tijdgebonden.
Wij moeten God helemaal laten uitspreken. Wij moeten ons, om zo te zeggen, door Hem laten verwármen. Dat schrijf ik met een schuin oog op Openbaring 3: “Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Zo dan, omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen”[6].

Met elkaar overleggen: dat is in de Gereformeerde wereld, om zo te zeggen, een grondrecht.
Over elkaar heersen: daar zijn Gereformeerde mensen, als het goed is, doodsbenauwd voor. Kerkelijke dominantie: dat is een ramp.
Daarom kijkt en luistert een Gereformeerde synode meestentijds heel zorgvuldig naar andere kerkelijke vergaderingen binnen het kerkverband. Een Gereformeerde synode gaat niet simpelweg af op eigen waarnemingen. Een Gereformeerde synode heeft, bij mijn weten, niet de gewoonte om zelf allerlei initiatieven te nemen.
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat laatste nog wel eens mis gaat. De generale synode Harderwijk-2011 van de GKv besloot tot een complete herziening van de kerkorde; en dat terwijl in een oorspronkelijk verzoek was gevraagd de KO op een aantal punten te actualiseren.  Dominee H.J.C.C.J. Wilschut schreef in verband daarmee: “De GS gaat af op eigen waarnemingen en conclusies. Waarbij de GS zelf het initiatief neemt voor een algehele herziening. Een beetje paternalistisch, als u het mij vraagt. Wanneer binnen de kerken echt de genoemde behoefte leefde, waren ze heus wel mans genoeg geweest om dat in de kerkelijke weg aan de orde te stellen. Het oorspronkelijke verzoek vroeg om een update van de KO, niet om een compleet nieuwe KO”[7].

De kerken assisteren elkaar zoveel zij kunnen.
En laten wij daarbij goed bedenken: alles begint in de plaatselijke kerk. Als die een probleem heeft waar ze niet uitkomt, gaat zij wat breder kijken; classicaal dus. Als de classis er niet uitkomt, wordt er nóg verder gekeken. En er wordt gesproken. Men houdt ruggespraak.
In de kerk wordt heel wat af vergaderd, zeggen buitenstaanders soms ietwat schamperend. En ja, soms brandt het licht in kerkelijke vergaderzalen wel érg lang. Maar van dat spottende commentaar moeten we ons maar niet teveel aantrekken. Want eigenlijk is het een heel goed teken als er in de kerk uitstekende communicatie is. Regelmatig overleg, in alle openheid: dat is een must!
In dat verband vraag ik aandacht voor het volgende.
In de GKv werkt men aan een nieuwe kerkorde. De hierboven al geciteerde dominee Wilschut schreef daarover: “Ik heb van Werkorde1 gezegd, dat deze (formeel) het klimaat ademt van PKN-kerkrecht. Voor mijn gevoel gaat Werkorde2 [= het tweede concept van de nieuwe GKv-kerkorde, BdR] in dit spoor verder: je krijgt een uitgebreide kerkorde met een heleboel ordinanties ernaast. Oftewel, er wordt een netwerk van regels over het kerkelijk leven en samenleven gelegd. Maar het blijft haaks staan op het karakter van het gereformeerd kerkrecht”[8].
En wat is het effect van dat alles? Het valt te vrezen dat in de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) als motto gaat gelden: hoe meer regels; hoe minder overleg; en dat is best makkelijk…
Begrijpt u dat ik van het bovenstaande niet zo blij word?

Wij hoeven geen deskundigen in het kerkrecht te zijn om toch het antwoord te weten op de vraag: wat is het wezen van kerkelijke regels?
Dat antwoord is: de kerken helpen elkaar.
Die hulp komt er niet omdat in de kerk zoveel sociale types rondlopen.
Die hulp is gebaseerd op het Woord van God. Dat Woord – zo leren wij in Hebreeën 4 – “is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zó diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten”[9].
Als wij elkaar in de kerk eerlijk en adequaat willen helpen moeten we teruggaan naar de Schrift. Samen gewetensvol en zorgvuldig studerend zullen wij leren zien hoe onze kerkelijke assistentie echt christelijk zijn kan.

Noten:
[1] Zie http://kerknieuws.nl/nieuws.asp?oId=21476&lStrAction=archief .
[2] Zie http://www.nd.nl/artikelen/2011/april/16/nieuwe-vrijgemaakte-kerkorde-in-2014 .
[3] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van http://katwijk.gkv.nl/anderson/pdfdutch/ARTIKEL%2031%20VAN%20DE%20KERKORDE.pdf .
[4] Spreuken 24:5 en 6.
[5] Zie 1 Petrus 5:1-4. Ik citeer het eerste deel van vers 2, en de verzen 3 en 4.
[6] Openbaring 3:15 en 16.
[7] Zie http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/?page_id=250 ( = H.J.C.C.J. Wilschut, “Om het recht van de mindere vergadering; over de hantering van art. 30 KO te Harderwijk”).
[8] Zie http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/?page_id=413 (= H.J.C.C.J. Wilschut, “Op weg naar een nieuwe kerkorde II”).
[9] Hebreeën 4:12.

Blog op WordPress.com.