gereformeerd leven in nederland

21 september 2018

Nieuw begin door Gods Geest

God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen.
Wij zijn zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad. Behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden.
Zo belijden wij dat in de kerk[1].

Mensen zijn van nature geheel en al bedorven.

Toch kunnen zij, ook al doen zij aan God noch gebod, nog wel onderscheiden wat fatsoenlijk of onbetamelijk is.
Zij hebben enige kennis van God.
Zij zijn in staat om kinderen en jongeren op het juiste pad te brengen.
Hoe kan dat?
Dat kan omdat God genadig is.
Dankzij Hem geraakt deze wereld niet geheel en al in de vernieling.

Daarin zien we iets van Gods liefde.
Als God niet zou hebben ingegrepen was deze wereld binnen de kortste keren een woestenij geworden. Een puinhoop. De geschiedenis van de aarde zou roemloos geëindigd wezen.
De Heidelbergse Catechismus leert ons een treurige les: als het aan onszelf ligt, wordt het niets meer met de wereld.
Maar diezelfde Catechismus brengt bij de kerk meteen ook Gods Heilige Geest in beeld.

Want in de kerk zorgt die Heilige Geest voor een nieuw begin.
In zijn tweede brief aan de christenen in Corinthe omschrijft Paulus de activiteit van Gods Geest zo: “Niet omdat wij van onszelf bekwaam zijn iets te denken, als was het uit onszelf, maar onze bekwaamheid is uit God. Hij heeft ons namelijk bekwaam gemaakt om dienaars van het nieuwe ​verbond​ te zijn, niet van de letter, maar van de Geest; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend”[2].

Vroeger was er het oude verbond tussen God en Israël. Israël moest gehoorzaam zijn, en God zou Zijn volk zegenen. De regels die binnen dat verbond golden werden op twee tafels geschreven. De Tien Geboden waren, om zo te zeggen, in steen gegrift.
Maar nu is er een nieuw verbond.
Niet slechts met regels die voor ons liggen, en die Gods kinderen – waar zij zich ter wereld ook bevinden – moeten lezen. Het betreft niet alleen geschreven wetten die we toe moeten passen in ons dagelijkse doen.
Nee, er is meer.
In het nieuwe verbond creëert Gods Heilige Geest in de harten van gelovige mensen een heerlijk huis. De Heilige Geest is de gids op weg naar het eeuwige leven. De Heilige Geest is ook de garantie: dat eeuwige leven komt er echt aan!

Als wij met een schuin oog op het bovenstaande de krant gaan lezen, komt het nieuws heel anders bij ons binnen.
Neem nu het Nederlands Dagblad. In één editie vinden we de koppen “Grootschalig misbruik in Duitse kerk”, “Extra misbruikberaad in Rome”, “Toezicht op verwarde personen niet beter”, “Coalitie in Duitsland ruziet over inzet Syrië” en “Zo gelukkig is onze jeugd niet”[3].
Zo zit de wereld in elkaar.
Dat is de lijn in de wereld.
En dat verandert werkelijk niet.

Maar in de kerk staan de zaken anders.
Heel anders.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant dr. A.N. Hendriks schreef daar eens over: “Hoezeer de nieuwe wereld van Gods herschepping reeds in onze wereld doorgedrongen is, brengt Paulus in 2 Korinte 5:17 treffend onder woorden: ‘Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen’. De gelovige is niet slechts een nieuw schepsel, Paulus zegt het krasser: een nieuwe schépping. Hij deelt in wat in Christus’ opstanding openbaar werd: Gods nieuwe wereld.
Juist aan de gelovigen mag zichtbaar worden dat ‘het oude’ -de onverloste wereld- voorbijgegaan is en dat ‘het nieuwe’ -de verloste wereld- gekomen is.
Nee, Paulus vergeet niet dat de jongste dag nog moet aanbreken. De apostel weet dat de heerlijkheid nog over Gods kinderen geopenbaard moet worden (…). Maar deze wetenschap verhindert hem niet zo stellig te spreken over de grote doorbraak, die bij allen die in Christus zijn, zich mag voltrekken. Zij behoren niet meer tot de oude wereld, maar zijn burgers van Gods nieuwe wereld. In feite zijn zij al een stukje van die nieuwe wereld”[4].

In dat licht bezien is de stimulans van de apostel Paulus in Efeziërs 4 heel logisch: “En bedroef de ​Heilige​ ​Geest​ van God​ niet, door Wie u ​verzegeld​ bent tot de dag van de verlossing”[5].
En wij begrijpen het wel: die stimulans is ook een troost – de duivel zal nooit in staat zijn Gods uitverkoren kinderen naar de oude wereld terug te trekken!

De wereld kijkt maar al te vaak narrig en verongelijkt naar de mensen in het Nederlandse kerkelijke leven. En men mompelt: ‘Het ziet er allemaal zo vroom uit, maar ondertussen…’.
Laten wij in die situatie 1 Petrus 4 maar naspreken: “Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van ​Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u. Wat hen betreft wordt Hij wel gelasterd, maar wat u betreft wordt Hij verheerlijkt”[6].
Dat betekent:
* “De Geest wordt weliswaar door de ongelovigen gelasterd, dat wil zeggen: zij wijzen Christus af en gaan daarmee in tegen het werk van de Heilige Geest
* maar in de kring van de gelovigen wordt Hij verheerlijkt”[7].

De Zondagen 3 en 4 van de Heidelbergse Catechismus bepalen ons bij onze ellende. Jazeker.
Maar midden in die ellende schittert ook het licht van de nieuwe toekomst.
Wilt u die toekomst zien? Kom dan maar naar de kerk!

Noten:
[1] U vindt de woorden terug in de Heidelbergse Catechismus. Achtereenvolgens citeer ik uit Zondag 4, antwoord 10 en Zondag 3, antwoord 8.
[2] 2 Corinthiërs 3:5 en 6.
[3] Dat zijn koppen in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op donderdag 13 september 2018.
[4] Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 63 en 64.
[5] Efeziërs 4:30.
[6] 1 Petrus 4:14.
[7] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 4:14.

21 augustus 2018

Leven voor Gods aangezicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Hoe staat het er, moreel bezien, met Nederland voor?
U weet het ongetwijfeld – op heel veel punten kan dat wel beter.

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg bracht de zaak niet zo lang geleden terug tot de kern: “Het is veilig in Nederland. Maar er zitten wel nog allerlei primitieve driften heel diep in ons. In het ideaal van naastenliefde schieten we geregeld tekort. We zien de ander vaak als een bedreiging of middel. En ik geloof dat die duistere kant altijd een deel van de mens blijft. Die moeten we niet ontkennen”.
En:
“…uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven. (…) Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt. We moeten leren leven met deze wereld en proberen betrekkelijk fatsoenlijk te zijn. Alleen wanneer je weet dat er destructieve krachten in je zitten, kun je proberen jezelf te beheersen. Als je ervan overtuigd bent dat je geen vlieg kwaad kunt doen, ligt het kwaad op de loer”.

Aldus sprak de befaamde schrijver in het Nederlands Dagblad[1].
Hij deed zijn uitspraken naar aanleiding van zijn essay ‘De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies’[2].

Grunberg komt – dat begrijpt u wellicht – in de buurt van Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…… naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].
Dat is opvallend. Bij mijn weten zwoer Grunberg in zijn puberteit elke vorm van religie af.

Bij de gedachten van Grunberg leg ik Openbaring 2 open: “Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert”.

Die woorden maken deel uit van een kort briefje aan christenen in Efeze[4].
In de kerk aldaar zitten gevallen mensen.

Dat is voor ons trouwens niets nieuws.
Zegt u nu zelf: ook wij kunnen zomaar worden overvallen door een sterke begeerte. Zo’n hunkering waarvoor alles en iedereen moet wijken. Soms gaat het, als wij aan zo’n sterke neiging toegeven, van kwaad tot erger. Dat kan zomaar gebeuren. Bij ons allemaal.
In Efeze waren gevallen mensen.
In 2018 leiden mensen een gevallen, worstelend leven.
Ziet u dat de mens, in de grond van de zaak, onveranderlijk slecht is?

Laten we naar de christenen te Efeze kijken.
Zij hebben hun intense liefde voor Jezus niet verloren, maar verlaten. Er staat: “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste ​liefde​ hebt verlaten”[5].
Er is, met andere woorden, afstand gekomen tussen Christus en Zijn kerk.
Er is nog wel liefde – dat is het probleem niet.
Maar de eerste liefde is weg. De brandende liefde is verdwenen; het is geen uitslaande brand meer. Het is een smeulend brandje; van werkelijk hete liefde is geen sprake.

Er moet, kortom, bekering komen. De mensen moeten weer met het gezicht naar God toe gaan staan.
Als die bekering er niet komt, zal de kandelaar worden weggenomen. Dat betekent: de gemeente zal ophouden te bestaan.
Hoe zal die opheffing worden bewerkstelligd? Door vervolging en verdrukking? Dat weten we niet precies. Maar éen ding is zeker: als die bekering uitblijft, wordt de kerk in Efeze uiteindelijk opgeheven.

Wat is het belangrijk om in het leven op God gericht te zijn. Om het met een oude term te zeggen: wij staan voor Gods aangezicht.
Ook in 2018 is dat het belangrijkste dat er is: voor Gods aangezicht staan. De God van hemel en aarde moet ons, om zo te zeggen, in de ogen kunnen kijken!

Naar aanleiding van Openbaring 2 schreef ik al eens: “…als een kerk vaag wordt en de twijfel groot, dan moeten we ons ernstig afvragen of in die betreffende kerk Gods Geest nog wel volop werkt”[6].
De kerk moet een duidelijke boodschap afgeven.
Welke boodschap is dat dan? Antwoord: pook het vuur van de eerste liefde maar weer eens flink op. Dan besef je weer waarom de kerk bestaat: tot Gods eer!
Wie in geloof volhoudt, heeft ook uitzicht op de hemelse vreugde die Jezus Christus – het Hoofd van de kerk – uiteindelijk geven wil. In Openbaring 2 wordt over die vreugde geschreven: “Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het ​paradijs​ van God staat”[7].

Arnon Grunberg zei: “Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt”.

Doet de kerk iets fout?
Toch niet.
Want Gods Woord spreekt over het paradijs van God. Niet over een lusthof die mensen wensen te creëren. Trouwens, vergeleken met het paradijs van God is elk menselijk eldorado niet meer dan leuk bedoeld gepruts.

In Openbaring 22 heeft Johannes dat paradijs als volgt beschreven.
“En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. En geen enkele ​vervloeking​ zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[8].

Laten we nog een korte blik werpen op onze tijd.
Inderdaad – ook kerkmensen zijn behept met die driften waar Grunberg over spreekt.
Natuurlijk moeten wij proberen om fatsoenlijk te leven.
Het is ontegenzeglijk waar: in zekere zin blijft het in deze wereld frunniken en fröbelen.
Maar de kerk heeft meer te melden dan een duister Evangelie dat mensen deprimeert.
De kerk vuurt mensen aan om blijmoedig en dienstbaar op weg te gaan naar het vaderland in de hemel.
Leef voor Gods aangezicht!
Laat de moed niet zakken!
De toekomst komt snel naderbij!

Noten:
[1] “Uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 maart 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dit essay zijn: Arnon Grunberg, “De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies”. – Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017. – 48 p.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] Openbaring 2:5.
[5] Openbaring 2:4.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Een lopend wonder’, hier gepubliceerd op donderdag 20 augustus 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/08/20/een-lopend-wonder/ .
[7] Openbaring 2:7 b.
[8] Openbaring 22:1-5.

1 augustus 2018

Niets kan ons van Gods liefde scheiden

Weet u hoe koning Saul aan zijn eind gekomen is? “Toen nam ​Saul​ het ​zwaard​ en liet zich erin vallen”. Zo staat dat in 1 Samuël 31[1].
Laten wij daar maar niet overheen lezen.
Dit is zelfmoord. Suïcide.

Niet zo lang geleden bekende iemand mij dat zij wel eens voor een spoorwegovergang heeft gestaan, en aldaar serieus overwoog om een einde aan haar leven te maken.

Bij het horen van een dergelijk bericht stroomt mijn hart over van medelijden.
Wat is een mens in zo’n situatie diep teleurgesteld, gedesillusioneerd, wanhopig en verdrietig!
En wat is het belangrijk om elkaar te bemoedigen!

Immers: God is er!
Hij beschermt ons met Zijn geweldige macht. Hij leidt ons door donkere dalen.
Als wij het niet meer zien zitten, ziet Hij ons nog wel staan!

Het Evangelie van Johannes 3 weergalmt in de wereld: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft. Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou worden”[2].
Wie dat gelooft, mag weten: mijn leven gaat door.
Wie dat gelooft, mag weten: hier op aarde is er misschien niks meer aan, maar er komt een nieuwe levensfase waarin alleen geluk aan de orde is.

In deze wereld lijkt het soms zo donker. Beperkingen zijn aan de orde van de dag. Er zijn honderdduizend dingen die ons onzeker kunnen maken. En dan vraag je je voor de zoveelste keer af: doe ik het wel goed?
Maar bij al die onzekerheden blijft één ding overeind. De liefde van God houdt nooit op. Echt helemaal nooit. De apostel Paulus formuleert dat in Romeinen 8 zo: “Want ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch ​engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, noch hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de ​liefde​ van God in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[3].

Kinderen van God worden gered. Zij worden behouden. Om met 1 Corinthiërs 3 te spreken: als door vuur heen[4]. Maar toch![5]

Dit artikel begint met de zelfmoord van koning Saul in 1 Samuël 31.
Saul heeft daar begrepen dat het einde van zijn aardse leven nadert. Echter, de koning wil ten koste van alles voorkomen dat hij levend in handen van de Filistijnen valt. Alles is beter dan een triomf van de vijand; dat mag niet gebeuren!
De wapendrager volgt het voorbeeld van de koning. Ook hij maakt een einde aan zijn aardse leven.
En zo sleept de één de ander mee.
Is het niet dieptreurig?

Aldus peinzend, moeten wij er overigens wel iets bij bedenken.
Israël heeft indertijd een aardse koning gekregen, omdat het volk zo graag met de mode mee wilde doen. Alle volken hadden een koning, en zij niet… Dat Israël een hemelse Koning had, werd voor het gemak van minder belang gevonden. De Here stond uiteindelijk toe dat Israël een koning kreeg.
Dat is de achtergrond van Hosea’s profetie in hoofdstuk 13: “In Mijn toorn gaf Ik u een ​koning, Ik nam hem weg in Mijn verbolgenheid”[6].

Het voorgaande brengt ons bij het belangrijkste feit van ons bestaan: ons leven is in Gods hand. Hoe donker het ook is. Wat er ook gebeurt!

Laatst las ik in de krant het volgende bericht.
“Méér mensen die aan zelfdoding denken, moeten worden geholpen door 113 Zelfmoordpreventie. Waren er in 2017 nog 53.000 crisisgesprekken, in 2021 wil de organisatie er 90.000 kunnen voeren.
Om dat te bereiken wordt de jaarlijkse subsidie voor 113 Zelfmoordpreventie met meer dan de helft verhoogd: van 3,4 naar 5,4 miljoen euro. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid) dinsdagavond laat aan de Tweede Kamer geschreven. Blokhuis zegt dat hij de preventie van zelfdoding wil opschroeven. ‘We moeten ons tot het uiterste blijven inspannen om het aantal suïcides terug te dringen’, laat hij weten. Er gaat ook extra geld naar andere lopende activiteiten, zoals lokale initiatieven en onderzoek. In totaal gaat er deze kabinetsperiode 15 miljoen euro extra naar het voorkomen van zelfdoding”[7].

Het is een goede zaak dat er voor zelfdoding aandacht is.
Het valt echter te vrezen dat meer geld niet de oplossing van dit vraagstuk is.
Wie aan suïcide denkt, heeft zijn gedachten maar al te vaak niet meer onder controle. Wie zelfmoord overweegt, ziet allerlei drempels; in het werk, in de school, in het huishouden, in het opzoeken van vrienden en vriendinnen enzovoort[8].
Het is, ook in het kerkelijk leven, van het hoogste belang goede aandacht voor elkaar te hebben. Er moet een sfeer zijn waarin zulke dingen in vertrouwen aan de orde kunnen komen.
Laten wij niet de illusie hebben dat dit alles geheel en al aan de kerk voorbijgaat. Dat is namelijk niet het geval.

Nog één ding.
Job heeft in zijn leven heel wat ellende gekend. Je zou zeggen: Job heeft alle reden om God de rug toe te keren. Maar dat doet hij niet. Want wat zegt hij in Job 2? Dit: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[9].
God is niet alleen maar Machthebber voor mensen die voorspoed met een hoofdletter V schrijven!

Noten:
[1] 1 Samuël 31:4 b.
[2] Johannes 3:16 en 17.
[3] Romeinen 8:38 en 39.
[4] De term staat in 1 Corinthiërs 3:15: “Als iemands werk verbrandt, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen”.
[5] Zie over het bovenstaande ook https://www.gotquestions.org/nederlands/zelfmoord-bijbel.html ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[6] Hosea 13:11.
[7] “Kabinet steekt extra geld in tegengaan zelfdoding”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 juli 2018, p. 1.
[8] Zie hiervoor https://www.113.nl/zelftest-zelfmoordgedachten ; geraadpleegd op woensdag 18 juli 2018.
[9] Job 2:10.

29 juni 2018

Liefdevolle waarheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Zondag 43 van de Heidelbergse Catechismus wordt beslist niet voor een zachte aanpak gekozen.
Kijkt u maar even mee.
Ik moet alle liegen en bedriegen als echt duivelswerk vermijden, “als ik tenminste de zware toorn van God niet op mij laden wil”.
Verder eist God “dat ik in rechtszaken en in alle handelingen de waarheid liefheb, oprecht spreek en belijd en ook de eer en goede naam van mijn naaste zoveel ik kan verdedig en bevorder”[1].

Bij dat oprechte spreken en belijden wordt verwezen naar 1 Corinthiërs 13[2].
En wel naar deze tekst:
De liefde “verblijdt zich niet over de ongerechtigheid,
maar verheugt zich over de waarheid”[3].

Die tekst houdt, zo schrijft iemand, in dat “de door liefde gedreven gelovige zich verheugt wanneer hij het Evangelie verkondigt en de waarheid ervan uitwerkt in het dagelijks leven.
Tegenover ‘de waarheid’ staat hier ‘de ongerechtigheid’ (…). Zij omvat niet alleen de zonde en het onrecht dat door elk mens persoonlijk wordt gedaan, maar tevens alles wat aan het Evangelie tegengesteld is, zoals bv. heidendom, oorlogen en onderdrukking. Een gelovige die door de liefde wordt gemotiveerd, heeft verdriet over al deze liefdeloze dingen”[4].

Verdriet hebben over liefdeloze dingen – daar kun je je nog iets bij voorstellen.
Maar blij worden van zending en evangelisatie? Is dat niet wat overdreven? Is dat niet wat al te godsdienstig? Klinkt dat niet een beetje te vroom?
Toch niet.
Want een rechtgeaard christen is blij als hij de Bijbelse boodschap in de praktijk van zijn eigen leven kan tonen.

Graag wijs ik er graag nogmaals op dat een christen de waarheid liefheeft.
Er is dus liefde in ’t spel.
Een rechtschapen christen wil zijn bestaan vullen met liefde. Van daaruit wil hij blijmoedig en eerlijk omgaan met de mensen om hem heen.
Nee, dat wil niet zeggen dat die christen voortdurend glimlacht. Maar wel dat er uit zijn levensstijl zo vaak mogelijk een zeker optimisme spreekt.

Maar ach – soms is de waarheid hard. Dan is de vraag: wanneer en hoe breng je de waarheid naar voren? De toon maakt immers de muziek. En je wilt er – als het goed is – alles voor doen om de reputatie van jouw broeder in de kerk, je zuster, jouw vrienden en vriendinnen hoog te houden.

Dat bekende hoofdstuk over de liefde – 1 Corinthiërs 13 – is in de Bijbel overigens niet los verkrijgbaar.
Het wordt namelijk voorafgegaan door een uiteenzetting over de kerk. Over de verschillende gaven die we in de kerk vinden. Over de manier waarop alles naadloos in elkaar past. Net zoals dat het geval is in het lijf van een man en het lichaam van een vrouw.
Natuurlijk – misschien zijn er wel lichaamsdelen waarover u en jij minder tevreden bent: u had een beetje meer van dit, en een beetje minder van dat willen hebben. Niettemin verzorgt u uw lichaam helemaal, alles wat erop en eraan zit. Zorgvuldig en met liefde.
Welnu, zo doen kinderen van God dat ook met de mensen om hen heen. Gelovige mensen doen permanent hun best om voorzichtig en liefderijk met de mensen in hun omgeving om te gaan. In de kerk, en daarbuiten.
In de kerk zou dat vanzelf moeten spreken.
Maar ook kerkmensen is niets menselijks vreemd.
Zo kan het gebeuren dat meningsverschillen worden uitvergroot. Er worden verkeerde accenten gelegd, waardoor zo nu en dan nog meer karikaturen ontstaan. Soms werkt dat alles zelfs kerkscheidend terwijl dat, gelet op de problematiek, niet nodig zou moeten wezen.
Weet u wat er in 1 Corinthiërs 13 ook staat?
Dit:
de liefde “handelt niet ongepast,
zij zoekt niet haar eigen belang,
zij wordt niet verbitterd,
zij denkt geen kwaad”[5].

Dat klinkt prachtig.
Intussen is de realiteit echter soms zo anders.
Zelfs in de kerk kan het soms zo donker zijn. Door onenigheid, ruzies, vetes. Mensen kunnen niet meer door één deur. Velen van u kennen daar, neem ik aan, wel voorbeelden van.
Hoe moet het in dergelijke omstandigheden verder?
Laten wij het oog richten op de Heiland, onze Here Jezus Christus.
Paulus doet ons voor hoe je dat doet. Want meteen in het begin van zijn eerste brief aan de christenen in Corinthe wijst hij op de Redder van het leven: “genade​ zij u en ​vrede​ van God, onze Vader, en van de Heere Jezus Christus[6].

Die genade mogen we doorgeven.
Die vrede moeten we in praktijk brengen.
Elke dag.
In de kerk.
In de samenleving.
In Nederland.
En in heel de wereld.

Daarom blijft het voor kerkmensen belangrijk om zich te trainen in het spreken van liefdevolle waarheid. Daarbij is het van belang dat we ervoor zorgen dat ons hart zacht blijft. Open. Toegankelijk. Benaderbaar.
Laten we altijd op ons gedrag aanspreekbaar blijven!
Als dat in de kerk lukt, lukt dat buiten de kerk vast nog beter.

Om het tenslotte met 1 Corinthiërs 16 te zeggen: “Wees waakzaam, sta vast in het geloof, wees manmoedig, wees sterk. Laat alles bij u in liefde gebeuren”[7].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 43, antwoord 112.
[2] In dit artikel komt het Bijbelboek 1 Corinthiërs aan de orde. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[3] 1 Corinthiërs 13:6.
[4] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 13:6.
[5] 1 Corinthiërs 13:5.
[6] 1 Corinthiërs 1:3.
[7] 1 Corinthiërs 16:13 en 14.

8 juni 2018

Vreemdelingen tellen mee

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Mensen van buitenlandse afkomst: daar zijn er in ons land heel veel van[1]. Wat zijn er in heden en verleden veel discussies geweest over asielzoekers!
Met name de Partij van de Vrijheid praat, als het maar even kan, over de islamisering van Nederland die gestopt moet worden.

Laten wij intussen niet net doen alsof vreemdelingen en vluchtelingen alleen maar in de eenentwintigste eeuw voorkomen.
Dat is namelijk niet waar.

Dat blijkt in Gods Woord. Bijvoorbeeld in Jozua 8.
Ik citeer: “Heel Israël met zijn ​oudsten, beambten en rechters stond aan deze en aan de andere zijde van de ​ark, vóór de Levitische ​priesters, die de ​ark​ van het ​verbond​ van de HEERE droegen, zowel vreemdelingen als ingezetenen. Eén helft daarvan stond tegenover de berg Gerizim en één helft daarvan stond tegenover de berg Ebal, zoals ​Mozes, de dienaar van de HEERE, vroeger geboden had om het volk Israël te ​zegenen.
Daarna las hij al de woorden van de wet voor, de ​zegen​ en de ​vloek, in overeenstemming met alles wat in het wetboek geschreven staat.
Er was niet één woord van alles wat ​Mozes​ geboden had, dat ​Jozua​ niet voorlas voor heel de ​gemeente​ van Israël, de vrouwen, de kleine ​kinderen​ en de vreemdelingen die in hun midden meetrokken[2].

Vreemdelingen horen dus ook over Gods liefde.
Zij horen welke regels er in Israël gelden. En zij kunnen in de praktijk ontdekken hoe heilzaam Gods wetten zijn.
In Israël telt iedereen mee.
In de kerk van het Oude Testament hebben vreemdelingen een volwaardige plaats.

In de kerk van het Nieuwe Testament is dat niet anders.
En ja, in de kerk van 2018 is die situatie heus niet plotsklaps gewijzigd.

Heel veel mensen in de wereld kijken wat argwanend naar vluchtelingen.
Wat moet je met die mensen?
Komen er niet teveel?
Wat moeten we aanvangen met de taalbarrières en met al die vreemde gewoontes?
En trouwens, behouden wij onze eigen identiteit wel?
Wat mij geldt in de kerk de regel van Efeziërs 4: “Maar u hebt ​Christus​ zo niet leren kennen, als u Hem tenminste gehoord hebt en door Hem bent onderwezen, zoals de waarheid in ​Jezus​ is”[3].
Jezus Christus brengt Zijn Evangelie aan alles en iedereen die het maar horen wil!

Nu ziet het bovenstaande er prachtig uit.

Maar het zou niet juist zijn om het tekstverband van Jozua 8 te negeren.

Want waar gaat het in Jozua 8 om?
Israël moet het beloofde land gaan veroveren. De kwestie is niet dat de volken die nu in het aan Israël beloofde land wonen moeten worden verjaagd.
Nee, er is iets anders aan de orde.
Dat is dit.
God heeft het volk uitgekozen om volk van de Here te zijn. De God van hemel en aarde zorgt er zelf voor dat Hij door Zijn volk geëerd wordt. Hijzelf geeft Zijn volk een plaats om Hem te eren.
Daarom schuift Hij heidense volken aan de kant. Dat doet de Here Zelf. Er is namelijk maar één God in de wereld. En dat is Hij. Al die goden van de heidenen? Die zijn stuk voor stuk nep. Door mensen bedacht.
De hemelse God is de Enige die de macht heeft in de wereld!
Die verovering in Jozua 8 is in feite een strijd die de Here voert. Het betreft een gevecht dat de Here levert.

Jazeker, Hij rekent af met heidenvolken.
En waarom?
Omdat Hij het volk dat Hijzelf uitgekozen heeft genadig is!

Waarom is Hij zo genadig voor Israël?
Omdat dat zo’n braaf en keurig volk is? Nou nee. Wie de Bijbel nauwkeurig leest ziet wel: Israëlieten zijn geen haar beter dan andere wereldburgers. De Here was heel rechtvaardig geweest als Hij hen in hun zonden had laten zitten.
Maar dat deed Hij niet.
In de Dordtse Leerregels staat het zo: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is”[4].
We kunnen dus niet analyseren waarom God zo genadig is voor Israël.
We kunnen niet precies uitzoeken waarom onze God zoveel liefde heeft voor de kerk van toen en nu.
Maar feit is dat het zo is.
Laten we van die oneindige liefde genieten!

Het tekstverband in Jozua 8 vertelt ons dat de Here Zich niet tegen laat houden door allerlei heidens gedoe. Hij zet Zijn plannen door. De satan slaagt er niet in om de uitvoering van die plannen te vertragen. Als het gaat over Gods gang met de wereld moeten wij met twee woorden spreken:
* liefde: Vader zond Zijn Zoon om de wereld te redden
* ernst: het Evangelie heeft ook een oordeel in zich.
Vreemdelingen zijn bij Gereformeerde mensen zeer welkom. Maar dan horen ze, als het goed is, wél dat Gods blijde Boodschap twee kanten heeft.

Tegenwoordig wordt er naar je geluisterd als je een evenwichtig verhaal hebt.
Welnu, de kerk brengt een heel evenwichtig Evangelie. Een boodschap van liefde en van ernst.

En nu begrijpen we wel wat ons te doen staat. Laten we naar God toe gaan, en bij Hem blijven!
Om met Psalm 32 te spreken:
“Laat toch geen dwang voor u ooit nodig wezen,
wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen.
Maar wie op Hem vertrouwt en schuld belijdt,
omringt Hij met zijn goedertierenheid”[5].

Noten:
[1] Dit artikel is gebaseerd op een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 8 juni 2009.
[2] Jozua 8:33, 34 en 35.
[3] Efeziërs 4:20 en 21.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.
[5] Psalm 32:5; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

4 juni 2018

Bemoediging na misbruik

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Het was maar een kort bericht in een recente editie van het Reformatorisch Dagblad:
“Alle 34 Chileense bisschoppen hebben hun ontslag ingediend in verband met een misbruikschandaal. Ze maakten dat vrijdag bekend. De bisschoppen hebben hun positie in de handen van de paus gelegd en hun excuses aangeboden aan de slachtoffers, hun land en de paus”[1].

Vierendertig kerkleiders maar liefst!
Hier is blijkbaar sprake van seksueel misbruik op grote schaal!
Dat is toch ronduit schokkend?

Gewone Gereformeerde mensen hebben wellicht de neiging om te zeggen: nee, seksueel misbruik komt bij ons niet voor.

Dat moeten wij maar niet te hard zeggen.
Verkrachting komt namelijk al in de Bijbel voor.
In 2 Samuël 13 namelijk: “Toen zei ​Amnon​ tegen ​Tamar: Breng het eten in de kamer, zodat ik het uit je hand kan eten. Toen nam ​Tamar​ de koeken die zij gemaakt had, en bracht ze bij haar broer ​Amnon​ in de kamer. Toen zij die bij hem bracht om te eten, greep hij haar en zei tegen haar: Kom, slaap met mij, mijn zuster. Maar zij zei tegen hem: Nee, mijn broer, ​verkracht​ mij niet, want zoiets doet men niet in Israël; doe deze schandelijke daad niet. Want ik, waar zou ik mijn schande brengen? En wat jou betreft, jij zou zijn als een van de dwazen in Israël. Welnu, spreek toch met de ​koning, want hij zal mij aan jou niet onthouden. Hij wilde echter niet naar haar stem luisteren, maar omdat hij sterker was dan zij, ​verkrachtte​ hij haar en sliep met haar. Daarna haatte ​Amnon​ haar met een heel diepe haat. Ja, de haat waarmee hij haar haatte, was groter dan de ​liefde​ waarmee hij haar had liefgehad”[2].

De naam Amnon betekent: ‘betrouwbaar’. Maar van die betrouwbaarheid is in 2 Samuël 13 niets over.
Amnon ‘doet’ het notabene met zijn mooie halfzuster!

Een uitlegger noteert hierbij: “Na enige tijd verneemt David dit alles en hij ontsteekt in woede. Het feit dat verder niet wordt gesproken over een optreden van David tegen Amnon lijkt een soort passiviteit bij de koning te verraden. Absalom spreekt op geen enkele wijze tot Amnon vanwege de gruwelijke dingen die hij met zijn zuster heeft gedaan. Er is echter sprake van een diepe haat bij Absalom jegens zijn halfbroer die op een gegeven moment zal worden omgezet in wraak”[3].
Dat alles verdient ook al geen schoonheidsprijs.

Wat moeten wij met zo’n historie?
Kunnen wij daar in 2018 eigenlijk wel iets mee?

Een deskundige schrijft: “Seksueel misbruik komt voor in alle milieus, en daders kunnen algemeen gerespecteerde mensen zijn. Meestal wordt seksueel geweld door een bekende van het slachtoffer gepleegd en is de dader een man”[4].
En:
“Risicofactoren om slachtoffer van seksueel misbruik te worden zijn bijvoorbeeld een laag zelfbeeld (…), jonge leeftijd, vrouw-zijn, sociaal isolement en eerdere ervaringen met seksueel misbruik”.
Nu is het niet mijn bedoeling om op deze plaats eens uitgebreid uit de doeken te doen hoe het allemaal precies zit met dat seksueel misbruik.
Het gaat mij er slechts om, om vanuit Gods Woord aan alle betrokkenen enige troost te bieden.
Aan slachtoffers.
Maar ook aan daders.

Laten wij bij Mattheüs 5 beginnen: “Weest u dan volmaakt, zoals uw Vader, Die in de hemelen is, volmaakt is”[5].
Die tekst geeft ons onmiddellijk veel vraagtekens. Als dat zo is, komt er dan ooit nog wel iemand in de hemel?

In Romeinen 3 lijkt Paulus de zaak alleen nog maar erger te maken. Leest u maar mee: “Er is niemand ​rechtvaardig, ook niet één, er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt. Allen zijn zij afgedwaald, samen zijn zij nutteloos geworden. Er is niemand die goeddoet, er is er zelfs niet één”[6].
Je zou zeggen: wij kunnen wel ophouden.
Wij kunnen beter inpakken en wegwezen.

Maar Paulus schrijft meer.
“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God, en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn ​genade, door de verlossing in ​Christus​ ​Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed”[7].
Er is redding.
Voor iedereen.
Voor slachtoffers. En ja, ook voor daders.
Jezus Christus vergeeft onze zonden. God is goed voor ons!

Stél dat een slachtoffer van seksueel misbruik dit artikel leest.
Het is voorstelbaar dat zij – of misschien: hij – niet aan vergeving denken kan.
Wat kan seksueel misbruik veel beschadigen!
Aan het zelfbeeld. Aan de beleving van eigen gevoelens.
Wat is er bij slachtoffers veel angst!
Schaamte!
Schuldgevoel!
Misschien denkt zo’n slachtoffer: het verhaal hierboven ziet er wel mooi uit. Maar bij mij werkt dat niet.

Weet u wat Paulus in Romeinen 12 schrijft?
Dit:
“Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef, zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in ​vrede​ met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere”[8].

Ziet u wat daar staat? “Wreek uzelf niet, geliefden…”.
In de kerk mogen wij het zeggen: ondanks alles bent u geliefd. Geliefd bij God. En bij heel veel andere mensen.
De schade van seksueel misbruik is op deze aarde nooit geheel en al te herstellen. Maar laten we, als dat kan, er wel een begin mee maken.
Het startpunt moet zijn: liefde. Preciezer: christelijke liefde. Dat wil zeggen: liefde die haar begin- en eindpunt bij God heeft!

Paulus zegt: geef God de ruimte voor Zijn toorn.
De God van hemel en aarde zal uiteindelijk het eindoordeel vellen.

In Romeinen 12 haalt Paulus een woord uit het Oude Testament aan.
Dat woord komt uit het afscheidslied van Mozes.
Dat lied staat in Deuteronomium 32.

Dat lied gaat over Gods trouw en de ontrouw van Israël.
Over Gods goede en grote daden in het verleden.
Over Gods woede, vanwege de zonden die de Israëlieten steeds weer hebben gedaan.
Toch is Israël niet vernietigd. Want dan zouden de buurvolken kunnen zeggen: wij waren veel sterker dan dat volkje Israël.
Israël is Zijn uitverkoren volk!
En iedereen die geprobeerd heeft om Israël kapot te maken, zal op een dag met Gods wraak te maken krijgen!
In Deuteronomium 32 staat het zo:
“Aan Mij komt de wraak en de vergelding toe,
op het tijdstip dat hun voet wankelt.
Voorzeker, de dag van hun ondergang is dichtbij.
en spoedig komen de dingen die hen te wachten staan.
Want de HEERE zal Zijn volk recht verschaffen”[9].

Gods volk is zondig. Wegloperig.
Een dominee uit het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten schreef vorig jaar naar aanleiding van 2 Samuël 13: “Zo het toen toeging in het koninklijke paleis, zo gaat het helaas ook nu in onze eigen kring veel te vaak toe. Lust, macht, niet luisteren, haten en verbannen, terwijl er een bijna onhoorbare stem is uit mond van Tamar die zegt: dit is goddeloos!”[10].
Al te vaak is dát de realiteit in de kerkelijke wereld van onze tijd.
Maar de God van hemel en aarde is trouw. Voor eeuwig trouw.
Dat geldt vandaag nog.

Van zijn trouwe zorg mogen wij allen genieten.
Ja, ook allen die bij seksueel misbruik betrokken zijn!

Daarmee is het laatste woord over dit onderwerp niet gezegd.
Natuurlijk niet.
Maar het is duidelijk: er is troost. Rechtstreeks uit Gods Woord. Ook vandaag.

Laten wij daarbij Psalm 103 maar nooit vergeten:
“Zo hoog en wijd de hemel staat gerezen
boven de aarde, is voor wie Hem vrezen
zijn liefde en zijn goedertierenheid.
Zo ver verwijderd ’t westen is van ’t oosten,
zo ver doet Hij van hen die Hij wil troosten
de zonden weg, ja Hij heeft ons bevrijd”[11].

Noten:
[1] “Ontslag bisschoppen Chili om misbruik”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 19 mei 2018, p. 2.
[2] 2 Samuël 13:10-15 a.
[3] Citaat uit de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Samuël 13:20-22.
[4] Geciteerd van https://stichting-promise.nl/pastorale-onderwerpen/omgaan-met-slachtoffers-seksueel-misbruik.htm ; geraadpleegd op zaterdag 19 mei 2018. Ook in het onderstaande maak ik dankbaar van die publicatie gebruik.
[5] Mattheüs 5:48.
[6] Romeinen 3:10 b, 11 en 12.
[7] Romeinen 3:23, 24 en 25 a.
[8] Romeinen 12:17, 18 en 19.
[9] Deuteronomium 32:35 en 36 a.
[10] De predikant in kwestie is ds. J. IJsselstein. Geciteerd via: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 14 juli 2017, p. 2; rubriek ‘Zogezegd’.
[11] Psalm 103:4, berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.