gereformeerd leven in nederland

24 december 2018

Kerst 2018: in Christus één

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

We gaan de Kerstdagen tegemoet.
Ongetwijfeld zal er weer veel gepreekt worden over Mattheüs 1 en 2, Lucas 2 en Johannes 1.
Maar er wordt op veel meer plaatsen in de Bijbel over het Kerstfeit geschreven.

Graag wijs ik vandaag op Romeinen 1.
Daar staat: “Paulus, een dienstknecht van ​Jezus​ ​Christus, een geroepen ​apostel, afgezonderd tot het ​Evangelie​ van God, dat Hij tevoren beloofd had door Zijn profeten, in de ​heilige​ Schriften, ten aanzien van Zijn Zoon, Die wat het vlees betreft geboren is uit het geslacht van ​David”[1].

Paulus laat het blijken – de proclamatie van het reddingswerk van Jezus Christus is mijn levensroeping.
Paulus laat blijken: ik sluit mij aan bij een lange rij van mensen die, in opdracht van God, de komst van de Messias hebben voorspeld.
Paulus draait er niet omheen: Christus is echt mens geworden!
Dat grote nieuws bazuint Paulus rond, zo vaak en zo veel Hij kan.

De Here maakt Zijn eenmaal gegeven Woord waar. De Here breekt Zijn beloften niet!
Die bemoediging voor de christenen in Rome is wel op zijn plaats.
Een uitlegger schrijft: we verplaatsen “ons in de Romeinse christen van rond het jaar 55. Er is sprake van een groot conflict tussen de Joden en de christenen. En ook tussen de christenen zelf die òf van heidense of van Joodse oorsprong zijn, zijn grote spanningen. In één of meer synagogen waren door Christus-aanhangers messiaanse onlusten gekomen. Daarom heeft de Romeinse macht in het jaar 49 op bevel van keizer Claudius grote groepen Joden de stad uit gezet. In het jaar 54 wordt Claudius opgevolgd door keizer Nero (ook geen lekkere jongen), maar wellicht konden Joden toen weer in de stad terugkeren. In die context schrijft Paulus zijn brief”[2].
Nee, de kerk in Rome heeft, zo rond het jaar 55, geen stil en rustig leven.

Intussen is het wel duidelijk – ook Gereformeerden in 2018 mogen zich, in hun eigen omstandigheden, nog steeds laten bemoedigen: de Here breekt Zijn beloften niet!

Paulus heeft zich het Kerstevangelie toegeëigend. Het is deel van hemzelf geworden. Wie de naam van Paulus noemt, zegt in één adem ook: Christus is geboren.
Christus is echt en helemaal mens geworden.
Om met de statige taal van de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man. Hij heeft niet alleen de menselijke natuur aangenomen wat het lichaam betreft, maar ook een echt menselijke ziel om werkelijk mens te zijn. Want omdat de ziel evenzeer verloren was als het lichaam, moest Hij ze beide aannemen om beide te redden”[3].

Het Kerstevangelie klinkt ook in 2018.
Dat gebeurt in een tijd waarin “driekwart van de Nederlanders zegt dat kerken weinig of niet aansluiten bij hun visie op de zin van het leven”[4].

Probleem daarbij is dat die visie verre van eenduidig is.
Nummer Eén zegt: je moet jezelf ontplooien.
Nummer Twee zegt: je moet medemensen helpen.
Nummer Drie zegt: je moet God dienen.
Nummer Vier zegt: het leven hangt aan elkaar van toeval en eigenlijk is het zinloos[5].

Dat gebrek aan eenduidigheid wordt met name veroorzaakt door het individualisme van onze tijd. Je moet jezelf zijn, zeggen de mensen. En: jij bent de moeite waard. En: jij moet jouw eigen keuzes maken.
Er wordt nadruk gelegd op de particuliere persoon.

Maar dat is maar één kant van het verhaal. Wie daarbij blijft, houdt een eenzijdig betoog. Eenzijdige redeneringen – daar zijn we goed in, vandaag de dag.
Maar er is meer[6].
In Romeinen 1 schrijft Paulus letterlijk: “geworden zijnde uit het zaad van David naar het vlees”. Voor `het zaad’ staat er in het Grieks spermatos[7]. Men kan ons woord ‘sperma’ zonder moeite herkennen.
Paulus wil maar zeggen: wij staan op de schouders van ons voorgeslacht. Kinderen, kleinkinderen en het verdere nageslacht van gelovigen horen bij het verbond. Adam, Abraham, Noach…, en ook de door de Here uitverkoren mensen van 2018 horen bij dat verbond.
Inderdaad – er is één verbond.
Daarover schrijft Paulus in het derde hoofdstuk van de brief aan de Galaten: “Welnu, zo zijn de beloften aan ​Abraham​ en aan zijn nageslacht gedaan. Hij zegt niet: En aan de nageslachten, alsof er sprake zou zijn van velen; maar van één: En aan uw Nageslacht; dat is ​Christus”[8].
Al die gelovige mensen hebben te maken met het verzoeningswerk van de ene Persoon van Jezus Christus. Een exegeet noteert: “Vandaar dat Paulus de vinger legt bij dit enkelvoud ‘zaad’ en zegt: in strikte, in eigenlijke zin is Christus Degene die God op het oog had toen Hij aan Abraham Zijn belofte gaf. Omdat Hij wist dat Christus zou komen, kon deze belofte er zijn, dat al degenen, die door het geloof van Christus zijn, deel krijgen aan wat God beloofde aan Abraham”[9].
In Christus één – dat is de achtergrond van Romeinen 1.
Christus is geboren – dat schrijft Paulus in de aanhef van zijn brief aan de christenen in Rome.
Christus is geboren – in die woorden zit verwondering: ik hoor bij Hem; dat is ongelooflijk, maar ’t is waar!
Christus is geboren – in die woorden zit een juichkreet: we staan er niet alleen voor in de wereld! Dat is Gods kinderen in Rome tot troost. Maar ook de gelovigen in Nederland, in Canada, in Amerika of waar dan ook mogen het vandaag beseffen: we staan er niet alleen voor in de wereld!
Christus is geboren – daarin zit verbondenheid: het geloof is ons vóórgeleefd, en wij geven het geloof weer door aan de familie, en aan andere mensen in onze omgeving.

Christus is geboren!
Die uitroep van verwondering, blijdschap en verbondenheid klinkt in 2018 nog altijd.
Wij zijn verbonden aan Christus. En vervolgens ook aan elkáár.
In de kerk moeten we ons erin trainen om ons tegen individualisme en egoïsme te blijven verzetten.
Joep de Hart, een onderzoeker van het Sociaal en Cultureel Planbureau, zegt: “In de kerk is een enorme sociale bewogenheid. Kerkleden doen twee keer zoveel vrijwilligerswerk als buitenkerkelijken. Die sociale dimensie zit ook in de opvoeding die zij hun kinderen geven. Je moet dus niet te luchtigjes doen over ontkerkelijking. Er worden kraters geslagen in de samenleving”[10].

In feite roept Paulus ons op om het verbond dat God met Zijn kinderen sloot nooit te vergeten.
En impliciet klinkt de vermaning: vergeet de heilshistorie niet. Om het tenslotte met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “…één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[11].

Dat heil geeft ons alle reden om er, overal ter wereld, feestelijke Kerstdagen van te maken!

Noten:
[1] Romeinen 1:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd van http://www.aartveldhuizen.nl/page/bijbelbijspijkeren-romeinen-1 ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018. Veldhuizen is geestelijk verzorger, supervisor en predikant in de Protestantse Kerk te Langweer.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18.
[4] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[5] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.happinez.nl/spiritualiteit/alles-dat-je-wilt-weten-over-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op woensdag 19 december 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Ds. Joh. Francke, “Gerechtigheid uit het geloof; Schetsenbundel over de brief aan de christenen te Rome”. – Groningen: De Vuurbaak bv. – derde druk, 1984. – p. 22.
[7] Zie de onlineversie van de Studiebijbel; oorspronkelijke tekst van Romeinen 1:3.
[8] Galaten 3:16.
[9] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Galaten 3:16.
[10] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2264211-ontkerkelijking-zet-door-weinig-vertrouwen-in-religieuze-organisaties.html .
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.

22 december 2017

Kerst 2017: een prachtige pleisterplaats

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“En uit Zijn volheid hebben wij allen ontvangen, en wel genade op genade”
Johannes 1:16

De Kerstdagen naderen: maandag en dinsdag vieren wij de geboorte van Jezus Christus, onze Heiland.

Wij ontvingen, proclameert Johannes, genade op genade. Wie zich dat probeert voor te stellen, heeft het daar wellicht moeilijk mee.
Genade die zich opstapelt?
Hoe ziet dat eruit?
Is dat een toren van genade, die tot de hemel reikt?
Opgestapelde genade… – nee, zo zeggen wij dat niet in de kerk. Toch is het beeld van die toren zo gek nog niet.
Een exegeet schrijft: het is een “aanduiding dat de ene genade nog niet weg is of de volgende is er al. De volheid van het mensgeworden Woord is een onuitputtelijke bron, daaruit hebben de gelovigen een overvloed aan genade ontvangen”[1].
Gods genade vermenigvuldigt zich iedere dag.
Gods genade hoopt zich hemelhoog op.

Die genade komt, zo meldt Johannes, uit de volheid. Dat wil zeggen: de hele kosmos, inclusief de aarde, is met die genade gevuld.
Die gedachte komen wij bijvoorbeeld tegen in Psalm 24:
“De aarde is van de HEERE en al wat zij bevat,
de wereld en wie er wonen.
Want Híj heeft haar gegrondvest op de zeeën
en haar vastgezet op de rivieren”[2].
De Here is Eigenaar van de ganse schepping. Op aarde worden wij voortdurend met Zijn volheid geconfronteerd. Hij creëert, organiseert en overziet alles.

Diezelfde volheid zien we ook terug in Psalm 68:
“Geef macht aan God;
Zijn majesteit is over Israël
en Zijn macht tot in de wolken.
O God, U bent ontzagwekkend vanuit Uw heiligdommen;
de God van Israël, Hij geeft het volk kracht en sterkte.
Geloofd zij God!”[3].
De Goddelijke volheid plant zich voort. Vanuit de hemelse woonplaats van de Here, naar de kerk op aarde.
Jazeker, naar de kerk. Hij is namelijk de God van Israël. Dat volk ontvangt kracht. Die natie ontvangt de energie om door te gaan.

Nu kunnen we zeggen dat de kerk tegenwoordig weinig meer dan een onooglijk groepje is.
Maar dat soort modieuze gezegden moeten we maar laten voor wat ze ten diepste zijn: uitingen van ongeloof.
Wij geloven dat de kerk – met lidwoord! – er altijd is.
Zo staat het toch in de Apostolische Geloofsbelijdenis? “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen”.
En het staat ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn. Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden tegen het woeden van de hele wereld, hoewel zij soms een tijdlang zeer klein en ogenschijnlijk verdwenen is. Zo heeft de Heer gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab zevenduizend mensen voor Zich bewaard, die hun knieën voor Baäl niet gebogen hadden. Ook is deze heilige kerk niet gevestigd in, gebonden aan, of beperkt tot een bepaalde plaats, of gebonden aan bepaalde personen, maar zij is verbreid en verstrooid over heel de wereld. Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”[4].
De kerk is voor ons – beperkte mensen van de eenentwintigste eeuw – niet te overzien. Maar de kerk is er wel. Dat geloven wij.

Zeg niet al te snel dat de kerk op deze aarde, in deze woelige tijd, maar weinig kan uitrichten. Want daarmee is lang niet alles gezegd. Er is meer aan de hand!
Uiteindelijk zullen ook de mensen die niets met God te maken willen hebben, toch met Hem naar Hem moeten luisteren.
Denkt u in dit verband bijvoorbeeld maar aan Jesaja’s profetie in hoofdstuk 34 – een profetie over Edom –: “Kom naar voren, heidenvolken, om te luisteren! Sla er acht op, natiën! Laat de aarde luisteren en al wat zij bevat, de wereld, en alles wat daarop uitspruit!”[5].
De toorn van God veegt menselijke macht aan de kant. Zo wordt er ruimte gemaakt voor Gods volk.
En hoe gaat het landschap er vervolgens uitzien?
Jesaja 35 zegt er dit van: “Versterk de slappe handen, verstevig de wankele knieën; zeg tegen onbedachtzamen van ​hart: Wees sterk, wees niet bevreesd! Zie, uw God! De wraak zal komen, de vergelding van God; Híj zal komen en u verlossen. Dan zullen de ogen van de blinden worden opengedaan, de oren van de doven zullen worden geopend. Dan zal de kreupele springen als een hert, de tong van de stomme zal juichen. Want in de woestijn zullen wateren zich een weg banen en beken in de wildernis. Het dorre land zal tot een waterpoel worden, het dorstige land tot ​waterbronnen; op de woonplaats van jakhalzen, waar hun rustplaats was, zal gras zijn, met riet en biezen”[6].
De Heer van hemel en aarde laat Zijn bevrijdende kracht zien.
Ziekten en handicaps zijn op slag volkomen onbestaanbaar.

De Here maakt plaats voor Zijn kinderen.
En op de eerste Kerstdag wordt een zeer belangrijke stap gezet: de Heiland wordt geboren.
Op die manier wordt ons bestaan in een nieuw perspectief gezet.
Kerst ligt, als ik dat zo zeggen mag, op de route naar het nieuwe paradijs.
Er komt een volmaakte samenleving aan.

Ja, wij zijn op weg naar de perfecte maatschappij.
Een heerlijkheid die zijn weerga niet kent.

Weet u wat een patchwork family is? Dat is een familie met ouders en hun nieuwe partners, inclusief diverse soorten halfbroers, stiefbroers en stiefzussen.
Als de leden van de patchwork family het onderling niet zo goed kunnen vinden, krijgen zij ook nog last van Kerststress[7].
Wie deze en andere spanningen aan wil kunnen, moet naar de kerk komen.
Want daar vinden Gods kinderen – de gezegende leden van het huisgezin van God – genade op genade.
Door God samengebrachte mensen vinden, op weg naar een lusthof, een pleisterplaats in de kerk. Dat is een heerlijk oord waar God altijd bij hen is!

Noten:
[1] Citaat uit de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 1:16.
[2] Psalm 24:1 en 2.
[3] Psalm 68:35 en 36.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[5] Jesaja 34:1.
[6] Jesaja 35:3-7.
[7] Zie hiervoor: P.L.D. Visser, “Kerst 2016”. In: De Wekker, vrijdag 23 december 2016, p. 2 (rubriek: Aanzet). Ook te vinden via www.digibron.nl .

23 december 2016

Kerst 2016

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Aanstaande zondag en maandag is het respectievelijk eerste en tweede Kerstdag[1].
We vieren feest vanwege de geboorte van onze Heiland.
Maar als we de Bijbel gaan lezen, zien we in Lucas 2 dat Maria, de moeder van Jezus, níet meteen een feestje viert. Zij gaat nadenken.
Je zou er bijna overheen lezen. Elf woorden zijn het maar: “Doch Maria bewaarde al deze woorden, die overwegende in haar hart”[2].

Maria overdenkt de woorden van de herders. Die herders hebben doorgegeven wat er gezegd is.
Door een engel.
En door een complete divisie hemelse militairen.

De engel spreekt over grote blijdschap.
Nee, het volk viert niet meteen feest. Nergens staat dat de vlag buiten wordt gehangen.
Maar op de lange duur zullen alle burgers blij zijn dat de Messias op aarde is gekomen.

Over welke burgers wordt hier eigenlijk gesproken? Welk volk is daar in beeld?
De engel spreekt over Israël. Jezus is, naar aardse nationaliteit althans, een Jood.
Maar het gaat hier over veel meer.

Leest u maar mee in Jesaja 49.
Ik citeer uit de tweede profetie met betrekking tot de knecht van de Here: “Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om de stammen van Jakob weder op te richten en de bewaarden van Israël terug te brengen; Ik stel u tot een licht der volken, opdat mijn heil reike tot het einde der aarde”[3].
Het heil blijft niet binnen de landsgrenzen van Israël. Het gaat de hele wereld over.
Ik citeer opnieuw uit Jesaja 49: “Zo zegt de HERE, Israëls Verlosser, zijn Heilige, tot de diep verachte, de bij het volk verafschuwde, de knecht van heersers: Koningen zullen dit zien en opstaan; vorsten, en zich nederbuigen, ter wille van de HERE, die getrouw is, de Heilige Israëls, die u verkoren heeft”[4].
Uiteindelijk worden zelfs wereldleiders actief.

Jezus ligt in een simpele kribbe.
Dat is een teken, zegt de engel tegen de herders.
Wij zijn aan het beeld van de baby gewend. En we stellen ons die voedertrog voor. Al met al is het maar een armoedige toestand, vindt u ook niet? Uitgerekend als Jozef en Maria op reis zijn om zich vanwege die volkstelling te laten registreren, juist dan komt de baby. En alle logeergelegenheden zijn vol. Er is geen fatsoenlijke plek meer over. Dat is toch erg? Had dat niet anders gekund? Je zegt toch niet tegen een hoogzwangere vrouw: ‘red je er maar mee’?
Dit soort beschrijvingen, die bol staan van emotie, moeten wij niet koesteren. Wij moeten vooral niet narrig worden over die volksgenoten die Jozef en Maria maar lieten lopen.
Want die hele toestand is een teken. Door de omstandigheden die de God van hemel en aarde creëert laat Hij, om zo te zeggen, een identiteitskaart zien. De bijbehorende boodschap luidt: dit Kind komt uit de hemel.
Vader proclameert: dit is de Heiland. Dit is de Redder van de wereld.
Dat moeten de herders geloven.

En ook de Bijbellezers van 2016 moeten het geloven: dit is de Zaligmaker. De vraag is of wij de bedoeling van dat teken zien. Wij moeten begrijpen dat God een hemels een hemelse identiteitskaart toont. We moeten dat teken leren begrijpen!

Er is ook nog een spreekkoor te horen geweest: Ere zij God!
Dat is een juichkreet.
Maar het is ook een strijdleus.
De herders brengen in geuren en kleuren verslag uit aan Jozef en Maria.
Dat spreekkoor gaf een boodschap door. Het bericht luidt als volgt: de toestand van het paradijs komt weer terug!
De Here laat in Lucas 2 blijken dat Zijn legers klaar zijn voor de strijd die nog komen moet. Het spreekkoor zegt genoeg.
Nee, Gods werk is nog niet af. De beslissende slag is gewonnen. Maar er moet nog veel gebeuren.
En Gods kinderen weten wat hen te doen staat: zij moeten het levenspad op. Zij beseffen het: wij moeten in eerbied en afhankelijkheid wandelen met God.
Inmiddels mogen wij het door alles heen vasthouden: de Here werkt aan een hemelse toestand van vrede en geluk.

De verhalen van de herders baren opzien. Het is, om zo te zeggen, het gesprek van de dag.
Maar Maria zegt er niet zoveel over.
Zij denkt er ernstig over na.
Een merkwaardige mededeling, vindt u ook niet? Gedachten zijn vrij, zeggen ze altijd. Wat hebben wij eigenlijk te maken met Maria’s gedachten? Ze houdt zich er notabene zelf over stil.
In deze wereld is dat ronduit een verademing. Wij praten tot wij er moe van zijn. Wij ratelen wat af. In Lucas 2 is er eindelijk eens iemand die zich stilhoudt. Is dat niet heerlijk?
Maar hier is meer aan de hand.
Want in Lucas 2 staat ook: “En allen, die ervan hoorden, verbaasden zich over hetgeen door de herders tot hen gezegd werd”[5]. We zien een tegenstelling:
* een gemeenschap in rep en roer
* een moeder die al die grootse gebeurtenissen stil overweegt.
In feite staat hier ongeloof tegenover geloof.
Ongelovigen zien hier een sensationeel nieuwsfeit. Maar Maria begrijpt dat er met en bij haar dingen zijn gebeurd die aardse dimensies ontstijgen.

Vandaag, vrijdag 23 december 2016, lezen wij Lucas 2.
En nog steeds staat ongeloof tegenover geloof.
Ach nee, Nederlandse christenen worden meestal niet ronduit vijandig bejegend. Nog niet, tenminste.
Zeker, er worden soms karikaturen gemaakt van de Heilige Schrift en het geloof. Talkshowpresentator Jeroen Pauw zei niet zo lang geleden over de Koran, de Joodse Thora en de Bijbel: “Wij weten allemaal, als je je er een beetje in verdiept, dat die boeken verschrikkelijk zijn, en ze roepen allemaal op tot geweld”[6]. Maar ach, in de meeste gevallen laten ongelovigen zich nog wel wat fijnzinniger uit. Van een ronduit vijandige bejegening is, bij mijn weten, vaak nog geen sprake. Veeleer zijn mensen verbaasd als kinderen van God zich gekwetst voelen omdat hun levensovertuiging niet serieus genomen wordt: ‘Waar zeuren die mensen nou toch over? Het is 2016!’.

Laat het intussen maar helder wezen: God leert ons om Zijn Woord blijmoedig aan te nemen.
Het moet bewaard worden, want het is kostbaar.
Dat Woord moet in alle rust overwogen worden.
Ootmoedig.
En gelovig.
Wie dat volhoudt mag zich realiseren dat zijn leven een hemelse dimensie krijgt.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 24 december 2007.
[2] Lucas 2:19.
[3] Jesaja 49:6.
[4] Jesaja 49:7.
[5] Lucas 2:18.
[6] Dat was op donderdagavond 24 november 2016. Zie ook het protest van de Gereformeerde Bondspredikant dr. P.J. Visser. Dat is te vinden op http://www.noorderkerk.org/brief-aan-jeroen-pauw/ ; geraadpleegd op donderdag 8 december 2016.

24 december 2015

Kerst 2015: feest van de splitsing

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Kerst is geen feest van wapens. Het is geen feest van stokken, knuppels en geweren. Bij Kerst hoort geen agressie.

Wie dat bedenkt, leest sommige verzen van Lucas 2 wellicht met verbazing. “Zie, deze is gesteld tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken, dat weersproken wordt – en door uw eigen ziel zal een zwaard gaan –, opdat de overleggingen uit vele harten openbaar worden”[1].
Wordt het feestje nu niet bedorven?
Is het nu niet zo dat de feestverlichting uit, en de beveiligingscamera’s aan gaan?
Zit in deze woorden nog wel troost?

Jezus Christus is een steen des aanstoots: een steen waar mensen over vallen. Maar Hij is ook de kostbare hoeksteen: een steen waarmee voor heel veel mensen een nieuw levenshuis kan worden gebouwd.

Jezus Christus is een teken. Een teken dat er toekomst is voor wie gelooft. Maar het is ook een teken dat tegenspraak oproept, en discussies uitlokt. Een exegeet noteert: “Hij zal op heftig verzet stuiten en Zijn woorden en die van Zijn volgelingen zullen worden gekritiseerd”[2].

Maria zal de tegenstand die haar Zoon ontmoet aan den lijve ondervinden. Moeder Maria zal diep in haar ziel gewond worden. Het lijden van haar Zoon zal voor Maria ronduit hartverscheurend wezen.

En wat is het doel van die steen?
Wat is het doel van die felle discussies?
Wat is het doel van Maria’s leed?
Antwoord: het moet duidelijk worden wat de burgers van deze wereld denken. Het moet helder worden wat er in aller harten omgaat.

Is de feestverlichting uit?
Maakt Gods Woord zo ongeveer de hele wereld defect?
Nee. Allesbehalve dat!

Want in de kerk brandt het licht.
In de kerk zitten mensen die met heel hun hart geloven dat Jezus Christus de deur naar de toekomst open doet. Daar zitten de mensen die er elke dag op rekenen dat Christus de wereld weer perfect maakt. Daar zitten de mensen die weten dat angst en geweld het in deze wereld niet zullen winnen. Daar bevinden zich de mensen die zich gelovig verzamelen voor een gelukkige toekomst die eeuwig duurt. In de kerk, daar moet u wezen!

Het jaar 2015 staat in de boeken als een jaar vol aanslagen en terreur. We kunnen niet om IS heen. En ook niet om Al Qaeda. En – om niet meer te noemen – ook niet om Boko Haram. Overal in de wereld worden mensen en dingen op allerlei manieren kapot gemaakt.
Maar laten wij ons niet vergissen: de duivel wil graag dat onze blik op die destructie gericht blijft. De satan wil dat ons wij vergapen aan verwoesting en vernieling. De tegenstander van God wil niets liever dan dat wij ons hoofd helemaal vol hebben met treurnis, verbijstering en verdriet over de toestand in de wereld. Want in die situatie is er geen plaats meer voor ware godsdienst, voor een rustig dienen van de Here.

Maar in Lucas 2 staat impliciet al dat dit gebeuren moet.
Immers, het moet duidelijk worden wat er in de harten van de mensen om gaat. Het moet helder zijn wat de mensen denken.
Wij moeten ons dus niet van ons apropos laten brengen.
Wij moeten – integendeel – blij zijn met ons behoud.

Over deze dingen schrijvende, wijs ik u vandaag ook graag op Mattheüs 24. Enkele verzen citeer ik daaruit: “Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn. Doch dat alles is het begin der weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil. En dan zullen velen ten val komen en zij zullen elkander overleveren en elkander haten. En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden. En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld gepredikt worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn (…) Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u, dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles geschiedt. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan”[3].

Kerst is niet alleen maar een feest van romantiek en een prettig sfeertje. Eerst en vooral is Kerst het feest van de splitsing.
Voor de kerk is het een geweldig feest – jazeker. Want kinderen van God weten zeker dat ze aan de goede kant staan. Ze weten zeker dat ze in het goede kamp zitten.

Voor kerkmensen zijn die woorden uit Lucas 2, als het goed is, echter ook een helder signaal dat door merg en been heen gaat.
Kinderen van God moeten elkaar opzoeken. En ze moeten bij elkaar blijven. Kerstfeest heeft – als het er op aan komt – alles te maken met kerkelijke samensprekingen[4]!

Het Kerstfeest brengt scheiding in de wereld.
Mensen buiten de kerk willen dat echter niet horen. Daarom overstemmen zij de kerk met vrede die in deze wereld begint en eindigt. Zij zingen er stemmige liedjes bij; die zetten ze hard aan, om de ernstige boodschap van de kerk maar niet te horen.

Laten Gereformeerde mensen maar blij wezen. Kerstblijdschap – dat is heel speciaals.
Want de eeuwige toekomst genaakt!

Noten:
[1] Lucas 2:34 en 35.
[2] Zie de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 2:34.
[3] Mattheüs 24:7-14 en de verzen 33, 34 en 35.
[4] Daarover heb ik, in verband met het Kerstfeest, al wel eens geschreven. Zie mijn artikel “Kerst 2013: feest in een weerbarstige wereld”; hier gepubliceerd op dinsdag 24 december 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/12/24/kerst-2013/ .

21 december 2015

Oriëntatie op de hemel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Deze week wordt het Kerstfeest[1].
Voor velen heeft dat feest iets romantisch. De Kerstdagen worden niet zelden gevuld met familiebezoek en copieuze maaltijden.
Maar de Kerstsfeer wordt in onze tijd ruw verstoord door dreiging en chaos in de wereld.
Alleen al het noteren van de naam Islamitische Staat maakt ons treurig. En boos, waarschijnlijk. En bang, misschien.
Voeg daar de plaatsnaam Parijs bij, en dan lijkt de sfeer definitief bedorven.
Weet u ’t nog, de aanslag op personeelsleden van het satirisch weekblad Charlie Hebdo, in januari van dit jaar? Hebt u ze nog voor de geest, de beelden van die aanslagen in november jongstleden; met meer dan honderd doden, en meer dan driehonderd gewonden[2]?

Wij moeten ons echter vooral niet van de wijs laten brengen.
Daarom waag ik het vandaag toch een ogenblik uw aandacht te vragen voor bekende woorden uit Lucas 2: “Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens”[3].

Die woorden worden in Lucas 2 gezongen door een groot koor van hemelse militairen. Die zangers ondersteunen het evangelie van de nieuwe werkelijkheid, dat door de engel wordt gebracht[4].

Die nieuwe werkelijkheid is in het Oude Testament al te zien.
Job heeft in hoofdstuk 16 al iets van die nieuwe werkelijkheid ontdekt toen hij zei:
“Maar ook nu, zie mijn Getuige is in de hemel,
mijn Pleitbezorger in den hoge”[5].
De schrijver van Psalm 148 zegt ook niet voor niets:
“Halleluja. Looft de Here in de hemel,
looft Hem in den hoge”[6].
Bij de intocht in Jeruzalem, in Lucas 19, zullen de discipelen vol overgave zingen:
“Gezegend Hij, die komt,
de Koning, in de naam des Heren;
in de hemel vrede en ere in de hoogste hemelen”[7].

‘Ere zij God’, dat betekent: Hij heeft Zijn naam eer aan gedaan; Hij heeft Hoogstpersoonlijk Zijn naam hoog gehouden.
God is goed. God is trouw. God houdt Zich aan het verbond dat Hij met mensen sloot. Het doorslaggevende bewijs daarvan is dat God Zijn Zoon naar de aarde stuurt.

Er komt vrede op aarde.
Nee, daar zien we nu nog niet veel van. Integendeel – wij zien oorlog en terreur, vervolging en onderdrukking.
Intussen moeten wij er om denken dat die vrede uiteindelijk niet door mensen wordt bewerkt.
Leest u maar mee in Jesaja 9: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de Here der heerscharen zal dit doen”[8].
Micha ziet die vrede in hoofdstuk 5 trouwens ook al: “Dan zal Hij staan en hen weiden in de kracht des Heren, in de majesteit van de naam des Heren, zijns Gods; en zij zullen rustig wonen, want nu zal Hij groot zijn tot aan de einden der aarde, en Hij zal vrede zijn”[9].
Ziet u dat?
De Here werkt niet alleen aan vrede.
Hij is die vrede feitelijk Zelf!
Zo komt het dat Paulus in Romeinen 5 op kan schrijven: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen in het geloof tot deze genade, waarin wij staan, en roemen in de hoop op de heerlijkheid Gods”[10].

Mensen van het welbehagen worden gered.
Dat betekent: mensen in wie God een welbehagen heeft.
In de kerk is Gods genade zichtbaar.
Zijn oneindige energie.
Zijn geweldige werfkracht en werkkracht.

Als wij goed kijken, zien we daar nu al veel van.
En straks, als de Jongste Dag gekomen is, zullen we die Goddelijke kracht nog uitgebreider kunnen bewonderen!

Als u het mij vraagt moet dat het perspectief zijn dat zich voor ons geestesoog ontrolt als wij binnenkort Gezang 11 weer gaan zingen: Ere zij God.
En ja, dan krijgt ook Gezang 12 meer betekenis:
“Dit is de dag, die God ons schenkt,
waaraan thans ieder christen denkt;
hem viere, wat in ’t groot heelal
door Jezus is en wezen zal”[11].
We moeten de dag van Jezus’ komst op aarde altijd feestelijk herdenken.
Overal ter wereld moeten wij bewonderen wat Hij doet.
En: wij mogen veel verwachten van de toekomst die Hij voor ons gereed maakt.

“Dit is de dag, die God ons schenkt” – dat is een oud lied dat door Maarten Luther werd geschreven. Het staat al in de bundel ‘Geistliche Lieder’, die in 1539 te Leipzig verscheen[12]. Dat lied is dus al minstens 475 jaar oud!
Hoe kwam het dat Luther zo ijverig dichtte?
Een protestantse predikant vertelt: “Toen Luther predikant in Wittenberg was, zag hij de grote behoefte van het kerkvolk. Als God met ons spreekt in de kerkdienst, dan moeten de mensen antwoorden in gebed en lofgezang. Maar er waren nauwelijks zingbare liederen voorhanden in de toenmalige kerk. Want in de godsdienst van de Middeleeuwse Kerk zong de priester, de monniken, het koor. Maar niet de gemeente! Daarom vroeg hij zijn vrienden nieuwe liederen te dichten, die het Evangelie zouden verkondigen. Toen dat naar zijn zin niet goed lukte, is hij zelf aan de slag gegaan”[13].

Het kerkvolk moet, zei Luther, weer leren zingen.
Dat zingen mogen wij in 2015 niet verleren.
Zulk zingen leert ons, als het goed, aan onze eigen omstandigheden voorbij te zien. Wij ontvangen een nieuwe oriëntatie – op de hemel, namelijk!

Noten:
[1] Onlangs heb ik Gezang 11 en Gezang 12:1 in twee korte stukjes kort toegelicht voor kinderen. Dat deed ik in het Gereformeerd kerkblad De Bazuin; jaargang 9, nummer 25 (woensdag 16 december 2015). Op deze plaats geef ik vandaag een uitwerking van de betreffende artikeltjes.
Het was overigens voor de laatste keer dat ik een bijdrage leverde aan de Bazuinrubriek Psalm van de Week. Mijn functie als deputaat-curator van De Bazuin en het medewerkerschap aan dat kerkblad zijn onverenigbaar.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanslag_op_Charlie_Hebdo en  https://nl.wikipedia.org/wiki/Aanslagen_in_Parijs_van_november_2015 . Geraadpleegd op maandag 16 november 2015.
[3] Lucas 2:14.
[4] Hier, en ook elders in dit artikel, gebruik ik de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 2:14.
[5] Job 16:19.
[6] Psalm 148:1.
[7] Lucas 19:38.
[8] Jesaja 9:5 en 6.
[9] Micha 5:3 en 4 a.
[10] Romeinen 5:1 en 2.
[11] Gezang 12:1.
[12] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Lutherliederen . Geraadpleegd op maandag 16 november 2015.
[13] Zie http://www.pastoralekroes.nl/lutherLutherXVIII-Prediker-dich/ . Geraadpleegd op maandag 16 november 2015. De predikant in kwestie is de inmiddels overleden Ph. Kroes.

20 oktober 2015

Het werk van Gods Geest

“De eeuwige Zoon van God, die echt en eeuwig God is en blijft, heeft door de werking van de Heilige Geest echte menselijke natuur aangenomen uit het vlees en bloed van de maagd Maria, om het ware zaad van David te zijn, zijn broeders in alles gelijk, maar zonder zonde”.
Zo is het Evangelie van de komst van Jezus Christus in Zondag 14 van de Heidelbergse Catechismus samengevat[1].
In Zondag 14 is het dus Kerstfeest.

Dat Kerstevangelie – de geboorte van Jezus – belijden wij. We geloven het.
Wat is het meest bijzondere van dat Evangelie? Antwoord: de werking van de Heilige Geest. Want zegt u nu zelf: de komst van Jezus is op een unieke manier gebeurd. Daar is geen man aan te pas gekomen. Jozef en Maria hebben voor hun huwelijk geen gemeenschap met elkaar gehad. Het is een werk van de Heilige Geest geweest.
Dat de Catechismus daar zo de nadruk op legt is geen uitglijder. Het is geen toevalligheid. Het is zelfs niet bijzonder. Want dat accent wordt ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis gelegd: “Hij is ontvangen in de schoot van de gezegende maagd Maria door de kracht van de Heilige Geest, zonder toedoen van een man”[2]. De belijdenisgeschriften ontlenen dat aan Mattheüs 1: “Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozef, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, zwanger te zijn uit de heilige Geest”[3].

Dat alles zo zijnde kunnen wij ons afvragen waarom dan Jozef toch de aardse vader van Jezus wezen moest. Kreeg hij op deze manier niet een bijrol? Dat dergelijke vragen opkomen is, zeker nu in onze tijd zoveel accent op de seksualiteit gelegd wordt, niet zo’n wonder. Maar we hoeven er geen antwoorden op te zoeken.
Weet u waarom niet? Omdat Jezus Christus Zijn komst op aarde Zelf gewild heeft.

Dat laatste is uniek op deze wereld.
Als wij hadden geweten wat wij hier op aarde zouden meemaken – alle teleurstellingen, alle verdriet, alle zonden, al onze verkeerde keuzes… –, zouden wij er dan wel aan begonnen zijn? Zouden wij ons leven dan geaccepteerd hebben? Waarschijnlijk hadden wij dat niet gedaan. Maar Jezus deed dat wel. Hij onderging het allemaal niet. Het was Zijn eigen keus om naar de aarde te gaan om Zijn kinderen te redden.
Uit vrije wil kwam Hij naar de aarde om de schepping – die zo perfect gemaakt was, maar door de mensen bedorven wordt – voor de ondergang te behoeden. Vrede heeft plaatsgemaakt voor een schepping die in barensnood is. Denkt u maar aan Romeinen 8: “Want wij weten, dat tot nu toe de ganse schepping in al haar delen zucht en in barensnood is. En niet alleen zij, maar ook wij zelf”[4].
In sommige dingen gaan mensen op de duivel lijken. Op die manier laat God, de almachtige Heerser in de hemel en op de aarde, blijken hoe toornig Hij is over de zonde die gepraktiseerd wordt. De aarde is doortrokken van de zonde. Ten diepste is de kwestie dat mensen het leven negeren, en met hun gezicht naar de dood toe gaan staan.
Om het met Psalm 115 te zeggen:
“De hemel is de hemel van de HEER.
De aarde heeft Hij tot zijn lof en eer
de mensen eens gegeven.
In ’t stille graf brengt niemand Hem nog eer…”[5].
Jezus Christus, de Zoon van God, wist van te van te voren in welke ellendige chaos Hij terecht zou komen. En toch zette Hij Zijn plan door.

Als er een kindje geboren wordt, is het eerste dat wij in de kerk zeggen: “wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden”[6].
Als wij dat bedenken, dan beseffen wij eens te meer dat Jezus’ komst op aarde zo ongeveer de belangrijkste gebeurtenis in de wereldhistorie is!

Wij moeten dit alles goed vasthouden.
Want de belijdenis dat Jezus Christus Gods eeuwige Zoon is – die ontvangen werd uit de Heilige Geest – wordt al heel lang tegengesproken.
Johannes had er in zijn tijd – zeg maar: rond het jaar 100 na Christus – al mee te maken. Leest u maar mee: “Wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Christus is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent. Een ieder, die de Zoon loochent, heeft ook de Vader niet. Wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader”[7].
Er waren in Johannes’ tijd ook al mensen die zeiden: ach, met die zonde en die erfzonde van de mensen valt het wel een beetje mee; er zit nog wel wat goeds in. Dat blijkt uit 1 Johannes 1: “Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, misleiden wij onszelf en de waarheid is in ons niet. Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid. Indien wij zeggen, dat wij niet gezondigd hebben, maken wij Hem tot een leugenaar en zijn woord is in ons niet”[8].

Terecht zei de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Verkade eens in een preek: “Ziet u: deze twee gaan altijd samen. U kunt ervan op aan, dat waar men loochent, dat Jezus Christus is de eeuwige Zoon van God en dus ontvangen van de Heilige Geest, dat men daar óók de erfzonde ontkent, de totale verdorvenheid en doemwaardigheid van de menselijke natuur-reeds-van-het-eerste-begin. En andersom: wie zijn zonde, zijn werkelijke verlorenheid, voor God niet erkent en belijdt, die verwerpt in feite Christus’ ontvangenis uit de Heilige Geest; die vindt dat niet belangrijk; het zègt hem niets. Zo iemand kan nog wel sympathieke en verheven gedachten hebben omtrent Jezus, die edele mens, die de ellendigen hielp en zichzelf verloochende – en zo zijn er duizenden in ons vaderland, die zó over Christus denken, en nog voor ‘christelijk’ doorgaan ook, maar zij doen toch niets anders en niet minder, dan de Christus van de Bijbel, de ware Christus, verwerpen. En die verwerpen óók …. de Vader, zegt Johannes, zegt dus …. God zelf”[9].

Als wij de moeilijkheden van het leven amper meer aan kunnen mogen we zeggen: ik geloof dat Jezus Christus ook voor mij gekomen, door de kracht van de Heilige Geest.
En als wij er eigenlijk nooit bij stil staan dat wij zeer zondig zijn, dan moeten wij het maar een keer extra repeteren: Jezus Christus is ook voor mij gekomen, door de kracht van Gods Heilige Geest!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 14, antwoord 35.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 18.
[3] Mattheüs 1:18.
[4] Romeinen 8:22 en 23 a.
[5] Psalm 115:8 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[6] Formulier voor de bediening van de Heilige Doop aan de kinderen van de gelovigen, uit het Gereformeerd Kerkboek. Citaat van p. 512.
[7] 1 Johannes 2:22 en 23.
[8] 1 Johannes 1:8, 9 en 10.
[9] Dit citaat komt uit een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Verkade. Thema en verdeling van de preek, die op zondag 17 november 1957 gedateerd is, luiden als volgt:
Het evangelie van Christus’ ontvangenis uit de Heilige Geest en zijn geboorte uit de maagd Maria
Naar dat evangelie belijden wij, dat onze Verlosser is:
1. de Zoon van God
2. de Zoon der mensen
3. de Zoon van David.
In dit artikel heb ik dankbaar van die preek gebruik gemaakt. De preek is indertijd via de radio uitgezonden.
Dominee Verkade leefde van 1920 tot 1995.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.