gereformeerd leven in nederland

28 april 2014

Habakuk 3: profetisch gebed en gezang

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , ,

Habakuk: wie is dat eigenlijk?
Daar bestaan verschillende verhalen over. Een uitlegger schrijft: “Sommige Joodse rabbijnen menen dat Habakuk de zoon was van de Sunamietische vrouw, die door een wonder van Elisa uit de dood werd opgewekt. In de Bijbel is daar niets over te lezen.
Volgens het apocriefe geschrift ‘Van Bel en de draak’ zou Habakuk door een engel naar Babel gebracht zijn om Daniël van voedsel te voorzien in de leeuwenkuil. Ook dit idee berust niet op bijbelse gegevens en lijkt in tegenspraak met de geschiedenis in het bijbelboek Daniël. Daar zegt Daniël zelf dat God een engel heeft gezonden (…).
Tenslotte bestaat er een rabbijns verhaal dat Habakuk afkomstig zou zijn uit de stam van Simeon, uit het plaatsje Beth Zacharia. Of die rabbijnse uitleg juist is, is niet duidelijk”[1].

De profeet Habakuk doet zijn werk in een tijd dat God door Zijn volk naar de zijlijn is gedrukt. In Juda wordt gebakkeleid en gekibbeld, gehakketakt en gestreden. Het volk moet van Habakuks boodschap niets hebben. Helemaal niets.
Van wetshandhaving is bovendien geen sprake meer. Rechters zijn corrupt.
Waarom kan dat onrecht steeds maar doorgaan? Waar is God toch mee bezig? Dat vraagt Habakuk zich af. Gods profeet krijgt antwoord. Dat antwoord luidt: de Here is aanwezig. Hij is present in het strafgericht.
Habakuk leert zijn luisteraars: wie op God vertrouwt, krijgt uitzicht op een leven dat zich op een heel ander niveau bevindt.
Habakuk tilt zijn luisteraars boven de rampspoed uit. Hij leert zijn luisteraars op de juiste manier relativeren.

Maar er is meer.

Want in Habakuk 3 wordt gebeden[2]. Habakuk, de woordvoerder van God, spreekt een gebed uit.
Dat gebed is trouwens ook een muziekstuk. Een stuk voor een koor met begeleiding – een citer, bijvoorbeeld.
Wij lezen: “Voor de koorleider. Met snarenspel”[3]. Maar let wel: dat is de laatste zin van de profetie van Habakuk. Is dat niet merkwaardig? Meestal staan die dirigent en dat snarenspel toch boven een lied? Welnu, deze keer niet. Het is alsof de Here eerst wil accentueren dat het hier een gebed betreft. Pas daarna wordt duidelijk dat men dat gebed ook zingen kan. Het bidden staat voorop. Daar gaat het blijkbaar om.
Wij hebben het hier dus over een profetisch gebed, dat tevens een gezang is.

Meteen in het begin van het laatste hoofdstuk van Habakuks profetie staat een vreemd woord: Sjigjonoth. Dat woord betekent: ‘dwalen’. Een woord dat erop lijkt kunnen wij ook tegenkomen in de Statenvertaling van Psalm 7: “Sjiggajon van David, dat hij voor de HEERE gezongen heeft, vanwege de woorden van Cusj, de Benjaminiet”[4]. In de kanttekeningen bij de Statenvertaling staat er bij: “Dit woord komt van een ander Hebreeuws woord dat ‘dwalen’ betekent; waaruit door sommigen wordt aangenomen dat dit een ongestadig gezang geweest is, springende van den enen toon in den anderen, gebruikt in grote benauwdheid des harten, als de gedachten en bewegingen, door de grootheid van het kruis, van het een op het ander vallen en als verstrooid worden”[5].
Het hoeft geen betoog dat de gemoedsrust bij de profeet ver te zoeken is!

Habakuk heeft het werk van de Here gezien. En de profeet zegt: in de loop van de tijd moeten meer mensen Gods werk gaan ontdekken. Gaandeweg wordt meer duidelijk over de manier waarop God werkt. God gaat oordelen. Jazeker.
Maar, bidt Habakuk, wilt U alstublieft lankmoedig zijn? Heb medelijden met uw volk!

“God komt van Teman”, zegt Habakuk. Dat is een landstreek in Edom.
… “En de Heilige van het gebergte Paran”[6]. In een internetencyclopedie valt te lezen: “Paran is de naam van een woestijn, zuidwestelijk van het land Israël in de nabijheid van Beërseba en Kades, tussen Edom en Egypte. Het noordoostelijk deel der woestijn van Paran heet ook woestijn van Sin, en de onmiddellijke omtrek van Kades woestijn van Kades”[7].
De Here God doet klaarblijkelijk overal Zijn invloed gelden. Ook bij volken die niets met Hem te maken hebben. Ook in de woestijn, waar weinig méér te beleven is dan droogte en hitte.
Zijn majesteit is aan de hemel te zien. Ja, de aarde is gevuld en vervuld met Gods lof. Zelfs ziekten en symptomen van ziekten – de pest, de koorts – bevinden zich in Zijn invloedssfeer.

Allerlei volken springen verschrikt op[8].
Gods tegenstanders voelen opeens hun knieën knikken.
De woordvoerder van God juicht:
“Al zou de vijgeboom niet bloeien,
en er geen opbrengst aan de wijnstokken zijn,
de vrucht van de olijfboom teleurstellen;
al zouden de akkers geen spijs opleveren,
de schapen uit de kooi verdreven zijn
en er geen runderen in de stallingen zijn,
nochtans zal ik juichen in de HERE,
jubelen in de God van mijn heil.
De HERE Here is mijn kracht:
Hij maakt mijn voeten als die der hinden,
Hij doet mij treden op mijn hoogten”[9].

Habakuk leert de kerk profetisch bidden in de zang.
Midden in een woelige wereld klinken klanken van profetische psalmen en gezangen vanuit de kerk. Want daar wordt de kracht van God beleden. Daar wordt Gods goedertierenheid genoten. Daar wordt Gods verbondstrouw gezien.

Habakuk leert de kerk wat hartstocht voor God betekent.
Een dominee schreef daar eens over: “Hoe vaak spreekt de Schrift niet over ‘wachten op de HERE’! Daar kan de verzoeking in schuilen om de leegte die we ervaren voortijdig op te vullen met emoties die we opwekken bij onszelf en elkaar. Terwijl het er dan juist op aankomt om al wachtend ons te oefenen in vertrouwen: hoop op God! Dat kan een ander ons nooit aanpraten. God Zelf kan en wil het leren – zoals Hij het geleerd heeft aan die andere profeet, Habakuk (3:17, 18), die zei: al zou alles tegenvallen – dan blijft God nog over, en Hij is alles voor mij. In onze beste ogenblikken zeggen we hem dat na! Dat is hartstocht voor God”[10].

Habakuk leert de kerk van 2014: hoe droevig en moeilijk het leven soms ook is, er blijft altijd iets over. Meer precies: er blijft altijd Iemand over. Want:
“God houdt zijn kerk in leven,
hoe ook bespot, verdrukt,
door dwalingen omgeven,
verscheurd, uiteengerukt.
Al roepen van de tinnen
de wachters nog: hoe lang?
Straks gaat de dag beginnen
en ’t klagen wordt gezang”[11].

Noten:
[1] Geciteerd van http://www.jbgg.nl/+16/aanzet/aanzet-online/habakuk#h1 .
[2] Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die op dinsdag 29 april wordt gehouden, zal het gaan over Habakuk 1, 2 en 3. In dit artikel schrijf ik enkele woorden naar aanleiding van Habakuk 3.
[3] Dat is de laatste zin van Habakuk 3:19.
[4] Psalm 7:1.
[5] Zie http://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Ps7.htm .
[6] Habakuk 3:3.
[7] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/P/Paran .
[8] Zie daarover ook mijn artikel ‘De wereld op z’n kop’, hier gepubliceerd op 18 november 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/11/18/de-wereld-op-zn-kop/ .
[9] Habakuk 3:17, 18 en 19.
[10] W. Steenbergen, “Hartstocht voor God”. In: De Wekker (1 februari 2008), p. 10. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[11] Gezang 32:3 (Gereformeerd Kerkboek).

23 april 2014

Drie aantekeningen bij Habakuk 2

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: ,

Vandaag maak ik enkele aantekeningen bij Habakuk 2[1].

Een kerkganger die aan rechtvaardiging denkt, ziet dat Schriftgedeelte wellicht in zijn brein voorbij suizen: de rechtvaardige zal door geloof leven.
Het merkwaardige is dat het tekstverband dan meestal een beetje uit het zicht verdwijnt. Laat ik dat daarom even citeren: “Ik wil gaan staan op mijn wachttoren en mij stellen op de wal, ik wil uitzien naar wat Hij tot mij spreken zal, en wat ik moet antwoorden op mijn klacht. Toen antwoordde de HERE mij: Schrijf het gezicht op en zet het duidelijk op tafelen, opdat men het in het voorbijlopen zal kunnen lezen. Want wel wacht het gezicht nog tot de bestemde tijd, maar het spoedt zich zonder falen naar het einde; als het vertoeft, verbeid het, want komen zal het gewis; uitblijven zal het niet. Zie, opgeblazen, niet recht, is zijn ziel in hem, maar de rechtvaardige zal door zijn geloof leven”[2].

1.
Wat gebeurt hier?
Habakuk protesteert.
Juda, Gods eigen volk dus, wordt onderdrukt door de Babyloniërs. De goddelozen onderdrukken de rechtvaardigen.
Wat is daar de reden van? Is dat niet de omgekeerde wereld? De Here beschermt Zijn volk toch?
Die vragen kwellen Habakuk. Hij wil daar graag eens een antwoord op willen hebben. Daarom gaat hij in gesprek met God.
De vragen uit de zesde eeuw voor Christus – toen leefde Habakuk – worden ook in de eenentwintigste eeuw gesteld. Verreweg de meeste mensen gaan er niet mee naar God. Zij willen zelf een antwoord op die vragen vinden.
Maar dat wordt niks. De zoektocht is lang. Het aantal antwoorden is zo goed als nul.
Habakuk kiest de juiste weg. Hij gaat met zijn vragen naar God[3].
Die methodiek moeten wij maar van de kleine profeet Habakuk overnemen. Ik zou willen zeggen: hierin is hij voor ons een groots voorbeeld!

2.
De Here geeft in Habakuk 2 ook een antwoord.
En dat is een openbaar antwoord. Een antwoord dat, om zo te zeggen, in grote letters achter het raam van Habakuks huis staat.
Wie er aan voorbij loopt laat duidelijk blijken dat hij God de Here negeren wil. Hij demonstreert pijnlijk duidelijk dat hij z’n aandacht ergens anders bij wil hebben.
De Here wil Zijn volk een levensrichting wijzen. Hij moedigt Zijn kinderen voortdurend aan om permanent les te nemen op Zijn levensschool.
De Here zegt via Zijn dienaar Habakuk: “Wee hem die tot een stuk hout zegt: Ontwaak, en tot een stomme steen: Word wakker. Zou die onderrichten? Zie, hij is gevat in goud en zilver, doch er is volstrekt geen geest in hem”[4]. De Here zegt dus: Mijn volk moet permanent onderwijs hebben. Mijn kinderen moeten zich ontwikkelen. Ze mogen onderzoeken hoe de Here werkt. Ze mogen uitzoeken welke mogelijkheden de Here in de schepping heeft gelegd.
Het is een lijn in de Bijbel: luister naar de lessen van de Here! Daar is ook het onderricht op gericht dat mensen in de Bijbel aan elkaar geven.
In Exodus 35 wordt gezegd dat Oholiab de gave heeft gekregen om te onderwijzen: “En Hij heeft hem en Oholiab, de zoon van Ahisamach, uit de stam van Dan in het hart gegeven om anderen te onderrichten”[5].
In Daniël 9 krijgt Daniël onderricht van Gabriël: “En hij begon mij te onderrichten en sprak met mij en zeide: Daniël, nu ben ik uitgegaan om u een klaar inzicht te geven”[6].
In zijn brief aan de Colossenzen typeert Paulus zijn ambt als volgt: “Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens terechtwijzen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn”[7].
In 1 Timotheüs 2 vinden we Paulus’ opmerking dat vrouwen zich door mannen moeten laten onderwijzen[8].
Ik kom bij 2 Timotheüs 2; Paulus draagt Timotheüs daar op om op zoek te gaan naar mensen die in staat zijn om het geloof op aansprekende wijze over te dragen[9].
In 2 Timotheüs 3 staat geschreven dat Gods Woord, om zo te zeggen, buitengewoon geschikt is als lesboek voor het leven[10].
Luister naar de lessen van de Here: dat is, als het goed is, de hoofdzaak van ons bestaan. Het Woord, dat ons op zondag gepredikt wordt, heeft enorme consequenties voor ons doordeweekse doen en laten[11].

3.
Habakuk zegt: “Ik wil uitzien naar wat Hij tot mij spreken zal, en wat ik moet antwoorden op mijn klacht”.
Habakuk reageert dus op zijn eigen beklag[12].
Dat is niet zo logisch, vonden de vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling-2004. En ze maakten ervan: Ik “kijk uit om te zien wat de HEER mij zal zeggen, wat hij mij antwoordt op mijn verwijt”. Maar dat staat er niet. Wij lezen: “Ik moet antwoorden op mijn klacht”.
Een Gereformeerd-vrijgemaakte dominee zei daar eens over: “Dat is nou precies de profeet, de man van God. Dat is niet een man die van een afstand boodschappen van God lanceert. Nee, God geeft een man die naast de mensen staat. Hun nood is zijn worsteling. God laat zijn woorden uit de mond van een mens klinken. Een mens met een hart, die anderen kan aanvoelen. Gods woorden krijgen zo een menselijke klank. Geen menselijke inhoud (…). Maar wel een menselijke klank”[13].
De hemelse God doet er werkelijk alles aan om Zijn Woord dichtbij de mensen te brengen.
En let er op: Habakuk gaat op zijn wachtpost staan. Op een hooggelegen plek dus. Hij kijkt als het ware boven de ellende uit.
Habakuk toont ’t aan: God geeft Zijn kinderen een beter uitzicht. Een hóger uitzicht.
En wij mogen ’t weten: Jezus Christus is op aarde gekomen om het Evangelie Zelf te brengen, en bevrijding te geven. Bevrijding van werkelijk alle klachten die maar denkbaar zijn!

Noten:
[1] Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die op dinsdag 29 april aanstaande wordt gehouden, zal het gaan over Habakuk 1, 2 en 3. In dit artikel maak ik enkele aantekeningen bij Habakuk 2.
[2] Habakuk 2:1-4.
[3] In het bovenstaande gebruik ik een artikel dat ik in februari 2006 schreef.
[4] Habakuk 2:19.
[5] Exodus 35:34.
[6] Daniël 9:22.
[7] Colossenzen 1:28.
[8] 1 Timotheüs 2:11 en 12: “Een vrouw moet zich rustig, in alle onderdanigheid, laten onderrichten, maar ik sta niet toe, dat een vrouw onderricht geeft”.
[9] 2 Timotheüs 2:2: “…en wat gij van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan vertrouwde mensen, die bekwaam zullen zijn om ook anderen te onderrichten”.
[10] Ik citeer het eerste deel van 2 Timotheüs 3:16 uit de Herziene Statenvertaling: “Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen”.
[11] In het bovenstaande gebruik ik onder meer mijn artikel ‘Leraren gezocht’, hier gepubliceerd op woensdag 23 mei 2012. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/05/23/leraren-gezocht/ .
[12] In deze aantekening gebruik ik onder meer een artikel dat ik in oktober 2009 schreef.
[13] Zie http://www.gkvapeldoornzuid.nl/index.php/home/874-uitzicht-in-crisistijd-1-wees-een-habakuk-habakuk-21 .

9 april 2014

Habakuk 1: God is present in ’t strafgericht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In het eerste hoofdstuk van de profetie van Habakuk ziet het er niet best uit[1]. Het gaat over geweld. Over onderdrukking. Over ruzies. Er heerst een sfeer van oorlog en verschrikking.
Gods volk heeft het zwaar te verduren. Zo zwaar dat Gods woordvoerder Habakuk nu zijn nood klaagt.

De vraag komt op: waar is de Here in al die verschrikkelijke toestanden?
Het antwoord is eenvoudig. Hij is erbij.
Sterker nog: hij stuurt het strafgericht aan!
“Ziet onder de heidenen en let op, en verbaast u, ontzet u, want Ik doe een werk in uw dagen, dat gij niet zoudt geloven, wanneer het verteld wordt. Want zie, Ik verwek de Chaldeeën, dat grimmige en onstuimige volk, dat de breedten der aarde doortrekt om woonsteden in bezit te nemen, die de zijne niet zijn”.
“Zijt Gij niet vanouds, HERE, mijn God, mijn Heilige? Wij sterven niet. HERE, tot een oordeel hebt Gij hem gesteld, en, o Rots! om te tuchtigen hebt Gij hem bestemd”[2].
Wat is er dus aan de hand? De Here straft Zijn volk. En daar gebruikt hij de Chaldeeën voor.

Wie waren die Chaldeeën eigenlijk?
Een internetencyclopedie meldt: “De Chaldeeën (ook gespeld Chaldeën; Hebr. kasdim; Babylonisch Kaldu) waren een Aramese stam. Rond 1000 voor Christus vestigden zij zich in het zuidelijk deel van Babylonië, aan de Beneden-Eufraat en Tigris. Hun gebied werd Chaldea genoemd. In de tweede helft van de zevende eeuw voor Christus, de tijd van de profeet Habakuk, kwam het rijk der Chaldeeën op als wereldmacht”[3].
De Here geeft dus macht aan de Chaldeeën. Hij geeft hen energie en inzicht om de wereld te veroveren. Zonder het te weten of te erkennen zijn zij instrumenten in Gods hand.

Het komt mij voor dat het belangrijk is om dat tot ons door te laten dringen.
Ook vandaag kan de Here goddelozen als strafinstrument voor de kerk gebruiken. Allerlei grote gebeurtenissen in de geschiedenis zet de Here in om Zijn kerk verder te brengen. In heel de wereldhistorie staat de Here centraal. Hij is, op ieder moment van de dag en de nacht, druk doende om Zijn kinderen te beschermen. Daarbij maakt het niet uit waar die kinderen zich bevinden. Want de God van het verbond is zonder moeite in staat om zelfs wereldmachten te beïnvloeden.
De hemelse God laat via Habakuk 1 aan gelovige mensen weten: Ik gebruik mensen en gebeurtenissen om Mijn magnifieke beleid door te zetten!

Nee, we kunnen niet precies zien hoe de Here dat vandaag doet. Wie kan al Zijn daden doorgronden? Niemand natuurlijk.
Maar daarmee is niet alles gezegd. Niet voor niets staat in Zondag 9 van de Heidelbergse Catechismus: Ik “vertrouw zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede”[4].
Als dit ons kader is, kijken we ook heel anders tegen allerlei gebeurtenissen aan.
* Bijvoorbeeld in de politiek.
Helpt de lastenverlichting, die sommige partijen graag willen bewerkstelligen, om in het leven op de juiste dingen te focussen, en – zij het indirect – meer aandacht voor Gods Woord te genereren?
Hoe wordt het onderwijs georganiseerd? Welke politieke partijen geven, als het daarom gaat, aan Gods kinderen de meeste ruimte?
Is men in de Nederlandse jeugdzorg slechts gericht op de persoonlijke ontplooiing van jongeren? Of er is ook ruimte om jongeren meer te geven dan alleen een ‘horizontale kijk’ op de wereld? Welke politici zijn nog bereid om zich daarvoor sterk te maken?
* Bijvoorbeeld in de kerk
In de kerk moet aandacht zijn voor bekering. Maar ook voor Gods oordeel voor mensen. Zulke prediking moet er niet zijn om mensen alleen maar bang te maken. Dat oordeelsonderwijs moet ons, integendeel, meer reden geven om in voortdurend contact met de hemelse Heer te staan.

In onze wereld zijn geweld en machtsmisbruik aan de orde van de dag.
In zijn tijd gaat Habakuk in gebed. Hij zegt: ‘U bent altijd God geweest. U was en bent heilig. U laat Uw volk nu toch niet in de steek? U bent toch ook nu nog de Verbondsgod?’.
Laten we er op letten hoe Habakuk formuleert: “Zijt Gij niet vanouds, HERE, mijn God, mijn Heilige?”. Habakuk is werkelijk bezig met de toe-eigening van het heil!
Anno Domini 2014 mag het volk van God die profetische werkwijze overnemen. Gods kinderen mogen pleiten op Gods verbond. Gods kinderen mogen zeggen: Here, wij horen bij U. En ook: wij zijn onlosmakelijk aan U verbonden!
In de kerk moeten wij ons realiseren dat het gebed een geweldige kracht geeft. Ook vandaag wil Gods Heilige Geest in ons werken om ons hart te richten op de God van hemel en aarde.
Eens typeerde een dominee Habakuk als een “zuchter voor land en volk”. Die dominee wees er op dat ook wij naar de Here toe mogen en moeten gaan. Wij moeten Zijn aandacht vragen voor de verwording van de maatschappij. We mogen Hem dringend vragen om in te grijpen[5]!

Habakuk 1 is een hoofdstuk waarin wij er, misschien wel voor de zóveelste keer, op gewezen worden dat onze God heilig is.
Gods Woord is van die heiligheid doortrokken. Denkt u maar aan Psalm 22:
“Nochtans zijt Gij de Heilige,
die troont op de lofzangen Israëls”[6].
En aan Psalm 99:
“Verhoogt de HERE, onze God,
buigt u neder voor de voetbank zijner voeten;
heilig is Hij[7].
Jesaja 43 noemt Hem “de HERE, uw Heilige, de Schepper van Israël, uw Koning”[8].
Onze God leeft in onaardse dimensies. Toch heeft Hij alle aandacht voor ons. Jesaja noemt Hem immers: uw Heilige, uw Koning?
Habakuk 1 wijst dus op Gods heiligheid. Maar meteen ook op Zijn genade. Hij laat het werk van Zijn handen klaarblijkelijk niet varen!

Habakuk is niet het meest opgewekte hoofdstuk van de Bijbel. Dat is zeker.
En toch schijnt daar de zon. De zon der gerechtigheid. Herkent u de uitdrukking uit Maleachi 4[9]? De Here laat op aarde een nieuw licht schijnen. De zonde blijkt geen vrij spel te hebben. Want de Here is een God die ongerechtigheden afstraft en afstopt.
Laten we ’t Zacharias maar nazeggen:
“Wie neerzit in de doodse donkerheid
ziet door dit licht zich overspreid,
zijn voet wordt vast op ’t vredepad geleid”[10].

Wij mogen ook met de componist van de 67e Psalm zingen:
“De Here God zij ons genadig
en tone ons zijn aangezicht.
Zijn zegen schenke Hij weldadig,
Hij doe ons wand’len in zijn licht”[11].

Noten:
[1] Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die op dinsdag 29 april aanstaande wordt gehouden, zal het gaan over Habakuk 1, 2 en 3. In dit artikel noteer ik enige gedachten bij Habakuk 1.
[2]Achtereenvolgens citeer ik de verzen 5, 6 en 12 van Habakuk 1.
[3] Zie http://www.christipedia.nl/Artikelen/C/Chaldee%C3%ABn .
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[5] Dat was Ds. B. Labee, predikant in het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten. “Een zuchter voor land en volk” – meditatie over Habakuk 1:12. In: katern PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (30 september 2011), p. 5. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[6] Psalm 22:4 (onberijmd).
[7] Psalm 99:5 (onberijmd).
[8] Jesaja 43:15.
[9] Maleachi 4:2: “Maar voor u, die mijn naam vreest, zal de zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder haar vleugelen; gij zult uitgaan en springen als kalveren uit de stal”.
[10] Gezang 8:4 (Gereformeerd Kerkboek).
[11] Psalm 67:1 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

5 maart 2014

Nahum 3: Gods recht zegeviert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In onze tijd willen we graag troost. Wij willen opgewekte Schriftoverdenkingen. En blijde preken.
En dus hoeven we met Nahum 3 niet aan te komen[1].
Gods Woord trekt zich echter niet altijd wat aan van onze eenzijdige emoties.

“Hoor, zweepgeklap! hoor, wielengeratel! en jagende paarden en opspringende wagens, steigerende rossen en vlammende zwaarden en bliksemende lansen, en tal van verslagenen, een menigte doden, en eindeloos veel lijken; men struikelt over hun lijken”[2].
U ziet het: het NOS-journaal is er niks bij.

“Al uw vestingen zijn vijgebomen met vroegrijpe vruchten; worden zij geschud, dan vallen zij de eter in de mond. Zie, uw manschappen binnen u zijn vrouwen; voor uw vijanden hebben de poorten van uw land zich wijd geopend; het vuur heeft uw grendelbomen verteerd”[3].
Alle energie is uit het land weggevloeid.
De mannen zijn verwijfd.
De grenzen zijn open; iedereen kan naar hartenlust in en uit lopen. Van veilig wonen kan men nu alleen maar dromen.

“Uw aanzienlijken zijn als sprinkhanen, uw ambtenaren als een zwerm sprinkhanen, die zich, zolang het koud is, op de muren legeren; als de zon opgaat, vliegen zij weg, en onbekend is hun plaats. Waar zijn zij? Uw herders sluimeren, koning van Assur, uw geweldigen liggen terneer; uw volk is verstrooid op de bergen, zonder dat iemand het verzamelt”[4].
Wat een deplorabele toestand!

Jona is in Nineve geweest. Als hij daar is bekeren de mensen zich.
Maar als Nahum – zo’n honderd jaar later – zijn visioen doorgeeft, blijkt van zo’n ommekeer niets. Helemaal niets.
Dat is, op de keper beschouwd, ook niet zo’n groot wonder. Nahum profeteert op afstand over de vijand. Hij spreekt over de wereldmacht die op enige afstand actief is.
Wat is de boodschap van de Here, vanuit het oorlogsgeweld en de gevolgen daarvan?
Hij geeft het volk een bemoedigende boodschap: het recht van de Here zal zegevieren!

Eén van de opvallende dingen in dit hoofdstuk is dat de Here niet op de voorgrond staat[5]. We kunnen niet zeggen: de Here is druk bezig met dit of met dat.
Het is veeleer een groot visioen. Als in een film rollen de beelden voorbij. In Nahum 3 wordt vooral een sfeer geschapen. De profeet ziet een visioen. En wij kijken mee. En hoe langer we in dit hoofdstuk lezen, hoe meer de ontsteltenis bezit neemt van ons wezen. Dit is toch iets verschrikkelijks?
Maar juist omdat de Here God Zich niet zo nadrukkelijk presenteert, wordt helder dat het kwaad zichzelf straft. Als de zonde in het leven een heersende macht wordt, gaat het van kwaad tot erger. Als zonde en goddeloosheid gekoesterd worden, komt het leven in een spiraal naar beneden terecht.
In Syrië regeert Bashar al-Assad. In Oekraïne was Viktor Janoekovitsj tot voor kort aan de macht. Beiden staan erom bekend dat zij mensen uit hun eigen volk doden. En het is gemakkelijk om naar hen te wijzen, en te zeggen: zo moet het niet.
Maar de kwestie is: wij wandelen met God. De Heilige Geest woont in ons hart. En dat betekent dat wij, in een wereld die God verlaat en smart op smart te vrezen heeft, tegen de stroom in moeten roeien. De kerk moet aan de wereld tonen dat het anders moet.

Dat is niet gemakkelijk.
Nahum proclameert: “…men struikelt over hun lijken – vanwege de vele hoererijen der hoer, uitnemend in bevalligheid, meesteres in toverkunsten, volken verkopend door haar hoererijen, en geslachten door haar toverkunsten”[6].
Prostituees en tovenaars – hun aanwezigheid maakt duidelijk dat de ware godsdienst ver weg is. Het lijkt verdacht veel op het Nederland van 2014. Economische macht gaat gepaard met seksuele uitspattingen en occultisme. Een dominee typeerde het in een preek eens zo: “Hoe meer geld we te besteden kregen, hoe meer alles kon op gebied van seks. Het geloof in God werd als een oude jas aan de kant gegooid. Maar toen het toch wat koud werd kwamen oosterse godsdiensten en occultisme er voor in de plaats”[7].
Als u het mij vraagt is de profetie van Nahum actueler dan menigeen denkt!

In de tijd dat Nahum preekt is Nineve echt een wereldstad. Met alle verleidingen die daarbij horen. Het is een imponerende metropool. De mensen raken ervan onder de indruk. De dynamiek laat de mensen niet onberoerd.
Welnu, zegt Nahum, vergis u niet in de uitstraling. Oftewel: kijk aan de uiterlijkheid voorbij.
En, suggereert Gods woordvoerder nadrukkelijk, laat u niet verleiden dat het de Here God totaal uit de hand loopt.
Ook anno Domini 2014 is dat, denk ik, een Goddelijke vingerwijzing.
Wat is er overgebleven van het Romeinse rijk, waarin eertijds zoveel macht aanwezig was? Rome is gevallen, zo kunnen we rustig vaststellen. En sinds Rome zijn er aardig wat economische machten geweest.
Men zegt dat de economie in Nederland weer een beetje opkrabbelt. Dat kan best zo zijn. Maar Gereformeerden moeten er rekening mee houden dat de financiële crisis van de afgelopen jaren een waarschuwing voor Gods kinderen is. En wel deze: mensen, wees goede rentmeester van alles wat God u aan gaven geeft!

Nineve wordt in Nahum 3 de bloedstad genoemd.
Iemand schreef naar aanleiding daarvan: “De inwoners kunnen er wat van. Leugen en bedrog. Corruptie en geweld. En uitgerekend daar moet Jona gaan prediken. Waarom? Omdat hun boosheid is opgeklommen voor Gods aangezicht (…). Nineve’s zonden hebben zich als het ware opgestapeld. Geleidelijk aan is het een hoge toren geworden. Zo hoog dat bij wijze van spreken het bovenste deel de hemel heeft bereikt. [Nu] kunt u zien dat God het onrecht in deze wereld signaleert. Ook van mensen en volken die vreemd aan Hem zijn. Wij denken wel eens dat God de verschrikkingen laat gaan, en dat Hij niets doet aan het leed waar duizenden onder lijden. Het lijkt alsof mensen straffeloos de meest gruwelijke dingen kunnen bedrijven zoals volkerenmoord (…), marteling en verkrachting, uitbuiting en misbruik van kinderen. Maar God ziet en registreert het terdege”[8].
De kerk hoeft niet te wanhopen.
Ware gelovigen mogen geloven dat het bloed van hun Here Jezus Christus ook voor hen gevloeid heeft. Ook vandaag geldt nog de oproep van 1 Petrus 1: “…wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam”[9].

Daarom is er alle reden om, ook in onze tijd, Psalm 149 in de mond te nemen:
“Zo zal Gods volk zich recht verschaffen,
het zal zich wreken, volken straffen,
hun koningen en vorsten vinden,
met sterke boeien binden.
Dan wordt toch, naar ’t beschreven recht,
tegen hen het geding beslecht.
De luister van Gods volk keert weer,
geprezen zij de HEER”[10].

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die vanavond wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel staat Nahum 3 centraal.
[2] Nahum 3:2 en 3.
[3] Nahum 3:12 en 13.
[4] Nahum 3:17 en 18.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://utrecht.ngk.nl/preekarchief/current/Nahum/Nahum%203.pdf , http://www.gkvapeldoornzuid.nl/index.php/home/703-de-waarschuwing-van-de-val-van-nineve-nahum-34-7 en http://www.pauwenburg.nl/LinkClick.aspx?fileticket=0%2boHIe0Gc6E%3d&tabid=948&language=nl-NL (preek over gedeelten uit de profetie van Jona).
[6] Nahum 3:3 en 4.
[7] Dat was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A.M. de Hullu.
[8] J.C. Schuurman, “Jona’s roeping en vlucht”. In: Gereformeerd Weekblad (18 juni 1999), p. 1-4. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] 1 Petrus 1:17, 18 en 19.
[10] Psalm 149:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

3 maart 2014

Nahum 2: gebruik Gods gaven goed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De gaven van God mogen wij nimmer ongebruikt laten liggen.
Dat is, als ik het goed begrijp, een belangrijke boodschap die in Nahum 2 doorgegeven wordt.

Nahum 2 is een hoofdstuk waarin de ondergang van Nineve wordt beschreven[1]. Nineve is de hoofdstad van Assyrië. De ondergang van die stad is op handen, zegt Nahum. Hij kijkt in de toekomst. En dan ziet hij hoe zich een ramp voltrekt.
“De poorten der rivieren openen zich”[2]. De goddelozen worden zogezegd hartelijk door de rivier ontvangen. Maar ze zullen roemloos verdrinken.
“Het paleis zinkt ineen”. Ziet u de implosie voor u?
“Woestheid, woestenij, verwoesting! en verslagen harten en knikkende knieën; kramp in alle lendenen en hun aller aangezicht van kleur beroofd”[3]. Van de prachtige bouwwerken zijn alleen maar ruïnes over. Het volk kijkt angstig, alle stoerheid is verdwenen.
“Waar is nu het leger der leeuwen, de plaats waar de jonge leeuwen gevoed werden, waar de leeuw rondliep en de leeuwin, de leeuwenwelp, door niemand opgeschrikt?”[4]. Alle kracht is weg. De maatschappij is futloos geworden.
“Zie, Ik zál u! luidt het woord van de HERE der heerscharen, Ik doe uw wagens in rook opgaan; uw jonge leeuwen zal het zwaard verteren, en uw roof zal Ik van de aarde verdelgen; en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden”[5]. Hier zien wij wat er gebeurt: de Here grijpt in. Oftewel: de Here zorgt ervoor dat de vijanden van Gods volk vernietigd worden.

Het Bijbelboek Nahum is, wat je noemt, niet echt in de mode.
Moeten Gods kinderen blij wezen met de uiteindelijke ondergang van mensen die de almachtige Schepper van hemel en aarde negeren?
Maar om nu blij te wezen over de ondergang van je vijanden… – nee, dat doen we in 2014 meestal niet meer zo. Het is een kwestie van leven en laten leven, roepen we tegenwoordig. Je mag er zijn, zeggen sommigen er blijmoedig bij.
Wie Nahum leest, die is niet meer zo luidruchtig.
Woestheid, verwoesting. Dat is voornamelijk deprimerend, vindt u niet? In de Statenvertaling staat heel beeldend: “Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieën schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot”[6].
Er is helemaal niets meer.
Het is er leeg.
De voorraad is uitgeput. Alles is op. Je zou de mensen daar – als ze er nog zijn! – een cent geven. Ze zeggen niets meer, en ze stralen niets meer uit. Hun gezichten zijn als uit steen gehouwen. Als een pot, dus.
Moet men daar blij van worden?
Nou, dat kan heel best.

Dat is goed mogelijk als we beseffen hoe groot de tegenstelling is tussen de veelkleurige gaven die God aan Zijn kinderen geeft, en de desolate toestand waarin Hij zijn vijanden achterlaat.

Op de keper beschouwd hoorde die rampzalige toestand vroeger ook bij ons. Want Adam en Eva hebben in hun ongehoorzaamheid heel de mensheid meegesleept.
Er zijn wel mensen die zeggen: dat is toch oneerlijk? Dat Adam en Eva zijn omgevallen, dat kunnen wij toch niet helpen? Dat Adam en Eva ongehoorzaam waren, dat zij gezondigd hebben, daar kunnen wij in 2014 toch niets meer aan doen?
Wie dat zegt moet maar eens denken aan een landsregering. Een slechte regering kan een volk op een veel lager peil brengen. Er zijn leiders die hun volk meeslepen in een oorlog. Er zijn regeringsleiders die op die manier miljoenen mensen de dood in hebben gejaagd. We hoeven het begrip ‘wereldoorlogen’ maar te introduceren en iedereen weet waar het over gaat. Als we praten over Syrië, of over Oekraïne, is verdere toelichting nauwelijks meer nodig[7].
Maar als het om Adam en Eva cirkelt, dan past dat verhaal opeens niet meer zo goed.
Ziet u hoe merkwaardig die vragen over Adam en Eva, en over onze schuld, eigenlijk zijn?
We zijn echt bedorven.
Maar er is één redding: Gods Geest. Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus windt er geen doekjes om.
“Maar zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Antwoord: ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden”[8].

Het boek Nahum maakt ons duidelijk hoe belangrijk het is om met alle Goddelijke geschenken ook echt wat te doen.
Een cadeau dat men vaak gebruikt, wordt niet gereserveerd voor de zondag. Het geschenk is – om maar eens iets te noemen – ook bruikbaar op maandag, dinsdag of vrijdag. Dat geldt driedubbel voor gaven van God. Zijn cadeaus legt men niet weg onder het motto: morgen zal ik eens zien op welke wijze Zijn gaven te gebruiken zijn.

Het Bijbelboek Nahum staat in Gods Woord.
Nahum is niet in romanvorm uitgegeven om de wereld schrik aan te jagen.
Nee.
Nahum is een profetie voor de kerk.
Het is een waarschuwing: zo vergaat het uiteindelijk de mensen die God links laten liggen.
Maar het is vooral ook een vertroosting: de Here werkt nog altijd heel druk aan de uitvoering van Zijn plan. Hij maakt op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde plaats voor al Zijn kinderen. In de verste verte is er dan geen vijand meer te bekennen.

Dat is ongelooflijk.
Maar we mogen het wel geloven.

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die aanstaande woensdag – 5 maart – wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel staat Nahum 2 centraal.
In dit artikel gebruik ik onder meer een tekst die ik in november 2005 schreef.
[2] Nahum 2:6a.
[3] Nahum 2:10.
[4] Nahum 2:11.
[5] Nahum 2:13.
[6] Dat is Nahum 2:10.
[7] Zie voor meer informatie bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/Syrische_Burgeroorlog , http://nos.nl/artikel/613244-oekraine-wat-je-moet-weten.html en http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/politieke_omwenteling_in_oekraine_1_807927 .
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 8.

26 februari 2014

Nahum 1: de Here is uniek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Mensen van de eenentwintigste eeuw zoeken uitdagingen[1].
Zij willen zich ontwikkelen. Zij zijn ambitieus. Zij willen grenzen verleggen en kaders verbreden.
Ook in de religie wil men nogal eens innoveren. Dan begint men aan nieuwe vormen van geloofsvertrouwen: esoterisch geloven, bijvoorbeeld.

Men moet niet verbaasd staan als sprekers op het kerkelijk terrein tot uitspraken komen als: “Het begrip esoterie, afgeleid van het Griekse esoterikos (het innerlijke), is een begripsbepaling voor een grote verzameling van mystieke en religieus-filosofische stromingen. Reeds Jezus van Nazareth bestempelde zijn uitspraken die alleen voor zijn toehoorders bestemd waren, tot een geheimenis. We kunnen die ook duiden als esoterisch”[2].
Esoterie: dat staat in onze wereld voor het geheimzinnige.
Esoterie: dat betekent dat bepaalde kennis alleen voor ingewijden toegankelijk is; de informatie is niet verifieerbaar.
Enkele jaren geleden was er een docent aan een Utrechtse hogeschool die zei dat esoterische religiositeit zich richt op “onder- en onbelichte aspecten van het christendom en de postmoderne samenleving”.
U begrijpt het wellicht al: de hiervoor bedoelde spreker had een nieuwe geloofsuitdaging gevonden.
Die uitdaging is: het met elkaar verbinden van de esoterie en het christelijk geloof.

Is de Here geheimzinnig?
Nee.
Hij toont Zich in Zijn Woord. Hij laat voldoende van Zichzelf zien. De Here stelt alle mensen in de wereld in staat om Hem zo goed te leren kennen dat zij behouden kunnen worden.
Dat belijden we ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis[3].

De Here is dus niet geheimzinnig.
Hij is wel heilig.
Dat wil zeggen dat Hij de eer wenst te krijgen die Hem toekomt. Wie die eer niet geven wil, zal met de Here God te maken krijgen.
In de Bijbel komen we teksten tegen die dat volkomen helder maken. Neem bijvoorbeeld Nahum 1: “Een naijverig God en een wreker is de Here, een wreker is de Here en vol van grimmigheid; een wreker is de Here voor zijn tegenstanders, en toornen blijft Hij tegen zijn vijanden”[4].

‘De Here zal troosten’. Dat betekent de naam Nahum[5].
Nahum is een relatief onbekende profeet. Zijn profetie is kort: drie hoofdstukken maar.
Hij komt, zegt de Bijbel, uit Elkos. Waar die plaats precies heeft gelegen, weten we niet. Sommige geleerden denken dat het Al-kosj is, een Irakees stadje.
Zijn profetie gaat over Nineve, de hoofdstad van Assyrië.”De stad was”, zo las ik ergens, “gelegen aan de Tigris, ongeveer waar nu Mosul ligt en bij Tikrit, de geboorteplaats van de gewezen Irakese dictator Saddam Hussein”[6].
Nineve werd, als ik het goed weet, in 612 voor Christus verwoest. Dat is ongeveer vijftig jaar nadat Nahum zijn profetie uitsprak[7].

‘De Here zal troosten’ – in zijn naam draagt de profeet het Evangelie levenslang met zich mee.
Van die troost is in Nahum 1, bij oppervlakkige beschouwing althans, weinig te zien.
Wreken, grimmigheid, tegenstand, toornen: dat zijn geen woorden die passen bij een romantische sfeer. Nee, in Nahum 1 is het oorlog[8].

De Here pakt de Assyriërs aan.
In de achtste eeuw voor Christus is Assyrië uitgegroeid tot één van de sterkste wereldmachten. De Here heeft het gezien. En Hij acht de maat van hun ongerechtigheid vol.

De Assyriërs hebben de Israëlieten onderdrukt. Afgoderij en zonden zijn in Assyrië aan de orde van de dag. Iemand schrijft: “De Assyriërs waren een wreed volk. Zij martelden hun tegenstanders, onthoofden ze, staken ze in brand. In sommige, beschreven, gevallen gingen ze zelfs zo ver dat ze hun tegenstanders levend vilden”. Nou, dan weten wij wel genoeg.

De kern van de kwestie is dat de Here rechtvaardig is. Zondige praktijken kunnen niet altijd doorgaan. Jazeker, mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Maar als zij voortdurend tegen de Here en Zijn wetten in blijven gaan, breekt God die verantwoordelijkheid af. Zonde blijft niet ongestraft; daar moet er wat aan gedaan worden.
En als Hij er dan wat aan doet, beschermt Hij Zijn volk. Hij geeft beschutting aan de mensen die Hij uitgekozen heeft.
Voor de uitverkorenen is er dus wel degelijk troost. Want zij worden gered. Dat mogen zij zeker weten.

De bescherming die de Here biedt is uniek.
Er is niemand in de wereld die een dergelijke vrijwaring geven kan. Er is geen schepsel op de wereld die zo’n verzorging kan garanderen.
Wie werkelijk bewaart wil worden, moet zich tot de Here wenden. Hij is een unieke God. Om het met Nahum 1 te zeggen: “De Here is lankmoedig, doch groot van kracht, en de Here laat geenszins ongestraft. In wervelwind en storm is zijn weg, wolken zijn het stof zijner voeten”[9].
Wij kunnen het op onze klompen aanvoelen: nu moeten u en ik niet aankomen met een verzameling van mystieke en religieus-filosofische stromingen. Zo’n opeenhoping van ideeën verdraagt zich niet met de uniciteit van de hemelse Here.

Het lijkt mij duidelijk: u kunt de Here nimmer op één hoop gooien met afgoden.
Wij kunnen al helemaal niet zeggen dat gelovigen van ongeveer alle signaturen bij de Here God horen. De Here kiest Zijn volk Zelf uit. De Here werft Zijn bruid. En zijn wervingsmethóde is bekend: liefde en goedheid.

Die liefde van God verwordt bij velen tot een soort sullige goeiigheid. God vindt alles wel goed, lijkt men te denken.
Wat de mensen ook van Hem zeggen of denken: het is, zo meent het volk, allemaal prima. En als de massa vrede met God heeft, is de vrede met elkaar wellicht óók wat dichterbij.
Gemakshalve wordt Gods toorn een beetje weggemoffeld. En de reden van die hemelse woede, de zonde, wordt zorgvuldig uit beeld gehouden.
Er zijn heel wat mensen die, naar zij zeggen, van God niets merken. Dat het voortbestaan van deze wereld onder meer te maken heeft met Gods lankmoedigheid, met Zijn geduld dus, schijnt in weinig hoofden op te komen.

Dit brengt mij bij Zondag 4 van de Heidelbergse Catechismus.
Men moet er mee rekenen dat God “ongehoorzaamheid en afval” niet ongestraft wil laten.
In Zondag 4 lees ik: “God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen. Hij wil die dan ook door een rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen”[10].
Wij zien het: in de Heidelbergse Catechismus wordt er niet omheen gedraaid.
Wij zullen ons moeten realiseren: de kerk mag niet blijven steken in onnozele goedmoedigheid!

Nog eenmaal keer ik terug naar Nahum 1.

Mensen van de eenentwintigste eeuw zoeken uitdagingen.
Zij willen zich ontwikkelen. Zij zijn ambitieus. Zij willen grenzen verleggen en kaders verbreden.
Nahum leert ons dat wij daarmee in ons geloofsleven voorzichtig moeten zijn.
Want daar gaat het niet om onze vindingrijkheid.
Het gaat daar om de reddende activiteit van de heilige God.
Hij kiest mensen uit om ze af te zonderen voor Zichzelf. Die mensen worden apart gezet. Ze worden geheiligd.
In Nahum 1 wordt de antithese scherp gesteld. Ik citeer: “Wie kan standhouden voor zijn gramschap? wie staande blijven bij zijn brandende toorn? Zijn grimmigheid stort zich uit als vuur en de rotsen springen voor Hem aan stukken. De Here is goed, een sterkte ten dage der benauwdheid; Hij kent hen die bij Hem schuilen”[11].

Noten:
[1]
In dit artikel maak ik onder meer gebruik van stukken die ik respectievelijk schreef in mei 2009 en oktober 2009.
[2] In deze alinea gebruik ik onder meer http://www.nd.nl/artikelen/2009/oktober/01/vloeiende-grenzen-aan-de-kerkleer .
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 2.
[4] Nahum 1:2.
[5] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Nahum_(boek) .
[6] Zie http://bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/N/Nineve/600/ .
[7] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS1314.pdf .
[8] Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die op woensdag 5 maart wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel maak ik een paar opmerkingen naar aanleiding van Nahum 1.
[9] Nahum 1:3.
[10] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 10.
[11] Nahum 1:6 en 7.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.