gereformeerd leven in nederland

22 juni 2020

De blije kerk verwelkomt de Rechter

Dit artikel begint stevig. Op deze eerste werkdag van de week is de inzet fors. Ons vertrekpunt is namelijk Psalm 97. Citaat:
“Beschaamd moeten zijn allen die beelden dienen
en zich op de afgoden beroemen.
Buig u voor Hem neer, alle goden.
Sion heeft het gehoord en zich verblijd,
de dochters van Juda hebben zich verheugd
vanwege Uw oordelen, HEERE.
Want U, HEERE, bent de Allerhoogste over de hele aarde,
U bent zeer hoog verheven boven alle goden”[1].

In Psalm 97 wordt duidelijk dat de Verbondsgod al het kromme op aarde weer recht maakt. Er komt weer rechtvaardigheid. De misstanden gaan de wereld uit!
De psalmschrijver belijdt het: mijn God steekt boven alles en iedereen uit. En alle rechtgeaarde kerkmensen nemen die confessie over: onze God heeft het te zeggen in deze wereld. Hij bepaalt hoe de dingen gaan. Alle ontwikkelingen die er in de wereld zijn worden door Hem aangestuurd.

Men vraagt: hoe zien we dan dat God de zaken in Zijn hand heeft? Daarover zei een predikant eens: “Maar dát zingt deze Psalm nou net niet: hoe het te zien is, hoe het te bewijzen valt. Het wordt eenvoudigweg gesteld, beter gezegd: beleden, dat de HERE Koning is. Dat is ook niet altijd te zien. Vaak genoeg niet. Niet voor niets wordt er over de Here God gezegd (…) dat Hij gehuld is in ‘wolk en duisternis’. Gods koningschap is dus verhuld”[2]. Het komt derhalve echt op geloof aan!

Nee, het is niet zo dat de Goddelijke Rechter van deze aarde makkelijk zichtbaar is. Er zijn donkere wolken om Hem heen. Vuur gaat voor Hem uit.
En nee, de Rechter van ’t heelal komt niet alleen om de misverstanden en de onvrede in de kerk uit de weg te ruimen. Heel de wereld krijgt met Hem te maken!
’t Is precies zoals wij in de kerk zingen:
“Een vuur gaat voor Hem uit,
een vlam die niemand stuit,
verzengt aan alle zijden
hen die zijn macht bestrijden”[3].

Het gebruik van afgoden wordt abrupt beëindigd. Alle mensen die op hun eigen manier religieus zijn, komen er achter dat hun vrome gevoelens niet veel meer dan lucht en leegte opleveren. Uiteindelijk kom je met al die goedbedoelde emotie geen steek verder.

Maar de kerk is blij.
Natuurlijk: Gods oordelen zijn streng. Voor gelovige mensen is het echter volstrekt helder dat alle onderdrukking van gelovigen en het weg-regelen van de godsdienst uit de samenleving opzij wordt geschoven. En wel met het gemak waarmee je een gordijn opzij schuift. Het is voor alle door God uitgekozen mensen volkomen duidelijk: de toekomst gaat open. Er komt een nieuwe tijd aan. Gods volk wordt definitief bevrijd!

Dit is een psalm voor de kerk. Het is een lied dat de God van het verbond aan Zijn kinderen geeft.
Het is belangrijk om daar de nadruk op te leggen.
Het is niet uitgesloten dat iemand die de hemelse God stelselmatig negeert, Psalm 97 een hoogst merkwaardig lied vindt. De seculiere wereldburger vraagt zich af: hoe kan het dat christenen genieten van vuur dat over de wereld suist? Hoe is het mogelijk dat gelovigen blij worden als er van alles wordt vernield door een verzengend vuur? Dat is niet mooi. Sterker nog – dat is een regelrechte ramp.
En toch
Toch is de kerk blij. Want zij weet: het eindoordeel komt eraan! 

Laten we elkaar in verband hiermee wijzen op het onderwijs dat Jezus in Lucas 14 geeft: “Wanneer u echter een feestmaaltijd gereedmaakt, nodig dan armen, verminkten, kreupelen en blinden. En u zult zalig zijn, omdat zij niets hebben om u te vergelden. Want het zal u vergolden worden in de opstanding van de rechtvaardigen”[4].
De kerk moet zich ten volle realiseren dat het leven naar Gods geboden op deze aarde een rechtstreekse verbinding heeft met de heerlijkheid die kerkmensen te wachten staat. ‘U zult uw naaste liefhebben als u zelf’ – die boodschap moet de kerk de wereld in dragen.
De kerk moet zeggen: mensen, kom erbij en doe net als wij.
De kerk moet zeggen: mensen, geloof in Gods geboden; want daarin ligt uw redding.
De kerk mag het proclameren: wie naar Gods geboden leeft, heeft in het eindoordeel niets te duchten!

De kerk is blij.
Maar de kerk gaat niet fluitend door de wereld. Gelovige mensen maken heel wat lijden mee. Zij worden een beetje meewarig aangekeken. Zij worden soms nog net niet gekleineerd: ‘Geloof jij nog in God? Jongen, dat is iets van de jaren ’50 van de vorige eeuw. Ik had je wijzer willen hebben…’.
Christenen worden zomaar als aan de kant gezet. Gods kinderen zijn, menen velen, op een bepaald punt tamelijk onnozel. Gelovige mensen blijven, zo denken massa’s mensen, in het verleden hangen – namelijk in de tijd van grote kerken en trouwe kerkgang. Ach, die tijd is geweest. Eigenlijk zijn gelovigen een beetje schaapachtig…
Maar Gods kinderen wachten op de “openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn. Zij zullen als straf het eeuwig verderf ondergaan, weg van het aangezicht van de Heere en van de heerlijkheid van Zijn macht, wanneer Hij zal gekomen zijn om op die dag verheerlijkt te worden in Zijn heiligen en bewonderd te worden in allen die geloven”.
Ja, zo schrijft de apostel Paulus dat in 2 Thessalonicenzen 1[5]

De kerk is blij. Betekent dat vervolgens ook dat zij Gods handelen glashelder kunnen uitleggen? Sommigen suggereren dat dat zo is.
De cabaretier Arjen Lubach twitterde op 17 maart 2020 in verband met de coronacrisis: ‘Waarom doet God dit eigenlijk?’. Arjen bood vier mogelijkheden: a. grapje; b. foutje; c. test; d. straf[6].
Nee, het is niet zo dat Gods kinderen hun Vader op de voet kunnen volgen.
Maar het is wel zo dat de kerk rekent op Gods genade. God heeft Zijn kinderen lief. En omgekeerd hebben de kinderen hun God lief. Om met de eerste algemene brief van Johannes te spreken: “Al wie belijdt dat Jezus de Zoon van God is, God blijft in hem, en hij in God. En wij hebben de liefde die God tot ons heeft, gekend en geloofd. God is liefde en wie in de liefde blijft, blijft in God, en God in hem. Hierin is de liefde bij ons volmaakt geworden, opdat wij vrijmoedigheid mogen hebben op de dag van het oordeel”[7].

De kerk is blij.
Zelfs als Gods oordelen over de wereld gaan. Nee, gelovigen zijn niet simpel, sullig en totaal ongecompliceerd. Maar zij zijn, ondanks alles, toch blij. Dat is trouwens ook een opdracht. Een opdracht die heel goed uitvoerbaar is. Want:
“’t Is God die vreugde spreidt
voor wie zijn naam belijdt.
U, die oprecht gelooft,
nooit wordt uw licht gedoofd.
Weest in de HEER verblijd”[8].

Noten:
[1] Psalm 97:7, 8 en 9.
[2] Geciteerd van https://www.pauluskerkgouda.nl/multimedia-archive/preek-psalm-97/ ; geraadpleegd op vrijdag 19 juni 2020.
[3] Psalm 97:2 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[4] Lucas 14:13 en 14.
[5] 2 Thessalonicenzen 1:7 b-10 a.
[6] Geciteerd van https://twitter.com/arjenlubach/status/1239920281919127555; geraadpleegd op vrijdag 19 juni 2020.
[7] 1 Johannes 4:15, 16 en 17 a.
[8] Psalm 97:5 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.

20 mei 2020

Aansporingsdag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Morgen is het Hemelvaartsdag. De Heiland is op Zijn troon gaan zitten. Hij heeft Zijn ambt aanvaard. Hij is met Zijn regeerwerk begonnen.
Maar dat betekent niet dat Gereformeerden alleen maar met open mond naar de hemel staren, en verder rustig blijven staan, in afwachting van de dingen die komen gaan. Integendeel.
Marcus schrijft treffend: “De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen”[1].

Naar aanleiding van die tekst werd op deze plaats al eens geschreven: “Evangelievertellers worden vanuit de hemel aangestuurd. De Bijbel is geen verhaal dat je blijmoedig voorleest met zoetgevooisde stem. Gods Woord is niet de zoveelste poging om een brokje intermenselijk fatsoen bij de mensheid neer te leggen. Welnee. De kerk anno Domini 2020 wordt gesteund en geleid vanuit de hemel”[2].
David verwoordt de bezigheden van de Heiland in Psalm 11 heel treffend:
“De HEERE is in Zijn heilig paleis,
de troon van de HEERE staat in de hemel;
Zijn ogen doorzien,
Zijn blikken beproeven de mensenkinderen.
De HEERE beproeft de rechtvaardige,
maar Zijn ziel haat de goddeloze en wie geweld liefheeft.
Hij zal op de goddelozen valstrikken, vuur en zwavel doen regenen.
Een verschroeiende stormwind zal het deel van hun beker zijn.
Want de HEERE is rechtvaardig,
Hij heeft rechtvaardige daden lief.
De oprechten zullen Zijn aangezicht aanschouwen”[3].
In de hemel wordt de mensheid in twee kampen verdeeld: voor of tegen Christus. Gaandeweg wordt steeds duidelijker wie met God wandelt, en wie niet.

Intussen is de Hemelvaartsdag een feestdag voor de kerk, jazeker. Maar het is geen eindpunt. Integendeel – het is, om zo te zeggen, ‘Aansporingsdag’: het Evangelie moet overal in de wereld verkondigd worden!
Want nog altijd is de blijde Boodschap van de kerk: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[4].
Die boodschap klinkt in de kerkgebouwen. En laat dat vooral zo blijven!

Op dit moment kunnen veel mensen daar niet heen. En als het wel weer mogelijk is, zal dat waarschijnlijk in relatief kleine groepen gebeuren.
Iemand vroeg aan Jan Wolsheimer, directeur van Missie Nederland: “Waarom kunnen we niet doorgaan met online-diensten waar vanaf juli weer honderd mensen fysiek bij mogen zijn?”.
Wolsheimer antwoordde onder meer: “Dan verlies je de essentie van kerk-zijn. Dat is: met elkaar een gemeenschap zijn rondom Christus. Het is heel mooi als dat kan plaatsvinden in een georganiseerde dienst op een vaststaande locatie, maar dat is nu niet mogelijk. Als je een gemeente hebt met zo’n zeshonderd leden, betekenen de huidige maatregelen dat je vijf weken van achter een scherm meekijkt en de zesde week naar de dienst mag. Ik zou daar niet genoeg aan hebben. Je bouwt geen gemeenschap door naar een Youtubefilmpje te kijken. Bij mij in de kerk doen ze hun best, maar ik ervaar geen enkele gemeenschap. Samenzijn hoort erbij”[5].
Wat de spreker hierboven zegt is heel begrijpelijk. Maar hij gaat wel wat kort door de bocht.
Wij kunnen telefoneren, e-mailen, appen, per post kaarten sturen… – en nog veel meer. Het is heel goed als in die telefoontjes een Bijbeltekst voorbij komt.
Het is heel goed als in e-mails en appjes een paar woorden uit de Heilige Schrift voorbij komen, met een persoonlijke boodschap daarbij.
Op een kaart kunnen behalve ‘hartelijke groeten’ ook enkele Schriftwoorden staan.
Natuurlijk – de Bijbel hoeft niet in elke gesproken of geschreven zin voor te komen. Maar het is belangrijk om elkaar als christenen te bemoedigen; Gereformeerden incluis.
Laat het maar duidelijk wezen hoe wij in deze tijd staan!
Laat in onze woorden en in onze houding maar duidelijk zijn dat er meer is dan de vrees voor COVID-19!
Laat het helder wezen dat wij de zekerheid hebben dat wij na de dood een nieuwe, schitterende toekomst in gaan. En dat is een tijdperk dat nimmer eindigt!
Samen gemeenschap zijn – dat praktiseren we niet alleen des zondags in de kerk, naar wij mogen hopen.

De blijde Boodschap klinkt in de kerkgebouwen. En laat dat vooral zo blijven.
Zo werd dat hierboven geschreven.
De Woordverkondiging kan doorgaan. Voorlopig gebeurt dat merendeels via het internet. Het Woord wordt ook doorgegeven via kranten en allerlei periodieken die in kerkelijk Nederland verschijnen.
Laten wij verheugd en dankbaar zijn dat daar in Nederland nog alle gelegenheid gegeven wordt. Eerlijk is eerlijk: daar wordt op dit moment nogal eens op beknibbeld. Kerkdiensten worden korter, preken worden zomaar preekjes of meditaties. Geen goede zaak!
Op de Woordverkondiging moet niet worden bezuinigd. De context van Bijbelteksten dient te worden belicht. De actualiteit van het Woord behoort toegelicht te worden. Er moet gezegd worden: houdt het geloof levend! En: keer u steeds weer naar God toe!

In deze tijd wordt de kerk beproefd.
Zeker nu komt het er op aan het Woord en de Boodschap die daarin klinkt niet in te korten.
De schrijver van de brief aan de Hebreeën vormt in hoofdstuk 8 de echo van Marcus 16: “De hoofdzaak nu van de dingen waarover wij spreken, is dit: Zo’n Hogepriester hebben wij, Eén Die Zich heeft gezet aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de hemelen”[6].
Onze Heiland, Jezus Christus, zit naast Zijn Vader. En Hij is druk aan het werk. Hij voert het pleit voor al Zijn kinderen. Zij wonen overal ter wereld. Onze Advocaat woont en werkt in de hemel. Tot in eeuwigheid.

Noten:
[1] Marcus 16:19 en 20.
[2] Geciteerd uit mijn artikel ‘Geen horizontaal verhaal’, hier gepubliceerd op vrijdag 24 januari 2020. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2020/01/24/geen-horizontaal-verhaal/
[3] Psalm 11:4, 5 en 6.
[4] Johannes 3:16.
[5] Geciteerd uit: ‘Laat kerk niet stilstaan tot 2021’. In: Nederlands Dagblad, woensdag 13 mei 2020, p. 7 en 8.
[6] Hebreeën 8:1.

17 februari 2020

Breng het verbond in beeld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Zondag 9 februari 2020 – Sigrid Kaag, minister van buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking, houdt in de Remonstrantse gemeente te Naarden-Bussum de preek van de leek.

De preek van de leek – wat is dat?
“De gedachte achter de Preek van de Leek is dat de Bijbel niet alleen van de kerk is, maar van iedereen. Een ieder kan erdoor geraakt en geïnspireerd worden. Je hoeft geen dominee te zijn om te preken of een inspirerend verhaal te houden. In de Preek van de Leek verbindt een leek zijn of haar passie met een Bijbelverhaal binnen het kader van een vrij vormgegeven kerkdienst.
De leken zijn niet uitgekozen om hun geloofsovertuiging of kerkelijkheid, maar omdat ze iets te melden hebben”[1].

De preek van mevrouw Kaag gaat over Micha 6.

Volgens de minister zijn we op zoek. Naar onszelf, vooral.
Volgens de minister moeten we rechtvaardig leven.
Wij moeten elkaar vertrouwen.
Dan wordt het leven mooier.
Het valt op dat zij relatief weinig aandacht besteedt aan het feit dat God een handelende Persoon is; de Machthebber zelfs. En van Gods verbond met mensen horen we niets.
Nee, de minister praat niet enkel onzin. Maar haar boodschap mist scherpte. Dat zal hieronder blijken.

Wat zegt de minister eigenlijk precies?
Zij spreekt onder meer het volgende uit.
“Zojuist lazen wij uit het boek van de profeet Micha, die 2500 jaar geleden leefde. Micha leeft dan in roerige tijden. Hij kondigt aan dat Samaria, de hoofdstad van het rijk Israël, zal worden belegerd en zal worden ingenomen. Ook Jeruzalem en het koninkrijk Juda zullen dat lot ten deel vallen. Micha voorspelt de verwoesting van de tempel, een ondenkbare gebeurtenis in die tijd.
Zelfvertrouwen geeft de kracht om je nederig op te stellen.
De profeet verzet zich tegen ‘de leiders van Jacobs nageslacht’, de ‘hooggeplaatsten onder het volk’. Zij leven in zonde en zij hebben de Heer hun rug toegekeerd. Zij willen niets weten van gerechtigheid en zij verdraaien het recht. Als het volk vraagt wat ze kunnen doen om hun zonden goed te maken, geeft Micha een van de prachtigste antwoorden denkbaar.
‘Je weet, mens, wat de Heer van je wil’, zegt de profeet. ‘Niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig te wandelen met je God.’ Kent u een mooiere samenvatting van het Bijbelse verhaal?
Ik geloof dat wij, in het jaar 2020, voor enkele belangrijke keuzes staan, die bepalend zijn voor het leven in de eenentwintigste en tweeëntwintigste eeuw. Dit stelt ons voor vragen die ons in het hart plaatsen van de oproep van Micha”.
En:
“De les van Micha is een les voor het leven. Wij worden de wereld in geworpen, alleen en onwetend, op een tijdstip en plaats en met een achtergrond die wij niet zelf bepalen. Zoekend naar hoe te leven, zoekend naar de ander en naar onszelf. Micha geeft ons een handvat. Wees rechtvaardig! Vertrouw elkaar! Wandel in alle nederigheid!
In deze tijden, in deze dagen, moeten wij juist samen sterk staan in saamhorigheid. Ongeacht onze afkomst, ongeacht onze geboorteplek, ongeacht ons geloof. Samen maken wij ons land, niet in de uitsluiting maar in de zoektocht van de mens in de ander.
Dit is een wezenlijk onderdeel van de christelijke traditie. Wij worden opgeroepen om in beweging te blijven. En in die beweging, in die wandeling, weten wij God aan onze zijde”[2].

De minister zegt behartenswaardige dingen.
Niettemin is het goed om Micha 6 nog wat nader te lezen.
Citaat: “De stem van de HEERE roept tot de stad: – Uw Naam ziet uit naar wat wezenlijk is – Hoor de roede en Wie hem voor u bestemd heeft. Zijn er in het ​huis​ van de goddeloze nog schatten door goddeloosheid verkregen en een krappe efa, wat te verfoeien is? Zou Ik ​rein​ zijn met een goddeloze ​weegschaal en met een zak valse weegstenen? Omdat haar rijken er vol geweld zijn, haar inwoners er leugens spreken, hun tong bedrieglijk is in hun mond, zal Ik u ook ​ziek​ maken, door u te treffen en te verwoesten vanwege uw ​zonden. Zelf zult u eten, maar niet verzadigd worden, uw gevoel van leegte zal in uw binnenste blijven. U zult iets wegleggen, maar het niet in ​veiligheid​ brengen, en wat u in ​veiligheid​ zult brengen, zal Ik overgeven aan het ​zwaard. Zelf zult u ​zaaien, maar niet maaien, zelf zult u ​olijven​ treden, maar u niet met olie ​zalven, en nieuwe ​wijn​ oogsten, maar geen ​wijn​ drinken. Want men houdt zich aan de verordeningen van ​Omri en aan alles wat het ​huis​ van ​Achab​ gedaan heeft. U gaat voort in hun opvattingen, zodat Ik u overgeef aan de verwoesting, en haar inwoners maak tot een aanfluiting. Zo zult u de smaad van Mijn volk dragen”[3].

De hemelse God spreekt tegen Jeruzalem. Hij maakt duidelijk dat de luisteraars zich totaal niets van hem aantrekken. De mensen drijven op een oneerlijke manier handel. In de stad is het een en al leugens en bedrog. Daarom gaat de Here straffen. De hele boel gaat plat! Het trefwoord is: verwoesting!
In de stad zal wel eten wezen, maar lang niet genoeg. De wijn die men maakt, drinken de Jeruzalemmers niet zelf op.
De stad wordt vernield. En de bewoners staan voor schut.

De minister zegt: “Wij worden de wereld in geworpen, alleen en onwetend, op een tijdstip en plaats en met een achtergrond die wij niet zelf bepalen. Zoekend naar hoe te leven, zoekend naar de ander en naar onszelf. Micha geeft ons een handvat. Wees rechtvaardig! Vertrouw elkaar! Wandel in alle nederigheid!”.

Worden wij de wereld in geworpen? Zeker niet!
Wij krijgen een plaats toegewezen door de God van hemel en aarde. Hij geeft ons een plaats die zeer geschikt voor ons is.
Wij behoren Hem daar te dienen. In het Verbond.
Daar valt het woord ‘verbond’. En daar raken wij de kern van de zaak. Die kern is deze: de kerk van het Oude Testament negeert het verbond. De kerk negeert Gods liefde voor Zijn volk. En dat is onvergeeflijk!

Micha vertelt, als het hierom gaat, geen nieuws.
Leest u maar mee in Leviticus 26: “Maar als u niet naar Mij luistert en al deze geboden niet doet, als u Mijn verordeningen verwerpt en als uw ziel van Mijn bepalingen walgt, zodat u geen enkele van Mijn geboden doet door Mijn ​verbond​ te verbreken, dan zal Ik Zelf dit met u doen: Ik zal verschrikking over u brengen, tering en ​koorts, die uw ogen doen bezwijken en uw leven doen wegkwijnen. U zult uw ​zaad​ voor niets ​zaaien, want uw vijanden zullen het opeten”[4].
En in Deuteronomium 28: “Daarentegen zal het gebeuren, als u de stem van de HEERE, uw God, niet gehoorzaam bent door al Zijn geboden en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, nauwlettend te houden, dat al deze vervloekingen over u zullen komen en u zullen treffen: Vervloekt zult u zijn in de stad en vervloekt zult u zijn op het veld. Vervloekt zal zijn uw korf en uw baktrog. Vervloekt zal zijn de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw land, de dracht van uw koeien en de jongen van uw kleinvee. Vervloekt zult u zijn bij uw thuiskomen, en vervloekt zult u zijn bij uw weggaan”[5].

Wat wordt er van ons gevraagd?
Zondag 33 van de Heidelbergse Catechismus leert het ons. Kijkt u maar:
“Waarin bestaat de ware bekering van de mens?
Antwoord:
In het afsterven van de oude en het opstaan van de nieuwe mens.
Wat is het afsterven van de oude mens?
Antwoord:
Oprechte droefheid, dat wij God door onze zonden vertoornd hebben. En ook dat wij deze zonden hoe langer hoe meer haten en ontvluchten
Wat is het opstaan van de nieuwe mens?
Antwoord:
Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven.
Maar wat zijn goede werken?
Antwoord:
Alleen die uit waar geloof, naar de wet van God en tot zijn eer gedaan worden, maar niet die op onze eigen mening of op geboden van mensen gegrond zijn”[6].

Blijf in beweging, zegt minister Kaag. Dat klinkt als: doe je best en maak er wat van.
Maar de boodschap van Micha 6 is: breng het verbond in beeld! In Micha 6 zegt God: in het verbond is er een ommekeer nodig; er is werk aan de winkel voor de kerk!

Noten:
[1] Geciteerd van https://preekvandeleekuithoorn.nl/wat-is-het/ ; geraadpleegd op dinsdag 11 februari 2020.
[2] “Vertrouw op God en op elkaar”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 11 februari 2020, p. 11.
[3] Micha 6:9-16.
[4] Leviticus 26:14, 15 en 16.
[5] Deuteronomium 28:15-19.
[6] Heidelbergse Catechismus – Zondag 33, vragen en antwoorden 88-91.

20 december 2019

De twee kanten van Advent en Kerst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw ​zonden​ doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort”.

Dit zijn woorden uit Jesaja 59[1]. En het zijn woorden met een zekere dreiging. Het zijn woorden die, voor het besef van velen, niet zo bij Advent passen. Kerst is immers bijna synoniem met vrede. Maar wat doet Jesaja in hoofdstuk 59? Hij roept tegen zijn volksgenoten: als u zo doorgaat wordt de kloof tussen God en Zijn volk alleen maar groter; bekeer u!
Dat is, om zo te zeggen, de echo van Jesaja 50: “Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen? Of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog. Ik maak rivieren tot een woestijn. Hun vissen stinken, omdat er geen water is, en ze sterven van dorst”[2].

Is dat nu de boodschap van de kerk? Is dat niet te zwart? Te dreigend? Nee, toch niet.
Wij moeten onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid van 2019. Die realiteit is dat massa’s mensen zich van het christendom afkeren.

Een voorbeeld.
Iemand die zich tot de Islam bekeerd heeft, zegt: “Ik leer mijn kinderen dat kerst hoort bij het katholieke geloof. Helaas past het kerstverhaal niet bij het verhaal over Jezus in de Islam. Maar toch kies ik er bewust voor dat de kinderen van de versie uit de bijbel af weten en vertel natuurlijk onze eigen islamitische kijk er direct achteraan. Omdat die anders is. Op school krijgen ze dit niet mee. Daar hebben we bewust voor gekozen”.
En:
“Islam en kerst kan gewoon niet, klaar! Zo dacht ik erover. Mijn man is moslim, ik ben moslim en al mijn kinderen worden opgevoed met als doel ze te laten opgroeien tot vrome moslims. Waar ik toen niet bij stil stond, was dat ik mijn familie teleurstelde met mijn afwezigheid. Zo erg dat voor een aantal jaren hun Kerst niet compleet was. Mijn ouders vieren kerst niet in de kerk. Kerst betekent voor hen vooral gezellig samen zijn met familie. Vanuit islamitisch oogpunt kun je dan denken ‘dat kan op alle dagen, waarom persé op die dagen?’ Maar traditie en cultuur doorbreek je niet. Na een paar jaar van het boycotten van kerst besloot ik daarom toch weer te gaan”.
En:
“Voor mij voelt dit goed. Ik heb begrip voor mijn ouders en hun cultuur en traditie en daar krijg ik veel moois voor terug en dat is begrip voor mij en mijn gezin. Het kerstmenu is namelijk geheel halal. Mijn ouders kiezen eigenlijk voor iedere gelegenheid waar ik aanwezig ben voor halal eten, zodat de kleinkinderen gewoon alles kunnen eten zonder vragen of iets halal is of niet. Opvoed-technisch ideaal want de kinderen leren hiermee dat wanneer men de ander respecteert je ook respect terug mag verwachten en krijgen. Het is geven en nemen of was het in dit geval nemen en geven”[3].

In het bovenstaande draait alles om respect. En om het liefdevol omgaan met andersdenkenden.
Laten wij maar eerlijk zijn: die andersdenkenden ontmoeten wij zodra we één voet buiten de kerk zetten. En soms komen we hen zelfs in onze eigen familie tegen.
In deze wereld zullen we ’t met elkaar moeten doen.
Bij dit alles komt nog dat het in onze wereld ‘not done’ is om tijdens officiële diners over het geloof te beginnen. Iemand zegt: “Als iemand er wel over begint, zeg je gewoon dat we het er beter niet over kunnen hebben. Het is nu kerstmis”[4].

Het Kerstfeest is, om zo te zeggen, het feest van Gods liefde.
Daarom is liefde tot elkaar, zeker op een Kerstdag, aan de orde van de dag.

Toch kan dat begrip van hierboven gelovige kerkmensen zomaar bij een valkuil brengen.
Wij zeggen: wij hebben begrip voor de Islam; dat wil zeggen: wij begrijpen dat men de Islam aanhangt. Maar dat wil niet zeggen dat wij dat goed moeten vinden!
Voordat wij het weten wordt het christendom een ‘zacht aangedraaide’ godsdienst. We worden voorzichtig. Het Evangelie brengen we een beetje omsluierd. En we houden ’t bij de kern: God is liefde.
Maar in de kerk mogen we ’t nooit vergeten: Advent en Kerst hebben twee kanten.
Nee, dat betekent niet dat we in de periode van Advent en Kerst ruzie over geloof en ongeloof moeten gaan zitten maken. Maar wij moeten wel beseffen dat zondige mensen – ja, ook die uit 2019 – de kloof tussen God en mensen dagelijks groter maken!

Laten wij het in de kerk maar blijven belijden: “Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons. Want onze ​overtredingen​ zijn bij ons, onze ongerechtigheden, wij kennen ze: het overtreden en het liegen tegen de HEERE en het zich afkeren bij onze God vandaan, het spreken van onderdrukking en afvalligheid, het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het ​hart”[5].

Dan, ja dan is ook dat slotvers van Jesaja 59 voluit geldig: “Wat Mij betreft, dit is Mijn ​verbond​ met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid”[6].
De kerk mag er dus zeker van zijn: het Evangelie van verkiezing en verlossing zal blijven klinken!

Noten:
[1] Jesaja 59:1 en 2.
[2] Jesaja 50:2 b.
[3] Geciteerd van https://www.cjg043.nl/2017/11/02/kerstmis-en-bekeerd-gaat-dit-samen-ervaringsverhaal/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[4] Zie https://cip.nl/76984-mijd-praten-over-geloof-tijdens-kerstdiner ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[5] Jesaja 59:12 en 13.
[6] Jesaja 59:21.

28 november 2019

Een allesomvattend kerklied

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Dit artikel gaat over Psalm 110. Dat is een psalm waarin, op de keper beschouwd, duizelingwekkend mentaal bochtenwerk van gelovige zangers wordt gevraagd
Waarom?
Alle vijandschap blijkt machteloos en nietig geworden. Alle haat en nijd wordt getransformeerd tot een voetenbankje voor de Zaligmaker. Hij gaat de wereld regeren. En wel op een manier die zodanig glorieus is dat die zijn weerga in heel de wereldgeschiedenis niet kent.
Gods volk, de militia Christi, doet mee in de strijd. Maar erg bloederig wordt het allemaal niet; een heilig feestgewaad blijkt uitermate geschikt als uniform.
Psalm 110 wijst ook op het einde van de dagen. Dat is het moment van het Goddelijk eindoordeel. Goddelozen worden vernietigd. De zonde gaat definitief de wereld uit.

In een berijmde versie luidt Psalm 110 als volgt.

Zo heeft de HERE tot mijn Heer gesproken:
Zit aan mijn rechterhand en neem uw recht,
totdat Ik elke vijand heb gebroken
en als een voetbank voor u neergelegd.

De HERE wil u met zijn macht bekleden,
van Sion uit strekt Hij uw koningsstaf:
voer met gezag, door vijanden bestreden,
de heerschappij die God, de HEER, u gaf.

Uw volk is zeer gewillig om te strijden.
Zij treden aan in heilig feestgewaad.
Ook zal uw jeugd zich aan uw glorie wijden
als frisse dauw in vroege dageraad.

De HERE heeft u deze eed gezworen
en het berouwt Hem niet in eeuwigheid:
Zó als Ik Melchizedek had verkoren,
wil Ik dat gij voor eeuwig priester zijt.

De HEER, die op uw wegen u bewaarde,
is in de strijd steeds aan uw rechterhand,
Zijn arm verplettert koningen der aarde,
wanneer zijn dag komt en zijn toorn ontbrandt.

Hij zal het kwaad der heidenvolken wreken,
hij roeit hen uit, vertrapt hen met zijn voet.
Terwijl hij voortgaat, drinkt hij uit de beken
en heft het hoofd, de zege tegemoet![1]

Hoe kan het zo ver komen?
Antwoord: de Heer van de kerk, het Hoofd van de militia Christi, gaat ultiem priesterlijk werk doen: Hij offert Zichzelf. Daarop wijst dichter David in deze psalm:
“De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen ​berouw​ van hebben:
U bent ​Priester​ voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizédek”[2].
Zoveel is wel duidelijk: hier gaat het over een Priester met een hoofdletter P!

Onze Heiland is – zo zegt David in Psalm 110 – Priester naar de ordening van Melchizédek.
Wat betekent dat?
Daarover werd op deze plaats al eens geschreven: “Abram komt (…) juist terug uit een strijdperk.
En dan ontmoet hij Melchizédek. De koning van Salem, die tegelijk priester van God is. Hoe kan dat? Niemand die dat precies zeggen kan. De hemelse God heeft ongekende mogelijkheden om heidenen tot bekering te brengen!
Melchizédek geeft Abram een priesterlijke zegen.
Daarmee wordt Abrams positie gemarkeerd. Hij mag niet trots zijn op zijn overwinning. Hij moet vooral niet prat gaan op eigen kracht en mogelijkheden!
We kunnen Melchizédek zonder bezwaar een type van Christus noemen. Christus komt als het ware naar Abram toe.
Nee, het gaat niet om Abrams eigen inzichten. En, bijvoorbeeld, ook niet om het feit dat hij de stamvader is van de Levieten. Zelfs al die priesters die uit Abram geboren worden kunnen de volmaaktheid op deze aarde niet bewerkstelligen.
Daarvoor is een andere Priester nodig”[3].
De geschiedenis van de ontmoeting tussen Abram en Melchizédek vinden we in Genesis 14[4].
Meteen in het eerste Bijbelboek wordt er al iets van duidelijk: de Here heeft een groots plan. Een plan waarmee hij de zonde krachteloos maakt. Een plan dat honderdduizend barrières in deze wereld doorbreekt. Een plan dat voor een massa mensen betekent dat zij ook voor eeuwig priester zijn.

In dat plan is, zo blijkt hierboven reeds, een andere Priester – met een hoofdletter P – nodig.
Die andere Priester legitimeert Zichzelf in Mattheüs 22. Leest u maar even mee: “Toen de ​Farizeeën​ bijeenwaren, vroeg ​Jezus​ hun: Wat denkt u over de ​Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tegen Hem: ​Davids​ Zoon. Hij zei tegen hen: Hoe kan ​David​ Hem dan, in de Geest, zijn Heere noemen, als hij zegt: De Heere heeft gezegd tegen Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten? Als ​David​ Hem dan zijn Heere noemt, hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn? En niemand kon Hem een woord antwoorden, en ook durfde niemand Hem vanaf die dag meer iets te vragen”[5].
De Farizeeën leggen Psalm 110 uit met het oog op de Messias – de Gezalfde – die komen zal.
Maar zij willen niet erkennen dat die Messias er al is. Zij willen niet erkennen dat Jezus Christus de Messias is!

Die Priester met hoofdletter P offert zich op gedurende de tijd dat Hij op aarde is. De Hebreeënschrijver noteert in hoofdstuk 5: “In de dagen dat Hij op aarde was, heeft Hij met luid geroep en onder tranen ​gebeden​ en smeekbeden geofferd aan Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. En Hij is uit de angst verhoord”[6].
De Heiland is de meest bijzondere Priester die de wereld ooit heeft gekend. En het is niet nodig dat er nog zo’n Priester komt; het eenmalige offer van Christus is genoeg. Hij is bovendien voor altijd Priester. Gelovige kinderen kunnen vanwege Christus’ werk altijd bij God komen.
De weg is open. Die weg gaat nooit weer dicht. Nimmermeer!
De troonzaal is toegankelijk.
De Priester zegt: komt u gerust verder, en zeg maar wat u op uw hart hebt.
De Priester maakt in Zijn hemels domicilie de weg vrij voor een heerlijke toekomst van al Zijn kinderen.
Petrus heeft daar in Handelingen 2 het oog op als hij uitspreekt: “Deze ​Jezus​ heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de ​Heilige​ Geest​ ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort. David​ is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten. Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en ​Christus​ gemaakt heeft, namelijk deze ​Jezus, Die u gekruisigd hebt”[7].

Terug naar Psalm 110.

Koning-dichter David heeft de diepgang van zijn eigen kerklied niet kunnen zien. Geen wonder eigenlijk dat iemand schreef: “Psalm 110, een psalm van David; was getekend: Gods Geest”[8]. Ja, dat is dezelfde Geest waarover in het tweede vers van de Bijbel al staat: “en de ​Geest van God​ zweefde boven het water”[9]. Die Geest gunt David een blik in de verre toekomst!

Psalm 110 is in de kerk een geliefde psalm.
Mogelijk is dat zo omdat dit kerklied de ganse wereldhistorie omvat. Vanuit het Woord van God slagen kleine kerkmensen erin om de geschiedenis te doorgronden. Niet omdat zij zulke filosofisch ingestelde mensen zijn, maar omdat zij een Hogepriester hebben die in heerlijkheid gezeten is.
In Nederland maken wij ons druk om Marco Kroon – een drager van de militaire Willemsorde die zich misdragen heeft[10]. En over de hoge kosten van het Eurovisie Songfestival dat Nederland in 2020 organiseren moet[11]. En dat is goed. Misdaden behoren gestraft te worden. En geld kun je maar één keer uitgeven.
Maar wie het idee heeft dat er in de wereld meer is dan dolgedraaide militairen en stapels bankbiljetten kan bij Psalm 110 terecht!

Noten:
[1] Dit is de berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 110:4.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Dankbaar en ootmoedig’, hier gepubliceerd op vrijdag 11 augustus 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/08/11/dankbaar-en-ootmoedig/ .
[4] Genesis 14:18-24.
[5] Mattheüs 22:41-46.
[6] Hebreeën 5:9.
[7] Handelingen 2:32-36.
[8] Dat was dominee Adrian Verbree, “Een psalm van David”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 21 april 2018, p. 7; rubriek: Kruimeldief.
[9] Genesis 1:2 b.
[10] Zie https://nos.nl/artikel/2311994-justitie-eist-100-uur-werkstraf-tegen-marco-kroon.html ; geraadpleegd op maandag 25 november 2019.
[11] Zie https://nos.nl/artikel/2311992-financiering-songfestival-waarschijnlijk-rond-alle-seinen-staan-op-groen.html ; geraadpleegd op maandag 25 november 2019.

22 oktober 2019

Het luistert nauw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De gelijkenis over het onkruid tussen de tarwe is waarschijnlijk wel bekend.

Voor allen die die gelijkenis niet onmiddellijk voor ogen hebben ter oriëntatie nog enkele citaten uit Mattheüs 13.
“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed ​zaad​ ​zaaide​ in zijn ​akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en ​zaaide​ onkruid tussen de tarwe, en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn”[1].
En:
“Laat ze allebei – tarwe en onkruid – samen tot de ​oogst​ opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur”[2].
En:
“Toen ​Jezus​ de menigte had laten weggaan, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Verklaar ons de ​gelijkenis​ van het onkruid op de ​akker. Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede ​zaad​ ​zaait, is de Zoon des mensen. De ​akker​ is de wereld, het goede ​zaad​ zijn de ​kinderen​ van het Koninkrijk en het onkruid zijn de ​kinderen​ van de boze. De vijand die het ​gezaaid​ heeft, is de ​duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn ​engelen. Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: de Zoon des mensen zal Zijn ​engelen​ uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de ​wetteloosheid​ doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[3].

Het leven gaat ook in 2019 gewoon nog door. Op de automatische piloot, naar het schijnt. Het lijkt erop dat de Here een gedoogbeleid voert: laat de duivel en zijn trawanten zijn gang maar gaan… Pas later, veel later zal het oordeel komen.
Mattheüs 13 toont ons echter dat de werkelijkheid is dat de Here het kwaad opzettelijk ‘volwassen’ laat worden.

Daarin zien we onder meer het geduld van de hemelse God. We zien Zijn lankmoedigheid.
En wij zien ook hoe Gods volk beproefd wordt
Hij geeft Zijn kinderen alle gelegenheid om het kwaad te ontmaskeren. De God van hemel en aarde zegt tegen Zijn gekochten: proclameer het Evangelie maar. God zegt: laat maar zien wat Ik wil, en op welke manier de satan voortdurend pogingen doet om tegenstand te bieden.
Aldus worden Gods kinderen ook getest. Onthullen zij nu ook werkelijk wat de satan aan het doen is? Zeggen ze er ook wat van? Tonen zij aan dat er twee kampen zijn: voor en tegen Jezus Christus, de Heiland?

De media vertellen ons over een dictator in Syrië, Bashar al-Assad.
En over een heerser in Turkije, Recep Tayyip Erdogan. Hij droeg ooit een gedicht voor: “Democratie is slechts de trein die wij nemen tot we op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten. Koepels onze helmen. Moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten”[4].
Laten wij beseffen dat zulke mensen instrumentarium van de duivel zijn!

Christenpolitici in Nederland hebben een verantwoordelijke taak. Zij behoren op hoog niveau te laten zien waar de scheidslijn van goed en kwaad loopt. Op die wijze mogen zij aantonen dat er een strijd op hoog niveau wordt uitgevochten.

In verband met Mattheüs 13 schrijft iemand: “De duivel heeft in ieder geval zijn werk goed gedaan. De verdeeldheid binnen de Christelijke gemeentes heeft een ongekende hoogte bereikt. Er zijn zoveel verschillende opvattingen tegenwoordig over doctrines, geloofsbelijdenissen, en ook het profetische woord dat je nauwelijks nog kan weten wat de echte waarheid is. Zelfs het bestaan van de duivel wordt tegenwoordig al in twijfel getrokken. De duivel wordt ook vaak opgevat als een symbolische term die het kwade of de leugen voorstelt, terwijl de Bijbel ons duidelijk leert dat de duivel een engel is die uit de hemel is gevallen. De grootste leugen van de duivel. Mensen laten geloven dat hij eigenlijk helemaal niet bestaat. De duivel is de vader van de leugen, alle leugens komen van hem. Hij is de zaaier van de verdeeldheid en van de verwarring”[5].
Die realiteit moeten wij vandaag blijven zien!

Er is nog iets.
Het woord dat in onze Bijbels met ‘onkruid’ is vertaald is zizania. Dat betekent eigenlijk: dolik.
Een christelijke internetencyclopedie leert ons: “Dolik is de volksnaam van verschillende gewassen, onder andere van het raaigras en van het bedwelmend raaigras of hondsdravik. De hondsdravik (Lat. Lolium temulentum; Eng. darnel of cockle, Duits Taumel-Dolch, Frans ivraie) behoort wetenschappelijk gesproken tot het geslacht Raaigras (Lat. Lolium). Hij komt overvloedig voor in Israël en Syrië. Hij schiet tussen het koren op en wordt beschouwd als onkruid. Hij lijkt zo sterk op de tarwe dat de plant in sommige streken ‘valse tarwe’ wordt genoemd”[6].
Tarwe en onkruid lijken heel vaak sterk op elkaar. Het is bijna niet van elkaar te onderscheiden. Met andere woorden: sommige opinies lijken reuze christelijk, maar eigenlijk zijn ze het niet.
Dat vraagt attentie van Gods kinderen. Laten wij maar bidden om de leiding van Gods Heilige Geest. Zoals de dichter van Psalm 143 ons dat voorzingt:
“Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[7].

Gewone kerkleden kunnen het gevoel hebben dat zij niet meetellen. De gebeurtenissen in de wereld gaan grotendeels ver boven hun denken uit. Zij bevatten het vaak niet. Wat moeten zij ermee?
Laten de kinderen van God maar beseffen dat de Here hen ziet. Zelfs de meest kleine tarwekorrel ziet Hij van bovenaf!

Denkt u in dit verband maar aan 1 Corinthiërs 15: “…als gij ​zaait, ​zaait​ gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk ​zaad​ zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt ​gezaaid​ in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt ​gezaaid​ in zwakheid, en opgewekt in kracht”[8].
Uit een kleine korrel schept de hemelse God iets groots; iets dat de eeuwigheid verduren kan.
De toekomst van de gelovigen is luisterrijk. Daniël profeteerde er al over: “En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd”[9].

Jazeker – er komt een moment dat de aarde gemaaid wordt.
Leest u maar mee in Openbaring 14: “En een andere ​engel​ kwam uit de ​tempel​ en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw ​sikkel​ uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn ​sikkel​ uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid”[10].
Maar dat alles is voor gelovige kinderen van God geen reden om bibberend in een hoekje te gaan zitten. Want de Heiland draait er in Mattheüs 13 niet omheen: “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[11].

Met andere woorden – de kernactiviteit der Gereformeerden is in één woord samen te vatten: luisteren.

Noten:
[1] Mattheüs 13:24, 25 en 26.
[2] Mattheüs 13:30.
[3] Mattheüs 13:36-43.
[4] Geciteerd van https://npofocus.nl/artikel/7466/wie-is-erdogan ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[5] Geciteerd van https://bijbelenzo.wordpress.com/2012/10/30/het-onkruid-en-de-tarwe/ ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[6] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Dolik ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[7] Psalm 143:9; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] 1 Corinthiërs 15:37-43.
[9] Daniël 12:2 en 3.
[10] Openbaring 14:15 en 16.
[11] Mattheüs 13:43.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.