gereformeerd leven in nederland

27 april 2018

Koningsdag in Openbaring 15

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; ​rechtvaardig​ en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de ​heiligen”.

Dat zijn de woorden van een lied. Ze staan in het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring van Johannes. In hoofdstuk 15, om precies te zijn[1].

Het is een loflied op God.
Voor zo’n loflied is trouwens altijd alle reden. God doet in alle tijden geweldige dingen. Dingen waarvan u en ik ons afvragen: hoe kan dat toch? Hoe weet Hij toch zo precies wat er nodig is, wanneer en voor wie? Zijn macht is verbijsterend groot, en Zijn genade ook!

Wat gebeurt er in de Openbaring van Johannes?
Dat boek geeft een indruk van de gebeurtenissen die plaatsvinden als het einde van de huidige wereld in zicht is.
De hemelse God geeft steeds vanuit een andere hoek zicht op de zaken. En het is duidelijk: makkelijk wordt het allemaal niet.
En je vraagt je af: kun je dit wel overleven? Als de toorn en de straf van God losbarsten… – nou, bérg je dan maar! Hoe moet dat toch?

Voor iedereen die zich dat afvraagt is er Openbaring 15.

Johannes ziet een teken. Niet maar een klein, vrijwel onzichtbaar seintje. Nee, het is groots en wonderlijk. Engelen die ‘zeven plagen’ hebben. De toorn van God bereikt een hoogtepunt!
Er is een grote zee te zien. Die zee bestaat niet uit water. Het lijkt wel glas met vuurvlammen!
De mensen die door God gered zijn staan bij die glazen zee. Dat zijn de mensen die, om het maar zo te zeggen, op naam staan van God. Hij heeft hen gekocht.
Er is ook een grote muziekgroep. Een groep van citerspelers. Die zorgen voor de begeleiding van alle mensen die bij die ‘glazen zee’. Zij zingen dus uit volle borst dat lied: “Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; ​rechtvaardig​ en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de ​heiligen”.
Een prachtig koor is het!

Dat lied heeft twee titels:
* lied van Mozes, de dienstknecht van God
* het lied van het Lam.

Waarom heeft dat lied twee titels? Zou één niet genoeg geweest zijn?
Een uitlegger schrijft: “Het lied dat Johannes deze overwinnaars hoort zingen typeert hij met een dubbele uitdrukking (…). Het eerste deel van deze liednaam wil aangeven dat het lied van Mozes, gezongen na de uittocht uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee (Exodus 15) het voorbeeld is voor dit loflied. (…) Het tweede deel van deze liednaam wil aangeven dat deze overwinnaars op het beest te danken hebben aan het reddende werk van het Lam”[2].

Als wij dit alles tot ons door laten dringen zouden wij kunnen denken: hierboven staat een mooi verhaal, maar begint Openbaring 15 niet met de mededeling dat dit een teken is? En bovendien: dit gaat over de toekomst. Wat hebben wij er nu aan?

Graag wijs ik er nogmaals op dat Openbaring 15 een intermezzo is. Een tussenstuk, zogezegd.
Voordat het laatste oordeel gegeven wordt, blijkt dat door God geredde mensen apart worden gezet. De aandacht van die mensen wordt geconcentreerd op de Koning van de heiligen. Op de Almachtige, dus.

Voor dat woord Almachtige staat in het Grieks Pantokrator. Dat betekent: “hij die alle kracht of macht heeft, de allesbeheerser of almachtige”[3].
Dat woord Pantokrator krijgt vandaag, op Koningsdag 2018, een bijzondere kleur.

De Almachtige God van Openbaring 15 is oneindig veel krachtiger en machtiger dan de Nederlandse koning Willem Alexander. De Pantokrator is de Schepper en de Onderhouder van heel de schepping. Dat gaat dus heel wat verder dan de vierkante kilometers van Nederland.

Over dat woord Pantokrator is nog wel wat meer te melden.
In het Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk stond er een paar jaar geleden het volgende over.
“Veel Oosters-orthodoxe kerken en kerkjes hebben een koepel waarin op de binnenkant een afbeelding is aangebracht van ‘Christus Pantokrator’. Vanaf dat hoge punt in de kerk blikt Christus als ‘Al-regeerder’ neer op de kerkelijke rituelen en kerkgangers. Dat is een van de manieren waarop binnen die traditie Christus’ Koningschap over Zijn Kerk tot uitdrukking wordt gebracht.
Zo’n afbeelding van Christus als ‘Regeerder over alles’ had oorspronkelijk echter ook nog een andere lading. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de oudste afbeeldingen van de ‘Pantokrator’. Die zijn te vinden op munten van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk uit de zesde eeuw, geslagen tijdens de regering van keizer Justinianus (527-565). Door daar niet zijn eigen portret op af te beelden – zoals veel heidense keizers hadden gedaan en hijzelf overigens ook wel deed – , maar ‘Christus Pantokrator’, erkende de keizer dat hij uiteindelijk slechts dienaar van Christus was en heerste bij de gratie Gods, hoe machtig hij ook mocht zijn.
Dat lijkt op de aanhef van onze wetten. Die beginnen met ‘Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods …’. Maar is dat echt een erkenning van Gods soevereiniteit? De inhoud van sommige wetten doen eerder het tegenovergestelde vermoeden”[4].

Openbaring 15 houdt ons bij de les.
De God van hemel en aarde is de Pantokrator: de meest genadige Heerser aller tijden.
Als we ’t zo bekijken is het in Openbaring 15 óók Koningsdag.

Noten:
[1] Johannes 15:3.
[2] Citaat uit: dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 354.
[3] Geciteerd uit online versie van de Studiebijbel, bij Openbaring 15:3.
[4] Geciteerd uit: dr. R. Bisschop, “Theocratie”. In: Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk, donderdag 29 mei 2014, p. 8.

20 april 2018

De duivelse macht wordt gebroken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

We spreken niet graag over de duivel. Want Gods tegenstander woont in een duistere wereld. Dat is een omgeving waar wij onder geen beding deel van willen zijn.
En ja, het is volkomen duidelijk dat wij ons voor duivelse machten moeten hoeden.
Maar daarbij mogen wij nooit vergeten dat de God van hemel en aarde veel machtiger is dan alle satanische krachten bij elkaar!

Daarom vraag ik vandaag graag aandacht voor woorden uit Openbaring 20. Ik bedoel deze woorden: “En de ​duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[1].

Waar gaat het in Openbaring 20 over?
De duivel ontplooit zijn macht. Hij verzamelt zijn legers om op te trekken tegen het koninkrijk van God.
Maar wat gebeurt er met de duivel? Hij wordt in een poel van vuur en zwavel gegooid.
Dat is nou wat je noemt een roemloos einde!
De macht van de duivel blijkt in Openbaring 20 niets meer voor te stellen. Uiteindelijk loopt het voor de duivel en zijn criminele medewerkers op niets uit.

Over de geesten van de demonen lezen wij in Openbaring 16. Als volgt: “En ik zag uit de bek van de ​draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse ​profeet​ drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de ​oorlog​ van de grote dag van de almachtige God”[2].
Die demonen geven in Openbaring 16 dus het teken dat er gevochten moet worden.
Het tijdstip van de beslissende eindstrijd is aangebroken.

Dat blijkt echter een verloren strijd.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om ​oorlog​ te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn ​leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse ​profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het ​zwaard​ van Hem Die op het paard zat, namelijk het ​zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees”[3].

De God van hemel en aarde is, om het zo maar te zeggen, briljant en kolossaal.
Hij walst over de duivel heen. Van die duivel, en van zijn prestigieuze strijdmachten blijft vervolgens helemaal niets over.

En ja, dat gaat heel ver: de vogels eten de restjes op…

Dat is dan het roemloze einde van Gods tegenstander.
Vanaf het begin van de schepping misleidt de duivel zoveel mogelijk mensen.
In Openbaring 12 wordt hij op de aarde geworpen[4]. Daar zaait hij dood en verderf.
In Openbaring 20 wordt de duivel echter gearresteerd en geboeid. De satan wordt letterlijk aan de ketting gelegd.
Uiteindelijk komt hij dus in de hel terecht[5].

Die gang van zaken is al sinds lange tijd gepland.
In Mattheüs 25 spreekt Jezus over “het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bestemd is”[6].

Het is, als u het mij vraagt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Er zijn, ook in Nederland, heel wat mensen die heel rechtstreeks met de macht van de duivel te maken hebben. Zulke mensen hebben een trauma te dragen. Zij dragen schade uit heden en verleden mee. En je hóórt die mensen vragen: komt er nooit een einde aan deze ellende?
Laten wij ons niet vergissen.
Van buitenaf lijkt het met zulke mensen heel goed te gaan. Maar van binnen voeren zij een hevige strijd.
Voor al die mensen, en voor allen die het lezen willen, noteer ik hier: aan de macht van de duivel komt een definitief einde.
Laten wij dus maar uit de buurt van de duivel blijven. Laten wij ons maar maar de God van hemel en aarde toe keren. Laten wij Hem maar vereren, in al ons werk.
Uiteindelijk zal Hij ons dan een glorieuze plaats in de hemel geven. Een plaats die niemand kapot kan maken!
Is dat niet een rustgevende wetenschap?

Noten:
[1] Openbaring 20:10.
[2] Openbaring 16:13 en 14.
[3] Openbaring 19:19 en 20.
[4] Openbaring 12:9: “En de grote ​draak​ werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die ​duivel​ en ​satan​ genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn ​engelen​ werden met hem neergeworpen”.
[5] Zie hierover onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina’s 279 en 280. Geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[6] Mattheüs 25:41.

12 april 2018

De hemeldeur geopend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

‘Ik denk dat er wel iets is’.
Velen van u hebben dat vast wel eens horen zeggen. Niet-christelijke medemensen merken met zekere regelmaat iets dergelijks op als zij over hun toekomst praten.

Trouwens, ook jongeren houden zich niet zelden bezig met de vraag: is er na ons aards bestaan nog iets te beleven, of is daar slechts een groot zwart gat?
Dat blijkt wel uit een column die ik eens in het Nederlands Dagblad las. De column gaat over een stel kinderen uit groep acht die, op de bank gezeten, tijdens een kinderfeestje filosoferen over de toekomst. Ik citeer:
“Moeiteloos ging de bank over op wat er gebeurt als je sterft. Best wel eng, bekende er een. ‘Ik denk dat er wel iets is’, zei de denker in hun midden. ‘De kans dat er helemaal niets na dit leven is, lijkt me best wel klein’. Zo schatte hij de kans dat er geesten bestaan ‘hoog’ in, en ook ‘aliens’ achtte hij bepaald niet uitgesloten, gezien de grootte van het heelal.
Ik zag de twee christelijke jongens naar elkaar kijken. ‘Volgens de Bijbel’, begon er een, ‘gaan mensen naar de hemel’. Hmm, hier kreeg het gesprek een wending. Los van het antwoord viel me op dat ze een beroep op een autoriteit buiten zichzelf deden: je kunt wel van alles denken en vinden, maar waar hang je die gedachten aan op?
Het gesprek vorderde en vloog alle kanten op”[1].
Einde citaat.

Hoe zullen later, in de hemel, de omstandigheden zijn?
Al te veel kunnen wij daar niet over zeggen.
Maar de God van hemel en aarde doet soms de hemeldeur open. Dan kunnen we even een blik naar binnen werpen.

Dat gebeurt bijvoorbeeld in Openbaring 4. De inzet van dat hoofdstuk luidt: “Hierna zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel”[2].

Zojuist zijn de brieven aan de zeven gemeenten gedicteerd, in Openbaring 2 en 3.
In hoofdstuk 4 begint een nieuw gedeelte van de Openbaring van Johannes.

En dan wordt de hemeldeur geopend.
Wat wordt er vervolgens zichtbaar?
* De troon van God
* De dienaren van God
* Het werk van God.

Dominee W. van der Jagt, momenteel emerituspredikant binnen het verband van de Free Reformed Churches of Australia, beëindigde eens een preek over Openbaring 4 als volgt:
“In het hemelse heiligdom klinkt nog steeds het gezang van de engelen, de dienaren rond Gods troon. De apostel Johannes wordt toegestaan om iets van de eeuwige heerlijkheid van God in Zijn hemelse hof te laten zien. Ere zij God in de hoge!
Het is alsof de apostel zegt: als het gezang klinkt in de hemel kunnen Gods kinderen zeker zijn dat alles dat volgt in het visioen van Johannes zeker zal gebeuren. Maar wees niet bevreesd. Houdt goede moed. De overwinning is zeker. De Here heeft de wereld overwonnen.
Het gezang dat weerklinkt in de hemel en wordt gezongen door de engelen rond Gods troon, moet overgebracht worden naar de aarde. Kom, prijst de Here, Zijn macht juicht! Laat al Zijn dienaren Zijn naam prijzen; van nu aan en voor eeuwig aanbidt Hem!”.

In de Openbaring van Johannes worden we van harte uitgenodigd om verder te kijken dan het reilen en zeilen van de kerk op aarde. Er is, met andere woorden, veel meer dan Openbaring 2 en 3.
De hemeldeur staat open. Christus heeft overwonnen!
Dat
is de toonhoogte van Openbaring 4.
Dat is het werkniveau van de kerk.

In Gods Woord horen we wel vaker van die hemeldeur.
Die deur gaat op kritieke momenten open.
Ogenblikken waarin Gods kinderen te maken hebben met grote eenzaamheid.
Tijden waarin door God gekochte mensen zich in groot gevaar bevinden.
Momenten waarin het leven van kerkmensen zich in een diepe crisis bevindt.

Denkt u in dit verband eerst maar aan de geschiedenis van Jakob in Bethel; die is te vinden in Genesis 28. De Here zegt: “En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!”[3].
En wat is de reactie van Jakob?
“Toen ​Jakob​ uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het ​huis​ van God en de ​poort​ van de hemel”[4].

Verder: de dichter van Psalm 78 wijst op de geschiedenis van Israël en zegt:
“Hij gebood de wolken daarboven
en opende de deuren van de hemel:
Hij liet manna op hen regenen om te eten
en gaf hun hemels koren”[5].

Enkele uren waren er slechts waarin de hemelse Here willens en héél bewust de hemeldeur dicht hield.
Dominee J.R. Wiskerke (1923-1968) heeft die uren dat in een preek eens aldus onder woorden gebracht: Jezus Christus “heeft Mijn God geroepen, vanuit de hel. Zonder enig houvast aan wat de Vader Hem die middag liet ervaren. Hij heeft voor een gepantserde en voor een, als van dubbele sloten voorziene, hemeldeur Mijn God geroepen in het geloof, dat de verhoring toch zou volgen. Ziet ge nu, dat onzegbare, sterke geloof van uw Zaligmaker?
Het Vaderhart was voor Hem van koper en steen.
God wendde Zich van Hem af.
En toch greep Hij de Vader vast,
Vader Ik doe Uw heilige wil.
Vader, en toch geloof Ik te zijn in Uw weg, ook al is Mij geen troostrijk teken overgebleven.
In dat borgtochtelijk geloven (…) heeft Christus voor u de weg ontsloten om Abba, Vader, te mogen roepen”[6].

Als na die tijd de hemel open gaat, weet de kerk: de Heiland heeft voor ons geleden; het contact tussen God en de wereld wordt nimmer meer verbroken! Kerkmensen weten: wij worden nooit meer in de steek gelaten!

Stefanus is in Handelingen 7 verrast en blij als hij, terwijl hij in een zeer hachelijke situatie verkeert, plotseling in de hemel kijken kan. Hij zegt: “Maar hij, vol van de ​Heilige​ Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en ​Jezus, staande aan de rechterhand van God. En hij zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechterhand van God”[7].

Als de hemeldeur open gaat, wordt het voor de kerk duidelijk:
* de Heer is ons tot hulp en sterkte[8]
* Hij is het die hongerigen voedt met brood[9].

Er komt een moment dat de hemeldeur open gaat om de Heiland door te laten. Dan komt Hij de Zijnen halen. Paulus schrijft daarover in 1 Thessalonicenzen 4. Als volgt: “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.
Zo dan, troost elkaar met deze woorden”[10].

Gelovige kinderen van God mogen het zeggen: als onze taak hier op aarde volbracht is, gaan wij naar de hemel.
Ja, dat weten wij zeker.
Wij geloven met heel ons hart en met al onze krachten dat de hemel werkelijk bestaat. Want gelovigen uit vroegere eeuwen hebben al door de deuropening van de hemel mogen kijken. En die blik zei genoeg!

Noten:
[1] Gerard ter Horst, “Feestje”. Column in: Nederlands Dagblad, maandag 31 juli 2017, p. 12.
[2] Openbaring 4:1.
[3] Genesis 28:15.
[4] Genesis 28:16 en 17.
[5] Psalm 78:23 en 24.
[6] De preek van dominee Wiskerke had als tekst: Mattheüs 27:46. Het betreft een preek voor Goede Vrijdag.
[7] Handelingen 7:55 en 56.
[8] Deze term gaat terug op Psalm 118:5, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Deze term gaat terug op Psalm 146:5, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] 1 Thessalonicenzen 4:15-18.

26 januari 2018

Regeerbare wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Het lezen van oude kranten werpt soms nieuw licht op de actualiteit.
Neem nu het volgende.

Op dinsdag 23 januari 1973 geeft het Nederlands Dagblad een verslag van de jaarvergadering van het landelijk verband van GPJC’s: de Gereformeerde Politieke Jeugdstudie Clubs.
De jaarvergadering werd toegesproken door P. Jongeling, fractieleider van het Gereformeerd Politiek Verbond in de Tweede Kamer. De heer Jongeling sprak indertijd behartenswaardige woorden.

“‘Jullie gaan een tijd tegemoet als eens Jeremia: nu rennen we nog tegen de voetgangers, maar straks tegen de paarden. De jonge garde moet daarom tot het uiterste bewapend zijn door geloof en politieke kennis om die strijd aan te kunnen’. Dit zei de heer Jongeling, fractieleider van het GPV in de Tweede Kamer tot de ruim honderd jongeren die de jaarvergadering van het landelijk verband van GPJC’s bijwoonden.
Ons land staat aan de grens van de onregeerbaarheid, stelde de heer Jongeling vast op basis van het resultaat van de kabinetsformatie tot dusver. Als oorzaak daarvan zag hij, dat het ons volk ontbreekt aan een gemeenschappelijke doelstelling die het aaneensmeedt. In dit opzicht is er een duidelijke parallel met twee eeuwen geleden toen ons volk ook verdeeld raakte door partijschappen. Oorzaak daarvan was dat de grondtoon van de reformatie binnen ons volk verzwakte en de prediking van de kerk verslapte. ‘God heeft een twist met Nederland’, constateerde Willem V terecht.
Vandaag gaat de geestelijke hersenspoeling veel harder als gevolg van de snellere communicatie”[1].

Nederland is onregeerbaar geworden. Dergelijke geluiden hoort men vandaag de dag wel meer.
In september 2015 schreef iemand: “Het is al een bekende teneur, maar hij werd vandaag weer eens bevestigd bij de laatste peiling van Maurice de Hond: Nederland is onregeerbaar geworden”.
En:
“Die stand van zaken is min of meer structureel, want het is de laatste twee jaar al zo. Dat zorgt ervoor dat er een volstrekte verlamming is gekomen in de Nederlandse politiek. Een met de dag minder populair kabinet, dat in de Eerste Kamer al een minderheidskabinet is geworden, maar dat maar blijft zitten omdat ieder alternatief door de zittende politici nog meer gevreesd wordt. Het sukkelt maar door. Het komt niet tot principiële standpunten”.
Verder:
“Alleen echt leiderschap kan daar iets aan veranderen. Visionair leiderschap”[2].

Nederland is schier onregeerbaar geworden, klagen nogal wat leidinggevenden. En dat zal wel waar wezen.
Maar het is duidelijk: een relativerende noot is hier op zijn plaats. Want dergelijke opmerkingen hebben al wel vaker geklonken.

Intussen is het waar: vooral door het internet, inclusief Twitter, is de communicatie in de aardse samenleving in onze tijd zo grillig en onvoorspelbaar geworden dat het gezegde ‘regeren is vooruitzien’ langzaam aan betekenis lijkt in te boeten.
Hoe moet dat toch verder met dat regeren? En is er eigenlijk nog wel perspectief?

“God heeft een twist met Nederland”, zei Willem V van Oranje-Nassau in 1795 bij zijn vlucht naar Engeland.
In zijn handboek zou Groen van Prinsterer later schrijven: “De ware bron van onze ongelukken ligt in de nationale zonden en ongerechtigheden. God heeft een twist met Nederland en wie zal oprichten als God ter neer werpt?”[3].

Het komt mij voor dat Groen van Prinsterer ons de juiste weg wijst: naar het Woord van God, namelijk.

Het bovenstaande overziende, denk ik aan Openbaring 5: “En U hebt ons voor onze God gemaakt tot koningen en ​priesters, en wij zullen als koningen regeren over de aarde”.
Uit Openbaring 5 leren wij dat we goede moed kunnen houden in een zondige wereld terwijl de heilige God de macht heeft.
Nee, het is niet zo dat de God van hemel en aarde in Zijn toorn Zijn complete schepping wegvaagt. In dit Schriftgedeelte wordt duidelijk dat er Eén is die de wereld redt. Het Lam heeft de dood overwonnen. Zijn lijden en opstanding opent de weg naar een toekomst met God. Naar een heerlijkheid die niet in aardse taal te beschrijven is.
Lofliederen klinken!
Gezang barst los!
Engelen, ouderlingen, ja de ganse schepping zingt mee!

Mensen op aarde hebben al vaak gezegd dat samenlevingen moeilijk of niet regeerbaar worden. En men kan het garanderen: zulke opmerkingen zullen nog vaak te horen wezen.
Openbaring 5 dringt er bij op aan om het niet te vergeten: er komt een moment dat Gods kinderen zullen meeregeren. Niet alleen maar over Nederland. Welnee. Zelfs Europa is nog te klein. Wij gaan regeren over heel de wereld!

Het gegeven van ons regentschap komt in de Openbaring van Johannes overigens wel vaker voor.
Ik wijs u op Openbaring 3: “Wie overwint, zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, zoals ook Ik overwonnen heb, en Mij met Mijn Vader op Zijn troon gezet heb”[4].
En op Openbaring 20: “Zalig en ​heilig​ is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen ​priesters​ van God en van ​Christus​ zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang”[5].
En op Openbaring 22: “En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[6].

Het wordt er bij ons ingepompt:
* de wereld wordt regeerbaar
* en kinderen van God hebben in dat regeren een belangrijk aandeel!
De samenleving wordt, als u het mij vraagt, steeds moeilijker regeerbaar.
Gezien vanuit de invalshoek der goddelozen zal er zelfs een moment komen dat wanhopig geconcludeerd wordt: hier is geen beginnen meer aan.
Maar gelovige mensen verliezen de moed niet.
Want zij weten het: vanwege het werk van de Heiland loopt de wereld niet vast. De weg naar de hemel is open. Dankzij Jezus Christus, de Redder der wereld!

Noten:
[1] “Nederland staat aan de grens van de onregeerbaarheid”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 23 januari 1973, p. 5.
[2] Geciteerd van https://nl4nl.wordpress.com/2015/09/27/nederland-is-onregeerbaar-geworden/ ; geraadpleegd op vrijdag 19 januari 2018.
[3] Geciteerd via: prof. A.Th. van Deursen, “De visie van Groen op God, Nederland en Oranje (1)”. In: Protestants Nederland nr. 1 (januari 2008), p. 15-19. Citaat van p. 19.
[4] Openbaring 3:21.
[5] Openbaring 20:6.
[6] Openbaring 22:5.

19 januari 2018

Nog is de hemel mild en wijd

Heeft de kerk nog nieuws?

Je zou zeggen van niet.

Op zaterdag 13 januari 1973 schreef een commentator in het Nederlands Dagblad: “De feest- en vakantiedagen zijn voorbij, de scholen zijn weer begonnen, het dagelijks werk en het veelvormige verenigingsleven trekken weer onze aandacht. De dingen hebben hun normale loop hernomen. Zo zien wij het tenminste. Wij zijn aan deze gang van zaken gewoon en verwonderen ons er niet meer over. Zomin als we ons verbazen over de materiële welvaart die, over het algemeen gesproken, ons volk heeft verkregen. Het zal toch goed zijn dat we ons eens de ogen uitwrijven en wat verder om ons heen kijken. Want wat wij ‘gewoon’ vinden, is eigenlijk heel ongewoon. Wij leven in de periode waarover in Openbaring 12 wordt gesproken, en van die periode wordt door een hemelse stem gezegd: ‘Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid, wetende dat hij weinig tijd heeft’. Daarom zijn er gedurende al de eeuwen van de nieuwe bedeling telkens weer schrikkelijke dingen gebeurd. De wereld schokt en schudt door het geweld van de duivel, die zichzelf tot de hoogste woede en de geweldigste inspanning opzweept”[1].
We leven nu in 2018.
En de woorden van Openbaring 12 staan nog altijd in de Bijbel. In de Herziene Statenvertaling luiden ze: “Wee hun die de aarde en de zee bewonen, want de ​duivel​ is naar beneden gekomen, naar u toe, in grote woede, omdat hij weet dat hij nog maar weinig tijd heeft”[2].
De duivel is koortsachtig bezig om manieren te zoeken om de kerk een hak te zetten. De duivel beheerst zich niet, en gaat als een wilde tekeer.
Dat was in 1973 zo. In 2018 is dat niet anders. Heeft de kerk, dit zo zijnde, eigenlijk nog wat nieuws te melden? Er verandert niets, naar het schijnt.

Echter, niets is minder waar.
Wij hebben te maken met allerlei technologische ontwikkelingen, waarvan de digitale revolutie in de laatste decennia de belangrijkste lijkt. Die digitalisering wordt door de duivel gebruikt. Maar diezelfde technologie wordt benut ten bate van de voortgang van Gods koninkrijk. Nee, de kerk is nog altijd niet verdwenen. Sterker nog: we kunnen zelfs spreken over een wereldkaart van het protestantisme[3]. De duivel zet al zijn energie in, jazeker. Maar hij is niet aan de winnende hand. En dat zal nooit gebeuren ook. Natuurlijk, er is sprake van een gevecht op leven en dood. Maar nu staat vast wie de dood vindt en wie het leven heeft.
Er is goed nieuws.
De kerk wordt niet van de aarde weggevaagd.
Steeds weer worden we gedrongen tot de conclusie: als het nog wat langer duurt, is de kerk weg. Maar dat is een verkeerde gevolgtrekking. Ook hier geldt: “geef de ​duivel​ geen plaats”[4].

Laten wij een ogenblik verder lezen in die oude editie van het Nederlands Dagblad.

“Wie het verbijsterend wereldgebeuren van onze dagen beziet bij het licht van de Schrift, kan zich moeilijk onttrekken aan de gedachte dat die ontbinding van de satan reeds is begonnen. De wereld is immers in ontzaggelijke beroering. Volken van de einden der aarde, die vele eeuwen niet meetelden en lethargisch schenen voort te dommelen, zijn ontwaakt en worden overmeesterd door demonische geesten die hen tot de hoogste activiteit aanzetten.
(…)
In Latijns-Amerika, het subcontinent van de sociale ontrechting en de schrille tegenstellingen tussen rijk en arm, flikkert nu hier, dan daar de vlam van de guerillastrijd der gewapende revolutie hoog op. In het Nabije Oosten broeit de dodelijke haat van de Arabische wereld tegen Israël”.

In landen als Colombia, Haïti, Puerto Rico en Venezuela is de economische situatie nog altijd verre van rooskleurig. In Venezuela heeft bijna iedereen honger[5]. In al die jaren is dat nog niet veranderd.
Laten wij maar eerlijk wezen: daarin zien we eerst en vooral de machteloosheid van mensen. In al die jaren is men niet in staat geweest de ontwikkelingen te keren. Het wordt duidelijk: de ommekeer moeten wij van de Here God verwachten!

In het Westen is er – volgens de ND-scribent – sprake van “morele inflatie, die alle geestelijke en zedelijke waarden van het Westen heeft aangetast en die zélf weer het gevolg is van de verlating van Gods Woord en het luisteren naar de valse profetie. Tegelijk laait de haat tegen het christendom overal in ‘de vier hoeken der aarde’ sterker op. Oude heidense religies gaan plotseling weer een ongewone levenskracht vertonen. Het Boeddhisme en de Islam worden steeds meer bronnen van anti-westerse en antichristelijke energieën”.
Het boven beschrevene komt, wat mij betreft, niet onbekend voor!

De commentator vraagt: “Is het niet een grote rijkdom, dat we in onze dagen, in ons land door Gods genade nog een reformatie van de kerk mochten ontvangen?”.
Dat is, ook in onze tijd, een terechte vraag. Ik denk daarbij ook aan de reformatie van 2003. Daarbij merk ik op dat het toch wel heel verdrietig is dat er binnen De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK) na die tijd al weer zoveel onenigheid was.
Wat liggen Gods kinderen soms toch dwars!
Wat is het toch nodig dat wij ons allen dagelijks bekeren!
Dagelijks moeten we ons erin trainen om afhankelijk te willen zijn van God, die ons in het goede spoor houdt!

Graag citeer ik nu ook het slot van het commentaar in het Nederlands Dagblad. Het commentaar uit 1973 kan zonder moeite in 2018 worden toegepast.
En nee, ik hoef daar vervolgens niets meer bij te schrijven.

Ik citeer:
“God geve dat we onze rijkdom en onze roeping steeds beter leren beseffen en de snel inkortende tijd gebruiken, nu het nog kan. Mee door onze arbeid moet een oogst opwassen voor de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Mee door onze arbeid moet een leger van jonge recruten worden gevormd en geoefend voor de harde strijd die zéker zal losbarsten, omdat de wijzer van Gods klok voortgaat, voortgaat naar het twaalfde uur, het uur waarin ook wij rekenschap zullen moeten geven! Wat zullen wij in dat uur zeggen tot de Rechter van hemel en aarde? ‘Here, wij hebben wel vaak geestdriftig gezongen: ’t Is Uwe zaak, o Hoofd en Heer, de zaak waarvoor wij staan, maar we hadden het allemaal zo druk met onze eigen zaken, dat wij in de praktijk Uw zaak maar hebben verwaarloosd’?
Nóg is het dag. Nóg is er voor ons windstilte. Waken en werken!
Nog is de hemel mild en wijd,
Maar weet: de Landman kent Zijn tijd!
Snel naakt de dag, groot en doorlucht,
Waarop Hij komt en zoekt Zijn vrucht.
Het koren draagt Hij in Zijn schuur,
Maar ’t kaf gaat in het eeuwig vuur!”.

Noten:
[1] “Waken en werken”. Redactioneel commentaar in: Nederlands Dagblad, zaterdag 13 januari 1973, p. 1 en 7.
[2] Openbaring 12:12.
[3] Zie mijn artikel ‘Gods Geest geeft wereldwijd zekerheid’, hier gepubliceerd op dinsdag 9 januari 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/01/09/gods-geest-geeft-zekerheid/ .
[4] Efeziërs 4:27.
[5] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2210606-in-venezuela-heeft-iedereen-honger.html ; geraadpleegd op zaterdag 13 januari 2018.

17 januari 2018

Die is, Die was en Die komt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“…Dat ene zinnetje: Die is, Die was en Die komt. Jongens en meisjes, dat moeten jullie maar goed onthouden. Vooral de betekenis ervan: God blijft altijd Dezelfde. En Hij doet wat Hij zegt. God die is, die was en die komt. Ik zou eigenlijk zeggen: als je dat nou dit jaar onthoudt, daar heb je meer dan genoeg aan. Maar je moet veel meer leren. God blijft altijd Dezelfde. En weet je, dan moet je maar je handen vouwen en Hem eren, Hem prijzen. En dat nooit meer vergeten, je leven lang, of je nu jong bent of oud. Hij is de komende”.

Dat zijn woorden die dominee M.A. Sneep uitsprak in een preek over Openbaring 4:8. Die preek hield hij op Nieuwjaarsdag 2018 in een eredienst van De Gereformeerde Kerk Groningen.

We moeten het dit jaar dus onthouden: Die is, Die was en Die komt.
Laten we die woorden dan nog maar eens tot ons laten doordringen.

Wij kunnen wel zeggen dat die woorden ‘Die is, Die was en Die komt’ een refrein is in de Openbaring van Johannes. Die term staat twee keer in Openbaring 1, een keer in Openbaring 4 en een keer in Openbaring 11[1].

Die woorden zijn, om te beginnen, eigenlijk een vrije weergave van woorden uit Exodus 3: “En ​Mozes​ zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen? En God zei tegen ​Mozes: Ik ben die Ik ben. Ook zei Hij: Dit moet u tegen de Israëlieten zeggen: Ik ben heeft mij naar u toe gezonden”[2].
Ik ben – dat is een opmerkelijke aanduiding. Want mensen van 2018 hebben het bij hun presentatie nodig om een eigenschap te noemen: ik ben handig, ik ben machtig, ik ben een goede onderwijzer – enzovoort.
Maar bij de Here is het geven van een kwalificatie onnodig. “Ik ben”, dat is alles. Om het nooit meer te vergeten, zegt de Here het nog een keer: Ik ben, die Ik ben. De Here is: dat zegt alles over Zijn macht, Zijn daadkracht, Zijn liefde!

God is en God was – dat zegt dat Hij aanwezig is. Hij is present. Niet alleen nu, maar altijd. Hij is het begin. En ook het einde. Altijd is Hij in ons leven op de voorgrond aanwezig.
Hij is de alfa en de omega[3]. Dat zijn de eerste en laatste letter van het vierentwintig letters tellende klassiek-Griekse alfabet. De hemelse God gebruikt een beeld uit de wereld van de taal om duidelijk te maken wie Hij is. We mogen en moeten dus ook met name de taal gebruiken om de blijde Boodschap door te vertellen. Gesproken of op schrift, verkondig het Evangelie!

In Openbaring 4 lezen we over vier dieren die rondom de troon staan. En daarbij vertegenwoordigen zij de gehele schepping: de roofdieren, de tamme dieren, de mensen en de vogels.
Die dieren hebben als taak de lof van de Here te zingen. Heel de wereld zingt Gods lof! Het Evangelie wordt doorverteld. En de schepping gaat uiteindelijk blij zingen.
Iets van die blijheid mogen we ook vandaag laten zien. Nee, dat valt niet altijd mee. Als je ruzie hebt met andere mensen, is het leven heus niet alleen maar vrolijk. Als je vaak ziek bent ga je echt niet de hele dag zitten glimlachen. Maar er zijn en blijven altijd wel momenten dat je blij kunt zijn met de God van het verbond. Alleen al omdat je gelooft en dus stellig weet: het wordt beter. Voor eeuwig beter!

En dan is er Openbaring 11: “En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun gezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, Heere, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en ​Koning​ geworden bent”[4].
Er is nu iets aan die uitdrukking ‘Die is, Die was en Die komt’ toegevoegd. De Here is Koning geworden. En de vraag komt op: was Hij dat vóór die tijd dan niet? Antwoord: jazeker, Hij is altijd al Koning geweest; maar in Openbaring 11 breekt het moment dat Gods glorieuze gezag overal ter wereld wordt erkend en voor alle wereldburgers zichtbaar is.
Jazeker, Hij komt. Hij komt om te oordelen de levenden en de doden. Zo belijden we dat elke zondag in de eredienst. In de kerk is dat een troostwoord. Want Gods kinderen mogen, vanwege het verlossingswerk van Jezus Christus, de Heiland, hun entree maken in de woonplaats van God: de hemel.

God die is, die was en die komt – dat is de kleurrijke paraplu boven ons leven. Het is de overkoepeling van ons bestaan. Hij is, ook vandaag, onze schuilplaats op deze aarde!

Noten:
[1] Namelijk in Openbaring 1:4, Openbaring 1:8, Openbaring 4:8 en Openbaring 11:17.
[2] Exodus 3:13 en 14.
[3] Zie Openbaring 1:8 en Openbaring 22:13.
[4] Openbaring 11:16 en 17.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.