gereformeerd leven in nederland

14 augustus 2020

Op scherp

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In dit artikel wordt onze aandacht gericht op een bekende tekst uit Johannes 10: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”[1].

Bij die tekst werden op deze pagina al vaker opmerkingen gemaakt. Ter oriëntatie op die woorden volgen hieronder enkele ervan.
“De Verbondsgod is trouw! Al onze tekortkomingen worden weggedaan! De kerk wordt schoon. Blinkend mooi. Hemelwaardig!”[2].
En: “De Here zegt tegen Zijn volk: u hoeft zelf geen betekenis aan uw leven te geven, want die geef Ik eraan”[3].
En: “Jezus Christus gaat voor Zijn kerk uit, en leidt hen de goede kant op. Richting de hemel, namelijk”[4].

“Mijn schapen horen Mijn stem” – als Jezus deze woorden zegt is het feest in Jeruzalem. Men herdenkt de inwijding van de tempel. Wat voor feest is dat? “Het ‘Vernieuwingsfeest’ was een feest dat gevierd werd ter herinnering aan het herstel en de inwijding van de tempel door Judas Maccabeüs -164 voor Christus-, precies drie jaar nadat de tempel door Antiochus Epiphanes ontwijd was (…). Het wordt ook wel het ‘lichtfeest’; chanoeka genoemd”[5]. De tempel als plek van ware godsdienst en gebed is in Johannes 10 dus volop in beeld.
Maar er is meer.
Jezus Christus, de Heiland, moet prominent in beeld zijn. Dat de tempel er staat, dat is mooi. Maar er moet meer wezen dan dat gebouw.
Bent u nu de Messias?, vragen de Joden. Jezus’ antwoord is helder. Hinderlijk duidelijk bovendien, voor de eerste luisteraars althans. ‘Dat zeg ik nu al de hele tijd. Het probleem is dat u dat niet gelooft! U kunt het zien door het werk dat Ik doe: dit moet wel van God komen. Maar u gelooft daar niks van. En dat is ook heel goed verklaarbaar. U hoort namelijk niet bij Mijn schaapskudde’.
Wat een schok is dat voor de Joden! De Joden worden vanwege hun ongeloof afgewezen als kinderen van God. De eerste reactie van de Joden is dan ook: deze Man moet onmiddellijk worden gedood; dit is volstrekt Godslasterlijk!

In die situatie klinkt dus dat bekende statement: “Mijn schapen horen Mijn stem”. De Heiland heeft heel veel schapen, alleen niet in het Israël van Johannes 10. Overal in de wereld heeft de God van hemel en aarde schapen. Zij luisteren naar Hem. Zij volgen Hem, waar Hij ook gaat. Hij heeft schapen in Nederland, Duitsland, België, Engeland, Frankrijk, Oostenrijk, Zwitserland, Zuid-Afrika, Suriname… – noem maar op! 

In Johannes 10 staat de zaak dus op scherp. De kwestie is: gelooft u in Jezus’ beloften van vergeving en eeuwig leven, of niet?
Diezelfde vraag ligt vandaag de dag ook op tafel, jazeker.
Maar één ding is duidelijk: als u tot Zijn kind bent aangenomen gaat dat – als het aan Jezus Christus ligt – nooit meer veranderen. Weg dus met de onzekerheid! De vraag: ‘hoor ik wel bij Jezus?’, hoeven Gods kinderen niet meer te stellen. Want zij weten het antwoord al. Maar we moeten ons haasten om erbij te noteren dat zelfgenoegzaamheid in dezen beslist niet aan de orde mag wezen. Het gaat om de Heiland – Hij moet vol in beeld zijn. Zijn kinderen gaan eenvoudigweg achter Hem aan. Zij gaan geen zelf bedachte levensroutes volgen. Want dan komen ze in Nergenshuizen terecht; en dat is geenszins de bedoeling!

Dit alles overpeinzend blijkt een bericht uit het Nederlands Dagblad van woensdag 12 augustus jongstleden van enig belang. Citaat: “Nog altijd liggen kijkcijfers van christelijke tv-programma’s op de zondagochtend gemiddeld twee keer hoger dan vorig jaar”[6].
Dat is mooi. Als de mensen daar naar kijken, hebben ze in ieder geval geen aandacht voor programma’s waarin Gods naam wordt genegeerd of zelfs gelasterd. Dat is tenminste wàt.
Maar die televisieprogramma’s hebben ook een verleiding in zich. Het kan zo zijn dat de dag die gereserveerd is voor het groter maken van Gods lof en eer een gewone dag wordt. Zo van: we hebben aan de verplichtingen voldaan; nu gaan we weer over tot de orde van de dag. En die dag gaan we verder zelf zinvol besteden.
Ziet u wat daar gebeurt?
Opeens liggen de zaken heel wat minder scherp. De harde lijnen lijken te vervagen.
Maar als dat zo is doet men geen recht aan Johannes 10.
Het klinkt zo zoet: “Mijn schapen kennen Mijn stem”. Als het een beetje wil wordt het zelfs nog gezellig – lekker bij elkaar in de stal, heerlijk! Maar laten wij ons niet vergissen. In Johannes 10 vraagt de Heiland ons: u weet toch wel waar u hoort te staan? Hij wijst ons onze plaats in de kudde. Ook vandaag.

Noten:
[1] De woorden zijn te vinden in Johannes 10:27 en 28.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘Bidden in crisistijd’, hier gepubliceerd op woensdag 18 maart 2020; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/03/18/bidden-in-crisistijd/ .
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Vol vertrouwen in een onvoorspelbare wereld’, hier gepubliceerd op woensdag 15 augustus 2018; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/08/15/vertrouwen-onvoorspelbare-wereld/.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Van bovenaf beschermd’, hier gepubliceerd op vrijdag 5 mei 2017; te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/05/05/van-bovenaf-beschermd/.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 10:22. Zie voor dit feest ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Chanoeka ; geraadpleegd op woensdag 12 augustus 2020.
[6] “Kerkelijke televisie blijft scoren”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 augustus 2020, p. 7.

10 juli 2020

De hoofdtaak van alle mensen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

“Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!”.
Dit artikel begint met het laatste vers van de laatste psalm in de Bijbel[1].
In bovenstaande woorden is onze levenstaak samengevat. Wij weten wat ons te doen staat. Wij realiseren ons wat de koers in ons leven wezen moet.
Wij beseffen tevens dat dit een opdracht is die aan alles en iedereen op deze aarde gegeven is. Inderdaad, die taak wordt niet door iedereen uitgevoerd. Maar dat is wel de bedoeling!

Iemand schrijft: “Als het om zingen gaat, om het loven en prijzen van de Here vinden we genoeg aanwijzingen in de Bijbel om daarvoor ‘alles uit de kast te halen’. Na alles wat er ons aan geestelijke rijkdom in de psalmen wordt gegeven en geleerd, is deze laatste psalm het grote Amen daarop. Het boek der psalmen leidt ons door de diepste diepten van het menselijk bestaan om ons hier, uiteindelijk, te voeren naar de hoogste hoogte: de lofprijzing van God. Er wordt niet meer geleerd, uitgelegd of onderwezen”[2].

En nee, we hoeven ons niet in te houden. Bijvoorbeeld vanwege onze twijfel – leven met God, helpt dat echt? Of vanwege onze schaamte – zo van: ik heb in mijn leven zo weinig aan God gedacht…, of: ik heb in het leven zo weinig met Hem gewandeld.
God loven? Dat mag altijd! Ook als er van alles aan ons leven mankeert.

Die lof is trouwens geen soloactie. Want de psalmschrijver zegt: Loof God in zijn heiligdom.
Het eren van God is typisch iets voor de kerk. Samen zingen tot Gods eer, dat is een kernactiviteit van Zijn kinderen. In de kerk, daar gebeurt het.
Natuurlijk, thuis zingen is uitstekend. Maar samen verhogen we Gods lof. Wij maken die lof in gezamenlijkheid groter, breder en dieper.

Die lof is tevens een voorbereiding op onze hemelse activiteit. De psalmist wijst daar ook op: “loof Hem in Zijn machtig hemelgewelf”[3]. En inderdaad, die kant gaat het op. Zie Openbaring 4: “Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt!”[4]. En Openbaring 5: “U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie”[5].
Het hoogtepunt van onze lof komt nog!

De wereld moet Gods lof zingen, zo leert ons Psalm 150. En de kerk behoort daarin voorop te gaan. Dat is de hoofdtaak van de kerk. Die lof is profetisch. Want in en met die lof wijst de kerk op de toekomst. Wie eeuwig leven wil, moet Zijn toevlucht bij de Heiland zoeken. Wie zich verheugt op een feest dat nimmer eindigt, moet naar de kerk gaan!

Die profetische kracht van de kerk staat momenteel ter discussie. Een viertal scribenten schreef onlangs: “Gesteld dat we vandaag te maken hebben met een oordeel, dan is de keerzijde daarvan: zelfkritiek, een belangrijk kenmerk van profetie” (..) Als je al kunt spreken over een oordeel, wat zou de reden dan zijn dat God zo spreekt? ‘Wees maar voorzichtig in het duiden’, stellen de schrijvers. ‘Wat betreft het profetisch spreken zaten we er in de 20e eeuw meestal naast of kwamen we te laat’. Als voorbeelden noemen ze, naast de Jodenvervolging, kolonialisme en racisme. De vraag die dan rijst: ‘Is er een bepaald defect in ‘onze’ theologie, waardoor zulke blinde vlekken konden ontstaan en blijven bestaan?’.
De auteurs sluiten af met de hoop die er voor de kerk is. ‘Wat mogen we hopen? Als de crisis van de kerk is dat zij zo verwereldlijkt is, dan is het geen vreemde gedachte dat God ons momenteel uitschudt. Op het gevaar af dat we als zwartkijkers te boek komen te staan: onze hoop is aangevochten. Het is een heimelijke hoop, op een meesterzet, dat de Levende Zelf in ons midden komt, als de nood het hoogst is’”[6].  

In het bovenstaande vallen zware woorden. Over de Jodenvervolging in de Tweede Wereldoorlog. Over kolonialisme: de neiging van staten om gebieden te bezetten uit economische en strategische overwegingen, met name in Europese landen. Over racisme: de gedachte dat sommige rassen verheven zijn boven andere.
Nu moeten wij ronduit toegeven dat de zonde in ons aller hart diepgeworteld is. Maar laten wij daarbij niet nalaten om op te merken dat Psalm 150 ons moeiteloos boven dergelijke dilemma’s uit tilt.
Immers – iedere wereldburger, dichtbij en veraf, wordt ertoe geroepen om God te loven. Weg met het kolonialisme dus!
Immers – iedere wereldburger, waar hij ook woont en van welke afkomst hij ook is, moet eigenlijk zijn hoofdtaak kennen: God de eer geven die Hem toekomt. Weg met het racisme dus!
Aldus staat de kerk antithetisch in de wereld: de kloof tussen geloof en ongeloof wordt gaandeweg breder, totdat hij zeer breed geworden is.

Tenslotte –
Het boek van de Psalmen begint met de twee wegen:
“Welzalig de man die niet wandelt in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
die niet zit op de zetel van de spotters,
maar die zijn vreugde vindt in de wet van de HEERE
en Zijn wet dag en nacht overdenkt”[7].
En het boek eindigt met de lofprijzing:
“Laat alles wat adem heeft de HEERE loven.
Halleluja!”.
Iemand noteerde daarbij: “Hier komt de grote cirkel van het psalmboek rond. Want wie voluit Psalm 150 kan zingen, weet precies waarom hij in Psalm 1 gelukkig te prijzen, te feliciteren was. Alle eer aan God!”.
Waarvan akte!

Noten:
[1] Psalm 150:6.
[2] Geciteerd van https://www.zoeklicht.nl/artikelen/het+geloofsvertrouwen+in+de+psalmen++ps+150_1921 ; geraadpleegd op donderdag 9 juli 2020. De woorden werden geschreven door Feike ter Velde.
[3] Psalm 150:1.
[4] Openbaring 4:8.
[5] Openbaring 5:9.
[6] Ds. C. Blenk, dr. C.M.A. van Ekris, ds. E.K. Foppen en K. van Noppen, “Kerk in Nederland moet profetisch spreken”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 8 juli 2020, p. 1 en 24.
[7] Psalm 1:1 en 2.

23 april 2020

God is trouw, ook vandaag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Geloofd zij de HEERE, Die Zijn volk Israël rust gegeven heeft, overeenkomstig alles wat Hij gesproken heeft! Niet één woord is onvervuld gebleven van al Zijn goede woorden, die Hij gesproken heeft door de dienst van ​Mozes, Zijn dienaar. Moge de HEERE, onze God, met ons zijn, zoals Hij met onze vaderen is geweest. Moge Hij ons niet verlaten en ons niet in de steek laten, door ons ​hart​ voor Zich te winnen, zodat wij in al Zijn wegen gaan en Zijn geboden, Zijn verordeningen en Zijn bepalingen, die Hij onze vaderen geboden heeft, in acht nemen”.

Dit artikel begint met een lofprijzing. U vindt de tekst in 1 Koningen 8[1].
Aan zulke lof op God komen wij, op de keper beschouwd, weinig toe. Dat is eigenlijk wel merkwaardig. Massa’s medemensen zijn op dit moment heel veel thuis. Wat doen wij daar? Als we niet uitkijken klagen wij maar al te vaak over het gebrek aan bewegingsvrijheid. En over de gevaren die dreigen vanwege het coronavirus.
Misschien moeten wij ons prioriteitenlijstje weer eens kritisch bekijken!

Wat gebeurt er in 1 Koningen 8?
Eerder werd daarover al op deze plaats geschreven: Het is de tijd van “de inwijding van de tempel. Het gebedshuis ter ere van de Here is gereed. Het gebed dat Salomo bij die gelegenheid uitspreekt is in extenso in de Heilige Schrift opgenomen.
Daarna zegent Salomo het volk. Die zegen is feitelijk een lofprijzing en een lijst van vrome wensen in één. Het volk heeft rust gekregen. De Here is actief aanwezig. En dan wordt de situatie als vanzelf vredig. De wereld wordt in alle opzichten harmonieus. Salomo spreekt de wens uit dat de God van het verbond Zijn volk nimmer verlaten zal. Salomo hoopt vurig dat de Here in harten blijft werken. Dan zullen de Israëlieten op de wegen van de Here wandelen. Dan zal het recht zegevieren. In heel het land zullen billijkheid en eerlijkheid de toon aangeven.
Voor de Israëlieten is het daarom zaak om naar Gods geboden te leven. Heel het bestaan moet een offer voor de Here wezen: een dankoffer voor Hem!
Dat staat het volk scherp voor ogen.
De capaciteit van de offerplaats schiet tekort. Er is gewoon te weinig ruimte”[2].

De Here doet wat Hij belooft!
Dat belijden de Israëlieten in 1 Koningen 8 zonder enige reserve. En dat terwijl de geschiedenis van Israël niet bepaald bol staat van evenwicht, gemak, kalmte, rust en vrede.
De tien plagen hebben – soms bijna letterlijk – een hoop stof doen opwaaien.
Tijdens de reis door de woestijn was het volk geenszins de rust zelve. Integendeel. Het voorgeslacht van Israël heeft een hoop meegemaakt! Maar Israël bestaat nog altijd. Het volk kan de Here nog altijd dienen.

De Verbondsgod is altijd aanwezig geweest in het leven van Israëls voorvaderen. Daar was Hij volop actief! Zo wordt dat in 1 Koningen 8 beleden.
Vandaag de dag zijn wij wellicht geneigd dat enigszins te relativeren. Onze voorgeslachten gingen nog wel naar de kerk – jazeker. Maar nu? De ontkerkelijking verslaat haar tienduizenden. De kinderen en kleinkinderen vliegen overal heen. Als het meezit gaan zij nog ergens naar een kerkdienst; één keer per zondag, meer niet. Daarnaast er zijn ook veel gelovigen die de kerk voorbij rijden, op weg naar een natuurgebied dan wel een supermarkt. God dienen doen zij voornamelijk individueel. Het gaat erom hoe je er zelf in staat, nietwaar?

En eensklaps hangt daar de vraag in de lucht: is God vandaag nog wel actief?

Die vraag mogen we zonder aarzeling bevestigend beantwoorden. Daarmee is overigens niet gezegd dat die Goddelijke presentie altijd en alleen maar positieve dingen uitwerkt.
Laten we elkaar eerst op Jeremia 11 wijzen. De Here zegt daar: “Er is een samenzwering ontdekt onder de mannen van Juda en de inwoners van ​Jeruzalem. Zij zijn teruggekeerd tot de ongerechtigheden van hun voorvaderen, die geweigerd hebben naar Mijn woorden te luisteren. Wat hen betreft, zij zijn ​andere ​goden​ achternagegaan om die te dienen. Het ​huis​ van Israël en het ​huis​ van Juda hebben Mijn ​verbond​ verbroken, dat Ik met hun vaderen gesloten had. Daarom, zo zegt de HEERE: Zie, Ik ga over hen onheil brengen waaraan zij niet kunnen ontkomen. Als zij dan tot Mij roepen, zal Ik niet naar hen luisteren”[3].
God is erbij!
Hij laat Zijn stem horen!
Nee, Israël wordt daar beslist niet vrolijk van. Maar niemand kan naar waarheid beweren dat de hemelse Heer werkeloos toeziet.
Zou het kunnen gebeuren dat de Schepper van hemel en aarde op een bepaald moment zich voor altijd toornig van Zijn maaksel afkeert?[4]
Nee, dat gaat niet gebeuren.
Denkt u maar aan Exodus 3, waar de Here tegen Mozes zegt: “Voorzeker, Ik zal met u zijn, en dit zal voor u het teken zijn dat Ík u gezonden heb: Als u het volk uit ​Egypte​ geleid hebt, zult u God dienen op deze berg”.
En:
“Ik ben die Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik Ben heeft mij naar u toe gezonden”.
En:
“De HEERE, de God van uw vaderen, de God van ​Abraham, de God van Izak en de God van ​Jakob, heeft mij naar u toe gezonden. Dit is voor eeuwig Mijn Naam, dit is Mijn Naam ter gedachtenis, van generatie op generatie”[5].
Bij de inneming van het land Kanaän zegt God tegen Jozua: “Heb Ik het u niet geboden? Wees sterk en moedig, schrik niet en wees niet ontsteld, want de HEERE, uw God, is met u, overal waar u heen gaat”[6].
Als Gideon in Richteren 6 Gods volk gaat verdedigen, zegt God: “Omdat Ik met u zal zijn, zult u Midian verslaan alsof het maar één man was”[7].
In 2 Samuël 7 zegt God over Salomo’s regeringsperiode: “Maar Mijn goedertierenheid zal van hem niet wijken, zoals Ik die deed wijken van ​Saul, die Ik voor uw ogen weggenomen heb. Uw ​huis​ en uw koningschap zullen voor uw ogen voor eeuwig vaststaan, uw ​troon​ zal voor eeuwig zeker zijn”[8].
Ja, het staat er echt: voor eeuwig zeker!
Trouwens, in Psalm 111 zingen wij:
“De HERE heeft zijn volk gered
en het geheiligd door zijn wet,
voor eeuwig zijn verbond gesloten.
Zijn naam is groot in heiligheid
en zeer geducht, vol heerlijkheid.
Hij is nabij zijn gunstgenoten”[9].
En in Psalm 117:
“Looft, alle volken, looft den HEER,
roemt, alle naties, roemt zijn eer.
Want over ons is groot en wijd
zijn gunst en goedertierenheid,
voor eeuwig blijft zijn trouw bestaan.
Heft met ons Halleluja aan!”[10].
Kortom – onze God is nooit helemaal afwezig. Hij blijft trouw. In goede en in slechte tijden. Met zegen of met straf. Laten wij dus ons nooit van Hém afkeren!

Alpha Nederland meldt ons: “Een op de drie Nederlanders -33 procent- denkt nu méér na over de zin van het leven dan voor de coronacrisis. Dat concludeert Alpha Nederland uit een eigen onderzoek. Daarbij bestaat er ook duidelijk een behoefte om meer over zingeving te praten, net als over gezondheid -79 procent geeft dat aan- en vriendschap -43 procent-”[11][12].
Dat klinkt hoopgevend.
Maar ‘zingeving’ is een begrip van een bijkans onafzienbare breedte.
Laten wij maar helder wezen: onze Schepper vraagt ons niet hoe wij zin geven aan ons leven.
Laten wij het de Israëlieten maar nazeggen: “Geloofd zij de HEERE”!

Noten:
[1] 1 Koningen 8:56, 57 en 58.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘Feestelijk abcd van de kerk’, hier gepubliceerd op 1 december 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/12/01/feestelijk-abcd-van-de-kerk/ .
[3] Jeremia 11:9, 10 en 11.
[4] In het onderstaande gebruik ik de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Koningen 8:54-61. Zie https://online.studiebijbel.nl/ ; geraadpleegd op donderdag 16 april 2020.
[5] Achtereenvolgens citeer ik de verzen 12, 14 en 15 uit Exodus 3.
[6] Jozua 1:9.
[7] Richteren 6:16.
[8] 2 Samuël 7:15 en 16.
[9] Psalm 111:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] Psalm 117 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[11] “Vraag naar zingeving groeit door corona”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 16 april 2020, p. 2.
[12] Alpha Nederland houdt zich bezig met evangelisatie, het opnieuw bezielen van de kerk en transformatie van de maatschappij.

25 maart 2020

Onrecht verdragen, dat kán

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er is veel onrecht in de wereld. Wij worden vaak verkeerd begrepen. Wij worden niet zelden het slachtoffer van anderen die ons, bijvoorbeeld vanwege onverschilligheid, lomp en onvriendelijk behandelen. Het gebeurt in de uitoefening van ons beroep. En in talloze dagelijkse situaties. Ook in crisistijd.
Dat alles behoeft weinig uitleg. U weet daar alles van.

In het Woord van God wordt daar niet aan voorbij gekeken. Petrus schrijft in zijn eerste algemene brief: “Huisslaven, wees uw meesters met alle ontzag onderdanig, niet alleen hun die goed en welwillend zijn, maar ook die verkeerd handelen. Want dat is ​genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen, en daarbij ten onrechte lijdt”[1].

Is Petrus voorstander van de slavernij? Nee. Hij sluit wel aan bij de intermenselijke verhoudingen van zijn tijd.
Iemand legt uit: “De omgang met elkaar binnen de gemeente als ‘vrije mensen’ (…) betekent weliswaar gelijkwaardigheid van allen (…), maar niet het einde van alle maatschappelijke verhoudingen”. En: “Omdat de gelovigen God vrezen (…) wordt van hen verlangd dat zij ook hun aardse meesters met vreze (…) zullen respecteren en onderdanig zijn (…). De ‘vreze Gods’ (…) is het grondmotief voor alle sociale verhoudingen”[2].

De vreze Gods, daar gaat het dus om. Daar draait het om in heel ons leven. Op de werkvloer. In de kerk. In de sociale contacten die we hebben; met de buurman, in de supermarkt – enzovoort.
Vreze Gods – dat is een oude term voor Godvrezendheid, vroomheid, godsvrucht. In Psalm 22 zegt David:
“U die de HEERE vreest, loof Hem;
alle nakomelingen van ​Jakob, vereer Hem;
wees bevreesd voor Hem, alle nakomelingen van Israël”[3].
Gelovige mensen vereren hun God. Dat doen zij individueel. Zij doen het ook samen, in de kerk. Geen wonder dat de dichter van Psalm 119 zegt:
“Ik ben een metgezel van allen die U vrezen
en die Uw bevelen in acht nemen”[4].

Er is heel wat onrecht in de wereld, schrijft Petrus. Op de werkvloer bijvoorbeeld. En het “is genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen”.
Door Gods genade kunnen kinderen van God onrecht verdragen. In de maatschappij. In de kerk. Ja, overal waar wij leven en werken. En daarbij geldt dan ook Mattheüs 5: “Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods ​kinderen​ genoemd worden. Zalig zijn zij die vervolgd worden om de ​gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen. Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn”[5].
Hoe beantwoorden wij onrecht? Zeker – wij mogen daar best iets van zeggen. En ja, soms zullen er verhoudingen op scherp staan. Maar laten tegenstellingen in maatschappelijke relaties niet leiden tot haat of vijandschap! Altijd moet er de bereidheid om in vrede met elkaar te leven. Zoals Paulus aan de christenen in Philippi schrijft: “Uw welwillendheid zij alle mensen bekend. De Heere is nabij”[6].
Veel mensen vinden christenen, Gereformeerde mensen incluis, maar ‘vreemde vogels’. Die christenen niet heel vaak op voor hun rechten. Gereformeerden staken zelden. Soms lijkt het erop dat kerkmensen onrecht in de wereld maar een beetje laten voor wat het is. Merkwaardig vindt men dat. Zeer merkwaardig.
Niettemin is het allemaal heel verklaarbaar. Dat blijkt als we enkele woorden uit Philippenzen 3 citeren: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam”[7].
Christenen, Gereformeerden incluis, zijn in zekere zin wereldvreemd. Hun tweede vaderland, hun betere vaderland, is in zicht.
Daarom hoeven wij ook niet alles uit dit aardse leven te halen. Het hoeft niet allemaal tiptop te zijn. Wij weten: er komt iets heel moois aan. Het wordt nog veel beter!

Tenslotte – Petrus schrijft: “Want dat is ​genade, als iemand om het geweten voor God dingen verdraagt die hem pijn doen”.
Dat klinkt vreemd: de genade komt tot ons via pijn en verdriet. Hoe zit dat precies?
Petrus legt het in het slot van 1 Petrus 2 uit.
“Want wat voor roem is er als u het geduldig verdraagt wanneer u zondigt en daarvoor slagen ontvangt? Maar als u het geduldig verdraagt wanneer u goeddoet en daarvoor lijdt, is dat ​genade​ bij God. Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook ​Christus​ voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen; Hij, Die geen ​zonde​ gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die ​rechtvaardig​ oordeelt; Die Zelf onze ​zonden​ in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de ​zonden​ dood, voor de ​gerechtigheid​ zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de ​Herder​ en ​Opziener​ van uw zielen”.
Laten wij maar onze Herder toegaan. En laten wij bidden:
“O herder, die uw volk wilt leiden,
als schapen Israël wilt weiden,
die Jozef als uw kudde hoedt,
verhoor ons, HERE, wees ons goed.
Gij, die uw troon op cherubs sticht,
verschijn ons in uw blinkend licht

Doe ons uw kracht ten leven blijken,
dan zullen Wij van U niet wijken.
Dan wordt uw naam door ons geëerd,
o HEER, die alle ding regeert.
Verlos ons, toon ons ’t lieflijk licht
van uw vertroostend aangezicht”[8].

Noten:
[1] 1 Petrus 2:18 en 19.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 2:18.
[3] Psalm 22:24.
[4] Psalm 119:63.
[5] Mattheüs 5:9-12.
[6] Philippenzen 4:5.
[7] Philippenzen 3:20.
[8] Psalm 80:1 en 10 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

28 februari 2020

Blij zingen en goed luisteren

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: ,

Psalm 81 is in zekere zin een merkwaardig lied. Het is namelijk een feestlied en een klaagzang in één.
Wij lezen:
“Zing vrolijk voor God, onze kracht;
juich voor de God van ​Jakob.
Hef psalmgezang aan en laat de ​tamboerijn​ horen,
de lieflijke ​harp​ met de ​luit.
Blaas op de bazuin bij ​nieuwemaan,
bij vollemaan, op onze feestdag”[1].
Maar ook:
“Mijn volk, zei Ik, luister, en Ik zal onder u getuigen;
Israël, als u naar Mij luisterde!
Er mag onder u geen andere god zijn,
u mag zich voor geen vreemde god neerbuigen.
Ik ben de HEERE, uw God,
Die u uit het land ​Egypte​ leidde.
Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen.
Maar Mijn volk heeft naar Mijn stem niet geluisterd,
Israël is tegenover Mij onwillig geweest.
Daarom gaf Ik hen over aan hun verharde ​hart,
zodat zij in hun eigen opvattingen voortgingen.
Och, had Mijn volk naar Mij geluisterd,
was Israël in Mijn wegen gegaan!”[2].
Gods volk zingt voor haar God. Maar daarna houdt de lofzang opeens op. De hemelse God wordt sprekend ingevoerd. God klaagt over Zijn volk. Hij klaagt Zijn onderdanen aan!

Een exegeet noteert bij deze psalm: “Het is van groot belang om gehoorzaam te luisteren naar wat God ons heeft te zeggen. Dat resulteert ook in lofprijzing, zoals beschreven in de eerste verzen. Lofprijzing en verkondiging hebben hun eigen plaats in de eredienst, waarbij de verkondiging van Gods werken, beloften en eisen de grondslag vormen. In deze psalm is de verheerlijking van God voorbereidend en opent deze het hart voor de verkondiging van Gods woorden. De christelijke gemeente doet er goed aan zich te oriënteren op deze psalm en zich te hoeden voor een eenzijdige benadrukking van lofprijzing of verkondiging”[3].

Onze God bevordert het vieren van een feest.
Tijdens de vorige weekwisseling werd er, met name onder de grote rivieren, carnaval gevierd. Maar zó’n feest wordt hier niet bedoeld. Waarom niet? Omdat het carnaval ten diepste het feest is van de sociale ommekeer. Iemand schrijft: “Traditioneel gezien begint het echte carnavalsfeest pas de zondag voor het vasten met de machtsoverdracht. Hierbij wordt de symbolische sleutel – en daarmee ook het bestuur – van de stad officieel overgedragen aan prins-carnaval. De ceremonie staat symbool voor een middeleeuwse traditie, waarbij de sociale orde werd omgedraaid en de arme bevolking tijdelijk de macht overnam. De bevolking kon vervolgens flink de draak steken met de stedelijke adel. Een moderne variant hierop is het Brabantse tonproaten en het Limburgse buutereednen, waarbij de sprekers vaak grappen maken over het lokale bestuur”[4].
Welnu, in de Bijbel gaat het niet over zo’n ommekeer. Het gaat veeleer over bekering. De mensen moeten weer met het gezicht naar God toe gaan staan. Het is zogezegd een andersoortige ommekeer!

Psalm 81 is een lied op ‘de Gittith’. Wat betekent dat? Misschien moeten we het opvatten als de wijs van ‘een lied gezongen bij het wijnpersen’ of: op de wijs van ‘een lied van Gath’[5].
Anderen houden het op de aanduiding van een toon of toonsoort of een muziekinstrument[6].

Deze psalm is geschreven door Asaf. Dat is een “Leviet, muzikant, zanger, dichter en ziener. Hij is een van de drie koorleiders aan het hof van koning David. Hij bespeelt de cymbalen. David geeft hem en zijn verwanten de taak dagelijks de diensten bij de ark van het verbond te verzorgen”[7].
Asaf draait er niet omheen: de kerk moet zingen. En zorg daarbij dan maar voor goede begeleiding. Maak er maar een feest van!
In dat zingen bereidt de kerk zich erop voor om naar God te luisteren. In onze tijd zouden we wellicht zeggen: het is een psalm ter voorbereiding op de preek.
Psalm 81 leert ons: feestvieren is prima; maar houdt altijd rekening met het onderwijs dat God geeft!

Deze psalm maakt ook duidelijk dat het leven niet enkel bestaat uit jarenlang feestgedruis en blijmoedig gejuich. Soms vragen we ons ook af: wat is in de gegeven omstandigheden wijs? Of ook: welke kant moet het op? En wellicht: wat staat ons in het aardse leven nog te wachten?
Bij dergelijke vragen zegt God:
“Ik ben de HEERE, uw God,
Die u uit het land ​Egypte​ leidde.
Doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen”[8].
De God van het verbond geeft bevrijding. Hij geeft vrijheid. Hij geeft ons de woorden in de mond waarmee wij om hulp kunnen vragen. Een dominee zei eens in een preek: “Doe uw mond wijd open! Vraag niet iets van de Heere, maar vraag alles van de Heere! Vraag ook om de toepassing van God de Heilige Geest. Verwacht niets van uzelf, maar alles van Hem! Want alle dingen zijn uit God, en er hoeft van ‘s mensen kant niets bij. Maar dat u uw mond wijd open mocht doen, om alles van de Heere te vragen!
Doe uw mond wijd open! Hoe vaak gaat, ook in het leven van Gods kinderen, de mond op een klein kiertje open. Omdat ze zelf ook nog wat willen doen, en zichzelf ook nog met wat anders willen voeden, en dan mag de Heere ook nog wat in de mond stoppen. Maar zo gaat het niet! En de Heere brengt Zijn kinderen daar, waar ze niets meer overhouden en alles van Hem verwachten”[9].
Het is duidelijk – Hij geeft ons de woorden om vurig te bidden om leiding van bovenaf.
Het is zonneklaar – Hij geeft ons alle reden om Hem te loven.

In de kerk is dat altijd lof in het kader van Gods verbond met mensen. Psalm 81 leert ons zingen en luisteren!

Noten:
[1] Psalm 81:2, 3 en 4.
[2] Psalm 81:9-14.
[3] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 81 – ‘Boodschap’.
[4] Geciteerd van https://isgeschiedenis.nl/nieuws/oorsprong-van-het-carnaval ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[5] Zie https://www.jaapfijnvandraat.nl/index.php?page=artikel&id=1294 en http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?1457 ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[6] Zie https://www.statenvertaling.net/kanttekeningen/Ps81.htm , kanttekening 2. Geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[7] Geciteerd van https://visie.eo.nl/bijbelse-namen/asaf ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020.
[8] Psalm 81:11.
[9] Geciteerd van https://www.prekenweb.nl/nl/Preek/Open/21606 ; geraadpleegd op zaterdag 22 februari 2020. De dominee in kwestie is P. van Ruitenburg, predikant van de Netherlands Reformed Congregation in Chiliwack, British Columbia, Canada.

13 januari 2020

De kamers van Jacobine Geel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe lezen wij de Bijbel? En waarom doen we dat?
De theologe Jacobine Geel heeft daar wel een antwoord op. Zij heeft het bij haar leeservaringen over kamers. Men hoort daarin Johannes 14: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen”[1].
Jacobine zegt in het Nederlands Dagblad: “Vooralsnog zie ik vijf kamers, ruimtes, voor me. De eerste is de kamer van het woord – een ruimte waar creativiteit, scheppingskracht en nieuwsgierigheid een plek hebben. In een andere kamer staat het verlangen centraal, de beweging naar voren, de hoop.
En er is een vertrek van angst en vertrouwen. Een zinnetje uit de Bijbel dat als kind al heel belangrijk voor me was is ‘wees niet bevreesd, want ik ben met u’. Als ik iets heel spannend vond, zei ik dat soms hardop, als een mantra. Toen ik belijdenis deed kreeg ik juist deze tekst mee. Heel raak en ontroerend. In weer een andere ruimte – en misschien is dit wel de centrale hal – staat het geweten centraal, de keus voor het leven, de compassie. Iedere keer kom ik er lezend in dat bijzondere boek achter dat het puntje bij paaltje misschien wel hier om draait: dat we ons als mensen bekommeren om elkaar. Tenslotte is er een kamer voor de ongemakkelijke verhalen, waarin God lijkt te zwijgen. En hoe angstwekkend dat is”[2].

Inderdaad, er staan heel verschillende dingen in Gods Woord. Het lezen van de Bijbel kan ook zeer verschillende gevoelens oproepen.
Maar het relaas van die kamers vormt toch wel een heel bijzondere beeldspraak in verband met de manier waarop de Bijbel óver kan komen. In die kamers ebt het thuis-gevoel snel weg. Sterker nog: in die kamers kan men heel gauw een ongemakkelijk gevoel krijgen.

Waarom?

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken wij Zijn Woord als volgt na: “Wij belijden dat dit Woord van God niet is voortgekomen uit de wil van een mens, maar dat mensen, door de Heilige Geest gedreven, van Godswege gesproken hebben, zoals de apostel Petrus zegt -2 Petrus 1:21-. Daarna heeft God in zijn bijzondere zorg voor ons en ons behoud zijn knechten, de profeten en apostelen, geboden zijn geopenbaarde Woord op Schrift te stellen, en zelf heeft Hij met zijn vinger de twee tafelen van de wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften heilige en goddelijke Schriften”[3].
Die formulering uit de N.G.B. attendeert ons er in ieder geval op dat het in de Bijbel niet in de eerste plaats om onze leeservaringen gaat. Natuurlijk spelen die ervaringen wel een rol. En jazeker, Bijbellezen kan ook met emotie gepaard gaan. Maar de kwestie is: vanuit de Bijbel spreekt God ons aan; Zijn Boodschap gaat over de wereld. Onze eerste vraag behoort vervolgens niet te zijn: hoe ervaren wij het blijde Bericht dat God aan de wereld zendt? De eerste vraag moet luiden: wat zegt God tegen ons? En de tweede vraag is: hoe zorgt Hij voor de kerk? En de derde vraag zou kunnen zijn: hoe kunnen gelovige mensen de God die hen zo genadig is hun dankbaarheid tonen?
Het beantwoorden van die vragen zorgt er al voor dat men niet neutraal over kamers kan spreken.

Laten wij elkaar, deze dingen overpeinzend, wijzen op woorden uit Psalm 102:
“Dit wordt beschreven voor de volgende generatie.
Het volk dat geschapen wordt, zal de HEERE loven.
Want Hij heeft uit Zijn ​heilige​ hoogte neergezien,
de HEERE heeft uit de hemel op de aarde neergekeken,
om het gekerm van de gevangenen te horen,
om los te maken wie ten dode zijn opgeschreven,
zodat men van de Naam van de HEERE zal vertellen te ​Sion
en Zijn lof in ​Jeruzalem,
wanneer de volken tezamen bijeen zullen komen,
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen”[4].
Wij lezen dus dat mensen God zullen loven. Dat is geen vraag. Het is een constatering: dat zal gebeuren.
En waarom zijn mensen zo blij met God? Antwoord: vanwege het verlossingswerk dat de Here heeft gedaan.
Daarom gaan mensen God eren. Zij gaan God prijzen. In de kerk gaan mensen zeggen: wat is het toch mooi dat wij bij die reddende God mogen horen; met Zijn almacht geeft Hij ons een nieuwe toekomst!
Uit alle windstreken van deze wereld komen mensen naar de kerk. En het is duidelijk: zij willen zo dicht mogelijk bij hun Redder blijven. Het staat bovendien buiten kijf: zij willen heel hun leven wijden aan echte Gods-dienst!

“Vooralsnog zie ik vijf kamers”, zegt Jacobine Geel.
Schrijver dezes ziet ze niet.
Zo’n indeling in kamers levert, als het een beetje wil, wellicht wel een fraaie plattegrond op. Maar die doet geen recht aan het kerkmenselijk bestaan als levend dankoffer.
En dat mag best zonder omwegen worden opgeschreven.

Noten:
[1] Johannes 14:2 a.
[2] Geciteerd uit ‘De Bijbel is niet zo zwart-wit’. In: Nederlands Dagblad, maandag 6 januari 2020, p. 7.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3.
[4] Psalm 102:19-23.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.