gereformeerd leven in nederland

6 december 2018

Kom naar de kerk!

“En toen ​Jezus​ uit het schip ging, zag Hij een grote menigte en was innerlijk met ontferming bewogen over hen, want zij waren als schapen die geen ​herder​ hebben; en Hij begon hun veel dingen te onderwijzen”.
De bovenstaande woorden uit Marcus 6 vormen de inleiding tot de wonderbare spijziging van ongeveer vijfduizend mannen[1]. We weten niet of Marcus de vrouwen en kinderen bij die telling heeft gerekend. Hoe dat zij, er komen heel wat mensen op af!

Jezus is hevig geëmotioneerd. Dat verraadt ook het Griekse woord dat gebruikt wordt; plagchnizomai is afgeleid van een woord dat ‘ingewanden’ betekent. Het gaat Jezus door merg en been. Zijn hele lichaam protesteert klaarblijkelijk bij de aanblik van zoveel stuurloze mensen!

Stuurloos?
Gods volk gaat, mogen wij toch wel aannemen, met een zekere regelmaat naar de tempel? Israël is in Jezus’ aardse tijd geen losgeslagen boel. Hoezo stuurloos?
De kwestie is dat de Israëlieten geen Geestelijke leiding krijgen. Met andere woorden: zij worden niet bij de Here gebracht.
Zij worden gebonden aan menselijke vindingen, aan menselijke regeltjes. Zij krijgen te maken met religieuze criteria die kerkleiders netjes en aanvaardbaar vinden.
Edoch, Geestelijke voeding krijgen de Israëlieten niet.

Die term ‘schapen die geen herder hebben’ is ontleend aan Numeri 27. Daar spreekt Mozes over de overdracht van de leiding van Israël aan een opvolger: er is iemand nodig “die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan, opdat de gemeenschap van de HEERE niet zal zijn als schapen die geen ​herder​ hebben”[2].
Wat voor een volk ziet Jezus in Marcus 6?
Daar ziet Hij een natie die iemand mist die voor hen uitgaat en die voor hen ingaat, en die hen doet uitgaan en die hen weer doet ingaan. Er is, anders gezegd, niemand die de gelovigen leert om de God van hemel en aarde bij heel het leven te betrekken.

Dat laatste is trouwens iets van alle tijden.
Het is zeker ook actueel in het jaar 2018.
In onze tijd komt heel wat religie over ons heen. Velen, zeer velen vertellen ijverig over het Woord van God. Echter, als het gaat over de consequenties in het dagelijks leven wordt ‘Voorzichtig!’ het adagium.
Want ach – zo lijkt men te redeneren – er zijn zoveel verschillende mensen. Er zijn zoveel verschillende situaties. Er zijn zoveel verschillende moeilijkheden. Een echte toepassing kun je niet maken. Want die schiet te vaak langs onze persoonlijke levens. De toepassing past maar zelden op het concrete leven van alledag… Ziet u het probleem?
In Marcus 4 spreekt Jezus, in verband met de gelijkenis van de zaaier, over mensen die “geen wortel in zichzelf hebben, maar zij zijn mensen van het ogenblik; als er later verdrukking of vervolging komt omwille van het Woord, struikelen zij meteen”[3].
Daar zit een gevoelig punt.
Het Woord moet in ons leven wortelen. Het Woord moet bij allerlei gebeurtenissen in ons bestaan gebruikt worden – concreet en oprecht. Herders kunnen en moeten dat stimuleren, ook vandaag.

Wij zouden kunnen opmerken dat in Marcus 6 een grote massa mensen ongeorganiseerde mensen naar Jezus staat te luisteren. En ja, al die mensen luisteren in elk geval.
Kunnen we nu zonder hartzeer zeggen dat je niet zo nodig naar de kerk hoeft te gaan? Kunnen we zeggen dat het simpelweg naar Jezus luisteren voldoende is?
Nee, dat kunnen wij niet.
Dat is te makkelijk.
Waarom? Antwoord: de mensen moeten naar Jezus toe komen; wie thuis in zijn stoel blijft zitten, doet het Woord tekort.
Laat ik u op Marcus 1 wijzen: “En zij kwamen in Kapernaüm; en op de ​sabbat​ ging Hij meteen naar de synagoge​ en gaf Hij onderwijs”[4]. Ziet u dat? Jezus preekt in de kerk!
Laten we ook elkaar attenderen op Marcus 2: “En Hij vertrok weer naar de zee; en heel de menigte kwam naar Hem toe, en Hij onderwees hen”[5].
Ook is de inzet van Marcus 4 te noemen: “En Hij begon weer onderwijs te geven bij de zee; en er verzamelde zich een grote menigte bij Hem, zodat Hij in een schip ging zitten, op zee; en heel de menigte was op het land aan de zee”[6].

Wij moeten ook vandaag naar Jezus toe komen. Naar de kerk, betekent dat.
Wij belijden het in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil. Daarom moet ieder zich bij haar voegen en zich met haar verenigen. Zo wordt de eenheid van de kerk bewaard; men onderwerpt zich aan haar onderwijzing en tucht, buigt de hals onder het juk van Jezus Christus…”[7].
Ook in onze tijd is die belijdenis nog volop relevant.

Wat kan het moeilijk zijn om de stap naar de kerk te nemen!
Vele, vele zich Gereformeerd noemende mensen zijn verontrust over bepaalde ontwikkelingen in het Nederlandse kerkelijke leven. Graag roep ik zulke mensen op om niet voortdurend verontrust te blijven. Kom naar een Gereformeerde Kerk; daar vindt u rust!

Daarbij moeten we ons haasten om een bede te noteren: laat onze God – de God die wonderen kan doen – bij elkaar brengen wat bij elkaar hoort!
U begrijpt het wel: schrijver dezes denkt hierbij met name aan De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) en de Gereformeerde Kerken Nederland (GKN).

Het werd hierboven al geschreven: in Marcus 6 vindt een wonderbare spijziging plaats. Zeg maar gerust: een miraculeus feestmaal. Dat fysieke feestmaal is nog maar het begin. Er komt een hemelse maaltijd, met ongekende spijzen.
Laten we ons daar in de kerk maar op voorbereiden. Laten we ons er maar op verheugen. Wat zal het daar heerlijk wezen!

Noten:
[1] Marcus 6:34.
[2] Numeri 27:17.
[3] Marcus 4:19.
[4] Marcus 1:21.
[5] Marcus 2:13.
[6] Marcus 4:1.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.

6 september 2018

Uit beeld geschoven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Niet zo lang geleden las ik een vraaggesprek met Annemarie Heite.
Op televisie treedt Annemarie regelmatig op als de woordvoerder van Groningers die door aardbevingen gedupeerd zijn.
In het Nederlands Dagblad zei zij: “Mijn strijd tegen onrecht komt voort uit mijn geloof. Jezus ging naar de hoeren en tollenaars – mensen die met de nek werden aangekeken. Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant. Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”[1][2].

Daar staat het. Zomaar. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is: “Of Hij letterlijk de zoon van God was, vind ik niet zo interessant”.

Dat statement brengt ons onmiddellijk bij de Heidelbergse Catechismus. Bij Zondag 13 bijvoorbeeld.
Daar staat het volgende.
“Waarom wordt Christus de eniggeboren Zoon van God genoemd? Wij zijn toch ook Gods kinderen?
Antwoord:
Omdat alleen Hij de eeuwige en natuurlijke Zoon van God is. Maar wij zijn om Christus’ wil uit genade tot Gods kinderen aangenomen.
Waarom noemt u Hem onze Here?
Antwoord:
Omdat Hij ons met lichaam en ziel, niet met goud of zilver, maar met zijn kostbaar bloed van al onze zonden vrijgekocht en uit alle macht van de duivel verlost heeft. Zo heeft Hij ons tot zijn eigendom gemaakt”[3].

Dat citaat uit de Heidelbergse Catechismus zet ik hier in extenso neer. Want die aanhaling maakt aanstonds duidelijk dat het, om in de terminologie van Annemarie Heite te blijven, wel degelijk interessant mag heten dat Christus de Zoon van God is.
Om voor onze zonden te kunnen betalen moest Christus echt mens en echt God wezen.
Wie dat niet van betekenis vindt, kijkt willens en wetens aan zijn of haar verlossing voorbij.

Want die betekenis is er wel.
Het is heel goed om vanuit het geloof te werken. Het is mooi om, samen met anderen, te werken aan goede oplossingen voor een groot probleem.
Nee, die oplossing komt er meestal niet van de ene op de andere dag. Niet zelden is er sprake van vertraging. Er is vaak sprake van tegenwerking. Onweerstaanbaar komt er dan ook de frustratie. En de woede. Dan worden er dingen gezegd die men beter vóór zich had kunnen houden. Er worden dingen gedaan die, bijvoorbeeld, beter nog even uitgesteld hadden kunnen worden; soms is zelfs afstel op zijn plaats.
Met name op die momenten komt de Heiland in beeld. Want kinderen van God weten: Jezus Christus is ook voor deze zonden gestorven. De Heiland heeft ook voor deze zonden betaald.
Kijk, dan is de frustratie dragelijker. Dan zakt de woede makkelijker weg. Vervolgens kan het werk met nieuwe energie aangepakt worden.
Dan kun je met nieuwe moed de toekomst in. In deze wereld blijft het vaak bij friemelen en frunniken. Maar ondanks dat menselijk gepeuter en gepulk brengt de God van hemel en aarde Zijn kinderen naar een schitterende toekomst. Is dat niet prachtig?

Heeft u ondertussen begrepen dat Annemarie Heite bijna nonchalant het hart uit het Evangelie wegsnijdt? De Heiland wordt zachtkens uit beeld geschoven.

De uitspraken van Annemarie brengen ons vervolgens ook naar de rand van de samenleving.

Jezus ging naar de hoeren en tollenaars, zo wordt gezegd.
En dat is waar.
Jezus ging onder meer naar de mensen die niet zo in tel waren. Naar de mensen die men het liefst negeerde.
Tegenwoordig haalt men dat gegeven gaarne naar voren. Wij moeten naar de drugsverslaafden, zegt men dan. Naar de zwervers. Naar de mensen die aan de zelfkant van de maatschappij leven. Jezus ging daar toch ook heen?
Ja, dat laatste is waar.
Maar daarmee is zeker niet alles gezegd.
Leest u maar even mee in Marcus 2: “En toen de ​schriftgeleerden​ en de ​Farizeeën​ Hem zagen eten met de ​tollenaars​ en zondaars, zeiden zij tegen Zijn discipelen: Waarom eet en drinkt Hij met de ​tollenaars​ en zondaars? En toen ​Jezus​ dat hoorde, zei Hij tegen hen: Wie gezond zijn, hebben geen dokter nodig, maar wie ​ziek​ zijn. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars”[4].
Dat laatste is een hint voor de Joodse kerkleiders. Ook zij moeten erkennen dat zij zondaars zijn.
Ja – wij allen moeten het toegeven: wij zijn zondig, tot in het diepste van ons bestaan!
Wij hebben allen de Dokter nodig.

Jezus ging onder meer naar de hoeren en tollenaars. Dat zal waar wezen.
Maar Hij kwam naar de aarde voor iedereen. Voor tollenaars en voor dure types. Voor hoeren en voor zorgzame moeders. Voor zwervers en voor stoere vaders.
Wat mij betreft haalt Annemarie die hoeren en tollenaars wel wat snel van stal.

Tenslotte nog dit.
“Ik wil leven in zijn geest om zo mensen te helpen, al is het maar een klein beetje”, zegt Annemarie.
Zij wil leven in de geest van Jezus Christus.
Dat is, op zichzelf genomen, heel mooi.
Maar een dergelijk getuigenis krijgt een wat onbestemd kleurtje als de kern van Gods blijde Boodschap bijna en passant wordt weggewuifd.

Noten:
[1] “Ik ben bang voor een grote klapper” – zomerportret van Annemarie Heite. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 18 augustus 2018, p. 6 en 7.
[2] Aan de uitspraken van Annemarie Heite in het Nederlands Dagblad besteedde ik ook aandacht in mijn artikelen ‘God is almachtig’ en ‘Het goddelijke in jezelf…?’, achtereenvolgens hier gepubliceerd op dinsdag 4 en woensdag 5 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/04/god-is-almachtig/ en https://bderoos.wordpress.com/2018/09/05/het-goddelijke-in-jezelf/ .
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 13, vragen en antwoorden 33 en 34.
[4] Marcus 2:16 en 17.

7 juni 2018

Bij God zijn alle dingen mogelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die dingen die wij wel graag zouden willen realiseren, maar waarvan wij weten dat ze misschien nimmer werkelijkheid kunnen worden.
Misschien wilt u uw leven overdoen, om dan bepaalde dingen anders en beter aan te pakken.
Misschien zou u graag een grote reis maken, terwijl u best weet dat dat in uw situatie niet kan.
De kerkelijke verdeeldheid zou met onmiddellijke ingang opgeheven moeten worden.
Vele, vele romans zijn er waarin het thema ‘onmogelijke liefde’ centraal staat.
En zo is er nog veel meer.

Er zijn heel wat van die onmogelijkheden die stil verdriet kunnen geven.
Ach, er is mee te leven.
Maar je draagt het altijd mee, jouw hele leven lang.

Peinzend over dit thema dacht ik aan Marcus 10: “Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk”[1].

Is dat geen dooddoener?
Verandert de zaak daarmee vandaag, in deze wereld?

Die woorden staan dus in Marcus 10.
Daar gaat het over een jongeman die heel rijk is. Alles kan hij kopen. Hij heeft aan niets gebrek.
En wat nog mooier is: hij heeft zijn leven lang naar de geboden van God geleefd. Hij heeft zich er keurig aan gehouden. Hij heeft het, kort samenvattend, netjes gedaan. Wat je noemt een voorbeeldig kerklid!

Jezus kijkt hem liefdevol aan.
De genegenheid tussen beide mannen is bijna voelbaar. Jezus Christus gunt deze jongeman werkelijk het állerbeste. Hij gunt hem een plaats in de hemel.
Maar nu is er nog één ding nodig.
Jezus zegt: “Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het ​kruis​ op en volg Mij”[2].

Daar wordt de jongeman uiterst treurig van. Ronduit verdrietig.
Moet uitgerekend hij nu zijn hele hebben en houden verkopen?
En trouwens – betekent dit nu eigenlijk dat wij allemaal op sinaasappelkistjes moeten gaan leven?

Waar het om gaat is dit:
* is de rijke jongeman bereid om alle rijkdom eraan te geven, om Jezus Christus te volgen?
* zijn wij bereid om al onze vragen en problemen opzij te zetten om samen met God de toekomst in te gaan?

Voor de discipelen klinkt dat irreëel.
Alles aan de kant voor Jezus?
Nou ja, laten we wel wezen: als het zo staat, dan komt er toch helemaal niemand in de hemel?

Jezus zegt: “…bij God zijn alle dingen mogelijk”.
De God van hemel en aarde kan deze vermogende jongeman zo ver brengen dat hij zijn eigen vermogen tot € 0,00 reduceren gaat.
Maar we kunnen dit zeker ook beschouwen als algemeen geldend: mensen zijn voor hun behoud volledig op de genade van God aangewezen. Als God het wil, kan Hij Zijn macht gebruiken om voor kapotte en zondige mensen toch een plaats in de hemel te creëren.

Dit alles inmiddels zo zijnde zitten we nog steeds met die onmogelijkheden waarmee dit artikel begon.
Dit aardse leven kent zijn beperkingen.
U had nog zo graag dit of dat willen doen…
Jij verlangt zo vurig naar…, en dat is onrealiseerbaar; hoe graag je dat ook wilt, het wordt – althans in de komende tijd – helemaal niks. En eigenlijk vind je dat heel verdrietig. Wat moet je ermee?

Laten we eerst bedenken dat God soms langs wegen gaat die wij niet overzien. Gebeurtenissen die totaal onmogelijk leken, vinden soms tóch plaats. Op een onverwachte manier. Op een wijze die wij niet hadden bedacht.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Daarom zeg ik: hoop doet leven. En ook: jij hoeft jouw ideaal niet zonder meer los te laten.

Laten we vervolgens ook overwegen dat Gods Zijn genade geeft in alle omstandigheden van het leven.
Hij geeft de kracht om met het onmogelijke te leven. Hij geeft de energie om teleurstelling, verdriet of zelfs wanhoop in dit aardse bestaan niet de boventoon te laten voeren.

Want altijd geldt dat bekende woord uit Johannes 14, waar Jezus zonder omwegen zegt: “Laat uw ​hart​ niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”[3].

Alle kinderen van God krijgen gegarandeerd een plaats in de hemel.
Wie zich dat realiseert, zal minder moeite hebben om de mogelijkheden én de onmogelijkheden van het aardse leven los te laten.

Noten:
[1] Marcus 10:27.
[2] Marcus 10:21.
[3] Johannes 14:1, 2 en 3.

23 maart 2018

Wasdom van wantrouwen?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De kerk gaat kapot aan wantrouwen.

Tenminste, zo lijkt het maar al te vaak.
In de kerk gebeurt van alles. Er wordt over heel veel dingen gecommuniceerd. Massa’s mensen vragen zich af of het wel goed gaat in de kerk. Wordt er wel recht gedaan?

Wie naar al dat gekrioel kijkt, heeft de neiging om te zeggen: in de kerk bemoeit iedereen zich met iedereen. Als de gang van zaken niet welgevallig is, gaat men ijverig aan het werk met bezwaarschriften.

De kerk lijkt soms als twee druppels water op de wereld. Immers, daar is wantrouwen aan de orde van de dag.
Over de wereld gesproken… neem nou die PVV-kandidaat die via Twitter bekendmaakte: “Beste Volger, Ik Rob Jansen, zal me na de verkiezingen afsplitsen mocht ik gekozen worden. Dit omdat de PVV Utrecht er te gematigd in gaat. Deel dit”[1][2].
Het vertrouwen sijpelt uit de wereld weg. Wat? Het stroomt eruit!
Welnu – in de kerk moet het toch geheel anders gaan?

Is er nog wel hoop voor de kerk?
Jazeker.
Toch wel.

Alleen maar – dan moeten wij niet naar mensen kijken.
Wij moeten de blik op onze Heiland richten!

Graag wijs ik u vandaag op woorden uit Marcus 10: “Zie, wij gaan op ​naar Jeruzalem​ en de Zoon des mensen zal aan de overpriesters en de ​schriftgeleerden​ overgeleverd worden, en zij zullen Hem ter dood veroordelen en Hem aan de heidenen overleveren. En zij zullen Hem bespotten en Hem ​geselen​ en Hem bespuwen en Hem doden; en op de derde dag zal Hij weer opstaan”[3].

Dat is de derde aankondiging van het lijden.

Let u erop dat er ook staat: “En zij waren onderweg en gingen ​naar Jeruzalem​ en ​Jezus​ ging hen voor; en zij waren verbaasd en terwijl zij Hem volgden, waren zij bevreesd”[4].
Jezus gaat voorop.
De discipelen volgen schoorvoetend.
Erger nog: ze zijn verbijsterd.
Ontzet.
Bang.
Gaat hun Heer nu recht op een aanslag van de Farizeeën af? Dat doe je toch niet? Je solliciteert toch niet naar je dood? Waar gaat het toch heen in deze wereld?

Het gaat naar Jeruzalem.
Preciezer: de Heiland gaat naar Jeruzalem. In grote trouw doet Hij wat Zijn Vader van Hem vraagt. Hij gaat Zijn kinderen loskopen uit de macht van de duivel. Hij kiest de Zijnen uit. Hij roept die allen.
Jezus Christus gaat de weg die Zijn Vader hem wijst. Jezus weet precies wat er gebeuren gaat. Onze Heer gaat vol vertrouwen verder!

De discipelen snappen er niets van.
Zij gaan discussiëren over de plaats die zij in de hemel zullen krijgen. Ze willen wel graag een mooie plaats. En als het even kan graag de allermooiste!

Het lijkt 2018 wel. Immers, ook vandaag maken heel wat kerkmensen zich tamelijk druk over onbenullige dingen.
We praten uren met elkaar. We typen lange documenten, want de computer zegt nooit ‘stop!’.
En al doende sijpelt ons vertrouwen in elkaar onder de kerkdeur door. Weg is ‘t!

Intussen mogen we nooit – inderdaad: nooit! – afleren om onze Heiland volledig te vertrouwen.
Hij weet in Marcus 10 al precies wat er gebeuren gaat: bespotting, geseling, kruisiging, dood, begrafenis…. en opstanding. Jazeker: opstanding.
De weg van de Heiland is uitgestippeld. Nee, daar heeft Hij geen planoloog voor nodig. Want Jezus Christus weet: uiteindelijk zal Ik triomferen over de dood!

Daar gaat het om, in de kerk.
Nu weten we: Hij heeft ons uit de klauwen van de duivel gered. Niemand kan ons bij onze Heiland wegtrekken.
Om het met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te zeggen: “Daarom zegt de Schrift ons, als zij (…) dit gebrek aan vertrouwen van ons wil wegnemen, dat Jezus Christus in alle opzichten aan zijn broeders is gelijk geworden, opdat Hij een barmhartig en getrouw Hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen. Want doordat Hij zelf in verzoekingen geleden heeft, kan Hij hun die verzocht worden, te hulp komen (Hebreeën 2:17 en 18). En om ons nog meer moed te geven om tot Hem te gaan, zegt de Schrift verder: Daar wij nu een grote Hogepriester hebben, die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden”[5].

Gebrek aan vertrouwen – dat is iets van alle tijden.
Gebrek aan vertrouwen in de macht van onze God – ja, dat komt in alle eeuwen voor.

In een wereld vol achterdocht en argwaan moeten we er ons in trainen om te vertrouwen op onze God!

Gaat de kerk kapot aan wantrouwen?
Nee, toch niet.
Wij mogen instemmen met de Dordtse Leerregels: “Intussen getuigt de Schrift dat de gelovigen in dit leven tegen allerlei zondige twijfel te strijden hebben en in zware aanvechting dit volle geloofsvertrouwen en deze zekerheid van de volharding niet altijd voelen. Maar God, de Vader van alle vertroosting, laat hen niet boven vermogen verzocht worden, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen en Hij maakt door de Heilige Geest hen weer zeker van de volharding”[6].

Weet u wat Jezus in Marcus 10 ook zegt?

“U weet dat zij die geacht worden leiders te zijn van de volken, heerschappij over hen voeren, en dat hun groten macht over hen uitoefenen. Maar zo zal het onder u niet zijn; maar wie onder u belangrijk wil worden, die moet uw dienaar zijn. En wie van u de eerste zal willen worden, die moet dienaar van allen zijn”[7].

Dat moeten wij in de kerk maar wat vaker bedenken.
Zeker in de lijdenstijd!

Noten:
[1] Geciteerd van @robjansen_pvv ; geraadpleegd op donderdag 15 maart 2018.
[2] Overigens verscheen op vrijdag 16 maart jl. de volgende tweet van Rob Jansen: “Beste na overleg en er een nachtje over geslapen te hebben, stop ik met mijn activiteiten ik stap op. Ik wens de pvv een goede vaart”.
[3] Marcus 10:33 en 34.
[4] Marcus 10:32 a.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 26.
[6] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikel 11.
[7] Marcus 10:42, 43 en 44.

1 maart 2018

De verheerlijking in Marcus 9

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De verheerlijking op de berg is, wat mij betreft, een ietwat merkwaardig Schriftgedeelte.
Wij lezen er over in Marcus 9.

Jezus nam “Petrus​ en ​Jakobus​ en ​Johannes​ mede en leidde hen een hoge berg op, hen alleen. En zijn gedaante veranderde voor hun ogen, en zijn klederen werden schitterend, hel wit, zoals geen voller op aarde ze kan maken. En hun verscheen ​Elia​ met ​Mozes​ en zij waren in gesprek met ​Jezus. En ​Petrus​ antwoordde en zeide tot ​Jezus: ​Rabbi, het is goed, dat wij hier zijn, laten wij drie ​tenten​ opslaan, voor U een, en voor ​Mozes​ een, en voor ​Elia​ een. Want hij wist niet, wat hij antwoorden moest, want zij waren zeer bevreesd. En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en er klonk een stem uit de wolk: Deze is mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem. En opeens, rondkijkende, zagen zij niemand meer bij zich dan ​Jezus​ alleen”[1].

Opeens is Elia daar.
En Mozes.
Zij praten met Jezus.
Wat voor wonderlijks gebeurt er eigenlijk op die berg?

De discipelen krijgen een indruk van de hemelse heerlijkheid. Meer dan een impressie is het overigens niet. Voor de hemelse realiteit hebben we op aarde immers geen toereikende omschrijvingen. In de verste verte niet!
Jezus krijgt, om zo te zeggen, een hemels lichaam. Jezus’ hemelse majesteit wordt zichtbaar gemaakt voor zijn leerlingen. Vooraanstaande broeders uit het Oude Testament zijn in volle glorie aanwezig. Een zeer bijzondere gebeurtenis!

Er wordt een gesprek gevoerd.
Waar spreekt men over?
Lucas vertelt het ons in hoofdstuk 9: “Dezen, in heerlijkheid verschenen, spraken over zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen”[2]. Het gaat dus over het lijden, het sterven en de opstanding van Jezus.

Petrus wil de magnifieke glorie, die hij hier ziet, gaarne vasthouden.
Daarmee gaat hij voorbij aan het feit dat de woorden die Jezus over Zijn lijden en opstanding heeft gesproken nog niet in vervulling zijn gegaan.
Maar ach, eigenlijk weet Petrus niet wat hij van deze situatie zeggen moet. Wat kun je als aards mens aanvangen met Jezus in werkelijk oogverblindend schitterende kleren? Hoe reageer je op een gesprek dat Jezus voert met twee Oudtestamentische broeders die je nog nooit hebt gezien en die je nu toch kent? Sommige mensen zouden er sprakeloos van worden. Maar Petrus gooit er van alles uit…

Waarom krijgen de discipelen dit inkijkje?
Dat staat er ook bij: “En er kwam een wolk, die hen overschaduwde, en er klonk een stem uit de wolk: Deze is mijn Zoon, de geliefde, hoort naar Hem”[3].
Later zal Petrus schrijven: “Want wij zijn geen vernuftig gevonden verdichtsels nagevolgd, toen wij u de kracht en de komst van onze Here ​Jezus​ ​Christus​ hebben verkondigd, maar wij zijn ooggetuigen geweest van zijn majesteit”[4].
Jezus Christus wordt hier aangewezen als Degene die voorop gaat in de wereld. Petrus, Jacobus en Johannes krijgen de boodschap: luister naar Jezus en volg Hem waar Hij ook gaat!

Luister naar Jezus Christus – veel meer wordt er niet gezegd.
Er komt geen lange uiteenzetting over Christus’ lijden dat eraan komt. En nee, dat heeft – op de keper beschouwd – ook geen nut. Want wie kan de diepte van dat lijden doorgronden? Er is geen mens die voor de zonden van de wereld kan betalen.
Luister naar Jezus Christus – dat is de eenvoudige boodschap voor de discipelen.
Luister naar Jezus Christus – dat is nog steeds de eerste opdracht voor de kerk van vandaag.

En dan?
Dan is het weer stil.
De hemelse glorie is weg.
Alles is weer gewoon.
Jezus is, om zo te zeggen, weer een gewoon mens.
Nee, Hij kiest niet voor de hemel. Hij maakt Zijn werk op aarde af. Hij is de mens waarover de apostel Paulus later aan de christenen in Philippi zal schrijven: “En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van ​Jezus​ zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn, en alle tong zou belijden: ​Jezus​ ​Christus​ is Here, tot eer van God, de Vader!”[5].

Laten wij bij het bovenstaande met nadruk aantekenen dat Jezus Zelf straalt. Zijn gedaante schittert immers.
Er is geen sprake van afstraling. Jezus reflecteert geen heerlijkheid. Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant zei daarover eens: “Hij straalt niet van Gods glorie. Zoals andere profeten, religies. Hij is Gods glorie”[6].
Dat betekent in Marcus 9: Jezus is geen profeet; en nee, een tweede Mozes is Hij ook niet. Nee, Jezus Christus is God. En zo wordt Hij hier ook gepresenteerd – als Zoon van God!
Dat is een kernpunt in deze geschiedenis.
Elia verschijnt op de berg – hoogst belangwekkend!
Mozes komt daar ook – bijzonder opmerkelijk!
Maar Mozes en Elia kunnen ons niet redden. De redding moet komen van onze Zaligmaker, Jezus Christus. Dat moeten wij blijven geloven. Ook in onze tijd.

Vandaag is het donderdag 1 maart 2018. Nog een maand, dan zal het Pasen wezen.
Het is goed om ons vandaag eens te meer te realiseren dat wij het enkel en alleen van onze Heiland moeten verwachten!

Noten:
[1] Marcus 9:2-8.
[2] Lucas 9:31.
[3] Marcus 9:7.
[4] 2 Petrus 1:16.
[5] Philippenzen 2:8-11.
[6] Geciteerd van http://hansjanroosenbrand.nl/wp-content/uploads/2011/09/Preek-over-Marcus-9.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 23 februari 2018.

19 februari 2018

Klerikale keuzestress?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

‘Kom hier! Leg al uw werk aan de kant en loop achter mij aan’.
‘Als u het zegt is dat prima. Ik kom eraan’.

Wie dit leest, denkt wellicht bij zichzelf dat dit toch een enigszins merkwaardige conversatie is. Een commando en een bijna dociel gehoorzamende volger. Kom daar vandaag eens om!
Dat komen we toch niet meer tegen, vandaag de dag?

Welnu, in de kerk is dat wel het geval.
Niet omdat de kerk vol zit met harken en horken.
Maar omdat we dergelijke situaties in Gods Woord tegenkomen.
Leest u maar eens mee in Marcus 1.
“En toen Hij bij de zee van Galilea wandelde, zag Hij ​Simon​ en ​Andreas, zijn broer, het ​net​ in de zee werpen, want zij waren ​vissers. En ​Jezus​ zei tegen hen: Kom achter Mij, en Ik zal maken dat u ​vissers​ van mensen wordt. En zij lieten meteen hun netten achter en volgden Hem. En toen Hij vandaar wat verdergegaan was, zag Hij ​Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en ​Johannes, zijn broer, die in het schip de netten aan het herstellen waren. En meteen riep Hij hen, en zij lieten hun vader Zebedeüs in het schip achter met de loonarbeiders en gingen weg, Hem achterna”[1].

In Marcus 1 zetten de vissers hun beroepservaring op prioriteit twee. Zomaar. Van het ene op het andere moment. Een wonder is het!
De Here Jezus Christus, de Heiland der wereld, kiest mensen uit om bij Hem te horen. Hij koopt hen vrij. Hij stuurt Zijn kinderen aan.
Dat is een grote troost.
Kinderen van God hoeven zich niet af te vragen: hoor ik er wel bij?

Op dit punt wijs ik gaarne op de Dordtse Leerregels.
Het onderwijs van dat belijdenisgeschrift wordt heden ten dage zo nu en dan bijna verguisd. Het boekje zou ouderwets zijn. Oubollig. En onbegrijpelijk bovendien.
Maar juist op het punt van de uitverkiezing zijn de leerregels reuze nuttig. De kerkleiders hebben in 1618 klerikale keuzestress willen voorkomen.

Klerikale keuzestress, inderdaad.
Spanning van het type: ben ik nou uitgekozen, of niet?
Goed beschouwd is er, ten diepste, trouwens weinig nieuws onder de zon.
Want zegt u nu zelf. Vandaag de dag horen we over groepsdruk: je hoort erbij of niet. We praten over liken: je moet elkaar vooral leuk vinden. Men probeert ijverig maatregelen tegen cyberpesten te nemen.
In onze maatschappij zoemt steeds weer die vraag rond: uitverkorene of uitgestotene?
Welnu, dergelijke mechanismen hoeven in de kerk niet aan de orde te wezen. Want daar geldt het adagium van Psalm 90:
“Gij zijt geweest, o Heer, en Gij zult wezen
de zekerheid van allen die U vrezen”[2].
Natuurlijk zijn Gods kinderen wel eens wankelmoedig. Jazeker, de zonde speelt hen dagelijks parten. Daarom mogen wij bidden:
“Schep in mij, God, een hart dat leeft in ’t licht,
geef mij een vaste geest, die diep van binnen
zonder onzekerheid U blijft beminnen”[3].
Zo kunnen we, met Gods hulp en bijstand, de geloofszekerheid terugvinden.

Weet u Gods kinderen vier eeuwen geleden in Dordrecht opschreven?
Zij noteerden onder meer het volgende.
“De gelovigen kunnen voor zichzelf zeker zijn van deze bewaring der uitverkorenen tot behoud en van de volharding der ware gelovigen in het geloof. En zij hebben die zekerheid ook, naarmate zij vast geloven dat zij ware, levende leden van de kerk zijn en altijd zullen blijven, en dat zij vergeving van de zonden en een eeuwig leven hebben.
Deze zekerheid komt dus niet voort uit een of andere speciale openbaring zonder of buiten het Woord, maar uit het geloof in Gods beloften, die Hij in zijn Woord zo overvloedig tot onze troost geopenbaard heeft. Zij komt ook voort uit het getuigenis van de Heilige Geest, die met onze geest getuigt, dat wij Gods kinderen en erfgenamen zijn, en tenslotte hieruit, dat de gelovigen zich met heilige ernst toeleggen op een goed geweten en goede werken. En als Gods uitverkorenen in deze wereld de vaste troost dat zij de overwinning zullen behouden, moesten missen en zonder dit onbedrieglijke onderpand van de eeuwige heerlijkheid moesten leven, dan zouden zij de beklagenswaardigste van alle mensen zijn.
Intussen getuigt de Schrift dat de gelovigen in dit leven tegen allerlei zondige twijfel te strijden hebben en in zware aanvechting dit volle geloofsvertrouwen en deze zekerheid van de volharding niet altijd voelen. Maar God, de Vader van alle vertroosting, laat hen niet boven vermogen verzocht worden, want Hij zal met de verzoeking ook voor de uitkomst zorgen en Hij maakt door de Heilige Geest hen weer zeker van de volharding”[4].

Dringt het tot u door dat het werkelijk niet van onszelf afhangt?
Als wij wegzakken in de modder van onze eigen wisselvallige en somtijds wispelturige wil, pakt de drie-enige God ons vast. Psalm 37 zingt daarvan:
“De HERE grijpt de hand van wie Hem eren,
nooit geeft Hij prijs de vromen in hun nood”[5].

Laat ons thans nog eenmaal terugkeren naar Marcus 1.

Daar roept Jezus doodgewone mensen. Middenstanders die met hard werken hun brood moeten verdienen.
De Heiland begint in dit Schriftgedeelte niet bij de dure types. De Redder van de wereld start – om zo te zeggen – niet bij de bungalows, de villa’s en de BMW’s.
In de kerk gaat het niet om grote dingen. Het gaat niet om al of niet vooraanstaande posities. Het gaat erom dat u en ik blijmoedig reageren op het rustgevende bevel van de Heiland: ’Kom hier!’. Laten we maar gewoon blijven zeggen: ‘Ja Here, ik ga met u mee!’.

Noten:
[1] Marcus 1:16-20.
[2] Psalm 90:1; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[3] Psalm 51:5; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk V, artikelen 9, 10 en 11.
[5] Psalm 37:10; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.