gereformeerd leven in nederland

5 maart 2014

Nahum 3: Gods recht zegeviert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In onze tijd willen we graag troost. Wij willen opgewekte Schriftoverdenkingen. En blijde preken.
En dus hoeven we met Nahum 3 niet aan te komen[1].
Gods Woord trekt zich echter niet altijd wat aan van onze eenzijdige emoties.

“Hoor, zweepgeklap! hoor, wielengeratel! en jagende paarden en opspringende wagens, steigerende rossen en vlammende zwaarden en bliksemende lansen, en tal van verslagenen, een menigte doden, en eindeloos veel lijken; men struikelt over hun lijken”[2].
U ziet het: het NOS-journaal is er niks bij.

“Al uw vestingen zijn vijgebomen met vroegrijpe vruchten; worden zij geschud, dan vallen zij de eter in de mond. Zie, uw manschappen binnen u zijn vrouwen; voor uw vijanden hebben de poorten van uw land zich wijd geopend; het vuur heeft uw grendelbomen verteerd”[3].
Alle energie is uit het land weggevloeid.
De mannen zijn verwijfd.
De grenzen zijn open; iedereen kan naar hartenlust in en uit lopen. Van veilig wonen kan men nu alleen maar dromen.

“Uw aanzienlijken zijn als sprinkhanen, uw ambtenaren als een zwerm sprinkhanen, die zich, zolang het koud is, op de muren legeren; als de zon opgaat, vliegen zij weg, en onbekend is hun plaats. Waar zijn zij? Uw herders sluimeren, koning van Assur, uw geweldigen liggen terneer; uw volk is verstrooid op de bergen, zonder dat iemand het verzamelt”[4].
Wat een deplorabele toestand!

Jona is in Nineve geweest. Als hij daar is bekeren de mensen zich.
Maar als Nahum – zo’n honderd jaar later – zijn visioen doorgeeft, blijkt van zo’n ommekeer niets. Helemaal niets.
Dat is, op de keper beschouwd, ook niet zo’n groot wonder. Nahum profeteert op afstand over de vijand. Hij spreekt over de wereldmacht die op enige afstand actief is.
Wat is de boodschap van de Here, vanuit het oorlogsgeweld en de gevolgen daarvan?
Hij geeft het volk een bemoedigende boodschap: het recht van de Here zal zegevieren!

Eén van de opvallende dingen in dit hoofdstuk is dat de Here niet op de voorgrond staat[5]. We kunnen niet zeggen: de Here is druk bezig met dit of met dat.
Het is veeleer een groot visioen. Als in een film rollen de beelden voorbij. In Nahum 3 wordt vooral een sfeer geschapen. De profeet ziet een visioen. En wij kijken mee. En hoe langer we in dit hoofdstuk lezen, hoe meer de ontsteltenis bezit neemt van ons wezen. Dit is toch iets verschrikkelijks?
Maar juist omdat de Here God Zich niet zo nadrukkelijk presenteert, wordt helder dat het kwaad zichzelf straft. Als de zonde in het leven een heersende macht wordt, gaat het van kwaad tot erger. Als zonde en goddeloosheid gekoesterd worden, komt het leven in een spiraal naar beneden terecht.
In Syrië regeert Bashar al-Assad. In Oekraïne was Viktor Janoekovitsj tot voor kort aan de macht. Beiden staan erom bekend dat zij mensen uit hun eigen volk doden. En het is gemakkelijk om naar hen te wijzen, en te zeggen: zo moet het niet.
Maar de kwestie is: wij wandelen met God. De Heilige Geest woont in ons hart. En dat betekent dat wij, in een wereld die God verlaat en smart op smart te vrezen heeft, tegen de stroom in moeten roeien. De kerk moet aan de wereld tonen dat het anders moet.

Dat is niet gemakkelijk.
Nahum proclameert: “…men struikelt over hun lijken – vanwege de vele hoererijen der hoer, uitnemend in bevalligheid, meesteres in toverkunsten, volken verkopend door haar hoererijen, en geslachten door haar toverkunsten”[6].
Prostituees en tovenaars – hun aanwezigheid maakt duidelijk dat de ware godsdienst ver weg is. Het lijkt verdacht veel op het Nederland van 2014. Economische macht gaat gepaard met seksuele uitspattingen en occultisme. Een dominee typeerde het in een preek eens zo: “Hoe meer geld we te besteden kregen, hoe meer alles kon op gebied van seks. Het geloof in God werd als een oude jas aan de kant gegooid. Maar toen het toch wat koud werd kwamen oosterse godsdiensten en occultisme er voor in de plaats”[7].
Als u het mij vraagt is de profetie van Nahum actueler dan menigeen denkt!

In de tijd dat Nahum preekt is Nineve echt een wereldstad. Met alle verleidingen die daarbij horen. Het is een imponerende metropool. De mensen raken ervan onder de indruk. De dynamiek laat de mensen niet onberoerd.
Welnu, zegt Nahum, vergis u niet in de uitstraling. Oftewel: kijk aan de uiterlijkheid voorbij.
En, suggereert Gods woordvoerder nadrukkelijk, laat u niet verleiden dat het de Here God totaal uit de hand loopt.
Ook anno Domini 2014 is dat, denk ik, een Goddelijke vingerwijzing.
Wat is er overgebleven van het Romeinse rijk, waarin eertijds zoveel macht aanwezig was? Rome is gevallen, zo kunnen we rustig vaststellen. En sinds Rome zijn er aardig wat economische machten geweest.
Men zegt dat de economie in Nederland weer een beetje opkrabbelt. Dat kan best zo zijn. Maar Gereformeerden moeten er rekening mee houden dat de financiële crisis van de afgelopen jaren een waarschuwing voor Gods kinderen is. En wel deze: mensen, wees goede rentmeester van alles wat God u aan gaven geeft!

Nineve wordt in Nahum 3 de bloedstad genoemd.
Iemand schreef naar aanleiding daarvan: “De inwoners kunnen er wat van. Leugen en bedrog. Corruptie en geweld. En uitgerekend daar moet Jona gaan prediken. Waarom? Omdat hun boosheid is opgeklommen voor Gods aangezicht (…). Nineve’s zonden hebben zich als het ware opgestapeld. Geleidelijk aan is het een hoge toren geworden. Zo hoog dat bij wijze van spreken het bovenste deel de hemel heeft bereikt. [Nu] kunt u zien dat God het onrecht in deze wereld signaleert. Ook van mensen en volken die vreemd aan Hem zijn. Wij denken wel eens dat God de verschrikkingen laat gaan, en dat Hij niets doet aan het leed waar duizenden onder lijden. Het lijkt alsof mensen straffeloos de meest gruwelijke dingen kunnen bedrijven zoals volkerenmoord (…), marteling en verkrachting, uitbuiting en misbruik van kinderen. Maar God ziet en registreert het terdege”[8].
De kerk hoeft niet te wanhopen.
Ware gelovigen mogen geloven dat het bloed van hun Here Jezus Christus ook voor hen gevloeid heeft. Ook vandaag geldt nog de oproep van 1 Petrus 1: “…wandelt dan in vreze de tijd uwer vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een onberispelijk en vlekkeloos lam”[9].

Daarom is er alle reden om, ook in onze tijd, Psalm 149 in de mond te nemen:
“Zo zal Gods volk zich recht verschaffen,
het zal zich wreken, volken straffen,
hun koningen en vorsten vinden,
met sterke boeien binden.
Dan wordt toch, naar ’t beschreven recht,
tegen hen het geding beslecht.
De luister van Gods volk keert weer,
geprezen zij de HEER”[10].

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die vanavond wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel staat Nahum 3 centraal.
[2] Nahum 3:2 en 3.
[3] Nahum 3:12 en 13.
[4] Nahum 3:17 en 18.
[5] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://utrecht.ngk.nl/preekarchief/current/Nahum/Nahum%203.pdf , http://www.gkvapeldoornzuid.nl/index.php/home/703-de-waarschuwing-van-de-val-van-nineve-nahum-34-7 en http://www.pauwenburg.nl/LinkClick.aspx?fileticket=0%2boHIe0Gc6E%3d&tabid=948&language=nl-NL (preek over gedeelten uit de profetie van Jona).
[6] Nahum 3:3 en 4.
[7] Dat was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant A.M. de Hullu.
[8] J.C. Schuurman, “Jona’s roeping en vlucht”. In: Gereformeerd Weekblad (18 juni 1999), p. 1-4. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[9] 1 Petrus 1:17, 18 en 19.
[10] Psalm 149:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

3 maart 2014

Nahum 2: gebruik Gods gaven goed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De gaven van God mogen wij nimmer ongebruikt laten liggen.
Dat is, als ik het goed begrijp, een belangrijke boodschap die in Nahum 2 doorgegeven wordt.

Nahum 2 is een hoofdstuk waarin de ondergang van Nineve wordt beschreven[1]. Nineve is de hoofdstad van Assyrië. De ondergang van die stad is op handen, zegt Nahum. Hij kijkt in de toekomst. En dan ziet hij hoe zich een ramp voltrekt.
“De poorten der rivieren openen zich”[2]. De goddelozen worden zogezegd hartelijk door de rivier ontvangen. Maar ze zullen roemloos verdrinken.
“Het paleis zinkt ineen”. Ziet u de implosie voor u?
“Woestheid, woestenij, verwoesting! en verslagen harten en knikkende knieën; kramp in alle lendenen en hun aller aangezicht van kleur beroofd”[3]. Van de prachtige bouwwerken zijn alleen maar ruïnes over. Het volk kijkt angstig, alle stoerheid is verdwenen.
“Waar is nu het leger der leeuwen, de plaats waar de jonge leeuwen gevoed werden, waar de leeuw rondliep en de leeuwin, de leeuwenwelp, door niemand opgeschrikt?”[4]. Alle kracht is weg. De maatschappij is futloos geworden.
“Zie, Ik zál u! luidt het woord van de HERE der heerscharen, Ik doe uw wagens in rook opgaan; uw jonge leeuwen zal het zwaard verteren, en uw roof zal Ik van de aarde verdelgen; en de stem van uw gezanten zal niet meer gehoord worden”[5]. Hier zien wij wat er gebeurt: de Here grijpt in. Oftewel: de Here zorgt ervoor dat de vijanden van Gods volk vernietigd worden.

Het Bijbelboek Nahum is, wat je noemt, niet echt in de mode.
Moeten Gods kinderen blij wezen met de uiteindelijke ondergang van mensen die de almachtige Schepper van hemel en aarde negeren?
Maar om nu blij te wezen over de ondergang van je vijanden… – nee, dat doen we in 2014 meestal niet meer zo. Het is een kwestie van leven en laten leven, roepen we tegenwoordig. Je mag er zijn, zeggen sommigen er blijmoedig bij.
Wie Nahum leest, die is niet meer zo luidruchtig.
Woestheid, verwoesting. Dat is voornamelijk deprimerend, vindt u niet? In de Statenvertaling staat heel beeldend: “Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieën schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot”[6].
Er is helemaal niets meer.
Het is er leeg.
De voorraad is uitgeput. Alles is op. Je zou de mensen daar – als ze er nog zijn! – een cent geven. Ze zeggen niets meer, en ze stralen niets meer uit. Hun gezichten zijn als uit steen gehouwen. Als een pot, dus.
Moet men daar blij van worden?
Nou, dat kan heel best.

Dat is goed mogelijk als we beseffen hoe groot de tegenstelling is tussen de veelkleurige gaven die God aan Zijn kinderen geeft, en de desolate toestand waarin Hij zijn vijanden achterlaat.

Op de keper beschouwd hoorde die rampzalige toestand vroeger ook bij ons. Want Adam en Eva hebben in hun ongehoorzaamheid heel de mensheid meegesleept.
Er zijn wel mensen die zeggen: dat is toch oneerlijk? Dat Adam en Eva zijn omgevallen, dat kunnen wij toch niet helpen? Dat Adam en Eva ongehoorzaam waren, dat zij gezondigd hebben, daar kunnen wij in 2014 toch niets meer aan doen?
Wie dat zegt moet maar eens denken aan een landsregering. Een slechte regering kan een volk op een veel lager peil brengen. Er zijn leiders die hun volk meeslepen in een oorlog. Er zijn regeringsleiders die op die manier miljoenen mensen de dood in hebben gejaagd. We hoeven het begrip ‘wereldoorlogen’ maar te introduceren en iedereen weet waar het over gaat. Als we praten over Syrië, of over Oekraïne, is verdere toelichting nauwelijks meer nodig[7].
Maar als het om Adam en Eva cirkelt, dan past dat verhaal opeens niet meer zo goed.
Ziet u hoe merkwaardig die vragen over Adam en Eva, en over onze schuld, eigenlijk zijn?
We zijn echt bedorven.
Maar er is één redding: Gods Geest. Zondag 3 van de Heidelbergse Catechismus windt er geen doekjes om.
“Maar zijn wij zo verdorven, dat wij helemaal onbekwaam zijn tot iets goeds en uit op elk kwaad?
Antwoord: ja, behalve wanneer wij door de Geest van God opnieuw geboren worden”[8].

Het boek Nahum maakt ons duidelijk hoe belangrijk het is om met alle Goddelijke geschenken ook echt wat te doen.
Een cadeau dat men vaak gebruikt, wordt niet gereserveerd voor de zondag. Het geschenk is – om maar eens iets te noemen – ook bruikbaar op maandag, dinsdag of vrijdag. Dat geldt driedubbel voor gaven van God. Zijn cadeaus legt men niet weg onder het motto: morgen zal ik eens zien op welke wijze Zijn gaven te gebruiken zijn.

Het Bijbelboek Nahum staat in Gods Woord.
Nahum is niet in romanvorm uitgegeven om de wereld schrik aan te jagen.
Nee.
Nahum is een profetie voor de kerk.
Het is een waarschuwing: zo vergaat het uiteindelijk de mensen die God links laten liggen.
Maar het is vooral ook een vertroosting: de Here werkt nog altijd heel druk aan de uitvoering van Zijn plan. Hij maakt op de nieuwe hemel en de nieuwe aarde plaats voor al Zijn kinderen. In de verste verte is er dan geen vijand meer te bekennen.

Dat is ongelooflijk.
Maar we mogen het wel geloven.

Noten:
[1]
Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die aanstaande woensdag – 5 maart – wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel staat Nahum 2 centraal.
In dit artikel gebruik ik onder meer een tekst die ik in november 2005 schreef.
[2] Nahum 2:6a.
[3] Nahum 2:10.
[4] Nahum 2:11.
[5] Nahum 2:13.
[6] Dat is Nahum 2:10.
[7] Zie voor meer informatie bijvoorbeeld http://nl.wikipedia.org/wiki/Syrische_Burgeroorlog , http://nos.nl/artikel/613244-oekraine-wat-je-moet-weten.html en http://www.refdag.nl/nieuws/buitenland/politieke_omwenteling_in_oekraine_1_807927 .
[8] Heidelbergse Catechismus – Zondag 3, antwoord 8.

26 februari 2014

Nahum 1: de Here is uniek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Mensen van de eenentwintigste eeuw zoeken uitdagingen[1].
Zij willen zich ontwikkelen. Zij zijn ambitieus. Zij willen grenzen verleggen en kaders verbreden.
Ook in de religie wil men nogal eens innoveren. Dan begint men aan nieuwe vormen van geloofsvertrouwen: esoterisch geloven, bijvoorbeeld.

Men moet niet verbaasd staan als sprekers op het kerkelijk terrein tot uitspraken komen als: “Het begrip esoterie, afgeleid van het Griekse esoterikos (het innerlijke), is een begripsbepaling voor een grote verzameling van mystieke en religieus-filosofische stromingen. Reeds Jezus van Nazareth bestempelde zijn uitspraken die alleen voor zijn toehoorders bestemd waren, tot een geheimenis. We kunnen die ook duiden als esoterisch”[2].
Esoterie: dat staat in onze wereld voor het geheimzinnige.
Esoterie: dat betekent dat bepaalde kennis alleen voor ingewijden toegankelijk is; de informatie is niet verifieerbaar.
Enkele jaren geleden was er een docent aan een Utrechtse hogeschool die zei dat esoterische religiositeit zich richt op “onder- en onbelichte aspecten van het christendom en de postmoderne samenleving”.
U begrijpt het wellicht al: de hiervoor bedoelde spreker had een nieuwe geloofsuitdaging gevonden.
Die uitdaging is: het met elkaar verbinden van de esoterie en het christelijk geloof.

Is de Here geheimzinnig?
Nee.
Hij toont Zich in Zijn Woord. Hij laat voldoende van Zichzelf zien. De Here stelt alle mensen in de wereld in staat om Hem zo goed te leren kennen dat zij behouden kunnen worden.
Dat belijden we ook in de Nederlandse Geloofsbelijdenis[3].

De Here is dus niet geheimzinnig.
Hij is wel heilig.
Dat wil zeggen dat Hij de eer wenst te krijgen die Hem toekomt. Wie die eer niet geven wil, zal met de Here God te maken krijgen.
In de Bijbel komen we teksten tegen die dat volkomen helder maken. Neem bijvoorbeeld Nahum 1: “Een naijverig God en een wreker is de Here, een wreker is de Here en vol van grimmigheid; een wreker is de Here voor zijn tegenstanders, en toornen blijft Hij tegen zijn vijanden”[4].

‘De Here zal troosten’. Dat betekent de naam Nahum[5].
Nahum is een relatief onbekende profeet. Zijn profetie is kort: drie hoofdstukken maar.
Hij komt, zegt de Bijbel, uit Elkos. Waar die plaats precies heeft gelegen, weten we niet. Sommige geleerden denken dat het Al-kosj is, een Irakees stadje.
Zijn profetie gaat over Nineve, de hoofdstad van Assyrië.”De stad was”, zo las ik ergens, “gelegen aan de Tigris, ongeveer waar nu Mosul ligt en bij Tikrit, de geboorteplaats van de gewezen Irakese dictator Saddam Hussein”[6].
Nineve werd, als ik het goed weet, in 612 voor Christus verwoest. Dat is ongeveer vijftig jaar nadat Nahum zijn profetie uitsprak[7].

‘De Here zal troosten’ – in zijn naam draagt de profeet het Evangelie levenslang met zich mee.
Van die troost is in Nahum 1, bij oppervlakkige beschouwing althans, weinig te zien.
Wreken, grimmigheid, tegenstand, toornen: dat zijn geen woorden die passen bij een romantische sfeer. Nee, in Nahum 1 is het oorlog[8].

De Here pakt de Assyriërs aan.
In de achtste eeuw voor Christus is Assyrië uitgegroeid tot één van de sterkste wereldmachten. De Here heeft het gezien. En Hij acht de maat van hun ongerechtigheid vol.

De Assyriërs hebben de Israëlieten onderdrukt. Afgoderij en zonden zijn in Assyrië aan de orde van de dag. Iemand schrijft: “De Assyriërs waren een wreed volk. Zij martelden hun tegenstanders, onthoofden ze, staken ze in brand. In sommige, beschreven, gevallen gingen ze zelfs zo ver dat ze hun tegenstanders levend vilden”. Nou, dan weten wij wel genoeg.

De kern van de kwestie is dat de Here rechtvaardig is. Zondige praktijken kunnen niet altijd doorgaan. Jazeker, mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Maar als zij voortdurend tegen de Here en Zijn wetten in blijven gaan, breekt God die verantwoordelijkheid af. Zonde blijft niet ongestraft; daar moet er wat aan gedaan worden.
En als Hij er dan wat aan doet, beschermt Hij Zijn volk. Hij geeft beschutting aan de mensen die Hij uitgekozen heeft.
Voor de uitverkorenen is er dus wel degelijk troost. Want zij worden gered. Dat mogen zij zeker weten.

De bescherming die de Here biedt is uniek.
Er is niemand in de wereld die een dergelijke vrijwaring geven kan. Er is geen schepsel op de wereld die zo’n verzorging kan garanderen.
Wie werkelijk bewaart wil worden, moet zich tot de Here wenden. Hij is een unieke God. Om het met Nahum 1 te zeggen: “De Here is lankmoedig, doch groot van kracht, en de Here laat geenszins ongestraft. In wervelwind en storm is zijn weg, wolken zijn het stof zijner voeten”[9].
Wij kunnen het op onze klompen aanvoelen: nu moeten u en ik niet aankomen met een verzameling van mystieke en religieus-filosofische stromingen. Zo’n opeenhoping van ideeën verdraagt zich niet met de uniciteit van de hemelse Here.

Het lijkt mij duidelijk: u kunt de Here nimmer op één hoop gooien met afgoden.
Wij kunnen al helemaal niet zeggen dat gelovigen van ongeveer alle signaturen bij de Here God horen. De Here kiest Zijn volk Zelf uit. De Here werft Zijn bruid. En zijn wervingsmethóde is bekend: liefde en goedheid.

Die liefde van God verwordt bij velen tot een soort sullige goeiigheid. God vindt alles wel goed, lijkt men te denken.
Wat de mensen ook van Hem zeggen of denken: het is, zo meent het volk, allemaal prima. En als de massa vrede met God heeft, is de vrede met elkaar wellicht óók wat dichterbij.
Gemakshalve wordt Gods toorn een beetje weggemoffeld. En de reden van die hemelse woede, de zonde, wordt zorgvuldig uit beeld gehouden.
Er zijn heel wat mensen die, naar zij zeggen, van God niets merken. Dat het voortbestaan van deze wereld onder meer te maken heeft met Gods lankmoedigheid, met Zijn geduld dus, schijnt in weinig hoofden op te komen.

Dit brengt mij bij Zondag 4 van de Heidelbergse Catechismus.
Men moet er mee rekenen dat God “ongehoorzaamheid en afval” niet ongestraft wil laten.
In Zondag 4 lees ik: “God vertoornt Zich verschrikkelijk, zowel over de zonde die ons aangeboren is als over de zonden die wij doen. Hij wil die dan ook door een rechtvaardig oordeel in tijd en eeuwigheid straffen”[10].
Wij zien het: in de Heidelbergse Catechismus wordt er niet omheen gedraaid.
Wij zullen ons moeten realiseren: de kerk mag niet blijven steken in onnozele goedmoedigheid!

Nog eenmaal keer ik terug naar Nahum 1.

Mensen van de eenentwintigste eeuw zoeken uitdagingen.
Zij willen zich ontwikkelen. Zij zijn ambitieus. Zij willen grenzen verleggen en kaders verbreden.
Nahum leert ons dat wij daarmee in ons geloofsleven voorzichtig moeten zijn.
Want daar gaat het niet om onze vindingrijkheid.
Het gaat daar om de reddende activiteit van de heilige God.
Hij kiest mensen uit om ze af te zonderen voor Zichzelf. Die mensen worden apart gezet. Ze worden geheiligd.
In Nahum 1 wordt de antithese scherp gesteld. Ik citeer: “Wie kan standhouden voor zijn gramschap? wie staande blijven bij zijn brandende toorn? Zijn grimmigheid stort zich uit als vuur en de rotsen springen voor Hem aan stukken. De Here is goed, een sterkte ten dage der benauwdheid; Hij kent hen die bij Hem schuilen”[11].

Noten:
[1]
In dit artikel maak ik onder meer gebruik van stukken die ik respectievelijk schreef in mei 2009 en oktober 2009.
[2] In deze alinea gebruik ik onder meer http://www.nd.nl/artikelen/2009/oktober/01/vloeiende-grenzen-aan-de-kerkleer .
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 2.
[4] Nahum 1:2.
[5] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Nahum_(boek) .
[6] Zie http://bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/N/Nineve/600/ .
[7] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS1314.pdf .
[8] Tijdens de vergadering van de Mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen die op woensdag 5 maart wordt gehouden, zal het gaan over de profetie van Nahum. In dit artikel maak ik een paar opmerkingen naar aanleiding van Nahum 1.
[9] Nahum 1:3.
[10] Heidelbergse Catechismus – Zondag 4, antwoord 10.
[11] Nahum 1:6 en 7.

29 augustus 2012

De kleine profeten in vogelvlucht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , , , , , ,

De kleine profeten – zo genoemd vanwege de omvang van de betreffende Bijbelboeken – zijn in de Gereformeerde wereld niet zo bekend. Niet zo geliefd, misschien ook. Al was het alleen maar omdat onbekend al gauw onbemind maakt.

In dit artikel wil ik de kleine profeten in vogelvlucht bekijken.
En dat is, zeg ik alvast maar, best de moeite waard[1].

Hoe kunnen wij de kleine profeten typeren[2]?
a.
Ze geven een goed overzicht van de afval onder Gods volk. Het tienstammenrijk wordt vaak aangeduid als Israël; soms ook als Efraïm. Het tweestammenrijk heet nogal eens Juda.
Het verval onder Gods volk is het overheersende thema van Hosea, Amos en Micha.
b.
De Here doet met zekere regelmaat een beroep op het geweten van Zijn volk. De resultaten van die Goddelijke oproepen zijn echter vrijwel nihil.
De aankondiging van het oordeel over de volken komt met name terug in Obadja, Nahum en Jona.
Ook Habakuk spreekt over oordeel. Maar dat betreft het oordeel over Gods volk. Voor dat gericht gebruikt de Here in die profetie met name de Chaldeeën.
c.
Het volk van God volhardt niet zelden in de zonde. Bekeren is er meestal niet bij. Maar juist in die situatie zien we dat de Here óók volhardt: Zijn beloften blijven gelden!
Haggaï laat zien dat de tempelbouw rechtstreeks met die zegen in verbánd staat. Haggaï toont aan het einde van zijn profetie ook aan dat hij heel ver mocht kijken. Hij spreekt over Christus’ koningschap.
d.
Een aantal profeten kondigt expliciet aan dat Gods volk weer verenigd zal worden. Er zal geen scheiding meer zijn in twee rijken, of meer. Versplinteringen zijn uit de wereld. Er zal geen verdeeldheid meer wezen. Er wordt één groot volk gevormd dat in eendracht de hemelse Heer dient. Voor alle kinderen van God komt er een gouden toekomst aan.
De andere kant van die toekomst wordt gevormd door de gerichten. Dat donkere gericht en de heerlijke toekomst zijn onderwerp van Zefanja.
De verwoesting van het land, het oordeel over de volken en de zegen voor Gods volk worden geproclameerd door Joël.
Zacharia profeteert zo mogelijk nog nadrukkelijker over de vernietiging van de vijanden van Gods volk. En ook over de heerlijkheid die Gods volk verwachten mag.

Wat is de historische volgorde van de kleine profeten?
1. Jona
Jona’s naam komt al voor in 2 Koningen 14: “Hij (dat is Jerobeam II) heroverde het gebied van Israël, van de weg naar Hamath tot de zee der Vlakte, volgens het woord dat de Here, de God van Israël, gesproken had door zijn knecht, de profeet Jona, de zoon van Amittai, uit Gath-Hefer”[3].
2 en 3. Amos en Hosea
Deze profeten doen hun werk ongeveer gelijktijdig onder de koningen Uzzia en Jerobeam II.
4. Micha.
Deze woordvoerder van God begint zijn werk onder de regering van Jotham. Jotham is de zoon van Uzzia.
5. Zefanja
Hij profeteerde tijdens de regering Josia. Dat is ongeveer een eeuw nadat Micha zijn werk deed.
6 en 7. Haggaï en Zacharia.
Haggaï profeteert in het tweede jaar van koning Darius. Dat is ongeveer 16 jaar nadat de eerste groep Joden uit Babel vertrokken is. Zacharia verheft zijn stem voor het eerst twee maanden nadat Haggaï gesproken heeft; hij laat tenminste twee jaar van zich horen. Haggaï en Zacharia zijn tijdgenoten van Zerubbabel. Die Zerubbabel was één van de mensen die in 538 te Jeruzalem de fundering voor de tweede tempel legde[4].
8. Maleachi.
Maleachi profeteert waarschijnlijk ten tijde van Nehemia[5]. Dan zitten we zo’n 445 jaar voor Christus. Het kan zelfs zijn dat we de profetie van Maleachi nog wat later moeten dateren. Dat hij vaak in verband met de stadhouder Nehemia wordt gebracht, hangt samen met het feit dat zij waarschuwen tegen dezelfde zonden.
In dit overzicht ontbreken Joël, Obadja, Nahum en Habakuk. Het is niet precies duidelijk in welke tijd zij hun werk hebben gedaan. Blijkbaar vond de Here het niet nodig dat wij dat nu weten.

De meeste kleine profeten eindigen heel bemoedigend[6]. Toegegeven: Jona en Nahum wijken wat dat betreft af[7]. Maar meestal horen we dat het beter zal gaan. God zal zich weer ontfermen over Zijn volk. Er zal grote zegen zijn.
Dat is geen boodschap in het wilde weg. Het is Evangelie voor de kerk!

Wat is vandáág de boodschap van de kleine profeten? Wij kunnen, bijvoorbeeld, denken aan het volgende.
a.
In de kleine profeten kunnen wij zien hoe diep de zonde in menselijke levens verankerd is. Erfzonde betekent onder anderen dat ook wij met zonden behept zijn. Wie zich dat realiseert, zet zich er toe om ruzie en onmin in de kerk zoveel mogelijk te voorkomen. In de kerk komen we ootmoedig bij God, en zijn we naar elkáár toe bescheiden.
b.
De Here maakt in de kleine profeten duidelijk dat de sfeer in de kerk en de ijver voor het werk aldaar, samenhangen met echte vroomheid. Vroomheid, dat is: leven vanuit Gods Woord, gehoorzaam aan Zijn Woord, wandelen met God. Als het goed is zal alle werk dat in het komende seizoen in de kerk gedaan wordt, die vroomheid ook stimuleren.
c.
Als het gaat over de kleine profeten komt ook onze toekomst in beeld.
Wij mogen deze profetieën verbinden met teksten als:
Romeinen 8: “Want ik ben verzekerd, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten, noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onze Here”[8].
1 Timotheüs 4: “Oefen u in de godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst. Dit is een betrouwbaar woord en alle aanneming waard”[9].
De Here leert ons dat we ons vertrouwen niet moeten stellen op allerlei politieke en diplomatieke spelletjes , of op onze welvaart. Zie 1 Timotheüs 6: “Hun, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft, om wèl te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam, waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen”[10].
Onze geloofskracht wijst ook op de garantie van Gods genade in de toekomst. Dat was in de tijd van Isaäk, Jakob en Esau trouwens ook al zo. Zie Hebreeën 11: “Door het geloof heeft Isaak aan Jakob en Esau zijn zegen gegeven, ook voor de toekomst”[11].

Nog één keer stel ik die vraag van hierboven: hoe kunnen wij de kleine profeten karakteriseren?
Die vraag beantwoord ik vandaag met die bekende drieslag uit de Heidelbergse Catechismus:
* ellende
* verlossing
* dankbaarheid.
Zo bezien kunnen we aan de Kleine Profeten nog veel vreugde beleven!

Noten:
[1] In het komende werkseizoen zullen tijdens de vergaderingen van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen onder meer enkele kleine profeten aan de orde komen. Dit artikel vormt daar een voorbereiding op. Het stuk dient – in bewerkte vorm – ook als inleiding op de eerstvolgende vergadering van de bovengenoemde mannenvereniging; die vindt Deo Volente plaats op woensdag 5 september 2012.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1426.pdf .
[3] 2 Koningen 14:25.
[4] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Zerubbabel .
[5] Zie over Nehemia http://nl.wikipedia.org/wiki/Nehemia_(persoon) .
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.ontmoeting.be/bijbelstudie/bs_OT/Hoofdstuk%206%20De%20profetische%20boeken%20_kleine%20profeten_.pdf .
[7] Jona eindigt met de redding van Ninevé (Assur). Nahum eindigt met vergelding over Assur.
[8] Romeinen 8:38 en 39.
[9] 1 Timotheüs 4:7, 8 en 9.
[10] 1 Timotheüs 6:17, 18 en 19.
[11] Hebreeën 11:20.

Blog op WordPress.com.