gereformeerd leven in nederland

27 maart 2019

Erkenningsoffer in Leviticus 2

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eeuwenlang werden in Israël offers gebracht. Dat ging altijd maar door.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
De God van het verbond acht het nodig dat Zijn volk in 2019 daar enige kennis van heeft.
In Gods Woord wordt althans aan het brengen van offers tamelijk uitgebreid aandacht besteed.

In dit artikel worden enkele opmerkingen gemaakt bij de inzet van Leviticus 2: “Wanneer een persoon de HEERE een ​graanoffer​ als offergave aanbiedt, moet zijn offergave meelbloem zijn. Dan moet hij er olie op gieten en er ​wierook​ op leggen. Dan moet hij het naar de zonen van ​Aäron, de ​priesters, brengen. En één van hen moet een handvol nemen van die meelbloem en die olie, met al de bijbehorende ​wierook, en de ​priester​ moet dit als gedenkoffer ervan in rook laten opgaan op het ​altaar. Het is een vuuroffer, een aangename geur voor de HEERE. Wat nu van het ​graanoffer​ overblijft, is voor ​Aäron​ en zijn zonen. Het is het allerheiligste van de vuuroffers van de HEERE”[1].

Een exegeet noemt dat een erkenningsoffer.
Het lijkt “om een zelfstandig offer te gaan, waarin plantaardige spijs als gave aan God wordt aangeboden. De offeraar schenkt aan de HERE een deel van de vruchten van het land en erkent Hem hiermee. Dit offer noemen wij hier een erkenningsoffer, terwijl ook wel gesproken wordt van een spijsoffer of graanoffer”.

De uitlegger schrijft ook: “Het eerste geval van offers van plantaardige spijzen heeft betrekking op iemand die het erkenningsoffer wil brengen (…). Dit dient te bestaan uit het relatief dure gries, dat wordt overgoten met olie. Op het graan wordt tevens het kostbare wierook gelegd. De drie kostbare producten dienen als een erkenningsoffer voor de HERE, dat het brand- en vredeoffer begeleidt. De offeraar moet deze ingrediënten brengen naar de priesters (…). Vervolgens neemt de priester van het meel, de olie en de wierook een handvol en laat het als gedenkoffer ontbranden voor de HERE. De offeraar en de priester drukken hiermee uit dat het offer functioneert als een welriekende reuk voor God. Wat overblijft van de combinatie van gries, olie en wierook is bestemd voor de priester”[2].
Gries is een tarweproduct. Zeer waarschijnlijk betreft het een wat duurder soort tarwemeel.

We spreken in Leviticus 2 dus over een erkenningsoffer.
De offeraar toont ermee aan dat alles wat hij heeft, uit Gods hand komt. Het product dat hij komt brengen is geenszins het resultaat van eigen inspanningen. God heeft het allemaal gegeven.
Hij geeft de grondstoffen.
Hij geeft de energie. De groeikracht. En de ondernemingslust.
Dat is iets om in 2019 te accentueren.
* De God van hemel en aarde geeft energie om dingen te doen.
* Hij geeft ook het overzicht om keuzes te maken – wat doe ik vandaag wel, en wat niet?
* Daadkracht en levensvreugde zijn gaven van God!

Dat offer ruikt lekker.
In Efeziërs 5 gebruikt de apostel Paulus die geur in een beeldspraak: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”[3].
In Efeziërs 2 betekent dat: het offer van Christus is door God aanvaard.
In Leviticus 2 betekent het: het offer en de offeraar worden door God aanvaard.

Dat offer uit Leviticus 2 is ook een gedenkoffer. Op die manier wordt God herinnerd aan de beloften die Hij aan Zijn volk gegeven heeft.
Vandaag de dag doen wij dat in ons gebed nog. In Psalm 141 zeggen we immers:
“Laat mijn ​gebed​ als reukwerk voor Uw aangezicht staan,
laat mijn opgeheven handen als het avondoffer zijn”[4].
Cornelius, een vooraanstaande militair, krijgt in Handelingen 10 van een engel te horen: “Uw ​gebeden​ en uw liefdegaven zijn als gedachtenis opgestegen naar God”[5].
Ook in Openbaring 8 worden wij erop gewezen dat onze gebeden zeker bij de Here in de hemel terecht komen: “En er kwam een andere ​engel, die met een gouden wierookvat bij het ​altaar​ ging staan. Aan hem werd veel reukwerk gegeven, opdat hij dat samen met de ​gebeden​ van alle ​heiligen​ op het gouden ​altaar​ vóór de troon zou leggen. En de rook van het reukwerk steeg, met de ​gebeden​ van de ​heiligen, uit de hand van de ​engel​ op tot vóór God”[6]. Met behulp van heerlijk geurend reukwerk worden de gebeden van mensen geschikt gemaakt om bij God neer te leggen.
Kortom – ook in 2019 mogen we God aan Zijn beloften herinneren. In een tijd waarin op en rond het kerkplein van alles wordt afgebroken is dat zeker een attentiepunt: ook in onze tijd mogen we de Here er opmerkzaam op maken dat Hij beloften aan Zijn volk heeft gedaan. En dus ook aan Zijn kinderen in 2019!

Leviticus 2 laat ons in 2019 zien hoe belangrijk het is dat ons leven een levend dankoffer is. Die term kent u misschien. Hij komt uit Zondag 12 van de Heidelbergse Catechismus:
“Maar waarom wordt u een christen genoemd?
Antwoord:
Omdat ik door het geloof een lid van Christus ben en zo deel heb aan zijn zalving, om: als profeet zijn naam te belijden, als priester mijzelf als een levend dankoffer aan Hem te offeren, en als koning in dit leven met een vrij en goed geweten tegen de zonde en de duivel te strijden en na dit leven in eeuwigheid met Hem over alle schepselen te regeren”[7].

Leviticus 2 laat ons in 2019 bovendien zien hoe belangrijk het is dat ons gebed altijd door gaat.
Dagelijks.
Jaar in, jaar uit.
Sommigen hebben het idee dat hun gebed niet door bij de Here aankomt. Niets is minder waar. Laten we maar gewoon doorgaan in ons leven met God. Laten we maar met Hem door het leven blijven wandelen.
Jaar in, jaar uit.
Eeuw in, eeuw uit.
Wat dat betreft is er in 2019 ten opzichte van Leviticus 2 nog niet zo heel veel veranderd.

Noten:
[1] Leviticus 2:1, 2 en 3.
[2] Geciteerd uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Leviticus 2:1, 2 en 3.
[3] Efeziërs 5:1 en 2.
[4] Psalm 141:2.
[5] Handelingen 10:4.
[6] Openbaring 8:3 en 4.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 12, vraag en antwoord 32.

25 januari 2019

Aan alle armlastigen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Arm zijn – dat maakt het leven moeilijk. Zorgelijk. En bij tijden vreugdeloos.
Als mensen aan het einde van hun geld nog een stuk maand over hebben, dan stemt dat verdrietig. Soms lijkt het wel alsof zij in een cirkeltje ronddraaien.
Soms lijkt het wel alsof zij tot armoede veroordeeld zijn.
Soms lijkt het wel alsof er geen betere tijden meer komen.

Wie let er nog op armoedige mensen?
Er is minstens Eén die oog voor zulke mensen heeft.
Leest u maar mee in Leviticus 23: “Wanneer u de oogst van uw land binnenhaalt, mag u de rand van uw akker bij het binnenhalen van uw oogst niet helemaal afmaaien, en wat van uw oogst is blijven liggen, mag u niet oprapen. U moet het laten liggen voor de arme en de vreemdeling. Ik ben de HEERE, uw God”[1].

In Leviticus 23 gaat het over de oogst. Het moet duidelijk zijn: de oogst komt uit de hand van de Here, en moet aan Hem gewijd zijn. Hij geeft de grondstoffen om voedsel te kunnen produceren. Hij geeft de werkkracht om in deze wereld te doen; die kracht komt uit het voedsel waar Leviticus 23 het oog op heeft.

Er kunnen omstandigheden zijn waardoor er armoede ontstaat, en – misschien wel levenslang – aan de orde van de dag blijft[2]. En dat weet de Here natuurlijk ook. Daarom treft Hij Zijn maatregelen.
Zie bijvoorbeeld Leviticus 25: “En wanneer uw broeder in armoede raakt en met lege handen staat, dan moet u hem steunen, ook als hij een ​vreemdeling​ en bijwoner is, zodat hij bij u in leven blijft”[3].
En Deuteronomium 15: “…armen zullen binnen uw land nooit ontbreken. Daarom gebied ik u: U moet uw hand wijd opendoen voor uw broeder, de onderdrukte en de arme in uw land”[4].
En Marcus 14, waar Jezus zegt: “Want de armen hebt u altijd bij u en wanneer u wilt, kunt u hun weldoen, maar Mij hebt u niet altijd”[5].
Gods volk laat zich, als het goed is, stimuleren door de barmhartigheid van de Gever van gulle gaven!

Hoe staat het eigenlijk met de armoede in de wereld?
Het gaat, als men naar de percentages kijkt, heel goed. Het Nederlands Dagblad meldde onlangs: “Nooit eerder was de extreme armoede in de wereld (…) zo laag als nu. Waar in 1990 nog een derde van de totale wereldbevolking moest leven van minder dan 1,90 dollar (€ 1,65) per dag – de officieel gedefinieerde grens van extreme armoede – gaat het inmiddels om 10 procent van de mensheid”.
Maar ook:
“Toch moet je je niet blindstaren op de percentages (…). Het absolute aantal mensen dat in extreme armoede leeft, is vooral vanwege hoge geboortecijfers in arme landen nog steeds erg hoog: 736 miljoen. En veel rapporten tonen aan dat juist de allerarmsten nauwelijks bereikt worden”.
Een deskundige zegt: ‘Alle vooruitgang ten spijt is het inkomen van de armsten van de armsten de afgelopen decennia niet veranderd. Het gaat dan voornamelijk om inwoners van kwetsbare regio’s die te maken hebben met conflicten’.
Volgens die expert “is het niet mogelijk om extreme armoede over pakweg tien jaar uit te bannen. Ook in het armoederapport van de Wereldbank klinkt scepsis door. Om het gestelde doel van 3 procent te bereiken, ‘moeten de armste landen ter wereld in een tempo groeien dat de ontwikkelingen uit het verleden ver overtreft’”.
Maar er zijn volgens hem ontwikkelingen die de gedachte voeden dat “de wereld ooit in staat zal zijn om nagenoeg alle extreme armoede uit te bannen en de kloof tussen arm en rijk minder groot te maken”[6].

Dat klinkt prachtig.
Maar zei Jezus Zelf niet: “de armen hebt u altijd bij u”?
Armoede zal altijd blijven bestaan, hoe optimistisch men daar ook over doet.
Onrecht zit in de vezels van deze zondige wereld.

In die wereld mag en moet de kerk recht doen. En dat hoeft niet zo nodig uitgebreid rondgetoeterd en gepubliceerd te worden.
Niet voor niets zegt Jezus in Mattheüs 6: “Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de ​synagogen​ en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al. Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet, zodat uw liefdegave in het verborgene zal zijn; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden”[7].

Armoede is onder meer een beproeving vóór, een test ván de kerk. Immers – de Heer van hemel en aarde roept Zijn kinderen op om te helpen waar zij kunnen.
Laten wij elkaar wijzen op Lucas 6. Daar zegt Jezus: “Wees dan ​barmhartig, zoals ook uw Vader ​barmhartig​ is”[8].
En:
“Geef en aan u zal gegeven worden: een goede, vastgedrukte, geschudde, overlopende maat zal men u in de schoot geven, want met dezelfde maat waarmee u meet, zal er bij u ook gemeten worden”[9].
Een exegeet verklaart de bovenstaande tekst zo: “Graan neemt door schudden minder ruimte in en daardoor kan een inhoudsmaat meer bevatten. Men gebruikte in het Oude Oosten de ‘plooi’ (…) van de mantel boven de gordel wel als zak. Daarin kon men een flinke hoeveelheid graan meenemen”[10].
De Here geeft altijd mogelijk om te geven. Dat hoeft overigens lang niet altijd in materiële zin te zijn!

Laten wij nog eens dat laatste zinnetje lezen van het eerste citaat in dit artikel: “Ik ben de HEERE, uw God”.
De Here staat boven het gewoel der volkeren. Als Hij een dienstorder geeft, dan moet het volk van God in actie komen.
De Here geeft Zijn volk energie om misstanden aan te pakken. Dat laatste zinnetje betekent dus ook: pak de boel maar aan; het kan, want Ik ben erbij.

Tenslotte nog dit.
Misschien is het bij sommige lezers van deze internetpagina armoedje troef.
Misschien loopt u geregeld bij een voedselbank naar binnen.
Misschien weet u heel vaak niet meer hoe het verder moet.
Laten wij elkaar dan wijzen op een zin uit de tweede brief van Paulus aan de Corinthiërs. In hoofdstuk 8 van die brief doet hij een oproep tot vrijgevigheid. En daar schrijft de apostel: “Want u kent de ​genade​ van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, dat Hij omwille van u arm is geworden, terwijl Hij rijk was, opdat u door Zijn armoede rijk zou worden”[11].
Als u uw laatste eurocent moet omdraaien, mag u bedenken: in het nieuwe vaderland – de hemel – zal een ongekende rijkdom mijn deel zijn.
Zo kunnen we samen toch Psalm 37 zingen:
“Blijf aan de HEER uw wegen toevertrouwen,
verheug u in uw God, bewoon het land,
wees Hem getrouw, Hij zal uw toekomst bouwen.
Doe steeds wat goed is, want zijn trouw houdt stand!
Al wat uw hart begeert, zult u aanschouwen,
Hij zorgt voor u en leidt u door zijn hand”[12].

Noten:
[1] Leviticus 23:22.
[2] In deze alinea maak ik onder meer gebruik van https://visie.eo.nl/2018/10/geen-armoede/ ; geraadpleegd op maandag 21 januari 2019.
[3] Leviticus 25:35.
[4] Deuteronomium 15:11.
[5] Marcus 14:7.
[6] Sanne van Grafhorst, “Naar een wereld zonder armoede – na 2030”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 19 januari 2019, p. 8 en 9.
[7] Mattheüs 6:2, 3 en 4.
[8] Lucas 6:36.
[9] Lucas 6:38.
[10] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 6:38.
[11] 2 Corinthiërs 8:9.
[12] Psalm 37:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

30 november 2018

Het hoofd omhoog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land van de ​Egyptenaren​ geleid heeft, zodat u niet meer hun ​slaven​ bent. Ik heb de stangen van uw ​juk​ gebroken en u rechtop laten gaan”[1].

De bovenstaande woorden uit Leviticus 26 maken deel uit van een uitgebreide oproep aan het volk Israël om heilig te leven. De hoofdstukken 17 tot en met 25 staan vol met instructies.
In hoofdstuk 26 gaat het dan over zegen en vloek.
De zegen komt als het volk zich aan de instructies houdt.
De vloek komt over hen als zij de instructies negeren.

De Here zegt: Ik ben uw Verlosser. En: Ik heb u bevrijd. En: nu krijgt u rust. En: Ik houd de bedreigingen ver bij u vandaan.
Zodoende kan Israël rechtop staan.

Dat geldt des te méér voor de kerk van vandaag.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Romeinen 5: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben ​vrede​ bij God door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”[2].
Gods kinderen moeten steeds weer herinnerd worden aan het feit dat zij verlost zijn uit de macht van de zonde. Nu zij rechtop kunnen blijven staan, moeten zij vooral niet vergeetachtig worden!

Heilig leven: dat wil zeggen dat wij apart gezet zijn. De Here groepeert ons in de kerk.
Het is bevrijdend om de stangen van het juk niet meer te voelen.
Het is dat juk waar Jesaja in hoofdstuk 9 over zegt: “Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. U hebt dit volk talrijk gemaakt; hebt U niet de blijdschap groot gemaakt? Zij zullen blij zijn voor Uw aangezicht, zoals men zich verblijdt bij de oogst, zoals men zich verheugt wanneer men de buit verdeelt. Want het ​juk​ van hun last, de stok op hun schouders, en de ​knuppel​ van hun slavendrijver hebt U verbroken als eens op Midiansdag”[3].
Het is afgelopen met onderworpenheid.
De kerk is niet langer de gedoodverfde verliezer. Dat denkt de wereld wel, maar de situatie is wezenlijk anders – en dat zal gaandeweg blijken.

De kerk is het licht van de wereld, lezen wij in Mattheüs 5[4]. Daar is bestendig leven. Daar is heil te vinden. De kerk geeft ons het zicht op de zaken waar het echt om gaat.

Kunnen we nog wat met Leviticus 26 als wij dat hoofdstuk naast het actuele nieuws leggen?
Laten wij eens kijken.

“Voorzitter André Postema van het college van bestuur van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) vertrekt per direct. Hij doet dat op verzoek van de raad van toezicht. Ook voorzitter Jan Schrijen van de raad treedt af.
De positie van Postema stond al een tijd onder druk nadat er eerder jaar van alles mis was gegaan in de aanloop naar het eindexamen op het VMBO Maastricht. 353 examens werden ongeldig verklaard.
Volgens de stichting is Postema op verzoek van de raad van toezicht aangebleven om de hersteloperatie te leiden. ‘Nu de laatste groep getroffen studenten het diploma alsnog heeft gehaald, komt de hersteloperatie in een nieuwe fase en moet er ruimte worden gemaakt voor een nieuw bestuur’, schrijft de raad in een toelichting”.
Aldus een bericht dat op maandag 26 november in de media verscheen[5].

Wat heeft dit alles te maken met Leviticus 26?

De getroffen scholieren verloren de grip op de voortgang van hun studie. Wat een boosheid, teleurstelling en verdriet is daar geweest!
De bestuurders hebben zich ongetwijfeld met allerlei al of niet nuttige dingen bezig gehouden. Maar blijkbaar niet met de resultaten van de jongelui die onderwijs genoten. De bestuurders waren daar de grip op kwijt.
De onderwijskundige gezagsdragers hebben nu het veld moeten ruimen.
In Maastricht en omgeving leven heel wat verliezers. Wat een narigheid! Wat een chagrijn!

Wij kunnen daar met z’n allen hoofdschuddend naar gaan zitten kijken.
Intussen maken de gebeurtenissen in Limburg wel duidelijk hoe belangrijk het is om in het leven de juiste prioriteiten te stellen.

Kerkmensen moeten leven vanuit de wetenschap dat zij gered zijn.
Gods kinderen zijn, zo leren zij uit Leviticus 26, verlost uit Egypte.
Gods kinderen hebben, zo lezen zij in Romeinen 5, geen last meer van blokkades op de weg naar Gods genade.
Gods kinderen zijn verlost van afbraak en ondergang.
Gods kinderen hebben vrede met hun Heiland.
Als dat de kern van het leven is, wordt het makkelijker om de agenda in te vullen. Als dat het beginpunt van onze activiteiten is, wordt het eenvoudiger om uit de veelheid van kwesties die ons bezighouden de kernzaken het eerst aan te pakken.
Dan voel je je een stuk vrijer.
Dan heb je meer overzicht.
Dan is er rust in alle drukte van de dag.

In Galaten 5 schrijft de apostel Paulus ook over vrijheid.
Dat doet hij zo. “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”[6].
Daar valt een hoogst belangrijk woord: liefde.
Gods kinderen zijn het eigendom van Jezus Christus, de Heiland. Liefde is één facet van de vrucht van de Heilige Geest van Jezus Christus. U weet wel: “liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[7].
De inzet van Galaten 6 is: “Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van ​Christus. Want als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf. Maar laat ieder zijn eigen werk beproeven; dan zal hij alleen voor zichzelf stof tot roemen hebben, en niet voor de ander”[8].
De vrijheid die Christus aanbiedt, geeft heilzame grenzen aan!

In Leviticus 26 wordt gerefereerd aan Israëls bevrijding uit Egypte.
In 2018 weten wij: dat was nog maar het begin.
Christus’ lijden, sterven en opstanding geven ons garanties voor een nieuw leven. Wij weten dat – om met Romeinen 8 te spreken – “de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de ​kinderen​ van God”[9].
En daarom mogen we die tekst uit Leviticus 26 ook heden ten dage nog op de voorgrond zetten: “Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land van de ​Egyptenaren​ geleid heeft, zodat u niet meer hun ​slaven​ bent. Ik heb de stangen van uw ​juk​ gebroken en u rechtop laten gaan”.
Laten wij maar fier en rechtop door de wereld gaan.
Nee, dat doen wij niet omdat wij blaken van zelfvertrouwen.
Dat doen wij omdat onze God ons heil op hemelse wijze vorm geeft.

Natuurlijk – het leven is vol kommer en treurnis.
En nee, dat is niet alleen zo in Maastricht. Nee, dat is niet alleen zo in Limburg.
Maar somberheid en treurnis hebben in ons leven niet meer de overhand. Want de Heiland leidt ons door de wereld heen. Bij Hem is het veilig.
En daarom – sursum corda: het hoofd omhoog en het hart naar boven!

Noten:
[1] Leviticus 26:13.
[2] Romeinen 5:1 en 2.
[3] Jesaja 9:1-3.
[4] Mattheüs 5:14: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn”.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2260927-voorzitter-postema-stapt-alsnog-op-na-examendebacle-vmbo-maastricht.html ; geraadpleegd op maandag 26 november 2018.
[6] Galaten 5:1.
[7] Galaten 5:22.
[8] Galaten 6:2, 3 en 4.
[9] Romeinen 8:21.

20 september 2018

De afgod van de weet-wel-kunde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Leviticus: dat is een Bijbelboek met lessen over de omgang met God.
Iemand typeert dat als volgt: “Hoe dat gaat en de voorwaarden die daarbij door God worden gesteld, wordt voorgesteld in de verschillende offers en de daarmee verbonden priesterdienst. Voor nieuwtestamentische gelovigen wordt in zinnebeelden getoond dat zij gemeenschap mogen hebben met de Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus”[1].

Het is goed om het bovenstaande in het achterhoofd te houden als wij in het begin van Leviticus 20 lezen: “Iedereen uit de Israëlieten en uit de ​vreemdelingen​ die in Israël verblijven, die iemand uit zijn nageslacht aan de Moloch overgegeven heeft, moet zeker gedood worden: de bevolking van het land moet hem met stenen ​stenigen. En Ikzelf zal Mijn aangezicht tegen die man keren en hem uit het midden van zijn volk uitroeien. Hij heeft immers iemand uit zijn nageslacht aan de Moloch overgegeven, waardoor Mijn ​heiligdom​ ​verontreinigd​ en Mijn ​heilige​ Naam​ ontheiligd is”[2][3].

Moloch – wie is dat?
Een uitlegger noteert: “Via deze god werden ook kinderen gewijd aan hun voorouders. Deze wijding kan zowel inhouden dat ze in leven bleven en in dienst van de godheid stonden, maar misschien ook dat ze voor het aangezicht van deze god werden verbrand. Deze laatste opvatting, dat kinderen voor Moloch werden verbrand, staat momenteel ter discussie”[4].
Moloch heet in de Bijbel soms ook Milkom.

Hoe dat zij: het offeren van mensen gaat rechtstreeks in tegen Gods gebod. Hij zegt immers: eer Mij met heel uw hebben en houden. Geen wonder dat God dat zo streng verbiedt!
In de toenmalige wereld wordt Moloch wijd en zijd vereerd. Uit 1 Koningen 11 blijkt dat zelfs Salomo niet aan de aantrekkingskracht van Moloch ontkomt[5]!

Waarom vindt God het dienen van afgoden zo verschrikkelijk en afschuwelijk?
Omdat Hij bezig is met de uitvoering van een groots verlossingsplan. In dat plan heeft de Here Jezus Christus, de Heiland, de meest centrale plaats.
In de eerste algemene brief van de apostel Johannes vinden we een adequate omschrijving van dat plan: “Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij gezien hebben met onze ogen, wat wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens – want het leven is geopenbaard en wij hebben het gezien, en wij getuigen en verkondigen u het eeuwige leven, dat bij de Vader was en aan ons is geopenbaard – wat wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij u, opdat ook u gemeenschap met ons hebt; en deze gemeenschap van ons is er ook met de Vader en met Zijn Zoon ​Jezus​ ​Christus. En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap volkomen wordt”[6].

In het boek Leviticus wordt, om zo te zeggen, al naar Hem toe gewerkt.
De wereld moet er op rekenen: de Verlosser komt!

Wij weten het: de Verlosser is gekomen. Maar in Leviticus is het nog lang niet zo ver. Het zal nog zo’n 1450 jaar duren voordat Hij naar de aarde komt.
Maar het boek Leviticus roept de mensen er al toe op: bereid u voor op Zijn komst!

De God van hemel en aarde legt er de nadruk op: men mag Gods heiligdom niet verontreinigen. Gods heilige naam mag niet worden besmeurd.

Waar is het heiligdom vandaag? Waar moeten wij dat zoeken?[7]
Antwoord: in de kerk.

Paulus schrijft aan de christenen in Corinthe: “Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de ​Geest van God​ in u woont? Als iemand de tempel van God te gronde richt, zal God hem te gronde richten, want de tempel van God is ​heilig, en deze tempel bent u”[8].
Die gemeente is wellicht heel klein. Niettemin is zelfs dat kleine onbetekenende kerkje zeer de moeite waard! Want Jezus zegt in Mattheüs 18: “Verder zeg Ik u dat, als twee van u op de aarde iets, wat dan ook, eenstemmig verlangen, het hun ten deel zal vallen van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want waar twee of drie in Mijn Naam bijeengekomen zijn, daar ben Ik in hun midden”[9].

Terug nu naar Leviticus 20.
Het begin van dat hoofdstuk is niet bepaald rustgevend.
Dood.
Steniging.
Uitroeiing.
Verontreiniging.
Ontheiliging.
Dat past, zou je zeggen, op geen enkele manier bij de eenentwintigste eeuw. Daar kun je nu toch niet meer mee aankomen?

Inderdaad – Leviticus 20 is een deel van het Oude Testament.
Steniging en uitroeiing: dat is niet meer aan de orde.
Maar het is wel duidelijk: kinderen van God moeten hun leven aan Hem wijden.

Maar wat moeten wij verder met Leviticus 20 aanvangen?
Het is, als u het mij vraagt, goed om te bedenken: de afgod slokt je op!

Wat voor afgoden hebben wij vandaag?
Ik noem vandaag de afgod van het alles weten. Oftewel: de afgod van de weet-wel-kunde.

Vandaag de dag kunnen wij alles opzoeken.
Wie iets niet weet, raadpleegt het internet. De zoeker komt geheid een stukje verder.
Maar juist omdat dat kan, worden wij allemaal geacht alles te weten.
En juist omdat dat kan, kunnen wij ook snel bekijken welke rechten wij hebben.
Wie iets niet weet, is eigenlijk een beetje dom.
Wie geen gebruik maakt van al zijn rechten, is een beetje onnozel. Een tikje suf. Om niet te zeggen: bekrompen en boers.

Hierboven wordt Salomo genoemd.
Hij is typisch zo’n man die verder kijkt dan zijn neus lang is.
Hij is groots. Wijs. Kundig. Hij weet hoe de zaken staan in de wereld.
En Moloch, oftewel Milkom, vereert hij ook. Niet dat hij zijn God vergeet. Welnee. God en Moloch staan naast elkaar.
Ach ja, waarom niet?
Hij staat midden in de wereld, nietwaar?

Leviticus 20 waarschuwt ons ervoor om er een afgod op na te houden.
In 2018 kan dat zomaar de afgod van de weet-wel-kunde zijn.
Je bent een beetje sullig als je de boel niet bijhoudt.
Je staat midden in de wereld, nietwaar?

In de kerk moeten en mogen wij op God vertrouwen.
We mogen en moeten een schuilplaats zoeken bij de Heiland.
Ook vandaag mogen wij weten: wij zullen – om met 1 Thessalonicenzen 4 te spreken – “opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn”.
De Verlosser komt!

Wij hoeven niet alles bij te houden.
Wij hoeven niet altijd van onze rechten gebruik te maken.
Er komt een moment dat de weet-wel-kunde geen redding meer biedt.
Dat zal het ogenblik zijn waarop God alles zal zijn in allen!

Noten:
[1] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/L/Leviticus ; geraadpleegd op dinsdag 11 september 2018.
[2] Leviticus 20:2,3.
[3] De Herziene Statenvertaling noemt de afgod Molech. Ik gebruik de meer gangbare naam Moloch.
[4] Geciteerd van http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?1658 ; geraadpleegd op dinsdag 11 september 2018.
[5] Zie 1 Koningen 11:5: “want ​Salomo​ ging achter ​Astarte​ aan, de god van de Sidoniërs, en achter ​Milkom, de afschuwelijke afgod van de ​Ammonieten”.
[6] 1 Johannes 1:1-4.
[7] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1006.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 11 september 2018.
[8] 1 Corinthiërs 3:16 en 17.
[9] Mattheüs 18:19 en 20.

19 september 2018

Tumult om twee tieners

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lili en Howick – de namen van die kinderen kent u wel. Zij dreigden te worden uitgezet naar Armenië. Op het allerlaatste moment werd dat voorkómen. De kinderen zijn al tien jaar in Nederland.
Er is een lang verhaal aan vooraf gegaan. Een heel lange historie. Een veel te lange geschiedenis.

Schrijver dezes is niet op de hoogte van asielprocedures. Het is zijn vak niet. Hij weet er te weinig van.

Maar hij weet wel dat in Leviticus 19 staat: “Wanneer een ​vreemdeling​ bij u in uw land verblijft, mag u hem niet uitbuiten. De ​vreemdeling​ die bij u verblijft, moet voor u zijn als een ingezetene onder u. U moet hem ​liefhebben​ als uzelf, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land Egypte. Ik ben de HEERE, uw God”[1].
De vreemdeling als ingezetene; zo ver moet het gaan. Dat is de taak van de kerk in het Oude Testament.

Het gaat in Leviticus 19 ook over respect voor ouderen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en eer bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].
Vlak daarna wordt die bepaling over vreemdelingen vermeld.
De boodschap is helder: ondersteun kwetsbare groepen zoveel mogelijk.
De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat we, wat dat betreft, in de laatste jaren te vaak geconfronteerd zijn met negatieve berichtgeving: de overheid laat heel wat steken vallen.
De kerk moet echter vooral ook kritisch naar zichzelf blijven kijken. Het welzijn van kwetsbare groepen moet in de werkplaats van de Heilige Geest een ‘hot issue’ wezen!

Wij leven momenteel in de Nieuwtestamentische tijd.
Kunnen en mogen wij die regel over de opvang van vreemdelingen in Leviticus 19 vandaag nog toepassen?
Zeker wel.
Jezus zegt in Mattheüs 5 zelfs: hebt uw vijanden lief. Met andere woorden: ga nog een stap verder!
In het verlengde daarvan mogen we ook opmerken: wees niet te bang dat u die gastvrijheid niet meer vol kunt houden; loop gerust een stap harder.
Waarom is dat zo belangrijk?
Omdat christenen, Gereformeerde mensen inbegrepen, ervan uit moeten gaan dat de verzorging van vreemdelingen alles te maken heeft met het eren van Jezus Christus.

Dat blijkt uit Mattheüs 25.
Daar wijst Jezus op de gang van zaken bij het laatste oordeel. De mensen zullen van elkaar worden gescheiden. En wat is de reden voor die scheiding? Jezus zegt: “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een ​vreemdeling​ en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de ​gevangenis​ en u bent bij Mij gekomen. Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een ​vreemdeling​ gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ​ziek​ gezien of in de ​gevangenis​ en zijn bij U gekomen? En de ​Koning​ zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[3].
Christenen werken voor hun Heiland als zij met vluchtelingen bezig zijn.
Christenen werken voor Jezus Christus als zij hun best doen om kwetsbare groepen te ondersteunen.

Dit alles overziende past het niet om vluchtelingen voortdurend maar aan het lijntje te houden. Het is niet goed om hen, gedurende lange jaren, een strohalm te geven waar zij zich aan vast kunnen houden.

Lili en Howick – vrijwel iedereen kent die voornamen. Hun achternamen zijn niet zo bekend. De reden daarvan ligt, mogen wij aannemen, in de sfeer van de privacy. En dat is goed.
Intussen zijn beide kinderen echter een symbool geworden.
Het volk ging mee in een soort positieve emotie waar alle nuances allengs uit verdwenen. ’Houdt de kinderen in Nederland; wat er ook gebeurt’ – dat was het algemeen gevoelen.
In zo’n situatie is de verleiding groot om niet teveel te gaan nadenken en simpelweg in te stemmen met de geëmotioneerde natie.
Laten we daar voorzichtig mee wezen.
Gereformeerden moeten zich maar eenvoudig houden aan de leefregel die Micha ons in hoofdstuk 6 leert: “Hij heeft u, mens, bekendgemaakt wat goed is. En wat vraagt de HEERE van u anders dan recht te doen, goedertierenheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met uw God”[4].

Noten:
[1] Leviticus 19:33 en 34.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Mattheüs 25:35-40.
[4] Micha 6:8.

16 juli 2018

Mag veroudering afgeremd worden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Euthanasie? Dat is iets dat de rechtgeaarde kerkmens tot in het diepst van zijn wezen tegenstaat. Het opzettelijk beëindigen van een mensenleven, alleen vanwege de wens van die persoon zelf – nee, dat doet men niet. Want het leven is in Gods hand.
Daar zijn orthodox-Gereformeerden het wel over eens.

Maar mag je veroudering tegengaan?
Dat is een punt dat, dunkt mij, in onze tijd wel enige aandacht verdient.

Door de jaren heen wordt ons DNA – zeg maar even: ons celmateriaal – beschadigd. Na verloop van tijd kunnen er twee dingen gebeuren:
* stoppen met delen van cellen
* ongecontroleerd delen van cellen

Als de celdeling stopt, begint de veroudering. Hoe kun je dat tegengaan? Daar wordt heel wat onderzoek naar gedaan.
Men doet verwoede pogingen om stamcellen nieuw leven in te blazen. Zo’n stamcel is in staat om nieuwe cellen te laten ontstaan. Die stamcellen kan men herprogrammeren. Toegegeven: dat klinkt als een computerprogramma dat weer op gang wordt gebracht. Het is niettemin de realiteit van 2018.

Iemand schrijft: “Bij muizen werden na toediening van deze verjongde stamcellen de ouderdomskenmerken van de organen teruggedrongen. Met deze herprogrammeringstechniek konden in muizen nieuwe hersencellen groeien. Bij ratten en apen met Parkinson werden de symptomen minder ernstig na een behandeling met stamcellen. Een dergelijk experiment werd met succes uitgevoerd bij muizen met de ziekte van Alzheimer: het ruimtelijke geheugen werd weer beter. De veroudering werd dus teruggedraaid. Het lijkt een kwestie van tijd dat deze technieken ook bij mensen kunnen worden toegepast”[1].

Dat is allemaal heel knap. Heel wetenschappelijk, bovendien.
Maar kan dat allemaal?
Is het wel christelijk-verantwoord om zulk onderzoek te doen? Is dat een verantwoorde ingreep in het menselijk leven?

In Leviticus 19 staat te lezen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en ​eer​ bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].

Leviticus – dat is een boek van zevenentwintig hoofdstukken, waarin wordt uiteengezet hoe Israël, het volk van God, met Hem moet omgaan. Op welke manier moeten de door God uitverkorenen hun Heer benaderen? Hoe moet de sfeer zijn als Israël naar God toegaat?[3]

Die gedragsregel ten aanzien van ouderen staat in het kader van het heilig leven voor de Here. Wat wij doen, moet naadloos passen bij de Machthebber van hemel en aarde. In het respect voor ouderen komt naar voren dat wij eerbied voor de Here hebben. Want Hij heeft in de Tien Geboden gezegd: respecteer je ouders.
Wij zien die norm trouwens ook terugkomen in Deuteronomium 5: “Eer​ uw vader en uw moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”[4].

Ziet u de belofte?
Daar staat het: “opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”. Kerkmensen van nu zijn wellicht geneigd om bij dat gegeven land meteen aan de hemel te denken. En dat is niet verkeerd. Welnee.
Maar wij hoeven, wat mij betreft, niet meteen aan het aardse leven voorbij kijken. In het Oude Testament werd toch ook vaak gedacht aan het leven in het land Kanaän?

Zorg voor oudere mensen betekent zeker ook dat wij hier op aarde negatieve gevolgen van veroudering helpen opheffen en/of opvangen.
Nee, dat wil niet zeggen dat we ’t leven hier maar eindeloos moeten rekken. Het doel van de zorg voor ouderen moet echter wel zijn: het blijven bevorderen van hun lichamelijke en geestelijke mogelijkheden, zodat zij in hun leven de God die hen schiep in al hun bezigheden kunnen eren.

Over dergelijke zorg hoeven wij trouwens niet altijd grote verhalen te houden. En nee, niet alle zorg hoeft professioneel te wezen. Vrijwillige zorg is misschien nog wel meer waard. Aandacht, oplettendheid en toewijding – dat zijn trefwoorden die daar zonder meer mee mogen worden verbonden.

In welk verband staat het respect voor ouderen in Leviticus 19 precies?
Ik citeer: “U moet Mijn sabbatten in acht nemen en ​eerbied​ hebben voor Mijn ​heiligdom. Ik ben de HEERE.
U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de ​waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben de HEERE, uw God.
U moet opstaan voor iemand met grijze haren en ​eer​ bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[5].
Laat ik daar twee opmerkingen bij maken.
1.
Respect voor ouderen heeft blijkbaar alles te maken met de zondagse eredienst. Daar wordt het fundament gelegd voor een goede omgang met en verantwoorde zorg voor elkaar.
Wie in de kerk dat uitgangspunt huldigt, heeft het dodenrijk niet nodig. Kerkmensen hebben immers rechtstreeks uitzicht op de hemel, de woonplaats van God?
2.
Het is vervolgens ook duidelijk dat waarzeggers maar beter uit de buurt van de kerk weg kunnen blijven. Immers – wat moeten we aanvangen met die mensen, terwijl we in en vanuit de kerk onderweg zijn naar altoosdurend geluk en nimmer onderbroken vrede?

Dat klinkt, als u het mij vraagt, heel anders dan bijvoorbeeld de volgende reclame voor een tamelijk lijvig boekwerk: “Gezond zijn is iets dat van nature bij je hoort, ondanks je huidige gezondheidstoestand. In deze nieuwe, uitgebreide uitgave van ‘Tijdloze geheimen van gezondheid en verjonging’, onthult bestsellerauteur Andreas Moritz de meest voorkomende, maar zelden herkende oorzaken van ziekte en veroudering.
Hij biedt krachtige en bewezen methoden om de oorzaken van ziekten weg te nemen en een stralende gezondheid te bereiken, ongeacht je leeftijd. Terwijl de meeste artsen alleen maar proberen ziekte te bestrijden of te onderdrukken – wat meer doden veroorzaakt dan kanker of hartkwalen – weten ze te weinig van de werking van lichaam en geest om iemand werkelijk te kunnen helpen”[6].
Zeg nu zelf, het bovenstaande ziet er, zacht gezegd, ambitieus uit.
Maar eerbied voor onze God en Zijn werk vinden we in die verkoopbevorderende tekst niet terug.

We mogen en moeten goed voor onszelf zorgen.
De jongeren mogen de ouderen ondersteunen.
En de ouderen mogen de jongeren aanvuren: ‘jonge mensen, ga gerust je gang! – vind maar goede en mooie hulpmiddelen uit, en help ons maar waar je kunt; samen kunnen wij dan onze God nog beter eren!’.

Samen op weg naar de toekomst, zo doen we dat in de kerk.
Net zoals Psalm 86 dat zegt:
“Leer mij, HEERE, Uw weg,
ik zal in Uw waarheid wandelen,
maak mijn ​hart​ één om Uw Naam te vrezen.
Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn ​hart,
ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.
Want Uw goedertierenheid is groot over mij,
U hebt mijn ziel aan het diepst van het ​graf​ ontrukt”[7].

Noten:
[1] Geciteerd uit: Arjen Mol, “Onderzoek dat verjonging beoogt, vraagt Bijbelse reactie”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 14 en 15.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld ook http://christipedia.nl/Artikelen/L/Leviticus ; geraadpleegd op maandag 2 juli 2018.
[4] Deuteronomium 5:16.
[5] Leviticus 19:30, 31 en 32.
[6] Geciteerd van https://www.varuvo.nl/nl/assortiment/835171/Succesboeken_Tijdloze_geheimen_gezondheid_verjonging ; geraadpleegd op maandag 2 juli 2018. De gegevens van het betreffende boek zijn: Moritz, Andreas, “Tijdloze geheimen van gezondheid en verjonging: ontdek de genezende kracht van de natuur in jezelf”. – Succesboeken.nl. – 576 p.
[7] Psalm 86:11, 12 en 13.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.