gereformeerd leven in nederland

24 december 2019

Boodschap voor onhandelbare kinderen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn tegenwoordig heel wat kinderen met een rugzakje.
Er zijn kinderen met een onverwerkt verleden. Niet zelden worden zij op school onhandelbaar. Als het nog een beetje tegenzit praten de ouders, de school, de psycholoog en de therapeut tegen elkaar in. Gescheiden ouders hebben het dan niet zelden nog wat moeilijker. Met zoveel experts om hen heen wordt hun stem soms bijna niet meer gehoord.

Omstanders voelen zich machteloos. Wat zullen zij van al die dingen zeggen? Die omstanders hebben vaak ook nog hun eigen verhaal. Immers – misstanden zijn overal. Onbarmhartigheid komen u en ik overal tegen.

In die wereld komt het Evangelie van Mattheüs 1 tot ons: “…en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de Naam ​Jezus​ geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun ​zonden”[1].

Zij – dat is Maria. Zij is het die in Lucas 1 zingt: “Hij Die machtig is, heeft grote dingen aan mij gedaan en ​heilig​ is Zijn Naam. En Zijn ​barmhartigheid​ is van geslacht tot geslacht over hen die Hem vrezen”[2].
En:
“Hij heeft het opgenomen voor Israël, Zijn knecht, door aan Zijn ​barmhartigheid​ te denken, zoals Hij gesproken heeft tot onze vaderen, tot ​Abraham​ en zijn nageslacht, tot in eeuwigheid”[3].
Barmhartig – dat is een overheersende eigenschap van het Redder van het leven!

Die Zoon – dat is dus Jezus. ‘Verlosser’, betekent dat. Waarom heet Hij zo? Laten wij het de Heidelbergse Catechismus maar nazeggen: “Omdat Hij ons verlost van al onze zonden, en omdat er bij niemand anders enig behoud te zoeken en te vinden is”[4].

Zalig – gelukkig te prijzen! Dat zijn de mensen die arm van geest zijn; de mensen die als een bedelaar voor God staan. De mensen die niet meer weten hoe het hier op aarde verder moet en die hun hand ophouden bij God.
Dat zijn de mensen die treuren over de macht van Gods tegenstander, de satan. De mensen die het hier, vanwege die satanische macht, soms op aarde diep treurig vinden en die er misschien om moeten huilen.
Dat zijn de mensen die zachtmoedig zijn en veel onrecht verdragen.
Dat zijn de mensen die de aarde zullen beërven. Een door Gods ingrijpen volledig vernieuwde aarde.
Dat zijn de mensen die verlangen naar een Goddelijke orde. Een hemelse orde. Laten we de term ‘nieuwe orde’ hier vermijden. Bejaarde broeders en zusters kennen die term ongetwijfeld nog uit de tijd van de Tweede Wereldoorlog; ‘nieuwe orde’: de staatsindeling die de nazi’s overal in het door hun veroverde gebied wilden introduceren. Nee, hier gaat het over de hemelse orde: de orde die domineert wordt door Gods glorie. Een orde die van bovenaf gegeven wordt!
Dat zijn de mensen die op aarde liefdevolle hulp bieden aan hen die dat nodig hebben. Mensen die medelijden hebben op plekken waar anderen dat nodig hebben.
Dat zijn de mensen die goed oprecht dienen. Het zijn zij bij wie het leven met God geen hapsnap-actie is. Het zijn godsdienstigen die de grote lijn van hun leven door het geloof doortrekken naar de eeuwigheid. Het zijn de mensen die Zijn aangezicht zullen zien, “en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn”[5].
Dat zijn de mensen die in vrede willen leven met hun vijanden en zich zo snel mogelijk met hen willen verzoenen.
Dat zijn de mensen die vervolgd worden omdat zij het christelijk geloof belijden en praktiseren. Zij die worden weggehoond omdat zij de Bijbel de eerste plaats in hun leven blijven geven.
Herkent u de motieven van Mattheüs 5?[6]

Terug nu naar de kinderen met een rugzakje. En naar de onhandelbare kinderen. En naar hun ouders. Er zijn momenten waarop zij het uitstrálen: het leven is geen doen meer!
Er zijn momenten waarop zij zich vertwijfeld afvragen: wat moeten wij hier nou toch aan doen?
Al die mensen mogen naar de kerk komen.
Nee, dan zijn niet onmiddellijk alle problemen opgelost. Maar in de kerk leer je wel om volhardend verder te kijken dan de horizon van de rampzaligheid. De God van het verbond zegt, juist ook met het oog op het naderende Kerstfeest: schuif de problemen maar aan de kant en concentreer u maar op Immanuel – God met ons!

Er is echter meer dan die onhandelbare kinderen.
Want eigenlijk is heel Gods volk onhandelbaar. En dat is al van den beginne zo geweest. Laten wij elkaar wijzen op Exodus 32: “Ook zei de HEERE tegen ​Mozes: Ik heb dit volk gezien, en zie, het is een halsstarrig volk”[7].
Denkt u ook maar aan Mozes die in Exodus 34 zegt: “Heere, als ik nu ​genade​ in Uw ogen gevonden heb, laat de Heere dan toch in ons midden meegaan. Zeker, het is een halsstarrig volk, maar ​vergeef​ onze ongerechtigheid en onze ​zonde, en neem ons aan als Uw erfelijk bezit”[8].
Of aan Deuteronomium 9 waar de Here zegt: “Ik heb dit volk gezien en zie, het is een halsstarrig volk”[9].
Of aan Jesaja 30: “Wee de opstandige ​kinderen, spreekt de HEERE, om een plan te maken, maar niet van Mij uit; om een ​verdrag​ te sluiten, maar niet vanuit Mijn Geest; het is om ​zonde​ op ​zonde te hopen”[10].
En: “Want het is een ​opstandig​ volk, het zijn leugenachtige ​kinderen, kinderen​ die niet willen luisteren naar de wet van de HEERE”[11].
Om kort te gaan – wij hebben allemaal een rugzakje. Oftewel: wij zijn allemaal onhandelbaar.

Welnu, de Here Jezus Christus onze Heiland, redt ons uit die impasse. Hij is het die tegen Zijn Vader zegt: “En nadat Hij iets verder gegaan was, wierp Hij Zich met het gezicht ter aarde en bad: Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze drinkbeker aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt”[12].

Onze Heiland zegt: lieve kinderen, geef dat rugzakje nou maar aan mij; “want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht”[13].

Voor alle onhandelbare kinderen van God – en wie is dat van nature niet? – klinkt ook anno Domini 2019 het Kerstevangelie: “…en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de Naam ​Jezus​ geven, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun ​zonden”.

Noten:
[1] Mattheüs 1:21.
[2] Lucas 1:49 en 50.
[3] Lucas 1:54 en 55.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 11, antwoord 29.
[5] Openbaring 22:4.
[6] Zie voor het bovenstaande Mattheüs 5:1-12.
[7] Exodus 32:9.
[8] Exodus 34:9.
[9] Deuteronomium 9:13.
[10] Jesaja 30:1.
[11] Jesaja 30:9.
[12] Mattheüs 26:39.
[13] Mattheüs 11:30.

7 november 2019

Goddelijke orde

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De wereld is vol van wanordelijkheid.
Neem alleen al de seksuele uitwassen van onze tijd.
Transgender, biseksualiteit, panseksualiteit, queer: men komt de meest opmerkelijke dingen tegen.

Is dat wanorde?
Jazeker, ten diepste is dat het geval.
Want Jezus heeft Zelf gezegd: “En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft, en gezegd heeft: Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich aan zijn vrouw hechten, en die twee zullen tot één vlees zijn, zodat zij niet meer twee zijn, maar één vlees? Dus, wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”[1].

Overal ter wereld zien wij de gevolgen van de zonde. En ook op dit gebied.
Dat wil niet zeggen dat wij – bijvoorbeeld – een homoseksuele geaardheid moeten ontkennen. Want die moeten wij accepteren, of wij nu willen of niet.
Maar de vraag is wel: dienen we met onze persoonlijkheid – inclusief onze geaardheid – de Here, of niet? Of ook: willen wij ons leven laten vernieuwen, of niet?

Hoe dat zij: met de wanorde – ja, zelfs de toenemende chaos – die op elke plek op deze aarde te signaleren is, moeten Gereformeerden anno Domini 2019 terdege rekening houden.
Christenen worden weggedrukt. Gereformeerden worden weggezet als niet passend bij de wereld van 2019.
De Here Jezus Christus, onze Heiland, leert ons in Mattheüs 24: “Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden”[2].

Nu het over deze dingen gaat, mogen we elkaar wijzen op de momenteel alom gememoreerde en veelbesproken evolutietheorie.
Men praat daarin over een geleidelijke ontwikkeling, gespreid over miljoenen of zelfs miljarden jaren. Maar de Here zegt: vanwege de mensen die Ik Hoogstpersoonlijk uitgekozen heb, worden de dagen door Mij ingekort.
Met andere woorden: Ik heb de schepping in de hand, Ik heb er een prachtige orde in aangebracht; ga vooral niet proberen om het zelf beter te doen.

IJverig zoeken mensen naar allerlei bewijzen om de evolutietheorie te onderbouwen. Maar dat lukt maar niet.
Iemand schrijft: sinds Darwin “heeft de wetenschap echter een enorme vlucht genomen en hebben nieuwe inzichten in een breed scala aan vakgebieden onoverkomelijk grote problemen met de evolutietheorie aan het licht gebracht.
Ook evolutionisten zelf uiten al decennia lang regelmatig hun ernstige twijfels.
In 1980, bijvoorbeeld, schreef een reporter in het toonaangevende wetenschappelijke tijdschrift Science naar aanleiding van een belangrijke conferentie in Chicago (Verenigde Staten): de centrale vraag van de Chicago-conferentie was of de mechanismen die ten grondslag liggen aan micro-evolutie doorgetrokken kunnen worden om macro-evolutionaire verschijnselen te verklaren. Met het risico om de opvattingen van sommige mensen op de conferentie geweld aan te doen, kan het antwoord op die vraag gegeven worden met een duidelijk nee[3].
God heeft de schepping in de hand. En Hij heeft er Zelf orde in aangebracht. En de Here maant ons: ga die orde niet op eigen houtje verbouwen!

Het is goed om, op dit punt aangekomen, Psalm 148 te citeren:
Loof Hem, zon en maan,
loof Hem, alle lichtende sterren.
Loof Hem, allerhoogste hemel,
en water dat boven de hemel is.
Laten zij de Naam van de HEERE loven,
want toen Híj het gebood, werden zij geschapen.
Hij heeft ze vast doen staan, voor eeuwig en altijd,
hun een orde gegeven, die geen van hen zal overtreden”[4].
En de vraag die thans door de ziel prangt, is: als de hemellichamen zich aan de Goddelijke orde houden, waarom moeten mensen die orde dan zo nodig doorbreken?

In de kerk geldt dit nog sterker. Daar heerst immers de orde van het Verbond.
Zie Jeremia 33: “Zo zegt de HEERE: Als Mijn ​verbond​ met de dag en de nacht er niet is, als Ik de vaste orde van de hemel en de aarde niet geregeld heb, dan zal Ik ook het nageslacht van ​Jakob​ en van Mijn dienaar ​David​ verwerpen, zodat Ik uit zijn nageslacht geen heersers over het nageslacht van ​Abraham, Izak en ​Jakob​ zal nemen. Want Ik zal een omkeer brengen in hun gevangenschap en Mij over hen ontfermen”[5].
Daar zien we het doel van Goddelijke orde in de schepping: barmhartigheid, goedertierenheid, ontferming!

In een wereld die het zelf steeds beter weet, komt God op afstand te staan.
De God van hemel en aarde handhaaft echter, door alle tijden heen, de door Hem vastgestelde orde. Uiteindelijk zal blijken dat dat de enige orde is waarmee wij de toekomst in kunnen.
Ja, Psalm 119 is waar:
“Gij hebt ons hart uw orde opgelegd,
opdat wij die met ijver onderhouden.
Ach, ging ik toch de wegen van uw recht,
dan stond ik niet beschaamd, als ik vertrouwde
op wat Gij in uw liefde tot mij zegt,
als ik de schoonheid van uw wet aanschouwde”[6].

Noten:
[1] Mattheüs 19:4, 5 en 6.
[2] Mattheüs 24:21 en 22.
[3] Geciteerd van https://verizine.nl/argumenten-tegen-de-evolutietheorie/ ; geraadpleegd op donderdag 31 oktober 2019.
[4] Psalm 148:3-6.
[5] Jeremia 33:25 en 26.
[6] Psalm 119:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

24 oktober 2019

De toekomst in eigen hand?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Boeren zijn tegenwoordig nogal eens in beeld.
Welnu, dat kunnen wij op deze internetpagina ook wel. Sterker nog: de Bijbel zet al boeren op de voorgrond.

In Mattheüs 21 bijvoorbeeld.
Daar gaat het over een wijnboer en diens personeel.
“Er was iemand, een ​heer​ des huizes, die een ​wijngaard​ plantte. Hij zette er een omheining omheen, groef er een wijnpersbak in uit en bouwde een ​toren. En hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland. Toen de tijd van de vruchten naderde, stuurde hij zijn dienaren naar de landbouwers om zijn vruchten te ontvangen. En de landbouwers namen zijn dienaren, sloegen de één, doodden een ander, en stenigden een derde. Nogmaals stuurde hij andere dienaren, meer in aantal dan de eerste, en zij deden met hen hetzelfde. Ten slotte stuurde hij zijn zoon naar hen toe en zei: Voor mijn zoon zullen zij ontzag hebben. Maar toen de landbouwers de zoon zagen, zeiden zij onder elkaar: Dit is de erfgenaam. Kom, laten we hem doden en zijn ​erfenis​ voor onszelf houden. Toen ze hem gegrepen hadden, wierpen zij hem buiten de wijngaard en doodden hem”[1].

In deze gelijkenis over de onrechtvaardige pachters gaat het over Israël die de eerstgeboren Zoon van God afwijst. Gods volk wijst Jezus Christus af. En diens woordvoerders – de profeten – worden en passant ook weggewerkt.

Trouwens – blijkbaar gaan de pachters ervan uit dat de eigenaar van de wijngaard niet meer in leven is. De pachters denken dat de dood van de zoon voldoende is om een ‘vijandige overname’ van het bedrijf te kunnen realiseren.
De pachters houden er, om zo te zeggen, een God-is-dood-theologie op na.
Maar dat blijkt een ernstige misvatting. De God van hemel en aarde is springlevend.
Jezus zegt: “Daarom zeg Ik u dat het ​Koninkrijk van God​ van u weggenomen zal worden en aan een volk gegeven dat de vruchten ervan voortbrengt. En wie op deze steen valt, zal verpletterd worden; en op wie hij valt, die zal hij vermorzelen”[2].

De dichter Muus Jacobse geeft de reactie van de pachters treffend weer:
“Het land dat wij bewonen
hoort ons alleen.
Wie om de pachtsom komen
zenden wij heen.
God week te lang geleden
uit ons bestaan.
God is in eeuwigheden
op reis gegaan”[3][4].

Wie de Here Jezus Christus afwijst, leidt voor het óóg wellicht een keurig leven. Gezin en bedrijf zien er van buiten florerend uit, maar wie de Heiland afwijst zegt in feite: van mij is geen fatsoenlijke oogst te verwachten.
Paulus somt in Galaten 5 enkele belangrijke vruchten op: liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing[5]. Zonder dralen wordt er in dat hoofdstuk bij genoteerd: “…wie van ​Christus​ zijn, hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd”[6].

Dit geconcludeerd hebbende gaan de gedachten terug naar de grote boerenprotesten van de afgelopen tijd.
Een agrariër uit Uddel zegt terecht: “Er is een andere plek waar we met onze nood heen moeten. En dat is de weg van het gebed”. En: “Er is zoveel aan de hand in de wereld. Nu is het stikstof. Dan is het de biodiversiteit, dan weer het klimaat of natuur en milieu. Als je dat in je opneemt, zie je dat de aarde zucht onder de gevolgen van de zonde. En moet ik dan met spandoeken gaan staan zwaaien?”[7].
Daar raken we aan een belangrijke zaak. Namelijk deze: de agrariërs die in actie kwamen willen de toekomst uiteindelijk in eigen hand nemen. Wie de kwestie eens nader bekijkt, kan zomaar tot de conclusie komen dat de problemen terug te brengen zijn tot kwesties van geld en commercie. Een commentator van het Nederlands Dagblad schrijft dat het gaat om “de simpele kwestie: hoeveel incasseert de boer die stopt of krimpt, en hoeveel moet een ander betalen om te groeien of te verplaatsen. Een economisch dilemma dat niets met respect of romantiek te maken heeft”[8].
Laten wij maar eerlijk zijn – eigenlijk willen wij allen de toekomst naar onze eigen hand zetten. Wij willen onze keuzes zelf maken. Wij willen onze prioriteiten zelf stellen. Wij willen onze eigen boontjes doppen.
De kernvraag is: willen wij het Evangelie van de verlossing door Jezus Christus aannemen?
In het Oude Testament waren er de profeten.
In het Nieuwe Testament kwam de Heiland naar de aarde om Zijn verlossingswerk te volbrengen.
Vandaag zijn er dominees en talloos vele anderen die het Evangelie proclameren.
Natuurlijk – de verleiding is groot om te zeggen dat de kerk, vergeleken met de wereld, ten principale maar een dooie boel is.
Wij moeten ons maar niet laten misleiden. Terecht zingt Psalm 49:
“Maar God zal mij ontrukken aan de dood,
Hij koopt mij los en redt mij uit die nood.
Hij is het die ten leven mij geleidt
en die mij opneemt in zijn heerlijkheid.
Vrees niet wanneer een man zichzelf verrijkt
en in zijn huis met eer en aanzien prijkt.
Het is vergeefs, geen rijkdom kan hem baten:
al zijn bezit – hij moet het achterlaten”[9].

Noten:
[1] Mattheüs 21:33-39.
[2] Mattheüs 21:43 en 44.
[3] Dit zijn de laatste regels van Gezang 61:1 – Liedboek 1973.
[4] Muus Jacobse is een pseudoniem van K.H. Heeroma (1909-1972). Heeroma was onder meer hoogleraar Nedersaksische taal- en letterkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen.
[5] Galaten 5:22.
[6] Galaten 5:24.
[7] “Waarom niet alle boeren protesteren”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 16 oktober 2019, p. 5.
[8] Sjirk Kuijper, “Met alle respect”. Commentaar in: Nederlands Dagblad, woensdag 16 oktober 2019, p. 3.
[9] Psalm 49:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 oktober 2019

Het luistert nauw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De gelijkenis over het onkruid tussen de tarwe is waarschijnlijk wel bekend.

Voor allen die die gelijkenis niet onmiddellijk voor ogen hebben ter oriëntatie nog enkele citaten uit Mattheüs 13.
“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed ​zaad​ ​zaaide​ in zijn ​akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en ​zaaide​ onkruid tussen de tarwe, en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn”[1].
En:
“Laat ze allebei – tarwe en onkruid – samen tot de ​oogst​ opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur”[2].
En:
“Toen ​Jezus​ de menigte had laten weggaan, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Verklaar ons de ​gelijkenis​ van het onkruid op de ​akker. Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede ​zaad​ ​zaait, is de Zoon des mensen. De ​akker​ is de wereld, het goede ​zaad​ zijn de ​kinderen​ van het Koninkrijk en het onkruid zijn de ​kinderen​ van de boze. De vijand die het ​gezaaid​ heeft, is de ​duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn ​engelen. Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: de Zoon des mensen zal Zijn ​engelen​ uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de ​wetteloosheid​ doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[3].

Het leven gaat ook in 2019 gewoon nog door. Op de automatische piloot, naar het schijnt. Het lijkt erop dat de Here een gedoogbeleid voert: laat de duivel en zijn trawanten zijn gang maar gaan… Pas later, veel later zal het oordeel komen.
Mattheüs 13 toont ons echter dat de werkelijkheid is dat de Here het kwaad opzettelijk ‘volwassen’ laat worden.

Daarin zien we onder meer het geduld van de hemelse God. We zien Zijn lankmoedigheid.
En wij zien ook hoe Gods volk beproefd wordt
Hij geeft Zijn kinderen alle gelegenheid om het kwaad te ontmaskeren. De God van hemel en aarde zegt tegen Zijn gekochten: proclameer het Evangelie maar. God zegt: laat maar zien wat Ik wil, en op welke manier de satan voortdurend pogingen doet om tegenstand te bieden.
Aldus worden Gods kinderen ook getest. Onthullen zij nu ook werkelijk wat de satan aan het doen is? Zeggen ze er ook wat van? Tonen zij aan dat er twee kampen zijn: voor en tegen Jezus Christus, de Heiland?

De media vertellen ons over een dictator in Syrië, Bashar al-Assad.
En over een heerser in Turkije, Recep Tayyip Erdogan. Hij droeg ooit een gedicht voor: “Democratie is slechts de trein die wij nemen tot we op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten. Koepels onze helmen. Moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten”[4].
Laten wij beseffen dat zulke mensen instrumentarium van de duivel zijn!

Christenpolitici in Nederland hebben een verantwoordelijke taak. Zij behoren op hoog niveau te laten zien waar de scheidslijn van goed en kwaad loopt. Op die wijze mogen zij aantonen dat er een strijd op hoog niveau wordt uitgevochten.

In verband met Mattheüs 13 schrijft iemand: “De duivel heeft in ieder geval zijn werk goed gedaan. De verdeeldheid binnen de Christelijke gemeentes heeft een ongekende hoogte bereikt. Er zijn zoveel verschillende opvattingen tegenwoordig over doctrines, geloofsbelijdenissen, en ook het profetische woord dat je nauwelijks nog kan weten wat de echte waarheid is. Zelfs het bestaan van de duivel wordt tegenwoordig al in twijfel getrokken. De duivel wordt ook vaak opgevat als een symbolische term die het kwade of de leugen voorstelt, terwijl de Bijbel ons duidelijk leert dat de duivel een engel is die uit de hemel is gevallen. De grootste leugen van de duivel. Mensen laten geloven dat hij eigenlijk helemaal niet bestaat. De duivel is de vader van de leugen, alle leugens komen van hem. Hij is de zaaier van de verdeeldheid en van de verwarring”[5].
Die realiteit moeten wij vandaag blijven zien!

Er is nog iets.
Het woord dat in onze Bijbels met ‘onkruid’ is vertaald is zizania. Dat betekent eigenlijk: dolik.
Een christelijke internetencyclopedie leert ons: “Dolik is de volksnaam van verschillende gewassen, onder andere van het raaigras en van het bedwelmend raaigras of hondsdravik. De hondsdravik (Lat. Lolium temulentum; Eng. darnel of cockle, Duits Taumel-Dolch, Frans ivraie) behoort wetenschappelijk gesproken tot het geslacht Raaigras (Lat. Lolium). Hij komt overvloedig voor in Israël en Syrië. Hij schiet tussen het koren op en wordt beschouwd als onkruid. Hij lijkt zo sterk op de tarwe dat de plant in sommige streken ‘valse tarwe’ wordt genoemd”[6].
Tarwe en onkruid lijken heel vaak sterk op elkaar. Het is bijna niet van elkaar te onderscheiden. Met andere woorden: sommige opinies lijken reuze christelijk, maar eigenlijk zijn ze het niet.
Dat vraagt attentie van Gods kinderen. Laten wij maar bidden om de leiding van Gods Heilige Geest. Zoals de dichter van Psalm 143 ons dat voorzingt:
“Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[7].

Gewone kerkleden kunnen het gevoel hebben dat zij niet meetellen. De gebeurtenissen in de wereld gaan grotendeels ver boven hun denken uit. Zij bevatten het vaak niet. Wat moeten zij ermee?
Laten de kinderen van God maar beseffen dat de Here hen ziet. Zelfs de meest kleine tarwekorrel ziet Hij van bovenaf!

Denkt u in dit verband maar aan 1 Corinthiërs 15: “…als gij ​zaait, ​zaait​ gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk ​zaad​ zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt ​gezaaid​ in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt ​gezaaid​ in zwakheid, en opgewekt in kracht”[8].
Uit een kleine korrel schept de hemelse God iets groots; iets dat de eeuwigheid verduren kan.
De toekomst van de gelovigen is luisterrijk. Daniël profeteerde er al over: “En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd”[9].

Jazeker – er komt een moment dat de aarde gemaaid wordt.
Leest u maar mee in Openbaring 14: “En een andere ​engel​ kwam uit de ​tempel​ en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw ​sikkel​ uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn ​sikkel​ uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid”[10].
Maar dat alles is voor gelovige kinderen van God geen reden om bibberend in een hoekje te gaan zitten. Want de Heiland draait er in Mattheüs 13 niet omheen: “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[11].

Met andere woorden – de kernactiviteit der Gereformeerden is in één woord samen te vatten: luisteren.

Noten:
[1] Mattheüs 13:24, 25 en 26.
[2] Mattheüs 13:30.
[3] Mattheüs 13:36-43.
[4] Geciteerd van https://npofocus.nl/artikel/7466/wie-is-erdogan ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[5] Geciteerd van https://bijbelenzo.wordpress.com/2012/10/30/het-onkruid-en-de-tarwe/ ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[6] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Dolik ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[7] Psalm 143:9; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] 1 Corinthiërs 15:37-43.
[9] Daniël 12:2 en 3.
[10] Openbaring 14:15 en 16.
[11] Mattheüs 13:43.

21 oktober 2019

Zout zonder toevoegingen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Waarom gaat het niet zo best met diverse kerkgenootschappen in Nederland?
Mattheüs 5 geeft het antwoord.
“U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden”[1].
Als het zout smakeloos wordt, kan men het niet zo goed niet in het eten doen. Met andere woorden: dan is de kerk geen kerk meer.

Hoe wordt zout smakeloos?
Kijkend naar het verleden is het antwoord: “Het zout in die tijd was vermengd met allerlei stoffen, die het konden doen bederven. Flavius Josephus vermeldt dat Herodes een voorraad zout uit de tempelbewaarplaats, die bedorven was, in de voorhoven liet gooien en zo door de mensen liet vertrappen. Dat verklaard waarom zout smakeloos kon worden…”[2].
Het is dus zaak om het zout zuiver te houden. Oftewel: het is van het hoogste belang om het Woord helder te brengen, niets weg te moffelen en er niets bij te verzinnen.

Ergens werd geschreven: “Van de woorden van de HEERE wordt verder gezegd, dat zij zevenvoudig gelouterd zijn in een aarden smeltkroes. Als we letten op de talen die door mensen gesproken worden, zien we een smeltkroes. Sinds de Babylonische spraakverwarring hebben vele talen zich eeuwenlang aangepast, veranderd, vernieuwd; sommige zijn verdwenen. Maar het Woord van God is blijven bestaan, als een rots in de branding; het heeft niets van zijn glans verloren”.
En:
“Nu heeft God Zich in dat menselijke taalgebeuren gemengd: Hij heeft Zijn woorden gesproken, in het Hebreeuws en in het Grieks. Het zijn zuivere woorden, er zitten geen fouten in. Er is van Zijn bedoeling niets verloren gegaan in een vertaalslag. Maar hoe gaat de verdere communicatie naar de mensen toe, de ontvangers? Een eerste voorwaarde is dat de ontvanger wil luisteren. Als die wil er niet is, is er zelfs geen sprake van communicatie. Wil iemand wel luisteren naar Gods Woord, dan is het de vraag of hij Hebreeuws en Grieks kan verstaan. Meestal is dit niet het geval. Dus moeten de zuivere woorden van God vertaald worden om de ontvangende mens te kunnen bereiken. Wel, daar is inmiddels in ruime mate voor gezorgd. Het is echter wel een eerste vertaalslag. Een vertaling is nooit volmaakt; bovendien is er verschil in kwaliteit. Elke vertaling is in feite mensenwerk. Daarnaast veranderen talen, wat kan betekenen dat de boodschap minder goed overkomt.
Tenslotte komen we bij de ontvanger van Gods Woord zelf. Luistert hij/zij voor honderd procent, zich bewust van Degene, Die spreekt, van het gedegen zilver? Of gaat hij uit van zijn eigen denkbeelden, zijn eigen denkvermogen en selecteert hij alleen datgene wat daarmee overeenkomt of daarbij past? Hierdoor kan de boodschap van God niet volledig doorkomen. Er is sprake van filters, een soort selectieve doofheid”.
En:
“In feite heeft God het materiële bedacht en geschapen, door Zijn Woord – Johannes 1! We kunnen wel iets zeggen over het denkvermogen van God. Wat Hij geschapen heeft, heeft Hij eerst bedacht! Als wij dat dan vergelijken met wat wij bedenken en maken… Wij maken eigenlijk slechts gebruik van wat er al is, wat reeds in de materie verborgen is… De gedachten van de mens stellen dus niets voor in vergelijking met de gedachten van God”[3].

Dus:
* talen evolueren, maar Gods Woord verandert niet
* een goede vertaling die de blijde Boodschap in heldere taal overbrengt is van groot belang
* selectieve doofheid is een ramp voor de kerk
* Gods gedachten gaan ver, zeer ver, boven menselijk denkwerk uit.

Vooral die laatste twee aandachtspunten moeten vandaag de dag geaccentueerd worden.
De predikant moet laten staan wat er staat.
En de luisteraars mogen niet weglopen als het Evangelie hen niet welbehaaglijk is. Integendeel – zij moeten een Berea-houding hebben. U weet wel, die attitude van Handelingen 17: “… zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren”[4].

Het probleem is dat heel wat kerkmensen in onze tijd de grondhouding van Richteren 21 hebben: “…eenieder deed wat juist was in zijn ogen”[5]. Oftewel: ieder doet waar hij of zij, kerkelijk bezien, zin in heeft.

Bij dit alles komt nog dat wij tegenwoordig heel wat vervangers van zout ter beschikking hebben. Als daar zijn: basilicum, bieslook, dille, koriander, de maggiplant, munt, oregano, peterselie, rozemarijn, salie, selderij en tijm; of combinaties daarvan. En nog is het einde niet[6].
Een oude wijsheid zegt dat verandering van spijs doet eten. Maar dat geldt vandaag de dag ook in de kerk. Velen zijn niet zo gecharmeerd van het zout. Men kiest voor basilicum, voor bieslook – en wat daar verder volgt, zie boven.
Welnu – Gods Woord houdt het eenvoudig bij zout. En laten gelovige kerkmensen het zich maar realiseren: dat betreft zout zonder toevoegingen.

Noten:
[1] Mattheüs 5:13.
[2] Geciteerd van http://www.bijbelaantekeningen.nl/files/subject?515 ; geraadpleegd op maandag 14 oktober 2019.
[3] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/1127/het-woord-van-god-is-rein-en-zuiver ; geraadpleegd op maandag 14 oktober 2019.
[4] Handelingen 17:11 b.
[5] Richteren 21:25.
[6] Zie https://www.voedingscentrum.nl/encyclopedie/kruiden-en-specerijen.aspx#blok13 ; geraadpleegd op maandag 14 oktober 2019.

10 oktober 2019

Desnoods met één talent

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wees jezelf!
Dat is een bekende oproep die vandaag de dag nogal eens klinkt. Men hoeft geen toneel te spelen. En in de kerk hoeft dat al helemaal niet. Daar hoeft niemand te doen alsof hij Xavier Oebele Smit is, terwijl hij Hendrik Jacob Albert Pieter de Vries heet.
Wij beschikken over voldoende talenten. Die kregen wij van de God van het verbond.

En ja, soms vindt de Verbondsgod één talent genoeg. Maar dat ene talent moeten wij dan wel in de kerk gebruiken.

Dit alles overpeinzende, komen wij uit bij Mattheüs 25.
In dat hoofdstuk staat onder meer het volgende genoteerd: “Maar hij die het ene ​talent​ ontvangen had, kwam ook en zei: ​Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet ​gezaaid​ hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt. En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw ​talent​ verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe. Maar zijn ​heer​ antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie dienaar, u wist dat ik maai waar ik niet ​gezaaid​ heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb. Dan had u mijn ​geld​ aan de bankiers moeten geven, en ik zou bij mijn komst het mijne met ​rente​ teruggekregen hebben. Neem daarom het ​talent​ van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft”[1].
Laten wij het zo zeggen: die ene man die maar één talent gekregen heeft – ja, ook hij – moet aan gemeenteopbouw doen.

Iemand schreef:
“Wat is gemeenteopbouw nu eigenlijk?
1. In de Bijbel betekent ‘gemeenteopbouw’: Gods activiteit om zijn gemeente te bouwen tot de bruid die zij mag worden bij Christus’ wederkomst.
2. In de praktijk betekent ‘gemeenteopbouw’: de opdracht om in je kijken naar je gemeente los te komen van hoe het nu gaat. Om – geleid door bijbelse ideaalbeelden over de gemeente – te kijken op welke aspecten van je gemeente-zijn je zou willen groeien, om daar samen mee aan het werk te gaan”[2].

Het lijkt er sterk op dat de schrijver van het bovenstaande de zaak uit elkaar haalt:
* God is actief op Zijn terrein
* wij zijn in onze eigen tijd actief, op onze manier.
Dat is een onjuiste onderscheiding.
Wij moeten goed bedenken dat wij instrumenten in de hand van God zijn.
Instrumenten zoals Jesaja 13 die bedoelt. In dat hoofdstuk gaat het over de ondergang van Babel. Daar staat: “Zij (de vijanden van Gods volk) komen eraan, uit een ver land, van het einde van de hemel: de HEERE en de instrumenten van Zijn gramschap, om heel het land te gronde te richten”[3].
En ook instrumenten zoals Handelingen 9 die bedoelt. Daar geeft God de profeet Ananias dienstorder omtrent de indienstneming van Paulus: “Maar de Heere zei tegen hem: Ga, want deze is voor Mij een ​uitverkoren​ instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten”[4].
Gods kinderen zijn instrumentarium in Gods hand. Dat klinkt onpersoonlijk. Technisch. Maar als God ons gebruikt… – gebruikt, ook al zo’n beladen woord! – dan gebeuren er grootse dingen.

Ambtsdragers zijn bij uitstek instrumenten in Gods hand. Het is hun taak “om in zijn naam de schapen te weiden”[5].
Maar bij hun werk worden ook gemeenteleden ingeschakeld. Dat zien wij bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 16: “Maar ik zal naar u toe komen, wanneer ik Macedonië doorgereisd ben, want ik ga door Macedonië, en zo mogelijk zal ik bij u blijven, of ook de winter doorbrengen, om mij door u op weg te laten helpen, waar ik ook maar naartoe ​reis”[6].
In de eerste brief aan de christenen in Thessalonica noteert Paulus in hoofdstuk 5: “Want God heeft ons niet bestemd tot toorn, maar tot het verkrijgen van de zaligheid, door onze Heere Jezus ​Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, samen met Hem zouden leven. Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet”[7]. Gemeenteopbouw is niet bedoeld om tegen elkaar zeggen dat we een flinke vent of een kranige meid moeten wezen; we moeten elkaar wijzen op de Heiland – Hij geeft ons toekomst!
Gemeenteopbouw draait om de Evangelieverkondiging, intern en extern. In de kerk draait het niet om menselijke warmte, hoe aangenaam genegenheid en sympathie ook wezen mogen.
Daarom noteert de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 10: “Laten wij de belijdenis van de hoop onwrikbaar vasthouden, want Hij Die het beloofd heeft, is getrouw. En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot ​liefde​ en goede werken. Laten wij de onderlinge bijeenkomst niet nalaten, zoals het bij sommigen de gewoonte is, maar elkaar aansporen, en dat zoveel te meer als u de grote dag ziet naderen”[8].

Terug nu naar Mattheüs 25, en naar die man met dat ene talent.
Ook dat ene talent moet in de kerk worden gebruikt. Misschien is de beheerder van dat beheerder wel een onooglijk typ. Of een broeder of zuster die sociaal niet zo vaardig is. Of een puber die meer een doener dan een denker is, en zichzelf als kerklid niet zo de moeite waard vindt. Maar ook die mensen moeten worden ingeschakeld. En ja, zij moeten zich ook laten inschakelen.

Op welke aspecten van gemeente-zijn zouden wij willen groeien?
Laten wij het maar eenvoudig bij 1 Corinthiërs 3 houden: “Ik heb geplant, Apollos heeft begoten, maar God heeft laten groeien. Dus is dan noch hij die plant iets, noch hij die begiet, maar God, Die laat groeien”[9].
En laten wij er niet omheen draaien: onze God kan broeders en zusters met één talent best laten groeien!

Noten:
[1] Mattheüs 25:24-29.
[2] Geciteerd van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%202005/febwijma.pdf ; geraadpleegd op maandag 7 oktober 2019. Het artikel waar het citaat uit afkomstig is, werd gepubliceerd in: Wegwijs jg. 59 nr 2, februari 2005.
[3] Jesaja 13:5.
[4] Handelingen 9:15.
[5] Zo formuleert het Gereformeerde formulier voor de bevestiging van ouderlingen en diakenen. Zie Gereformeerd Kerkboek, p. 550.
[6] 1 Corinthiërs 16:5 en 6.
[7] 1 Thessalonicenzen 5:9, 10 en 11.
[8] Hebreeën 10:24, 25 en 26.
[9] 1 Corinthiërs 3:6 en 7.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.