gereformeerd leven in nederland

28 april 2020

Geestelijk spreken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

‘Wij moeten op een Geestelijke manier met elkaar spreken’. Dat is een wijze van zeggen die men in de Gereformeerde wereld nog wel eens horen kan. Maar wat betekent dat eigenlijk?

Op deze internetpagina is al eens geschreven: “Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd. Het houdt ook in dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken. (…) Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen. Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig”[1].
Geestelijk spreken: dat is in de eerste plaats liefdevol spreken.
Wie Geestelijk spreekt gaat niet te kort door de bocht. Zijn manier van spreken en schrijven is niet bars, grimmig en nors.

Er is meer.
De apostel Paulus noteert in 1 Corinthiërs 2: “En wij spreken wijsheid onder de geestelijk volwassenen, maar een wijsheid niet van deze wereld, en ook niet van de leiders van deze wereld, die tenietgedaan worden. Wij spreken echter de wijsheid van God, als een geheimenis; een wijsheid die verborgen was en die God vóór alle eeuwen voorbestemd heeft tot onze heerlijkheid; een wijsheid die niemand van de leiders van deze wereld gekend heeft. Immers, als zij die gekend hadden, zouden zij de Heere der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar het is zoals geschreven staat: Wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en in geen mensenhart is opgekomen, dat is wat God bereid heeft voor hen die Hem ​liefhebben”[2].
Geestelijk spreken heeft de wijsheid die God ons leert als basis.

Dat is dus geen kennis die we opdoen via de krant, of via een persconferentie van de regering, of via het NOS-journaal.
Het is wijsheid die alles te maken heeft met het feit dat gelovige kerkmensen leven met de Heiland. In de kerk wonen wij, om zo te zeggen, in één leefgemeenschap met Jezus Christus. Wij kunnen altijd naar Hem toe. Natuurlijk – de Heiland zetelt nu op Zijn troon in de hemel. Hij woont niet naast de deur. Maar de weg naar de troonzaal van Jezus Christus is voor de kerk nooit afgesloten. En de deur van de troonzaal is voor de kerk nooit op slot. Met andere woorden: de kerk kan in haar gebeden altijd naar Jezus toe gaan.
Paulus legt het in zijn brief aan christenen in Efeze zo uit: “Mij, de allerminste van alle ​heiligen, is deze ​genade​ gegeven, om onder de heidenen door het ​Evangelie​ de onnaspeurlijke rijkdom van ​Christus​ te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere. In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem”[3].

Geestelijk spreken en schrijven begint, als het goed is, altijd met de vraag: is dit mijn eigen mening of baseer ik dit op de Goddelijke veelvuldige wijsheid?
Wij moeten ons steeds afvragen of we met datgene wat wij spreken of schrijven bij Jezus kunnen aankomen. Wij moeten bedenken of ons bidden zo is dat wij de God die ons geschapen heeft, de eer geven die Hem toekomt.
Daarbij moeten wij steeds bedenken dat de hemelse God nog altijd werkt. Misschien hebben wij de neiging om te denken dat het vroeger allemaal beter was. Wellicht denken we: vandaag is het allemaal niks meer… Maar de God van het verbond werkt ook in 2020 verder aan Zijn plan. Onze God is geen Machthebber die handenwrijvend aan de zijlijn staat.
Hij werkt ook vandaag in de kerk. Misschien bewerkstelligt Hij wel dingen waar wij nogal wat vragen bij hebben. Maar ook dan moeten wij Geestelijk denken en spreken. Wij moeten vragen: is datgene wat hier gebeurt tot Gods eer, of niet?

Geestelijk spreken betekent niet dat wij eensklaps een beetje zweverig gaan zitten doen.
Dat deed Paulus in Corinthe ook niet. Hij deed daar zijn werk als een gewoon mens: “En ik was bij u in zwakheid, met vrees en veel beven”[4].
Geestelijk spreken – dat moeten wij doen in het concrete leven van 2020. En laten wij maar eerlijk zijn: de beperkingen waarmee de wereldburgers moeten leven vanwege alle beperkingen in verband met het coronavirus maken het er soms niet makkelijker op.
Laten wij het de apostel Paulus, mutatis mutandis, maar nazeggen: mijn spreken bestaat niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat ons geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God[5].

Noten:
[1] Geciteerd uit mijn artikel ‘De liefde gaat boven alles’, hier gepubliceerd op vrijdag 26 juli 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/07/26/de-liefde-gaat-boven-alles/ .
[2] 1 Corinthiërs 2:6-9.
[3] Efeziërs 3:8-12.
[4] 1 Corinthiërs 2:3.
[5] Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 2:4 en 5: “En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God”.

17 april 2020

Voor altijd volmaakt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Kent u het verhaal van Faust?
Hier komt het.
“Er was eens een man die een pact sloot met de duivel. Althans, zo gaat de legende die in de loop der eeuwen in verschillende versies is beschreven. Het was een verveelde man, die was uitgekeken op zijn saaie bestaan. De man heette Faust. Hij besloot zijn heil te zoeken bij magie, en warempel, de duivel verscheen. Die bood hem alle kennis en geluk die hij verlangde, maar wel in ruil voor zijn ziel op het moment dat hij het zou hebben gevonden. Faust stemde toe en verkreeg alles wat zijn hartje begeerde. Roem, seks, macht, in de verschillende versies probeert hij alles uit, en in de versie van Goethe – die zelf nog minister van Financiën is geweest – krijgt hij zelfs de macht over het drukken van geld. Aan het eind vindt Faust het geluk, hij vindt de totale vervulling – maar dat is het moment dat de duivel hem komt halen. Met andere woorden: zodra hij alles bezit wat hij begeert, is hij zichzelf kwijt”[1].

In de kerk zeggen we: wij moeten ons leven in handen geven van de Heiland. Raken wij in de kerk onszelf kwijt?
Toch niet. Wij blijven onszelf. Maar ons leven gaat wel ingrijpend veranderen. Dat blijkt in 1 Corinthiërs 13: “Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik ten dele, maar dan zal ik kennen, zoals ik zelf gekend ben”[2]. Wij krijgen, om zo te zeggen, een totaaloverzicht van de heerlijkheid van onze God. Wij kunnen als het ware door Hem heen kijken. Wij begrijpen geheel en al hoe Hij Zijn doel verwezenlijkt. Wij doorzien hoe glorieus het in de hemel is!
Wij verlangen naar het verblijf in Gods woonplaats – jazeker. Wij begeren daar te komen. Maar als wij daar dan zijn, hebben wij niet alles verloren; nee, wij zijn voor altijd rijk!

De liefde die in 1 Corinthiërs 13 aan de orde is, heeft een basis: het werk van Gods Heilige Geest.
Dat is te zien in 1 Corinthiërs 12: “Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: ​Jezus​ is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: ​Jezus​ is Heere, dan door de ​Heilige​ Geest. Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest”[3]. In dat hele hoofdstuk 12 geeft Paulus een brede uiteenzetting over de gaven die Gods Geest geeft.
Het werk van Gods Geest zien we ook in 1 Corinthiërs 14. Gods Geest werkt in de gemeente. Dat werk moet, zo betoogt Paulus, voor ieder te begrijpen zijn. Gods Geest is druk doende met gemeenteopbouw.
De liefde van God is de middelpuntvliedende kracht van waaruit de Geestelijke gaven zich ontplooien.

‘Lang leve de liefde’, roept men bij SBS6. ‘All you need is love’, proclameert men bij RTL4. Liefde is alles wat u nodig heeft.
En ja, liefde voor elkaar is een groot goed. Vriendelijkheid en genegenheid maken de wereld mooier. Hulpvaardigheid maakt van de wereld een aangename leefomgeving.
Maar in de kerk is er meer.
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Meijer (1898-1964) schrijft in verband met 1 Corinthiërs 13: “’De meeste van deze is de liefde’: die dient het meest het welzijn van de gemeente. Want als er geen liefde is heeft men geen vertrouwen in en verwachting van elkaar. Dan ontbreekt het cement van de gemeenschap der heiligen”[4].
Ziet u? Daar zit de kern van christelijke liefde.
De liefde ziet scherp.
De liefde is geduldig
De liefde wordt niet verbitterd.
De liefde handelt niet ongepast.
In 1 Corinthiërs 13 is dat eerst en vooral een boodschap voor de kerk.
Deze boodschap moet, ook in corona-tijd, goed tot ons doordringen.

De cultuursocioloog Ruben Jacobs schrijft: “Gedrag is besmettelijker dan verkoudheid. Hamsteren lijkt op het eerste oog egoïstisch, maar is tegelijk ook het tegenovergestelde: het is na-aap gedrag, sociaal dus. Al is de uitkomst op grotere schaal asociaal. ‘Als ik het nu niet doe, doet een ander het wel’, is dan de redenatie. Deze ‘survival-modus’ ontstaat als het gevoel van orde, vertrouwen en stabiliteit in de samenleving dreigt weg te vallen”.
En:
Het coronavirus “is ook een uitgelezen kans om maatschappelijke solidariteit opnieuw uit te vinden”[5][6].
Daar valt het woord ‘solidariteit’.
Wat betekent dat?
“Het woord solidariteit is afgeleid van het Latijnse solidus met de dubbele betekenis van a) sterk, solide en b) gezamenlijk. Tegenwoordig duidt men ermee aan dat men samen voor een zaak of ideaal staat en daarvoor actie voert. We kunnen daarbij drie doelstellingen onderscheiden:
1. een positieve, wanneer een bepaald goed doel wordt nagestreefd of wanneer men een ongunstige situatie wil verbeteren of herstellen;
2. een negatieve, wanneer men zich gezamenlijk keert tegen verkeerd geachte overheden, wetten, partijen, werkgevers of zelfs individuele personen;
3. meestal is het een combinatie van positieve en negatieve actie”[7].
Solidariteit is een woord met, in het algemeen genomen, een heel positieve betekenis. Alleen maar – het is een aards woord.
In de kerk kijken we verder. Veel verder.

In hun hemelleven worden Gods kinderen, hoofd voor hoofd, prachtige mensen.
Er komt een tijd waarin acties en tegenreacties niet meer nodig zullen wezen. Dan zien wij van aangezicht tot aangezicht. We kijken God recht in het gezicht. Dan heeft aardse liefde afgedaan. Dan hebben virussen en ziekten niets meer te vertellen.
Daar bereiden we ons op voor.
De God van het verbond maakt ons perfect. Voor altijd volmaakt. We worden helemaal onszelf. Maar dan zonder zonde. Ongelooflijk, maar waar!

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/nl/artikel/47743/de-geluksmachine.html ; geraadpleegd op donderdag 9 april 2020.
[2] 1 Corinthiërs 13:12.
[3] 1 Corinthiërs 12:3 en 4.
[4] J. Meijer, “Doch gij zijt van Christus – Schetsen voor de behandeling van de eerste brief aan de Corinthiërs”. – [Zaltbommel]: Nederlandse Bond van Gereformeerde J.V. – 1964. – p. 57.
[5] Geciteerd van https://www.brainwash.nl/bijdrage/liefde-in-tijden-van-corona-een-nieuw-soort-solidariteit ; geraadpleegd op vrijdag 10 april 2020.
[6] Zie voor meer informatie over de cultuursocioloog Ruben Jacobs http://www.ruben-jacobs.nl/Ruben_Jacobs/Bio.html ; geraadpleegd op vrijdag 10 april 2020.
[7] Citaat uit: Drs. J.J. Tigchelaar, “Solidariteit in de Bijbel”. In: De Banier -partijblad van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP)-, zaterdag 21 januari 2012, p. 10 en 11.

15 november 2019

Welkom in Vaders huis!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En wij weten dat voor hen die God ​liefhebben, alle dingen meewerken ten goede, voor hen namelijk die overeenkomstig Zijn voornemen geroepen zijn”[1].

Hierboven staat een heel bekende tekst. Zeg maar gerust: een tophit in het Gereformeerde leven. Een tekst over liefde. Een tekst die aangeeft dat het leven van een gelovig mens altijd de goede kant op gaat. Een tekst die ons eraan herinnert dat wij door God geroepen zijn.
Een tekst die ons eraan herinnert dat wij met onbreekbare banden aan Jezus Christus verbonden zijn.
Altijd schijnt in ons leven het licht der wereld. U weet wel, dat licht van Johannes 8: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[2].
Gereformeerden hebben altijd licht bij zich!

Iemand schreef: “Je moet van jezelf houden voordat je anderen lief kunt hebben. Heel leuk en inspirerend allemaal, maar hoe gaat zo’n self love dan verder in de praktijk? Oké, laten we het even vergelijken met een vriendin. Je kunt haar nog zo lief vinden, maar als je haar verjaardag vergeet, zal ze toch een beetje teleurgesteld zijn. Kortom: liefhebben is een werkwoord, je moet er iets voor doen. En dat ‘doen’, dat kun je eigenlijk zien als self care[3].
In het bovenstaande staat veel waars.
Maar bij die self care begint het in de kerk niet.
Dat wordt duidelijk als wij een ogenblik in Romeinen 9 gaan lezen. Daar schrijft Paulus over Isaäk, Rebekka en de kinderen die zij krijgen. Als volgt: “…toen de ​kinderen nog niet geboren waren, en niets goeds of kwaads gedaan hadden – opdat het voornemen van God, dat overeenkomstig de verkiezing is, stand zou houden, niet uit de werken, maar uit Hem Die roept – werd tot haar gezegd: De meerdere zal de mindere dienen. Zoals geschreven staat: ​Jakob​ heb Ik liefgehad en ​Ezau​ heb Ik gehaat”[4].
God kiest de Zijnen uit, Hij roept die allen[5]. Alles begint niet bij ons voornemen om onszelf in het vervolg wat liever te vinden. De start ligt bij Gods heilsplan. Hij nam Zich voor om Zijn kinderen te roepen. En Hij deed het ook.
Dat is de reden dat wij God liefhebben. ’t Zit ‘m niet vast op een of ander religieus DNA waarmee wij begiftigd zijn. De Here laat ons het licht zien. Zijn licht. Zo komt het dat Gereformeerden in de wereld een charismatische uitstraling hebben.

Alle dingen werken mee ten goede, schrijft Paulus.
Misschien hebben wij thans de neiging om meewarig onze schouders op te halen. Er is immers zoveel ellende in de wereld? Dat is waar. Maar wie beperkt wordt, heeft des te meer gelegenheid om zich te concentreren op één ding. Hij of zij is, om wat voor reden dan ook, tot veel dingen niet meer in staat. Maar er blijft altijd Eén over. De Heiland zegt: vertrouw maar op Mij, en laat de rest maar zitten.
Natuurlijk is dat niet makkelijk. Wij staren lang op onze tegenspoed. Op onze ergernissen. Wij voelen ons wellicht bij tijd en wijle machteloos als wij te maken hebben met overheden en instanties die ons onrecht aandoen. En misschien denken wij zelfs wel: wat moet de heilige God aanvangen met al die aardse rommel?
Er blijft altijd Eén over – Eén die zal oordelen over levenden en doden.
In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken gelovige mensen onbekommerd uit: “Terecht is daarom de gedachte aan dit oordeel schrikwekkend en angstaanjagend voor de slechte en goddeloze mensen, maar de rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen er vurig naar en putten er rijke troost uit. Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen. Hun onschuld zal dan door allen worden erkend en zij zullen zien de verschrikkelijke manier waarop God Zich wreekt op de goddelozen, die hen in deze wereld getiranniseerd, verdrukt en gekweld hebben. Die zullen tot erkenning van hun schuld gebracht worden, door het getuigenis van hun eigen geweten. Zij zullen wel onsterfelijk worden, maar alleen om gepijnigd te worden in het eeuwige vuur, dat voor de duivel en zijn engelen bereid is (…). De gelovigen en uitverkorenen daarentegen zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer”[6].
Heerlijkheid en eer – daar gaat het met Gods kinderen naar toe.
Alle verdriet gaat als sneeuw voor de zon verdwijnen – dat is het toekomstperspectief van Gods volk.
Het zal blijken dat Gods volk voor een rechtvaardige zaak staat – dat is de uitkomst van de vele, vele overwegingen van hen die zelfredzaam wilden wezen.

Gods kinderen hebben allemaal een uitnodiging op zak: ‘U bent van harte welkom in het huis van mijn Vader!’. Die hartelijke invitatie klinkt iedere zondag in de kerk. Door de week mogen wij laten horen dat ook anno Domini 2019 in Zijn Woord te lezen is: “En hen die Hij er van tevoren toe bestemd heeft, die heeft Hij ook geroepen, en hen die Hij geroepen heeft, die heeft Hij ook gerechtvaardigd, en hen die Hij gerechtvaardigd heeft, die heeft Hij ook verheerlijkt”[7].
Ja, zo staat het er: Hij heeft de uitverkorenen verheerlijkt.
Niet voor niets staat in Colossenzen 3: “… u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[8].
Dat pakt niemand ons meer af!

Noten:
[1] Romeinen 8:28.
[2] Johannes 8:12.
[3] Nederlands Dagblad, woensdag 9 oktober 2019, p. 16 (rubriek: Huis van Belle).
[4] Romeinen 9:11, 12 en 13.
[5] Dit is een regel uit Gezang 31:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[7] Romeinen 8:30.
[8] Colossenzen 3:3 en 4.

23 oktober 2019

De meeste van deze is de ​liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

De liefde wordt alom besproken[1]. De liefde wordt in ontelbaar veel songs bezongen. Kortom – de liefde is een dankbaar onderwerp. Men kan er schier eindeloos over nadenken. En de gedachte aan liefde voor mensen tovert zomaar een glimlach op ons gezicht.

In dit artikel gaat het over de liefde zoals die in Gods Woord ter sprake komt. Meer precies: 1 Corinthiërs 13 staat centraal[2].
Ik citeer een paar verzen uit dat hoofdstuk.
“Al zou ik de talen van de mensen en van de ​engelen​ spreken, maar ik had de ​liefde​ niet, dan zou ik klinkend koper of een schallende ​cimbaal​ zijn geworden. En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets. En al zou ik al mijn bezittingen uitdelen tot levensonderhoud van de armen, en al zou ik mijn lichaam overgeven om verbrand te worden, maar ik had de ​liefde​ niet, het baatte mij niets.
De ​liefde​ is geduldig,
zij is vriendelijk,
de ​liefde​ is niet jaloers,
de ​liefde​ pronkt niet,
zij doet niet gewichtig”[3].

Een lofzang op de liefde in de Bijbel: mooier kan het niet!

Eens bestudeerde een Gereformeerde predikant die lofzang. En hij vroeg: “Vaak klagen mensen die aan de rand van het kerkelijk leven verkeren over gebrek aan liefde in de kerk. Ze zeggen: We vinden hier geen gemeenschap der heiligen. Hebben ze daartoe het recht wel?”[4].

Eerst even over die gemeenschap van de heiligen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons daarover:
“Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen?
Antwoord:
Ten eerste dat de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Here Christus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder verplicht is zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken”[5].
In de kerk is er dus een woongemeenschap. Een woongemeenschap met Jezus Christus. Alles wat Hij heeft aan vergevingsgezindheid en eeuwig leven is ook van ons.
Wilt u liefde vinden?
Ga naar de kerk!

In de kerk zijn heel wat mensen aan het werk. Zij doen wat ze kunnen om samen een vreedzame gemeenschap te vormen. In de kerk is de boel goed geregeld. In de kerk is begrip voor elkaar. In de kerk steken we elkaar een helpende hand toe.
Natuurlijk gaat er wel eens wat fout. Volmaakt wordt het niet. De ideale kerk bestaat hier op aarde niet. Maar talloze mensen doen hun best.

De kerk is ordelijk gegroepeerd. De organisatie is transparant. Aan de buitenkant van die groep mensen staan nog wel eens een paar klagers. Die zeggen: ‘er is te weinig liefde in de kerk’.
Hebben ze daar het recht toe?
Jawel. Het is namelijk de waarheid. Aardse liefde is nooit volmaakt. Ook mensen die midden in die vergadering staan moeten wel eens vaststellen dat er aan de liefde nogal wat mankeert.

Maar daarmee is het verhaal niet uit.
Die Gereformeerde predikant van hierboven schrijft in zijn studie:
“Het zal duidelijk zijn dat dit ’hooglied der liefde’ niet gaat over een soort algemeen-menselijke liefde, niet over ’mede-menselijkheid’ en dergelijke. Het gaat over de opbouw van het kerkelijke leven. Daarom moeten we het lezen tegen de achtergrond van de situatie in Corinthe”.
En:
“…het gaat om de opbouw van de gemeente. De liefde die hier wordt bedoeld is: liefde voor de kerk, voor Christus’ duurgekochte gemeente!”[6].
Wat betekent dat?
Dat betekent dat de liefde voor de mensen in de kerk gebaseerd is op de liefde voor de Heiland, en voor Zijn werk.
Die wetenschap kan ervoor zorgen dat wij, als wijzelf niet zo liefdevol behandeld worden, dat makkelijker kunnen relativeren. Immers – als kerkmensen niet zo vriendelijk tegen ons zijn, wil dat nog niet zeggen dat die kerkmensen geen liefde voor hun Heiland hebben.
Inderdaad – kerkmensen zijn soms niet zo vrolijk, aimabel en/of beminnelijk. Laten wij ons, als we daar eens het slachtoffer van zijn, niet meteen afgewezen voelen. Ook voor gelovigen geldt: niets menselijks is hen vreemd; maar de liefde voor Jezus Christus kan best bloeiend wezen!

En dan nog dit.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: “En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets”.
Dat doet sterk denken aan Jezus’ woorden in Mattheüs 17: “Als u een geloof had als een ​mosterdzaad, u zou tegen deze berg zeggen: Verplaats u van hier naar daar! En hij zou gaan, en niets zou voor u onmogelijk zijn”[7].
Een uitlegger schrijft bij Mattheüs 17: “Geloof als een mosterdzaad betekent (…) een geloof, dat niet door uiterlijk vertoon, grote woorden enz. indruk maakt op den toeschouwer, maar door zijn innerlijke kracht, zijn eenvoudige en kinderlijke gebondenheid aan God het geheim vormt van grote dingen”[8].
In eenvoudige en kinderlijke gebondenheid aan God leven gelovige mensen in liefde met God en mensen. Met alle tekortkomingen van dien – jazeker. Maar kinderen van God zijn op weg naar een heerlijke toekomst.
En zij weten het nu al zeker:
“Zoals een vader liefdevol zijn armen
slaat om zijn kind, omringt ons met erbarmen
God onze Vader, want wij zijn van Hem.
Hij die ons zelf uit aarde heeft genomen,
Hij weet, dat wij, uit stof aan ’t licht gekomen,
slechts leven op de adem van zijn stem”[9].

Noten:
[1] De titel van dit artikel is geciteerd uit 1 Corinthiërs 13:13.
[2] De keuze van het onderwerp van dit artikel staat in verband met het feit dat 1 Corinthiërs 13 vanavond besproken zal worden tijdens een vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[3] 1 Corinthiërs 13:1-4.
[4] Dat was dominee G. van Rongen (1918-2006). In: “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 109.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 21, vraag en antwoord 55.
[6] Van Rongen, a.w., p. 105.
[7] Mattheüs 17:20.
[8] Geciteerd uit: Dr. Herman Ridderbos, “Het Evangelie naar Mattheüs opnieuw uit den grondtekst vertaald en verklaard” – tweede deel, hoofdstuk 16:13-28:20. – tweede druk. – Kampen: J.H. Kok N.V., 1954. – p. 33.
[9] Psalm 103:5; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 augustus 2019

Langdurige liefde, voortdurende vrede

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de wereld van de popfestivals bestaat tenminste één toverwoord. Woodstock.
Het Nederlands Dagblad schreef onder meer: “Woodstock vond van 15 tot 18 augustus 1969 plaats op het weiland van boer Max Yasgur bij Bethel, in de Amerikaanse staat New York. De naam ontleende het aan het dorp waar The Band en Bob Dylan in 1967 in een roze geverfd huis maandenlang een volkomen andere soort muziek maakten. Tientallen bands traden in ‘Woodstock’ op…”.
Maar ook:
“Maar zelfs de roze herinnering aan het originele Woodstock is niet meer intact. Achter de schermen was er veel drugsgebruik. De houdbaarheid van genotmiddelen, Love & Peace en de ongeorganiseerde samenkomst van ruim een half miljoen mensen bleek beperkt. Er was enorme ruzie over de platen en films die vanuit het festival mochten verschijnen – in de ultieme bioscoopfilm die nu weer her en der draait, ook in Nederland, komt een hele serie bekende popartiesten niet voor – en bijna waren duizenden mensen geëlektrocuteerd, toen zware hoosbuien op de niet gezekerde instrumenten en versterkers op het modderige terrein neerplensden”[1].

Woodstock wordt opgehemeld als het festival van love and peace, van liefde en vrede. Woodstock was een voorbeeld voor de wereld.
Jaja.
Maar daarna was het weer: bijten en gebeten worden.
En daarom kunnen we gezamenlijk uitroepen: weg met die verheerlijking!
En trouwens – aan die liefde en vrede mogen we gerust ‘modder’ toevoegen. Want het was buitengewoon slecht weer. Men schrijft: “Ondanks het slechte weer genoten een half miljoen mensen, die tot hun knieën in de modder stonden, van de 33 verschillende bands”[2].

In 2 Corinthiërs 13 lezen we ook over liefde en vrede: “Ten slotte, broeders, verblijd u, laat u terechtbrengen, laat u aansporen, wees eensgezind, leef in ​vrede. En de God van de ​liefde​ en de ​vrede​ zal met u zijn”[3].
Paulus proclameert daar de bestendige liefde. Hij verkondigt blijvende vrede.
Hij wil maar zeggen: hou eens op met die partijtjes. Dat geroep “ik ben van ​Paulus, ík van Apollos, ík van Kefas, en ík van ​Christus” moet eens afgelopen zijn[4] . Al Gods kinderen horen bij de God van de liefde en de vrede.

Hoe houden we die Schriftuurlijke liefde, die Bijbelse vrede in stand?
Die liefde en vrede blijven in beeld als wij in alle omstandigheden de Here blijven dienen.
Paulus doet ons voor hoe dat moet.
In 2 Corinthiërs 11 geeft hij een beeld van de ontberingen die bij zijn evangelisatiewerk gepasseerd zijn: “Zijn zíj Hebreeën? Ik ook. Zijn zíj Israëlieten? Ik ook. Zijn zíj nageslacht van ​Abraham? Ik ook. Zijn zíj dienaars van ​Christus? – ik spreek als een waanzinnige – ik sta boven hen; in ingespannen arbeid veel vaker, in slagen bovenmate, in gevangenissen veel vaker, dikwijls in doodsgevaar. Van de ​Joden​ heb ik vijfmaal de veertig min één zweepslagen ontvangen. Driemaal ben ik met de roede gegeseld, eenmaal ben ik gestenigd, driemaal heb ik schipbreuk geleden, een heel etmaal heb ik in volle zee doorgebracht. Op ​reis​ was ik vaak in gevaar door rivieren, in gevaar door rovers, in gevaar van de kant van volksgenoten, in gevaar van de kant van heidenen, in gevaar in de stad, in gevaar in de woestijn, in gevaar op zee, in gevaar onder valse broeders, in inspanning en moeite, vaak in nachten zonder slaap, in honger en dorst, vaak in ​vasten, in koude en naaktheid. Afgezien van wat van buitenaf komt, overvalt mij dagelijks de zorg voor alle ​gemeenten”[5].
Nee, Paulus is geen man die grossiert in grootsheid. De apostel kan een hoop ellende op een rij zetten. Maar het gaat mem eigenlijk maar om één ding: Hij heeft de God van hemel en aarde gediend! Dat deed hij met inzet van al zijn krachten.
Dat moeten de Corinthiërs ook doen.
Dan is het snel afgelopen met die clubjes en die coterietjes!

Wij nemen nog eens een kijkje in Woodstock.

Iemand schreef: “Woodstock 1969 was meer dan alleen een muziekfestival. Twee jaar na de beroemde Summer of Love -1967- waarbij veel hippies zich, onder meer uit protest tegen de oorlog in Vietnam, in San Francisco hadden verenigd, was Amerika nog altijd in oorlog. De Vietnamoorlog escaleerde en wie naar het nieuws keek zag vooral veel beelden van demonstraties en oorlogsgeweld voorbij komen. De protestliederen vonden een groot publiek. Jimi Hendrix bracht uit protest tegen de Amerikaanse Vietnampolitiek een beroemd geworden parodie op het Amerikaanse volkslied. Woodstock werd een manier om gezamenlijk uitdrukking te geven aan de onvrede. Het kon anders, meenden veel hippies”[6].

Het kan anders. Jazeker. En het moet ook anders.
Alleen maar – dat kan nooit in eigen kracht gebeuren.

Het is bekend – de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw waren de jaren van de hippies.
Wat wilden de mensen toen?
“* Hippies waren antikapitalistisch en anti-materialistisch. De maatschappij richtte zich te veel op geld, goed, technologie. De hippies verzetten zich dan ook tegen de consumptiemaatschappij;
* Veel aandacht voor leven in harmonie met de natuur. Verzet tegen milieuvervuiling. flowerpower;
* Verzet tegen geweld wereldwijd. Net als de provo’s moesten hippies niets hebben van bijvoorbeeld de Vietnamoorlog;
* Genieten van en leven in het hier en nu en doen wat je zelf wilt. Dit uitte zich onder meer in het organiseren en bezoeken van muziekfestivals -Woodstock in 1969 was een hippie-initiatief-, aandacht voor oosterse religies -met name zaken als meditatie, trance, drugsgebruik, de geest verruimen, genieten van vrije seks en leven binnen kleine, gelijkgezinde communes-”[7].

Men ziet: in vijftig jaar veranderen sommige dingen in ‘t geheel niet.

Maar door de eeuwen klinken eerst en vooral de woorden van de zegen van de Here: “De ​genade​ van de Heere Jezus ​Christus, de ​liefde​ van God en de gemeenschap van de ​Heilige​ Geest​ zij met u allen. ​Amen”.
Voor genade staat daar het Griekse woord charis. Dat is afgeleid van chairo: vreugde, dankbaarheid.
Dat wetende is het geen wonder dat de Engelse baptistenpredikant Charles H. Spurgeon (1834-1892) eens zei: “Sommigen denken dat het goed is om ‘ellendige zondaren’ te zijn, maar het is vast en zeker beter om ‘gelukkige heiligen’ te zijn”[8].

Dankbare kinderen van God brengen, als het goed is, door de jaren heen liefde en vrede in de praktijk!

Noten:
[1] Herman Veenhof, “Woodstock 50 is (bijna) overal”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 augustus 2019, p. 12.
[2] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/muziekfestival-woodstock-in-1969 ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[3] 2 Corinthiërs 13:11.
[4] 1 Corinthiërs 1:12.
[5] 2 Corinthiërs 11:22-28.
[6] Geciteerd van https://vandaagindegeschiedenis.nl/18-augustus/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[7] Geciteerd van https://historiek.net/hippies-hippiecultuur-betekenis-geschiedenis/84087/ ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.
[8] Geciteerd van http://abcvanhetgeloof.nl/genade ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019. Zie voor meer informatie over Spurgeon https://nl.wikipedia.org/wiki/Charles_Spurgeon ; geraadpleegd op vrijdag 16 augustus 2019.

16 augustus 2019

Onpersoonlijke God?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds”.

Deze woorden zijn afkomstig van Liebje Hoekendijk uit Bussum. Achtentachtig jaar is ze. Op zaterdag 10 augustus jongstleden wordt ze in het Nederlands Dagblad geïnterviewd.
Liebje zegt onder meer het volgende.
“Als tiener bad ik veel. Ik praatte tegen God om mijn eigen gedachten te ordenen. Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide. Op zondag ga ik niet naar de kerk, maar ik drink wel iedere week koffie met de ouderen van de protestantse gemeente in Bussum. Toen mijn moeder op haar sterfbed lag, vroeg ze me: ‘Zie ik jou later bij de troon van God?’ Voor geen goud wilde ik haar verdriet doen, maar ik wilde ook niet liegen. Daarom zei ik: ‘Ik heb het geloof nooit afgezworen’. Dat was voor haar voldoende”[1].

Het geloof in een persoonlijke God is wat naar de achtergrond geschoven.
Dat is, in zekere zin, bijzonder.
Gelooft Liebje Hoekendijk in een God die vooral onpersoonlijk is?
Gelooft zij in een God die zich niet bemoeit met individuele personen?
Voor de gemiddelde burger ziet dit mentale bochtenwerk er in eerste instantie enigermate ingewikkeld uit.

Hoe dat zij, wanneer wij nadenken over een persoonlijke God is het nuttig om elkaar te wijzen op Deuteronomium 7.
Citaat –
“Maar vanwege de ​liefde​ van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte.
Daarom moet u weten dat de HEERE uw God is. Híj is God, de getrouwe God, Die het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem ​liefhebben​ en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.
En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen, hem persoonlijk; Hij zal tegenover wie Hem haat niet aarzelen. Hij zal aan hem vergelding doen, aan hem persoonlijk.
En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden”[2].

Het is van belang om de liefde van de Here hier prominent in beeld te houden. In Deuteronomium 7 gaat het niet om een werkgever en zijn personeel. De zaak draait niet om een simpele afspraak: als u dit doet, zal Ik dit voor u regelen. Hier is liefde in ’t spel.
De Here wil met heerlijke perfectie voor Zijn volk zorgen. Hij wil niets liever dan al Zijn kinderen, hoofd voor hoofd, gelukkig maken. En aan Hem zal het niet liggen! Want Hij blijft trouw. Hij zal nooit zeggen: zoek het nu in het verdere van uw leven maar uit.
Wanneer Israël roemloos in de vangrail eindigt, zal de Here al Zijn kinderen in grote genegenheid bij Zich roepen om hen weldadig herstel te geven.

In dat kader wordt in Deuteronomium 7 nadrukkelijk gewezen op de persoonlijke verantwoordelijkheid. Onze God, de Schepper van hemel en aarde, heeft wel degelijk aandacht voor individuen.
Mensen die Hem haten, ziet Hij.
Mensen die Hem liefhebben, ziet Hij dus ook.

Het eigenaardige is dat bij de Heer van de kosmos individu en volk in één oogopslag gezien worden.
Want in Deuteronomium 7 lezen we ook: “Want u bent een ​heilig​ volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú ​uitgekozen​ uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is”[3].
Gods volk en Zijn kind – die worden in Gods Woord in één adem genoemd.

Liebje Hoekendijk zegt: “Nu geloof ik niet meer zozeer in een persoonlijke God, maar de liefde van het geloof voel ik nog steeds. Want die stond centraal in het geloof waarmee ik opgroeide”.
Dat moet een vredig sfeertje geweest zijn! Stel u voor: een God die altijd welwillend glimlacht! Stel u voor: een God die niet teveel zegt en vooral een arm om u heen slaat!
Dat ziet er prachtig uit, maar het is onzin.
In Deuteronomium 7 wordt er nadrukkelijk op gewezen dat de Here, vanwege Zijn diepgewortelde en diepdoorvoelde liefde heel veel doet. Hij bevrijdt nota bene een complete natie, Zijn eigen volk, uit de onderdrukking.
Er staat trouwens ook: “En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten”. Onze God leunt niet achterover bij stemmig kaarslicht, met een sigaar in de mond!

De manier van denken van Liebje Hoekendijk doet denken aan New Age.
New Age is, zo noteerde iemand, “een mix van verschillende ideeën en tradities vermengd met oosterse spiritualiteit, filosofie, psychologie en natuurkundige ideeën. Aanhangers van de New Age verlangen naar verbondenheid met het goddelijke, de levensbron en de eeuwige energie. Een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is. Men ervaart het leven niet langer als statisch en onveranderlijk, maar verrassend en groeiend naar levensdoelen. Men streeft naar een Nieuw Tijdperk”[4].
Daar is het: een goddelijkheid die veelal onpersoonlijk is!

Gods Woord drukt ons op het hart dat de Here alle mensen persoonlijk kent.
Denkt u maar aan 2 Corinthiërs 5: “Want wij moeten allen voor de rechterstoel van ​Christus​ openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad”[5].

Nog één keer kom ik terug bij Deuteronomium 7.
De Here stimuleert ons, hoofd voor hoofd, om Hem Persoonlijk trouw te zijn.
Zijn beloften zijn volstrekt duidelijk: “En daarom moet u de geboden, verordeningen en bepalingen die ik u heden gebied, in acht nemen door ze te houden. Dan zal het gebeuren, omdat u deze bepalingen zult horen, in acht nemen en houden, dat de HEERE, uw God, voor u het ​verbond​ en de goedertierenheid in acht zal nemen die Hij uw vaderen onder ede beloofd heeft. Hij zal u ​liefhebben, u ​zegenen​ en u talrijk maken; Hij zal de vrucht van uw schoot ​zegenen​ en de vrucht van uw land, uw koren, uw nieuwe ​wijn​ en uw olie, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee, in het land dat Hij uw vaderen gezworen heeft u te geven. Gezegend zult u zijn boven al de volken”[6]!

Noten:
[1] In: Nederlands Dagblad, zaterdag 10 augustus 2019, p. 20.
[2] Deuteronomium 7:8-11.
[3] Deuteronomium 7:6.
[4] Geciteerd van https://www.spiritualnet.nl/8-religies/18-new-age ; geraadpleegd op maandag 12 augustus 2019. Zie ook mijn artikel ‘Het goddelijke in jezelf…?’, hier gepubliceerd op woensdag 5 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/05/het-goddelijke-in-jezelf/ .
[5] 2 Corinthiërs 5:10.
[6] Deuteronomium 7:11-14 a.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.