gereformeerd leven in nederland

30 augustus 2022

Hulpvaardig naar de eeuwigheid

Het lawaai over asielzoekers blijft maar klinken. In Albergen – gemeente Tubbergen – worden, zo is het plan, 300 asielzoekers gehuisvest. Het gemeentebestuur wilde niet meewerken. Maar in regeringskringen was men onverbiddelijk: het móest. Punt. Toen wilde de eigenaresse van het hotel waar men die asielzoekers wilde huisvesten haar hotel plots niet meer verkopen. En dat terwijl het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) het reeds had gekocht. Gistermiddag oordeelde een rechter dat die verkoop toch door moest gaan.
Daar komt bij dat de asielzoekers maar blijven komen. Het aanmeldcentrum in Ter Apel zit overvol. Er komt nu tijdelijk een tweede opvangcentrum in het bijna honderd kilometer verderop gelegen Zoutkamp.
Daarbij is het duidelijk dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en het COA het werk eigenlijk niet meer aankunnen.

Wat zullen Gereformeerde mensen van al die dingen zeggen?
Wij hebben natuurlijk geweldig medelijden met al die vluchtelingen. Wat is er veel onrust, oorlog, honger! Het is toch verschrikkelijk wat die mensen meemaken?
Uiteraard kunnen wij de vraag stellen: komt er een moment dat Nederland echt helemaal vol zit? Ach, laten wij ons daar maar geen zorgen over maken. Het is nog niet zover. Wie weet wat er vóór die tijd gebeuren zal?

Jezus zegt in Mattheüs 25 dat de mensen zullen vragen: “Wanneer hebben wij U als een vreemdeling gezien en gastvrij onthaald, of naakt en hebben U gekleed?”.
Jezus geeft Zelf het antwoord op die vraag: “En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, Ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan”[1].

De perikoop waar die woorden in staan, gaat over het laatste oordeel. Leest u maar mee: “Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. En Hij zal de schapen aan Zijn rechterhand zetten, maar de bokken aan Zijn linkerhand”.
De manier waarop wij in onze aardse levenstijd met asielzoekers omgaan heeft alles met dat laatste oordeel te maken. Het gaat er dan niet in de eerste plaats om dat wij goed voor vluchtelingen zorgen. Mensen die God negeren geven die zorg vaak ook. De vraag is welke motivatie wij hebben bij de zorg voor vluchtelingen. Wij zijn in Gods dienst. Laat dat besef onze drijfveer wezen[2].

Naast de mensen en de kwesties die vanuit het buitenland op ons af komen, zijn er ook tal van binnenlandse problemen.

In de laatste jaren horen wij vaak dat bij heel veel mensen de problemen zich opstapelen. Wij kennen allen wel de afkortingen die bij die hulpverlening horen: WMO – Wet Maatschappelijke Ondersteuning, GGZ – Geestelijke Gezondheidszorg, PGB – Persoonsgebonden Budget, enzovoort. Sociale media zorgen ervoor dat de problemen snel openbaar worden. Of die problemen nu persoonlijk, regionaal, landelijk, continentaal of wereldomvattend zijn – wij weten overal van.
Zou dat voor de kerk niet een attentiesein zijn? De hemelse God geeft aan de kerk volop gelegenheid om naastenliefde te tonen in de praktijk van het dagelijkse bestaan. De Here drukt ons, om zo te zeggen, met de neus op de feiten: als het gaat om onze naasten is er veel, heel veel te doen. Daarom: geloven in het verlossingswerk van Jezus Christus betekent dat we in en rondom de kerk aan de arbeid moeten. Kerkmensen kunnen veel mantelzorg bieden. Laten wij niet aarzelen om te helpen waar het kan!

De vorenstaande constatering heeft in deze tijd en in onze samenleving wellicht een extra betekenis.
In Nederland horen wij van personeelstekorten.
Vanwege de vergrijzing.
Vanwege de vele deeltijdwerkers.
Vanwege de vele flexwerkers, mensen zonder vast contract. Zij krijgen minder salaris, minder scholing en hebben een minder goede pensioenopbouw.
Vanwege de coronacrisis en het hogere ziekteverzuim.
En bijvoorbeeld ook vanwege de afname van de arbeidsproductiviteit per werker.
Heeft de Here God, om zo te zeggen, ook een personeelstekort? Nee, Hij roept Zelf de mensen die Hij uitkiest en geeft hen gaven om aan de slag te gaan. De vraag is wel of wij bereid zijn om ons te laten inzetten. Het is goed om ons te realiseren dat het in en rondom de kerk geen luilekkerland is. Er moet gewerkt worden, als het maar even kan!

Het is goed als het nog eens tot ons doordringt: die christelijke weldadigheid als vrucht van de Geest gaat niet ongezien en ongemerkt aan God voorbij.
De Christelijke Gereformeerde hoogleraar dr. L. Floor (1923-2020) schreef daarover eens: die weldadigheid “… verspreidt een geur die opstijgt tot in de hemel. God merkt het op en het is Hem welgevallig. Goeddoen aan de naaste is offeren aan God. We hoeven de altaren waarop wij deze geurige offers aan God mogen brengen niet ver te zoeken. Ze zijn dicht in de buurt. Het zijn, zo schrijft Calvijn ‘de armen en de dienstknechten van Christus’. De Geneefse hervormer waarschuwt de liefdadigheid niet te vergeten. ‘Sommigen verkwisten hun goed in allerlei overdaad, sommigen in gulzigheid, sommigen in onbetamelijke wellusten, anderen in het bouwen van grote huizen’. We spreken nogal eens over ‘doelgericht geven’. We doen er goed aan het hoge doel van ons geven in gedachten te houden. We staan bij een altaar. Zo is geven tot geestelijke verrijking en er ligt een aansporing in om niet op te houden goed te doen”.
Waarvan akte[3].

Vreemdelingen zijn in zekere zin geringe broeders en zusters.
Er zijn ook vele geringen die van Nederlandse afkomst zijn.
In augustus 2022 zegt de hemelse God nog altijd: ‘Als u goed doet voor een van Mijn geringste broeders, doet u dat voor Mij’.

Laten wij nog een ogenblik kijken naar Mattheüs 25 en ons realiseren dat het in dat hoofdstuk over het laatste oordeel gaat.
Laten wij elkaar opwekken om in verband daarmee de Nederlandse Geloofsbelijdenis in gedachten te houden.
Rechtvaardigen en uitverkorenen verlangen vurig naar de terugkomst van hun Heiland op de wolken. “Hun verlossing zal dan immers helemaal voltooid worden en zij zullen dan de vruchten van hun moeitevolle arbeid ontvangen. Hun onschuld zal dan door allen worden erkend”.
Onze hulpvaardigheid staat in het kader van de eeuwigheid![4]

Noten:
[1] Mattheüs 25:38 en 40.
[2] In deze alinea citeer ik Mattheüs 25:31-33.
[3] Het citaat van professor Floor komt uit: “Het altaar is dichtbij”. Meditatie in: De Wekker, vrijdag 8 november 2002, p. 19.
[4] Het citaat in deze alinea komt uit artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis.

22 juli 2022

Liefde van twee kanten

In en vanuit de kerk getuigen wij van Gods reddingswerk. Bijvoorbeeld met de woorden van Psalm 124:
“In ’s Heren naam is onze hulp, Hij redt,
de Heer, die aard’ en hemel heeft gemaakt”.
Als het even kan laten kerkmensen zien dat zij met God door het leven wandelen. God is bij ons. Hij beschermt ons. Die geloofskennis geeft stabiliteit in het leven. Die geloofskennis geeft zekerheid over het vervolg van het bestaan na onze aardse dood.
Kerkmensen mogen en moeten op allerlei manieren aan de wereld laten weten dat Jezus in Mattheüs 28 heeft gezegd: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Ga dan heen, onderwijs al de volken, hen dopend in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen”[1].

Dat Evangelie gaat de wereld door. Er zijn veel mensen die daarvoor ijveren.
Zo iemand is de van origine Australische Ben Fitzgerald. Hij “dealde drugs toen hij in 2002 naar eigen zeggen ‘een ontmoeting had met Jezus’ in zijn huis in de buurt van Melbourne. Het veranderde zijn leven. Nu is hij een van de voorgangers in de vrije evangelische gemeente G5 in het Duitse Eimeldingen, én leider van Awakening Europe, een organisatie die ‘christenen mobiliseert om Gods liefde te verspreiden’. Awakening houdt evangelisatiebijeenkomsten in Europa en stadionevenementen”.
Fitzgerald zegt: “Wanneer ik tegen mensen zeg: ‘Jezus houdt van je’, reageren de meesten met de vraag waarom. Dan leg ik ze het evangelie uit. Niet op een vreemde manier hoor, mensen houden niet van vreemd. Ze houden ervan als je ze in de ogen kijkt en tegen ze zegt dat ze geliefd zijn”.
En:
“We weten niet wat er leeft in de harten van mensen. Misschien lijkt het alsof het met iedereen goed gaat, maar het gaat lang niet altijd goed. We hebben een opwekking nodig, omdat mensen gebroken zijn zonder God. En wij hebben een vrede die niet van deze wereld is, die vrede is een Persoon en Hij is veel groter is dan deze aardbol. Daarom wil ik altijd over Hem vertellen. Ik ben trouwens niet verantwoordelijk voor de reacties van mensen. Mijn hoop is in Jezus Christus. Alleen Jezus kan redden”[2].

De activiteit van Ben Fitzgerald doet sympathiek aan. Veel van wat hij zegt is ook waar. Jezus is inderdaad de Redder van de wereld. Wij mogen Zijn liefde verspreiden en daarin Zijn voorbeeld volgen. Christus’ volgelingen worden inderdaad gemobiliseerd. Zij worden ingelijfd in de militia Christi.

Maar het is wel wat simpel om te zeggen: Jezus houdt van je. Het is wel wat makkelijk om eenvoudigweg te stellen: Je bent geliefd.
Het doopbevel staat in de Bijbel. De dienstorder om het Evangelie te verkondigen hebben wij gekregen – jazeker. Maar laten wij niet vergeten dat er in Mattheüs 28 iets bij staat. Namelijk dit: de blijde Boodschap moet aan mensen worden gebracht “hun lerend alles wat Ik u geboden heb, in acht te nemen. Jezus Christus volgen wil niet zeggen dat alles oké is en dat mensen permanent in een hoerastemming mogen blijven hangen. Mensen behoren Gods geboden te doen. Zij moeten gaan leven in het kader van Gods verbond. Laten we het maar gewoon zo zeggen: de liefde moet van twee kanten komen.

En wat gebeurt er als onze liefde bekoelt? Dan moeten wij straf verwachten!
Dat ziet er vreemd uit.
Wij maken ons druk over zending. Wij doen ons best om op een blijmoedige wijze te evangeliseren. In zo’n situatie gaan wij toch niet over straf beginnen? Jawel. Toch wel.
Kijkt u maar mee in Mattheüs 10.
In dat hoofdstuk worden de twaalf discipelen uitgezonden. Daar staat dan bij: “En als u een huis binnengaat, begroet het dan. En als dat huis het waard is, laat dan uw vrede erover komen, maar als het dat niet waard is, laat dan uw vrede tot u terugkeren. En als iemand u niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert, vertrek dan uit dat huis of die stad en schud het stof van uw voeten. Voorwaar, Ik zeg u: Het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad”.
Wij zeggen wellicht: nou, nou, kan dat niet wat minder? Niet dus. Aan Evangelieverkondiging zitten echt twee kanten.
Iets dergelijks zien wij ook in Marcus 10.
De rijke jongeman wil heel graag het eeuwige leven beërven. Jezus zegt: Vertrouw niet op rijkdom, maar alleen op Mij. Wij lezen: “Maar Jezus keek hen aan en zei: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk. En Petrus begon tegen Hem te zeggen: Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd. En Jezus antwoordde: Voorwaar, Ik zeg u: er is niemand die huis of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of kinderen of akkers verlaten heeft omwille van Mij en om het Evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig, nu in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de wereld die komt, het eeuwige leven. Maar veel eersten zullen de laatsten zijn, en veel laatsten de eersten”.
De tegenstellingen liggen scherp![3]

De liefde moet van twee kanten komen. De apostel Johannes is daar in zijn eerste algemene brief nogal duidelijk over: “En hierdoor weten wij dat wij Hem kennen, namelijk als wij Zijn geboden in acht nemen. Wie zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet in acht neemt, is een leugenaar en in hem is de waarheid niet. Maar ieder die Zijn woord in acht neemt, in hem is werkelijk de liefde van God volmaakt geworden”.
Wie Jezus kent, mag zich inderdaad geliefd weten. Maar dat wil niet zeggen dat iedereen maar vrolijk ‘op de automaat’ verder kan leven![4]

Ben Fitzgerald zegt: Mensen “houden ervan als je ze in de ogen kijkt en tegen ze zegt dat ze geliefd zijn”. Dat is natuurlijk waar. Daar kan het in de evangelisatie ook best beginnen.
Maar er is meer.
Er is een tegenstelling tussen kerk en wereld. Het woord ‘antithese’ horen wij tegenwoordig niet vaak meer. Dat is op zichzelf genomen niet zo erg. Maar de betekenis van dat woord moet ons scherp voor ogen staan! 

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik regels uit Psalm 124:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986. Uit Gods Woord citeer ik Mattheüs 28:18,19.
[2] In deze alinea citeer ik uit: “God is echt en Hij kent ieder mens”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 14 juli 2022, p. 6,7.
[3] In deze alinea citeer ik Mattheüs 10:12-15 en Marcus 10:27-31.
[4] In deze alinea citeer ik 1 Johannes 2:2-6.

13 juni 2022

Eudokia

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Het is vandaag precies vijftig jaar geleden – op dinsdag 13 juni 1972 bericht het Nederlands Dagblad over de ingebruikname van de Eudokiakerk in Kampen. Heden ten dage is dat gebouw nog altijd het onderkomen van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) te Kampen-Noord.
In 1972 is dominee P. Lok de predikant van de gemeente in Kampen. Op de dag van de ingebruikname, zaterdag 10 juni 1972, zegt hij onder meer: “Het moge dan een sieraad zijn voor de stad Kampen, dit fraaie kerkgebouw, het eerste en het belangrijkste is toch dat hier de Gereformeerde Kerk zal samenkomen in haar erediensten. Dat in dit kerkgebouw de ontmoeting en het samengaan van Christus en Zijn kerk zal plaatsvinden. In alles wat hier gebeurt – in het catechetisch onderwijs aan de jeugd, in de vergaderingen van allerlei verenigingen – zal Christus met Zijn genadeheerschappij centraal moeten staan. Hier zal de naam des Heeren openlijk worden aangeroepen. Tot lof en prijs van Gods Eudokia”[1].

Dat oude krantenbericht geeft te denken. Dat zal hieronder blijken.

Eudokia – dat betekent: degene die Gods liefde ontvangt. Of ook: degene waarin God welbehagen heeft.
Wie is Gods grootste eudokia? Antwoord: Jezus Christus. Zo lezen wij dat bijvoorbeeld in Mattheüs 3: “En zie, een stem uit de hemelen zei: Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!”. Eudokesa staat daar, een vorm van dat woord eudokia dus.
Eudokia – dat woord bestaat uit twee delen. Eu: goed. En: dokia, een vorm van dokeoo: menen, besluiten. Jezus is de Zoon waarmee God de Vader bijzonder ingenomen is. Jezus is de Man naar Vaders hart.
Naar Hem moeten wij dus luisteren. Wij moeten Hem volgen. Zijn Woord staat in de kerk centraal[2].

Dat woord eudokia vinden wij ook in de engelenzang van Lucas 2: “Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen”. Dat betekent daar: God heeft welgevallen aan de kinderen die Hij liefdevol heeft uitgekozen!
Lucas 2 brengt ons in de sfeer van Gods vrijgevige genade. Dat is ook de sfeer van Mattheüs 11: “In die tijd antwoordde Jezus en zei: Ik dank U, Vader, Heere van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, en ze aan jonge kinderen hebt geopenbaard. Ja, Vader, want zo was het Uw welbehagen”. En van Lucas 12: “Maar zoek het Koninkrijk van God en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees niet bevreesd, kleine kudde, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven”. Zowel in Mattheüs 11 als in Lucas 12 staat dat woord eudokia.
Door het werk van Jezus Christus is de kerk Gods eudokia![3]

Het Woord van de Heiland staat in de kerk dus in het centrum van de aandacht.
In juni 1972 is men zich daar te Kampen sterk van bewust. Dat blijkt wel uit het ND-bericht. Daarin lezen wij namelijk ook het volgende.
“De architect, de heer N. van der Stelt te Amersfoort, gaf een uitgebreide toelichting op het ontwerp van de Eudokia-kerk. Hij zei onder meer: ‘Toen ik de opdracht tot het bouwen van dit kerkgebouw ontving stond één ding tevoren vast: in dit gebouw zal de prediking centraal staan. Dat moest men ook buiten kunnen zien. Vandaar die grote wand bij de preekstoel, die allesbeheersend is in het complex. Alle andere muren en nevenruimten zijn ondergeschikt aan deze wand, die hoog en breed is, de gemeente als het ware omspannend. De overige elementen versterken dit. De Woordverkondiging is niet in het wilde weg, naar zeer bepaald tot de gemeente gericht. De vorm van het dak accentueert dit. En het antwoord van de gemeente — in dankbare lofzang en offers richt zich weer naar boven, tot de Koning der Kerk. Verkondiging en antwoord zijn zo de grondvormen van dit gebouw. De zitplaatsen zijn zo gesitueerd rondom de preekstoel dat ze als het ware uitbeelden hoe de gemeente zich laat vergaderen. Dan is er de hal, waar de gemeente wordt opgevangen en die deze ook zo maar weer niet laat gaan als de kerkdienst voorbij is. Evenals het kerkplein, dat dezelfde functie heeft. Dan zijn er de zalen, waar gewerkt wordt, duidelijk zichtbaar — kleiner — maar ondergeschikt aan de grote ruimte, waar het Woord verkondigd wordt’.
De toelichting van de architect maakt duidelijk hoezeer de eredienst van Gereformeerde mensen gericht moet wezen op Gods eudokia: de Heiland en Zijn kerk.

Eudokia duidt, welbeschouwd, op het grootste wonder in deze wereld. Dat is dit: het heeft de Here behaagd om een vast en groot aantal mensen in Christus tot het eeuwig heil te brengen.
Eudokia: dat woord duidt op Gods liefdevolle keuze.
Om met de Dordtse Leerregels te spreken: “Deze uitverkorenen zijn niet beter dan anderen en zij hebben evenmin enig recht op Gods liefde, omdat zij met alle mensen aan de ellende prijsgegeven zijn. Alleen uit genade zijn zij in Christus uitverkoren overeenkomstig het vrije welbehagen van Gods wil”.
“Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars”, zegt Jezus in Mattheüs 9. Mensen die uit zichzelf bij God weglopen, vormen samen toch Gods eudokia. In een welhaast dolgedraaide wereld is dat de meest troostvolle boodschap die er is![4]

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Eudokia-kerk te Kampen zaterdag officieel in gebruik genomen”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 13 juni 1972, p. 2.
[2] In deze alinea gebruik ik https://www.amen.nl/artikel/71/u-kent-meer-grieks-dan-u-denkt-deel-2-eudokia ; geraadpleegd op zaterdag 4 juni 2022.
[3] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens Lucas 2:14, Mattheüs 11:25,26 en Lucas 12:31,32
[4] In deze alinea citeer ik woorden uit hoofdstuk I, artikel 7 van de Dordtse Leerregels. En uit Gods Woord Mattheüs 9:13 b.

17 februari 2022

Vergeven is een vereiste

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Vergeven is soms moeilijk. Innerlijk kunnen mensen zwaar gewond zijn door de manier waarop ze in het verleden zijn bejegend.
Mensen veranderen er soms door. Zij worden harder en bouwen een muur om zich heen.
Anderen worden juist gevoeliger. Zij worden getriggerd door iets dat wordt gezegd of gedaan. Een bepaalde gebeurtenis herinnert hen aan leed van vroeger. Een bepaalde formulering brengt hen terug bij verdriet dat diep was weggestopt.
Ja, vergeven kan moeilijk zijn. Maar voor gelovige kinderen van God is het een must. Dat blijkt uit het onderwijs dat Jezus geeft in Mattheüs 6: “Want als u de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw hemelse Vader u ook vergeven. Maar als u de mensen hun overtredingen niet vergeeft, zal uw Vader uw overtredingen ook niet vergeven”[1].

Waarom is vergeven een must?
Omdat de boze overwonnen is. Jezus zegt: “En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze. Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen”.
Het is honderd procent zeker: het voor altijd bestaande Koninkrijk is van God.
Het is honderd procent zeker: de enige kracht die overblijft is van God. Gods kracht blijft voor eeuwig ongebroken. Satanische kracht gaat ten onder.
Het is honderd procent zeker: de enige glorie die overblijft is voor God. De invloed van de duivel komt definitief tot een einde.
De boze is overwonnen. Het kwaad zal uit de wereld verdwijnen.
Kinderen van God willen – als het goed is – nu niets liever dan iedereen die op hun weg komt, meenemen naar Gods Koninkrijk![2]

Het is belangrijk om het bovenstaande goed vast te houden.
In onze tijd worden misstanden al snel uitvergroot. Baan, carrière en toekomst worden, om zo te zeggen, met één pennenstreek weggedaan.

In verband met die laatste constatering is het leerzaam om een ogenblik naar kerkvader Augustinus te luisteren.
Wat leert hij ons?
1.
“Als het goed is (…) weten we dat de fouten die de ander heeft gemaakt niet uniek zijn. Het maken van fouten, en erger, is inherent aan de mens. Zijn wij niet allen zondaren? Laten we ons daarom niet verheffen boven een ander”.
2.
“Wie niet rechtvaardig is, kan niet barmhartig zijn en wie niet barmhartig is, kan niet rechtvaardig zijn. In een verhandeling over de eerste brief van Johannes schrijft hij treffend: ‘U mag niet denken dat u uw knecht bemint als u hem niet slaat; dat u uw kind bemint als u het geen tucht leert; dat u uw buurman bemint als u nooit iets tegen hem zegt. Dit is geen liefde, maar slapheid’”.
3.
“Iedereen verdient een tweede kans. De volgorde bij het opleggen van straffen is bij Augustinus: eerst slaan, dan troosten; eerst straffen, dan genezen. De straf of sanctie is volgens hem bedoeld om iemand tot inkeer, zelfinzicht en verbetering te brengen. Geen mens mag een ander mens de kans op bekering ontnemen”[3].

Vergeven is soms moeilijk.
Maar er is één situatie waarin het onmogelijk is. Daarover spreekt Jezus in Mattheüs 12: “Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering tegen de Geest zal de mensen niet vergeven worden. En wie een woord spreekt tegen de Zoon des mensen, het zal hem vergeven worden; maar wie tegen de Heilige Geest spreekt, het zal hem niet vergeven worden, niet in deze eeuw, en ook niet in de komende”.
In een Studiebijbel staat daar onder meer bij genoteerd: het gaat om “een levenshouding, een tweede, antigoddelijke natuur. Het woord ‘lastering’ –blasphemia– is een zeer sterke uitdrukking. Het gaat om een bewuste en goddeloze verwerping van de reddende kracht en genade van God. De Farizeeën waren al aardig op weg in deze zonde te vallen, daar ze beweerden dat Jezus de duivel tot bondgenoot had.
De reden waarom de zonde tegen de Geest niet vergeven zal worden, is niet dat de Heer dit niet zou kunnen of niet zou willen doen, maar wel dat de mensen, die deze goddeloze levenshouding hebben, verstokt zijn en geen berouw hebben. Ze willen geen vergeving ontvangen, maar gaan door met hun lastering. Dus als iemand bang is dat hij deze zonde heeft begaan, dan is het zeker dat hij ze niet heeft gedaan!”[4]

Vergeven is voor ons, mensen van 2022, soms heel moeilijk. Maar het is wel degelijk mogelijk.
Dat blijkt bijvoorbeeld uit een door het Algemeen Dagblad gepubliceerd bericht. Citaat:
“Een werkstraf van 150 uur, een jaar voorwaardelijke rijontzegging en 500 euro boete. Die straf heeft de rechtbank woensdag opgelegd aan de 53-jarige Arie S. uit Nieuw-Lekkerland. Hij reed op 20 april 2019 in zijn woonplaats de pas 17-jarige Arianne dood.
Tijdens de rechtszaak vergaven de ouders van de tiener hun dorpsgenoot al voor het fatale verkeersongeval. Toen S. vroeg om vergiffenis zei de moeder van het meisje: ‘Ja Arie, van ganser harte’. Verder vertelde de vrouw dat zij en haar man ‘geen haat of wrokgevoelens koesteren’.
Amper vijf dagen na het ongeval ging S. al met de ouders mee naar het opgebaarde lichaam van het meisje dat door zijn toedoen was overleden. Ook in de tijd erna hadden ze geregeld contact. Voor het laatst nog de avond voor de rechtszaak.
Bij het bekendmaken van hun vonnis spraken de rechters van een ‘buitengewoon verdrietige zaak’ die tijdens de zitting duidelijk indruk op hen had gemaakt. ‘Wat deze zaak heel bijzonder maakt, is dat de ouders S. in hun verdriet hebben (…) vergeven. Niet uniek, maar wel bijzonder. De rechtbank kon ook zien dat de verdachte en nabestaanden daar kracht aan ontlenen’”[5].

Niet iedereen is zo vergevingsgezind. Niet iedereen ontvangt daar ook de mentale kracht voor. Wat moeten wij in zo’n situatie doen? Laten wij in ieder geval het woord van Johannes vasthouden: “Als wij onze zonden belijden: Hij is getrouw en rechtvaardig om ons de zonden te vergeven en ons te reinigen van alle ongerechtigheid”.
Voorts, laten wij ons de les van Psalm 32 toe-eigenen:
“Welzalig hij wiens zonde is vergeven,
die van de straf genadig is ontheven,
wiens overtreding, die hem had bevlekt,
voor ’t heilig oog des Heren is bedekt.
De Here rekent hem niet toe zijn zonden,
de ongerechtigheid in hem gevonden.
Welzalig hij die zo bevrijd van schuld,
geen onoprechtheid in zijn geest meer duldt”.
Als we die les steeds opnieuw willen leren, wordt vergeven zeker makkelijker![6][7][8]

Noten:
[1] Mattheüs 6:14,15.
[2] In deze alinea citeer ik Mattheüs 6:13.
[3] Geciteerd uit: Hans Alderliesten, “Augustinus: Geef nieuwe kans na strafbaar feit”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 1 februari 2022, p. 26,27.
[4] In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Mattheüs 12:31,32. Ook citeer ik uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 12:31; geraadpleegd op donderdag 10 februari 2022.
[5] Geciteerd van https://www.ad.nl/binnenland/dorpsgenoot-die-arianne-17-doodreed-krijgt-na-vergeving-door-ouders-nog-werkstraf~ae2f4e92/ ; geraadpleegd op donderdag 10 februari 2022. Het betreffende bericht is gedateerd op woensdag 22 december 2021.
[6] In deze alinea citeer ik 1 Johannes 1:9. En: Psalm 32:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Het onderwerp van dit artikel is onder meer gekozen omdat de vrouwenvereniging ‘Bouwen en Bewaren’ van De Gereformeerde Kerk Groningen vanavond, donderdag 17 februari 2022, zo de Here wil een bespreking wijdt aan de vijfde bede van het Onze Vader: ‘En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren’. Van voornoemde vereniging is mijn vrouw lid. Met het schrijven van dit artikel hielp ik mijn echtgenote bij het maken van enige voorstudie.
[8] Het onderwerp ‘vergeving’ komt ook aan de orde in mijn artikel ‘Overpeinzingen over vergeving’. Dat artikel werd hier gepubliceerd op donderdag 20 januari 2022. Het is te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2022/01/20/ .

14 januari 2022

Rijk aan barmhartigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De zangeres Pearl Jozefzoon wordt blij van geloofsgetuigenissen. In het Nederlands Dagblad van donderdag 6 januari zegt zij: “Geloof gaat voor mij samen met positief denken. Als ik iets heel graag wil, dan maak ik een vision board: ik maak een collage van mijn dromen in plaatjes en woorden. Ik weet soms niet hoe God het gaat doen, maar aan die droom houd ik me vast. Zo’n concrete droom is bijvoorbeeld een stabiele woonplek voor mij en mijn kinderen. Ik zie mezelf met mijn kinderen in een fijn huis, eventueel met een partner erbij. Vervolgens steek ik mijn handen uit de mouwen, ik leun niet achterover. En ik bid met grote verwachting. Ik houd ervan om getuigenissen van andere gelovigen te horen”.
Dromen – dat doen wij bij tijd en wijle allemaal.
Stelt u zich eens voor dat alle relaties in de wereld volmaakt zijn. Wat een vrede is er dan op aarde!
Stelt u zich eens voor dat het altijd zomer is. Dan heeft u altijd gelegenheid om lekker naar buiten te gaan.
Stelt u zich eens voor dat uw leefomgeving één groot natuurgebied is.
Stelt u zich voor dat de wereld één wereldwijd palet van kleur en fleur is. Overal en nergens herfstkleuren – wie wil dat nou niet?[1]

Een ieder weet echter dat de realiteit van het leven soms hard is. Die ‘zachte’ beschrijving van hierboven past niet altijd op de werkelijkheid.
Welnu – de kerk mag de blijde Boodschap doorgeven dat God de werkelijkheid vernieuwt. En Hij grossiert in barmhartigheid. Zo staat dat in Efeziërs 2. Lees maar mee: “Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus”[2].

Mensen die in feite dood zijn worden levend gemaakt. Zo ontstaat de sfeer van 1 Petrus 1: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden”.
Het leven van gelovige kinderen van God is dus opnieuw begonnen. Daarom willen wij in zijn voetsporen blijven. Wij willen doen wat Hij gebiedt.
Dat vereist een zekere nauwkeurigheid. Dat vereist doordenking van de vraag: wat betekent Gods wet in onze tijd? Dat vereist het maken van duidelijke keuzes: dit doen wij wel en dat doen wij niet. Dat is geen kwestie van de buitenkant. Dat vereist een integrale aanpak: volledig vertrouwen op het eenmalige offer van Jezus Christus.
Maar, zegt iemand wellicht, bij mij mislukt die integrale aanpak voortdurend. Dan is het parool: leun maar gewoon op Zijn barmhartigheid!
Niet voor niets zegt Jezus in Mattheüs 9: “Maar ga heen en leer wat het betekent: Ik wil barmhartigheid en geen offer; want Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaars”. Het verwijt dat Jezus in Mattheüs 23 aan de kerkleiders richt is zo mogelijk nog duidelijker: “Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, want u geeft tienden van de munt, de dille en de komijn, en u laat het belangrijkste van de Wet na: het recht, en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen zou men moeten doen en die andere dingen niet nalaten”.
En dus is de oproep gerechtvaardigd: wees barmhartig! Voor anderen en voor uzelf! Gods kinderen zijn immers uit genade zalig geworden?[3]

Wij gaan terug naar Pearl Jozefzoon.
In het Nederlands Dagblad zegt zij ook: “Soms ben ik bang voor de teleurstellingen of verloren dromen die er nog in mijn leven gaan komen. Pas vertelde iemand mij dat de kans dat een tweede huwelijk niet slaagt, groter is dan dat een eerste huwelijk in een scheiding eindigt. Ik vind zo’n feitje natuurlijk niet leuk. Dat is lastig. Maar ik probeer niet met die gedachte rond te lopen. Toen ik twaalf was, dacht ik: er is één plan, één man, en één carrière en dat gaat God allemaal laten gebeuren no matter what. Ik heb dat losgelaten, want het gaat niet op. Of ik heb een reeks verkeerde keuzes gemaakt en ondanks dat heel mooie kinderen gekregen. Of de scheiding was Gods plan … maar dat geloof ik niet, aan wie kan ik dat verkopen? Ik kan niet alles recht praten. Maar ik weet wel dat God bestaat, en dat Hij echt liefde is. Dankzij dat geloof en een positieve houding, ervaar ik gelukkig ontspannenheid”.
Die bangheid, die angst is – menselijk bezien – best te begrijpen.
Maar eigenlijk is dat onvolledig vertrouwen op Jezus Christus. Ach, laten wij maar eerlijk zijn: met die zonde zijn wij allemaal behept.
En dat terwijl Hij zo barmhartig is.
Dat blijkt ook uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Daarin spreken wij onomwonden uit: “Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking. Toch is God niet de bewerker van de zonde die gedaan wordt, en evenmin draagt Hij er de schuld van. Want zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig. En al wat in zijn doen het menselijk verstand te boven gaat, willen wij niet nieuwsgierig onderzoeken, verder dan ons begrip reikt. Maar in alle ootmoed en eerbied aanbidden wij de rechtvaardige beslissingen van God, die voor ons verborgen zijn”.
Nogmaals: van al onze zonden kunnen en mogen wij God beslist niet de schuld geven.
Wij mogen er nimmer omheen draaien: ons geloof in het feit dat Jezus Christus onze barmhartige Behouder is, is ook gegeven. Steeds weer mogen wij op Gods gaven terugvallen. Zijn geschenken hebben eeuwigheidswaarde! Om het met Efeziërs 2 te zeggen: “Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God”[4].

Wees barmhartig!
Die oproep moet de kerk laten horen in een samenleving die, naar men zegt, verhardt.
Maar ook de schrijver van de brief aan de Hebreeën kent deze zondige wereld goed. Hij spoort ons aan: houdt uw geloof vast!
Zijn woorden zijn duidelijk. Ze behoeven nu geen commentaar meer.
“Nu wij dan een grote Hogepriester hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk Jezus, de Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de genade, opdat wij barmhartigheid – daar staat het weer: barmhartigheid! – verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[5].

Noten:
[1] De woorden van Pearl Jozefzoon staan in: “Doelgericht leven geeft houvast”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 6 januari 2022, p. 20; rubriek: Houvast.
[2] Efeziërs 2:4-7.
[3] In deze alinea citeer ik achtereenvolgens 1 Petrus 1:3, Mattheüs 9:13 en Mattheüs 23:23.
[4] In deze alinea citeer ik enkele zinnen uit artikel 13 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. Uit Gods Woord citeer ik Efeziërs 2:8. Verder gebruik ik: Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 4 en 5.
[5] Hebreeën 4:14-16.

29 oktober 2021

Zijn maaksel zijn wij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , , , ,

De heer Jan Joseph Latten, emeritus hoogleraar demografie van de Universiteit van Amsterdam, werd onlangs geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad.
Het slot van het vraaggesprek luidt als volgt.
“Wat is het effect van de coronacrisis op de door u geschetste toekomstperspectieven?
Antwoord:
Ik denk dat de samenleving sterk gaat veranderen. We krijgen onrustige tijden. Er komt een stroom van vluchtelingen op gang, waarvan een deel naar Nederland komt en hier ook blijft. Eigenlijk hebben we drie crises de komende jaren: een klimaatcrisis, een demografische crisis en een sociale crisis. Naarmate de bevolking door migratie harder groeit, neemt de rivaliteit toe en zal het debat over geldende normen meer gevoerd worden.
U klinkt vrij pessimistisch. Wat is een positieve trend die u verwacht de komende dertig jaar?
Antwoord:
Het positieve is de overlevingsdrang, dat we in al die onrust proberen iets van het leven te maken. De herwaardering van het familiegebeuren, het bedenken van alternatieven voor het alleen-zijn. Mensen willen misschien alleen leven, maar eenzaamheid willen we niet. Die alternatieven zullen we blijven zoeken”.
Het gaat om overlevingsdrang. En u gaat er vast en zeker zelf iets van maken.
Zo werd dat gezegd1.

Dat woord ‘maken’ brengt schrijver dezes als vanzelf bij Gods Woord. De Bijbel begint namelijk bij het maken. Want de almachtige God schept de wereld. Hij maakt iets uit niets. Hij creëert een prachtige wereld.
Noach moet een ark maken: het schip dat acht zielen van een wisse ondergang redden zal. De Here maakt een verbond met Noach.
Mensen willen naam maken, en een toren bouwen die tot in de hemel reikt.
De Verbondsgod maakt het nageslacht van Abraham tot een groot volk.
Israël mag geen beelden maken, zo blijkt uit Exodus 20. Het volk mag al helemaal geen afgoden maken! Maar wel een tabernakel, een heiligdom waar God in resideren kan
Dat begrip ‘maken’ laat de scherpe tegenstelling tussen kerk en wereld zien, de antithese dus:
* de mens wil van alles maken, zonder God.
* de God van hemel en aarde maakt alles goed2.

Als de mens groot is, dan is hij door God groot gemaakt. Dat is Jozua overkomen. Dat zien wij in Jozua 3: “Want de Heere had tegen Jozua gezegd: Deze dag zal Ik beginnen u groot te maken voor de ogen van heel Israël, opdat zij weten dat Ik met u zijn zal zoals Ik met Mozes geweest ben”.
Het is de God van het verbond die mensen uitkiest om Zijn kinderen te zijn. Hij maakt hen tot Zijn volk. Samuël zegt dat zo in 1 Samuël 12: “Want de HEERE zal Zijn volk niet verlaten, omwille van Zijn grote Naam, omdat het de HEERE behaagd heeft u voor Hem tot een volk te maken”.
De schrijver van Psalm 85 zegt: het echte leven wordt door de almachtige God gemaakt. Als er leven is komt dat van Hem:
“Zult U voor eeuwig toornig op ons zijn,
Uw toorn laten duren van generatie op generatie?
Zou Ú ons niet weer levend maken,
zodat Uw volk zich in U verblijdt?”.
De hemelse God kan Zijn volk maken en breken. Dat laatste zien wij bijvoorbeeld in Jesaja 5: “Nu dan, Ik wil u graag bekendmaken wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: Ik zal zijn omheining wegnemen, zodat hij verwoest zal worden; Ik zal een bres slaan in zijn muur, zodat hij vertrapt zal worden. Ik zal er een wildernis van maken. Hij zal niet gesnoeid worden of geschoffeld, maar dorens en distels zullen er opschieten. En Ik zal de wolken gebieden geen regen erop te laten neerkomen. Want de wijngaard van de HEERE van de legermachten is het huis van Israël, en de mannen van Juda zijn Zijn lievelingsplant. Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het werd bloedbestuur, gerechtigheid, maar zie, het werd geschreeuw”.
Maar Jezus wil mensen behouden! Denkt u, nu het hierom gaat, bijvoorbeeld maar aan Mattheüs 18: “Pas op dat u niet een van deze kleinen – dat zijn de kinderen – veracht. Want Ik zeg u dat hun engelen in de hemelen altijd het aangezicht zien van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Want de Zoon des mensen is gekomen om zalig te maken wat verloren is. Zoveel mogelijk mensen zalig maken: dát is het ultieme doel dat de hoge God met door Hem geschapen mensen heeft!3

Onze Schepper wil ons leven weer glorieus maken.
Nee, wij hoeven het in deze wereld niet te maken. Wij moeten ons echter, zegt Petrus, steeds meer beijveren om onze roeping en verkiezing vast te maken; “want als u dat doet, zult u nooit struikelen”4.

Wij moeten er zelf iets van maken, zeggen de mensen. Je moet in het leven zelf de slingers ophangen. Maak er wat moois van!
Ach, er is niets tegen om van het leven te genieten. Maar kerkmensen moeten maar niet vergeten dat het mooiste deel van hun leven nog komt. ‘Maak u maar klaar’ , zegt onze God, ‘Ik maak alles klaar voor een prachtige toekomst’!

Noten:
1 Geciteerd van https://www.rd.nl/artikel/947593-jan-latten-taboe-op-bevolkingsgroei ; geraadpleegd op vrijdag 22 oktober 2021.
2 In deze alinea gebruik ik passages uit Genesis 1, 2, 11 en 12. En ook woorden uit Exodus 20, 25 en 26.
3 In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Jozua 3:7, 1 Samuël 12:22, Psalm 85:7, Jesaja 5:5-7 en Mattheüs 18:10 en 11.
4 2 Petrus 1:10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.