gereformeerd leven in nederland

15 november 2019

Welkom in Vaders huis!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[1].

Hierboven staat een heel bekende tekst. Zeg maar gerust: een tophit in het Gereformeerde leven. Een tekst over liefde. Een tekst die aangeeft dat het leven van een gelovig mens altijd de goede kant op gaat. Een tekst die ons eraan herinnert dat wij door God geroepen zijn.
Een tekst die ons eraan herinnert dat wij met onbreekbare banden aan Jezus Christus verbonden zijn.
Altijd schijnt in ons leven het licht der wereld. U weet wel, dat licht van Johannes 8: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[2].
Gereformeerden hebben altijd licht bij zich!

Iemand schreef: “Je moet van jezelf houden voordat je anderen lief kunt hebben. Heel leuk en inspirerend allemaal, maar hoe gaat zo’n self love dan verder in de praktijk? Oké, laten we het even vergelijken met een vriendin. Je kunt haar nog zo lief vinden, maar als je haar verjaardag vergeet, zal ze toch een beetje teleurgesteld zijn. Kortom: liefhebben is een werkwoord, je moet er iets voor doen. En dat ‘doen’, dat kun je eigenlijk zien als self care[3].
In het bovenstaande staat veel waars.
Maar bij die self care begint het in de kerk niet.
Dat wordt duidelijk als wij een ogenblik in Romeinen 9 gaan lezen. Daar schrijft Paulus over Isaäk, Rebekka en de kinderen die zij krijgen. Als volgt: “…toen de ​kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden – opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden, niet uit de werken, maar uit Hem Die roept – werd tot haar gezegd: De meerdere zal de mindere dienen. Zoals geschreven staat: ​Jakob​ heb Ik liefgehad en ​Ezau​ heb Ik gehaat”[4].
God kiest de Zijnen uit, Hij roept die allen[5]. Alles begint niet bij ons voornemen om onszelf in het vervolg wat liever te vinden. De start ligt bij Gods heilsplan. Hij nam Zich voor om Zijn kinderen te roepen. En Hij deed het ook.
Dat is de reden dat wij God liefhebben. ’t Zit ‘m niet vast op een of ander religieus DNA waarmee wij begiftigd zijn. De Here laat ons het licht zien. Zijn licht. Zo komt het dat Gereformeerden in de wereld een charismatische uitstraling hebben.

Alle dingen werken mee ten goede, schrijft Paulus.
Misschien hebben wij thans de neiging om meewarig onze schouders op te halen. Er is immers zoveel ellende in de wereld? Dat is waar. Maar wie beperkt wordt, heeft des te meer gelegenheid om zich te concentreren op één ding. Hij of zij is, om wat voor reden dan ook, tot veel dingen niet meer in staat. Maar er blijft altijd Eén over. De Heiland zegt: vertrouw maar op Mij, en laat de rest maar zitten.
Natuurlijk is dat niet makkelijk. Wij staren lang op onze tegenspoed. Op onze ergernissen. Wij voelen ons wellicht bij tijd en wijle machteloos als wij te maken hebben met overheden en instanties die ons onrecht aandoen. En misschien denken wij zelfs wel: wat moet de heilige God aanvangen met al die aardse rommel?
Er blijft altijd Eén over – Eén die zal oordelen over levenden en doden.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken gelovige mensen onbekommerd uit: “Terecht is daarom de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend voor de slechte en goddeloze mensen, maar de rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen er vurig naar en putten er rijke troost uit. Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen. Hun onschuld zal dan door allen worden erkend en zij zullen zien de verschrikkelijke manier waarop God Zich wreekt op de goddelozen, die hen in deze wereld getiranniseerd, verdrukt en gekweld hebben. Die zullen tot erkenning van hun schuld gebracht worden, door het getuigenis van hun eigen geweten. Zij zullen wel onsterfelijk worden, maar alleen om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (…). De gelovigen en uitverkorenen daarentegen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer”[6].
Heerlijkheid en eer – daar gaat het met Gods kinderen naar toe.
Alle verdriet gaat als sneeuw voor de zon verdwijnen – dat is het toekomstperspectief van Gods volk.
Het zal blijken dat Gods volk voor een rechtvaardige zaak staat – dat is de uitkomst van de vele, vele overwegingen van hen die zelfredzaam wilden wezen.

Gods kinderen hebben allemaal een uitnodiging op zak: ‘U bent van harte welkom in het huis van mijn Vader!’. Die hartelijke invitatie klinkt iedere zondag in de kerk. Door de week mogen wij laten horen dat ook anno Domini 2019 in Zijn Woord te lezen is: “En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt”[7].
Ja, zo staat het er: Hij heeft de uitverkorenen verheerlijkt.
Niet voor niets staat in Colossenzen 3: “… u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[8].
Dat pakt niemand ons meer af!

Noten:
[1] Romeinen 8:28.
[2] Johannes 8:12.
[3] Nederlands Dagblad, woensdag 9 oktober 2019, p. 16 (rubriek: Huis van Belle).
[4] Romeinen 9:11, 12 en 13.
[5] Dit is een regel uit Gezang 31:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[7] Romeinen 8:30.
[8] Colossenzen 3:3 en 4.

23 oktober 2019

De meeste van deze is de ​liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

De liefde wordt alom besproken[1]. De liefde wordt in ontelbaar veel songs bezongen. Kortom – de liefde is een dankbaar onderwerp. Men kan er schier eindeloos over nadenken. En de gedachte aan liefde voor mensen tovert zomaar een glimlach op ons gezicht.

In dit artikel gaat het over de liefde zoals die in Gods Woord ter sprake komt. Meer precies: 1 Corinthiërs 13 staat centraal[2].
Ik citeer een paar verzen uit dat hoofdstuk.
“Al zou ik de talen van de mensen en van de ​engelen​ spreken, maar ik had de ​liefde​ niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende ​cimbaal​ zijn geworden. En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de ​liefde​ niet, het baatte mij niets.
De ​liefde​ is geduldig,
zij is vriendelijk,
de ​liefde​ is niet jaloers,
de ​liefde​ pronkt niet,
zij doet niet gewichtig”[3].

Een lofzang op de liefde in de Bijbel: mooier kan het niet!

Eens bestudeerde een Gereformeerde predikant die lofzang. En hij vroeg: “Vaak klagen mensen die aan de rand van het kerkelijk leven verkeren over gebrek aan liefde in de kerk. Ze zeggen: We vinden hier geen gemeenschap der heiligen. Hebben ze daartoe het recht wel?”[4].

Eerst even over die gemeenschap van de heiligen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons daarover:
“Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen?
Antwoord:
Ten eerste dat de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Here Christus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder verplicht is zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken”[5].
In de kerk is er dus een woongemeenschap. Een woongemeenschap met Jezus Christus. Alles wat Hij heeft aan vergevingsgezindheid en eeuwig leven is ook van ons.
Wilt u liefde vinden?
Ga naar de kerk!

In de kerk zijn heel wat mensen aan het werk. Zij doen wat ze kunnen om samen een vreedzame gemeenschap te vormen. In de kerk is de boel goed geregeld. In de kerk is begrip voor elkaar. In de kerk steken we elkaar een helpende hand toe.
Natuurlijk gaat er wel eens wat fout. Volmaakt wordt het niet. De ideale kerk bestaat hier op aarde niet. Maar talloze mensen doen hun best.

De kerk is ordelijk gegroepeerd. De organisatie is transparant. Aan de buitenkant van die groep mensen staan nog wel eens een paar klagers. Die zeggen: ‘er is te weinig liefde in de kerk’.
Hebben ze daar het recht toe?
Jawel. Het is namelijk de waarheid. Aardse liefde is nooit volmaakt. Ook mensen die midden in die vergadering staan moeten wel eens vaststellen dat er aan de liefde nogal wat mankeert.

Maar daarmee is het verhaal niet uit.
Die Gereformeerde predikant van hierboven schrijft in zijn studie:
“Het zal duidelijk zijn dat dit ’hooglied der liefde’ niet gaat over een soort algemeen-menselijke liefde, niet over ’mede-menselijkheid’ en dergelijke. Het gaat over de opbouw van het kerkelijke leven. Daarom moeten we het lezen tegen de achtergrond van de situatie in Corinthe”.
En:
“…het gaat om de opbouw van de gemeente. De liefde die hier wordt bedoeld is: liefde voor de kerk, voor Christus’ duurgekochte gemeente!”[6].
Wat betekent dat?
Dat betekent dat de liefde voor de mensen in de kerk gebaseerd is op de liefde voor de Heiland, en voor Zijn werk.
Die wetenschap kan ervoor zorgen dat wij, als wijzelf niet zo liefdevol behandeld worden, dat makkelijker kunnen relativeren. Immers – als kerkmensen niet zo vriendelijk tegen ons zijn, wil dat nog niet zeggen dat die kerkmensen geen liefde voor hun Heiland hebben.
Inderdaad – kerkmensen zijn soms niet zo vrolijk, aimabel en/of beminnelijk. Laten wij ons, als we daar eens het slachtoffer van zijn, niet meteen afgewezen voelen. Ook voor gelovigen geldt: niets menselijks is hen vreemd; maar de liefde voor Jezus Christus kan best bloeiend wezen!

En dan nog dit.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: “En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets”.
Dat doet sterk denken aan Jezus’ woorden in Mattheüs 17: “Als u een geloof had als een ​mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn”[7].
Een uitlegger schrijft bij Mattheüs 17: “Geloof als een mosterdzaad betekent (…) een geloof, dat niet door uiterlijk vertoon, grote woorden enz. indruk maakt op den toeschouwer, maar door zijn innerlijke kracht, zijn eenvoudige en kinderlijke gebondenheid aan God het geheim vormt van grote dingen”[8].
In eenvoudige en kinderlijke gebondenheid aan God leven gelovige mensen in liefde met God en mensen. Met alle tekortkomingen van dien – jazeker. Maar kinderen van God zijn op weg naar een heerlijke toekomst.
En zij weten het nu al zeker:
“Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan ’t licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem”[9].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is geciteerd uit 1 Corinthiërs 13:13.
[2] De keuze van het onderwerp van dit artikel staat in verband met het feit dat 1 Corinthiërs 13 vanavond besproken zal worden tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[3] 1 Corinthiërs 13:1-4.
[4] Dat was dominee G. van Rongen (1918-2006). In: “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 109.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, vraag en antwoord 55.
[6] Van Rongen, a.w., p. 105.
[7] Mattheüs 17:20.
[8] Geciteerd uit: Dr. Herman Ridderbos, “Het Evangelie naar Mattheüs opnieuw uit den grondtekst vertaald en verklaard” – tweede deel, hoofdstuk 16:13-28:20. – tweede druk. – Kampen: J.H. Kok N.V., 1954. – p. 33.
[9] Psalm 103:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 augustus 2019

Langdurige liefde, voortdurende vrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de wereld van de popfestivals bestaat tenminste één toverwoord. Woodstock.
Het Nederlands Dagblad schreef onder meer: “Woodstock vond van 15 tot 18 augustus 1969 plaats op het weiland van boer Max Yasgur bij Bethel, in de Amerikaanse staat New York. De naam ontleende het aan het dorp waar The Band en Bob Dylan in 1967 in een roze geverfd huis maandenlang een volkomen andere soort muziek maakten. Tientallen bands traden in ‘Woodstock’ op…”.
Maar ook:
“Maar zelfs de roze herinnering aan het originele Woodstock is niet meer intact. Achter de schermen was er veel drugsgebruik. De houdbaarheid van genotmiddelen, Love & Peace en de ongeorganiseerde samenkomst van ruim een half miljoen mensen bleek beperkt. Er was enorme ruzie over de platen en films die vanuit het festival mochten verschijnen – in de ultieme bioscoopfilm die nu weer her en der draait, ook in Nederland, komt een hele serie bekende popartiesten niet voor – en bijna waren duizenden mensen geëlektrocuteerd, toen zware hoosbuien op de niet gezekerde instrumenten en versterkers op het modderige terrein neerplensden”[1].

Woodstock wordt opgehemeld als het festival van love and peace, van liefde en vrede. Woodstock was een voorbeeld voor de wereld.
Jaja.
Maar daarna was het weer: bijten en gebeten worden.
En daarom kunnen we gezamenlijk uitroepen: weg met die verheerlijking!
En trouwens – aan die liefde en vrede mogen we gerust ‘modder’ toevoegen. Want het was buitengewoon slecht weer. Men schrijft: “Ondanks het slechte weer genoten een half miljoen mensen, die tot hun knieën in de modder stonden, van de 33 verschillende bands”[2].

In 2 Corinthiërs 13 lezen we ook over liefde en vrede: “Ten slotte, broeders, verblijd u, laat u terechtbrengen, laat u aansporen, wees eensgezind, leef in ​vrede. En de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ zal met u zijn”[3].
Paulus proclameert daar de bestendige liefde. Hij verkondigt blijvende vrede.
Hij wil maar zeggen: hou eens op met die partijtjes. Dat geroep “ik ben van ​Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van ​Christus” moet eens afgelopen zijn[4] . Al Gods kinderen horen bij de God van de liefde en de vrede.

Hoe houden we die Schriftuurlijke liefde, die Bijbelse vrede in stand?
Die liefde en vrede blijven in beeld als wij in alle omstandigheden de Here blijven dienen.
Paulus doet ons voor hoe dat moet.
In 2 Corinthiërs 11 geeft hij een beeld van de ontberingen die bij zijn evangelisatiewerk gepasseerd zijn: “Zijn zíj Hebreeën? Ik ook. Zijn zíj Israëlieten? Ik ook. Zijn zíj nageslacht van ​Abraham? Ik ook. Zijn zíj dienaars van ​Christus? – ik spreek als een waanzinnige – ik sta boven hen; in ingespannen arbeid veel vaker, in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, dikwijls in doodsgevaar. Van de ​Joden​ heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen. Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht. Op ​reis​ was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in ​vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle ​gemeenten”[5].
Nee, Paulus is geen man die grossiert in grootsheid. De apostel kan een hoop ellende op een rij zetten. Maar het gaat mem eigenlijk maar om één ding: Hij heeft de God van hemel en aarde gediend! Dat deed hij met inzet van al zijn krachten.
Dat moeten de Corinthiërs ook doen.
Dan is het snel afgelopen met die clubjes en die coterietjes!

Wij nemen nog eens een kijkje in Woodstock.

Iemand schreef: “Woodstock 1969 was meer dan alleen een muziekfestival. Twee jaar na de beroemde Summer of Love -1967- waarbij veel hippies zich, onder meer uit protest tegen de oorlog in Vietnam, in San Francisco hadden verenigd, was Amerika nog altijd in oorlog. De Vietnamoorlog escaleerde en wie naar het nieuws keek zag vooral veel beelden van demonstraties en oorlogsgeweld voorbij komen. De protestliederen vonden een groot publiek. Jimi Hendrix bracht uit protest tegen de Amerikaanse Vietnampolitiek een beroemd geworden parodie op het Amerikaanse volkslied. Woodstock werd een manier om gezamenlijk uitdrukking te geven aan de onvrede. Het kon anders, meenden veel hippies”[6].

Het kan anders. Jazeker. En het moet ook anders.
Alleen maar – dat kan nooit in eigen kracht gebeuren.

Het is bekend – de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw waren de jaren van de hippies.
Wat wilden de mensen toen?
“* Hippies waren antikapitalistisch en anti-materialistisch. De maatschappij richtte zich te veel op geld, goed, technologie. De hippies verzetten zich dan ook tegen de consumptiemaatschappij;
* Veel aandacht voor leven in harmonie met de natuur. Verzet tegen milieuvervuiling. flowerpower;
* Verzet tegen geweld wereldwijd. Net als de provo’s moesten hippies niets hebben van bijvoorbeeld de Vietnamoorlog;
* Genieten van en leven in het hier en nu en doen wat je zelf wilt. Dit uitte zich onder meer in het organiseren en bezoeken van muziekfestivals -Woodstock in 1969 was een hippie-initiatief-, aandacht voor oosterse religies -met name zaken als meditatie, trance, drugsgebruik, de geest verruimen, genieten van vrije seks en leven binnen kleine, gelijkgezinde communes-”[7].

Men ziet: in vijftig jaar veranderen sommige dingen in ‘t geheel niet.

Maar door de eeuwen klinken eerst en vooral de woorden van de zegen van de Here: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”.
Voor genade staat daar het Griekse woord charis. Dat is afgeleid van chairo: vreugde, dankbaarheid.
Dat wetende is het geen wonder dat de Engelse baptistenpredikant Charles H. Spurgeon (1834-1892) eens zei: “Sommigen denken dat het goed is om ‘ellendige zondaren’ te zijn, maar het is vast en zeker beter om ‘gelukkige heiligen’ te zijn”[8].

Dankbare kinderen van God brengen, als het goed is, door de jaren heen liefde en vrede in de praktijk!

Noten:
[1] Herman Veenhof, “Woodstock 50 is (bijna) overal”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 augustus 2019, p. 12.
[2] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/muziekfestival-woodstock-in-1969 ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[3] 2 Corinthiërs 13:11.
[4] 1 Corinthiërs 1:12.
[5] 2 Corinthiërs 11:22-28.
[6] Geciteerd van https://vandaagindegeschiedenis.nl/18-augustus/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[7] Geciteerd van https://historiek.net/hippies-hippiecultuur-betekenis-geschiedenis/84087/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/genade ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019. Zie voor meer informatie over Spurgeon https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Spurgeon ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.

16 augustus 2019

Onpersoonlijke God?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds”.

Deze woorden zijn afkomstig van Liebje Hoekendijk uit Bussum. Achtentachtig jaar is ze. Op zaterdag 10 augustus jongstleden wordt ze in het Nederlands Dagblad geïnterviewd.
Liebje zegt onder meer het volgende.
“Als tiener bad ik veel. Ik praatte tegen God om mijn eigen gedachten te ordenen. Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide. Op zondag ga ik niet naar de kerk, maar ik drink wel iedere week koffie met de ouderen van de protestantse gemeente in Bussum. Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, vroeg ze me: ‘Zie ik jou later bij de troon van God?’ Voor geen goud wilde ik haar verdriet doen, maar ik wilde ook niet liegen. Daarom zei ik: ‘Ik heb het geloof nooit afgezworen’. Dat was voor haar voldoende”[1].

Het geloof in een persoonlijke God is wat naar de achtergrond geschoven.
Dat is, in zekere zin, bijzonder.
Gelooft Liebje Hoekendijk in een God die vooral onpersoonlijk is?
Gelooft zij in een God die zich niet bemoeit met individuele personen?
Voor de gemiddelde burger ziet dit mentale bochtenwerk er in eerste instantie enigermate ingewikkeld uit.

Hoe dat zij, wanneer wij nadenken over een persoonlijke God is het nuttig om elkaar te wijzen op Deuteronomium 7.
Citaat –
“Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte.
Daarom moet u weten dat de HEERE uw God is. Híj is God, de getrouwe God, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem ​liefhebben​ en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.
En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen, hem persoonlijk; Hij zal tegenover wie Hem haat niet aarzelen. Hij zal aan hem vergelding doen, aan hem persoonlijk.
En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden”[2].

Het is van belang om de liefde van de Here hier prominent in beeld te houden. In Deuteronomium 7 gaat het niet om een werkgever en zijn personeel. De zaak draait niet om een simpele afspraak: als u dit doet, zal Ik dit voor u regelen. Hier is liefde in ’t spel.
De Here wil met heerlijke perfectie voor Zijn volk zorgen. Hij wil niets liever dan al Zijn kinderen, hoofd voor hoofd, gelukkig maken. En aan Hem zal het niet liggen! Want Hij blijft trouw. Hij zal nooit zeggen: zoek het nu in het verdere van uw leven maar uit.
Wanneer Israël roemloos in de vangrail eindigt, zal de Here al Zijn kinderen in grote genegenheid bij Zich roepen om hen weldadig herstel te geven.

In dat kader wordt in Deuteronomium 7 nadrukkelijk gewezen op de persoonlijke verantwoordelijkheid. Onze God, de Schepper van hemel en aarde, heeft wel degelijk aandacht voor individuen.
Mensen die Hem haten, ziet Hij.
Mensen die Hem liefhebben, ziet Hij dus ook.

Het eigenaardige is dat bij de Heer van de kosmos individu en volk in één oogopslag gezien worden.
Want in Deuteronomium 7 lezen we ook: “Want u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is”[3].
Gods volk en Zijn kind – die worden in Gods Woord in één adem genoemd.

Liebje Hoekendijk zegt: “Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide”.
Dat moet een vredig sfeertje geweest zijn! Stel u voor: een God die altijd welwillend glimlacht! Stel u voor: een God die niet teveel zegt en vooral een arm om u heen slaat!
Dat ziet er prachtig uit, maar het is onzin.
In Deuteronomium 7 wordt er nadrukkelijk op gewezen dat de Here, vanwege Zijn diepgewortelde en diepdoorvoelde liefde heel veel doet. Hij bevrijdt nota bene een complete natie, Zijn eigen volk, uit de onderdrukking.
Er staat trouwens ook: “En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten”. Onze God leunt niet achterover bij stemmig kaarslicht, met een sigaar in de mond!

De manier van denken van Liebje Hoekendijk doet denken aan New Age.
New Age is, zo noteerde iemand, “een mix van verschillende ideeën en tradities vermengd met oosterse spiritualiteit, filosofie, psychologie en natuurkundige ideeën. Aanhangers van de New Age verlangen naar verbondenheid met het goddelijke, de levensbron en de eeuwige energie. Een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is. Men ervaart het leven niet langer als statisch en onveranderlijk, maar verrassend en groeiend naar levensdoelen. Men streeft naar een Nieuw Tijdperk”[4].
Daar is het: een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is!

Gods Woord drukt ons op het hart dat de Here alle mensen persoonlijk kent.
Denkt u maar aan 2 Corinthiërs 5: “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van ​Christus​ openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad”[5].

Nog één keer kom ik terug bij Deuteronomium 7.
De Here stimuleert ons, hoofd voor hoofd, om Hem Persoonlijk trouw te zijn.
Zijn beloften zijn volstrekt duidelijk: “En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden. Dan zal het gebeuren, omdat u deze bepalingen zult horen, in acht nemen en houden, dat de HEERE, uw God, voor u het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht zal nemen die Hij uw vaderen onder ede beloofd heeft. Hij zal u ​liefhebben, u ​zegenen​ en u talrijk maken; Hij zal de vrucht van uw schoot ​zegenen​ en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe ​wijn​ en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven. Gezegend zult u zijn boven al de volken”[6]!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 20.
[2] Deuteronomium 7:8-11.
[3] Deuteronomium 7:6.
[4] Geciteerd van https://www.spiritualnet.nl/8-religies/18-new-age ; geraadpleegd op maandag 12 augustus 2019. Zie ook mijn artikel ‘Het goddelijke in jezelf…?’, hier gepubliceerd op woensdag 5 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/05/het-goddelijke-in-jezelf/ .
[5] 2 Corinthiërs 5:10.
[6] Deuteronomium 7:11-14 a.

14 augustus 2019

Het meisje van Hooglied 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Het Hooglied is een zeer actueel Bijbelboek. Heel concreet wordt daarin de liefde beschreven.
En de liefde is in bespreking, vandaag.
Gebruik de afkorting LHBTI, en er opent zich op slag een wereld die grotendeels niet de leefomgeving van Gereformeerden wezen kan.
In een wereld waar seksuele zonden aan de orde van de dag zijn geeft Gods Woord een beeld van eerlijke liefde tussen man en vrouw. Die liefde is als een gedicht. Het Hooglied biedt ons een magnifieke expressie! Het gevoel krijgt alle ruimte. De emotie is in Gods Woord heus niet onbelangrijk!

In Hooglied 1 komen zowel de jongen als het meisje aan het woord.
En het mag ons wel opvallen dat eerst het meisje aan het woord komt.
Conclusie: de vrouw heeft in de Bijbel geen tweederangs rolletje. Oftewel: in de Bijbel is de vrouw zeker niet de underdog!
Het blijkt – kortom – zeker de moeite waard om het meisje eens in de schijnwerpers te zetten.

In Hooglied 1 zegt het meisje ronduit:
“Donker van huid ben ik, maar bekoorlijk,
dochters van ​Jeruzalem,
als de ​tenten​ van Kedar,
als de ​tentkleden​ van ​Salomo.
Zie niet op mij neer omdat ik donker ben,
want de zon heeft mij beschenen”[1].

Het is van stonde aan duidelijk – het meisje van Hooglied 1 is het aanzien best waard.
Maar het is onmiskenbaar ook zo dat vrouwen geen speeltjes zijn waarmee mannen naar believen hun gang kunnen gaan.
Vrouwen zijn scheppingen van de hoge God. In Genesis 1 wordt het met nadruk gezegd: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”[2]. Daarom alleen al zijn mensen van het vrouwelijk geslacht alleszins achtenswaardig!

Bij het lezen van de eerste regel van het citaat komt men overigens meteen in de actualiteit van de eenentwintigste eeuw.

Het meisje is donker.
En dan staat in de wereld van 2019 het racisme om de hoek.
Racisme – dat is een woord dat velen voor in de mond bestorven ligt. En het moet gezegd: de bejegening van donkere mensen is meestentijds niet erg respectabel.
Onlangs was er nog het volgende nieuws: “De Texaanse politie heeft excuses aangeboden nadat er grote beroering is ontstaan over een foto van een arrestatie. Op de foto is een zwarte man te zien, die vastgebonden met een touw wordt opgebracht door twee witte politieagenten te paard. Volgens de politiechef van de stad Galveston gebeurt dit vaker, maar hebben de agenten deze situatie ‘slecht beoordeeld’. Hij heeft excuses aangeboden aan de verdachte. ‘Hij had geen kwaad in de zin’, aldus politiechef Vernon Hale. “We kunnen beter met deze werkwijze stoppen”[3].
De precieze aanleiding tot de arrestatie is niet bekend. Maar de manier van doen der gezagsdragers getuigt, om het maar zachtjes te zeggen, niet van groot inzicht in de maatschappelijke ontwikkelingen.
Nogmaals – het meisje dat in Hooglied 1 aan het woord komt is donker. Het is alsof de Schepper ook in 2019 tegen ons zegt: kijk maar ês hoe mooi dit meisje is!

De jonge vrouw vergelijkt haar huidskleur met de tenten van Kedar.
Die tenten zijn gemaakt van donker geitenleer. Kedar is in haar tijd een dominante macht. In Jesaja 21 lezen we: “Want zo heeft de Heere tegen mij gezegd: Nog binnen een jaar, gerekend naar de jaren van een dagloner, zal het met al de luister van Kedar gedaan zijn”[4].
Nee, het meisje uit Hooglied 1 is niet dat keurige blanke model dat de meeste westerse mensen graag in modebladen zien.
De God van hemel en aarde leert ons af om alleen maar naar de buitenkant van mensen te kijken. Trek je niet teveel aan van ras en afkomst!

Het meisje beschikt overigens over een gezond zelfbewustzijn. Zij doet ergens een beetje aan Kedar denken. Aan een machtscentrum van haar tijd, dus. Het is alsof zij zeggen wil: zet mij niet plompverloren aan de kant; ik ben best een mooie vrouw!
Vandaag de dag hebben massa’s mensen het druk met metoo. U weet wel: de beweging die zich verzet tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als een golf spoelt metoo over de wereld. Een internetencyclopedie leert ons: “Met name op Twitter werd de hashtag #MeToo populair. (…). De hashtag was op 15 oktober 2017 al 200.000 keer gebruikt, en op 16 oktober meer dan 500.000 keer getweet. Op Facebook werd hij binnen 24 uur door meer dan 4,7 miljoen mensen in 12 miljoen posts gebruikt. Facebook maakte bekend dat 45% van zijn gebruikers in de Verenigde Staten een Facebookvriend had die de term had gepost”[5].
Nu dan – de Heilige Schrift leert vrouwen om resoluut en zelfverzekerd te zijn!

Het meisje dat in Hooglied 1 aan het woord komt vergelijkt zichzelf ook met de tentkleden van Salomo.
Zo staat dat althans in Hooglied 1.
Maar een Schriftuitlegger noteert: “Uitgaande van de medeklinkertekst kan in plaats van ‘Salomo’ ook ‘Salma’ worden gelezen (…). Salma is de naam van een Arabische stam die leefde in een gebied ten noorden van de Nabateeërs – op wie mogelijk de naam Kedar betrekking heeft. Dit versdeel biedt dan het parallellisme: ‘tenten van Kedar’ en ‘tentkleden van Salma”[6].
Hoe dat zij: wie bij de tentkleden van Salomo blijven wil, kan in 2 Kronieken 3 een beetje sfeer proeven: “Verder maakte hij – Salomo – het voorhangsel – in de tempel – van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood en fijn ​linnen, en bracht daarop cherubs aan”[7].
Het is zonneklaar – het meisje van Hooglied 1 weet heel best dat zij een schoonheid is. En ze geniet ervan, zonder opsmuk en terughoudendheid.

Wat leren we uit die eerste verzen van Hooglied 1?
De vrouw mag er best wezen! En zij is er ook. Als één ding duidelijk is, dat is het dat wel.
En er is nog iets.
De liefde tussen man en vrouw is een kostbaar geschenk dat de Schepper van hemel en aarde aan de mensheid gegeven heeft. Dat maakt de inzet van het Hooglied ook volkomen duidelijk.

Wij leven in een tijd waarin, als het gaat om liefde en seksualiteit, van alles krom en kapot gemaakt is.
Laten we het maar eens onverbloemd tegen elkaar zeggen: het Hooglied brengt ons weer terug in Zijn spoor!

Noten:
[1] Hooglied 1:5 en 6 a.
[2] Genesis 1:27.
[3] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2296603-texaanse-politie-biedt-excuses-aan-voor-opbrengen-zwarte-man-met-touw.html ; geraadpleegd op donderdag 8 augustus 2019.
[4] Jesaja 21:16.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/MeToo-beweging ; geraadpleegd op donderdag 8 augustus 2019.
[6] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Hooglied 1:5 en 6, noot 22.
[7] 2 Kronieken 3:14.

26 juli 2019

De liefde gaat boven alles

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Liefde en genegenheid laten blijken – dat is in deze wereld niet zo gewoon. Meestal gaan we nogal afstandelijk, zakelijk bijna, onze gang.
In die wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen. Straal het uit! Laat het zien!
De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: “En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets”[1].

De gave van de profetie, dat is de inspiratie door de Heilige Geest. Dus: het spreken vanuit gegeven Geestkracht. Paulus heeft het oog op de prediking. Maar hij heeft ook aandacht voor ieder die, hoe en waar dan ook, wijst op het verlossingswerk van Jezus Christus. Geloofsopbouw en gemeenteopbouw zijn van het hoogste belang.
Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun “persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd”. Het houdt ook in “dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken”[2].
Wie een ‘technisch’ leider is, functioneert uiteindelijk niet goed in de kerk. Het is niet louter een kwestie van netjes redeneren en keurige weetjes.
Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen.
Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig.

Het is verhelderend om bij dit alles de situatie in de kerk te Corinthe in het oog te houden.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Strating (1928-1994) schreef daarover eens: “Als we maar niet vergeten, dat het woord ‘liefde’ juist in dat Nieuwe Testament een heel apart stempel heeft gekregen. Het behoort tot de eigen woordengroep van de Schrift om klank en kleur te geven aan het wonder van de ware broederschap in deze wereld. Dat is te zeggen: aan het wonder van de liefde Gods in Christus Jezus én aan het wonder van de liefde van de gelovigen tot elkaar”.
En:
“De apostel spreekt over de glossolalie (de tongentaal), de gave van de profetie en zó ook ·over de gaven van de kennis enz. Daar wil Paulus wel eens wat over kwijt. Want het dreigde allemaal uit de hand te lopen in Corinthe. De gemeente ontvangt een waarschuwing. Er is verscheidenheid in genadegaven. Dat hebben de Corinthiërs goed verstaan. Maar die gevarieerdheid mag niet leiden tot verachting van het éne lichaam. Dat laatste hebben ze evenwel uit het oog verloren. Zij waren vergeten, dat die gaven van de éne Geest ten diepste één zijn en hoogstens elkaar aanvullen. Het werd in Corinthe een onheilige concurrentie. Men misbruikte de Geestesgaven om er mee te pronken. Zelfdienst in plaats van Gods-dienst en kérk-dienst! Wanneer Paulus daarvan hoort, vermaant hij zijn lezers door middel van deze brief. Zó mag het niet langer. De verkeersweg van de liefde is opgebroken. Er is in Corinthe een ongeestelijke wedloop aan de gang: Het ontbreekt de gemeente aan liefde. Dat is aan het besef, dat men met die rijke gaven eerst de Here moet zoeken en dienen, én het welzijn van heel de gemeente. Wie tróts wordt op de aan hem geschonken genadegave, schendt de wet van de liefde. Hij schendt de gemeenschap der heiligen, de ware broederschap. Hij mag dan verliefd zijn op zijn eigen gave, maar de liefde voor de gemeente is dan ver weg. De Corinthiërs maken zich zo druk om die Geestesgaven, maar het beslissende zien zij voorbij. De vraag komt niet eens aan bod: wat dóe ik met de gaven van de Geest?”[3].
Met andere woorden – met Geestesgaven pronk je niet, daar moet heel de gemeente van profiteren!

Dominee J.R. Wiskerke (1923-1968) vatte de boodschap van Paulus in dezen eens aldus samen: “stel eens, dat ik profetische vèrgezichten zag van enorme afmeting, stel eens, dat ik alles van de mensen en van de raad Gods wist en ik een wonder van helder en geestelijk inzicht was en tel er ook nog maar bij, dat ik een geloofsvolharding had, waardoor ik bergen verzette, óók dan zou ik niets betekenen als de liefdevolle toewijding voor de broeders en zusters bij mij ontbrak”[4].

Het bovenstaande brengt ons tot een vreugdevolle conclusie. Een gevolgtrekking die gedurende heel ons aardse leven veel waarde heeft. Namelijk deze: iedereen kán het!

Jongeren die voortdurend het idee hebben dat zij van God en geloof nog te weinig weten, mogen zich realiseren dat ook zij door de Heilige Geest aangestuurd worden. Denk maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[5].

Ouderen, tot wie het langzaam doordringt dat zij in de wereld niet alles meer kunnen overzien, mogen beseffen dat ook zij – door de Heilige Geest – steeds weer het vaste vertrouwen krijgen dat niet alleen aan anderen, maar ook aan hen vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus. Herkent u de Heidelbergse Catechismus?[6]
Misschien vragen sommige ouderen zich af: zou ik de Here wel voldoende hebben gediend in mijn leven? Of ook: ik ben nu 79, 83, 91, 95 jaar… zou het allemaal wel echt waar zijn? En: zou ik uiteindelijk werkelijk in de hemel komen?
Laten zij dan maar met diezelfde Catechismus blijven belijden dat de Geest ook aan oude mensen gegeven is, om hen door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, hen te troosten en eeuwig bij hen te blijven[7].
Zeker – bij de ouderen komen zomaar de angsten: voor grote menigten mensen, voor de drukte op straat, voor de aftakeling in het algemeen en voor heel veel andere situaties; en dan zijn de zorgen om de kinderen nog niet eens genoemd. Maar door alles heen is daar de activiteit van Gods Geest.

Hij zorgt er Zelf voor dat de liefde blijft.
De liefde tot God.
En van daaruit ook de liefde voor elkaar.

Als wij de liefde niet hadden, dan waren wij niets. Nihil. Noppes. Nul komma nul.
In deze harde wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen.
Straal het uit! Laat het zien!
En besef het maar: iedereen kán het!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 13:2.
[2] Het citaat komt uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 14:4.
[3] Ds. Joh. Strating, “De ware broederschap – in liefde bloeiende”. In: De Reformatie, jaargang 51 nr 21, zaterdag 28 februari 1976, p. 372 en 374.
[4] Het citaat komt uit een preek over 1 Corinthiërs 13:1-8.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[6] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21. Overigens formuleert de Catechismus in het enkelvoud.
[7] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53. De Catechismus formuleert ook hier in het enkelvoud.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.