gereformeerd leven in nederland

23 juni 2016

Kerkmuziek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Het onderwerp ‘kerkmuziek’ heeft reeds zeer velen bezig gehouden. En ieder weet: de verhouding met en tussen organisten is niet zelden enigszins problematisch[1] .

Onlangs schreef een advocaat in het Reformatorisch Dagblad:
“De organist geeft leiding aan de gemeentezang en moet keuzes maken over wat en hoe hij speelt. Hij zal, vanwege de hoeveelheid voorkeuren in de gemeente, mensen moeten teleurstellen. Het risico is dat er veel over de organist en zijn speelstijl gepraat wordt. Dat kan weer leiden tot frustratie en onbegrip bij de organist. Voor je het weet heb je de poppen aan het dansen.
Dat blijkt ook uit een zaak die speelde bij de rechtbank in Den Haag. Begin maart werd er in de zaak uitspraak gedaan door de kantonrechter. Het betrof een organist die in 2005 in dienst was getreden bij het samenwerkingsverband van de doopsgezinde en de remonstrantse gemeente. Al in 2013 probeerde de kerk tevergeefs via het UWV afscheid te nemen van de organist. Dit omdat hij niet goed zou functioneren en de verhoudingen verstoord waren geraakt”[2].
De rest van de geschiedenis laat ik vandaag voor wat het is. Het is voor ons allen genoeg om te weten dat er in sommige gevallen rechters aan te pas moeten komen.
Ik weet niet wat u daarvan denkt. Maar persoonlijk vind ik dat nogal beschamend.

Het is een veel gehoord adagium: ‘wij zingen en spelen tot eer van God’.
In 1 Kronieken 13 wordt de zaak net iets anders geaccentueerd.
De ark gaat terug naar Jeruzalem. En dat is geen privé-aangelegenheid. Het hele volk is er bij betrokken. Het gaat om “de Here, die op de cherubs troont, de ark, waarover de Naam is uitgeroepen”[3].
Iedereen is geweldig blij. En er staat dan: “En David en geheel Israël dansten uit alle macht voor Gods aangezicht, begeleid door zang en door muziek van citers, harpen, tamboerijnen, cimbalen en trompetten[4].
Voor Gods aangezicht: dat lijkt me hier een belangrijk detail.
Wij kijken hier klaarblijkelijk niet zozeer vanuit de mensenwereld. Wij gaan hier van God uit. Wij kijken naar datgene wat God ziet. Wij luisteren naar datgene wat Hij hoort.
Mijn moeder leerde ons eertijds reeds: het is, vooral als je boos bent, soms heel goed om een paar minuten naar jezelf te luisteren. Welnu, in de kerk mogen we de vraag stellen: wat hoort God als Hij naar ons luistert? Wat klinkt er, als wij spreken over kerkmuziek?

In 1 Kronieken 15 is de ark in Jeruzalem aangekomen.
Wij lezen: “Ook beval David aan de oversten der Levieten hun broeders, de zangers, op te stellen met muziekinstrumenten, harpen, citers en cimbalen, om luide vreugdeklanken te laten horen”[5].
We mogen in de kerk laten horen dat we blij zijn met Gods nabijheid. Wij zijn heel verheugd over Zijn presentie. Hij is erbij!
Klinkt er dan nooit een valse noot? Natuurlijk wel. Maar dat neemt onze blijdschap niet weg. In de kerk hoeft het niet perfect; dat kan ook niet. Het hoeft blijkbaar ook niet altijd ingetogen, afgepast en keurig. Laat maar horen dat u blij bent!

Graag neem ik u nu even mee naar de gelijkenis van de verloren zoon.
Die vinden wij in Lucas 15.
In dat hoofdstuk klinkt muziek. Er is groot feest; feestelijkheid vanwege de terugkomst van de jongste zoon.
Maar de oudste zoon “werd boos en wilde niet naar binnen gaan. Toen kwam zijn vader naar buiten en drong bij hem aan. Maar hij antwoordde en zeide tot zijn vader: Zie, zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden, maar mij hebt gij nooit een geitebokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Doch nu die zoon van u gekomen is, die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen, hebt gij voor hem het gemeste kalf laten slachten. Doch hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij en al het mijne is het uwe. Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden”[6].
Let erop dat de vader in deze gelijkenis het initiatief neemt. Iedereen moet aan het feest meedoen.
In Lucas 15 gaat het, zonder enige reserve, over feestvieren en vrolijk zijn. Als er feest is in de hemel, mag er in de kerk toch ook een blijmoedige sfeer heersen?

Mijn conclusie: In de kerk mogen we emoties tonen. Het zit ‘m niet alleen vast op gedegen studie van kerkmuziek en hymnologie[7]!

Er komt trouwens een moment dat de God van het verbond de muziek Zelf verzorgen gaat. Daarover schrijft de apostel Paulus in 1 Thessalonicenzen 4. Dat doet hij als volgt: “…de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen”[8].

De kerkmuziek is hier op aarde nimmer perfect.
Maar de Here Zelf zal, op Zijn tijd, zorgen dat er zuivere klanken uit de hemel klinken. Laten wij maar op die heerlijke muziek wachten!

Noten:
[1] Over dit onderwerp schreef ik op deze internetpagina al eens eerder. De betreffende artikelen zijn te vinden als u klikt op https://bderoos.wordpress.com/tag/kerkmuziek/ .
[2] Mr. Bart Bouter, “Organist”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 1 juni 2016, p. 7 [rubriek Mens en Maatschappij].
[3] 1 Kronieken 13:6.
[4] 1 Kronieken 13:8.
[5] 1 Kronieken 15:16.
[6] Lucas 15:28-32.
[7] Zie over kerkmuziek https://nl.wikipedia.org/wiki/Kerkmuziek. Over hymnologie https://nl.wikipedia.org/wiki/Hymnologie en http://noemewv.nl/Hymnologie/hymnology.html . Geraadpleegd op woensdag 15 juni 2016.
[8] 1 Thessalonicenzen 4:16 en 17.

23 december 2015

Houdt de antithese zichtbaar

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

In dit artikel werp ik een blik in de kerkgeschiedenis. Die geschiedenis is vaak leerzaam.
Gaarne neem ik de lezers van deze internetpagina mee terwijl ik mijn blik laat ronddwalen.
Op mijn computerscherm zet ik een oude editie van het Nederlands Dagblad; namelijk die van woensdag 23 december 1970.

In de rubriek ‘Berichten van hier en daar’, op pagina 2, staat een bericht waar boven staat: “Palaver ’70 propageert Schriftkritiek i.p.v. Bijbel”.

Palaver ’70? Waar gaat dat over?
Iemand legt uit: “Palaver 1970: deze actie wordt in Nederland georganiseerd door de Stichting Jeugd en Bijbel, waarin K.B.S. en N.B.G. [= Katholieke Bijbelstichting en Nederlands Bijbelgenootschap, BdR] samenwerken. De bedoeling is: de jeugd te confronteren met de Bijbel. Het hoogtepunt van de actie wordt het Bijbel-popfestival in Utrecht, op 2 januari 1971. Om een gesprek over de Bijbel bij de jeugd op gang te brengen, gaf de Stichting Jeugd en Bijbel een Praatboek uit, een aantrekkelijk plaatjes-snuffel-denk-werkboek in vierkleurendruk”[1].

In die krantenkop staat ook de term Schriftkritiek.
Iemand omschrijft de betekenis van die term zo: “er is voor jou een instantie buiten de bijbel, die meer gezag voor je heeft, en die bepaalt wat je van de bijbelse boodschap wel of niet aanvaarden kunt. Je accepteert de bijbel, voor zover die past bij jouw norm”.
“Sommige vallen duidelijk op: een ‘bijbelgetrouw’ christen zal die zonder meer de deur wijzen. Andere soorten vallen veel minder op, en zijn daardoor des te gevaarlijker”.
“De meest bekende schriftkritiek is heel radicaal. Omdat de wetenschap heeft uitgemaakt dat de wereld miljoenen jaren oud is, kan Genesis 1 niet waar zijn. En de zondvloed niet.
Kunnen wonderen dan wel? Nou, eigenlijk ook niet. En de opstanding van Christus? Sommigen willen niet zover gaan om die ook te verwerpen – want wat houdt een christen dan nog over? Maar dat is inconsequent”.
We moeten Schriftkritiek overigens niet verwarren met tekstkritiek. Dat laatste begrip betekent: “proberen uit te zoeken wat de oorspronkelijke tekst van de bijbelboeken is. Dat kan in gelovige gehoorzaamheid gebeuren. Juist omdat de bijbel zo waardevol is, wil je zo goed mogelijk weten wat er staat”[2].

Laat ik nu eerst een citaat uit het Nederlands Dagblad geven.
Daarbij moet worden opgemerkt dat in het citaat een drukfout staat. Uit het zinsverband kan worden opgemaakt wat de scribent bedoelt. Tussen vierkante haken geef ik kleine aanvulling, zodat het citaat voor lezers begrijpelijk is en de drukfout in het voorbijgaan gecorrigeerd wordt.
“Een werkgroep van jongeren, verbonden met de Internationale Raad van Christelijke Kerken (ICCC) heeft een rapport gepubliceerd over de inhoud en doeleinden van Palaver ’70 het religieus popfestival op 2 januari in de Jaarbeurshallen te Utrecht.
In dit rapport komen zij tot de conclusie dat Palaver ’70 het gestelde doel, de Bijbel dichterbij brengen, niet zal bereiken. In plaats daarvan zal men volgestopt worden met de huidige Bijbelkritiek en met een vertolking van de Bijbel, waarin men de Bijbel zelf niet meer terug zal vinden. De gronden voor deze conclusie zijn:
1. “Het Praatboek is zo opgezet, dat de lezers vernieuwing en vrijheid wordt gebracht en gepreekt. Naast de meerdere godslasteringen staat het vol met [onchristelijke gedachten die men] vooral terugvindt in een zuiver horizontalistisch-semi-christendom.
2. Het Hulpmateriaal wil deskundige toelichting geven op dit Praatboek, maar bestaat op haar beurt uit nog verder uitgewerkte, moderne bijbelkritiek. Hier wordt ook volkomen voorbijgegaan aan de kern van de Bijbel, nl. Jezus Christus, Die kwam voor de zonden van de wereld en dat niemand Gode welgevallig kan zijn zonder geloof”.

Als ik het goed zie, sluit het bovenstaande naadloos aan bij de actualiteit van onze tijd.
Ook vandaag willen velen wel geloven. Maar men behoudt zich het recht voor aan sommige dingen geen geloof te hechten. Geschiedenissen met betrekking tot de schepping bijvoorbeeld.

In het laatste deel van het citaat hoort men woorden uit Hebreeën 11: “…zonder geloof is het onmogelijk Hem welgevallig te zijn. Want wie tot God komt, moet geloven, dat Hij bestaat en een beloner is voor wie Hem ernstig zoeken”[3].
Zoekenden: van dergelijke mensen zijn er tegenwoordig massa’s. In het Grieks staat daar echter ek-zetousin; het toevoegsel ek geeft een versterking aan[4]. Er is dus sprake van serieus zoeken. De zoeker speurt met passie; hij wil Christus vinden!
Dat is, om zo te zeggen, geen kwestie van een lang palaver, een langdurige bespreking. Uiteindelijk is het een zaak van gelovige Schriftlezing.

Ik lees verder in dat oude nummer van het ND.
Daarin staat geschreven: “Zeer opmerkelijk is, dat nergens in het materiaal wordt gesproken over Jezus Christus, als Verlosser van de zonden en de zondaar. Daarvoor in de plaats wordt gesproken over wereldvernieuwing en – verbetering, over de God van de onderdrukten (sociaal en politiek en niet vanwege hun geloof) en over de vrijheid als belangrijkste kenmerk. Als mensen dit inderdaad zullen overnemen en geloven zijn ze in geen geval voor Christus maar wel voor de wereld in religieuze gestalte gewonnen. En dat, terwijl hun wordt wijsgemaakt, dat dit nu Bijbels is”.

Gelovigen zijn, als zij alleen maar op zichzelf letten, geen wereldverbeteraars.
Men kan slechts iets verbeteren als het Woord van God open gaat. Paulus schrijft daarover in 2 Timotheüs 3 – ik citeer uit de Statenvertaling –: “Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is”[5].

Nog één citaat wil ik geven.
“Wat de mensen op het reli-popfestival geboden wordt, is een stuk heidendom in religieuze gestalte; niet Jezus Christus, maar popmuziek; niet de bijbel, maar socialistische en wereldgelijkvormige wereldverbetering wordt gebracht, niet de bekering en wedergeboorte van de zondaar, maar de verbetering en verandering van de mens-zonder-God wordt hen voorgehouden. Het is zonder meer Godslasterlijk wanneer men hieraan ook nog een God de Bijbel en Jezus Christus verbinden wil. Die vindt men er immers alleen maar totaal verminkt en geloochend in terug!”. In verband met wat hier gebeurt verwijst het rapport naar Kor. 11:13-15, Gal. 1:6-9 en 2 Thess. 2:10-12”.

De eerste Schriftverwijzing in de laatste zin van het hierboven genoteerde citaat duidt, neem ik zonder meer aan, op 2 Corinthiërs 11: “Want zulke lieden zijn schijn-apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zich voordoen als apostelen van Christus. Geen wonder ook! Immers, de satan zelf doet zich voor als een engel des lichts. Het is dus niets bijzonders, indien ook zijn dienaren zich voordoen als dienaren der gerechtigheid; maar hun einde zal zijn naar hun werken”[6].
In Galaten 1 staat te lezen: “Het verbaast mij, dat gij u zo schielijk van degene, die u door de genade van Christus geroepen heeft, laat afbrengen tot een ander evangelie, en dat is geen evangelie. Er zijn echter sommigen, die u in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien. Maar ook al zouden wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie verkondigen, afwijkend van hetgeen wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt! Gelijk wij vroeger reeds gezegd hebben, zeg ik thans nog eens: indien iemand u een evangelie predikt, afwijkend van hetgeen gij ontvangen hebt, die zij vervloekt!”[7].
In 2 Thessalonicenzen 2 wordt ons voorgehouden: “Daarentegen is diens komst naar de werking des satans met allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen, en met allerlei verlokkende ongerechtigheid, voor hen, die verloren gaan, omdat zij de liefde tot de waarheid niet aanvaard hebben, waardoor zij hadden kunnen behouden worden. En daarom zendt God hun een dwaling, die bewerkt, dat zij de leugen geloven, opdat allen worden geoordeeld, die de waarheid niet geloofd hebben, doch een welgevallen hebben gehad in de ongerechtigheid”[8].

Het oude ND-artikel brengt mij tot de conclusie dat we moeten oppassen voor harmonieus klinkende verhalen, die best wel iets christelijks hebben.

De tijd is voortgegaan.
We leven in 2015, en 2016 komt er aan.
Wij zien en horen om ons heen hoe de mensen worden meegesleept door allerlei mensen die aan hun luisteraars diverse vrome vertelsels opdringen. Heel vaak zit daar wel wat goeds in. Maar even zo goed is de tegenstelling met de wereld niet zelden verdwenen. De kloof tussen kerk en wereld probeert men meestentijds te verkleinen.

Met een schuin oog op het bovenstaande schrijf ik het zonder omwegen op: laten wij de antithese helder zichtbaar houden!

Noten:
[1] Zie http://www.vlaamsebijbelstichting.be/?p=4625 .
[2] Zie over Schriftkritiek en tekstkritiek http://home.planet.nl/~vreug242/schriftkritiek.htm .
[3] Hebreeën 11:6.
[4] Zie hiervoor de internetversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 11:6.
[5] 2 Timotheüs 3:16.
[6] In 1 Corinthiërs 11:13-15 gaat het over de hoofdtooi van de vrouw. Hier is dus 2 Corinthiërs 11:13, 14 en 15 bedoeld.
[7] Galaten 1:6-9.
[8] 2 Thessalonicenzen 2:9-12.

20 november 2015

Pop met den Bijbel

De titel van dit artikel is ook de kop van een commentaar dat verschijnt in het Nederlands Dagblad van 28 november 1970[1].

De inzet van het artikel luidt als volgt.
“Het ‘popfestival’ dat de afgelopen zomer in het Kralingse Bos te Rotterdam heeft plaatsgevonden, ligt nog vers in ons geheugen. Behalve door ‘pop’ (volgens Van Dale een vulgair soort hedendaagse amusementsmuziek) werd dit festival ook gekenmerkt door ongehinderd gebruik van verdovende middelen, sexuele losbandigheid onder garantie van de NVSH, naaktloperij en een groot nadelig saldo. Ondanks deze balans, waaruit Rotterdam al de conclusie heeft getrokken dat er niet weer een popfestival in die stad zal komen, heeft het experiment in het Kralingse Bos al verschillende malen navolging gevonden, echter steeds op kleinere schaal. Thans is echter een popfestival aangekondigd, dat naar omvang en opzet wel eens de evenknie van het Kralingse Bos zou kunnen worden, al zijn er ook verschillen”.

Dat popfestival was op allerlei manieren spraakmakend.
In een internetencyclopedie is te lezen: “Het Holland Pop Festival was een driedaags popfestival in 1970, in het Kralingse Bos te Rotterdam. Het muzikale evenement is de geschiedenis ingegaan als het Nederlandse antwoord op het Amerikaanse Woodstockfestival in 1969. Ondanks de regen kwamen er volgens schattingen zo’n 150.000 mensen op af. Het grote podium stond opgesteld op het grasveld voor de Plasmolens De Ster en De Lelie aan de rand van de Kralingse Plas.
Het Festival vormde in feite het begin van het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van het gebruik van marihuana; de vele aanwezige undercover politieagenten traden niet of nauwelijks op tegen de openlijk actieve gebruikers en kleine handelaren”[2].

De pop is in het woordenboek van Van Dale inmiddels ‘popmuziek’ geworden; met als omschrijving: moderne (populaire) muziek[3].

De NVSH is de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming. De NVSH heeft indertijd veel gedaan aan het algemeen bekend maken van de mogelijkheden van anti-conceptie en voorbehoedsmiddelen. De vereniging was vooral actief in de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Men hanteerde slagzinnen als ‘U hebt de NVSH nodig’[4].

Misschien denkt u, geachte lezer, dat het bovenstaande eigenlijk niet op deze internetpagina thuishoort.
Staat het bovenstaande niet heel ver van de kerk af?
Antwoord: nee, helaas niet.
Het onderstaande citaat legt daar getuigenis van af.

“Het komende popfestival [zal] zich niet in de open lucht zal afspelen, maar onder het beschermende dak van de Jaarbeurshallen. Maar wat wil je, als het inmiddels 2 januari is geworden … Het aantal jongeren dat verwacht wordt, ligt in verband hiermee ook iets lager, nl. 25.000. Vermoedelijk zal het ook iets minder gemakkelijk zijn zonder betalen binnen te komen (entree f 10), zodat de financiële resultaten vermoedelijk beter in de hand zullen kunnen worden gehouden. Overigens behoeven de organisatoren zich ook in het andere geval nog geen zorgen te maken, want het ministerie van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk heeft zich garant gesteld voor eventuele tekorten. Werd het Kralingse popfestival georganiseerd door de Coca Cola-fabrieken, zodat dit een zuiver commerciële aangelegenheid was, het popfestival van 2 januari a.s. staat onder auspiciën van de stichting Jeugd en Bijbel. Daarom spreekt men in dit geval over een ‘reli(gieus)-popfestival’. In die stichting Jeugd en Bijbel werken samen het Nederlands Bijbelgenootschap, de Katholieke Bijbelstichting en een aantal jeugdorganisaties. Het doel van hun activiteit is de jeugd van deze tijd te confronteren met de Bijbel. Wat men vroeger beoogde met de ‘school met den Bijbel’, dat doet men vandaag door middel van ‘pop met den Bijbel’”.

f 10: kinderen en jonge pubers van onder de 13 weten mogelijkerwijs niet meer wat dat betekent. Tien gulden, betekende dat. De gulden was in Nederland de munteenheid, voordat op 1 januari 2002 de euro werd geïntroduceerd.
De euro werd op die datum ingevoerd in twaalf Europese landen; en ook in Monaco, San Marino en Vaticaanstad.

Laten wij verder lezen in die oude editie van het Nederlands Dagblad.

“De vorige jeugdmanifestatie van het Nederlands Bijbelgenootschap (Palaver 1964) ‘was nogal betogend, had een boodschapachtige basis. Dat kan vandaag niet meer. Daarom gaat het ditmaal … op een zeer ludieke manier’. Niettemin verzekeren de organisatoren, dat het hun ook nu nog om een confrontatie met de Bijbel is te doen. Echter, een boodschap past niet meer in deze moderne tijd. ‘Pasklare antwoorden zullen niet worden gegeven, er zullen meer vragen worden opengelaten dan ingevuld’”.

Ja, dit is taal uit de jaren ’70 van de vorige eeuw.
Heel wat mensen denken dat het niet geven van antwoorden in kerken en religieuze centra reuze modern is. Onzin. Het is anno 2015 zelfs alweer ouderwets geworden.
De volgende stap is inmiddels al gezet. De leefwereld van mensen krijgt in veel kerkdiensten zoveel aandacht dat de stem van God wordt weggedrukt. Opgepast dus!

Wij lezen verder.
Er wordt gesproken over een Praatboek dat ter voorbereiding op het reli-popfestival verschenen is. Met behulp van dat boek kan in allerlei verbanden gediscussieerd worden.
“Ds. D. van Dijk heeft in een tweetal artikelen in de Gereformeerde kerkbode voor Groningen, Friesland en Drente laten zien, hoe in dit praatboek de Bijbel totaal misbruikt wordt. In een bijdrage van drs. A.W.J. Houtepen wordt zeer laatdunkend gesproken over de wetten van Deuteronomium: ‘Precies al weer wat de kerken altijd hebben willen doen: het particulier initiatief verstikken, iedereen de wet voorschrijven’. Over de reformatie van koning Josia, beschreven in II Koningen 22 en 23: ‘Een dergelijke onverdraagzaamheid komt bij ons maar vreemd voor. De grondrechten van de mens worden hier met voeten getreden en dat nog wel in de naam van God’[5].

Een reformatie heet pas waarachtig, als ze revolutie is. Daarom wordt Jezus Christus ‘rebellenleider’ genoemd. ‘Wij moeten weer God in het menselijk gebeuren zien en dan, natuurlijk, daarin meedoen. Meedoen aan de revolutie, ingaan tegen heel de bestaande toestand. Omkeren wat er nu bestaat. Zo zullen wij medewerkers Gods zijn naar een nieuwe wereld en zullen wij zelf steeds meer Gods beeld vertonen’.

Zo is duidelijk, dat de boodschap die men op dit reli-popfestival wil brengen, de theologie van de revolutie is”.

Kortom: alles draait om de mens.
En om zijn grondrechten.
De mens moet wel gehoord worden.
En om dat te bewerkstelligen is het niet zelden nodig om maatschappelijke structuren omver te gooien.
Wat de individuele gelovige daarmee moet, zegt men er niet bij. Ziet u hoe men, in alle ijver om veel mensen te bereiken de enkelingen voorbij ziet? Ziet u hoe belangrijk de macht van het getal is? Ziet u op welke manier allerlei tips worden gegeven om de Bijbel om te vormen tot een menselijk boek, waarbij men de almachtige God maar een beetje laat praten?

De ND-commentator schrijft terecht: “Dat de Bijbel ook oproept tot onderwerping aan de overheden die boven ons staan, dat zal op 2 januari in de Jaarbeurshallen wel niet worden gehoord”.

De commentator noteert: “Zij die alleen komen om de muziek, krijgen een boodschap mee die op geen enkele wijze in staat is hun de weg te wijzen tot God. Zij die nog komen uit de behoefte aan religieuze bezinning, worden naar huis gestuurd met theorieën die hun de Bijbel uit handen slaan. Wat mogen we dan dankbaar zijn voor het werk dat in onze jeugdbonden geschiedt, waar nog in eerbied naar de Bijbelse boodschap wordt geluisterd in regelmatige vergaderingen en waar men ook niet schroomt het onvergankelijke Woord centraal te stellen op de Bondsdagen. In deze tijd een steeds zeldzamer voorrecht waarop we niet zuinig genoeg kunnen zijn, juist ook om onze jeugd te wapenen tegen de zuigkracht van manifestaties als het komende reli-popfestival, dat zo geheel is afgestemd op de smaak van moderne jonge mensen”.

De schrijver citeert tenslotte woorden uit 1 Johannes 2. “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is. Indien iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem. Want al wat in de wereld is: de begeerte des vlezes, de begeerte der ogen en een hovaardig leven, is niet uit de Vader, maar uit de wereld. En de wereld gaat voorbij en haar begeren, maar wie de wil van God doet, blijft tot in eeuwigheid’”[6].

Laten wij terugkeren naar onze eigen tijd.
November 2015.
Van allerlei kanten en via allerlei media komt muziek tot ons. Laten we eerlijk zijn: daar is muziek bij die we best mooi vinden. De kernvraag die we steeds moeten blijven stellen is: eren wij God als wij naar deze muziek luisteren?
De geschiedenis leert ons hoe belangrijk het is dat wij, als het hierom gaat, ook vandaag waakzaam en oplettend zijn!

Noten:
[1] In dit artikel gebruik ik onder meer ‘Pop met den Bijbel’. Commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 28 november 1970, p. 1. Het commentaar is ondertekend met d.V. Dat is dr. J.P. de Vries, die tussen 1963 en 2001 verschillende functies bij het Nederlands Dagblad bekleedde. Van 1974 tot 2001 was hij hoofdredacteur van het ND. Zie over hem http://www.parlement.com/id/vg09llkv5tzc/j_p_jurn_de_vries .
[2] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Holland_Pop_Festival . Geraadpleegd op vrijdag 30 oktober 2015.
[3] Zie http://www.vandale.nl/ . Geraadpleegd op vrijdag 30 oktober 2015.
[4] Zie https://www.flickr.com/photos/iisg/4699044301/ . Geraadpleegd op vrijdag 30 oktober 2015.
[5] Professor doctor Anton Willem Joseph Houtepen (1940-2010) was ondermeer van 1992-2005 hoogleraar Oecumenica in Utrecht. De titel van zijn afscheidsrede, die hij op 4 november 2004 hield, luidt: ‘Anatomie van het anathema. Over uitsluiting en verzoening, verdeeldheid en hereniging in het oecumenische proces’. Zie http://profs.library.uu.nl/index.php/profrec/getprofdata/947/202/231/0 .
[6] 1 Johannes 2:15, 16 en 17.

Blog op WordPress.com.