gereformeerd leven in nederland

1 augustus 2018

Niets kan ons van Gods liefde scheiden

Weet u hoe koning Saul aan zijn eind gekomen is? “Toen nam ​Saul​ het ​zwaard​ en liet zich erin vallen”. Zo staat dat in 1 Samuël 31[1].
Laten wij daar maar niet overheen lezen.
Dit is zelfmoord. Suïcide.

Niet zo lang geleden bekende iemand mij dat zij wel eens voor een spoorwegovergang heeft gestaan, en aldaar serieus overwoog om een einde aan haar leven te maken.

Bij het horen van een dergelijk bericht stroomt mijn hart over van medelijden.
Wat is een mens in zo’n situatie diep teleurgesteld, gedesillusioneerd, wanhopig en verdrietig!
En wat is het belangrijk om elkaar te bemoedigen!

Immers: God is er!
Hij beschermt ons met Zijn geweldige macht. Hij leidt ons door donkere dalen.
Als wij het niet meer zien zitten, ziet Hij ons nog wel staan!

Het Evangelie van Johannes 3 weergalmt in de wereld: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[2].
Wie dat gelooft, mag weten: mijn leven gaat door.
Wie dat gelooft, mag weten: hier op aarde is er misschien niks meer aan, maar er komt een nieuwe levensfase waarin alleen geluk aan de orde is.

In deze wereld lijkt het soms zo donker. Beperkingen zijn aan de orde van de dag. Er zijn honderdduizend dingen die ons onzeker kunnen maken. En dan vraag je je voor de zoveelste keer af: doe ik het wel goed?
Maar bij al die onzekerheden blijft één ding overeind. De liefde van God houdt nooit op. Echt helemaal nooit. De apostel Paulus formuleert dat in Romeinen 8 zo: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[3].

Kinderen van God worden gered. Zij worden behouden. Om met 1 Corinthiërs 3 te spreken: als door vuur heen[4]. Maar toch![5]

Dit artikel begint met de zelfmoord van koning Saul in 1 Samuël 31.
Saul heeft daar begrepen dat het einde van zijn aardse leven nadert. Echter, de koning wil ten koste van alles voorkomen dat hij levend in handen van de Filistijnen valt. Alles is beter dan een triomf van de vijand; dat mag niet gebeuren!
De wapendrager volgt het voorbeeld van de koning. Ook hij maakt een einde aan zijn aardse leven.
En zo sleept de één de ander mee.
Is het niet dieptreurig?

Aldus peinzend, moeten wij er overigens wel iets bij bedenken.
Israël heeft indertijd een aardse koning gekregen, omdat het volk zo graag met de mode mee wilde doen. Alle volken hadden een koning, en zij niet… Dat Israël een hemelse Koning had, werd voor het gemak van minder belang gevonden. De Here stond uiteindelijk toe dat Israël een koning kreeg.
Dat is de achtergrond van Hosea’s profetie in hoofdstuk 13: “In Mijn toorn gaf Ik u een ​koning, Ik nam hem weg in Mijn verbolgenheid”[6].

Het voorgaande brengt ons bij het belangrijkste feit van ons bestaan: ons leven is in Gods hand. Hoe donker het ook is. Wat er ook gebeurt!

Laatst las ik in de krant het volgende bericht.
“Méér mensen die aan zelfdoding denken, moeten worden geholpen door 113 Zelfmoordpreventie. Waren er in 2017 nog 53.000 crisisgesprekken, in 2021 wil de organisatie er 90.000 kunnen voeren.
Om dat te bereiken wordt de jaarlijkse subsidie voor 113 Zelfmoordpreventie met meer dan de helft verhoogd: van 3,4 naar 5,4 miljoen euro. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) dinsdagavond laat aan de Tweede Kamer geschreven. Blokhuis zegt dat hij de preventie van zelfdoding wil opschroeven. ‘We moeten ons tot het uiterste blijven inspannen om het aantal suïcides terug te dringen’, laat hij weten. Er gaat ook extra geld naar andere lopende activiteiten, zoals lokale initiatieven en onderzoek. In totaal gaat er deze kabinetsperiode 15 miljoen euro extra naar het voorkomen van zelfdoding”[7].

Het is een goede zaak dat er voor zelfdoding aandacht is.
Het valt echter te vrezen dat meer geld niet de oplossing van dit vraagstuk is.
Wie aan suïcide denkt, heeft zijn gedachten maar al te vaak niet meer onder controle. Wie zelfmoord overweegt, ziet allerlei drempels; in het werk, in de school, in het huishouden, in het opzoeken van vrienden en vriendinnen enzovoort[8].
Het is, ook in het kerkelijk leven, van het hoogste belang goede aandacht voor elkaar te hebben. Er moet een sfeer zijn waarin zulke dingen in vertrouwen aan de orde kunnen komen.
Laten wij niet de illusie hebben dat dit alles geheel en al aan de kerk voorbijgaat. Dat is namelijk niet het geval.

Nog één ding.
Job heeft in zijn leven heel wat ellende gekend. Je zou zeggen: Job heeft alle reden om God de rug toe te keren. Maar dat doet hij niet. Want wat zegt hij in Job 2? Dit: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[9].
God is niet alleen maar Machthebber voor mensen die voorspoed met een hoofdletter V schrijven!

Noten:
[1] 1 Samuël 31:4 b.
[2] Johannes 3:16 en 17.
[3] Romeinen 8:38 en 39.
[4] De term staat in 1 Corinthiërs 3:15: “Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen”.
[5] Zie over het bovenstaande ook https://www.gotquestions.org/nederlands/zelfmoord-bijbel.html ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[6] Hosea 13:11.
[7] “Kabinet steekt extra geld in tegengaan zelfdoding”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 juli 2018, p. 1.
[8] Zie hiervoor https://www.113.nl/zelftest-zelfmoordgedachten ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[9] Job 2:10.

29 juni 2018

Liefdevolle waarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Zondag 43 van de Heidelbergse Catechismus wordt beslist niet voor een zachte aanpak gekozen.
Kijkt u maar even mee.
Ik moet alle liegen en bedriegen als echt duivelswerk vermijden, “als ik tenminste de zware toorn van God niet op mij laden wil”.
Verder eist God “dat ik in rechtszaken en in alle handelingen de waarheid liefheb, oprecht spreek en belijd en ook de eer en goede naam van mijn naaste zoveel ik kan verdedig en bevorder”[1].

Bij dat oprechte spreken en belijden wordt verwezen naar 1 Corinthiërs 13[2].
En wel naar deze tekst:
De liefde “verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
maar verheugt zich over de waarheid”[3].

Die tekst houdt, zo schrijft iemand, in dat “de door liefde gedreven gelovige zich verheugt wanneer hij het Evangelie verkondigt en de waarheid ervan uitwerkt in het dagelijks leven.
Tegenover ‘de waarheid’ staat hier ‘de ongerechtigheid’ (…). Zij omvat niet alleen de zonde en het onrecht dat door elk mens persoonlijk wordt gedaan, maar tevens alles wat aan het Evangelie tegengesteld is, zoals bv. heidendom, oorlogen en onderdrukking. Een gelovige die door de liefde wordt gemotiveerd, heeft verdriet over al deze liefdeloze dingen”[4].

Verdriet hebben over liefdeloze dingen – daar kun je je nog iets bij voorstellen.
Maar blij worden van zending en evangelisatie? Is dat niet wat overdreven? Is dat niet wat al te godsdienstig? Klinkt dat niet een beetje te vroom?
Toch niet.
Want een rechtgeaard christen is blij als hij de Bijbelse boodschap in de praktijk van zijn eigen leven kan tonen.

Graag wijs ik er graag nogmaals op dat een christen de waarheid liefheeft.
Er is dus liefde in ’t spel.
Een rechtschapen christen wil zijn bestaan vullen met liefde. Van daaruit wil hij blijmoedig en eerlijk omgaan met de mensen om hem heen.
Nee, dat wil niet zeggen dat die christen voortdurend glimlacht. Maar wel dat er uit zijn levensstijl zo vaak mogelijk een zeker optimisme spreekt.

Maar ach – soms is de waarheid hard. Dan is de vraag: wanneer en hoe breng je de waarheid naar voren? De toon maakt immers de muziek. En je wilt er – als het goed is – alles voor doen om de reputatie van jouw broeder in de kerk, je zuster, jouw vrienden en vriendinnen hoog te houden.

Dat bekende hoofdstuk over de liefde – 1 Corinthiërs 13 – is in de Bijbel overigens niet los verkrijgbaar.
Het wordt namelijk voorafgegaan door een uiteenzetting over de kerk. Over de verschillende gaven die we in de kerk vinden. Over de manier waarop alles naadloos in elkaar past. Net zoals dat het geval is in het lijf van een man en het lichaam van een vrouw.
Natuurlijk – misschien zijn er wel lichaamsdelen waarover u en jij minder tevreden bent: u had een beetje meer van dit, en een beetje minder van dat willen hebben. Niettemin verzorgt u uw lichaam helemaal, alles wat erop en eraan zit. Zorgvuldig en met liefde.
Welnu, zo doen kinderen van God dat ook met de mensen om hen heen. Gelovige mensen doen permanent hun best om voorzichtig en liefderijk met de mensen in hun omgeving om te gaan. In de kerk, en daarbuiten.
In de kerk zou dat vanzelf moeten spreken.
Maar ook kerkmensen is niets menselijks vreemd.
Zo kan het gebeuren dat meningsverschillen worden uitvergroot. Er worden verkeerde accenten gelegd, waardoor zo nu en dan nog meer karikaturen ontstaan. Soms werkt dat alles zelfs kerkscheidend terwijl dat, gelet op de problematiek, niet nodig zou moeten wezen.
Weet u wat er in 1 Corinthiërs 13 ook staat?
Dit:
de liefde “handelt niet ongepast,
zij zoekt niet haar eigen belang,
zij wordt niet verbitterd,
zij denkt geen kwaad”[5].

Dat klinkt prachtig.
Intussen is de realiteit echter soms zo anders.
Zelfs in de kerk kan het soms zo donker zijn. Door onenigheid, ruzies, vetes. Mensen kunnen niet meer door één deur. Velen van u kennen daar, neem ik aan, wel voorbeelden van.
Hoe moet het in dergelijke omstandigheden verder?
Laten wij het oog richten op de Heiland, onze Here Jezus Christus.
Paulus doet ons voor hoe je dat doet. Want meteen in het begin van zijn eerste brief aan de christenen in Corinthe wijst hij op de Redder van het leven: “genade​ zij u en ​vrede​ van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus[6].

Die genade mogen we doorgeven.
Die vrede moeten we in praktijk brengen.
Elke dag.
In de kerk.
In de samenleving.
In Nederland.
En in heel de wereld.

Daarom blijft het voor kerkmensen belangrijk om zich te trainen in het spreken van liefdevolle waarheid. Daarbij is het van belang dat we ervoor zorgen dat ons hart zacht blijft. Open. Toegankelijk. Benaderbaar.
Laten we altijd op ons gedrag aanspreekbaar blijven!
Als dat in de kerk lukt, lukt dat buiten de kerk vast nog beter.

Om het tenslotte met 1 Corinthiërs 16 te zeggen: “Wees waakzaam, sta vast in het geloof, wees manmoedig, wees sterk. Laat alles bij u in liefde gebeuren”[7].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 43, antwoord 112.
[2] In dit artikel komt het Bijbelboek 1 Corinthiërs aan de orde. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[3] 1 Corinthiërs 13:6.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 13:6.
[5] 1 Corinthiërs 13:5.
[6] 1 Corinthiërs 1:3.
[7] 1 Corinthiërs 16:13 en 14.

8 juni 2018

Vreemdelingen tellen mee

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mensen van buitenlandse afkomst: daar zijn er in ons land heel veel van[1]. Wat zijn er in heden en verleden veel discussies geweest over asielzoekers!
Met name de Partij van de Vrijheid praat, als het maar even kan, over de islamisering van Nederland die gestopt moet worden.

Laten wij intussen niet net doen alsof vreemdelingen en vluchtelingen alleen maar in de eenentwintigste eeuw voorkomen.
Dat is namelijk niet waar.

Dat blijkt in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Jozua 8.
Ik citeer: “Heel Israël met zijn ​oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ​ark, vóór de Levitische ​priesters, die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te ​zegenen.
Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.
Er was niet één woord van alles wat ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas voor heel de ​gemeente​ van Israël, de vrouwen, de kleine ​kinderen​ en de vreemdelingen die in hun midden meetrokken[2].

Vreemdelingen horen dus ook over Gods liefde.
Zij horen welke regels er in Israël gelden. En zij kunnen in de praktijk ontdekken hoe heilzaam Gods wetten zijn.
In Israël telt iedereen mee.
In de kerk van het Oude Testament hebben vreemdelingen een volwaardige plaats.

In de kerk van het Nieuwe Testament is dat niet anders.
En ja, in de kerk van 2018 is die situatie heus niet plotsklaps gewijzigd.

Heel veel mensen in de wereld kijken wat argwanend naar vluchtelingen.
Wat moet je met die mensen?
Komen er niet teveel?
Wat moeten we aanvangen met de taalbarrières en met al die vreemde gewoontes?
En trouwens, behouden wij onze eigen identiteit wel?
Wat mij geldt in de kerk de regel van Efeziërs 4: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is”[3].
Jezus Christus brengt Zijn Evangelie aan alles en iedereen die het maar horen wil!

Nu ziet het bovenstaande er prachtig uit.

Maar het zou niet juist zijn om het tekstverband van Jozua 8 te negeren.

Want waar gaat het in Jozua 8 om?
Israël moet het beloofde land gaan veroveren. De kwestie is niet dat de volken die nu in het aan Israël beloofde land wonen moeten worden verjaagd.
Nee, er is iets anders aan de orde.
Dat is dit.
God heeft het volk uitgekozen om volk van de Here te zijn. De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat Hij door Zijn volk geëerd wordt. Hijzelf geeft Zijn volk een plaats om Hem te eren.
Daarom schuift Hij heidense volken aan de kant. Dat doet de Here Zelf. Er is namelijk maar één God in de wereld. En dat is Hij. Al die goden van de heidenen? Die zijn stuk voor stuk nep. Door mensen bedacht.
De hemelse God is de Enige die de macht heeft in de wereld!
Die verovering in Jozua 8 is in feite een strijd die de Here voert. Het betreft een gevecht dat de Here levert.

Jazeker, Hij rekent af met heidenvolken.
En waarom?
Omdat Hij het volk dat Hijzelf uitgekozen heeft genadig is!

Waarom is Hij zo genadig voor Israël?
Omdat dat zo’n braaf en keurig volk is? Nou nee. Wie de Bijbel nauwkeurig leest ziet wel: Israëlieten zijn geen haar beter dan andere wereldburgers. De Here was heel rechtvaardig geweest als Hij hen in hun zonden had laten zitten.
Maar dat deed Hij niet.
In de Dordtse Leerregels staat het zo: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[4].
We kunnen dus niet analyseren waarom God zo genadig is voor Israël.
We kunnen niet precies uitzoeken waarom onze God zoveel liefde heeft voor de kerk van toen en nu.
Maar feit is dat het zo is.
Laten we van die oneindige liefde genieten!

Het tekstverband in Jozua 8 vertelt ons dat de Here Zich niet tegen laat houden door allerlei heidens gedoe. Hij zet Zijn plannen door. De satan slaagt er niet in om de uitvoering van die plannen te vertragen. Als het gaat over Gods gang met de wereld moeten wij met twee woorden spreken:
* liefde: Vader zond Zijn Zoon om de wereld te redden
* ernst: het Evangelie heeft ook een oordeel in zich.
Vreemdelingen zijn bij Gereformeerde mensen zeer welkom. Maar dan horen ze, als het goed is, wél dat Gods blijde Boodschap twee kanten heeft.

Tegenwoordig wordt er naar je geluisterd als je een evenwichtig verhaal hebt.
Welnu, de kerk brengt een heel evenwichtig Evangelie. Een boodschap van liefde en van ernst.

En nu begrijpen we wel wat ons te doen staat. Laten we naar God toe gaan, en bij Hem blijven!
Om met Psalm 32 te spreken:
“Laat toch geen dwang voor u ooit nodig wezen,
wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Maar wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid”[5].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 8 juni 2009.
[2] Jozua 8:33, 34 en 35.
[3] Efeziërs 4:20 en 21.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[5] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

14 mei 2018

Onbaatzuchtige liefde gezocht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

‘Mannen… ze zijn allemaal hetzelfde!’.
Die uitroep heeft u vast wel eens gehoord. Dergelijke verzuchtingen hoort men niet zelden uit de mond van al of niet gehuwde vrouwen.

Mannen zijn te wild.
Te ruw.
Te weinig begrijpend en invoelend.
En zo is er nog veel meer.

Het beeld van het huwelijk is onderhand nogal vertekend.
Efeziërs 5 is bijna uit het beeld verdwenen. Ik bedoel deze woorden: “Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn. Dit geheimenis is groot; maar ik spreek met het oog op ​Christus​ en de ​gemeente”[1].

De apostel Paulus schrijft over het huwelijk.
Man en vrouw gaan samen een gezin vormen. Dat is heel concreet. Het gebeurt midden in de wereld.
Maar tegelijk is dat huwelijk een beeld.

Een beeld? Waarvan dan?
Christus is het Hoofd van de kerk. Hij heeft het te zeggen in de kerk.
Dat klinkt bazig.
Dat klinkt alsof de hele kerk in militaire dienst is. Je zou kunnen denken dat harde discipline en geschreeuwde bevelen aan de orde van de dag zijn.
Maar niets is minder waar.
Want God heeft de hele aarde in Zijn hand. Hij zorgt dat regen en droogte elkaar afwisselen. Hij zorgt dat we op deze aarde kunnen leven.
Wat er ook gebeurt, in alle omstandigheden is onze Heiland erbij. Als we ziek zijn. Als we kerngezond zijn. Als we rijk zijn. En ook als we iedere eurocent moeten omdraaien[2].
Hij is er bij.
En Hij zit niet aan de zijlijn te wachten op de dingen die onontkoombaar zullen passeren. Hij is immers de grote Trooster? De apostel Paulus schrijft in zijn tweede brief aan de christenen in Corinthe dan ook: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden”[3].

Zo heeft de man gezag over zijn vrouw.
Dat is, zoals hierboven reeds bleek, dienend en troostend gezag.
Als het goed is, verzorgt de man zijn geliefde vrouw. Hij beschermt haar.
Als het goed is, vertrouwt de vrouw zich toe aan haar geliefde man. Want zij weet: als ik hem volg, komt alles goed.

In het formulier dat in de Gereformeerde kerk wordt gebruikt voor de bevestiging van het huwelijk in de gemeente van Christus staan de volgende zinnen: “Zoals de gemeente zich laat leiden door Christus, zo moet de vrouw gehoorzaam toevertrouwen aan de leiding van haar man, ze moet hem volgen en helpen die naar Gods wil zijn. Door zo elkaar te aanvaarden, zullen man en vrouw hoe langer de eenheid van Christus en zijn gemeente vertonen”[4].

Dat klinkt prachtig.
Maar hoe moet dat dan als armoede troef is?
Hoe gaat als de aftakeling steeds harder gaat?
Dan moeten we bedenken dat het verschil tussen aarde en hemel geweldig groot is. De God van hemel en aarde stelt ons in zo’n situatie wellicht op de proef: blijft u geloven in de toekomst die Ik u beloofd heb?
De hemelse God is altijd zorgend en verzorgend aanwezig. Anders kunnen wij namelijk niet leven. De dichter van Psalm 118 zegt daarom:
“Dit is de dag die de HEERE gemaakt heeft,
laten wij op deze dag ons verheugen en verblijd zijn”[5].
Het leven hangt trouwens niet alleen van uiterlijke schoonheid af. De eer van God moet bovenaan ons prioriteitenlijstje prijken. Niet voor niets zegt Spreuken 31:
“Bevalligheid is bedrieglijk en schoonheid vergankelijk
een vrouw die de HEERE vreest, die zal geprezen worden”[6].
In voor- en tegenspoed, in rijkdom en armoede – altijd is er Iemand waar wij naar toe kunnen!

En er is nog wat meer.
Als wij geloven dat God alles – werkelijk: alles – in Zijn hand heeft, beseffen wij ook dat Hij geliefden bij elkaar brengt. Hij stuurt mensen aan, ook als het om de liefde gaat.
Wat dit betreft wijs ik graag op Mattheüs 19: “En Hij (dat is Jezus) antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”[7].

‘Mannen… ze zijn allemaal hetzelfde!’, zeggen velen tegenwoordig.
Die uitroep mogen wij wel met een paar korreltjes zout nemen. Want als dat waar was, was er geen enkele vrouw die in haar leven een man toeliet. En de praktijk is heus anders.

Intussen laat die uitroep wel zien wat het algemene beeld is dat mannen tonen. En dat beeld is met recht betreurenswaardig te noemen!

Laten wij maar hopen en bidden dat er nog veel christelijke mannen blijven die hun roeping kennen, en Efeziërs 5 waar willen maken: “Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook ​Christus​ de ​gemeente​ liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven”[8].
Mannen moeten zich oefenen in onbaatzuchtige liefde. Die training moet regelmatig plaatsvinden; juist in een tijd waarin egocentrisme aan de orde van de dag is!

Noten:
[1] Efeziërs 5:32.
[2] Zie: Heidelbergse Catechismus – Zondag 10, vraag en antwoord 27.
[3] 2 Corinthiërs 1:3 en 4. Over deze woorden schreef ik in mijn artikel ‘Doorgeeftroost’, hier gepubliceerd op vrijdag 6 april 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/04/06/doorgeeftroost/ .
[4] Geciteerd uit het Formulier voor de bevestiging van het huwelijk in de gemeente van Christus. – Gereformeerd Kerkboek, 1986. – p. 557.
[5] Psalm 118:24.
[6] Spreuken 31:30.
[7] Mattheüs 19:4, 5 en 6.
[8] Efeziërs 5:25.

4 mei 2018

Iedere dag bevrijdingsdag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Morgen, zaterdag 5 mei, zal het bevrijdingsdag zijn.
Zodoende is er een goede reden om na te denken over vrijheid.
Beleven christenen vrijheid anders als mensen die God niet eren?

Over deze dingen denkend wijs ik op Galaten 5: “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”.
Dat woord ‘vlees’ is een ouderwets woord voor de verkeerde verlangens die je als mens hebt.
De Bijbel in Gewone Taal uit 2014 heeft hier: “Vrienden, God wil dat jullie als vrije mensen leven. Maar gebruik die vrijheid niet om toe te geven aan slechte verlangens. Gebruik die vrijheid om met ​liefde​ voor elkaar te zorgen” [1].

Paulus heeft een brief geschreven aan de gemeenten in Galatië. Galatië – dat is een Romeinse provincie in het gebied waar nu Turkije ligt.

Een internetencyclopedie vertelt ons: “De naam Galatië is afgeleid van de Galliërs en betekent ‘land van de Galliërs’. Het landschap werd bewoond door een gemengde bevolking, waarvan Galliërs de meerderheid vormden. Deze hadden ca. 300 v. Chr. hun eigen land (het huidige Frankrijk) verlaten, en na een succesvolle militaire campagne zich hier gevestigd. Deze emigranten waren onrustig en oorlogszuchtig en een gesel over hun buren. Toen ze beteugeld waren, verhuurden ze zichzelf als soldaten. Ze werden onder de macht van Rome gebracht en uiteindelijk werd Galatië een Romeinse provincie. Ze werden de Galli of Galliërs van het Oosten genoemd”[2].

De brief aan de Galaten is een protest.
Het is een protest tegen mensen die eigenlijk zeggen: terug naar het Oude Testament!
Die mensen – judaïsten heten ze – geloven niet in de waarde van Christus’ lijden en opstanding.
Jezus Christus die voor onze zonden heeft betaald? Nee, dat wil er bij die judaïsten niet in. Daarom zeggen ze: ‘We moeten ons houden aan Oudtestamentische wetten. U moet zich nog steeds laten besnijden!’
Terwijl dat helemaal niet meer hoeft…

In de brief aan de Galaten biedt Paulus tegengas. En niet zo’n klein beetje ook!
Paulus wil het er wel intimmeren: u moet niet teruggaan naar het Oude Testament.
Er is, maakt hij duidelijk, nu een nieuw tijdperk begonnen.
De enige manier om behouden te worden is: geloven in het reddingswerk van Jezus Christus!

De apostel Paulus redeneert als volgt.
* Paulus heeft het Evangelie niet zelf bedacht. Hij heeft de blijde Boodschap van God Zelf ontvangen.
* We zijn bevrijd van de wet. En wel door Jezus Christus. Hij heeft voor de zonden betaald. Nu zijn gelovige kinderen van God vrij van schuld. Je kunt nu met recht spreken van vrije kinderen!
* Die christelijke vrijheid wordt in het gewone leven toegepast. Mensen hebben daar van nature zelf geen zin in. Maar de Heilige Geest van Jezus Christus is druk aan het werk. Daarom wordt het leven van Gods kinderen steeds meer beheerst door liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en zelfbeheersing.

Vrijheid heeft voor kinderen van God een diepere betekenis.
Dat woord betekent niet alleen dat er geen oorlog is. Het betekent vooral dat onze schuld voor God verdwenen is. Wij zijn vrijgesproken.
Zondige mensen zouden iedere dag met rechtsvervolging te maken hebben. Zij zouden, bij wijze van spreken, iedere dag voor de rechtbank moeten verschijnen.
Maar na Golgotha staan de zaken totaal anders!
Christenen zijn vrij!

5 mei 2018: we vieren drieënzeventig jaar vrijheid.
Maar menselijke vrijheid is, als je het goed bekijkt, eigenlijk heel fragiel. Wereldwijd zien we op allerlei plaatsen agressie. We horen oorlogstaal. Mensen gaan massaal de straat op om te protesteren tegen… – vult u maar in.
Hoezo vrijheid?

En als je persoonlijk wel heel vrijheid hebt is dat zeker geen garantie.
Neem nu dat verhaal over een liefhebbende oma. Zij krijgt een hartaanval. In een oogwenk wordt zij van de aarde weggenomen. De nabestaanden blijven verbijsterd achter.
U en ik weten het eigenlijk heel goed: de dood is en blijft de laatste vijand van het leven.
Hoezo vrijheid?

We vieren de vrijheid, vandaag en morgen.
Maar christenen vieren eerst en vooral christelijke vrijheid.
En eigenlijk vieren zij dat iedere dag.
Dat betekent: zij zijn vrijgesproken van schuld. En als zij na hun sterven in de hemel komen, horen zij hun Advocaat – de Here Jezus Christus – zeggen: ‘Voor hem en voor haar heb ik geleden. Hun zonden zijn weggedaan. Laat hen naar het feest gaan!’.
Die geloofszekerheid geeft nu al perspectief.

Paulus schrijft: “de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”[3].
Wat is de ‘core business’ van christenen? En van Gereformeerde mensen? Antwoord: zij stralen levenslang liefde uit. Zij verwelkomen hun naasten: geniet maar mee van alles wat de Here geeft; ook in 2018!

Ach, wij weten het wel: er is nog veel verdriet.
En wat zijn er nog veel persoonlijke problemen!
Er is dus nog veel te doen.
Gereformeerden werken rustig verder. Relaxed. Op hun gemak. Zij blijven kalm. Want zij zijn voor eeuwig vrij!

Noten:
[1] Galaten 5:13 citeer ik achtereenvolgens uit de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/G/Galatie ; geraadpleegd op woensdag 25 april 2018.
[3] Galaten 5:14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.