gereformeerd leven in nederland

14 augustus 2019

Het meisje van Hooglied 1

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Het Hooglied is een zeer actueel Bijbelboek. Heel concreet wordt daarin de liefde beschreven.
En de liefde is in bespreking, vandaag.
Gebruik de afkorting LHBTI, en er opent zich op slag een wereld die grotendeels niet de leefomgeving van Gereformeerden wezen kan.
In een wereld waar seksuele zonden aan de orde van de dag zijn geeft Gods Woord een beeld van eerlijke liefde tussen man en vrouw. Die liefde is als een gedicht. Het Hooglied biedt ons een magnifieke expressie! Het gevoel krijgt alle ruimte. De emotie is in Gods Woord heus niet onbelangrijk!

In Hooglied 1 komen zowel de jongen als het meisje aan het woord.
En het mag ons wel opvallen dat eerst het meisje aan het woord komt.
Conclusie: de vrouw heeft in de Bijbel geen tweederangs rolletje. Oftewel: in de Bijbel is de vrouw zeker niet de underdog!
Het blijkt – kortom – zeker de moeite waard om het meisje eens in de schijnwerpers te zetten.

In Hooglied 1 zegt het meisje ronduit:
“Donker van huid ben ik, maar bekoorlijk,
dochters van ​Jeruzalem,
als de ​tenten​ van Kedar,
als de ​tentkleden​ van ​Salomo.
Zie niet op mij neer omdat ik donker ben,
want de zon heeft mij beschenen”[1].

Het is van stonde aan duidelijk – het meisje van Hooglied 1 is het aanzien best waard.
Maar het is onmiskenbaar ook zo dat vrouwen geen speeltjes zijn waarmee mannen naar believen hun gang kunnen gaan.
Vrouwen zijn scheppingen van de hoge God. In Genesis 1 wordt het met nadruk gezegd: “En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”[2]. Daarom alleen al zijn mensen van het vrouwelijk geslacht alleszins achtenswaardig!

Bij het lezen van de eerste regel van het citaat komt men overigens meteen in de actualiteit van de eenentwintigste eeuw.

Het meisje is donker.
En dan staat in de wereld van 2019 het racisme om de hoek.
Racisme – dat is een woord dat velen voor in de mond bestorven ligt. En het moet gezegd: de bejegening van donkere mensen is meestentijds niet erg respectabel.
Onlangs was er nog het volgende nieuws: “De Texaanse politie heeft excuses aangeboden nadat er grote beroering is ontstaan over een foto van een arrestatie. Op de foto is een zwarte man te zien, die vastgebonden met een touw wordt opgebracht door twee witte politieagenten te paard. Volgens de politiechef van de stad Galveston gebeurt dit vaker, maar hebben de agenten deze situatie ‘slecht beoordeeld’. Hij heeft excuses aangeboden aan de verdachte. ‘Hij had geen kwaad in de zin’, aldus politiechef Vernon Hale. “We kunnen beter met deze werkwijze stoppen”[3].
De precieze aanleiding tot de arrestatie is niet bekend. Maar de manier van doen der gezagsdragers getuigt, om het maar zachtjes te zeggen, niet van groot inzicht in de maatschappelijke ontwikkelingen.
Nogmaals – het meisje dat in Hooglied 1 aan het woord komt is donker. Het is alsof de Schepper ook in 2019 tegen ons zegt: kijk maar ês hoe mooi dit meisje is!

De jonge vrouw vergelijkt haar huidskleur met de tenten van Kedar.
Die tenten zijn gemaakt van donker geitenleer. Kedar is in haar tijd een dominante macht. In Jesaja 21 lezen we: “Want zo heeft de Heere tegen mij gezegd: Nog binnen een jaar, gerekend naar de jaren van een dagloner, zal het met al de luister van Kedar gedaan zijn”[4].
Nee, het meisje uit Hooglied 1 is niet dat keurige blanke model dat de meeste westerse mensen graag in modebladen zien.
De God van hemel en aarde leert ons af om alleen maar naar de buitenkant van mensen te kijken. Trek je niet teveel aan van ras en afkomst!

Het meisje beschikt overigens over een gezond zelfbewustzijn. Zij doet ergens een beetje aan Kedar denken. Aan een machtscentrum van haar tijd, dus. Het is alsof zij zeggen wil: zet mij niet plompverloren aan de kant; ik ben best een mooie vrouw!
Vandaag de dag hebben massa’s mensen het druk met metoo. U weet wel: de beweging die zich verzet tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Als een golf spoelt metoo over de wereld. Een internetencyclopedie leert ons: “Met name op Twitter werd de hashtag #MeToo populair. (…). De hashtag was op 15 oktober 2017 al 200.000 keer gebruikt, en op 16 oktober meer dan 500.000 keer getweet. Op Facebook werd hij binnen 24 uur door meer dan 4,7 miljoen mensen in 12 miljoen posts gebruikt. Facebook maakte bekend dat 45% van zijn gebruikers in de Verenigde Staten een Facebookvriend had die de term had gepost”[5].
Nu dan – de Heilige Schrift leert vrouwen om resoluut en zelfverzekerd te zijn!

Het meisje dat in Hooglied 1 aan het woord komt vergelijkt zichzelf ook met de tentkleden van Salomo.
Zo staat dat althans in Hooglied 1.
Maar een Schriftuitlegger noteert: “Uitgaande van de medeklinkertekst kan in plaats van ‘Salomo’ ook ‘Salma’ worden gelezen (…). Salma is de naam van een Arabische stam die leefde in een gebied ten noorden van de Nabateeërs – op wie mogelijk de naam Kedar betrekking heeft. Dit versdeel biedt dan het parallellisme: ‘tenten van Kedar’ en ‘tentkleden van Salma”[6].
Hoe dat zij: wie bij de tentkleden van Salomo blijven wil, kan in 2 Kronieken 3 een beetje sfeer proeven: “Verder maakte hij – Salomo – het voorhangsel – in de tempel – van blauwpurper, roodpurper en karmozijnrood en fijn ​linnen, en bracht daarop cherubs aan”[7].
Het is zonneklaar – het meisje van Hooglied 1 weet heel best dat zij een schoonheid is. En ze geniet ervan, zonder opsmuk en terughoudendheid.

Wat leren we uit die eerste verzen van Hooglied 1?
De vrouw mag er best wezen! En zij is er ook. Als één ding duidelijk is, dat is het dat wel.
En er is nog iets.
De liefde tussen man en vrouw is een kostbaar geschenk dat de Schepper van hemel en aarde aan de mensheid gegeven heeft. Dat maakt de inzet van het Hooglied ook volkomen duidelijk.

Wij leven in een tijd waarin, als het gaat om liefde en seksualiteit, van alles krom en kapot gemaakt is.
Laten we het maar eens onverbloemd tegen elkaar zeggen: het Hooglied brengt ons weer terug in Zijn spoor!

Noten:
[1] Hooglied 1:5 en 6 a.
[2] Genesis 1:27.
[3] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2296603-texaanse-politie-biedt-excuses-aan-voor-opbrengen-zwarte-man-met-touw.html ; geraadpleegd op donderdag 8 augustus 2019.
[4] Jesaja 21:16.
[5] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/MeToo-beweging ; geraadpleegd op donderdag 8 augustus 2019.
[6] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel. Commentaar bij Hooglied 1:5 en 6, noot 22.
[7] 2 Kronieken 3:14.

25 juni 2018

Lichamelijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

In Paulus’ eerste brief aan de christenen in Corinthe gaat het verrassend vaak over lichamelijkheid.

Lichamelijkheid?
Daar hebben Gereformeerden het niet zo erg druk mee, toch? Eertijds was dat een wijdverbreide opinie.
En ja, het kost ook vandaag nog weinig moeite om een tekst op te zoeken als: “Over het algemeen is er in veel dogmatisch gereformeerde gezinnen weinig aandacht voor het lichamelijke. Al jong word je geleerd dat het draait om de binnenkant, om je hart, en dat je lichaam slechts een tempel van de Heilige Geest is. De beoefening van de godsvrucht werd vaak belangrijker geacht dan de beoefening van het lichaam”[1].

Hoe dan ook: in het Bijbelboek 1 Corinthiërs is ‘lichaam’ een kernwoord[2].

Laat ik een paar voorbeelden onder elkaar zetten.

1.
“Het voedsel is voor de buik en de buik voor het voedsel, maar God zal zowel het één als het ander tenietdoen. Het lichaam is echter niet voor de ​hoererij, maar voor de Heere en de Heere voor het lichaam”[3].
2.
“Het voedsel is voor de buik en de buik voor het voedsel, maar God zal zowel het één als het ander tenietdoen. Het lichaam is echter niet voor de ​hoererij, maar voor de Heere en de Heere voor het lichaam”[4].
3.
“Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de ​Heilige​ Geest, Die in u is en Die u van God hebt ontvangen, en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn”[5].
4.
“De vrouw heeft niet de beschikking over haar eigen lichaam, maar de man. En evenzo heeft ook de man niet de beschikking over zijn eigen lichaam, maar de vrouw”[6].
5.
“Er is onderscheid tussen de gehuwde vrouw en het meisje dat nog ​maagd​ is. De ongehuwde draagt zorg voor de dingen van de Heere om zowel naar lichaam als naar geest ​heilig​ te zijn. Zij echter die gehuwd is, draagt zorg voor de dingen van de wereld, hoe zij haar man zal behagen”[7].
6.
“Maar ik oefen mijn lichaam op harde wijze en maak het dienstbaar, opdat ik niet misschien, na anderen gepredikt te hebben, zelf verwerpelijk word”[8].
7.
“De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging ​zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van ​Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van ​Christus?”[9].

Waarom besteedt Paulus zoveel aandacht aan het lichaam?
In een internetencyclopedie wordt het antwoord zo geformuleerd: “Corinthe stond tevens bekend om zijn immorele leefwijze, die ook zijn sporen trok in de jonge gemeente. Immoraliteit en dronkenschap waren karakteristieke zonden in hun stad en kwamen helaas ook binnen de gemeente voor”[10].
In Corinthe gebeuren allerlei dingen die niet zouden moeten voorkomen. Dingen die strijdig zijn met de goede zeden. Schaamteloosheid is aan de orde van de dag. Kortom: alle beschaving en fatsoen is ver te zoeken.

Daar wil Paulus wat aan doen. Hij gaat er wat van zeggen.
Als je een globale indeling van de brief maakt, zie je al snel waar de pijnpunten liggen:
* over de verdeeldheid in de gemeente – hoofdstuk 1 tot en met 4
* over zedeloosheid en onderlinge rechtszaken – hoofdstukken 5 en 6
* over het huwelijk, echtscheiding, Paulus’ gezag en lessen uit de geschiedenis van Israël – hoofdstukken 7 tot en met 10
* over hoofdbedekking, avondmaal, geestesgaven en de opstanding – hoofdstukken 11 tot en met 16[11].

Tekenend voor de sfeer met betrekking tot lichamelijkheid in deze brief is, wat mij betreft, de tekst die ik hierboven met volgnummer 6 citeerde.

Een deskundige uitlegger noteert: “Paulus wil niet door de scheidsrechter ‘gediskwalificeerd’ (…) worden, zodat hij de prijs niet ontvangt. Met zichzelf als voorbeeld geeft hij daarbij een ernstige waarschuwing aan de Corinthiërs: wie zijn hartstochten, lusten en vrijheidsdrang niet beteugelt, zal uiteindelijk door de hemelse rechter worden afgewezen en veroordeeld”[12].
Een andere schrijver noteert: “Hij wil niet iemand zijn die wel een mooi verhaal vertelt, waarin anderen gevraagd wordt alles prijs te geven, terwijl hij zelf een gemakzuchtig leventje leidt”.
En:
“Letterlijk staat er dat hij zijn lichaam beukt. Daarmee doelt hij op de zware training voor de Spelen. Paulus onderwerpt zichzelf aan een enorme zelfdiscipline”[13].

De energie die je hebt moet je gebruiken voor de goede dingen.
Er is concentratie nodig op Gods Woord, en op Zijn beloften. Ten diepste moet daar de drijfveer in ons leven liggen. Gods Woord en Zijn beloften geven, als het goed is, de motivatie om in het leven keuzes te maken!

Dit artikel begon met die wijdverbreide opinie: “Over het algemeen is er in veel dogmatisch gereformeerde gezinnen weinig aandacht voor het lichamelijke. Al jong word je geleerd dat het draait om de binnenkant, om je hart…”.
Misschien is dat vroeger in sommige gezinnen zo geweest. Maar het is zo langzamerhand wel een verhaal uit de oude doos; echt waar.
En laten we er niet omheen draaien: heeft de lichamelijkheid waar de wereld zoveel bombarie over maakt, ons nu zoveel goed opgeleverd? Ik zou toch denken van niet.

Ik las ergens: “Lichamelijk contact heeft enkele positieve kanten: het brengt je dichter bij de ander en houdt het gevoel van liefde levend. Ieder aangenaam lichaamscontact versterkt de band tussen partners en geeft een prettig gevoel. Het is dus belangrijk om in een relatie, zeker als die al wat langer duurt, aandacht te blijven besteden aan de lichamelijke kant”[14].
Het bovenstaande is ontegenzeglijk waar.

Maar daarmee is, zeker anno 2018, niet alles gezegd.
We leven immers in het decennium van metoo, van seksueel misbruik, van andere lichamelijke en geestelijke mishandeling. Het nieuws hieromtrent golft over de wereld. Velen zijn er die hierover mee kunnen praten.
Steeds weer is er bij slachtoffers die kwellende vraag: had ik meer kunnen doen om misbruik te voorkomen? En de vraag: zijn mensen van de andere sekse eigenlijk nog wel te vertrouwen? Om maar te zwijgen van beelden in het hoofd, de angst – enzovoort.
Die angst is vreselijk.
Die kwellende vragen kunnen je diep-weg voortdurend bezighouden.
Jazeker, lichamelijkheid kan ook een heel moeilijk onderwerp wezen!
Echter – uiteindelijk moeten we allemaal terechtkomen bij die verzuchting uit Psalm 63:
“O God, mijn God, ik zoek uw hand,
ik dorst naar U, blijf op U wachten.
Zie hoe mijn ziel en lichaam smachten
naar U in droog en dorstig land”[15].
Want wie de God van hemel en aarde dient met alles wat hij heeft – ziel en lichaam – is op weg naar een hemel waar alleen maar volmaakte vrede heerst!

Noten:
[1] Geciteerd van https://dogmavrij.nl/lichamelijkheid-en-seksualiteit/ . Geraadpleegd op donderdag 14 juni 2018.
[2] De keuze van een tekst uit het Bijbelboek 1 Corinthiërs is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[3] 1 Corinthiërs 6:13.
[4] 1 Corinthiërs 6:15 en 16.
[5] 1 Corinthiërs 6:19 en 20.
[6] 1 Corinthiërs 7:4.
[7] 1 Corinthiërs 7:34.
[8] 1 Corinthiërs 9:27.
[9] 1 Corinthiërs 10:16.
[10] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Korinthiers_(eerste_brief) . Geraadpleegd op woensdag 13 juni 2018.
[11] De indeling komt van http://christipedia.nl/Artikelen/K/Korinthiers_(eerste_brief)
[12] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij 1 Corinthiërs 9:27. Geraadpleegd op woensdag 13 juni 2018.
[13] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1015.pdf , pagina 154; geraadpleegd op woensdag 13 juni 2018.
[14] Geciteerd van https://www.allesoverseks.be/themas/liefde-relaties/een-goede-relatie/wat-is-het-belang-van-lichamelijkheid-in-een-relatie ; geraadpleegd op donderdag 14 juni 2018.
[15] Psalm 63:1; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

10 november 2017

Me too

Momenteel komen we ‘m allerwegen tegen: de Twitter-aanduiding #metoo.
Dat is, zoals u wel zult weten, een wereldwijde actie waarbij mensen hun ervaringen met seksueel misbruik of intimidatie openbaar maken.

Het Reformatorisch Dagblad berichtte gisteren: “Een op de elf mannen zegt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan grensoverschrijdend seksueel gedrag, blijkt uit een enquête onder 305 mannen in opdracht van het Algemeen Dagblad”.
En:
“Een op de zeven ondervraagden twijfelt of hij weleens over de schreef is gegaan, 9,2 procent denkt wel eens te ver te zijn gegaan. Driekwart zegt zeker te weten nooit een misstap te hebben begaan”[1].

Van al die berichten neem ik met enige verbazing kennis. Zeker – ik weet dat ontucht, en wat daar verder volgt, aan de orde van de dag is. Maar dat er zo’n wereldwijde vloedgolf seksueel getinte alarmberichten over de wereld klotst, dat is toch wel verrassend.

Wat betreft staat #metoo eerst en vooral voor de verdorvenheid van kerk en wereld.
Ja, dat bederf komen we ook vaak in de Bijbel tegen.
Mozes spreekt er in Deuteronomium 32 bijvoorbeeld van:
“Zij hebben verderfelijk tegen Hem gehandeld;
het zijn Zijn ​kinderen​ niet. Een schandvlek!
Het is een slinkse en verdorven generatie.
Doet u dit de HEERE aan,
dwaas en onwijs volk?
Is Hij niet uw Vader, Die u verworven heeft,
Die u gemaakt heeft en u stand heeft doen houden?”[2].
Bederf en verrotting: dat zit niet alleen in de wereld, maar ook in de kerk.

Niet voor niets zegt het formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal over de zelfbeproeving: “Ten eerste moet ieder zijn zonden overdenken, en beseffen dat hij Gods toorn verdient”[3][4].
De metoo-tsunami wrijft het ons nog eens in: wij moeten ons voor God verootmoedigen. Ook kerkmensen zijn zondig en van nature goddeloos. Laag-bij-de-grondse gedachten, woorden en daden laten ook gelovige mensen zomaar uit de bocht van de smalle weg vliegen.
Laat ik het zo zeggen: strikt genomen hebben we allemaal gevangenisstraf verdiend! En waarom? Omdat onze Schepper ons gemaakt heeft. We werken, hier op aarde, nooit op het niveau waarop Hij ons heeft gezet.

Allen die – getrouwd of ongetrouwd – hun lichaam niet rein bewaren hebben, zo zegt datzelfde Avondmaalsformulier, geen deel aan het rijk van Christus[5]. Hun paspoort voor de hemel wordt hen afgenomen. Al die mensen hebben, om zo te zeggen, geen dubbele nationaliteit.

Met #metoo mogen Gereformeerde mensen zichzelf echter nooit de put in praten.

Kent u Efeziërs 5?
Ik citeer: “Wees dan navolgers van God, als geliefde ​kinderen, en wandel in de ​liefde, zoals ook ​Christus​ ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God. Maar ontucht en alle ​onreinheid​ of hebzucht, laten die onder u beslist niet genoemd worden, zoals het ​heiligen​ past”[6].
Paulus spreekt daar nadrukkelijk in het meervoud.
Wij kunnen nimmer op ons eentje kerk-zijn. Dat kan niet, en dat gebeurt ook niet.
Het enige wat ons te doen staat, is: samen in de lichtbundel van het Woord blijven.
Samen – elk lid van de gemeente mag het verwonderd zeggen: ik hoor er ook bij. I belong to the congregation; me too!

Laten wij daarbij letten op de zekerheid die de apostel Paulus in Efeziërs 5 uitstraalt: “Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de Heere; wandel als ​kinderen​ van het licht”[7].
Nu bent u licht in de Heere, noteert Paulus. Kinderen van God hoeven zich dat niet af te vragen. Kinderen van God wapenen zich niet dagelijks met vijfduizend twijfels en tienduizend vraagtekens. Dankzij het werk van de Here Jezus Christus, onze Heiland, bewegen we ons in het schitterende licht dat God geven wil.
Wandel als kinderen van het licht, noteert Paulus echter ook. Dat is dus een oproep. Het is nu beslist niet de bedoeling dat wij zelfverzekerd op een stoel gaan zitten. We moeten aan het werk blijven. Het is toch niet voor niets licht geworden in ons leven?

Nog één keer geef ik een troostvol citaat uit het Avondmaalsformulier. Dat citaat is helder en duidelijk. Het is, dunkt mij, niet nodig daar nog veel bij te schrijven.
“Maar wij hebben door de genade van de Heilige Geest over deze zonden van harte berouw. Wij begeren tegen ons ongeloof te strijden en naar alle geboden van God te leven. Daarom mogen wij er vast van verzekerd zijn, dat geen zonde of zwakheid, die nog tegen onze wil in ons overgebleven is, kan verhinderen, dat God ons in genade aanneemt en ons waardig keurt aan deze hemelse spijs en drank deel te hebben”[8].

Dat geeft u vast troost. Ja, dat geeft u zekerheid.
Me too.

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/eén-op-elf-mannen-wel-eens-over-de-schreef-1.1443911 ; geraadpleegd op donderdag 9 november 2017.
[2] Deuteronomium 32:5 en 6.
[3] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 522.
[4] Het gebruik van het Avondmaalsformulier in dit artikel is niet geheel toevallig. In De Gereformeerde Kerk Groningen zal, Deo Volente, zondagmiddag 12 november aanstaande het Heilig Avondmaal worden gevierd. Deze week is dus de week waarin de leden van DGK Groningen zich op die viering voorbereiden.
[5] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.
[6] Efeziërs 5:1, 2 en 3.
[7] Efeziërs 5:8.
[8] Formulier voor de viering van het Heilig Avondmaal, Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 523.

Blog op WordPress.com.