gereformeerd leven in nederland

29 september 2016

Wildebras

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Er was eens een professor die lang studeerde op het onderwerp ‘gemeenteopbouw’[1]. De activiteit van zijn brein leidde tot een sprankelende gedachte.
Het was de volgende.

“Waarom houd je niet op zondagochtend als gemeente één gezamenlijke dienst in het grote kerkgebouw, en ga je ’s middags met de gemeente uiteen in vier kleine samenkomsten, die op wijkniveau plaatsvinden? Laat daar gerust ook gemeenteleden voorgaan die de gave van het verkondigen hebben. Wat dat betreft zit er enorm veel potentie in de kerken. Zulke samenkomsten hoeven geen kopie van de ‘gewone’ kerkdiensten te zijn…”.

U begrijpt het: die professor had veel studies verricht. Hij zag grootse perspectieven.
Toch zat ergens, in de catacomben van zijn hart, nog een klein twijfeltje: “…ik geef toe: daar is durf en lef voor nodig”[2].

U merkt het: die professor was bijzonder ambitieus.
En u weet het wel: in de afgelopen jaren zijn er wel meer mensen geweest die dergelijke ijver hebben getoond.

Wat zullen wij daarover zeggen?

Ik denk aan Israël.
Nee, ik denk niet aan de Joden die er vandaag in de wereld zijn.
Ik bedoel het volk Israël zoals wij dat in de Heilige Schrift tegenkomen.
Terwijl ik aan Israël dacht kreeg ik het idee dat die professor van hierboven uit de bocht vliegt.
Wellicht ligt hij thans roemloos in de berm, tezamen met vele andere ijveraars. Ik vraag me af hoe dat voelt.

De eerste keer dat we de naam Israël in de Bijbel tegenkomen is, bij mijn weten, in Genesis 32.
Daar strijdt Jakob met God.
Die strijd loopt uit op Gods zegen voor Jakob. Ik citeer: “Toen zeide hij: Laat mij gaan, want de dageraad is gekomen. Maar hij zeide: Ik laat u niet gaan, tenzij gij mij zegent. Daarop zeide hij tot hem: Hoe is uw naam? En hij zeide: Jakob. Toen zeide hij: Uw naam zal niet meer Jakob luiden, maar Israël, want gij hebt gestreden met God en mensen, en gij hebt overmocht”[3].
Daar hebt u die aanduiding ‘Israël’. Die naam betekent: Moge God strijden. Of ook: moge God voor hem strijden.

Israël: het is dat volk waarvoor de Here strijdt.
Ja, hij vecht er voor. ‘De Here zal voor u strijden’: dat is in het Oude Testament bijna een refrein.
Kijkt u bijvoorbeeld maar in Exodus 14, waar Mozes tegen zijn volksgenoten zegt: “De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn”[4]. Die uitdrukking – ‘de Here zal voor u strijden’ – komt u verder tegen in Deuteronomium 1, en ook in Nehemia 4[5].
De gedachte dat God voor Zijn volk vecht, leek de professor niet al te vaak in zijn overwegingen mee te nemen. Het gegeven dat de Verbondsgod vooral met Israël communiceert, leek bij de hoogleraar op de achtergrond te zijn geraakt.

De Here heeft contact met Zijn kinderen.
Sterker, Hij heeft een verbond met Israël. Maar Hij houdt er geen relaties met andere volken op na.
In Deuteronomium 7 wordt het onomwonden gezegd: “Want gij zijt een volk, dat de HERE, uw God, heilig is; ú heeft de HERE, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn. Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de HERE Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volken”[6]. Eénzelfde boodschap treft u aan in Deuteronomium 14. En verder in 1 Koningen 3[7].

De Here heeft een verbond met Zijn volk. Is dat in het Nieuwe Testament, in de níeuwe bedeling, anders?
Nee. Er is wel wat veranderd. Maar het verbond is gebleven. En het Verbondsvolk ook.
Ik wijs u op Romeinen 9: “Want niet allen, die van Israël afstammen, zijn Israël, en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Isaak zal men van nageslacht van u spreken. Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der belófte gelden voor nageslacht”[8]. Het gaat nog altijd om de mensen die de Here uitkiest. Daar, in Romeinen 9, gaat het over Goddelijke verkiezing en verwerping.

Laten we 1 Petrus 2 niet vergeten: “Zie, Ik leg in Sion een uitverkoren en kostbare hoeksteen, en wie op hem zijn geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen. U dan, die gelooft, geldt dit kostbare, maar voor de ongelovigen geldt: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, die is geworden tot een hoeksteen en een steen des aanstoots en een rots der ergernis, voor hen, die zich daaraan, in hun ongehoorzaamheid aan het woord, stoten, waartoe zij ook bestemd zijn. Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk Gode ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens niet zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen”[9].
Ik concludeer:
* de Here voert Zijn plan uit vanwege het welzijn van Zijn kinderen
* maar Hij praat in de Heilige Schrift niet in de eerste plaats tegen ongelovigen. Hij spreekt niet primair tegen buitenkerkelijken. Als Hij hen wel aanspreekt, gaat het niet zelden over oordeel. En over dood.

Thans acht ik het moment gekomen om terug te keren naar die toegewijde hoogleraar.
Hij sprak: “De kerk moet in veel meer plaatsen de deuren open zetten, om de buitenwereld te bereiken”.

Maar wat moet ik dan met de Schriftplaatsen waarover ik hierboven schreef?
Men doet, naar het mij voorkomt, onrecht aan Gods Woord als men over dergelijke Schriftwoorden heen huppelt.
Naar mijn overtuiging is de kerk er niet in de eerste plaats voor de buurt. Of voor de buitenkerkelijken.
De kerk is er tot Gods eer.
Wij hoeven geen deuren open te zetten.
Want de hemelse Here brengt Zijn kinderen naar de kerk. En soms gebruikt Hij daarbij Zijn kinderen als Zijn instrumenten.

Moeten wij dan niet naar buiten toe?
Zeker wel.
Natuurlijk wel.
Maar laten wij niet net doen alsof drommen heilbegerigen staan te wachten tot de zware kerkdeur ten langen leste knarsend en piepend open gaat. Want niets is minder waar.
Gods Woord klinkt in de kerk. Niet op een zeepkist in de wereld.

Het is oppassen geblazen.
Want voordat je het weet word je een wildebras die een tikkeltje bedrijfsblind is.
En dat is best een beetje treurig.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op donderdag 27 september 2007.
[2] De professor in kwestie is M. te Velde, tussen 1988 en 2015 hoogleraar was aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen. Hij doceerde kerkgeschiedenis na 1650, kerkrecht en gemeenteopbouw. Hij zei het bovenstaande in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op woensdag 26 september 2007. Het betreffende artikel is nog te vinden op http://www.resortofsecurity.com/Article/NL/101/101/121/Geen_bezinning,_gewoon_aan_de_slag.html ; geraadpleegd op maandag 12 september 2016.
[3] Genesis 32:26, 27 en 28.
[4] Exodus 14:14.
[5] Deuteronomium 1:30; Nehemia 4:20.
[6] Deuteronomium 7:6 en 7.
[7] Deuteronomium 14:2; 1 Koningen 3:8.
[8] Romeinen 9:6, 7 en 8.
[9] 1 Petrus 2:6-10.

11 februari 2016

Identiteit, kleur, ligging…

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Het is u, naar ik aanneem, genoegzaam bekend wat mijn kerkelijke identiteit is[1]. Ik ben Gereformeerd.

Heden ten dage is die aanduiding echter veelal onvoldoende.
U moet namelijk ook aangeven wat uw kleur is.
Kerkelijke kleur: wat is dat? Wel, die kleur duidt op de persoon die u bent.

Verder moet u weten dat het in onze tijd niet oké is om alleen maar te zeggen wat uw identiteit is en welke kleur u heeft. U moet – om zo te zeggen – achtereenvolgens aangeven wat uw identiteit, uw eigenheid en uw individualiteit zijn: daarbij gaat het om uw manier van Gereformeerd-zijn, uw kerkelijke kleur en uw klerikale ligging.
Nee, nee – Gereformeerd: dat is niet zomaar wat!

Ooit las ik in het Nederlands Dagblad woorden van de inmiddels geëmeriteerde Gereformeerd-vrijgemaakte hoogleraar M. te Velde. Hij sprak indertijd over de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt). Hij zei toen dat de werkelijkheid “laat zien dat gemeenten hun eigen kleur en ligging hebben. Die ruimte moet er volgens hem zijn. ‘Dan heb ik het over kleur, niet over de vraag of het nog langer gereformeerd is’. Het betekent volgens hem dat kerken elkaar niet beconcurreren of uitsluiten vanwege kleur en ligging”[2].
Alsof u een emmer leeg gooit. Vindt u ook niet?

Eigenlijk hoop ik maar dat ik goed lig in de kerk.
Wilt u iets weten over mijn kleur? Vooruit dan.
Mijn ziel is zwart van zonde; ik weet dat zeer wel.
En mijn toekomst is zonnig; geel, zo u wilt. Laat ik het zo maar samenvatten.

In de Bijbel gaat het trouwens niet in de eerste plaats over de ligging van kerkmensen. En ook niet over hun kleur.

Gods Woord begint met de scheppende Machthebber: “In den beginne schiep God de hemel en de aarde. De aarde nu was woest en ledig, en duisternis lag op de vloed, en de Geest Gods zweefde over de wateren”[3].
Gods Woord eindigt met diezelfde hoge God die scheppende kracht heeft: “De genade van de Here Jezus zij met allen”[4].
Wie goed kijkt ziet de drie-enige God aan het werk: Vader, Zoon en Heilige Geest. In de kerk is ruimte voor Hem.
En het is zo dat de Here – die scheppende Machthebber, die God die hoog boven alle schepselen troont – een plek voor ons creëert in de vergadering van Zijn kinderen. Waarom zeuren wij dan nog over ‘onze’ plek?

De Bijbel schetst ons twee wegen:
“Welzalig de man die niet wandelt
in de raad der goddelozen,
die niet staat op de weg der zondaars,
noch zit in de kring der spotters;
maar aan des HEREN wet zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht”[5].
Laten wij attent zijn.
Er staat: “Welzalig de man die niet wandelt…”.
Er zijn veel mensen die zeggen dat wij open moeten staan voor Gods Woord. De suggestie is duidelijk: als wij open staan voor wat God zegt, dan komen Zijn woorden als vanzelf tot ons. Laten wij echter voor zulk een passieve opstelling waken!
Want in Psalm 1 gaat het, om zo te zeggen, over onze handbagage tijdens de wandeling door de wereld. Wat ligt boven in de rugzak?
* Instructies van goedwillende, maar opdringerige goddelozen?
of
* het gezaghebbende en koersbepalende Woord van God?

Daar valt het woord ‘gezaghebbend’. En daarmee raak ik aan een fundamenteel probleem dat zich – naar mijn idee – in onze dagen voordoet.
Velen zijn, om zo te zeggen, te eigen met Gods Woord geworden. Men acht de Bijbel een belangrijk en belangwekkend Boek. Zeker wel. Maar om nu te zeggen dat dat overal absoluut gezag heeft, dat gaat heel wat mensen veel te ver.
Want luister eens: God gunt ons onze individualiteit, zo verkondigt men met veel aplomb. Ik mag bij Hem komen zoals ik ben, zeggen de mensen, terwijl de vreugde in hun stem meetrilt.
“’t Faalt aardse vrienden vaak aan krachten,
maar nooit een vriend als Jezus is”, zingen massa’s mensen in de kerk[6]. Nou dan!
Voordat u ‘t weet is God de vriend van al die mensen.
Voelt u dat daar iets fout gaat?

Gods Woord heeft gezag. En dat moet in de praktijk blijken.
Dat is mijn conclusie vandaag.
Dat is natuurlijk niets nieuws.
Maar het is goed om dat weer eens tot mij door te laten dringen. En u, als lezer, heeft daar wellicht ook nog wel wat aan.

Identiteit, kleur, eigenheid, individualiteit, personaliteit, persoonlijkheid, ligging: zo lang dit soort woorden veelvuldig in allerlei kerken te horen zijn is er reden voor argwaan. De denkrichting is dan niet zelden helemaal verkeerd.
Zulk woordgebruik leidt niet zelden tot Woordmisbruik.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 9 februari 2007.
[2] “Gezocht: vrijgemaakt-gereformeerde ontspannenheid”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 8 februari 2007, p. 2.
[3] Genesis 1:1 en 2.
[4] Openbaring 22:21.
[5] Psalm 1:1 en 2 (onberijmd).
[6] Gezang 37:1 (Gereformeerd Kerkboek)

17 april 2015

Geloofszekerheid

Nederlanders hebben heel wat te lijden[1].
Dat geldt niet minder voor Nederlandse christenen.

Er zijn, bijvoorbeeld, moeilijke situaties in huwelijken. Sommige echtgenotes zeggen: mijn man communiceert niet met onze kinderen.
In heel wat arbeidsverhoudingen is het lang niet altijd koek en ei. Men kan het zomaar horen zeggen: de man die op die-en-die plek zit is niet capabel. Kan iemand hem niet wegpromoveren of anderszins wegregelen?
Zo hebben wij allemaal onze sores.

Wij hebben, in onze eigen beleving althans, zoveel te lijden dat er weinig of geen aandacht meer is voor ons belijden.
En al helemaal niet voor onze belijdenis.

Vaak kijken wij alleen maar naar de dingen van dit leven. Maar in 1 Corinthiërs 15 schrijft Paulus: “Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen”. De Bijbel in Gewone Taal-2014 heeft daar: “Als ons geloof in Christus alleen maar belangrijk zou zijn voor ons aardse leven, dan is het zinloos. Wat zou dat treurig zijn! Dan zouden alle mensen medelijden met ons moeten hebben” [2].
Kinderen van God moeten zich oefenen in zekerheid.
In Zijn heilig Woord geeft de Here voortdurend garantiebewijzen af: de eeuwigheid wordt heerlijke werkelijkheid!
Niet voor niets wordt hoop in Hebreeën 6 getypeerd als “een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus voor ons als voorloper is binnengegaan naar de ordening van Melchizedek hogepriester geworden in eeuwigheid”[3].

Daar viel de naam van Melchizedek.
Wat was het bijzondere van die man? Wel, hij was in het Oude Testament de enige persoon die koning en priester tegelijk was.
Jezus Christus is in de nieuwe bedeling én koning én priester. En dat wordt nooit meer anders. Daarom stond Jezus Christus in het Nieuwe Testament in de traditie van Melchizedek.
Jezus Christus is koning, regeerder dus. Maar Hij is ook Verzoener.
Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Wij vinden al onze troost in zijn wonden en behoeven geen enkel ander middel te zoeken of uit te denken om ons met God te verzoenen naast dit ene, eens voor altijd gebrachte offer, dat de gelovigen voor eeuwig tot volmaaktheid brengt”[4].

Wij hebben veel te lijden, zeggen de mensen. In handicaps en ziekten. In persoonlijke omstandigheden; zoals in het huwelijk of in het dagelijks werk.
En in heel veel gevallen is dat waar. U weet het zelf waarschijnlijk ook wel: er zijn periodes waarin de problemen bijkans de pan uitrijzen.
Even zo goed ligt er vaak nog een probleem onder. Dat is dit: massa’s mensen die zich christen noemen laten zich niet meer leiden. Hun situatie is: lijden, maar niet meer laten leiden.
En dat terwijl Jezus Christus Voorloper was. Dus: we kunnen gewoon achter Hem aan lopen.

Zo simpel is het. Heel veel mensen kijken verbijsterd en verdrietig naar hun lijden – alleen maar naar beneden dus. En als ze weer omhoog kijken, vragen ze verbluft: zeg, waar is die Man die voor ons aan liep nou gebleven?

De kwestie is:
* we moeten ons niet laten beheersen door het lijden.
* we moeten ons wel laten beheersen door de zekerheid.

We kijken dus naar wat God heeft gedaan. En via het geloof weten wij welke consequenties dat nu heeft, en wat het kenmerk van onze toekomst is.
Wij kijken naar het verleden; naar Christus.
Wij kijken naar het heden; wij dienen God met heel ons verstand en al onze krachten.
Wij kijken naar de hemel; wij weten dat Christus onze Pleitbezorger is.

In ons aardse leven komt onze God dus altijd op de eerste plaats te staan. Niet omdat we onszelf vergeten. Nee – om met Galaten 2 te spreken: Christus leeft in ons.

Jaren geleden al stond in het Nederlands Dagblad een artikel waarin professor M. te Velde, hoogleraar aan de Gereformeerd vrijgemaakte Theologische Universiteit, zei dat de kerken  eens goed naar zichzelf moesten kijken. Hij had het toen over “een fase van zelfbeproeving, loutering, catharsis [= geestelijke of lichamelijke reiniging, BdR] jezelf zien als door de ogen van God. De korsten breken weg, als God ons genadig is”[5].
Nu is het heel goed om onszelf bij tijd en wijle te beproeven.
Maar als het goed is betekent dat niet dat u en ik onze zielenroerselen uitgebreid gaan analyseren. We gaan ons afvragen hoe hecht onze relatie met Jezus Christus is. We willen zien hoe Gods Heilige Geest in onze harten werkt. Wij focussen niet op ons eigen geloof, maar op de Here Jezus Christus. Zelfbeproeving is dus:
* niet psychologisch
* maar pneumatologisch[6].

Eén ding nog.
Het is nu een dag of tien geleden dat we het Paasfeest vierden. Maar als het goed is galmen de juichtonen van die feestdagen nog na in ons leven.
Het is mede daarom dat ik tenslotte nog graag de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant P. Groenenberg aan het woord laat over de zekerheid van ons geloof.
“Christus’ opstanding geeft ons de zekerheid, dat het grote komt. De volle ontplooiing van al Gods schatten is in aantocht. Eenmaal zal God ons naar het recht van zijn verbond zetten in de zoonspositie. Want de Heer is waarlijk opgestaan”[7].

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 7 april 2006.
[2] 1 Corinthiërs 15:19.
[3] Hebreeën 6:19 en 20.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21.
[5] Het betreffende artikel is nog te vinden op http://www.nd.nl/artikelen/2004/augustus/07/verbondskinderen-leggen-rozen-bij-de-doopvont .
[6] Zie hierover ook: “Problematiek zekerheid van heil en geloof typisch voor moderne tijd”. In: Kruispunt, katern van het Reformatorisch Dagblad (donderdag 12 maart 2015), p. 4. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[7] Ds. P. Groenenberg, “Een Koninklijk Woord – Bijbels dagboek”. – Kampen: Uitgeverij Voorhoeve, © 1999; tweede druk. – p. 102 (6 april). Bij het schrijven van dit artikel heb ik dankbaar van dit dagboekstukje gebruik gemaakt.
Dominee P. Groenenberg leefde van 1946 tot 2005.

13 februari 2015

Storm

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Bijna tien jaar is het nu geleden[1].
Het gebeurde te Rouveen, op donderdagavond 9 februari 2006.
De Gereformeerd-vrijgemaakte hoogleraar M. te Velde sprak aldaar: “De boot schommelt nogal”.
De verdeeldheid is groot, maakte hij duidelijk. En de koersvastheid verdwijnt, zei hij. “Het wordt echt tijd om in onze kerken te zeggen: Kom op, wat is gereformeerd-zijn?”[2].

De boot schommelt nogal.
Laten we eerlijk zijn: dat is er in de Gereformeerde wereld laatste tien jaar niet veel beter op geworden.
Maar het helpt niet om het bij een dergelijke constatering te houden.

Professor Te Velde zei indertijd: “Omgaan met verschillen kunnen wij niet zo goed. We zijn heel sterk gericht op de waarheidsvraag. Wat is waar en wat is niet waar? We gaan zo snel op zoek naar het lek in het schip”.
Dat klopt.
En op de keper beschouwd is dat laatste maar goed ook. Het gaat namelijk om Gods Woord. Het gaat om een goede overdracht van heel Zijn boodschap. Het gaat, kortom, om de verkondiging van het Evangelie.
Omgaan met verschillen, dat kunnen Gereformeerden niet goed. Dat willen wij ook liever niet.
En als het dan toch moet, dan bewaken we de grenzen. Die grenzen worden door God Zelf aangegeven. In Zijn Woord. Maar dan moeten we wel nauwkeurig lezen en goed luisteren.
Er is grensbewaking. Als het goed is staan de bewakers op scherp. Als het om Gods blijde Boodschap gaat is dat niet meer dan logisch.

Intussen stormt het anno Domini 2015 nog altijd. De golven op de kerkzee zijn hoog.
Het is reuze gevaarlijk weer.
Veel kinderen van God hebben inmiddels een goed heenkomen gezocht in De Gereformeerde Kerken (hersteld). Anderen zochten een schuilplaats bij de Gereformeerde Kerken Nederland.
Maar het waait nog altijd. De deuren van allerlei kerken aan de wal klapperen. Er staat nog een zeer straffe wind.
Het is moeilijk om, varend op zee, op koers te blijven.
Wat dat betreft lijkt het wel wat op de situatie in Mattheüs 8.

Op de omstandigheden in de storm op het meer, om precies te zijn.
Die geschiedenis kent u wel.

De zee is onstuimig. De discipelen verkeren in nood.
En Jezus? Hij slaapt.
Uiteindelijk maken de discipelen hun Meester wakker.
Het slot van de perikoop meldt: “En Hij zeide tot hen: Waarom zijt gij bevreesd, kleingelovigen? Toen stond Hij op en bestrafte de winden en de zee, en het werd volkomen stil. En de mensen verwonderden zich en zeiden: Wat voor iemand is deze, dat ook de winden en de zee Hem gehoorzaam zijn?”[3].
Het gaat dus om gehoorzaamheid. En om geloof. Gereformeerden maken daar voor het gemak vaak één woord van: geloofsgehoorzaamheid.
Die storm op het meer wordt vermeld nadat Jezus tegen één van zijn volgelingen heeft gezegd: ‘volg Mij!’. Er staat: “Een ander echter, een van zijn discipelen, zeide tot Hem: Here, sta mij toe eerst heen te gaan en mijn vader te begraven. Maar Jezus zeide tot hem: Volg Mij en laat de doden hun doden begraven”[4].
Dat woord van Jezus gaat niet over overledenen.
Het gaat over springlevende mensen die Jezus Christus niet volgen. Geestelijk gezien zijn die mensen namelijk al dood.
Zo belangrijk is dat volgen.
Zo belangrijk is die geloofsgehoorzaamheid.

In een storm wordt vaak het werk van de Here zichtbaar.
Denkt u maar aan 2 Koningen 2: “Het geschiedde, toen de Here Elia in een storm ten hemel zou opnemen, dat Elia met Elisa uit Gilgal ging”[5]. En: “Alzo voer Elia in een storm ten hemel”[6].
We ontdekken in de storm soms ook iets van de strijd tussen God en Satan. Daar kunt u iets van zien in Job 1. Een boodschapper brengt daar het gruwelijke bericht van de dood van Jobs kinderen: “Uw zonen en uw dochters waren aan het eten en wijndrinken in het huis van hun broeder, de eerstgeborene, en zie, daar stak een zware storm op van over de woestijn, greep het huis bij de vier hoeken aan, en het viel op de jonge mensen, zodat zij stierven; ik alleen maar ben ontkomen om het u aan te zeggen”[7].
Maar we mogen weten dat God machtiger is dan wie of wat dan ook. Kijkt u bijvoorbeeld maar mee in Jesaja 29. Daar wordt het beleg van Jeruzalem door de Assyriërs aangekondigd. Als de nood het hoogst is zal de Here echter uitredding geven: “Maar de menigte uwer vijanden zal worden als fijn stof en de menigte der geweldenaars als wegstuivend kaf; onverwachts, plotseling zal het geschieden. Gij zult door de Here der heerscharen bezocht worden met donder, aardbeving en geweldig gedreun, wind, storm en verterende vuurvlam”[8].
In verband met de storm noem ik tenslotte ook Nahum 1: “Een naijverig God en een wreker is de Here, een wreker is de Here en vol van grimmigheid; een wreker is de Here voor zijn tegenstanders, en toornen blijft Hij tegen zijn vijanden. De Here is lankmoedig, doch groot van kracht, en de Here laat geenszins ongestraft. In wervelwind en storm is zijn weg, wolken zijn het stof zijner voeten”[9].

In de storm zien wij de strijd die in de hemelse gewesten gaande is.
In de storm zien wij Gods almacht.
Maar juist daarom is het belangrijk om in geloof onze Here Jezus Christus te volgen, in Zijn gang door de historie van kerk en wereld.

‘Volg Mij’, zegt de Here. Zijn stem klinkt boven de storm uit.
Hij geeft een dienstbevel.
Een dienstbevel met glorieuze gevolgen!

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op maandag 13 februari 2006.
[2] Zie: “’De boot schommelt’ – Zorgen om koers GKV”. In: Reformatorisch Dagblad (vrijdag 10 februari 2006), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Mattheüs 8:26 en 27.
[4] Mattheüs 8:21 en 22.
[5] 2 Koningen 2:1.
[6] 2 Koningen 2:11.
[7] Job 1:18 en 19.
[8] Jesaja 29:5 en 6.
[9] Nahum 1:2 en 3.

4 september 2014

De toekomst van de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Hoe ziet de kerk er in 2030 uit?

Dat is een vraag waarop wij, naar ik aanneem, allen het antwoord wel zouden willen weten[1].
Een paar jaar geleden waagde professor M. te Velde het om een toekomstvisie te ontvouwen. Te Velde is hoogleraar Nederlandse Kerkgeschiedenis na 1800, Kerkrecht en Gemeenteopbouw aan de Gereformeerd-vrijgemaakte Theologische Universiteit te Kampen. Hij sprak: “Alleen nadenken over de toe­­komst van de Gereformeerde Kerken is mij te smal. Ik zou graag willen dat in 2030 het gerefor­­meerde volksdeel verenigd is in een kerkengroep met een katho­­liek gereformeerde uitstraling naar binnen en buiten. Dat bete­­kent dat ik hoop op een beweging onder jonge mensen om andere christenen op te zoeken. Reële verschillen mogen daarbij ruimte krijgen, zonder dat we elkaar veroordelen. Als dat een loslaten van onze gereformeerde en Bij­­belse traditie betekent, zeg ik nee. Maar een goede verscheidenheid moet mogelijk zijn: bevindelijk gereformeerd, confessioneel gere­­formeerd en evangelisch gerefor­­meerd”[2].
Het is interessant om die zienswijze nog eens weer naar voren te halen.

Laat ik meteen maar eerlijk zeggen dat het, bij het lezen van dergelijke woorden, bij mij kriebelt. Anders gezegd: zo’n antwoord irriteert mij enigszins.

Wij moeten, zei de hoogleraar indertijd, verder kijken dan de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt).
Dat ben ik wel met hem eens.
Daarbij ga ik nu even voorbij aan het feit dat ik momenteel geen lid meer ben van een Gereformeerd-vrijgemaakte kerk. Maar het is heel goed om op het kerkplein rond te kijken. Zelf doe ik dat ook. Op deze internetpagina kunt u daar iets van zien.

Hoe dat zij – de vraag was indertijd: wat is de toekomst van de GKv?
Een echt antwoord daarop kwam er niet. Het ging over het gereformeerde volksdeel. En over een beweging onder jonge mensen. En over reële verschillen waar ruimte voor moet zijn.
Maar over de toekomst van de GKv ging het niet zozeer.

Het blijven actuele vragen: wat is de toekomst van de kerk? Meer precies: wat is de toekomst van de kerk van de Here?
Mijn antwoord luidt als volgt.
Er is toekomst als we de Bijbel goed lezen, en daaruit consequenties gaan trekken voor leer en leven. Er moet concrete prediking wezen. Het begrip ‘tucht’ moet geen vies woord zijn. Integendeel. We moeten over tucht en kerkelijke regels durven praten. Tucht moeten we toepassen. Niet omdat we mensen weggooien, maar omdat we Gods kinderen líefhebben. Zorgvuldigheid is belangrijk. Want de kerk is van God, en niet in de eerste plaats voor mensen. Als we zo leven, heeft de kerk aantrekkingskracht. Dan is er toekomst.

Professor Te Velde sprak indertijd over een vereniging in een kerkengroep. Hij zei: “Mijn gedachten gaan de laatste jaren steeds meer uit naar zoiets als een gereformeerde assemblee. Daar zouden de gereformeerde kerkverbanden elkaar kunnen vragen: ‘Hoe gaat het met je? Hoe staan jullie vandaag in de samen­­leving? Wat kunnen we samen doen’”.
De hoogleraar leek te denken: de kerkelijke achtergrond doet er niet zo toe; als je maar gebonden bent aan Christus.

Ik wil uitgaan van het omgekeerde: God verbindt Zich aan ons. “Deze heilige kerk wordt door God staande gehouden”, lees ik in de Nederlandse Geloofsbelijdenis. En: “Zo heeft de Heer gedurende de gevaarlijke tijd onder Achab zevenduizend mensen voor Zich bewaard”. Die kerk kunnen wij niet helemaal overzien. Per slot van rekening zijn wij maar kleine mensjes met een beperkt zicht. Maar de heilige kerk – “verbreid en verstrooid over heel de wereld” – is “met hart en wil samengevoegd en verenigd in eenzelfde Geest”[3]. Er is dus één God. En er is één kerk.
Wie dat bedenkt, kan, als u het mij vraagt, in zijn gedachten niet blijven staan bij een kerkengroep.

U kunt, geachte lezer, tegenwerpen dat zo’n kerkengroep als tussenstap interessant kan zijn.
Dat is, denk ik, waar. Maar als het gaat over de kerk moet er, denk ik, veel meer gebeuren.
Te Velde hoopt dat het kerkverband van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) in 2030 lid is van de ‘Kerkengroep Gereformeerden Samen op Weg’.
Schrijver dezes zou, anno Domini 2014, wat anders willen zien: één Gereformeerde kerk waar alle Gereformeerden zich bij voegen. Omdat die Gereformeerden zich, op grond van Gods Woord, daartoe geroepen weten.
Of is dit te simpel?

Ach, zo zegt u wellicht, leg de lat niet te hoog.
Misschien zegt u ook wel: professor Te Velde wilde bescheiden beginnen. Ach, wie weet wat er na 2030 nog gebeuren gaat.
En ik geef u toe dat bescheidenheid de mens siert.
Maar voorzichtigheid siert de kerk, denk ik, niet.
De sleutels van het koninkrijk der hemelen – de Evangelieverkondiging en de tucht – zijn in beheer van de kerk.
Bij mijn weten zijn er geen duplicaten van die sleutels.
En er zijn, strikt genomen, ook geen kopieën van de kerk.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik in maart 2010 schreef.
[2] Cees-Jan Smits, “Strijd tegen de versimpeling”. In: katern PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (12 maart 2010), p. 13. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.

20 december 2012

Echt Gereformeerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Gereformeerd: dat is een aanduiding die door hele volksstammen wordt gebruikt. Je zou haast zeggen dat er gereformeerden in soorten bestaan.
Er is dus alle reden om het begrip ‘gereformeerd’ ietwat nauwkeuriger te bezien[1].
Vandaag doe ik dat in zeven paragraafjes.

Schriftuurlijke samenhang
Wie de Schrift leest, leert gereformeerd denken[2]. Die Bijbellezer ziet namelijk de samenhang tussen de verschillende Bijbelteksten.
Er zijn wel mensen die suggereren dat we het lezen van de Bijbel niet te ingewikkeld moeten maken. Dat lijkt mij een drogredenering. De Here heeft ons in Mattheüs 22 geboden om hem met ál onze krachten te dienen. En daar is het verstand bij inbegrepen[3].
Vandaag de dag wordt nog wel eens geklaagd over de fragmentarisering van het leven.
Gereformeerden hebben daar over het algemeen niet zoveel last van. Zij kennen zowel het Oude als het Nieuwe Testament.
Het Nieuwe Testament is, om zo te zeggen, het boek van de vervulling. Daarin wordt voortgebouwd op het Oude Testament.
De Here is Koning. Hij heeft alle recht om gediend en geëerd te worden. Het gaat in het O.T. vaak over de dag des Heren: een dag van verlossing, maar ook van oordeel. Het volk Israël komt in beeld. Maar ook heel veel andere naties komen in ons blikveld.
Er zit vóórtgang in de Bijbel. Het gaat van de profeten naar Christus en naar Zijn Heilige Geest.
De Bijbel is dus een dynamisch boek.
Er gebeurt van alles in.
Er wordt een lijn uitgetekend.
Er zit een Boodschap voor de wéreld in.

Gods vólk
Daarom beschouwen gereformeerden Gods Woord niet enkel als een Boek van individueel nut.
Massa’s druk pratende christenen hebben het over ‘mijn Heiland’. En over ‘mijn Vader’. En over het innige contact dat zij zélf met God hebben. En over het feit dat de Here hun hart vult.
Dat klinkt goed.
Solide.
Maar daarbij wordt niet zelden vergeten dat de Here een volk om Zich heen verzamelt.
Paulus schrijft aan de Corinthiërs: “Weet gij niet, dat gij Gods tempel zijt en dat de Geest Gods in u woont?”[4]. De geméénte in Corinthe moet beseffen dat zij een tempel van God is: al die christenen zijn samen één tempel. De christenen vormen in gezamenlijkheid de woonplaats van de Heer.

Gods volk vandáág
Gods volk luistert naar het Evangelie. Dat doet zij in 2012. En dat zal, Deo Volente, in 2013 ook wel zo wezen.
Vanouds heeft de kerk altijd aandacht gehad voor haar omgeving. Iemand schreef: “Gereformeerd denken heeft de eeuwen door ook sterk oog gehad voor de tweeslag van schepping en herschepping. Niet alleen maar de herschepping (dat God door Zijn Geest Zijn genade in je leven uitwerkt), maar ook de Schepping: dat God deze werkelijkheid waarin wij leven, geschapen heeft”.
Onze herschepping vindt plaats in de schepping. Creatie en re-creatie zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden.
Daarom moeten we er voor zorgen dat Gereformeerde publicaties niet tijdloos worden. Gereformeerden van onze eeuw moeten in deze tijd voor Gods aangezicht leven.
Daarom moeten Gereformeerde dominees, en alle andere voorgangers in de kerken, ervoor zorgen dat preken en gebeden altijd een duidelijke link naar de samenleving hebben. De Bijbel, het jaarboekje van de kerk en de krant behoren, om het zo uit te drukken, naast elkaar op tafel te liggen.

Gods Woord open
Gereformeerden hebben aandacht voor héél Gods Woord. Daarom zijn kerkmensen – als het goed is – niet zo vatbaar voor allerlei, al of niet theologische, modegrillen. Als zij op alle bevliegingen reageren wordt de kerk een supermarkt met voor elk wat wils. En dat kan de bedoeling niet wezen.
De mensen staan in de kerk niet op de voorgrond. De Here staat vooraan.
En steeds weer wordt de vraag gesteld: wat wil Hij dat wij doen zullen?
Als de kerk zich concentreert op het beantwoorden van die vraag, worden de verschillen tussen kerkmensen minder belangrijk. Het lijkt bijna een gouden regel in de kerk:
als er vaak naar onderlinge verschillen gekeken wordt, komt er navenant minder aandacht voor de inhoud van Gods Woord en de consequenties daarvan voor het gereformeerde leven.
In februari 2006 hield de Gereformeerd-vrijgemaakte professor dr. M. te Velde in het Overijsselse Rouveen een lezing onder de titel: ‘Met overtuiging gereformeerd voorwaarts!’. Tijdens die avond zei de hooggeleerde: “Omgaan met verschillen kunnen wij niet zo goed. We zijn heel sterk gericht op de waarheidsvraag. Wat is waar en wat is niet waar? We gaan zo snel op zoek naar het lek in het schip”[5].
Zo’n constatering klinkt mij te ‘menselijk’. Laten we maar als vuistregel aanhouden: als er in de kerk uitgebreid wordt gesproken over het omgaan met verschillen, gaat de Bijbel langzaam dicht. En u begrijpt: dat is gevaarlijk!

Gereformeerden en evangelischen
a
Gereformeerden hebben aandacht voor héél Gods Woord[6].
Dat schreef ik hierboven.
Daarin verschillen gereformeerden nogal met evangelischen. De laatstgenoemde groepering beschouwt Bijbelteksten nogal eens als losse teksten; de eenheid van Gods Woord wordt niet vaak aangewezen.
b
Gereformeerden zijn zich er van bewust dat zij Gods vólk zijn. Dat noteerde ik ook. Die eenheid komt naar voren in structuren. In belijdenissen. En in ambten.
Bij evangelischen staan de gemeenten nogal eens op zichzelf. Gereformeerden laten zien dat zij samen optrekken, achter de Here aan. Die gezamenlijkheid is overal te zien. Tot in organisatiestructuren toe.

Schriftuurlijke verwachting
De theoloog Isaäk van Dijk (1847-1923) schreef eens een artikel over de vraag: wat is gereformeerd? Van Dijk was een zeer geleerde heer. Tussen 1883 en 1917 was hij hoogleraar in de theologie te Groningen. In zijn tijd typeerde K. Schilder Van Dijk als een “een fijne geest (…), een man van zeldzame distinctie en van prachtige zeggingskunst”[7].
Professor Van Dijk merkte op dat het wóórd ‘gereformeerd’ niet in de Bijbel voorkomt. Maar, zo noteerde de hooggeleerde er bij, de zaak komt in Gods Woord vaak langs. Van Dijk wees op Job. Dit kind van God raakt alles kwijt. En zelfs zijn leven komt in gevaar. Van Dijk legde de vinger bij Job 13: “Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen”[8].
Dat is Gereformeerd, zei de hoogleraar. Zijn bedoeling was klaarblijkelijk: wie – in alle omstandigheden van zijn leven – alles van God verwacht, is echt Gereformeerd[9].

Terug naar Gods Woord
Tenslotte: de Gereformeerd-vrijgemaakte professor C. Trimp (1926-2012) had maar weinig woorden nodig om uit te leggen wat gereformeerd is: “al wat Schriftuurlijk is, is gereformeerd”[10].
Laten wij het onszelf dus maar niet te moeilijk maken, en altoos terugkeren naar de Heilige Schrift!

Noten:
[1] Gisteren, woensdag 19 december 2012, deed ik dat ook al. Het betreffende artikel is getiteld ‘Herkenbaar gereformeerd’. Het is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2012/12/19/herkenbaar-gereformeerd/ .
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van: Ds. C. van Duijn, “Wat is gereformeerd denken?”. In: De Waarheidsvriend, donderdag 19 juni 2008, p. 6 en 7. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail.jsp?sourceid=1011&uid=00000000012e4e6c2f2609bd1637387f&docid=4 .
[3] Zie Mattheüs 22:37-40: “Hij zeide tot hem: Gij zult de Here, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand. Dit is het grote en eerste gebod. Het tweede, daaraan gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten”.
[4] 2 Corinthiërs 3:16.
[5]  “De boot schommelt”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 10 februari 2006, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/share.jsp?uid=00000000012dc1684d379c47baae15be&sourceid=1011 .
[6] In het onderstaande gebruikte ik onder meer: “Kritisch tegenover zwakheden evangelischen”. In: Reformatorisch Dagblad, vrijdag 13 november 2009, p. 2.  Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail.jsp?sourceid=1011&uid=00000000012dbd141234664b6df9cde0&docid= 37 .
[7] Zie: K. Schilder, “Verzamelde werken 1917-1919” (ed. Willem van der Schee). – Barneveld:  Uitgeverij De Vuurbaak, 2004. –  p. 329. Ook te vinden op http://www.dbnl.org/tekst/schi008verz01_01/schi008verz01_01_0078.php . Zie voor meer informatie over professor Van Dijk http://kranten.kb.nl/view/article/id/ddd%3A010008223%3Ampeg21%3Ap001%3Aa0007 .
[8] Job 13:15 a.
[9] Zie: Kol-ommetje “Gereformeerden”, door Aa. In: Gereformeerd Weekblad, vrijdag 15 december 1989, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail.jsp?sourceid=1011&uid=00000000012eac4aa1d44fa2f7f39f6c&docid=43 .
[10] C. Trimp, “Wat is gereformeerd”. – Goes: Oosterbaan &  Le Cointre, 1964. – p. 33. Geciteerd via http://www.gereformeerdekerkblijven.nl/wp/?page_id=406 .

Blog op WordPress.com.