gereformeerd leven in nederland

24 juni 2019

Koopkracht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De halve wereld maakt zich druk over koopkracht. Alles wordt duurder. De energie, de zorg, ons voedsel… hoe moet dat toch verder?

De NOS meldt op woensdag 19 juni: “De prijzen stijgen harder dan gedacht en de lonen lopen minder hard op. Het leidt er volgens het Centraal Planbureau toe dat de koopkracht van Nederlanders minder stijgt dan op Prinsjesdag werd verwacht.
In september beloofde het kabinet dat vrijwel alle Nederlanders dit jaar gingen meeprofiteren van de economische groei. Het kabinet ging uit van een koopkrachtstijging van 1,5 procent. Uit de nieuwste raming blijkt dat de koopkracht met 1,2 procent stijgt. ‘Er zijn twee redenen’, zegt Wim Suyker van het Centraal Planbureau. ‘De olieprijs is hoger, wat doorwerkt op de inflatie. De tweede reden is dat de nieuwe cao’s een lagere loonstijging laten zien dan we verwacht hadden’[1].
Kortom – snel stijgende koopkracht, dat wordt voorlopig niks.

Hoe zit het eigenlijk met de koopkracht in Gods Woord?

Mattheüs 25 laat het blijken: “Dan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien meisjes, die hun lampen namen en op weg gingen, de bruidegom tegemoet. Vijf van hen waren wijs en vijf waren dwaas. Zij die dwaas waren, namen wel hun ​lampen​ maar geen olie met zich mee. De wijzen namen met hun ​lampen​ ook olie mee in hun kruikjes. Toen de bruidegom uitbleef, werden zij allen slaperig en vielen in slaap.
En te middernacht klonk er een geroep: Zie, de bruidegom komt, ga naar buiten, hem tegemoet! Toen stonden al die meisjes op en maakten hun lampen in orde. De dwazen zeiden tegen de wijzen: Geef ons van uw olie, want onze ​lampen​ gaan uit. Maar de wijzen antwoordden: In geen geval, anders is er misschien niet genoeg voor ons en u. Ga liever naar de verkopers en koop olie voor uzelf. Toen zij weggingen om olie te kopen, kwam de bruidegom; en zij die gereed waren, gingen met hem naar binnen naar de bruiloft, en de deur werd gesloten. Later kwamen ook de andere meisjes, die zeiden: ​Heer, ​heer, doe ons open! Hij antwoordde en zei: Voorwaar, ik zeg u: ik ken u niet.
Wees dan waakzaam, want u weet de dag en ook het uur niet waarop de Zoon des mensen komen zal”[2].

De wijze meisjes houden in Mattheüs 25 rekening met onverwachte gebeurtenissen. Vanaf het begin doen de dwaze dames dat niet.
Hier geldt: een slimme meid is op alles voorbereid!

Het lang uitblijven van de bruidegom is in het Oosten niet ongewoon.
Een exegeet noteert erbij: “Het uitblijven van de bruidegom werd doorgaans veroorzaakt door het onderhandelen over de omvang van de bruidsschat, waarbij het bedrag bepaald werd, dat bij ontbinding van het huwelijk door scheiding of dood van de man aan de vrouw uitbetaald moest worden. Zowel de wijze als de dwaze meisjes vallen in slaap. Hierin verschillen ze niet van elkaar. De gelijkenis spreekt dan ook niet over waakzaamheid, maar over voorbereiding”[3].

De terugkomst van de Heiland kan vandaag of morgen gebeuren. Of later. Veel later zelfs. Er is niemand die het tijdstip kent waarop de Heiland arriveren zal.
En de kwestie is dat Gods kinderen dan bereid moeten wezen om de aardse boel de boel te laten en met Hem mee te gaan, de hemel in.

De koopkracht van Gods kinderen?
Die is in de Bijbel niet zo belangrijk.
Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 6: “…weet u niet, dat uw lichaam een ​tempel​ is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[4].
En in 1 Corinthiërs 7: “U bent duur gekocht; word dus geen ​slaven​ van mensen”[5].
De koopkracht van Jezus Christus, de Heiland, die is van het hoogste belang. En die koopkracht is ongeëvenaard!

Over de koopkracht van Gods kinderen maakt de Bijbel zich niet zo druk.
Maar wel over de zuiverheid van het belijden.
Leest u maar mee in 2 Petrus 2: “Maar er zijn ook valse profeten onder het volk geweest, zoals er ook onder u valse leraars zullen zijn, die heimelijk verderfelijke afwijkingen in de leer zullen invoeren. Daarmee verloochenen zij zelfs de Heere, Die hen gekocht heeft, en brengen zij een snel verderf over zichzelf”[6].
Mensen uit de kerk brengen dwaalleringen de wereld in. Dat doen zij heel omzichtig. Men ziet er bijna niets van. En dat terwijl de Heiland ook voor hen Zijn koopkracht heeft ingezet!
Die situatie vraagt attentie van de kerk, ook in 2019. Soms lijkt een dwaling maar een kleinigheid, iets waar je maar niet teveel aandacht aan besteden moet. Maar het kan zomaar wezen dat het, bij nadere beschouwing, om iets groots gaat; iets dat de fundamenten van het geloof raakt.
In de kerk hoeft koopkracht dus niet hoog op de hitlijst te staan. Maar waakzaamheid wel. Die waakzaamheid kan soms wat overdreven lijken. Soms kan men denken: ‘waar maakt hij/zij zich toch druk over?’. Echter – terecht leerde mijn vader zijn kinderen indertijd dat het een ramp is als de kerk een kerkhof van begraven meningen wordt. In de kerk kan men beter bij tijd en wijle zijn stem verheffen dan er altijd maar het zwijgen toe te doen.

De koopkracht van de Heiland leidt tot een onvoorstelbaar heerlijke toekomst. Kijkt u maar mee in Openbaring 5: “En toen Het – dat is: het Lam – de ​boekrol​ genomen had, wierpen de vier dieren en de vierentwintig ouderlingen zich vóór het Lam neer. Zij hadden elk een citer en gouden schalen vol reukwerk. Dit zijn de ​gebeden​ van de ​heiligen. En zij zongen een nieuw ​lied​ en zeiden: U bent het waard om de ​boekrol​ te nemen en zijn ​zegels​ te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke ​stam, taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”[7].
Over koopkracht gesproken – we dromen er waarschijnlijk allemaal wel eens van om een mooie villa, een fraai landhuis of een intiem kasteeltje te kunnen kopen. Welnu, in de kerk is dat, op de keper beschouwd, niet nodig. Het mág wel, maar noodzakelijk is het geenszins. Want de God van hemel en aarde biedt al Zijn kinderen een plaats in de wereldregering aan.
De mensen die Hij gekocht heeft worden geen achtergrondfiguren – integendeel. Uiteindelijk zetelen zij op het regeringspluche!

Jazeker – alles wordt duurder. De energie, de zorg, ons voedsel… maar mensen die door God vernieuwd zijn maken zich daar niet al te druk over.
Natuurlijk is het buitengewoon vervelend als er aan het eind van het geld altijd maar een stuk maand over is.
Maar Gods kinderen beseffen het ook in die omstandigheden: de Heiland heeft ons gekocht; en dus komt alles goed!

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2289650-koopkracht-consumenten-stijgt-minder-dan-verwacht.html ; geraadpleegd op woensdag 19 juni 2019.
[2] Mattheüs 25:1-13.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 25:5.
[4] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[5] 1 Corinthiërs 7:23.
[6] 2 Petrus 2:1.
[7] Openbaring 5:8, 9 en 10.

13 juni 2019

Schapen, slangen en duiven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De discipelen krijgen bij hun uitzending de volgende boodschap mee: “Zie, Ik zend u als schapen te midden van de wolven; wees dus bedachtzaam als de slangen en oprecht als de duiven”.
Dat is een opmerkelijk woord uit Mattheüs 10[1].

Schapen kunnen tegenover wolven niets beginnen. Zij zijn zo goed als weerloos. Een goed verdedigingsmechanisme hebben zij niet.
Welnu, de discipelen hebben de sterkste Verdediger die er is: de Heiland. Daarom kan de uitzending toch doorgang vinden. Daarom is het toch verantwoord dat zij met hun evangelisatiewerk beginnen[2].

Slangen zijn altijd voorzichtig en bedachtzaam voor zij een prooi aanvallen.
Bij het evangelisatiewerk is rustig nadenken ook belangrijk. Met de juiste aanpak staat of valt het werk.
Dominee G. van Meijeren (Protestantse Kerk; Gereformeerde Bond) schrijft: “Na Genesis 3 heeft de slang geen goede pers. Hier wordt echter aandacht gevraagd voor iets anders, voor zijn voorzichtigheid. Anderen vertalen met alert, wijs, slim, scherpzinnig, zelfs sluw. Mooi is ook het Duitse klug (Luther) en einsichtsvoll. Duidelijk is dat de slang op zijn hoede is. Paraat. Slagvaardig. En is dat vanwege het gemis aan oogleden?”

Duiven laten duidelijk blijken wat zij willen. Een verborgen agenda hebben zij niet.
Die duidelijkheid moet ook een kenmerk van het werk in kerk en maatschappij wezen. Draai er maar niet omheen, zegt Jezus. Zeg maar gewoon waar het op staat.
Wederom citeer ik dominee Van Meijeren.
“Duiven – zo schrijft Calvijn – zijn weliswaar schuw van aard maar vliegen in eenvoud ergens heen. Hoewel ze op ontelbare manieren aan leed bloot staan.
Het is van belang op je hoede te zijn, zegt Calvijn. Maar het moet je niet traag of angstig maken, zodat je in je schulp kruipt. Daarom heb je de eenvoud van de duif zo nodig. De duif die recht op zijn doel afvliegt”.

Van Meijeren noteert erbij: “Wanneer de leerlingen als schapen worden gezonden te midden van de wolven, dus in volstrekte weerloosheid, is de alertheid die slangen eigen is, onmisbaar. Jezus wekt ons op om scherp op te letten. Weet waarin je je beweegt. Ken de feiten. De tijdgeest. Probeer te doorgronden in welke context de gemeente zich bevindt. Hoe ziet de wereld eruit waarvan ik deel uitmaak. Waar liggen de weerstanden en de kansen voor het Evangelie? Waar komt het op aan?”[3].

Waar komt het vandaag op aan?

Laten wij elkaar eerst wijzen op het gevaar van de genderideologie. Middelbare scholieren worden verplicht relatief veel aandacht te besteden aan LHBTI-vraagstukken. Behalve dat de geaardheid van homoseksuelen geaccepteerd moet worden, wordt ook gevraagd om liefdesrelaties van homoseksuelen onbekommerd te aanvaarden.
Nu staat in 1 Petrus 2 te lezen: “Houd iedereen in ere; heb al uw broeders lief; vrees God; eer de koning”[4]. Daarom mag simpelweg worden genoteerd: een homoseksuele geaardheid kan zonder terughoudendheid worden erkend.
Maar Leviticus 18 windt er heus geen doekjes om: “U mag niet slapen met een mannelijk persoon, zoals u met een vrouw slaapt. Dat is een gruwel”[5].
Christenen – Gereformeerden inbegrepen – erkennen de homoseksuele geaardheid wel, maar het homohuwelijk niet![6]

Laten wij elkaar vervolgens attenderen op de sfeer van belediging en generalisering die gaandeweg in Nederland ontstaat.
De NOS meldt op donderdag 6 juni jongstleden: “Kamerlid Öztürk van Denk heeft opnieuw voor opschudding gezorgd in de Tweede Kamer. Vanmorgen haalde hij zich de woede van collega-parlementariërs en voorzitter Arib op de hals door SP-Kamerlid Karabulut te beschuldigen van steun aan een terroristische organisatie”[7]. Met bewijzen komt Öztürk niet.
Nu citeer ik uit een nieuwsbericht dat gedateerd is op 8 juni jongstleden.
“Toine Beukering, aanstaand senator voor Forum voor Democratie, stelt zaterdag in een interview met De Telegraaf dat de Joden tijdens de Holocaust weinig verzet tegen de Duitsers toonden en ‘als makke lammetjes’ in de gaskamers belandden.
De oud-brigadegeneraal van Defensie, die door FVD naar voren is geschoven als de volgende voorzitter van de Eerste Kamer, zegt dat hij gefascineerd is door de Holocaust omdat ‘de Joden – zo’n dapper strijdbaar volk – als makke lammetjes gewoon door de gaskamers werd gejaagd’.
Dat dat kon gebeuren, zou Beukering geïnspireerd hebben om het leger in te gaan.
De vergelijking met ‘makke lammetjes’ maakt Beukering vanwege het ‘weinige verzet’ dat er in zijn ogen bij de Joden is geweest. Hij zegt in het interview dat hij met zijn opmerkingen niemand beledigt”[8].
Later neemt hij, onder de druk van veel verontwaardiging in den lande, die woorden terug[9]. Intussen geeft de generaal wel een inkijkje in zijn gedachtewereld!
Hoe men dit ook wenden of keren wil – dit is onverenigbaar met Mattheüs 5: “U hebt gehoord dat tegen het voorgeslacht gezegd is: U zult niet doden; en: Wie doodt, zal door de rechtbank schuldig bevonden worden”[10].
En: “Stel u zo snel mogelijk welwillend op tegenover uw tegenpartij, terwijl u nog met hem onderweg bent; opdat de tegenpartij u niet misschien aan de rechter overlevert en de rechter u aan de gerechtsdienaar overlevert en u in de ​gevangenis​ geworpen wordt”[11].

Hoe bewaken wij de sfeer?
Hoe stellen we ons teweer?

Laten de schapen maar op de Herder vertrouwen.
Laat bedachtzaamheid een overheersend kenmerk van Gereformeerden wezen.
Laten wij, gewapend met Gods Woord, maar duidelijk zeggen waar het op staat!

Noten:
[1] Mattheüs 10:16.
[2] Zie hiervoor de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 10:16.
[3] G. van Meijeren, “Voorzichtig als slangen, oprecht als duiven”. In: Theologia Reformata, maandag 1 juni 2009, p. 105-108.
[4] 1 Petrus 2:17.
[5] Leviticus 18:22.
[6] Zie over dit alles ook https://www.jw.org/nl/wat-de-bijbel-leert/vragen/bijbel-over-homoseksualiteit/ ; geraadpleegd op zaterdag 8 juni 2019.
[7] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2287880-opnieuw-botst-ozturk-denk-met-de-kamer-en-voorzitter-arib.html ; geraadpleegd op zaterdag 8 juni 2019.
[8] Geciteerd van https://www.nu.nl/binnenland/5927949/aanstaand-fvd-senator-noemt-joden-makke-lammetjes-tijdens-holocaust.html ; geraadpleegd op zaterdag 8 juni 2019.
[9] Zie “FvD-senator neemt zijn woorden terug”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 12 juni 2019, p. 5.
[10] Mattheüs 5:21.
[11] Mattheüs 5:25.

6 mei 2019

Proces van splitsing en splijting

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

De kerk wordt vaak gezien als conservatief.
In de kerk vertelt men nog dezelfde dingen als – pak ‘m beet – vijftig jaar geleden.
Als je in de kerk steeds dezelfde dingen hoort, is het niet nuttig om daar te zijn.
Dat lijkt de redenering van heel wat medemensen.

Wie met die medemensen praat, lijkt niet zelden tegen een muur op te botsen.
Mensen die opgroeiden in gelovige gezinnen zijn nu niet meer bereikbaar.
In het beste geval zijn zij, in naam, nog lid van een kerk. Maar aan alles merk je: het geloof speelt in het gewone leven maar een beperkte rol.
En kerkgang? Nou ja… wat levert dat op? Is dat de tijdsinvestering waard?

Laten we maar eerlijk zijn: zulke situaties komen we bijna allemaal tegen in de kring van familie en vrienden.
U en ik worden daar verdrietig van.
U en ik zouden ’t zo graag anders willen zien!
U en ik voelen ons machteloos. Wij weten het allen wel: genade is geen erfgoed. Maar de teleurstelling, diep-weg in ons hart, blijft: die en die komen we waarschijnlijk niet in de hemel tegen…

Wij zijn niet de eersten die dit soort dingen beleven.
Sterker: deze dingen komen ook al in Gods Woord voor.
Jezus liep in Zijn tijd op aarde ook wel eens tegen een muur op.
In Mattheüs 13 bijvoorbeeld: “En Hij deed daar niet veel krachten vanwege hun ongeloof”[1].

Dat ongeloof vond Hij in… Nazareth!
Dat is, zoals bekend, de geboorteplaats van Jezus. En uitgerekend daar zijn de mensen afwijzend.
De mensen denken klaarblijkelijk: deze Jezus hebben wij nog als jongetje gekend. En Hij zou nu opeens de grote geleerde zijn, die ons wel even zegt hoe het moet? Kom nou toch!
Niettemin vragen de mensen zich af: waar heeft die Man Zijn wijsheid toch vandaan?
Conclusie –
dat zogenaamd moderne patroon waarmee dit artikel begint, blijkt al heel oud. Immers, in Jezus’ tijd reageren de inwoners van Nazareth negatief; maar nieuwsgierig zijn zij wel.

In Mattheüs 13 lezen we ook: “En Zijn zusters, zijn zij niet allen onder ons? Waar heeft Deze dan dit alles vandaan?”[2].
Een exegeet noteert hierbij: “De zusters van Jezus worden alleen hier en in de paralleltekst bij Marcus genoemd. We kennen hun namen niet. Omdat er over ‘allen’ wordt gesproken, moeten het er minstens drie zijn geweest. Moeten we uit het feit dat we in het Nieuwe Testament niet meer over de zusters horen, opmaken dat ze geen christen zijn geworden?”[3].
De tegenstellingen lopen dwars door families en vriendenkringen heen!

Eigenlijk is dat geen nieuws.
Jezus heeft het net gezegd: “Het Koninkrijk der hemelen is ook gelijk aan een ​net, uitgeworpen in de zee, dat allerlei soorten vissen bijeenbrengt. Als het vol geworden is, trekken de ​vissers het op de oever. Ze gaan zitten en verzamelen de goede vissen in ​vaten, maar de slechte gooien zij weg. Zo zal het bij de voleinding van de wereld zijn: de ​engelen​ zullen uitgaan en de slechten uit het midden van de rechtvaardigen afzonderen”. Ja, dat is ook Mattheüs 13[4].
Om het maar modern te zeggen: er is een proces van splitsing en splijting aan de gang. Daar wordt niemand vrolijk van. Maar het is wel de realiteit, ook in 2019.
Nee, de vraag is niet: wie is er star, en wie niet?
De vraag is: wie hoort er bij de Heiland, en wie niet?

Gelovige kinderen van God kunnen verbaasd kijken naar de wereld om zich heen.
En wellicht vragen zij zich, wellicht hoofdschuddend, af: waar is iedereen nu toch mee bezig?
Vergeet het niet – die realiteit is voorspelde werkelijkheid. Laten wij elkaar wijzen op Mattheüs 24: “Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten ​huwelijk​ geven, tot op de dag waarop ​Noach​ de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn. Dan zullen er twee op de akker zijn; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Er zullen twee vrouwen ​malen​ met de ​molen; de één zal aangenomen en de ander zal achtergelaten worden. Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal”[5].

Zelfs als je jong bent, kun je soms denken: de wereld is een beetje gek geworden.
En jazeker, dat is waar.
Weet je hoe dat komt?
Omdat massa’s mensen zich weinig of niets van God en Zijn Woord aantrekken.

Dat Bijbellezen en die kerkgang, dat geloof en dat vertrouwen – wat levert dat alles op?
Laten we ’t maar voor ogen houden: dat alles betekent dat je leeft binnen de kaders van Zijn Verbondswet; zo ben je op weg naar de hemel.
Overal ter wereld zijn Gods kinderen op pad.
Zij zijn op weg naar de meest gelukkige toekomst die maar denkbaar is.
En wie wil dat nou niet?

Noten:
[1] Mattheüs 13:58.
[2] Mattheüs 13:56.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 13:56.
[4] Mattheüs 13:47, 48 en 49.
[5] Mattheüs 24:38-42.

9 april 2019

Ziekenbezoek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Vandaag wordt Pieter Dieleman te Axel begraven.
De meeste lezers van deze internetpagina kennen hem niet.
Toch wordt zijn naam hier vandaag genoemd. Met ere.

Pieter was een vriend van mijn schoonvader, die in oktober 1988 overleed.
Toen mijn schoonvader op zijn sterfbed lag, kwam Pieter regelmatig langs. Wie er ook wegbleef, Pieter niet. Pieter was een echte vriend.

Nadien kreeg Pieter een hersenbloeding. Hij had, als gevolg daarvan, te maken met ernstige lichamelijke beperkingen.
Toen zijn vrouw in 2004 overleed, kwam Pieter uiteindelijk in zorgcentrum De Vurssche in Axel terecht. Daar woonde hij nog tal van jaren.

Mijn vrouw en ik zochten hem jaren geleden eens op. Dat was in augustus 2009.
Dat bezoek maakte, zo merkten wij, indruk op Pieter. Diepe indruk.

In de afgelopen week ontvingen mijn vrouw en ik de rouwkaart betreffende het overlijden van Pieter.
Na later bleek was mijn vrouw de enige uit het gezin van mijn schoonouders die een kaart gekregen had. Waarom? Mede omdat dat ene bezoekje zoveel had losgemaakt. Jaren later sprak Pieter er nóg wel eens over.

Aan het einde van zijn leven had Pieter weinig krachten meer.
Hij had nog één boodschap voor zijn kinderen en kleinkinderen: blijf bij de Here!

Deze flitsen uit een levensverhaal brengen ons vandaag bij Mattheüs 25.
Ik bedoel deze woorden: “Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven; Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een ​vreemdeling​ en u hebt Mij gastvrij onthaald. Ik was naakt en u hebt Mij gekleed; Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht; Ik was in de ​gevangenis​ en u bent bij Mij gekomen.
Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: Heere, wanneer hebben wij U hongerig gezien en te eten gegeven? Of dorstig en te drinken gegeven? Wanneer hebben wij U als een ​vreemdeling​ gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed? Wanneer hebben wij U ​ziek​ gezien of in de ​gevangenis​ en zijn bij U gekomen? En de ​Koning​ zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[1].

Tamelijk onbetekenende mensen die vanwege hun roeping als kind van God een beetje om elkaar denken en voor elkaar zorgen – zij verrichten iets groots. Dat beseffen zij vrijwel nooit. Niettemin is het waar.

Dat gaan we merken als Jezus terugkomt op de wolken.
Dan zullen alle wereldburgers – niemand uitgezonderd – in twee kampen worden verdeeld:
* de mensen die voor Jezus Christus leefden en Hem op deze aarde vertegenwoordigden
* de mensen die niet voor Jezus Christus leefden en alleen maar ‘horizontale’ bedoelingen hadden: leven met en voor mensen.

Die kampen zijn streng gescheiden.
Jezus zegt: “En dezen – dat zijn de vervloekten – zullen gaan in de eeuwige straf, maar de rechtvaardigen in het eeuwige leven”[2].

Wellicht zien we thans, na enig nadenken, toch een hele wolkenstraat voor de zon schuiven. Want het bovenstaande ziet er ten langen leste tamelijk angstaanjagend uit.
Stel je toch voor dat u aan de verkeerde kant staat!
Stel je toch voor dat u bij de bokken wordt ingedeeld!
Dat zou natuurlijk niet best wezen…
Moeten wij thans trillend en met vrees in het hart de toekomst tegemoet treden?

Toch niet.
Want weet u hoe het in Mattheüs 26 verder gaat?
Dat gaat zo: “En toen Jezus al deze woorden geëindigd had, gebeurde het dat Hij tegen Zijn discipelen zei: U weet dat over twee dagen het Pascha is, en dan zal de Zoon des mensen overgeleverd worden om gekruisigd te worden”[3].
Dat is de inzet van het kruislijden, het sterven en de opstanding van Jezus Christus.
Daar loopt het op uit.
Daar gaat het naar toe.
Kijk, zo toont zich het kader van de oproep van de Heiland. Die oproep is:
* Ikzelf zal, ontdaan van alle macht en majesteit, voor de zonden betalen
* vertrouw uw leven aan Mij toe
* Ik maak u tot Mijn eigendom
* Zo maak ik de weg open naar de hemelse toekomst!

Terug nu naar dat ziekenbezoek van Pieter.
Nee, hij preekte niet over “Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht”. Ziekenbezoek – Pieter deed het.
We schreven 1988.
Pieter was eenvoudigweg present, daar aan de Bastionstraat 10 in Axel. En diep in z’n hart wist iedere betrokkene toen: welbeschouwd staat Pieters aanwezigheid in het raam van de toekomst met de Heiland.

Nadien kreeg Pieter ernstige lichamelijke beperkingen.
Maar zijn geloof bleef rotsvast.
Niet dat dat altijd makkelijk was – welnee.
Maar aan het einde van zijn leven gaf hij het zijn kinderen en kleinkinderen mee: blijf bij de Here!

Vanmiddag wordt een eenvoudige gelovige begraven, daar op Zeeuws Vlaanderen.
Dat is, om zo te zeggen, de afsluiting van een kleine aardse geschiedenis.
Maar die kleine aardse geschiedenis gaat in de hemel verder. En het verblijf daar is groots en magnifiek.

En wij – hier op aarde – moeten het repeteren: “Ik ben ​ziek​ geweest en u hebt Mij bezocht”.
En bij iedereen, ziek of niet ziek, galmt de oproep in alle gewelven van het bestaan: blijf bij de Here!

Noten:
[1] Mattheüs 25:35-40.
[2] Mattheüs 25:46.
[3] Mattheüs 26:1 en 2.

1 maart 2019

Verlossing uit de verschrikking

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In Psalm 42 is een mens in nood. Ja, in Psalm 42 is een diep-verdrietig mens aan het woord.
Maar die mens is niet hopeloos. Want hij hoopt op God. Hoe zwaar het leven ook is, hoe hard de slagen ook aankomen, hoe diep de put ook is – God is present.

De dichter krijst bijna:
“Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen,
zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!” [1].

Psalm 42 is wat je noemt een populaire psalm. Zo’n lied dat gelovigen zingen van kindsbeen af. Zo’n lied dat, zelfs wanneer mensen van God wegdwalen, in de geheugens blijft hangen.
Waarom?
Misschien omdat het kerklied zoveel ruimte biedt voor emotie. Maar die ruimte wordt door meer psalmen geboden.
Hoe dat zij – Psalm 42 is een meezinger.

Psalm 42 is echter eerst en vooral een kerklied.
De componist denkt aan die vele kerkgangers waar hij indertijd tussen liep. De stammen gingen op naar Jeruzalem. In lange rijen liepen de vromen naar het Godshuis. De dichter verlangt naar die mooie tijden!
De man die hier aan het woord is, zit nu bij het Hermongebergte – aan de noordgrens van Israëls land, bij de bronnen van de Jordaan.
Daar valt in de regel nogal wat regen. In het voorjaar komen er grote hoeveelheden sneeuwwater naar beneden.
De dichter ziet daarin het onheil dat hem getroffen heeft:
“Watervloed roept tot watervloed,
terwijl Uw waterkolken bruisen;
al Uw baren en Uw golven
zijn over mij heen gegaan”[2].
Hier spreekt, zo schrijft dominee F. van Deursen, “een diep geschokte gelovige, die heeft geworsteld met God en met zichzelf”[3].

Die woorden “Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen, / zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!” kunnen een beetje zweverig klinken. Een tikkeltje mystiek. Enigszins geheimzinnig en onverklaarbaar. Het gaat hier echter niet om filosofie en inhoudsloze verleiding[4].
Nee, de componist van deze psalm verlangt naar de kerk.
En naar de kerkdienst.

Mensen die langdurig ziek zijn hebben die ervaring ook vaak.
En onze hoogbejaarde broeders en zusters, die te zwak geworden zijn om op zondag hun plaats in het kerkgebouw in te nemen – ja, zij kunnen er ook over meepraten.
Al die mensen weten ervan.

En er is nog een categorie mensen die er wel iets van weet.
Dat zijn de vele, vele kerkgangers die in de eredienst heel vaak een buitengewoon onbehaaglijk gevoel hebben.
Het gevoel namelijk dat het in de kerkdienst wel erg veel over mensen gaat. Over hun emoties. Over hun problemen.
Het gevoel dat een boodschap pas óverkomt als de amusementswaarde van een kerkdienst wordt verhoogd. Het gevoel dat de dienst een beetje leuk casu quo lollig moet wezen, omdat de boodschap dan beter landt.
Het is bekend dat aardig wat van die mensen regelmatig via internet meeluisteren naar de erediensten van De Gereformeerde Kerk Groningen (hersteld). Enkele maanden geleden waren er problemen met de geluidsinstallatie in het gebouw waar DGK Groningen vergadert. Prompt kwamen er klachten uit heel Nederland. De luisteraars misten geestelijke voeding.
Ja, ook die mensen kunnen het soms uit de grond van hun hart zeggen:
“Zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen,
zo schreeuwt mijn ziel tot U, o God!”.

Terug nu naar Psalm 42.

De dichter verkeert in een deplorabele situatie.
“Wat buigt u zich neer, mijn ziel,
en bent u onrustig in mij?”[5].
En:
“Mijn God, mijn ziel buigt zich neer in mij”[6].
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant en hoogleraar C. Trimp heeft daarover in een preek eens gezegd: “Want in Zijn hoge nood en dodelijke angsten heeft Christus geen kreten geslaakt of geheimtaal gesproken. Neen, ook toen sprak Hij de taal van uw en mijn Bijbel. Christus heeft ook hier – als zo vaak tijdens Zijn lijdensgang – Zijn eigen weg verstaan en verklaard vanuit het boek van de Psalmen. Nauwkeurige Schriftlezing doet ons dat verstaan: ’Mijn ziel is zeer bedroefd tot stervens toe’ – dat is de taal van de Psalmen 42 en 43. In die Psalmen wordt dat woord weergegeven met ’neerbuigen’: ’Wat buigt gij u neder, o mijn ziel, en wat zijt gij onrustig in mij?’.
Wat de dichter daar vraagt, zégt Jezus in Gethsemané van Zichzelf: Mijn ziel is neergebogen, overstelpt van verdriet. Het is zó erg, dat het leven plaats maakt voor het sterven!
Zó heeft Christus zélf Gethsemané verstaan vanuit de Schriften en aan Zijn discipelen verklaard”[7].
De Heiland laat het zien: de dichter van Psalm 42 heeft meegemaakt wat mij nu overkomt. In Mattheüs 26 geeft Jezus woorden aan Zijn diepe angst: “Mijn ziel is zeer bedroefd, tot de dood toe”[8].
De dichter van Psalm 42 vraagt: ‘Wat buigt gij u neer, o mijn ziel’.
Jezus constateert in Mattheüs 26: Mijn ziel is diep bedroefd. En verder? Verder kan Jezus er niets van zeggen.
Psalm 42 zegt: God is present.
Maar Jezus moet het hoogtepunt van Zijn lijden nog beleven. Hij moet de dikste duisternis nog in. Hij moet nog helemaal door het lijden heen. Hij heeft zich in Mattheüs 26 niet stil gehouden. Zijn discipelen moesten weten hoe het er voor stond.
En de gelovige kerkmensen mogen het ook in 2019 zeggen: onze Heiland is helemaal door het lijden heen gegaan; Hij heeft het volbracht. Jazeker, onze redding is nu een feit!

Dat Evangelie mag en moet verkondigd worden.
Ook vandaag.

Noten:
[1] Psalm 42:2.
[2] Psalm 42:8.
[3] F. van Deursen, “De voorzeide leer”, deel 1 j – Inleiding op de Psalmen (I), derde druk. – Barendrecht: Drukkerij Liebeek & Hooijmeijer, 1986. – p. 312.
[4] De term ‘filosofie en inhoudsloze verleiding’ is ontleend aan Colossenzen 2:8.
[5] Psalm 42:6.
[6] Psalm 42:7 a.
[7] De betreffende preek van dr. C. Trimp heeft als tekst Psalm 43:5 a en Mattheüs 26:38 a. Opgenomen in: “De opgang van het heil: twaalf preken van dr. C. Trimp”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1971. – Citaat van p. 47.
[8] Mattheüs 26:38 a.

26 februari 2019

Levenslange liefde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Soms klinkt de Bijbel heel streng.
In Mattheüs 5 bijvoorbeeld.
“Wie dan een van deze geringste geboden afschaft en de mensen zo onderwijst, zal de geringste genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen; maar wie ze doet en onderwijst, die zal groot genoemd worden in het Koninkrijk der hemelen. Want Ik zeg u: Als uw ​gerechtigheid​ niet overvloediger is dan die van de ​Schriftgeleerden​ en de ​Farizeeën, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan”[1].
Is God een Man van punten en komma’s? Van precies-zo-en-niet-anders?

In Mattheüs 5 toont Jezus aan dat het geheel van de Oudtestamentische geboden geen verzameling van losse regels is. Je kunt – bijvoorbeeld – niet zeggen: regel 4 en 9 zijn heel belangrijk, maar 5 en 10 doen er niet zoveel toe.

Overal en nergens zullen kinderen van God hun best doen om te laten zien dat zij bij Hem horen. Heel hun leven zijn zij bij Hem in dienst. Pensioen of emeritaat is er niet bij.
In alles laten zij zien: wij zijn volgelingen van Christus!
Nooit klinkt het motto: nee, nu even niet…

Het is, zo zei de Gereformeerd-vrijgemaakte dominee J. Meilof (1914-1991) eens, geen kwestie van een verdrag met God. “Een soort contract met de HERE, waarbij elke goede daad een plusje en elk tekort een minnetje gaf; en je sterven bracht de optelsom van plus en min, in hemel óf hel. Dat kwam Christus bestrijden tot Vaders eer…”[2].
Nee, in de echte Godsdienst trilt altijd liefde mee. Er resoneert altijd een beetje blijdschap mee. Er is altijd een vonk van vreugde. ‘Ik hoor bij Hem. Er is niets mooiers dan dat. Nu al. En er komt een schitterende toekomst aan’.

Apen imiteren de dingen die zij zien.
Mensen geven antwoord op het Evangelie dat zij horen.
Ziet u het verschil?

De kerkleiders in de tijd van Jezus’ aanwezigheid op aarde, demonstreerden een enorme ijver.
Maar het gaat niet om netheid. Het gaat er niet om keurig binnen de lijntjes te leven.
Het gaat om liefde. Om passie voor God. Een kind van God is aan Hem verknocht!

Vanuit die liefde leven kinderen van God op deze aarde.
Zij willen liefde uitstralen.
Zij willen mensen uitnodigen: kom ook maar bij God; bij Hem ben je veilig!

Zijn echte christenen van die ijveraars die het christendom aan de samenleving willen opleggen?
Neen. Driewerf neen.
Anno Domini 2019 is het van enig belang om dat vast te stellen.
Velen maken zich druk om het jihadisme. Jihadisten willen een bepaalde versie van de islam aan de maatschappij opdringen. Sterker: eigenlijk moet er een islamitische staat komen. Een kalifaat, zogezegd[3]. Het is een actuele vraag: moet je jihadstrijders uit Syrië terughalen? Het dilemma is, geloof ik, onderhand wel bekend: “Alles is een probleem. Als men de eigen burgers onder de ISIS-gevangenen in Syrië en Irak laat zitten, lopen ze de kans de doodstraf te krijgen, iets waar de EU op tegen is. Als men hen wil ophalen, is de vraag hoe. Het is een oorlogsgebied en ook hebben veel EU-landen daar geen diplomatieke vertegenwoordigingen. Als ophalen lukt, wil men de strijders opsluiten en berechten, maar het zal niet eenvoudig zijn te bewijzen dat de strijders zich hebben bezondigd aan misdaden omdat men geen gedegen onderzoek ter plekke kan uitvoeren. Er bestaat zelfs het gevaar dat strijders wegens gebrek aan bewijs moeten worden vrijgelaten”[4].
Zijn christenen ook niets ontziende types die, koste wat het kost, iedereen en alles christelijk willen maken?
Wederom zeg ik u: neen!

Natuurlijk – het geloof is aan iedere wereldburger gegund.
De kerk gunt een heerlijke toekomst aan ieder die het maar horen wil.
Maar in de kerk brandt altijd het vuur van de liefde.
In de kerk zindert steeds de genegenheid van God en mensen in de lucht.
In de kerk klinkt altijd die onuitgesproken vraag: wat wil God dat wij vandaag doen?

Vanuit de liefde tot Hem ontstaat de sfeer van Psalm 122:
“Ik was verheugd, toen men mij zei:
Laat ons naar ’t huis de HEREN gaan,
om voor God aangezicht te staan.
Kom ga, met ons en doe als wij”.

Daarom gaan Gereformeerden graag naar de kerk:
“Jeruzalem, dat ik bemin,
nu treden wij uw poorten in.
Daar staan, o Godsstad, onze voeten”.
Zo ontstaat de eenheid in de kerk.
In de kerk heerst rust. Tijdens iedere kerkdienst kan men iets van die rust ervaren.
Op gewone werkdagen dragen kinderen van God die rust in hun hart mee.
Ja, de fijnproever krijgt al een voorproefje van het eeuwige geluk.
En hij beseft dat het waar is:
“Jeruzalem is hecht gebouwd,
wel saamgevoegd, wie haar aanschouwt
zal haar als stad van vrede groeten”[5].

Noten:
[1] Mattheüs 5:19 en 20.
[2] De betreffende preek dateert uit 1977. Thema en verdeling luiden als volgt:
Het vervullen van de wet door Jezus Christus
1. Gods wet moet vervuld.
2.Tot úw overvloedige gerechtigheid.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jihadisme .
[4] Geciteerd uit: “Europa niet van plan jihadisten terug te halen”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 19 februari 2019, p. 1.
[5] De laatste citaten komen uit Psalm 122:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.