gereformeerd leven in nederland

11 januari 2019

Ontrukt aan de dood

Ze staan in dezelfde krant: een klasgenoot van de middelbare school en een bestuurder die schrijver dezes kent uit een bestuursfunctie in voorbije jaren. De eerste is overleden. De tweede blijkt aan uitgezaaide prostaatkanker te lijden; hij heeft nog slechts enkele jaren te leven[1].

De dood is soms dichtbij.
‘We gaan allemaal een keer’, zegt iemand. En dat is waar. Maar laten we vooral niet hopeloos gaan!

In dat kader is het goed om aandacht te vragen voor woorden uit 1 Thessalonicenzen 4: “Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat ​Jezus​ gestorven en ​opgestaan​ is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in ​Jezus​ ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”[2].

De eerste brief aan de christenen in het – nu Noord-Griekse – Thessalonica wordt door Paulus geschreven. Hij doet dat mede namens Silvanus en Timotheüs.
Silvanus, ook wel Silas geheten, heeft Paulus geassisteerd bij zijn evangelisatiewerk in Corinthe. Ook Timotheüs is een medewerker van Paulus[3].

In deze brief draait alles om de terugkomst van de Here Jezus Christus, onze Heiland.
Men kan de volgende indeling hanteren:
“De komst van de Heer is een inspirerende bemoediging voor pas bekeerde mensen.
De komst van de Heer is bemoedigend voor de trouwe dienstknechten van Christus.
De komst van de Heer heeft een reinigende uitwerking op de gelovigen.
De komst van de Heer is een troost voor hen die hun geliefden hebben verloren in de dood.
De komst van de Heer moet de gelovigen aanzetten waakzaam te zijn en niet te verslappen”[4].

Paulus timmert het er in Thessalonica als het ware in: als u gelooft dat Jezus Christus opgestaan is, zult u ook zelf uit de dood opstaan. Dat gebeurt namelijk met iedereen die in Jezus ontslapen is.
In Jezus sterven – dat betekent: er is een onverbrekelijke relatie met de Redder van het leven.
Die boodschap is niet in Thessalonica blijven steken. Nee, dat Evangelie is de wereld overgegaan. Dat Evangelie is er ook voor ons, wereldburgers van 2019!

Sommige mensen zijn ontroostbaar als zij een geliefde verliezen. En dat is ook heel goed voor te stellen. Want als je niet in God gelooft is de dood het einde. Een oneindig zwart. Het meest ongelukkige niets dat er bestaat. Hooguit denk je dat opa, oma, vader, moeder, oom of tante een sterretje is[5].

Voor de gelovige is het sterven een promotie. Paulus schrijft aan de christenen in Philippi: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst”[6].
De Heidelbergse Catechismus laat ons ook bijna jubelen: “Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[7].
We voelen nu soms een beginnetje van de eeuwige vreugde. En we weten: er komt nog veel meer aan!

Gelovige kinderen van God moeten weten wat er na het aardse leven gebeurt, schrijft Paulus in 1 Thessalonicenzen 4.
U mag bij een sterfbed best verdrietig zijn. Maar houdt in dat verdriet vooral de hoop levend! Dat is geen hoop die onzekerheid inhoudt, zo van: het kan gebeuren, maar wellicht wordt het niks.
De bedoeling wordt duidelijker als wij Hebreeën 6 er bij nemen. Daar gaat het over de hoop als “als een ​anker​ voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel”[8]. De Hebreeënschrijver noteert vervolgens: “Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk ​Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek ​Hogepriester​ geworden is tot in eeuwigheid”[9].
Jezus is de aanvoerder van een heel leger volgelingen.
Sterker – Jezus Christus heeft al die mensen gekocht, en hen tot Zijn kinderen aangenomen.
Die hoop – dat is hoop op de hemel.
Die hoop – dat is de vaste zekerheid dat de tweede etappe van ons leven stralend en majestueus zal wezen!

Onze Heiland komt terug.
En laten wij het nog maar eens tot ons door laten dringen: “Want als wij geloven dat ​Jezus​ gestorven en ​opgestaan​ is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in ​Jezus​ ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”.
Ziet u wat daar staat?
Als de Here Jezus Christus terugkomt, komt Hij beslist niet alleen. Een uitlegger schrijft: “Want evenals Hij is opgestaan, zullen ook allen opstaan die in het geloof in Hem gestorven zijn. Samen met hen komt Hij terug.
Je vindt hier drie belangrijke geloofswaarheden:
1. Jezus stierf en is opgestaan
2. Dat moet je geloven, want anders ben je geen christen (….)
3. Hij komt terug en brengt dan allen mee die door Hem ontslapen zijn”[10].

De dood is, om zo te zeggen, overal om ons heen. Ongelukken, oorlogszucht, criminaliteit – niemand kan om de dood heen. En dan hebben wij nog niet over het sterven vanwege ouderdom gesproken.

‘We gaan allemaal een keer’.
Jazeker.
Maar voor Gereformeerde mensen is dat geen rampscenario.
Laten we het maar met Psalm 30 belijden:
“Mijn God, U hebt mij op mijn klacht
genezen en mijn leed verzacht.
U hebt mij aan de dood ontrukt,
‘k Ga onder smart niet meer gebukt.
U hebt het leven mij gegeven
en mij aan dood en graf ontheven”[11][12].

Noten:
[1] De overledene is Hendrik Jan van Dijken. Henk overlijdt op woensdag 26 december 2018. Zijn sterven wordt in het Nederlands Dagblad gemeld op zaterdag 29 december 2018 en nog eens op zaterdag 5 januari 2019. De tweede persoon is Martin Jan de Jong. Een portret van hem staat in ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 5 januari 2019, p. 4 en 5. Het portret heeft als kop: ‘Voorbij de zonnetjes’.
[2] 1 Thessalonicenzen 4:13 en 14.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Thessalonicenzen_(eerste_brief) , http://christipedia.nl/Artikelen/S/Silvanus en http://christipedia.nl/Artikelen/T/Timotheus ; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[4] Mutatis mutandis is deze indeling geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/T/Thessalonicenzen_(eerste_brief) ; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[5] Zie hierover mijn artikel ‘Sterretjes’, hier gepubliceerd op dinsdag 31 juli 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/07/31/sterretjes/ .
[6] Philippenzen 1:21.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[8] Hebreeën 6:19.
[9] Hebreeën 6:20.
[10] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1307.pdf , p. 81 en 82; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[11] Psalm 30:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 30:2 en aan Psalm 49:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986. Ik citeer Psalm 49:5:
“Maar God zal mij ontrukken aan de dood,
Hij koopt mij los en redt mij uit die nood.
Hij is het die ten leven mij geleidt
en die mij opneemt in zijn heerlijkheid”.

12 juni 2018

Dwaal niet!

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus gaat over heilig leven, “zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].
In verband daarmee verbiedt de Here “alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[2].

Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
Niemand, denk ik.

Waarom is God daar eigenlijk zo streng op?
Omdat dit alles te maken heeft met de koers in ons leven.

Als het gaat over onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan, wordt onder meer verwezen naar 1 Corinthiërs 15. Daar staat: “Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden”[3].

Dwaal niet.
Die vermaning betekent in ieder geval dat we in ons leven een duidelijke richting moeten hebben. Waar gaat het naar toe met ons leven? Voor wie leven wij?
Gaan we eerlijk om met de mensen die het meest dichtbij ons staan?
Horen we, als het over ons huwelijk gaat, tot de categorie schuinsmarcheerders?
Geven we, als het over ons huwelijk gaat, duidelijk onze grenzen aan?
Geeft u, ook als u alleenstaand bent, een duidelijke afbakening – zover ga ik, en verder niet?

We leven in een maatschappij waarin het huwelijk niet zo heilig meer gevonden wordt. Als je elkaar, na verloop van vele jaren, niet zo interessant meer vindt… – nou, dan ga je toch elkaar? Dat gebeurt vaker. Zegt u nu zelf.
Maar de vraag is: worden onze zeden van zo’n scheiding nu zoveel beter? De grondregel moet blijven: “wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”. Dat principe van Mattheüs 19 lijkt wel ouderwets geworden[4]. Maar als dat zo zou zijn, dan was heel Gods Woord een beetje uit de tijd. En dat is heus niet waar!

Trouwens, wie/Wie bepaalt eigenlijk wat goede zeden zijn?
En ja, daarna liggen de volgende vragen voor de hand: voor Wie leven wij? En: gaan we met onze problemen naar God, of willen wij het zo nodig zelf oplossen?

Wat is slecht gezelschap?
Dat zijn de mensen die hun normen aanpassen aan deze tijd. Omdat Gods Woord niet meer zo past op de algemeen aanvaarde stijl van de eenentwintigste eeuw.

Opnieuw noteer ik die vragen: Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
En ik blijf het zeggen: niemand.

Hoe moet dat nu verder?
Moeten wij toch maar een beetje water bij de wijn doen?
Nee, dat is niet de oplossing.
Maar dat wil niet zeggen dat wij thans troosteloos voor ons uit moeten gaan zitten kijken.
Hieronder leg ik uit waarom.

Die oproep “dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden” staat in een hoofdstuk waarin de apostel Paulus een brede uiteenzetting geeft over nut en noodzaak van de opstanding van Jezus Christus.
Door Zijn lijden en opstanding heeft Jezus Christus voor onze zonden betaald.

In 1 Corinthiërs 15 legt Paulus uitgebreid uit wat dat voor ons betekent.

Opstanding uit de dood – dat is werkelijk ongelooflijk.
Er zijn dan ook massa’s mensen die niet geloven dat Christus’ opstanding echt gebeurd is.
Maar als je dat in twijfel trekt, komt heel de Boodschap van de Bijbel op losse schroeven te staan.

Paulus legt dat in acht stappen uit:
“a. …als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt.
b. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.
c. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.
d. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt.
e. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden.
f. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren.
g. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.
h. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[5].

De Eersteling, inderdaad.
Want al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan. Jazeker, zij hebben in hun aardse leven veel zonden gedaan. Het dienen van God ging gepaard met vallen en opstaan. Zij hebben tegen de zonde gestreden voor wat zij waard waren. En ze hebben dat gevecht vaak verloren.
En toch is dat geen reden tot wanhoop. Want de Redder van het leven heeft voor onze zonden betaald.
En dat geloof hebben Gods kinderen hun aardse leven lang beleden.
En daarom – vanwege de betaling door de trouwe Heiland – hebben Gods kinderen toch toegang tot de hemel. Zij mogen binnenkomen in de woonplaats van God!

Er komt een moment dat Jezus Christus, de Zoon van God, het koningschap overdraagt aan Zijn Vader.
God betekent dan alles.
Voor iedereen.
God heeft het te zeggen in heel de wereld. Bij alles en iedereen. Overal en altijd.

Dat is, in grote lijnen, het kader van die oproep: dwaal niet!
Oftewel: denk erom dat je goed op koers blijft in het leven.
Dat is niet alleen een kwestie van netjes en voorbeeldig leven. Nee, het is een kwestie van: op weg gaan naar de hemelse toekomst. Een toekomst die nooit ophoudt.

Een rein bestaan?
Een schoon leven?
Dat is de beste voorbereiding op een nieuw leven. Een eeuwig bestaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[3] 1 Corinthiërs 15:33.
[4] Ik citeer Mattheüs 19:6.
[5] 1 Corinthiërs 15:13-20.

7 mei 2018

Doorgang naar de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Er zijn momenten waarop wij er allemaal mee te maken hebben: het sterven.
Soms gebeurt dat na een lang ziekbed. Mensen in de omgeving hebben de tijd gehad om zich op het naderende afscheid voor te bereiden.
Er zijn ook situaties waarin het sterven plotseling komt. Van het ene op het andere moment.
Maar altijd doet het pijn. Veel pijn.
De dood is een vijand. Een vijand waaraan niemand ontkomt.

Maar er is meer.
Gelukkig wel.

In de Bijbel wordt het sterven niet uit de weg gegaan.
In Romeinen 6 kunnen wij lezen: “Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”.
In de Bijbel in Gewone Taal vinden we datzelfde vers als: “Wie gehoorzaam is aan de ​zonde, krijgt als beloning de dood. Maar wie bij God hoort, krijgt het geschenk dat God ons wil geven: het eeuwige leven, dankzij onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus”[1].

Met deze tekst staan we meteen midden in de Romeinse wereld. Daar gebeurt het wel dat huisslaven zakgeld krijgen om hun persoonlijke uitgaven mee te bekostigen. Misschien denkt Paulus daar wel aan als hij het bovenstaande noteert[2].

In dit deel van de brief aan de christenen in Rome draait alles om de stelling: alleen het geloof in het werk van Jezus Christus kan ons redden.
Het reddingswerk van de Heiland heeft voor ons als resultaat: vrede met God. En dat betekent: het nieuwe leven begint nu!

Het kernpunt is: als de zonde een overheersende factor in ons bestaan blijft, zal de dood het eindpunt wezen; als God ons van de zonden reinigt, wordt de dood een doorgang[3].
Oftewel: een stap naar de tweede en hemelse fase in ons bestaan: het eeuwige leven.

In Romeinen 6 schrijft Paulus: als je bij God hoort, blijf je niet in de zonde hangen.
Jezus Christus is, na Zijn opstanding uit de dood, een nieuw leven begonnen. Die opstanding was zo krachtig, dat Hij al Zijn kinderen daarin ‘meeneemt’. Ook zij zullen opstaan uit de dood. Ook zij krijgen een nieuw leven. Dat nieuwe leven is feitelijk nu al begonnen.

Zo komt het dat wij nu geen slaven meer zijn.
Zeker – menselijk gesproken zijn we, vóór u en ik het weten, opnieuw verslaafd aan de zonde. Ver-slaafd: dan zijn wij er weer slaaf van geworden.
Maar vanwege Christus’ werk zal dat in het leven van Gods kinderen nu niet meer gebeuren.

Jezus Christus is uit de dood opgestaan.
De dood heeft het nu niet meer over Hem te zeggen.
Sterker nog: Hij is springlevend!
Paulus zegt tegen de christenen in Rome, en ook tegen gelovige Bijbellezers van vandaag: beschouw uzelf vooral als schepselen die behoren bij die categorie springlevende mensen!

Laten wij, schrijft Paulus verder, beseffen dat zonde en dood in ons leven niet meer overheersen.
We zullen er vooral voor moeten zorgen dat dat ook zo blijft. God geeft ons, wat dat betreft, een grote verantwoordelijkheid!
Onze energie moeten wij gebruiken om God te eren en te dienen. In kleine en grote dingen.

Dat vraagt om heldere keuzes.
Aan welke kant sta jij?
In welk kamp staan wij?

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken: vanaf nu moet ik heel erg mijn best doen; en als er wat fout gaat… – nou, dan zwaait er wat!
Maar als de zonde het in ons leven niet meer voor het zeggen heeft, worden wij “dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid”[4]. Daar heeft de Here Zelf de hand in!
Een tussenweg is er niet.
Het is: leven voor de zonde of gewijd zijn aan God.
Het is zwart of wit.
Daar zit niets tussen.
Wij staan tot Gods beschikking. Wij zijn Zijn instrumentarium. Gereinigd instrumentarium – geschikt als Goddelijk werktuig, als hemels gereedschap.
Zo worden wij, dag na dag, door Hem klaargemaakt voor een schitterend leven in de woonplaats van de Machthebber van heel de wereld.

De dagen vliegen om.
De jaren suizen zogezegd langs ons heen.
Voor je ’t weet ben je 20, 30, 40…
De jaren gaan verder: 50, 60, 70, 80, 90…
Via de middelbare leeftijd wordt u langzaam ouder.
En opeens heet u ‘bejaard’. Of – erger nog – ‘hóógbejaard’.
Wat een troost is het dan om te weten dat u het eeuwige leven tegemoet gaat!

Het sterven komt voor ons allen onontkoombaar dichterbij.
Natuurlijk, als je jong bent duurt dat nog heel lang.
Als u van middelbare leeftijd bent, kan het ook nog wel enkele decennia duren.
En als u 90 bent? Of 96?
Ach, geen mens weet precies wanneer hij sterven zal. En dat is, goed beschouwd, maar goed ook.

Laten wij maar blij zijn met de genadegave van God.
Jezus Christus heeft, met Zijn betaling voor onze zonden, de deur van de hemel voor ons open gedaan!
Nee, niemand verheugt zich op het sterven.
Natuurlijk niet.
Maar wie gelooft dat Jezus Christus de Redder van het leven is, mag weten: het leven wordt prachtig; en het houdt nooit meer op!

Noten:
[1] Romeinen 6:23. Achtereenvolgens citeer ik de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 6:23.
[3] De term ‘reiniging van de zonde’ ontleen ik de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”.
[4] Romeinen 6:18.

3 april 2018

Arbeid in Paaslicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Ons dagelijks werk staat in het licht van Pasen. Van Christus’ opstanding dus.

Denkt u maar aan 1 Corinthiërs 15: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de ​zonde, en de kracht van de ​zonde​ is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”[1].

Er is grote kans dat u zich vandaag niet zo triomfantelijk voelt. Het is een doordeweekse dinsdag, nietwaar?
Maar het is waar: wij hebben het in Christus gewonnen van de dood!

Om het met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.J. Breen (1924-2014) te zeggen: “De eersteling perst zijn ontvangen levenskracht uit in de Zijnen die in Hem zijn gestorven.
De bazuinstoot van Pasen waarborgt het geklank der bazuin op de dag van Zijn heerlijke verschijning.
De opening van het graf-van-de-rijke garandeert de opening van het graf der door Hem verrijkten.
Het feest van de verlossing uit het diensthuis werd gevolgd door het feest van het levensonderhoud.
Het feest van de verlossing uit het diensthuis der zonde en der ongerechtigheid wordt gevolgd door het feest van behoud ten eeuwigen leven”[2].

Is het u wel eens opgevallen dat de apostel Paulus het in 1 Corinthiërs 15 vaak over de natuur heeft?
Hij schrijft over wilde dieren in Efeze[3]. Over graankorrels en tarwe[4]. Over vissen en vogels[5]. Over zon, maan en sterren[6].
Conclusie: de opstanding van de doden is alleen al een feest vanwege de variatie die er zal wezen. Iets van die diversiteit zien we nu al. Maar er komt een tijd dat alles en iedereen de God van hemel en aarde in volmaakte variatie zal dienen!
Die gedachte geeft ons alle reden om na de beide Paasdagen met hernieuwde energie het dagelijkse werk weer aan te pakken.

In een preek karakteriseerde de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Knoop (1891-1974) ons aardse werk eens zo: “Al wat uw leven doet door het geloof in de Here Jezus Christus, die dood geweest en nu leeft als de Levensvorst, dat is door Zijn opstanding niet aan de ijdelheid onderworpen (…), Het zal eenmaal opstaan zo zeker als Christus is opgestaan uit de doden, en Hij de dood heeft overwonnen. Zijn opstanding is u daarvan een onbedrieglijk pand. Dan: uwe werken volgen met u, uw leven heeft een oogst! Hier zult u van die oogst weinig of niets zien. Maar in de opstanding van Christus heeft u de vaste belofte, dat de oogst komt in de dag van de opstanding”[7].
Ons aardse leven geeft dus uitzicht op de oogst.
Al ons werk komt in het licht te staan.

Dat licht schijnt ook anno Domini 2018.
Denkt u maar aan Johannes 8, waar Jezus zegt: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[8].
Voelt u zich een verlicht mens?
Dat zeggen we niet gauw van onszelf. Zegt u nu zelf: wij willen niet arrogant overkomen.
Niettemin leven wij in het licht. Het licht dat onze Heiland uitstraalt, namelijk. Dat licht geeft ons alle gelegenheid om van het uitzicht te genieten. Natuurlijk: als we in de verte kijken, zien we een hoop vuiligheid. Wij zien oneerlijkheid, zonde, teleurstelling en verdriet.
Maar we mogen verder kijken. Wij mogen, om zo te zeggen, over de rommel heen kijken. En dan zien wij: de oogst is te Zijner tijd groots!

Laten we daarbij bedenken dat de hemelse God ons leven in een nieuw licht zet – vandaag al.
Al onze aardse arbeid staat permanent in de schijnwerpers!

Die schijnwerpers geven, om zo te zeggen, licht in Christus. Sinds Diens opstanding staat ons leven in een ander licht.
En dat is nog maar het begin.

Want met Psalm 22 zingen we:
Uiteindelijk “… wordt erkend de grootheid van de HEER.
De hele aarde keert dan tot Hem weer.
En alle volken knielen voor Hem neer
met eerbewijzen.
Zij zullen God als Heer der volken prijzen.
Gods koninkrijk zal dan in glans verschijnen.
Uit alle volken brengen Hem de zijnen
hun huldeblijk”[9].
Ziet u dat?
De hele aarde komt naar de Here toe.
Alle volken komen eerbiedig tot God.
Alle volken brengen Hem hulde!

Loopt ons gefröbel daar op uit?
Staat ons alledaags gemopper en gemurmureer in dat kader?
Ach – dat is nu nog onvoorstelbaar.

Maar gelovige kinderen van God gaan eerst en vooral biddend hun gang.
Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Groen (1906-1968) die in een preek over Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus daarvan eens een treffende typering gaf.
Met die typering wil ik dit artikel besluiten.
Want daar is, ten langen leste, alles mee gezegd.

“Broeders en zusters, het is het gebed van de kerk om de komst van Gods Koninkrijk, dat volgens Openbaring 8 met het wierook van het altaar van de verzoening opgestegen tot God, haar verhoring vindt in de gerichten, die over de wereld losbarsten. Immers het wierookvat, gevuld met vuur van het altaar, waarop het reukwerk geofferd was, werd leeggeworpen op de aarde.
Welnu zo zal ook het gebed van de kerk in de eindtijd vanuit de catacomben van de aarde verhoring vinden, wanneer zij in gelovige vasthoudendheid aan de belofte van haar Here: ‘Zie, Ik kom haastig’, bidt: ‘Ja, kom, Heer Jezus’! Welaan dan: Pro Rege et pro Patria. Op!, voor Christus-Koning en voor ons hemels Vaderland”.

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 15:55-58.
[2] G. Zomer (red.)., “Komende tot leven”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1977. – p. 173.
[3] 1 Corinthiërs 15:32.
[4] 1 Corinthiërs 15:37.
[5] 1 Corinthiërs 15:39.
[6] 1 Corinthiërs 15:41.
[7] Het betreft een preek over Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus.
[8] Johannes 8:12.
[9] Psalm 22:13, Gereformeerd Kerkboek-1986.

12 december 2017

Geloven is een feest

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Over een week of twee is het Kerstfeest.
Christus op aarde – er wordt een nieuwe stap gezet in het Goddelijk verlossingswerk!

Afgelopen zondag, 10 december, ging het in de morgendienst van De Gereformeerde Kerk Groningen over Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus.
U kent die tekst misschien wel:
“Wat is voor ons de waarde van de opstanding van Christus?
Antwoord:
Ten eerste heeft Hij door zijn opstanding de dood overwonnen, om ons te doen delen in de gerechtigheid, die Hij door zijn dood voor ons had verworven. Ten tweede worden ook wij door zijn kracht nu al opgewekt tot een nieuw leven. Ten derde is de opstanding van Christus voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”[1].

Men kan het idee hebben dat we in de eredienst met grote passen door de heilshistorie stapten.
Is dat erg?
Stel u gerust. Wij bevonden ons in het goede gezelschap van de apostel Paulus.

Hoe kom ik daar op?
Zondag 14 van de Catechismus handelt over het Kerstfeit. Daaronder wordt verwezen naar woorden uit Romeinen 8. Dat zijn deze: “Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees en dat omwille van de ​zonde, en de ​zonde​ veroordeeld in het vlees, opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest”[2].
In Zondag 17 wordt ook naar Romeinen 8 verwezen. Daar gaat het om de volgende zin uit de Heilige Schrift: “En als de Geest van Hem Die ​Jezus​ uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zal Hij Die ​Christus​ uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont”[3].

Conclusie: Kerst en Pasen liggen dicht bij elkander, en staan met elkaar op één lijn.

Gereformeerde mensen weten dat ook hun opstanding op handen is. Het leven wordt volmaakt. Een nieuw begin!
Daar bereiden we ons nu al op voor.
Waar merken we dat aan?
1.
We beseffen voortdurend dat al onze kwaaltjes, onze ziekten en ja… soms ook ons diepe lijden op geen enkele manier te vergelijken zijn met de magnifieke heerlijkheid die we in de hemel zullen beleven.
2.
We realiseren ons dat alle bederf, alle verrotting en alle criminaliteit in deze wereld worden overkoepeld door slavernij. Mensen zonder God zitten, zonder dat zij dat zelf helder voor ogen hebben, met ketenen vast aan de satan.
3.
De hele schepping zucht onder de ellende. Maar er is een behoorlijk verschil in zuchten:
* mensen zonder God zuchten zonder uitzicht
* Gods kinderen zuchten met uitzicht en met hulp van de Heilige Geest: hun leven wordt verlost en verkrijgt hemelse vrijheid.
4.
Kinderen van God kennen ook een keten. Een keten van heil:
* wij zijn door Hem uitgekozen
* wij zijn door Hem geroepen
* wij zijn door Hem gerechtvaardigd
* en dus worden wij ook door Hem verheerlijkt.
5.
Wij hebben de garantie dat die opstanding en dat heerlijke hemelleven een feit zullen worden. Dat is volkomen zeker omdat het Eerste Kerstdag geworden is. Christus kwam op aarde[4]!

Kerst en Pasen liggen dicht bij elkaar. Voor wie die lijn doortrekt naar de toekomst wordt geloven een feest.
Gelovigen staan te popelen, om het zo maar te zeggen: kom maar op met dat oneindige hemelse festijn!

Geloven geeft dus perspectief op een concrete toekomst.

Het is belangrijk om dat helder vast te stellen.
Want tegenwoordig is het christendom voor sommigen een warm gevoel. Een ontroering. Misschien zelfs een waardevol element als je, zoals dat heet, in een emotionele rollercoaster zit.

Onlangs kreeg ik daarvan een voorbeeld onder ogen.
Dat stond in een vraaggesprek met Wierd Duk. Dat is een bekende journalist[5].
Daarin geleden zei hij:
“Ik ben niet met angst opgevoed. Mijn vader was een intellectueel die met zijn tijd meeging. Het christendom stond bij ons thuis niet voor benepenheid, maar voor conservatisme en een bepaalde culturele, intellectuele ervaring. Ik koester die ervaring. Ik zie mezelf als een cultuurchristen. Dat ik het geloof in God verloor, is voor mijn ouders geen enorme schok geweest, geloof ik. Een paar jaar geleden kon ik bijvoorbeeld met mijn moeder nog goed praten over Klaas Hendrikse, de dominee uit Zeeland die niet in God gelooft. Mijn moeder begreep zijn ideeën best. Mijn ouders hadden het erger gevonden als mijn broer en ik ons echt tégen het christendom hadden gekeerd, of als we zelfdestructief gedrag waren gaan vertonen”[6].
Zo wordt christen-zijn een culturele ervaring.
Zo wordt christen-zijn een bezigheid op het kruispunt van zingeving, kunst, ontspanning en uitgaan.
Maar met de toegang tot de hemel heeft dat niets te maken.

Laten wij het nog maar eens zonder omwegen vaststellen: in de kerk is geloven een feest. Want er komt een heerlijke toekomst aan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 17, vraag en antwoord 45.
[2] Romeinen 8:3 en 4.
[3] Romeinen 8:11.
[4] Zie Romeinen 8:18-30.
[5] Wierd Duk (geb. 1959) was onder meer correspondent in Rusland en Duitsland. Ook was hij politiek commentator voor het Algemeen Dagblad. Momenteel werkt hij voor het dagblad De Telegraaf.
[6] “Bezorgd over islamisering”. In: ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 2 december 2017, p. 5 en 6. Citaat van p. 5.

6 juni 2017

Vrolijke voorzetsels

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

“…de hoop beschaamt niet, omdat de liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”.
(Romeinen 5:5)

Het is Pinksteren geweest.
Gods liefde is in onze harten uitgestort. Van bovenaf is Zijn liefde als een waterval in onze harten gestroomd. Er was geen sprake van een kabbelend beekje, maar van een stroom water van een ongekende breedte.
Pinksteren maakt Gods liefde in mensenlevens helder zichtbaar!

Het is zeer de moeite waard om het tekstverband in Romeinen 5 nader te bezien.
Dat wil ik vandaag graag eens met u doen.

Wij zijn gerechtvaardigd uit het geloof.
Uit welk geloof? Uit het geloof dat aan het eind van het voorgaande hoofdstuk beschreven is: “…aan wie het zal worden toegerekend, aan ons namelijk die geloven in Hem Die ​Jezus, onze Heere, uit de doden ​opgewekt​ heeft,
Die om onze overtredingen is overgeleverd, en ​opgewekt​ om onze rechtvaardiging”[1].
Wij zijn uit dat geloof gerechtvaardigd. De opstanding van Jezus Christus, en het geloof daarin, is ons uitgangspunt.
Dat is het beginpunt van ons leven. Dat is het startpunt van ons bestaan.

Jezus Christus heeft de deur naar nieuwe ruimte open gedaan. Ja, zo staat het er: “Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen (…) tot…”.
Het is een bekende term uit Psalm 118: “…de HEERE heeft mij verhoord en in de ruimte gezet”[2]. Zo hebben wij de ruimte gekregen in ons leven. De benauwende kokervisie die door de zonde werd veroorzaakt, is door de ingreep van de Heiland magnifiek verbreed. De ruimte die wij hebben wordt aanzienlijk groter. Wij denken niet meer op de vierkante centimeter. Meters en hectares zijn niet meer aan ons besteed. Wij denken groter. Wij kijken verder. De mogelijkheden zijn onbegrensd.

Waar kwamen wij terecht toen de Heiland de deur voor ons open deed? Paulus legt het ons in Romeinen 5 met liefde uit: “Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade waarin wij staan”.
De bodem waarin en waarop wij staan is, om te zeggen, genade uit één stuk. Het is een zachte vloer.
Als wij vallen, is dat niet pijnlijk.
Wij leven van genade op genade: met iedere stap die wij in de ruimte zetten weten we: dit is genade. Daar leven we op. Die genade slijt nooit.
Onze Heiland heeft het gezegd: het is volbracht! Nu ligt de vloer onder ons bestaan vast en zeker!

Iedere pas die we in de ruimte zetten is een stap naar de heerlijkheid.
Daar spreken we, steeds verder lopend, Gods lof. Het is heerlijk om bij Hem te horen! Het is heerlijk om met Hem naar de toekomst te gaan!
En er is niets dat die lof tegenhouden kan.

Paulus noteert in Romeinen 5: “wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.
En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop”.

Zelfs tegenslagen houden onze psalmen niet tegen.
Beroerdigheid? Ongelukken? Teleurstellingen? Onheil? Zelfs die houden de vreugde over de nabijheid niet tegen. Wij zijn immers onderweg naar het prachtigste reisdoel dat er bestaat.
Sterker nog: rampspoed, tragiek en verschrikking leren ons door te zetten. Wij lopen verder de ruimte in, wat er ook gebeurt.

Dat doorzettingsvermogen geeft ons gaandeweg meer kennis over die heerlijkheid. Wij realiseren ons steeds vaker dat het verschil tussen de moeilijkheden op aarde en de toekomstige heerlijkheid hemelsbreed is. Wij beseffen dat we op deze aarde weinig meer doen dan stamelen en strompelen. Hoe slim en geleerd we ook zijn: wij presteren, op de keper beschouwd, weinig meer dan stotteren en hompelen.

Maar juist dat gehakkel en geschuifel geeft ons hoop.
Dat gedoe op aarde sterkt ons in onze verwachtingen.
De Heiland is onze toevlucht!

En wij zeggen dan niet: die hoop helpt ons niet verder.
Wij zeggen dan niet: die hoop brengt ons niet verder in het leven.
Want “de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”.
Ja, wij zijn met een zekere regelmaat ziek. Zwak. Onze lichamelijke kracht wordt minder.
Bij heel wat mensen nemen ook de geestelijke vermogens af. Sommigen krijgen zelfs te maken met dementie. Wat verdrietig is dat! Wat voor toekomst hebt u dan nog? Nou ja – u gaat maar wat opruimen en wegdoen, voordat u niet meer weet hoe dat moet…
Maar juist dan is er die hoop op die heerlijkheid.

De inzet van Romeinen staat bol van vrolijke voorzetsels. Gaat u maar na:
* gerechtvaardigd uit het geloof
* vrede​ bij God
* door onze Heere ​Jezus​ ​Christus
* Door Hem
* de toegang tot
* door het geloof
* de genade waarin wij staan
* in de hoop op de heerlijkheid van God
* in de verdrukkingen
* de ​liefde​ van God
* in onze ​harten​
* door de Heilige Geest.
Het begin van Romeinen 5 luidt: “Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben ​vrede​ bij God door onze Heere ​Jezus​ ​Christus.
Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze ​genade​ waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.
En dat niet alleen, maar wij roemen ook in de verdrukkingen, omdat wij weten dat de verdrukking volharding teweegbrengt,
en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.
En de hoop beschaamt niet, omdat de ​liefde​ van God in onze ​harten​ uitgestort is door de ​Heilige​ Geest, Die ons gegeven is”[3].

Het is Pinksteren geweest.
Wij moeten weer terug naar de werkvloer.
Naar de formatie van een nieuw kabinet, bijvoorbeeld.
Naar de vraagstukken rond de veiligheid in onze wereld, bijvoorbeeld.
Naar de drukte van internet en smartphones, bijvoorbeeld.
En misschien vragen wij ons wel collectief af: kunnen wij dit wel aan?

Romeinen 5 geeft het antwoord.
Want Romeinen 5 brengt ons van de werkvloer naar de kerkvloer.
Wij weten nu hoe die kerkvloer eruitziet. Wij staan, in volle vrijheid, in een grote ruimte.
Wij zijn op weg naar de heerlijkste toekomst die er bestaat. En er is niemand, helemaal niemand, die ons tegenhouden kan!

Noten:
[1] Romeinen 4:24 en 25.
[2] Psalm 118:5 b.
[3] Romeinen 5:1-5.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.