gereformeerd leven in nederland

17 april 2019

Via de richters naar Pasen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Over enkele dagen is het Pasen. We vieren het feest van Christus’ triomf over de dood. Hij staat op uit het graf, en laat de dood achter zich!

In Richteren 2 staan ook mensen op.
Leest u maar mee: “En de HEERE deed richters opstaan, die hen verlosten uit de hand van hen die hen plunderden. Zij luisterden echter ook niet naar hun richters, maar gingen als in ​hoererij​ achter ​andere ​goden​ aan en bogen zich voor hen neer. Al snel waren zij afgeweken van de weg die hun vaderen gegaan waren, toen die luisterden naar de geboden van de HEERE. Zíj deden zo niet. En wanneer de HEERE voor hen richters liet opstaan, was de HEERE met de ​richter​ en verloste Hij hen uit de hand van hun vijanden, al de dagen van de ​richter, want het berouwde de HEERE vanwege hun gekerm over hen die hen onderdrukten en die hen in het nauw brachten”[1].

Nee, die richters staan niet uit zichzelf op. De Here geeft hen zogezegd een duw in de rug. Hij werkt Zelf aan reformatie. Want als mensen dat moeten gaan regelen komt er niets van terecht. Dan komt er deformatie. En uiteindelijk zelfs secularisatie.
Er is, schrijft een exegeet, in de tijd sprake van een cyclus van “afgoderij, verdrukking, bekering, verlossing en opnieuw afgoderij”[2].
Dus: mensen gaan uit zichzelf de afgang tegemoet. Hun leven is, als er niks gebeurt, een spiraal naar beneden. Welnu – daar  haalt Jezus Christus hen met Pasen uit. Hij zegt niet: hou op met dat gekerm, ‘t is je eigen schuld. Nee, Hij doet er wat aan. Hij betaalt onze schuld. Zo komt er in het leven een geweldige ommekeer!

In de tijd van de richters komt Gods Heilige Geest in actie. Dat blijkt heel expliciet uit Richteren 3. Kijkt u maar: “Toen riepen de Israëlieten tot de HEERE. En de HEERE deed voor de Israëlieten een verlosser opstaan, die hen verloste: Othniël, de zoon van Kenaz, de broer van Kaleb, die jonger was dan hij. En de Geest van de HEERE was op hem en hij gaf leiding aan Israël en trok ​ten strijde”[3].
We kunnen wel zeggen dat het in de Richterentijd zelfs even een beetje Pinksteren wordt!

Richters kunnen we zonder bezwaar beschouwen als onderherders van de goede Herder.
Dat blijkt bijvoorbeeld in 1 Kronieken 17, waar God zegt: “Heb Ik ooit, overal waar Ik met heel Israël rondtrok, een woord gesproken tot een van de richters van Israël, die Ik bevolen had Mijn volk te weiden: Waarom bouwt u voor Mij geen ​huis​ van cederhout?[4]
Welnu – met Pasen staat de echte Herder op. In Johannes 17 gaat die Herder in gebed naar Zijn Vader toe: “Ik ​bid​ voor hen. Ik ​bid​ niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U”[5].
Omdat wij Zijn eigendom zijn en met een onverbrekelijke band aan Hem zijn verbonden, staan wij ook op!
Dat is het perspectief van Pasen.
Zo gaat de toekomst open. Ook anno Domini 2019!

Daarom mogen wij weten dat onze aftakeling, ons sterven niet het einde is.
Paulus noteert in 1 Thessalonicenzen 4: “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn”[6].
In ons sterven gaan wij een nieuwe toekomst tegemoet!

Onlangs was in het Nederlands Dagblad te lezen: “Mensen ervaren moeite met een God die geweld gebruikt. Ook als het gaat over God die zijn Zoon aan het kruis laat sterven, als een doelbewust offer, signaleert literatuurcriticus en journalist Tjerk de Reus in een essay in De Nieuwe Koers. ‘We zijn uiterst gevoelig geworden voor geweldsmisbruik en dat geeft ons een zekere bedremmeldheid op dit punt. Hoe kan er in God de neiging tot geweld zijn? Zelfs tot het toelaten van de dood van zijn Zoon?’”[7][8].
Wie zo tegen Pasen aankijkt, moet zijn mening herzien. God is volop in actie! Hij werkt actief aan een heerlijk heilsplan!

Mensen vinden Pasen soms een feest van tragiek. Dat wat Jezus overkwam, dat is toch rampzalig? Iets van dat drama zien we terug in The Passion.
Voor dat evenement wordt in de media flink reclame gemaakt. Men beijvert zich om ons te melden:  “De negende editie van The Passion wordt op donderdag 18 april 2019 opgevoerd in Dordrecht en wordt live uitgezonden vanaf 20.30 uur op NPO 1 en NPO Radio 2.
The Passion vertelt tijdens een groots en uniek muziekevenement over het lijden, sterven en de opstanding van Jezus. Bekende artiesten steken dit eeuwenoude verhaal in een nieuw jasje aan de hand van hedendaagse Nederlandse popnummers. Net als voorgaande jaren trekt er een processie met duizend mensen en een groot verlicht kruis door de straten op weg naar het hoofdpodium”[9].

Welnu – laten we mét dat al nooit vergeten dat Pasen eigenlijk een feest van triomf is. Triomf over de dood!
Het leven is een voortdurend sterven. Zo staat dat in het Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen”[10]. Maar mensen van het verbond blijven daar niet bij stil staan.
Laten we zo naar Pasen toe leven!

Noten:
[1] Richteren 2:16, 17 en 18.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel, commentaar bij Richteren 2:11-19.
[3] Richteren 3:9 en 10 a.
[4] 1 Kronieken 17:6.
[5] Johannes 17:9.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:16 en 17.
[7] ‘Bedremmeldheid bij Jezus’ kruisdood’. In: Nederlands Dagblad, maandag 15 april 2019, p. 7; rubriek: Blogs en bladen.
[8] De Nieuwe Koers is een christelijk opinietijdschrift dat in Nederland verschijnt. Zie bijvoorbeeld ook https://www.denieuwekoers.nl/contact ; geraadpleegd op maandag 15 april 2019.
[9] Geciteerd van https://www.thepassion.nl/veelgestelde-vragen/ ; geraadpleegd op maandag 15 april 2019.
[10] “Formulier voor de bediening van de heilige doop aan de kinderen van de gelovigen” – Gereformeerd Kerkboek-1986, p. 514.

16 april 2019

De paasboodschap van Psalm 126

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Volgelingen van Christus moeten keuzes maken[1]. Hun hele leven lang. Kiezen is niet makkelijk. Al was het alleen al vanwege de kerkelijke situatie in Nederland. De versnippering is groot. Als gewone burger heb je soms de neiging om te vragen: wie heeft er gelijk? En ook: waar moeten wij naar toe?

Als het om deze dingen gaat heeft Psalm 126 ons wel iets te zeggen.
Ik citeer:
“Een ​pelgrimslied.
Toen de HEERE de gevangenen van ​Sion​ terug deed keren,
waren wij als mensen die droomden.
Toen werd onze mond vervuld met lachen
en onze tong met gejuich.
Toen zei men onder de heidenvolken:
De HEERE heeft grote dingen bij hen gedaan!
De HEERE heeft grote dingen bij ons gedaan,
daarom zijn wij verblijd”[2].

Opvallend in deze psalm is de mate waarin Israël afhankelijk blijkt te zijn van de Here.
We zien de passiviteit van Israël:
– De Here deed terugkeren;
– de mond werd vervuld met lachen
– de tong werd gestuurd bij het juichen.

In dit Geestelijk lied is de terugkeer uit ballingschap het vertrekpunt.
Mensen hebben hun eigen verantwoordelijkheid. Maar als het er op aankomt, is het de Verbondsgod die de zaak aan moet sturen. En dan gaan de mensen aan het werk.

Dat kon men zien. De mensen konden er niet blind voor blijven. De mensen moesten wel kijken. Of zij dat nu leuk vonden of niet.
Het viel zelfs de heidenen op. Uitgerekend de mensen die God niet volgen zeiden: moet je nou toch kijken wat daar gebeurt!

Psalm 126 spreekt ook in de tegenwoordige tijd.
Er zijn, als deze psalm geschreven wordt, grote problemen. Er gaat in het leven van alles verkeerd. Er moet een radicale koersverandering plaatsvinden. En de mensen weten het wel: de Here moet die koers verleggen. Dat kunnen wij niet zelf.

Er is een radicale koersverandering nodig:
“HEERE, breng een omkeer in onze gevangenschap,
zoals waterstromen in het zuiden”[3].
Het Zuiderland – dat is de Negev-woestijn. In de zomer is het er droog, dor en heet. Onherbergzaam land van het type: brandend zand en nergens water. Door de winterregens stromen de geulen echter vol. Bloemen en planten leven in een oogwenk op. Welnu, zo’n omkeer wordt in Israël vurig begeerd. Net als in een natuurfilm: alles is droog en dor en geel, en na een beste plensbui zie je alles groen worden. In zo’n film wordt dat natuurlijk wel eens versneld. En de dichter van Psalm 126 wenst klaarblijkelijk zulk versneld ingrijpen van God.

Vele Israëlieten hebben die wens ook in de mond genomen.
Psalm 126 is tenslotte een bedevaartslied: een lied dat men zong terwijl men onderweg was van of naar Jeruzalem.

Dat is voor ons allemaal verleden tijd.
Wat moeten wij er dan mee?

Herinneringen ophalen is lang niet altijd leuk.
Kijk alleen maar naar de kerkgeschiedenis. Daar wordt men niet blijer van: 1886, 1905, 1926, 1944, 1967, 2003, 2009…: ik hoef die jaartallen niet allemaal toe te lichten. Laat het genoeg zijn dat hier genoteerd staat dat al die jaartallen te maken hebben met conflicten om de waarheid.
Laten we wèl wezen – al dat geruzie: daar wil je toch liever niks mee te maken hebben? Dat stop je toch veel liever weg?

Maar waarom zingen we Psalm 126 dan nog?
Is dat niet ouderwets?
Is dat geen misplaatste psychologie waarmee voornamelijk pijnlijke herinneringen naar boven worden gehaald?
Toch niet.

Want Psalm 126 gaat ook over de toekomst:
“Wie met tranen ​zaaien,
zullen met gejuich maaien.
Wie het ​zaad​ draagt en dat ​zaait,
gaat al wenend zijn ​weg;
maar hij zal zeker terugkomen met gejuich,
en zijn ​schoven​ dragen”.

Dat zaaien gebeurt in treurnis. Maar hier is iets unieks aan de hand. De zaaier die hier doende is weet het zeker: wat ik hier aan het doen ben, garandeert een prima oogst. Echt: een geweldige oogst. Daar kan geen boer tegenop!

Waarom o waarom is die huilende zaaier nu eigenlijk zo blij?
Omdat hij zeker weet dat de toekomst in Gods handen ligt.
En dat laatste geldt zeker ook voor ons!

Alleen dáárom al mogen ook wij, als wij Psalm 126 zingen, nog wel iets verder kijken.
We weten het: ook de opstanding heeft alles met zaaien te maken.
Ik citeer een paar verzen uit 1 Corinthiërs 15.
“Maar, zal iemand zeggen, hoe worden de doden opgewekt en met wat voor lichaam komen zij terug? Dwaas, wat u ​zaait, wordt niet levend, als het niet gestorven is. En wat u ​zaait, daarvan ​zaait​ u niet het lichaam dat worden zal, maar een kale graankorrel, al naar het voorvalt, van tarwe of van een van de andere graansoorten.
God echter geeft daaraan een lichaam zoals Hij heeft gewild, en aan elk van de zaden zijn eigen lichaam. Alle vlees is niet hetzelfde vlees, want het vlees van mensen is verschillend, en het vlees van dieren is verschillend, en dat van vissen is verschillend, en dat van vogels is verschillend. En er zijn hemelse lichamen en er zijn aardse lichamen, maar de heerlijkheid van de hemelse is verschillend, en die van de aardse is verschillend. De glans van de zon is verschillend, en de glans van de maan is verschillend, en de glans van de sterren is verschillend, want de ene ster verschilt in glans van de andere ster. Zo zal ook de opstanding van de doden zijn. Het lichaam wordt ​gezaaid​ in vergankelijkheid, het wordt opgewekt in onvergankelijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in oneer, het wordt opgewekt in heerlijkheid. Het wordt ​gezaaid​ in zwakheid, het wordt opgewekt in kracht. Een natuurlijk lichaam wordt ​gezaaid, een geestelijk lichaam wordt opgewekt”[4].
De verschillen zijn enorm!
De variatie is ongekend!
Onvoorstelbaar – maar het wordt waar!

Hoe dat gaat, dat weten wij niet.
Maar we weten wel dat het gebeurt. En we weten dat de eerste opstanding inmiddels heeft plaatsgevonden. En er komen nog meer opstandingen. Nog veel meer.
Nog maar eens 1 Corinthiërs 15: “Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn. Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens. Want zoals allen in ​Adam​ sterven, zo zullen ook in ​Christus​ allen levend gemaakt worden”[5].

Die bedevaartgangers die Psalm 126 zongen, die wisten dat allemaal nog niet. In feite waren al die zangers, zonder dat zij het wisten, profeten.

Nu zingen wij Psalm 126.
En wij weten ook niet exact hoe dat in de toekomst allemaal precies gaat. En hoe het op de Jongste Dag wezen zal, dat weten we ook niet precies.
Het enige wat wij nu doen, dat is begraven. Wij zaaien een lichaam, in afwachting van die laatste Dag. Wij zingen Psalm 126.
En wij zijn profeten. Dat weten we. Mogen we hopen.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik eerder schreef. Dat stuk is gedateerd op dinsdag 11 april 2006.
[2] Psalm 126:1, 2 en 3.
[3] Psalm 126:4.
[4] 1 Corinthiërs 15:35-44 a.
[5] 1 Corinthiërs 15:20, 21 en 22.

11 januari 2019

Ontrukt aan de dood

Ze staan in dezelfde krant: een klasgenoot van de middelbare school en een bestuurder die schrijver dezes kent uit een bestuursfunctie in voorbije jaren. De eerste is overleden. De tweede blijkt aan uitgezaaide prostaatkanker te lijden; hij heeft nog slechts enkele jaren te leven[1].

De dood is soms dichtbij.
‘We gaan allemaal een keer’, zegt iemand. En dat is waar. Maar laten we vooral niet hopeloos gaan!

In dat kader is het goed om aandacht te vragen voor woorden uit 1 Thessalonicenzen 4: “Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat ​Jezus​ gestorven en ​opgestaan​ is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in ​Jezus​ ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”[2].

De eerste brief aan de christenen in het – nu Noord-Griekse – Thessalonica wordt door Paulus geschreven. Hij doet dat mede namens Silvanus en Timotheüs.
Silvanus, ook wel Silas geheten, heeft Paulus geassisteerd bij zijn evangelisatiewerk in Corinthe. Ook Timotheüs is een medewerker van Paulus[3].

In deze brief draait alles om de terugkomst van de Here Jezus Christus, onze Heiland.
Men kan de volgende indeling hanteren:
“De komst van de Heer is een inspirerende bemoediging voor pas bekeerde mensen.
De komst van de Heer is bemoedigend voor de trouwe dienstknechten van Christus.
De komst van de Heer heeft een reinigende uitwerking op de gelovigen.
De komst van de Heer is een troost voor hen die hun geliefden hebben verloren in de dood.
De komst van de Heer moet de gelovigen aanzetten waakzaam te zijn en niet te verslappen”[4].

Paulus timmert het er in Thessalonica als het ware in: als u gelooft dat Jezus Christus opgestaan is, zult u ook zelf uit de dood opstaan. Dat gebeurt namelijk met iedereen die in Jezus ontslapen is.
In Jezus sterven – dat betekent: er is een onverbrekelijke relatie met de Redder van het leven.
Die boodschap is niet in Thessalonica blijven steken. Nee, dat Evangelie is de wereld overgegaan. Dat Evangelie is er ook voor ons, wereldburgers van 2019!

Sommige mensen zijn ontroostbaar als zij een geliefde verliezen. En dat is ook heel goed voor te stellen. Want als je niet in God gelooft is de dood het einde. Een oneindig zwart. Het meest ongelukkige niets dat er bestaat. Hooguit denk je dat opa, oma, vader, moeder, oom of tante een sterretje is[5].

Voor de gelovige is het sterven een promotie. Paulus schrijft aan de christenen in Philippi: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst”[6].
De Heidelbergse Catechismus laat ons ook bijna jubelen: “Evenals ik nu al het begin van de eeuwige vreugde in mijn hart voel, zal ik ook na dit leven volkomen heerlijkheid bezitten, die geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en die in geen mensenhart is opgekomen, en wel om God daarin eeuwig te prijzen”[7].
We voelen nu soms een beginnetje van de eeuwige vreugde. En we weten: er komt nog veel meer aan!

Gelovige kinderen van God moeten weten wat er na het aardse leven gebeurt, schrijft Paulus in 1 Thessalonicenzen 4.
U mag bij een sterfbed best verdrietig zijn. Maar houdt in dat verdriet vooral de hoop levend! Dat is geen hoop die onzekerheid inhoudt, zo van: het kan gebeuren, maar wellicht wordt het niks.
De bedoeling wordt duidelijker als wij Hebreeën 6 er bij nemen. Daar gaat het over de hoop als “als een ​anker​ voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel”[8]. De Hebreeënschrijver noteert vervolgens: “Daar is de Voorloper voor ons binnengegaan, namelijk ​Jezus, Die naar de ordening van Melchizedek ​Hogepriester​ geworden is tot in eeuwigheid”[9].
Jezus is de aanvoerder van een heel leger volgelingen.
Sterker – Jezus Christus heeft al die mensen gekocht, en hen tot Zijn kinderen aangenomen.
Die hoop – dat is hoop op de hemel.
Die hoop – dat is de vaste zekerheid dat de tweede etappe van ons leven stralend en majestueus zal wezen!

Onze Heiland komt terug.
En laten wij het nog maar eens tot ons door laten dringen: “Want als wij geloven dat ​Jezus​ gestorven en ​opgestaan​ is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in ​Jezus​ ontslapen zijn, terugbrengen met Hem”.
Ziet u wat daar staat?
Als de Here Jezus Christus terugkomt, komt Hij beslist niet alleen. Een uitlegger schrijft: “Want evenals Hij is opgestaan, zullen ook allen opstaan die in het geloof in Hem gestorven zijn. Samen met hen komt Hij terug.
Je vindt hier drie belangrijke geloofswaarheden:
1. Jezus stierf en is opgestaan
2. Dat moet je geloven, want anders ben je geen christen (….)
3. Hij komt terug en brengt dan allen mee die door Hem ontslapen zijn”[10].

De dood is, om zo te zeggen, overal om ons heen. Ongelukken, oorlogszucht, criminaliteit – niemand kan om de dood heen. En dan hebben wij nog niet over het sterven vanwege ouderdom gesproken.

‘We gaan allemaal een keer’.
Jazeker.
Maar voor Gereformeerde mensen is dat geen rampscenario.
Laten we het maar met Psalm 30 belijden:
“Mijn God, U hebt mij op mijn klacht
genezen en mijn leed verzacht.
U hebt mij aan de dood ontrukt,
‘k Ga onder smart niet meer gebukt.
U hebt het leven mij gegeven
en mij aan dood en graf ontheven”[11][12].

Noten:
[1] De overledene is Hendrik Jan van Dijken. Henk overlijdt op woensdag 26 december 2018. Zijn sterven wordt in het Nederlands Dagblad gemeld op zaterdag 29 december 2018 en nog eens op zaterdag 5 januari 2019. De tweede persoon is Martin Jan de Jong. Een portret van hem staat in ND7, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 5 januari 2019, p. 4 en 5. Het portret heeft als kop: ‘Voorbij de zonnetjes’.
[2] 1 Thessalonicenzen 4:13 en 14.
[3] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/T/Thessalonicenzen_(eerste_brief) , http://christipedia.nl/Artikelen/S/Silvanus en http://christipedia.nl/Artikelen/T/Timotheus ; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[4] Mutatis mutandis is deze indeling geciteerd van http://christipedia.nl/Artikelen/T/Thessalonicenzen_(eerste_brief) ; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[5] Zie hierover mijn artikel ‘Sterretjes’, hier gepubliceerd op dinsdag 31 juli 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/07/31/sterretjes/ .
[6] Philippenzen 1:21.
[7] Heidelbergse Catechismus – Zondag 22, antwoord 58.
[8] Hebreeën 6:19.
[9] Hebreeën 6:20.
[10] Geciteerd van https://www.oudesporen.nl/Download/OS1307.pdf , p. 81 en 82; geraadpleegd op zaterdag 5 januari 2019.
[11] Psalm 30:2 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[12] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 30:2 en aan Psalm 49:5 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986. Ik citeer Psalm 49:5:
“Maar God zal mij ontrukken aan de dood,
Hij koopt mij los en redt mij uit die nood.
Hij is het die ten leven mij geleidt
en die mij opneemt in zijn heerlijkheid”.

12 juni 2018

Dwaal niet!

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus gaat over heilig leven, “zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].
In verband daarmee verbiedt de Here “alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[2].

Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
Niemand, denk ik.

Waarom is God daar eigenlijk zo streng op?
Omdat dit alles te maken heeft met de koers in ons leven.

Als het gaat over onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan, wordt onder meer verwezen naar 1 Corinthiërs 15. Daar staat: “Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden”[3].

Dwaal niet.
Die vermaning betekent in ieder geval dat we in ons leven een duidelijke richting moeten hebben. Waar gaat het naar toe met ons leven? Voor wie leven wij?
Gaan we eerlijk om met de mensen die het meest dichtbij ons staan?
Horen we, als het over ons huwelijk gaat, tot de categorie schuinsmarcheerders?
Geven we, als het over ons huwelijk gaat, duidelijk onze grenzen aan?
Geeft u, ook als u alleenstaand bent, een duidelijke afbakening – zover ga ik, en verder niet?

We leven in een maatschappij waarin het huwelijk niet zo heilig meer gevonden wordt. Als je elkaar, na verloop van vele jaren, niet zo interessant meer vindt… – nou, dan ga je toch elkaar? Dat gebeurt vaker. Zegt u nu zelf.
Maar de vraag is: worden onze zeden van zo’n scheiding nu zoveel beter? De grondregel moet blijven: “wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”. Dat principe van Mattheüs 19 lijkt wel ouderwets geworden[4]. Maar als dat zo zou zijn, dan was heel Gods Woord een beetje uit de tijd. En dat is heus niet waar!

Trouwens, wie/Wie bepaalt eigenlijk wat goede zeden zijn?
En ja, daarna liggen de volgende vragen voor de hand: voor Wie leven wij? En: gaan we met onze problemen naar God, of willen wij het zo nodig zelf oplossen?

Wat is slecht gezelschap?
Dat zijn de mensen die hun normen aanpassen aan deze tijd. Omdat Gods Woord niet meer zo past op de algemeen aanvaarde stijl van de eenentwintigste eeuw.

Opnieuw noteer ik die vragen: Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
En ik blijf het zeggen: niemand.

Hoe moet dat nu verder?
Moeten wij toch maar een beetje water bij de wijn doen?
Nee, dat is niet de oplossing.
Maar dat wil niet zeggen dat wij thans troosteloos voor ons uit moeten gaan zitten kijken.
Hieronder leg ik uit waarom.

Die oproep “dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden” staat in een hoofdstuk waarin de apostel Paulus een brede uiteenzetting geeft over nut en noodzaak van de opstanding van Jezus Christus.
Door Zijn lijden en opstanding heeft Jezus Christus voor onze zonden betaald.

In 1 Corinthiërs 15 legt Paulus uitgebreid uit wat dat voor ons betekent.

Opstanding uit de dood – dat is werkelijk ongelooflijk.
Er zijn dan ook massa’s mensen die niet geloven dat Christus’ opstanding echt gebeurd is.
Maar als je dat in twijfel trekt, komt heel de Boodschap van de Bijbel op losse schroeven te staan.

Paulus legt dat in acht stappen uit:
“a. …als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt.
b. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.
c. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.
d. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt.
e. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden.
f. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren.
g. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.
h. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[5].

De Eersteling, inderdaad.
Want al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan. Jazeker, zij hebben in hun aardse leven veel zonden gedaan. Het dienen van God ging gepaard met vallen en opstaan. Zij hebben tegen de zonde gestreden voor wat zij waard waren. En ze hebben dat gevecht vaak verloren.
En toch is dat geen reden tot wanhoop. Want de Redder van het leven heeft voor onze zonden betaald.
En dat geloof hebben Gods kinderen hun aardse leven lang beleden.
En daarom – vanwege de betaling door de trouwe Heiland – hebben Gods kinderen toch toegang tot de hemel. Zij mogen binnenkomen in de woonplaats van God!

Er komt een moment dat Jezus Christus, de Zoon van God, het koningschap overdraagt aan Zijn Vader.
God betekent dan alles.
Voor iedereen.
God heeft het te zeggen in heel de wereld. Bij alles en iedereen. Overal en altijd.

Dat is, in grote lijnen, het kader van die oproep: dwaal niet!
Oftewel: denk erom dat je goed op koers blijft in het leven.
Dat is niet alleen een kwestie van netjes en voorbeeldig leven. Nee, het is een kwestie van: op weg gaan naar de hemelse toekomst. Een toekomst die nooit ophoudt.

Een rein bestaan?
Een schoon leven?
Dat is de beste voorbereiding op een nieuw leven. Een eeuwig bestaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[3] 1 Corinthiërs 15:33.
[4] Ik citeer Mattheüs 19:6.
[5] 1 Corinthiërs 15:13-20.

7 mei 2018

Doorgang naar de eeuwigheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

Er zijn momenten waarop wij er allemaal mee te maken hebben: het sterven.
Soms gebeurt dat na een lang ziekbed. Mensen in de omgeving hebben de tijd gehad om zich op het naderende afscheid voor te bereiden.
Er zijn ook situaties waarin het sterven plotseling komt. Van het ene op het andere moment.
Maar altijd doet het pijn. Veel pijn.
De dood is een vijand. Een vijand waaraan niemand ontkomt.

Maar er is meer.
Gelukkig wel.

In de Bijbel wordt het sterven niet uit de weg gegaan.
In Romeinen 6 kunnen wij lezen: “Want het loon van de ​zonde​ is de dood, maar de genadegave van God is eeuwig leven, door ​Jezus​ ​Christus, onze Heere”.
In de Bijbel in Gewone Taal vinden we datzelfde vers als: “Wie gehoorzaam is aan de ​zonde, krijgt als beloning de dood. Maar wie bij God hoort, krijgt het geschenk dat God ons wil geven: het eeuwige leven, dankzij onze ​Heer​ ​Jezus​ ​Christus”[1].

Met deze tekst staan we meteen midden in de Romeinse wereld. Daar gebeurt het wel dat huisslaven zakgeld krijgen om hun persoonlijke uitgaven mee te bekostigen. Misschien denkt Paulus daar wel aan als hij het bovenstaande noteert[2].

In dit deel van de brief aan de christenen in Rome draait alles om de stelling: alleen het geloof in het werk van Jezus Christus kan ons redden.
Het reddingswerk van de Heiland heeft voor ons als resultaat: vrede met God. En dat betekent: het nieuwe leven begint nu!

Het kernpunt is: als de zonde een overheersende factor in ons bestaan blijft, zal de dood het eindpunt wezen; als God ons van de zonden reinigt, wordt de dood een doorgang[3].
Oftewel: een stap naar de tweede en hemelse fase in ons bestaan: het eeuwige leven.

In Romeinen 6 schrijft Paulus: als je bij God hoort, blijf je niet in de zonde hangen.
Jezus Christus is, na Zijn opstanding uit de dood, een nieuw leven begonnen. Die opstanding was zo krachtig, dat Hij al Zijn kinderen daarin ‘meeneemt’. Ook zij zullen opstaan uit de dood. Ook zij krijgen een nieuw leven. Dat nieuwe leven is feitelijk nu al begonnen.

Zo komt het dat wij nu geen slaven meer zijn.
Zeker – menselijk gesproken zijn we, vóór u en ik het weten, opnieuw verslaafd aan de zonde. Ver-slaafd: dan zijn wij er weer slaaf van geworden.
Maar vanwege Christus’ werk zal dat in het leven van Gods kinderen nu niet meer gebeuren.

Jezus Christus is uit de dood opgestaan.
De dood heeft het nu niet meer over Hem te zeggen.
Sterker nog: Hij is springlevend!
Paulus zegt tegen de christenen in Rome, en ook tegen gelovige Bijbellezers van vandaag: beschouw uzelf vooral als schepselen die behoren bij die categorie springlevende mensen!

Laten wij, schrijft Paulus verder, beseffen dat zonde en dood in ons leven niet meer overheersen.
We zullen er vooral voor moeten zorgen dat dat ook zo blijft. God geeft ons, wat dat betreft, een grote verantwoordelijkheid!
Onze energie moeten wij gebruiken om God te eren en te dienen. In kleine en grote dingen.

Dat vraagt om heldere keuzes.
Aan welke kant sta jij?
In welk kamp staan wij?

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken: vanaf nu moet ik heel erg mijn best doen; en als er wat fout gaat… – nou, dan zwaait er wat!
Maar als de zonde het in ons leven niet meer voor het zeggen heeft, worden wij “dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid”[4]. Daar heeft de Here Zelf de hand in!
Een tussenweg is er niet.
Het is: leven voor de zonde of gewijd zijn aan God.
Het is zwart of wit.
Daar zit niets tussen.
Wij staan tot Gods beschikking. Wij zijn Zijn instrumentarium. Gereinigd instrumentarium – geschikt als Goddelijk werktuig, als hemels gereedschap.
Zo worden wij, dag na dag, door Hem klaargemaakt voor een schitterend leven in de woonplaats van de Machthebber van heel de wereld.

De dagen vliegen om.
De jaren suizen zogezegd langs ons heen.
Voor je ’t weet ben je 20, 30, 40…
De jaren gaan verder: 50, 60, 70, 80, 90…
Via de middelbare leeftijd wordt u langzaam ouder.
En opeens heet u ‘bejaard’. Of – erger nog – ‘hóógbejaard’.
Wat een troost is het dan om te weten dat u het eeuwige leven tegemoet gaat!

Het sterven komt voor ons allen onontkoombaar dichterbij.
Natuurlijk, als je jong bent duurt dat nog heel lang.
Als u van middelbare leeftijd bent, kan het ook nog wel enkele decennia duren.
En als u 90 bent? Of 96?
Ach, geen mens weet precies wanneer hij sterven zal. En dat is, goed beschouwd, maar goed ook.

Laten wij maar blij zijn met de genadegave van God.
Jezus Christus heeft, met Zijn betaling voor onze zonden, de deur van de hemel voor ons open gedaan!
Nee, niemand verheugt zich op het sterven.
Natuurlijk niet.
Maar wie gelooft dat Jezus Christus de Redder van het leven is, mag weten: het leven wordt prachtig; en het houdt nooit meer op!

Noten:
[1] Romeinen 6:23. Achtereenvolgens citeer ik de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie hierover de online versie van de Studiebijbel; commentaar bij Romeinen 6:23.
[3] De term ‘reiniging van de zonde’ ontleen ik de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 21: “Wij geloven dat Jezus Christus een eeuwig Hogepriester is naar de orde van Melchizedek, wat God met een eed heeft bevestigd. Hij heeft Zichzelf in onze plaats voor zijn Vader gesteld, om door volkomen voldoening diens toorn te stillen. Daartoe heeft Hij Zichzelf aan het kruis geofferd en zijn kostbaar bloed vergoten, om ons te reinigen van onze zonden, zoals de profeten hadden voorzegd”.
[4] Romeinen 6:18.

3 april 2018

Arbeid in Paaslicht

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Ons dagelijks werk staat in het licht van Pasen. Van Christus’ opstanding dus.

Denkt u maar aan 1 Corinthiërs 15: “Dood, waar is uw prikkel? Graf, waar is uw overwinning? De prikkel nu van de dood is de ​zonde, en de kracht van de ​zonde​ is de wet. Maar God zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere ​Jezus​ ​Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”[1].

Er is grote kans dat u zich vandaag niet zo triomfantelijk voelt. Het is een doordeweekse dinsdag, nietwaar?
Maar het is waar: wij hebben het in Christus gewonnen van de dood!

Om het met de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C.J. Breen (1924-2014) te zeggen: “De eersteling perst zijn ontvangen levenskracht uit in de Zijnen die in Hem zijn gestorven.
De bazuinstoot van Pasen waarborgt het geklank der bazuin op de dag van Zijn heerlijke verschijning.
De opening van het graf-van-de-rijke garandeert de opening van het graf der door Hem verrijkten.
Het feest van de verlossing uit het diensthuis werd gevolgd door het feest van het levensonderhoud.
Het feest van de verlossing uit het diensthuis der zonde en der ongerechtigheid wordt gevolgd door het feest van behoud ten eeuwigen leven”[2].

Is het u wel eens opgevallen dat de apostel Paulus het in 1 Corinthiërs 15 vaak over de natuur heeft?
Hij schrijft over wilde dieren in Efeze[3]. Over graankorrels en tarwe[4]. Over vissen en vogels[5]. Over zon, maan en sterren[6].
Conclusie: de opstanding van de doden is alleen al een feest vanwege de variatie die er zal wezen. Iets van die diversiteit zien we nu al. Maar er komt een tijd dat alles en iedereen de God van hemel en aarde in volmaakte variatie zal dienen!
Die gedachte geeft ons alle reden om na de beide Paasdagen met hernieuwde energie het dagelijkse werk weer aan te pakken.

In een preek karakteriseerde de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant H. Knoop (1891-1974) ons aardse werk eens zo: “Al wat uw leven doet door het geloof in de Here Jezus Christus, die dood geweest en nu leeft als de Levensvorst, dat is door Zijn opstanding niet aan de ijdelheid onderworpen (…), Het zal eenmaal opstaan zo zeker als Christus is opgestaan uit de doden, en Hij de dood heeft overwonnen. Zijn opstanding is u daarvan een onbedrieglijk pand. Dan: uwe werken volgen met u, uw leven heeft een oogst! Hier zult u van die oogst weinig of niets zien. Maar in de opstanding van Christus heeft u de vaste belofte, dat de oogst komt in de dag van de opstanding”[7].
Ons aardse leven geeft dus uitzicht op de oogst.
Al ons werk komt in het licht te staan.

Dat licht schijnt ook anno Domini 2018.
Denkt u maar aan Johannes 8, waar Jezus zegt: “Ik ben het Licht der wereld; wie Mij volgt, zal beslist niet in de duisternis wandelen, maar zal het licht van het leven hebben”[8].
Voelt u zich een verlicht mens?
Dat zeggen we niet gauw van onszelf. Zegt u nu zelf: wij willen niet arrogant overkomen.
Niettemin leven wij in het licht. Het licht dat onze Heiland uitstraalt, namelijk. Dat licht geeft ons alle gelegenheid om van het uitzicht te genieten. Natuurlijk: als we in de verte kijken, zien we een hoop vuiligheid. Wij zien oneerlijkheid, zonde, teleurstelling en verdriet.
Maar we mogen verder kijken. Wij mogen, om zo te zeggen, over de rommel heen kijken. En dan zien wij: de oogst is te Zijner tijd groots!

Laten we daarbij bedenken dat de hemelse God ons leven in een nieuw licht zet – vandaag al.
Al onze aardse arbeid staat permanent in de schijnwerpers!

Die schijnwerpers geven, om zo te zeggen, licht in Christus. Sinds Diens opstanding staat ons leven in een ander licht.
En dat is nog maar het begin.

Want met Psalm 22 zingen we:
Uiteindelijk “… wordt erkend de grootheid van de HEER.
De hele aarde keert dan tot Hem weer.
En alle volken knielen voor Hem neer
met eerbewijzen.
Zij zullen God als Heer der volken prijzen.
Gods koninkrijk zal dan in glans verschijnen.
Uit alle volken brengen Hem de zijnen
hun huldeblijk”[9].
Ziet u dat?
De hele aarde komt naar de Here toe.
Alle volken komen eerbiedig tot God.
Alle volken brengen Hem hulde!

Loopt ons gefröbel daar op uit?
Staat ons alledaags gemopper en gemurmureer in dat kader?
Ach – dat is nu nog onvoorstelbaar.

Maar gelovige kinderen van God gaan eerst en vooral biddend hun gang.
Het was de Gereformeerd-vrijgemaakte predikant J. Groen (1906-1968) die in een preek over Zondag 48 van de Heidelbergse Catechismus daarvan eens een treffende typering gaf.
Met die typering wil ik dit artikel besluiten.
Want daar is, ten langen leste, alles mee gezegd.

“Broeders en zusters, het is het gebed van de kerk om de komst van Gods Koninkrijk, dat volgens Openbaring 8 met het wierook van het altaar van de verzoening opgestegen tot God, haar verhoring vindt in de gerichten, die over de wereld losbarsten. Immers het wierookvat, gevuld met vuur van het altaar, waarop het reukwerk geofferd was, werd leeggeworpen op de aarde.
Welnu zo zal ook het gebed van de kerk in de eindtijd vanuit de catacomben van de aarde verhoring vinden, wanneer zij in gelovige vasthoudendheid aan de belofte van haar Here: ‘Zie, Ik kom haastig’, bidt: ‘Ja, kom, Heer Jezus’! Welaan dan: Pro Rege et pro Patria. Op!, voor Christus-Koning en voor ons hemels Vaderland”.

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 15:55-58.
[2] G. Zomer (red.)., “Komende tot leven”. – Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1977. – p. 173.
[3] 1 Corinthiërs 15:32.
[4] 1 Corinthiërs 15:37.
[5] 1 Corinthiërs 15:39.
[6] 1 Corinthiërs 15:41.
[7] Het betreft een preek over Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus.
[8] Johannes 8:12.
[9] Psalm 22:13, Gereformeerd Kerkboek-1986.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.