gereformeerd leven in nederland

27 december 2018

God blijft aan het werk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Het gaat, op de keper beschouwd, in Psalm 66 nogal tekeer.
Kijkt u maar even mee.
“Want U hebt ons beproefd, o God,
U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert.
U had ons in het net gebracht,
U had een knellende band om ons middel gelegd,
U had de sterveling over ons hoofd doen rijden.
Wij waren in het vuur en in het water gekomen,
maar U hebt ons uitgeleid naar de overvloed”[1].

Wat wil de dichter van Psalm 66 zeggen?
Zijn boodschap is: God werkt door; dat ziet u in uw eigen leven en ook in de wereldgeschiedenis.

In het Oude Testament werd de Messias aangekondigd. In het Nieuwe Testament kwam de Redder van het Leven als mens op aarde. Zijn lijden en sterven waren een betaling voor de zonden. Zijn opstanding uit de dood was een magnifiek bericht van overwinning en triomf; de dood heeft niet meer het laatste woord.
De dichter van Psalm 66 roept ons ertoe op om die daden te zien. Daar moeten we op focussen. De rest is bijzaak.

De dichter zegt: “U hebt ons gelouterd, zoals men zilver loutert”.
Wat betekent dat?
Iemand schreef daarover: “Een zilversmid houdt een stuk zilver in het vuur en laat het warm worden. Om het zilver te reinigen, is het nodig dat het zilver in het midden van het vuur wordt gehouden, waar de vlammen het heetst zijn. Zo wordt alle vuilheid en onreinheid weggebrand.
Ziet u het voor u… God, Die ons in het vuur houdt… Niet om ons te pijnigen – hoewel het veel pijn kan doen – maar om ons te reinigen, om ons mooi, geestelijk mooi te maken.
Opmerkelijk is verder dat de zilversmid onophoudelijk voor het vuur blijft zitten en naar het zilver blijft kijken, totdat het totaal gereinigd is. Omdat, als hij maar even wegloopt of niet kijkt, het zilver net te lang in het vuur kan zijn, waardoor het niet bruikbaar meer is.
Hoe weet de zilversmid nu het juiste moment om het zilver uit het vuur te halen? Dat is heel simpel. Zodra hij zijn eigen beeld in het gesmolten zilver ziet weerspiegelen, is het zilver lang genoeg in het vuur geweest.
De Heere God kent ook u, weet dat u in het vuur bent en heeft u, als de grote Zilversmid, in Zijn handen. En Hij verlangt ernaar dat er steeds meer van Zijn beeld, van de Heere Jezus, zichtbaar wordt in ons leven”[2].

Merkt u dat? Het is eigenlijk heel schokkend – de Here laat het toe dat al die rampen van Psalm 66 het leven van Gods kinderen binnendringen. De satanische macht is op aarde nog groot!
De loutering van dat zilver is al niet gering.
Maar dan is er ook nog dat net waarin de mensen vastzitten.
En de mensen die overreden worden.
Je zou zeggen: dan ben je toch morsdood? Oftewel: dan is er toch niets meer van je over?
Psalm 66 prent ons echter in dat de werkelijkheid anders is.
De tegenspoed kan nóg zo groot zijn, de Here biedt altijd redding.
Laat ik het zo mogen zeggen: de Here probeert ons uit. Hij test ons – als ons dat onheil treft, blijven wij dan op ’s Heren macht vertrouwen, of niet?

Het is waar – de satan en het kwaad verkopen zich zo goed mogelijk. Ook heden ten dage.
De theoloog Reinier Sonneveld noemt daar in zijn boek ‘Het vergeten evangelie’ een treffend voorbeeld van[3]. Dat exempel gaat over “een test waarbij proefpersonen elektrische schokken konden toedienen aan anderen die opdrachten moesten uitvoeren. Het was gelukkig in scène gezet, want er waren er die zelfs dodelijke stroomstoten toedienden. Dat deden ze omdat iemand hen onder druk zette: dit moet gebeuren, dit is wetenschappelijk verantwoord, iedereen doet het”[4]. De duivel, Gods keiharde tegenstander, weet wel hoe hij mensen beïnvloeden en sturen moet!
Welnu, Psalm 66 doordringt ons ervan dat God niet buiten al die rampspoed staat. Echter – uiteindelijk overwint Hij. Als het erop aankomt, moet de duivel inpakken en wegwezen!

Daarom kan de dichter ook zeggen:
“Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken!
Om de grootheid van Uw macht veinzen Uw vijanden dat zij zich aan U onderwerpen”[5].
Eigenlijk hebben die vijanden dus helemaal geen zin om Gods oppermacht te erkennen… – maar ja, ze moeten wel.

De componist van de psalm zegt ook:
“Kom en zie Gods daden;
ontzagwekkend is Zijn doen voor de mensenkinderen.
Hij heeft de zee veranderd in het droge;
zij zijn te voet door de rivier gegaan;
daar hebben wij ons in Hem verblijd”[6].
De psalmdichter preludeert in die woorden op Exodus 14: “Hij kwam tussen het ​leger​ van ​Egypte​ en het ​leger​ van Israël. De wolk was duisternis en tegelijk verlichtte hij de nacht. De een kon niet in de nabijheid van de ander komen, heel de nacht. Toen strekte ​Mozes​ zijn hand uit over de zee, en de HEERE liet de zee die hele nacht wegvloeien door een krachtige oostenwind. Hij maakte de zee droog, en het water werd doormidden gespleten. Zo gingen de Israëlieten midden in de zee op het droge. Het water was voor hen aan hun rechter- en linkerhand een muur”[7].
De God van hemel en aarde zorgt voor bevrijding. Bevrijding uit Egypte namelijk.
De God van hemel en aarde zorgt voor een entree in een nieuw vaderland. Kanaän.
Psalm 66 leert het ons: de Heer van hemel en aarde creëert een nieuw begin!

In de afgelopen Kerstdagen dachten we ook aan een nieuw begin: Jezus Christus werd geboren!
Maar wij mogen nog een nieuw begin verwachten. Het moment dat onze Zaligmaker terugkomt op de wolken namelijk.

Wij zitten midden in de feestdagen.
Kerst is net geweest, Oud & Nieuw komt er aan. En we genieten ervan. Lekker eten en veel gezelligheid – dat is heerlijk.
Maar we kunnen niet aan de ellende in onze maatschappij voorbij kijken.
Bijvoorbeeld aan het feit dat een 16-jarig meisje in Rotterdam op klaarlichte dag werd doodgeschoten. Humeyra heette dat meisje. Aan die moord op dinsdag 18 december jongstleden lagen, naar men zegt, relatieproblemen ten grondslag. We leven in een maatschappij waar dat gebeurt[8]. Nee, dat went nooit.

Iemand dichtte:
En in een tijd van jachten en jagen,
kijk je anders tegen de wereld aan,
kunnen mensen elkaar nog wel verdragen,
of moet ieder voor z’n eigen gaan.

Het vieren van kerst, zo zijn mijn gedachten,
moet altijd blijven, in elk gezin,
dit zal het harde in het leven verzachten,
dan krijgt men er weer vertrouwen in[9].

Dat is een mooie gedachte.
Maar de dichter van Psalm 66 ziet het allemaal veel groter. Want de dichter zegt:
“Laat heel de aarde zich voor U neerbuigen en voor U psalmen zingen,
laat zij voor Uw Naam psalmen zingen”[10].
Kijk, dan pas komt er echte vrede.
Laten wij daar maar om bidden. En als wij dat doen, mogen wij weten dat God niet doof is voor onze gebeden. Die ervaring heeft de maker van Psalm 66 ook:
“Voorwaar, God heeft naar mij geluisterd,
Hij heeft acht geslagen op mijn luide ​gebed.
Geloofd zij God, Die mijn ​gebed​ niet heeft afgewezen,
en Zijn goedertierenheid mij niet heeft onthouden”[11].

Jazeker, soms is de nood hoog. De schrijver van Psalm 66 wist daar alles van. En wij weten het ook.
Maar laten wij het blijven beseffen: God werkt door.
En: wie tot God gaat praat nooit tegen dovemansoren!

Noten:
[1] Psalm 66:10, 11 en 12.
[2] Geciteerd van https://www.dirkvangenderen.nl/2016/01/29/als-zilver-in-het-vuur/ ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[3] De gegevens van dat boek zijn: Reinier Sonneveld, “Het vergeten evangelie: het geheim van Jezus verandert alles”. – Amsterdam: Buyten & Schipperheyn Drukkerij en Uitgeversmaatschappij, 2018. – 287 p.
[4] Andries Zoutendijk, “Een rebellengroep rond een baby in een trog” – recensie van het in noot 3 genoemde boek. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 21 december 2018, p. 11.
[5] Psalm 66:3.
[6] Psalm 66:5 en 7.
[7] Exodus 14:20, 21 en 22.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2264148-rouw-op-rotterdamse-school-na-moord-dit-is-ergste-wat-kan-gebeuren.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[9] Dit zijn de strofen 5 en 6 van het gedicht ‘Kerst Gedachte’. Te vinden op https://www.gedichtenstad.nl/kerstgedichten/kerst-gedachte.html ; geraadpleegd op vrijdag 21 december 2018.
[10] Psalm 66:4.
[11] Psalm 66:19 en 20.

14 december 2018

De Here voltooit Zijn werk

Psalm 138 leert ons danken.
Psalm 138 leert ons de majesteit van God te erkennen.
Psalm 138 leert ons op God te vertrouwen.

David, de dichter van deze psalm, wijst erop dat zelfs koningen dat zullen doen:
“Alle koningen van de aarde zullen U loven, HEERE,
wanneer zij de woorden uit Uw mond gehoord hebben.
Zij zullen zingen van de wegen van de HEERE,
want de heerlijkheid van de HEERE is groot”[1].
Dus –
* de koningen zullen hun bewondering laten blijken. De machthebbers van deze wereld erkennen dat de God van hemel en aarde oppermachtig is.
* de koningen zullen God prijzen. Of zij nu willen of niet. Zij kunnen niet om de Heer van de kosmos heen.

Dat laatste komen wij in de Bijbel wel vaker tegen.

Laten wij elkaar wijzen op Zacharia 14.
Daar gaat het over de dag waarop de Here openlijk de heerschappij opeist. Die heerschappij levert Hij ook niet meer in.
Wat gebeurt er?
Alle heidenvolken trekken Jeruzalem binnen.
Het lijkt wel alsof de Heer van hemel en aarde plotseling toch de onderliggende partij is. De huizen worden geplunderd en de vrouwen verkracht.
Wat die heidenvolken niet beseffen, en eigenlijk ook niet willen weten, is dat zij instrumenten van de Here Zelf zijn.
Het oordeel van God over Zijn volk is zwaar om te dragen
Maar als de Heerser van hemel en aarde in eigen Persoon verschijnt, staan de zaken eensklaps heel anders.
Kijkt u maar: “Op die dag zal het geschieden dat het kostbare licht er niet zal zijn, evenmin de dikke duisternis. Maar er zal één dag zijn, die de HEERE bekend zal zijn, geen dag en geen nacht. Het zal geschieden ten tijde van de avond dat het licht blijft. Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen: ’s zomers en ’s winters zal het plaatsvinden. De HEERE zal ​Koning​ worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige”[2].
En:
“Op die dag zal op de bellen van de paarden staan: heilig voor de Heere. En de ​potten​ in het huis van de HEERE zullen zijn als de sprengbekkens voor het ​altaar. Ja, al de ​potten​ in Jeruzalem en in Juda zullen voor de HEERE van de legermachten ​heilig​ zijn, zodat allen die willen ​offeren, zullen komen en ervan nemen om erin te koken. Op die dag zal er geen ​Kanaäniet​ meer zijn in het huis van de HEERE van de legermachten”[3].
Zacharia 14 vertelt ons dus ook: er komt een moment dat alles en iedereen voor de Machthebber van het ganse universum moet buigen.
David beschrijft in Psalm 138 geen gelukkig incident.
Nee, hij blijft blijmoedig op de door God getekende lijn van de heilshistorie!

David eindigt het door hem gecomponeerde kerklied met woorden die een combinatie zijn van een juichkreet en een gebed:
“De HEERE zal Zijn werk voor mij voltooien;
Uw goedertierenheid, HEERE, is voor eeuwig;
laat de werken van Uw handen niet los”[4].
Een uitlegger noteert daarbij: “Bovenstaande boodschap klinkt bekend voor christenen die zichzelf als Gods werk mogen zien (…), in wie Christus een goed werk is begonnen dat Hij op een dag zal afmaken (…). Zij beseffen Gods aandacht voor wie nederig is (…) en de hoogste Koning erkent. Ook bidden zij met de psalmist voor elke regering op deze aarde”[5].

De Here God heeft ons leven, en de gang daarvan, al heel lang voorbereid. Hij weet precies wat Zijn kinderen voor Hem kunnen en moeten doen. Hij geeft hen de gaven ervoor. Hij reikt hen de materialen aan.
Om het met Paulus in Efeziërs 2 te zeggen: “Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[6].

Psalm 138 is een psalm die wonderwel in deze tijd past.

De mensen zeggen: och, je moet toch een beetje hoop houden…
Dat zeggen ze – bijvoorbeeld – tegen iemand die graag zwanger wil worden, maar bij wie dat steeds niet lukt.
Dat zeggen ze – bijvoorbeeld – ook tegen iemand die in een herstelperiode zit na een ernstige beenbreuk: je moet toch een beetje hoop houden op verdere beterschap.
Maar wat als de realiteit anders is?
Wat als er nimmer een zwangerschap komt?
Wat als iemand er, vanwege allerlei handicaps, rekening mee moet houden dat de mobiliteit van vroeger op aarde nooit meer helemaal terug zal komen?
Wat als je blijvend psychisch beschadigd bent door allerlei gebeurtenissen in het verleden? Wat als je dat in jouw leven meedraagt en die gebeurtenissen bijna dagelijks in je herinnering terug komen?
Is de situatie dan hopeloos en ellendig?
Nee. Voor gelovige mensen niet. Zeker niet.
Want God maakt Zijn werk af. David is niet de enige die dat zegt. De apostel Paulus schrijft in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de christenen in Philippi: “Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van ​Jezus​ ​Christus”[7].
En weet u nog wat Maria, de moeder van Jezus, zingt in haar lofzang nadat de geboorte van Jezus is aangekondigd? Zij zingt:
“Mijn ziel maakt de Heere groot,
en mijn geest verheugt zich in God, mijn Zaligmaker,
omdat Hij heeft omgezien naar de nederige staat van Zijn dienares. Want zie, van nu aan zullen alle geslachten mij zalig spreken”[8].
Nou ja…, je moet toch een beetje hoop houden. Zo zeggen de mensen dat.
In de kerk ben je niet de enige die hoop heeft. In de kerk kijk je naar de toekomst, naar de tijd die komt. Nee, niet alleen maar naar de volgende jaren, als de aardse dingen misschien nog wat beter worden. Maar naar de dag van Christus – Zijn speciale dag.
Zijn goedertierenheid is voor eeuwig!
Dat weten we zeker.
Daar brengt niemand ons van af.
Dat praat niemand uit ons hoofd.

En daarom mogen wij ook bidden: Here, maak uw werk maar snel af; want als u uw werk voltooid hebt, komt er een prachtige nieuwe tijd aan!
Dat bidden we niet omdat wij onzeker zijn over het doel van ons leven.
Nee, wij willen graag dat Christus terugkomt – zo snel mogelijk!

Psalm 138 is een psalm voor deze tijd.
Maar Psalm 138 is ten diepste ook een psalm voor alle periodes van de wereldgeschiedenis.
Sinds David hebben ontelbaar veel kinderen die psalm gezongen. Door alle tijden heen. Eeuw in, eeuw uit.
‘De Here zal Zijn werk voltooien’, zong David. Zacharia profeteerde erover. Paulus schreef: God is al sinds mensenheugenis aan het werk. Maria zong: van nu af aan zal de hele wereld over mij spreken. En dat klopt – Maria is de moeder van onze Heiland.

In de kerk kijken we naar de tijd die komt.
Samen met David.
Samen met Zacharia.
Samen met Paulus.
Samen met Maria.
Samen met nog heel veel anderen!

Noten:
[1] Psalm 138:4 en 5.
[2] Zacharia 14:6-9.
[3] Zacharia 14:20 en 21.
[4] Psalm 138:8.
[5] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Psalm 138.
[6] Efeziërs 2:10.
[7] Philippenzen 1:6.
[8] Lucas 1:48.

19 november 2018

Alles is mogelijk bij de Heer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die tijden dat u alles tegelijk wilt doen. Dat kan natuurlijk niet. Maar een beetje meer…, dat zou u toch zo graag willen.
Echter – een mens is fysiek en psychisch eindig.
En dus geldt als algemene regel: als het niet meer kan, houdt het vanzelf op.

Maar hoe zit het dan met dat statement van Jezus in Mattheüs 19: “Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk”?[1] 

Die boodschap is Jezus’ uiteindelijke antwoord op de vraag: hoe kun je het eeuwige leven verkrijgen?

Vlak daarvóór citeert Jezus, in antwoord op en vraag van een niet onbemiddelde jongeman, uit de Tien Geboden. Ook wijst hij op het gebod om de naaste lief te hebben. Dat gebod staat ook in het Oude Testament. In Leviticus 19 namelijk: “U mag geen wraak nemen of een wrok koesteren tegen uw volksgenoten, maar u moet uw naaste ​liefhebben​ als uzelf. Ik ben de HEERE”[2].
In dat kader staat het advies: geef uw bezit maar weg aan de armen. Immers – vrijgevigheid is een belangrijke manier om naastenliefde te laten blijken.
Het is overigens niet zo dat de Here Jezus die rijke jongeman veroordeelt. Zo van: als je niet alles weggeeft, kun je niet in de hemel komen. Jezus geeft wel aan dat overgave aan de Heiland moeilijk is; dat geldt zeker als je gezond en rijk bent.

“Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk”. Dat woord geldt voor die rijke jongeman. Maar het geldt, meer in het algemeen, voor het behoud van heel veel andere mensen.

Het is genoegzaam bekend – als we op eigen kracht de toegang tot de hemel moeten verdienen, dan wordt dat een faliekante mislukking.
Maar de kwestie is niet: hoeveel hebt u gedaan? En ook niet: wat hebt u bijgedragen aan het werk van de kerk? Het is niet zo dat de God van hemel en aarde, bij uw entree in Zijn woonplaats, eerst eens gaat controleren of u tijdens uw aardse leven wel voldoende voor de kerk hebt gedaan. God gaat, om maar een voorbeeld te noemen, niet bekijken of u uw broeders en zusters wel voldoende zorg heeft gegeven. Intrede in het hemelrijk geschiedt, kortom, niet op basis van een Goddelijke rekensom.
Jezus legt de zaak aan Zijn discipelen uit: “Voorwaar, Ik zeg u dat u die Mij gevolgd bent, in de wedergeboorte, als de Zoon des mensen zal zitten op de troon van Zijn heerlijkheid, ook zult zitten op twaalf tronen en de ​twaalf stammen​ van Israël zult oordelen. En al wie ​huizen​ of broers of zusters of vader of moeder of vrouw of ​kinderen​ of akkers zal verlaten hebben omwille van Mijn Naam, die zal honderdvoudig ontvangen en het eeuwige leven beërven”[3].

“Bij de mensen is dat onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk” – op de keper beschouwd is dat dus Evangelie.
Immers – zondige mensen krijgen vergeving.
Mensen waarvan het leven aan elkaar hangt van gebrek en gemis, worden bejegend alsof zij de prachtigste prestatie ter wereld hebben geleverd.
Mensen die uit de bocht vliegen, worden liefdevol bij de vangrail weggehaald.
Mensen die voor de zoveelste keer in de fout gaan, worden niettemin ingeschreven in de burgerlijke stand van de Heer van hemel en aarde.

In ons leven moeten wij de Heiland volgen.
Met vallen en opstaan.
Hoe langer wij Hem volgen, hoe meer deuken en krassen wij oplopen.
Terwijl wij Hem volgen, gaan er heel veel dingen fout. Bijvoorbeeld omdat ons psychische of lichamelijke uithoudingsvermogen tekort schiet.
Maar het belangrijkste is dat wij Hem volgen.
Misschien doen wij dat hijgend.
Misschien doen wij dat treurend.
Misschien doen wij dat zelfs wel huilend.
Welnu – de Heiland zegt: geef de regie van uw leven maar aan Mij; dan zult u het heerlijke einddoel bereiken!

Misschien zeggen wij niettemin wel met een diepe zucht: nou, vooruit dan maar… Vanuit menselijk oogpunt is het wel begrijpelijk dat we, zacht gezegd, niet zoveel Geestdrift tonen. Wie wil er niet zelfredzaam zijn?
Maar laten wij niet vergeten dat Jezus in Mattheüs 5 ook zegt: “Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen…”[4]. Dat woord geldt ook in 2018, te midden van alle drukte en geroezemoes.
We mogen ons verheugen op ons verblijf in de hemel!

Laten wij daarbij noteren dat wij onze gaven vandaag moeten gebruiken. Jazeker, dat moet!
Wij mogen elkaar, in verband daarmee, wijzen op Mattheüs 25: “En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem, en hij zei: ​Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer. En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: ​Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[5].
De gaven die ons gegeven zijn, mogen en moeten we benutten. Maar dat wil niet zeggen dat wij onszelf voorbij moeten rennen. We hebben er niets aan als we onszelf in d’een of and’re bocht van het leven tegenkomen.
Laten we ’t maar onthouden: bij God zijn alle dingen mogelijk, maar bij mensen niet!

Misschien zegt iemand wel: ach, met mij wordt het niks.
Of ook: ik heb in het leven zoveel steken laten vallen…
Of misschien: ik heb lichamelijk en geestelijk misbruik gezien, maar ik heb niet ingegrepen…
Dan geldt dat bekende woord uit 2 Corinthiërs 12: “Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht”[6].
Ja, en ook dan geldt: bij God zijn alle dingen mogelijk!

Noten:
[1] Mattheüs 19:26.
[2] Leviticus 19:18.
[3] Mattheüs 19:28 en 29.
[4] Mattheüs 5:12 a.
[5] Mattheüs 25:20-23.
[6] 2 Corinthiërs 12:9.

12 september 2018

De boodschap van de bloedrivier

Er zijn van die mensen die zichzelf over het algemeen prima kunnen redden; maar als zij dan een forse tegenslag krijgen, roepen zij – soms zomaar in het wilde weg – Gods naam aan. Aldus maken zij van God de uitvoerend directeur van een hemelse EHBO-post: de ultieme eerste hulp bij ongelukken.
Welnu – Gods Woord maakt duidelijk dat onze God niet alleen in actie komt bij noodgevallen.
De Here is er altijd. Hij heeft alles in de hand. De natuur en ja – ook mens en dier.

Dat zien wij bijvoorbeeld in 2 Koningen 3.

Daar komt Joram aan de macht. Joram is de broer van Ahazia[1].
Joram leeft zonder God.
Zijn manieren van doen zijn echter niet zo goddeloos als die van zijn vader en moeder, Achab en Izebel.

Al sinds jaar en dag is Mesa, koning van Moab, een vazal van Israël. Israël heeft de feitelijke macht in Moab, en ontvangt vanuit dat land belasting. Mesa is, behalve regeerder, ook een succesvol schapenfokker. Die belasting wordt daarom in natura betaald.

Vader Achab is overleden.
Nu ziet Mesa zijn kans schoon om onder die belasting uit te komen.
Hij komt in opstand!

Joram moet nu natuurlijk in actie komen.
Hij vraagt daarbij assistentie aan Josafat, koning van het zuidwestelijke buurland Juda.

Afgesproken wordt om gezamenlijk tegen Moab op te trekken via de woestijn van Edom. Moab wordt vanaf de zuidkant binnengevallen. De legers gaan dus een omweg maken[2].

In de woestijn is uiteraard weinig water.
En ja, op een gegeven moment is er gewoon helemaal geen water meer.
Is dat een teken van een naderende nederlaag? Dat vraagt initiatiefnemer Joram zich af.
Josafat geeft het advies een profeet van de Here te raadplegen.

De woordvoerder van God, Elisa, sputtert tegen.
‘Gaat u maar naar de profeten van Baäl’, zegt hij.
Maar dat wil Joram echt niet. Hij wil weten of de Here van zins is Israël en de coalitiegenoten een nederlaag wil laten lijden. Hij laat zich, kortom, niet naar huis sturen.

Welnu – Elisa zal namens de Here het woord voeren.
Maar niet omdat dat van Joram nu zo nodig moet.
Het Woord wordt gesproken omdat Josafat het advies heeft gegeven om Elisa te raadplegen.

Elisa laat een musicus komen. Misschien is het een harpist geweest.
Daardoor raakt Elisa in geestvervoering.
De woordvoerder van God geeft een dienstorder. Er moeten geulen in de droge rivierbedding worden gegraven.
De rivier staat nu nog droog.
Maar de Here zal water geven. En niet door regen of storm. Gewoon vanuit het niets!

En dat is nog maar het begin.
“Hij zal ook ​Moab​ in uw hand geven”, proclameert Elisa in naam van zijn Opdrachtgever[3].

De volgende morgen komt er inderdaad water. Uit de richting van Edom nog wel! Daar is de woestijn. Hoe kan dat? Dat kan omdat de Here wonderen kan doen!

De Moabieten horen natuurlijk dat er een coalitie is gevormd om hun land tot de orde te roepen. Iedereen die maar enigszins strijdbaar is wordt opgeroepen. Het is in Moab mobilisatietijd, zouden we vandaag zeggen.
De troepen verzamelen zich in alle vroegte – ja, voor zonsopgang – bij de grens.

Als het licht is, zien de gemobiliseerde strijders iets heel bijzonders.
In de rivierbedding staat helemaal geen water. Nee, het is bloed! Waar komt dat toch vandaan?

De Moabieten trekken een snelle conclusie.
Joram en Josafat, die gezamenlijk optrokken, hebben vast samen een conflict gehad. Een bloedig conflict. En de conclusie lijkt onontkoombaar: ze hebben elkaar in de pan gehakt!

Maar als dat zo is, zijn zij voor de Moabieten zo ongeveer de makkelijkste prooi die er bestaat.
Zodoende komt al snel het bevel: voorwaarts, mars!

Maar dat bloed in die rivierbedding is helemaal niet van de Israëlieten.
De Here heeft het water in bloed veranderd!

De Moabieten lopen met open ogen in de val.
Israël verslaat Moab met gemak.
Ze trekken het land Moab binnen. Alle waterbronnen worden dichtgemaakt. Alle mooie bomen worden omgehakt. Het land van Moab wordt voorlopig totaal onbewoonbaar.
Nou ja, één stad blijft nog min of meer overeind: Kir-Hareseth.

De koning van Moab, Mesa doet nog een poging om zijn Edomitische ambtgenoot te bereiken.
Maar die poging is tot mislukken gedoemd.
Ten einde raad brengt Mesa een kinderoffer.
Zijn eigen zoon, notabene!

Als de Israëlieten dat horen, trekken zij zich terug.
Opeens is het gevecht afgelopen.
Vanwaar dat plotselinge einde? Israël is zeer verontwaardigd over dat kinderoffer.
Meer precies: de Here draagt er zorg voor dat Zijn kinderen vergramd zijn over dat kinderoffer.
In verband daarmee noteert een exegeet: “De grote verbolgenheid of toorn die daarop volgt, komt van de Heere. De oorzaak ervan is de wraaklust van de Israëlieten die zo groot is dat Mesa tot deze gruweldaad komt. Ze zijn vergeten dat de HEERE hun genade heeft bewezen. Ze nemen op onevenredige wijze wraak en stellen daardoor de God van Zijn volk als een onbarmhartige God voor. Deze valse voorstelling van God kan niet ongestraft blijven. Hoe de toorn tot uiting is gekomen, wordt niet vermeld. Wel is het volk duidelijk geworden dat ze niet langer in Moab moeten blijven en zijn ze teruggekeerd naar hun eigen land”[4].

Het is duidelijk: de Here leidt de strijd.
De God van hemel en aarde heeft de zaak in de hand.
Hij trekt aan de touwtjes.

Het is belangrijk om dat vast te houden.
Wij leven immers in een wereld vol dreiging, nood en onheil.

Een voorbeeld.
De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zorgt ervoor dat in zijn land dat angst en benauwenis regeren.
Koreaspecialist Remco Breuker schreef ergens: “De Noord-Koreaanse dwangarbeiders in het buitenland worden in toom gehouden door een uitgekiende, dagelijkse mix van zelf- en wederzijdse kritieksessies, ideologiesessies, partij-instructies, enzovoort. Deelname is verplicht, er wordt verslag van gelegd, en die verslagen zijn belangrijk voor ieders maatschappelijke status, carrière, opleiding, woonsituatie en zelfs toestemming om te trouwen”[5][6].
Trouwens, wat denkt u van de onheilspellende boodschappen die de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Trump elkaar doen toekomen?
Bij tijd en wijle denk je: waar gaat het naar toe met de wereld?
Gods kinderen mogen weten dat God de wereld regeert.
De wereld is in Zijn hand.
Daarbij geldt: Gods kinderen zijn het instrumentarium in de hand van de hemelse Heer. Namens Hem treden zij in de wereld op. Dat optreden mag soms best hard zijn. Christenen zijn geen zacht aangedraaide types die maar met zich moeten laten sollen.
De soldaten van de militia Christi mogen echter nimmer vergeten dat zij in dienst zijn van de hoogste Machthebber van deze wereld. Daarom mogen die soldaten er nooit onbeheerst en bijna blindelings op los slaan.

In dit verband krijgt een woord uit Spreuken 16 een bijzondere kleur:
“Een geduldig man is beter dan een dappere held,
en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt”[7].

Christenen zijn geen watjes.
Gereformeerden zijn geen softies.

Zij leven en werken in de sfeer van Psalm 75:
“God, de HEER, houdt in zijn hand een kelk vol gemengde wijn.
Goddelozen, groot en klein, drinken, ondanks tegenstand,
deze drank, naar Gods besluit, tot de laatste droesem uit.

Dit vermeld ik in mijn lied, ik zing Jakobs God ter eer.
Trotse hoornen sla ik neer en ik doe hun macht teniet.
Wie zijn heil van God verwacht,
ziet zijn hoorn verhoogd in kracht”[8].

Noten:
[1] Over hem schreef ik in mijn artikel ‘Almacht versus Ahazia’, hier gepubliceerd op dinsdag 11 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/11/almacht-versus-ahazia/ .[2] Zie het kaartje op https://nl.wikipedia.org/wiki/Moabieten#/media/File:Levant_830_nl.svg ; geraadpleegd op zaterdag 25 augustus 2018.
[3] 2 Koningen 3:18 b.
[4] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf , p. 54 en 55 ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[5] Geciteerd van https://www.trouw.nl/home/iedereen-let-op-de-noord-koreaanse-kernwapens-maar-die-zijn-het-ergste-niet~ae7081e9/ ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[6] Zie voor meer informatie over Remco Breuker https://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Breuker ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[7] Spreuken 16:32.
[8] Psalm 75:5 en 6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 augustus 2018

Uw wil doen is mijn lust

Mevrouw Femke Halsema – momenteel burgemeester van de stad Amsterdam – is teleurgesteld over de staat van Nederland. Niet zo lang geleden vroeg een journalist haar: ‘Lukt het u om hoopvol te blijven?’.
Mevrouw Halsema sprak: “Ik ben nooit een naïeve optimist geweest, maar ik geloof dat we, om met Karl Popper te spreken, de morele plicht hebben om optimistisch te zijn. Ik denk niet dat alles zomaar goed komt. Ik heb ook mijn zorgen. Richard Rorty voorspelde in 1998 in een boek al het aantreden van een reactionaire strongman als Donald Trump. Als het zover is, schreef Rorty, dan betekent dat ook dat de vooruitgang die sinds de jaren zestig is geboekt in de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen uitgewist zal worden. En minachting voor vrouwen, dikwijls verpakt als grove grap, zal opnieuw populair worden. Hij heeft gelijk gekregen. Ik zie dat seksisme hier ook”[1].

Deze woorden sprak zij naar aanleiding van haar essay ‘Macht en verbeelding’[2].

Wij hebben de morele plicht om optimistisch te blijven.
Maar dat is wel moeilijk, vindt mevrouw Halsema.
Van de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen is nog geen sprake.
En vrouwen worden geminacht.
Wij zijn verplicht om optimistisch te blijven. Maar ten diepste lijkt dat onmogelijk. Het ten tonele voeren van twee invloedrijke filosofen – Popper en Rorty – doet daar niets aan af. Hieronder zal dat nog wel blijken.

Hoe kun je optimistisch blijven in een wereld waarin veel, heel veel droefenis is?
Psalm 119 leert het ons:
“Ik heb met heel mijn ​hart​ getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen;
wees mij ​genadig​ overeenkomstig Uw ​belofte.
Ik heb mijn wegen overdacht,
en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.
Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld
Uw geboden in acht te nemen”[3].

De dichter kent Gods genade. Daar wil hij graag voor in aanmerking komen. Daar doet hij zijn uiterste best voor!
De dichter heeft onder meer over zichzelf gefilosofeerd. En hij is tot de conclusie gekomen dat God hem een heerlijk kader geeft. Wie binnen die begrenzing blijft heeft een alleszins aangenaam leven.
Nee, teleurstellingen blijven hem dan niet bespaard.
Er zullen ongelukken blijven gebeuren.
Maar zijn kader is duidelijk.
Laten wij een ogenblik op een afstandje naar ons eigen leven kijken.
Er zullen altijd situaties zijn waarover wij geen controle hebben. Misschien zijn er zelfs momenten waarop we onszelf verliezen. Als wij dan later terugkijken, denken we wellicht: heb ik dat gedaan? Of ook: was ik dat?
Als gelovige kinderen van God dat beleven, mogen zij zeggen: we willen met God door het leven wandelen. Zijn Woord geeft de gedragslijn, ook voor vandaag.

Karl Popper – u weet wel: die wijsgeer die hierboven werd genoemd – leerde de mensen dat zij de toekomst in eigen handen hebben. Je moet er, zo zei hij, zelf iets van maken.
Dat klinkt mooi.
Intussen hebben wij te maken met klimaatverandering, met ontbossing, met een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.
De Verenigde Staten zijn, naar verluidt, het rijkste land op aarde. Maar er is daar sprake van een daling van de levensverwachting van mensen aan de onderkant van de samenleving[4].
Richard Rorty – die andere filosoof van hierboven – verkondigde, om zo te zeggen, het evangelie van het pragmatisme.
Wat werkt is waar. Waarheid ligt daar, waar het voor de mens werkt. Als je erin gelooft, komen de oplossingen als vanzelf. Waarheid is eigenlijk een afspraak met de gemeenschap om jou heen. Die waarheid is dus veranderlijk. ‘Net zoals de menselijke duim is geëvolueerd’, zei Rorty zelf[5].
Ondertussen staat de wereld bol van discriminatie. Overal is onbegrip, machtsmisbruik en dwaling aan de orde van de dag.
In die wereld lezen gelovige christenen een stukje van Psalm 119[6].
Dat is een lied waarin:
* de wijsheid van God wordt doorgegeven
* alle eer aan God wordt gegeven
* met veel aandrang tot God wordt gebeden
* de dichter een persoonlijk lied voor God zingt.

Mensen van 2018 leven fragmentarisch. Een stukje vriendelijkheid, een beetje vrolijkheid, een brokje invoelingsvermogen, een snipper aanpassingsvermogen – dan kom je er wel.
De dichter van Psalm 119 leert ons dat af.
Hij zoekt met heel zijn hart Gods vriendelijkheid, Gods goedertierenheid en Gods genade. Bij alle dingen die hij doet, speelt dat alles mee.
Het gaat hem er niet om zelf de toekomst in handen te hebben. Het gaat hem er niet om vriendjes met iedereen te blijven.
Het gaat hem om de eer van God.
Dat is een goede les voor vandaag. Altijd weer moeten wij het goede concentratiepunt van ons leven kiezen!

De dichter van Psalm 119 maakt er wel werk van!
Hij componeert de langste psalm die in de Bijbel staat.
Hij kijkt eens goed om zich heen. Hij ziet hoe de wereld in elkaar zit. En hij begrijpt dat je altijd weer bij Gods wet uitkomt. Daarin ligt het kader van de toekomst vast.
En daarom draait de dichter niet in concentrische cirkels om de waarheid heen. Hij wil leven met God, en wel nu.
Zo stelt de psalmist ook ons, vandaag, voor de keuze.

Laten wij nog eenmaal naar mevrouw Halsema luisteren.
“Ik denk dat steeds meer mensen genoeg hebben van ondergangsretoriek”, formuleerde zij.
Ach, zou iemand – in welke periode van de wereldgeschiedenis dan ook – behoefte hebben aan een verhaal over de instorting der maatschappij? De vraag stellen is haar beantwoorden.
Laten wij het onderwijs van de psalmschrijver maar ter harte nemen:
“Wat Gij beloofd hebt, is in eeuwigheid
mij tot een deel en erfenis gegeven
waarin mijn ziel zich dag aan dag verblijdt.
Uw wet, o HEER, staat in mijn hart geschreven,
uw wil doen is mijn lust te allen tijd,
U te beminnen is geheel mijn leven”[7].

Zo blijft de weg naar de toekomst begaanbaar!

Noten:
[1] “Pleidooi voor de terugkeer van hoop en idealisme”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 6 april 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dat geschrift zijn: Femke Halsema, “Macht en verbeelding” – essay bij De Maand van de Filosofie, 2018. – Rotterdam: Lemniscaat, 2018. – 71 p.
[3] Psalm 119:58, 59 en 60.
[4] Zie https://www.rtlnieuws.nl/economie/column/hans-stegeman/niets-optimisme-ongeduldig-moeten-we-zijn ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[5] Zie https://www.volkskrant.nl/wetenschap/rorty-filosoof-van-het-pragmatisme~b276e621/ ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar op Psalm 119.
[7] Psalm 119:42 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

17 augustus 2018

’t Wonder van Zijn gaven

“Geef ons heden ons dagelijks brood.
Dat wil zeggen: Wil ons zó verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben, dat wij daardoor erkennen dat U de enige oorsprong van al het goede bent en dat onze zorg en inspanning en ook uw gaven ons niet baten zonder uw zegen. Leer ons daardoor ook ons vertrouwen niet langer op enig schepsel, maar op U alleen te stellen”.

Voor Gereformeerden in Nederland zijn dit bekende woorden uit de Heidelbergse Catechismus[1].
Misschien zijn ze zelfs zo bekend dat ze enigszins langs ons heen gaan.

Als het over deze woorden gaat, nodigt de Catechismus ons met nadruk en van harte uit om om ons heen te kijken.
Er is geen enkel schepsel te vertrouwen, suggereert dat oude leerboekje. Kijk maar ês rond in Gods wereld, lijken de schrijvers te zeggen. En dan zult u ’t zien: onbetrouwbaarheid is het overheersende kenmerk van de natuur en de cultuur op deze aarde.

Laten wij de wereld van vandaag een ogenblik bezien.

Dan zien we de grote droogte en de warmte in ons land.
Op donderdag 2 augustus jongstleden meldde de NOS: “Sinds vanmiddag hebben we in Nederland officieel te maken met ‘feitelijke watertekorten’, heeft de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling gezegd. De natuur en de waterkwaliteit staan nu door de droogte onder druk, want we zijn vandaag overgegaan naar de zogenoemde fase 2 uit het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte. Maar wat betekent dat?
(…)
Bij fase 2, waar we nu in zitten, wordt het wat spannender. Dan is er ‘sprake van een feitelijk watertekort’, staat in het draaiboek. Landelijk gezien moeten er nu keuzes worden gemaakt over de waterverdeling tussen sectoren als scheepvaart, landbouw, natuur, industrie, waterrecreatie en binnenvisserij. De drinkwatervoorziening loopt nog geen gevaar.
Bij fase 3 is er ‘sprake van een (dreigende) landelijke crisis’. Dit gebeurt eens in de 10 á 20 jaar, in 1976 en 2003 bijvoorbeeld. Dan moeten ‘uitzonderlijke maatregelen worden getroffen’”[2].

In de wereld zien we – bijvoorbeeld – de onrust en de armoede in Zimbabwe. Vanwege de recente verkiezingen; daarin zou gefraudeerd zijn. Vanwege de armoede waaronder het land al jaren kreunt[3].

En dan hebben we het nog niet gehad over ons eigen leven.
Er kan zoveel spanning zijn. Door tegenvallers en teleurstellingen. Door onbegrip en onvrede. Door de manier waarop mensen elkaar soms misbruiken.
Er zijn massa’s mensen die daar lichamelijk en geestelijk last van hebben.

Die drie dingen hierboven
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe
* moeilijkheden en verdriet in ons eigen leven
maken volkomen duidelijk dat we verzorging nodig hebben. Verzorging, door God Zelf. Als de schepping zelfverzorgend moet zijn, is een roemloos einde nabij!

Gelet op het bovenstaande wil ik vandaag wijzen op woorden uit Jacobus 1: “Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”[4].

Een goede gave en een volmaakt geschenk: iets anders kan God niet geven.
Wij moeten, als het over die gave en dat geschenk gaat, niet blijven staan bij aardse dingen. Want een paar verzen daarvóór schrijft Jacobus: “Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de ​kroon​ van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem ​liefhebben”[5]. Dat betekent: wie – ondanks alle moeilijkheden in het leven – standvastig blijft geloven, zal zien dat God Zich aan Zijn beloften houdt.
We moeten die goede gave en dat volmaakte geschenk vooral niet uit het tekstverband halen!

De kroon van het leven: bij de Grieken is dat de krans die de overwinnaar ontvangt.
In de Bijbel wordt daar wel vaker over geschreven.
Paulus noteert in 2 Timotheüs 4: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de ​rechtvaardigheid​ die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad”[6].
In 1 Petrus 5 staat: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[7].
In Openbaring 2 moet Johannes aan de gemeente in Smyrna – het huidige Izmir in Turkije – schrijven: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[8].

Wat leren wij hieruit?
God leert ons om over de ellende van de wereld heen te kijken.
Er is meer dan droogte.
Er is meer dan Zimbabwe.
Er is meer dan de moeilijkheden in ons persoonlijke bestaan.
Verkijk u er niet op!
Maar richt u op God!

Jacobus heeft het over de Vader der lichten.
Dat betekent: Hij is de Schepper van zon, maan en sterren – ja, van heel het firmament.
Oftewel: het hemelgewelf is Zijn creatie.
En Hij is nog altijd druk bezig met het onderhoud en de verzorging van het geschapene.
De dichter van Psalm 104 zegt daarover:
“Zij allen wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem”[9].
Dat verandert niet zomaar.
De Here voert, onderweg naar de toekomst, Zijn plan uit!

De kern van dat plan is: redding voor wie geloven.
Vergeving van de zonden die ons op deze aarde zoveel parten kunnen spelen.
Eeuwig leven voor wie gelooft in de beloften die God gegeven heeft.
Dat betekent: een nieuw begin.
Dat betekent: re-creatie, wedergeboorte.

Kinderen van God zijn in zeker opzicht eerstelingen onder zijn schepselen.
Een uitlegger noteert daarover: “Zoals Jezus Christus de Eersteling is van de ontslapenen (…) en de Heilige Geest de Eersteling onder Gods gaven, zo vormt de gemeente van Christus het begin van de grote oogst, de nieuwe schepping”.
Kortom: het begin is er.
En dat is veelbelovend!
Met het oog op de toekomst mogen wij blijven bidden: geef ons heden ons dagelijks brood.

Het staat met grote koppen in de krant:
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe.
En als we dat allemaal gehad hebben, zijn er ook nog de moeilijkheden en het verdriet in ons eigen leven.
Wat kunnen we het druk hebben met al die dingen om ons heen.

Maar we mogen het blijven zeggen: het begin is er; ja, dat is veelbelovend!

Laten wij daarom de lof van Psalm 107 maar overnemen:
“Loof nu de HEER verblijd
om ’t wonder van zijn gaven,
die brood in nood bereidt,
de dorstigen wil laven”[10].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 50, antwoord 125.
[2] https://nos.nl/artikel/2244323-een-watertekort-in-nederland-dit-betekent-het.html ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Zimbabwe ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[4] Jacobus 1:17 en 18.
[5] Jacobus 1:12.
[6] 2 Timotheüs 4:8.
[7] 1 Petrus 5:4.
[8] Openbaring 2:10.
[9] Psalm 104:27-30.
[10] Psalm 107:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.