gereformeerd leven in nederland

25 september 2020

Het Evangelie klinkt door de eeuwen heen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Jezus spreekt in Mattheüs 10 een troostrijk woord: “Worden niet twee musjes voor een penninkje verkocht? En niet een van die zal op de aarde vallen buiten uw Vader om. En ook de haren van uw hoofd zijn alle geteld. Wees dus niet bevreesd, u gaat veel musjes te boven”[1].

Die tekst is voor velen zeer troostrijk. Waarom? Omdat alle mensen in dezelfde positie blijken te staan. Wij zijn allen afhankelijk van de Here, onze God. Directeuren zijn net zoveel waard als de mensen op de werkvloer in de fabriek. De minister-president staat in hetzelfde rijtje als de vuilnisman. Alle kinderen van God worden overkoepeld door de beschermende kracht van Vader.

Wij moeten echter niet vergeten in welke context dat woord staat. Wat is het verband? De discipelen worden gewaarschuwd. Als zij het Evangelie van verlossing en eeuwig leven gaan verkondigen zullen zij veel tegenstand ontmoeten. Zelfs een verblijf in de gevangenis moet niet worden uitgesloten. Maar één ding is zeker: Jezus’ leerlingen zullen altijd woorden hebben om Gods blijde Boodschap te blijven proclameren. Zelfs een rechtbank zal er niet in slagen om de discipelen met stomheid te slaan. Ook als de dood komt is er geen reden tot paniek. Want de God van hemel en aarde zal al Zijn kinderen een woonplaats geven in Zijn heerlijkheid.
De Heiland laat Zijn volk van alle tijden dus weten: kom maar vrijmoedig voor het Evangelie uit. En: u staat onder mijn speciale bescherming; men kan u het leven niet ontnemen!

Steeds weer heeft Gods volk de neiging zich af te keren van Gods regels en wetten. Dan kijkt men naar de samenleving waar men in leeft. En naar de cultuur waarmee men omringd is. En naar menselijke intelligentie. Maar Jezus zegt: mensen kunnen u niet redden; u krijgt Thuiszorg vanuit de hemel, daarmee kunt u het leven in.
Ook hier geldt een woord dat dominee J.C. Sikkel (1855-1920) eens noteerde: “Nooit heeft Hij zijn Bondsvolk weggezonden. Nooit heeft Hij tot één der kinderen van zijn Volk gezegd: “Zoek Mij tevergeefs!”[2].  

Exegeten becommentariëren Mattheüs 10 onder meer als volgt: “De discipelen mogen nooit denken dat de Vader hen vergeet. Hij zorgt zelfs voor de mussen, het goedkoopste, hoeveel te meer zal Hij dan voor het duurste, de kroon van Zijn schepping, zorgen?”.
En:
“Jezus zegt hier niet dat zijn volgelingen geen vervolging en zelfs martelaarschap kan overkomen, maar wel dat wanneer dit hen overkomt, het plaatsvindt binnen Zijn plan en heerschappij”[3].

Niet één van die musjes zal op de aarde vallen buiten onze Vader om. Dat is een troost voor de kerk. En daarbij mag zij het zeker weten: de verkondiging van het Evangelie gaat door. Als iemand ergens een deur dicht doet, gaat elders een venster open.
De profeet Jesaja predikte het reeds in hoofdstuk 55: “Want zoals regen of sneeuw neerdaalt van de hemel en daarheen niet terugkeert, maar de aarde doorvochtigt en maakt dat zij voortbrengt en doet opkomen, zaad geeft aan de zaaier en brood aan de eter, zo zal Mijn woord zijn dat uit Mijn mond uitgaat: het zal niet vruchteloos tot Mij terugkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt, en het zal voorspoedig zijn in hetgeen waartoe Ik het zend”[4].

Oude mensen, die al een lang leven op aarde achter de rug hebben, vragen het zich wel eens af: hoeveel zin heeft al dat werk van mij gehad? Soms zijn zij geneigd hun werk wat te relativeren: het had beter gekund, het had anders gemoeten … – u weet hoe dat gaat.
Maar zullen we dan niet vergeten dat de Heiland alles in de hand heeft? Hij stuurt de kerk de wereld in. Hij laat het Evangelie van verlossing overal en nergens verkondigen. Door volwassen mensen. En door kinderen. In de preek en in de praktijk. Het Evangelie klinkt door de eeuwen heen.
Jonge mensen, die – naar de mens gesproken – nog lang op aarde zullen leven, moeten maar beseffen dat er nog helemaal niemand in is geslaagd om ervoor te zorgen dat Gods Woord uit de wereld is verbannen. De vermaning van de Prediker is ook anno Domini 2020 nog volop actueel: “Denk aan uw Schepper in de dagen van uw jeugd, voordat de kwade dagen komen en de jaren naderen waarvan u zeggen zult: Ik vind er geen vreugde in”[5].

Laten wij maar terugkeren naar Mattheüs 10.
Jezus zegt daar ook: “Ieder dan die Mij belijden zal voor de mensen, die zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, Die in de hemelen is. Maar wie Mij verloochenen zal voor de mensen, die zal Ik ook verloochenen voor Mijn Vader, Die in de hemelen is”[6].
Het galmt door de wereld en al Gods kinderen horen het: mensen, zet door en blijf Gods Woord trouw en blijmoedig bekendmaken!
Laten we ons, hier op aarde, maar realiseren dat de Heiland onze verrichtingen op aarde nauwgezet volgt. En Hij zegt tegen Zijn Vader: Hij is een trouw kind van Mij. Hij zegt tegen Zijn Vader: zij volhardt blijmoedig in haar geloof; zij hoort bij Ons!

Nee, Evangelieverkondiging is geen klusje voor een achternamiddag. Het is een kwestie van lange adem. Maar juist als het moeilijk is mogen we blijven zingen tot eer van God. En als zingen niet meer lukt mag neuriën ook:
“Zelfs vindt de mus een huis, o HEER,
de zwaluw legt haar jongen neer
bij uw altaren in uw woning.
Laat mij bij U zo thuis zijn, HEER.
Want daar is vrede; ik begeer
bij U te zijn, mijn God en Koning!
Welzalig wie daar wonen mag,
hij zingt uw lof van dag tot dag”[7].  

Noten:
[1] Mattheüs 10:29, 30 en 31.
[2] J.C. Sikkel, “Troost Mijn volk”, deel I, p. 299. Geciteerd via http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/470 ; geraadpleegd op woensdag 23 september 2020.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaren bij Mattheüs 10:29 en Mattheüs 10:31.
[4] Jesaja 55:10 en 11.
[5] Prediker 12:1.
[6] Mattheüs 10:32 en 33.
[7] Psalm 84:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

15 september 2020

Lijden op Lesbos

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Lesbos.
De naam van dit Griekse eiland duikt momenteel allerwegen in de media op.
Kamp Moria: dat is de naam die daar bij hoort. Dat kamp “is ontstaan toen er in 2013 door onder andere de burgeroorlog in Syrië en de aanhoudende onrust in Afghanistan, vanuit Noord-Afrika naar Europa kwamen. Vanwege de grote toestroom over de Middellandse Zee werden er op vijf Griekse eilanden zogenaamde hotspots werden ingericht, vanuit waar de vluchtelingen verder Europa in konden komen. De Europese Unie kon de toestroom echter niet aan: asielprocedures liepen vast en vluchtelingen kunnen niet meer doorstromen. Het kamp heeft een capaciteit voor 3.000 mensen, maar in het kamp woonden in maart 2020 20.000 vluchtelingen: anno augustus 2020 waren er in het kamp nog zo’n 13.000 vluchtelingen. Deze totale situatie wordt ook wel de Europese vluchtelingencrisis genoemd.
Vanwege de COVID-19 pandemie zat het kamp vanaf maart 2020 in lockdown. In de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 september 2020 ontstonden er branden in het kamp en brandden sectie C, D en E van het kamp volledig af. Duizenden mensen werden geëvacueerd. Bij een nieuwe brand op woensdagavond, brandde opnieuw een gedeelte van het kamp af”[1].

Er ontstonden branden in het kamp: niet één, maar meerdere. Men ontkomt uiteraard niet aan de gedachte dat die branden aangestoken moeten zijn. Want dit alles is wel heel toevallig. Trouwens – Nieuwsuur, een gezaghebbend actualiteitenprogramma van de Nederlandse Publieke Omroep, geeft ook ronduit toe dat dat zo is[2]. De toestand is daar belabberd. Men heeft er nu in allerijl een nieuw tentenkamp neergezet, maar tóch[3].
Die branden waren klaarblijkelijk een wanhoopsoffensief: help ons toch!

Wat is de achtergrond van de ramp op Lesbos? Dat is in zeven korte punten uit te leggen.
1.
“In 2015 werden de Griekse eilanden Lesbos, Samos, Chios, Leros en Kos overvallen door een stroom van – vooral Syrische – vluchtelingen uit Turkije”.
2.
“De EU sloot in maart 2016 een deal met Turkije om de vluchtelingen tegen te houden. In ruil daarvoor zou Turkije 6 miljard euro krijgen voor de opvang van Syrische vluchtelingen en zou de EU evenveel ‘erkende’ oorlogsvluchtelingen uit Turkije ophalen als zij vanuit de Griekse eilanden zouden terugsturen. Moria moest gaan fungeren als een ‘hotspot’, waar bepaald zou worden of asielzoekers recht hadden om te blijven of niet”.
3.
“Turkije hield zich aanvankelijk wel aan de afspraak maar kon niet verhinderen dat vluchtelingen, en inmiddels ook ‘economische migranten’ uit andere ‘veilige landen’ zoals Bangladesh en Marokko soms toch met hulp van smokkelaars de eilanden wisten te bereiken. In 2018 kwam de stroom vluchtelingen weer goed op gang toen de relatie tussen de EU en Turkije verslechterde. Turkije vond dat de EU te weinig hulp bood”.
4.
“De EU heeft heel lang vergeefs gehoopt dat de zogeheten hotspot op de eilanden zou gaan werken en afgewezen asielzoekers direct terug naar Turkije konden worden gestuurd. Hiervan is in praktijk niets terechtgekomen omdat de asielprocedures hopeloos traag waren”.
5.
“De Europese Commissie had aanvankelijk een plan om 160.000 erkende vluchtelingen te herverdelen vanuit Griekenland en Italië om die landen te ontlasten. Deze zogeheten relocatie verliep uiterst traag en hield de toestroom van nieuwe vluchtelingen bij lange na niet bij. Het plan strandde in 2017 definitief door verzet van een aantal Oost-Europese landen onder aanvoering van Hongarije, dat helemaal geen islamitische migranten in zijn land wil. Ook in andere landen nam de animo om Griekenland te helpen af naarmate het rechts-populisme meer in zwang raakte en de vreemdelingenangst toenam”.
6.
“Uiteindelijk loopt deze Griekse regering aan tegen dezelfde problemen als in de jaren hiervoor: de vluchtelingen en migranten blijven maar komen vanuit Turkije terwijl niemand Griekenland verlaat”.
7.
“Nederland is net als veel andere Europese landen doodsbang voor precedentwerking en de reacties in eigen land. (…) In de Tweede Kamer is geen meerderheid om uit humanitaire overwegingen migranten op te nemen”[4].

De hele historie heeft dus vooral een politieke achtergrond. En ja, ook mensensmokkel speelt een rol.

De gemiddelde kerkmens zit bij het lezen van dit alles wellicht machteloos in zijn stoel. Wat valt er te doen? We kunnen bidden om Gods barmhartigheid. Laten we bidden dat Hij recht doet.

Laten wij ook Gods Woord maar lezen. Bijvoorbeeld in Mattheüs 25: “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal de Koning zeggen tegen hen die aan Zijn rechterhand zijn: Kom, gezegenden van Mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling en u hebt Mij gastvrij onthaald”[5].
De God van hemel en aarde zal rechtvaardigen en misdadigers scheiden. Dan zal blijken dat God al vanaf de schepping van de wereld weet wie de bewoners van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zijn. 

Ja, de Heer van hemel en aarde ziet heus wel wat er gaande is. Hij ziet de mensensmokkel wel. Hij ziet echt wel wie de evenwichtskunstenaars zijn in de internationale politiek. Hij ziet wel bij wie macht boven barmhartigheid gaat.
Maar Hij hoort ook de bidders. Hij volgt de gevers met Zijn ogen. Hij geeft de helpers kracht om de nood te lenigen.

Lesbos.
Wie naar kamp Moria kijkt, schudt zijn hoofd. Wórdt het nog wel wat met de wereld?
Jazeker wel.
Hierboven kwam Mattheüs 25 aan de orde. Een paar hoofdstukken verder, in Mattheüs 27, wordt Christus’ lijden in scherp aangezette lijnen getekend. En weet u wat daar staat? “Jezus riep nogmaals met luide stem en gaf de geest. En zie, het voorhangsel van de tempel scheurde in tweeën, van boven tot beneden; de aarde beefde en de rotsen scheurden; ook werden de graven geopend en veel lichamen van heiligen die ontslapen waren, werden opgewekt; en na Zijn opwekking gingen zij uit de graven, kwamen in de heilige stad en zijn aan velen verschenen”[6].
Dat betekent: voor Gods kinderen is er nieuw leven.
Ondanks Lesbos.
Ondanks kamp Moria.

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Moria_(vluchtelingenkamp) ; geraadpleegd op maandag 14 september 2020.
[2] Zie https://www.dagelijksestandaard.nl/2020/09/migranten-hebben-de-branden-in-moria-zelf-aangestoken-nieuwsuur-maar-dat-is-onze-schuld/ ; geraadpleegd op maandag 14 september 2020.
[3] Zie https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2348163-kort-kijkje-in-nieuw-tentenkamp-lesbos-dit-wordt-humaner.html .
[4] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/hoe-de-vluchtelingen-van-moria-bekneld-raakten-tussen-internationale-belangen~bf051b2c/ ; geraadpleegd op maandag 14 september 2020.
[5] Mattheüs 25:31-35.
[6] Mattheüs 27:50-53.

11 augustus 2020

Het front aangewezen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Wat is het grootste probleem van de kerk? Dominee W. Visscher, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Amersfoort, heeft daar wel een antwoord op.
In het Reformatorisch Dagblad zei hij onlangs onder meer: “Voor mij is het front: dat we het te fijn gaan vinden hier op aarde. Het welvaartsdenken bepaalt voor veel jonge mensen hun beroepskeuze, gezinsvorming, geldbesteding en tijdbesteding.
Vaak noemen we de verdergaande secularisatie. Maar –Herman Paul heeft daar recent weer op gewezen– het is een groot misverstand om te denken dat die zich alleen buiten de kerk voltrekt. De theoloog Berkhof omschreef secularisatie eens als het vollopen van onze agenda voor het aardse, terwijl die leegloopt voor de hemelse zaken. Dat levensgevoel kom je ook in de kerk tegen. Dat het strand ons meer trekt dan de kerk, of onze vakantie ons meer bezighoudt dan een Bijbelhoofdstuk. En het zit ook diep in mijn haarvaten, in dat opzicht ben ik een modern mens.
Tegelijk zie je soms tot je verwondering hoe jonge mensen daar dwars doorheen breken. Onlangs hoorde ik van een jongen die eerst zonder God leefde maar nu theologie was gaan studeren. Waarom gaat zo’n jongen niet verder op het spoor waar hij op zat? Zoiets kan me diep ontroeren.
Innerlijke secularisatie heeft alles te maken met een besef van onze kwetsbaarheid, dat wij zijn kwijtgeraakt. We denken vanuit de maakbaarheid en daar zijn we ook naar gaan leven”[1].

Secularisatie zit dus in ons hart. Het is niet iets dat van buitenaf komt. In de Nederlandse Geloofsbelijdenis zeggen we dat ook: “Wij geloven dat door de ongehoorzaamheid van Adam de erfzonde zich over heel het menselijk geslacht heeft verbreid. Zij is een verdorvenheid van de hele natuur en een erfelijk kwaad, waarmee zelfs de kleine kinderen in de moederschoot besmet zijn. Zij is namelijk de wortel waaruit allerlei zonden in de mens voortkomen. Daarom is ze zó gruwelijk en afzichtelijk voor God, dat zij reden genoeg is om het menselijk geslacht te veroordelen. Zelfs door de doop is zij niet geheel vernietigd of uitgeroeid, omdat de zonde altijd uit deze verdorvenheid ontspringt als opwellend water uit een giftige bron”[2].
Dat is de situatie waarin wij zitten. Dat probleem is, op de keper beschouwd, groter dan de coronacrisis!

Nu zegt Jezus in Mattheüs 6: “…waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn”[3]. Dat woordje ‘zal’ is opvallend. Er staat niet: als wij ons vanaf nu flink ons best doen, dan komt het goed met ons. Nee, er staat: “waar uw schat is…”. De vraag is dus: waar is onze schat? Of ook: Wie is onze schat? Antwoord: Jezus Christus. Hem omhelzen wij. Hij wordt een deel van onszelf. Naast Jezus Christus is er weinig of niets in het leven dat belangrijk is.
Op dit punt kunnen wij opnieuw de Nederlandse Geloofsbelijdenis naspreken: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toe-eigent en niets meer buiten Hem zoekt (…) En het geloof is het middel dat ons met Hem in de gemeenschap van al zijn schatten en gaven verbonden houdt. Als deze ons eigendom zijn geworden, zijn zij meer dan voldoende om ons vrij te spreken van onze zonden”[4].
Wie gelooft weet: mijn hart is niet bij deze wereld.
Dat blijkt ook uit een formulering van de apostel Paulus in Colossenzen 3: “Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God. Wanneer Christus geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[5].
Gelovigen weten: ons hart is niet bij de mensen en de dingen van deze aarde.

Dominee Visscher spreekt over het levensgevoel in onze tijd: “Dat het strand ons meer trekt dan de kerk, of onze vakantie ons meer bezighoudt dan een Bijbelhoofdstuk. En het zit ook diep in mijn haarvaten, in dat opzicht ben ik een modern mens”.
Inderdaad is dat de realiteit in het alledaagse leven. Bij warm weer zitten wij liever op het strand dan in de studeerkamer.
Toch kriebelt het bij schrijver dezes een beetje als hij de woorden van de GG-predikant leest: “Dat het strand ons meer trekt dan de kerk, of onze vakantie ons meer bezighoudt dan een Bijbelhoofdstuk…”. Dat klinkt namelijk als een tegenstelling. Echter – laten wij dit alles niet groter maken dan het is. Gelovige mensen dienen God als zij op het strand genieten van prachtig weer. En zij dienen God ook als zij in de kerk zijn. De Prediker zegt in hoofdstuk 3: “Voor alles is er een vastgestelde tijd, en er is een tijd voor elk voornemen onder de hemel”[6]. Met een variatie daarop mogen we zeggen: er is een tijd om naar de kerk te gaan en er is een tijd om op het strand te recreëren.

Laat tenslotte helder zijn dat ik graag naast dominee Visscher sta als hij zegt: “Wat is orthodoxer? Is dat uiterlijk behoudender, of is dat meer Schriftgericht? Ik zie wel dat jongeren bewuster dan dertig jaar geleden belijdenis doen. Dat is positief. Tegelijk zie ik ook een ontwikkeling waarin jongeren belijdenis willen doen, terwijl zij anders denken over gereformeerde standpunten dan de gemeente waarvan ze lid willen worden. Via multimedia nemen zij heel makkelijk allerlei verschillende opvattingen tot zich. Ik vind het een moeilijke vraag voor de toekomst hoe een volgende generatie een leescultuur blijft houden. Blijven zij de boeken lezen die van belang zijn; Calvijn bijvoorbeeld?”.
Wat mij betreft hoeven de folianten van Johannes Calvijn niet tot de verplichte lectuur te behoren. Maar in een wereld waarin multimedia richtinggevend zijn moeten we ons ertoe zetten om elkaar te leren wat geloofsgehoorzaamheid is!

Noten:
[1] “Geen somberheid, geen optimisme, maar zoeken naar echte godsvrucht”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 6 augustus 2020, p. 18.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 15.
[3] Mattheüs 6:21.
[4] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[5] Colossenzen 2:2, 3 en 4.
[6] Prediker 3:1.

4 augustus 2020

Volharding is cruciaal

“Toen het nu avond geworden was, brachten ze velen die door demonen bezeten waren, bij Hem, en Hij dreef de boze geesten uit met een enkel woord, en Hij genas allen die er slecht aan toe waren, opdat vervuld werd wat gesproken was door de profeet Jesaja toen hij zei: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen”[1].

Wat een troostvolle gebeurtenis wordt hierboven beschreven!
Mensen die levenslang en levensbedreigend ziek zijn, worden genezen. Met één enkel woord. Er zijn artsen die daar ook graag toe in staat zouden zijn. Massa’s hulpverleners zouden het een stuk makkelijker krijgen!

De tekst uit Mattheüs 8 waarmee dit artikel begint is geen garantie voor optimale gezondheid in 2020. Wij weten wel beter.
Een Nederlands coronavaccin wordt binnenkort getest op mensen. Maar: “We zullen stap voor stap moeten zien hoe dit vaccin uitpakt bij de mens. Er zijn nog een hoop horden die we moeten nemen voordat we echt kunnen zeggen: we hebben hem”[2].
Het wordt duidelijk: de zonde heeft in onze wereld nog een hoop invloed. Mensen kunnen weinig meer doen dan wat fröbelen, zoeken, puzzelen, combineren en deduceren. Als dat proces na veel gedoe geëindigd is, is er misschien een oplossing voor een nijpend probleem. Of niet. Want mensen kunnen niet toveren. Mensen kunnen geen oplossingen uit de lucht plukken.

Echter – Jesaja zei het in hoofdstuk 53 al: “Voorwaar, onze ziekten heeft Hij op Zich genomen, onze smarten heeft Hij gedragen. Wij hielden Hem echter voor een geplaagde, door God geslagen en verdrukt. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is er voor ons genezing gekomen”[3].
Jesaja suggereerde dat het al gebeurd was. Zo zeker was hij van zijn zaak. Hij wist het honderd procent zeker: er komt structurele genezing voor ieder die geloof hecht aan Gods beloften.
En dat gebeurt daar, in Mattheüs 8. De Heiland neemt alle ziekten op zich. Hij gaat de strijd aan met de demonen. Hij gaat in gevecht met ziekten en kwalen. Hij zet stappen op de weg naar een totale herschepping. Dat is waarlijk re-creatie. Dat is pas een nieuw begin!

Wat staat ons nu te doen? De apostel Petrus beschrijft het in zijn eerste algemene brief: “…hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen; Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt; Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout, opdat wij, voor de zonden dood, voor de gerechtigheid zouden leven. Door Zijn striemen bent u genezen. Want u was als dwalende schapen; maar u bent nu bekeerd tot de Herder en Opziener van uw zielen”[4]
Een exegeet noteert: “de gelovigen dienen hun voetstappen te zetten in Zijn voetafdrukken (…). Zij gaan daarmee de richting uit die Hij is voorgegaan”[5].
Gods kinderen moeten op de weg naar de toekomst blijven lopen. Want dan blijft er zicht op de hemel. In alle omstandigheden moeten wij blijven geloven dat de Heiland uitkomst biedt. Net als Abraham indertijd – zie Romeinen 4: wij behoren te “wandelen in de voetsporen van het geloof van onze vader Abraham dat hij had toen hij nog onbesneden was”[6]. Net als Paulus en Titus indertijd – zie 2 Corinthiërs 12: “Heb ik u soms uitgebuit door iemand van hen die ik naar u toe gestuurd heb? Ik heb Titus aangespoord en de broeder meegezonden. Heeft Titus u soms uitgebuit? Hebben wij niet in dezelfde Geest gewandeld, in dezelfde voetsporen?”[7]. Wij moeten, om zo te zeggen, in hun voetsporen gaan. In de voetsporen van Jezus Christus. In de voetsporen van Paulus. In de voetsporen van Titus. In de voetsporen van al die andere voorgangers.

De angst voor het COVID-19-virus, de moeite die burgers vaak hebben om zich aan afgekondigde maatregelen te houden, het bijna koortsachtig zoeken naar een vaccin op verschillende plaatsen in de wereld… – dat alles maakt duidelijk hoezeer herschepping nodig is. Inderdaad – herschepping. Mattheüs 8 is nog maar het begin.
Er komt een onbeschrijflijke heerlijkheid aan. Daar zijn geen woorden voor. Elke poging om die glorie in taal te benaderen is tot mislukken gedoemd.
Toegegeven – de weg naar die zaligheid toe is verre van gemakkelijk. Maar de heerlijkheid komt. Om het met Mattheüs 24 te zeggen: “Want het ene volk zal tegen het andere volk opstaan, en het ene koninkrijk tegen het andere koninkrijk; en er zullen hongersnoden zijn en besmettelijke ziekten en aardbevingen in verscheidene plaatsen. Maar al die dingen zijn nog maar een begin van de weeën. Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en u doden, en u zult door alle volken gehaat worden omwille van Mijn Naam. En dan zullen er velen struikelen en zij zullen elkaar overleveren en elkaar haten. En er zullen veel valse profeten opstaan en die zullen er velen misleiden. En doordat de wetteloosheid zal toenemen, zal de liefde van velen verkillen. Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden”[8].  
Ja – die volharding is cruciaal!

Noten:
[1] Mattheüs 8:16 en 17.
[2] “Nederlands vaccin in cruciale fase”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 1 augustus 2020, p. 1.
[3] Jesaja 53:4 en 5.
[4] 1 Petrus 2:21-25.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Petrus 2:21.
[6] Romeinen 4:12.
[7] 2 Corinthiërs 12:17 en 18.
[8] Mattheüs 24:7-13.

16 juni 2020

Denken over demonstreren

Een ieder heeft wel eens de neiging om een spandoek op te hangen. Elk mens gevoelt bij tijd en wijle de drang om op te staan en een actie te beginnen.
Toch doen Gereformeerden dat niet zo snel.
Waarom niet?
Die vraag kunnen wij vanuit Gods Woord beantwoorden. Laten wij elkaar op enkele relevante Schriftgedeelten wijzen[1].

Als we nadenken over demonstreren en protesteren, behoren wij ons te spiegelen aan de manier van doen van Jezus Christus. Zijn werkwijze wordt in Mattheüs 12 aldus samengevat: “Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen allen. Hij verbood hun uitdrukkelijk bekend te maken wie hij was. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jesaja: ‘Hier is de dienaar die ik mij gekozen heb, die ik liefheb en in wie ik vreugde vind. Ik zal hem vervullen met mijn geest, aan alle volken zal hij het recht verkondigen. Hij zal geen woordenstrijd aangaan en op straat zijn stem niet verheffen. Het geknakte riet breekt hij niet af, noch dooft hij de kwijnende vlam, totdat het recht dankzij hem overwint. Op zijn naam zullen alle volken hun hoop vestigen’”[2].
De Heiland proclameert het recht. Zijn recht. Het ware recht. Dat recht wordt de eeuwen door verkondigd. Jesaja deed dat al in hoofdstuk 42[3]. De echo van zijn profetie vinden wij in Mattheüs 12.
Menselijke demonstraties zijn niet zelden zaken van het ogenblik. Het zijn de opwellingen van het moment. Het zijn tijdelijke emoties die we uiten in marsen, in fakkeloptochten en in lakens met leuzen.
In demonstraties mikt men op het bewerkstelligen van oplossingen voor grote problemen. Die oplossingen zijn zo definitief mogelijk. Maar wij moeten altijd beseffen dat er een meer definitieve oplossing bestaat: het recht van de Here.
Dat leert Gereformeerden relativeren. Dat besef voorkomt dat zij bij elke bevlieging opstaan om naar een betoging te rennen.

Aan de christenen in Rome schrijft Paulus in Romeinen 8: “Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamenlijk zucht en gezamenlijk in barensnood verkeert tot nu toe. En dat niet alleen, maar ook wijzelf, die de eerstelingen van de Geest hebben, ook wijzelf zuchten in onszelf, in de verwachting van de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Want in de hoop zijn wij zalig geworden”[4].
Eigenlijk kunnen we in deze wereld wel aan het demonstreren blijven. Wij hebben te maken met de slavernij van het verderf. De hele schepping hunkert naar betere tijden. Er is sprake van barensnood. De weeën kondigen een heerlijkheid aan die er uiteindelijk voor zorgt dat ieder het lijden, alle bezwaarschriften en alle verzet ten spoedigste vergeten zal wezen. Maar inderdaad – nu zijn maatschappelijke problemen nog aan de orde van de dag. Dag in dag uit. Jaar in, jaar uit. Demonstreren – men kan wel aan de gang blijven.
En laten we wel wezen: Gereformeerden hebben wel meer te doen dan rondlopen met spandoeken en zo. Beroepsdemonstranten zullen zij nooit worden.
  
Intussen zijn Gereformeerde mensen wel strijdbaar. Maar dat betekent niet dat zij energiek opstaan om een potje te knokken. Nee, zij voelen en weten dat er aan hen getrokken wordt. Door Gods tegenstander namelijk. Immers – de duivel doet alle mogelijke moeite om Gods kinderen bij Hem vandaan te trekken.
Het betreft dus een strijd op hoog niveau. Dat leert Paulus ons trouwens ook in Efeziërs 6: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel. Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten. Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[5].
Wij moeten er dus rekening mee houden dat wij, om zo te zeggen, pionnen zijn in een gevecht op leven en dood. Er wordt om ons gevochten. De satan, de tegenstander van God, wil greep hebben op de kerk. En vervolgens zal hij de wereld nog wat steviger naar zich toe zich trekken.
Wij moeten Gods wapenrusting aantrekken om overeind te kunnen blijven in deze woelige wereld. Wij moeten het spandoek inwisselen voor een boek: Gods Woord. Menselijk gezien zou men zeggen: dat is een slechte ruil; als we in de pan gehakt willen worden moeten we ’t zo doen. Maar laten we niet vergeten dat Gods Woord het zwaard van de Heilige Geest is[6]. Met die bewapening kunnen we op weg naar de toekomst.

Gereformeerden blijven, als zij een oproep om te gaan betogen ontvangen, meestal thuis.
Alle eeuwen door zijn er op aarde honderdduizend redenen om betogingen te organiseren. Maar Gereformeerden komen, in het algemeen genomen, alleen uit hun fauteuil als mensen Gods Woord gaan bestrijden.
In onze wereld is dat merkwaardig. Mensen die vrijwel niet demonstreren? Dat is eigenlijk ongehoord. Want u en ik moeten voor onszelf opkomen; dat zeggen de mensen die niet verder kijken dan deze aarde.
Gereformeerden gedragen zich op dit punt anders dan ongelovigen. Ze blijven meestal in hun stoel zitten. Als het meezit schenken zij zichzelf nog een kop koffie in.
Gereformeerd gedrag ten aanzien van demonstraties? Dat is welhaast tegengesteld aan dat van de wereld. Zo kunnen wij rustig en instemmend Psalm 16 zingen:
“Ik prijs de HEER, die mij heeft onderricht
mijn hart blijft mij ook ’s nachts nog inzicht geven.
Ik stel de HEER steeds voor mijn aangezicht
en wankel niet, want Hij beschermt mijn leven.
Dus zal ik juichend U mijn vreugde tonen,
ja, zelfs mijn vlees zal immer veilig wonen”[7][8].

Noten:
[1] Dit artikel kan worden beschouwd als een vervolg op mijn artikel ‘Demonstreren – mag dat?’, hier gepubliceerd op maandag 15 juni 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/06/15/demonstreren-mag-dat/ .
[2] Mattheüs 12:15 b-21.
[3] Jesaja 42:1-4.
[4] Romeinen 8:20-24 a.
[5] Efeziërs 6:11, 12 en 13.
[6] Efeziërs 6:17: “En neem de helm van de zaligheid en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord”.
[7] Psalm 16:4; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] In dit artikel gebruikte ik onder meer https://www.refoweb.nl/vragenrubriek/21993/demonstreren/ .

15 juni 2020

Demonstreren – mag dat?

Wij waren de coronacrisis nog maar nauwelijks te boven, of er werd alweer gedemonstreerd. Tegen racisme, met name[1].

Demonstreren is een grondrecht. In de Nederlandse grondwet is een artikel opgenomen over vrijheid van vergadering en betoging: “Het recht tot vergadering en betoging wordt erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet. De wet kan regels stellen ter bescherming van de gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden”[2].
Die bescherming van de gezondheid heeft – dat begrijpt u – op dit moment een bijzondere actualiteit.  

Ten aanzien van demonstraties heeft de burgemeester een bijzondere verantwoordelijkheid. Een deskundige die bij de Rijksuniversiteit Groningen werkzaam is noteert onder meer: “De burgemeester mag zich niet bemoeien met de inhoud. Sterker nog, als de -controversiële- inhoud van een demonstratie aanleiding geeft tot vijandige reacties en tegendemonstraties, is de burgemeester verplicht om zich in te spannen om de demonstratie toch door te kunnen laten gaan. Die inspanningsverplichting gaat zo ver dat hij, indien nodig, bij een demonstratie meer politie zal moeten inzetten dan bij een risicowedstrijd in het betaald voetbal. Als zelfs een zodanige politie-inzet wanordelijkheden niet kan voorkomen, pas dan kan de burgemeester overgaan tot een demonstratieverbod.
Betekent dit dan dat je alles maar mag roepen bij een demonstratie? Nee, dat niet, maar het is niet aan de burgemeester om hier wat aan te doen. Het is aan de officier van justitie om op te treden tegen individuele demonstranten die zich schuldig maken aan strafbare uitlatingen zoals haat zaaien en beledigen van een groep mensen. Dit kan echter enkel repressief. Tegen de demonstratie als zodanig mag niet worden opgetreden”[3].

Het is duidelijk: het demonstratierecht weegt zwaar!

Moeten Gereformeerden ook gaan demonstreren? Die gedachte kan zomaar opkomen. Er gebeuren in Nederland immers heel veel dingen die tegen Gods wet in gaan.
En als wij zeggen: ‘nee, wij gaan niet demonstreren’, waarom zeggen we dat dan?

Over die vraag kan men lange stukken schrijven.
Laten wij elkaar, nu deze vraag aan de orde komt, vooreerst op een drietal Schriftgedeelten wijzen.

1.
Laten we eerst een ogenblik naar Mattheüs 11 kijken.
Daarin legt Jezus eerst uit wat de taak van Johannes de Doper is. Door zijn prediking komt er een splitsing in de wereld: de mensen die de komst van Gods Koninkrijk verwelkomen en de mensen die zich tegen die komst verzetten. Die laatste groep zou, als het 2020 was geweest, met een spandoek op een markt hebben gestaan: ‘Weg met Jezus!’.
Jezus Zelf maakt duidelijk dat het met de groep-met-spandoek buitengewoon slecht af gaat lopen.
De Heiland aanvaardt eenvoudige mensen. Een-voudig: mensen die helemaal op Hem gericht zijn.
Daarom zegt Hij: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven. Neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart; en u zult rust vinden voor uw ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”[4].
Wie een-voudig op de Heiland en de hemel gericht is weet zich altijd gesteund. Voor wie met die geloofskennis gewapend is, wordt demonstreren veel minder belangrijk. Natuurlijk – soms is het aardse leven buitengewoon lastig. Ja, last-ig: het is een zware last. Maar onze Here Jezus Christus maakt die last lichter.
Daarom ligt demonstreren vanuit de Gereformeerde wereld niet zo voor de hand.

2.
Laten wij ook Romeinen 13 erbij nemen. De inzet van dat hoofdstuk is: “Ieder mens moet zich onderwerpen aan de gezagsdragers die over hem gesteld zijn, want er is geen gezag dan van God, en de gezagsdragers die er zijn, zijn door God ingesteld, zodat hij die zich verzet tegen het gezag, tegen de instelling van God ingaat, en wie daartegen ingaan, zullen over zichzelf een oordeel halen”[5].
Als het gaat over demonstraties en protesten moeten we bedenken dat de overheid ons door God gegeven is. Nee, dat betekent niet dat we maar dociel in een hoekje moeten gaan zitten. Wij hoeven niet altijd stil te blijven als de regering iets bedenkt. Wij mogen gerust reageren als ministers, staatssecretarissen, gedeputeerden en Provinciale Staten, burgemeesters en wethouders merkwaardige of foute beslissingen nemen. Maar als wij onze stem verheffen, zullen we altijd respect moeten hebben voor mensen die in onze samenleving leiding geven. Voor gewone burgers is dus het motto: houdt u aan de regels die de overheid stelt.

3.
Laten wij elkaar vooral ook attenderen op Handelingen 5. Daar zeggen Petrus en de andere apostelen: “Men moet aan God meer gehoorzaam zijn dan aan mensen”[6].
De verbreiders van het Evangelie zijn gevangengenomen. Zij zijn gearresteerd en voor de kerkelijke rechtbank gesleept. En waarom? Omdat zij het Evangelie van Gods Zoon rondgebazuind hebben. De aanklacht is bondig en helder: “Hebben wij u niet ten strengste bevolen dat u in deze Naam niet zou onderwijzen? En zie, u hebt met deze leer van u Jeruzalem vervuld en u wilt het bloed van deze Mens over ons brengen”[7].
Gods Woord staat boven alle overheden. De Schepper van hemel en aarde heerst over keizers, koningen en alle andere gezagsdragers op aarde. Als wereldburgers door overheden gedwongen worden om tegen Gods Woord in te gaan, dan is protesteren geoorloofd. Als het Evangelie niet meer geproclameerd mag worden, dan is demonstreren een goede zaak.

In al deze dingen zal de God van het verbond ons leiden en steunen.
Daarom kunnen wij met Psalm 18 zingen:
“Omdat Gij mij het schild uws heils wilt reiken,
zal ik door U gesteund voor niemand wijken.
Als Gij U tot mij wendt en mij geleidt
word ik een held geharnast in de strijd”[8].

Noten:
[1] Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik onder meer: B.S. van Groningen, “Mag je demonstreren?”. In: Daniël, uitgave van de Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten, vrijdag 14 mei 1982, p. 19, 20 en 21.
[2] Geciteerd uit de Nederlandse grondwet, hoofdstuk I, artikel 9. Zie https://www.denederlandsegrondwet.nl/9353000/1/j9vvkl1oucfq6v2/vgrnbkb31dzy ; geraadpleegd op donderdag 11 juni 2020.
[3] Geciteerd van https://www.rug.nl/rechten/recht-en-samenleving/projecten/mag-je-altijd-demonstreren-als-je-het-ergens-niet-mee-eens-bent_ ; geraadpleegd op donderdag 11 juni 2020. De betreffende deskundige is mr. dr. B. Roorda.
[4] Mattheüs 11:28, 29 en 30.
[5] Romeinen 13:1 en 2.
[6] Handelingen 5:29.
[7] Handelingen 5:28.
[8] Dit zijn de laatste regels van Psalm 18:10 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.