gereformeerd leven in nederland

29 juli 2022

Bemoediging

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Jezus is de Redder van de wereld. Wij mogen Zijn liefde verspreiden en op die manier Zijn voorbeeld volgen. Christus’ volgelingen worden gemobiliseerd. Wij worden ingelijfd in het leger van Zijn dienaren.
Die dienst is mooi.
Die dienst geeft hoop.
Die dienst bemoedigt ons.
De apostel Paulus schrijft in zijn eerste brief aan de christenen in Thessalonica ook over bemoediging.
Hij doet dat in hoofdstuk 5.
“Maar laten wij, die van de dag zijn, nuchter zijn, bekleed met het borstharnas van geloof en liefde, en met de hoop op de zaligheid als helm. Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet”.
Even verder:
“En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben”.
Gereformeerden mogen en moeten elkaar moed inspreken. Het leven is niet hopeloos. Het leven houdt niet op bij onze eigen vierkante meters[1].

Geloof en liefde, dat moet onze inborst zijn. Geloof en liefde, die moeten wij dagelijks in het hart dragen. Als wij dat doen volgen wij het voorbeeld van Jezus Christus, onze Heiland. Want Hij deed dat ook zo.
Jesaja profeteert daar al over in het Oude Testament: “Want Hij trok de gerechtigheid aan als een harnas en zette de helm van het heil op Zijn hoofd. Het gewaad van de wraak trok Hij aan als kleding en Hij hulde zich in de na-ijver als mantel”.
Die woorden spreekt Jesaja in hoofdstuk 59 uit in het kader van een vermaning. Waarom moet Israël – zeg maar: de kerk van het Oude Testament – vermaand worden? Antwoord: Israël houdt zich keurig aan allerlei godsdienstige rituelen, maar de gerechtigheid is onder het volk ver te zoeken.
Wat betekent dat?
De Christelijke Gereformeerde predikant A.G.M. Weststrate schreef daar eens over: “Wat is gerechtigheid? Heel eenvoudig gezegd: gerechtigheid is doen wat van je verwacht mag worden. Om het met een voorbeeld duidelijk te maken: Een pen is gemaakt om te schrijven. Een pen die niet schrijft, zou in dat opzicht dus onrechtvaardig genoemd kunnen worden. Een horloge is gemaakt om de tijd af te lezen. Werkt het naar behoren, dan zou dat gerechtigheid genoemd kunnen worden. Een mens is gemaakt om God te loven en te dienen. Een mens die God niet looft en dient, moet dus onrechtvaardig heten. We zijn geroepen elkaar lief te hebben als onszelf. Doen we dat niet, dan is dat dus geen gerechtigheid. Gerechtigheid betekent ook recht staan tegenover de Heere”.
Laten wij elkaar moed inspreken.
Laten wij elkaar stimuleren om recht te doen. Niet alleen maar van de buitenkant, maar van binnenuit. Laat onze dienst aan God welgemeend zijn, en niet slechts voor de vorm[2].

Onze dienst aan God is in feite ook krijgsdienst. Paulus maakt dat helder in in Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden. Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede”.
Als wij geloof en liefde in de praktijk willen brengen, moeten we ons wapenen met Gods Woord. Wij moeten niet maar wat op het kerkplein blijven drentelen, maar we moeten recht tegenover God staan. Wij kunnen Hem vrijmoedig en blijmoedig benaderen. Wij moeten elkaar aanmoedigen en bemoedigen. Want Jezus is voor ons gestorven. Hij heeft voor onze zonden betaald[3]!

Bemoediging is in onze tijd hard nodig.
Voor de agrariërs bijvoorbeeld.
Een hersteld hervormde dominee zegt op zaterdag 16 juli jongstleden in het Nederlands Dagblad: “De overheid staat er nu heel anders in dan tien jaar geleden. Toen werden boeren juist opgeroepen grotere stallen te bouwen. Hoe betrouwbaar ben je dan nog als je nu zegt dat er bedrijven moeten stoppen?’ Joppe worstelt zelf ook met de plannen van het kabinet. ‘Ik ben boerenzoon, en heb zelf gezien dat het boeren steeds lastiger is gemaakt. Dat zie ik in mijn gemeente ook, terwijl boeren heel hard werken en best bereid zijn allerlei innovaties door te voeren”.
Maar vervolgens krijgt de hardwerkende boer te horen dat hij misschien wel moet stoppen…
Het is één van de voorbeelden waaruit blijkt dat de Nederlandse overheid op een aantal terreinen momenteel ronduit onbetrouwbaar is. Wie in Nederland de trefwoorden ‘aardbevingsschade’ en ‘belastingdienst’ noemt ziet in zijn leven de bewolking al snel aankomen.
Is het een wonder dat heel wat mensen in onze tijd Gods stem graag willen horen?

Intussen zijn boze en verongelijkte boeren, opgewonden en als door het dolle heen, uit hun stallen gekomen.
In de afgelopen dagen leidden hun acties op de snelwegen tot levensgevaarlijke situaties. Heel veel weggebruikers werden moedwillig in gevaar gebracht.
Conclusie: Nederland blijkt in veel opzichten een land dat van God los is. Dit zijn immers ronduit anarchistische toestanden!
Wederom klinkt de vraag: is het een wonder dat heel wat mensen in onze tijd Gods stem graag willen horen? De vraag stellen is haar beantwoorden. Wat zou Hij hiervan zeggen?
Laten wij bij dit alles het buitenland niet vergeten.
Neem nu India. Sinds premier Modi in 2014 aan de macht kwam, neemt het geweld tegen christenen in India gaandeweg toe.
Frustratie is in onze wereld bij tijd en wijle aan de orde van de dag. En ja, de moedeloosheid sluipt soms op kousenvoeten binnen[4].

Daarom is bemoediging in onze tijd hard nodig. De mensen om ons heen zoeken dat ook. Het is niet voor niets dat gospelmuziek momenteel bijna een hype is. Men hoort het zeer regelmatig: in televisieprogramma’s, concertzalen, musea en in sommige kerkdiensten.
Laten we elkaar maar blijven bemoedigen.
Laten wij verder nooit vergeten dat er eens een moment komen zal waarop onze Heiland komen zal.
Paulus wijst daar ook op in 1 Thessalonicenzen 5: “En moge de God van de vrede Zelf u geheel en al heiligen, en mogen uw geheel oprechte geest, de ziel en het lichaam onberispelijk bewaard worden bij de komst van onze Heere Jezus Christus. Hij Die u roept, is getrouw: Hij zal het ook doen”.
Als dat geen bemoediging is…[5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik 1 Thessalonicenzen 5:8-11 en 1 Thessalonicenzen 5:14.
[2] In deze alinea citeer ik Jesaja 59:17. Verder gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Jesaja 59:15b-21. En ook: ds. A.G.M. Weststrate, “Kogelvrij vest (Efeze 6:14b) (Efeze 2)”. In: De Wekker, vrijdag 12 november 2010, p. 13.
[3] In deze alinea citeer ik Efeziërs 6:12-15.
[4] “Ook dominee worstelt met stikstof”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 16 juli 2022, p. 4.
[5] In deze alinea citeer ik 1 Thessalonicenzen 5:23,24.

30 juni 2022

Vlam van de levensvreugde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In de kerk laten wij elkaar iets zien van Gods genade. God gaat door met Zijn werk, tot aan de voleinding van de wereld. Gedurende heel ons leven mogen we binnen en buiten de kerk demonstreren dat wij toonbeelden van christelijke hoop zijn.

In ons bestaan flakkert, als het goed is, altijd de vlam van de levensvreugde. Daarom maken we het leven graag aangenaam voor elkaar. Paulus vat in Galaten 5 onze taak kort samen: “Want de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste liefhebben als uzelf”[1].

Wij hebben alle gelegenheid om elkaar die liefde te geven. Wij leven in vrijheid, schrijft Paulus aan zijn lezers. Wij zijn van schuld vrijgesproken. Jezus Christus heeft onze schuld betaald. Wij kunnen herademen. Er is niets meer dat ons tegenhoudt om blijmoedig verder te gaan met leven!
Geloof maar in het levensreddende werk van Jezus Christus.
Dat geloof wordt vooral zichtbaar in de liefde die wij voor elkaar tonen.
In en rondom de kerk is het daarom een en al bedrijvigheid. De mensen zijn volop actief. Want zij zijn vrij!

Maar dat weet de duivel natuurlijk ook. Daarom doet hij z’n best om in kerkelijk Nederland twist en tweedracht te zaaien. Dat lukt hem bij tijd en wijle aardig goed. Paulus geeft een dringend advies aan Timotheüs: “Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen”. Dat is een goed advies aan voorgangers. Maar ook gewone gemeenteleden kunnen er zeker hun winst mee doen.
Ach, wij kunnen ons soms zo alleen voelen. Is er niemand meer in de buurt die dezelfde strijd voert als wij? Jawel. Als het hierom gaat snoert Petrus ons in in zijn eerste algemene brief de mond: “Wees nuchter en waakzaam; want uw tegenpartij, de duivel, gaat rond als een brullende leeuw, op zoek naar wie hij zou kunnen verslinden. Bied weerstand aan hem, vast in het geloof, in de wetenschap dat hetzelfde lijden ook aan al uw broeders in de wereld opgelegd wordt”. Het kan heel best zo wezen dat u zich alleen voelt. Maar de werkelijkheid is dat er nog veel meer mensen in de werelds zijn die, mutatis mutandis, dezelfde strijd voeren.  
En er is nog iets. Die twist en tweedracht komen voort uit de tijdnood die de satan heeft. Hij weet het wel: het moet nu gebeuren, want straks kan het niet meer. Denkt u in dit verband maar aan die bekende woorden uit Openbaring 12: “Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de duivel is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft”[2].

Bij dit alles komt nog dat Nederland momenteel van crisis naar crisis hobbelt. Er is een stikstofcrisis, een gascrisis, een opvangcrisis – kortom: wij gaan van crisis tot crisis steeds voort.
In die situatie kan men de wenkbrauwen fronsen. Lief zijn voor elkaar? Dat is toch geen doen? Het tegendeel is toch waar? Het komt er, kort samengevat, op neer, dat wij haar op de tanden moeten hebben om ons staande te houden in deze woelige wereld.
Tenminste… zo lijkt het.
Want de apostel Paulus schrijft nog wat meer aan de christenen in Galatië. Leest u maar even mee: “Maar als u elkaar bijt en verslindt, pas dan op dat u niet door elkaar verteerd wordt. Maar ik zeg: Wandel door de Geest en u zult zeker de begeerte van het vlees niet volbrengen. Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar, zodat u niet doet wat u zou willen. Als u echter door de Geest geleid wordt, bent u niet onder de wet”.   

Wij hebben door het werk van de Heilige Geest alle vrijheid om elkaar liefde te geven. Die liefde merken wij niet alleen in de kerk. De warmte daarvan straalt ook naar buiten.
In verband daarmee citeer ik graag een stukje uit een al wat oudere brochure van de Staatkundig Gereformeerde Partij: “De norm voor het gebruik van de vrijheid is het nut, dat de naaste dient. De naaste is wezenlijk in het christelijk ethos. Hij hangt er maar niet bij, doordat wij zelf eerst een ruime plaats gekregen hebben. Hij is niet de stof voor de verwerkelijking van mijzelf. Zijn leven is niet het veld dat mij dient als oefenterrein voor de realisering van mijzelf. Mens-zijn is niet denkbaar zonder de gemeenschap met anderen. Het feit dat ik er ben is te danken aan de gemeenschap van mijn ouders. Ik ben op de ander aangewezen. Dat is geen knellend juk, maar een lichte last”.
Paulus schrijft: “De vrucht van de Geest is (…): liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”.
Wie die vrucht dagelijks gebruikt, ziet de vlam van de levensvreugde oplaaien. Hij slaagt er vast en zeker in zijn omgeving te verwarmen![3]

Noten:
[1] Galaten 5:14.
[2] In deze alinea citeer ik 1 Timotheüs 4:16, 1 Petrus 5:8,9 en Openbaring 12:12.
[3] Het citaat uit de SGP-brochure komt uit: Prof. Dr. A. Troost, Prof. Dr. W.H. Velema, “Hedendaagse ethiek in het licht van het Nieuwe Testament”. – Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 1971. – 31 p. (OK-katern 8).  – citaat van p. 22. Verder citeer ik Galaten 5:22.

19 mei 2022

De kerk leert liefhebben

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waar is de liefde in deze wereld gebleven?
Wie het nieuws volgt, vraagt zich dat met zekere regelmaat af.
Liefhebben: dat is voor alle volgelingen van Jezus Christus een opdracht. In Johannes 13 geeft Jezus die opdracht aan de kerk in wording. Aan de discipelen dus. Wij lezen daar: “Toen hij dan naar buiten gegaan was, zei Jezus: Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt, en God is in Hem verheerlijkt. Als God in Hem verheerlijkt is, zal God Hem ook in Zichzelf verheerlijken, en Hij zal Hem meteen verheerlijken. Lieve kinderen, nog een korte tijd ben Ik bij u. U zult Mij zoeken, en zoals Ik gezegd heb tegen de Joden, zo zeg Ik het nu ook tegen u: Waar Ik heen ga, kunt u niet komen. Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt”[1].

Vóórdat Jezus Zijn liefdegebod geeft, stuurt Hij Judas de deur uit. Judas zal Hem verraden. Hij is een werktuig van Gods tegenstander, de duivel. Christelijke liefde past nu niet bij Judas. Daarom zegt Jezus: ga maar weg. “Wat u wilt doen, doe het snel”.
Wat gebeurt hier ten principale? Kerk en wereld komen hier tegenover elkaar te staan. Christenen en Christusloochenaars worden hier tegenover gezet. Die twee kampen komen nooit bij elkaar![2]

“Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt”, zegt Jezus.
“Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt” – ja, dat zegt de Heiland. De verrader, Judas dus, doet in de donkere nacht zijn satanische werk. Nu lijkt alles verloren. Jezus Christus gaat, naar het lijkt, ten onder. Maar juist nu zegeviert de hoge God. Want Zijn Zoon gaat Zijn verlossingswerk helemaal afmaken. Hij gaat de zondeschuld van alle wereldburgers betalen. Een uitlegger noteert: “Hij ziet reeds het volle resultaat voor Zich. Het ‘nu’ is hier het ‘nu’ van het kruis. Wat de verrader gaat doen en snel gaat doen, werkt mee aan de verheerlijking van de Zoon des mensen. Deze verheerlijking vindt plaats in de dood die Hij zal ondergaan aan het kruis. Verheerlijken wil zeggen het volledig laten zien van alle heerlijke eigenschappen van Hem als de ware Mens Die altijd in alles Zijn God volmaakt heeft gehoorzaamd. Dat is in Zijn hele leven zichtbaar geweest, maar zal op het kruis zijn hoogtepunt en bekroning vinden”.
Wat gaat er daar gebeuren? Antwoord: de God van hemel en aarde gaat gloriëren over alle duivelse machten. Vanaf nu geldt dat al Gods kinderen met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom zijn, niet van zichzelf, maar van hun trouwe Heiland Jezus Christus. Want het is honderd procent zeker: Hij gaat met zijn kostbaar bloed voor al hun zonden volkomen betalen en hen uit alle macht van de duivel verlossen.
Herkent u Zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus?[3]

“Waar Ik heen ga, kunt u niet komen”, spreekt Jezus uit. Hij kondigt Zijn hemelvaart aan.
Wat moeten Jezus’ leerlingen doen als hun Leermeester ten hemel gevaren is? Antwoord: zij moeten in de kerk tonen wat Gods liefde inhoudt. Gods kinderen moeten begrijpen wat de liefde van God betekent.
Die uitlegger die hierboven reeds geciteerd werd noteert ook: “Het gaat hier niet om de liefde voor verloren mensen, hoe belangrijk ook, maar om het onbaatzuchtig zoeken van het goede voor de broeder en zuster. Het gaat om het elkaar liefhebben als discipelen van Christus overeenkomstig Zijn liefde. Wanneer Hij zal zijn opgestaan uit de doden, zullen deze nieuwe verbindingen tot stand gebracht worden en op steeds duidelijker wijze zichtbaar worden. Wat de Heer hier zegt, noemt Hij ‘een nieuw gebod’, want het gaat om de broeder, niet om de naaste. Het gebod om de naaste lief te hebben behoort tot de geboden van het Oude Testament. Die geboden zijn gegeven om daardoor het leven te krijgen. Dat is door de zondigheid van de mens onmogelijk gebleken. Het nieuwe van het gebod dat de Heer geeft, is dat Hij het leven geeft waardoor de discipelen elkaar kunnen liefhebben. De opdracht is daardoor een vanzelfsprekendheid, we doen het als vanzelf. Het is een gebod dat waar is in Christus en door Hem is waargemaakt. En omdat Hij ons leven is, is het ook waar in ons en kan het door ons worden waargemaakt”[4].

Doordat God ons liefheeft, kunnen wij Hem liefhebben.
En omdat wij Hem liefhebben, zijn wij ook in staat om onze broeders en zusters lief te hebben.
Daarom zijn wij attent op elkaars wel en wee.
Daarom hebben we aandacht voor elkaars noden.
Daarom stoppen we zo nu en dan met voorthollen om elkaar te helpen.

In deze tijd is aandacht voor Gods liefde en genegenheid voor elkaar dat van het grootste belang.
In het navolgende zal dat alras blijken.
In een essay dat werd gepubliceerd in een bijlage van het Nederlands Dagblad, schreef ND-redacteur Hilbrand Rozema: “Johann Hari interviewde ruim tweehonderd deskundigen voor zijn boek ‘De aandacht verloren. Waarom we ons niet meer kunnen concentreren’. Deze plaag van versnipperde aandacht knaagt aan de wilskracht. Het zorgt ervoor dat we zelfs simpele klussen niet meer zo doelgericht afmaken als voorheen. Het doet ons vermogen haperen om problemen op te lossen en om te gaan met tegenslag. Het vreet zich in. Het heeft gevolgen voor álles.
Het is op veel plaatsen allang geaccepteerd dat mensen tijdens kerkdiensten op hun telefoons kijken. Of dat tijdens een samenzijn ineens iedereen z’n telefoon gaat checken. Op zo’n moment zou ik graag rondgaan met een emmer water: gooi hier maar in, mensen, die vijand van je ziel, je gemoedsrust, je gebedsvermogen, je liefde en je contactuele eigenschappen.
In een interview in NRC vergelijkt Johann Hari de collectieve aandachtscrisis met de loodvergiftiging via de oude drinkwaterleidingen van begin twintigste eeuw. Die leidde tot ernstige hersenschade bij kinderen, waardoor ze niet meekwamen op school. Hij roept op tot een ‘attention rebellion’, een opstand tegen dat permanent vangen van onze aandacht door de grote sociale-media-bedrijven. Want dat is waar ze hun geld mee verdienen”.  
Laten wij in de kerk nog maar eens repeteren wat Jezus zei: “Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben. Hierdoor zullen allen inzien dat u Mijn discipelen bent: als u liefde onder elkaar hebt”.
Dat nieuwe gebod met met name Gods kinderen attent maken.
Liefde voor elkaar: zeker de kerk mag die niet verliezen.
Aandacht-ig leven: dat mag de kerk nooit verleren[5].

Noten:
[1] Johannes 13:31-35.
[2] In deze alinea citeer ik Johannes 13:27 b.
[3] In deze alinea citeer ik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1536.pdf , p. 249; geraadpleegd op vrijdag 13 mei 2022. Verder gebruik ik Zondag 1, antwoord 1 uit de Heidelbergse Catechismus.
[4] In deze alinea citeer ik van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1536.pdf , p. 251; geraadpleegd op vrijdag 13 mei 2022.
[5] In deze alinea citeer ik uit: Hilbrand Rozema, “Onze aandacht gaat stuk. Het is tijd in opstand te komen”. Essay in: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 13 mei 2022, p. 3.

24 februari 2022

Onzelfzuchtige liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Kerkmensen kunnen zomaar een verkeerd beeld van de wereld scheppen. Zij kunnen gaan denken dat in de kerk iedereen lief voor elkaar is. In de wereld daarentegen bijten ze elkaar, en branden elkaar af… Dit is een karikatuur. Het is onzin. In de wereld zijn heel veel lieve mensen. En in de kerk zijn er ook heel veel.

Is er dan geen verschil tussen de liefde in de wereld en de liefde in de kerk? Hopelijk wel.
In de kerk is er, naar wij mogen verwachten, onbaatzuchtige liefde. Dat is liefde die gegeven wordt zonder er iets voor terug te verwachten.
Om die onbaatzuchtige liefde gaat het in Lucas 6. Leest u maar mee: “En zoals u wilt dat de mensen u doen, doet u hun ook zo. En als u hen liefhebt die u liefhebben, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. En als u goeddoet aan hen die u goeddoen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars doen hetzelfde. En als u leent aan hen van wie u hoopt terug te ontvangen, wat voor dank komt u daarvoor toe? Immers, ook de zondaars lenen aan zondaars, om hetzelfde terug te ontvangen. Maar heb uw vijanden lief en doe goed, en leen zonder te hopen iets terug te krijgen. Dan zal uw loon groot zijn en zult u kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goedertieren over de ondankbaren en slechten. Wees dan barmhartig, zoals ook uw Vader barmhartig is”[1].

Die laatste zin spreekt boekdelen.
Vader verzorgt ons. En wat laten wij zien? Antwoord: een kleinzielig ‘borduurwerk’ van vuiligheid en zonde met een wereldwijde omvang. Dat ‘borduurwerk’ ligt, om zo te zeggen, als een zwarte deken over de wereldbol. Vanuit de hemel ziet God dat alles en iedereen besmeurd is. De schepping die de hoge God zo volmaakt en zorgvuldig maakte is tot in de grond van de zaak bedorven.
En toch is er 24/7 de Thuiszorg van Vader. Want Hij laat ons niet los. Zo moeten wij omgaan met de mensen in onze omgeving.

Waarom moeten wij eigenlijk zo trouw zijn? Dat wordt duidelijk als wij Jacobus 5 erbij nemen. Citaat: “Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en barmhartig”.
Wij moeten, als het gaat om de zorg voor de mensen om ons heen, uithoudingsvermogen tonen. Wij moeten geduldig wezen.
Job is ook geduldig. Natuurlijk – hij is ook wel eens opstandig. Maar steeds weer komt hij tot de conclusie dat God de wereldgeschiedenis onder controle heeft: “De Heere heeft gegeven en de Heere heeft genomen; de Naam van de Heere zij geloofd!”.

Nee, volmaakt wordt het in deze wereld nooit. En dat mogen we ook best toegeven. Soms is de agenda te vol. De mogelijkheden zijn beperkt. En nee, wij kunnen niet alles tegelijk. Maar altijd weer mogen we in deze wereld het signaal afgeven: bij God de Vader kunt u terecht! Net zoals de verloren zoon in Lucas 15 bij zijn vader terecht kan als hij arm en berooid naar huis terugkeert[2].

De woorden waarmee dit artikel begint worden door Jezus uitgesproken. Wanneer doet Hij dat? Antwoord: vlak nadat Hij de apostelen heeft uitgekozen. Dat gebeurt ook in Lucas 6. De apostelen moeten op vijandschap voorbereid zijn. Zij zullen tegenstand ontmoeten.
En ook kerkmensen van 2022 ontmoeten soms mensen die spotten met God en gebod. Zulke mensen vloeken zonder dat zij erbij nadenken. Zulke mensen gebruiken formuleringen die kerkmensen nooit zouden kiezen. Dat is, op z’n zachtst gezegd, irritant. Dat is ergerlijk. En dat alles maakt Gods kinderen bij tijd en wijle moedeloos. Wij krijgen wellicht een dikke huid. Onze harten worden hard en bijkans ondoordringbaar. Welnu, Jezus leert Zijn leerlingen en ook ons allen: er is alle reden om zacht te blijven. En dat kan. Niet voor niets zeggen de Dordtse Leerregels ons: “Hij dringt ook door tot in het diepst van de mens met de krachtige werking van diezelfde Geest, die wedergeboorte werkt; Hij opent het gesloten hart, Hij maakt het harde zacht, Hij besnijdt het onbesnedene, Hij vernieuwt de wil: van dood maakt Hij hem levend, van slecht goed, van onwillig gewillig, van weerbarstig gehoorzaam. Hij brengt de wil zover en geeft deze zoveel kracht, dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen”. Wij mogen om Geestelijk ingrijpen vragen![3]

De Here Jezus Christus toonde ons het toppunt van Goddelijke ontferming. Hij werd gekruisigd. En wat zei Hij, toen Hij tussen hemel en aarde hing? Dit: “Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen”. Er is in de kerkgeschiedenis nog iemand geweest die iets dergelijks zei. Stefanus namelijk. Hij zei het vlak voor zijn dood. Leest u maar mee in Handelingen 7: “Heere, reken hun deze zonde niet toe”.
Dat is het toppunt van onzelfzuchtige liefde.
Laten wij maar proberen om belangeloos liefde te geven aan allen om ons heen. En als dat roemloos mislukt, laten wij dan letten op onze Heiland![4]

Noten:
[1] Lucas 6:31-36.
[2] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Jacobus 5:11 en Job 1:21 b. Verder gebruik ik Lucas 15:11-32.
[3] In deze alinea citeer ik uit de Dordtse Leerregels, hoofdstuk III/IV, artikel 11.
[4] In deze alinea citeer ik Lucas 23:34 en Handelingen 7:60.

17 september 2021

Echte liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het gaat niet om wat u aan hebt. En ook niet om wat u gisteren gedaan hebt. En ook niet om de cijfers die gehaald zijn. En ook niet om wat u wel of niet kunt betalen. En ook niet over de vraag of u een goede werknemer bent. En ook niet over de kracht waarin u staat. En ook niet over de vraag of u er mooi uit ziet. “Heb lief, heb lief! Laat de liefde in je huis. Heb lief! De rest is ruis”.
Dat is de boodschap die de Nederlandse cabaretière Claudia de Breij brengt in een nieuw liedje1.

Dat liedje werd geschreven in coronatijd. De mensen werden gekortwiekt. Opeens waren er heel veel beperkingen. En wat bleef er toen over? Wat hebben we nu nog in handen? Antwoord: de liefde voor elkaar. Alles draait om genegenheid voor de ander. Heb lief!

De boodschap die de cabaretière brengt is, op zichzelf genomen, niet zo gek. Liefde voor elkaar? Dat is een goede zaak. Maar Gereformeerde mensen hebben veel meer te melden. Zij doen het Woord van God open. En daar lezen zij bijvoorbeeld 1 Corinthiërs 13: “Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben. En nu blijven geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde”.
Er komt een moment dat wij Jezus Christus, onze Redder, recht in de ogen kunnen kijken. Wij kunnen God niet doorgronden. Het Hoofd van de kerk kent zijn kinderen wel helemaal. Hij kent hen door en door. Hij weet wat ons bezighoudt, en waarom dat zo is. Er zal een tijd komen waarin wij volledig doorzien Wie God is en hoe Hij werkt. Dat geloven wij. Daar hopen wij op2.

Op de weg naar die prachtige toekomst is de liefde voor elkaar bepalend. Maar het is een liefde die verder gaat dan de genegenheid van Claudia. Waarom? In het liedje van Claudia houdt de liefde bij de dood op. Maar na de dood van gelovigen wordt de liefde versterkt. Als Gods kinderen gestorven zijn wordt de liefde alleen maar groter.
Wat is de echte werkelijkheid? Antwoord: niet alleen mijn ziel wordt na dit leven terstond tot haar Hoofd Christus opgenomen, maar ook mijn lichaam wordt “door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig (…) Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”.
Dat is met recht onvoorstelbaar te noemen. Men kan geen lied maken waarin exact beschreven wordt hoe de toekomst eruit ziet. Men kan geen lied maken dat heel precies de blijdschap in die toekomst vertolkt. Men kan geen tekst schrijven waarin puntsgewijs op een rij staat hoe het leven eruit ziet als God alles in allen is.
En toch zal dat de realiteit wezen. Dat is nu geloofskennis3.

In 1 Petrus 4 wordt erop gewezen dat wij elkaar lief moeten hebben. En ook daar zien we de grote lijn. De toekomst is in zicht: “En het einde van alle dingen is nabij; wees daarom bezonnen en nuchter in de gebeden. Maar heb voor alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken”4.

De ware gelovige heeft, wanneer het over liefde gaat, meer te vertellen dan: alles begint en eindigt met genegenheid; de rest is slechts gezoem dat naar de achtergrond moet worden gedrukt.
De liefde die de ware gelovige uitstraalt, heeft altijd een connectie met God in de hemel. In de genegenheid die hij geeft komt altijd iets van Gods liefde mee. Waarom wij dat zo zeker mogen weten? Omdat 1 Johannes 4 in de Bijbel staat: “Geliefden, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde is uit God; en ieder die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde. Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden”.
Daar is het cruciale verschil tussen de liefde die Claudia bezingt en de liefde waar wij in de kerk van mogen genieten. Jezus Christus is heeft geleden om te betalen voor de zonden van heel de wereld. Ieder die in Hem gelooft gaat niet verloren. Gods oneindige liefde tilt ons over de dood heen. Die liefde brengt ons naar een oneindige toekomst toe!5

“Heb lief, heb lief! Laat de liefde in je huis. Heb lief! De rest is ruis”, zingt Claudia de Breij.
De kerk zegt: echte liefde vinden we bij God en in Zijn huis!

Noten:
1 Het liedje is te vinden op https://www.youtube.com/watch?v=8LbUduF1o70 ; geraadpleegd op zaterdag 11 september 2021.
2 In deze alinea citeer ik 1 Corinthiërs 13:12 en 13.
3 In deze alinea citeer ik antwoorden uit Zondag 22 van de Heidelbergse Catechismus.
4 1 Petrus 4:7 en 8.
5 In deze alinea citeer ik 1 Johannes 4:7-10.

Materiaal uit dit artikel is gebruikt voor de rubriek ‘Allereerst’ (het voorwoord) van het Gereformeerd familieblad De Bazuin, jaargang 15 nr 9 (oktober 2021).

6 mei 2021

Simpel Evangelie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Houd iedereen in ere; heb al uw broeders lief; vrees God; eer de koning“. Deze tekst komt uit 1 Petrus 21. Kan het simpeler? Deze tekst is van een welhaast verpletterende eenvoud. Het is allemaal wel heel eenvoudig, vindt u ook niet?

Het lijkt, in de omstandigheden van vandaag, echter geen luxe om die eenvoudige regels tot ons door te laten dringen.
Waarom? Er zijn tenminste twee redenen voor.
1.
Op Koningsdag was het in de binnensteden veel te druk. Massa’s burgers hebben grote moeite om zich aan overheidsmaatregelen te houden.
En laten we wel wezen: het overheidsbeleid ten aanzien van het COVID 19-virus is ook niet meer helemaal helder uit te leggen. De regering ’neemt de gok‘, in hope op betere tijden. De voorman van het overleg van de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s sprak: “Stap voor stap enig risico durven nemen is nodig. Blijven leunen op handhaving en nalevingsmaatregelen biedt een onvoldoende oplossing voor deze crisis”2. Het nieuwe devies is dus: breek de boel voorzichtig open… Maar een zeker deel van het volk stapt daarbij onbekommerd over allerlei grenzen heen.
2.
In het parlement wordt schier eindeloos geredekaveld over van alles en nog wat. Men vertrouwt elkaar maar amper meer. Men kan zich afvragen: waar gaat dit naar toe? En vooral: waar eindigt dit?

In de kerk geldt het adagium: u hebt Christus leren kennen!
Wat betekent dat?
Wie bij de God van hemel en aarde hoort, wordt vernieuwd. De oude mens raakt op de achtergrond. Er komt een nieuwe mens voor in de plaats. In 1 Petrus 2 wordt erop gewezen dat goed gedrag van christenen opvalt. Natuurlijk – er zal altijd spot en hoon zijn. Er zullen altijd beschuldigingen klinken. Maar als de mensen mooie en goede dingen bij Christus‘ volgelingen zien zullen ze hopelijk zeggen: bij God horen is eigenlijk prachtig!

Onderwerp u aan het gezag, schrijft Petrus. En blijf maar goede dingen doen. Blijf maar in het spoor van Jezus Christus, de Heiland. Wie dat doet, trekt de aandacht.
Petrus noteert: gebruik de vrijheid die u gekregen hebt op de juiste manier, namelijk om de Here te dienen! Toegegeven – dat baart lang niet altijd opzien. Er wordt heel vaak maar amper op gelet. Nou ja, de buren weten dat u naar de kerk gaat. Maar verder?… Nee, de buitenwacht zal het meestal niet zien. Maar in de kerk valt het wel op hoeveel respect u toont. Trouwens, in de brief aan de Romeinen schrijft de apostel Paulus in hoofdstuk 12: “Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon“3. Petrus staat dus niet alleen als hij zijn dienstorder geeft!
Een paar hoofdstukken verder wijst Petrus duidelijk aan dat het hem niet alleen om horizontale relaties gaat. Het gaat ook om de verticale relatie, de band met God dus. Citaat: “Evenzo, jongeren, wees aan de ouderen onderdanig; en wees allen elkaar onderdanig. Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade“4. Gods genade, Zijn barmhartigheid – daar gaat het in dit aardse leven om!
Trouwens – het is vast geen toeval dat Petrus in het laatste citaat met name jongeren aanspreekt. Hebben juist zij niet de vaak de neiging om tegen het gezag aan te trappen?

“Heb al uw broeders lief“, schrijft Petrus op. Daar staat een woord dat letterlijk ’broederschap‘ betekent5. Wat voor liefde is dat?
Wie dat wil weten, moet even terugbladeren in deze brief van Petrus. In hoofdstuk 1 heeft Petrus al geschreven dat zijn lezers zich gereinigd hebben in de gehoorzaamheid aan de waarheid. Dat is werk van de Heilige Geest6. Door Zijn werk heerst er een liefdevolle sfeer in de kerk.
De apostel Paulus zit in Efeziërs 4 op dezelfde lijn: kinderen van God moeten zich “beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede“7. Het draait hier dus om vrede en liefde die door de Heilige Geest gegeven wordt. Wie in een liefdevolle kerkgemeenschap wil blijven leven, moet bidden om het voortgaande werk van Gods Heilige Geest!

Het is nuttig om het bovenstaande eens op te schrijven casu quo weer eens te lezen. We leven in een tijd waarin demonstraties aan de orde van de dag zijn. Als het niet over coronamaatregelen gaat, gaat het wel om stakingen om een beter loon af te dwingen8. Maar ook in deze tijd wordt de kerk geroepen om naar Gods wetten en regels te leven: “Houd iedereen in ere; heb al uw broeders lief; vrees God; eer de koning“. Het is allemaal heel ongekunsteld. Maar juist die simpelheid brengt ons tot rust!

Noten:
1 1 Petrus 2:17.
2 Geciteerd van https://www.rd.nl/artikel/922958-stap-voor-stap-enig-risico-durven-nemen-is-nodig ; geraadpleegd op donderdag 29 april 2021.
3 Romeinen 12:10.
4 1 Petrus 5:5.
5 Zie de aantekening bij dit vers in de Herziene Statenvertaling.
6 Zie 1 Petrus 1:22: “Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, 
tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar vurig lief uit een rein hart“.
7 Efeziërs 4:3.
8 Zie hiervoor onder meer https://nos.nl/artikel/2378479-vanochtend-eerste-acties-op-het-spoor-treinen-rijden-nu-weer en https://nos.nl/artikel/2376431-stakende-beroepschauffeurs-bijeen-op-drive-in-protestmanifestaties ; geraadpleegd op donderdag 29 april 2021.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.