gereformeerd leven in nederland

10 januari 2019

Ophef omtrent een manifest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Nashville-verklaring – alle kranten staan er vol van[1].
In dat manifest worden homoseksuele relaties heel duidelijk afgewezen. Alleen al het feit dat dat zo is, naar het schijnt, voor de media een goede reden geweest om er bovenop te springen.

De felheid waarmee dat geschiedde, doet de schrijver van deze weblog denken aan Efeziërs 6: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van ​het kwaad​ in de hemelse gewesten”[2].
Wij zullen ons moeten realiseren dat er een strijd gaande is tussen God en de duivel. De uitslag van die strijd staat bij voorbaat vast. Maar toch!

Schrijver dezes staat achter de strekking van de verklaring.
Zeker – sommige zaken zijn in de verklaring ongelukkig geformuleerd.
Zeker – het manifest had aan kracht gewonnen als die hier en daar wat pastoraler van toon was geweest.
Maar wij hoeven er niet omheen te draaien: in het document worden aloude christelijke standpunten omtrent huwelijk en gezin verwoord. Het is ten enenmale onduidelijk waarom die standpunten eensklaps zouden moeten veranderen.

Daarbij is het belangrijk om te zeggen dat in de kerk mensen met een homoseksuele geaardheid niet worden afgedankt en afgescheept.
Zeker niet!
Nee, zij worden niet de deur uitgestuurd.

Men zegt dat homoseksualiteit te genezen zou zijn. Schrijver dezes is geen medicus. Maar eerlijk is eerlijk: hij gelooft niet dat dat waar is.

Hoe dat alles zij – mensen die, op grond van Gods Woord, menen dat een relatie tussen homoseksuele mannen of vrouwen niet toegestaan is worden anno 2019 verontwaardigd aangekeken. Dat is een stap terug in de tijd, zegt men.
Zou het kunnen zijn dat Nederland, op bepaalde punten althans, eigenlijk niet zo erg tolerant is? Het is maar een vraag.

Intussen is het nu eens te meer duidelijk wat de open zenuw is van Nederland: relaties.
Zodra het over relaties gaat, staan we op scherp.
En laten we het maar ronduit zeggen: dat is helemaal geen wonder. Het aantal echtscheidingen is groot, vandaag de dag. In gezinnen en families zijn niet zelden allerlei blokkades in relaties. Als de term ‘seksueel misbruik’ valt, is de wereld alert. Wie niet weet wat ‘metoo’ beduidt, heeft de afgelopen tijd onder een steen geleefd.

Wat moet de kerk in 2019 doen?
Zij mag en moet zeggen: in deze tijd vol relatieproblemen is er Eén die niets liever doet dan liefde uitdelen: de God van hemel en aarde.
Kom maar bij Hem!
En: zoek op deze aarde maar christenen op die dat Evangelie bij de voortduur willen laten zien en horen. En klem u maar aan hen vast.

De God van hemel en aarde deelt liefde uit. Bij bakken tegelijk.
In Hebreeën 4 staat een tekst waarin dat op prachtige wijze naar voren wordt gebracht. Het is deze: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].

Die Hogepriester heeft voor al onze zonden betaald. Hij heeft geleden. Hij is gestorven. De rekening van onze schuld is voldaan.
God zond Zijn Zoon, om ons te verlossen uit de macht van de zonde, en uit de macht van de duivel.
Nu worden kinderen van God nooit meer op hun zonden afgerekend!

En besef het maar –
de Zoon van God, onze Heiland, weet precies wat wij hier op aarde doormaken.
Hij weet precies dat de intenties van de ondertekenaars met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid wel goed waren, maar dat de boodschap helemaal verkeerd bij de wereld overkwam.
Hij weet precies hoe moeilijk het soms kan zijn om altijd te beginnen bij Gods liefde en genegenheid voor elkaar.
Hij weet precies hoe moeilijk het kan wezen om die liefde op goede en tactvolle wijze te verwoorden.
Hij weet precies hoe ingewikkeld het soms is om uit te leggen dat God liefde is, maar dat God tegelijkertijd ook dingen verbiedt.
Hij weet precies dat kinderen van God heel Gods Woord recht willen doen. Ook als het gaat om geboden en verboden die in deze tijd niet zo goed in de markt liggen.

De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar bij Vader.
De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar bij de Zoon.
De Hebreeënschrijver wenkt ons enthousiast en Geestdriftig: kom maar naar de troon.

Die troon heeft in Hebreeën 4 een naam.
Dat is merkwaardig.
Een troon, dat zit je op. En als het een grote troon is, zit je erin.

Maar op deze troon zit een naambordje. ‘Troon van de genade’, staat erop.
Ja, christenen hebben genade nodig; en speciaal nu. Want de intenties van veel christenen – Gereformeerden incluis – worden soms totaal verkeerd begrepen. En anderen willen ze misschien ook niet meer begrijpen. Vanwege gebeurtenissen in het verleden, bijvoorbeeld. En misschien ook om heel veel andere redenen.

Ja, op deze troon zit een naambordje: ‘Troon van de genade’.
Dat betekent: God wil onze zonden vergeven als we die aan Hem belijden.
Jezus Christus, onze Heiland, zegt: Ik heb voor de zonden betaald; Ik maak mijn kinderen schoon.
Jezus Christus, onze Heiland, zegt: Ik maak mijn volk, tegen alle verwachtingen in, geschikt om in de hemel te wonen.

Ja, op die troon zit een naambordje. ‘Troon van de genade’ staat er op. Eeuw in, eeuw uit. En er is niemand, helemaal niemand, die er in slaagt om dat bordje van de troon af te schroeven.
Zo wordt gelovige kinderen van God de weg gewezen. Bij die troon moet je wezen.
Nee, niet bij mevrouw Van Engelshoven, de minister voor onderwijs, cultuur en wetenschap.
Nee, ook niet bij koning Willem-Alexander.
Kinderen van God mogen, in vreugde en in nood, op audiëntie komen bij de Koning van hemel en aarde. Nee, die audiëntie behoeft niet van tevoren in drievoud te worden aangevraagd.
Daarom wenkt de Hebreeënschrijver ons Geestdriftig: kom maar naar de troon.
Nu, omdat het onbegrip zo groot is en de discussies zo fel.
Nu, omdat u – vanwege alle commotie – misschien niet meer zo goed weet wat u moet zeggen tegen uw broeders en zusters met een homoseksuele geaardheid.
Nu, omdat de kerk zo snel van de wereld vervreemdt.

Ja, op die troon zit dat naambordje. ‘Troon van de genade’, staat er op te lezen.
En de Hebreeënschrijver noteert nog wat onder dat bordje: ‘hier wordt u geholpen op het juiste tijdstip’.
Nee, onze God zegt niet: Ik zal de zaak nog eens bekijken.
Nee, onze God zegt niet: Ik zal binnenkort een onderzoek starten.
Nee, onze God zegt: Ik help u; en wel onmiddellijk.

Ga dus vooral naar de troon van de genade.
Want daar is troost.
Voor ons allemaal!

Noten:
[1] Zie voor de tekst van de verklaring https://nashvilleverklaring.nl/nashvilleverklaring-nl/ . Zie voor nadere uitleg https://nl.wikipedia.org/wiki/Nashvilleverklaring ; geraadpleegd op woensdag 9 januari 2019.
[2] Efeziërs 6:12.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.

9 januari 2019

Liefde in Deuteronomium 10

“Want de HEERE, uw God, is de God der ​goden​ en de Heere der heren; die grote, machtige en ontzagwekkende God, Die niet partijdig is en geen geschenk in ontvangst neemt, Die recht verschaft aan de ​wees​ en de ​weduwe, Die de ​vreemdeling​ liefheeft door hem brood en ​kleding​ te geven”.

Hierboven staat een citaat uit Deuteronomium 10[1].

Die tekst zet ons zonder dralen midden in de wereld van vandaag. In de wereld van corruptie en oneerlijkheid. In de wereld van eenzaamheid en verdriet. In de wereld van asielverzoeken en vreemdelingenrecht.
Kon er maar wat aan dat onrecht gedaan worden!
Werden de vele vluchtelingen maar wat humaner behandeld!

Het Bijbelboek Deuteronomium is een herhaling van de wet die zo’n 40 jaar eerder op de Sinaï gegeven werd.
Dat die wet nog een keer herhaald wordt is overigens niet zo gek. Alle mensen die de uittocht naar Egypte en de tocht door de woestijn hebben meegemaakt zijn inmiddels overleden. Een nieuwe generatie moet Gods wet leren kennen. Een nieuwe proclamatie is dus nodig.

Het boek kan als volgt ingedeeld worden
Hoofdstuk 1-4: Gedachtenis van wat de Heere voor en met Israël gedaan had sinds de uittocht uit Egypte, gedurende bijna 40 jaar.
Hoofdstuk 5-26: Herhaling, uitbreiding en nadere verklaring van de wetten, tevoren gegeven aan de vaders van het geslacht dat nu Kanaän zou binnen gaan.
Hoofdstuk 27-30: Bevestiging van de wet der tien geboden, met dringende vermaning tot gehoorzaamheid.
Hoofdstuk 31-34: Aanstelling van Jozua tot Mozes’ opvolger. Laatste redevoeringen en dood van Mozes[2].

In Deuteronomium 10 wordt Gods wet opnieuw op ‘twee tafelen’ gezet.
Dat was al eens eerder gebeurd. Maar Mozes had ze kapot gegooid toen hij in Exodus 32 met volksbrede afgoderij geconfronteerd werd. De Israëlieten dansten enthousiast rond een gouden kalf…[3]
Maar nu wordt Gods wet opnieuw opgeschreven. En in het begeleidend commentaar wordt het grondmotief van die wet duidelijk: liefde.

Dat is unieke liefde. Dat blijkt onder meer uit Deuteronomium 10: “Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].

De Here spreekt recht.
Hij leert ons vreemdelingen lief te hebben. Dat gaat in Deuteronomium 10 als volgt.
“Daarom moet u de ​vreemdeling​ ​liefhebben, want u bent zelf ​vreemdelingen​ geweest in het land ​Egypte. De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

Waarom moeten wij de mensen om ons heen liefhebben, vreemdelingen incluis?
Antwoord Eén: omdat de Here Zijn volk liefheeft.
Antwoord Twee: u weet wat het is om vreemdeling en vluchteling te zijn, want dat hebt u zelf meegemaakt.
Antwoord Drie: de Here heeft u uitgekozen om Zijn kinderen te zijn.

Het is in dezen belangrijk om het kernwoord liefde vast te houden.

In dit verband denk ik aan een standpunt dat het Forum voor Democratie momenteel uitdraagt. Deze politieke partij komt op voor bescherming van Nederlandse verworvenheden.
Men pleit voor de invoering van een Wet Bescherming Nederlandse Waarden (BNW).
Wat zijn die waarden dan?
“1. Wanneer religieuze leefregels conflicteren met de Nederlandse wet, gaat de Nederlandse wet altijd voor.
2. Iedereen heeft het recht te geloven wat hij of zij wil; dus ook het recht om van zijn of haar geloof af te vallen.
3. Iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te bekritiseren, te ridiculiseren, te analyseren en in twijfel te trekken.
4. Alle mensen zijn fundamenteel gelijkwaardig, ongeacht geslacht, ras of seksuele gerichtheid.
5. De partnerkeuze is vrij; uithuwelijking en kindhuwelijken zijn onaanvaardbaar”[5].

Dus –
iedereen heeft het recht godsdienstige ideeën te ridiculiseren. Aldus punt 3 van het bovenstaande.
Alles wat met godsdienst te maken heeft, mag met een verbijsterende onmiddellijkheid belachelijk gemaakt worden. Gelovigen mag je rustig uitlachen. Of het nu islam, Jodendom, hindoeïsme of boeddhisme betreft – het mag allemaal als niet ter zake doende worden weggezet.

Het standpunt van het FvD heeft, op dit punt althans, niet al te veel met liefde voor medemensen te maken. Veel respect voor godsdienstige overtuigingen valt niet te bespeuren. Sterker – een en ander ruikt een beetje naar superioriteit.

Wie de parlementaire vertegenwoordigers van het FvD hoort en ziet kan op sommige momenten wellicht best sympathie voor hen opbrengen. De heer Baudet is een keurige en bij vlagen charmante man. De heer Hiddema komt somtijds enigszins nors over, maar hij kan ook heel nuchtere opmerkingen maken.
Denkend aan het recht van ridiculisering is het FvD echter eensklaps aanzienlijk minder aardig.

Hierboven werd het reeds geschreven: ‘liefde’ is in het Bijbelboek Deuteronomium een kernwoord.
Dat blijkt ook in Deuteronomium 7. Daar gaat het over de verhouding tussen de Israëlieten en de Kanaänieten. De Here zegt: “…u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is. Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u ​uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken. Maar vanwege de ​liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte”[6].
Dus –
de Here maakt ruimte voor Zijn volk. Hij zegt niet: de Kanaänieten zijn, hoofd voor hoofd, een beetje gek. Hij zegt: omdat Ik mijn volk liefheb, schenk Ik hen leefruimte. Het heerlijk ingrijpen van de hemelse Heer heeft een heel positieve reden.

Ook in onze tijd doet de Here ons grote beloften:
* vergeving van de zonden
* de hemel is het land dat aan Gods kinderen beloofd is.

Dan is het toch logisch dat wij Gods liefde met wederliefde beantwoorden?
Dan is het toch logisch dat wij ons met liefde aan Gods wet houden? Die wet geeft ons leven een prachtig kader!
En dus stemmen wij moeiteloos met Psalm 119 in:
“Mijn vreugd is dat mijn woord U niet verlaat,
mijn hart vindt daarin overvloed van vrede.
Ik die de leugen en het onrecht haat,
heb steeds de liefde voor uw wet beleden”[7].

Noten:
[1] Deuteronomium 10:17 en 18.
[2] Deze indeling is ontleend aan http://christipedia.nl/Artikelen/D/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[3] Zie Exodus 32:19: “En het gebeurde, toen hij in de nabijheid van het kamp kwam en het kalf en de reidansen zag, dat ​Mozes​ in woede ontstak. Hij wierp de tafelen uit zijn handen en sloeg ze onder aan de berg in stukken”.
[4] Deuteronomium 10:15.
[5] Geciteerd van https://forumvoordemocratie.nl/standpunten/wet-bnw ; geraadpleegd op donderdag 3 januari 2019.
[6] Deuteronomium 7:6, 7 en 8.
[7] Psalm 119:61 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

28 november 2018

Leven in schitterend kader

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In deze wereld koersen velen op gelijkheid. Je moet vooral niet met je hoofd boven het maaiveld uitsteken. Dat is dood-gevaarlijk.
Bovendien moet je een beetje lief zijn voor elkaar. Een beetje respect kan geen kwaad. In een wereld die steeds harder wordt is dat een must.

Welnu – in zo’n wereld spreekt Gods Woord over volmaakte liefde.
Leest u maar mee in 1 Johannes 4: “Er is in de ​liefde​ geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit. De vrees houdt immers straf in, en wie vreest, is niet volmaakt in de ​liefde”[1].

Dat klinkt prachtig.
Maar liefde kan in deze wereld toch niet volmaakt wezen?
Hoe moet dat?
Dat wordt toch nooit wat?

In 1 Johannes 4 wordt dat uitgelegd.
“Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, dat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel. Want zoals Hij is, zijn ook wij in deze wereld”[2].
Volmaakte liefde, dat betekent dat u en ik niet bang hoeven zijn voor het eindoordeel dat de Here geven zal. Kinderen van God hoeven niet bevreesd te zijn voor het vonnis dat de grote God vellen zal. Natuurlijk – hun leven is bevlekt met zonden. Maar zij kennen hun zorgzame Here:
“daar is vergeving bij U altijd geweest,
opdat U in ons leven eerbiedig wordt gevreesd”[3].

Met vrees en beven werken aan uw zaligheid, noemt Philippenzen 2 dat. Niet dat die eerbied uit ons zelf komt. Nee, het is God die zulk ontzag in ons leven legt[4].
Dat wonder wordt in 1 Petrus 1 toegelicht: “…wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw ​vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[5].

Conclusie: volmaakte liefde is een geschenk van God. Onze volmaakte liefde komt voort uit de onbaatzuchtige en voorbeeldige liefde van de Heiland. We ontdekken steeds vaker dat de geboden van God heilzaam zijn voor ons aardse leven.

Liefde betekent vandaag de dag onder meer dat je onafhankelijk bent. Op een internetpagina over liefde valt te lezen: “Natuurlijk mag je elkaar om hulp vragen. Maar wanneer de afhankelijkheid doorslaat, zie je de ander als jouw bron van liefde. Je kunt dan voor je gevoel niet zonder je partner en dat is niet goed voor je eigenwaarde”.
Dat klinkt goed. Maar het is niet waar.
Want het bijzondere is dat we geheel afhankelijk zijn van de God van hemel en aarde; niettemin geeft Hij ons heel veel eigenwaarde. Wij zijn kinderen van de Koning, dat is de kwestie. Koningskinderen, jazeker!
Op diezelfde pagina staat ook geschreven: “Je kunt niet tegelijkertijd van iemand houden en hem of haar willen veranderen”[6].
Ook dat klinkt goed. Maar het is alweer niet waar.
Want de Here God kan dat wel. Ook dat blijkt in 1 Johannes 4.
Leest u maar mee: “Al wie belijdt dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de ​liefde​ die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is ​liefde​ en wie in de ​liefde​ blijft, blijft in God, en God in hem”[7].
Jezus Christus, de Redder van deze wereld, verandert het leven van door Hem gekochte kinderen. Zijn kinderen ervaren dat iedere dag. En Zijn kinderen doen niks liever dan: de liefde van de Heiland doorgeven. In woord en in daad.

Liefde is in deze tijd één van de trefwoorden van onze maatschappij. Die liefde gaat heel ver. Soms doorbreekt men blijmoedig door God gestelde grenzen. Waarom? Omdat het goed voelt…
Een voorbeeld.
Mensen met een homoseksuele geaardheid kunnen liefhebben – natuurlijk. Maar daar horen niet zelden ook seksuele relaties bij. Dat de hemelse God zulke relaties verboden heeft, dat doet er voor velen niet toe.
Het hoeft op deze plaats geen betoog dat dat een ernstige misvatting is.

Het moge helder wezen: in Gods Woord is volmaakte liefde een zaak van lange adem. Van volharding. Van diep geloof: “wij hebben Hem lief, omdat Hij ons eerst liefgehad heeft”[8].
Onze volmaakte liefde drijft de vrees uit, lezen wij in 1 Johannes 4. ‘Werpt’, staat er in het Grieks[9]. Sinds de zondeval is de mens van nature bang voor Gods macht. Voor Gods kinderen is dat echter niet meer nodig. Die vrees moet er uit gegooid worden – zo ver mogelijk weg. Hup, ruim op die angst!

Volmaakte liefde geeft het leven van gelovige mensen een gouden rand – een schitterend kader.
Zo krijgt ook deze dag een fraaie decoratie.

Noten:
[1] 1 Johannes 4:18.
[2] 1 Johannes 4:17.
[3] Psalm 130:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Philippenzen 2:12 en 13: “Daarom, mijn geliefden, zoals u altijd gehoorzaam geweest bent, niet alleen zoals in mijn aanwezigheid, maar nu veelmeer in mijn afwezigheid, werk aan uw eigen zaligheid met vrees en beven, want het is God, Die in u werkt zowel het willen als het werken, naar Zijn welbehagen”.
[5] 1 Petrus 1:17 b, 18 en 19.
[6] Beide citaten in deze alinea komen van https://www.happinez.nl/liefde-relaties/checklist-zo-weet-ware-liefde-is/ ; geraadpleegd op donderdag 22 november 2018.
[7] 1 Johannes 4:15 en 16.
[8] 1 Johannes 4:19.
[9] Zie https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/1Jh4.htm ; aantekening 64 bij 1 Johannes 4:18.

21 september 2018

Nieuw begin door Gods Geest

God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen.
Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad. Behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.
Zo belijden wij dat in de kerk[1].

Mensen zijn van nature geheel en al bedorven.

Toch kunnen zij, ook al doen zij aan God noch gebod, nog wel onderscheiden wat fatsoenlijk of onbetamelijk is.
Zij hebben enige kennis van God.
Zij zijn in staat om kinderen en jongeren op het juiste pad te brengen.
Hoe kan dat?
Dat kan omdat God genadig is.
Dankzij Hem geraakt deze wereld niet geheel en al in de vernieling.

Daarin zien we iets van Gods liefde.
Als God niet zou hebben ingegrepen was deze wereld binnen de kortste keren een woestenij geworden. Een puinhoop. De geschiedenis van de aarde zou roemloos geëindigd wezen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons een treurige les: als het aan onszelf ligt, wordt het niets meer met de wereld.
Maar diezelfde Catechismus brengt bij de kerk meteen ook Gods Heilige Geest in beeld.

Want in de kerk zorgt die Heilige Geest voor een nieuw begin.
In zijn tweede brief aan de christenen in Corinthe omschrijft Paulus de activiteit van Gods Geest zo: “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe ​verbond​ te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend”[2].

Vroeger was er het oude verbond tussen God en Israël. Israël moest gehoorzaam zijn, en God zou Zijn volk zegenen. De regels die binnen dat verbond golden werden op twee tafels geschreven. De Tien Geboden waren, om zo te zeggen, in steen gegrift.
Maar nu is er een nieuw verbond.
Niet slechts met regels die voor ons liggen, en die Gods kinderen – waar zij zich ter wereld ook bevinden – moeten lezen. Het betreft niet alleen geschreven wetten die we toe moeten passen in ons dagelijkse doen.
Nee, er is meer.
In het nieuwe verbond creëert Gods Heilige Geest in de harten van gelovige mensen een heerlijk huis. De Heilige Geest is de gids op weg naar het eeuwige leven. De Heilige Geest is ook de garantie: dat eeuwige leven komt er echt aan!

Als wij met een schuin oog op het bovenstaande de krant gaan lezen, komt het nieuws heel anders bij ons binnen.
Neem nu het Nederlands Dagblad. In één editie vinden we de koppen “Grootschalig misbruik in Duitse kerk”, “Extra misbruikberaad in Rome”, “Toezicht op verwarde personen niet beter”, “Coalitie in Duitsland ruziet over inzet Syrië” en “Zo gelukkig is onze jeugd niet”[3].
Zo zit de wereld in elkaar.
Dat is de lijn in de wereld.
En dat verandert werkelijk niet.

Maar in de kerk staan de zaken anders.
Heel anders.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. A.N. Hendriks schreef daar eens over: “Hoezeer de nieuwe wereld van Gods herschepping reeds in onze wereld doorgedrongen is, brengt Paulus in 2 Korinte 5:17 treffend onder woorden: ‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’. De gelovige is niet slechts een nieuw schepsel, Paulus zegt het krasser: een nieuwe schépping. Hij deelt in wat in Christus’ opstanding openbaar werd: Gods nieuwe wereld.
Juist aan de gelovigen mag zichtbaar worden dat ‘het oude’ -de onverloste wereld- voorbijgegaan is en dat ‘het nieuwe’ -de verloste wereld- gekomen is.
Nee, Paulus vergeet niet dat de jongste dag nog moet aanbreken. De apostel weet dat de heerlijkheid nog over Gods kinderen geopenbaard moet worden (…). Maar deze wetenschap verhindert hem niet zo stellig te spreken over de grote doorbraak, die bij allen die in Christus zijn, zich mag voltrekken. Zij behoren niet meer tot de oude wereld, maar zijn burgers van Gods nieuwe wereld. In feite zijn zij al een stukje van die nieuwe wereld”[4].

In dat licht bezien is de stimulans van de apostel Paulus in Efeziërs 4 heel logisch: “En bedroef de ​Heilige​ ​Geest​ van God​ niet, door Wie u ​verzegeld​ bent tot de dag van de verlossing”[5].
En wij begrijpen het wel: die stimulans is ook een troost – de duivel zal nooit in staat zijn Gods uitverkoren kinderen naar de oude wereld terug te trekken!

De wereld kijkt maar al te vaak narrig en verongelijkt naar de mensen in het Nederlandse kerkelijke leven. En men mompelt: ‘Het ziet er allemaal zo vroom uit, maar ondertussen…’.
Laten wij in die situatie 1 Petrus 4 maar naspreken: “Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van ​Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
Dat betekent:
* “De Geest wordt weliswaar door de ongelovigen gelasterd, dat wil zeggen: zij wijzen Christus af en gaan daarmee in tegen het werk van de Heilige Geest
* maar in de kring van de gelovigen wordt Hij verheerlijkt”[7].

De Zondagen 3 en 4 van de Heidelbergse Catechismus bepalen ons bij onze ellende. Jazeker.
Maar midden in die ellende schittert ook het licht van de nieuwe toekomst.
Wilt u die toekomst zien? Kom dan maar naar de kerk!

Noten:
[1] U vindt de woorden terug in de Heidelbergse Catechismus. Achtereenvolgens citeer ik uit Zondag 4, antwoord 10 en Zondag 3, antwoord 8.
[2] 2 Corinthiërs 3:5 en 6.
[3] Dat zijn koppen in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op donderdag 13 september 2018.
[4] Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 63 en 64.
[5] Efeziërs 4:30.
[6] 1 Petrus 4:14.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 4:14.

21 augustus 2018

Leven voor Gods aangezicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Hoe staat het er, moreel bezien, met Nederland voor?
U weet het ongetwijfeld – op heel veel punten kan dat wel beter.

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg bracht de zaak niet zo lang geleden terug tot de kern: “Het is veilig in Nederland. Maar er zitten wel nog allerlei primitieve driften heel diep in ons. In het ideaal van naastenliefde schieten we geregeld tekort. We zien de ander vaak als een bedreiging of middel. En ik geloof dat die duistere kant altijd een deel van de mens blijft. Die moeten we niet ontkennen”.
En:
“…uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven. (…) Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt. We moeten leren leven met deze wereld en proberen betrekkelijk fatsoenlijk te zijn. Alleen wanneer je weet dat er destructieve krachten in je zitten, kun je proberen jezelf te beheersen. Als je ervan overtuigd bent dat je geen vlieg kwaad kunt doen, ligt het kwaad op de loer”.

Aldus sprak de befaamde schrijver in het Nederlands Dagblad[1].
Hij deed zijn uitspraken naar aanleiding van zijn essay ‘De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies’[2].

Grunberg komt – dat begrijpt u wellicht – in de buurt van Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…… naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].
Dat is opvallend. Bij mijn weten zwoer Grunberg in zijn puberteit elke vorm van religie af.

Bij de gedachten van Grunberg leg ik Openbaring 2 open: “Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert”.

Die woorden maken deel uit van een kort briefje aan christenen in Efeze[4].
In de kerk aldaar zitten gevallen mensen.

Dat is voor ons trouwens niets nieuws.
Zegt u nu zelf: ook wij kunnen zomaar worden overvallen door een sterke begeerte. Zo’n hunkering waarvoor alles en iedereen moet wijken. Soms gaat het, als wij aan zo’n sterke neiging toegeven, van kwaad tot erger. Dat kan zomaar gebeuren. Bij ons allemaal.
In Efeze waren gevallen mensen.
In 2018 leiden mensen een gevallen, worstelend leven.
Ziet u dat de mens, in de grond van de zaak, onveranderlijk slecht is?

Laten we naar de christenen te Efeze kijken.
Zij hebben hun intense liefde voor Jezus niet verloren, maar verlaten. Er staat: “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste ​liefde​ hebt verlaten”[5].
Er is, met andere woorden, afstand gekomen tussen Christus en Zijn kerk.
Er is nog wel liefde – dat is het probleem niet.
Maar de eerste liefde is weg. De brandende liefde is verdwenen; het is geen uitslaande brand meer. Het is een smeulend brandje; van werkelijk hete liefde is geen sprake.

Er moet, kortom, bekering komen. De mensen moeten weer met het gezicht naar God toe gaan staan.
Als die bekering er niet komt, zal de kandelaar worden weggenomen. Dat betekent: de gemeente zal ophouden te bestaan.
Hoe zal die opheffing worden bewerkstelligd? Door vervolging en verdrukking? Dat weten we niet precies. Maar éen ding is zeker: als die bekering uitblijft, wordt de kerk in Efeze uiteindelijk opgeheven.

Wat is het belangrijk om in het leven op God gericht te zijn. Om het met een oude term te zeggen: wij staan voor Gods aangezicht.
Ook in 2018 is dat het belangrijkste dat er is: voor Gods aangezicht staan. De God van hemel en aarde moet ons, om zo te zeggen, in de ogen kunnen kijken!

Naar aanleiding van Openbaring 2 schreef ik al eens: “…als een kerk vaag wordt en de twijfel groot, dan moeten we ons ernstig afvragen of in die betreffende kerk Gods Geest nog wel volop werkt”[6].
De kerk moet een duidelijke boodschap afgeven.
Welke boodschap is dat dan? Antwoord: pook het vuur van de eerste liefde maar weer eens flink op. Dan besef je weer waarom de kerk bestaat: tot Gods eer!
Wie in geloof volhoudt, heeft ook uitzicht op de hemelse vreugde die Jezus Christus – het Hoofd van de kerk – uiteindelijk geven wil. In Openbaring 2 wordt over die vreugde geschreven: “Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het ​paradijs​ van God staat”[7].

Arnon Grunberg zei: “Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt”.

Doet de kerk iets fout?
Toch niet.
Want Gods Woord spreekt over het paradijs van God. Niet over een lusthof die mensen wensen te creëren. Trouwens, vergeleken met het paradijs van God is elk menselijk eldorado niet meer dan leuk bedoeld gepruts.

In Openbaring 22 heeft Johannes dat paradijs als volgt beschreven.
“En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. En geen enkele ​vervloeking​ zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[8].

Laten we nog een korte blik werpen op onze tijd.
Inderdaad – ook kerkmensen zijn behept met die driften waar Grunberg over spreekt.
Natuurlijk moeten wij proberen om fatsoenlijk te leven.
Het is ontegenzeglijk waar: in zekere zin blijft het in deze wereld frunniken en fröbelen.
Maar de kerk heeft meer te melden dan een duister Evangelie dat mensen deprimeert.
De kerk vuurt mensen aan om blijmoedig en dienstbaar op weg te gaan naar het vaderland in de hemel.
Leef voor Gods aangezicht!
Laat de moed niet zakken!
De toekomst komt snel naderbij!

Noten:
[1] “Uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 maart 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dit essay zijn: Arnon Grunberg, “De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies”. – Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017. – 48 p.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] Openbaring 2:5.
[5] Openbaring 2:4.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Een lopend wonder’, hier gepubliceerd op donderdag 20 augustus 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/08/20/een-lopend-wonder/ .
[7] Openbaring 2:7 b.
[8] Openbaring 22:1-5.

1 augustus 2018

Niets kan ons van Gods liefde scheiden

Weet u hoe koning Saul aan zijn eind gekomen is? “Toen nam ​Saul​ het ​zwaard​ en liet zich erin vallen”. Zo staat dat in 1 Samuël 31[1].
Laten wij daar maar niet overheen lezen.
Dit is zelfmoord. Suïcide.

Niet zo lang geleden bekende iemand mij dat zij wel eens voor een spoorwegovergang heeft gestaan, en aldaar serieus overwoog om een einde aan haar leven te maken.

Bij het horen van een dergelijk bericht stroomt mijn hart over van medelijden.
Wat is een mens in zo’n situatie diep teleurgesteld, gedesillusioneerd, wanhopig en verdrietig!
En wat is het belangrijk om elkaar te bemoedigen!

Immers: God is er!
Hij beschermt ons met Zijn geweldige macht. Hij leidt ons door donkere dalen.
Als wij het niet meer zien zitten, ziet Hij ons nog wel staan!

Het Evangelie van Johannes 3 weergalmt in de wereld: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[2].
Wie dat gelooft, mag weten: mijn leven gaat door.
Wie dat gelooft, mag weten: hier op aarde is er misschien niks meer aan, maar er komt een nieuwe levensfase waarin alleen geluk aan de orde is.

In deze wereld lijkt het soms zo donker. Beperkingen zijn aan de orde van de dag. Er zijn honderdduizend dingen die ons onzeker kunnen maken. En dan vraag je je voor de zoveelste keer af: doe ik het wel goed?
Maar bij al die onzekerheden blijft één ding overeind. De liefde van God houdt nooit op. Echt helemaal nooit. De apostel Paulus formuleert dat in Romeinen 8 zo: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[3].

Kinderen van God worden gered. Zij worden behouden. Om met 1 Corinthiërs 3 te spreken: als door vuur heen[4]. Maar toch![5]

Dit artikel begint met de zelfmoord van koning Saul in 1 Samuël 31.
Saul heeft daar begrepen dat het einde van zijn aardse leven nadert. Echter, de koning wil ten koste van alles voorkomen dat hij levend in handen van de Filistijnen valt. Alles is beter dan een triomf van de vijand; dat mag niet gebeuren!
De wapendrager volgt het voorbeeld van de koning. Ook hij maakt een einde aan zijn aardse leven.
En zo sleept de één de ander mee.
Is het niet dieptreurig?

Aldus peinzend, moeten wij er overigens wel iets bij bedenken.
Israël heeft indertijd een aardse koning gekregen, omdat het volk zo graag met de mode mee wilde doen. Alle volken hadden een koning, en zij niet… Dat Israël een hemelse Koning had, werd voor het gemak van minder belang gevonden. De Here stond uiteindelijk toe dat Israël een koning kreeg.
Dat is de achtergrond van Hosea’s profetie in hoofdstuk 13: “In Mijn toorn gaf Ik u een ​koning, Ik nam hem weg in Mijn verbolgenheid”[6].

Het voorgaande brengt ons bij het belangrijkste feit van ons bestaan: ons leven is in Gods hand. Hoe donker het ook is. Wat er ook gebeurt!

Laatst las ik in de krant het volgende bericht.
“Méér mensen die aan zelfdoding denken, moeten worden geholpen door 113 Zelfmoordpreventie. Waren er in 2017 nog 53.000 crisisgesprekken, in 2021 wil de organisatie er 90.000 kunnen voeren.
Om dat te bereiken wordt de jaarlijkse subsidie voor 113 Zelfmoordpreventie met meer dan de helft verhoogd: van 3,4 naar 5,4 miljoen euro. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) dinsdagavond laat aan de Tweede Kamer geschreven. Blokhuis zegt dat hij de preventie van zelfdoding wil opschroeven. ‘We moeten ons tot het uiterste blijven inspannen om het aantal suïcides terug te dringen’, laat hij weten. Er gaat ook extra geld naar andere lopende activiteiten, zoals lokale initiatieven en onderzoek. In totaal gaat er deze kabinetsperiode 15 miljoen euro extra naar het voorkomen van zelfdoding”[7].

Het is een goede zaak dat er voor zelfdoding aandacht is.
Het valt echter te vrezen dat meer geld niet de oplossing van dit vraagstuk is.
Wie aan suïcide denkt, heeft zijn gedachten maar al te vaak niet meer onder controle. Wie zelfmoord overweegt, ziet allerlei drempels; in het werk, in de school, in het huishouden, in het opzoeken van vrienden en vriendinnen enzovoort[8].
Het is, ook in het kerkelijk leven, van het hoogste belang goede aandacht voor elkaar te hebben. Er moet een sfeer zijn waarin zulke dingen in vertrouwen aan de orde kunnen komen.
Laten wij niet de illusie hebben dat dit alles geheel en al aan de kerk voorbijgaat. Dat is namelijk niet het geval.

Nog één ding.
Job heeft in zijn leven heel wat ellende gekend. Je zou zeggen: Job heeft alle reden om God de rug toe te keren. Maar dat doet hij niet. Want wat zegt hij in Job 2? Dit: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[9].
God is niet alleen maar Machthebber voor mensen die voorspoed met een hoofdletter V schrijven!

Noten:
[1] 1 Samuël 31:4 b.
[2] Johannes 3:16 en 17.
[3] Romeinen 8:38 en 39.
[4] De term staat in 1 Corinthiërs 3:15: “Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen”.
[5] Zie over het bovenstaande ook https://www.gotquestions.org/nederlands/zelfmoord-bijbel.html ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[6] Hosea 13:11.
[7] “Kabinet steekt extra geld in tegengaan zelfdoding”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 juli 2018, p. 1.
[8] Zie hiervoor https://www.113.nl/zelftest-zelfmoordgedachten ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[9] Job 2:10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.