gereformeerd leven in nederland

14 september 2018

Doodsbedreigingen

Toegegeven, de titel boven dit artikel ziet er niet erg aantrekkelijk uit.
Een doodsbedreiging – daar word je niet blij van.
Ons hart trilt niet van vreugde. Integendeel. Misschien beeft het wel van vrees.
Want zegt u nu zelf: doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag.

Geachte lezers, ik beloof u dat dit artikel troostrijk eindigt.
Want de dreiging van de dood hoeft ons op deze aarde niet te verpletteren. Zeker niet!

Ik zet twee recente nieuwsberichten onder elkaar.
1.
“Op het Centraal Station in Den Haag is een man van 26 opgepakt. Hij had op Facebook een filmpje gezet waarin hij Geert Wilders met de dood bedreigt vanwege de cartoonwedstrijd die de PVV over de profeet Mohammed wil houden. De video is gemaakt op Den Haag Centraal en de man spreekt Urdu, de nationale taal van Pakistan”[1].
2.
“Burgemeester Frank van der Meijden van de Brabantse gemeente Laarbeek is eind vorig jaar met de dood bedreigd. Dat meldt het Eindhovens Dagblad. Vrijdag staat een 18-jarige Syriër in de zaak voor de rechter in Den Bosch. Hij moet zich verantwoorden voor ‘verbale bedreiging met enig misdrijf tegen het leven’.
De gemeente Laarbeek doet verder geen mededelingen over de doodsbedreiging, omdat het de zaak niet wil beïnvloeden. Wel is duidelijk dat de gemeente het huis van de burgemeester extra heeft laten beveiligen sinds de bedreiging”[2].

Dat brengt ons bij Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].

In de Bijbel hebben Zijn woordvoerders, de profeten, ook met doodsbedreigingen te maken.
Neem bijvoorbeeld Elia, in 1 Koningen 19.

Het verhaal gaat als volgt.
“Achab​ vertelde ​Izebel​ alles wat ​Elia​ had gedaan, en hoe hij allen, te weten al de ​profeten, met het ​zwaard​ had gedood.
Toen stuurde ​Izebel​ een bode naar ​Elia​ om te zeggen: De ​goden​ mogen zó en nog erger met mij doen, als ik morgen om deze tijd uw leven niet zal maken als het leven van één van hen. Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven. Hij kwam in Berseba, dat aan Juda toebehoort, en liet zijn knecht daar achter.Hijzelf liep echter een dagreis de woestijn in, ging onder een bremstruik zitten en bad om te mogen sterven. Hij zei: Het is genoeg. Neem nu mijn leven, HEERE, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Hij ging onder een bremstruik liggen slapen, en zie, een ​engel​ raakte hem aan en zei tegen hem: Sta op, eet. Hij keek op, en zie, aan zijn hoofdeinde lag een koek, op kolen ​gebakken, en een kruik water. Hij at en dronk en ging vervolgens weer liggen. De ​engel​ van de HEERE kwam voor de tweede maal, raakte hem aan en zei: Sta op, eet, want de weg zou te zwaar voor u zijn. Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot aan de berg van God, de ​Horeb”[4].

Elia slaat op de vlucht. Menselijkerwijs gesproken is dat zeker verklaarbaar. Immers, wie gevaar loopt, zoekt een schuilplaats.
Toch had Elia dat niet hoeven doen.
Wij lezen: “Toen hij dat zag, stond hij op en vluchtte voor zijn leven”.
Elia was blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.

Dat is leerzaam, ook in 2018.
Wie de wil van de Here doet, mag rekenen op Zijn bescherming.
In onze tijd worden bestuurders bedreigd. Daarom worden zij beveiligd. En dat is heel goed. Maar daarbij geldt ook: doen zij de wil van de hemelse God? Als dat het geval is, mogen die bestuurders rekenen op beveiliging van bovenaf.

“Elia​ was een mens net zoals wij”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[5].
Wij kunnen dus best begrip voor Elia tonen. Ieder mens heeft zo z’n bange momenten.
Maar een gelovig mens moet zich vervolgens ook realiseren dat de Here permanent in zijn leven aanwezig is.

Doodsbedreigingen komen van de duivel. Van de tegenstander van God dus.
De duivel weet trouwens heel precies aan wie hij zijn bedreigingen moet adresseren.

Dat blijkt wel heel duidelijk in Mattheüs 2.
Daar wordt het kind Jezus bedreigd. In Mattheüs 2 staat het zo: “Nadat zij vertrokken waren, zie, een ​engel​ van de Heere verschijnt ​Jozef​ in een ​droom​ en zegt: Sta op, en neem het ​Kind​ en Zijn moeder met u mee, en vlucht naar Egypte, en blijf daar totdat ik het u zal zeggen, want Herodes zal het ​Kind​ zoeken om Het om te brengen. Hij stond dan op, nam het ​Kind​ en Zijn moeder in de nacht met zich mee en vertrok naar Egypte. En hij bleef daar tot de dood van Herodes…”[6].

In Openbaring 12 komen we ook een doodsbedreiging tegen.
Leest u maar even mee.
“En er verscheen een ander teken in de hemel. En zie: een grote vuurrode ​draak​ met zeven koppen en tien hoorns. En op zijn koppen zeven diademen. En zijn staart veegde het derde deel van de sterren van de hemel en wierp die op de aarde. En de ​draak​ stond voor de vrouw, die op het punt stond te baren, om haar ​Kind​ te verslinden, zodra zij Het gebaard zou hebben. En zij baarde een Zoon, een mannelijk Kind, dat alle heidenvolken zal hoeden met een ijzeren staf. En haar ​Kind​ werd weggerukt naar God en naar Zijn troon. En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats had, die door God voor haar gereedgemaakt was, opdat men haar daar zou voeden twaalfhonderdzestig dagen”[7].
Dat betekent in ieder geval dit:
* God grijpt reddend in
* alle aanslagen die de duivel op de Heiland plegen wil, zijn tot mislukken gedoemd
* Gods Zoon staat onder speciale bescherming van Zijn Vader.
* Jezus Christus, onze Heiland, heeft alle macht; zowel in de hemel als op de aarde.

Daarom zijn Gods kinderen op aarde zo goed beschermd.
Daarom hoeven Gods kinderen op aarde niet bang te zijn.

Doodsbedreigingen zijn aan de orde van de dag. Zo begon dit artikel. En ieder die in de wereld rondkijkt kan dat beamen.
Maar doodsbedreigingen zijn er altijd geweest.
Doodsbedreigingen zullen er altijd wezen.

“U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”, leert Jezus ons in Mattheüs 22. En Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus neemt dat onderwijs over[8]. In onze wereld zijn we daar nog ver, heel ver vandaan.

Die doodsbedreigingen zijn, ten principale, allemaal boodschappen van de duivel.
Impliciet vraagt hij aan alle wereldburgers: ziet u wel hoeveel macht ik heb?

Gods kinderen mogen zeggen:
* ja, die macht zien wij wel; maar we weten dat onze God veel meer macht heeft
En:
* Hij heeft alle macht in heel de kosmos; ja, overal en nergens.
* en aan het kruis is gebleken: onze Heiland kan de satan aan!

Elia was in 1 Koningen 19 blind geworden voor de kracht en de macht van de Here.
Welaan, laten wij onze ogen maar open houden.
De wereldhistorie is verder gegaan.
Onze Heiland is gekomen. Hij heeft de dood overwonnen.

Daarom kunnen wij zondermeer instemmen met Psalm 27:
“Al zou mij ook een legermacht omringen,
ik vrees niet, maar verlaat mij op de HEER.
Al willen zij mij door de strijd bedwingen,
ik steun op God en leg mij rustig neer.
Sterk blijft mijn hart in nood en krijgsgevaar,
want God is met mij, Hij verlaat mij niet.
Hij is het die het krijgsperk overziet.
Zijn sterke arm helpt altijd wonderbaar”[9].

Noten:
[1] Zie https://nos.nl/artikel/2247921-man-aangehouden-die-in-video-wilders-met-dood-bedreigt.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2248004-burgemeester-van-brabantse-laarbeek-met-dood-bedreigd.html ; geraadpleegd op woensdag 29 augustus 2018.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] 1 Koningen 19:1-8.
[5] Jacobus 5:17 a.
[6] Mattheüs 2:13, 14 en 15 a.
[7] Openbaring 12:3-6.
[8] Mattheüs 22:39 b; Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 4.
[9] Psalm 27:2 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986).

13 september 2018

Volhardend geloven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

“Nergens op aarde is het veilig. Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood, dat is wat mij drijft. We laten de kerk niet wegvagen’”.
Dat zegt een vrouwelijke dominee.
Mathild Sabbagh is predikant in al-Hassakeh, een christelijk bolwerk in Noord-Syrië. Zij was in Nederland in het kader van het 70-jarig bestaan van de Wereldraad van Kerken.
In het Nederlands Dagblad stond niet zo lang geleden een verhaal over haar werk en roeping.

Ik citeer: “De stad lag in de vuurlinie, veel christenen sloegen op de vlucht. De predikant van de protestantse kerk, aangesloten bij de National Evangelical Presbyterian Church, nam de wijk naar Zweden. Van zijn tweehonderd gemeenteleden zijn er nog circa veertig achter­gebleven.
Mathild studeerde op dat moment in Beiroet, aan de Near East School of Theology. In 2016 rondde ze die studie af. ‘Ik zag de nood in mijn geboortestad en wist dat God mij daar riep. Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden. Het leven moet er terugkomen’.
Hoe gevaarlijk die beslissing was, bleek op haar eerste werkdag als predikant. Tijdens gevechten sloeg een raket in in haar huis. ‘Nog nooit was ik zo bang als toen. Mijn familie en die van mijn oom, die net op bezoek was, vluchtten naar de kelder. Vijf dagen heb ik mijn neefjes en nichtjes zitten voorlezen, om ze maar af te leiden en bezig te houden. Er was geen water of stroom, en uiteindelijk werd ons huis in brand geschoten. Pas toen hielden de gevechten op’.
Het gevaar weerhoudt haar niet om terug te gaan”.

Natuurlijk kunnen we nu een heel verhaal gaan houden over de vrouw in het ambt en de bezwaren daartegen.
Vandaag doe ik dat niet.
Trouwens, dominee Sabbagh zegt zelf: “Er waren geen mannen meer om de kerk te leiden”. Voelt u hoe hoog de nood is?

Het gaat mij vooral om die zinnen: “Echte vrede vind je alleen bij Christus. Het leven overwint de dood..”.
Wat een bewonderenswaardige geloofsuitspraak is dat!
Dat zegt Mathild Sabbagh te midden van puin, nood en rampspoed. Te midden van oorlog en kapotgeschoten levens. Te midden van een maatschappij die bijkans geruïneerd is.
Mathild zegt ook:
“Strijd de goede strijd, loop de wedloop en volhard in het geloof. Mijn broer Jaqub, dominee in Homs, zit op dezelfde lijn. Leef je leven door Jezus te volgen en in zijn voetspoor Gods koninkrijk te zoeken, een andere reden is er niet. Om die reden blijf ik werken in de kerk. Het leven is daar een zegen, ik kan er niet buiten”[1].

De geloofsmoed van de Syrische dominee is, wat mij betreft, voorbeeldig.
Die brengt mij vandaag bij Openbaring 21: “Wie overwint, zal alles beërven, en Ik zal voor hem een God zijn en hij zal voor Mij een zoon zijn”[2].

Hoe overwinnen we?
Niet door eigen kracht. Onze eigen energie is ontoereikend.
In Openbaring 12 staat beschreven hoe die overwinning tot stand komt: “Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn ​Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood”[3].

In Openbaring 12 wordt de satan – de tegenstander van God – uit de troonzaal van God gegooid.

Die overwinning is bewerkstelligd door het bloed van het Lam. De Heiland, onze Here Jezus Christus, is voor onze zonden gestorven.
Ons leven begint daardoor, om zo te zeggen, helemaal opnieuw. Wij gaan er als nieuw uitzien. Zoals in Openbaring 7 staat: “…en zij hebben hun gewaden gewassen en ze hebben hun gewaden wit gemaakt in het bloed van het Lam”[4].
Rood wordt wit.
Kleding die hemels zit!

Die overwinning is ook bewerkstelligd door “het woord van hun getuigenis”.
Dat is Gods Woord.
Het Evangelie.
Paulus schrijft over dat gevecht aan de christenen in Efeze, in Efeziërs 6: “Neem bovenal het ​schild​ van het geloof op, waarmee u alle vurige ​pijlen​ van de boze zult kunnen uitblussen. En neem de ​helm​ van de zaligheid en het ​zwaard​ van de Geest, dat is Gods Woord, terwijl u bij elke gelegenheid met alle ​gebed​ en smeking ​bidt​ in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle ​heiligen”[5].
In Openbaring 12 hebben Gods kinderen die strijd geleverd. En ze hebben gewonnen!
Indertijd hebben zij hun leven op aarde gelovig voortgezet.
Zij lieten het aan de mensen zien: ons geloof is ongebroken; wij gaan achter Jezus Christus aan, wat er ook gebeurt!
Dat hebben Gods kinderen volgehouden, totaan hun dood.

Wij zitten hier op aarde middenin die strijd.
Laten we volhouden!

Terug naar Openbaring 21.
Daar staat: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Wat betekent dat?

Paulus legt dat uit aan de christenen in Rome, in Romeinen 8: “En als wij ​kinderen​ zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van ​Christus; wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden”[6].
Verheerlijking: daar zit alles in.
Volmaakter kan niet!
Gelukkiger en vrediger kan niet!

In Openbaring 21 staat te lezen: “Wie overwint, zal alles beërven”.
Dat ‘beërven’ is geen zweverig woord. Het is geen inleiding op een door de notaris opgesteld rijtje van te verwachten eigendommen.
Nee, dat woord heeft verwijst nadrukkelijk naar het dagelijks leven zoals kinderen van God dat steeds weer vormgeven.

Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Corinthiërs 6. Paulus schrijft daar onder meer: “Of weet u niet dat onrechtvaardigen het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven? Dwaal niet! Ontuchtplegers, afgodendienaars, overspelers, schandknapen, mannen die met mannen slapen, ​dieven, hebzuchtigen, dronkaards, lasteraars en rovers zullen het ​Koninkrijk van God​ niet beërven”[7].

Aan de christenen in Galatië schrijft Paulus: “Het is bekend wat de werken van het vlees zijn, namelijk ​overspel, ​hoererij, ​onreinheid, losbandigheid, afgoderij, toverij, vijandschappen, ruzie, afgunst, woede-uitbarstingen, egoïsme, onenigheid, afwijkingen in de leer, jaloersheid, ​moord, dronkenschap, zwelgpartijen, en dergelijke; waarvan ik u voorzeg, zoals ik ook al eerder gezegd heb, dat wie zulke dingen doen, het ​Koninkrijk van God​ niet zullen beërven. De vrucht van de Geest is echter: ​liefde, blijdschap, ​vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, zelfbeheersing”[8].

Dat woord ‘beërven’ heeft in de Bijbel een bijzondere lading. Dat woord heeft de kleur van: tegengesteld aan de wereld. Iedere dag weer moeten we kunnen constateren: ons leven ziet er heel anders uit dan dat van mensen die God negeren.

Wij mogen het ook in Nederland laten zien: de kerk is, om zo te zeggen, met God getrouwd. Hij is onze Bruidegom!
Hij is alles voor ons!
Hij wordt alles in allen!

Met dit artikel zeg ik niet: de kwestie van de vrouw in het ambt is niet zo belangrijk. En ik ga de vrouw in het ambt al helemaal niet promoten.

Met dit artikel zeg ik wel: de situatie op deze aarde stimuleert ons om volhardend te blijven geloven.
In Syrië. Maar ook in Nederland.
Overal ter wereld mogen en moeten mannen, vrouwen en kinderen het blijven zeggen: de God van hemel en aarde is mijn Steun en Toeverlaat!

Noten:
[1] “De goede strijd strijden in Syrië”. In: Nederlands Dagblad, dinsdag 28 augustus 2018, p. 9.
[2] Openbaring 21:7.
[3] Openbaring 12:10 en 11.
[4] Openbaring 7:14 b.
[5] Efeziërs 6:16, 17 en 18.
[6] Romeinen 8:17.
[7] 1 Corinthiërs 6:9 en 10.
[8] Galaten 5:19-22.

21 augustus 2018

Leven voor Gods aangezicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Hoe staat het er, moreel bezien, met Nederland voor?
U weet het ongetwijfeld – op heel veel punten kan dat wel beter.

De Nederlandse schrijver Arnon Grunberg bracht de zaak niet zo lang geleden terug tot de kern: “Het is veilig in Nederland. Maar er zitten wel nog allerlei primitieve driften heel diep in ons. In het ideaal van naastenliefde schieten we geregeld tekort. We zien de ander vaak als een bedreiging of middel. En ik geloof dat die duistere kant altijd een deel van de mens blijft. Die moeten we niet ontkennen”.
En:
“…uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven. (…) Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt. We moeten leren leven met deze wereld en proberen betrekkelijk fatsoenlijk te zijn. Alleen wanneer je weet dat er destructieve krachten in je zitten, kun je proberen jezelf te beheersen. Als je ervan overtuigd bent dat je geen vlieg kwaad kunt doen, ligt het kwaad op de loer”.

Aldus sprak de befaamde schrijver in het Nederlands Dagblad[1].
Hij deed zijn uitspraken naar aanleiding van zijn essay ‘De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies’[2].

Grunberg komt – dat begrijpt u wellicht – in de buurt van Zondag 2 van de Heidelbergse Catechismus. U weet wel: “…… naar mijn aard ben ik erop uit om God en mijn naaste te haten”[3].
Dat is opvallend. Bij mijn weten zwoer Grunberg in zijn puberteit elke vorm van religie af.

Bij de gedachten van Grunberg leg ik Openbaring 2 open: “Bedenk dan van welke hoogte u bent gevallen en bekeer u en doe de eerste werken. Maar zo niet, dan kom Ik spoedig bij u en zal uw kandelaar van zijn plaats wegnemen, als u zich niet bekeert”.

Die woorden maken deel uit van een kort briefje aan christenen in Efeze[4].
In de kerk aldaar zitten gevallen mensen.

Dat is voor ons trouwens niets nieuws.
Zegt u nu zelf: ook wij kunnen zomaar worden overvallen door een sterke begeerte. Zo’n hunkering waarvoor alles en iedereen moet wijken. Soms gaat het, als wij aan zo’n sterke neiging toegeven, van kwaad tot erger. Dat kan zomaar gebeuren. Bij ons allemaal.
In Efeze waren gevallen mensen.
In 2018 leiden mensen een gevallen, worstelend leven.
Ziet u dat de mens, in de grond van de zaak, onveranderlijk slecht is?

Laten we naar de christenen te Efeze kijken.
Zij hebben hun intense liefde voor Jezus niet verloren, maar verlaten. Er staat: “Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste ​liefde​ hebt verlaten”[5].
Er is, met andere woorden, afstand gekomen tussen Christus en Zijn kerk.
Er is nog wel liefde – dat is het probleem niet.
Maar de eerste liefde is weg. De brandende liefde is verdwenen; het is geen uitslaande brand meer. Het is een smeulend brandje; van werkelijk hete liefde is geen sprake.

Er moet, kortom, bekering komen. De mensen moeten weer met het gezicht naar God toe gaan staan.
Als die bekering er niet komt, zal de kandelaar worden weggenomen. Dat betekent: de gemeente zal ophouden te bestaan.
Hoe zal die opheffing worden bewerkstelligd? Door vervolging en verdrukking? Dat weten we niet precies. Maar éen ding is zeker: als die bekering uitblijft, wordt de kerk in Efeze uiteindelijk opgeheven.

Wat is het belangrijk om in het leven op God gericht te zijn. Om het met een oude term te zeggen: wij staan voor Gods aangezicht.
Ook in 2018 is dat het belangrijkste dat er is: voor Gods aangezicht staan. De God van hemel en aarde moet ons, om zo te zeggen, in de ogen kunnen kijken!

Naar aanleiding van Openbaring 2 schreef ik al eens: “…als een kerk vaag wordt en de twijfel groot, dan moeten we ons ernstig afvragen of in die betreffende kerk Gods Geest nog wel volop werkt”[6].
De kerk moet een duidelijke boodschap afgeven.
Welke boodschap is dat dan? Antwoord: pook het vuur van de eerste liefde maar weer eens flink op. Dan besef je weer waarom de kerk bestaat: tot Gods eer!
Wie in geloof volhoudt, heeft ook uitzicht op de hemelse vreugde die Jezus Christus – het Hoofd van de kerk – uiteindelijk geven wil. In Openbaring 2 wordt over die vreugde geschreven: “Wie overwint, hem zal Ik te eten geven van de Boom des levens, die midden in het ​paradijs​ van God staat”[7].

Arnon Grunberg zei: “Ik heb ook moeite met religie als het mensen vooral een paradijs voorhoudt”.

Doet de kerk iets fout?
Toch niet.
Want Gods Woord spreekt over het paradijs van God. Niet over een lusthof die mensen wensen te creëren. Trouwens, vergeleken met het paradijs van God is elk menselijk eldorado niet meer dan leuk bedoeld gepruts.

In Openbaring 22 heeft Johannes dat paradijs als volgt beschreven.
“En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam. In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken. En geen enkele ​vervloeking​ zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen, en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn. En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen ​lamp​ en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid”[8].

Laten we nog een korte blik werpen op onze tijd.
Inderdaad – ook kerkmensen zijn behept met die driften waar Grunberg over spreekt.
Natuurlijk moeten wij proberen om fatsoenlijk te leven.
Het is ontegenzeglijk waar: in zekere zin blijft het in deze wereld frunniken en fröbelen.
Maar de kerk heeft meer te melden dan een duister Evangelie dat mensen deprimeert.
De kerk vuurt mensen aan om blijmoedig en dienstbaar op weg te gaan naar het vaderland in de hemel.
Leef voor Gods aangezicht!
Laat de moed niet zakken!
De toekomst komt snel naderbij!

Noten:
[1] “Uiteindelijk leidt de mens een gevallen, worstelend leven”. In: Gulliver, bijlage bij het Nederlands Dagblad, vrijdag 16 maart 2018, p. 6 en 7.
[2] De gegevens van dit essay zijn: Arnon Grunberg, “De eerste boze burger. Over de jacht op het paradijs en andere illusies”. – Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2017. – 48 p.
[3] Heidelbergse Catechismus – Zondag 2, antwoord 5.
[4] Openbaring 2:5.
[5] Openbaring 2:4.
[6] Geciteerd uit mijn artikel ‘Een lopend wonder’, hier gepubliceerd op donderdag 20 augustus 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/08/20/een-lopend-wonder/ .
[7] Openbaring 2:7 b.
[8] Openbaring 22:1-5.

27 april 2018

Koningsdag in Openbaring 15

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; ​rechtvaardig​ en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de ​heiligen”.

Dat zijn de woorden van een lied. Ze staan in het laatste boek van de Bijbel, de Openbaring van Johannes. In hoofdstuk 15, om precies te zijn[1].

Het is een loflied op God.
Voor zo’n loflied is trouwens altijd alle reden. God doet in alle tijden geweldige dingen. Dingen waarvan u en ik ons afvragen: hoe kan dat toch? Hoe weet Hij toch zo precies wat er nodig is, wanneer en voor wie? Zijn macht is verbijsterend groot, en Zijn genade ook!

Wat gebeurt er in de Openbaring van Johannes?
Dat boek geeft een indruk van de gebeurtenissen die plaatsvinden als het einde van de huidige wereld in zicht is.
De hemelse God geeft steeds vanuit een andere hoek zicht op de zaken. En het is duidelijk: makkelijk wordt het allemaal niet.
En je vraagt je af: kun je dit wel overleven? Als de toorn en de straf van God losbarsten… – nou, bérg je dan maar! Hoe moet dat toch?

Voor iedereen die zich dat afvraagt is er Openbaring 15.

Johannes ziet een teken. Niet maar een klein, vrijwel onzichtbaar seintje. Nee, het is groots en wonderlijk. Engelen die ‘zeven plagen’ hebben. De toorn van God bereikt een hoogtepunt!
Er is een grote zee te zien. Die zee bestaat niet uit water. Het lijkt wel glas met vuurvlammen!
De mensen die door God gered zijn staan bij die glazen zee. Dat zijn de mensen die, om het maar zo te zeggen, op naam staan van God. Hij heeft hen gekocht.
Er is ook een grote muziekgroep. Een groep van citerspelers. Die zorgen voor de begeleiding van alle mensen die bij die ‘glazen zee’. Zij zingen dus uit volle borst dat lied: “Groot en wonderbaarlijk zijn Uw werken, Heere, almachtige God; ​rechtvaardig​ en waarachtig zijn Uw wegen, Koning van de ​heiligen”.
Een prachtig koor is het!

Dat lied heeft twee titels:
* lied van Mozes, de dienstknecht van God
* het lied van het Lam.

Waarom heeft dat lied twee titels? Zou één niet genoeg geweest zijn?
Een uitlegger schrijft: “Het lied dat Johannes deze overwinnaars hoort zingen typeert hij met een dubbele uitdrukking (…). Het eerste deel van deze liednaam wil aangeven dat het lied van Mozes, gezongen na de uittocht uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee (Exodus 15) het voorbeeld is voor dit loflied. (…) Het tweede deel van deze liednaam wil aangeven dat deze overwinnaars op het beest te danken hebben aan het reddende werk van het Lam”[2].

Als wij dit alles tot ons door laten dringen zouden wij kunnen denken: hierboven staat een mooi verhaal, maar begint Openbaring 15 niet met de mededeling dat dit een teken is? En bovendien: dit gaat over de toekomst. Wat hebben wij er nu aan?

Graag wijs ik er nogmaals op dat Openbaring 15 een intermezzo is. Een tussenstuk, zogezegd.
Voordat het laatste oordeel gegeven wordt, blijkt dat door God geredde mensen apart worden gezet. De aandacht van die mensen wordt geconcentreerd op de Koning van de heiligen. Op de Almachtige, dus.

Voor dat woord Almachtige staat in het Grieks Pantokrator. Dat betekent: “hij die alle kracht of macht heeft, de allesbeheerser of almachtige”[3].
Dat woord Pantokrator krijgt vandaag, op Koningsdag 2018, een bijzondere kleur.

De Almachtige God van Openbaring 15 is oneindig veel krachtiger en machtiger dan de Nederlandse koning Willem Alexander. De Pantokrator is de Schepper en de Onderhouder van heel de schepping. Dat gaat dus heel wat verder dan de vierkante kilometers van Nederland.

Over dat woord Pantokrator is nog wel wat meer te melden.
In het Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk stond er een paar jaar geleden het volgende over.
“Veel Oosters-orthodoxe kerken en kerkjes hebben een koepel waarin op de binnenkant een afbeelding is aangebracht van ‘Christus Pantokrator’. Vanaf dat hoge punt in de kerk blikt Christus als ‘Al-regeerder’ neer op de kerkelijke rituelen en kerkgangers. Dat is een van de manieren waarop binnen die traditie Christus’ Koningschap over Zijn Kerk tot uitdrukking wordt gebracht.
Zo’n afbeelding van Christus als ‘Regeerder over alles’ had oorspronkelijk echter ook nog een andere lading. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de oudste afbeeldingen van de ‘Pantokrator’. Die zijn te vinden op munten van het Oost-Romeinse of Byzantijnse Rijk uit de zesde eeuw, geslagen tijdens de regering van keizer Justinianus (527-565). Door daar niet zijn eigen portret op af te beelden – zoals veel heidense keizers hadden gedaan en hijzelf overigens ook wel deed – , maar ‘Christus Pantokrator’, erkende de keizer dat hij uiteindelijk slechts dienaar van Christus was en heerste bij de gratie Gods, hoe machtig hij ook mocht zijn.
Dat lijkt op de aanhef van onze wetten. Die beginnen met ‘Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods …’. Maar is dat echt een erkenning van Gods soevereiniteit? De inhoud van sommige wetten doen eerder het tegenovergestelde vermoeden”[4].

Openbaring 15 houdt ons bij de les.
De God van hemel en aarde is de Pantokrator: de meest genadige Heerser aller tijden.
Als we ’t zo bekijken is het in Openbaring 15 óók Koningsdag.

Noten:
[1] Johannes 15:3.
[2] Citaat uit: dr. H.R. van de Kamp, “Openbaring – Profetie vanaf Patmos”. – Kampen: Kok, © 2000. – p. 354.
[3] Geciteerd uit online versie van de Studiebijbel, bij Openbaring 15:3.
[4] Geciteerd uit: dr. R. Bisschop, “Theocratie”. In: Kerkblad van de Hersteld Hervormde Kerk, donderdag 29 mei 2014, p. 8.

20 april 2018

De duivelse macht wordt gebroken

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

We spreken niet graag over de duivel. Want Gods tegenstander woont in een duistere wereld. Dat is een omgeving waar wij onder geen beding deel van willen zijn.
En ja, het is volkomen duidelijk dat wij ons voor duivelse machten moeten hoeden.
Maar daarbij mogen wij nooit vergeten dat de God van hemel en aarde veel machtiger is dan alle satanische krachten bij elkaar!

Daarom vraag ik vandaag graag aandacht voor woorden uit Openbaring 20. Ik bedoel deze woorden: “En de ​duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse ​profeet​ reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid”[1].

Waar gaat het in Openbaring 20 over?
De duivel ontplooit zijn macht. Hij verzamelt zijn legers om op te trekken tegen het koninkrijk van God.
Maar wat gebeurt er met de duivel? Hij wordt in een poel van vuur en zwavel gegooid.
Dat is nou wat je noemt een roemloos einde!
De macht van de duivel blijkt in Openbaring 20 niets meer voor te stellen. Uiteindelijk loopt het voor de duivel en zijn criminele medewerkers op niets uit.

Over de geesten van de demonen lezen wij in Openbaring 16. Als volgt: “En ik zag uit de bek van de ​draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse ​profeet​ drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de hele wereld, om hen te verzamelen voor de ​oorlog​ van de grote dag van de almachtige God”[2].
Die demonen geven in Openbaring 16 dus het teken dat er gevochten moet worden.
Het tijdstip van de beslissende eindstrijd is aangebroken.

Dat blijkt echter een verloren strijd.
Leest u maar mee in Openbaring 19: “En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeenverzameld om ​oorlog​ te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn ​leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse ​profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het ​zwaard​ van Hem Die op het paard zat, namelijk het ​zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees”[3].

De God van hemel en aarde is, om het zo maar te zeggen, briljant en kolossaal.
Hij walst over de duivel heen. Van die duivel, en van zijn prestigieuze strijdmachten blijft vervolgens helemaal niets over.

En ja, dat gaat heel ver: de vogels eten de restjes op…

Dat is dan het roemloze einde van Gods tegenstander.
Vanaf het begin van de schepping misleidt de duivel zoveel mogelijk mensen.
In Openbaring 12 wordt hij op de aarde geworpen[4]. Daar zaait hij dood en verderf.
In Openbaring 20 wordt de duivel echter gearresteerd en geboeid. De satan wordt letterlijk aan de ketting gelegd.
Uiteindelijk komt hij dus in de hel terecht[5].

Die gang van zaken is al sinds lange tijd gepland.
In Mattheüs 25 spreekt Jezus over “het eeuwige vuur, dat voor de ​duivel​ en zijn ​engelen​ bestemd is”[6].

Het is, als u het mij vraagt, van belang om het bovenstaande goed tot ons door te laten dringen.
Er zijn, ook in Nederland, heel wat mensen die heel rechtstreeks met de macht van de duivel te maken hebben. Zulke mensen hebben een trauma te dragen. Zij dragen schade uit heden en verleden mee. En je hóórt die mensen vragen: komt er nooit een einde aan deze ellende?
Laten wij ons niet vergissen.
Van buitenaf lijkt het met zulke mensen heel goed te gaan. Maar van binnen voeren zij een hevige strijd.
Voor al die mensen, en voor allen die het lezen willen, noteer ik hier: aan de macht van de duivel komt een definitief einde.
Laten wij dus maar uit de buurt van de duivel blijven. Laten wij ons maar maar de God van hemel en aarde toe keren. Laten wij Hem maar vereren, in al ons werk.
Uiteindelijk zal Hij ons dan een glorieuze plaats in de hemel geven. Een plaats die niemand kapot kan maken!
Is dat niet een rustgevende wetenschap?

Noten:
[1] Openbaring 20:10.
[2] Openbaring 16:13 en 14.
[3] Openbaring 19:19 en 20.
[4] Openbaring 12:9: “En de grote ​draak​ werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die ​duivel​ en ​satan​ genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn ​engelen​ werden met hem neergeworpen”.
[5] Zie hierover onder meer http://www.oudesporen.nl/Download/OS1736.pdf , pagina’s 279 en 280. Geraadpleegd op donderdag 12 april 2018.
[6] Mattheüs 25:41.

12 april 2018

De hemeldeur geopend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

‘Ik denk dat er wel iets is’.
Velen van u hebben dat vast wel eens horen zeggen. Niet-christelijke medemensen merken met zekere regelmaat iets dergelijks op als zij over hun toekomst praten.

Trouwens, ook jongeren houden zich niet zelden bezig met de vraag: is er na ons aards bestaan nog iets te beleven, of is daar slechts een groot zwart gat?
Dat blijkt wel uit een column die ik eens in het Nederlands Dagblad las. De column gaat over een stel kinderen uit groep acht die, op de bank gezeten, tijdens een kinderfeestje filosoferen over de toekomst. Ik citeer:
“Moeiteloos ging de bank over op wat er gebeurt als je sterft. Best wel eng, bekende er een. ‘Ik denk dat er wel iets is’, zei de denker in hun midden. ‘De kans dat er helemaal niets na dit leven is, lijkt me best wel klein’. Zo schatte hij de kans dat er geesten bestaan ‘hoog’ in, en ook ‘aliens’ achtte hij bepaald niet uitgesloten, gezien de grootte van het heelal.
Ik zag de twee christelijke jongens naar elkaar kijken. ‘Volgens de Bijbel’, begon er een, ‘gaan mensen naar de hemel’. Hmm, hier kreeg het gesprek een wending. Los van het antwoord viel me op dat ze een beroep op een autoriteit buiten zichzelf deden: je kunt wel van alles denken en vinden, maar waar hang je die gedachten aan op?
Het gesprek vorderde en vloog alle kanten op”[1].
Einde citaat.

Hoe zullen later, in de hemel, de omstandigheden zijn?
Al te veel kunnen wij daar niet over zeggen.
Maar de God van hemel en aarde doet soms de hemeldeur open. Dan kunnen we even een blik naar binnen werpen.

Dat gebeurt bijvoorbeeld in Openbaring 4. De inzet van dat hoofdstuk luidt: “Hierna zag ik, en zie, er was een deur geopend in de hemel”[2].

Zojuist zijn de brieven aan de zeven gemeenten gedicteerd, in Openbaring 2 en 3.
In hoofdstuk 4 begint een nieuw gedeelte van de Openbaring van Johannes.

En dan wordt de hemeldeur geopend.
Wat wordt er vervolgens zichtbaar?
* De troon van God
* De dienaren van God
* Het werk van God.

Dominee W. van der Jagt, momenteel emerituspredikant binnen het verband van de Free Reformed Churches of Australia, beëindigde eens een preek over Openbaring 4 als volgt:
“In het hemelse heiligdom klinkt nog steeds het gezang van de engelen, de dienaren rond Gods troon. De apostel Johannes wordt toegestaan om iets van de eeuwige heerlijkheid van God in Zijn hemelse hof te laten zien. Ere zij God in de hoge!
Het is alsof de apostel zegt: als het gezang klinkt in de hemel kunnen Gods kinderen zeker zijn dat alles dat volgt in het visioen van Johannes zeker zal gebeuren. Maar wees niet bevreesd. Houdt goede moed. De overwinning is zeker. De Here heeft de wereld overwonnen.
Het gezang dat weerklinkt in de hemel en wordt gezongen door de engelen rond Gods troon, moet overgebracht worden naar de aarde. Kom, prijst de Here, Zijn macht juicht! Laat al Zijn dienaren Zijn naam prijzen; van nu aan en voor eeuwig aanbidt Hem!”.

In de Openbaring van Johannes worden we van harte uitgenodigd om verder te kijken dan het reilen en zeilen van de kerk op aarde. Er is, met andere woorden, veel meer dan Openbaring 2 en 3.
De hemeldeur staat open. Christus heeft overwonnen!
Dat
is de toonhoogte van Openbaring 4.
Dat is het werkniveau van de kerk.

In Gods Woord horen we wel vaker van die hemeldeur.
Die deur gaat op kritieke momenten open.
Ogenblikken waarin Gods kinderen te maken hebben met grote eenzaamheid.
Tijden waarin door God gekochte mensen zich in groot gevaar bevinden.
Momenten waarin het leven van kerkmensen zich in een diepe crisis bevindt.

Denkt u in dit verband eerst maar aan de geschiedenis van Jakob in Bethel; die is te vinden in Genesis 28. De Here zegt: “En zie, Ik ben met u, Ik zal u beschermen overal waar u heen zult gaan, en Ik zal u terugbrengen in dít land, want Ik zal u niet verlaten, totdat Ik gedaan heb wat Ik tot u gesproken heb!”[3].
En wat is de reactie van Jakob?
“Toen ​Jakob​ uit zijn slaap ontwaakte, zei hij: De HEERE is werkelijk op deze plaats, en ik heb het niet geweten. Daarom was hij bevreesd en zei hij: Hoe ontzagwekkend is deze plaats! Dit is niets anders dan het ​huis​ van God en de ​poort​ van de hemel”[4].

Verder: de dichter van Psalm 78 wijst op de geschiedenis van Israël en zegt:
“Hij gebood de wolken daarboven
en opende de deuren van de hemel:
Hij liet manna op hen regenen om te eten
en gaf hun hemels koren”[5].

Enkele uren waren er slechts waarin de hemelse Here willens en héél bewust de hemeldeur dicht hield.
Dominee J.R. Wiskerke (1923-1968) heeft die uren dat in een preek eens aldus onder woorden gebracht: Jezus Christus “heeft Mijn God geroepen, vanuit de hel. Zonder enig houvast aan wat de Vader Hem die middag liet ervaren. Hij heeft voor een gepantserde en voor een, als van dubbele sloten voorziene, hemeldeur Mijn God geroepen in het geloof, dat de verhoring toch zou volgen. Ziet ge nu, dat onzegbare, sterke geloof van uw Zaligmaker?
Het Vaderhart was voor Hem van koper en steen.
God wendde Zich van Hem af.
En toch greep Hij de Vader vast,
Vader Ik doe Uw heilige wil.
Vader, en toch geloof Ik te zijn in Uw weg, ook al is Mij geen troostrijk teken overgebleven.
In dat borgtochtelijk geloven (…) heeft Christus voor u de weg ontsloten om Abba, Vader, te mogen roepen”[6].

Als na die tijd de hemel open gaat, weet de kerk: de Heiland heeft voor ons geleden; het contact tussen God en de wereld wordt nimmer meer verbroken! Kerkmensen weten: wij worden nooit meer in de steek gelaten!

Stefanus is in Handelingen 7 verrast en blij als hij, terwijl hij in een zeer hachelijke situatie verkeert, plotseling in de hemel kijken kan. Hij zegt: “Maar hij, vol van de ​Heilige​ Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en ​Jezus, staande aan de rechterhand van God. En hij zei: Zie, ik zie de hemelen geopend en de Zoon des mensen, staande aan de rechterhand van God”[7].

Als de hemeldeur open gaat, wordt het voor de kerk duidelijk:
* de Heer is ons tot hulp en sterkte[8]
* Hij is het die hongerigen voedt met brood[9].

Er komt een moment dat de hemeldeur open gaat om de Heiland door te laten. Dan komt Hij de Zijnen halen. Paulus schrijft daarover in 1 Thessalonicenzen 4. Als volgt: “Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.
Zo dan, troost elkaar met deze woorden”[10].

Gelovige kinderen van God mogen het zeggen: als onze taak hier op aarde volbracht is, gaan wij naar de hemel.
Ja, dat weten wij zeker.
Wij geloven met heel ons hart en met al onze krachten dat de hemel werkelijk bestaat. Want gelovigen uit vroegere eeuwen hebben al door de deuropening van de hemel mogen kijken. En die blik zei genoeg!

Noten:
[1] Gerard ter Horst, “Feestje”. Column in: Nederlands Dagblad, maandag 31 juli 2017, p. 12.
[2] Openbaring 4:1.
[3] Genesis 28:15.
[4] Genesis 28:16 en 17.
[5] Psalm 78:23 en 24.
[6] De preek van dominee Wiskerke had als tekst: Mattheüs 27:46. Het betreft een preek voor Goede Vrijdag.
[7] Handelingen 7:55 en 56.
[8] Deze term gaat terug op Psalm 118:5, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] Deze term gaat terug op Psalm 146:5, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[10] 1 Thessalonicenzen 4:15-18.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.