gereformeerd leven in nederland

12 september 2018

De boodschap van de bloedrivier

Er zijn van die mensen die zichzelf over het algemeen prima kunnen redden; maar als zij dan een forse tegenslag krijgen, roepen zij – soms zomaar in het wilde weg – Gods naam aan. Aldus maken zij van God de uitvoerend directeur van een hemelse EHBO-post: de ultieme eerste hulp bij ongelukken.
Welnu – Gods Woord maakt duidelijk dat onze God niet alleen in actie komt bij noodgevallen.
De Here is er altijd. Hij heeft alles in de hand. De natuur en ja – ook mens en dier.

Dat zien wij bijvoorbeeld in 2 Koningen 3.

Daar komt Joram aan de macht. Joram is de broer van Ahazia[1].
Joram leeft zonder God.
Zijn manieren van doen zijn echter niet zo goddeloos als die van zijn vader en moeder, Achab en Izebel.

Al sinds jaar en dag is Mesa, koning van Moab, een vazal van Israël. Israël heeft de feitelijke macht in Moab, en ontvangt vanuit dat land belasting. Mesa is, behalve regeerder, ook een succesvol schapenfokker. Die belasting wordt daarom in natura betaald.

Vader Achab is overleden.
Nu ziet Mesa zijn kans schoon om onder die belasting uit te komen.
Hij komt in opstand!

Joram moet nu natuurlijk in actie komen.
Hij vraagt daarbij assistentie aan Josafat, koning van het zuidwestelijke buurland Juda.

Afgesproken wordt om gezamenlijk tegen Moab op te trekken via de woestijn van Edom. Moab wordt vanaf de zuidkant binnengevallen. De legers gaan dus een omweg maken[2].

In de woestijn is uiteraard weinig water.
En ja, op een gegeven moment is er gewoon helemaal geen water meer.
Is dat een teken van een naderende nederlaag? Dat vraagt initiatiefnemer Joram zich af.
Josafat geeft het advies een profeet van de Here te raadplegen.

De woordvoerder van God, Elisa, sputtert tegen.
‘Gaat u maar naar de profeten van Baäl’, zegt hij.
Maar dat wil Joram echt niet. Hij wil weten of de Here van zins is Israël en de coalitiegenoten een nederlaag wil laten lijden. Hij laat zich, kortom, niet naar huis sturen.

Welnu – Elisa zal namens de Here het woord voeren.
Maar niet omdat dat van Joram nu zo nodig moet.
Het Woord wordt gesproken omdat Josafat het advies heeft gegeven om Elisa te raadplegen.

Elisa laat een musicus komen. Misschien is het een harpist geweest.
Daardoor raakt Elisa in geestvervoering.
De woordvoerder van God geeft een dienstorder. Er moeten geulen in de droge rivierbedding worden gegraven.
De rivier staat nu nog droog.
Maar de Here zal water geven. En niet door regen of storm. Gewoon vanuit het niets!

En dat is nog maar het begin.
“Hij zal ook ​Moab​ in uw hand geven”, proclameert Elisa in naam van zijn Opdrachtgever[3].

De volgende morgen komt er inderdaad water. Uit de richting van Edom nog wel! Daar is de woestijn. Hoe kan dat? Dat kan omdat de Here wonderen kan doen!

De Moabieten horen natuurlijk dat er een coalitie is gevormd om hun land tot de orde te roepen. Iedereen die maar enigszins strijdbaar is wordt opgeroepen. Het is in Moab mobilisatietijd, zouden we vandaag zeggen.
De troepen verzamelen zich in alle vroegte – ja, voor zonsopgang – bij de grens.

Als het licht is, zien de gemobiliseerde strijders iets heel bijzonders.
In de rivierbedding staat helemaal geen water. Nee, het is bloed! Waar komt dat toch vandaan?

De Moabieten trekken een snelle conclusie.
Joram en Josafat, die gezamenlijk optrokken, hebben vast samen een conflict gehad. Een bloedig conflict. En de conclusie lijkt onontkoombaar: ze hebben elkaar in de pan gehakt!

Maar als dat zo is, zijn zij voor de Moabieten zo ongeveer de makkelijkste prooi die er bestaat.
Zodoende komt al snel het bevel: voorwaarts, mars!

Maar dat bloed in die rivierbedding is helemaal niet van de Israëlieten.
De Here heeft het water in bloed veranderd!

De Moabieten lopen met open ogen in de val.
Israël verslaat Moab met gemak.
Ze trekken het land Moab binnen. Alle waterbronnen worden dichtgemaakt. Alle mooie bomen worden omgehakt. Het land van Moab wordt voorlopig totaal onbewoonbaar.
Nou ja, één stad blijft nog min of meer overeind: Kir-Hareseth.

De koning van Moab, Mesa doet nog een poging om zijn Edomitische ambtgenoot te bereiken.
Maar die poging is tot mislukken gedoemd.
Ten einde raad brengt Mesa een kinderoffer.
Zijn eigen zoon, notabene!

Als de Israëlieten dat horen, trekken zij zich terug.
Opeens is het gevecht afgelopen.
Vanwaar dat plotselinge einde? Israël is zeer verontwaardigd over dat kinderoffer.
Meer precies: de Here draagt er zorg voor dat Zijn kinderen vergramd zijn over dat kinderoffer.
In verband daarmee noteert een exegeet: “De grote verbolgenheid of toorn die daarop volgt, komt van de Heere. De oorzaak ervan is de wraaklust van de Israëlieten die zo groot is dat Mesa tot deze gruweldaad komt. Ze zijn vergeten dat de HEERE hun genade heeft bewezen. Ze nemen op onevenredige wijze wraak en stellen daardoor de God van Zijn volk als een onbarmhartige God voor. Deze valse voorstelling van God kan niet ongestraft blijven. Hoe de toorn tot uiting is gekomen, wordt niet vermeld. Wel is het volk duidelijk geworden dat ze niet langer in Moab moeten blijven en zijn ze teruggekeerd naar hun eigen land”[4].

Het is duidelijk: de Here leidt de strijd.
De God van hemel en aarde heeft de zaak in de hand.
Hij trekt aan de touwtjes.

Het is belangrijk om dat vast te houden.
Wij leven immers in een wereld vol dreiging, nood en onheil.

Een voorbeeld.
De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zorgt ervoor dat in zijn land dat angst en benauwenis regeren.
Koreaspecialist Remco Breuker schreef ergens: “De Noord-Koreaanse dwangarbeiders in het buitenland worden in toom gehouden door een uitgekiende, dagelijkse mix van zelf- en wederzijdse kritieksessies, ideologiesessies, partij-instructies, enzovoort. Deelname is verplicht, er wordt verslag van gelegd, en die verslagen zijn belangrijk voor ieders maatschappelijke status, carrière, opleiding, woonsituatie en zelfs toestemming om te trouwen”[5][6].
Trouwens, wat denkt u van de onheilspellende boodschappen die de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un en de Amerikaanse president Trump elkaar doen toekomen?
Bij tijd en wijle denk je: waar gaat het naar toe met de wereld?
Gods kinderen mogen weten dat God de wereld regeert.
De wereld is in Zijn hand.
Daarbij geldt: Gods kinderen zijn het instrumentarium in de hand van de hemelse Heer. Namens Hem treden zij in de wereld op. Dat optreden mag soms best hard zijn. Christenen zijn geen zacht aangedraaide types die maar met zich moeten laten sollen.
De soldaten van de militia Christi mogen echter nimmer vergeten dat zij in dienst zijn van de hoogste Machthebber van deze wereld. Daarom mogen die soldaten er nooit onbeheerst en bijna blindelings op los slaan.

In dit verband krijgt een woord uit Spreuken 16 een bijzondere kleur:
“Een geduldig man is beter dan een dappere held,
en wie zijn geest beheerst, is beter dan wie een stad inneemt”[7].

Christenen zijn geen watjes.
Gereformeerden zijn geen softies.

Zij leven en werken in de sfeer van Psalm 75:
“God, de HEER, houdt in zijn hand een kelk vol gemengde wijn.
Goddelozen, groot en klein, drinken, ondanks tegenstand,
deze drank, naar Gods besluit, tot de laatste droesem uit.

Dit vermeld ik in mijn lied, ik zing Jakobs God ter eer.
Trotse hoornen sla ik neer en ik doe hun macht teniet.
Wie zijn heil van God verwacht,
ziet zijn hoorn verhoogd in kracht”[8].

Noten:
[1] Over hem schreef ik in mijn artikel ‘Almacht versus Ahazia’, hier gepubliceerd op dinsdag 11 september 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/09/11/almacht-versus-ahazia/ .[2] Zie het kaartje op https://nl.wikipedia.org/wiki/Moabieten#/media/File:Levant_830_nl.svg ; geraadpleegd op zaterdag 25 augustus 2018.
[3] 2 Koningen 3:18 b.
[4] Geciteerd van http://www.oudesporen.nl/Download/OS1848.pdf , p. 54 en 55 ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[5] Geciteerd van https://www.trouw.nl/home/iedereen-let-op-de-noord-koreaanse-kernwapens-maar-die-zijn-het-ergste-niet~ae7081e9/ ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[6] Zie voor meer informatie over Remco Breuker https://nl.wikipedia.org/wiki/Remco_Breuker ; geraadpleegd op maandag 27 augustus 2018.
[7] Spreuken 16:32.
[8] Psalm 75:5 en 6; berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

22 augustus 2018

Uw wil doen is mijn lust

Mevrouw Femke Halsema – momenteel burgemeester van de stad Amsterdam – is teleurgesteld over de staat van Nederland. Niet zo lang geleden vroeg een journalist haar: ‘Lukt het u om hoopvol te blijven?’.
Mevrouw Halsema sprak: “Ik ben nooit een naïeve optimist geweest, maar ik geloof dat we, om met Karl Popper te spreken, de morele plicht hebben om optimistisch te zijn. Ik denk niet dat alles zomaar goed komt. Ik heb ook mijn zorgen. Richard Rorty voorspelde in 1998 in een boek al het aantreden van een reactionaire strongman als Donald Trump. Als het zover is, schreef Rorty, dan betekent dat ook dat de vooruitgang die sinds de jaren zestig is geboekt in de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen uitgewist zal worden. En minachting voor vrouwen, dikwijls verpakt als grove grap, zal opnieuw populair worden. Hij heeft gelijk gekregen. Ik zie dat seksisme hier ook”[1].

Deze woorden sprak zij naar aanleiding van haar essay ‘Macht en verbeelding’[2].

Wij hebben de morele plicht om optimistisch te blijven.
Maar dat is wel moeilijk, vindt mevrouw Halsema.
Van de gelijkwaardige behandeling van zwarten en homoseksuelen is nog geen sprake.
En vrouwen worden geminacht.
Wij zijn verplicht om optimistisch te blijven. Maar ten diepste lijkt dat onmogelijk. Het ten tonele voeren van twee invloedrijke filosofen – Popper en Rorty – doet daar niets aan af. Hieronder zal dat nog wel blijken.

Hoe kun je optimistisch blijven in een wereld waarin veel, heel veel droefenis is?
Psalm 119 leert het ons:
“Ik heb met heel mijn ​hart​ getracht Uw aangezicht gunstig te stemmen;
wees mij ​genadig​ overeenkomstig Uw ​belofte.
Ik heb mijn wegen overdacht,
en mijn voeten gekeerd naar Uw getuigenissen.
Ik heb mij gehaast en niet geaarzeld
Uw geboden in acht te nemen”[3].

De dichter kent Gods genade. Daar wil hij graag voor in aanmerking komen. Daar doet hij zijn uiterste best voor!
De dichter heeft onder meer over zichzelf gefilosofeerd. En hij is tot de conclusie gekomen dat God hem een heerlijk kader geeft. Wie binnen die begrenzing blijft heeft een alleszins aangenaam leven.
Nee, teleurstellingen blijven hem dan niet bespaard.
Er zullen ongelukken blijven gebeuren.
Maar zijn kader is duidelijk.
Laten wij een ogenblik op een afstandje naar ons eigen leven kijken.
Er zullen altijd situaties zijn waarover wij geen controle hebben. Misschien zijn er zelfs momenten waarop we onszelf verliezen. Als wij dan later terugkijken, denken we wellicht: heb ik dat gedaan? Of ook: was ik dat?
Als gelovige kinderen van God dat beleven, mogen zij zeggen: we willen met God door het leven wandelen. Zijn Woord geeft de gedragslijn, ook voor vandaag.

Karl Popper – u weet wel: die wijsgeer die hierboven werd genoemd – leerde de mensen dat zij de toekomst in eigen handen hebben. Je moet er, zo zei hij, zelf iets van maken.
Dat klinkt mooi.
Intussen hebben wij te maken met klimaatverandering, met ontbossing, met een steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk.
De Verenigde Staten zijn, naar verluidt, het rijkste land op aarde. Maar er is daar sprake van een daling van de levensverwachting van mensen aan de onderkant van de samenleving[4].
Richard Rorty – die andere filosoof van hierboven – verkondigde, om zo te zeggen, het evangelie van het pragmatisme.
Wat werkt is waar. Waarheid ligt daar, waar het voor de mens werkt. Als je erin gelooft, komen de oplossingen als vanzelf. Waarheid is eigenlijk een afspraak met de gemeenschap om jou heen. Die waarheid is dus veranderlijk. ‘Net zoals de menselijke duim is geëvolueerd’, zei Rorty zelf[5].
Ondertussen staat de wereld bol van discriminatie. Overal is onbegrip, machtsmisbruik en dwaling aan de orde van de dag.
In die wereld lezen gelovige christenen een stukje van Psalm 119[6].
Dat is een lied waarin:
* de wijsheid van God wordt doorgegeven
* alle eer aan God wordt gegeven
* met veel aandrang tot God wordt gebeden
* de dichter een persoonlijk lied voor God zingt.

Mensen van 2018 leven fragmentarisch. Een stukje vriendelijkheid, een beetje vrolijkheid, een brokje invoelingsvermogen, een snipper aanpassingsvermogen – dan kom je er wel.
De dichter van Psalm 119 leert ons dat af.
Hij zoekt met heel zijn hart Gods vriendelijkheid, Gods goedertierenheid en Gods genade. Bij alle dingen die hij doet, speelt dat alles mee.
Het gaat hem er niet om zelf de toekomst in handen te hebben. Het gaat hem er niet om vriendjes met iedereen te blijven.
Het gaat hem om de eer van God.
Dat is een goede les voor vandaag. Altijd weer moeten wij het goede concentratiepunt van ons leven kiezen!

De dichter van Psalm 119 maakt er wel werk van!
Hij componeert de langste psalm die in de Bijbel staat.
Hij kijkt eens goed om zich heen. Hij ziet hoe de wereld in elkaar zit. En hij begrijpt dat je altijd weer bij Gods wet uitkomt. Daarin ligt het kader van de toekomst vast.
En daarom draait de dichter niet in concentrische cirkels om de waarheid heen. Hij wil leven met God, en wel nu.
Zo stelt de psalmist ook ons, vandaag, voor de keuze.

Laten wij nog eenmaal naar mevrouw Halsema luisteren.
“Ik denk dat steeds meer mensen genoeg hebben van ondergangsretoriek”, formuleerde zij.
Ach, zou iemand – in welke periode van de wereldgeschiedenis dan ook – behoefte hebben aan een verhaal over de instorting der maatschappij? De vraag stellen is haar beantwoorden.
Laten wij het onderwijs van de psalmschrijver maar ter harte nemen:
“Wat Gij beloofd hebt, is in eeuwigheid
mij tot een deel en erfenis gegeven
waarin mijn ziel zich dag aan dag verblijdt.
Uw wet, o HEER, staat in mijn hart geschreven,
uw wil doen is mijn lust te allen tijd,
U te beminnen is geheel mijn leven”[7].

Zo blijft de weg naar de toekomst begaanbaar!

Noten:
[1] “Pleidooi voor de terugkeer van hoop en idealisme”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 6 april 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dat geschrift zijn: Femke Halsema, “Macht en verbeelding” – essay bij De Maand van de Filosofie, 2018. – Rotterdam: Lemniscaat, 2018. – 71 p.
[3] Psalm 119:58, 59 en 60.
[4] Zie https://www.rtlnieuws.nl/economie/column/hans-stegeman/niets-optimisme-ongeduldig-moeten-we-zijn ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[5] Zie https://www.volkskrant.nl/wetenschap/rorty-filosoof-van-het-pragmatisme~b276e621/ ; geraadpleegd op woensdag 8 augustus 2018.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar op Psalm 119.
[7] Psalm 119:42 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

17 augustus 2018

’t Wonder van Zijn gaven

“Geef ons heden ons dagelijks brood.
Dat wil zeggen: Wil ons zó verzorgen met alles wat wij voor ons lichaam nodig hebben, dat wij daardoor erkennen dat U de enige oorsprong van al het goede bent en dat onze zorg en inspanning en ook uw gaven ons niet baten zonder uw zegen. Leer ons daardoor ook ons vertrouwen niet langer op enig schepsel, maar op U alleen te stellen”.

Voor Gereformeerden in Nederland zijn dit bekende woorden uit de Heidelbergse Catechismus[1].
Misschien zijn ze zelfs zo bekend dat ze enigszins langs ons heen gaan.

Als het over deze woorden gaat, nodigt de Catechismus ons met nadruk en van harte uit om om ons heen te kijken.
Er is geen enkel schepsel te vertrouwen, suggereert dat oude leerboekje. Kijk maar ês rond in Gods wereld, lijken de schrijvers te zeggen. En dan zult u ’t zien: onbetrouwbaarheid is het overheersende kenmerk van de natuur en de cultuur op deze aarde.

Laten wij de wereld van vandaag een ogenblik bezien.

Dan zien we de grote droogte en de warmte in ons land.
Op donderdag 2 augustus jongstleden meldde de NOS: “Sinds vanmiddag hebben we in Nederland officieel te maken met ‘feitelijke watertekorten’, heeft de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling gezegd. De natuur en de waterkwaliteit staan nu door de droogte onder druk, want we zijn vandaag overgegaan naar de zogenoemde fase 2 uit het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte. Maar wat betekent dat?
(…)
Bij fase 2, waar we nu in zitten, wordt het wat spannender. Dan is er ‘sprake van een feitelijk watertekort’, staat in het draaiboek. Landelijk gezien moeten er nu keuzes worden gemaakt over de waterverdeling tussen sectoren als scheepvaart, landbouw, natuur, industrie, waterrecreatie en binnenvisserij. De drinkwatervoorziening loopt nog geen gevaar.
Bij fase 3 is er ‘sprake van een (dreigende) landelijke crisis’. Dit gebeurt eens in de 10 á 20 jaar, in 1976 en 2003 bijvoorbeeld. Dan moeten ‘uitzonderlijke maatregelen worden getroffen’”[2].

In de wereld zien we – bijvoorbeeld – de onrust en de armoede in Zimbabwe. Vanwege de recente verkiezingen; daarin zou gefraudeerd zijn. Vanwege de armoede waaronder het land al jaren kreunt[3].

En dan hebben we het nog niet gehad over ons eigen leven.
Er kan zoveel spanning zijn. Door tegenvallers en teleurstellingen. Door onbegrip en onvrede. Door de manier waarop mensen elkaar soms misbruiken.
Er zijn massa’s mensen die daar lichamelijk en geestelijk last van hebben.

Die drie dingen hierboven
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe
* moeilijkheden en verdriet in ons eigen leven
maken volkomen duidelijk dat we verzorging nodig hebben. Verzorging, door God Zelf. Als de schepping zelfverzorgend moet zijn, is een roemloos einde nabij!

Gelet op het bovenstaande wil ik vandaag wijzen op woorden uit Jacobus 1: “Elke goede gave en elk volmaakt geschenk is van boven en daalt neer van de Vader der lichten, bij Wie er geen verandering is, of schaduw van omkeer. Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn”[4].

Een goede gave en een volmaakt geschenk: iets anders kan God niet geven.
Wij moeten, als het over die gave en dat geschenk gaat, niet blijven staan bij aardse dingen. Want een paar verzen daarvóór schrijft Jacobus: “Zalig is de man die verzoeking verdraagt, want als hij beproefd gebleken is, zal hij de ​kroon​ van het leven ontvangen, die de Heere beloofd heeft aan hen die Hem ​liefhebben”[5]. Dat betekent: wie – ondanks alle moeilijkheden in het leven – standvastig blijft geloven, zal zien dat God Zich aan Zijn beloften houdt.
We moeten die goede gave en dat volmaakte geschenk vooral niet uit het tekstverband halen!

De kroon van het leven: bij de Grieken is dat de krans die de overwinnaar ontvangt.
In de Bijbel wordt daar wel vaker over geschreven.
Paulus noteert in 2 Timotheüs 4: “Ik heb de goede strijd gestreden. Ik heb de loop tot een einde gebracht. Ik heb het geloof behouden. Verder is voor mij weggelegd de krans van de ​rechtvaardigheid​ die de Heere, de rechtvaardige Rechter, mij op die dag geven zal. En niet alleen mij, maar ook allen die Zijn verschijning hebben liefgehad”[6].
In 1 Petrus 5 staat: “En als de Opperherder verschijnt, zult u de onverwelkbare krans van de heerlijkheid verkrijgen”[7].
In Openbaring 2 moet Johannes aan de gemeente in Smyrna – het huidige Izmir in Turkije – schrijven: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”[8].

Wat leren wij hieruit?
God leert ons om over de ellende van de wereld heen te kijken.
Er is meer dan droogte.
Er is meer dan Zimbabwe.
Er is meer dan de moeilijkheden in ons persoonlijke bestaan.
Verkijk u er niet op!
Maar richt u op God!

Jacobus heeft het over de Vader der lichten.
Dat betekent: Hij is de Schepper van zon, maan en sterren – ja, van heel het firmament.
Oftewel: het hemelgewelf is Zijn creatie.
En Hij is nog altijd druk bezig met het onderhoud en de verzorging van het geschapene.
De dichter van Psalm 104 zegt daarover:
“Zij allen wachten op U,
dat U hun voedsel geeft op zijn tijd.
Geeft U het hun, zij verzamelen het,
doet U Uw hand open, zij worden met het goede verzadigd.
Verbergt U Uw aangezicht, zij worden door schrik overmand,
neemt U hun adem weg, zij geven de geest
en keren terug tot hun stof.
Zendt U Uw Geest uit, dan worden zij geschapen
en vernieuwt U het gelaat van de aardbodem”[9].
Dat verandert niet zomaar.
De Here voert, onderweg naar de toekomst, Zijn plan uit!

De kern van dat plan is: redding voor wie geloven.
Vergeving van de zonden die ons op deze aarde zoveel parten kunnen spelen.
Eeuwig leven voor wie gelooft in de beloften die God gegeven heeft.
Dat betekent: een nieuw begin.
Dat betekent: re-creatie, wedergeboorte.

Kinderen van God zijn in zeker opzicht eerstelingen onder zijn schepselen.
Een uitlegger noteert daarover: “Zoals Jezus Christus de Eersteling is van de ontslapenen (…) en de Heilige Geest de Eersteling onder Gods gaven, zo vormt de gemeente van Christus het begin van de grote oogst, de nieuwe schepping”.
Kortom: het begin is er.
En dat is veelbelovend!
Met het oog op de toekomst mogen wij blijven bidden: geef ons heden ons dagelijks brood.

Het staat met grote koppen in de krant:
* droogte in Nederland
* misstanden in Zimbabwe.
En als we dat allemaal gehad hebben, zijn er ook nog de moeilijkheden en het verdriet in ons eigen leven.
Wat kunnen we het druk hebben met al die dingen om ons heen.

Maar we mogen het blijven zeggen: het begin is er; ja, dat is veelbelovend!

Laten wij daarom de lof van Psalm 107 maar overnemen:
“Loof nu de HEER verblijd
om ’t wonder van zijn gaven,
die brood in nood bereidt,
de dorstigen wil laven”[10].

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 50, antwoord 125.
[2] https://nos.nl/artikel/2244323-een-watertekort-in-nederland-dit-betekent-het.html ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://nl.wikipedia.org/wiki/Zimbabwe ; geraadpleegd op vrijdag 3 augustus 2018.
[4] Jacobus 1:17 en 18.
[5] Jacobus 1:12.
[6] 2 Timotheüs 4:8.
[7] 1 Petrus 5:4.
[8] Openbaring 2:10.
[9] Psalm 104:27-30.
[10] Psalm 107:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

15 augustus 2018

Vol vertrouwen in een onvoorspelbare wereld

Er zijn aardig wat mensen die vinden dat het leven een uitdaging moet zijn. Je moet je grenzen verleggen. Zo blijft het leven een avontuur.

Twee filosofen, Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman, publiceerden niet zo lang geleden echter een boek met de titel ‘Avonturen bestaan niet’[1].

Hieronder zet ik vijf citaten uit een vraaggesprek dat het Nederlands Dagblad met de auteurs van dat boek had.

1.
“In zekere zin is onze verslaving aan avonturen (…) een mechanisme waarmee we ontkennen hoe onvoorspelbaar de wereld eigenlijk is”.
2.
“Kennelijk kunnen wij het dus niet laten problemen in een avontuurlijker toonsoort te formuleren. We zijn er erg goed in om dingen heel bombastisch te laten klinken”.
3.
“Betekenis geef je zelf aan het leven. Een heleboel mensen denken dat betekenis op de een of andere manier ergens is te vinden. Je ziet het veel in zelfhulpboeken: er zijn zes stappen die je moet volgen om succes te hebben, alsof de werkelijkheid zich wel even aanpast. (…) Zelfhulpboeken zijn sowieso walgelijk. Want wat steevast gebeurt, is dat het leven van iemand die toevallig succesvol is, wordt samengevat in zes stappen die iedereen kan volgen. Wat een onzin, die persoon had echt niet van tevoren een stappenplan klaarliggen, dat zie je pas achteraf”.
4.
“Het hele idee dat je de alledaagsheid doorbreekt door naar een andere plaats te gaan moet je dus vooral als metafoor zien. Je kunt ook gewoon op je plaats blijven zitten, het gaat om veranderingen in je psyche. Sommige mensen zien juist in meditatieoefeningen een avontuur dat het alledaagse doorbreekt. Het idee hierbij is dat je het gewone avontuurlijk maakt door het van een andere betekenis te voorzien, terwijl de wereld om je heen dezelfde blijft”[2].
5.
“Het punt is ook dat je gebeurtenissen in je leven pas achteraf een bepaalde structuur innemen die je vooraf niet kent. Als je dat beseft, kun je goed over je eigen leven vertellen zonder dat je daarbij garanties voor de toekomst gaat koesteren. Het is ook niet zo dat een levensles of persoonlijke groei niet bestaat, het ligt alleen niet zonder meer vast. Het kan dus best zo zijn dat alle vorige mislukkingen in de liefde lessen waren om de ware te ontmoeten. Maar dat weet je pas achteraf”.

Het leven is zeer onvoorspelbaar.
De betekenis van de gebeurtenissen in het leven zien we pas achteraf.
En die betekenis moeten we er, als ik het goed begrijp, vooral zelf aan geven. Je moet het gewone leven zelf avontuurlijk maken.
Aldus twee wijsgerige wetenschappers.

Schrijvend over het bovenstaande neem ik mijn uitgangspunt in Prediker 9.
En wel in deze woorden: “Voorzeker, dit alles heb ik ter harte genomen, zodat ik dit alles zou kunnen verklaren: hoe de rechtvaardigen en de wijzen en hun werken in de hand van God zijn. Ook ​liefde, ook haat kent de mens niet: alles ligt vóór hem”[3].

Wie is de Prediker?
Er is eigenlijk maar één persoon die in aanmerking komt: koning Salomo. Hij regeert over Israël in de tiende eeuw voor Christus. Hij is beroemd om zijn wijsheid en rijkdom.

Prediker trekt in zijn boek tenminste vier lijnen:
* alles is ijdelheid
* de zoektocht naar de zin van het leven is vergeefs
* het is goed om voorzichtig, weldoordacht en ingetogen te leven
* richt je op God en luister naar Hem[4].

Prediker heeft de innerlijke overtuiging dat alles en iedereen in Gods hand is.
Voor ons is het leven onvoorspelbaar: je weet nooit wat er gebeuren kan. Je weet ook niet hoe de Here Zijn schepping bestuurt. Maar onze God weet precies wat Hij doet!

De filosofen zeggen: je kunt veel over jouw eigen leven vertellen; maar garanties voor de toekomst geeft zo’n vertelling niet.

Het Woord van God leert ons dat gelovige christenen nog wel wat meer te zeggen hebben. Laat ik enkele trefwoorden noemen.

* liefdevolle God
en
* luisterende kerk
Mozes heeft het daar in Deuteronomium 33 over. De Here “heeft de volken lief! Al Zijn ​heiligen​ zijn in Uw hand, Zíj zitten aan Uw voeten en vangen iets op van Uw woorden”[5].
In die wereld zitten dus veel luisterende kerkmensen.
Zij blijven bij hun God in de buurt. Zij willen zoveel mogelijk van en over Hem leren. Want zij weten dat Hij hun toekomst bepaalt. Het eindpunt staat vast. En tijdens het bewandelen van de route genieten Gods kinderen speciale bescherming van bovenaf.

* kroon en tulband
In Jesaja 62 wordt gezegd: “U zult een sierlijke ​kroon​ zijn in de hand van de HEERE en een koninklijke ​tulband​ in de hand van uw God”[6].
Dat vers maakt deel uit van een beschrijving van de toekomst van Gods volk. Er komt een heerlijke tijd aan. Dat weten kinderen van God heel zeker! Zij zullen voor altijd dicht bij God leven. Daar komt niemand, helemaal niemand, meer tussen.
Kinderen van God vullen te Zijner tijd Zijn troonzaal. En hun aanwezigheid maakt het hemelse feest alleen maar volmaakter en luisterrijker.

* eeuwigheid
De Here zegt tegen Zijn volk: u hoeft zelf geen betekenis aan uw leven te geven, want die geef Ik eraan.
Dat begint nu al, en het wordt nog veel mooier. Jezus geeft de garantie daarvan in Johannes 10: “Mijn schapen horen Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. En Ik geef hun eeuwig leven; en zij zullen beslist niet verloren gaan in eeuwigheid en niemand zal ze uit Mijn hand rukken”[7].

* voorbereiding vol genade
In Efeziërs 2 maakt de apostel Paulus duidelijk dat de goede voorbereiding op die eeuwigheid al begonnen is. Daar heeft de God van hemel en aarde alles mee te maken.
Paulus schrijft: “Want uit ​genade​ bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen. Want wij zijn Zijn maaksel, geschapen in ​Christus​ ​Jezus​ om goede werken te doen, die God van tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen”[8].
Gods genade is een kernpunt in het Evangelie.
De Here zegt: nee, u hoeft het niet zelf uit te zoeken.
Het is God Zelf die Zijn kinderen klaarmaakt voor een nieuw begin!

Die twee filosofen van hierboven lijken onder meer te zeggen: maak er wat moois van en geef jezelf een betekenisvol leven; en bedenk daarbij dat het vooral gaat om veranderingen in je psyche.
Wie er zo tegenaan kijkt, beseft vervolgens al snel dat er in zijn leven nog heel veel te doen is; je bent per slot van rekening niet zómaar klaar voor de toekomst.
Maar onze God zegt iets heel anders. Zijn Evangelie luidt: u hoeft het gewone niet avontuurlijk te maken door allerlei gebeurtenissen van een andere betekenis te voorzien; want Ik zorg voor u.
De vernieuwing is al begonnen.
En er komt een heerlijk vervolg!

Noten:
[1] De gegevens van dit boek zijn: Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman, “Avonturen bestaan niet”. – Amsterdam: Boom Uitgevers, 2018. – 244 p.
[2] “Laat je niet misleiden door het avontuur” – vraaggesprek met Arjen Kleinherenbrink en Simon Gusman. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 23 februari 2018, p. 6 en 7.
[3] Prediker 9:1.
[4] Zie hiervoor http://christipedia.nl/Artikelen/P/Prediker ; geraadpleegd op woensdag 1 augustus 2018.
[5] Deuteronomium 33:3.
[6] Jesaja 62:3.
[7] Johannes 10:27 en 28.
[8] Efeziërs 2:8, 9 en 10.

2 augustus 2018

In voor- en tegenspoed

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”[1]. Dat vraagt Job aan zijn vrouw in hoofdstuk 2 van het gelijknamige Bijbelboek. Zij had tegen hem gezegd: “Houd je nog steeds vast aan je vroomheid? Zeg God vaarwel en sterf”[2].

De echtgenote van Job spreekt woorden waarachter een ook nu nog bekende vraag ligt: waarom laat God de ellende toe terwijl Hij ook macht heeft om ons welstand en welvaart te geven?
Welnu, Job zegt impliciet: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed.
Dat is iets om ook anno Domini 2018 vast te houden.
Daarom noteer ik het nog eens: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed.

Laten wij eerst even naar de historie van Job kijken.

De naam Job betekent: de vijandig behandelde[3].
In het Bijbelboek Job vinden we eerst het droevige verhaal van al het onheil dat Job treft.
Daarna volgen lange gesprekken met drie vrienden: Elifaz, Bildad en Zofar.
Die vrienden zeggen tegen Job: je hebt vast en zeker een grote zonde gedaan; anders overkomt dit jou niet. Die vrienden blijven dat standpunt met verve verdedigen.
Dat laat Job echter niet gebeuren! En in zijn verdediging gaat hij heel ver. Hij roept God ter verantwoording: waarom is dit eigenlijk allemaal geschied?
Er is nog een vierde vriend, Elihu. Elihu is een wijze man. Hij wijst erop dat wij allen tot op het bot zondig zijn. Eigenlijk hebben wij allemaal de grootste ellende verdiend. Ieder mens heeft de Verlosser nodig!

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?

Debiteren die eerste drie vrienden – Elifaz, Bildad en Zofar – alleen maar onzin? Welnee. Zij zeggen allerlei dingen die, op zichzelf genomen, waar zijn.
Vandaar dat Paulus in 1 Corinthiërs 3 rustig refereert aan Job 5. Paulus schrijft: “Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid bij God, want er staat geschreven: Hij vangt de wijzen in hun sluwheid”[4]. Paulus woorden voeren ons, zoals gezegd, terug naar op Job 5:
“Hij vangt de wijzen in hun eigen sluwheid,
zodat de raad van hen die slinks zijn, mislukt”[5].
Maar die drie vrienden knopen de waarheden op een zodanige manier aan elkaar dat er nu een nieuwe boodschap ontstaat. Die boodschap werd hierboven al verwoord: als je in grote problemen komt, is dat jouw eigen schuld; dan heb je een grote zonde begaan!
En dat, geachte lezers, is beslist niet waar.
In Johannes 9 speelt in de geschiedenis van de blindgeborene hetzelfde probleem. En daar zegt Jezus: “Hij heeft niet gezondigd en zijn ouders ook niet, maar dit is gebeurd, opdat de werken van God in hem geopenbaard zouden worden”[6].
Wij moeten letten op Gods werk.
Daarom luisteren wij naar Gods Woord in de kerk.
Want dan staan wij sterk!
Job berispt dus zijn vrouw: “Zouden wij het goede wel van God ontvangen en zouden we het kwade niet ontvangen?”.
In hoofdstuk 1 was Job alles kwijtgeraakt. Toen zei hij al: “Naakt ben ik uit de buik van mijn moeder gekomen en naakt zal ik daarheen terugkeren. De HEERE heeft gegeven en de HEERE heeft genomen; de Naam van de HEERE zij geloofd!”[7].

Is die belijdenis nu eigenlijk niet onmenselijk? Bovenmenselijk, zo u wilt? Een beetje zweverig zelfs?
Want je kunt als mens toch niet aan zoveel leed voorbij kijken?
Zeg nu zelf: ook in onze tijd zijn er massa’s mensen die vanuit het verleden allerlei moeilijke dingen met zich meedragen. Al dat leed ligt in een hoekje van het hart. En je hebt er weinig last van. Maar soms komt het zomaar in je gedachten langs. Vijf seconden maar. Maar die gedachte is er onmiskenbaar. Soms komen de herinneringen – bijvoorbeeld – terug in de keuken, als je even een kopje thee voor jezelf zet.
Nee, wij hoeven niet aan allerlei misère voorbij te kijken.
Waarom is er eigenlijk zoveel ellende op de wereld?
Iemand schrijft: “Om een direct antwoord te geven op deze vraag, moeten we – vanuit het oogpunt van Gods genade gezien – eigenlijk zeggen: Omdat Hij genadig is en nog zoveel mogelijk mensen een kans wil geven de toevlucht tot Hem te nemen! Mensen die ontdekken dat ze het in eigen kracht niet kunnen en alles van Hem willen verwachten. Mensen, die eenvoudig op Hem hun vertrouwen stellen”[8].
Wij moeten ons erin trainen om, ook in periodes van tegenspoed, alles van God te verwachten. En laten we wel wezen: wie daarmee begint in goede tijden, heeft het in tijden van kommer en kwel veel minder moeilijk!

Jacobus kijkt in zijn brief ook met een schuin oog naar Job. Hij noteert: “Mijn broeders, neem tot een voorbeeld van het lijden en van het geduld de profeten, die in de Naam van de Heere gesproken hebben. Zie, wij prijzen hen gelukzalig die volharden. U hebt gehoord van de volharding van ​Job, en u hebt de uitkomst van de Heere gezien, dat de Heere vol ontferming is en ​barmhartig”[9].

Soms is het erg moeilijk om dat geduld op te brengen.
Denkt u alleen maar aan de natuurramp in Japan in de afgelopen maand juli. Hevige regenval, aardverschuivingen, overstromingen… – wat een verschrikking, wat een nood[10]! Ach, het is maar één van de vele, vele rampen die zich op deze wereld voltrekken. En er zijn momenten waarin de vragen zich opstapelen: waarom? waartoe? wat moeten wij doen?
Laten wij bij alle vragen teruggaan naar de Here. Want Hij beproeft Zijn volk. Hij neemt Zijn kinderen een test af: blijven Mijn kinderen ook nu op Mij vertrouwen?

Laten wij het maar blijven belijden: ons leven is in Gods hand, in voor- en tegenspoed!

Noten:
[1] Job 2:10.
[2] Job 2:9.
[3] In het onderstaande gebruik ik http://christipedia.nl/Artikelen/J/Job_(bijbelboek) en https://holyhome.nl/dhs-018.html ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.
[4] 1 Corinthiërs 3:19.
[5] Job 5:13.
[6] Johannes 9:3.
[7] Job 1:21.
[8] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/730/waarom-laat-god-zoveel-ellende-toe ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.
[9] Jacobus 5:10 en 11.
[10] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/artikel/2240938-dodental-natuurramp-japan-loopt-op-naar-176-tientallen-nog-vermist.html ; geraadpleegd op donderdag 19 juli 2018.

7 juni 2018

Bij God zijn alle dingen mogelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die dingen die wij wel graag zouden willen realiseren, maar waarvan wij weten dat ze misschien nimmer werkelijkheid kunnen worden.
Misschien wilt u uw leven overdoen, om dan bepaalde dingen anders en beter aan te pakken.
Misschien zou u graag een grote reis maken, terwijl u best weet dat dat in uw situatie niet kan.
De kerkelijke verdeeldheid zou met onmiddellijke ingang opgeheven moeten worden.
Vele, vele romans zijn er waarin het thema ‘onmogelijke liefde’ centraal staat.
En zo is er nog veel meer.

Er zijn heel wat van die onmogelijkheden die stil verdriet kunnen geven.
Ach, er is mee te leven.
Maar je draagt het altijd mee, jouw hele leven lang.

Peinzend over dit thema dacht ik aan Marcus 10: “Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk”[1].

Is dat geen dooddoener?
Verandert de zaak daarmee vandaag, in deze wereld?

Die woorden staan dus in Marcus 10.
Daar gaat het over een jongeman die heel rijk is. Alles kan hij kopen. Hij heeft aan niets gebrek.
En wat nog mooier is: hij heeft zijn leven lang naar de geboden van God geleefd. Hij heeft zich er keurig aan gehouden. Hij heeft het, kort samenvattend, netjes gedaan. Wat je noemt een voorbeeldig kerklid!

Jezus kijkt hem liefdevol aan.
De genegenheid tussen beide mannen is bijna voelbaar. Jezus Christus gunt deze jongeman werkelijk het állerbeste. Hij gunt hem een plaats in de hemel.
Maar nu is er nog één ding nodig.
Jezus zegt: “Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het ​kruis​ op en volg Mij”[2].

Daar wordt de jongeman uiterst treurig van. Ronduit verdrietig.
Moet uitgerekend hij nu zijn hele hebben en houden verkopen?
En trouwens – betekent dit nu eigenlijk dat wij allemaal op sinaasappelkistjes moeten gaan leven?

Waar het om gaat is dit:
* is de rijke jongeman bereid om alle rijkdom eraan te geven, om Jezus Christus te volgen?
* zijn wij bereid om al onze vragen en problemen opzij te zetten om samen met God de toekomst in te gaan?

Voor de discipelen klinkt dat irreëel.
Alles aan de kant voor Jezus?
Nou ja, laten we wel wezen: als het zo staat, dan komt er toch helemaal niemand in de hemel?

Jezus zegt: “…bij God zijn alle dingen mogelijk”.
De God van hemel en aarde kan deze vermogende jongeman zo ver brengen dat hij zijn eigen vermogen tot € 0,00 reduceren gaat.
Maar we kunnen dit zeker ook beschouwen als algemeen geldend: mensen zijn voor hun behoud volledig op de genade van God aangewezen. Als God het wil, kan Hij Zijn macht gebruiken om voor kapotte en zondige mensen toch een plaats in de hemel te creëren.

Dit alles inmiddels zo zijnde zitten we nog steeds met die onmogelijkheden waarmee dit artikel begon.
Dit aardse leven kent zijn beperkingen.
U had nog zo graag dit of dat willen doen…
Jij verlangt zo vurig naar…, en dat is onrealiseerbaar; hoe graag je dat ook wilt, het wordt – althans in de komende tijd – helemaal niks. En eigenlijk vind je dat heel verdrietig. Wat moet je ermee?

Laten we eerst bedenken dat God soms langs wegen gaat die wij niet overzien. Gebeurtenissen die totaal onmogelijk leken, vinden soms tóch plaats. Op een onverwachte manier. Op een wijze die wij niet hadden bedacht.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Daarom zeg ik: hoop doet leven. En ook: jij hoeft jouw ideaal niet zonder meer los te laten.

Laten we vervolgens ook overwegen dat Gods Zijn genade geeft in alle omstandigheden van het leven.
Hij geeft de kracht om met het onmogelijke te leven. Hij geeft de energie om teleurstelling, verdriet of zelfs wanhoop in dit aardse bestaan niet de boventoon te laten voeren.

Want altijd geldt dat bekende woord uit Johannes 14, waar Jezus zonder omwegen zegt: “Laat uw ​hart​ niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”[3].

Alle kinderen van God krijgen gegarandeerd een plaats in de hemel.
Wie zich dat realiseert, zal minder moeite hebben om de mogelijkheden én de onmogelijkheden van het aardse leven los te laten.

Noten:
[1] Marcus 10:27.
[2] Marcus 10:21.
[3] Johannes 14:1, 2 en 3.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.