gereformeerd leven in nederland

16 september 2020

Wees dan waakzaam!

“De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[1]. Dat is een zin uit hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels. Bij die zin wordt verwezen naar woorden uit 1 Corinthiërs 1: “…wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid”[2].
Het Evangelie is zo bekend dat het misschien een beetje langs ons heen gaat. We horen het elke zondag. Elke Gereformeerde dominee doet z’n best om dat Evangelie in allerlei variaties aan ons op te dienen.
Echter – ook hier geldt die bekende oproep uit Mattheüs 24: “Wees dan waakzaam”[3]!

Waar gaat dat tweede hoofdstuk van de Leerregels uit Dordrecht eigenlijk over?
Er worden een zevental dwalingen bestreden. Die dwalingen kunnen aldus worden samengevat.
a. Toen God zijn Zoon gaf, wist Hij niet wie verlost zouden worden
b. Christus’ bloed heeft niet het nieuwe verbond bevestigd
c. Christus heeft niet de zaligheid verdiend, maar de macht om met de mensheid te onderhandelen
d. Onder het nieuwe verbond is geloofsgehoorzaamheid hetzelfde als de wet houden
e. Alle mensen delen in de verzoening en niemand wordt vanwege de erfzonde veroordeeld
f. Christus heeft het heil verworven, wij kiezen zelf of we daarin willen delen
g. Christus is niet gestorven voor mensen die God van eeuwigheid liefhad.
Wat zetten Gereformeerden daar tegenover?
Dit:
1. Gods rechtvaardigheid eist dat onze zonden gestraft worden.
2. God heeft Zijn Zoon als Borg gegeven voor onze zondeschuld.
3. De dood van Christus is meer dan voldoende om alle zonden te verzoenen.
4. De dood van Christus is zo belangrijk omdat Hij eeuwig God is.
5. De belofte van het evangelie: geloof in Christus en wordt behouden.
6. Mensen gaan verloren door hun ongeloof.
7. Behouden worden is genade van God.
8. De zaligmakende kracht van Christus’ dood geldt alleen voor de uitverkorenen.
9. God vervult Zijn raadsplan[4].

Een vooraanstaand lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk, A.P. de Boer, zei onlangs: “‘We moeten eerlijk onder ogen zien dat de binding aan die formulieren in beide kerkverbanden steeds minder functioneert’. Dat komt (…) niet alleen doordat veel kerkleden deze belijdenisgeschriften nauwelijks meer kennen, maar ook doordat kerkleden zich vervreemd voelen van de taal en inhoud”. Het is “op papier in beide kerken goed geregeld met de binding aan de leer van de Bijbel”. Maar er is “een kloof tussen wat er op papier staat en wat kerkleden daarmee doen”[5].
Het bovenstaande is – als het goed is – voor alle kinderen van God een baken in zee. Ook zij moeten voorkomen dat er een kloof tussen leer en leven ontstaat!

Op woensdag 29 mei 2019 werd op de Nationale Synode namens veertig kerken een verklaring van verbondenheid getekend.
In die verklaring staat onder meer: “Wij ondergetekenden, vertegenwoordigers en leden van protestantse kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland, verklaren bij dezen plechtig dat wij ons aan elkaar verbonden weten. Wij zijn aan elkaar gegeven door onze Here Jezus Christus en daarom willen we elkaar ook niet meer loslaten. Wij erkennen dat er onder ons grote verschillen zijn in overtuiging en in geloofsbeleving. Deze verschillen willen wij niet ontkennen of bagatelliseren. Maar wij zijn ervan overtuigd dat wat ons verbindt meer is: de naam van Jezus Christus. Daarom erkennen wij elkaar, zoals Hij ons aanvaard heeft. Wij erkennen dat we elkaar nodig hebben en wij zijn bereid van elkaar te leren en elkaar te steunen in de dienst van God. Door het Woord van de Zoon van God zijn wij één, zoals de Vader in de Zoon is. En als wij doen wat van zijn Vader komt, herkennen wij dat in elkaar”[6].
En de vraag klemt: Zijn wij, leden van De Gereformeerde Kerken in Nederland, te weinig oecumenisch ingesteld? Wij leggen toch ook veel, zo niet alle, nadruk op Christus’ werk?

Het is belangrijk om op dit punt niet te rationeel te gaan redeneren. Zo van: als we met veel mensen zijn, kunnen wij in de samenleving onze invloed beter laten gelden.
Sommigen gaan, wellicht ongewild, de remonstrantse kant op.
Een voorbeeld.
De historicus en schrijver Rutger Bregman publiceerde in september 2019 zijn boek ‘De meeste mensen deugen’[7]. Daarin wil Bregman “een realistisch beeld geven van de menselijke psychologie op basis van wetenschappelijke inzichten. En zo komt hij tot zijn conclusie dat de meeste mensen deugen. Niet dat álle mensen deugen of dat de héle mens deugt. Maar in het samenleven met elkaar moeten we uitgaan van vertrouwen in elkaar, de goede bedoelingen van de ander, en dus een positief mensbeeld hanteren.
En als je dat doet bij het geven van onderwijs, opvoeden, politiek bedrijven, gevangenissen inrichten en zorg verlenen, gebeurt er iets. Dan ga je uit van vertrouwen. Natuurlijk zet je je fiets op slot. Maar je weet dat de meeste mensen geen fietsendief zijn. Dat leerlingen er niet op uit zijn om een leraar in de hoek te zetten. Dat vertrouwen geven aan een gevangene soms beschaamd wordt, maar meestentijds tot veel betere resultaten leidt dan een repressief en streng beleid, waarbij je ervan uitgaat dat de ander niet deugt en dus niet te vertrouwen is”.
Wij kunnen uiteraard de Dordtse Leerregels citeren, en het nodige tegen het bovenstaande inbrengen.
Maar er is meer. Terecht schreef iemand: “De grote problemen van ons leven en ons samenleven zijn (…) niet op te lossen met inzichten uit de psychologie, economie, geschiedenis. Het probleem van de mens is een moreel probleem. Dat raakt aan onze waarden, zingeving, godsdienst, levensbeschouwing. Wetenschap, techniek, economie, democratie hielpen ons de natuur te leren beheersen, de macht onder controle te brengen, de welvaart te maximaliseren. Maar vertellen ons niets over de zin van het bestaan. Over de richting die we moeten kiezen. Daarvoor zijn moraal, religie en levensbeschouwing nodig. De verlichte moderne westerse mens heeft dat nu juist buiten de deur gezet.
Tijdens het laatst gehouden Nationaal Religiedebat werd gezegd: ‘Er is nog niets uitgevonden wat beter lijmt dan religie’. Ook Bregman heeft niet iets beters uitgevonden. Hij biedt wel een alternatief, maar dat bevredigt uiteindelijk toch niet”[8][9].

En daarmee zijn wij weer terug bij de Dordtse Leerregels: “De belofte van het evangelie is nu, dat ieder die in de gekruisigde Christus gelooft, niet verloren gaat”.
Niet de ratio overwint, maar Jezus Christus. Niet de macht van het getal overwint, maar onze Heiland.
Christus’ werk is onze redding – die geloofskennis overkoepelt ons leven![10].

Noten:
[1] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikel 5.
[2] 1 Corinthiërs 1:23.
[3] Mattheüs 24:42.
[4] Te vinden op https://www.dordtse-leerregels.nl/paragrafen ; geraadpleegd op zaterdag 12 september 2020.
[5] “Fusiekerk van GKv en NGK wil een nieuwe belijdenis”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 11 september 2020, p. 2.
[6] Geciteerd van https://www.nationalesynode.nl/verklaring/ ; geraadpleegd op zaterdag 12 september 2020.
[7] De gegevens van dit boek zijn: Rutger Bregman, “De meeste mensen deugen; een nieuwe geschiedenis van de mens”. – Uitgeverij De Correspondent bv, 2019. – 528 p.
[8] De typering van het boek van Bregman, en de beoordeling daarvan komen uit: L.N. Rottier, “De meeste mensen deugen. Of toch niet?”. In: Vrijdag – Cultuur, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, vrijdag 3 januari 2020, p. 10 en 11.
[9] Rens Rottier is voorzitter van het college van bestuur van Driestar Educatief – praktijkgericht kenniscentrum voor christelijk onderwijs.
[10] Materiaal uit dit artikel zal worden gebruikt voor een korte inleiding die ik hoop voor te lezen tijdens de vergadering van de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen op woensdagavond 30 september 2020. Aldaar zal hoofdstuk II van de Dordtse Leerregels worden besproken.

3 januari 2020

Oecumene in brede zin?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Zaterdag 28 december 2019 – in de editie van het Nederlands Dagblad komt professor mr.dr. F.T. Oldenhuis aan het woord. Hij spreekt met name over de fusie tussen de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt) en de Nederlands Gereformeerde Kerken. Citaat: “Ga je te veel bezinnen, dan kom je tot niks. Anderzijds, en dat zeg ik tegen de Nederlandsgereformeerden: ik vind het juist anno 2020 een gemiste kans dat je je nu weer focust op die beide kerken. Hoe groot is het gevaar dat je je weer focust op de vrijgemaakte zuil? Dat is het niet waard. Dan verlies je de oecumene in brede zin. Er zijn ook synodaal-gereformeerde broeders die in 1944 met de tranen in hun ogen naar de breuk hebben staan kijken. Verlies hen niet uit het oog”[1].

Maak, suggereert Oldenhuis, de kerk zo breed mogelijk. Dat pleidooi is wel te begrijpen. In de kerk hebben we er een hekel aan om op alle slakken zout te leggen. Veeleer is de oproep: kom erbij!
Jezus Christus zegt in Marcus 16 ook: “Ga heen in heel de wereld, predik het ​Evangelie​ aan alle schepselen”[2]. Als dat niet breed is…

Toch is teveel argeloosheid op dit punt te laken.
Want waar gaat het in Marcus 16 over?
Wij lezen over de opstanding: “En ​toen​ Jezus ​opgestaan​ was, ’s morgens vroeg op de eerste dag van de ​week…”[3].
Wij lezen over geloof: “Wie geloofd zal hebben en ​gedoopt​ zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden”[4].
Wij lezen over de hemelvaart en de troonsbestijging van Jezus Christus in de hemel: “De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God”[5].
Wij lezen over het feit dat de Heiland in de hemel druk aan het werk is: “…maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. ​Amen”[6].
Amen staat er ook nog: zo is het!
Met andere woorden – geloven in Jezus Christus is niet inhoudsloos. Het is niet zo dat men kan zeggen: ik geloof in Jezus, maar die opstanding is een sprookje. Het is niet zo dat men kan zeggen: ik geloof in Jezus, maar die hemelvaart kan nooit zo hebben plaatsgevonden. Het is niet zo dat men kan zeggen: ik geloof in Jezus, maar die troonsbestijging is onzin. Het is niet zo dat men kan zeggen: ik geloof in Jezus, maar in het gewone leven merk ik niks van Hem; Hij is dus helemaal niet actief.
Het Evangelie dat gepredikt moet worden is geen zoetsappig verhaal over liefde en sympathie. Het is een blijde Boodschap voor zondaren die begrijpen dat zij zichzelf niet kunnen redden. Het is goed nieuws voor mensen die geloven dat de Heiland de Redder van de wereld is.
Oecumene in brede zin? Laten we voorzichtig zijn! Laten wij in dit verband Mattheüs 7 in gedachten houden: “Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is”[7].
In de kerk leven wij niet bij vage verhalen!

Er is meer.
Professor Oldenhuis zegt: “Als je het over de essentie van geloven eens bent, respecteer dan als lokale kerken van elkaar dat er verschillen zijn in de uitvoering. Voor een lokale kerk die op grond van de Bijbel echt geen ruimte ziet voor een vrouwelijke predikant is er evenveel ruimte als voor een kerk die dat onderscheid juist op grond van de Bijbel verwerpt. Binnen de koepel van de Protestantse Kerk gunt men elkaar die ruimte. Hoe mooi is dat. Ik word daar heel blij van. Om al die verschillen te overstijgen, zullen we bruggen moeten bouwen naar de PKN”.
Dat klinkt prachtig. Maar op deze manier doet de spreker net alsof alle gelovigen geloof hechten aan heel Gods Woord. Hij doet net alsof alle kerkmensen alles geloven wat in de Bijbel staat. En – hoe treurig dat ook is –: niets is minder waar.
Dat is trouwens niets nieuws. ’t Was in oude tijden al zo.
Paulus schrijft in 1 Timotheüs 4 bijvoorbeeld: “Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen, door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid”[8]. En: “Geef acht op uzelf en op de leer. Volhard daarin. Want wanneer u dat doet, zult u zowel uzelf behouden als hen die u horen”[9].
Gelet op het bovenstaande klemt de vraag: wat is, wat Oldenhuis betreft, precies de essentie van het geloof?

Professor Oldenhuis pleit voor een tamelijk brede oecumene. En ach, een christenmens wil niets liever.
Maar rechtgeaarde christenen laten die oecumene aan zich voorbijgaan als Gods beloften en heel het Goddelijk werk een beetje in de schaduw worden gedrukt.
Het helpt niet als men over deze dingen naïef loopt te doen.
Het helpt niet als men essentiële zaken weglaat.
Het kan geen kwaad dat eens met nadruk te noteren. Bij deze.

Noten:
[1] Geciteerd uit: “Een fusiekerk zonder het mooie van geloven”. In: Nederlands Dagblad, zaterdag 28 december 2019, p. 6 en 7.
[2] Marcus 16:15.
[3] Marcus 16:9 a.
[4] Marcus 16:16.
[5] Marcus 16:19.
[6] Marcus 16:20.
[7] Mattheüs 7:21.
[8] 1 Timotheüs 4:1 en 2.
[9] 1 Timotheüs 4:16.

28 augustus 2019

Vrouwen en spirituele oecumene

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Eind september verschijnt een boek over spirituele oecumene. Er is nu al gedoe over. Dat is goed voor de verkoopcijfers. Want dat gedoe functioneert als ongevraagde reclame.

Waar gaat dat gedoe over?
Het Reformatorisch Dagblad meldt ons: “Een aantal theologen heeft op het te verschijnen boek ‘Spirituele oecumene’ kritiek geuit omdat er te weinig vrouwen aan hebben meegewerkt.
Theologe dr. Margriet Gosker wees er vrijdag op Facebook op dat van de vijftig bijdragen aan de bundel er twee geschreven zijn door een vrouw. Het boek wordt op 28 september gepresenteerd op een symposium in Amersfoort, met allemaal mannelijke sprekers. Dit leidde tot veel kritische reacties op sociale media.
Theoloog Samuel Lee trok vrijdag zijn bijdrage in. Hij hoopt dat de publicatie van ‘Spirituele oecumene’ wordt uitgesteld en dat vrouwelijke theologen alsnog een artikel zullen schrijven. Theoloog Peter-Ben Smit riep de andere auteurs zaterdag op hun bijdragen ook in te trekken”.
En:
“De redactie van ‘Spirituele oecumene’ liet dinsdag weten geen officieel verzoek te hebben gehad om een bijdrage terug te trekken, behalve dat van Lee. Het boek ligt nu bij de drukker. Het symposium gaat ongewijzigd door”[1].

Het is toch wat met die mistroostige vrouwen!
Zijn zij meteen achtergesteld als zij niet in groten getale meewerken aan een boek?
Het wordt steeds gekker.
Er is niets tegen als de gedesillusioneerde dames ook een boek over spirituele oecumene schrijven. Dan hebben we er twee. Als de dames een beetje hun best doen wordt de beeldvorming daar alleen maar beter van.

De oecumene brengt ons bij Johannes 10.
Ik citeer:
“Ik heb nog andere schapen, die niet van deze ​schaapskooi​ zijn; ook die moet Ik binnenbrengen, en zij zullen Mijn stem horen en het zal worden één kudde en één Herder”[2].
Die tekst betekent: de verlossing van de zonden door Jezus Christus is niet alleen voor de Joden. Des Heilands beloften zijn niet alleen bedoeld; die zijn geadresseerd aan gelovigen overal ter wereld.
De beloften over vergeving van zonden en eeuwig leven zijn bedoeld voor alle gelovigen. Voor ouderen en jongeren. Voor mannen en… ja ook voor vrouwen.
Dat staat niet expliciet in bovenstaande tekst. Maar de Heiland spreekt over schapen. Daar zijn rammen, mannelijke schapen. Er zijn ook ooien, vrouwelijke schapen. En er zijn lammetjes, jonge schapen. Jezus maakt geen onderscheid. Alle gelovigen tellen mee. Dat is ware oecumene.

De oecumene brengt ons ook bij Johannes 17.
Ik citeer:
“En Ik ​bid​ niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt”[3].
Onze Here Jezus Christus bidt voor alle gelovigen.
Voor mannen.
En voor vrouwen.
En voor kinderen.
Wát bidt de Heiland precies? Dat staat er in het citaat niet bij. Jezus spreekt over het doel van Zijn gebed. Dat doel is: een eenheid van christenen die lijkt op de Drie-eenheid: Vader, Zoon en Heilige Geest. Als de gelovigen in de Vader, in de Zoon en in de Heilige Geest zijn, worden zij als vanzelf één. Terecht noteert een commentator erbij: “Zo gezien is gebrek aan eenheid onder christenen een teken van gemis aan gemeenschap met God”[4].
De Heiland bidt om ware oecumene!

Spirituele oecumene – wat is dat eigenlijk?
In het Rooms-katholieke decreet over de oecumene Unitatis redintegratio uit 1964 staat daarover: “Deze innerlijke omkeer en heiligheid van leven, tezamen met persoonlijke en openbare smeekbeden voor de eenheid van de christenen, moet men beschouwen als de ziel van de gehele oecumenische beweging. Men kan dit terecht een geestelijke oecumenische beweging noemen”[5].
Die beweging komt voor bij mannen en vrouwen.

Vrouwen tellen mee, ook al worden zij in Gods Woord niet altijd expliciet genoemd.
Laten wij daar niet teveel drukte over maken.
Straks gaan we nog denken dat vrouwen zielig zijn. En dat zijn zij niet. Echt niet.

Noten:
[1] “Kritiek op boek over spirituele oecumene”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 20 augustus 2019, p. 3.
[2] Johannes 10:16.
[3] Johannes 17:20 en 21.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 17:21.
[5] Geciteerd via: kardinaal Walter Kasper, “Een handboek voor de spirituele oecumene”. – serie: Kerkelijke Documentatie. – p. 9. Te vinden op https://www.rkkerk.nl/wp-content/uploads/2016/10/2007_KDspecial1_Handboek-voor-de-spirituele-oecumene-kardinaal-Walter-Kasper.pdf ; geraadpleegd op woensdag 21 augustus 2019.

6 juli 2017

IJs

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Laatst las ik in de krant een bericht waar ik bijkans koud van werd.
Het was het volgende.

“De beroemde Italiaanse ijsmaker Dario Fontanella lanceert een nieuwe soort: oecumene-ijs. Ter gelegenheid van de regionale oecumenische kerkendag van 8 en 9 juli in de Duitse stad Mannheim waar Fontanella zijn ijshandel heeft, bracht hij twee soorten ijs samen in een nieuwe smaak.
Die twee soorten staan niet alleen symbool voor de protestantse en katholieke traditie, maar ook voor avondmaal en eucharistie doordat de hoofdingrediënten van brood en wijn erin zijn verwerkt. De eerste soort is een variant van melkijs met geroosterde stukjes Frans brioche-brood.
Dat is vermengd met een sorbet van Rieslingdruiven.
‘Hemels!’ prijst de protestantse predikant Ralph Hartmann de smaak tegenover de Mannheimer Morgen. Zijn directe collega, de katholieke priester Karl Jung, noemt het ijs ‘visionair’, omdat het vooruitloopt op de eenheid tussen katholieken en protestanten.
Fontanella is sinds 1969 wereldberoemd door het door hem uitgevonden spaghetti-ijs. Evenmin als voor die uitvinding, vraagt hij voor het oecumene-ijs patent aan: iedere ijsmaker kan gratis het recept opvragen. Fontanella hoopt dat daarvan gretig gebruik zal worden gemaakt”[1].

De vraag is of dat ijs nog ergens naar smaakt. Er zit brood en wijn in; dies heb ik daar enige twijfels over.

De smaak is hemels, zegt een Duitse dominee.
Dit nu is weinig succesvolle onzin.
De predikant is nog nooit in de hemel geweest. Hoe kan hij weten dat dit ijs aan de hemelse kwaliteitseisen voldoet?

U begrijpt: ik heb het dan nog niet gehad over het antwoord op de vraag of er in de hemel wel ijs bestaat. Ik denk het niet, eigenlijk. In Openbaring 21 lees ik namelijk: “En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer”[2].

Een katholieke priester noemt het ijs visionair. En dat is niet omdat het betreffende goedje transparant is. Nee, hij blijkt zeker te weten dat protestanten en rooms-katholieken nog wel eens bij elkaar in één kerk zitten.
De priester heeft vast een tijdmachine, of iets wat daar op lijkt.

Daar komt nog bij dat de priester klaarblijkelijk geen rekening houdt met de mogelijke terugkomst van de Heiland voordat de samensmelting der protestanten en roomsen een feit is.

Ach, schrijver dezes lust graag ijs. Dat is het probleem niet.
Maar oecumene is – om met professor dr. K. Schilder te spreken – “streng, en dogmatisch, en belijnd. Want de kerk is hier aan het woord; en ze staat op de wacht ten bate van de heele wereld. Want juist die orthodoxe Kerk heeft de oudste papieren van de oecumenische beweging; als een leeuwin vecht ze hier tegen haar belagers op het oecumenisch jachtterrein. De strenge, de orthodoxe, de tegen de ketterij zich schrap zettende kerk is nog nooit een secte geweest; ze heeft van den aanvang af begrepen, dat de waarheid Gods voor de heele wereld tot norm gesteld is”.

Als het gaat om oecumene, dan spreken wij over de waarheid van God.
Oecumene-ijs maken is leuk. Maar het is een zaak in de categorie A.A.A.: Aangename Aardse Acties.
In de oecumene gelden echter andere wetten. Om opnieuw met professor Schilder te spreken: “Toen Adam de eerste spade in den grond stak, deed hij oecumenisch dienst. Toen hij als gezinshoofd en meteen als ‘kerkvader’, aan zijn ‘mannin’ de goddelijke bondswet als grondwet voor alle tijden en plaatsen verklaarde, was dàt de eerste ‘oecumenische bóódschap’”[3].

De boodschap van Gods verbond: dat is het oecumenische Evangelie dat ook vandaag geproclameerd dient te worden.
Wij mogen en moeten, met de kerk van alle tijden en alle plaatsen, ons geloof belijden in de Redder van deze wereld.

Zulke belijders zijn niet vies van een ijsje.
Maar wel van valse oecumene.
Dat wel.

Noten:
[1] “‘Oecumene-ijs’ in Mannheim”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 30 mei 2017, p. 7.
[2] Openbaring 21:1.
[3]“Uw oecumenische taak” – rede van professor dr. K. Schilder, gehouden op de Bondsdag van de Bond van Gereformeerde Meisjesvereenigingen, 14 mei 1951 (Pinkstermaandag). Te vinden op http://www.dbnl.org/tekst/schi008uwoe01_01/schi008uwoe01_01_0001.php .

23 maart 2017

Pragmatisch

Met de kerkelijke eenheid wil het nog niet zo vlotten. Zeggen ze. Maar achter de huisdeur en zonder camera’s wordt de werkelijkheid eensklaps anders.
Dat blijkt eens te meer uit een bericht in het Nederlands Dagblad.

“Samen evangeliseren zit er nog niet in, maar achter de schermen helpen rooms-katholieken en protestants-evangelische christenen elkaar op missionair gebied – met bijvoorbeeld Alpha-cursussen en retraitemogelijkheden”.
En:
…”Achter de schermen en via allerlei netwerken ‘is er wel contact en wederzijdse dienstbaarheid’. Zo maakt het Katholiek Alpha Centrum ‘intensief gebruik van de expertise die christenen in andere kerken met de Alpha-cursus en met de Marriage Course hebben opgebouwd, en maken evangelische, protestantse en pinkstergelovigen intensief gebruik van rooms-katholieke retraitehuizen, kloosters en retraites in kloosters”.
En:
“‘In de katholieke eredienst lijken de goede vormgeving en de juiste formulering voorop te staan. In evangelische diensten lijken het persoonlijk geloof en vrije gebed meer voorop te staan. Het Onze Vader en de Psalmen zijn voorbeelden van gebedsteksten die alle christenen delen’, aldus het rapport. Voor evangelischen en pinkstergelovigen is het een uitdaging ‘om in het gemeentelijk gebed ruimte te maken voor gebeden uit de schat van de kerk’, voor katholieken is het een uitdaging ‘om ook in vrije gebeden de lofprijzing, het geloof en de noden van mensen op een persoonlijke manier voor de troon van God te brengen’. Samen hebben rooms-katholieken en evangelischen als zorg dat christenen niet meer de woorden vinden om te bidden. ‘Waar het gebed stokt, wordt de persoonlijke relatie tot God aangetast”[1].

Kerken helpen elkaar voort. Dat klinkt mooi. Maar in de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik over “sekten die zich ten onrechte kerk noemen”. Er zijn “sekten, die beweren dat zij de kerk zijn”[2].
Op dit punt moeten wij scherp zijn: er is maar één kerk.
Zeker, ook buiten de kerk kunnen zich kinderen van God bevinden. Maar de roeping van Gods kinderen is duidelijk: zij moeten naar de kerk komen.

Er wordt gebruik gemaakt van elkaars expertise. Van elkaars kennis en kundigheid, betekent dat.
Als ik het bericht goed begrijp, is er – om het zo uit te drukken – met name sprake van een 3 G-systeem. Daarmee bedoel ik: informele uitwisseling van elkaars gewoonten, elkaars gebouwen, elkaars gebeden.

Het geloof is echter niet inwisselbaar.
In de Heidelbergse Catechismus wordt gevraagd: “Krijgen dan alle mensen door Christus het heil terug, zoals zij in Adam veroordeeld zijn?”. Het antwoord luidt: “Nee, maar alleen zij die door waar geloof bij Hem worden ingelijfd en al zijn weldaden aannemen”[3].
De Heidelbergse Catechismus leert ons verder: “Volgens het bevel van Christus wordt aan de gelovigen, allen samen en ieder persoonlijk, verkondigd en in het openbaar verklaard, dat al hun zonden hun door God om de verdienste van Christus werkelijk vergeven zijn, zo vaak zij de belofte van het evangelie met waar geloof aannemen”[4].
De kerk “is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus, gewassen zijn door zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest”, zegt de Nederlandse Geloofsbelijdenis[5].
Wij moeten allen persoonlijk voor God verschijnen, zegt diezelfde geloofsbelijdenis[6].
Dat geloof is dus heel fundamenteel.
Dat geloof is bovendien principieel en allesomvattend.

Als we de berichtgeving in het Nederlands Dagblad analyseren, kunnen we echter niet anders concluderen dan dat het kerkelijk samenwerkingsbeleid veelal pragmatisch van aard is. Men kijkt naar de situatie. Men zet de mogelijkheden op een rijtje. Men kijkt kritisch naar mensen en materieel.
Maar naar het ware geloof kijkt men amper.
Men heeft het prettig met elkaar. De samenwerking ziet er best goed uit. Alle participanten zijn gelovig. En dat is dat.
Voelt u hoe on-Schriftuurlijk dat alles feitelijk is? In de kerk gaat het namelijk niet om nut. Of om bruikbaarheid. Om weer met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil. Zou men dus beweren dat Christus niet genoeg is, maar dat er naast Hem nog iets anders nodig is, dan is dat een gruwelijke godslastering. Daaruit zou immers volgen dat Christus maar een halve Heiland is”[7]. Het gaat, met andere woorden, niet om herhaling van Christus’ offer. En ook niet om een goed religieus gevoel. Heus niet.

Moeten wij, zo vraagt de lezer die niet van gisteren is, in de kerk niet samenbindend werken?
Wij behoren toch te kijken naar wat ons bindt, en niet naar verschillen?
Laat ik een wedervraag formuleren: zou het toevallig zijn dat, als Gods Woord over gemeenteopbouw spreekt, er meteen ook van gebondenheid sprake is? Persoonlijk denk ik van niet, eigenlijk.
In de kerk zijn we, in de eerste plaats, onlosmakelijk verbonden aan Jezus Christus!
Leest u vooral ook even mee in Mattheüs 16, waar Jezus tegen Zijn discipelen – het fundament van de kerk – zegt: “…op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.
En Ik zal u de sleutels van het Koninkrijk der hemelen geven; en wat u bindt op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en wat u ontbindt op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn”[8]. In de kerk hebben de ambtsdragers volmacht om vrij te spreken of schuldig te verklaren!
Jazeker, de kerk zal samenbindend werken. Want daar zullen de ware gelovigen bijeen gebracht worden!

Tenslotte: een speciale dialoogcommissie adviseert rooms-katholieken, evangelischen en pinksterchristenen elkaar te blijven ontmoeten.
Dat klinkt vroom.
Maar het zal nu wel duidelijk wezen: met allerlei pragmatisch gedoe komen we er niet, in de kerk!

Noten:
[1] “Katholiek en evangelisch helpen elkaar missionair”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 7 maart 2017, p. 3.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, vraag en antwoord 20.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 31, antwoord 84.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 27.
[6] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[7] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[8] Mattheüs 16:18 en 19.

7 maart 2017

Talrijk en zeer machtig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Vanavond wordt, tijdens de vergadering van de Bijbelstudievereniging waar ik lid van ben, gesproken over Exodus 1[1][2].

Ter oriëntatie citeer ik enkele verzen uit dat hoofdstuk.
De koning van Egypte “zei: Als u de Hebreeuwse vrouwen bij het bevallen helpt en u let op de stenen baarstoel, dan moet u, als het een zoon is, hem doden, maar als het een dochter is, mag zij blijven leven.
De vroedvrouwen vreesden echter God en deden niet wat de koning van Egypte tot hen gesproken had, maar lieten de jongetjes in leven.
Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen bij zich en zei tegen hen: Waarom hebt u dit gedaan, dat u de jongetjes in leven laat?
De vroedvrouwen zeiden tegen de farao: Omdat de Hebreeuwse vrouwen niet zijn zoals de Egyptische vrouwen, want zij zijn sterk. Zij hebben al gebaard, voordat er een vroedvrouw bij hen is aangekomen.
Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed, en het volk werd talrijk en zeer machtig.
En het gebeurde, omdat de vroedvrouwen God vreesden, dat Hij aan hen nakomelingen schonk”[3].

Zo komt de Here Zijn beloften na.
In Genesis 12 zegt Hij tegen Abram: “Ik zal u tot een groot volk maken, u zegenen en uw naam groot maken; en u zult tot een zegen zijn”[4].
In Genesis 18 overlegt de Here met Zichzelf: “Immers, Abraham zal zeker tot een groot en machtig volk worden, en alle volken van de aarde zullen in hem gezegend worden”[5].
In Genesis 46 trekt Jakob naar Egypte. De God van het verbond troost en sterkt Hem met onder meer de volgende woorden: “Ik ben God, de God van uw vader; wees niet bevreesd om naar Egypte te trekken, want Ik zal u daar tot een groot volk maken”[6].
Steeds weer klinken Gods beloften over een groot en machtig volk. Hij komt Zijn verbondstoezegging na.

Het komt mij voor dat wij het bovenstaande ook in 2017 moeten bedenken.
Als wij in Nederland rondkijken, zien we geen groot kerkvolk. Het aantal godsdienstigen neemt, integendeel, gaandeweg af.
Maar we dienen ons te realiseren dat de kerk in heel de wereld voor ons onoverzienbaar is. Overal en nergens wonen kinderen van God. Wij kunnen hen niet allemaal kennen. Maar onze God kent hen wel. Hij maakt het aantal uitverkorenen onvoorstelbaar groot.
In dat kader neemt Hij soms ongedachte en onorthodoxe maatregelen. En ja, dat kan ook anno Domini 2017 gebeuren.

De farao neemt maatregelen in de sfeer van genocide. Dat is: stelselmatige en opzettelijke uitroeiing van een etnische groep, of van een deel daarvan[7].
Maar in feite is de Egyptische farao een instrument in de handen van de satan. Dat wordt wat duidelijker als wij Openbaring 12 gaan lezen: “En zie: een grote vuurrode draak met zeven koppen en tien horens. En op zijn koppen zeven diademen.
En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de draak stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar Kind te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben.
En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar Kind werd weggerukt naar God en naar Zijn troon”[8].
Ondanks alle tegenstand in de wereld gaan de geboortes in Gods volk door. Moeders baren kinderen. En uiteindelijk wordt onze Here Jezus Christus op deze aarde geboren. Satan wil dat graag verhinderen. Maar dat lukt hem niet!

Nog altijd is de kerk het middelpunt van strijd.
Het in Efeziërs 6 aangeduide gevecht, bedoel ik: “Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.
Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.
Neem daarom de hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad, en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden”[9].
Wie dit leest, realiseert weer eens dat strijd in de kerk helemaal niet ongewoon is. Integendeel, satan weet heel goed waar hij moet wezen om te proberen het werk van God af te breken.
Bij dat alles moeten kerkmensen zich schamen. Immers, op de keper beschouwd is de invloed van Gods tegenstander ook in de kerk nog groot.
Daarin zit verzoeking: verleiding van de duivel.
Maar daarin zit tegelijk ook een beproeving: een test van de God van het verbond. Welke keuze maken Gods kinderen in het leven? Blijven zij trouw aan Gods Woord?

Gelet op dat laatste heeft Exodus 1 zeker ook iets te zeggen over oecumene.
Tegenwoordig wordt de vraag gesteld “of er een nieuwe kans bestaat voor theologie en oecumene als we de gedachte over een ‘organisatorische eenheid‘ loslaten en ruimte bieden aan een spirituele oecumene waarbij mensen elkaars eigenheid erkennen en positief waarderen. Vanuit deze vraagstelling wil men (…) in gesprek gaan over de vraag welke thema’s er spelen in de theologie die relevant zijn voor de oecumene”[10].
Bij die zogeheten spirituele oecumene gaat men uit van het eigen gevoel, van het persoonlijk geestelijk welzijn, van eigen verlangens.
Exodus 1 leert ons dat ons uitgangspunt moet wezen: de kracht en macht van de Verbondsgod. Hij brengt Zijn kinderen bijeen. Rond Zijn Woord, niet vanwege onze vloed van vrome woorden. Wij moeten vertrouwen op het werk van Gods Heilige Geest, niet op de veronderstelde stabiliteit van onze eigen geest!

Men zou er bijna overheen lezen, maar het staat toch werkelijk in Exodus 1: “Het volk werd talrijk en zeer machtig”[11].
Wij zouden kunnen klagen: wat zien wij er in Nederland van? Ach, laten wij maar toegeven dat wij, als het op ons zicht op Gods werk aankomt, buitengewoon kortzichtig zijn. Het staat nog altijd in onze Bijbels, in Openbaring 7 namelijk: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand”[12].
Het aantal kinderen van God is echt onvoorstelbaar en ontelbaar.
Laat het ons genoeg zijn dat ook wij bij die onafzienbare schare mogen behoren!

Noten:
[1] Het betreft een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen.
[2] Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op deze vergadering.
Bij het schrijven van dit artikel gebruikte ik onder meer: Ds. B. van Zuijlekom, “God komt tot Zijn volk; schetsen over het boek Exodus”. – Bond van Mannenverenigingen op Geref. Grondslag, 1986. – p. 11, 12 en 13.
[3] Exodus 1:16-21.
[4] Genesis 12:2.
[5] Genesis 18:8.
[6] Genesis 46:3.
[7] Zie http://www.juridischwoordenboek.nl/woordenboekgel.html#14181 ; geraadpleegd op vrijdag 17 februari 2017.
[8] Openbaring 12:3 b-5.
[9] Efeziërs 6:11, 12 en 13.
[10] Geciteerd van http://www.raadvankerken.nl/pagina/3272/oecumene_aan_tafel ; geraadpleegd op vrijdag 17 februari 2017.
[11] Exodus 1:20 b.
[12] Openbaring 7:9.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.