gereformeerd leven in nederland

3 maart 2017

Tikkertje doen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

“Rutte weer op matje om Teevendeal”, kopt het Nederlands Dagblad op woensdag 15 februari jongstleden.
De gemiddelde burger denkt, net als ik, waarschijnlijk: houdt dat nou nooit op?
Onder de kop staat: “Het leeuwendeel van de oppositie wil alsnog van premier Mark Rutte weten hoe het kan dat vijf van zijn naaste medewerkers op de hoogte waren van belastende informatie over de Teevendeal, terwijl hij zelf in het ongewisse zou zijn gebleven”[1].

Houdt dat gedoe nooit op?

U weet het waarschijnlijk wel: die Teevendeal gaat over de affaire rond een bonnetje van de afspraak tussen officier van justitie Fred Teeven en crimineel Cees H. Het ging indertijd om niet minder dan 4,7 miljoen euro.
Maar dat hele verhaal heeft nu toch op tafel gelegen?
Ach, ik weet wel dat er woensdag 15 maart aanstaande Tweede Kamerverkiezingen zijn.
Maar het is toch buitengewoon hinderlijk dat datzelfde punt om politieke redenen telkens opnieuw wordt aangeroerd.
Het lijkt wel alsof politici denken: zo kunnen we meneer X. eens flink dwars zitten; intussen varen wij daar wel bij.
Dit lijkt mij een typisch geval van Haags tikkertje doen. Wanneer zouden de dames en heren beleidsbepalers eindelijk eens begrijpen dat het geachte electoraat intussen helemaal klaar is met loze beloften, achterkamertjesgemurmel en al of niet verantwoorde parlementaire kwellingen?

In Gods Woord wordt ons dat tikkertje doen afgeleerd.
Bijvoorbeeld in Spreuken 11:
“De oprechtheid van de oprechten leidt hen,
maar de verkeerdheid van de trouwelozen verwoest henzelf”.
Een exegeet tekent hierbij aan: “De integriteit van oprechten wordt hier aangeduid als hun richtsnoer. In de praktijk van het leven lijkt het er soms op dat mensen die eerlijk zijn aan het kortste eind trekken. Doordat God echter Heer en Rechter over alles is (…), leven ze onder zijn bescherming. Een voorbeeld hiervan is Jozef die tijdens zijn verblijf in Egypte zuiver bleef en heeft ervaren dat God zijn weg leidde. Rechtvaardigheid is de basis voor de zegen en daarom staat hier dat integriteit een leidsnoer voor oprechten is. Tegenover de oprechten staan de trouwelozen: hun gekronkel is hun ondergang”[2].

Rechttoe rechtaan: dat moet, als u het mij vraagt, voor kerkmensen een belangrijk motto wezen. Politici en andere volbloed-onderhandelaars moeten de kunst van kerkmensen kunnen afkijken.

Maar de vraag is: levert rechttoe rechtaan-werk niet allerlei ongenuanceerd gepraat op? Gepraat zoals we dat bijvoorbeeld kennen van PVV-leider Wilders?
Het antwoord is: nee, met die ongenuanceerdheid valt het wel mee.
Maar er iets anders dat wij goed voor ogen moeten houden.
Rechttoe rechtaan: dat kan, ten principale, alleen maar goed gaan als wij ons baseren op Gods Woord.
Rechttoe rechtaan: dat kan, ten principale, alleen als wij buigen voor Gods Woord.
Zoals dat in Spreuken 18 staat:
“Vóór de ondergang verheft zich het mensenhart,
maar nederigheid gaat vóór de eer”[3].
En in Spreuken 29:
“De hoogmoed van een mens zal hem vernederen,
maar de nederige van geest zal de eer vasthouden”[4].
Rechttoe rechtaan leven – dat heeft alles met ootmoed te maken. In ootmoed leven voor God, bedoel ik.

De boodschap van Spreuken 11 is helder: wie niet op God vertrouwt, praktiseert feitelijk een vorm van zelfvernietiging.
Dat lijkt schromelijk overdreven. Het gaat immers goed met ons land? De economie groeit, en we hebben, in het algemeen genomen, een redelijk welvarend bestaan.
Maar laten we eerlijk zijn: wantrouwen zeilt over de wereld. Soms staan zelfs de meest vooraanstaande wereldleiders, om het maar eens duidelijk te zeggen, stijf van de leugens. En ja, daarin ligt ten diepste ook de oorzaak van de hetze in verband met de Teevendeal. Halve waarheden, wantrouwen, machtswellust: het zijn de grondstoffen van een maatschappij die zichzelf, als God het niet verhoedt, onvermijdelijk naar de knoppen helpt.

In Gods Woord wordt ons het tikkertje doen – “jij bent ‘m” – afgeleerd.
Wij krijgen echter wel duidelijkheid omtrent onze positie tegenover God. Leest u maar eens mee in die gelijkenis van Lucas 14 over mensen die, al of niet glimlachend, allerlei ereplaatsen innemen: “Wanneer u door iemand op een bruiloft uitgenodigd bent, ga dan niet aanliggen op de ereplaats, opdat niet misschien iemand die voornamer is dan u, door hem uitgenodigd is,
en hij die u en hem uitgenodigd heeft, tegen u zal komen zeggen: Geef hem die plaats. U zou dan tot uw schande de laatste plaats beginnen in te nemen.
Maar wanneer u uitgenodigd bent, ga er heen en ga op de laatste plaats aanliggen, opdat, als hij komt die u uitgenodigd heeft, hij tegen u zal zeggen: Vriend, kom hoger op. Dan zal dat u tot eer zijn in de ogen van allen die met u aanliggen.
Want ieder die zichzelf verhoogt, zal vernederd worden en wie zichzelf vernedert, zal verhoogd worden”[5].
Wat gebeurt daar?
Mensen die ootmoedig naar God toe gaan, worden door Hem op de schouder getikt. ‘Kom op een meer voorname plaats zitten’.
In Lucas 14 is geen sprake van zelfvernietiging. God zelf brengt Zijn genodigden weer op niveau!

“Rutte weer op matje om Teevendeal”, staat in de krant.
En de burgers denken: ja hoor, daar gaan we weer! Voor de zoveelste keer.
Haagse electoraatzoekers ruiken winst. Zij ruiken eer. Zij ruiken misschien wel het pluche der regeringsstoelen.
Wat kopen wij daarvoor?
Wat moeten wij ermee?
Als u het mij vraagt moeten al die Haagse heren en Randstaddames niet om zichzelf, maar om anderen denken. Om de armen. Om de verminkten. Om de kreupelen. Om de blinden.
Net zoals die onbaatzuchtige gastheer uit Lucas 14. Ik citeer:
“En Hij zei ook tegen hem die Hem uitgenodigd had: Wanneer u een middag- of avondmaaltijd houdt, roep dan niet uw vrienden, ook niet uw broers, en niet uw familieleden of rijke buren, opdat ook zij u niet op hun beurt terugvragen en het u vergolden wordt.
Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden.
En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[6].
Als politici zo gaan werken transformeert de Haagse Ridderzaal van een slangenkuil in de Zaal der Wijze Beslissingen.

Haagse politici kunnen nog veel van Gods kinderen leren!

Noten:
[1] “Rutte weer op matje om Teevendeal”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 15 februari 2017, p. 2.
[2] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 11:1-8.
[3] Spreuken 18:12.
[4] Spreuken 29:23.
[5] Lucas 14:8-11.
[6] Lucas 14:12, 13 en 14.

27 februari 2017

Oproep tot beschaving

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Wij moeten, zo menen een aantal bekende Nederlanders, pal staan voor de beschaving. Het is, zo stellen zij, tijd om op te staan. Wij zijn Nederland, beweren ze.
Onlangs plaatsten die bekende Nederlanders een grote advertentie op de achterkant van de Volkskrant[1].

Op een internetpagina van De Telegraaf staat te lezen: “Ze zeggen de neiging van veel mensen te begrijpen om ‘in een wereld van conflict, in een land vol oplopende spanningen’ de gordijnen dicht te doen, de tv uit te zetten en zich terug te trekken in het vertrouwde. Maar dat is niet de juiste weg, vinden de ondertekenaars. Als de grondvesten (onze vrijheid, onze rechtsstaat en onze verzorgingsstaat) onder vuur liggen, moeten we nu opstaan, niet pas als het te laat is en er geen weg meer terug is, luidt hun betoog.
Ze doen een beroep op de overgrote meerderheid van Nederland, die ‘hecht aan fatsoen en genoeg heeft van het geschreeuw’, om niet langer stil te zijn en zich aan te sluiten bij Wij zijn Nederland”[2].

Er is ook een website aan Wijzijnnederland gewijd.
De oproep klinkt: “Beschaving is het waard om pal voor te staan.
En dus zeggen wij met heldere stem:
Nederland, maak je los uit de traditie van Brexit en Trump.
Door niet pas op te staan als het te laat is.
Als er geen weg meer terug is.
Wees geen commentator.
Maak zelf het verschil.
Sluit je aan!”[3].

Wees geen commentator, roept men uit.
Toch wil ik aan de zijlijn iets te berde brengen.
Niet schreeuwend, maar schrijvend.
Ja, ik weet wel dat dat een beetje ontmoedigd wordt.
Maar ik doe het toch.

Er zijn wel meer pogingen gedaan om een nieuwe beschaving te introduceren.
In 2011 was er een toen 19-jarige student die uit zijn stoel kwam. “De scheldwoorden ‘uit de oude doos’ zijn vaak milder, spontaner en een stuk minder agressief. Doordat ze vaak een grappig tintje hebben, kunnen ze helpen de angel uit de ruzie te halen en de lucht te klaren”, staat op een door hem gemaakte website[4].
In diverse toonaarden is in voorbije jaren al eens betoogd: naarmate er minder christenen op de wereld zijn, wordt de wereld onbeschaafder. Daar is ook wel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan[5].

Wat mij betreft is Wijzijnnederland een moedig initiatief. Bemoedigend, ook. Er gebeurt wat. Rommel en rotzooi overwinnen niet.
Dat is prachtig.

Maar ik mis in dit alles het Woord van God.

Laat ik daarom vandaag op dat Woord mogen wijzen.
Ik citeer een paar woorden uit 2 Timotheüs 2: “En wat u van mij gehoord hebt onder vele getuigen, vertrouw dat toe aan trouwe mensen die bekwaam zijn om ook anderen te onderwijzen.
Lijd verdrukkingen als een goed soldaat van Jezus Christus”[6].

Het Evangelie is doorgegeven. Paulus heeft Timotheüs verteld welke grote dingen God heeft gedaan, en welke consequenties die heerlijke gebeurtenissen voor gelovigen hebben. Er zijn heel wat mensen die meegeluisterd hebben. Er zijn heel wat mensen die er al van weten.
Paulus zegt: vertel het door! Want deze blijde Boodschap kan de reddingsboei voor heel veel mensen wezen. Blijf niet in je stoel zitten, maar ga de strijd aan!

Alle eeuwen door wordt het Woord van God doorgegeven.
Uren, dagen, maanden en jaren wordt bij de voortduur gepredikt dat de uitverkorenen de zaligheid in Christus Jezus zullen verkrijgen, met eeuwige heerlijkheid[7].
Die beschaving gaan kinderen van God tegemoet. Daar gaan gelovige mensen mensen naar toe.

Zo’n oproep in de Volkskrant is wel mooi.
Het klinkt allemaal solide. En reuze degelijk.
Maar laten we maar eerlijk wezen: die bekende Nederlanders zijn heel verschillend, en zijn het lang niet altijd met elkaar eens. Het is mooi dat zij, op één punt, samen willen optrekken. Natuurlijk. Maar die diepe meningsverschillen blijven bestaan.
Het bederf op de aarde gaat door. De zonde vreet zich overal naar binnen. Er zal altijd gedoe blijven. Onenigheid. Ruzie. Tweespalt. Oorlog.
Dat alles neem je niet weg met een, overigens indrukwekkende en goed bedoelde, oproep in de Volkskrant.

Ooit zullen de ondertekenaars van die oproep oud zijn, en der dagen zat.
Dan moet de volgende generatie weer zo’n oproep doen.
En het daarop volgende geslacht moet de handschoen daarna weer oppakken
Zo gaat in deze wereld. Populair gezegd – je blijft aan de gang.

Nee, daarmee wil niet gezegd wezen dat die oproep waardeloos is. En ook niet dat de scribent van deze weblog vandaag een sombere dag heeft.
Integendeel.
Schrijver dezes wil slechts wijzen op de structurele oplossing die de Verbondsgod aanbiedt.

In de kerk klinkt al eeuwen de oproep om de God van het verbond te eerbiedigen en te dienen. Die dienst aan Hem brengt beschaving met zich mee. In die beschaafde dienst bereiden gelovige kinderen zich voor op het eeuwig leven, waarin alles vredig en onbevlekt zal zijn.
Ziet u? De kerk gaat verder dan aardse beschaving. Veel verder!

Om duidelijk te maken wat ik bedoel, citeer ik weer een stukje uit 2 Timotheüs 2: “Daarom verdraag ik alles ter wille van de uitverkorenen, opdat ook zij de zaligheid in Christus Jezus zouden verkrijgen, met eeuwige heerlijkheid.
Dit is een betrouwbaar woord. Want als wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven.
Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen.
Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[8].

Mensen zijn, als het erop aankomt, reuze onbetrouwbaar.
Mensen moeten afgeremd worden. Beteugeld. Desnoods met een oproep in de Volkskrant.
Maar de Here werkt door.
En Hij leeft voor eeuwig. Samen met talloze schepselen die Hijzelf heeft gecreëerd, en die Hij heeft uitverkoren om in de hemel altoos tot Zijn eer te leven.
Daar is een oproep tot beschaving niet nodig. Nooit meer.

Noten:
[1] Dat gebeurde op vrijdag 10 februari 2017.
[2] Geciteerd van http://www.telegraaf.nl/binnenland/27597156/__Sta_op_voor_onze_beschaving__.html ; geraadpleegd op vrijdag 10 februari 2017.
[3] Zie https://www.wijzijnnederland.nu/ ; geraadpleegd op vrijdag 10 februari 2017.
[4] Zie https://hetnieuwevloeken.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 10 februari 2017.
[5] Over het onderwerp ‘beschaving’ heb ik op deze plaats al vaker iets geschreven. De artikelen zijn te vinden via https://bderoos.wordpress.com/tag/beschaving/ .
[6] 2 Timotheüs 2:2 en 3.
[7] Deze formulering preludeert op 2 Timotheüs 2:10.
[8] 2 Timotheüs 2:10-13.

24 februari 2017

Neem de profetie in acht!

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Wij allen maken ons wel eens druk om de toekomst van de kerk. Ja, wij weten wel dat wij dat niet zouden moeten doen. De kerk is immers van de Here, en niet van ons. Maar toch doen we dat. Niets menselijks is ons vreemd.

Wij moeten ons erin trainen om gelovig en gehoorzaam te leven. Trouw aan Gods Woord.
Blijmoedig en zonder terughoudendheid.
Een dagbladschrijver heeft daar, te midden van de toenmalige kerkelijke praktijk, in 1972 reeds op gewezen.
Dat deed hij in de editie van het Nederlands Dagblad die verscheen op zaterdag 19 februari 1972[1].
Zijn artikel is een Schriftuurlijke opwekking om trouw te blijven. De inhoud van het artikel blijkt in 2017 nog volop actueel!

Vandaag geef ik iets uit dat artikel door.
Hier en daar noteer ik er iets bij.
De schrijver gaat uit van de situatie in de Hervormde Kerk.

“Het meest ontstellende feit is wellicht, dat de Bijbel bij zeer veel hervormde gemeenteleden een onbekend boek dreigt te worden. Het rapport constateert in het algemeen een geestelijke daling. Het lezen van de Bijbel in de gezinnen neemt sterk af, vooral door het wegvallen van de huiselijke godsdienstoefening in de vorm van bijbellezing na het eten en ’s avonds voor het naar bed gaan.
Er zijn, constateert het rapport, nog wel veel goede gemeenten waar met volle overgave wordt gewerkt, maar hun getal neemt steeds meer af en het aantal gemeenten die feitelijk alleen maar op papier bestaan, waar de kerkgang minimaal is en vrijwel geen openbare belijdenis meer wordt afgelegd, wordt steeds groter. Op vele plaatsen wordt de jeugd niet meer bereikt. Het abc van het christelijk geloof wordt vaak nauwelijks meer gekend en nog minder beleefd. De toenemende verdorring van het geestelijk leven strekt zich ook uit tot veel predikanten en kerkeraadsleden. Het getal catechisanten neemt overal af. Kerkgang, belijdenis doen en het gebruik van de sacramenten komen steeds minder voor”.

Hoe verloopt die afval? Hoe werkt die verdorring?
De hervormde dominee M. Groenenberg beschrijft die als volgt: “’Ze vallen als bladeren van een boom in de herfst’, zegt ds. Groenenberg over de leegloop van de Nederlands Hervormde Kerk.
‘Het is niet een bewust afwijzen van kerk en geloof, maar ze glijden zomaar weg, zonder duidelijk motief, zonder dat er een crisis in net geloof is geweest. Natuurlijk komt het ook voor dat men zo’n stap na rijp beraad doet, maar veel minder. Een welbewust besluit vind ik beter dan zomaar afvallen’”.

Hier past, wat mij betreft, de aantekening dat er weinig nieuws onder de zon is.
Ook vandaag is het zo dat gewoontes rond kerkgang en Bijbellezing soms gaandeweg uitslijten. Zachtkens. Stukje bij beetje.
Sommige mensen kunnen het na een tijdje zien. Misschien. Maar misschien ook niet. In ieder geval begint niemand erover… Ach – ieder zijn eigen leven, nietwaar?
Niet waar
!
Ja, u leest het goed… – dat is helemaal niet waar!
Natuurlijk moeten we elkaar privacy gunnen.
Maar we mogen gerust aan elkaar laten zien wat Gods Woord en Zijn beloften voor ons betekenen. En laten we dan maar aansluiten bij de gewone dingen van het leven. De dagelijkse gang van zaken. Compleet met de teleurstellingen, en het verdriet. Maar juist midden in dat verdriet kunnen we laten zien dat er hoop is. Midden in onze teleurstelling, recht vanuit onze doos met trillende vraagtekens, onze aftakeling, onze machteloosheid en onze spijt mogen wij verlangen naar ons nieuwe vaderland. Hier wordt het minder, maar het eeuwige leven wordt ronduit glorieus!

Dominee Groenenberg zegt:
‘Het is een moeilijke zaak. Wel weet ik dat de mogelijkheden voor de kerkleiding beperkt zijn. Een kerk kan niet verder springen dan haar leden. Er is een nieuw élan nodig en dat moeten de mensen zelf opbrengen. Geloof, dat kun je niet maken, dat moet geboren worden’.

Laat ik bij het bovenstaande gezwind een aantekening maken.
Want dat is niet waar!
Nee, dat is helemaal niet waar!
Graag wijs ik u in dit verband op Efeziërs 2, waar de apostel Paulus schrijft: “Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God;
niet uit werken, opdat niemand zou roemen.
Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[2].
Geloof moet gegeven worden!
In het Nederlands Dagblad wordt geschreven:
“De Hervormde synode heeft zich inmiddels al over dit rapport gebogen, maar nog geen afdoende remedie tegen het stille sterven gevonden.
Eén ding is wel duidelijk: de naoorlogse reorganisatie en nieuwe aanpak, waarvan men in de Hervormde Kerk zoveel heeft verwacht, is op een grote teleurstelling uitgelopen.
Een merkwaardig verschijnsel is ook de weer toenemende polarisatie. Na 1945 heette het dat de richtingen in de kerk waren verdwenen. Er waren alleen nog ‘modaliteiten’. Onder de invloed vooral van de dialectische theologie was men tot de overtuiging gekomen dat elke ‘richting’ niet meer was dan een poging om de ene, onzegbare waarheid te benaderen. De menselijke taal, zo redeneerde men, is nu eenmaal niet in staat, het goddelijk geheim adequaat weer te geven en daarom zijn al die ‘richtingen’ niet meer dan ‘modaliteiten’ denk- en spreeknuances die allemaal evenveel recht hebben en in wezen niet tegenover elkander staan.
Die vreedzame droom, ontsproten aan een onschriftuurlijke leer, houdt vandaag geen stand tegenover de barre werkelijkheid. De richtingen treden steeds meer als scherpe, in wezen onverzoenbare tegenstellingen naar voren”.

De ontwikkelingen in de Nederlands Hervormde kerk zijn ook elders op het kerkplein te zien. En ook in 2017 kunt u nog veel herkennen. Leest u maar mee.

“Grote aandacht krijgen spiritualistische opwekkingsbewegingen die uit Amerika naar ons land overwaaien, en vooral veel jongeren in hun greep krijgen. Velen zien daarin een middel tot behoud, een remedie tegenover de brutale theologie van de revolutie, die alle fundamenten wil losbreken. Wij menen dat zulks een vergissing is. Dergelijke opwekkingsbewegingen kunnen veel hebben dat sympathiek aandoet, maar fis we een televisie-uitzending zien over de nieuwe ‘Jezus-beweging’ in Nederland, waarbij rooms-katholieke en synodaal-gereformeerde jongelui vertellen dat ze zich helemaal aan Jezus hebben overgegeven, maar allen lid blijven van hun eigen kerk, omdat dit kerklidmaatschap er eigenlijk helemaal niet op aankomt en ze in wezen nu toch volledig één zijn, dan kunnen we ons alleen maar verbazen, dat zelfs predikanten die tot de bijbelgetrouwe richting gerekend willen worden, hierin iets goeds zien. De artikelen 27-29 NGB spreken andere taal!”.

De scribent formuleert scherp:
“Ondanks de weldadig aandoende warmte die vaak van zulke bewegingen uitstraalt: dit is de weg niet! Niet de gevoelsreligie, die het zoekt in individualistische bevinding en die de kerk, de ambten, de sacramenten, de leer hoogstens van secundaire betekenis acht, kan uitkomst bieden uit de geestelijke nood van onze dagen. God heeft ons Zijn Woord gegeven: de 66 bijbelboeken die ons Zijn wil doen kennen en de weg der zaligheid wijzen. Om de hoofdinhoud van die Bijbel en van de daarin ontvouwde leer kort te formuleren en tegenover de opduikende ketterij te verdedigen, heeft de kerk deze in haar belijdenisgeschriften samengevat. Die geschriften voegen niets toe aan de Bijbel en bevatten anderzijds ook niet alles wat in Gods Woord is te vinden. Ze zijn appellabel aan de Schrift en staan dus niet met haar op één lijn, maar de kerk heeft ze aanvaard als zijnde overeenkomstig de Heilige Schrift, en zolang niet op enig punt strijdigheid is aangetoond zullen wij ze als zodanig aanvaarden. Waar het volle, rijke Woord Gods wordt gepredikt, daar vloeit het water des levens, dat dorre akkers vruchtbaar maakt, harten omzet, verkeerde maatschappelijke structuren verandert, mens en maatschappij diepgaand beïnvloedt”.

Het slot van het artikel behoeft, wat mij betreft, weinig aanvulling meer. Het maakt duidelijk wat wij hebben te doen.

“Onze kracht moge klein zijn, we hebben toch, door Gods genade, nog in allerlei sectoren een geopende deur ontvangen. Maar het zal alles krachteloos en zonder vrucht worden, wanneer het thuisfront ineenstort, wanneer de prediking niet meer levend en krachtig is, de studiezin onder ons verslapt, het gebedsleven uitdooft, de dagelijkse bekering achterwege blijft. We zien om ons heen, hoe de strijd steeds hoger oplaait, hoe in grote, gerenommeerde kerkgemeenschappen de afval en de onverschilligheid op een ontstellende manier om zich heengrijpen, hoe de antichrist zijn stempel gaat zetten op heel het leven, ook in ons geliefde vaderland. Maar naarmate het donkerder wordt gaat de vuurbaak van Gods Woord helderder stralen voor degenen wier geloofsoog niet verdonkert. Voor hen die zich aan Gods beloften blijven vastklemmen en daarmee wérken. Zij zullen gelijk krijgen, die nu steeds meer door de wereld en door allerlei gemeenschappen die zich met de naam der Kerk bedekken in het ongelijk worden gesteld! Straks zal de hemel scheuren en zal Jezus Christus wederkomen als rechter voor de ganse aarde en als redder voor Zijn volk!”.

Het artikel wordt afgesloten met het citeren van Openbaring 1:3.
Dat vers citeer ik op deze plaats uit de Herziene Statenvertaling: “Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij”.
Laat het ons gezegd zijn!

Noten:
[1] “De toekomst van de kerk” . In: Nederlands Dagblad, zaterdag 19 februari 1972, p. 1 en 7. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Efeziërs 2:8, 9 en 10.

23 februari 2017

Armoedig doch vrijgevig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Er komt relatief veel armoede voor in Nederland[1].

In het Nederlands Dagblad stond onlangs te lezen: “Ondanks het economisch herstel neemt de armoede in Nederland nog niet af. Het aantal arme huishoudens bleef in 2015 nagenoeg gelijk, terwijl het aantal mensen dat langdurig in armoede leeft juist iets toenam. Dat laatste lot treft vooral werkloze 50-plussers die er niet in slagen weer een baan te vinden en na een aantal jaren WW in de bijstand belanden”.
En:
“Eenoudergezinnen met minderjarige kinderen lopen het meeste risico op armoede. Ruim een kwart van de eenoudergezinnen moest in 2015 rondkomen van een laag inkomen. Een op de twaalf van deze gezinnen leefde al vier jaar of langer van een laag inkomen. Ruim 320.000 minderjarige kinderen groeiden in 2015 op in een arm gezin. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS: ‘Dat staat voor gemiddeld één leerling per schoolklas van 25 leerlingen.
In 2015 moesten iets meer dan 600.000 huishoudens rondkomen van een laag inkomen. Deze groep, 8,8 procent van de huishoudens, liep in 2015 ‘een risico op armoede’.”.
En:
“Het percentage huishoudens dat het vier jaar of langer met een laag inkomen moet zien te rooien, steeg in 2015 wel licht, van 3,0 naar 3,3 procent. Dat komt neer op 221.000 langdurig arme gezinnen, alleenstaanden en stellen, een toename met 17.000”[2].

Wat is armoede? Antwoord: dat is de situatie waarin mensen te weinig geld hebben om van te leven.
Daar zit ‘m voor heel wat mensen de kneep.
Wij kunnen zeggen dat Nederland een welvarend land is. En wie onze omstandigheden vergelijkt met die van heel veel mensen in bijvoorbeeld Afrika, die weet dat we hier veel welvaart kennen. Daar mogen en moeten wij de Here dankbaar voor wezen.
Feit is dat bijna iedereen in Nederland een relatief hoog inkomen heeft, maar dat daar ook heel hoge kosten tegenover staan. Huur, energie en andere vaste lasten slokken veel euro’s op. En dan zijn er, bijvoorbeeld, nog flink wat zorgkosten.

Over dat alles moeten wij vooral niet zielig lopen te doen.
Maar broeders diakenen zullen, als u het mij vraagt, wel alert moeten wezen. Individuele gemeenteleden en gezinnen kunnen, gedurende een bepaalde periode, zomaar in de problemen komen.
En trouwens – laten gemeenteleden niet te lang wachten met het vragen van financiële hulp!

Nu het hierom wijs ik u graag op 2 Corinthiërs 8.
Ik citeer: “Verder maken wij u bekend, broeders, de genade van God die in de gemeenten van Macedonië gegeven is,
namelijk dat te midden van veel beproeving door verdrukking, de overvloed van hun blijdschap en hun buitengewoon diepe armoede in overvloedige mate geleid hebben tot de rijkdom van hun vrijgevigheid.
Want, zo getuig ik, zij gaven naar vermogen, ja, boven vermogen, en uit eigen beweging;
en zij smeekten ons met veel aandrang dat wij hun genadegave en aandeel in het dienstbetoon aan de heiligen zouden aannemen.
En zij deden niet alleen zoals wij gehoopt hadden, maar zij gaven zich eerst aan de Heere en daarna aan ons, door de wil van God.
Zo hebben wij dan Titus aangespoord dat hij, zoals hij eerder begonnen was, nu ook de inzameling van deze genadegave bij u zou voltooien.
Zo dan, zoals u in alles overvloedig bent, in geloof, en in woord, en in kennis, en met alle inzet, en in uw liefde tot ons, wees zo ook in deze genadegave overvloedig.
Ik zeg dit niet als bevel, maar om door de inzet van anderen ook de oprechtheid van uw liefde te beproeven”[3].

God heeft genade gegeven in de gemeenten in Macedonië. Bedoeld is een regio in het noorden van Griekenland.
De Griekse christenen aldaar hebben het moeilijk. Er is sprake van verdrukking.
De Here test Zijn kinderen.
Niettemin is er sprake van geloofsblijdschap. Midden in de armoede kunnen de christenen blij zijn.
En van het weinige dat zij hebben kunnen zij nog heel wat weggeven. Is dat niet prachtig? Is dat niet voorbeeldig?

Misschien zegt iemand dat dit een typisch geval van manipulatie is. Zo van: die Griekse Macedoniërs worden onder druk gezet om te geven; en als ze niet voldoende giften geven, dan worden zij in de hoek gezet van de mensen die niet sterk genoeg geloven.
Maar die veronderstelling is onjuist.
Want die Noord-Grieken geven uit eigen beweging grote giften.
Klaarblijkelijk heeft Paulus nog gesuggereerd dat de Macedoniërs ook nog een beetje voor zichzelf moeten zorgen. Maar nee, die suggestie is, zo te zien, met kracht afgewezen. Ze hebben Paulus gesmeekt om hun gaven door te geven. Het was bijna een kwestie van soebatten. De Macedonische christenen hebben er sterk op aangedrongen dat hun giften zouden worden aanvaard!

Wie het bovenstaande overziet, komt al gauw op dat bekende adagium: de kerk gaat voor.
Maar misschien voelt de lezer in 2017 het ook wel meteen kriebelen.
Want je moet toch ook een beetje voor jezelf zorgen?
Kom voor jezelf op, een ander doet het niet – zo zegt men dat vaak, vandaag de dag.

Laten wij, nu het hierom gaat, nauwkeurig lezen wat Paulus schrijft.
De Corinthiërs hebben zich aan de God van het verbond gegeven. En daarna hebben zij zich ter beschikking gesteld van Paulus en de zijnen. En dat deden zij niet uit zichzelf. Nee, daarmee voerden zij de wil van de Here uit.
Wat mij betreft is juist dat laatste reuze leerzaam.
Tegenwoordig wordt heel vaak geroepen dat wij ons leven aan de Here moeten geven. En ja, dat is beslist onze redding. Maar daar begint het niet. Want als wij ons leven aan de Here overgeven, dan is dat de wil van God. Wij lopen aan Zijn Vaderhand door de wereld. Zo brengt Hij ons naar Zijn toekomst.

Nee, wij hoeven heus niet op sinaasappelkistjes te leven. En ook niet op kratten van de supermarkt.
Maar laten we wel beseffen dat onze inzet een test kan wezen. Een beproeving van God. Al doende geven wij ook antwoord op de vraag: hoe oprecht is onze liefde eigenlijk?
Armoede en vrijgevigheid – die twee kunnen samen gaan!

Daarbij geldt dan de bekende les uit Mattheüs 6: “Wees daarom niet bezorgd en zeg niet: Wat zullen wij eten? of: Wat zullen wij drinken? of: Waarmee zullen wij ons kleden?
Want al deze dingen zoeken de heidenen. Uw hemelse Vader weet immers dat u al deze dingen nodig hebt.
Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden.
Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”[4].

Harde euro’s – ach ja, het is het slijk der aarde. Het is alleen wel knap lastig als u er te weinig van heeft.
Laten we in zulke situaties eerst en vooral op God vertrouwen.
En laten we daarbij steeds blijmoedig en oplossingsgericht aan het werk gaan.
Sociaal.
Maar vooral diaconaal: dienend; uit liefde tot God, vanwege Zijn genade.

Noten:
[1] Naar aanleiding van het thema Armoede heb ik op deze internetpagina wel eens vaker iets geschreven. De betreffende artikelen zijn terug te vinden via https://bderoos.wordpress.com/tag/armoede/ .
[2] “In elke schoolklas zit wel een arm kind”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 8 februari 2017, p. 1.
[3] 2 Corinthiërs 8:1-8.
[4] Mattheüs 6:31-34.

8 februari 2017

Visvangst geeft zekerheden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , , , ,

Honderddrieënvijftig vissen: dat is in Johannes 21 de goede vangst[1].

Ongetwijfeld kennen velen van u de geschiedenis.
Jezus verschijnt eensklaps aan de oever van de zee van Tiberias. Hij vraagt om eten, om een visje. Maar er is die nacht niets gevangen. De discipelen hebben dus niets aan te bieden. Maar als zij, op Jezus’ commando, het net aan de andere kant van het schip uitwerpen, zwemt een complete school vissen het net binnen!

Wij zien daar het intensieve werk van de discipelen[2]. Zij vissen op de beste tijd. En zij werken ongetwijfeld met een deugdelijk net. Het zijn immers vakmensen? Maar feitelijk levert al die inspanning niets op.

Wij zien de stille, maar machtige kracht van Jezus Christus.
Hij openbaart Zich, staat er[3]. Hij toont wie Hij is, en hoe groot Zijn kracht is. Het staat er met nadruk; het woord ‘openbaarde’ staat twee keer in één vers. Het moet de discipelen van toen blijkbaar duidelijk worden: het is niet simpelweg zo dat Jezus daar toevallig langs komt. Het moet voor de Bijbellezers van 2017 zonneklaar wezen: het is niet zo dat Jezus eenvoudig weg zegt: goedemorgen, Ik ben er ook. Nee, Jezus Christus is klaar voor een groot machtsvertoon.
Het moment van die openbaring  is zorgvuldig gekozen. Het werk van de discipelen heeft niets opgeleverd. Hun lege schip steekt schriel af tegen de volheid van Christus’ kracht!
Zo gaat dat heel vaak met menselijke activiteit.
Wij maken ons druk over van alles en nog wat. Maar het rendement van al die drukte is niet zo groot. Onze prestaties zijn, als het er op aankomt, niet zo indrukwekkend.

Jezus geeft dienstorders.
En Hij geeft er notabene een vangstgarantie bij.
Hij zegt niet: probeert u het maar een aan de andere kant van het schip; misschien levert dat wat op… Nee, Zijn stem klinkt: “Werp het net uit aan de rechterkant van het schip en u zult vinden”[4].
Op het moment dat Jezus dit zegt is Hij nog niet door Zijn leerlingen herkend.
Maar blijkbaar spreekt Hij met groot gezag. De visdeskundigen maken althans geen tegenwerpingen. Dat maakt, wat mij betreft, een wat merkwaardige indruk. Het advies klinkt als een manier om experts de les te lezen.
Maar bij dit alles is het evenzeer helder dat de discipelen niets te verliezen hebben. Baat het niet, het schaadt zeker niet. Ach, waarom ook niet…?
Jezus Christus zegt: u zult vinden.
Hij geeft garanties!
Die zekerheden geeft Hij ook aan Gods kinderen van 2017. Natuurlijk kunnen wij wel eens het gevoel hebben dat wij niet door God worden gehoord. Laten wij echter nooit vergeten dat de Here ons inzet op de manier die Hij voor ogen heeft en op de plaats waar Hij ons hebben wil!

De vangst is groot: honderddrieënvijftig vissen.
Na afloop van de vaartocht is er dus nog veel te doen.
In Johannes 21 zien wij machtsvertoon van Christus. Maar wij zien meer. Want de discipelen moeten aan het werk.
Zo gaat het ook in de kerk van vandaag. Daar zitten geen mensen die, om het kort door de bocht te zeggen, op zondag opzitten en pootjes geven om vervolgens op maandag weer hun eigen gang te gaan. Nee, in de kerk vinden mensen hun thuis die fulltime in dienst van Christus Jezus zijn. Zij staan altijd tot Zijn beschikking.

Al dat werk in de kerk levert teleurstellingen op. En ja, ook bij het bezig zijn in de samenleving stoten we nogal eens onze neus.
Wij zien hoe vaak we tekort schieten. Wij bedoelen onze woorden en daden vaak zo goed. Maar ze passen soms helemaal niet in de situatie. Soms worden ze totaal verkeerd opgevat.
Laten wij er, in dat verband, attent op zijn dat die wonderbare visvangst wordt beschreven in het hoofdstuk na Johannes 20; het kapittel waarin de opstanding beschreven wordt.
Over die opstanding schrijft de apostel Paulus: “Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens.
Want zoals allen in Adam sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden.
Ieder echter in zijn eigen orde: Christus als Eersteling, daarna wie van Christus zijn, bij Zijn komst.
Daarna komt het einde, wanneer Hij het koningschap aan God en de Vader heeft overgegeven, wanneer Hij alle heerschappij en alle macht en kracht heeft tenietgedaan”[5].
Er komt een moment waarop onze intenties volkomen duidelijk worden.
Er komt een ogenblik waarvoor voluit geldt: “Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen”[6].
Dan komt er rust. Dan is er alleen maar geluk en vrede meer. De teleurstellingen en problemen zijn op deze aarde eindig. Het is uit met tobben en ploeteren.

Wie met dat perspectief leeft, slaagt er in om zijn leven in balans te houden.
In onze tijd is dat belangrijk.
Onlangs stond in de krant dat de minister-president van Nederland, de heer M. Rutte, zich ergert aan de manier waarop we in dit land met elkaar omgaan. Over de hufterigheid in ons land zei hij: “Dan heb ik het zowel over mensen die bumperklevend door het verkeer gaan als over bankiers die klagen over hun bonussen. Of over nieuwkomers die de vrijheid hier misbruiken om hun culturele waarden aan ons op te leggen. Je kunt om te beginnen zelf het gedrag vertonen dat je ook van anderen verwacht. En gelukkig doen de meesten dat ook”[7].
Wij moeten er voor oppassen dat Gereformeerden niet met die hufterigheid worden besmet.
Wij moeten ons best doen om in alle eenvoud naar Gods geboden blijven leven.
Wij moeten onze blik blijven richten op onze toekomst met God.

Laten wij het nog maar eens repeteren:
* Jezus Christus zegt: u zult vinden.
* Hij geeft garanties.
* Die zekerheden geeft Hij ook aan Gods kinderen van 2017.

Noten:
[1] Vanavond, woensdagavond 8 februari 2017, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 21 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer www.leespreken.nl/preek/johannes-21-jezus-zee-tiberias-kolenvuur-vis-brood/ ; geraadpleegd op maandag 23 januari 2017. Dit betreft een een preek van dominee J. IJsselstein, predikant binnen het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten.
[3] Johannes 21:1: “Hierna openbaarde Jezus Zich opnieuw aan de discipelen, aan de zee van Tiberias. En Hij openbaarde Zich als volgt:…”.
[4] Johannes 21:6.
[5] 1 Corinthiërs 15:21-24.
[6] Openbaring 14:13.
[7] “Rutte: Ga weg als het je hier niet bevalt”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 23 januari 2017, p. 5.

22 november 2016

Opstaan!

Wat is de waarde van Christus’ opstanding?
Wij worden “door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven”. Aldus staat te lezen in Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus[1].
Christenen onderscheiden zich van de wereld. En dat mag de wereld gerust weten ook!

Gelovigen hebben tenminste drie dingen in het maatschappelijk debat in te brengen.
Iemand formuleerde die drie zaken niet zo lang geleden als volgt.
“Allereerst het besef dat een individu “coram Deo”, voor het aangezicht van God, leeft. Hiermee is meteen verbonden dat het individu bij een gemeenschap hoort: de kerkelijke gemeente. Dit biedt een tegenwicht tegen een selfie-cultuur, tegen een ikkerig individualisme dat zich heeft losgezongen van een gemeenschap (…).
In de tweede plaats kennen orthodoxe christenen de nadruk op beleving. Meer vertrouwd gezegd: bevinding. In een emotiecultuur, waarin ”het voelt goed” het einde van alle tegenspraak is, kunnen refo’s diepgang aanbrengen. Beleving is immers meer dan een goed gevoel; ze raakt de mens in het diepst van zijn bestaan, voor Gods aangezicht.
Ten slotte (…) een breed ontwikkeld orthodox repertoire. Anders dan orthodoxe moslims kennen orthodoxe christenen de mogelijkheid om Bijbelteksten over bijvoorbeeld homoseksualiteit niet door te vertalen in homohaat. Op dit punt zouden vooral moslims van reformatorische christenen kunnen leren”[2].

Het bovenstaande kunnen we in drieën samenvatten:
* gemeenschap
* bevinding
* aandacht voor Bijbel en actualiteit.

Christus’ opstanding doet deur naar de toekomst open.
Als die deur eenmaal open is, wordt onze wereld groter. Het uitzicht wordt weidser. Dat bewaart ons voor kleinzieligheid.
Als de opstanding van de Heiland in ons dagelijks leven wordt geïncorporeerd, gaan we leven op het niveau van Gods geboden.
De recente toestanden rond de presidentsverkiezingen in Amerika laten zien waar we terecht kunnen komen als die geboden in het gewone leven een te geringe functie hebben gekregen.

Enkele weken geleden las ik daarover het volgende.
“‘In een artikel op de website DesiringGod.org schrijft Joe Rigney, professor aan Bethlehem College en Seminary, treffend: ‘Het feit dat we geconfronteerd worden met deze afschuwelijke keuze is een goddelijk oordeel. God houdt Amerika als het ware een spiegel voor. Hij laat ons zien wie wij zijn als natie. Ondanks dat we het niet leuk vinden, representeren de twee kandidaten van de twee grootste partijen ons wel degelijk. Leugens, corruptie, egoïsme, ongebreidelde ambitie, schaamteloze seksuele immoraliteit – allemaal gepraktiseerd zonder scrupules. Dit is ons land. God geeft ons leiders die wij verdienen’.
Het is treurig dat onze tafeldiscussies verschoven zijn van een analyse van de politieke kracht en zwakheid van een kandidaat naar ongeloof over het laatste schandaal dat onthuld werd over een van de presidentskandidaten.
De presidentiële debatten kenmerken zich door kinderachtig gekibbel en schelden, waarvan de inhoud niet besproken kan worden in het bijzijn van jonge kinderen. Amerika is uitgegroeid tot het lachertje van de wereld. De woorden van Johannes Calvijn passen hierbij: wanneer God een land wil straffen, geeft Hij het goddeloze leiders”[3].

Wij kunnen natuurlijk zeggen: Amerika is ver weg. Daar wonen andere mensen, met een andere taal, een andere mentaliteit en andere gewoonten. Dat zal waar wezen.
Die opsomming van hierboven echoot echter in mijn hoofd: “Leugens, corruptie, egoïsme, ongebreidelde ambitie, schaamteloze seksuele immoraliteit”.
En ja, ik herken Nederland er moeiteloos in. Corruptie, geldgraaierij, egoïsme: die komen regelmatig in het nieuws.
Laten wij maar eerlijk zijn: de verleiding om egocentrisme hoogtij te laten vieren zit diep in ons. Ook wij spreken zomaar al te grote woorden. Welnu, het onderwijs van Zondag 17 zet ons er toe aan om de zeden en gewoonten van het nieuwe leven de hoogste prioriteit te geven.

Het is, kortom, tijd om op te staan om te doen wat de Here van ons vraagt. En dat geldt dan, vanzelfsprekend, op alle terreinen van het leven.
De opstanding van Christus doet ons opstaan.

Maar er is meer.
Want wie – bijvoorbeeld – Mattheüs 24 leest, ontdekt dat er ook nog anderen opstaan. Sterker nog: het lijkt wel alsof alles en iedereen opstaat.

Leest u maar even mee.
“Want volk zal opstaan tegen volk, en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen nu hier, dan daar, hongersnoden en aardbevingen zijn”[4].
“En vele valse profeten zullen opstaan en velen zullen zij verleiden”[5].
“Want er zullen valse christussen en valse profeten opstaan en zij zullen grote tekenen en wonderen doen, zodat zij, ware het mogelijk, ook de uitverkorenen zouden verleiden”[6].

Dat klinkt niet best, zegt u nu zelf.
Alleen naar mensen kijkend, zou je zeggen: dit wordt niks meer. Of misschien zelfs: als je opstaat, en je hoofd boven het maaiveld uitsteekt, weet je zeker dat je einde nabij is.
Wat kun je als kerkmens eigenlijk dan nog doen?
Kunnen we de kerkdeuren niet beter dicht laten?

Laat het maar helder wezen: de deuren van de kerk moeten open blijven. Het Evangelie moet blijvend worden verkondigd.
Kinderen van God mogen en moeten volharding tonen.
Want het houdt niet op bij Mattheüs 24.

Kijkt u maar in 1 Thessalonicenzen 4: “…want de Here zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan”[7].
Het gaat naar onze eigen opstanding toe.
Onweerstaanbaar.
Er is niemand die de Here God in de uitvoering van Zijn plannen kan tegenhouden.
Laten we de kracht die Zondag 17 noemt – “door Zijn kracht opgewekt tot nieuw leven” – nooit onderschatten.

Christenen onderscheiden zich van de wereld. En dat mag de wereld gerust weten!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, antwoord 45.
[2] Dr. A.J. Kunz, “Christen, neem je plaats in”. In: Accent, katern van het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 5 november 2016, p. 5. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[3] Het citaat komt uit De Waarheidsvriend, orgaan van de Gereformeerde Bond in de Protestantse Kerk in Nederland. Geciteerd via Reformatorisch Dagblad, zaterdag 5 november 2016, p. 2 (rubriek ‘Kerkelijke pers’). Ook te vinden via www.digibron.nl . Het Engelstalige artikel van Rigney is te vinden op http://www.desiringgod.org/articles/the-gift-of-god-s-judgment ; geraadpleegd op zaterdag 5 november 2016.
[4] Mattheüs 24:7.
[5] Mattheüs 24:11.
[6] Mattheüs 24:24.
[7] 1 Thessalonicenzen 4:16.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.