gereformeerd leven in nederland

20 december 2019

De twee kanten van Advent en Kerst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Zie, de hand van de HEERE is niet te kort dat ze niet zou kunnen verlossen, en Zijn oor is niet toegestopt dat het niet zou kunnen horen. Maar uw ongerechtigheden maken scheiding tussen u en uw God, uw ​zonden​ doen Zijn aangezicht voor u verborgen zijn, zodat Hij u niet hoort”.

Dit zijn woorden uit Jesaja 59[1]. En het zijn woorden met een zekere dreiging. Het zijn woorden die, voor het besef van velen, niet zo bij Advent passen. Kerst is immers bijna synoniem met vrede. Maar wat doet Jesaja in hoofdstuk 59? Hij roept tegen zijn volksgenoten: als u zo doorgaat wordt de kloof tussen God en Zijn volk alleen maar groter; bekeer u!
Dat is, om zo te zeggen, de echo van Jesaja 50: “Is Mijn hand ten enenmale te kort om te verlossen? Of is er in Mij geen kracht om te redden? Zie, door Mijn bestraffing maak Ik de zee droog. Ik maak rivieren tot een woestijn. Hun vissen stinken, omdat er geen water is, en ze sterven van dorst”[2].

Is dat nu de boodschap van de kerk? Is dat niet te zwart? Te dreigend? Nee, toch niet.
Wij moeten onze ogen niet sluiten voor de werkelijkheid van 2019. Die realiteit is dat massa’s mensen zich van het christendom afkeren.

Een voorbeeld.
Iemand die zich tot de Islam bekeerd heeft, zegt: “Ik leer mijn kinderen dat kerst hoort bij het katholieke geloof. Helaas past het kerstverhaal niet bij het verhaal over Jezus in de Islam. Maar toch kies ik er bewust voor dat de kinderen van de versie uit de bijbel af weten en vertel natuurlijk onze eigen islamitische kijk er direct achteraan. Omdat die anders is. Op school krijgen ze dit niet mee. Daar hebben we bewust voor gekozen”.
En:
“Islam en kerst kan gewoon niet, klaar! Zo dacht ik erover. Mijn man is moslim, ik ben moslim en al mijn kinderen worden opgevoed met als doel ze te laten opgroeien tot vrome moslims. Waar ik toen niet bij stil stond, was dat ik mijn familie teleurstelde met mijn afwezigheid. Zo erg dat voor een aantal jaren hun Kerst niet compleet was. Mijn ouders vieren kerst niet in de kerk. Kerst betekent voor hen vooral gezellig samen zijn met familie. Vanuit islamitisch oogpunt kun je dan denken ‘dat kan op alle dagen, waarom persé op die dagen?’ Maar traditie en cultuur doorbreek je niet. Na een paar jaar van het boycotten van kerst besloot ik daarom toch weer te gaan”.
En:
“Voor mij voelt dit goed. Ik heb begrip voor mijn ouders en hun cultuur en traditie en daar krijg ik veel moois voor terug en dat is begrip voor mij en mijn gezin. Het kerstmenu is namelijk geheel halal. Mijn ouders kiezen eigenlijk voor iedere gelegenheid waar ik aanwezig ben voor halal eten, zodat de kleinkinderen gewoon alles kunnen eten zonder vragen of iets halal is of niet. Opvoed-technisch ideaal want de kinderen leren hiermee dat wanneer men de ander respecteert je ook respect terug mag verwachten en krijgen. Het is geven en nemen of was het in dit geval nemen en geven”[3].

In het bovenstaande draait alles om respect. En om het liefdevol omgaan met andersdenkenden.
Laten wij maar eerlijk zijn: die andersdenkenden ontmoeten wij zodra we één voet buiten de kerk zetten. En soms komen we hen zelfs in onze eigen familie tegen.
In deze wereld zullen we ’t met elkaar moeten doen.
Bij dit alles komt nog dat het in onze wereld ‘not done’ is om tijdens officiële diners over het geloof te beginnen. Iemand zegt: “Als iemand er wel over begint, zeg je gewoon dat we het er beter niet over kunnen hebben. Het is nu kerstmis”[4].

Het Kerstfeest is, om zo te zeggen, het feest van Gods liefde.
Daarom is liefde tot elkaar, zeker op een Kerstdag, aan de orde van de dag.

Toch kan dat begrip van hierboven gelovige kerkmensen zomaar bij een valkuil brengen.
Wij zeggen: wij hebben begrip voor de Islam; dat wil zeggen: wij begrijpen dat men de Islam aanhangt. Maar dat wil niet zeggen dat wij dat goed moeten vinden!
Voordat wij het weten wordt het christendom een ‘zacht aangedraaide’ godsdienst. We worden voorzichtig. Het Evangelie brengen we een beetje omsluierd. En we houden ’t bij de kern: God is liefde.
Maar in de kerk mogen we ’t nooit vergeten: Advent en Kerst hebben twee kanten.
Nee, dat betekent niet dat we in de periode van Advent en Kerst ruzie over geloof en ongeloof moeten gaan zitten maken. Maar wij moeten wel beseffen dat zondige mensen – ja, ook die uit 2019 – de kloof tussen God en mensen dagelijks groter maken!

Laten wij het in de kerk maar blijven belijden: “Want onze ​overtredingen​ zijn talrijk voor U en onze ​zonden​ getuigen tegen ons. Want onze ​overtredingen​ zijn bij ons, onze ongerechtigheden, wij kennen ze: het overtreden en het liegen tegen de HEERE en het zich afkeren bij onze God vandaan, het spreken van onderdrukking en afvalligheid, het zwanger zijn en melding maken van leugenachtige woorden vanuit het ​hart”[5].

Dan, ja dan is ook dat slotvers van Jesaja 59 voluit geldig: “Wat Mij betreft, dit is Mijn ​verbond​ met hen, zegt de HEERE: Mijn Geest, Die op U is, en Mijn woorden die Ik U in de mond gelegd heb, zullen uit Uw mond niet wijken, ook niet uit de mond van Uw nakomelingen, evenmin uit de mond van de nakomelingen van Uw nakomelingen, zegt de HEERE, van nu aan tot in eeuwigheid”[6].
De kerk mag er dus zeker van zijn: het Evangelie van verkiezing en verlossing zal blijven klinken!

Noten:
[1] Jesaja 59:1 en 2.
[2] Jesaja 50:2 b.
[3] Geciteerd van https://www.cjg043.nl/2017/11/02/kerstmis-en-bekeerd-gaat-dit-samen-ervaringsverhaal/ ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[4] Zie https://cip.nl/76984-mijd-praten-over-geloof-tijdens-kerstdiner ; geraadpleegd op dinsdag 17 december 2019.
[5] Jesaja 59:12 en 13.
[6] Jesaja 59:21.

28 november 2019

Een allesomvattend kerklied

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Dit artikel gaat over Psalm 110. Dat is een psalm waarin, op de keper beschouwd, duizelingwekkend mentaal bochtenwerk van gelovige zangers wordt gevraagd
Waarom?
Alle vijandschap blijkt machteloos en nietig geworden. Alle haat en nijd wordt getransformeerd tot een voetenbankje voor de Zaligmaker. Hij gaat de wereld regeren. En wel op een manier die zodanig glorieus is dat die zijn weerga in heel de wereldgeschiedenis niet kent.
Gods volk, de militia Christi, doet mee in de strijd. Maar erg bloederig wordt het allemaal niet; een heilig feestgewaad blijkt uitermate geschikt als uniform.
Psalm 110 wijst ook op het einde van de dagen. Dat is het moment van het Goddelijk eindoordeel. Goddelozen worden vernietigd. De zonde gaat definitief de wereld uit.

In een berijmde versie luidt Psalm 110 als volgt.

Zo heeft de HERE tot mijn Heer gesproken:
Zit aan mijn rechterhand en neem uw recht,
totdat Ik elke vijand heb gebroken
en als een voetbank voor u neergelegd.

De HERE wil u met zijn macht bekleden,
van Sion uit strekt Hij uw koningsstaf:
voer met gezag, door vijanden bestreden,
de heerschappij die God, de HEER, u gaf.

Uw volk is zeer gewillig om te strijden.
Zij treden aan in heilig feestgewaad.
Ook zal uw jeugd zich aan uw glorie wijden
als frisse dauw in vroege dageraad.

De HERE heeft u deze eed gezworen
en het berouwt Hem niet in eeuwigheid:
Zó als Ik Melchizedek had verkoren,
wil Ik dat gij voor eeuwig priester zijt.

De HEER, die op uw wegen u bewaarde,
is in de strijd steeds aan uw rechterhand,
Zijn arm verplettert koningen der aarde,
wanneer zijn dag komt en zijn toorn ontbrandt.

Hij zal het kwaad der heidenvolken wreken,
hij roeit hen uit, vertrapt hen met zijn voet.
Terwijl hij voortgaat, drinkt hij uit de beken
en heft het hoofd, de zege tegemoet![1]

Hoe kan het zo ver komen?
Antwoord: de Heer van de kerk, het Hoofd van de militia Christi, gaat ultiem priesterlijk werk doen: Hij offert Zichzelf. Daarop wijst dichter David in deze psalm:
“De HEERE heeft gezworen
en Hij zal er geen ​berouw​ van hebben:
U bent ​Priester​ voor eeuwig,
naar de ordening van Melchizédek”[2].
Zoveel is wel duidelijk: hier gaat het over een Priester met een hoofdletter P!

Onze Heiland is – zo zegt David in Psalm 110 – Priester naar de ordening van Melchizédek.
Wat betekent dat?
Daarover werd op deze plaats al eens geschreven: “Abram komt (…) juist terug uit een strijdperk.
En dan ontmoet hij Melchizédek. De koning van Salem, die tegelijk priester van God is. Hoe kan dat? Niemand die dat precies zeggen kan. De hemelse God heeft ongekende mogelijkheden om heidenen tot bekering te brengen!
Melchizédek geeft Abram een priesterlijke zegen.
Daarmee wordt Abrams positie gemarkeerd. Hij mag niet trots zijn op zijn overwinning. Hij moet vooral niet prat gaan op eigen kracht en mogelijkheden!
We kunnen Melchizédek zonder bezwaar een type van Christus noemen. Christus komt als het ware naar Abram toe.
Nee, het gaat niet om Abrams eigen inzichten. En, bijvoorbeeld, ook niet om het feit dat hij de stamvader is van de Levieten. Zelfs al die priesters die uit Abram geboren worden kunnen de volmaaktheid op deze aarde niet bewerkstelligen.
Daarvoor is een andere Priester nodig”[3].
De geschiedenis van de ontmoeting tussen Abram en Melchizédek vinden we in Genesis 14[4].
Meteen in het eerste Bijbelboek wordt er al iets van duidelijk: de Here heeft een groots plan. Een plan waarmee hij de zonde krachteloos maakt. Een plan dat honderdduizend barrières in deze wereld doorbreekt. Een plan dat voor een massa mensen betekent dat zij ook voor eeuwig priester zijn.

In dat plan is, zo blijkt hierboven reeds, een andere Priester – met een hoofdletter P – nodig.
Die andere Priester legitimeert Zichzelf in Mattheüs 22. Leest u maar even mee: “Toen de ​Farizeeën​ bijeenwaren, vroeg ​Jezus​ hun: Wat denkt u over de ​Christus? Wiens Zoon is Hij? Zij zeiden tegen Hem: ​Davids​ Zoon. Hij zei tegen hen: Hoe kan ​David​ Hem dan, in de Geest, zijn Heere noemen, als hij zegt: De Heere heeft gezegd tegen Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd heb als een voetbank voor Uw voeten? Als ​David​ Hem dan zijn Heere noemt, hoe kan Hij dan zijn Zoon zijn? En niemand kon Hem een woord antwoorden, en ook durfde niemand Hem vanaf die dag meer iets te vragen”[5].
De Farizeeën leggen Psalm 110 uit met het oog op de Messias – de Gezalfde – die komen zal.
Maar zij willen niet erkennen dat die Messias er al is. Zij willen niet erkennen dat Jezus Christus de Messias is!

Die Priester met hoofdletter P offert zich op gedurende de tijd dat Hij op aarde is. De Hebreeënschrijver noteert in hoofdstuk 5: “In de dagen dat Hij op aarde was, heeft Hij met luid geroep en onder tranen ​gebeden​ en smeekbeden geofferd aan Hem Die Hem uit de dood kon verlossen. En Hij is uit de angst verhoord”[6].
De Heiland is de meest bijzondere Priester die de wereld ooit heeft gekend. En het is niet nodig dat er nog zo’n Priester komt; het eenmalige offer van Christus is genoeg. Hij is bovendien voor altijd Priester. Gelovige kinderen kunnen vanwege Christus’ werk altijd bij God komen.
De weg is open. Die weg gaat nooit weer dicht. Nimmermeer!
De troonzaal is toegankelijk.
De Priester zegt: komt u gerust verder, en zeg maar wat u op uw hart hebt.
De Priester maakt in Zijn hemels domicilie de weg vrij voor een heerlijke toekomst van al Zijn kinderen.
Petrus heeft daar in Handelingen 2 het oog op als hij uitspreekt: “Deze ​Jezus​ heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de ​Heilige​ Geest​ ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort. David​ is immers niet opgevaren naar de hemelen, maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot Mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten. Laat dan heel het huis van Israël zeker weten dat God Hem tot een Heere en ​Christus​ gemaakt heeft, namelijk deze ​Jezus, Die u gekruisigd hebt”[7].

Terug naar Psalm 110.

Koning-dichter David heeft de diepgang van zijn eigen kerklied niet kunnen zien. Geen wonder eigenlijk dat iemand schreef: “Psalm 110, een psalm van David; was getekend: Gods Geest”[8]. Ja, dat is dezelfde Geest waarover in het tweede vers van de Bijbel al staat: “en de ​Geest van God​ zweefde boven het water”[9]. Die Geest gunt David een blik in de verre toekomst!

Psalm 110 is in de kerk een geliefde psalm.
Mogelijk is dat zo omdat dit kerklied de ganse wereldhistorie omvat. Vanuit het Woord van God slagen kleine kerkmensen erin om de geschiedenis te doorgronden. Niet omdat zij zulke filosofisch ingestelde mensen zijn, maar omdat zij een Hogepriester hebben die in heerlijkheid gezeten is.
In Nederland maken wij ons druk om Marco Kroon – een drager van de militaire Willemsorde die zich misdragen heeft[10]. En over de hoge kosten van het Eurovisie Songfestival dat Nederland in 2020 organiseren moet[11]. En dat is goed. Misdaden behoren gestraft te worden. En geld kun je maar één keer uitgeven.
Maar wie het idee heeft dat er in de wereld meer is dan dolgedraaide militairen en stapels bankbiljetten kan bij Psalm 110 terecht!

Noten:
[1] Dit is de berijming uit het Gereformeerd Kerkboek-1986.
[2] Psalm 110:4.
[3] Geciteerd uit mijn artikel ‘Dankbaar en ootmoedig’, hier gepubliceerd op vrijdag 11 augustus 2017. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2017/08/11/dankbaar-en-ootmoedig/ .
[4] Genesis 14:18-24.
[5] Mattheüs 22:41-46.
[6] Hebreeën 5:9.
[7] Handelingen 2:32-36.
[8] Dat was dominee Adrian Verbree, “Een psalm van David”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 21 april 2018, p. 7; rubriek: Kruimeldief.
[9] Genesis 1:2 b.
[10] Zie https://nos.nl/artikel/2311994-justitie-eist-100-uur-werkstraf-tegen-marco-kroon.html ; geraadpleegd op maandag 25 november 2019.
[11] Zie https://nos.nl/artikel/2311992-financiering-songfestival-waarschijnlijk-rond-alle-seinen-staan-op-groen.html ; geraadpleegd op maandag 25 november 2019.

22 oktober 2019

Het luistert nauw

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De gelijkenis over het onkruid tussen de tarwe is waarschijnlijk wel bekend.

Voor allen die die gelijkenis niet onmiddellijk voor ogen hebben ter oriëntatie nog enkele citaten uit Mattheüs 13.
“Het Koninkrijk der hemelen is gelijk aan iemand die goed ​zaad​ ​zaaide​ in zijn ​akker. Maar toen de mensen sliepen, kwam zijn vijand en ​zaaide​ onkruid tussen de tarwe, en ging weg. Toen het gewas opkwam en vrucht voortbracht, kwam ook het onkruid tevoorschijn”[1].
En:
“Laat ze allebei – tarwe en onkruid – samen tot de ​oogst​ opgroeien, en in de oogsttijd zal ik tegen de maaiers zeggen: Verzamel eerst het onkruid en bind het in bossen om het te verbranden, maar breng de tarwe bijeen in mijn schuur”[2].
En:
“Toen ​Jezus​ de menigte had laten weggaan, ging Hij naar huis. En Zijn discipelen kwamen bij Hem en zeiden: Verklaar ons de ​gelijkenis​ van het onkruid op de ​akker. Hij antwoordde en zei tegen hen: Hij die het goede ​zaad​ ​zaait, is de Zoon des mensen. De ​akker​ is de wereld, het goede ​zaad​ zijn de ​kinderen​ van het Koninkrijk en het onkruid zijn de ​kinderen​ van de boze. De vijand die het ​gezaaid​ heeft, is de ​duivel; de oogst is de voleinding van de wereld en de maaiers zijn ​engelen. Zoals dan het onkruid verzameld en met vuur verbrand wordt, zo zal het ook zijn bij de voleinding van deze wereld: de Zoon des mensen zal Zijn ​engelen​ uitzenden, en zij zullen uit Zijn Koninkrijk verzamelen alle struikelblokken, en hen die de ​wetteloosheid​ doen, en zij zullen hen in de vurige oven werpen; daar zal gejammer zijn en tandengeknars. Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[3].

Het leven gaat ook in 2019 gewoon nog door. Op de automatische piloot, naar het schijnt. Het lijkt erop dat de Here een gedoogbeleid voert: laat de duivel en zijn trawanten zijn gang maar gaan… Pas later, veel later zal het oordeel komen.
Mattheüs 13 toont ons echter dat de werkelijkheid is dat de Here het kwaad opzettelijk ‘volwassen’ laat worden.

Daarin zien we onder meer het geduld van de hemelse God. We zien Zijn lankmoedigheid.
En wij zien ook hoe Gods volk beproefd wordt
Hij geeft Zijn kinderen alle gelegenheid om het kwaad te ontmaskeren. De God van hemel en aarde zegt tegen Zijn gekochten: proclameer het Evangelie maar. God zegt: laat maar zien wat Ik wil, en op welke manier de satan voortdurend pogingen doet om tegenstand te bieden.
Aldus worden Gods kinderen ook getest. Onthullen zij nu ook werkelijk wat de satan aan het doen is? Zeggen ze er ook wat van? Tonen zij aan dat er twee kampen zijn: voor en tegen Jezus Christus, de Heiland?

De media vertellen ons over een dictator in Syrië, Bashar al-Assad.
En over een heerser in Turkije, Recep Tayyip Erdogan. Hij droeg ooit een gedicht voor: “Democratie is slechts de trein die wij nemen tot we op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten. Koepels onze helmen. Moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten”[4].
Laten wij beseffen dat zulke mensen instrumentarium van de duivel zijn!

Christenpolitici in Nederland hebben een verantwoordelijke taak. Zij behoren op hoog niveau te laten zien waar de scheidslijn van goed en kwaad loopt. Op die wijze mogen zij aantonen dat er een strijd op hoog niveau wordt uitgevochten.

In verband met Mattheüs 13 schrijft iemand: “De duivel heeft in ieder geval zijn werk goed gedaan. De verdeeldheid binnen de Christelijke gemeentes heeft een ongekende hoogte bereikt. Er zijn zoveel verschillende opvattingen tegenwoordig over doctrines, geloofsbelijdenissen, en ook het profetische woord dat je nauwelijks nog kan weten wat de echte waarheid is. Zelfs het bestaan van de duivel wordt tegenwoordig al in twijfel getrokken. De duivel wordt ook vaak opgevat als een symbolische term die het kwade of de leugen voorstelt, terwijl de Bijbel ons duidelijk leert dat de duivel een engel is die uit de hemel is gevallen. De grootste leugen van de duivel. Mensen laten geloven dat hij eigenlijk helemaal niet bestaat. De duivel is de vader van de leugen, alle leugens komen van hem. Hij is de zaaier van de verdeeldheid en van de verwarring”[5].
Die realiteit moeten wij vandaag blijven zien!

Er is nog iets.
Het woord dat in onze Bijbels met ‘onkruid’ is vertaald is zizania. Dat betekent eigenlijk: dolik.
Een christelijke internetencyclopedie leert ons: “Dolik is de volksnaam van verschillende gewassen, onder andere van het raaigras en van het bedwelmend raaigras of hondsdravik. De hondsdravik (Lat. Lolium temulentum; Eng. darnel of cockle, Duits Taumel-Dolch, Frans ivraie) behoort wetenschappelijk gesproken tot het geslacht Raaigras (Lat. Lolium). Hij komt overvloedig voor in Israël en Syrië. Hij schiet tussen het koren op en wordt beschouwd als onkruid. Hij lijkt zo sterk op de tarwe dat de plant in sommige streken ‘valse tarwe’ wordt genoemd”[6].
Tarwe en onkruid lijken heel vaak sterk op elkaar. Het is bijna niet van elkaar te onderscheiden. Met andere woorden: sommige opinies lijken reuze christelijk, maar eigenlijk zijn ze het niet.
Dat vraagt attentie van Gods kinderen. Laten wij maar bidden om de leiding van Gods Heilige Geest. Zoals de dichter van Psalm 143 ons dat voorzingt:
“Leer mij uw wil, reik mij uw hand.
Uw goede Geest zij mijn geleide;
voer mij in een geëffend land”[7].

Gewone kerkleden kunnen het gevoel hebben dat zij niet meetellen. De gebeurtenissen in de wereld gaan grotendeels ver boven hun denken uit. Zij bevatten het vaak niet. Wat moeten zij ermee?
Laten de kinderen van God maar beseffen dat de Here hen ziet. Zelfs de meest kleine tarwekorrel ziet Hij van bovenaf!

Denkt u in dit verband maar aan 1 Corinthiërs 15: “…als gij ​zaait, ​zaait​ gij niet het toekomstige lichaam, maar slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders. Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en wel aan elk ​zaad​ zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde, maar dat van mensen is anders dan dat van beesten, en het vlees van vogels weer anders dan dat van vissen. Er zijn hemelse en aardse lichamen, maar de glans der hemelse is anders dan die der aardse. De glans der zon is anders dan die der maan en der sterren, want de ene ster verschilt van de andere in glans. Zo is het ook met de opstanding der doden. Er wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, en opgewekt in onvergankelijkheid; er wordt ​gezaaid​ in oneer, en opgewekt in heerlijkheid; er wordt ​gezaaid​ in zwakheid, en opgewekt in kracht”[8].
Uit een kleine korrel schept de hemelse God iets groots; iets dat de eeuwigheid verduren kan.
De toekomst van de gelovigen is luisterrijk. Daniël profeteerde er al over: “En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen. De verstandigen zullen blinken als de glans van het hemelgewelf, en zij die er velen rechtvaardigen, als de sterren, voor eeuwig en altijd”[9].

Jazeker – er komt een moment dat de aarde gemaaid wordt.
Leest u maar mee in Openbaring 14: “En een andere ​engel​ kwam uit de ​tempel​ en riep met luider stem tot Hem, die op de wolk gezeten was: Zend uw ​sikkel​ uit en maai, want de ure om te maaien is gekomen, want de oogst der aarde is geheel rijp geworden. En Hij, die op de wolk gezeten was, zond zijn ​sikkel​ uit op de aarde, en de aarde werd gemaaid”[10].
Maar dat alles is voor gelovige kinderen van God geen reden om bibberend in een hoekje te gaan zitten. Want de Heiland draait er in Mattheüs 13 niet omheen: “Dan zullen de rechtvaardigen stralen als de zon, in het Koninkrijk van hun Vader. Wie oren heeft om te horen, laat hij horen”[11].

Met andere woorden – de kernactiviteit der Gereformeerden is in één woord samen te vatten: luisteren.

Noten:
[1] Mattheüs 13:24, 25 en 26.
[2] Mattheüs 13:30.
[3] Mattheüs 13:36-43.
[4] Geciteerd van https://npofocus.nl/artikel/7466/wie-is-erdogan ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[5] Geciteerd van https://bijbelenzo.wordpress.com/2012/10/30/het-onkruid-en-de-tarwe/ ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[6] Geciteerd van http://www.christipedia.nl/Artikelen/D/Dolik ; geraadpleegd op dinsdag 15 oktober 2019.
[7] Psalm 143:9; berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[8] 1 Corinthiërs 15:37-43.
[9] Daniël 12:2 en 3.
[10] Openbaring 14:15 en 16.
[11] Mattheüs 13:43.

2 september 2019

Wij weten waar het naar toe gaat

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE zal ​Koning​ worden over heel de aarde. Op die dag zal de HEERE de Enige zijn en Zijn Naam de enige”.
Dat zijn woorden uit Zacharia 14.

Wat is de achtergrond van deze woorden?
Een internetencyclopedie leert ons: “Perzië was in de dagen van Zacharia een grote wereldmacht. In 539 voor Christus had koning Kores de Joodse ballingen toestemming gegeven terug te keren naar het land Kanaän. De teruggekeerde Joden hadden een begin gemaakt met de herbouw van de tempel, maar door tegenstand van buitenaf was het werk gestagneerd (…). De profetische boodschappen van Haggaï en Zacharia waren een stimulans om het werk opnieuw ter hand te nemen en af te maken. Ze waren een bemoediging om door te gaan en te vertrouwen op Gods zegen”.

Wat is de boodschap van de profeet?
Deze wordt onder meer als volgt samengevat: “God zal voor zijn teruggekeerde volk zorgen. Hij geeft kracht om de tempel te herstellen en Hij zal er zijn zegen aan verbinden. God is een vergevend God, wie zich afkeert van de zonde kan op zijn genade rekenen”[1].
Wat staat er in Zacharia 14?
1.
Jeruzalem wordt ingenomen en geplunderd. En dat is geen zaak van een weekje, of zo. Zo van: we plukken de boel leeg, en daarna zijn we snel weer vertrokken. Het is echt een bezetting voor langere tijd.
En de vijand gaat onfatsoenlijk tekeer: de vrouwen worden nota bene verkracht!
Alle waardigheid sijpelt uit Jeruzalem weg.
Een uitlegger schrijft: “Sterker nog, zoals het in vroeger dagen ging, zal het ook nu weer gaan: zij worden in ballingschap gevoerd. In deze tijd zouden wij over deportatie, etnische zuivering of razzia spreken”[2].
Heel die mensonwaardige bende heeft warempel de goedkeuring van alle volken! In gezamenlijkheid trekken zij naar Jeruzalem op.
Stel je toch voor dat de Verenigde Naties een dergelijk besluit zouden nemen! Dat is toch onvoorstelbaar?
2.
Geen wonder eigenlijk dat in Mattheüs 24 zo nadrukkelijk staat: “Maar wee de zwangeren en de zogenden in die dagen! En ​bid​ dat uw vlucht niet zal plaatsvinden in de winter en ook niet op een ​sabbat. Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal”[3].
De situatie is hopeloos. Hier is geen redden meer aan. Dit is wel zo ongeveer het einde.
Zou je denken…
3.
En dan… dan zet Jezus Christus, de Heiland, Zijn beide voeten op de Olijfberg!
Zijn komst is groots. En zeer indrukwekkend.
De Olijfberg splijt in tweeën. Spontaan ontstaat er een immens dal. Gewoon omdat Christus Zijn voeten op de berg zet! Is het niet verbijsterend?
4.
Het ontstaan van dat dal heeft niet het karakter van een onverwacht machtsvertoon. Integendeel. De splijting heeft een doel. Zo komt er namelijk een ontspanningsroute voor verdrukte gelovigen.
Alle volken hebben zich verenigd. En het lijkt gelukt om Jeruzalem er eindelijk onder te krijgen. Eindelijk is het uit met de kerk…
Zo lijkt het tenminste. Maar ’t is niet waar!
Er komt redding van bovenaf, uit de hemel!
5.
Nee, Christus’ komst gaat zeker niet onopgemerkt voorbij!
Het wordt donker. Bovendien wordt het ongelooflijk heet. Er is feitelijk geen onderscheid meer tussen dag en nacht. Gods oordeel is er voortdurend!
6.
Maar het feit dat Jezus Christus Zijn macht laat blijken is een zegen voor Jeruzalem. Voor de kerk is het een en al vreugde.
Er stroomt water naar de zee in het oosten, naar de Dode Zee. En er stroomt water naar het westen, naar de Middellandse Zee. De hemelse God laat overal Zijn invloed gelden!
En het wordt overal op aarde erkend: de God van hemel en aarde is Koning! Van de afgoden ziet niemand iets meer. Men komt ze nergens meer tegen. Ze hebben voor niemand betekenis meer. Zij zijn nu voor iedereen van nul en generlei waarde!

In verband met Zacharia 14 zei een voorganger uit de kring van de baptisten eens: “Het is zoals iemand eens een Joodse rabbi vroeg: Wat gaat u zeggen als u de Messias mag ontmoeten? De rabbi antwoordde: ‘Ik zal Hem vragen of Hij hier al eerder is geweest’. Wij weten het antwoord, Hij is de gekruisigde en opgestane Heer, die zal komen als Koning voor Zijn volk Israël. En daarom zal iedere christen Koningsgezind -met een hoofdletter- behoren te zijn”[4].

Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant T.H. Meedendorp (1901-1982) die in een preek over Zacharia 14 de lijn doortrok. En het werd een lange lijn. Hij trok die als volgt.
“Het is duidelijk, gemeente, dat de profeet hier vooruitgrijpt – zoals veelal – naar de grote toekomst van het eeuwige, nieuwe Jeruzalem. Te dien dage. Want ook vandaag is Zacharia’s profetie nog niet ten volle vervuld”.
En:
“…in het nieuwe Jeruzalem zal geen huichelaar meer zijn. Want buiten zullen zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders en de doodslagers, de afgodendienaars, en een ieder, die de leugen liefheeft en doet. (…) Mensen die de schone naam van christen dragen, maar in wier hart de goddeloosheid heerst. Wij kennen ze wel niet, maar de Heere kent ze wèl en haalt ze eruit”.
En:
“In het nieuwe Jeruzalem met zijn twaalf poorten van parelen, met zijn straten van goud. Met de palmtakken der overwinning in de handen van de ontelbare schare. En daarbuiten alles wat vuil is en zondig en onrein.
Het nieuwe Jeruzalem is het wijde vergezicht van allen, die hier door het geloof gejaagd hebben naar heiligmaking in dagelijkse bekering, zonder welke niemand de Heere zien zal.
Het nieuwe Jeruzalem, de grote toekomst te dien dage voor allen, die hier op iedere plaats, waar God hen stelde, hebben gezien door het geloof: den Heere heilig – toegewijd. Voor allen, die het hier hebben geleerd de Heere te dienen – met veel gebreken en zwakheden, zeker – maar tevens oprecht in dagelijkse heiliging van het leven.
Het nieuwe Jeruzalem – de grote toekomst, waar alle onheiligheid en onvolkomenheid in het dienen van de Heere zal zijn weggedaan. Waar engelen en zaligen hun stem zullen verenigen in het loflied: heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen, de ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol”[5].

Wij kijken naar een wereld vol onrecht.
Wij kijken naar een wereld vol oorlog; als het geen ‘gewone’ oorlog is, dan is het wel een handelsoorlog.
En soms denken we wellicht: waar gaat het naar toe met de wereld? En vooral – waar eindigt dit allemaal?
Welnu, dat weten we wel.
Zacharia 14 vertelt het ons!

Noten:
[1] Geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/Z/Zacharia_(bijbelboek) ; geraadpleegd op maandag 26 augustus 2019.
[2] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/415/zacharia-deel-17-christus-wederkomst-14-1-7 ; geraadpleegd op maandag 26 augustus 2019. Ook in het onderstaande maak ik van deze internetpagina gebruik.
[3] Mattheüs 24:19, 20 en 21.
[4] Geciteerd van https://peterhartkamp.weebly.com/uploads/6/0/2/8/60280995/preek_zacharia_914_maranatha.pdf ; geraadpleegd op maandag 26 augustus 2019.
[5] De citaten komen uit een preek over Zacharia 14:20 en 21. De preek is gedateerd op zondag 5 oktober 1980.

23 juli 2019

Geloofsvervolging is gebruikelijk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Er is te lang te weinig aandacht geweest voor het geweld tegen en de vervolging van gelovigen”. We moeten elkaar ertoe oproepen “om ‘het ijzeren gordijn’ van stilte rond dit onderwerp neer te halen”.
Dat werd gezegd tijdens een drukbezochte meerdaagse bijeenkomst van het Amerikaanse ­ministerie van Buitenlandse Zaken voor het bevorderen van godsdienstvrijheid. Ruim duizend geestelijk leiders kwamen onlangs in Washington bijeen. Tijdens die conferentie waren ook heel wat afgevaardigden aanwezig namens organisaties die zich op een of andere wijze met godsdienstvrijheid bezighouden[1].

Wie in iets, iemand of Iemand gelooft, kan op steeds meer commentaar rekenen. En op meer smaad en laster.
Het is goed dat daar aandacht voor gevraagd wordt.
Maar laten we ons niet vergissen: zo’n conferentie is in feite niet meer dan een signaal. Het is een attentiesein. Wat er op de vierkante kilometer gebeurt blijft uit het zicht. Lang niet alle vervolging komt in de openbaarheid. Mensen worden achternagezeten en achtervolgd door mensen met een kwade bedoeling. Soms gebeurt dat in stilte. Venijnig en stekelig, maar niet minder pijnlijk. Zeker ook als het om het christelijk geloof gaat.

Dat begint al in het Oude Testament[2].
Eigenlijk meteen al in het begin.
Leest u maar mee in Genesis 4: “En ​Kaïn​ sprak met zijn broer ​Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren, dat ​Kaïn​ zijn broer ​Abel​ aanviel en hem doodde”[3].
Denkt u ook maar aan Exodus 14: “Want de HEERE verhardde het ​hart​ van de ​farao, de ​koning​ van ​Egypte, zodat hij de Israëlieten achtervolgde. Maar de Israëlieten waren door een opgeheven hand geleid. De ​Egyptenaren, met al de paarden en ​strijdwagens​ van de ​farao, en zijn ruiters, en zijn ​leger​ achtervolgden hen en haalden hen in waar zij hun kamp hadden opgeslagen, bij de zee, bij Pi-Hachiroth, voor ​Baäl-Zefon. Toen de ​farao​ dichtbij gekomen was, sloegen de Israëlieten hun ogen op, en zie, de ​Egyptenaren​ trokken achter hen aan”[4].
De Egyptische farao doet al heel vroeg aan geloofsvervolging!
Denk ook maar aan Psalm 7, waar David God smeekt:
“HEERE, mijn God, tot U neem ik de toevlucht,
verlos mij van al mijn vervolgers en red mij”[5].
David wordt beschuldigd van verkeerde praktijken. Zo doen alle geloofsvervolgers dat. De troost van David, en van ons, is dat God uiteindelijk rechtvaardig zal oordelen over kwaden en goeden.

Jezus zegt in Johannes 15: “Een dienaar is niet meer dan zijn ​heer. Als zij Mij vervolgd hebben, zullen zij ook u vervolgen; als zij Mijn woord in acht genomen hebben, zullen zij ook het uwe in acht nemen”[6].
De komst van Jezus Christus op aarde zorgt al voor een scheiding van de geesten. Datzelfde maken christenen in alle eeuwen en op alle plaatsen mee. Dat is vandaag heus niet anders.
Als we tegenstand voelen en oppositie krijgen mogen we er altijd bij denken: dat heeft Jezus ook meegemaakt. De Heiland zegt dat zelf ook: “Als de wereld u haat, weet dat zij Mij eerder dan u gehaat heeft”[7].
Maar als die haat en vervolging er zijn, moeten we ook beseffen dat er altijd een kerk is. In alle tijden zet de Heer van de wereld ook mensen bij elkaar die Zijn Woord eerbiedigen. In alle eeuwen zijn er mensen die met een gewillig oor naar Schriftuurlijke prediking luisteren, en genegen zijn om zich door Gods Woord en wet te laten corrigeren.
Gods Woord brengt scheiding – inderdaad.

De apostel Paulus ondervindt dat aan den lijve. In 1 Corinthiërs 4 schrijft hij daarover: “Tot op dit moment lijden wij én honger én dorst, én zijn wij naakt, én worden wij met vuisten geslagen, én hebben wij geen vaste woonplaats, én spannen wij ons in door met onze eigen handen te werken. Worden wij uitgescholden, dan ​zegenen​ wij. Worden wij vervolgd, dan verdragen wij. Worden wij belasterd, dan ​bidden​ wij. Wij zijn geworden als het uitvaagsel van de wereld en het afschraapsel van allen tot nu toe”[8].

Johannes heeft er in Openbaring 1 ook mee te maken: “Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding van ​Jezus​ ​Christus, was op het eiland genaamd Patmos, omwille van het Woord van God en het getuigenis van ​Jezus​ ​Christus”[9].

Geloofsvervolging is in deze wereld gewoon. Sterker – sinds de zondeval is het gebruikelijk. En ja, wij dienen ertegen te strijden. Wij moeten dus in beweging komen. Maar het uitbannen van vervolging is een illusie.

Kinderen van God zullen vervolging moeten beschouwen als een beproeving.
Paulus schrijft in 1 Thessalonicenzen 3 dat wij ons door geloofsvervolging niet in de war moeten laten brengen: “Want u weet zelf dat wij hiertoe bestemd zijn”[10].
De apostel Petrus schrijft in zijn eerste algemene brief, dat kinderen van God op weg zijn naar een luisterrijk eeuwig leven: “De God nu van alle ​genade, Die ons geroepen heeft tot Zijn eeuwige heerlijkheid in ​Christus​ Jezus, Hij Zelf moge u – na een korte tijd van lijden – toerusten, bevestigen, versterken en funderen”[11].

Gelovige christenen worden weggedrukt. Alle eeuwen door. Niettemin komen zij goed terecht; dat is zeker. Want in Openbaring 7 wordt de eindsituatie volstrekt duidelijk. Leest u maar mee: “Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende ​waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen”[12].

Noten:
[1] Zie hiervoor: “Doorbreek ‘ijzeren gordijn’ geloofsvervolging”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 19 juli 2019, p. 2.
[2] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://docplayer.nl/19111362-Geloofsvervolging-in-de-bijbel.html ; geraadpleegd op vrijdag 19 juli 2019. Dit betreft een lezing, getiteld ‘Geloofsvervolging in de Bijbel’, van professor dr. W. Verboom, gedateerd op vrijdag 6 november 2015. De lezing werd gehouden tijdens een predikantensymposium van Stichting De Ondergrondse Kerk.
[3] Genesis 4:8.
[4] Exodus 14:8, 9 en 10.
[5] Psalm 7:2.
[6] Johannes 15:20 b.
[7] Johannes 15:18.
[8] 1 Corinthiërs 4:11, 12 en 13.
[9] Openbaring 1:9.
[10] 1 Thessalonicenzen 3:3 b.
[11] 1 Petrus 5:10.
[12] Openbaring 7:17.

22 mei 2019

Verloren spel?

Kent u Amos?
Vast wel.
Het is een profeet uit de achtste eeuw voor Christus; we schrijven ongeveer 750 voor Zijn komst naar de aarde.
In een encyclopedie staat geschreven: “Amos is een donderpredikant. Zijn taal is die van een boer, gespierd en gekruid. Hij gebruikt vaak harde woorden en ruige beelden, ontleend aan de natuur en het boerenbestaan. Om vat te krijgen op zijn toehoorders stapelt hij de beelden soms opeen of herhaalt hij zijn gedachte”[1].
“Maar”, schrijft een andere uitlegger, “Amos is niet alleen een oordeelsprediker. Hij spreekt ook Gods woorden over de toekomst die Hij voor Zijn volk heeft, als het zich eenmaal tot Hem heeft bekeerd”[2].

Vandaag vraag ik aandacht voor woorden uit Amos 3: “Ik zal het winterverblijf treffen samen met het zomerverblijf, zodat de ivoren ​huizen​ verloren gaan en vele ​huizen​ weggevaagd worden, spreekt de HEERE”[3].

Die exegeet van hierboven schrijft: “Amos 1 en 2 laten zien dat, als het gaat om de maatstaf van Gods heiligheid, er geen onderscheid kan zijn tussen Israël en de volken. Maar in Amos 3 zien we dat Israël wel een apart oordeel ondergaat. De reden daarvoor is dat te midden van alle volken Israël van God een speciale plaats heeft gekregen. Het is Zijn eigendomsvolk. Daarom komt er een speciaal oordeel over het volk dat de HEERE voor Zichzelf heeft uitverkoren”.

‘Luister!’, zegt God.
‘Ik ken u. Ik ga intiem met u om. Ik trek met u op.
Maar één ding is zeker – samen optrekken doe je alleen als je ’t samen over diverse zaken eens bent. Anders moet je er niet aan beginnen.
En in de relatie met Mij geldt bovendien: er gebeurt niets bij toeval. Dat u, Israëlieten, in een land woont waar het verderf om zich heen grijpt, dat hebt u aan uzelf te wijten. En laat het duidelijk wezen: de profeten horen van tevoren wat Ik ga doen’.

Dat betekent: actie voor Amos – hij is immers zelf een profeet?
Maar de Israëlieten missen elk gevoel voor urgentie. Zij hebben niet het idee dat Amos namens God het woord voert.
Maar dat oordeel komt!
Dat oordeel komt omdat Gods volk niet meer weet wat ‘recht doen’ is. Geweld en onderdrukking zijn aan de orde van de dag.
En hoe ziet dat oordeel er uit?
Gods vijanden zullen het land overspoelen. Alles wat in tijden van welvaart en welzijn is opgebouwd, wordt afgebroken.
Alles… – nou ja, bijna alles.
Een rest blijft over. Een overblijfseltje. Minimaal. Vrijwel niet de moeite waard om over te praten.

‘Luister en waarschuw’, zegt de Here tegen Zijn woordvoerder Amos.
De profeet van de Here moet de boodschap van hierboven doorgeven. Nee, dat is niet het mooiste karwei des levens. Integendeel. Maar het moet wel gebeuren. Amos mag zich niet stil houden. Onder geen beding mag hij er het zwijgen toe doen.
Amos gaat verder.
Afgodendienst tolereert de Here niet. Godsdienst geef je niet naar eigen inzicht vorm. God dienen – dat doe je niet op je eigen manier en op een plekje dat jou uitkomt.
Zoals Jerobeam dat deed, in 1 Koningen 12: “Daarom pleegde de ​koning​ overleg en maakte twee gouden kalveren. Hij zei tegen het volk: Het is te veel voor u om op te trekken naar ​Jeruzalem. Zie uw ​goden, Israël, die u uit het land ​Egypte​ hebben doen optrekken. En hij plaatste het ene in Bethel, en het andere zette hij in Dan. Dit werd aanleiding tot ​zonde, want het volk liep vóór het ene uit, tot aan Dan toe. 1Hij maakte ook een godshuis​ op de offerhoogten en hij stelde ​priesters​ aan uit alle geledingen van het volk, die niet tot de nakomelingen van Levi behoorden”[4].
Ziet u ‘t? Jerobeam dacht: die godsdienst kan best een beetje efficiënter. Hij maakte het allemaal wat makkelijker. Godsdienst moet je, zo maakte Jerobeam duidelijk, niet te zwaar opnemen. Dat is nergens goed voor…
Amos brengt dat alles in herinnering.
En laten we wel wezen: die redenering doet het in 2019 nog steeds goed.

Amos draait er niet omheen: naarmate de welvaart toeneemt, verdwijnt God uit beeld.

Afgoden doen het ook vandaag nog steeds goed.
Onze vakantie is heilig.
Onze auto moet groot genoeg zijn.
En trouwens – wat dacht u van het songfestival?

Als het gaat om Amos 3, moeten we maar niet aan dat festival voorbij kijken.
Dat zal hieronder blijken.

We konden er in de afgelopen dagen niet omheen: Nederland heeft het Eurovisiesongfestival gewonnen. Miljoenen mensen vergaapten zich aan Duncan Laurence en aan zijn liedje ‘Arcade’.

Waar komt dat liedje eigenlijk vandaan?
De zanger zegt: “Ik ging op zoek naar verhalen die ontroeren en iets betekenen, uit mijn eigen leven of dat van een ander. De inspiratie vond ik in het verhaal van een dierbare die op jonge leeftijd is gestorven. De woorden en akkoorden kwamen als vanzelf, vanuit het hart. Daarom klonk het, ondanks de wisselingen in de song, toch zo organisch”[5]. Woorden en muziek pasten, wil Duncan maar zeggen, als vanzelfsprekend bij elkaar.

Het lied luidt, in vertaling, als volgt:
“Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh
Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh

Een gebroken hart is alles wat overbleef
Ik repareer nog steeds alle scheuren
Raakte een paar stukjes kwijt toen
Ik het droeg, het droeg, het naar huis droeg
Ik ben bang voor alles wat ik ben
Mijn geest voelt als een vreemd land
Stilte galmt in mijn hoofd
Alsjeblief, breng me, breng me, breng me naar huis

Ik gaf alle liefde uit die ik gespaard had
We waren altijd al een verloren spel
Dorpsjongen in een grote speelhal
Ik raakte verslaafd aan een verloren spel

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel
Hoeveel munten in de gleuf
Het opgeven kostte niet veel
Ik zag het eind al voor het begon
En toch ging ik door, ging ik door, ga ik door

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel
Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel

Ik heb jouw spelletjes niet nodig, einde spel
Haal me van deze achtbaan af

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel

Ooh, ooh
Ik weet het, ik weet het
Van jou houden is een verloren spel

Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh
Ooh-ooh-ooh, ooh-ooh, ooh-ooh”[6].

Het verlies van een dierbare is een verloren spel, zingt Duncan.
Je staat met 1-0 achter.
Je voelt je ontheemd. Leeg. Kapot.
Duncan weet: het spel is over.
Wat overblijft is een achtbaan van emoties.

En hoe is dat in Gods Woord?
Is het spel daar ook over?
Het lijkt er wel op.
Immers – in Amos 3 gaan er heel wat huizen tegen de vlakte. Nou ja… huizen? Het lijken warempel wel landhuizen! Wat? Complete landgoederen zijn het, waar zo’n beetje alle woongelegenheden van ivoor zijn!
En zelfs die pracht en praal wordt geruïneerd.
Wat blijft er dan over? Alleen maar een achtbaan van emoties?

Nee, toch niet.
Lees maar mee in Amos 9: “Op die dag zal Ik oprichten de vervallen hut van ​David. Zijn scheuren zal Ik dichtmaken, en wat aan hem is afgebroken, zal Ik oprichten, Ik zal hem opbouwen als in de dagen van oude tijden af; zodat zij de rest van ​Edom​ in bezit zullen nemen, en alle heidenvolken waarover Mijn Naam is uitgeroepen, spreekt de HEERE, Die dit doet. Zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat de ​ploeger​ de maaier zal ontmoeten en de druiventreder de ​zaaier, en dat de bergen zullen druipen van jonge ​wijn en al de heuvels doordrenkt zullen worden. Ik zal een omkeer brengen in de gevangenschap van Mijn volk Israël. Zij zullen de verwoeste steden herbouwen en bewonen, zij zullen wijngaarden planten en de ​wijn​ ervan drinken, zij zullen tuinen aanleggen en de vrucht ervan eten. Ik zal hen in hun land planten, en zij zullen nooit meer weggerukt worden uit hun land, dat Ik aan hen gegeven heb, zegt de HEERE, uw God”[7].

Wat is de boodschap?
Als je ’t van mensen moet verwachten, blijf je eenzaam over. Dan komt het moment dat het spel verloren is. Maar als de Here Zelf ingrijpt, dan gebeurt er wat. Hij voert een groots plan uit.

Amos windt er geen doekjes om.
In een verdorven wereld geeft hij een onheilsboodschap van God door.
Maar hij doet meer.
Aan de lezers van zijn profetie, ook die van de eenentwintigste eeuw, doet hij de oproep: bekeer u, en leef met God!
Dan raak je niet ontheemd.
Dan is het spel niet over.
Dan blijf je niet hangen in een achtbaan van emoties.
Wandel met God!
Daar hou je ’t lang bij vol. Ja, tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Amos_(profeet) ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[2] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1128.pdf ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[3] Amos 3:15.
[4] 1 Koningen 12:28-31.
[5] Zie https://www.hitzound.com/arcade-is-het-lied-van-duncan-laurence-voor-songfestival/ ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[6] De vertaling is afkomstig van https://songteksten.net/translation/9034/101749/duncan-laurence/arcade.html ; geraadpleegd op maandag 20 mei 2019.
[7] Amos 9:11-15.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.