gereformeerd leven in nederland

29 april 2019

Keuzevrijheid versus Deuteronomium 10

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”[1].
Zo staat dat in Deuteronomium 10.
Zo staat dat in onze Bijbels, ook anno Domini 2019.

Dat lijkt niet te passen bij onze maatschappij. Want in onze samenleving moet je keuzevrijheid hebben. Zodra dat niet meer zo is, gaan massa’s mensen scheef kijken.

Een voorbeeld daarvan is Siriz. Die organisatie pleit in voorlichting en campagnes voor één oplossing bij ongewenste zwangerschap: behoud van het kind.
Dat kan niet, zeggen heel wat Tweede Kamerleden. Mensen moeten wat te kiezen hebben.
De directeur van Siriz zegt: bij de concrete hulp aan zwangere vrouwen reiken we altijd meer dan één oplossing aan.
Maar de Tweede Kamer blijft kritisch. Want de keuzevrijheid is heilig.

Het Nederlands Dagblad meldt op donderdag 25 april jongstleden: “De linkse oppositie in de Tweede Kamer doet een uiterste poging om te voorkomen dat de organisatie Siriz subsidie krijgt van de overheid. Maar die poging strandt vandaag, omdat ook regeringspartijen VVD en D66 voorlopig kunnen leven met de subsidietoekenning”.
Staatssecretaris Blokhuis zegt: “Ik ga de gunning van de subsidie dan ook niet opschorten”[2].
Dat gaat dus nog net goed.
Maar het is duidelijk dat aardig wat Neêrlandse politici hun vergrootglas hebben gepakt om Siriz eens uitgebreid te bekijken en waar nodig niet-christelijke mores te leren.

In zo’n wereld staat het nog altijd in onze Bijbels: “De HEERE, uw God, moet u vrezen, Hem moet u dienen, aan Hem moet u zich vasthouden en bij Zijn Naam moet u zweren”.

In het Bijbelboek Deuteronomium vinden we de afscheidsrede van Mozes. Het Bijbelboek bevat in totaal vier redevoeringen.
Deuteronomium 10 maakt deel uit van redevoering twee.
Daarin worden de Tien Geboden uitgebreid toegelicht. Ook zijn er heel wat bepalingen over het sociale leven: bepalingen voor aanbidding, reinheid, belastingen, de drie jaarlijkse feesten, de handhaving van het recht, van koningen, priesters en profeten, oorlog enzovoort[3].

Dat klinkt streng. Het ziet er bovendien ingewikkeld uit.
Er moet van alles. Je kunt maar één richting uit.
Is dat in 2019 nog wel te verkopen?
Zeker wel.
Maar dan moeten u en ik helder aangeven dat het allemaal niet bij die strenge regels begint.

Om het juiste startpunt aan te geven citeer ik nog een stukje uit Deuteronomium 10.
“Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw ​hart​ en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Zie, van de HEERE, uw God, is de hemel, ja, de allerhoogste hemel, de aarde en alles wat erop is. Maar alleen voor uw vaderen heeft de HEERE ​liefde​ opgevat om hen lief te hebben, en Hij heeft hun nageslacht na hen, u, uit al de volken ​verkozen, zoals het heden ten dage nog is”[4].
Alles begint bij de liefde van God voor Zijn volk.

Vanuit die liefde geeft de Here Zijn zorg aan de mensen die het moeilijk hebben: de wees, de weduwe – en nog heel veel andere mensen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk uit Egypte bevrijd.
Vanuit die liefde zorgt God voor zwervers en vreemdelingen.
Vanuit die liefde heeft God Zijn volk vruchtbaar gemaakt: er kwamen heel veel kinderen.
Jazeker, dat staat ook in Deuteronomium 10[5].

Deuteronomium 10 staat, kortom, bol van Gods liefde voor het menselijk leven.

Terug nu naar Siriz.
Op hun internetpagina staat te lezen: “Siriz – bemoedigend, oog voor elkaar, krachtig. Onze waarden zijn gebaseerd op een christelijke levensbeschouwing”[6].
Siriz werkt dus vanuit Gods liefde voor het menselijk leven.

Maar wat zeggen veel Tweede Kamerleden? Zij zeggen: Siriz biedt geen keuzevrijheid.
Misschien zeggen de parlementariërs ook wel: Gods liefde zegt ons niets; daar kunnen we niks mee.

Kort gezegd lijkt het er op neer te komen dat u en ik er allerlei levensovertuigingen op na mogen houden. En ja, u mag zichzelf gerust ‘christelijk’ noemen. Als u dan maar meteen beseft dat daar, wat veel medemensen betreft, een zekere eenzijdigheid in zit.

Niet-christenen realiseren zich blijkbaar niet dat het kortzichtig is om christelijke levensbeschouwingen zoveel mogelijk te negeren. Zo van: dat is niet ‘onze’ richting, dat past niet bij ons.

Gereformeerde Nederlanders moeten goed zien in welke samenleving zij leven.
En laten we er maar niet omheen draaien: de verleiding is groot om maar een beetje mee te praten. Over keuzevrijheid. En over tolerantie. De één mag dit vinden en de ander dat. Want zo gaat dat in het leven.
Voordat wij ’t weten staat de God van hemel en aarde in een rijtje van levensovertuigingen waar – zoals dat heet – wel wat in zit.

Laten we goed voor ogen houden dat God ons lief heeft.
Niet maar voor een stukje.
Niet maar een beetje.
In 1 Johannes 4 lezen we vervolgens: “Al wie belijdt dat ​Jezus​ de ​Zoon van God​ is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de ​liefde​ die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is ​liefde​ en wie in de ​liefde​ blijft, blijft in God, en God in hem”[7].
Laten we er maar voor uit komen dat wij onverbrekelijk verbonden zijn met de God van hemel en aarde!
Daar mogen we voor gaan!

Mozes zegt in Deuteronomium 10 tegen Israël: “Hij is uw lof en Hij is uw God, Die bij u deze grote en ontzagwekkende dingen gedaan heeft, die uw ogen gezien hebben”[8].
Dat is nog eens wat anders dan wat omzichtig en zuinig gepraat over keuzevrijheid!

Noten:
[1] Deuteronomium 10:20.
[2] “Weer poging om subsidie voor Siriz te stoppen”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 25 april 2019, p. 2.
[3] Zie hiervoor ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Deuteronomium ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[4] Deuteronomium 10:12-15.
[5] Deuteronomium 10:18-22.
[6] Geciteerd van https://www.siriz.nl/over-siriz/visie-en-missie/ ; geraadpleegd op donderdag 25 april 2019.
[7] 1 Johannes 4:15 en 16.
[8] Deuteronomium 10:21.

4 april 2019

Vastheid in de vrijheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In onze tijd wordt maar al te vaak een vrije, onderzoekende en tolerante levenshouding gepropageerd[1].

Men suggereert dat christenen niet vrij zijn.
Bovendien zijn zij dom; want zij onderzoeken nooit wat.
En verder: tolerant zijn zij al helemaal niet. Want God en Zijn Woord gaan boven alles uit.

Natuurlijk – in het bovenstaande zijn allerlei nuances aan te brengen.
Lang niet iedereen brengt het zo rechtlijnig en duidelijk.
Maar de hierboven omschreven opinie is, naar schrijver dezes aanneemt, voor velen wel herkenbaar.

Is er tegen die opinie eigenlijk nog wel iets in te brengen?

Laten wij elkander wijzen op de inzet van Galaten 5: “Sta dan vast in de vrijheid waarmee ​Christus​ ons vrijgemaakt heeft, en laat u niet weer met een ​juk​ van slavernij belasten”[2].

Het is een feit dat Christus ons heeft vrijgemaakt. Daar zit een behaald resultaat achter. Dat geeft toekomstperspectief. Er is nog een hele weg te gaan. Maar die weg kan alleen bewandeld worden vanwege het levensreddende effect van Christus’ werk.
Wij moeten, schrijft Paulus aan de Galaten, ons aan Christus vastklampen.
Christus: Hij is het voornaamste geschenk dat God gaf. Als we in Hem geloven, zo betoogt Paulus, dan worden we vrijgesproken. Dan worden we gerechtvaardigd.
Echte vrijheid komt dus niet voort uit ons eigen onderzoek.
Het zit ‘m niet in onze verdraagzaamheid.
Het gaat helemaal niet over de vraag of ons leven, zoals dat tegenwoordig heet, nog een beetje leuk is.

Christus maakt ons vrij.
Paulus zet dat hard en duidelijk neer.
Gods kinderen zijn vrij van Oudtestamentische regels en wetten, en van allerlei menselijke invullingen daarvan.
En vooral: Gods kinderen zijn vrij van schuld.
Ten diepste bedoelt Paulus dat met vrijheid.

Een vrije, onderzoekende en tolerante levenshouding: die woorden klinken als het meest geslaagde deel van een reclamespot voor het stichten van de ideale maatschappij.
Maar als het gaat over vrijheid en verdraagzaamheid, dan levert dat vandaag heel vaak kilte op. Maatschappelijke kou, zogezegd. Het lijkt me dat we daar in Nederland wel over kunnen meepraten. De sfeer tussen de verschillende bevolkingsgroepen is immers niet al te warm.
Is dat enkele feit niet reeds een bewijs dat mensen het op eigen kracht niet kunnen redden?
Geloof in zichzelf: daarmee komt men bedrogen uit.
Het verhaal van de tolerante houding klinkt mooi.
Maar wie in allerlei menselijk gedoe blijft steken, moet rekening houden met de kracht van de zonde en het failliet van de goede wil.

Geloof – daar moet je, zegt men, iets mee kunnen.
Zelfwerkzaamheid is in diverse Nederlandse kerkgenootschappen een groot goed geworden.
Goed beschouwd zit daar erg veel solisme in, vindt u ook niet?

Welnu – ware gelovigen laten zich, in roerende gezamenlijkheid, aansturen door Gods Heilige Geest.
Wie zich door Hem laten aandrijven komen tot prachtige dingen.
Leest u maar mee in het slot van Galaten 5: “De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing. Daartegen richt de wet zich niet. Maar wie van ​Christus​ zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd. Als wij door de Geest leven, laten wij dan ook door de Geest wandelen. Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden”[3].

Dat klinkt bijna als een reclametekst voor een ideale wereld.
Maar dat is het niet.

Weet u wat Paulus schrijft?
Dit: “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”[4].
Tegenwoordig zegt men veelal: je moet zelf maar uitvinden wat jouw levensfilosofie is. Als je je daar zo ongeveer aan houdt, kom je een heel eind in de goede richting. En mocht jouw levensovertuiging veranderen, dan is er geen man over boord.
Maar in Galaten 5 staat de profielschets van Gods kinderen. Zij zijn geroepen om vrij te zijn. Het is hun taak om levenslang iets van Gods liefde te laten zien. En één ding is zeker: ware gelovigen zitten niet vast in allerlei patronen. Het zijn geen starre types – welnee. Zij wandelen met Gods Geest door de wereld. Met vaste tred. Zij kijken met liefde naar de wereld om hen heen. Want voor Gods kinderen is het bevrijdingsdag geweest!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 4 april 2008.
[2] Galaten 5:1.
[3] Galaten 5:22-26.
[4] Galaten 5:13.

26 februari 2019

Levenslange liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Soms klinkt de Bijbel heel streng.
In Mattheüs 5 bijvoorbeeld.
“Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Als uw ​gerechtigheid​ niet overvloediger is dan die van de ​Schriftgeleerden​ en de ​Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan”[1].
Is God een Man van punten en komma’s? Van precies-zo-en-niet-anders?

In Mattheüs 5 toont Jezus aan dat het geheel van de Oudtestamentische geboden geen verzameling van losse regels is. Je kunt – bijvoorbeeld – niet zeggen: regel 4 en 9 zijn heel belangrijk, maar 5 en 10 doen er niet zoveel toe.

Overal en nergens zullen kinderen van God hun best doen om te laten zien dat zij bij Hem horen. Heel hun leven zijn zij bij Hem in dienst. Pensioen of emeritaat is er niet bij.
In alles laten zij zien: wij zijn volgelingen van Christus!
Nooit klinkt het motto: nee, nu even niet…

Het is, zo zei de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Meilof (1914-1991) eens, geen kwestie van een verdrag met God. “Een soort contract met de HERE, waarbij elke goede daad een plusje en elk tekort een minnetje gaf; en je sterven bracht de optelsom van plus en min, in hemel óf hel. Dat kwam Christus bestrijden tot Vaders eer…”[2].
Nee, in de echte Godsdienst trilt altijd liefde mee. Er resoneert altijd een beetje blijdschap mee. Er is altijd een vonk van vreugde. ‘Ik hoor bij Hem. Er is niets mooiers dan dat. Nu al. En er komt een schitterende toekomst aan’.

Apen imiteren de dingen die zij zien.
Mensen geven antwoord op het Evangelie dat zij horen.
Ziet u het verschil?

De kerkleiders in de tijd van Jezus’ aanwezigheid op aarde, demonstreerden een enorme ijver.
Maar het gaat niet om netheid. Het gaat er niet om keurig binnen de lijntjes te leven.
Het gaat om liefde. Om passie voor God. Een kind van God is aan Hem verknocht!

Vanuit die liefde leven kinderen van God op deze aarde.
Zij willen liefde uitstralen.
Zij willen mensen uitnodigen: kom ook maar bij God; bij Hem ben je veilig!

Zijn echte christenen van die ijveraars die het christendom aan de samenleving willen opleggen?
Neen. Driewerf neen.
Anno Domini 2019 is het van enig belang om dat vast te stellen.
Velen maken zich druk om het jihadisme. Jihadisten willen een bepaalde versie van de islam aan de maatschappij opdringen. Sterker: eigenlijk moet er een islamitische staat komen. Een kalifaat, zogezegd[3]. Het is een actuele vraag: moet je jihadstrijders uit Syrië terughalen? Het dilemma is, geloof ik, onderhand wel bekend: “Alles is een probleem. Als men de eigen burgers onder de ISIS-gevangenen in Syrië en Irak laat zitten, lopen ze de kans de doodstraf te krijgen, iets waar de EU op tegen is. Als men hen wil ophalen, is de vraag hoe. Het is een oorlogsgebied en ook hebben veel EU-landen daar geen diplomatieke vertegenwoordigingen. Als ophalen lukt, wil men de strijders opsluiten en berechten, maar het zal niet eenvoudig zijn te bewijzen dat de strijders zich hebben bezondigd aan misdaden omdat men geen gedegen onderzoek ter plekke kan uitvoeren. Er bestaat zelfs het gevaar dat strijders wegens gebrek aan bewijs moeten worden vrijgelaten”[4].
Zijn christenen ook niets ontziende types die, koste wat het kost, iedereen en alles christelijk willen maken?
Wederom zeg ik u: neen!

Natuurlijk – het geloof is aan iedere wereldburger gegund.
De kerk gunt een heerlijke toekomst aan ieder die het maar horen wil.
Maar in de kerk brandt altijd het vuur van de liefde.
In de kerk zindert steeds de genegenheid van God en mensen in de lucht.
In de kerk klinkt altijd die onuitgesproken vraag: wat wil God dat wij vandaag doen?

Vanuit de liefde tot Hem ontstaat de sfeer van Psalm 122:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor God aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij”.

Daarom gaan Gereformeerden graag naar de kerk:
“Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten”.
Zo ontstaat de eenheid in de kerk.
In de kerk heerst rust. Tijdens iedere kerkdienst kan men iets van die rust ervaren.
Op gewone werkdagen dragen kinderen van God die rust in hun hart mee.
Ja, de fijnproever krijgt al een voorproefje van het eeuwige geluk.
En hij beseft dat het waar is:
“Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[5].

Noten:
[1] Mattheüs 5:19 en 20.
[2] De betreffende preek dateert uit 1977. Thema en verdeling luiden als volgt:
Het vervullen van de wet door Jezus Christus
1. Gods wet moet vervuld.
2.Tot úw overvloedige gerechtigheid.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jihadisme .
[4] Geciteerd uit: “Europa niet van plan jihadisten terug te halen”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 19 februari 2019, p. 1.
[5] De laatste citaten komen uit Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

19 februari 2019

Zondebesef onontbeerlijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De Bijbel bevat een blijde Boodschap: de Here Jezus Christus verlost Zijn kinderen van de zonde.
Zeker – heel hun aardse leven hebben zij nog met de zonde van doen.
Kinderen van God worden echter niet meer door de zonde beheerst. Iedere dag weer keren ze zich naar God toe. Zij willen Hem dienen. Met alles wat zij ter beschikking hebben.
Echter – de diepste motivatie voor die ijverige dienst aan God komt pas aan het licht als zij de ernst van de erfzonde met een zekere regelmaat tot zich door laten dringen.

In dat licht vraagt de schrijver van deze weblog graag aandacht voor enkele Paulinische formuleringen.

Het uitgangspunt van dit artikel ligt in Romeinen 3.
Ik bedoel de volgende woorden uit dat hoofdstuk.
“Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één. Hun keel is een open ​graf, met hun tong plegen zij bedrog, addergif is onder hun lippen. Hun mond is vol ​vervloeking​ en bitterheid, hun voeten zijn snel om bloed te vergieten. Vernieling en ellende is op hun wegen, en de weg van de ​vrede​ hebben zij niet gekend. De vreze Gods staat hun niet voor ogen”[1].

De apostel Paulus is reuze Bijbelvast.
Hij grijpt namelijk terug op Psalm 14:
“De dwaas zegt in zijn ​hart:
Er is geen God.
Zij handelen verderfelijk,
bedrijven gruwelijke daden;
er is niemand die goeddoet.
De HEERE heeft uit de hemel neergezien
op de mensenkinderen,
om te zien of er iemand verstandig was,
iemand die God zocht.
Zij allen zijn afgedwaald, tezamen zijn zij verdorven;
er is niemand die goeddoet,
zelfs niet één”[2].
Paulus lijkt ook met een scheef oog naar Psalm 53 te kijken; de inzet van dat kerklied lijkt sprekend op die van de veertiende psalm.

Iedereen heeft schuld. Niemand uitgezonderd.
Mensen zijn van nature in- en in-gemeen.
Ze zijn, vanuit zichzelf bezien gespecialiseerd in smaad en laster.
In alle ego’s zit de neiging om elkaar dwars te zitten en vijandig te bejegenen. Ook al zijn mensen nog zó vredelievend, altijd weer zijn daar die boze gedachten, steeds weer is er iets van frustratie over onbegrip en onrecht.
In vrede met elkaar leven, dat lukt mensen niet. In vrede met God leven – op eigen kracht lukt dat al helemaal niet.
Mensen gaan hun eigen weg. Eerbied voor God? Uit zichzelf komen mensen daar niet toe. Dat wordt niets. Als God het niet verhoedt eindigt alles en iedereen roemloos in de vangrail van het leven.

De mens heeft een vijand nodig, zo wordt wel gezegd. Anders verwordt politiek tot een saai woordenspel.
Ergens las ik: “Hoe kan een staat, een politieke eenheid, overleven als zij niet bereid is in het uiterste geval oorlog te voeren?”[3]. Als een land wil blijven bestaan, moet er een goed getraind leger zijn. De defensie moet op orde wezen.

Dit alles suist door het hoofd van schrijver dezes als hij denkt aan de zeer vele kerkmensen die de erfzonde maar een moeilijk onderwerp vinden.
En laten we er maar niet omheen draaien – dat is het ook.

Adam en Eva zijn na de zondeval zwaar gestraft.
Waarom eigenlijk?
Antwoord: omdat zij God niet op Zijn Woord geloofd hebben! Dat is in Genesis 3 het kernprobleem. Met die zonde zijn alle mensen behept. Van daaruit komen ook wij in 2019 tot hoogmoed, eerzucht en machtswellust.
Dat weten we in dit aardse leven al heel vroeg. Ouders worden erbij bepaald als zij hun kinderen laten dopen.

“Wij en onze kinderen zijn in zonde ontvangen en geboren. Daarom rust Gods toorn op ons, zodat wij in het rijk van God niet kunnen komen, of wij moeten opnieuw geboren worden”.
Zo worden wij in de Gereformeerde kerk onderwezen over de doop[4].
Daar begint het mee in de kerk.
En nee, dat is geen leuk begin. Nog vóór wij ons eigen kasteeltje hebben kunnen maken, wordt de in aanbouw zijnde vesting afgebroken. Zonder God is het leven uiteindelijk een ruïne. Het lijkt zo mooi. Soms is alles goud wat er blinkt. Maar het eindigt in iets wat verdacht veel op een ravage lijkt.

Wie het hierboven beschreven dieptepunt in het leven ziet, ontdekt vervolgens dat Gods genade ongelooflijk groot is. Sterker nog: de tegenstelling kan niet groter wezen!

De God van hemel en aarde trekt ons namelijk uit de smurrie. De zuigkracht van aarde en zonde blijkt opeens maar heel klein.
Paulus beschrijft dat schitterende nieuwe begin in 1 Corinthiërs 15 zó: “Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden”[5].
De Here Jezus Christus zorgt zelf voor een totaal nieuw begin.
Het leven begint opnieuw.
Het bestaan wordt gereset.
De vicieuze cirkel van boosheid, haat, nijd en vijandschap wordt voor eens en voor altijd doorbroken!

Hoe is het in de wijde wereld mogelijk dat de God van hemel en aarde nog iets te maken wil hebben met mensen die zichzelf telkens weer zo diep in het moeras werken?
Paulus geeft in Romeinen 8 het antwoord: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[6].
Het is die liefde waarop wij in de kerk gericht moeten zijn.
Het is die liefde die het fundament vormt voor ons dagelijks leven.

Als wij eerlijk naar deze wereld kijken, beseffen wij eens te meer hoe barmhartig God is. Hij trekt Zijn kinderen iedere dag weer naar Zich toe!

Noten:
[1] Romeinen 3:10 b-18.
[2] Psalm 14:1 b-3.
[3] Geciteerd van http://sggroningen.nl/en/evenement/nieuw-licht-vriend-en-vijand ; geraadpleegd op dinsdag 12 februari 2019.
[4] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 512.
[5] 1 Corinthiërs 15:19-22.
[6] Romeinen 8:38 en 39.

11 februari 2019

Honderd procent liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vandaag treft u op deze plaats enige gedachten aan bij woorden uit Handelingen 5. “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[1].

Dat zegt Petrus, de woordvoerder namens de apostelen, tegen de kerkleiders. De kerkleiders zijn in vergadering bijeen. De hoge heren zijn eigenlijk verlegen met de Evangeliepredikers.

Er gebeuren in Handelingen 5 vreemde dingen! Gaat u maar na.
1.
Ananias en Saffira, twee gemeenteleden vinden de dood toen zij de waarheid over de opbrengst van de verkoop van een akker bij de apostelen pogen te verdoezelen[2].
2.
Er worden heel wat mensen genezen. Eén genezingswonder is al heel wat, maar het is in Handelingen 5 seriewerk![3]
3.
De gezanten van God worden in de gevangenis gezet. Want, zo menen de kerkleiders, zo kan het niet langer: het gezag van de Joodse leiders wordt ernstig ondermijnd. Driekwart van het volk loopt achter de verkeerde mensen aan…[4]
4.
De arrestaties helpen niet. Vanuit de hemel wordt een bevrijdingsactie gestart: een door God gezonden engel komt de gevangenisdeuren open doen[5].
5.
Daarop gaan de apostelen weer naar de tempel om onderwijs te geven. Alsof er niets gebeurd is[6]. Zeg niet dat dit, bezien vanuit de psyche, amper te doen is. De engel van de Here heeft zelf de opdracht gegeven[7]. En dus krijgen de Godsgezanten de kracht om de dienstorder uit te voeren.
6.
De apostelen worden – overigens volstrekt geweldloos – naar de Joodse Raad gebracht. De hogepriester zegt: ‘ik heb toch gezegd dat u met dat prediken moest ophouden? En nu doet u het toch!’. Met andere woorden: het is eigenlijk uw eigen schuld dat u hier weer staat…

En dan spreekt Petrus die woorden waarmee dit artikel begint: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”.

De Gereformeerd-vrijgemaakte dominee H. Pool (1928-2014) zei in een preek over Handelingen 5 eens: “Wij hebben (…) één ding te doen en te blijven doen: de geesten beproeven, of zij uit God zijn. Met als toetssteen: de Bijbel. Natuurlijk: Christus behartigt zijn zaken wel. (…) Als Christus zijn zaken behartigt, dan ontneemt dat óns onze verantwoordelijkheid niet. Integendeel: juist omdat Hij werkt, moeten wij werken. Wat zouden wij, als Hij niets deed? Dat is juist de kracht en de zekerheid van de kerk!”[8].

Dominee Pool sprak hierboven een waar woord.
De kerk werkt, omdat God volop actief is!
Nu het hierom gaat, wijs ik graag op de filosofe Stine Jensen[9]. Voor de jaarlijkse Maand van de Spiritualiteit schreef zij een essay over haar eerste liefde[10].
In een bijlage van het Nederlands Dagblad stond onlangs te lezen: “Stine ontdekte dat liefde en aandacht onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn. ‘Sterker nog: dat de liefde een voortdurende handel in aandacht is. Het is een eis en een opdracht: gij zult mij aandacht geven. Volle, exclusieve aandacht’”[11].

Nu drijft de God van hemel en aarde geen handel.
Maar Hij geeft wel eindeloos veel liefde en aandacht. En in het verbond dat Hij met Zijn volk sloot is het een eis en een opdracht: gij zult Mij aandacht geven; volle, exclusieve aandacht.
Die geconcentreerde aandacht leidt er in Handelingen 5 ook toe dat de apostelen ook aandacht voor het Evangelie blijven vragen.
Wie echte liefde wil zien, kan kijken naar Jezus Christus aan het kruis. De Heiland betaalde voor onze zonden – dat is het toppunt van liefde!

Stine Jensen zegt zelf: “Aandacht is voor mij misschien wel het belangrijkste thema in de liefde. Al vind ik nog veel meer belangrijk. Toewijding, communicatie, elkaar kunnen inspireren, zorg dragen, speelsheid. Al is liefde natuurlijk geen afvinklijstje. Zo van: als je dit allemaal hebt, dan heb je liefde. Het is voor mij in de eerste plaats een gevoel, een emotie, een beweging. Die emotie is er niet voortdurend. Dat kan ook niet. Wel denk ik dat je hier als geliefden invloed op kunt uitoefenen. Door je bewust op de ander te richten. Ergens stuit dat op een grens, de liefde laat zich niet forceren. Maar dat vind ik er juist ook de schoonheid van”.

Liefde kan in zoveel dingen blijken.
Soms in kleine gebaren.
Soms in de aandacht die je elkaar geeft, het begrip dat je voor elkaar toont.
Liefde is ook: gevoel. En emotie.
Menselijke liefde heeft echter een grens. Ergens houdt het op. Geliefden die – bijvoorbeeld – driehonderdveertig kilometer van elkaar wonen, kan men niet in één ogenblik naar elkaar toe toveren; hoe graag men dat ook zou willen.

Bovendien – liefde blijft er niet op commando. Daar moet aan gewerkt worden.
De eerste liefde van Stine heet Mark.
Het Nederlands Dagblad meldde: “Na de middelbare school namen ze allebei een tussenjaar voor ze gingen studeren. Mark vertrok naar Frankrijk, Stine zat in Amerika. ‘Dat overleeft de liefde niet. Dan is er gewoon te veel afstand. Het is belangrijk dat je elkaar aan kunt raken, dus ja, liefde heeft inderdaad ook een heel fysieke component’”.

Welnu – bij de God van hemel en aarde houdt het niet op.
De Redder van het leven houdt geen afstand. Met Zijn Heilige Geest is Hij vlakbij. Hij zetelt in de harten van Zijn kinderen!
De Here God toont Zijn liefde wereldwijd. De dichter van Psalm 98 zegt dan ook:
“De HEERE heeft Zijn heil bekendgemaakt
en Zijn ​gerechtigheid​ geopenbaard voor de ogen van de heidenvolken.
Hij heeft gedacht aan Zijn goedertierenheid en trouw
voor het ​huis​ van Israël;
alle einden der aarde hebben gezien
het heil van onze God.
Juich voor de HEERE, heel de aarde,
breek uit in gejuich, zing vrolijk en zing psalmen”[12].
Met andere woorden –
* Gods liefde is dichtbij
* Gods liefde is ver weg
* Gods liefde is overal ter wereld te vinden!
Wat mensen niet kunnen, daartoe is Hij in staat: Hij geeft heel Zijn volk de volle aandacht; Hij geeft al Zijn volksgenoten honderd procent liefde.

Daarom houden de apostelen in Handelingen 5 zich niet stil.
Daarom klinkt de blijde Boodschap van vergeving en verlossing overal ter wereld, ook in 2019.

De God van hemel en aarde gaat boven alles uit.
Zijn liefde moet geproclameerd worden.
Overal ter wereld.
Ook in dit artikel, bijvoorbeeld.

Noten:
[1] Handelingen 5:29.
[2] Handelingen 5:1-11.
[3] Handelingen 5:14, 15 en 16.
[4] Handelingen 5:17 en 18.
[5] Handelingen 5:19.
[6] Handelingen 5:21 a.
[7] Handelingen 5:19 b en 20.
[8] De bedoelde preek heeft als tekst: Handelingen 5:34-40, en is gedateerd in november 1965.
[9] Zie voor meer informatie over Stine https://stinejensen.nl/over-stine/ ; geraadpleegd op dinsdag 5 februari 2019.
[10] Stine Jensen, “Eerste liefde” – essay voor de Maand van de Spiritualiteit 2019 in opdracht van de stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek, met als thema ‘Met aandacht’. – Amsterdam: CPNB, 2019. – 46 p.
[11] “Elke dag een liefdesbrief” – interview met Stine Jensen. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 18 januari 2019, p. 4 en 5.
[12] Psalm 98:2, 3 en 4.

1 februari 2019

Dit is de liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Je kunt het soms horen: ‘ik heb wel wat met God, maar…’.
Of: ‘er is meer tussen hemel en aarde’.

Dat zijn vaagheden waar een rechtgeaard kerkmens weinig mee kan.
Gods Woord is daar trouwens ook helder over.
Neem nou 2 Johannes: “En dit is de ​liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen”[1].

In de kerk zeggen we vaak: God is liefde. En dat is waar.
Maar als we de geboden van God naleven mogen we blijkbaar ook zeggen: wat wij nu in de praktijk brengen is de liefde.

Die liefde is geworteld in het verlossingswerk van de Here Jezus Christus. Dat wordt duidelijker als we nog wat verder lezen.

In dit korte briefje signaleert Johannes dat er leiders zijn die beweren dat Jezus geen mens geworden is. En als Hij geen mens geworden was, kon Hij ook niet geheel voor onze zonden betalen.
Denkt u in dit verband maar aan Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus:
“Waarom moet de Middelaar een echt en rechtvaardig mens zijn?
Antwoord:
Omdat Gods gerechtigheid eist, dat de menselijke natuur, die gezondigd heeft, ook voor de zonde betaalt, en omdat een mens die zelf zondaar is, niet voor anderen kan betalen”[2].
Welnu –
Jezus heeft wel voor onze zonden betaald. Zo gaf Hij blijk van Zijn ultieme liefde voor ons.
Daarom hebben wij de Heiland lief.
Vanuit die liefde wandelen wij binnen de kaders van Zijn wetten en regels door het leven. Met andere woorden – in de kerk leven wij met en in de liefde!
Die liefde is om ons heen.
Als het goed is, straalt de liefde – gegrond op het werk van Jezus Christus, de Heiland – van ons af.

Tegenwoordig spreekt de wereld ook vaak over liefde. Naar aanleiding van de Nashville-verklaring, bijvoorbeeld[3].
Dat blijkt bijvoorbeeld uit het volgende bericht. Het verscheen op woensdag 9 januari op een website van de NOS. Ik citeer:
“In Amsterdam waren vanavond enkele honderden mensen bijeen voor de Viering van de Liefde. Met dat samenzijn wilden de deelnemers bij het Homomonument een signaal afgeven tegen de ‘afwijzing en uitsluiting’ van de Nashville-verklaring. Na toespraken van onder anderen burgemeester Halsema en de initiatiefnemers van de bijeenkomst zijn kaarsen gebrand bij het monument.
‘Het is vooral de bedoeling dat we laten zien dat we het niet eens zijn met de Nashville-verklaring. Dit is niet wat Nederland is’, zegt COC-voorzitter Astrid Oosenbrug. ‘Mensen hebben in groten getale laten merken dat ze het niet eens zijn met deze manier van met elkaar omgaan. En we zijn hier ook om de liefde te vieren’, zei ze, omringd door regenboogvlaggen”[4].

Mensen doen net alsof ze niet goed kunnen lezen.
Of: men heeft de Nashville-verklaring niet gelezen.
Of: wellicht heeft men de verklaring niet nauwkeurig genoeg gelezen.
Maar dat daargelaten – tijdens die Amsterdamse Viering van de Liefde ging het niet zozeer over liefde, maar over de omgang tussen mensen. En met name over de antipathie tegen het neerbuigend omgaan met elkaar.
Het ging voorál ook over de acceptatie van homoseksualiteit.
Wordt een homoseksuele geaardheid in de kerk geaccepteerd? Zeker wel. Maar wat daar niet geaccepteerd behoort te worden is: het praktiseren van homoseksuele relaties. En waarom niet? Antwoord: omdat God dat in Zijn Woord verboden heeft. Dat is een levensovertuiging.
Men spreekt over liefde.
En over lief zijn voor elkaar.
Maar een belangrijke kernvraag spreekt men niet uit. Die vraag luidt: mag de christelijke levensovertuiging in Nederland nog bestaan? Het onuitgesproken antwoord van de meerderheid van de burgerij lijkt te zijn: nee – althans op dit punt niet.

Liefde betekent tegenwoordig: prettig c.q. leuk en gezellig met elkaar omgaan.
Maar in Schriftuurlijke zin is dat geen liefde.
In de Bijbel is liefde: genegenheid die gegrond is op Christus’ werk.
Of ook – liefde is: genegenheid die uitgaat van vergevingsgezindheid; want alle mensen zijn zondig.
Of ook – liefde is: genegenheid die uitgaat van een glorieus leven, dat nimmer eindigt: het eeuwige leven in de hemel.

Die liefde wordt in de kerk al eeuwenlang gepredikt.
De kerk vertelt geen nieuws.
Johannes schrijft dan ook: “Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen”.
Je zou toch zeggen: onderhand moet dat Evangelie de mensen bekend voor komen… En dat is ook wel zo. Echter: vijandschap tegen God is van alle tijden. Johannes schrijft: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon”[5].
In de kerk weten wij waar we aan toe zijn!

Of men het nu horen wil of niet – de kerk blijft het zeggen: “dit is de ​liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden”.

Noten:
[1] 2 Johannes vers 6.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, vraag en antwoord 16.
[3] Zie hierover mijn artikel ‘Ophef omtrent een manifest’; hier gepubliceerd op donderdag 10 januari 2019. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2019/01/10/ophef-omtrent-een-manifest/ .
[4] Zie https://nos.nl/artikel/2266773-honderden-nemen-op-viering-van-de-liefde-afstand-van-nashville-verklaring.html ; geraadpleegd op maandag 28 januari 2019.
[5] 2 Johannes vers 9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.