gereformeerd leven in nederland

2 oktober 2019

Excelsior

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen”. Dat schrijft Jacobus in hoofdstuk 4[1].

Kunnen wij vandaag de dag nog wel met zo’n Bijbeltekst aankomen?
Iemand schrijft: “Sommige emoties voelen we op een heel intense manier. Schuld, woede, verdriet en razernij zijn enkele van die emoties. Maar we hebben één emotie niet vermeld. Het is zo sterk dat het ons echt verscheurt. En dat is vernedering. Het is een aanval op onze identiteit”[2].
Een aanval op onze identiteit – toe maar!
Plotseling worden we heel iemand anders. We gaan anders doen. We gaan anders naar de dingen kijken. En mensen reageren waarschijnlijk anders op ons.
Worden wij daar nou blij van?

Toegegeven – soms zou het fijn kunnen zijn om iemand anders te kunnen worden. Stelt u zich voor dat u er dan financieel beter voor stond. Stelt u zich voor dat u dan meer invloed had. Stelt u zich voor dat u allerlei misstanden in de wereld ten goede kon keren. Wie wil dat nou niet?

Maar ach – stelt u zich ook eens voor dat u arm zou zijn. Stelt u zich voor dat u gedurende vijfenveertig jaar ongelukkig was in uw werk; met een slechte baas. Stelt u zich voor dat u dat u jarenlang ziek zou zijn. Dat wil toch niemand?

Neen – uiteindelijk willen wij meestal het liefst onze eigen identiteit houden. Dat is wel zo veilig. Want wij kennen onszelf. Het liefst willen wij gewoon onszelf zijn. Want wie zichzelf kwijtraakt, komt al snel in moeilijkheden.

Maar zo gaat het niet in Jacobus 4.
“Verneder u voor de Heere, en Hij zal u verhogen” – dat is de triomf van het geloof!
Hoe kan dat?
Dat komt omdat Jezus Christus de centrale Man is in de brief van Jacobus. Alles begint bij de Heiland.
De inzet van de brief luidt namelijk: “Jacobus, een dienstknecht van God en van de Heere Jezus Christus, aan de twaalf stammen die in de verstrooiing zijn: wees verheugd!”[3].
En in hoofdstuk 2 staat geschreven:
“Mijn broeders, heb het geloof in onze Heere Jezus Christus, de Heere der heerlijkheid, zonder aanzien des persoons”[4].
Jezus Christus is de Redder van de wereld. Hij staat in het leven op de voorgrond. Hij bepaalt wie wij zijn, en wie wij worden!

Jacobus schrijft in hoofdstuk 4 ook:
“Nader tot God, en Hij zal tot u naderen”[5]
en:
“Er is één Wetgever, namelijk Hij Die kan zalig maken én te gronde richten”[6]
en:
“Als de Heere wil en wij leven, dan zullen wij dit of dat doen”[7].
Jacobus wil maar zeggen: leg het leven maar in handen van de Here; dan komt u goed terecht.

Jacobus is een man van de praktijk.
Hij schrijft dat we hoorders en daders van Gods Woord moeten wezen[8].
Hij schrijft over het belang van de taal en over het juiste gebruik van onze woordenschat[9].
Hij schrijft over hebzucht. En over het toegeven aan allerlei driften[10].
Hij schrijft over het belang van het gebed[11].

Kortom – Jacobus roept op tot reformatie.
Stop met de slechte dingen, schrijft hij. Keer u naar God toe!
Als u zichzelf bent gaat de rem er bijna als vanzelfsprekend en gaandeweg af, suggereert de door de Heilige Geest geïnspireerde schrijver met nadruk. Dan komt er ruzie van. Dan raakt het leven in een spiraal naar beneden. Dat ga je in de kerk merken. Sterker nog: er komt, om zo te zeggen, een burgeroorlog in het Koninkrijk van God. Zo gaat dat als het bevredigen van eigen begeerten hoog op de to do-list staat.
Wie naar Christus gaat, mag en moet het zich realiseren: ikzelf ben niet zo belangrijk; toch gaat het in het leven excelsior – steeds hoger. Naar de Heiland toe, namelijk!

Dan zien wij een mechanisme dat vergelijkbaar is met dat uit de gelijkenis van de verloren zoon. U weet wel – die parabel uit Lucas 15.
Citaat: “En nadat hij [dat is de verloren zoon] tot zichzelf gekomen was, zei hij: Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom om van honger. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. En ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maak mij als één van uw dagloners.
En hij stond op en ging naar zijn vader. En toen hij nog ver van hem verwijderd was, zag zijn vader hem en deze was met innerlijke ontferming bewogen en hij snelde hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem.
En de zoon zei tegen hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegenover u. Ik ben niet meer waard uw zoon genoemd te worden. Maar de vader zei tegen zijn dienaren: Haal het beste gewaad tevoorschijn en trek het hem aan en geef hem een ​ring​ aan zijn hand en ​sandalen​ aan zijn voeten”[12]. Mensen heten zelfredzaam te zijn. Zij hebben bijna overal goede oplossingen voor. En als die oplossingen er nog niet zijn, dan komen ze er binnenkort aan…
Welnu, zeggen Jacobus en Lucas, ga maar naar Vader toe. Want daar en dan krijgt u een nieuw zicht op de wereld.

Door de Heiland gekochte mensen krijgen steeds meer inzicht in en overzicht van kerk en wereld.
Die gekochte mensen kijken niet zo makkelijk meer weg als er sprake is van problemen op het kerkelijk terrein. Leiderschap, het vinden van geschikte ambtsdragers, kerkelijke verdeeldheid – u kunt het rijtje zonder twijfel nog wel langer maken.
Die gekochte mensen kijken niet zo makkelijk meer weg als er in onze samenleving, en elders in de wereld, allerlei moeilijke problemen langskomen: drugsbeleid, stikstofproblematiek, problemen op het gebied van de zorg en in het onderwijsveld –… och, wij weten er allemaal wel wat van.
Nee – vanuit de kerk zullen niet voortdurend pasklare oplossingen aangedragen worden.
Maar in de kerk is er wel de rust van mensen die, om met Psalm 2 te spreken, tot Hem de toevlucht nemen[13]. U weet wel:
“Kust toch de zoon, opdat gij niet te gronde
gaat op uw weg. Te licht wordt hij getart
en kan zijn gramschap tegen u ontbranden.
Maar zalig zijn die schuilen aan zijn hart”[14].

Iemand zei een paar jaar geleden: als je vernederd wordt, kun je verharden[15]. En dat is waar.
Maar bij de God van hemel en aarde werkt het anders. Hij zegt: kom hogerop, Mijn kind – excelsior!

Noten:
[1] Jacobus 4:10.
[2] Geciteerd van https://verkenjegeest.com/vernedering-is-een-aanval-op-onze-identiteit/ ; geraadpleegd op woensdag 25 september 2019.
[3] Jacobus 1:1.
[4] Jacobus 2:1.
[5] Jacobus 4:8 a.
[6] Jacobus 4:12 a.
[7] Jacobus 4:15 b.
[8] Jacobus 1 vanaf vers 22, en hoofdstuk 2.
[9] Jacobus 3.
[10] Jacobus 4:1-6.
[11] Jacobus 5.
[12] Lucas 15:17-22.
[13] Psalm 2:12 b.
[14] Dit zijn de laatste regels van Psalm 2:4 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek.
[15] Zie https://www.trouw.nl/nieuws/als-je-vernederd-wordt-kun-je-verharden~b79d70bc/ ; geraadpleegd op woensdag 25 september 2019.

27 november 2018

Kouwe drukte afgeleerd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Nou nou, rustig maar; denk om uw bloeddruk…!
Dat zouden wij vandaag de dag de apostel Paulus adviseren als wij 1 Corinthiërs 4 lezen.
Ik citeer: het is “de bedoeling dat u van ons leert niets te bedenken boven wat er geschreven staat, opdat niemand zich ten gunste van de een boven de ander verheft. Want wie maakt onderscheid tussen u? En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had? U bent al verzadigd, u bent al rijk geworden, u bent al gaan regeren zonder ons. Regeerde u ook maar, opdat ook wij met u zouden mogen regeren!”[1].
Zegt u nou zelf – daar is, op z’n zachtst gezegd, geen woord Frans bij.

Het is volstrekt duidelijk: we mogen niet vertrouwen op eigen bekwaamheid; en ook niet op eigen prestaties.

Intussen druipt het sarcasme er bij Paulus af.
‘Het is glashelder: jullie hebben gegeten en gedronken!’
‘Tjonge, wat zijn jullie rijk!’
‘Jullie zijn echte kerkleiders, want jullie hebben de leiding al!’.
Natuurlijk – Paulus leert de mensen in Corinthe ootmoed.
Maar het is wel opvallend hoe relativerend Paulus daarbij optreedt.

Aldus doende leert de apostel de kerkmensen ook in 2018 alle dikdoenerigheid af.
Het bovenstaande klinkt tamelijk simpel.
Maar in een andere Paulinische brief – die aan de christenen in Efeze – schrijft hij over “het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in ​Christus​ ​Jezus, onze Heere”[2]. Zo’n voornemen had God blijkbaar ook betreffende de Corinthiërs. Welnu, dat doel is bereikt.
Dat is toch prachtig?
Is dat sarcasme, bijna nader inzien, toch niet een beetje misplaatst en overdreven?

Nee – die scherpe ironie is, om zo te zeggen, heel christelijk.
Want op de keper beschouwd hebben de Corinthiërs, de Efeziërs en ook alle echte christenen van vandaag slechts een tussendoel bereikt.
Kijkt u maar mee in 2 Timotheüs 2: “Als wij volharden, zullen wij ook met Hem regeren. Als wij Hem verloochenen, zal Hij ons ook verloochenen. Als wij ontrouw zijn, blijft Hij getrouw. Hij kan Zichzelf niet verloochenen”[3].
Uiteindelijk zullen wij samen met Christus Jezus regeren – dat is pas christelijk!

Overigens heeft Daniël er in het Oude Testament al over gesproken. Ergens tussen 622 en 536 voor Christus profeteerde hij: “De ​heiligen​ van de Allerhoogste zullen echter het koningschap ontvangen. Zij zullen het koningschap in bezit nemen tot in eeuwigheid, ja, tot in der eeuwen eeuwigheid”[4][5]. En: “Maar het koningschap en de heerschappij en de grootheid van de koninkrijken onder heel de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de ​heiligen​ van de Allerhoogste. Zijn koninkrijk zal een eeuwig koninkrijk zijn, en alles wat heerschappij heeft, zal Hem eren en gehoorzamen”[6].
Die zekerheid hebben we.
Die garantie is binnen.
Maar het is nog niet zover. Gods kinderen hebben nog niet op de regentenstoelen plaatsgenomen.
Die situatie wordt pas in Openbaring 22 werkelijkheid: “En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[7].

Gereformeerden van 2018 zijn er nog niet. Net zo min als de kerkmensen in Corinthe, zo rond het jaar 55 na Christus[8]. Ja, gelovigen van deze tijd komen er weldat is zeker. Maar juist daarom is het belangrijk om in de kerk te laten zien dat we ons doel nog niet hebben bereikt.
Kerkmensen zijn op pad. Niet met de neus in de lucht, maar met een scherp oog voor de maatschappij van de eenentwintigste eeuw.
Ware gelovigen zijn onderweg.
De kerk is volop in beweging.
Kerkmensen mogen laten zien hoe mooi het is in de kerk. En zij mogen tonen dat het nog luisterrijker wordt; in de hemel namelijk!

Maar let er dan op wat Paulus ook in 1 Corinthiërs 4 opschrijft: “Want het ​Koninkrijk van God​ bestaat niet in woorden, maar in kracht”[9].
In de kerk komen we er niet door alleen maar allerlei vroom klinkende verhalen op te hangen. Gods kinderen komen er niet als zij bij de voortduur alleen maar over de kerk converseren. Het is uiteraard goed om over de kerk na te denken. Laat het echter niet zo zijn dat het in onze gesprekken enkel en alleen over de koers der kerk gaat. In het vuur van zijn betoog zei een broeder eens tegen schrijver dezes: ik maak mij drukker over de kerk dan over mijn gezondheid… – welnu, dat komt ons welzijn op de lange termijn niet ten goede.
Die kracht waar Paulus over schrijft, dat is de energie van de Heilige Geest. U weet wel: “de ​Heilige​ Geest​ van de belofte, Die het onderpand is van onze ​erfenis, tot de verlossing die ons ten deel viel, tot lof van Zijn heerlijkheid” – herkent u Efeziërs 1?[10] 
Dat betekent: in de kracht van ons gewone doen en laten blijkt onze toekomstgerichtheid. Dat betekent: uit onze overtuigende manier van doen blijkt onmiskenbaar: ons doel is een nieuw leven.
Om met de Nederlandse Geloofsbelijdenis te spreken: “Wij geloven dat dit ware geloof, in de mens verwekt door het horen van het Woord van God en door de werking van de Heilige Geest, hem opnieuw geboren doet worden en hem tot een nieuwe mens maakt. Dit ware geloof doet hem leven in een nieuw leven en bevrijdt hem uit de slavernij van de zonde”[11].

Om kort te gaan – door Gods Geest leren Gereformeerden kouwe drukte af; zij gaan met een blijmoedig hart op weg naar het nieuwe paradijs!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 4:7 en 8.
[2] Efeziërs 3:11.
[3] 2 Timotheüs 2:12 en 13.
[4] Zie voor de datering http://christipedia.nl/Artikelen/D/Daniel_(profeet) ; geraadpleegd op woensdag 21 november 2018.
[5] Daniël 7:18.
[6] Daniël 7:27.
[7] Openbaring 22:3 b-5.
[8] Zie voor de datering http://christipedia.nl/Artikelen/K/Korinthiers_(eerste_brief) ; geraadpleegd op woensdag 21 november 2018.
[9] 1 Corinthiërs 4:20.
[10] Efeziërs 1:14.
[11] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 24.

15 november 2018

Ootmoedige kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Onlangs las ik een interview met de Nobelprijswinnaar Ben Feringa.
In 2016 won hij, samen met twee anderen, de Nobelprijs voor Scheikunde voor zijn onderzoek naar moleculaire machines.
De hoogleraar zegt: “Ik weet minder dan ooit tevoren”.

Professor Feringa expliceert: “Elk antwoord roept tien nieuwe vragen op, dus ik weet nu eigenlijk minder dan ooit tevoren. Dat zet je aan het denken. Misschien komt er over tweehonderd jaar een nieuwe Einstein die vertelt dat wij er allemaal naast zaten. Wie zijn wij dat we denken alles te weten? Ik vertel in lezingen vaak dat de natuur ons ook bescheiden mag maken, want die steekt ongelooflijk mooi en complex in elkaar. Wij kunnen wel een Boeing bouwen, wat heel knap is, maar we kunnen geen duif maken”.

Dat heeft alles te maken met zijn geloof. “Het geloof helpt me vooral om het waardevolle en goede in het leven te zien. In de kerk word je uit de waan van de dag getrokken. Ik vind de rituelen prettig. De mystiek spreekt me aan. Dat zou je misschien niet verwachten van een hardcore bètawetenschapper die alles wil rationaliseren. Maar juist de wetenschap heeft me mijn beperktheid doen zien”[1].

Dat is een duidelijk statement.
En het gaat lijnrecht in tegen een redenering die men tegenwoordig vaak hoort. Die redenering werd in een document van de Evangelische Omroep als volgt samengevat: “De meeste grote moderne denkers geloven niet in God. Hoewel slechts kleine minderheid van de mensheid atheïst is, zijn dat niet geheel toevallig vooral intelligente, hoogopgeleide, Westerse mensen, zoals Nobelprijswinnaars en topwetenschappers. Ze doen dat niet om te schoppen, maar kúnnen (…) niet meer in God geloven”[2].

Dat laatste klinkt plausibel.
Maar de vraag is waarom sommige grote denkers dan wel in God geloven.

De kernkwestie is hoe bescheiden wetenschappers zijn.
Mensen die veel weten en veel energie hebben moeten zich realiseren welke positie zij tegenover God innemen!

In verband met deze dingen wijs ik vandaag graag op enkele woorden uit 2 Kronieken 7: “Wanneer Ik de hemel sluit, zodat er geen regen valt, of wanneer Ik de sprinkhaan gebied om het land te verslinden, of wanneer Ik pest onder Mijn volk zend, en Mijn volk, waarover Mijn Naam is uitgeroepen, in ootmoed buigt en ​bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zij zich bekeren van hun slechte wegen, dan zal Ík vanuit de hemel horen, hun ​zonden​ ​vergeven​ en hun land genezen”[3].

Over 2 Kronieken schreef ik al eens:
“1.
De Bijbelboeken 1 en 2 Kronieken vormden oorspronkelijk één geheel. Ze beschrijven met name de geschiedenis van de regering van koning David, van zijn zoon Salomo en van de overige koningen uit dat geslacht.
2.
De Joden nemen aan dat de schriftgeleerde Ezra de auteur van de Kronieken is. Maar dat is lang niet zeker.
3.
De boodschap van 2 Kronieken is: zoek de Here!
Dat betekent: betrek de God van hemel en aarde bij alles wat je doet”[4].

In 2 Kronieken 3 begint de geschiedenis van de tempelbouw.
In 2 Kronieken 5 wordt de ark in de tempel gebracht. De Here gaat in de tempel wonen.
In 2 Kronieken 6 spreekt Salomo een gebed uit. Dat is een gebed van aanbidding en lof. En tevens een gebed om voortdurende steun en hulp voor Gods volk. Want zonder de Here is het volk hopeloos en stuurloos.
In 2 Kronieken 7 komt het antwoord van de Here. En Salomo reageert dáár weer op.

Dat gaat zo.
“Toen ​Salomo​ geëindigd had dit ​gebed te ​bidden, kwam het vuur uit de hemel neer en verteerde het ​brandoffer​ en de slachtoffers, en de heerlijkheid van de HEERE vervulde het ​huis. De ​priesters​ konden het ​huis​ van de HEERE niet binnengaan, want de heerlijkheid van de HEERE had het ​huis​ van de HEERE vervuld. Toen alle Israëlieten het vuur en de heerlijkheid van de HEERE over het ​huis​ zagen neerkomen, knielden zij met hun gezichten ter aarde, op de vloer, bogen zich neer en loofden de HEERE dat Hij goed is, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig. De ​koning​ en heel het volk brachten ​offers​ voor het aangezicht van de HEERE. Koning​ ​Salomo​ bracht een ​dankoffer​ van tweeëntwintigduizend runderen en honderdtwintigduizend schapen. Zo wijdden de ​koning​ en heel het volk het ​huis​ van God in”[5].
Het is feest in Israël.
Het is een festijn dat zijn weerga in de wijde omgeving niet kent.
Daar is iets groots verricht. Er staat een tempel die er wezen mag!

En dan –
dan gaat het over ootmoed. Over bescheidenheid dus.
En opeens is het verschil tussen 2 Kronieken 7 en het jaar van de Verbondsgod 2018 niet zo heel groot meer.
In 2018 verricht men in de wetenschap grote dingen. Maar ook vandaag past bescheidenheid. ‘We kunnen nog niet eens een duif maken’, zegt professor Feringa. Hij begrijpt het steeds beter: op aarde past ingetogenheid, nederigheid en terughoudendheid!

Die bescheidenheid is in 2 Kronieken 7 een Verbondszaak.
Kijkt u maar: “En u, wanneer u voor Mijn aangezicht wandelt, zoals uw vader ​David​ gewandeld heeft, en handelt overeenkomstig alles wat Ik u geboden heb, en u Mijn verordeningen en bepalingen in acht neemt, dan zal Ik de ​troon​ van uw koningschap bevestigen, zoals Ik met uw vader ​David​ een verbond gesloten heb: Het zal u niet ontbreken aan een man die heerst in Israël. Maar als u allen zich ooit van achter Mij afkeren zult, en Mijn verordeningen en Mijn geboden, die Ik u voorgehouden heb, verlaat, en ​andere ​goden​ gaat dienen en zich voor hen neerbuigt, dan zal Ik hen wegrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb”[6].
Daarom lijkt het me juist om met name in de kerk die bescheidenheid te trainen en te praktiseren.
Wij weten hoe het met Israël gegaan is.
Laten wij, in dat verband, elkaar wijzen op Mattheüs 1: “Josia​ verwekte Jechonia en zijn broers, ten tijde van de Babylonische ballingschap. Na de Babylonische ballingschap​ verwekte Jechonia Sealthiël, Sealthiël verwekte ​Zerubbabel”[7].
De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Francke (1908-1990) schreef daarover eens: “De babylonische ballingschap, straf op de afval van de HEERE en van het verbond, maakt een diepe insnijding in Davids geslacht (…). Gods verkiezende genade echter triomfeert over het verbond met David en brengt het tot z’n doel”[8].

Professor Feringa, de geleerde scheikundige, leert ons bescheidenheid.
De kerk van 2018 moet die bescheidenheid ook in praktijk brengen. Het Goddelijke onderwijs in 2 Kronieken 7 moet, als het daarom gaat, een extra stimulans zijn.

Notulen:
[1] “Gegrepen door moleculen”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 10 november 2018, p. 4, 5 en 6.
[2] Geciteerd van https://visie.eo.nl/2017/05/waarom-slimme-mensen-niet-meer-kunnen-geloven/ ; geraadpleegd op zaterdag 10 november 2018.
[3] 2 Kronieken 7:13 en 14.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘Verlangen’, hier gepubliceerd op maandag 18 juni 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/06/18/verlangen/ .
[5] 2 Kronieken 7:1-5.
[6] 2 Kronieken 7:17-20.
[7] Mattheüs 1:11 en 12.
[8] Geciteerd uit: Joh. Francke, Lichtende verbintenissen: Gods verbonden met mensen”. – 1985. – Citaat van p. 79.

28 maart 2018

Aardse superioriteit versus prachtig reddingsfeit

We leven naar Pasen toe.
Het is dus de tijd waarin we ons realiseren dat we onszelf niet kunnen redden.

Dat besef rijpt in een tijd waarin velen hun kracht willen tonen.
Denkt u maar aan de Russische president Poetin. Onlangs werd hij voor een periode van zes jaar herkozen.

In een internetencyclopedie staat te lezen: “Poetin heeft, als onbetwiste machthebber, zichzelf stevig verrijkt. Door lucratieve banen en contracten aan zijn medestanders te geven die hem vervolgens ook de bal toespelen is Poetin een van de rijkste Russen aller tijden geworden met een geschat vermogen van 70 miljard dollar. Door Poetins zelfverrijking, het tot zwijgen brengen van tegenstanders die zijn machtspositie betwisten of in gevaar zouden kunnen brengen, de onderdrukking van pers en media en het beïnvloeden van de rechtspraak zodat rechters de ‘juiste uitspraken’ doen, en recentelijk zelfs de opkomst van persoonsverheerlijking, voldoet Poetin steeds meer aan het beeld van een frauduleus democratisch gekozen dictator”[1].

Maar er is meer.
De Russische volksaard, namelijk.
De bekende journalist Aad Kamsteeg schreef: “In voorbeschouwingen op de stembus is de indruk gewekt dat Putin de bevolking manipuleert en tegen het Westen opzet. Hij zou een buitenlandse vijand nodig hebben om de Russen achter zich te houden. Dat ‘misdadige’ element zit er zeker in. Maar het ‘heilige’ is er ook. Putins optreden sluit namelijk aan bij de eeuwenlang diep in de Russische ziel gewortelde overtuiging dat Rusland moreel en religieus superieur is aan het Westen.
Om misverstanden te voorkomen, Putin manifesteert zich als een wrede tiran. Je hart breekt bij het zien van de gruwelen die hij in het Syrische Ghouta aanricht. Hij snoert oppositie de mond en flirt ondertussen met de Russisch-Orthodoxe Kerk. Hij laat de suggestie toe dat niet bolsjewieken, maar Joden Nicolaas II en diens tsarenfamilie in 1918 hebben vermoord.
Als nationalist voelt hij zich verheven boven andere volken. Maar zeker met dat laatste sluit hij wel aan bij de Russische volksaard.
(…) Voor veel kiezers bracht Putin wel hun eigen Rusland terug”[2].

Superioriteit: dat wordt er bij de Russen ingepompt.
Het oosten staat boven het westen.
Vriendschap tussen oost en west is niet aan de orde.
Poetin bezet de Krim, ontketent een oorlog in Oekraïne en grijpt in in Syrië.
Kortom: het beeld van Poetin als machthebber wordt ons vandaag de dag in felle, onuitwisbare lijnen getekend.

Bijna schril staat daar het beeld tegenover dat Jesaja 50 oproept. Daar wordt geprofeteerd over de gave van de “eniggeboren Zoon van God, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft”[3].

Uit Jesaja 50 citeer ik twee verzen:
“Ik geef Mijn rug aan hen die Mij slaan,
Mijn wangen aan hen die Mij de baard uitplukken.
Mijn gezicht verberg Ik niet
voor smaad en speeksel.
Want de Heere HEERE helpt Mij.
Daarom word Ik niet te schande.
Daarom heb Ik Mijn gezicht gemaakt als hard gesteente,
want Ik weet dat Ik niet beschaamd zal worden”[4].

De profetie in Jesaja 50 tilt ons naar Mattheüs 26: “Toen spuwden zij in Zijn gezicht en sloegen Hem met vuisten”[5]. En naar het daaropvolgende hoofdstuk: “En toen zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een scharlakenrode ​mantel​ om, vlochten een ​kroon​ van dorens, zetten die op Zijn hoofd en gaven Hem een rietstok in Zijn rechterhand. Zij vielen op hun knieën voor Hem neer en bespotten Hem met de woorden: Gegroet, ​Koning​ van de ​Joden! Ook bespuwden zij Hem, pakten de rietstok en sloegen Hem op Zijn hoofd”[6].

Het gezicht van de Heiland vertrekt er niet van.
Hij laat het over Zich heen komen.
Want Hij weet: dit lijden moet ik geheel volbrengen, om Mijn volk uit te leiden uit het diensthuis van de satan.
Hij ziet er weerloos uit. Net als een schaap dat het werk van een schaapscheerder maar ondergaat[7].

Niet alleen Jesaja heeft geprofeteerd over dat gezicht als hard gesteente.
Ezechiël zegt in hoofdstuk 3: “Maar het ​huis​ van Israël wil naar u niet luisteren, omdat zij naar Mij niet willen luisteren, want heel het ​huis​ van Israël heeft een hard voorhoofd en zij zijn hardleers. Zie, Ik zal uw gezicht even hard maken als hun gezicht, en uw voorhoofd even hard als hun voorhoofd. Uw voorhoofd zal Ik maken als diamant, harder dan steen. Wees niet bevreesd voor hen en wees niet ontsteld voor hun blik, want zij zijn een ​opstandig​ ​huis!”[8].

Macht, tegenstand en opstand: het komt in alle tijden voor. Men ziet het overal in de wereld gebeuren.
Ja – zelfs in de kerk!

Vandaag moet je voor jezelf opkomen. Anders word je, zo vrezen velen, in een hoek gedrukt. U en ik moeten niet al te schaapachtig doen. Voordat je ’t weet zit je in de hoek waar de klappen vallen, terwijl je van de prins geen kwaad weet.
Je moet ervoor zorgen dat je in onze tijd wat te vertéllen hebt. De baas zijn – ja, dat voelt goed.
Iets dergelijks lijkt soms in het kerkelijk leven te gelden: wie op het kerkplein een nietszeggend figuur is, heeft relatief weinig vrienden.
Men zegt wel: als het in de wereld regent, druppelt het in de kerk.

Welnu – in de kerk leggen we, zeker in deze tijd, alle superioriteit af.
Alle neigingen tot autoriteit, machtswellust en overwicht worden de kop ingedrukt.

Laten we, zo vlak voor Pasen, de Dordtse Leerregels nog maar eens repeteren.
Ik citeer:
“God is niet alleen volkomen barmhartig, maar ook volkomen rechtvaardig. Nu eist zijn gerechtigheid – zo heeft Hij Zich in zijn Woord geopenbaard – dat onze zonden, tegen zijn oneindige majesteit bedreven, in tijd en eeuwigheid naar ziel en lichaam worden gestraft. Aan deze straffen kunnen wij alleen ontkomen, als aan Gods gerechtigheid wordt voldaan.
Maar omdat wij zelf niet in staat zijn die voldoening te geven en ons van Gods toorn te bevrijden, heeft God uit onmetelijke barmhartigheid ons zijn eniggeboren Zoon als Borg gegeven. Deze is voor ons en in onze plaats aan het kruis tot zonde gemaakt en een vloek geworden om voor ons te voldoen.
De kruisdood van Gods Zoon is het enige offer en de volledige betaling voor de zonde. De kracht en de waarde ervan zijn oneindig en daarom is deze dood meer dan genoeg om de zonden van de hele wereld te verzoenen”[9].

Zegt u nu zelf: dat gaat toch ver, heel ver, boven president Poetin uit?

Ootmoed – dat is in de kerk een deugd!

Laten wij, kerkmensen van 2018, maar goed beseffen waar de grootste macht zit. En laten wij daarbij maar onderkennen dat die hemelse macht gepaard gaat met fenomenale genade!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nl.wikipedia.org/wiki/Vladimir_Poetin ; geraadpleegd op maandag 19 maart 2018.
[2] “Moeder Rusland”. Column van Aad Kamsteeg. In: Nederlands Dagblad, maandag 19 maart 2018, p. 13.
[3] Johannes 3:16.
[4] Jesaja 50:6 en 7.
[5] Mattheüs 26:67.
[6] Mattheüs 27:28, 29 en 30.
[7] Zie Jesaja 53:7.
[8] Ezechiël 3:7, 8 en 9.
[9] Dordtse Leerregels, hoofdstuk II, artikelen 1, 2 en 3.

13 november 2017

Rust, reinheid, regelmaat

“Toen onze Heer en Meester Jezus Christus zei: ‘Doet boete’ enz. (Mattheüs 4:17), wilde Hij dat het hele leven van zijn gelovigen een voortdurende boete zou zijn”.
Dat is de eerste van vijfennegentig stellingen die Maarten Luther in 1517 poneerde[1].

De tekst waar Luther naar verwijst luidt in de Herziene Statenvertaling: “Van toen af begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeer u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen”.

Jezus is verzocht in de woestijn. De satan wil proberen om Jezus zover te krijgen dat Hij niet alleen naar Zijn Vader zou luisteren. De satan wil feitelijk de macht van God de Vader overnemen.
Des satans poging mislukt ten enenmale.
Jezus vestigt Zich in Kapernaüm, een plaats aan het Meer van Tiberias. Daarmee wordt een oude profetie van Jesaja vervuld[2].

En dan gaat Jezus prediken.
De tekst die hierboven geciteerd is, is in zekere zin een nieuw begin.

Die 95 stellingen markeren ook een nieuw begin. Het begin van een hervorming die veel ingrijpender is dan Maarten Luther voor ogen heeft.

Over die eerste stelling van Luther over voortdurende boete heb ik in de afgelopen weken – bij de herdenking van 500 jaar reformatie – weinig gehoord. Het besef dat we door en door zondig zijn blijkt vandaag bij veel mensen niet aan de orde.
Trouwens, in de kerk zie je die boete weinig terug.

Mogelijk hebt u nu de neiging om tegen te sputteren. Er wordt in De Gereformeerde Kerken toch regelmatig gepreekt over de Zondagen 2, 3 en 4? Ontegenzeglijk is dat waar.
Maar hoe ziet onze praktijk eruit?

‘Bekeer u’ – dat begint bij het besef dat wij het dagelijks helemaal fout doen. Wij realiseren ons dat wij van nature geen gelegenheid onbenut laten om tegen Gods Woord in te gaan.
Welnu, dat inzicht wordt in de kerk nog maar weinig in praktijk gebracht.
Voor je ’t weet is er onenigheid, ruzie en verwijdering.

Eén van de eerste standpunten die in dergelijke situaties niet zelden naar voren wordt gebracht is: hier moet recht worden gesproken.
Nu zal ik dat niet ontkennen. Maar daar begint het niet. Het startpunt ligt bij de nederigheid. En vervolgens kan het gebed geformuleerd worden: Here, grijp ons vast en leer ons wat wij in deze situatie moeten doen. En ook: leer ons om hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. Leer ons om bij elkaar te blijven, en niet boos weg te lopen!

Intussen moeten wij goed zien wat de kerk is. En ook waar die is.

Het Koninkrijk van God is heel dichtbij gekomen, zegt Jezus in Mattheüs 4.
Waar moet je wezen om dat koninkrijk te vinden? Antwoord: in de kerk. Voor die kerk legt Jezus al snel het fundament. Dat is feitelijk het eerste wat Hij doet: “En ​Jezus​ liep langs de zee van Galilea en zag twee broers, namelijk ​Simon, die ​Petrus​ genoemd wordt, en zijn broer ​Andreas, het ​net​ in de zee werpen, want zij waren ​vissers. En Hij zei tegen hen: Kom achter Mij, en Ik zal u ​vissers​ van mensen maken. Zij lieten meteen de netten achter en volgden Hem.
Hij ging vandaar verder en zag twee andere broers, namelijk ​Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en ​Johannes, zijn broer, in het schip met hun vader Zebedeüs, terwijl zij hun netten aan het herstellen waren, en Hij riep hen. Zij lieten meteen het schip en hun vader achter en volgden Hem”[3].
Door de proclamatie van het Evangelie komt het koninkrijk dichtbij. Het Woord van God klinkt in de kerk!

Daarom is het van groot belang om in de kerk ruzies te voorkomen. En als er wel onenigheid ontstaat, moet die zo snel mogelijk weer worden bijgelegd.
Mijn stelling is: mensen die steeds gereformeerd willen worden door de Heer van hemel en aarde, kunnen altijd met elkaar door één deur.
Het is zeer bedenkelijk als dat niet meer mogelijk blijkt te zijn. Dan spelen er te veel menselijke factoren mee.
Rust is in de kerk een must!

Behalve die rust is ook reinheid erg belangrijk. Daarmee bedoel ik het volgende.
Het is niet van  belang ontbloot om ons af te keren van genootschappen die zich ‘kerk’ noemen, maar Gods Woord op diverse punten maar half verkondigen.
Natuurlijk kunnen we zeggen: niemand verplicht mij om het met een bepaalde kerkleer of kerkpraktijk eens te zijn; zolang dat niet het geval is, blijf ik gewoon waar ik ben.
In de tussentijd wennen we echter maar al te vaak aan allerlei vreemde leringen en al of niet theatrale gekkigheden in erediensten en op het kerkplein.
Dat kan de bedoeling toch niet wezen?

Dan komen wij, als vanzelf, bij de regelmaat terecht.
Ik heb het oog op de regelmaat van de Schriftuurlijke prediking; dat had u wellicht reeds begrepen. Als er steeds naar de Schrift gepreekt wordt, slijt die er bij ons in. Het Woord van God wordt zo in onze harten gelegd. Laten we het belang daarvan niet onderschatten!

Christelijk leven – dat is heus niet simpel.
Dat is werkend luisteren en luisterend werken. Aldus komt Gods koninkrijk gaandeweg dichterbij en blijft het vlakbij.
Als er zich iets in Mattheüs 4 aftekent, dan is het wel de antithese. Die antithese is ten diepste: de strijd tussen God en satan.
Daarop aansluitend is mijn slotwoord: ‘bekeer u!’ is een boodschap voor iedere dag.
Dat slotwoord noteer ik niet om ons depressief te maken. Zeker niet. Integendeel. Wij worden getroost omdat de Evangelieverkondiging doorgaat. Ondanks ruziënde kerkmensen. Is het niet een wonder?

Noten:
[1] Geciteerd van http://www.elg-stadskanaal.nl/95stellingen.html ; geraadpleegd op maandag 30 oktober 2017.
[2] Zie Jesaja 8:23-9:1.
[3] Mattheüs 4:18-22.

11 augustus 2017

Dankbaar en ootmoedig

De scheiding van Abram en Lot in Genesis 13: is dat eigenlijk wel Evangelie? Geeft ons dat troost? Kunnen wij er mee verder?
En trouwens: wat moeten wij aanvangen met koning Melchizédek in Genesis 14? Is dat nu een geschiedenis om blij van te worden?

Laten wij onze aandacht eerst op Abram en Lot richten.

Als wij nauwkeurig lezen, zien we een opmerkelijk verschil. Kijkt u maar even mee:
“En ​Lot​ sloeg de ogen op en zag dat heel de Jordaanvlakte rijk aan water was; voordat de HEERE Sodom en Gomorra te gronde gericht had, was zij in de richting van Zoar als de hof van de HEERE, als het land Egypte”[1].
En:
“En de HEERE zei tegen ​Abram, nadat ​Lot​ zich van hem afgescheiden had: Sla toch uw ogen op en kijk vanaf de plaats waar u bent, naar het noorden, het zuiden, het oosten en het westen”[2].
Lot kijkt met een hebberige blik. Abram ziet rond op bevel van God. Lot kiest zelf. Abram ontvangt alles van de Here.
Lot kiest voor de zonde, en voor Gods gericht: “…en ​Lot​ woonde in de steden in de vlakte en zette zijn ​tenten​ op tot bij Sodom. De mannen van Sodom waren echter slecht en grote zondaars tegenover de HEERE”[3].

Ten diepste kunnen we dit beschouwen als een praktijkvoorbeeld bij Mattheüs 10: “Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; en wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden”[4].
Het is mooi als je de vrije keuze hebt, zeggen de mensen. Maar Lot heeft een keuze die toch gebonden is – gebonden aan de begeerte.
Paulus is er in 1 Timotheüs 6 heel duidelijk over: “Maar wie rijk willen worden, vallen in verzoeking en in een strik en in veel dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf en ondergang”[5].
Genesis 13 is, goed beschouwd, ook een handleiding voor onze keuzes.
Een dominee zei naar aanleiding van dit Schriftgedeelte eens: “Je loopt met het merk- en veldteken van de Heere Jezus Christus toch niet in het kamp van de vijand? Toen God ons het teken van Zijn verbond schonk, toen zonderde Hij ons af tot Zijn gemeente. Toen heeft God gezegd: ‘Je hoeft niet in die wereld op te groeien, want die vergaat. Maar je mag behoren tot Mijn gemeente, veilig binnen de grenzen van Mijn verbond’”[6].
Het is belangrijk om dat vast te houden!

Als het over deze dingen gaat, moeten we ons ook goed realiseren dat de Here ons beproeven kan. En waarom doet Hij dat? In 1 Corinthiërs 11 schrijft de apostel Paulus daarover: “Want er moeten ook afwijkingen in de leer onder u zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in uw midden openbaar komen”[7].
Naar wereldse maatstaven geldt vervolgens mogelijkerwijs dat wij onrecht lijden moeten. Lijdt dan maar liever onrecht, noteert Paulus in 1 Corinthiërs 6: “Waarom laat u zich niet liever benadelen?”[8].

Een exegeet vatte de geschiedenis van Lot samen in vijf stappen:
* Eerste stap: een verkeerde kijk op de wereld
* Tweede stap: vriendschap sluiten met de wereld
* Derde stap: opgaan in de wereld
* Vierde stap: verstrikt zijn in de wereld
* Vijfde stap: ondergaan met de wereld[9].
Laten we daar maar voor oppassen!

Gelovige kinderen van God weten echter dat zij het merk- en veldteken van de militia Christi dragen.
En bij de Here geldt: eens gekozen blijft gekozen!

Abram ontmoet koning Melchizédek. In het Koningsdal, vlakbij de plaats waar later Jeruzalem zal zijn.
Abram is net terug van een oorlog.

Abram en een veldslag? Waarom?

Wij lezen over Kedor-Laomer. Zo’n veertien jaar geleden zijn hij en zijn strijdbare mannen komen opzetten uit de streken waar Abram vandaan gekomen is.
In de streken van Sodom en Gomorra hebben Kedor-Laomer en zijn manschappen de macht gegrepen.
Wij kunnen, zo valt te vrezen, wel aannemen dat Lot weinig plezier van zijn slechte keuze gehad heeft.

Op zekere dag organiseert Kedor-Laomer een strafexpeditie naar Sodom en Gomorra. Er is daar een dal vol lijm en asfaltputten. Een deel van de koningen van Sodom en Gomorra stort zichzelf in die putten; andere koningen vluchten naar het nabij gelegen gebergte.
Die Kedor-Laomer voert klaarblijkelijk een schrikbewind!

De opstand wordt neergeslagen. De vijanden trekken weg. Hun buit is groot. Zeer groot. En ja, ook Lot wordt meegevoerd.
Dat kan zomaar gebeuren als eertijds Godsdienstige mensen zich in een goddeloze wereld begeven!

Abram gaat op weg, met al zijn personeel en drie bondgenoten: Aner, Eskol en Mamre. Hij achtervolgt de vijanden. Wonder boven wonder brengt hij Kedor-Laomer en zijn trawanten een vernietigende nederlaag toe.

Lot wordt uit de hand van de vijand bevrijd.
Een dominee zei daarover eens in een preek: “Het moet vooral ter wille van neef Lot zijn geweest, dat Abram op het oorlogspad ging, hoewel wij ook niet behoeven te ontkennen, dat Abram bewogen was met de inwoners van Sodom en Gomorra. Zolang als God geduld heeft met een goddeloze wereld, zolang moeten wij die niet afschrijven”[10].
Waarvan akte.

Abram komt dus juist terug uit een strijdperk.
En dan ontmoet hij Melchizédek. De koning van Salem, die tegelijk priester van God is. Hoe kan dat? Niemand die dat precies zeggen kan. De hemelse God heeft ongekende mogelijkheden om heidenen tot bekering te brengen!

Melchizédek geeft Abram een priesterlijke zegen.
Daarmee wordt Abrams positie gemarkeerd. Hij mag niet trots zijn op zijn overwinning. Hij moet vooral niet prat gaan op eigen kracht en mogelijkheden!
We kunnen Melchizédek zonder bezwaar een type van Christus noemen. Christus komt als het ware naar Abram toe.
Nee, het gaat niet om Abrams eigen inzichten. En, bijvoorbeeld, ook niet om het feit dat hij de stamvader is van de Levieten. Zelfs al die priesters die uit Abram geboren worden kunnen de volmaaktheid op deze aarde niet bewerkstelligen.
Daarvoor is  een andere Priester nodig. Om het met Hebreeën 7 te zeggen: “En dit wordt nog veel duidelijker, als er naar het evenbeeld van Melchizédek een andere ​Priester​ opstaat, Die dat niet geworden is op grond van een wettelijk voorgeschreven afstamming, maar uit kracht van onvergankelijk leven. Hij getuigt immers: U bent ​Priester​ in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizédek”[11].

Genesis 14 leert ons onder meer dat we niet vast moeten zitten aan materiële welvaart. Aan Gods zegen is ’t al gelegen. Zoek eerst Zijn koninkrijk! Dan komt de rest als vanzelf.
Dan gaan we dankbaar leven, zelfs in een wereld die bol staat van opstand tegen God.
Dan gaan we ook ootmoedig leven. Want wij weten dat wij leven van het reddingswerk, dat onze Heiland volbracht heeft.

Noten:
[1] Genesis 13:10.
[2] Genesis 13:14.
[3] Genesis 13:12 b en 13.
[4] Mattheüs 10:39.
[5] 1 Timotheüs 6:9.
[6] Zie http://www.prekenweb.nl/nl/Preek/Download/15275?inline=True ; geraadpleegd op woensdag 19 juli 2017. Dit betreft een preek van dominee C.G. Vreugdenhil, predikant in het kerkverband van de Gereformeerde Gemeenten.
[7] 1 Corinthiërs 11:19.
[8] 1 Corinthiërs 6:7 b.
[9] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/HB115.pdf ; geraadpleegd op woensdag 19 juli 2017.
[10] Dit citaat komt uit een preek van dominee C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond). De preek gaat over Genesis 14:19 a en 20 b. Deze is te vinden via http://www.dsdenboer.refoweb.nl/  (Homiletica) ; geraadpleegd op woensdag 19 juli 2017.
[11] Hebreeën 7:15, 16 en 17.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.