gereformeerd leven in nederland

1 maart 2017

Preek en zelfbeproeving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Er is een nieuw preekhandboek verschenen[1].
In dat boek wordt onder meer gezegd dat gelovigen naar de kerk gaan omdat zij aangeraakt willen worden. Door een lied, een regel uit een gebed, of een stukje van de preek.
Mensen willen iets voelen bij de preek.

In een bespreking van het betreffende boek staat te lezen: “Ook de voorganger vestigt veel hoop op de preek. Aan de preek is het hardst gewerkt. Maar of die de hoorders zal raken – iedere voorganger weet dat hij dát niet in de hand heeft. Veel terugloop in aantallen kerkgangers wordt – ook door predikanten zelf – verklaard uit de kwaliteit van het op zondag verkondigde woord. Als er nu maar beter gepreekt werd!”[2].

Er zijn heel wat mensen die slechte ervaringen hebben met preken, en het aanhoren daarvan.
De preken zijn, zeggen zij, te dwingend.
Ze duwen mensen in een keurslijf.
Ze bevatten te weinig visuele prikkels.
En zo zijn er nog een paar dingen.

Hoe maakt een dominee een goede preek?
Door de keuze van de tekst.
Door voorbeelden te gebruiken.
Door identificatie met Bijbelse personen.
Door een goede voordracht.
Door de preek een actuele toespitsing te geven.

En de conclusie in dat boek?
Veel hangt toch af van de dominee zelf.
De preek moet doorleefd zijn.
De dominee moet een open houding hebben. Een open oog voor de samenleving is belangrijk. Liefst is de dominee ook open over zichzelf.

Doctor Bert de Leede zei tijdens de presentatie van het handboek dat de preek een ‘gooi naar de ziel’ is. “De preek is een godsdienstige praktijk, waarin de prediker hoopt, verwacht, bidt, wanhoopt op momenten dát het gebeurt en de gooi raak is”.
En:
“Voorspelbaar is het in elk geval niet. De preek als een gooi naar de ziel vraagt van de prediker dat hij een zielkenner is, van de eigen ziel en van die van zijn hoorders. In ons boek besteden wij niet voor niets veel aandacht aan de spiritualiteit van de prediker”.
Persoonlijk vind ik dat een nogal vage manier van zeggen.
Men kan toch moeilijk stellen dat de goede God de Heilige Schrift in de wereld heeft gegooid om elkaar met rake Schriftuurlijkheden te bekogelen?

Een protestantse professor, M. Barnard, komt er – wat mij betreft – wat dichterbij[3]. Hij zei tijdens die presentatiebijeenkomst: “De preek is daarvoor wellicht een wat ouderwets, maar nog altijd ijzersterk medium, mits we die niet reduceren tot vrome peptalk voor de eigen club. Sterker dan ooit ervaar ik dat het belangrijk is om in zeeën van leugens en propaganda, van verdeeldheid en haat, de waarheid te spreken”[4].

De vraag is vervolgens hoe de prediker ervoor zorgt dat hij de waarheid spreekt, en blijft spreken.

Daarbij is goede exegese van niet te miskennen belang. Dominee P. van Gurp heeft eens een herinnering opgeschreven over dr. C. Trimp, een inmiddels overleden Gereformeerd-vrijgemaakte hoogleraar preekkunde. Als volgt: “Steeds weer bond hij het zijn studenten op het hart dat verantwoord preken alleen mogelijk is vanuit een voorafgaande exegese van de tekst.
Daar hamerde hij op: exegese, exegese! En dat telkens weer vanuit de grondtekst. Ook als er weinig tijd lijkt te zijn voor het maken van de preek – toch eerst de grondtekst nauwkeurig bestuderen”[5].
Ziehier de basisregel voor een goede preek!

De kerkgangers willen, zo schrijven de preekdeskundigen in dat handboek, geraakt worden.
Dat is wel te begrijpen.
In de kerk willen we getroost worden. En gestimuleerd.
Maar dan moeten we niet bang zijn om, als wij naar de preek luisteren, de toepassing voor onszelf te maken. En die toepassing moeten we niet alleen maken als die ons welgevallig is. Wij moeten ook kritisch naar onszelf durven kijken.
Als u het mij vraagt, zit daar vaak het probleem. Onszelf kritisch bezien – nee, dat is beslist niet onze hobby. Onszelf corrigeren, dat vinden wij meestal niet zo nodig.

Nog moeilijker wordt het als wij door anderen worden aangesproken op ons gedrag. Als de spreker daarbij Gods Woord opent, is de boot helemaal aan. We worden daar een beetje narrig van. En agressief, als het tegenzit.
Het is, dunkt mij, nodig dat kinderen van God zich erin trainen om met kritiek om te gaan, en hun eigen manier van doen te veranderen. Nee, dat is niet makkelijk. Daarbij komt dat zulke correcties misschien wel heel regelmatig moeten geschieden. En dat kan reuze pijnlijk wezen. Maar dat is wel nodig.
En de God van het verbond zal ons daarbij helpen en steunen als wij Hem daarom bidden. Zijn Heilige Geest zal in onze harten werken. Dat heeft Hij zelf beloofd.

In Gereformeerd Nederland is ‘zelfbeproeving’ een geweldig belangrijk woord.
Als we die zelfbeproeving niet toepassen, zullen preekhandboeken niet helpen. Dan kunnen experts wel tien handboeken schrijven. Of honderd, desnoods. Maar in die omstandigheden wordt gemeenteopbouw wel heel ingewikkeld.

Noten:
[1] Bert de Leede en Ciska Stark, “Ontvouwen. Protestantse prediking in de praktijk”. – Zoetermeer: Uitgeverij Boekencentrum, 2017. – 304 p.
[2] Dick Schinkelshoek, “Hoe je een goede preek maakt”. In ND Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 10 februari 2017, p. 15.
[3] Professor dr. Marcel Barnard is hoogleraar Praktische theologie/Liturgiewetenschap te Amsterdam en te Stellenbosch (Zuid-Afrika).
[4] “Preek te los van Avondmaal gekomen”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 4 februari 2017, p. 11.
[5] Zie http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1038 ; geraadpleegd op maandag 13 februari 2017.

28 december 2012

Van A tot Z

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

“De kennis is aan het verdampen”[1].
Dat zijn woorden van prof. dr. M. Barnard. Barnard is hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit.
U moet, zei de professor in het Nederlands Dagblad tegen alle dominees en voorgangers, met Kerst gewoon over Lucas 2 preken. Waarom? Omdat de mensen niet meer weten wat daar staat, en waar dat over gaat. “De kennis is zo aan het verdampen dat we ons heel sterk op de kern van het christelijk geloof moeten richten en dat is Jezus Christus”.
Mw. dr. F. Stark, docent homiletiek en liturgiek aan dezelfde universiteit, valt Barnard bij. “In toenemende mate zijn mensen zo weinig vertrouwd met het kerstverhaal dat het goed is de basisinformatie aan de orde te stellen. Maar dan moet het niet alleen om het vertellen van het verhaal draaien; daar komen mensen uiteindelijk niet voor. Je vervalt dan in versimpeling met de sfeer van beschuit met muisjes. Ook gelovige interpretatie dient aan de orde te komen, zoals dat God mens is geworden. Dat bemoedigt mensen”.

De boodschap moet dus zijn: Christus is geboren. En de vraag is: welke gelovige interpretatie hoort daar bij?
Hoe moeten we het Evangelie uitleggen?
Hoe moeten wij de blijde Boodschap toepassen?

In de Adventsperiode ligt dat anders, zeggen andere theologen.
Dan kun je bijvoorbeeld het Bijbelboek Ruth lezen.
Je kunt samen de heilshistorische lijn ontdekken.

Met Kerst kan men dan prediken: “Wat betekent Lucas 2 nu echt voor vandaag? Dat God naast ons staat in de crises van het bestaan”.

Iemand zegt: inderdaad, wij moeten het Kerstverhaal vertellen. Maar dat betekent niet dat we terug moeten gaan in de tijd. En pas voorál op voor decadentie en verval.
Iemand merkt op: wij moeten het Kerstverhaal op een creatieve manier vertellen. Bedenk steeds weer wat nieuws.
Iemand spreekt uit: als je het Oude Testament erbij haalt – zeg maar: Mozes en Jozef – dan wordt het wel moeilijk. Vooral voor kinderen.
Iemand meent: begin bij Lucas 2 en haal er een ander Bijbelgedeelte bij. Dan kun je steeds een ander aspect van Gods werk laten zien.

Deze gedachtewisseling tot mij nemend, realiseer ik mij eens te méér hoe belangrijk het is om het Woord zelf te laten spreken. Mensen hoeven niet allerlei gekunstelde manieren te bedenken om Gods Woord aan de man en vrouw te brengen.
Wie Gods Woord leest, weet wat hem te doen staat: achter Jezus Christus aan.

Want Hij is onze Leidsman. Zo staat dat ook in Hebreeën 12: “Laat ons oog … alleen gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs”[2].
De leidsman – de archegon staat er in het Grieks[3]. Daarin zit ‘arche’: oeroud, van heel vroeger. En ‘gon’: oorspronkelijk, authentiek[4]. Christus is, om zo te zeggen, de Auteur van het geloof. Hij is de Aanvang van onze lofprijzing voor God. Het startpunt ligt niet in het simpele feit dat wij ons hart open doen. Hij begint en wint.
Hij is ook de voleinder – de teleioten, lees ik in de grondtekst. Hij is Degene die het geloof voltooit.
Hij is de Man die het begin maakt. En Hij maakt het ook helemaal af. Dat Griekse woord heeft ook de kleur van: perfectie, volmaaktheid. Jezus Christus is in ons bestaan diepgaand bezig. Hij pakt onze existentie grondig aan.
Hij zorgt er, om het zo uit te drukken, voor dat ons geloof duurzaam wordt. Zo wordt het echt een deel van onszelf.
Ons geloof wordt beschermd. Zeg maar rustig: áfgeschermd. Mensen voor wie het niet bestemd is kunnen er niet bij komen.
Jezus Christus proclameert: mensen, u blijft met uw vingers van Mijn kinderen af; want Ik ga Zélf voor hen zorgen.
Dat is de Boodschap van dat Kind in de kribbe.
Dat Kind in de kribbe vult en vérvult ons leven. Van A tot Z.

Nu ga ik weer naar de wereld van 2012.

Mensen zeggen: we moeten vertellen dat God méns geworden is; dat bemoedigt mensen.
Wie dat Evangelie brengt, moet wel het hele verhaal vertellen. Het helpt niet om alleen maar te zeggen: Jezus was een mens. Of: wij moeten Jezus’ voorbeeld volgen.
Want dan wordt vergeten dat Jezus Christus onze levens structureel verandert.

Mensen zeggen: we moeten oppassen voor teruggang. En voor verval van de prediking. Met een moeilijke term heet dat: we moeten oppassen voor regressie.
Dat is een mooi verhaal. Maar wie gaat daarvoor zorgen? En hoe dan?
Wie het Evangelie vandaag verkondigt, moet laten weten: Jezus Christus is met u aan het werk, terwijl u uw dagelijkse werkzaamheden verricht. Thuis, in het gezin waar u leeft. Op het kantoor waar u uw beroepsarbeid verricht. En terwijl u in uw fauteuil, achter uw computer, of met uw tablet-pc op schoot, de krant leest. Jezus Christus is met u bezig; waar u ook bent.

Mensen zeggen: wij moeten de Boodschap op een creatieve manier vertellen.
Laten wij daar voorzichtig mee wezen. Want als het erop aan komt, kan menselijke creativiteit onuitsprekelijk vermoeiend zijn.
Wie het Evangelie doorgeeft, moet weten dat Jezus Christus Zelf de grote Creator is. De Ré-creator. De Hérschepper.
Laten wij die creativiteit maar aan de Heiland overlaten.

Mensen zeggen: als we het Oude Testament erbij halen, snappen onze kinderen het al gauw niet meer. Voor hen wordt het te moeilijk. Ze zien de lijnen niet.
Dat zal wel zo wezen.
Maar we kunnen toch steeds stúkjes van de lijn laten zien? En we kunnen toch regelmatig repetéren wat wij al eerder hebben geleerd?
Natuurlijk pakken kinderen niet alles meteen op. Maar zou het mechanisme van Johannes 14 vandaag niet meer werken? Ik citeer: “…de Trooster, de heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb”[5]. Dat zei Jezus tegen Zijn discipelen. Tegen het fundament van de kérk, dus. Dan mogen wij er, meen ik, op vertrouwen dat de Here Zijn Woord in de harten van ons en onze kinderen legt. Ook anno Domini 2012.

Mensen zeggen: wij moeten Lucas 2 in verband brengen met andere Schriftgedeelten.
Dat klopt.
Anders wordt de Kersthistorie een zoet verhaaltje. Met een baby en kostbare cadeautjes die lekker ruiken.
Jezus Christus is het middelpunt van de wereldgeschiedenis. Of men dat nu wil geloven of niet.
Hij is de Leidsman en Voleinder.
Het Beginpunt en de Voltooier.

Laten wij daarom Openbaring 22 nog maar eens repeteren:
“Zie, Ik kom spoedig en mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naardat zijn werk is. Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde. Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad”[6].

Noten:
[1] Zie: “Met Kerst gewoon het basale verhaal”. In: Nederlands Dagblad, maandag 24 december 2012, p. 2.
[2] Hebreeën 12:2.
[3] In het onderstaande gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 12:2.
[4] Zie ook http://www.learning-org.com/01.05/0034.html .
[5] Johannes 14:26.
[6] Openbaring 22:12, 13 en 14.

Blog op WordPress.com.