gereformeerd leven in nederland

9 november 2018

Triomfteken in Sardes

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Wie overwint, zal bekleed worden met witte ​kleren​ en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het ​boek​ des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn ​engelen”.
Dat zijn woorden uit Openbaring 3[1]. En wel uit de brief aan de gemeente in Sardes[2].

Dat brengt ons in Klein-Azië, het westelijke schiereiland van Azië; tegenwoordig is voor dat gebied de naam Anatolië meer gangbaar[3].
Sardes was de hoofdstad van Lydië, een koninkrijk in Klein-Azië.
De naam Sardes betekent ‘vernieuwing’.
Een encyclopedie leert ons: “Sardis lag enkele tientallen kilometers landinwaarts van de Middellandse Zee in wat nu West-Turkije is, ongeveer 10 km ten westen van Salihli bij het tegenwoordige dorpje Sart. Het lag aan de voet van de berg Tmolos in de vruchtbare vlakte van de Hermosrivier, in de vallei van de Pactolosrivier”.
Sardes was een welvarende stad. “Alle karavanen en handelaars passeerden langs dit strategische knooppunt en zo werd Sardis dan ook al gauw een stad waar Griekse en Oosterse rijkdom overvloedig aanwezig was. Ook de wol- en tapijtverfindustrie die in de stad gelegen was, vormde een bron van grote rijkdom. Maar de belangrijkste oorzaak van de mythische rijkdom was waarschijnlijk de Pactolosrivier, die erg rijk was van goud”.
Iemand schrijft: “Sardes was de residentie van de schatrijke Croesus, koning van Lydië. De inwoners stonden bekend om hun weelde, verworven door veroveringen, akkerbouw en handel (wollen stoffen, textiel, tapijten, parfums en zalven). Het was in de Romeinse tijd een zeer uitgebreide stad met waterleiding, thermen, een stadion en een theater. De belangrijkste verkeersweg van Asia liep als een marmeren straat dwars door de stad. Twee edelstenen uit de mijnen danken de naam aan de stad: sardion en sardonyx. Het huidige Sart is een arm dorpje”.
De stad was een belangrijk knooppunt van handel en administratie. Over Sardes schreef ik al eens: “Sardes, de westelijke hoofdstad van de Perzische rijken, herbergde de koninklijke archieven”[4]. Ze wisten in Sardes dus wel het een en ander van accurate archivering!

Wat betekent de tekst uit Openbaring 3 waarmee dit artikel begint?
Die betekent niet dat christenen die zondigen uit het boek van het leven worden weggestreept. Zo van: als jij er een puinhoop van maakt, dan kun je die vermelding in Mijn boek wel vergeten.
Nee, God zegt: wat Ik heb geschreven, dat heb Ik geschreven!
In Openbaring 3 staat een belofte, die geadresseerd is aan de overwinnaars: de mensen die gered zijn door het bloed van het Lam.
Die belofte is: als uw naam er eenmaal staat, dan blijft die ook staan[5].

Ten diepste gaat Openbaring 3 dus over Gods trouw.
Wie overwint, zal witte kleren aan krijgen.
Dat is een beeld dat in een stad met wol- en verfindustrie ongetwijfeld velen aangesproken heeft.

De kleur wit komen we in de Openbaring van Johannes vaker tegen.
Laten we elkaar wijzen op Openbaring 1: “En te midden van de zeven kandelaren zag ik Iemand Die op de Zoon des mensen leek, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden ​gordel; en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam…”[6].
Die witte kleren maken het duidelijk: wie witte kleren draagt, hoort bij de Heiland. De overwinnaars dragen het uniform van de triomf.

Wij kunnen ook enkele woorden lezen uit Openbaring 2: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de ​gemeenten​ zegt. Aan wie overwint, zal Ik van het verborgen manna te eten geven, en Ik zal hem een witte steen geven met op die steen een nieuwe naam geschreven, die niemand kent dan wie hem ontvangt”[7].
De kleur wit duidt, om zo te zeggen, op het toppunt van vernieuwing. Er komt een nieuw begin. Met een nieuwe naam en een nieuwe identiteit.

In Openbaring 7 worden de witte kleren de kleding van een spreekkoor.
Leest u maar mee: “Hierna zag ik en zie, een grote menigte, die niemand tellen kon, uit alle naties, ​stammen, volken en talen, stond vóór de troon en vóór het Lam, bekleed met witte gewaden en palmtakken in hun hand. En zij riepen met een luide stem: De zaligheid is van onze God, Die op de troon zit, en van het Lam!”[8].
Witte kleren spreken dus van glorie. Van victorie dus.

Witte kleding – dat is het uniform van de eindstrijd.
Dat blijkt uit Openbaring 19: “…ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert ​oorlog​ in ​gerechtigheid”[9].
En:
“En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt ​bovenkleed, en Zijn Naam luidt: Het Woord van God. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn ​linnen, wit en smetteloos”[10].
Die witte kleding maakt bij voorbaat duidelijk wat de uitslag van de eindstrijd is: de overwinning genaakt!

Wij leven in de westerse wereld.
En zeker een natie als Nederland seculariseert in vrij snel tempo.
Je zou zeggen: wordt het nog wel wat de Gereformeerden in Nederland?
Welnu – God zegt: wat Ik heb geschreven, dat heb Ik geschreven!
In Openbaring 3 staat een belofte, die geadresseerd is aan de overwinnaars: de mensen die gered zijn door het bloed van het Lam.
Het is vast en zeker: als uw naam eenmaal in het boek van het leven staat, wordt die nimmermeer doorgestreept!

Noten:
[1] Openbaring 3:5.
[2] Men spelt ook wel: Sardis.
[3] In het onderstaande gebruik ik https://nl.wikipedia.org/wiki/Sardis_(Lydië) , https://nl.wikipedia.org/wiki/Anatolië en https://www.holyhome.nl/bijbelstudie-408.html ; geraadpleegd op zaterdag 3 november 2018.
[4] Geciteerd uit mijn artikel ‘In het boek genoteerd’, hier gepubliceerd op dinsdag 17 september 2013. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2013/09/17/in-het-boek-genoteerd/ .
[5] Zie hierover ook https://www.gotquestions.org/Nederlands/schrappen-boek-leven.html ; geraadpleegd op zaterdag 3 november 2018.
[6] Openbaring 1:13 en 14.
[7] Openbaring 2:17.
[8] Openbaring 7:9 en 10.
[9] Openbaring 19:11.
[10] Openbaring 19:13 en 14.

8 november 2018

Stelling 96

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Er is, naar ik heb begrepen, een aanvulling gekomen op de 95 stellingen van Maarten Luther.

In de krant las ik: “Ds. K.H. Bogerd, predikant van de hervormde gemeente in Wouterswoude, heeft woensdag op Hervormingsdag, in navolging van Maarten Luther, een stelling op zijn kerkdeur bevestigd: stelling 96.
Het gaat om een handgeschreven tekst met het woord ‘Trouw’ en daaronder de Bijbeltekst uit Openbaring 2:10: ‘Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens’. ‘Als ik dit wilde doen moest het op Hervormingsdag’, aldus ds. Bogerd.
De Friese predikant is een groot bewonderaar van kerkhervormer Maarten Luther (1483-1546). Die verspreidde ooit 95 stellingen, te beginnen in Wittenberg, als aanklacht tegen de aflaatpraktijk in de Rooms-Katholieke Kerk.
Ds. Bogerd kwam tot de spontane actie omdat hij recent een aantal preken heeft gehouden over het thema trouw. ‘Het is een oproep aan de hele christenheid om trouw te blijven aan de kerk. Daar gaat het namelijk om’”[1].

Een oproep tot trouw – dat is een heel goede zaak.
Maar trouw aan de kerk? Dat wekt mijnerzijds enige argwaan. Zeker, de kerk – mét lidwoord – is mij lief. De heilige vergadering van de ware gelovigen, bedoel ik[2]. Maar moet ik altijd trouw blijven aan de kerk? Ook als de kerk een nep-kerk wordt? Ook als de kerk ontrouw wordt? Geen denken aan!

In de Nederlandse Geloofsbelijdenis lees ik ook: “Wij geloven dat men nauwgezet en met grote zorgvuldigheid, vanuit Gods Woord, behoort te onderscheiden welke de ware kerk is, omdat alle sekten die er tegenwoordig in de wereld zijn, zich ten onrechte kerk noemen”[3].
Zulke ‘kerken’ zijn er dus ook.
Trouw aan de kerk? Daar zou ik maar voorzichtig mee wezen. Kerkmensen, ambtsdragers incluis, bedenken steeds weer nieuwe dwalingen. Op zondige mensen kun je niet vertrouwen.
Steeds weer moeten we beseffen dat de Here Zijn kerk vergadert. En we zullen goed moeten bekijken waar Hij dat doet. En laten we maar eerlijk zijn: het is, anno Domini 2018, niet altijd even makkelijk om dat te zien.

Dominee Bogerd refereert aan Openbaring 2. In de Herziene Statenvertaling lezen we: “Wees niet bevreesd voor wat u lijden zult. Zie, de ​duivel​ zal sommigen van u in de ​gevangenis​ werpen, opdat u verzocht wordt. En u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Wees trouw tot in de dood, en Ik zal u de ​kroon​ van het leven geven”.

Die woorden zijn gericht aan de christelijke gemeente in Smyrna.
Leden van die kerk hebben te maken met vervolging.

Een exegeet schrijft: “Het lijden houdt hier vervolging in. Sommige gelovigen zullen in de gevangenis geworpen worden. De gevangenis was in de Oudheid niet een plaats van straf, maar een plaats waar men werd vastgehouden in afwachting van het vonnis: men kon worden vrijgesproken. Gezien de vijandige situatie in Smyrna zal het vonnis echter eerder straf en zelfs de doodstraf inhouden. Uit de woorden ‘de duivel zal … u in de gevangenis werpen’ blijkt dat de plaatselijke overheid wordt voorgesteld als een instrument van satan”.
En verder:
“Hij die getrouw is tot in de dood zal de ‘kroon des levens’ ontvangen. We moeten niet zozeer denken aan de koningskroon, maar eerder aan de ‘krans’ die aan de winnaars van sportwedstrijden werd gegeven. (…). Smyrna stond bekend om zulke spelen. Omdat er ook sprake is van de ‘boom des levens’ (…), die het eeuwige leven in het volmaakte Koninkrijk van God voorstelt (…), zullen we ‘kroon des levens’ niet moeten lezen als de ‘kroon’ die bestaat uit het eeuwige leven, maar als de ‘kroon’ die hoort bij het eeuwige leven. Het is, om met een ander beeld te spreken, ‘de kroon op het levenswerk’ van de christen”[4].

Het gaat in Openbaring 2 dus om leden van een vervolgde kerk. Om mensen die met hun belijdend leven de dood riskeren.
Gelet op dat laatste is, naar mijn inzicht, de vergelijking met Nederlandse kerkmensen niet heel gelukkig.

Het is mooi dat dominee Bogerd de mensen om hem heen stimuleren wil om standvastig te zijn, en loyaal te blijven.
Alleen gaat het in Openbaring 2 niet zozeer om trouw aan de kerk. Het gaat om “de Eerste en de Laatste, Die dood is geweest en weer levend is geworden”[5].
Het lijkt me goed die opmerking hier te maken.
Want zeker in deze tijd moeten we godsdienstige zaken scherp stellen.

Trouw aan de Eerste en de Laatste – dat is niet altijd makkelijk.
Het was dominee W. van der Jagt, momenteel emerituspredikant binnen het verband van de Free Reformed Churches of Australia, die in een preek over Openbaring 2:8-11 eens zei: “Wie het échte leven wil, moet bereid zijn de dood te trotseren. Nee, niet in eigen kracht. Want wat er ook gebeurt en waar de Here u ook voor plaatst: de Here stelt altijd zijn éigen werk op de proef. En als het nodig is, durft Hij het aan om ons de ergste dingen te laten lijden. Zijn eigen werk zal de vuurproef doorstaan. Tegelijk met de nood zal Hij voor de uitkomst zorgen. Verlies daarom het vertrouwen niet”[6].
Daarom – ja daarom – mogen wij het ook in 2018 tegen elkaar zeggen: houdt moed!

Noten:
[1] “Predikant prikt stelling 96 aan de kerk”. In: Reformatorisch Dagblad, donderdag 2 november 2018, p. 13.
[2] Deze formulering gaat terug op artikel 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk. Zij is een heilige vergadering van de ware gelovigen, die al hun heil verwachten van Jezus Christus…”.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:10. Geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.
[5] Openbaring 2:8 b.
[6] De preek is te vinden via http://reformata.nl/ ; geraadpleegd op vrijdag 2 november 2018.

26 oktober 2018

Twee premiers en wij

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Op 14 februari jl. overleed Ruud Lubbers, eertijds minister-president.
Op 20 oktober jl. kwam er een einde aan het aardse leven van Wim Kok, eertijds eveneens premier.
Het waren allebei mannen van statuur. Mannen met grote verdiensten. Mannen met eredoctoraten.
Misschien kijkt u er wel wat scheef naar. Zo van: stel je toch eens voor dat ik zo’n vooraanstaande positie had gehad. Stel je voor dat ik zoveel macht had. Wat zou er dan veel moois gebeuren! Wat zou er in mijn omgeving dan veel opknappen!

Hoe belangrijk die mannen ook zijn geweest, kerkmensen moeten beseffen dat hun God nog meer macht heeft. Daar komt bij dat Goddelijke macht blijvend is.

Laten wij elkaar wijzen op Jesaja 24.
Daarin lezen we: “De volle maan zal rood worden van schaamte, de gloeiende zon zal beschaamd worden, als de HEERE van de legermachten zal regeren op de berg Sion, en in Jeruzalem; en voor Zijn oudsten zal er heerlijkheid zijn”[1].

In dat hoofdstuk lezen we over het Goddelijk oordeel over de aarde.
Er is sprake van verwoesting[2]. De stad – symbool voor heel de aarde – ligt in puin[3].
Daarna lijkt de sfeer om te slaan: er is grote bewondering voor de kracht en majesteit van de Here. Schijn bedriegt echter. Want de goddelozen gaan ondertussen hun gang. Uiteindelijk gaan zij, goed beschouwd, ook hun ondergang tegemoet[4].

Met betrekking tot Jesaja 24 las ik onder meer de volgende typeringen:
* Het oordeel treft de hele aarde
* Alle vreugde is verdwenen
* Nergens bescherming of houvast
* Oordeel over hemel- en aardbewoners
* De HEERE regeert in Jeruzalem[5].

Jesaja is een profeet.
Een woordvoerder van God dus.
Hij laat zien wat er gebeurt als Jezus Christus naar de aarde terugkomt. Jesaja heeft dus het zicht op Christus’ wederkomst.
In Johannes 5 zegt Jezus: “Hij [dat is de Vader] heeft Hem [dat is Zijn Zoon] ook macht gegeven om oordeel te vellen, omdat Hij de Zoon des mensen is. Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis”[6].

De God van hemel en aarde zal voor eeuwig regeren.
De zon en de maan zullen hun lichtgevende functie beëindigen. Zij gaan zich zelfs schamen, zegt Jesaja in hoofdstuk 24.
Waarom?
Omdat hun licht schril afsteekt tegen het overweldigende licht van God. Leest u maar mee in Openbaring 21: “Ik zag geen tempel in haar, want de Heere, de almachtige God, is haar tempel, en het Lam. En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar ​lamp. En de naties die zalig worden, zullen in haar licht wandelen, en de koningen van de aarde brengen hun heerlijkheid en eer erin. En haar ​poorten​ zullen overdag nooit gesloten worden, want daar zal geen nacht zijn”[7].

In Mattheüs 24 wordt het einde van de tijd zo samengevat: “En meteen na de verdrukking van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan zal zijn schijnsel niet geven en de sterren zullen van de hemel vallen en de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de ​stammen​ van de aarde ​rouw​ bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid”[8].

Rudolphus Franciscus Marie Lubbers –
Willem Kok –
dat waren belangrijke mensen voor Nederland. De Here had hen met grote gaven gesierd. Ze hebben goede daden verricht. En ook foute dingen. Er zijn ook zaken die verkeerd úitgepakt hebben.
Hoe dat zij, kerkmensen mogen verheugd zijn dat onder deze premiers de godsdienstvrijheid groot gebleven is.
De Here zal ook over hun werk oordelen.
Later zal ook blijken of hun noeste leidinggevende arbeid meer dan een voetnoot in de geschiedenis wezen zal.

En wij?
Nee – de namen van de meesten van ons komen niet in de geschiedenisboekjes terecht.
Het merendeel der Gereformeerde mensen heeft geen vooraanstaande positie.
Maar voor ons allemaal geldt de profetie van Jesaja 24, de kenschets van Mattheüs 24 en de apocalyptische tekening van Openbaring 21.
Ieders
werk wordt beoordeeld.
Het werk van R.F.M. Lubbers.
De bezigheden van W. Kok.
Maar ook de arbeid van A.B. Klaassen.
En de verrichtingen van C.D. Pietersen.

Voor al Gods kinderen is dat even stimulerende als troostvolle woord in Openbaring 14 opgeschreven: “Zalig zijn de doden die in de Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten van hun inspanningen, en hun werken volgen met hen”[9].

Noten:
[1] Jesaja 24:23.
[2] Jesaja 24:1-6.
[3] Jesaja 24:7-13.
[4] Jesaja 24:14-20.
[5] Zie http://www.oudesporen.nl/Download/OS2033.pdf ; geraadpleegd op maandag 22 oktober 2018.
[6] Johannes 5:27, 28 en 29.
[7] Openbaring 21:22-25.
[8] Mattheüs 24:29 en 30.
[9] Openbaring 14:13.

24 september 2018

De kerk en de buurman

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Een jaar of tien geleden schreef een columnist: “De vrijgemaakte kerk lijkt wel een gewone kerk te zijn geworden”.

Op de keper beschouwd is dat een wat merkwaardige opmerking.
De kerk is namelijk niet gewoon.
De kerk is een wonder[1].
Want als mensen naar zichzelf kijken, hebben ze geen zin in de kerk. Immers, aldaar moeten zij zich aanpassen aan anderen. Zij moeten daar luisteren naar het Woord. Zij moeten daar gehoorzaam leven, naar de regels die het gepredikte Woord geeft.

Het kenmerk van de kerk is “dat men zich richt naar het zuivere Woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd”. Dat belijden we in de kerk[2].
Die koers volgen wij, dankzij het werk van de Heilige Geest.

Nogmaals, als mensen naar zichzelf kijken hebben ze geen zin in de kerk.
Toegegeven, sommigen willen wel graag een kerk. Maar dat moet dan een kerk zijn die zij zelf naar believen kunnen modelleren.
In een dergelijke situatie geldt: die gemeenschap lijkt wel op een kerk, maar is het net niet.

In Openbaring 2 worden daar harde woorden over gesproken. Leest u maar mee: “Ik ken uw werken, verdrukking en armoede – u bent echter rijk – en Ik ken de lastering van hen die zeggen dat zij ​Joden​ zijn, maar het niet zijn; zij zijn namelijk een ​synagoge​ van de ​satan”[3].

Dat zijn woorden uit een briefje aan de christelijke gemeente in Smyrna.
Voor dat woord ‘lastering’ staat er blasphemia: kwaadspreken over geloofsopvattingen.
Een uitlegger noteert hier onder meer bij: “Het is duidelijk dat de tegenstanders joden zijn. Toch is het van belang op te merken dat niet de joden in het algemeen veroordeeld worden, maar alleen zij die verbonden zijn aan de synagoge van Smyrna en Filadelfia”.
En verder:
“Hoewel ze zelf zeggen een ‘synagoge van de Here’ te zijn (…), worden de joden van Smyrna hier door Jezus Christus vanwege hun lastering en tegenstand een ‘synagoge van satan’ genoemd. Harde uitspraken als deze werden in die tijd door joodse groeperingen ook over elkaar gebezigd, zoals onder meer blijkt uit de Dode-Zeerollen”[4].

De grenzen liggen dus scherp.
Vandaag de dag hebben mensen nogal eens de neiging de scheidslijnen een beetje weg te gummen. Dat is, zo stelt men dan, in deze wereld harde noodzaak.
Maar wie naar Openbaring 2 kijkt, moet die mening gaan herzien.

Ook vandaag zijn er kerken die voluit kerken zijn. Maar er zijn ook kerken die dat net niet zijn. Ze lijken er wel op, maar ze zijn het net niet.
Openbaring 2 leert ons op dit punt scherp te zijn.
We zijn er niet met een mooie gemeenschap en goede onderlinge verhoudingen. Het moet altijd en overal duidelijk zijn Wie in het centrum van de kerk staat: Jezus Christus, onze Heiland. Zodra Hij, om zo te zeggen, een paar centimeter uit beeld wordt geschoven gaat er iets fout. Zodra er in de kerk wordt opgemerkt dat er veel ruimte voor gevoelens en opvattingen van mensen moet komen, is het oppassen geblazen.

Synagoge van de satan: dat klinkt zwaar. Het gaat helemaal de verkeerde kant op!
Intussen moeten wij goed weten wat die term betekent.
Dr. C. van der Waal (1919-1980) schreef eens: “Haat van ‘de wereld’ is heus niet haat-in-het-algemeen, maar haat van de zijde van ‘de synagoge des satans’. Valse profetie is (…) niet iets puur heidens, doch een uiting van de verbasterde kerk. Zeer nadrukkelijk grijpt Johannes daarom telkens terug naar de traditie: het overgeleverde getuigenis (…), het Woord zélf. Al te weinig – en daar wordt de arme gemeente de dupe van! – is door de geleerden ermee gerekend, dat Johannes zelf in zijn brief de sleutel op zijn schrijven duidelijk aanwijst: het overgeleverde evangelie!”[5][6].
Haat van de wereld: dat is maar niet iets van een andere planeet. Het is niet iets van de andere kant van de wereld. Spot en hoon komen, om zo te zeggen, van de buurman. Oftewel: van de ‘kerk’ die vlak naast de kerk staat.

Het is belangrijk om dat vast te stellen.
In de kerk spreken we vaak over dwaalleer. Over onzuiverheid. Over ketterijen, soms ook. En dan wijzen we naar kerken die kilometers van ons verwijderd zijn. Naar kerken waarvan het voor Gereformeerden zonneklaar is dat die van Gods Woord afdwalen. Naar kerken waar verhalen van mensen meer waarde hebben dan de heilshistorie die we in de Bijbel aantreffen.
Openbaring 2 leert ons echter dat afwijkingen in de leer veel dichterbij zijn dan wij denken.
Openbaring 2 leert ons met name dat wij zelf attent moeten wezen. Wij dienen ons met een zekere regelmaat af te vragen of wij wel echt in de kerk zitten. Immers, voor u en ik het weten bivakkeren we in een nep-kerk.

Het moge helder zijn: in de kerk moeten we niet gaan zitten dommelen.
Daar komen ongelukken van.

Noten:
[1] Het bovenstaande ontleen ik aan een artikel dat ik eerder schreef. Dat artikel is getiteld ‘Een bedachtzame dominee over de kerk’, en is gedateerd op dinsdag 23 september 2008.
[2] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 29.
[3] Openbaring 2:9.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Openbaring 2:9.
[5] Dr. C. van der Waal, “Sola Scriptura – wegwijzer bij het bijbellezen deel 2: het Nieuwe Testament”. – vierde druk. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1985. – p. 210.
[6] Zie voor meer informatie over dr. Van der Waal https://nl.wikipedia.org/wiki/Cornelis_van_der_Waal en https://www.welleweerd.net/vdwaal/ ; geraadpleegd op zaterdag 15 september 2018.

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

13 september 2018

Volhardend geloven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Nergens op aarde is het veilig. Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood, dat is wat mij drijft. We laten de kerk niet wegvagen’”.
Dat zegt een vrouwelijke dominee.
Mathild Sabbagh is predikant in al-Hassakeh, een christelijk bolwerk in Noord-Syrië. Zij was in Nederland in het kader van het 70-jarig bestaan van de Wereldraad van Kerken.
In het Nederlands Dagblad stond niet zo lang geleden een verhaal over haar werk en roeping.

Ik citeer: “De stad lag in de vuurlinie, veel christenen sloegen op de vlucht. De predikant van de protestantse kerk, aangesloten bij de National Evangelical Presbyterian Church, nam de wijk naar Zweden. Van zijn tweehonderd gemeenteleden zijn er nog circa veertig achter­gebleven.
Mathild studeerde op dat moment in Beiroet, aan de Near East School of Theology. In 2016 rondde ze die studie af. ‘Ik zag de nood in mijn geboortestad en wist dat God mij daar riep. Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden. Het leven moet er terugkomen’.
Hoe gevaarlijk die beslissing was, bleek op haar eerste werkdag als predikant. Tijdens gevechten sloeg een raket in in haar huis. ‘Nog nooit was ik zo bang als toen. Mijn familie en die van mijn oom, die net op bezoek was, vluchtten naar de kelder. Vijf dagen heb ik mijn neefjes en nichtjes zitten voorlezen, om ze maar af te leiden en bezig te houden. Er was geen water of stroom, en uiteindelijk werd ons huis in brand geschoten. Pas toen hielden de gevechten op’.
Het gevaar weerhoudt haar niet om terug te gaan”.

Natuurlijk kunnen we nu een heel verhaal gaan houden over de vrouw in het ambt en de bezwaren daartegen.
Vandaag doe ik dat niet.
Trouwens, dominee Sabbagh zegt zelf: “Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden”. Voelt u hoe hoog de nood is?

Het gaat mij vooral om die zinnen: “Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood..”.
Wat een bewonderenswaardige geloofsuitspraak is dat!
Dat zegt Mathild Sabbagh te midden van puin, nood en rampspoed. Te midden van oorlog en kapotgeschoten levens. Te midden van een maatschappij die bijkans geruïneerd is.
Mathild zegt ook:
“Strijd de goede strijd, loop de wedloop en volhard in het geloof. Mijn broer Jaqub, dominee in Homs, zit op dezelfde lijn. Leef je leven door Jezus te volgen en in zijn voetspoor Gods koninkrijk te zoeken, een andere reden is er niet. Om die reden blijf ik werken in de kerk. Het leven is daar een zegen, ik kan er niet buiten”[1].

De geloofsmoed van de Syrische dominee is, wat mij betreft, voorbeeldig.
Die brengt mij vandaag bij Openbaring 21: “Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”[2].

Hoe overwinnen we?
Niet door eigen kracht. Onze eigen energie is ontoereikend.
In Openbaring 12 staat beschreven hoe die overwinning tot stand komt: “Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn ​Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”[3].

In Openbaring 12 wordt de satan – de tegenstander van God – uit de troonzaal van God gegooid.

Die overwinning is bewerkstelligd door het bloed van het Lam. De Heiland, onze Here Jezus Christus, is voor onze zonden gestorven.
Ons leven begint daardoor, om zo te zeggen, helemaal opnieuw. Wij gaan er als nieuw uitzien. Zoals in Openbaring 7 staat: “…en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam”[4].
Rood wordt wit.
Kleding die hemels zit!

Die overwinning is ook bewerkstelligd door “het woord van hun getuigenis”.
Dat is Gods Woord.
Het Evangelie.
Paulus schrijft over dat gevecht aan de christenen in Efeze, in Efeziërs 6: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de ​helm​ van de zaligheid en het ​zwaard​ van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle ​gebed​ en smeking ​bidt​ in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle ​heiligen”[5].
In Openbaring 12 hebben Gods kinderen die strijd geleverd. En ze hebben gewonnen!
Indertijd hebben zij hun leven op aarde gelovig voortgezet.
Zij lieten het aan de mensen zien: ons geloof is ongebroken; wij gaan achter Jezus Christus aan, wat er ook gebeurt!
Dat hebben Gods kinderen volgehouden, totaan hun dood.

Wij zitten hier op aarde middenin die strijd.
Laten we volhouden!

Terug naar Openbaring 21.
Daar staat: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Wat betekent dat?

Paulus legt dat uit aan de christenen in Rome, in Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[6].
Verheerlijking: daar zit alles in.
Volmaakter kan niet!
Gelukkiger en vrediger kan niet!

In Openbaring 21 staat te lezen: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Dat ‘beërven’ is geen zweverig woord. Het is geen inleiding op een door de notaris opgesteld rijtje van te verwachten eigendommen.
Nee, dat woord heeft verwijst nadrukkelijk naar het dagelijks leven zoals kinderen van God dat steeds weer vormgeven.

Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 6. Paulus schrijft daar onder meer: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[7].

Aan de christenen in Galatië schrijft Paulus: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk ​overspel, ​hoererij, ​onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, ​moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[8].

Dat woord ‘beërven’ heeft in de Bijbel een bijzondere lading. Dat woord heeft de kleur van: tegengesteld aan de wereld. Iedere dag weer moeten we kunnen constateren: ons leven ziet er heel anders uit dan dat van mensen die God negeren.

Wij mogen het ook in Nederland laten zien: de kerk is, om zo te zeggen, met God getrouwd. Hij is onze Bruidegom!
Hij is alles voor ons!
Hij wordt alles in allen!

Met dit artikel zeg ik niet: de kwestie van de vrouw in het ambt is niet zo belangrijk. En ik ga de vrouw in het ambt al helemaal niet promoten.

Met dit artikel zeg ik wel: de situatie op deze aarde stimuleert ons om volhardend te blijven geloven.
In Syrië. Maar ook in Nederland.
Overal ter wereld mogen en moeten mannen, vrouwen en kinderen het blijven zeggen: de God van hemel en aarde is mijn Steun en Toeverlaat!

Noten:
[1] “De goede strijd strijden in Syrië”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 28 augustus 2018, p. 9.
[2] Openbaring 21:7.
[3] Openbaring 12:10 en 11.
[4] Openbaring 7:14 b.
[5] Efeziërs 6:16, 17 en 18.
[6] Romeinen 8:17.
[7] 1 Corinthiërs 6:9 en 10.
[8] Galaten 5:19-22.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.