gereformeerd leven in nederland

4 juni 2020

De kerk in het midden

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In de kerk zitten heel verschillende mensen. Al de mensen hebben heel verschillende meningen. Het is, ook in deze tijd, zeer de moeite waard om eens wat nader naar de kerk te kijken.

De kerk – wat is dat? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis staat: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest. Deze kerk is er geweest vanaf het begin van de wereld en zal er zijn tot het einde toe. Want Christus is een eeuwig Koning, die niet zonder onderdanen kan zijn”[1]. En: “Wij geloven dat niemand, welke positie hij ook heeft, zich van deze heilige vergadering afzijdig mag houden, om op zichzelf te blijven staan. In deze vergadering komen immers bijeen degenen die behouden worden, en buiten haar is er geen heil”[2].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.G. Bos (1909-1988) schreef in een verklaring van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Dat wordt dus niet gezegd van enig kerkinstituut, zoals dat in een bepaalde plaats gevestigd is en gevormd wordt door een bepaald aantal personen. Maar dit wordt gezegd van de kerk die wij geloven en belijden. Dat is de kerk, zoals de Zoon van God die uit het ganse menselijke geslacht vergadert van het begin van de wereld tot aan het einde en zoals die kerk straks klaar en compleet zal zijn, zoals Johannes het nieuwe Jeruzalem zag neerdalen van God uit de hemel (…). Uitdrukkelijk lezen wij in de Bijbel, dat daarbuiten geen zaligheid, geen enkel heil is. Dit moet ons uitgangspunt zijn. Daarvan geldt het in volle, absolute zin: buiten haar geen zaligheid”.
En:
“Zoals geen lid van een lichaam, geen vinger of oog buiten het lichaam kan leven, zich ontwikkelen, functioneren, zo ook geen gelovige buiten de gemeenschap met de kerk. Daarom moeten allen zich daarbij voegen en zich daarmee verenigen: met de kerk, zoals Christus die vergadert. Dat is hun plicht”.
En even verder:
“Dat wil niet zeggen, dat er niemand zalig wordt, die in deze levenstijd niet gehoorzaam de roepstem van Christus volgt en zich daar voegt, waar Christus samenroept. Wanneer dat bijvoorbeeld door gebrek aan inzicht is, uit onwetendheid, dan weten wij dat Hij zeer barmhartig en genadig is. Al de zijnen, die bij al hun overblijvende zwakheid en gebreken Hem toch hebben liefgehad in onverderfelijkheid, zal Christus in het uur van hun sterven vrijmaken van alle ongerechtigheid, alle zonde doen afsterven, ook overgebleven kerkzonde, en hen brengen waar zij behoren te zijn”[3].

Men hoort wel eens zeggen: ‘als je je niet bij de kerk aansluit, ga je verloren’, of woorden van gelijke strekking.
Gelet op het bovenstaande moeten wij zeggen: een dergelijke bewering is op z’n minst tamelijk onvoorzichtig. Kerkmensen moeten dat niet zeggen. De kerk wordt namelijk door Jezus Christus vergaderd. Niet door mensen dus. Wij bepalen niet wie er behouden wordt.
Het is buitengewoon ontactisch om die stelling in te nemen in een gesprek iemand die overweegt om zich bij de kerk aan te sluiten. Voorts betekent het dat die spreker voor zijn beurt praat. En in situaties als deze is dat ernstig. Immers – die spreker suggereert nadrukkelijk dat hij op de rechterstoel van God is gaan zitten.

Dit geschreven hebbende, is het goed onze aandacht tenslotte nog een ogenblik op Hebreeën 2 te richten. In dat hoofdstuk staat onder meer geschreven: “Immers, zowel Hij Die heiligt als zij die geheiligd worden, zijn allen uit één. Daarom schaamt Hij Zich er niet voor hen broeders te noemen, want Hij zegt: Ik zal Uw Naam aan Mijn broeders verkondigen; te midden van de gemeente zal Ik U lofzingen”[4]. Die manier van zeggen is ontleend aan Psalm 22:
“Ik zal Uw Naam mijn broeders vertellen,
in het midden van de gemeente zal ik U loven”[5].
Een exegeet noteert in verband met Psalm 22: “Dat het niet over David gaat in deze psalm, maar over de Messias is heel duidelijk in de verzen 27-32, waar we lezen: ‘Alle einden der aarde zullen … zich tot de HERE bekeren; alle geslachten der volken zullen zich nederbuigen voor uw aangezicht … voor Hem knielen allen die in het stof nederdalen … ’”[6]. Er komt een tijd dat alle levende wezens eerbiedig voor de God van hemel en aarde zullen staan.
Wij moeten dus ernst maken met het leven met de Here.
In de kerk bereiden we ons voor op een magnifiek leven in de hemel. Daar staat niets het samenleven met de machtige God meer in de weg. In hun aardse tijd laten kerkmensen op alle plaatsen en in alle tijden zien dat zij God willen dienen: zo toegewijd als maar mogelijk is.
Daarom, ja daarom is de oproep op z’n plaats:
“Laat ons naar ’t huis des HEREN gaan,
om voor Gods aangezicht te staan.
Kom, ga met ons en doe als wij”[7].

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 28.
[3] Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden 2; Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 20-37. – tweede druk. – Groningen: Uitgeverij De Vuurbaak bv, © 1978. – citaten van p. 67 en 68.
[4] Hebreeën 2:11 en 12.
[5] Psalm 22:23.
[6] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Hebreeën 2:12.
[7] Dit zijn regels uit Psalm 122:3 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 maart 2020

Verbondsland

Geestelijk Kanaän – dat is een term die weinig wordt gehoord. Die uitdrukking komt voor in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij worden evenwel niet door het water als zodanig van onze zonden gereinigd, maar door de besprenkeling met het kostbaar bloed van de Zoon van God. Hij is onze Rode Zee, waar wij doorheen moeten gaan om te ontkomen aan de tirannie van Farao — dat is de duivel — en binnen te gaan in het geestelijke Kanaän”[1].
De Rode Zee is de plek waar God zijn volk Israël doorheen leidt waarna hij de Farao met zijn leger in de golven laat verdrinken.
Kanaän is, om het zo uit te drukken, het verbondsland. Leest u maar mee in Genesis 17, waar de Here zegt: “Ik zal Mijn ​verbond​ maken tussen Mij, u en uw nageslacht na u, al hun generaties door, tot een eeuwig ​verbond, om voor u tot een God te zijn, en voor uw nageslacht na u. Ik zal aan u en uw nageslacht na u het land waar u ​vreemdeling​ bent, heel het land ​Kanaän, als eeuwig bezit geven. Ik zal hun tot een God zijn”[2].

Dat zegt de God van het verbond tegen Abraham.
En dat zegt Hij tegen heel Zijn volk. Ook tegen het kerkvolk van 2020.
De Here maakt onomstotelijk duidelijk: Ik blijf bij Mijn volk. Ik ben de persoonlijke Beschermheer van Mijn ganse kinderschaar, overal ter wereld.
De mensen zeggen: dit of dat virus is levensbedreigend. Of: het gaat niet best in de wereld; de beurzen crashen! Of: er is zoveel onrechtvaardigheid in de wereld… doet God er eigenlijk nog wel wat aan?
In die omstandigheden zegt de Machthebber van de wereld tegen Zijn kerk: vergeet nooit dat u in het geestelijke Kanaän woont. U hebt een vaste verblijfplaats in Verbondsland!

Kanaän is en blijft het vaderland: het land dat door God de Vader aan Zijn volk gegeven is. Jakob keert er in Genesis 31 terug: “Toen stond ​Jakob​ op, zette zijn ​kinderen​ en zijn vrouwen op de ​kamelen, voerde al zijn ​vee​ en al zijn bezittingen, die hij verworven had, mee – het ​vee​ dat hij bezat, dat hij in Paddan-Aram verworven had – om bij zijn vader Izak te komen, in het land ​Kanaän”[3].
Een exegeet tekent hierbij aan: “Hoewel Jakob reeds in Genesis 30:25 aangaf naar Kanaän te willen gaan, is het er nog niet van gekomen. In de afgelopen zes jaar is de verhouding met zijn schoonfamilie verslechterd. Toch vertrekt Jakob pas na een goddelijke opdracht –  Genesis 31:3,13”[4]. Dus: de Here God zorgt er Zelf voor dat Kanaän het Verbondsland blijft. Zeker, de wereld is groter dan Kanaän. Maar wie bij God wil blijven, moet in Kanaän wezen.
In de Nieuwtestamentische setting mogen we zeggen: wie de God van het verbond wil ontmoeten, behoort naar de kerk te blijven gaan. Daar komt de Here bij Zijn volk. Daar spreekt de Here tot Zijn volk. Wekelijks proclameert Hij daar Zijn macht. Laat u niet afleiden door de humbug van de wereld, roept Hij daar. In het geestelijke Kanaän is het leven veel beter!

Is het in Kanaän een en al voorspoed en blijmoedigheid geweest?
Is het in de kerk altijd feest?
Is het in Verbondsland altijd vrede en vreugde?
Zeker niet.
Stefanus maakt dat in Handelingen 7 duidelijk. Hij legt daar aan de Joden uit: “Maar God was met Jozef en verloste hem uit al zijn verdrukkingen, en Hij gaf hem ​genade​ en wijsheid tegenover de ​farao, de ​koning van ​Egypte; en die stelde hem aan als bestuurder over ​Egypte​ en over heel zijn huis. Er kwam echter een hongersnood over heel het land ​Egypte​ en ​Kanaän​ en grote benauwdheid; en onze vaderen vonden geen voedsel”[5].
Vader Jakob en zijn zonen – zo vertelt Stefanus – komen in Egypte terecht.
Uiteindelijk is het Mozes die, als instrument in Gods hand, Israël uit Egypte leidt. Onder leiding van Jozua komt Gods volk Kanaän binnen[6].
De kerk gaat niet rechttoe rechtaan naar de hemel. Wij komen allerlei beproevingen tegen. Wij zien allerlei omzwervingen.
Ook anno Domini 2020 zien wij vreemde dingen. In ons brein rijpt wellicht langzaamaan de gedachte: met de kerk komt het nooit meer goed.
Laten wij echter nooit kortzichtig worden!

De Nederlandse Geloofsbelijdenis zegt het helder: De Zoon van God “is onze Rode Zee, waar wij doorheen moeten gaan om te ontkomen aan de tirannie van Farao — dat is de duivel — en binnen te gaan in het geestelijke Kanaän”. Dat is een zin uit een artikel dat gaat over de doop. In dat belijdenisartikel wordt ook gezegd: “De doop mag niet herhaald worden, want wij kunnen ook niet tweemaal geboren worden. Deze doop is immers niet alleen van waarde voor ons wanneer wij hem ontvangen en het water op ons is, maar gedurende ons hele leven. Daarom verwerpen wij de dwaling van de wederdopers, die niet tevreden zijn met de eens ontvangen doop en die bovendien de doop van de kleine kinderen der gelovigen veroordelen. Wij geloven daarentegen dat men hen behoort te dopen en met het teken van het verbond te verzegelen, evenals de kleine kinderen in Israël besneden werden op grond van dezelfde beloften die aan onze kinderen gedaan zijn. Christus heeft zijn bloed even zeker vergoten om de kleine kinderen van de gelovigen te wassen, als Hij dat gedaan heeft voor de volwassenen”[7].
Klein kinderen worden gedoopt – ja, zo gaat dat in De Gereformeerde Kerken nog. Jazeker, die kerken zijn klein. Maar ze bestaan nog steeds. Verbondsland wordt nimmer van de hemelse landkaart weggestreept.
Nogmaals: laten wij nimmer kortzichtig worden. Het Verbondsland blijft bestaan!

Als dat ergens blijkt, dan is het wel in Openbaring 11: “En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en ​Koning​ geworden bent. En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de ​heiligen​ en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden. En de ​tempel​ van God in de hemel werd geopend en de ​ark​ van Zijn ​verbond​ werd zichtbaar in Zijn ​tempel. En er kwamen bliksemstralen, stemmen, donderslagen, een aardbeving en grote hagel”[8].
Kijk, daar gaat de hemel open!
En wat staat daar?
Daar staat de ark van het verbond!

Verbondsland is nooit hermetisch gesloten.
Verbondsland zit nooit volledig op slot.
Op aarde vragen we ons af: hoe gaat het met de economie, nu COVID-19 rondwaart?
Minister-president Rutte zegt: “Onze buffers zijn sterk gevuld. We hebben een begrotingsoverschot, een lage staatsschuld en een historisch lage werkloosheid. Het ‘coronapotje’ hebben we de afgelopen zes jaar al gevuld. De buffers zijn er. Onze schokbrekers zijn in topconditie”[9].
Dat is mooi. Heel mooi. En rustgevend bovendien.
Maar onze God geeft een lange termijn-oplossing. Om tenslotte nog één keer met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: de Here “wast onze ziel en reinigt haar grondig van alle onreinheden en ongerechtigheden. Hij vernieuwt ons hart, schenkt ons volkomen troost en geeft ons vaste zekerheid van zijn vaderlijke goedheid. Hij doet ons de nieuwe mens aan en Hij trekt ons de oude mens uit met al zijn werken”[10].

Het geestelijke Kanaän is het veiligste land ter wereld!

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.
[2] Genesis 17:7 en 8.
[3] Genesis 31:17 en 18.
[4] Geciteerd van de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Genesis 31.
[5] Handelingen 7:9 b, 10 en 11.
[6] Zie Handelingen 7:20-45.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.
[8] Openbaring 11:16-19.
[9] Geciteerd van https://www.nu.nl/coronavirus/6036123/rutte-economie-kan-klap-hebben-volksgezondheid-staat-op-nummer-een.html ; geraadpleegd op maandag 9 maart 2020.
[10] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 34.

13 januari 2020

De kamers van Jacobine Geel

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Hoe lezen wij de Bijbel? En waarom doen we dat?
De theologe Jacobine Geel heeft daar wel een antwoord op. Zij heeft het bij haar leeservaringen over kamers. Men hoort daarin Johannes 14: “In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen”[1].
Jacobine zegt in het Nederlands Dagblad: “Vooralsnog zie ik vijf kamers, ruimtes, voor me. De eerste is de kamer van het woord – een ruimte waar creativiteit, scheppingskracht en nieuwsgierigheid een plek hebben. In een andere kamer staat het verlangen centraal, de beweging naar voren, de hoop.
En er is een vertrek van angst en vertrouwen. Een zinnetje uit de Bijbel dat als kind al heel belangrijk voor me was is ‘wees niet bevreesd, want ik ben met u’. Als ik iets heel spannend vond, zei ik dat soms hardop, als een mantra. Toen ik belijdenis deed kreeg ik juist deze tekst mee. Heel raak en ontroerend. In weer een andere ruimte – en misschien is dit wel de centrale hal – staat het geweten centraal, de keus voor het leven, de compassie. Iedere keer kom ik er lezend in dat bijzondere boek achter dat het puntje bij paaltje misschien wel hier om draait: dat we ons als mensen bekommeren om elkaar. Tenslotte is er een kamer voor de ongemakkelijke verhalen, waarin God lijkt te zwijgen. En hoe angstwekkend dat is”[2].

Inderdaad, er staan heel verschillende dingen in Gods Woord. Het lezen van de Bijbel kan ook zeer verschillende gevoelens oproepen.
Maar het relaas van die kamers vormt toch wel een heel bijzondere beeldspraak in verband met de manier waarop de Bijbel óver kan komen. In die kamers ebt het thuis-gevoel snel weg. Sterker nog: in die kamers kan men heel gauw een ongemakkelijk gevoel krijgen.

Waarom?

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis spreken wij Zijn Woord als volgt na: “Wij belijden dat dit Woord van God niet is voortgekomen uit de wil van een mens, maar dat mensen, door de Heilige Geest gedreven, van Godswege gesproken hebben, zoals de apostel Petrus zegt -2 Petrus 1:21-. Daarna heeft God in zijn bijzondere zorg voor ons en ons behoud zijn knechten, de profeten en apostelen, geboden zijn geopenbaarde Woord op Schrift te stellen, en zelf heeft Hij met zijn vinger de twee tafelen van de wet geschreven. Hierom noemen wij zulke geschriften heilige en goddelijke Schriften”[3].
Die formulering uit de N.G.B. attendeert ons er in ieder geval op dat het in de Bijbel niet in de eerste plaats om onze leeservaringen gaat. Natuurlijk spelen die ervaringen wel een rol. En jazeker, Bijbellezen kan ook met emotie gepaard gaan. Maar de kwestie is: vanuit de Bijbel spreekt God ons aan; Zijn Boodschap gaat over de wereld. Onze eerste vraag behoort vervolgens niet te zijn: hoe ervaren wij het blijde Bericht dat God aan de wereld zendt? De eerste vraag moet luiden: wat zegt God tegen ons? En de tweede vraag is: hoe zorgt Hij voor de kerk? En de derde vraag zou kunnen zijn: hoe kunnen gelovige mensen de God die hen zo genadig is hun dankbaarheid tonen?
Het beantwoorden van die vragen zorgt er al voor dat men niet neutraal over kamers kan spreken.

Laten wij elkaar, deze dingen overpeinzend, wijzen op woorden uit Psalm 102:
“Dit wordt beschreven voor de volgende generatie.
Het volk dat geschapen wordt, zal de HEERE loven.
Want Hij heeft uit Zijn ​heilige​ hoogte neergezien,
de HEERE heeft uit de hemel op de aarde neergekeken,
om het gekerm van de gevangenen te horen,
om los te maken wie ten dode zijn opgeschreven,
zodat men van de Naam van de HEERE zal vertellen te ​Sion
en Zijn lof in ​Jeruzalem,
wanneer de volken tezamen bijeen zullen komen,
en de koninkrijken, om de HEERE te dienen”[4].
Wij lezen dus dat mensen God zullen loven. Dat is geen vraag. Het is een constatering: dat zal gebeuren.
En waarom zijn mensen zo blij met God? Antwoord: vanwege het verlossingswerk dat de Here heeft gedaan.
Daarom gaan mensen God eren. Zij gaan God prijzen. In de kerk gaan mensen zeggen: wat is het toch mooi dat wij bij die reddende God mogen horen; met Zijn almacht geeft Hij ons een nieuwe toekomst!
Uit alle windstreken van deze wereld komen mensen naar de kerk. En het is duidelijk: zij willen zo dicht mogelijk bij hun Redder blijven. Het staat bovendien buiten kijf: zij willen heel hun leven wijden aan echte Gods-dienst!

“Vooralsnog zie ik vijf kamers”, zegt Jacobine Geel.
Schrijver dezes ziet ze niet.
Zo’n indeling in kamers levert, als het een beetje wil, wellicht wel een fraaie plattegrond op. Maar die doet geen recht aan het kerkmenselijk bestaan als levend dankoffer.
En dat mag best zonder omwegen worden opgeschreven.

Noten:
[1] Johannes 14:2 a.
[2] Geciteerd uit ‘De Bijbel is niet zo zwart-wit’. In: Nederlands Dagblad, maandag 6 januari 2020, p. 7.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 3.
[4] Psalm 102:19-23.

19 juli 2019

Dwalend en ziek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Wat is de ware kerk?
Dat is een heilige vergadering waar Jezus Christus het voor het zeggen heeft. Christus schrijft daar de wet voor.
De Nederlandse Geloofsbelijdenis leert het ons zo: “De kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, zijn deze: dat de kerk de zuivere prediking van het evangelie onderhoudt; dat zij de zuivere bediening van de sacramenten onderhoudt, zoals Christus die heeft ingesteld; dat de kerkelijke tucht geoefend wordt om de zonden te bestraffen. Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd. Hieraan kan men met zekerheid de ware kerk kennen en niemand heeft het recht zich van haar af te scheiden. Zij die bij de kerk horen, zijn te kennen aan de kenmerken van de christenen, namelijk aan het geloof en hieraan dat zij, na de enige Heiland Christus aangenomen te hebben, de zonde ontvluchten en de gerechtigheid najagen, de ware God en hun naaste liefhebben, niet naar rechts of naar links afwijken en hun oude mens met zijn werken kruisigen. Dat wil echter niet zeggen dat er geen grote zwakheid meer in hen zou zijn, maar door de Geest strijden zij daar elke dag tegen, hun leven lang. Zij nemen voortdurend hun toevlucht tot het bloed, de dood, het lijden en de gehoorzaamheid van de Heer Jezus, in wie zij vergeving van hun zonden hebben door het geloof in Hem”.
Dat is dus de echte kerk.

Wat is de valse kerk?
De Nederlandse Geloofsbelijdenis omschrijft dat als volgt: “Wat de valse kerk betreft, deze schrijft aan zichzelf en haar verordeningen meer gezag toe dan aan Gods Woord en wil zich niet aan het juk van Christus onderwerpen. Zij bedient de sacramenten niet zoals Christus in zijn Woord geboden heeft, maar naar eigen goedvinden voegt zij eraan toe en laat zij eruit weg. Zij grondt zich meer op mensen dan op Christus. Zij vervolgt hen die heilig leven naar Gods Woord en die haar bestraffen over haar zonden, hebzucht en afgoderij”[1].
Dat is dus de onechte kerk.

Hierboven staan bekende formuleringen.
Wij moeten erop letten dat in die volzinnen maar twee ‘soorten’ kerken benoemd worden. Waar en vals. Meer smaken zijn er niet.

De Gereformeerd-vrijgemaakte dr. A.N. Hendriks kent meer onderscheidingen. Namelijk:
* de dwalende kerk
en
* de zieke kerk.
Uit het Reformatorisch Dagblad citeer ik: “Zolang het Woord en de sacramenten recht worden bediend, stelde Calvijn, is er sprake van een kerk van Christus. Een dwalende of zieke kerk is nog geen valse kerk. Wat een valse kerk is, zegt artikel 29 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In de Afscheiding van 1834 en de Vrijmaking van 1944 verlieten mensen pas de kerk toen ze er niet meer welkom waren. Voor trouwe dienaren was geen plaats”[2].
“Een dwalende of zieke kerk is nog geen valse kerk”. Zo zegt dr. Hendriks dat.
Dwalen, dat is: op een verkeerde weg zijn. En ook: zonder doel rondlopen.
Ziek, dat is: lichamelijk of geestelijk niet in orde zijn.
Kennelijk redeneert dr. Hendriks als volgt: als de kerk op een verkeerde weg zit, kun je altijd terugkeren; en een zieke kerk kan nog beter worden.

Die onderscheidingen ‘dwalend’ en ‘ziek’ zijn door de jaren heen veel gebruikt. Men kan ze in preken en boeken nog vaak tegenkomen.
Maar hoe spreekt Gods Woord over de kerk?

In Johannes 16 zegt Jezus zelf: “Ze zullen u uit de ​synagoge​ werpen; ja, de tijd komt dat ieder die u doodt, denkt God een dienst te bewijzen”[3].
Er komt een tijd dat de mensen zeggen zullen: eruit met die Evangelieverkondigers! In die tijd wordt er niet meer rustig gediscussieerd. Dat zijn geen momenten waarop men aandacht vraagt voor allerlei nuanceringen.

Laten we elkaar wijzen op Handelingen 4. Daar wordt een bevel gegeven: “En na hen – dat zijn de apostelen – geroepen te hebben, gaven zij – dat zijn de Schriftgeleerden – hun het bevel helemaal niet meer te spreken of te onderwijzen in de Naam van Jezus”[4].
De leiders in Jeruzalem zeggen niet: doe het een beetje rustig aan met die Evangelieverkondiging. Ze zeggen eenvoudig: stop daarmee!

Laten wij elkaar meenemen naar 2 Timotheüs 4. Daar staat: “Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten. Ze zullen hun gehoor van de waarheid afkeren en zich keren tot verzinsels”[5].
Dat ziet er zwart-wit uit. Grijstinten zien wij niet.

In de tweede algemene brief van de apostel Johannes is genoteerd: “Ieder die overtreedt en niet blijft in de leer van ​Christus, die heeft God niet; wie in de leer van ​Christus​ blijft, die heeft zowel de Vader als de Zoon”[6].
Het is wel of niet. Het is alles of niets.

De hierboven geciteerde teksten zijn niet willekeurig gekozen. We vinden ze als Schriftbewijs in de Nederlandse Geloofsbelijdenis bij het begrip ‘valse kerk’.

We kunnen eigenlijk niet om de conclusie heen dat kwesties van ware en valse kerk zwart-wit zijn. Het is ja of nee. Het is nooit ‘misschien’. Of ‘een beetje’. Of ‘min of meer’.

Is het nu zo dat we bij de eerste de beste onschriftuurlijke beslissing de kerk moeten verlaten?
Nee, dat niet.
De vraag is: kan er in de kerk nog van gedachten gewisseld worden op basis van het Woord van God? Als dat niet meer het geval is, wordt het tijd om weg te wezen.

Zonder twijfel is dr. Hendriks een man die door zijn Heer met grote gaven gesierd is.
Maar de stellingen die hij in het Reformatorisch Dagblad inneemt zijn op z’n minst opmerkelijk.
En met de kwalificaties ‘dwalende kerk’ en ‘zieke kerk’ kan een rechtgeaard Gereformeerd mens meestentijds niet zoveel aanvangen.
Het is goed om elkaar op dit punt scherp te houden.

Noten:
[1] De citaten over de kerk komen uit: Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[2] “Verlaat de GKV niet te vlug”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 15 juli 2019, p. 2 en 3.
[3] Johannes 16:2.
[4] Handelingen 4:18.
[5] 2 Timotheüs 4:3 en 4.
[6] 2 Johannes, vers 9.

2 november 2018

Niets gebeurt bij toeval

Wij maken ons tegenwoordig nogal druk over de schepping. We vernietigen onszelf, zo roept men uit.
De Franse filosoof Bernard Stiegler zegt: “Het evenwicht dat altijd heerste op aarde, gaat verloren. De mens is een roofdier geworden, dat ook zichzelf kan vernietigen. De mens is een probleem voor de mens geworden: hij vernietigt de voorwaarden voor zijn eigen bestaan”.

Daar komt bij dat, zo zoetjes aan, sociale media ons toekomstbeeld gaan bepalen. Dat gebeurt bijna onmerkbaar. Maar toch.
Stiegler stelt: “Facebook en Google sturen onze verlangens, door te wijzen op de producten die we zouden willen kopen, door suggesties te doen voor virtuele vriendschappen. Ze voorkomen dat we onszelf in de toekomst projecteren, omdat die technologie dat al voor ons doet. Dat leidt tot een gevoel van vervreemding van jezelf, tot een nihilisme waarin niets meer van waarde is omdat ze door een algoritme voor ons berekenen wat ons verlangen zou zijn”[1][2].

Nu belijden we in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Vader door zijn Woord — dat is door zijn Zoon — de hemel, de aarde en alle schepselen uit niets heeft geschapen, toen het Hem goed dacht. Ook heeft Hij aan elk schepsel zijn wezen en gedaante gegeven en zijn eigen taak om zijn Schepper te dienen. Ook nu nog houdt Hij ze alle in stand en regeert ze overeenkomstig zijn eeuwige voorzienigheid en door zijn oneindige kracht, opdat zij de mens dienen, zodat de mens zijn God kan dienen”[3].
Die belijdenis bepaalt, als het goed is, de koers in ons leven.
Want daar zeggen we in feite: we laten ons niet door de techniek overheersen; de hoofdregel dat wij, met alles wat de schepping ons biedt, God dienen.

God geeft ons de beschikking over enorm veel dingen.
Hij geeft geweldig veel mogelijkheden om het geschapene te gebruiken en te exploreren. Jesaja zegt in hoofdstuk 40: “Met wie zou u Mij willen vergelijken, of aan wie ben Ik gelijk? zegt de ​Heilige. Sla uw ogen op naar omhoog, en zie Wie deze dingen geschapen heeft; Hij is het Die hun ​leger​ voltallig tevoorschijn brengt, ze alle bij name roept door Zijn grote vermogen en Zijn sterke kracht; er ontbreekt er niet één”[4].
De Here roept ons op… nee, niet om de technische mogelijkheden van 2018 te bewonderen. We mogen en moeten zeggen: wat heeft de Schepper van hemel en aarde deze wereld toch prachtig gemaakt! Om met Jeremia 32 te spreken: niets is voor Hem te wonderlijk[5].
Wij moeten bovendien beseffen dat de Schepper alles heeft gemaakt wat mensen nodig hebben om Hem te dienen. Alles is door Hem in de aanbieding gedaan; wij mogen het geschapene tot Zijn eer gebruiken.

Als het gaat over de schepping denken wij vaak aan dingen. Aan materiaal.
Maar wie daarbij zou blijven staan, zou God ernstig tekort doen. Dan zou de Gods macht worden verkleind. Zijn manier van doen zou worden versimpeld.
De apostel Paulus wijst daarop als hij aan de christenen in Colosse schrijft: “Hij is het Beeld van de onzichtbare God, de ​Eerstgeborene​ van heel de schepping. Want door Hem zijn alle dingen geschapen die in de hemelen en die op de aarde zijn, die zichtbaar en die onzichtbaar zijn: tronen, heerschappijen, overheden of machten; alle dingen zijn door Hem en voor Hem geschapen. En Hij is vóór alle dingen, en alle dingen bestaan tezamen door Hem”[6].
Het middenstuk van bovenstaand citaat maakt het duidelijk: de Heer van hemel en aarde regeert ook over verhoudingen tussen mensen.
Wij mogen en moeten dus ook tot Hem bidden als de verhoudingen beter moeten worden. Goede banden tussen mensen zijn evenzovele zegeningen van Hem.

De Schepper van hemel en aarde – onze goede God – zorgt voor het evenwicht dat nodig is om op deze aarde te leven.
Die balans wordt door natuurrampen en oorlogen ernstig verstoord.

Denkt u alleen maar aan de hongersnood in Jemen.
De NOS meldde op woensdag 24 oktober jongstleden: “In Jemen dreigt een hongersnood van ongekende omvang. (…) Op korte termijn zijn “14 miljoen mensen afhankelijk van voedselhulp om te overleven. Dat is de helft van de bevolking.
(…) De Verenigde Naties vreesden eerder dat hongersnood dreigt voor elf miljoen mensen in Jemen, maar het zijn er dus miljoenen meer. Zo’n acht miljoen Jemenieten krijgen nu hulp van de VN”.
En:
De dreigende hongersnood is ‘veel groter dan alles wat experts op dit gebied ooit in hun werkzame leven hebben gezien’. De afgelopen twintig jaar waren er twee hongersnoden van vergelijkbare omvang: in 2011 in Somalië en vorig jaar in Zuid-Sudan”[7].
Dat maken mensen van de schepping.
De aarde wordt kapotgemaakt omdat mensen de gaven van God, inclusief hun medemensen, gewoonweg de vernieling in jagen!
Dringt het tot u door wat er uiteindelijk gebeurt als mensen de geboden van God – de Heilige, de Schepper van Israël, onze Koning – totaal negeren?[8]

Dat is beangstigend!
Hebben de onheilsboodschappers die zeggen dat deze aarde tot de ondergang gedoemd is dan toch gelijk?
Nee. Hun ongeloof maakt hen blind voor de werkelijkheid die ook in onze tijd geldig is.
Die realiteit is deze: “Wij geloven dat deze goede God, nadat Hij alle dingen geschapen had, ze niet aan zichzelf heeft overgelaten, of aan het toeval of het lot heeft prijsgegeven, maar ze overeenkomstig zijn heilige wil zo leidt en regeert, dat in deze wereld niets gebeurt zonder zijn beschikking. (…) Zijn macht en goedheid zijn zó groot en gaan ons begrip zó te boven, dat Hij zijn werk zeer goed en rechtvaardig beschikt en doet, ook al handelen de duivelen en goddelozen onrechtvaardig. (…). Wij stellen ons ermee tevreden, dat wij leerlingen van Christus zijn, om slechts te leren wat Hij ons onderwijst door zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden. Deze leer schenkt ons een onuitsprekelijke troost, als wij erdoor leren verstaan dat ons niets bij toeval kan gebeuren, maar dat alles ons alleen overkomt door de beschikking van onze goedertieren hemelse Vader. Hij waakt over ons met een vaderlijke zorg…”[9].

We leven in een wereld waarin consumptie centraal staat.
Overal spreekt men over marketing: promotie, reclame en verkoop lijken het ritme van het bestaan aan te geven.
In die wereld moeten wij de boodschap van Openbaring 4 maar naspreken: “U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen”[10].
Dan verstilt het alarm over de schepping.
Dan wordt het weer rustig in ons hart.

Noten:
[1] De citaten van Stiegler zijn te vinden op https://www.filosofie.nl/nl/artikel/46588/de-mens-vernietigt-de-voorwaarden-voor-zijn-eigen-bestaan.html ; geraadpleegd op maandag 29 oktober 2018.
[2] Zie voor meer informatie over Bernard Stiegler https://nl.wikipedia.org/wiki/Bernard_Stiegler ; geraadpleegd op maandag 29 oktober 2018.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 12.
[4] Jesaja 40:25 en 26.
[5] Jeremia 32:17: “Ach, Heere! Zie, Ú hebt de hemel en de aarde gemaakt door Uw grote kracht en door Uw uitgestrekte arm. Niets is voor U te wonderlijk”.
[6] Colossenzen 1:15, 16 en 17.
[7] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2256171-hongersnood-dreigt-voor-14-miljoen-inwoners-van-jemen.html ; geraadpleegd op maandag 29 oktober 2018.
[8] De formulering van deze zin gaat terug op Jesaja 43:15: “Ik ben de HEERE, uw ​Heilige, de Schepper van Israël, uw ​Koning”.
[9] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13.
[10] Openbaring 4:11.

30 oktober 2018

Christus is van alle eeuwigheid

Er zijn in Schrift en belijdenis teksten die, als het er op aankomt, ver boven ons bevattingsvermogen uitgaan.
Neem nu de volgende passage uit één van onze belijdenissen.
“Wij geloven dat Jezus Christus naar zijn goddelijke natuur de eniggeboren Zoon van God is, van eeuwigheid voortgebracht. Hij is niet gemaakt of geschapen — want dan zou Hij een schepsel zijn — maar één van wezen met de Vader, mede-eeuwig, Hem in alles gelijk. De Schrift noemt Hem: de afstraling van zijn heerlijkheid en de afdruk van zijn wezen (…). Hij is Gods Zoon, niet alleen sinds Hij onze natuur heeft aangenomen, maar van alle eeuwigheid”[1].

Zo zeggen wij dat in de kerk.
Zo hebben wij dat geleerd.
Maar het is niet te begrijpen.
Want Hij is van eeuwigheid. Van alle eeuwigheid zelfs!
Dat gaat ver, heel ver boven ons uit!

Maar als het niet te begrijpen is, waarom zeggen wij het dan toch?[2]
Antwoord: omdat het heel belangrijk is om een goed antwoord te hebben op de vraag: wie is Jezus?

De kerk zegt: Hij is God.
De Jehova’s getuigen zeggen: welnee.

Kerkmensen werpen dan tegen: maar Jezus wordt toch de Zoon van God genoemd? Bovendien: God de Vader is God; dan is de Zoon dat toch ook?

Hoho, zeggen de Jehova’s getuigen. Pas bij zijn geboorte is Hij tot Gods Zoon aangenomen. En eigenlijk kun je nog beter zeggen: pas na Zijn opstanding werd Hij Gods Zoon.

Kerkmensen komen vervolgens gedienstig aandragen met Johannes 1. U weet wel: “In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”[3].
Maar daar doemt het volgende probleem reeds op. Want dat is volgens de Jehova’s getuigen verkeerd vertaald.

Met zulk een standpunt zeggen de Jehova’s getuigen heel het Evangelie, Gods blijde Boodschap voor de wereld, op losse schroeven.

In de brief aan de christenen in Efeze schrijft Paulus in hoofdstuk 3 over “God, Die alle dingen geschapen heeft door ​Jezus​ ​Christus, opdat nu door de ​gemeente​ aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[4].
Jezus Christus is de Schepper van de wereld. Dat moet geproclameerd worden in de wereld. Zo komen de mensen erachter hoe groot en veelvuldig Gods wijsheid is. Op die manier wordt Gods plan, dat al van eeuwigheid bestaat, naar behoren uitgevoerd.

In Hebreeën 1 gaat het over “de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft”[5]. Dus: Gods Zoon was reeds bij de schepping actief!
Even verderop in Hebreeën 1 staat: “U hebt ​gerechtigheid​ lief en haat ongerechtigheid. Daarom heeft Uw God U ​gezalfd, o God, met vreugdeolie, boven Uw metgezellen”[6]. Daar wordt gedoeld op de zalving van Jezus Christus. De Hebreeënschrijver heeft het laatste deel van de zin overigens geleend van de zonen van Korach. Die zeggen het zo in Psalm 45[7].

Als je zegt: Jezus werd pas Zijn opstanding de Zoon van God, dan is Hij dus geen God geweest in Zijn lijden en sterven.
En dat terwijl God de Zoon naar de aarde kwam om voor onze zonden te betalen. Een dominee typeerde dat eens zo: “Alsof je als christen uit Nederland emigreert naar Noord- Korea en je blootstelt aan vervolging en marteling”[8].
Die opoffering is onvoorstelbaar. Dat is een zaak van geloof. Maar de Jehova’s getuigen wijzen dat af. Zij hebben er niets mee. Zij geloven er niets van. In feite is dat ongeloof. Niet meer en niet minder.

En dat terwijl het nodig was, dat Jezus in zijn lijden en sterven veel meer was dan een mens.
Denkt u maar aan de Heidelbergse Catechismus. Daarin wordt gevraagd: kan een schepsel dat alleen maar schepsel is, voor onze zonden betalen?
En dan is het antwoord: “nee, want ten eerste wil God geen ander schepsel straffen voor de schuld die de mens gemaakt heeft; ten tweede kan ook geen schepsel dat alleen maar schepsel is, de last van de eeuwige toorn van God tegen de zonde dragen en andere schepselen daarvan verlossen”[9].
Iemand gebruikte eens het volgende voorbeeld.
“Als je Gods toorn met een olifant vergelijkt, dan zijn wij maar mieren. Stel je een mier voor die ene olifant weg moet duwen. Al zouden miljoenen mieren dat tegelijk proberen dan lukt dat nog niet. Daarvoor is iets nodig van andere orde. Al zouden alle mensen van de wereld die ooit geleefd hadden die toorn God proberen weg te duwen of ertegenin te zwemmen, onbegonnen werk. Daar zijn geen mensen voor nodig, daar is God voor nodig. Alleen God kan tegen die stroom van toorn inzwemmen, die last wegdragen”[10].

De Jehova’s getuigen knippen de kern uit het Evangelie!

Wie is Jezus?
Men maakt een karikatuur van Hem.
Bij de Jehova’s getuigen. Maar ook elders.

Jezus is een symbool, zeggen de mensen vandaag.
Neem nou de volgende zinnen. “Het lijden van Jezus is een symbool voor het lijden van de mensen en het lijden van de wereld. Jezus neemt door zijn eigen lijden het lijden van de mensen op zich”[11]. Die woorden zien er prachtig uit. Intussen wordt de betaling van de zonden een beetje weggemoffeld!
Tenslotte – laten we niet net doen alsof dit alles reuze innoverend is.
Een Gereformeerde dominee schreef meer dan veertig jaar geleden al: “Zo blijft gelovige bezinning wie Jezus nu werkelijk is vandaag zeer nodig. Want als Hij slechts dat is, wat de mensen vandaag in Hem zien en vinden, en niet Gods Zoon, zelf God, dan kan Hij onze Middelaar en Verlosser niet zijn”[12].

De passage uit de belijdenis die in het begin van dit artikel geciteerd werd bevat grote woorden.
Maar wie die moeilijke woorden stiekem laat verdwijnen knipt God op menselijke maat.
Wie die moeilijke woorden stiekem laat verdwijnen maakt van de Bijbel een boek dat geen Evangelie meer heten mag.

Noten:
[1] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 10.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer https://www.hervormdwaarder.nl/nederlandse+geloofsbelijdenis ; geraadpleegd op donderdag 25 oktober 2018.
[3] Johannes 1:1.
[4] Efeziërs 3:9 b, 10 en 11.
[5] Hebreeën 1:1 en 2.
[6] Hebreeën 1:9.
[7] Psalm 45:8.
[8] De formulering is van dominee D. Breure. Hij is van hervormde huize; hij behoort tot de Gereformeerde Bond.
[9] Heidelbergse Catechismus – Zondag 5, antwoord 14.
[10] Het voorbeeld werd gebruikt door dominee Breure.
[11] Geciteerd uit https://www.thepassion.nl/fileadmin/bestanden-2016/user_upload/2018-01/The_Passion_2018_Toolkit_PABO.pdf ; geraadpleegd op donderdag 25 oktober 2018.
[12] Ds. C.G. Bos, “Geloven en belijden I: Toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikelen 1-19”. – Groningen: De Vuurbaak bv, 1977. – p. 53.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.