gereformeerd leven in nederland

7 juni 2018

Bij God zijn alle dingen mogelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er zijn van die dingen die wij wel graag zouden willen realiseren, maar waarvan wij weten dat ze misschien nimmer werkelijkheid kunnen worden.
Misschien wilt u uw leven overdoen, om dan bepaalde dingen anders en beter aan te pakken.
Misschien zou u graag een grote reis maken, terwijl u best weet dat dat in uw situatie niet kan.
De kerkelijke verdeeldheid zou met onmiddellijke ingang opgeheven moeten worden.
Vele, vele romans zijn er waarin het thema ‘onmogelijke liefde’ centraal staat.
En zo is er nog veel meer.

Er zijn heel wat van die onmogelijkheden die stil verdriet kunnen geven.
Ach, er is mee te leven.
Maar je draagt het altijd mee, jouw hele leven lang.

Peinzend over dit thema dacht ik aan Marcus 10: “Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God, want bij God zijn alle dingen mogelijk”[1].

Is dat geen dooddoener?
Verandert de zaak daarmee vandaag, in deze wereld?

Die woorden staan dus in Marcus 10.
Daar gaat het over een jongeman die heel rijk is. Alles kan hij kopen. Hij heeft aan niets gebrek.
En wat nog mooier is: hij heeft zijn leven lang naar de geboden van God geleefd. Hij heeft zich er keurig aan gehouden. Hij heeft het, kort samenvattend, netjes gedaan. Wat je noemt een voorbeeldig kerklid!

Jezus kijkt hem liefdevol aan.
De genegenheid tussen beide mannen is bijna voelbaar. Jezus Christus gunt deze jongeman werkelijk het állerbeste. Hij gunt hem een plaats in de hemel.
Maar nu is er nog één ding nodig.
Jezus zegt: “Eén ding ontbreekt u: ga heen, verkoop alles wat u hebt en geef het aan de armen en u zult een schat hebben in de hemel; en kom dan, neem het ​kruis​ op en volg Mij”[2].

Daar wordt de jongeman uiterst treurig van. Ronduit verdrietig.
Moet uitgerekend hij nu zijn hele hebben en houden verkopen?
En trouwens – betekent dit nu eigenlijk dat wij allemaal op sinaasappelkistjes moeten gaan leven?

Waar het om gaat is dit:
* is de rijke jongeman bereid om alle rijkdom eraan te geven, om Jezus Christus te volgen?
* zijn wij bereid om al onze vragen en problemen opzij te zetten om samen met God de toekomst in te gaan?

Voor de discipelen klinkt dat irreëel.
Alles aan de kant voor Jezus?
Nou ja, laten we wel wezen: als het zo staat, dan komt er toch helemaal niemand in de hemel?

Jezus zegt: “…bij God zijn alle dingen mogelijk”.
De God van hemel en aarde kan deze vermogende jongeman zo ver brengen dat hij zijn eigen vermogen tot € 0,00 reduceren gaat.
Maar we kunnen dit zeker ook beschouwen als algemeen geldend: mensen zijn voor hun behoud volledig op de genade van God aangewezen. Als God het wil, kan Hij Zijn macht gebruiken om voor kapotte en zondige mensen toch een plaats in de hemel te creëren.

Dit alles inmiddels zo zijnde zitten we nog steeds met die onmogelijkheden waarmee dit artikel begon.
Dit aardse leven kent zijn beperkingen.
U had nog zo graag dit of dat willen doen…
Jij verlangt zo vurig naar…, en dat is onrealiseerbaar; hoe graag je dat ook wilt, het wordt – althans in de komende tijd – helemaal niks. En eigenlijk vind je dat heel verdrietig. Wat moet je ermee?

Laten we eerst bedenken dat God soms langs wegen gaat die wij niet overzien. Gebeurtenissen die totaal onmogelijk leken, vinden soms tóch plaats. Op een onverwachte manier. Op een wijze die wij niet hadden bedacht.
De wonderen zijn de wereld nog niet uit.
Daarom zeg ik: hoop doet leven. En ook: jij hoeft jouw ideaal niet zonder meer los te laten.

Laten we vervolgens ook overwegen dat Gods Zijn genade geeft in alle omstandigheden van het leven.
Hij geeft de kracht om met het onmogelijke te leven. Hij geeft de energie om teleurstelling, verdriet of zelfs wanhoop in dit aardse bestaan niet de boventoon te laten voeren.

Want altijd geldt dat bekende woord uit Johannes 14, waar Jezus zonder omwegen zegt: “Laat uw ​hart​ niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij. In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken. En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, opdat ook u zult zijn waar Ik ben”[3].

Alle kinderen van God krijgen gegarandeerd een plaats in de hemel.
Wie zich dat realiseert, zal minder moeite hebben om de mogelijkheden én de onmogelijkheden van het aardse leven los te laten.

Noten:
[1] Marcus 10:27.
[2] Marcus 10:21.
[3] Johannes 14:1, 2 en 3.

29 mei 2018

Pleister op de wonden

Zondag 39 van de Heidelbergse Catechismus draait er niet omheen:
“Wat eist God in het vijfde gebod?
Antwoord:
Dat ik aan mijn vader en moeder…. alle liefde en trouw bewijs”.

Zo staat dat in de Heidelbergse Catechismus. En zo wordt dat geleerd in de kerk[1].
Zeg nu zelf: daar is geen woord Frans bij.

Het bovenstaande ziet er prachtig uit.
Maar een ieder weet dat de praktijk lang niet altijd een ideaalbeeld laat zien.
Er zijn heel wat gezinnen waar een ruziesfeer in huis hangt.
Er zijn gezinnen waar ouders gebukt gaan onder het gebruik van drugs door een gezinslid.
Er zijn pleeggezinnen waarin de verhouding met pleegkinderen niet al te best is.

Toch leert Paulus ons: “Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist”[2].
Is dat nu niet enorm veeleisend?
Is dit uitgangspunt niet héél strak door de bocht?
Nee. Die term ‘in de Heere’ betekent hier: zoals de Heer wil. Die term houdt in: gehoorzaam als christenen.
Als ouders onchristelijke dingen doen hoef je je ouders daarin niet  te volgen[3].

Overigens is het Jezus Zelf geweest die ons erop heeft gewezen dat er zich in gezinnen conflictsituaties kunnen voordoen.
En wat is daarvan de diepste achtergrond?
Jezus legt het in Mattheüs 10 uit: “Want Ik ben gekomen om tweedracht te brengen tussen een man en zijn vader, en tussen een dochter en haar moeder, en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en iemands huisgenoten zullen zijn vijanden zijn. Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waard; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waard”[4].

In gezinnen moeten ouders en kinderen elkaar liefhebben. Maar het allerbelangrijkste is: liefde voor Jezus. Liefde voor de redder van het leven. Die liefde gaat boven ouders uit.
Jezus Christus en Zijn geboden leveren niet zelden verwijdering op binnen gezinnen en families.
De één wandelt met God. De ander trekt zich niet zoveel van Hem aan.
Als het een beetje wil, noemen heel wat familieleden zich christelijk. Maar de praktijk is vaak niet zo Schriftuurlijk.
Welnu, zegt Jezus in Mattheüs 10, eigenlijk is dat niet zo verbazingwekkend. Want juist in de gezinnen moet blijken wie kinderen van Mij zijn.

Binnenkomen in het koninkrijk van God: dat is heus niet makkelijk.
Het Evangelie van God ontmoet nogal eens tegenstand. De evangelisten hebben het in de Bijbel ook niet altijd makkelijk. Dat merken we bijvoorbeeld in Handelingen 14: “En nadat zij – dat zijn Paulus en zijn medewerkers – aan die stad het ​Evangelie​ verkondigd hadden en veel discipelen gemaakt hadden, keerden zij terug naar Lystre, Ikonium en Antiochië, en zij versterkten de zielen van de discipelen, spoorden hen aan in het geloof te blijven en zeiden dat wij door veel verdrukkingen in het ​Koninkrijk van God​ moeten ingaan”.
Commotie, bespotting, misverstand: dat zit allemaal om het Evangelie heen. Gods Woord wordt soms vroom nagesproken. Maar de praktijk is soms volstrekt onchristelijk.

Natuurlijk, er zijn ook hele goede gezinnen.
Laten we daar dankbaar voor zijn.

Maar wat moet je doen als je van je opvoeding een trauma hebt overgehouden? Wat doe je als je weet dat je ouders, of jouw pleegouders, heel verkeerde dingen hebben gedaan?
Natuurlijk, dan kun je uiteindelijk aangifte doen. En er kan een rechterlijke uitspraak komen.
Maar daarmee vind je niet altijd rust voor je ziel.
De innerlijke boosheid wordt daarmee niet weggenomen.

Laat ik in dat verband opmerken dat Paulus, ná een stuk over gezagsrelaties, verder gaat met de beschrijving van het beeld van de geestelijke wapenrusting[5]. En dat is vast niet geheel toevallig!
Als je in allerlei moeilijke omstandigheden overeind wilt blijven, dan moet het Evangelie worden toegepast.
Paulus schrijft onder meer: “Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, en bekleed met het borstharnas van de ​gerechtigheid, en de voeten geschoeid met bereidheid van het ​Evangelie​ van de ​vrede. Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen”[6].

In geloof worden trauma’s draaglijk.
Voor wie de waarheid van het Evangelie kent, speelt de verbittering geen hoofdrol meer.
Wie in het eigen leven gerechtigheid en vrede nastreeft, zal merken dat er in het hart wat meer rust komt.

Nee, in moeilijke omstandigheden is daarmee niet het laatste woord gesproken. Maar Gods Woord is dan wel een pleister op allerlei wonden. Het Evangelie is een genezende zalf. Dat is zeker!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 39, antwoord 104.
[2] Efeziërs 6:1.
[3] Zie hierover ook de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Efeziërs 6:1.
[4] Mattheüs 10:35, 36 en 37.
[5] Efeziërs 6:10-20.
[6] Efeziërs 6:14, 15 en 16.

28 februari 2018

Naar het licht geleid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Vanouds is Psalm 56 onder het kerkvolk een zeer geliefde psalm. Velen kennen de berijming uit 1773 nog:
“Ik roem in God; ik prijs ’t onfeilbaar woord;
Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord.
‘k Vertrouw op God, door gene vrees gestoord;
Wat sterv’ling zou mij schenden?”[1].

Dat klinkt blij. Triomfantelijk bijna.
Even zo goed is de aanleiding voor de psalm aanzienlijk minder glorieus.

David componeert de psalm namelijk naar aanleiding van zijn belevenissen in het land der Filistijnen.
David is, op de vlucht voor koning Saul, in Gath is aangekomen. Gath, dat ligt in Filistea. Daar zal Saul hem vast niet zoeken.
Maar al spoedig herkent het paleispersoneel hem. Blijkbaar zien ze in hem een machtige tegenstander. En die hebben zij nu in handen gekregen! Opgetogen brengen ze David naar hun werkgever, koning Achis.
Dat maakt David bang. Wat gaan ze hier met hem doen?
Hij stelt zich aan als een krankzinnige.
Laten we wel wezen: dat getuigt niet van veel vertrouwen op de Here. Het lijkt wel alsof David eensklaps de wanhoop nabij is en met eigen gewiekstheid de zaak wil oplossen[2].

De koning van Gath weet niet wat hij met David aan moet vangen. Wat moet je met zo’n gestoorde figuur beginnen? Weg met die man!, beveelt hij.
En zo wordt David opnieuw verdreven. En opnieuw schrijft hij een psalm; wij kennen die als Psalm 34.

Hoe dat zij: in Gath staat David angsten uit.

De vijanden komen op hem aan. Ze zitten hem op allerlei manieren dwars.  Ze leggen hem woorden in de mond die hij nooit heeft gezegd.
Als die vijanden een methode vinden om hem weg te drukken uit de maatschappij, dan gebruiken ze die onmiddellijk. Voortdurend zitten ze achter David aan.
Diep-verdrietig wordt David ervan!
Hoe moet het toch verder?

Met zijn nood gaat hij naar het juiste Adres.
En hij schrijft het lied dat wij kennen als de zesenvijftigste Psalm.
Daar zakt de wanhoop weg.
David weet: de Machthebber van de wereld is mijn God. En David weet ook: als de God van hemel en aarde aan mijn kant staat, gaat het goed; dan kan mijn leven nooit structureel worden vernield.

In de Nederlandse samenleving hebben veruit de meeste mensen niet met achtervolging of vervolging te maken.
Maar natuurlijk hebben we wel te maken met verdriet. En met tegenstand, soms. Met teleurstellingen, ook.

Toch gaat het daar in Psalm 56 niet om.

Kijkt u maar even met mee.
“Wees mij ​genadig, o God”[3].
En:
“Op de dag dat ik vrees,
vertrouw ík op U.
In God prijs ik Zijn woord,
op God vertrouw ik, ik vrees niet”[4].
En:
“Stort de volken neer in toorn, o God!
Ú hebt mijn omzwervingen geteld;
doe mijn tranen in Uw kruik.
Staan zij niet in Uw register?”[5].
En:
“Dit weet ik: dat God met mij is.
In God prijs ik het woord,
in de HEERE prijs ik het woord.
Ik vertrouw op God, ik vrees niet”[6].
En:
“U hebt mijn ziel gered van de dood,
– hebt U niet mijn voeten voor struikelen behoed? –
zodat ik voor Gods aangezicht zal wandelen
in het licht van de levenden”[7].

Nee, het gaat in Psalm 56 niet om David. Alles draait niet om de deplorabele toestand van de vluchteling. De God van het verbond staat hier centraal!

David leert alle zangers van deze psalm dat God genadig is.
Op Hem kunt u vertrouwen, zegt David. Met de Verbondsgod komen u en ik altijd goed uit. Dan zakt de wanhoop weg. Dan staat de angst niet meer vooraan.
David zegt: God ziet ons overal. En: de God van hemel en aarde weet van onze frustraties, van onze teleurstellingen, van ons verdriet en van onze tranen. Onze verdrietelijkheden staan in Zijn boek; Hij weet er alles van.
Dat is, juicht David ten langen leste, een geweldige troost. God is erbij. Hij is present. En Hij is volop actief.
Uiteindelijk is het onze God die ervoor zorgt dat er perspectief is in het leven. Hij draagt er persoonlijk zorg voor dat wij verder kunnen op aarde!

Dat is de les die David ons hier leert.

En dan begrijpen wij het wel: ook wij kunnen Psalm 56 zingen.
Nee, onze omstandigheden zijn vaak niet om over naar huis te schrijven. Wij voelen ons eenzaam. Ziek. Verdrietig of moe. Enzovoort.

Maar Psalm 56 leert ons: hou maar gauw op over uw eigen omstandigheden.
Daar kunt u ongetwijfeld van alles over zeggen. U kunt vertellen dat het lang niet altijd makkelijk was.

Ja, daar kan schrijver dezes – die vandaag de leeftijd van 56 jaar bereikte – ook een heel verhaal over houden. Als het moet kan hij er bovendien een hele verhandeling  over schrijven.
Maar nogmaals: Psalm 56 leert het ons af.

David leert ons in Psalm 56 om eenvoudig in God te blijven geloven.
Geloof maar dat Gods genade er altijd is.
Laat de wanhoop niet in uw brein zegevieren.
Laten wij ons maar realiseren dat God alles ziet.
Laten wij maar beseffen dat de goede God altijd weer openingen biedt om verder te gaan met ons leven op aarde.

Dan kunnen wij ’t vol overtuiging blijven zingen:
“Ik heb, o God, geloften u gewijd.
Ik breng het offer van mijn dankbaarheid
en prijs U om uw goedertierenheid,
uw hand kwam mij bevrijden.
Ik zal in ’t licht uws aanschijns mij verblijden,
zodat ik U mijn leven kan gaan wijden,
daar U mijn voet bewaarde tegen glijden,
naar ’t licht mij hebt geleid”[8].

Noten:
[1] Psalm 56:4, berijming-1773.
[2] Zie hierover ook http://www.oudesporen.nl/Download/OS1201.pdf .
[3] Psalm 56:2.
[4] Psalm 56:4 en 5.
[5] Psalm 56:8 en 9.
[6] Psalm 56:11 en 12.
[7] Psalm 56:14.
[8] Psalm 56:4, Gereformeerd Kerkboek-1986.

18 december 2017

Klaar voor vertrek

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Advent 2017: de kerk leeft naar het Kerstfeest toe, en de kerk verlangt naar de terugkomst van haar Heiland, Jezus Christus.

De verlangens van de kerk steken wat raar af tegen de toestanden in de wereld: een akkoord over de brexit, de al of niet sensationele nasleep van metoo-affaires, bijna tweehonderdduizend mensen geëvacueerd wegens natuurbranden in Californië… – het is een tamelijk willekeurige greep uit de nieuwsberichten van de afgelopen tijd[1].

De kerkelijke verlangens en de drukte op het wereldtoneel hebben echter wel degelijk met elkaar te maken.
In de kerk zowel als in de wereld verlangt men naar een goede afloop van allerlei situaties.

De dichter van Psalm 119 verlangt ook naar veel dingen.
Kijkt u maar mee:
“Mijn ziel wordt verteerd van verlangen
naar Uw bepalingen, te allen tijde”[2].
En:
“Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil,
op Uw woord heb ik gehoopt”[3].
En:
“Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw belofte,
terwijl ik zei: Wanneer zult U mij troosten?”[4].
En:
“Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil
en naar de belofte van Uw rechtvaardigheid”[5].

De dichter verlangt niet naar vrijheid. Nee, hij wil leven onder een wet. Onder de wet van God, wel te verstaan.
Nu komen wij meteen een groot verschil tussen kerk en wereld op het spoor.
De wereld is vol met allerlei moeiten, met seksueel getinte affaires, met natuurrampen en met nog veel meer ellende. Heel veel mensen in de wereld zijn bezig met het zoeken van oplossingen voor al die problemen. Zij onderhandelen zo slim mogelijk. Zij proberen al of niet illegale liefdesverhoudingen zo mooi mogelijk voor te stellen. Zij bieden hulp in gebieden waar de natuur menselijk leven in gevaar brengt. Maar hoe ijverig iedereen ook is: heel vaak is er slechts sprake van tussenoplossingen. Van tweede keus. Van uitkomsten die – als het puntje bij ’t paaltje komt – toch tekort blijken te schieten.
De dichter van Psalm 119 ziet de uitweg: leven binnen het kader van Gods regels. Toegegeven: wie naar Gods wet leeft, komt ook moeilijkheden tegen. Het leven is dan heus niet altijd: “rennen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan”[6]. Het bestaan is dan niet altijd handig en comfortabel. Maar wie op de weg blijft die zijn Vader wijst, weet dat hij uiteindelijk uitkomt bij de toegang tot het feest van zijn Heer.

Opvallend is dat: de ogen en de ziel van de psalmist zijn, in de Statenvertaling en de Herziene Statenvertaling althans, al bezweken van verlangen; in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap-1951 is dat anders.
Hoe dat zij: het verlangen naar Gods heil en Zijn beloften beïnvloeden heel zijn functioneren. Heel zijn leven wordt er door getekend. Alles draagt het stempel van de toekomst. Overal zie je ’t terug: ik ga, liever gisteren dan vandaag, een nieuwe toekomst binnen.
Voor Gereformeerden is dat ten diepste de reden dat zij enigszins terughoudend zijn met het ophangen van allerlei kerstversieringen. Daarmee is, wat mij betreft, niet gezegd dat het in huis helemaal kaal moet wezen; een beetje gezelligheid mag er best bij. Maar als ik lees over een huis in het Zuid-Hollandse Zwijndrecht waar 2400 kerstmannen te vinden zijn, dan denk ik: zo moet het niet[7].
Gereformeerden zijn er, als het goed is, klaar voor om de zaken op aarde achter te laten en met hun Heiland mee te gaan. Klaar voor vertrek, zogezegd.
Feitelijk is dat een kernpunt van de Adventsverwachting die Gereformeerden koesteren.

De Here wil Zich rechtvaardig en trouw houden aan de beloften die Hij gedaan heeft.
Mensen maken er, hier op aarde, een rommeltje van.
Onderhandelingen duren vaak heel lang, en hebben iets van handje drukken. Het is meestal een machtsstrijd; samenwerking is ver te zoeken.
Mensen beschuldigen elkaar, soms totaal onterecht. Via Twitter worden aanklachten en verweerteksten zo rap mogelijk wereldkundig gemaakt.
Er wordt zo goed mogelijk gereageerd op allerlei gebeurtenissen in de natuur die voor massa’s mensen onheil en rampspoed betekenen. Maar alleen al die pijlsnelle evacuaties demonstreren op pijnlijke wijze de onbeholpenheid der wereldburgers.
In het gewoel der volkeren mogen gelovige kerkmensen schuilen bij hun Heer.
En ze mogen het de dichter van Psalm 119 nazeggen:
“Zevenmaal daags zeg ik uw goedheid dank,
rechtvaardig is uw wet en mij ten zegen.
Dit geeft mijn loflied innigheid en klank.
Zij die uw wet beminnen, gaan uw wegen.
Zij wand’len voort in vrede, vrij en frank,
geen struikelblok, geen onheil houdt hen tegen”[8].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2206592-may-opgelucht-na-brexit-akkoord-maar-thuis-wacht-nog-een-hels-karwei.html , https://www.volkskrant.nl/4543924/?utm_source=VK&utm_medium=email&utm_campaign=20171208 en https://www.nrc.nl/nieuws/2017/12/08/natuurbranden-californie-a1584221 ; geraadpleegd op vrijdag 8 december 2017.
[2] Psalm 119:20.
[3] Psalm 119:81.
[4] Psalm 119:82.
[5] Psalm 119:123.
[6] Deze woorden zijn ontleend aan het lied ‘Opzij, opzij, opzij’ van de cabaretier Herman van Veen.
[7] Zie https://jeugdjournaal.nl/artikel/2205900-gezellig-2400-kerstmannen-in-een-huis.html ; geraadpleegd op zaterdag 9 december 2017.
[8] Psalm 119:61 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

29 december 2016

Een eeuwig verbond

Psalm 105 is onder ons een bekende psalm[1].
“God zal zijn waarheid nimmer krenken,
maar eeuwig zijn verbond gedenken”[2].
Dat zijn bekende woorden. Wie kent ze niet?

We moeten, denk ik, oppassen voor slijtage van deze Schriftpassage. Want er staat nog meer in Psalm 105. Ik citeer:
“Hij, de HERE, is onze God,
zijn oordelen gaan over de ganse aarde;
Hij gedenkt voor eeuwig aan zijn verbond,
– het woord, dat Hij gebood aan duizend geslachten –”[3].
Het oordeel en het verbond: die staan hier vlak bij elkaar. Het is hier niet alleen maar mooi en prettig. Dat God mensen uitkiest, betekent immers ook dat hij mensen verwerpt.

Dat oordeel spreekt Hij uit over de mensen die het volk van God wegdrukken.
Daarom mogen Gods kinderen blij zijn met Gods woede.
Dat klinkt enigermate merkwaardig. In een tijd waarin iedereen sociaal en communicatief  moet wezen, lijkt blijdschap over Gods toorn volkomen misplaatst. Als u praat over samen leven lijkt Gods boosheid een spelbreker van formaat te zijn. Maar we moeten hier goed opletten. Uiteindelijk gaat het niet om een warmvoelende samenleving. Het centrale leermoment in de schepping is: eeuwig heil is alleen bij God te vinden. Sociaal bezig zijn is prima. Maar het is niet het hoogste goed.
Als God ongehoorzame mensen verwerpt, komt er meer ruimte voor Zijn eer. Dat moet het kernpunt wezen van ons leven.

Dat wetende, mogen we er beslist niet van uit gaan dat het bestaan voor Gods volk een makkie wordt. Want als Gods oordelen over de wereld gaan, blijft Gods volk lang niet altijd buiten schot.

Nu het hierom gaat wijs ik op Exodus 14.
De Israëlieten zijn bevrijd uit Egypte. Maar als de Egyptenaren de kinderen van God achtervolgen, wordt het er niet rustiger op. De Israëlieten staan doodsangsten uit. Ze roepen zelfs: “Waren er soms geen graven in Egypte, dat gij ons hebt meegenomen om te sterven in de woestijn? Wat hebt gij ons aangedaan door ons uit Egypte te leiden? Hebben wij u dit al niet gezegd in Egypte: laat ons met rust, en laten wij de Egyptenaren dienen. Want wij kunnen beter de Egyptenaren dienen dan in de woestijn sterven”[4].

Ach, laten wij eerlijk zijn. Gereformeerde mensen van deze tijd vinden eigenlijk ook dat zij in een zeer moeilijke tijd leven. We worden weggedrukt, zegt men. En hoe het verder moet, dat weten weinigen.
Wij hebben ook onze eigen verantwoordelijkheid, zeggen de mensen.
Men kan de gebeurtenissen in kerk en wereld toch niet op hun beloop laten? Je moet toch wat doen? Je moet de boel toch organiseren? Je kunt de zaken in de kerk toch best een beetje efficiënt regelen? Dan is een beste brok management toch wel handig?
En verder: is in deze dolgedraaide wereld niet een zekere nuchterheid nodig? Jawel. Een flinke dosis realisme doet wonderen. Maar de werkelijkheid is nu juist dat wij een verbond met God hebben. Ook in 2016.

We mogen daarom ook in moeilijke dagen aan dat verbond denken.
Want vandaag troost de Here Zijn volk nog steeds:
“Raakt mijn gezalfden niet aan,
en doet mijn profeten geen kwaad”[5].

Dat verbond overschrijdt allerlei generatiegrenzen.
We gaan er in geloofsvertrouwen van uit dat God elke dag voor Zijn kinderen zorgt. Maar dat was vroeger ook al zo. En gedurende de periode dat Jezus nog niet weer terugkomt op aarde zal dat ook zo zijn.
De dichter van Psalm 105 noemt een paar van zijn voorvaderen: Abraham, Isaäk en Jakob.
Maria zegt in Lucas 1: “Hij heeft Zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, – gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid”[6].
Paulus schrijft aan Timotheüs: “Maar hiertoe is mij ontferming bewezen, dat Jezus Christus in de eerste plaats in mij zijn ganse lankmoedigheid zou bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later op Hem zouden vertrouwen ten eeuwigen leven. De Koning der eeuwen, de onvergankelijke, de onzienlijke, de enige God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen”[7].
God zorgde voor Abraham, Isaäk, Jakob, Maria, Paulus en Timotheüs.
Daar staan heel wat voorbeelden bij elkaar.
Paulus schreef het zonder omhaal op: ik ben een voorbeeld voor iedereen die het eeuwige leven krijgt; de God van het verbond moet altijd de grootst mogelijke eer krijgen.

Misschien is er iemand onder de lezers die meent dat in dit artikel in feite weinig nieuws staat.
Welnu, ik ben de eerste om dat toe te geven.
Maar met dat al komen wij een groot probleem op het spoor. Dat is dit: we weten het zo goed, maar we twijfelen zo vaak. Of ook: we lezen dagelijks Gods Woord, maar ondanks die dagelijkse lezing weten we vaak niet hoe het in onze praktijk verder moet.
Wij vinden het maken van keuzes soms knap moeilijk.
We vragen ons af: waar roept Christus ons? Waar loopt de weg waar hij ons op wil laten lopen?

We zijn onrustig over kerkelijk Nederland. Maar we kunnen toch niet voortdurend onrustig blijven? Nee, dat kan zeker niet.
En waarom niet?
Omdat de God van hemel en aarde een eeuwig verbond met Zijn volk heeft. Daar is niks tijdelijks aan.
En: het betreft hier een eeuwig verbond met Zijn volk. Bij dat verbondsvolk moeten we ons aansluiten.

Dat verbondsvolk loopt soms langs wonderlijke wegen.
Eigenlijk zouden wij wellicht liever langs een andere route willen lopen.
Maar dat is de kwestie in Psalm 105 helemaal niet.
Het gaat niet om ons. De eer van onze almachtige Vader staat centraal.

Leest u maar mee:
“Looft de HERE, roept zijn naam aan,
maakt onder de volken zijn daden bekend;
zingt Hem, psalmzingt Hem,
gewaagt van al zijn wonderen.
Beroemt u in zijn heilige naam;
het hart van wie de HERE zoeken, verheuge zich.
Vraagt naar de HERE en zijn sterkte,
zoekt zijn aangezicht bestendig”[8].

Nee, het leven is geen makkie.
Maar Gods kinderen mogen het weten: er is toekomst. Een eeuwige toekomst.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op vrijdag 14 december 2007.
[2] Psalm 105:5 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[3] Psalm 105:7 en 8 (onberijmd).
[4] Exodus 14:11 en 12.
[5] Psalm 105:15.
[6] Lucas 1:54 en 55.
[7] 1 Timotheüs 1:16 en 17.
[8] Psalm 105:1-4.

8 december 2016

De touwtjes in handen

Op woensdagavond 30 november 2016 houdt de prominente D66’er Jan Terlouw in het populaire televisieprogramma ‘De Wereld draait door’ een indringend pleidooi[1].
Van zijn oproep maakt iemand de volgende samenvatting.
“In de 85 jaar van Jan Terlouw heeft hij veel zien veranderen en niet per se ten goede. In zijn kindertijd hingen er touwtjes uit brievenbussen om deuren te openen. In 2016 wordt je fiets zelfs gestolen wanneer er drie sloten omheen hangen. Terlouw maakt zich zorgen over de samenleving. Het gebrek aan vertrouwen is de oorzaak van de winst van Trump, de Brexit en het populisme dat wereldwijd toeslaat. In De Wereld Draait Door houdt Jan Terlouw een pleidooi voor ‘het touwtje in de brievenbus’”[2].

Zijn kleindochter Marlien van Liempt vindt de oproep ontroerend, maar naïef. In de Volkskrant schrijft zij: “De touwtjes waren er omdat moeders toch wel thuis was. In deze tijd werden vrouwen nog gewoon ontslagen als ze gingen trouwen. Gelukkig heeft zestig jaar emancipatie hier verandering in gebracht”.

Theoloog Jean-Jacques Suurmond legt in een opinieartikel in het dagblad Trouw de vinger op de zere plek: “Mede dankzij D66 voert de commercie de boventoon, wat ons van medemensen tot concurrenten maakt en stresskippen kweekt. Is het dan gek, beste Jan Terlouw, dat het vertrouwen is gekelderd?”
En:
“D66 heeft zelf het touwtje uit de brievenbus gehaald en om de nek van onze samenleving getrokken, die nu naar adem happend uiteenvalt”[3].

Hoe dat alles zij: dat touwtje uit de brievenbus spreekt ons geheugen aan. Wie kent dat touwtje niet?

Dat touwtje brengt de godvrezende christen van 2016 onder meer bij Jesaja 54:
“Jubel, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt; breek uit in gejubel en juich, gij die geen weeën gekend hebt, want de kinderen der eenzame zijn talrijker dan de kinderen der gehuwde, zegt de Here. Maak de plaats voor uw tent wijd, en men spanne de kleden uwer woningen uit, wees er niet karig mee, maak uw touwen lang en sla uw pinnen vast. Want naar rechts en links zult gij uitbreiden en uw nageslacht zal de volken in bezit nemen en de verwoeste steden bevolken”[4].

Die stimulans tot jubel volgt op een profetie over de Knecht van de Here. Die Knecht is vertrouwd met ziekte. Die Knecht wordt gegeseld.
Maar die geseling zorgt voor genezing van Zijn kinderen. Die Knecht heeft geweldig veel kinderen, die overal ter wereld leven. Al die kinderen ontvangen genezing. Zij blijven in leven, dankzij het feit dat de straf voor hun zonden op de knecht van de Here wordt gelegd.
Op Zijn lijf zijn de striemen te zien.
Hij komt in het gericht.
Hij wordt veroordeeld.
Hij sterft in hun plaats.
Zo redt Hij talloos veel mensen. Zo koopt Hij massa’s mensen. En voor al die mensen reserveert Hij in de hemel een plaats om eindeloos gelukkig te werken en te leven.
Eindeloos sterk is Hij. En eindeloos goed!
Is dat niet een schitterend Adventsevangelie?

Trouwens – zag u die touwen voorbij komen?
Nee, ze hangen in Jesaja 54 niet uit de brievenbus. Ze worden gebruikt om pinnen mee vast te zetten.
Geef die tent maar een grote plaats, zegt Jesaja. Want hij ziet hoeveel kinderen van God er in die tent geborgenheid moeten vinden.
Zorg ervoor dat er veel touw is, zegt Jesaja, en maak de boel maar goed vast. Want er komt veel volk op af! En al dat volk overspoelt de landen. Al die heidenen zijn nergens meer.

Dat wordt de magnifieke uitwerking van het laatste artikel van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “De gelovigen en uitverkorenen (…) zullen gekroond worden met heerlijkheid en eer. De Zoon van God zal hun naam belijden voor God, zijn Vader (…), en zijn uitverkoren engelen, en God zal alle tranen van hun ogen afwissen (…). Dan zal blijken dat hun zaak, die nu door veel rechters en overheden als ketters en goddeloos veroordeeld wordt, de zaak van de Zoon van God is. En als een genadige beloning zal de Heer hun zo’n heerlijkheid doen bezitten als in het hart van een mens nooit zou kunnen opkomen. Daarom verwachten wij die grote dag met sterk verlangen, om ten volle te genieten de beloften van God in Jezus Christus, onze Here”[5].

Laten wij nu terugkeren naar Jan Terlouw.
Op die laatste novemberdag van 2016 doet hij via het televisiescherm een emotionele oproep.
Hij verwijst naar de tijd van de wederopbouw, na de Tweede Wereldoorlog, in de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw. Het was de tijd van ‘make love not war’ – heb elkaar lief en voer geen oorlog.
En hoe is de situatie in 2016? “We vertrouwen elkaar niet meer”, zegt Terlouw. Wie een brug wil bouwen “heeft meer juristen nodig dan ingenieurs”.
En nee, de overheid vertrouwen we ook niet meer. Van de weeromstuit heeft de regering zo ongeveer alles “dicht geregeld”. Soms is een hecht doortimmerde samenleving niet zo positief.

De dichter van Psalm 146 leert ons:
“Wil toch niet op mensen bouwen,
hoe voornaam ook en geacht.
Want beschaamd wordt uw vertrouwen,
als u heil van hen verwacht”[6].
Maar de Here God mogen en moeten we wel vertrouwen.
Met een schuin oog op Jesaja 54 noteer ik hier vandaag: we mogen Hem vertrouwen vanwege de touwen.
Die touwen uit Jesaja 54 vertellen ons dat wij een grootse toekomst tegemoet gaan.

Laten wij het maar blijven geloven: onze Here heeft de touwtjes in handen!

Noten:
[1] Dat is te vinden op http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/media/367395 ; geraadpleegd op dinsdag 6 december 2016.
[2] Zie http://www.joop.nl/kijk-nou/dwdd-het-pleidooi-van-jan-terlouw-voor-een-betere-wereld ; geraadpleegd op dinsdag 6 december 2016.
[3] Zie http://www.rd.nl/d66-heeft-zelf-het-touwtje-uit-de-brievenbus-gehaald-1.1356692 ; geraadpleegd op dinsdag 6 december 2016.
[4] Jesaja 54:1, 2 en 3.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 37.
[6] Psalm 146:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.