gereformeerd leven in nederland

3 juni 2020

De gelijkenis van de talenten

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Dat is een bekende parabel uit Gods Woord.
En ja, er zijn al heel wat mensen met die gelijkenis aan de haal gegaan.
Ze zeiden: de heer in deze gelijkenis doet aan een vroege vorm van kapitalisme. Het is een harde, op winst beluste meester.
Ze zeiden: één van die slaven verpatst zijn geld aan prostituees en fluitspelers.  
Ze zeiden: de slaaf die zijn talent begraaft is een beeld van Christus. Hij verzet zich tegen de materialistische machten; vervolgens krijgt hij straf[1]
Al die verhalen moeten wij maar links laten liggen. Waarom? Omdat die onze blik op de wereld richten. En dat is in Mattheüs 25 – daar vinden wij die gelijkenis – nu juist niet de bedoeling. Het gaat daar om het Koninkrijk van God.
In Mattheüs 25 leren Gods kinderen beseffen: wij zijn in dienst van God.
In Mattheüs 25 realiseren Gods kinderen zich: wij wandelen met onze Opdrachtgever door de wereld. Ja, daar worden de zaken anders van. Ja, dan wijzigt het perspectief zich. Het leven komt er heel anders uit te zien.

In Mattheüs 25 staat te lezen: “Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer”[2].
Voor de meeste Bijbellezers zijn de bovenstaande woorden uit de Heilige Schrift wel bekend. En ze stellen kinderen van God gerust.
Immers – hoe vaak denken wij niet: dit of dat hadden we beter anders kunnen aanpakken? In ieder leven gebeuren dingen waarvan wij in een later stadium zeggen: dat hebben wij fout gedaan. En toch zegt de God van hemel en aarde: u bent trouw geweest, kom erin – hartelijk welkom!
Met name voor oudere broeders en zusters, die relatief vaker terugkijken op hun aardse bestaan, is dat een boodschap met een opdracht en een boodschap vol troost.
Maar ook voor jongeren is die boodschap belangrijk.
Wij allen moeten de blik gericht houden op het Koninkrijk van God.  
Wat is dat?
Dominee P.J. Vergunst, algemeen secretaris van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland, schreef onlangs over Gods koninkrijk: “In onze geschiedenis is Christus gekomen, als gave van God. Van boven is de keten van ziekte, schuld en dood doorbroken, opgeheven in de opstanding van de Zoon van God. In Hem is het Koninkrijk van God gekomen en doorgebroken. Als we hierover spreken, gaat het over heilsgeschiedenis, het kader waarbinnen de kerk belijdt dat Jezus Koning is. In Hem ligt de eenheid van de geschiedenis. Vanuit Zijn werk krijgt alles wat er op aarde gebeurt betekenis óf wordt alles wat er gebeurt, gerelativeerd. In haar eigen wijsheid heeft de wereld daarop geen zicht.
Christus echter is de wijsheid van God. Maar, dat is wel de wijsheid van het kruis. In die spanning bevindt zich de kerk vandaag: Hij is gekomen én zal nog komen. De schepping deelt in Zijn verlossing én zucht nog”[3].

De gelijkenis van de talenten geeft ons antwoord op de vraag: waartoe zijn wij op aarde?
Dat wij in dienst van de Verbondsgod zijn wil echter geenszins zeggen dat wij voortdurend topprestaties moeten leveren. Wij hoeven ons niet kapot te werken. Wij worden niet opgejaagd. 
De heer in die gelijkenis zegt namelijk ook: “En aan de één gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde één, ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde meteen weg”.
Vandaag de dag wordt een burn-out wel getypeerd als volksziekte nummer één[4]. Voor de mensen die daarmee te maken hebben, en ook voor alle anderen geldt: we hoeven niet boven onze macht te werken. Zeker, de Here wil dat wij onze talenten gebruiken. Maar de Here zegt in Mattheüs 25 niet dat wij dol moeten draaien.

Er is meer.
In een evangelische kerk werd in verband met de gelijkenis van de talenten eens genoteerd: “Bespreek in je gemeentegroep, met vrienden of bekenden wat zij denken wat jouw geestelijke gaven zijn. Vaak zijn het dingen die mensen wel zien en jij misschien zelf ook wel een beetje denkt, maar is het wel fijn dat er een bevestiging komt. Maar ga vervolgens investeren in die gave. Jezus zal ons aan het einde van ons leven vragen: ‘Wat heb jij gedaan met de talenten die ik je gegeven heb?’ Ik zal dan graag willen kunnen zeggen dat ik heb geïnvesteerd en er meer van heb kunnen maken.
Aan jou is het de keuze om te gaan investeren, iemand anders kan het niet voor je doen. De bijbel geeft een belofte dat als je investeert dat er rendement zal gaan komen”[5].
Dat klinkt prachtig. Maar die stelling toch ook wat onbeschermd. Want zo lijkt het net alsof u en ik op aarde dat rendement al ontvangen. En jazeker, dat kan gebeuren. Maar het grootste gewin ontvangen wij later, als wij de aardse grens van de dood gepasseerd zijn.
Laten wij elkaar wijzen op Mattheüs 19, waar Jezus tegen Zijn discipelen, en daarin ook tegen heel Zijn kerk, zegt: “Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de twaalf stammen van Israël zult oordelen”[6].
En op Openbaring 5: “En zij – dat zijn onder meer de ouderlingen – zongen een nieuw lied en zeiden: U bent het waard om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, want U bent geslacht en hebt ons voor God gekocht met Uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie. En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”[7].

Gods kinderen komen eens aan het bewind. Zij worden koningen, in dienst van het Hoofd van de kosmos. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen vol geluk en vrede wezen. Dat wordt een vreugdevol bestaan!

Noten:
[1] Zie: kader bij “Jezus’ parabels komen tot leven”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 18 maart 2020, p. 18.
[2] Mattheüs 25:21.
[3] Drs. P.J. Vergunst, “Een hand schrijft geschiedenis, door crisis heen”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 28 april 2020, p. 20 en 21.
[4] Zie bijvoorbeeld https://www.mt.nl/worklife/recharge/burn-out-volksziekte-nummer-een-hoog-tijd-voor-een-nationaal-stressdebat-2/574756 en https://nieuws.nl/lifestyle/20190718/burn-out-volksziekte-nummer-een-in-nederland/ ; geraadpleegd op vrijdag 29 mei 2020.
[5] Geciteerd van https://evangelischekerk-utrecht.nl/de-gelijkenis-van-de-talenten/ ; geraadpleegd op vrijdag 29 mei 2020.
[6] Mattheüs 19:28.
[7] Openbaring 5:9 en 10.

21 april 2020

Mijn broeder en zuster en moeder

Het gebeurde tijdens de begrafenis van een gelovige moeder. Verschillende van haar kinderen huilden. Het was een tamelijk droeve bijeenkomst.
Opeens klonk daar de heldere stem van het jongste kind, een dochter.
Die dochter is verstandelijk beperkt. Haar geloof is echter geenszins beperkt. Verre van dat zelfs! Zij sprak de navolgende gedenkwaardige woorden: ‘Waarom huilen jullie nou? Mama is toch nu in de hemel?’. Er viel een stilte. Een ieder besefte dat hier een wijs woord gesproken was.
Deze verstandelijk beperkte vrouw gelooft rotsvast in Jezus Christus. Zo heeft zij dat thuis geleerd. Dat geloof houdt zij vast. Zij hoort bij Jezus. Zij hoort bij Gods kinderen. Zo eenvoudig ligt dat.
Laatst vroeg diezelfde vrouw aan één van haar zusters: hoe kan ik op internet naar de diensten van De Gereformeerde Kerk Groningen luisteren?
De kerk waar de vrouw lid van is, belegde geen kerkdienst. In de Gereformeerd-vrijgemaakte kerk waar de vrouw lid van is gebeuren dingen die zij niet snapt. De vrouw heeft het idee dat er soms dingen gebeuren die niet kloppen. Waaróm het niet klopt, dat weet zij niet. Maar zij lijkt intuïtief aan te voelen: er is iets niet in orde.

Deze vrouw leert ons een les. En wel deze: maak het geloof niet ingewikkeld.

Er wordt vandaag de dag veel gediscussieerd op het kerkplein.
Over vrouw en ambt.
Over het samengaan van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken.
Over het omgaan met verschillen, in de GKv en bijvoorbeeld ook in de Christelijke Gereformeerde Kerken.
Over contacten met buitenlandse kerken. Vele buitenlanders zijn zeer bezorgd over de koers van de GKv.
Daarnaast discussieert men over talloze andere zaken.

Die vrouw van hierboven leert ons om terug te keren naar de kern.
Die kern wordt geraakt in Mattheüs 12: “…wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder”[1].
Jezus draait er niet omheen: steun op Vader!
Jezus zegt het rechtuit: doe maar gewoon wat Vader wil; dan komt het goed.

De kerk is geen discussiepodium voor religieuze zaken. Welnee.
“Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen”.
Dat is een formulering uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis[2].
Die woorden komen, kort gezegd, neer op: rechttoe rechtaan, achter de Heiland aan!

In Mattheüs 12 lezen wij onder meer over het verschil tussen goede en slechte mensen. Hoe kan men ontdekken of men te maken met goede mensen? Dat horen we aan hun woorden. Dat zien we aan hun manier van doen. ‘Aan een goede boom groeien goede vruchten. Aan een slechte boom komen wrange, oneetbare vruchten’.
In datzelfde hoofdstuk, Mattheüs 12, vragen de Farizeeën ook om Jezus’ identiteitskaart. ‘Kunt u ons een teken geven waaraan we kunnen zien wie u bent, en waar u vandaan komt?’. Achter hun vraag zit ongeloof. De Farizeeën geloven niet dat Jezus de Zoon van God is. De Farizeeën geloven niet dat Jezus de Redder van de wereld is.
In datzelfde Mattheüs 12 blijkt ook dat de demonen, de strijders van Gods tegenstander, volop activiteiten kunnen ontplooien als er geen geloof in God aanwezig is. De satan krijgt alle ruimte als mensen niet met hun gezicht naar God toe gaan staan. Als er geen bekering is, gaat het leven de verkeerde kant op.
En dan komt daar dat statement van de Heiland: “Want wie de wil van Mijn Vader doet, Die in de hemelen is, die is Mijn broeder en zuster en moeder”. Als wij hem trouw dienen zijn wij Familie van Jezus Christus. Familie met een hóófdletter F. Dan zijn wij Zijn broers; broeders in het geloof. Dan zijn wij Zijn zusters; dienend en blijmoedig. Dan zijn wij door de bloedband verbonden.

De Bijbel is een Boek met een eenvoudige boodschap. Namelijk deze: ga achter Jezus Christus aan; Hij verlost u van zonde en schuld, en belooft u eeuwig leven.

Nee, schrijver dezes is niet de eerste die stelt dat de Bijbel een eenvoudig boek is. Het staat al in oude tijdschriften en kranten. In De Hollandsche Lelie bijvoorbeeld. Dat is een weekblad voor jonge vrouwen dat verschijnt tussen 1887 en 1934; het is één van de voorgangers van het nu bestaande damesblad Viva[3]. In de jaargang 1914-1915 laat Jeanne van Rees-van Nauta Lemke de Duitse dichter Heinrich Heine (1797-1856) aan het woord. Als volgt: “‘Ik ken’, zoo schrijft Heinrich Heine, ‘een oud, eenvoudig boek, bescheiden als de natuur en natuurlijk als deze; een boek, dat in zijn werkpak evenmin groote aanspraken maakt als de zon, die ons verwarmt of als het brood, dat ons voedt. Een boek, dat ons zoo vertrouwelijk en vriendelijk aanziet als een oude grootmoeder, die ook dagelijks in dat boek leest met haar lieve, bevende lippen en met den bril op den neus; en dit boek draagt eenvoudig den naam van het Boek, den Bijbel.
Met recht noemt men het ook de Heilige Schrift; wie zijn God verloren heeft kan Hem in dit boek wedervinden, en wie Hem nooit heeft gekend, dien komt hier de adem van het Goddelijk woord tegemoet.
De Joden, die verstand van kostbaarheden hebben, wisten zeer goed, wat zij deden, toen zij, bij de verbranding van den tweeden tempel, de gouden en zilveren offerschaal, de luchters en lampen, zelfs den borstlap van den hoogepriester met groote edelsteenen in den steek lieten en alleen den Bijbel redden. Dit was de ware tempelschat, en hij werd Godlof geen prooi der vlammen”[4][5].
Welaan, nu hoort u het ook eens van een ander.

Laten we de Heiland maar volgen, in alle omstandigheden van het leven. En wie de moed dreigt te verliezen moet Psalm 128 maar gaan zingen:
“Welzalig zullen wezen wie in Gods wegen gaan.
Al wie de HERE vrezen, geeft Hij een rijk bestaan.
Met vreugde zult u eten de opbrengst van uw land.
U zult gezegend heten, de HERE vult uw hand”[6].

Noten:
[1] Mattheüs 12:50.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Zie hierover https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Hollandsche_Lelie ; geraadpleegd op dinsdag 14 april 2020.
[4] De Hollandsche Lelie, jaargang 28 (1914-1915), p. 691.
[5] Jeanne van Rees-van Nauta Lemke (1854-1928) was in haar tijd “een speciaal in spiritistische kringen (…) zeer geziene en beminde persoonlijkheid. In tijdschriften op dit gebied verschenen vele bijdragen van haar hand. Ook als dichteres heeft Jeanne van Nauta Lemke zich doen kennen”. Geciteerd van http://www.humanitarisme.nl/personen/index.php?m=family&id=I89759 ; geraadpleegd op dinsdag 14 april 2020.
[6] Psalm 128:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 april 2020

Het feest van de uitroeptekens

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hoe komen de leugens en de sprookjes over Christus’ opstanding in de wereld? Antwoord: door omkoperij. De kerkleiders geven de bewakers geld: ‘Hier!… En denk erom – hou je mond!’.
In Mattheüs 28 staat het zo. “…En zij zeiden: Zeg: Zijn discipelen zijn ’s nachts gekomen en hebben Hem gestolen, terwijl wij sliepen. En als de stadhouder hiervan hoort, zullen wij hem overtuigen en maken dat u zonder zorgen bent. Toen zij het ​geld​ in ontvangst genomen hadden, deden zij zoals hun was voorgehouden. En dit woord is verbreid onder de ​Joden​ tot op de huidige dag”[1].

De ontkenning van de opstanding is nog altijd wijdverbreid.
Des te opvallender is het dat de kerk het blijft proclameren: ‘De Heer is waarlijk opgestaan!’.
Aanstaande zondag en maandag – 12 en 13 april – zal het, Deo Volente, weer Pasen zijn. Dan klinkt het Evangelie van Christus’ opstandingskracht weer expliciet in de wereld.
Dat willen de kerkleiders in Mattheüs 28 nu juist niet. En zij doen ijverig hun best om de leugen over de opstanding de wereld in te krijgen! De communicatie over die leugen wordt – zo blijkt uit Mattheüs 27 – tamelijk zorgvuldig voorbereid![2]
Hoe kan het toch dat de blijde Boodschap van Christus’ opstanding nog altijd geloof vindt?
Dat kan alleen omdat de hemelse God dat geloof geeft. Denkt u, als het daarover gaat, maar aan Zondag 25 van de Heidelbergse Catechismus: “Nu alleen het geloof ons aan Christus en aan al zijn weldaden deel geeft, waar komt dit geloof vandaan?
Antwoord:
Van de Heilige Geest, die het geloof in ons hart werkt door de verkondiging van het heilig evangelie en het versterkt door het gebruik van de sacramenten”[3].
Het geloof is aan Gods kinderen gegeven.
Het geloof in de opstanding van Jezus Christus is ons gegeven.

Het evangelie van de opstanding geeft de kerk rust.
Bij de geboorte van Jezus heeft Simeon in Lucas 2 al gezegd: “Zie, dit Kind is bestemd tot val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat tegengesproken zal worden – ook door uw eigen ziel zal een ​zwaard​ gaan – opdat de overwegingen uit veel ​harten​ openbaar worden”[4].
Bij de opstanding van Jezus Christus krijgen alle wereldburgers de keus. En de kerk bazuint het rond: kom in de kerk, sluit u aan bij de Heiland! “Hij kiest de zijnen uit, Hij roept die allen” – ja, ook in 2020 nog[5].
In deze corona-tijd worden kerkmensen en niet-gelovigen nadrukkelijk bepaald bij het feit dat mensen sterfelijk zijn. Wat gebeurt er na de dood? Gods Woord is er duidelijk over: de rechtvaardigen zullen opstaan!

Wat dat betreft spreekt Lucas 14 boekdelen: “En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt. Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[6].
De opstanding is er niet alleen maar voor hen die opvallen in de kerk. De opstanding is voor de mensen die, in navolging van hun Heer, de taak verrichten die de Here hun geeft. Sommigen staan vooraan in de kerk. Van sommigen hoor je nooit – maar in stilte doen ze veel. Anderen doen simpelweg thuis de afwas, en ze maken iedere dag de bedden op van de gezinsleden.
Voor kleinen en groten klinkt de boodschap van onze Heiland: ‘Ja, Ik ben waarlijk opgestaan! Geloof in Mij, en uw opstanding komt iedere dag een stukje dichterbij’.

Hoe zal die opstanding zijn?
Paulus schrijft er in 1 Thessalonicenzen 4 over: “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden”[7].
Alle kinderen van God, uit alle plaatsen en uit alle tijden, worden bij elkaar gebracht. Met z’n allen gaan we naar de Heer van de kosmos toe. Het gedruis van dat luisterrijke feest zal niet van de lucht wezen.

Pasen – dat is het feest van de uitroeptekens!
De Heer is waarlijk opgestaan!
Mensen, maak een keuze: voor of tegen Jezus Christus!
Gods kinderen zullen altijd bij de Here wezen!

Die Geestdriftige en besliste belijdenis past niet bij onze tijd.
Vandaag moeten wij rationeel redeneren. Wij moeten genuanceerd doen. Zoals bijvoorbeeld de schrijver Oek de Jong dat laatst deed in het Nederlands Dagblad: “Er is wel een kracht, een enorme levensdrift die ervoor zorgt dat alles beweegt en groeit. Waarom vindt er celdeling plaats? Daar hebben we nog steeds geen antwoord op gevonden. Iets wil zich manifesteren. Wat die kracht is? Ja, dat is het grote mysterie. Ik heb laatst gelezen over het chemische proces dat de geboorte van een kind veroorzaakt. Een foetus zoekt zijn weg naar de buitenwereld op het moment dat er niet meer genoeg voedingsstoffen uit de moederkoek komen en het kind dus in een soort hongersnood raakt. Dat is wetenschappelijk helemaal uitgezocht. Maar het blijft een mysterie, want waarom doen die stoffen dat? Je kunt er altijd weer een vraag achter plaatsen.
Toen ik zestig werd, heb ik een tijdje doodsangst gehad. Vooral ’s nachts had ik sterke indrukken en gevoelens, dat je in het niets verdwijnt, ophoudt te bestaan. Het gebeurt bij veel mensen rond die leeftijd, heb ik gemerkt. Je verliest de allerlaatste resten van je jeugdigheid. Je komt in de voorouderdom, je gaat de eerste deur door. Inmiddels is die angst weer weggezakt, maar ik denk wel elke dag aan de dood. Wát er straks komt, daar heb ik geen beeld van. Ik laat het open”[8].
Maar juist die zogeheten open houding geeft onzekerheid. Angst, bij tijd en wijle. Het leven heeft een zekere onbestendigheid, die niet altijd plezierig aanvoelt

Welnu – in de kerk gaan we blijmoedig en vol vertrouwen onze gang.
Want wij mogen 1 Petrus 1 vrijmoedig naspreken: “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote ​barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van ​Jezus​ ​Christus​ uit de doden”.
Die hoop blijft levend. Ook in april 2020!

Noten:
[1] Mattheüs 28:13, 14 en 15.
[2] Mattheüs 27:62-65: “De volgende dag, dat is de dag na de voorbereiding, kwamen de overpriesters en de ​Farizeeën​ bij ​Pilatus​ bijeen, en zeiden: ​Heer, wij herinneren ons dat deze verleider gezegd heeft toen Hij nog leefde: Na drie dagen zal Ik opgewekt worden. Geef dan bevel dat het ​graf​ tot de derde dag toe beveiligd wordt, opdat Zijn discipelen Hem ’s nachts misschien niet komen stelen en tegen het volk zeggen: Hij is ​opgewekt​ uit de doden. En dan zal de laatste dwaling erger zijn dan de eerste. Pilatus​ zei tegen hen: Hier hebt u een wacht; ga heen, beveilig het naar uw beste weten”.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 25, vraag en antwoord 65.
[4] Lucas 2:34 en 35.
[5] Het citaat komt uit Gezang 31:1 – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[6] Lucas 14:12, 13 en 14.
[7] 1 Thessalonicenzen 4:15-18.
[8] “Ik ben slechts een passant”. Vraaggesprek met Oek de Jong. In: Nederlands Dagblad, donderdag 2 april 2020, p. 24 – rubriek: Houvast. Zie over Oek de Jong onder meer https://nl.wikipedia.org/wiki/Oek_de_Jong ; geraadpleegd op vrijdag 3 april 2020.

9 april 2020

Kent u de vrouw van Pilatus?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wellicht bent u geneigd om de vraag in de titel van dit artikel ontkennend te antwoorden: ‘nee, die ken ik niet’.
Maar lezers en lezeressen van Gods Woord kennen haar wel. Enigszins, althans. Zij komt namelijk in de Bijbel voor. In Mattheüs 27: “Toen hij [dat is Pilatus] op de rechterstoel zat, stuurde zijn vrouw hem een boodschap: Laat je toch niet in met deze Rechtvaardige, want ik heb vandaag in een ​droom​ veel om Hem geleden”[1].

Dr. A. Noordegraaf (1933-2011), predikant binnen de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk, schreef over haar: “Te midden van de hoon en de haat, de spot en de scheldkanonnades zijn de woorden van deze vrouw een weldaad. Humaniteit is in deze barre wereld vaak ver te zoeken. Je zou er soms aan wanhopen. Maar gelukkig, je komt het toch nog tegen. Gelukkig zijn de cynici niet alleen aan het woord. Deze vrouw lijdt aan het geweld. In een harde mannenmaatschappij komt ze op voor de menselijkheid en de rechtvaardigheid. Een ritseling van mededogen. De droom van deze vrouw-zondernaam staat tegenover de daad van de man wiens naam door alle eeuwen in het Credo van de kerk klinkt. In de geschiedenis heeft zij bij velen een goede pers. Claudia Procula noemt de legende haar. Geleidelijk aan krijgt ze de trekken van een christin. In de Griekse kerk heeft ze een plaats op de heiligenkalender. (…) Terwijl Pilatus heen en weer geslingerd wordt tussen zijn rechtsbesef en zijn eigenbelang, zegt zijn vrouw op datzelfde ogenblik: houd je er buiten! Maar je bent rechter of niet. Bovendien een Romein, lid van een volk waar de stelregel heerste: Laat het recht zijn loop hebben, al zou de wereld ondergaan.
Dan kun je als rechter je er niet buiten houden.
Daarom is dit sympathieke gebaar in feite een verkeerde raad. Ter wille van het zelfbehoud wordt de zaak van de gerechtigheid prijsgegeven. ‘Naïef egoïsme’ noemt iemand dat. (…)
Toch blijft het daarbij. Humaniteit, mededogen, sympathie… het is als het erop aankomt te weinig en daarom onvruchtbaar. Waar het op aankomt is dat we opstaan (…) en Jezus Christus belijden als de Heiland die alles doorleden heeft voor onze zonden”[2].

Hou je er maar buiten, zegt Pilatus’ echtgenote.
Klaarblijkelijk is zij, diep in haar hart, de mening toegedaan dat men neutraal tegenover Jezus kan staan.
Maar intussen kiest zij voor haar man en haarzelf!

Peter-Ben Smit – hoogleraar contextuele Bijbelinterpretatie aan de Universiteit van Amsterdam – laat, wellicht ongewild, zien dat neutraliteit tegenover Jezus ook in onze eeuw niet aan de orde wezen kan.
Jezus is queer, schrijft hij. Daarmee bedoelt de hooggeleerde klaarblijkelijk: Jezus is niet per se hetero en past zeker niet in een hokje. Smit schrijft: “Soms is hij heel mannelijk: het toonbeeld van deugdzaamheid, hij treedt volstrekt zelfstandig, autonoom op. Maar hij is ook het tegenovergestelde. Hij wordt gekruisigd, vernederd tot en met, en is uitgeleverd aan anderen. Hij roept aan het kruis: ‘Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?’. Dat is niet deugdzaam, het is nog minder dapper of autonoom. (…) Soms is hij mannelijker dan anderen, soms veel minder mannelijk. Dat maakt Jezus ook interessant: hij kleurt buiten de vakjes, laat zien dat er meer mogelijk is dan gewoon man zijn. Queer is daarvoor zo’n gek woord nog niet. En hoe dan ook: wie is er eigenlijk wel normaal?”[3].
Aldus beschouwt Smit Jezus als iemand in onze wereld.
Jezus is een belangwekkende figuur.
Jezus is een boeiende man die veel aandacht verdient.
Maar daar blijft het dan ook bij.

Professor Smit is niet de enige die een nieuwe kijk op Jezus introduceert.
De Volkskrant meldt op Nieuwjaarsdag 2018: “De figuur van Jezus is in de ogen van een van de bisdommen in de Zweedse kerk niet mannelijk, maar onzijdig. Om transseksuelen in de kerk te omarmen, verwijst het bisdom voortaan bij voorkeur naar Jezus met het geslachtsneutrale Zweedse persoonlijk voornaamwoord hen”.
Er staat bij: “’Ik ben verbaasd dat dit wordt gezien als provocerend’, zei priester Susann Senter tegen de krant Dagens Nyheter. Binnen de kerk is volgens haar uitvoerig over de ‘geslachtsverandering’ gediscussieerd. De kerk erkent nog steeds dat de historische Jezus een man was. Maar dat gegeven is irrelevant voor het christelijke geloof in het moderne Zweden, zei Stenter: ‘Jezus is waarlijk God en waarlijk mens. Daarmee stijgt Jezus uit boven hem of haar’”[4].

Vandaag gunnen velen andere mensen hun eigen kijk op Jezus. Het nieuwe Evangelie is vaak niet veel meer dan: “Wat heeft Jezus ons nog te vertellen? Dat iedereen uit z’n bubbeltje moet komen”[5].
Aldus wordt de Redder van de wereld op maat gesneden.

Intussen is het volkomen duidelijk: Jezus is in deze wereld on-indeelbaar. En hoe komt dat? Omdat Jezus niet van deze wereld is.
In Johannes 18 zegt Jezus het Zelf tegen Pilatus: “Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Als Mijn Koninkrijk van deze wereld was, zouden Mijn dienaars gestreden hebben, opdat Ik niet aan de ​Joden​ overgeleverd zou worden, maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier”[6].
Ergens, in de verte, klinkt de vraag: gelooft u de vergeving van de zonden, de opstanding van het vlees en een eeuwig leven?

Pilatus zegt uiteindelijk: “Ik ben onschuldig aan het bloed van deze Rechtvaardige. U moet maar zien”[7]. Zijn vrouw zegt: houd je maar verre van Jezus; dat is veel veiliger voor jou en mij. Dat klinkt vriendelijk, maar toch gaan die beiden de duistere nacht van het ongeloof in.
Want neutraliteit is niet aan de orde.
Onze Heiland vraagt een keuze. Ook vandaag!

Noten:
[1] Mattheüs 27:19.
[2] Dr. A. Noordegraaf, “De vrouw van Pilatus [serie Mensen op de kruisweg, 3]. In: De Waarheidsvriend, donderdag 10 april 2003, p. 1 en 2.
[3] Geciteerd van https://www.advalvas.vu.nl/opinie/jezus-was-queer ; geraadpleegd op donderdag 2 april 2020.
[4] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/zweedse-kerk-wil-toegankelijker-worden-en-maakt-jezus-onzijdig~ba5f0202/ ; geraadpleegd op donderdag 2 april 2020.
[5] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/wat-heeft-jezus-ons-nog-te-vertellen-dat-iedereen-uit-z-n-bubbeltje-moet-komen-zegt-bas-heijne~bd1665b8/ ; geraadpleegd op donderdag 2 april 2020.
[6] Johannes 18:36.
[7] Mattheüs 27:24 b.

8 april 2020

De waarde van Gods Woord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In de Nederlandse samenleving wordt heel verschillend tegen de Bijbel aangekeken. Er zijn heel wat mensen die de Bijbel in het geheel niet interessant vinden. Anderen vragen zich af waarom de Bijbel ons moet voorschrijven hoe wij behoren te leven. Er zijn mensen die menen dat de Bijbel een verzameling menselijke gedachten over God is[1].
Laten wij blijven belijden dat de Bijbel het Woord van God is, en derhalve uiterst waardevol!

Het bovenstaande wordt in dit artikel belicht vanuit Mattheüs 26: “Toen ging een van de twaalf, die Judas Iskariot heette, naar de overpriesters en zei: Wat wilt u mij geven, als ik Hem aan u overlever? En zij kenden hem dertig zilverstukken toe. En van toen af zocht hij een geschikte gelegenheid om Hem over te leveren”[2].

Dit stukje uit Christus’ lijdensgeschiedenis is een dieptepunt. Judas’ verradersloon is gelijk aan de prijs die iemand moet betalen, als zijn os de slaaf of slavin van iemand anders had gestoten en hierdoor heeft verwond. De meester van de slaaf krijgt als schadevergoeding dertig zilverstukken. Zilverlingen, zei men vroeger.
Judas jaagt Jezus de dood in. Voor dertig zilverstukken.
Er is wel gezegd dat dat weinig geld is. Maar er zijn ook exegeten die zeggen dat dat bedrag gelijkstaat aan 120 daglonen. Als dat klopt moest men er dus vier maanden voor werken[3]. Wat de waarde van die zilverstukken ook is – dit is regelrecht crimineel gedrag! En dat van de kerkleiders!

Maar dat criminele gedrag komt niet uit de lucht vallen.
Het wordt al aangeduid in Zacharia 11.
Het begin van dat Schriftgedeelte lijkt niet over Israël te gaan. Libanon, Basan – daar is het buitenland in beeld. Blijft Gods volk dan buiten schot? Nee, toch niet. Want daar stroomt opeens de Jordaan. Leest u maar even mee: “Open uw deuren, Libanon, opdat vuur uw ceders verteert. Weeklaag, cipressen, omdat de ceders gevallen zijn, omdat die machtige bomen verwoest zijn. Weeklaag, eiken van Basan, omdat het ondoordringbare woud is neergevallen. Hoor het gejammer van de ​herders, omdat hun pracht verwoest is. Hoor het gebrul van de jonge leeuwen, omdat de ​glorie​ van de ​Jordaan​ verwoest is”[4].
Krijgt Zacharia een visioen? Of is Zacharia 11 een beschrijving van concrete gebeurtenissen? De dingen die Zacharia moet doen lijken niet volledig uitvoerbaar te zijn.
Hoe dat ook zij – Zacharia moet een betaalde baan als schaapherder aannemen. De hoge God toont op die manier dat Hij afstand neemt van Zijn volk. In de Studiebijbel staat onder meer te lezen: “Hij stelt het gedrag aan de kaak van koningen die het volk verkochten als slachtschapen, schapen die verkocht werden voor de vleesmarkt of de tempeldienst en dus eigenlijk niet meer onder de hoede van de herder vielen. Het is een kwestie van dagen of uren voordat hun koper hen meeneemt en slacht (…). Het is na de verkoop van de kudde de taak van de koper, niet van de verkopende herder, om zijn koopwaar te bewaken. Wat een kudde moest zijn – en in Psalm 23 lieflijk bezongen wordt –, is verworden tot slachtvlees door toedoen van herders die zonder enig schuldbesef op winst belust zijn”.
En:
Zacharia schetst het beeld van “de uitbuitingen die Israël te doorstaan gekregen heeft in de geschiedenis: namelijk door Egyptenaren, Edomieten, Amorieten, Filistijnen, Amalekieten, Assyriërs en Babyloniërs. Heel vaak wordt het prijsgeven van Gods volk aan verschillende mogendheden omschreven als een gemakkelijke verkoop. Koningen kiezen doorgaans de makkelijke weg van verwaarlozing in plaats van het volk te verdedigen. Voor Zacharia bleef slechts slachtvee dat aan de schapenhandelaars toebehoort nog over om te weiden”.
Zacharia neemt twee herdersstaven ter hand. Die twee staven hebben een naam.
* De ene heet Lieflijkheid – vanwege Gods liefde voor Zijn volk
* De andere wordt Samenbinding genoemd – vanwege de samenvoeging van het tweestammenrijk en het tienstammenrijk.
Het gaat in Zacharia 11 behoorlijk tekeer!
Nota bene – de profeet roeit drie herders uit! Dat is een rigoureuze ingreep, zeg nu zelf. Een afkeer heeft Zacharia van hen. Een diepgewortelde aversie heeft de profeet tegen hen.
Het gaat nog verder.
Namens de Here breekt de profeet de staf Lieflijkheid stuk. Dat betekent nogal wat! Want daarmee wordt gezegd: de Here verbreekt het verbond met Zijn volk!
Pas als dat allemaal gebeurd is, informeert Zacharia naar zijn salaris. Wat is eigenlijk het loon dat hij als herder krijgt? “Toen hebben zij Mijn loon afgewogen: dertig zilverstukken”[5].
Dat is het werk van Zacharia waard.
Dat is het Woord van de Here waard.
Dat is het Woord van de God van het verbond waard.
Dertig zilverstukken – dat is een afkoopsom. Of het nu weinig geld is, of juist veel: met dit geld komen ze van Zacharia af. Dan zijn ze tenminste van al die onheilsboodschappen af.
Dertig zilverstukken – dat is het bedrag om van Gods Woord af te komen. Dan zijn ze tenminste van al die sombere profetieën verlost…

Dertig zilverstukken – in Mattheüs 26 wordt Jezus Christus voor dat bedrag afgedankt.
Misschien is het weinig geld. Dan wordt Jezus voor een schappelijk prijsje weggewerkt.
Misschien is het een behoorlijke som geld. In dat geval hebben de heren kerkleiders er heel wat voor over om van de Redder der mensheid af te komen!

Thans klemt uiteraard de vraag wat het Evangelie ons waard is. Er zijn allerlei gegevens in de Heilige Schrift die velen vandaag tamelijk hinderlijk vinden. Het geweld in het Oude Testament bijvoorbeeld. En het eenmalig offer van Jezus Christus bijvoorbeeld; de Rooms-katholieke eucharistieviering heeft toch ook wel iets… En teksten over de vrouw in het ambt bijvoorbeeld. Zo is er nog veel meer.
De geschiedenis van Judas Iskariot en de dertig zilverstukken bepaalt ons bij de waarde van het Evangelie van de Christus. Gods Woord is waar, van voor tot achter. Nee, het is niet cultuurbepaald. Nee, het is niet tijdgebonden.

Laten wij Psalm 12 maar nooit vergeten:
“Gods mond alleen spreekt woorden die niet falen,
zuivere woorden, onvervalst en klaar,
als zilver dat de smeltkroes zeven malen
gelouterd heeft. Al wat God spreekt is waar”[6].

Noten:
[1] Zie https://www.bijbelwoord.nl/waarom-zijn-er-verschillende-meningen-over-de-waarde-van-de-bijbel/ ; geraadpleegd op woensdag 1 april 2020.
[2] Mattheüs 26:15 en 16.
[3] Zie hierover Exodus 21:32: “Als het rund een ​slaaf​ of ​slavin​ stoot, moet de eigenaar aan zijn meester dertig ​sikkel zilver geven, en het rund moet gestenigd worden”. En ook https://christipedia.miraheze.org/wiki/Sikkel ; geraadpleegd op woensdag 1 april 2020.
[4] Zacharia 11:1, 2 en 3.
[5] Zacharia 11:12 b.
[6] Psalm 12:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

1 april 2020

Trouw en toegankelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Nu het coronavirus Nederland grotendeels plat heeft gelegd, wordt ons zo ongeveer alles uit handen geslagen.
Wij worden weer als een kind. Wij leren afhankelijk te zijn. Van de regering bijvoorbeeld; de ministers en staatssecretarissen zeggen wat wij wel of niet mogen doen.

Wij worden weer als een kind. Dat is, gelet op Mattheüs 19, voor kerkmensen niets nieuws. Leest u maar mee: “Toen werden ​kinderen​ bij Hem gebracht, opdat Hij de handen op hen zou leggen en zou ​bidden; maar de discipelen bestraften hen. Maar ​Jezus​ zei: Laat de ​kinderen​ begaan en verhinder hen niet bij Mij te komen, want voor zodanigen is het Koninkrijk der hemelen. En nadat Hij de handen op hen gelegd had, vertrok Hij vandaar”[1].
Een uitlegger noteert: “In de tijd van Jezus vond men kinderen erg onbelangrijk ten opzichte van volwassenen. Vooral meisjes hadden in het hele Romeinse Rijk erg weinig te betekenen. Jezus dacht daar heel anders over (…) Jezus leerde dat volwassenen pas kinderen van God kunnen worden wanneer ze ontvankelijk zijn voor Zijn boodschap, zoals kinderen. Want kleine kinderen zien vaak meer dan volwassenen. Ze zijn nieuwsgierig, onbevangen en proeven intuïtief of ze iemand kunnen vertrouwen of niet. Volwassenen worden vaak gehinderd door hun vooroordelen of verstandelijke overwegingen”[2].

Wat is de context van deze gebeurtenis?

Jezus wordt door de Farizeeën getest. In de Studiebijbel wordt geschreven: “Vermoedelijk waren zij vanuit Jeruzalem uitgezonden, maar het kunnen ook plaatselijke godsdienstige leiders geweest zijn.
Hun vraag is een actuele vraag waarover de meningen verdeeld zijn. De discussie ging niet om de vraag ‘is het geoorloofd zijn vrouw weg te zenden?’ De vraag luidt: ‘Is het geoorloofd zijn vrouw weg te zenden om elke reden?’ Over het recht om te scheiden bestond geen meningsverschil, maar wel daarover, of dit om allerlei redenen kon gebeuren, bijvoorbeeld het aanbranden van het eten”[3].
Jezus legt uit wat het huwelijk ten diepste is: “Het huwelijk is de sterkste en innigste vriendschapsband, een vriendschap waar de liefde op alle terreinen -zowel geestelijk als lichamelijk- heerst”[4].
De Farizeeën reageren sarcastisch. ‘Een sterke huwelijksband? Dat valt wel ’n beetje mee. Mozes gaf toch niet voor niks de mogelijkheid van een scheidbrief?’. De achterliggende vraag van de Schriftgeleerden is: zegt Jezus zometeen dat Hijzelf belangrijker is dan Mozes?
Jezus laat die laatste vraag liggen.
Hij maakt wel duidelijk dat die scheidbrief bedoeld is voor hopeloze situaties. De suggestie van Jezus ligt enigszins voor de hand: maak van harde harten zachte harten. Hou de huwelijkstrouw hoog!
Die zachte harten zien we vaak nog bij kinderen. Zij zijn toegankelijk. Ze staan open voor verandering. Nieuwe dingen, nieuwe omstandigheden zijn spannend, maar evenzeer boeiend. Niet zelden is er veel aanpassingsvermogen.
Jezus wijst op trouw en op toegankelijkheid.

Wij wandelen met onze Verbondsgod door de wereld. En ja, wij zijn afhankelijk van Hem. Maar dat is geen straf. Sterker nog: allesbehalve dat! Want wie met Hem door de wereld gaat, weet dat de weg naar de toekomst altijd open is. Bij die weg staat nooit een bordje met ‘Wegomlegging’. Bij die weg staat nooit een bordje met ‘Verboden voor onbevoegden’. Voor wie de Heiland volgt is die weg altijd open. Christus’ volgelingen kunnen er altijd langs.

Na de zegening van de kinderen lezen we over een rijke jongeman.
Een paar citaten: “Jezus​ zei tegen hem: Als u volmaakt wilt zijn, ga dan heen, verkoop wat u hebt, en geef het aan de armen, en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan en volg Mij”[5].
En:
“Toen Zijn discipelen dit hoorden, stonden zij versteld en zeiden: Wie kan dan zalig worden? Maar ​Jezus​ keek hen aan en zei tegen hen: Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk”[6].
En:
“…al wie ​huizen​ of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of ​kinderen​ of akkers zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven”[7].
Het is, mogen wij aannemen, wel duidelijk: wie op Jezus Christus vertrouwt, is rijk. Dat geldt ook als er op aarde heel veel beperkingen zijn. Dan is er uitzicht op eeuwig leven. Dan bepalen geluk en vrede het bestaansniveau.

Terug naar die kinderzegening
Een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant zei daarover eens in een preek: Jezus “wijst alle mensen, zelf-rechtvaardigers of controlefreakende fout-ontwijkers, erop dat er zich een mirakel moet voltrekken. God moet ingrijpen”.
De predikant zette op een rijtje wat er moet gebeuren.
“Met je kinderen: naar Jezus!
Met al het onaanzienlijke: naar Jezus!
Met je huwelijkssores: naar Jezus!
Met je controledwang: naar Jezus!
Met je verdriet en blijdschap: naar Jezus!
Met jouw idee dat jij je zo goed mogelijk aan de wetten van God moet houden: naar Jezus!
Met jouw ‘christelijke’ gedachte dat jij toch in ieder geval beter bent dan je seculiere buurman ‘die nergens aan doet’: naar Jezus!
Met (…) ons onderlinge wantrouwen: naar Jezus!
‘Jezus zegent de kinderen’ is geen Bijbels jeugdjournaal; een schattig tussendoortje. In volle kracht straalt hier het evangelie”[8].
Waarvan akte!

Laten wij deze geschiedenis nog één ogenblik naast de actualiteit leggen.

Er zijn in Nederland momenteel allerlei maatregelen van kracht in verband met het coronavirus. Men hoort over corona-angst, over de coronaboete, over de coronadreiger, over de coronahamsteraar – en zo is er nog veel meer[9]. Allerwegen hoort men: houdt u aan de regels; dan heeft het virus de minste kans u te besmetten.
In die wereld blijft het Evangelie klinken: wordt als een kind!
Wees trouw en toegankelijk.
Vertrouw u maar toe aan de Heiland.
Houdt uw hart toegankelijk voor Gods Heilige Geest.
Dan is er uitzicht, ondanks het feit dat we wellicht binnen zitten en relatief weinig zicht op de buitenwereld hebben. Want dan gaat de hemel open!

Noten:
[1] Mattheüs 19:13, 14 en 15.
[2] Geciteerd van https://www.herschepping.nl/03jz/jont_05Jezus_en_kinderen.php ; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 19:3; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 19:6; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[5] Mattheüs 19:21.
[6] Mattheüs 19:25 en 26.
[7] Mattheüs 19:29.
[8] De predikant in kwestie is dominee J.M. Haak, momenteel predikant te Dordrecht. De citaten komen van https://jmhaak.com/2017/10/29/jezus-zegent-de-kinderen-preek-marcus-1013-16-lucas-1815-17/ ; geraadpleegd op dinsdag 31 maart 2020.
[9] Zie voor de hele lijst van coronawoorden https://www.taalbank.nl/2020/03/14/coronawoordenboek/ ; geraadpleegd op donderdag 26 maart 2020.

« Vorige paginaVolgende pagina »

Blog op WordPress.com.