gereformeerd leven in nederland

27 augustus 2020

Gave van God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Ware christenen dienen God. Dat is logisch. Op deze aarde gaat dat echter altijd met zonde gepaard. Volmaakt dienen – dat zit er op deze aarde niet in.
Daarom belijden wij in Zondag 49 van de Heidelbergse Catechismus dat de bede ‘Uw wil geschiede’ betekent: “Geef dat wij en alle mensen onze eigen wil verloochenen en uw wil, die alleen goed is, zonder enig tegenspreken gehoorzaam zijn, zodat een ieder zijn taak waartoe hij geroepen is, even gewillig en trouw vervult als de engelen in de hemel doen”[1].
Het naleven van Gods wet en het doen van Gods wil – dat moet ons gegeven worden. Ware christenen leven van de geef!

Hoe vrijgevig Jezus Christus is zien we in Lucas 9, in de spijziging van vijfduizend mensen.
Vijfduizend mensen!
Uit het Oude Testament kennen we ook wonderlijke voedselvoorzieningen. Denkt u maar aan het manna in de woestijn, de weduwe van Sarfath en de voeding van honderd mensen in de tijd van de profeet Elisa[2]. Maar vijfduizend mensen, dat is nog nooit vertoond!

Alle mensen krijgen genoeg te eten.
Een uitlegger noteert daarbij: “Zo heeft Jezus Zijn discipelen dus op bovennatuurlijke wijze in staat gesteld Zijn eigen opdracht (…) uit te voeren! Aan het einde van de maaltijd verzamelen de discipelen het overgebleven voedsel in manden. De kophinos -mandje, draagkorf- maakte deel uit van de uitrusting van een soldaat om er zijn uitrusting en rantsoen in te bewaren, maar ook joden die op reis waren hadden zo’n mandje bij zich om er voedsel in te bewaren -zodat zij bv. niet verplicht waren om op de sabbat voedsel klaar te maken-. Dat er twaalf van zulke manden met brokstukken -geen resten, maar eetbare stukken brood- overbleven wijst op de overvloed waarmee de spijziging gepaard ging (…). Voor elke discipel blijft er een mand met voedsel over. Zo stilt Jezus niet alleen de honger van het heden, maar voorziet Hij Zijn discipelen ook van voedsel voor de toekomst”[3].

Laten we erop letten wanneer Lucas die spijziging van vijfduizend mensen beschrijft. In het begin van Lucas 9 lezen we over de uitzending van de twaalf discipelen: “Zij vertrokken en reisden door alle dorpen, en zij verkondigden het Evangelie en genazen overal de zieken”[4].
De heerser van Galilea wil de Heiland wel eens zien. Feit is dat Johannes de Doper om het leven is gebracht. Maar daarmee is de onrust die Herodes signaleert nog lang niet verdwenen. Herodes is een viervorst; dat wil zeggen dat hij over een vierde deel van een bepaald gebied regeert. Een machtig man dus! Vreest hij dat een deel van zijn macht moet inleveren nu Jezus overal en nergens predikt?
Hoe dan ook – Jezus Christus laat zich kennen als de almachtige Heiland!

Dit geconstateerd hebbend is het goed elkaar te wijzen op een tv-recensie van ‘Zomergasten’. In dat programma was op zondagavond 23 augustus de schrijver Ilja Leonard Pfeijffer te gast[5].
Hieronder volgt een passage uit die recensie.
“In het allerlaatste fragment van dit seizoen, een fragment uit Messiah – een Netflix-serie over de jonge prediker Al-Masih, die zijn boodschap over liefde en vrede met de wereld wil uitdragen, BdR – , zien we een Jezusachtige figuur een soort Bergrede houden waarna hij bewijst de Messias te zijn door over het water te lopen. Vervolgens gaan er vele video’s hiervan de wereld over, debunken sceptici het gefilmde wonder en breken er rellen uit. ‘Dit is wat er gebeurt als de Messias vandaag zou terugkeren’, zei Pfeijffer, ‘dan ontstaat er gigantische chaos’. De Messias zou vandaag de dag niet geloofd worden, meent hij, ook al laat hij zien over water te kunnen lopen. Met dank aan het internet, waar altijd weer iemand te vinden is die de waarheid onderuit weet te halen.
De grap, lijkt mij, is dat dit een kleine tweeduizend jaar geleden niet heel erg anders was. Zonder internet ging het allemaal wat minder snel, maar het resultaat was hetzelfde: een zelfverklaarde Messias kondigt de eindtijd aan en wandelt over het water, de elite weigert hierin mee te gaan, een steeds groter groeiende groep gelovigen doet dat wel, waarna de wereld in chaos vervalt om zich te herschikken. Maar het gaat om geloof. En daar was het Ilja Leonard Pfeijffer niet geheel toevallig ook om te doen met dit fragment. Niet zozeer het geloof in een god, maar het geloof in de mogelijkheid een goed mens te zijn en, ook al is het maar voor een kort moment of voor weinig medemensen, iets te betekenen”[6].
Einde citaat.

Als de Messias vandaag terug zou komen, stelt Pfeijffer, verwordt de wereld tot een totale chaos.
O ja?
Laten we ’t maar ronduit zeggen: dit is volkomen mislukte onzin.
Juist in Lucas 9 komt mooi uit hoe de Here Jezus Christus, ordening aanbrengt: “Maar Hij zei tegen Zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen, elk van vijftig. En zij deden dat en lieten allen plaatsnemen”[7]. Hoezo chaos? Dit is nog maar het begin. Er komt een nieuwe hemel. En een nieuwe aarde.
Die nieuwe hemel en de nieuwe aarde worden ons gegeven. Het is een groot geschenk aan al Gods uitverkorenen!
 
Dat geeft rust aan de kerk van 2020. De kerk krijgt, om zo te zeggen, voedsel mee voor onderweg.
Ware christenen leven van de geef. Onderweg naar de hemel verrichten zij, als het goed is, trouw hun taak. Net zo gewillig als de engelen in de hemel hun werk doen. In de woelige wereld van de eenentwintigste eeuw blijven zij fier overeind. Want de christenen weten het: eens komt de tijd dat zij de wil van God volmaakt zullen uitvoeren. Dat is een gave van God!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 49, antwoord 124.
[2] Zie achtereenvolgens Exodus 16, 1 Koningen 17:7-16 en 2 Koningen 4:42-44.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 9:17.
[4] Lucas 9:6.
[5] Zie voor meer informatie over deze schrijver onder meer https://iljapfeijffer.com/biografie/ ; geraadpleegd op maandag 24 augustus 2020.
[6] Geciteerd van https://sargasso.nl/recensie-zomergasten-ilja-leonard-pfeijffer/ ; geraadpleegd op maandag 24 augustus 2020.
[7] Lucas 9:14 en 15.

26 augustus 2020

Het Woord is ons fundament

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het is een bekend woord van Jezus, naar aanleiding van de gelijkenis van de zaaier: “… waar het zaad in de goede aarde valt, dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen”[1].
Dat wil iedere rechtgeaarde christen doen. Liefst in de praktijk van alledag. Leven vanuit het Woord. Dat Woord dat, dag in dag uit, op z’n gewone plek ligt: op de tafel in de hoek van de woonkamer. Dat Woord ligt daar altijd. Het Woord ligt voor de grijp. Aldus bevorderen wij godvruchtig leven. Alsof dat de gewoonste zaak van de wereld is. En ja, dat zou het ook moeten zijn.

Het gaat in Lucas 8 over het voortbrengen der vluchten: dat is delen en uitdelen van al datgene wat wij hebben gekregen. Soms betekent het dat wij een gift geven. Soms houdt dat in dat we onze energie inzetten om anderen te helpen. En als dat niet kan? Vrees niet. Want in sommige omstandigheden zien we vrucht als wij eenvoudigweg tevreden zijn met datgene wat wij van God toebedeeld krijgen.
Jezus heeft het in Lucas 3 al gezegd: “Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met hem die er geen heeft, en wie voedsel heeft, moet ook zo doen. Er kwamen ook tollenaars om gedoopt te worden en zij zeiden tegen hem: Meester, wat moeten wij doen? Hij zei tegen hen: Eis niet meer dan wat u voorgeschreven is. Ook de soldaten vroegen aan hem: En wij, wat moeten wij doen? Hij zei tegen hen: Val niemand lastig, pers niemand af en wees tevreden met uw soldij”[2].
Kort gezegd: heb uw naaste lief, wees rechtvaardig, vrijgevig en tevreden met uw leefsituatie.
Wij kunnen heel snel zien of iemand zo leeft en werkt. De Spreukenleraar zegt zelfs nuchter:
“Ook een jongeman laat zich door zijn daden kennen
of zijn werk zuiver is en of het oprecht is”[3].
Vruchten geven – iedereen kan het!

Vruchten voortbrengen, dat betekent ook: in nieuwheid van Geest dienen[4].
Wat betekent dat? Een exegeet schrijft: “Het kenmerk van het nieuwe verbond is reeds volgens de profeten van het OT (…) de inwoning en de werking van de Heilige Geest in de harten van de mensen, zodat zij met hun hart ernaar zullen verlangen God te gehoorzamen (…).. Het nieuwe verbond is -zonder dat Paulus er hier op ingaat- het verbond dat de Here Jezus Christus de mensheid aanbiedt om door Zijn bloed (…) vergeving van zonden (…) en rechtvaardiging (…) te ontvangen. De Heilige Geest is binnen dit nieuwe verbond zowel het onderpand (…) van het toekomstige eeuwige leven, als de gids op de weg daarheen, zodat gezegd kan worden dat ‘de Geest levend maakt’”[5].
Dus: dat delen en uitdelen doen christenen omdat zij zeker zijn van het eeuwige leven. Dit aardse leven is nog maar het begin. Er komt nog veel meer aan!
Zij delen op allerlei manieren uit, aan allen die op hun weg komen.
De gelijkenis van de zaaier laat het zien: er zijn kinderen van God die vanuit hun geloof aan het werk gaan.

Maar er is – om maar in de terminologie van de gelijkenis te blijven – ook heel wat zaad dat verloren gaat. De duivel neemt het zaad weg. Soms zijn er mensen die zo druk bezig zijn met de spannende dingen van deze wereld dat de Bijbel op het tafeltje in de hoek van de kamer blijft liggen – ongeopend, ongekend en vergeten.

Het is belangrijk om dat gegeven scherp in beeld te houden. Het nieuwe seizoen komt er aan. De maand september nadert met rasse schreden. Traditioneel start men in deze tijd het kerkelijk seizoen. Nu de coronacrisis ons allen in de ban heeft, moet men allerlei creatieve ideeën bedenken om de zaken op te pakken. Wat moeten we doen? Wat kunnen we regelen? De organisatie van een en ander vraagt relatief veel inspanningen. Het gaat allemaal niet op de automatische piloot.
Zodoende hebben we veel aandacht voor mensen in de kerk. En voor de mensen om ons heen. Iedereen moet tot z’n recht komen nietwaar?
Intussen herinnert Lucas 8 ons eraan de Bijbel open te doen. Ga naar die tafel in de hoek van de kamer en sla Gods Woord open. Lees erin! Neem de woorden van de heilige God mee het leven in en gebruik ze als stevige ondergrond voor de dagelijkse activiteiten.

Nu het over deze dingen gaat, citeert schrijver dezes graag een passage uit het redactionele commentaar van het Reformatorisch Dagblad van zaterdag 22 augustus jongstleden. In dat commentaar wordt geschreven over de kerk in 2050: “Wat de gereformeerde gezindte mede zal vormen, is de huidige afkalving van de kerk. Christenen worden hoe langer hoe meer een minderheid. Het komt er dan op aan dat de kerk bescheiden en beslist met een duidelijk getuigenis in de samenleving staat, ook wat betreft ethische en morele thema’s.
Daarnaast is er sprake van geloofsvervlakking. Ook reformatorische christenen zijn vaak erg op het hier en nu gericht en lijden er te weinig aan dat God in deze wereld niet volkomen aan Zijn eer komt. Het welvaartsdenken bepaalt voor veel mensen hun beroepskeuze, geldbesteding en tijdbesteding. Prof. Herman Paul wees er recent terecht op dat secularisatie niet alleen een beweging van God en de kerk vandaan is, maar ook ergens naartoe: consumentisme.
Daarnaast leven er zorgen over het debat over Schrift en hermeneutiek, de manier waarop we de Bijbel lezen. Het gezag en de betrouwbaarheid van de Schrift zijn in de brede gereformeerde gezindte een onderwerp van discussie geworden. Hoe spreken we over schepping en evolutie, over homoseksualiteit en de vrouw in het ambt?”[6].
Als het bovenstaande tot ons doordringt, komt de vraag op: zal de drukte om het COVID-19-virus ertoe leiden dat op het kerkelijk terrein diverse onschriftuurlijke ontwikkelingen stilletjes gewoon gaan worden? Of ook: leidt de coronacrisis ertoe dat dingen die God niet welbehaaglijk zijn stilzwijgend worden geaccepteerd? Waakzaamheid is geboden!

Intussen staat het nog steeds in Lucas 8: het zaad dat in de goede aarde valt “dat zijn zij die het Woord horen, het in een oprecht en goed hart vasthouden, en in volharding vruchten voortbrengen”. En let wel – daar staat niet bij dat er een moment komt dat dat zaad geen goede aarde meer vindt. De kerk heeft toekomst!
Om tenslotte nog eens die commentator van het Reformatorisch Dagblad te citeren: “Hoe de toekomst van de kerk in Nederland er ook uitziet, christenen kunnen hoopvol in het leven staan. Omdat de Heere de levende God is. Hij bréngt de kerk naar 2050, als Christus dan nog niet is wedergekomen”.
Laten wij dat blijmoedig onderschrijven!

Noten:
[1] Lucas 8:15.
[2] Lucas 3:11-14.
[3] Spreuken 20:11.
[4] Romeinen 7:6.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Corinthiërs 3:6.
[6] “Kerk in 2050”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 22 augustus 2020, p. 3.

25 augustus 2020

De lessen van de officier

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Kent u het verhaal van die legerofficier en zijn slaaf?
De officier is mogelijk “een Syriër die in dienst was bij het huurleger van koning Herodes Antipas, dat georganiseerd was naar Romeins voorbeeld”[1].
De zeer gewaardeerde slaaf van die militair is ziek. Ernstig ziek. Menselijkerwijs gesproken zal hij binnenkort sterven.
De officier vraagt de oudsten naar Jezus toe te gaan. Zijn vraag is duidelijk: kan Jezus de slaaf genezen?
De kerkleiders vragen de grote Genezer dringend om te kunnen helpen. Dat is opmerkelijk. Invloedrijke kerkmensen vragen Jezus om in te grijpen in het huis van een heiden.
Als Jezus onderweg is naar de officierswoning, ontvangt Hij een boodschap: “Heere, doe geen moeite, want ik ben het niet waard dat U onder mijn dak komt. Daarom heb ik ook mijzelf niet waard geacht naar U toe te komen, maar spreek een woord en mijn knecht zal genezen zijn. Want ik ben ook iemand die onder gezag van anderen gesteld is, en heb zelf soldaten onder mij; ik zeg tegen de een: Ga! en hij gaat; en tegen de ander: Kom! en hij komt; en tegen mijn dienaar: Doe dat! en hij doet het”[2].
De officier eerbiedigt dus de almacht van de Heiland. Hij gelooft in het Evangelie dat Jezus alom verkondigt.
Het vervolg van de geschiedenis spreekt boekdelen.
“Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Hij keerde Zich om en zei tegen de menigte die Hem volgde: Ik zeg u: Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden. En toen zij die gestuurd waren, in het huis teruggekeerd waren, vonden zij de zieke dienaar gezond”[3].

Een merkwaardige historie!
Een hoofdstuk eerder, in Lucas 6, hebben de kerkleiders het gezag van de Heiland luid en duidelijk in twijfel getrokken. Kritisch vroegen zij: “Waarom doet u wat niet geoorloofd is te doen op de sabbat?”[4]. En Jezus had er niet omheen gedraaid: “De Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat”[5].
Die macht wordt in Lucas 7 erkend. Niet door Joden. Niet door kerkleiders. Maar door een man van buitenlandse afkomst. Het lijkt in Lucas 7 wel een klein beetje Pinksteren!

Deze geschiedenis maakt onze dag opeens een stuk blijer. Immers, een heiden komt tot Jezus. En hij geeft blijk van geloof. Dat geloof is Hem door de hemelse God gegeven. God is aan het werk. In Lucas 7 en in 2020.
Dat geloof zit dwars door alles heen. En het is uiterst belangrijk. Jezus zegt: “Ik heb zelfs in Israël zo’n groot geloof niet gevonden”.

Voor Gereformeerden is dat geloof van levensbelang. Zij willen niets liever dan dat geloof overdragen aan hun kinderen. Daar doen zij hun uiterste best voor. Het gaat immers om het behoud van mensen?

In sommige situaties ontspoort dat.
Onlangs werd de NRC-columniste Jannetje Koelewijn door het Nederlands Dagblad geïnterviewd, ter gelegenheid van de verschijning van haar boek ‘Fresia’s voor mevrouw Brak’; in dat boek beschrijft zij de laatste levensjaren van haar ouders[6]. Jannetje beschrijft in het Nederlands Dagblad de sfeer van het gezin waar zij uit komt: “Niet harmonieus, met een moeder die het leven niet aankon, na haar veertigste afhaakte. Vader was een potentaat, een patriarch. Mijn broers botsten met hem. Ik, de middelste dochter, van zes kinderen, glipte ertussendoor. Die man had z’n handen ook vol, hè. Ambitie, hard werken, heel verantwoordelijk. Hij deed veel in het gezin. Ik vond het gebrek aan aandacht wel prima, dan ging ik toch fijn naar m’n oma? Hij nam mij niet zo serieus, denk ik. Ik kon best dom overkomen en deed dat ook graag. Lief, opgewekt, niet teveel zeggen, gezellig naar de stad met vriendinnetjes. Voorkomen dat je iemand ontevreden maakt, zo ben ik erdoor gekomen. Ik was er bedreven in om op tijd weg te zijn en klappen niet te krijgen. Die kregen mijn broers dan. Maar veilig was het niet. Het stormde in ons gezin en ik stond aan de zijlijn, ging goed observeren”.
Het geslacht Koelewijn komt van oorsprong uit Spakenburg. De opa van Jannetje verhuisde vanwege zijn werk met zijn gezin naar Amsterdam. Haar vader was teleurgesteld over de teloorgang van kerk en geloof. Hij verlangde terug naar de gereformeerde zekerheden van zijn jeugd én hij miste Spakenburg erg.
Jannetje zegt: “Ik ging begrijpen hoezeer mijn vader naar dat echte, ware geloof verlangde”[7].
De ijver om de consequenties van het christelijke geloof te tonen gaat in bovenstaande situatie te ver. Het is evenwel helder: geloven in Jezus Christus, in zijn verlossingswerk, in de beloften van eeuwig leven – dat alles heeft in het leven van ware christenen topprioriteit!

Lucas 7 geeft ons allerlei wijze lessen. Bijvoorbeeld de volgende.
Wij mogen vrijmoedig getuigen van ons geloof. De legerofficier in Lucas 7 doet dat ook.
Wij mogen blijmoedig een beroep doen op de almacht van onze Heiland. De legerofficier doet dat ook.
Wij moeten leren om ons leven in handen van de Here te leggen. Wij hoeven het beslist niet zelf te doen. Natuurlijk – wij hebben allemaal een zekere geldingsdrang; we willen allemaal meetellen. Maar we moeten ons blijven realiseren dat onze God ons leven bestuurt. Desnoods met een enkel woord. De legerofficier erkent dat ook.
In dat besef hoeven wij niet de lawaaierige patriarch uit te hangen. Luidruchtig heersen is niet nodig. Dat doet de militair in Lucas 7 ook niet. Wij behoren onze naasten lief te hebben. Net zoals die officier dat doet.

Lucas 7 toont ons Gods almacht.
Ook vandaag mogen we onze Here vragen om Zijn macht te tonen.
Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 21:
“O HEER, verhef U in uw kracht.
Wij zullen U dan prijzen,
U altijd eer bewijzen.
Bezingen zullen wij uw macht,
U loven levenslang
met psalm en lofgezang”[8].

Noten:
[1] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 7:2.
[2] Lucas 7:6 b, 7 en 8.
[3] Lucas 7:9 en 10.
[4] Lucas 6:2.
[5] Lucas 6:5.
[6] De gegevens van dit boek zijn: Jannetje Koelewijn, “Fresia’s voor mevrouw Brak; de laatste levensjaren van mijn ouders”. – Amsterdam: Uitgeverij Van Oorschot, 2020. – 256 p.
[7] “Amsterdams heimwee naar Spakenburg – interview met Jannetje Koelewijn. In: Gulliver, bijlage van het Nederlands Dagblad, vrijdag 21 augustus 2020, p. 6 en 7.
[8] Psalm 21:7 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek.

24 augustus 2020

Zondagsrust in Christus

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“En het gebeurde op de tweede sabbat na het Paasfeest dat Hij door de korenvelden ging; en Zijn discipelen plukten aren, wreven die met de handen stuk en aten ze op. Sommigen van de Farizeeën zeiden tegen hen: Waarom doet u wat niet geoorloofd is te doen op de sabbat? Jezus antwoordde en zei tegen hen: Hebt u ook dat niet gelezen wat David deed toen hij honger had, en zij die bij hem waren? Hoe hij het huis van God binnengegaan is en de toonbroden genomen en gegeten heeft en ook gegeven heeft aan hen die bij hem waren, broden die niemand mag eten dan alleen de priesters? En Hij zei tegen hen: De Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat”[1].

Deze geschiedenis uit Lucas 6 heeft iets merkwaardigs. Waarom maken de Farizeeën zich daar zo druk over?

Een exegeet maakt enkele opmerkingen die de kwestie wat verduidelijken: “Het was de Israëlieten geoorloofd om met de hand aren te plukken van het land van een ander (…). Maar het stukwrijven van de aren met de handen, zodat de graankorrels overbleven, werd door de Farizeeën als werken in de vorm van dorsen of een maaltijd bereiden beschouwd en werk was niet toegestaan op de sabbat”[2].
En:
“Jezus is de Zoon des Mensen die gezag heeft over onreine geesten (…), om zonden te vergeven (…) en ook over de sabbat. Hij is de Heer van de sabbat. Hij beslist erover”[3].
Dus – hier is een door kerkleiders verzonnen regel aan de orde. Mensen geven aan hoe de sabbat moet worden ingevuld. Jezus maakt duidelijk op welk punt het ten principale fout gaat: op de sabbat moet de Godsdienst bepalend zijn. Mensen moeten niet bepalen wat wel en niet mag. Het is de God van hemel en aarde die onze aandacht hebben moet! 

Jezus verwijst naar 1 Samuël 21, waar David en zijn volgelingen de toonbroden eten.
Ter oriëntatie een citaat uit die geschiedenis. David vraagt: “En nu, wat hebt u voorhanden? Geef mij vijf broden mee in mijn hand, of wat er maar te vinden is. De priester antwoordde David en zei: Er is geen gewoon brood voorhanden, maar er is wel heilig brood, als de jongens zich maar van de vrouwen onthouden hebben. David antwoordde de priester en zei tegen hem: Jazeker, de vrouwen zijn ons gisteren en eergisteren onthouden. Toen ik eropuit trok, waren de voorwerpen van de jongens heilig. En het is in zekere zin gewoon brood, temeer omdat er vandaag ander brood in de vaten geheiligd zal worden. Toen gaf de priester hem dat heilige brood, omdat er geen ander brood was dan de toonbroden, die van voor het aangezicht van de HEERE weggenomen waren, om er vers brood neer te leggen op de dag dat het oude weggenomen werd”[4].
Jezus wil maar zeggen: net als David ben Ik in zekere zin vogelvrij. David was op de vlucht geslagen omdat Saul hem uit de weg wilde ruimen. Welnu – hier wordt de Heiland afgewezen[5]. Eigenlijk willen de Farizeeën Hem graag laten verdwijnen. Kan het, zo vragen de Farizeeën, gauw afgelopen zijn met die Jezus? De kerkleiders menen dat Jezus hen dwarsboomt en hun klerikale gezag ondermijnt. Dat is principieel onacceptabel. Dat moet zo snel mogelijk afgelopen zijn.
Wie dit alles tot zich door laat dringen, beseft dat nu, eeuwen later, dezelfde vraag aan de orde is: accepteren we Jezus Christus als onze Zaligmaker, of wijzen wij Hem af?

Nu gaat het in Lucas 6 over de sabbat.
Heeft dat Schriftgedeelte ook iets te zeggen over onze zondag?
Jawel.
In Openbaring 1 kunnen wij lezen: “Ik was in de geest op de dag des Heeren”[6]. Een uitlegger tekent daarbij aan: “Deze ‘vervoering des geestes’ gebeurde op de ‘dag des Heren’ -letterlijk: ‘de bij de Heer behorende dag’-. Daaronder verstaat Johannes niet de dag van het oordeel, want die dag noemt hij de ‘grote dag’ (…). De ‘dag des Heren’ was in de vroege kerk waarschijnlijk de gebruikelijke naam voor de eerste dag van de week, de zondag (…). Die dag werd in het bijzonder toegewijd aan de Heer (…), omdat het de dag van de opstanding was”[7].
En dan begrijpen wij het wel: Lucas 6 geeft ook een aanwijzing voor onze eerste dag der week. 

Ook in 2020 moeten wij de vraag beantwoorden: concentreren wij ons op Jezus Christus? Of ook: letten we op zondag vooral op Hem en op Zijn Woord, of vullen we die dag met onze eigen interesses in?

Er wordt, mede in verband met het virus COVID-19, vandaag de dag veel nagedacht over de vorming van huisgemeentes.
In een editie van het Nederlands Dagblad kwamen daarover onlangs enkele theologen aan het woord: “‘Ik vrees dat de traditionele kerkgang anders zal zijn’, zegt De Reuver. De onlinediensten zullen voorlopig blijven. Om toch meer gemeenschap te kunnen ervaren, wil hij de potentie van huiskringen gaan benadrukken: kleine groepen mensen die bij elkaar thuis samenkomen om de online dienst te beleven. Uiteraard op gepaste afstand”.
En:
“…dus wordt het tijd om serieus na te gaan denken over hoe de kerk in kleine groepen kan gaan functioneren. Emeritus hoogleraar theologie Bram van de Beek maakte zich in zijn bijdrage zorgen dat er nooit voldoende ambtsdragers te vinden zouden zijn om volwaardige huisgemeenten op te starten. De Reuver ziet het samen beleven van de online-viering als oplossing daarvoor. ‘Zoek elkaar op in de huiskamers, drink koffie met elkaar. Dan heb je toch die fysieke ervaring van gemeenschap’”.
En:
“‘De kerk kan soms een kneuterig imago hebben en dat is dodelijk. Als het om de kerk gaat, is kwaliteit fundamenteel. We doen het voor God dus we gaan voor de hoogste kwaliteit,
zonder in perfectionisme te vervallen”[8].
Nee, aan de waarde van fysieke ervaring van gemeenschap doet schrijver dezes niets af.
Maar het is van groot belang om de inzet van Lucas 6 in beeld te houden.

Het moet op zondag om Jezus Christus blijven gaan. De zondag is speciaal gereserveerd voor de dienst aan Hem.
Daarom moeten wij – als wij op zondag noodgedwongen meer thuis zijn – ervoor waken dat Zijn dag geen werkdag wordt. Wij behoren ervoor te zorgen dat er rust is. Rust in Christus. Daarom mag de zondag gekenmerkt worden door een zekere onbezorgdheid. Natuurlijk, de problemen zijn de wereld niet uit. Maar de oplossing en de afhandeling van die netelige kwesties is iets voor doordeweekse dagen.
Laten we op zondag maar blijven genieten van alles wat God geeft. Laat maar aan elkaar blijken dat er perspectief is. Niet omdat wijzelf zo optimistisch van aard zijn, maar omdat de Heiland, onze Here Jezus Christus, voor al onze zonden betaald heeft. Daarom is er perspectief. Tot over de dood heen. 
“De Zoon des mensen is Heere, óók van de sabbat” – jazeker.
In die wetenschap gaan gelovige kerkmensen de eeuwige sabbat tegemoet!

Noten:
[1] Lucas 6:1-5.
[2] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 6:1.
[3] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 6:5.
[4] 1 Samuël 21:3-6.
[5] Zie hierover ook https://www.oudesporen.nl/Download/OS1535.pdf , p. 118. Geraadpleegd op donderdag 20 augustus 2020.
[6] Openbaring 1:10 a.
[7] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 1:10.
[8] “Kerk na corona in andere vorm”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 19 augustus 2020, p. 7.

7 februari 2020

Rechtgetrokken door de Heiland

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Kent u het verhaal van die kromme vrouw?
Het staat in Lucas 13: “En zie, er was een vrouw die achttien jaar lang een geest had die haar ​ziek​ maakte en zij was kromgebogen en kon zich in het geheel niet oprichten. En toen ​Jezus​ haar zag, riep Hij haar bij Zich en zei tegen haar: Vrouw, u bent verlost van uw ​ziekte. En Hij ​legde​ de handen op haar en zij werd onmiddellijk weer opgericht en verheerlijkte God.
En het hoofd van de ​synagoge, die verontwaardigd was dat ​Jezus​ op de ​sabbat​ genas, antwoordde en zei tegen de menigte: Er zijn zes dagen waarop men moet werken. Kom dan daarop en laat u genezen, maar niet op de dag van de ​sabbat. De Heere dan antwoordde hem en zei: Huichelaar, maakt niet ieder van u op de ​sabbat​ zijn os of ezel van de ​voederbak​ los en leidt hem weg om hem te laten drinken? En moest dan deze vrouw, die een dochter van ​Abraham​ is en die de ​satan, zie, nu achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de dag van de ​sabbat?”[1].

Jezus geneest een gebochelde vrouw. Op de sabbat nog wel. Dat is voor de directeur van de synagoge reden om er een afkeurende opmerking over te maken: ‘genezingen niet op sabbat alstublieft; kies daar maar een andere dag voor uit!’.

Laten wij eerlijk zijn: Jezus gooit, wat je noemt, een knuppel in het hoenderhok[2].
Vanouds zitten mannen en vrouwen in de synagoge in van elkaar gescheiden vakken. Maar Jezus spreekt de vrouw zomaar aan!

Daar komt bij: als die vrouw een lichamelijke beperking heeft is dat – zo luidt de volksopinie van die dagen – een straf op de zonde.
Uitgerekend deze vrouw wordt door Jezus aangesproken! Dat is verrassend. En zeer opmerkelijk bovendien.

Bij dit alles komt nog dat die genezing op sabbat plaatsvindt. Is dat niet ronduit provocerend?
Hoe dat zij – de regel is klaarblijkelijk dat men op sabbat slechts mag ingrijpen bij een levensgevaarlijke situatie. Dat kan worden afgeleid uit Marcus 3: “En Hij zei tegen hen – dat zijn de Farizeeën – : Is het geoorloofd op sabbatdagen goed te doen of kwaad te doen, een mens te behouden of te doden? En zij zwegen”[3].

En verder: men mag een ezel of een ander dier wel losmaken om het te laten drinken. Mag een mens dan niet worden geholpen? Je zou toch denken van wel. Maar in het Jodendom van die dagen spreekt dat niet vanzelf…

In het voorbijgaan stelt Jezus ook nog een diagnose. Dat de vrouw zo krom is, is satanswerk. Niet meer en niet minder!
De Heiland laat het zien: achter de gebrokenheid van deze wereld gaat Gods tegenstander schuil. Een handicap hebben, te maken krijgen met toenemende beperkingen – dat zijn geen kwesties van het type ‘pech hebben’. Wij maken deel uit van een strijd op leven en dood. Er vindt een gevecht plaats waarin harde klappen vallen!

Intussen is het volstrekt duidelijk: Jezus stelt sommige door de kerkleiders vastgestelde regels ter discussie. Anders gezegd: hij schopt aardig wat heilige huisjes omver.
Is Lucas 13 daarom in de eerste plaats een uitnodiging om de hand te lichten met diverse kerkelijke regels? Nee, dat niet.
Natuurlijk moeten kerkmensen oppassen voor een sfeertje waarin het motto ‘regels zijn regels’ verheven wordt tot een allesoverheersende groepscode.
Maar daar gaat het in Lucas 13 ten diepste niet om.

Een en ander wordt nog wat duidelijker als wij kijken naar de taak van onze Here Jezus Christus. Die staat een paar hoofdstukken eerder omschreven. In Lucas 9 namelijk: “De Zoon des mensen moet veel lijden en verworpen worden door de oudsten, overpriesters en ​schriftgeleerden, en Hij moet gedood en op de derde dag opgewekt worden”[4].
Met andere woorden: in Lucas 13 wordt een gekromde vrouw weer rechtop gezet. Maar de Heiland zal zich krommen onder slagen. Hij zal betalen voor de zonde.
Laten wij het de Nederlandse geloofsbelijdenis nazeggen: “Wij geloven dat God, die volkomen barmhartig en rechtvaardig is, zijn Zoon gezonden heeft om de natuur waarin de ongehoorzaamheid begaan was, aan te nemen en in haar de schuld te betalen en door zijn zeer bitter lijden en sterven de straf voor de zonden te dragen. Zo heeft God zijn rechtvaardigheid bewezen jegens zijn Zoon door onze zonden op Hem te laden. Zijn goedheid en barmhartigheid heeft Hij uitgestort over ons, die schuldig waren en verdienden veroordeeld te worden. Want in volkomen liefde heeft Hij zijn Zoon voor ons in de dood overgegeven en Hem opgewekt tot onze rechtvaardiging, opdat wij door Hem onsterfelijkheid en eeuwig leven zouden hebben”[5].

Ziet u?
De genezing van die gekromde vrouw is nog maar een klein begin.
Oppervlakkig bezien kunnen we zeggen: die kromme vrouw kan nu blijmoedig verder met haar leven. Dat is ontegenzeglijk waar. Maar het gaat erom dat de Heiland eeuwig leven voor al Zijn kinderen bewerkt. Zoals de Heidelbergse Catechismus het zegt: “Dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, het eigendom ben, niet van mijzelf, maar van mijn trouwe Heiland Jezus Christus. Want Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor al mijn zonden volkomen betaald en mij uit alle macht van de duivel verlost. Hij bewaart mij zo, dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil. Daarom geeft Hij mij door zijn Heilige Geest ook zekerheid van het eeuwige leven en maakt Hij mij van harte bereid om voortaan voor Hem te leven”[6].

Die kromgebogen vrouw wordt genezen door de Heiland.
Jezus ziet haar. Zijn genezende aandacht gaat naar haar uit. In haar moeilijke lichamelijke omstandigheden brengt Hij licht. Hij geeft structurele hulp.
Onze Here Jezus Christus is ons door God geschonken tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en tot een volkomen verlossing. Zo leren wij dat in Zondag 6 van de Heidelbergse Catechismus[7]. Dat geldt ook anno Domini 2020. Dat geldt voor die kromgebogen vrouw. Dat geldt voor levenslustige mensen. Dat geldt voor mensen die, voor hun gevoel althans, wel zo’n beetje klaar zijn met dit aardse leven.

Wat staat ons te doen?
Kijk naar die kromgebogen vrouw. Hef het hoofd op. En ga achter de Heiland aan. Onderweg naar de volkomen verlossing: de eeuwige toekomst die Hij aanbiedt!

Noten:
[1] Lucas 13:11-16.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Lucas 13:11-16.
[3] Marcus 3:4.
[4] Lucas 9:22.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 20.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[7] Zie Heidelbergse Catechismus – Zondag 6, antwoord 18.

3 februari 2020

Auschwitz en de voorjaarsbloemen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Auschwitz? Dat nooit meer! Dat refrein klinkt in Europa. En die wens is terecht. Zeer terecht. Immers, in dat concentratiekamp kwamen ruim een miljoen mensen om. Zij werden vergast.
Toen de Russen het concentratiekamp op 27 januari 1945 bevrijdden, wisten de soldaten van het Rode Leger niet wat ze zagen[1].
Dat alles is nu 75 jaar geleden. Tijdens herdenkingen klinkt het in alle toonaarden: Auschwitz? Dat nooit meer!

Intussen zijn zulke misdaden echter niet de wereld uit. Nog altijd kennen we op deze aarde oorlog en vernietiging. Op kleine en op grote schaal. Wij kennen in deze wereld nog altijd genocide, seksueel geweld en misdaden tegen de menselijkheid. Denkt u slechts aan de Rohingya, een bevolkingsgroep die voornamelijk in Myanmar – het vroegere Birma – leeft[2].

Alleen daarom al is er alle reden om aandacht te hebben voor de voorzienigheid van onze God. Laten we Lucas 12 niet vergeten: “Let op de lelies, hoe zij groeien. Ze werken niet en ​spinnen​ niet, en Ik zeg u dat zelfs ​Salomo​ in al zijn heerlijkheid niet gekleed ging als één van deze”[3].
Salomo’s glorie en rijkdom waren indertijd spreekwoordelijk. Leest u maar mee in 1 Koningen 10: “Ook maakte de koning een grote ivoren ​troon​ en overtrok die met zuiver goud. Deze ​troon​ had zes treden en de bovenzijde van de ​troon​ was vanachteren rond, aan beide zijden van de zitplaats zaten leuningen, en bij die leuningen stonden twee leeuwen. Er stonden daar dus twaalf leeuwen op de zes treden, aan beide zijden. Zoiets werd er voor geen enkel koninkrijk ooit gemaakt. Verder was al het drinkgerei van ​koning ​Salomo​ van goud, en alle voorwerpen in het ​huis​ van het Woud van de Libanon waren van bladgoud. Er was niets van zilver. Dat werd in de dagen van ​Salomo​ als niets geacht. De koning had namelijk een Tarsisvloot op zee, samen met de vloot van Hiram. Eens in de drie jaar liep de Tarsisvloot binnen, beladen met goud, zilver, ivoor, apen en pauwen. Zo werd ​koning ​Salomo, wat rijkdom en wijsheid betrof, aanzienlijker dan alle koningen van de aarde”[4].
Daar gaan de lelies en allerlei andere voorjaarsbloemen nog ver boven uit.

Zolang de aarde bestaat komen de voorjaarsbloemen terug. Dat blijkt uit Genesis 9: “Mijn boog heb Ik in de wolken gegeven; die zal dienen als teken van het ​verbond​ tussen Mij en de aarde. Het zal gebeuren, als Ik wolken boven de aarde breng en de boog in de wolken gezien wordt, dat Ik aan Mijn ​verbond​ zal denken, dat er is tussen Mij en u en alle levende wezens van alle vlees. Het water zal niet meer tot een vloed worden om alle vlees te gronde te richten. Als deze boog in de wolken is, zal Ik hem zien, en denken aan het eeuwig ​verbond​ tussen God en alle levende wezens van alle vlees dat op de aarde is”[5].

Terugkerende voorjaarsbloemen – dat is ten diepste dus een Verbondszaak. Onze God is trouw aan Zijn verbond!
Hier is een woord uit 2 Timotheüs 2 toepasselijk: “Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[6].

In Nederland en in Polen denkt men deze dagen aan al die gruweldaden die in de jaren ’40 van de vorige eeuw in Auschwitz werden verricht.
Minister-president Rutte biedt excuses aan voor de houding van de Nederlandse overheid tijdens de holocaust. Holocaust – dat woord is afgeleid van het Griekse holokauston, ‘geheel verbrand’[7]. Achter dat woord ‘holocaust’ zit een wereld van verdriet!
De laatste overlevenden smeken de wereld dan ook onder tranen: blijf het u herinneren, en doe er wat aan als het weer gebeurt.
Op zichzelf genomen is zo’n oproep niet verkeerd. Maar uiteindelijk zal de oproep onvoldoende blijken te zijn.
Waarom? De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert het ons: “…het gebod ten leven dat hij ontvangen had, heeft hij overtreden en door zijn zonde heeft hij de gemeenschap met God, die zijn ware leven was, verbroken. Zo heeft hij zijn hele natuur verdorven en daarmee de lichamelijke en geestelijke dood verdiend. Doordat hij in al zijn doen en laten goddeloos, verkeerd en ontaard is geworden, heeft hij alle voortreffelijke gaven die hij van God had ontvangen, verloren. Hij heeft daarvan niets overgehouden dan geringe sporen, die niettemin voldoende zijn om de mens iedere verontschuldiging te ontnemen”[8].
Kijk, dat is de diepste achtergrond van Auschwitz.
De verdorvenheid van de mensen – daarin ligt de diepste oorzaak van Auschwitz.

Bij dat alles mogen Gereformeerde mensen zeggen: zolang de aarde bestaat komen de voorjaarsbloemen ieder jaar terug; dat is een Verbondszaak. Kijk maar naar de lelies!

Het was de Gereformeerde dominee Joh. Kapteyn (1908-1942) die, vanuit een concentratiekamp, in een brief aan zijn vrouw schreef: “Maar vast en onwankelbaar blijft mijn geloof, dat God, onze Vader in de hemel, ook den duur van mijn gevangenschap bepaalt. Laten we dat samen vasthouden. Méér hebben we niet, maar dat is ook genoeg”[9].
Wat zullen we daaraan nog toevoegen?

Laten we nog één keer teruggaan naar Lucas 12.
Citaat: “Als God nu het gras op het veld, dat er vandaag is en morgen in de ​oven​ geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen! En u, vraag niet wat u eten of wat u drinken zult, en wees niet verontrust. Want naar al deze dingen zoeken de volken van de wereld. Uw Vader echter weet dat u deze dingen nodig hebt. Maar zoek het ​Koninkrijk van God​ en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven”[10].
Dat Koninkrijk torent troostend boven Auschwitz uit.

Het is begin februari 2020.
Nog even en dan zullen, Deo Volente, de eerste voorjaarsbloemen bloeien.
En de kerk repeteert blijmoedig: dat is een Verbondszaak!

Noten:
[1] Zie over het concentratiekamp Auschwitz onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Auschwitz_(concentratiekamp) ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Rohingya_(volk) ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[3] Lucas 12:27.
[4] 1 Koningen 10:18-23.
[5] Genesis 9:13-16.
[6] 2 Timotheüs 2:13.
[7] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://npofocus.nl/artikel/7541/wat-is-de-holocaust ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[8] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 14.
[9] Geciteerd van http://www.gedaechtnisbuch.org/wp-content/uploads/2016/01/Kapteyn_Johannes-S1_4-27_01_16.pdf ; geraadpleegd op dinsdag 28 januari 2020.
[10] Lucas 12:28-32.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.