gereformeerd leven in nederland

13 mei 2019

Door Gods Geest gedragen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Afgelopen donderdag, 9 mei, zijn op veel middelbare scholen de examens begonnen. Een spannende tijd breekt aan. Juist in deze tijd moet je een topprestatie leveren, of je nu in topvorm bent of niet. Het moet nu gebeuren!

Zou het allemaal goed gaan?
Hebben onze jonge broeders en zusters geen black-out als zij in die stille zaal zitten?
Komt de kennis op het goede moment naar boven?

Laten we elkaar, in verband met het bovenstaande, vandaag eerst wijzen op Exodus 36.
Twee begaafde vormgevers, Bezaleël en Aholiab, maken daar allerlei voorwerpen voor de tent van ontmoeting. Allerlei vakmensen helpen mee.
En bij het volk leeft dat nieuwe project. Ja, het golft door de natie: er moet materiaal komen, en niet zo weinig ook.
Het staat er rechttoe-rechtaan: “Men bracht elke morgen nog vrijwillige gaven bij hem”[1].

Dat is allemaal mooi en aardig. Maar de ijver van het volk wordt de vakmensen toch wat te dol. De materialen stapelen zich op. De noeste werkers kunnen niet meer boven de stapel uitkijken.
‘Stop!’ roepen ze. Oftewel: “Het volk brengt veel, meer dan toereikend is ten dienste van het werk dat de HEERE geboden heeft te doen”[2].

Een wonder is het!
Het hele volk komt, om het maar eens modern te zeggen, in een flow. Een nieuwe energie vaart door het volk. Het enthousiasme is grenzeloos. De samenwerking is optimaal.
Maar we begrijpen het allemaal wel – die Geestdrift is door de Here gegeven. Uiteindelijk is Hij het Zelf die een plek creëert waar het volk Hem ontmoeten kan. Hij buigt de harten om. Hij schenkt vrijgevigheid.
“Uw volk is zeer gewillig om te strijden”, zingen we in Psalm 110[3]. Ten aanzien van Exodus 36 kunnen we rustig zeggen: Uw volk is zeer gewillig om te geven!

Nu ziet het bovenstaande er ideaal uit.
Als de kerk van vandaag er toch eens als Exodus 36 uitzag, wat zou dat een rust geven!
En – als je nu eens van te voren wist dat alle proefwerken, toetsen en examens een 10 opleverden…, dat zou toch prachtig wezen?

Maar ach, wij weten allemaal wel beter. Trouwens, niet voor niets bidt Jezus in Johannes 17: “Ik ​bid​ niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze”[4].
Toetsen en examens maak je midden in de wereld van vandaag.
En je wilt wel vrijgevig zijn in het geven van goede antwoorden, maar soms lukt dat gewoon niet. Hoe je ook je hersens pijnigt, het antwoord is er niet. Geef in een dergelijk geval jouw leven in handen van God. Geef de duivel geen kans om er met jouw gedachten vandoor te gaan!
De apostel Paulus schrijft in Romeinen 12: “En word niet aan deze wereld gelijkvormig, maar word veranderd door de vernieuwing van uw gezindheid om te kunnen onderscheiden wat de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is”[5].
Ook als het gaat om tentamens en examens moeten we zeggen: Uw wil geschiede!

Terug nu naar het Bijbelboek Exodus[6].
Bij herhaling wordt daar duidelijk gemaakt dat intelligentie en inzicht van God komen.
Zie Exodus 28: “En ú moet spreken tot allen die wijs van ​hart​ zijn, die Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de kleding van ​Aäron​ moeten maken om hem te ​heiligen, zodat hij Mij als ​priester​ kan dienen”[7].
En Exodus 31: “En Ik, zie, Ik heb Aholiab, de zoon van Ahisamach, uit de ​stam Dan, aan hem toegevoegd. En in het ​hart​ van ieder die wijs van ​hart​ is, heb Ik wijsheid gegeven zodat zij alles kunnen maken wat Ik u geboden heb”[8].
En Exodus 36: “Mozes​ had namelijk Bezaleël en Aholiab geroepen, en ieder die wijs van ​hart​ was, aan wie de HEERE wijsheid in zijn ​hart​ gegeven had, iedereen wiens ​hart​ hem ertoe bewoog om naar voren te komen om het werk te verrichten”[9].
De Heilige Geest is daar actief. Hij geeft activiteit. Hij geeft creativiteit. Hij geeft doorzicht. Met andere woorden – wie kennis wil verwerven en visie wil ontwikkelen moet steun en leiding zoeken bij de Heilige Geest van God.

Elihu, een vriend van Job, zegt in Job 32 dan ook: “Voorwaar, het is de ​Geest van God​ in de sterveling, en de adem van de Almachtige, die hen verstandig maakt”[10].
En dat geldt heus niet alleen voor wetenschappers. Lees maar eens mee in Jesaja 28. Daar wordt over de boer gezegd: “Zijn God onderwijst hem over de juiste wijze. Hij onderwijst hem”[11].
Paulus leert ons in 1 Timotheüs 4: “Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt ​geheiligd​ door het Woord van God en door het ​gebed”[12].

De examens zijn begonnen.
Voor scholieren is dat, om het maar zachtjes te zeggen, niet de makkelijkste tijd van hun leven.
Laten we, als het op school spannend is, het elkaar maar voorhouden: we mogen bescherming zoeken bij Gods Heilige Geest; Hij draagt ons door het leven heen!

Noten:
[1] Exodus 36:3.
[2] Exodus 36:5.
[3] Dit is de eerste regel van Psalm 110:3, berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Johannes 17:15.
[5] Romeinen 12:2.
[6] In het onderstaande gebruik ik onder meer: Dr. A.N. Hendriks, “Die Here is en levend maakt; Schriftstudies over de Heilige Geest en zijn werk”. – Kampen: Uitgeverij Van den Berg, 1984. – p. 14-17.
[7] Exodus 28:3.
[8] Exodus 31:6.
[9] Exodus 36:2.
[10] Job 32:8.
[11] Jesaja 28:26.
[12] 1 Timotheüs 4:4 en 5.

3 december 2018

Bij Jezus geborgen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In Hebreeën 2 treffen wij een plechtige verklaring aan: “…wij zien Jezus met heerlijkheid en eer gekroond, Die voor korte tijd minder dan de engelen geworden was, vanwege het lijden van de dood, opdat Hij door de genade van God voor allen de dood zou proeven”[1].

Wij zien Jezus, zegt Hebreeën 2.
Maar wij zien Jezus helemaal niet.
Niet met het blote oog tenminste.

Toen Jezus op aarde was, toen hebben de mensen Hem met eigen ogen gezien.
Gelovigen van 2018 zien Hem in hun gedachten in de hemel zitten op de troon.

De hemelse troonsbestijging geschiedde pas nadat Jezus Christus verlaagd was. Hij kwam in de wereld  teneinde ervoor te zorgen iedereen die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.
Het is dat Evangelie dat in Hebreeën 2 in een statig statement wordt samengevat.

Het is de vervulling van Psalm 8:
“Als ik Uw hemel zie, het werk van Uw vingers,
de maan en de sterren, die U hun plaats gegeven hebt,
wat is dan de sterveling, dat U aan hem denkt,
en de ​mensenzoon, dat U naar hem omziet?
Toch hebt U hem weinig minder gemaakt dan de ​engelen
en hem met ​eer​ en ​glorie​ gekroond”[2].
God kroonde Zijn Zoon. Zo is het gekomen dat Jezus Christus, onze Heiland, de troon besteeg!

Wat baat het ons nu dat wij dit alles geloven? Oftewel, wat hebben wij eraan in december 2018?
Antwoord: de weg naar de troon van God is open.
Om met Hebreeën 4 te spreken: “Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[3].
Onze gebeden komen bij de troon van de Heiland. Hij deelt barmhartig uit, mild en overvloedig. Hij geeft de hulp die wij nodig hebben.

En ja, Zijn ingrijpen is noodzaak.
Harde noodzaak.

In wat voor een wereld leven wij?
Het nieuws vertelt het ons.
Ik citeer: “Docenten in het voortgezet onderwijs voelen zich onveiliger voor de klas. Dat blijkt uit woensdag gepresenteerd onderzoek van DUO Onderwijs & Advies onder zo’n 1100 leerkrachten.
Ongeveer een kwart van de docenten voelt zich minder veilig op school dan drie jaar geleden, blijkt uit het onderzoek. Zo’n 60 procent voelt zich ongeveer even veilig op school als in 2015, terwijl 14 procent zich juist veiliger voelt, zo blijkt uit het onderzoek van DUO Onderwijs & Advies. Onderwijzers in het vmbo kampen met meer onveiligheid dan op bijvoorbeeld de havo.
Van de leerkrachten is 22 procent het afgelopen jaar uitgescholden door leerlingen. Zo’n 15 procent is onterecht beschuldigd door scholieren. De helft van de docenten maakte het afgelopen jaar mee dat een leerling diefstal pleegde. Vier op de tien leerkrachten zag zich geconfronteerd met een leerling die stoned in de klas zat; 40 procent trof een leerling met vuurwerk op school, 30 procent had te maken met een leerling die drugs in of rond de school verhandelde. En 10 procent van de leerkrachten trof een scholier met een wapen aan”[4].
Ja, in zo’n wereld leven wij.

Dat is een destructieve wereld. Een wereld die zichzelf schade toebrengt. Een wereld die uiteindelijk volstrekt verwoestend werkt.
Dat is een wereld die, ten diepste, zeer onveilig is.

Nee, het is in het geheel geen wonder dat we ons soms onveilig voelen in deze wereld.
Wij kunnen wel zeggen dat de dood voortdurend om ons heen is. In de kerk spreken we dan over “dit leven, dat toch niet anders is dan een voortdurend sterven”[5].
In en vanuit het geloof kunnen we echter over de problemen heen kijken. En dat is mooi werk.  Het feit dat onze Heiland reeds in de hemel is belooft namelijk wat!
Want in Hebreeën 2 staat ook: “…het paste Hem, om Wie alle dingen zijn en door Wie alle dingen zijn, dat Hij, om veel kinderen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman van hun zaligheid door lijden zou ​heiligen”[6]. De Heiland op de troon – dat is blijkbaar nog maar een begin, een klein begin!

De kinderen van God worden door de Geest van God naar de toekomst geleid, schrijft Paulus in Romeinen 8[7].
Kinderen van God weten hun bestemming al. Zij zijn door de God van hemel en aarde uitverkoren. Zij gaan een luisterrijke toekomst tegemoet![8]
De kinderen van God worden vrijgekocht, schrijft Paulus in Galaten 4[9]. Eertijds werden gijzelaars nog wel eens vrijgekocht[10]. Welnu – kinderen van God krijgen alle vrijheid om hun Heer te eren. Dat Heer-lijke feest gaat in de hemel altijd verder. Voor eeuwig!
Niet dat het leven op aarde dan altijd een makkie is. Zeker niet. Kinderen die door hun Vader opgevoed worden, krijgen soms straf. Aldus maakt de Hebreeënschrijver in hoofdstuk 12 duidelijk[11].

Maar het is glashelder – wij moeten ons maar niet laten intimideren door scheldpartijen.
En ook niet door allerlei onterechte beschuldigingen.
En ook niet door diefstal van allerlei goederen.
En ook niet door drugsgebruikers.
En ook niet door wapens.

Laten we maar denken aan Gods troon.
Laten we ons maar richten op Degene die daarop zit.
Dan wordt een hard bestaan doortrokken van barmhartigheid.
Dan wordt hardvochtigheid volkomen overvleugeld door Gods genade.
Want bij de Heiland zijn wij veilig. Om met Psalm 18 te spreken:
“Hij is een schild, een schuilplaats in de strijd,
voor al wie bij hem zoekt naar veiligheid”![12]

Noten:
[1] Hebreeën 2:9.
[2] Psalm 8:4, 5 en 6.
[3] Hebreeën 4:15 en 16.
[4] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/docenten-voelen-zich-steeds-minder-veilig-op-school-1.1530722 ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[5] Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek, p. 514.
[6] Hebreeën 2:10.
[7] Romeinen 8:14: “Immers, zovelen als er door de ​Geest van God​ geleid worden, die zijn ​kinderen​ van God”.
[8] Efeziërs 1:5: “Hij heeft ons voorbestemd om als Zijn ​kinderen​ aangenomen te worden, door ​Jezus​ ​Christus, in Zichzelf, overeenkomstig het welbehagen van Zijn wil”.
[9] Galaten 4:4 en 5: “Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, zond God Zijn Zoon uit, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, om hen die onder de wet waren, vrij te kopen, opdat wij de aanneming tot ​kinderen​ zouden ontvangen”.
[10] Zie hiervoor bijvoorbeeld http://kempenland-historie.nl/Tijdbalk%20ca1540-ca1650.html ; geraadpleegd op woensdag 28 november 2018.
[11] Hebreeën 12: 6 en 7: ”Want de Heere bestraft wie Hij liefheeft, en Hij geselt iedere zoon die Hij aanneemt. Als u bestraffing verdraagt, behandelt God u als ​kinderen. Want welk ​kind​ is er dat niet door zijn vader bestraft wordt?”.
[12] Dit zijn regels uit Psalm 18:9 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.

30 november 2018

Het hoofd omhoog

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land van de ​Egyptenaren​ geleid heeft, zodat u niet meer hun ​slaven​ bent. Ik heb de stangen van uw ​juk​ gebroken en u rechtop laten gaan”[1].

De bovenstaande woorden uit Leviticus 26 maken deel uit van een uitgebreide oproep aan het volk Israël om heilig te leven. De hoofdstukken 17 tot en met 25 staan vol met instructies.
In hoofdstuk 26 gaat het dan over zegen en vloek.
De zegen komt als het volk zich aan de instructies houdt.
De vloek komt over hen als zij de instructies negeren.

De Here zegt: Ik ben uw Verlosser. En: Ik heb u bevrijd. En: nu krijgt u rust. En: Ik houd de bedreigingen ver bij u vandaan.
Zodoende kan Israël rechtop staan.

Dat geldt des te méér voor de kerk van vandaag.
Dat blijkt bijvoorbeeld in Romeinen 5: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben ​vrede​ bij God door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God”[2].
Gods kinderen moeten steeds weer herinnerd worden aan het feit dat zij verlost zijn uit de macht van de zonde. Nu zij rechtop kunnen blijven staan, moeten zij vooral niet vergeetachtig worden!

Heilig leven: dat wil zeggen dat wij apart gezet zijn. De Here groepeert ons in de kerk.
Het is bevrijdend om de stangen van het juk niet meer te voelen.
Het is dat juk waar Jesaja in hoofdstuk 9 over zegt: “Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. U hebt dit volk talrijk gemaakt; hebt U niet de blijdschap groot gemaakt? Zij zullen blij zijn voor Uw aangezicht, zoals men zich verblijdt bij de oogst, zoals men zich verheugt wanneer men de buit verdeelt. Want het ​juk​ van hun last, de stok op hun schouders, en de ​knuppel​ van hun slavendrijver hebt U verbroken als eens op Midiansdag”[3].
Het is afgelopen met onderworpenheid.
De kerk is niet langer de gedoodverfde verliezer. Dat denkt de wereld wel, maar de situatie is wezenlijk anders – en dat zal gaandeweg blijken.

De kerk is het licht van de wereld, lezen wij in Mattheüs 5[4]. Daar is bestendig leven. Daar is heil te vinden. De kerk geeft ons het zicht op de zaken waar het echt om gaat.

Kunnen we nog wat met Leviticus 26 als wij dat hoofdstuk naast het actuele nieuws leggen?
Laten wij eens kijken.

“Voorzitter André Postema van het college van bestuur van de Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) vertrekt per direct. Hij doet dat op verzoek van de raad van toezicht. Ook voorzitter Jan Schrijen van de raad treedt af.
De positie van Postema stond al een tijd onder druk nadat er eerder jaar van alles mis was gegaan in de aanloop naar het eindexamen op het VMBO Maastricht. 353 examens werden ongeldig verklaard.
Volgens de stichting is Postema op verzoek van de raad van toezicht aangebleven om de hersteloperatie te leiden. ‘Nu de laatste groep getroffen studenten het diploma alsnog heeft gehaald, komt de hersteloperatie in een nieuwe fase en moet er ruimte worden gemaakt voor een nieuw bestuur’, schrijft de raad in een toelichting”.
Aldus een bericht dat op maandag 26 november in de media verscheen[5].

Wat heeft dit alles te maken met Leviticus 26?

De getroffen scholieren verloren de grip op de voortgang van hun studie. Wat een boosheid, teleurstelling en verdriet is daar geweest!
De bestuurders hebben zich ongetwijfeld met allerlei al of niet nuttige dingen bezig gehouden. Maar blijkbaar niet met de resultaten van de jongelui die onderwijs genoten. De bestuurders waren daar de grip op kwijt.
De onderwijskundige gezagsdragers hebben nu het veld moeten ruimen.
In Maastricht en omgeving leven heel wat verliezers. Wat een narigheid! Wat een chagrijn!

Wij kunnen daar met z’n allen hoofdschuddend naar gaan zitten kijken.
Intussen maken de gebeurtenissen in Limburg wel duidelijk hoe belangrijk het is om in het leven de juiste prioriteiten te stellen.

Kerkmensen moeten leven vanuit de wetenschap dat zij gered zijn.
Gods kinderen zijn, zo leren zij uit Leviticus 26, verlost uit Egypte.
Gods kinderen hebben, zo lezen zij in Romeinen 5, geen last meer van blokkades op de weg naar Gods genade.
Gods kinderen zijn verlost van afbraak en ondergang.
Gods kinderen hebben vrede met hun Heiland.
Als dat de kern van het leven is, wordt het makkelijker om de agenda in te vullen. Als dat het beginpunt van onze activiteiten is, wordt het eenvoudiger om uit de veelheid van kwesties die ons bezighouden de kernzaken het eerst aan te pakken.
Dan voel je je een stuk vrijer.
Dan heb je meer overzicht.
Dan is er rust in alle drukte van de dag.

In Galaten 5 schrijft de apostel Paulus ook over vrijheid.
Dat doet hij zo. “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”[6].
Daar valt een hoogst belangrijk woord: liefde.
Gods kinderen zijn het eigendom van Jezus Christus, de Heiland. Liefde is één facet van de vrucht van de Heilige Geest van Jezus Christus. U weet wel: “liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[7].
De inzet van Galaten 6 is: “Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van ​Christus. Want als iemand denkt iets te zijn, terwijl hij niets is, bedriegt hij zichzelf. Maar laat ieder zijn eigen werk beproeven; dan zal hij alleen voor zichzelf stof tot roemen hebben, en niet voor de ander”[8].
De vrijheid die Christus aanbiedt, geeft heilzame grenzen aan!

In Leviticus 26 wordt gerefereerd aan Israëls bevrijding uit Egypte.
In 2018 weten wij: dat was nog maar het begin.
Christus’ lijden, sterven en opstanding geven ons garanties voor een nieuw leven. Wij weten dat – om met Romeinen 8 te spreken – “de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de ​kinderen​ van God”[9].
En daarom mogen we die tekst uit Leviticus 26 ook heden ten dage nog op de voorgrond zetten: “Ik ben de HEERE, uw God, Die u uit het land van de ​Egyptenaren​ geleid heeft, zodat u niet meer hun ​slaven​ bent. Ik heb de stangen van uw ​juk​ gebroken en u rechtop laten gaan”.
Laten wij maar fier en rechtop door de wereld gaan.
Nee, dat doen wij niet omdat wij blaken van zelfvertrouwen.
Dat doen wij omdat onze God ons heil op hemelse wijze vorm geeft.

Natuurlijk – het leven is vol kommer en treurnis.
En nee, dat is niet alleen zo in Maastricht. Nee, dat is niet alleen zo in Limburg.
Maar somberheid en treurnis hebben in ons leven niet meer de overhand. Want de Heiland leidt ons door de wereld heen. Bij Hem is het veilig.
En daarom – sursum corda: het hoofd omhoog en het hart naar boven!

Noten:
[1] Leviticus 26:13.
[2] Romeinen 5:1 en 2.
[3] Jesaja 9:1-3.
[4] Mattheüs 5:14: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn”.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2260927-voorzitter-postema-stapt-alsnog-op-na-examendebacle-vmbo-maastricht.html ; geraadpleegd op maandag 26 november 2018.
[6] Galaten 5:1.
[7] Galaten 5:22.
[8] Galaten 6:2, 3 en 4.
[9] Romeinen 8:21.

3 februari 2017

Profetische woorden in 1972

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

In 1972 bestaat het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond twintig jaar. Aan dat heuglijke feit wordt in de editie van het Nederlands Dagblad die op 28 januari van dat jaar verschijnt uitgebreid aandacht besteed.
Er wordt een weergave geboden van de jaarrede die G.M.V.-voorzitter D. Smilde op woensdag 26 januari 1972 houdt. Die rede spreekt hij uit op de twintigste jaarvergadering van het G.M.V.; die wordt te Groningen gehouden.

Het is leerzaam om de denktrant van die tijd te zien.
Daarom geef ik hieronder graag enkele citaten uit het ND.

Het begint met de kop “Reformerend, niet revolutionair”.

Gaarne noteer ik daar het volgende bij.
Wie zijn gedrag in de lijn wil brengen met Gods Woord, wordt als snel als een dwarsligger gezien. Dat is echter een ingrijpende misvatting. Wie als christen leeft, heeft een uitgangspunt dat helaas door steeds minder mensen wordt gebruikt. Maar het is wel het enig juiste uitgangspunt.
Werkend vanuit het Woord van God gaan mensen anders met elkaar om. Nee, de maatschappij wordt niet ondersteboven gekeerd. Er wordt niet geroepen om een totaal andere wereld, of om een alles ontziende politieke omwenteling.
In al ons doen en laten moet het Woord van God onze leidraad wezen!

Ik citeer:
“De mens die God verlaat en dat gebeurt in toenemende mate nu onbestraft in naam der valse vrijheid theologen het Woord der Waarheid weerspreken en de kerken leeg worden, die ijdele mens doolt rond in wazigheid. Het Woord Gods, de lamp voor hun voet, stoten ze weg. In de donkerheid, die volgt, roept men om licht. Welnu, dan dagen de profeten van het humanisme op, die zeggen dat ze wat weten. Nihilisme, pessimisme komt, maar biedt geen uitzicht”.

Er lijkt door de jaren heen bar weinig te veranderen!

Waar komt die wazigheid heden ten dage vandaan?
Mensen kiezen voor hun eigen leven. Wat anderen daarvan vinden doet er niet zoveel toe. En het oordeel van de Ander, de Schepper van hemel en aarde, komt pas later aan de orde.
Levensloopbeleid heeft, nu al zeker een jaar of tien, de aandacht van veel beleidsmakers. Men praat over individuele verantwoordelijkheid. En over de kracht om het leven zo lang mogelijk zelf te blijven organiseren.
Maar ach, intussen loopt een leven zoals het loopt. Het enige waar wij iets aan kunnen doen is, om zo te zeggen, de aankleding van het leven. Je moet er wat van maken, roept men. En als bij toverslag is daar een tamelijk weinig zeggende glimlach.

Ik citeer opnieuw:
“Anders dan vroeger is men in onze dagen niet zo vlug geneigd zich bij de dingen neer te leggen. Men roept om verandering in de trant van geen woorden maar daden. Men voelt zich vrijer nu de welvaart gestegen is, en de kennis toegenomen. Nu de zorg voor het dagelijks brood minder drukt en meer tijd voor vakantie en ontspanning beschikbaar is.
De mens is ook vrijer en heeft ook meer ontplooiingsmogelijkheden gekregen.
Maar vrijheid brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom zijn de meeste mensen er bang voor, heeft Bernhard Shaw eens gezegd. Vrijheid stelt voor de keus. Bij het kiezen bestaat onzekerheid. De mensen willen graag dat een ander een keus voor hen doet en hen leidt”.

Geen woorden maar daden… is dat ook niet waar de burger van 2017 behoefte aan heeft?
Wie zich vandaag de dag onbegrepen voelt richt onmiddellijk een politieke partij op. Want dan kan er meegepraat worden in de Tweede Kamer. Is dat niet het toppunt van democratie?
Maar intussen…
Intussen wordt er allerwegen geklaagd over versplintering in de politiek. Die fragmentarisering komt doordat men steeds vaker extreme standpunten inneemt. Door al die extremiteit wordt het voeren van een rustig gesprek steeds moeilijker.
Daar komt bij dat massa’s mensen vrij willen zijn, maar – hoe paradoxaal! – wel gaarne geleid willen worden.
Roeptoeteren is vandaag de dag een niet onbekend woord. Het betekent iets als: een standpunt luidkeels verkondigen, maar daarbij nuances vermijden. Welnu, onder dat roeptoeteren ligt, meen ik, niet zelden een ondergrond die slechts bestaat uit een combinatie van onzekerheid, angst en egoïsme.

Opnieuw citeer ik G.M.V.-voorzitter Smilde.
“Die roep om vrijheid bekommert die zich om echte zelfstandigheid en vrijheid, die verantwoordelijkheid aanvaardt? Of vraagt men om de schijnvrijheid van de losbandigheid, die zich om de naaste niet bekreunt en persoonlijk of groepsegoïsme najaagt? We vrezen het laatste”.

Laten we het maar ronduit zeggen: broeder Smilde heeft een vooruitziende blik gehad.

Nog een laatste citaat.
“Miljarden guldens geven we uit voor onderwijs maar het begin der wijsheid, de basis van de kennis, het Woord van God, laat men dicht. Psalm 2 zegt het al. ‘Waarom woelen de volken en zinnen de natiën op ijdelheid?’.
Maar ook de weg ten leven wijst deze psalm. ‘Nu dan gij koningen, weest verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde. Dient de Here met vreze en verheugt u met beving. Kust de Zoon, opdat hij niet toorne en gij onderweg niet te gronde gaat, want zeer licht ontbrandt zijn toorn’. En voor allen, die zich laten gezeggen geldt: ‘Welzalig allen, die bij Hem schuilen!’.
In dit kader willen we spreken over de maatschappij, over veranderingen die nodig en wenselijk zijn, onze aktiviteit zij gekenmerkt door realiteitszin, die reformerend, maar niet revolutionair Gods rijke schepping mee helpt ontplooien in gebondenheid aan Zijn Woord”[1].

De uitgaven aan onderwijs belopen in onze tijd ruim veertig miljoen euro. Een website meldt ons: “In 2015 is in totaal 42,3 miljard euro besteed aan onderwijs, inclusief het onderzoek dat hogescholen en universiteiten uitvoeren in het kader van hun wettelijke taak en in de vorm van contractonderzoek voor derden. Dit is ruim 19 miljard euro meer dan in 2000. Binnen de overheid is vooral de Rijksoverheid meer gaan uitgeven voor onderwijs en onderzoek”[2].
Maar de mogelijkheden voor het geven van voluit Gereformeerd onderwijs zijn in ons land niet zo groot meer.

Als u het mij vraagt hebben de in de bovenstaande alinea geciteerde woorden hun actualiteit in 2017 nog niet verloren!

Noten:
[1] “Twintig jaar G.M.V. – Reformerend, niet revolutionair”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 28 januari 1972, p. 4. Ook te vinden via www.delpher.nl .
[2] Zie https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/sectoroverstijgend/financien/uitgaven-aan-onderwijs ; geraadpleegd op woensdag 18 januari 2017.

15 december 2016

Onderwijs naar Gods wil

Op maandag 12 december jongstleden kwam ik een uiterst merkwaardige kop in het Nederlands Dagblad tegen.
Het was een quote van Tamme Spoelstra. “Ik weet niet of vrijgemaakt onderwijs naar Gods wil was”. Tamme promoveerde op dinsdag 13 december jongstleden te Amsterdam op de geschiedenis van het vrijgemaakte onderwijs[1].

Uit het Nederlands Dagblad citeer ik: “Nee, hij is niet bezig met een afrekening. ‘Het vrijgemaakte onderwijs heeft veel gebracht. Mijn ouders maakten zich oprecht zorgen over de kerkelijke gereformeerde opvoeding. En ik zie ook de winst. De gedrevenheid van de ouders heeft sterk emanciperend gewerkt.’
Maar dat neemt niet weg dat Spoelstra tijdens zijn onderzoek ook op vraagtekens is gestuit. Op een heel grote vraag, uiteindelijk: ‘Of het ontstaan van de vrijgemaakte scholen naar de wil van God is geweest, durf ik niet te zeggen’”[2].

Waarom vond ik die krantenkop zo merkwaardig?
Omdat de krantenkop suggereert dat u en ik nooit zeker weten of wij de wil van God doen.
En dat gaat, als u het mij vraagt, tegen uw en mijn belijdenis in.
Want met de Nederlandse Geloofsbelijdenis belijden wij: “Wij geloven dat deze Heilige Schrift de wil van God volkomen bevat en voldoende leert al wat de mens moet geloven om behouden te worden. Daarin heeft God uitvoerig beschreven op welke wijze wij Hem moeten dienen. Daarom is het de mensen, zelfs al waren het apostelen, niet geoorloofd anders te leren dan ons reeds geleerd is door de Heilige Schrift; zelfs niet een engel uit de hemel, zoals de apostel Paulus zegt (…). Het is verboden aan het Woord van God iets toe te voegen of daarvan af te doen (…). Daaruit blijkt duidelijk dat wat daarin geleerd wordt, volmaakt en in alle opzichten volledig is”[3].
Dus: de Here heeft uitgebreid beschreven hoe wij Hem moeten dienen,
En: wat in Gods Woord staat, is volmaakt en in alle opzichten volledig.
Wij weten dus, als wij de Bijbel lezen, heel goed hoe wij de Here dienen moeten!

Spoelstra zegt: Gereformeerde scholen “zijn ontstaan in een veel breder levend sentiment: er was angst dat de gereformeerde en hervormde scholen zouden verwateren. De theologen/pedagogen Herman Bavinck en Jan Waterink waren sterk gericht op het klaarmaken van kinderen voor hun plek in de maatschappij – naast hun vorming tot goede christenen natuurlijk. De vraag was: hoe bewaak je de identiteit?”.
De mensen waren eertijds bang dat het christelijk onderwijs zou verwateren. Uit verhalen en artikelen in oude kranten begrijp ik dat dat proces ook al aan de gang was. Die angst was dus terecht.
En bovendien: Gereformeerden kennen de macht van de zonde. Zij weten hoe belangrijk het is om nauwkeurig in de gaten te houden of Gods wil bij de voortduur wordt gedaan.

Doen wij altijd Gods wil?
Laten wij op die vraag eerst maar eens antwoorden “dat zonder de wil van mijn hemelse vader geen haar van mijn hoofd kan vallen, ja zelfs zo, dat alles dienen moet tot mijn heil”.
Dat is de inzet van de Heidelbergse Catechismus in Zondag 1[4].
En laten we er maar bij zetten “dat de eeuwige Vader van onze Here Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat erin is, uit niets geschapen heeft en ze nog door zijn eeuwige raad en voorzienigheid in stand houdt en regeert, om zijn Zoon Jezus Christus mijn God en mijn Vader is. Daarom vertrouw ik zo op Hem, dat ik er niet aan twijfel, of Hij zal mij voorzien van alles wat ik voor lichaam en ziel nodig heb, en ook elk kwaad, dat Hij mij in dit moeitevol leven toedeelt, voor mij doen meewerken ten goede. Want Hij kan dit doen als een almachtig God en wil het ook doen als een trouw Vader”[5].
Maar op de vraag of wij altijd Gods wil doen moeten wij gelovig toegeven: “zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid”.
Daarmee is echter niet alles gezegd.
Want Gereformeerden richten hun bestaan zo in, “dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven”[6].

Dat stond, naar ik meen, de oprichters van Gereformeerde scholen indertijd voor ogen.
Daaraan wilden de voorvechters van Gereformeerd onderwijs werken. Zij wilden de kinderen leren dat zulk een voornemen op alle terreinen van het leven moet worden uitgewerkt.

Het echoot in mijn hoofd: “Of het ontstaan van de vrijgemaakte scholen naar de wil van God is geweest, durf ik niet te zeggen”.

Dat klinkt mij teveel als: die ijverige voorvaderen hadden er beter aan gedaan geen Gereformeerde scholen op te richten. Ach ja, hun gedrevenheid heeft “sterk emanciperend” gewerkt. Dat dan weer wel. Maar of het nou zo noodzakelijk was…

Laat ik nu even voor mijzelf spreken.
Ik wil hier graag mijn dankbaarheid uiten.
De dankbaarheid voor het geloof van mijn ouders, die mij leerden wat geloven is: in alle omstandigheden op God vertrouwen; want Zijn beloften worden waar!
De dankbaarheid voor het geloof van mensen als meneer den Otter, het hoofd van de dr. K. Schilderschool aan de Rode Kruislaan in Groningen. Hij liet mij – met lichamelijke beperking en al – toe op het Gereformeerde basisonderwijs. Terwijl dat in de jaren ‘60/’70 van de vorige eeuw helemaal niet zo gebruikelijk was. Want indertijd gingen gehandicapte kinderen veelal naar de mytylschool[7]. Meneer den Otter deed al aan zorgbreedte voordat dat woord uitgevonden was!
De dankbaarheid voor mensen van vroeger die mij leerden om naar Gods wil te leven.
De dankbaarheid voor broeders en zusters van nu; mensen die samen met mij achter Christus aan lopen.

Tamme Spoelstra is gepromoveerd.
Dat is prachtig.
Er staat vast veel waardevols in zijn dissertatie.
Maar één ding mag men, als u het mij vraagt, nimmer vergeten.
Dat is dit: de oprichting van Gereformeerde scholen was en is vooral een kwestie van geloofswetenschap.

Nee, Gereformeerd onderwijs biedt geen garanties voor levenslang gelovig leven.
Natuurlijk niet.
Maar de bede van Psalm 86 mogen wij uit volle borst meezingen:
“Leer mij naar uw wil te hand’len,
laat mij in uw waarheid wand’len.
Voeg geheel mijn hart tezaam
tot de vrees van uwen naam”[8].

Wanneer handelen wij naar Gods wil?
Dat staat in Micha 6. Ik citeer: “Hij heeft u bekendgemaakt, o mens, wat goed is en wat de Here van u vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben, en ootmoedig te wandelen met uw God”[9].
Dat deden onze gelovige vaders en moeders, onze ooms en tantes, onze opa’s en oma’s. En ja, hun handelen was bevlekt met zonden. Maar zij waren, naar mijn overtuiging, instrumentarium van de Verbondsgod.
Laten wij hun geloof maar navolgen. Gewillig en met vreugde[10]. Want zo werkt dat in de kerk.

Noten:
[1] De titel van zijn proefschrift luidt: “Verbondsonderwijs. Geschiedenis van het gereformeerd-vrijgemaakt onderwijs in Nederland tot 1985”.
[2] “Ik weet niet of vrijgemaakt onderwijs naar Gods wil was”. In: Nederlands Dagblad, maandag 12 december 2016, p. 4 en 5.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 7.
[4] Heidelbergse Catechismus – Zondag 1, antwoord 1.
[5] Heidelbergse Catechismus – Zondag 9, antwoord 26.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, antwoord 115.
[7] Zie voor de betekenis van dit begrip https://nl.wikipedia.org/wiki/Mytylschool .
[8] Psalm 86:4 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[9] Micha 6:8.
[10] Deze formulering gaat terug op Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus. Ik citeer vraag en antwoord 55: “Wat verstaat u onder de gemeenschap der heiligen?
Antwoord:
Ten eerste dat de gelovigen allen samen en ieder persoonlijk als leden gemeenschap hebben met de Here Christus en deel hebben aan al zijn schatten en gaven. Ten tweede dat ieder verplicht is zijn gaven tot nut en heil van de andere leden gewillig en met vreugde te gebruiken”.

28 september 2016

Vergeetachtige kerk?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De kerk krijgt met tegenwerking en vervolging te maken.
In het leven der discipelen begon dat al.
En de kerk merkt dat door alle eeuwen heen.
Voortdurend.

Het is oppassen geblazen; de kerk moet zorgen niet in de val te lopen. De val van ergernis, van ongeloof en twijfel namelijk.
Waar komt die tegenwerking vandaan? Uit de kerk notabene!

Zeker, de wereld zit ook achter kerkmensen aan. Maar door de zonde verwordt de kerk tot de verkondiger van een eigen boodschap, die geen Evangelie heten mag. Het kan dan gebeuren dat trouwe kinderen van God uit de ‘kerk’ worden gezet. Terwijl die valse kerk vervolgens fijntjes opmerkt: dat hebben wij toch netjes gedaan…
Wij weten dat dat in vroeger tijden metterdaad zo heeft gewerkt. Iemand schreef: “Uit de joodse literatuur weten we, dat het rabbinaat sedert ongeveer 90 na Christus deze harde maatregel nam tegenover elke jood, die Jezus als Messias beleed”[1]. Dergelijke mensen kennen Jezus niet echt. En zij erkennen Hem ook niet.
De Heiland heeft daar Persoonlijk voor gewaarschuwd.

Bijvoorbeeld in Johannes 16[2].
Ik citeer de inzet van dat Schriftgedeelte: “Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij niet ten val komt. Men zal u uit de synagoge bannen; ja, de ure komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen Gode een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennen. Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb. Doch dit heb Ik u niet van het begin aan gezegd, omdat Ik bij u was”[3].

Dat klinkt tamelijk onheilspellend.
Kan de kerk anno Domini 2016 wel overleven?
Antwoord: jazeker wel.
Want in Johannes 16 klinken vooral beloften. De kerk wordt niet alleen gelaten. De Heilige Geest zal worden gestuurd. En de discipelen zullen Jezus zien als Hij opgestaan is.
Met andere woorden: de kerk blijft overeind in dit aardse bestaan!

Maar daarmee is niet gezegd dat het kerkelijk leven eenvoudig is.
Ook niet in Nederland.

Bijvoorbeeld niet omdat de vrijheid van onderwijs in Nederland behoorlijk onder druk staat. Een commentator van het Reformatorisch Dagblad schreef daarover onlangs het volgende.
“Kostbaar goed is vaak bedreigd bezit. Ook dat wordt in zijn algemeenheid doorgaans wel toegestemd. Maar wie beseft werkelijk dat dit zo is?
Eind vorige week werd in de media het toelatingsbeleid van de reformatorische scholen op de korrel genomen. Een leerling is geweigerd omdat ze vanwege haar levensbeschouwelijke achtergrond niet past bij de identiteit van de school. In een televisieprogramma kreeg de schoolleiding eigenlijk niet de gelegenheid om de inhoudelijke argumenten voor de afwijzing toe te lichten. De opzet was duidelijk. De programmamaker wilde alleen maar zijn eigen overtuiging uitdragen: de overheid moet geen subsidie geven aan scholen die hun identiteit serieus nemen door een eigen toelatingsbeleid te voeren.
Natuurlijk kan men zich druk maken over het onfatsoenlijke gedrag van de cameraploeg. En dat was onfatsoenlijk. Maar dat is niet het meest ingrijpende. Zorgwekkender is dat er kennelijk een mobilisatie op gang komt om de financiële gelijkstelling af te schaffen. Nog niet zo lang geleden antwoordde een politicus op de vraag of dit inderdaad moest, veelbetekenend: ‘Nu nog even niet’. Met andere woorden: het moet wel, maar het komt politiek nu niet uit.
Ouders, docenten, besturen en kerk zijn echter gewaarschuwd. De voorrechten die er nu nog zijn, komen ter discussie. De regering denkt na over een andere invulling van artikel 23, waarin de vrijheid van onderwijs is omschreven. Op het eerste gezicht lijken de voorstellen geen probleem, maar de zorg moet zijn wat de effecten op langere termijn zijn.
Laten ouders die nu met een gerust hart en soms met enige gemakzucht hun kinderen naar een eigen school sturen, meeleven met de school en vooral meebidden. Het gaat om bewaring van kostbaar en tegelijk bedreigd bezit”[4].

Wat gebeurt er dus?
De kerk komt onder druk te staan van binnenuit en van buitenaf.
Trouwe kinderen van God worden maar al te vaak afgeschilderd als lastposten. Zij kunnen maar beter uit de ‘kerk’ vertrekken. En als zij dat niet vrijwillig doen, krijgen zij wel te horen dat het beter is dat zij hun biezen pakken…
Trouwe kinderen worden door de wereld vervolgens verwonderd aangekeken. Men hóórt de seculieren bij tijd en wijle bijna denken: wat moeten we met deze wereldvreemde types aanvangen?

Nee, dat is niet goed voor ons zelfbeeld.
Ja, het wordt steeds moeilijker om aansluiting in deze wereld te vinden. Geloven is gek geworden. En uit de tijd.
Maar de Verbondsgod vraagt trouw.
En wat onmogelijk lijkt, blijkt toch uitvoerbaar.
Laten wij Jezus’ woorden vooral niet vergeten: “Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze u gezegd heb”.
Als de kerk die woorden vergeet, gaat zij steeds minder van haar eigen geschiedenis begrijpen.

Noten:
[1] Zie de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Johannes 16:2.
[2] Volgende week woensdag, 5 oktober 2016, vergadert Deo Volente de mannenvereniging ‘Augustinus’ van De Gereformeerde Kerk Groningen. Tijdens die bijeenkomst zal Johannes 16 aan de orde komen. Het schrijven van dit artikel is een deel van mijn voorbereiding op die vergadering.
[3] Johannes 16:1-4.
[4] “Bijzonder”. Commentaar in: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 10 september 2016, p. 3.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.