gereformeerd leven in nederland

4 februari 2019

Verheerlijk God in uw lichaam

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar niet alle dingen zijn nuttig. Alle dingen zijn mij geoorloofd, maar ik zal mij niet onder de macht van ook maar iets laten brengen”[1].

Dit zijn woorden uit 1 Corinthiërs 6[2].
En ze zetten ons meteen midden in de wereld van vandaag. Hoe gaan we, zo luidt de onuitgesproken vraag, om met macht? Hoe gebruiken we allerlei bevoegdheden?

Op de achtergrond staat ook de kwestie van de christelijke vrijheid.
De Corinthiërs zijn niet gebonden aan allerlei wetjes en regeltjes zoals de Farizeeën die vastgelegd hebben.
Maar dat betekent niet dat nu alles maar mag en kan.

In 1 Corinthiërs 6 noemt de apostel een voorbeeld.
Prostitutie is uit den boze.
Paulus schrijft: “Vlucht weg van de ​hoererij. Elke ​zonde​ die een mens doet, is buiten het lichaam, maar wie ​hoererij​ bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam. Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent?”[3].

Die laatste woorden brengen ons als vanzelf bij Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus:
“Wat is uw enige troost in leven en sterven?
Antwoord:
Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus.
Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[4].

De zonde is niet meer de overheersende factor in ons leven.
Ons leven wordt permanent beschermd.
Alles, ja alles wat ons overkomt zorgt er, als het goed is, voor dat we op koers blijven naar een schitterend leven in de hemel.
Die zekerheid geeft ons ook alle reden om bevestigend te knikken als Paulus schrijft: “U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[5].

U bent duur gekocht, schrijft Paulus.
Dat is aansprekende beeldspraak, want in Corinthe is een slavenmarkt.
Een exegeet vermeldt erbij: “Het beeld van de slavenmarkt is daarom zo geschikt, omdat het gaat om het lichamelijk eigendom worden van God. Juist op dit feit berust Paulus’ oproep: ‘verheerlijkt dan God in jullie lichaam’. Het voorzetsel en (in) geeft hier het terrein aan waar die verheerlijking moet plaatsvinden, nl. ‘in jullie lichaam’. Het lichaam is niet bedoeld om daarin hoererij toe te laten. Het is de plaats, waar de gelovige God verheerlijkt door een heilige en reine levenswandel”[6].

Met name onze jonge mensen hebben nogal eens psychische problemen. Veelal zijn die tijdelijk, maar toch…
Waarom hebben zij psychische problemen?
Het is te simpel om daarvoor één oorzaak aan te wijzen.
Zeker is wel dat men bij psychische problemen vast zit in gedachtepatronen. Men draait rondjes. Men cirkelt doelloos rond.
Welnu, in de kerk mogen we de gedachte die hierboven al geformuleerd is altijd voorrang geven: de Heiland vindt u veel waard; Hij heeft u duur gekocht!

En trouwens, hoe moet het met onze oudere broeders en zusters? En onze broeders en zusters met een levenslange fysieke of mentale beperking?
Laten wij elkaar, nu het over hen gaat, wijzen op een preek van de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant O.J. Douma (1923-1996). In een preek over 1 Corinthiërs 6:19 en 20 zei hij eens: “…u kent ze toch ook wel, die haast niets meer kunnen. Hun lichaam kan zich niet bewegen. Ze moeten helemaal geholpen worden. Wat voor troost is er dan nog, behalve déze troost: mijn lichaam is een tempel van de Heilige Geest? Mijn dienst op aarde is altijd Gods-dienst, ook als ik ziek ben. Want ik ben gedoopt in de naam van de drie-enige God, die een verbond met mij maakte, een eeuwig verbond, en niet voor zolang als ik spreken kan of lopen kan. En als God met mij een verbond heeft, ook ten aanzien van mijn lichaam, dan zal Hij mijn dienst regelen”.
En:
“De óngelovige zegt: liever niets meer dan dát; liever dood dan uitgeschakeld. Maar wij moeten beter weten, zei Paulus. ‘Weet u niet, dat uw lichaam een tempel is en dat dáárvoor betaald is’? Schrijf dan maar op een briefje: ‘ik ben niet tijdgebonden, maar ik heb een eeuwig verbond met God om Hem altijd te loven en te prijzen. Ik geloof ook in de Heilige Geest, die Here is en levend maakt. En als u mij vindt, moet u niet doen alsof ik uitgeschakeld ben. Want ook dan heb ik dienst’”[7].

Betekent dit alles nu dat wij in elke uiteenzetting die we houden onze Heiland minstens twee keer moeten noemen?
Nee.
Het betekent eenvoudig dat wij op een christelijke manier moeten leven. Bijvoorbeeld:
* geen beeldjes en/of gedenkplekken in huis[8]
* niet vloeken, en bekend maken dat in onze omgeving niet mag worden gevloekt[9]
* geen dagelijks werk op zondag doen, maar naar de kerk gaan[10]
* in gezagsrelaties respectvol met elkaar omgaan
* werken aan een harmonieus gezinsleven[11]
* onze naasten vredelievend, zachtmoedig, barmhartig en vriendelijk bejegenen[12]
* rein en ingetogen leven, zowel in het huwelijk als daarbuiten[13]
* ver wegblijven van alle vormen van hebzucht en diefstal[14]
* roddelcircuits mijden[15]
* naar alle geboden van God beginnen te leven[16].

Jezus Christus heeft de hele wereld, inclusief de kerk, in Zijn macht.
Dat klinkt bepaald niet gunstig. Het lijkt er op dat je aan de ketting loopt. Het lijkt er op dat je op een bepaalde manier gevangen zit.
Echter – de kerk “is verbreid en verstrooid over heel de wereld. Toch is zij met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest, door de kracht van het geloof”. Zo spreekt de Nederlandse Geloofsbelijdenis erover[17].

De Heilige Geest van Jezus Christus houdt de kerk bij elkaar.
Dat geeft rust. En vrede. Nee, wij hoeven het niet allemaal zelf te regelen; wij zijn in Gods hand.
Daarom kunnen we met Psalm 4 zingen:
“Ik hoor hoe velen angstig vragen:
Wie zal het goede ons doen zien?
Wil, HERE, ons uw licht doen dagen,
toon ons uw godd’lijk welbehagen,
opdat ik met mijn volk u dien.
Dat zal mij groter vreugde geven
dan overvloed van tarw’ en wijn.
Ter ruste kan ik mij begeven,
in vrede slapen, want mijn leven
zal, HEER, bij U geborgen zijn”[18].

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 6:12.
[2] Afgelopen woensdag, 30 januari 2019, woonde ik een vergadering bij van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Aldaar werd gesproken over 1 Corinthiërs 6. Dat gebeurde naar aanleiding van schets 7 uit: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. In dit artikel is enige voorstudie samengevat.
[3] 1 Corinthiërs 6:18 en 19.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[5] 1 Corinthiërs 6:20.
[6] Onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 6:20.
[7] De betreffende preek is gedateerd op zondag 6 juni 1982. Thema en verdeling van de preek luiden als volgt:
“Uw lichaam is een tempel van de Heilige Geest
en ik wijs u er op, dat
1. De Heilige Geest Here is, ook over uw lichaam
2. De Heilige Geest Trooster is, ook ten aanzien van uw lichaam”.
[8] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 35.
[9] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 36.
[10] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 38.
[11] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 39.
[12] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 40.
[13] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 41.
[14] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 42.
[15] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 43.
[16] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 44.
[17] Het citaat is afkomstig uit artikel 27.
[18] Psalm 4:3 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

25 juni 2018

Lichamelijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In Paulus’ eerste brief aan de christenen in Corinthe gaat het verrassend vaak over lichamelijkheid.

Lichamelijkheid?
Daar hebben Gereformeerden het niet zo erg druk mee, toch? Eertijds was dat een wijdverbreide opinie.
En ja, het kost ook vandaag nog weinig moeite om een tekst op te zoeken als: “Over het algemeen is er in veel dogmatisch gereformeerde gezinnen weinig aandacht voor het lichamelijke. Al jong word je geleerd dat het draait om de binnenkant, om je hart, en dat je lichaam slechts een tempel van de Heilige Geest is. De beoefening van de godsvrucht werd vaak belangrijker geacht dan de beoefening van het lichaam”[1].

Hoe dan ook: in het Bijbelboek 1 Corinthiërs is ‘lichaam’ een kernwoord[2].

Laat ik een paar voorbeelden onder elkaar zetten.

1.
“Het voedsel is voor de buik en de buik voor het voedsel, maar God zal zowel het één als het ander tenietdoen. Het lichaam is echter niet voor de ​hoererij, maar voor de Heere en de Heere voor het lichaam”[3].
2.
“Het voedsel is voor de buik en de buik voor het voedsel, maar God zal zowel het één als het ander tenietdoen. Het lichaam is echter niet voor de ​hoererij, maar voor de Heere en de Heere voor het lichaam”[4].
3.
“Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[5].
4.
“De vrouw heeft niet de beschikking over haar eigen lichaam, maar de man. En evenzo heeft ook de man niet de beschikking over zijn eigen lichaam, maar de vrouw”[6].
5.
“Er is onderscheid tussen de gehuwde vrouw en het meisje dat nog ​maagd​ is. De ongehuwde draagt zorg voor de dingen van de Heere om zowel naar lichaam als naar geest ​heilig​ te zijn. Zij echter die gehuwd is, draagt zorg voor de dingen van de wereld, hoe zij haar man zal behagen”[7].
6.
“Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word”[8].
7.
“De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging ​zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van ​Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van ​Christus?”[9].

Waarom besteedt Paulus zoveel aandacht aan het lichaam?
In een internetencyclopedie wordt het antwoord zo geformuleerd: “Corinthe stond tevens bekend om zijn immorele leefwijze, die ook zijn sporen trok in de jonge gemeente. Immoraliteit en dronkenschap waren karakteristieke zonden in hun stad en kwamen helaas ook binnen de gemeente voor”[10].
In Corinthe gebeuren allerlei dingen die niet zouden moeten voorkomen. Dingen die strijdig zijn met de goede zeden. Schaamteloosheid is aan de orde van de dag. Kortom: alle beschaving en fatsoen is ver te zoeken.

Daar wil Paulus wat aan doen. Hij gaat er wat van zeggen.
Als je een globale indeling van de brief maakt, zie je al snel waar de pijnpunten liggen:
* over de verdeeldheid in de gemeente – hoofdstuk 1 tot en met 4
* over zedeloosheid en onderlinge rechtszaken – hoofdstukken 5 en 6
* over het huwelijk, echtscheiding, Paulus’ gezag en lessen uit de geschiedenis van Israël – hoofdstukken 7 tot en met 10
* over hoofdbedekking, avondmaal, geestesgaven en de opstanding – hoofdstukken 11 tot en met 16[11].

Tekenend voor de sfeer met betrekking tot lichamelijkheid in deze brief is, wat mij betreft, de tekst die ik hierboven met volgnummer 6 citeerde.

Een deskundige uitlegger noteert: “Paulus wil niet door de scheidsrechter ‘gediskwalificeerd’ (…) worden, zodat hij de prijs niet ontvangt. Met zichzelf als voorbeeld geeft hij daarbij een ernstige waarschuwing aan de Corinthiërs: wie zijn hartstochten, lusten en vrijheidsdrang niet beteugelt, zal uiteindelijk door de hemelse rechter worden afgewezen en veroordeeld”[12].
Een andere schrijver noteert: “Hij wil niet iemand zijn die wel een mooi verhaal vertelt, waarin anderen gevraagd wordt alles prijs te geven, terwijl hij zelf een gemakzuchtig leventje leidt”.
En:
“Letterlijk staat er dat hij zijn lichaam beukt. Daarmee doelt hij op de zware training voor de Spelen. Paulus onderwerpt zichzelf aan een enorme zelfdiscipline”[13].

De energie die je hebt moet je gebruiken voor de goede dingen.
Er is concentratie nodig op Gods Woord, en op Zijn beloften. Ten diepste moet daar de drijfveer in ons leven liggen. Gods Woord en Zijn beloften geven, als het goed is, de motivatie om in het leven keuzes te maken!

Dit artikel begon met die wijdverbreide opinie: “Over het algemeen is er in veel dogmatisch gereformeerde gezinnen weinig aandacht voor het lichamelijke. Al jong word je geleerd dat het draait om de binnenkant, om je hart…”.
Misschien is dat vroeger in sommige gezinnen zo geweest. Maar het is zo langzamerhand wel een verhaal uit de oude doos; echt waar.
En laten we er niet omheen draaien: heeft de lichamelijkheid waar de wereld zoveel bombarie over maakt, ons nu zoveel goed opgeleverd? Ik zou toch denken van niet.

Ik las ergens: “Lichamelijk contact heeft enkele positieve kanten: het brengt je dichter bij de ander en houdt het gevoel van liefde levend. Ieder aangenaam lichaamscontact versterkt de band tussen partners en geeft een prettig gevoel. Het is dus belangrijk om in een relatie, zeker als die al wat langer duurt, aandacht te blijven besteden aan de lichamelijke kant”[14].
Het bovenstaande is ontegenzeglijk waar.

Maar daarmee is, zeker anno 2018, niet alles gezegd.
We leven immers in het decennium van metoo, van seksueel misbruik, van andere lichamelijke en geestelijke mishandeling. Het nieuws hieromtrent golft over de wereld. Velen zijn er die hierover mee kunnen praten.
Steeds weer is er bij slachtoffers die kwellende vraag: had ik meer kunnen doen om misbruik te voorkomen? En de vraag: zijn mensen van de andere sekse eigenlijk nog wel te vertrouwen? Om maar te zwijgen van beelden in het hoofd, de angst – enzovoort.
Die angst is vreselijk.
Die kwellende vragen kunnen je diep-weg voortdurend bezighouden.
Jazeker, lichamelijkheid kan ook een heel moeilijk onderwerp wezen!
Echter – uiteindelijk moeten we allemaal terechtkomen bij die verzuchting uit Psalm 63:
“O God, mijn God, ik zoek uw hand,
ik dorst naar U, blijf op U wachten.
Zie hoe mijn ziel en lichaam smachten
naar U in droog en dorstig land”[15].
Want wie de God van hemel en aarde dient met alles wat hij heeft – ziel en lichaam – is op weg naar een hemel waar alleen maar volmaakte vrede heerst!

Noten:
[1] Geciteerd van https://dogmavrij.nl/lichamelijkheid-en-seksualiteit/ . Geraadpleegd op donderdag 14 juni 2018.
[2] De keuze van een tekst uit het Bijbelboek 1 Corinthiërs is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[3] 1 Corinthiërs 6:13.
[4] 1 Corinthiërs 6:15 en 16.
[5] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[6] 1 Corinthiërs 7:4.
[7] 1 Corinthiërs 7:34.
[8] 1 Corinthiërs 9:27.
[9] 1 Corinthiërs 10:16.
[10] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Korinthiers_(eerste_brief) . Geraadpleegd op woensdag 13 juni 2018.
[11] De indeling komt van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Korinthiers_(eerste_brief)
[12] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij 1 Corinthiërs 9:27. Geraadpleegd op woensdag 13 juni 2018.
[13] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1015.pdf , pagina 154; geraadpleegd op woensdag 13 juni 2018.
[14] Geciteerd van https://www.allesoverseks.be/themas/liefde-relaties/een-goede-relatie/wat-is-het-belang-van-lichamelijkheid-in-een-relatie ; geraadpleegd op donderdag 14 juni 2018.
[15] Psalm 63:1; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Blog op WordPress.com.