gereformeerd leven in nederland

12 juni 2018

Dwaal niet!

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus gaat over heilig leven, “zowel in het heilig huwelijk als daarbuiten”[1].
In verband daarmee verbiedt de Here “alle onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan”[2].

Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
Niemand, denk ik.

Waarom is God daar eigenlijk zo streng op?
Omdat dit alles te maken heeft met de koers in ons leven.

Als het gaat over onreine daden, gebaren, woorden, gedachten, begeerten en wat de mens daartoe verleiden kan, wordt onder meer verwezen naar 1 Corinthiërs 15. Daar staat: “Dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden”[3].

Dwaal niet.
Die vermaning betekent in ieder geval dat we in ons leven een duidelijke richting moeten hebben. Waar gaat het naar toe met ons leven? Voor wie leven wij?
Gaan we eerlijk om met de mensen die het meest dichtbij ons staan?
Horen we, als het over ons huwelijk gaat, tot de categorie schuinsmarcheerders?
Geven we, als het over ons huwelijk gaat, duidelijk onze grenzen aan?
Geeft u, ook als u alleenstaand bent, een duidelijke afbakening – zover ga ik, en verder niet?

We leven in een maatschappij waarin het huwelijk niet zo heilig meer gevonden wordt. Als je elkaar, na verloop van vele jaren, niet zo interessant meer vindt… – nou, dan ga je toch elkaar? Dat gebeurt vaker. Zegt u nu zelf.
Maar de vraag is: worden onze zeden van zo’n scheiding nu zoveel beter? De grondregel moet blijven: “wat God samengevoegd heeft, laat de mens dat niet scheiden”. Dat principe van Mattheüs 19 lijkt wel ouderwets geworden[4]. Maar als dat zo zou zijn, dan was heel Gods Woord een beetje uit de tijd. En dat is heus niet waar!

Trouwens, wie/Wie bepaalt eigenlijk wat goede zeden zijn?
En ja, daarna liggen de volgende vragen voor de hand: voor Wie leven wij? En: gaan we met onze problemen naar God, of willen wij het zo nodig zelf oplossen?

Wat is slecht gezelschap?
Dat zijn de mensen die hun normen aanpassen aan deze tijd. Omdat Gods Woord niet meer zo past op de algemeen aanvaarde stijl van de eenentwintigste eeuw.

Opnieuw noteer ik die vragen: Wie is op dit gebied helemaal schoon? Rein? Volstrekt onberispelijk?
En ik blijf het zeggen: niemand.

Hoe moet dat nu verder?
Moeten wij toch maar een beetje water bij de wijn doen?
Nee, dat is niet de oplossing.
Maar dat wil niet zeggen dat wij thans troosteloos voor ons uit moeten gaan zitten kijken.
Hieronder leg ik uit waarom.

Die oproep “dwaal niet: slecht gezelschap bederft goede zeden” staat in een hoofdstuk waarin de apostel Paulus een brede uiteenzetting geeft over nut en noodzaak van de opstanding van Jezus Christus.
Door Zijn lijden en opstanding heeft Jezus Christus voor onze zonden betaald.

In 1 Corinthiërs 15 legt Paulus uitgebreid uit wat dat voor ons betekent.

Opstanding uit de dood – dat is werkelijk ongelooflijk.
Er zijn dan ook massa’s mensen die niet geloven dat Christus’ opstanding echt gebeurd is.
Maar als je dat in twijfel trekt, komt heel de Boodschap van de Bijbel op losse schroeven te staan.

Paulus legt dat in acht stappen uit:
“a. …als er geen opstanding van de doden is, dan is ​Christus​ ook niet ​opgewekt.
b. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, dan is onze prediking zonder inhoud, en zonder inhoud is ook uw geloof.
c. En dan blijken wij ook valse getuigen van God te zijn. Wij hebben namelijk van God getuigd dat Hij ​Christus​ heeft opgewekt, terwijl Hij Die niet heeft opgewekt als inderdaad de doden niet opgewekt worden.
d. Immers, als de doden niet ​opgewekt​ worden, is ook ​Christus​ niet ​opgewekt.
e. En als ​Christus​ niet is ​opgewekt, is uw geloof zinloos; u bent dan nog in uw ​zonden.
f. Dan zijn ook zij die in ​Christus​ ontslapen zijn, verloren.
g. Als wij alleen voor dit leven op ​Christus​ onze hoop gevestigd hebben, zijn wij de meest beklagenswaardige van alle mensen.
h. Maar nu, ​Christus​ ís ​opgewekt​ uit de doden en is de Eersteling geworden van hen die ontslapen zijn”[5].

De Eersteling, inderdaad.
Want al Gods kinderen zullen uit de dood opstaan. Jazeker, zij hebben in hun aardse leven veel zonden gedaan. Het dienen van God ging gepaard met vallen en opstaan. Zij hebben tegen de zonde gestreden voor wat zij waard waren. En ze hebben dat gevecht vaak verloren.
En toch is dat geen reden tot wanhoop. Want de Redder van het leven heeft voor onze zonden betaald.
En dat geloof hebben Gods kinderen hun aardse leven lang beleden.
En daarom – vanwege de betaling door de trouwe Heiland – hebben Gods kinderen toch toegang tot de hemel. Zij mogen binnenkomen in de woonplaats van God!

Er komt een moment dat Jezus Christus, de Zoon van God, het koningschap overdraagt aan Zijn Vader.
God betekent dan alles.
Voor iedereen.
God heeft het te zeggen in heel de wereld. Bij alles en iedereen. Overal en altijd.

Dat is, in grote lijnen, het kader van die oproep: dwaal niet!
Oftewel: denk erom dat je goed op koers blijft in het leven.
Dat is niet alleen een kwestie van netjes en voorbeeldig leven. Nee, het is een kwestie van: op weg gaan naar de hemelse toekomst. Een toekomst die nooit ophoudt.

Een rein bestaan?
Een schoon leven?
Dat is de beste voorbereiding op een nieuw leven. Een eeuwig bestaan!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 108.
[2] Heidelbergse Catechismus – Zondag 41, antwoord 109.
[3] 1 Corinthiërs 15:33.
[4] Ik citeer Mattheüs 19:6.
[5] 1 Corinthiërs 15:13-20.

31 maart 2016

De angst afgevlakt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Angst is een slechte raadgever, zeggen de mensen[1]. We moeten ons vooral niet door angst laten regeren, adviseren koningen en ministers ons. Dat zeggen zij vooral vaak als terreur en geweld heel dichtbij komen.
Negen dagen geleden vonden in Brussel aanslagen plaats. In een paar uur tijd werd een complete maatschappij ontregeld[2].
Een psycholoog zei naar aanleiding van die gebeurtenissen in een krant: “Van 24 uur piekeren krijg je echt niet meer grip op de situatie”[3].

Hoe moeten wij met angst omgaan?

De dichter van Psalm 116 is ons tot voorbeeld.
Hij dicht:
“Ik heb geloofd, zelfs toen ik sprak:
Ik ben zeer verdrukt;
toen ik in mijn angst zeide:
Alle mensen zijn leugenachtig”[4].
De psalmist zegt, als hij in nood komt, niet: God redt mij niet, dus is Hij niet aanwezig. Hij zegt niet: als God zoveel ellende toe laat, wil ik niets meer met Hem te maken hebben. Nee, hij blijft standvastig geloven in de beloften van God.
Als wij in de krant, of via andere media, allerlei beelden langs zien komen waarop de trieste gevolgen van terreurdaden te zien zijn mogen we zeggen: het geloof in God neemt niemand mij af. Wij mogen bidden om kracht van Gods Geest, teneinde die belijdenis vast te houden.

Weet u dat Paulus deze Psalm gebruikt in de brief die in onze Bijbels is opgenomen als 2 Corinthiërs?
In hoofdstuk 4 schrijft hij over gevaar. Over omstandigheden waarin goede raad geen luxe is. Over vervolging. En over situaties waarin hij de onderliggende partij is. Maar in dat alles is één ding zeker: Paulus’ geloof in de opstandingskracht van Jezus Christus is ook in de kerk van Corinthe te vinden.
De apostel schrijft: “Maar nu wij dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk geschreven staat: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken, geloven ook wij, en daarom spreken wij ook. Immers, wij weten, dat Hij, die de Here Jezus opgewekt heeft, ook ons met Jezus zal opwekken en met u vóór Zich stellen. Want het geschiedt alles om uwentwil, opdat de genade toeneme en door steeds meerderen overvloediger dank worde gebracht ter ere Gods”[5].
Paulus weet zeker dat zowel de kerkmensen uit Corinthe en hijzelf te Zijner tijd voor God zullen staan.
In dit leven zien de Corinthiërs en Paulus steeds weer blijken van Gods genade. Die genade heeft als einddoel dat heel veel gelovigen de Here God zullen eren.

En waar moeten die mensen dat doen? Antwoord: in de kerk.
In Psalm 116 noteert de dichter:
“Hoe zal ik de Here vergelden
al zijn weldaden jegens mij?
De beker der verlossing zal ik opheffen,
ik zal de naam des Heren aanroepen.
Mijn geloften zal ik de Here betalen,
in de tegenwoordigheid van al zijn volk”[6].

Bent u angstig?
Dat kan best.
Want die beelden op internet en in de krant van geweld en terreur kunnen angst inboezemen. Wanneer komt in ons land de klap?
Nee, die angst hoeven we echt niet weg te praten. We kunnen die angst meedragen naar de kerk. En daar mogen wij het zingen:
“Ik zal met vreugd in ’t huis des HEREN gaan,
ik zal mijn God naar mijn geloften danken.
Jeruzalem, hoor naar die blijde klanken
en hef met mij de lof des HEREN aan!”[7].

Nee, angst kunnen we niet wegzingen. Maar al zingend kunnen we de angst wel afvlakken. Dan kunnen we er bovenuit kijken. Wij mogen onze blik op de toekomst richten.
Laten wij dat samen doen.
Tot eer van God!

Noten:
[1] Een bewerking van dit stuk zal het hoofdartikel zijn in de editie van het kerkblad van De Gereformeerde Kerk Groningen die op zondag 3 april aanstaande verschijnt.
[2] Op dinsdag 22 maart 2016 ontploften vanaf ongeveer 8 uur in de morgen bommen op het Brusselse vliegveld Zaventem; er was vervolgens rond 9.00 uur ook een aanslag bij het Brusselse metrostation Maalbeek. Er vielen ruim dertig doden. Ook raakten zo’n tweehonderd mensen gewond. De aanslagen werden opgeëist door Islamitische Staat.
[3] “Met alleen bang zijn win je niets”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 23 maart 2016, p. 1. De psycholoog in kwestie is Marjon Peters.
[4] Psalm 116:10 en 11 (onberijmd).
[5] 2 Corinthiërs 4:13, 14 en 15.
[6] Psalm 116:12, 13 en 14 (onberijmd).
[7] Psalm 116:11 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

18 april 2014

Pasen 2014: het begin is er

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

De graven gingen open en vele lichamen der ontslapen heiligen werden opgewekt”.
Zo staat dat in Mattheüs 27[1].

De kwestie van de geopende graven wordt vermeld in de perikoop waarin het over het sterven van Jezus gaat. Het sterven van Jezus wordt op buitengewoon opmerkelijke wijze gemarkeerd.
Ontstellend moet dat geweest zijn! Je zult maar iemand zien, waarvan je dacht dat hij of zij reeds lang begraven was. Verbijsterend moet dat wezen.

Over die ontsteltenis lezen we slechts één lange zin: “De hoofdman en zij, die met hem Jezus bewaakten, zagen de aardbeving en wat er plaats had en zij werden zeer bevreesd en zeiden: Waarlijk dit was een Zoon Gods”[2].

Maar de nadruk ligt toch op het feit dat de graven open gaan[3].
Kinderen van God staan op.
De mensen moeten begrijpen: dit is nog maar het begin. Er komt een dag waarop alle kinderen van God tot leven komen.
Het is de periode waarin zal blijken dat de kloof tussen kerk en wereld nooit meer overbrugd zal worden.
Jesaja had het er indertijd al over: “Herleven zullen uw doden – ook mijn lijk –, opstaan zullen zij. Ontwaakt en jubelt, gij, die woont in het stof! Want uw dauw is een dauw van licht; en de aarde zal aan de schimmen het leven hergeven. Kom, mijn volk, ga in uw binnenkamers, en sluit uw deuren achter u; verberg u een korte tijd, tot de gramschap over is. Want zie, de HERE verlaat zijn plaats om de ongerechtigheid der bewoners van de aarde aan hen te bezoeken; dan zal de aarde het op haar vergoten bloed aan het licht brengen en haar verslagenen niet langer bedekken”[4].
Daniël was indertijd zo mogelijk nog explicieter: “Velen van hen die slapen in het stof der aarde, zullen ontwaken, dezen tot eeuwig leven en genen tot versmading, tot eeuwig afgrijzen. En de verstandigen zullen stralen als de glans van het uitspansel, en die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altoos”[5].
Welnu, Mattheüs wil in hoofdstuk 27 laten blijken: de macht van de dood is overwonnen. Hij wil aantonen dat de volmaakte verlossing van de gelovigen op handen is!

Als we in de komende weekwisseling Pasen vieren, doen we dat omdat we begrijpen dat het leven op aarde nog maar het begin is. Wij zullen opstaan tot een nieuw leven. Er komt een heerlijke tijd aan. Een tijd die wij eigenlijk geen periode kunnen noemen. Dat is het niet. Die heerlijke tijd houdt namelijk nooit meer op.

Dat is natuurlijk fantastisch.
Magnifiek.
Fenomenaal.

Pasen is een heel toekomstgericht feest, dat gevierd wordt in een wereld waarin van alles fout gaat. We vieren Pasen in een samenleving waarin velen, vanwege allerlei traumatische gebeurtenissen, beschadigd rondlopen.
We horen nog altijd over overleden bisschoppen in de Rooms-Katholieke Kerk die zich eertijds aan seksueel misbruik schuldig maakten[6].
We horen nog steeds verhalen van oude mensen voor wie de Tweede Wereldoorlog eigenlijk nooit voorbij is. “In mijn hoofd is het één groot slagveld. Ik zie altijd maar bloed. Kom ik een lantaarnpaal voorbij en dan denk ik: twee haken zitten er aan beide kanten. Aan elke haak kunnen ze er eentje ophangen. De oorlog is nooit voorbijgegaan. Ik kan mijn verdriet niet kwijt”[7].
En er is ook die bekommernis die nooit genoteerd wordt. Het leed van hen die geliefden hebben begraven, bijvoorbeeld. Hoe oud men ook wordt, die treurnis schrijnt altijd. De rouwkaarten liggen, om zo te zeggen, altijd op tafel.

Jezus Christus is opgewekt.
Dat Evangelie gaat de wereld door.

En wat verandert er dan nu voor ons?
Antwoord: we zitten niet meer vastgeketend aan de zonde. Natuurlijk, we zijn altijd behept met fouten en grote tekortkomingen. Maar al die tekorten zijn, als het goed is, geen beheersende factor meer in ons leven. Om met Romeinen 6 te spreken: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn met hetgeen gelijk is aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn”[8].

Een christenleven is nooit een en al rampzaligheid.
Nee, er is geen zinnig mens die zich verheugt over al die illegale immigranten die vanuit Noord-Afrika in gammele bootjes de oversteek naar Europa wagen. Wie daarvan de beelden ziet, denkt bij zichzelf: kan niemand daar wat aan doen[9]?
Weken lang is tevergeefs gespeurd naar overblijfselen van het vliegtuig van Malaysia Airlines dat op 8 maart van dit jaar van de radar verdween. Ondanks de grote inzet van mensen en het gebruik van zeer geavanceerde technieken ziet men geen resultaten[10].
Ziedaar, twee willekeurige voorbeelden van situaties waarin de zo machtig lijkende mens jammerlijk faalt.
U kunt er zelf vast óók nog heel veel bedenken.
En toch is dat christenleven heilloos noch noodlottig.
Ach ja, alle ellende van de wereld ligt misschien als een steen op onze maag.
Laten wij echter – als dat zo is – maar bedenken dat heel wat overleden mensen, toen Christus’ lijden voltooid was, uit hun graven kwamen. Een voorproefje was dat. Een voorschot op de totale vernieuwing van de wereld.
Het begin is er. De nieuwe wereld komt er aan!

Noten:
[1] Mattheüs 27:52.
[2] Mattheüs 27:54.
[3] In dit artikel gebruik ik onder meer de webversie van de Studiebijbel.
[4] Jesaja 26:19-21.
[5] Daniël 12:2 en 3.
[6] Zie bijvoorbeeld: “Bisdom hield misbruik Gijsen stil”. In: Nederlands Dagblad, maandag 14 april 2014, p. 2.
[7] Peter Sneep, “De oorlog is nooit voorbij”. In: Nederlands Dagblad, maandag 14 april 2014, p. 15.
[8] Romeinen 6:4, 5 en 6.
[9] Zie: “Tientallen vrouwen, kinderen en duizenden mannen gered”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 12 april, p. 1.
[10] Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Malaysia_Airlines-vlucht_370 .

20 augustus 2013

Gegarandeerde heerlijkheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

“De opstanding van Christus is voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”.
Voor Gereformeerde mensen zijn dat bekende woorden. Ze staan in Zondag 17 van de Heidelbergse Catechismus[1].

Christus geeft ons een onderpand.
Nu weten wij het zeker: Hij geeft ons ook de heerlijkheid.
Het majestueuze begin is er.
En het magnifieke vervolg komt eraan.

Het Evangelie van die rustgevende genade vinden wij bijvoorbeeld in Romeinen 6: “Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven, daar wij weten, dat Christus, nu Hij uit de doden is opgewekt, niet meer sterft: de dood voert geen heerschappij meer over Hem. Want wat zijn dood betreft, is Hij voor de zonde eens voor altijd gestorven; wat zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus”[2].

Dat verheugende bericht heeft verregaande consequenties.
Het betekent dat voor ons in de hemel een plaats vrij gehouden wordt.
Dat blijkt uit Efeziërs 2: hij “heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende rijkdom zijner genade te tonen naar zijn goedertierenheid over ons in Christus Jezus”[3].
In de hemel is het duidelijk: deze plaats is gereserveerd voor Jan Janssen, voor Piet Bos, voor …
Ja, vult u de namen van uw broeders en zusters in de kerk maar in.
En van uw gelovige ouders. Van uw godvruchtige ooms en tantes.
Van uw man, die altijd zo druk met de kerk bezig was.
Van uw vrouw, wier optimistische levenshouding ten diepste voortkwam uit een vast geloof.
Ja, vult u uw eigen naam maar in.
Ergens is ook een prachtige plaats voor de schrijver van deze weblog.
Dat is ongelooflijk. Maar het is waar. Hónderd procent waar.

Wij vinden die blijde Boodschap ook in Efeziërs 5. Daar heten de kerkmensen “leden van Zijn lichaam”.
Daarom zijn kerkmensen echt de moeite waard! Het staat er zo: “…niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het, zoals Christus de gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam”[4].
Laten wij goed zien wat daar staat. Er staat niet: opdat wij leden van zijn lichaam zijn. Nee, wij lezen: omdat wij leden van zijn lichaam zijn. Dat is dus al zo. Het is ook de realiteit van 2013.

Het blij makende Evangelie kunnen wij ook in Colossenzen 3 vinden.
Daar blijkt dat de schrijver ervan met de beide benen op de grond staat. In dit leven is ons bestaan niet een en al jubel. Er klinken geen harmonieorkesten en grote zangkoren.
Colossenzen 3 verkondigt: “Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God. Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in heerlijkheid”[5].
Het is nu nog niet duidelijk hoe ons hemeleven er uit komt te zien, maar het wordt prachtig – iedereen zal het zien.

Ware gelovigen hebben perspectief in de wereld.
De horizon breekt open.
Dat geldt in een wereld die, om zo te zeggen, op sommige plaatsen in brand lijkt te staan.

Neem nou het Midden-Oosten. Dat is een buitengewoon onrustig deel van de wereld.
Het Nederlands Dagblad van donderdag 15 augustus kopte op de voorpagina: “In Egypte dreigt bloedige burgeroorlog”. En daaronder stond: “Egypte heeft de noodtoestand uitgeroepen, na de gewelddadige ontruiming van twee protestkampen gisteren in Caïro. Bij het optreden van de ordetroepen vielen 149 doden en meer dan 1400 gewonden. Vicepresident elBaradei is opgestapt.
Het Egyptische leger ontruimde gisteren met pantserwagens en bulldozers twee tentenkampen van aanhangers van de afgezette president Mohammed Morsi. Er werd op grote schaal traangas ingezet en van beide kanten zou zijn geschoten”[6].
Het genoemde aantal doden en gewonden bleek later nog aanzienlijk hoger. Vele kerken van koptische christenen werden een prooi van het vuur. De wereld keek verbijsterd toe[7].
Een argeloze christen in Nederland vraagt zich, in zijn stoel gezeten, in gemoede af waar het toch héén moet met de wereld. De mensen breken de boel af, in plaats van dat zij zaken opbouwen.
Welnu.
Gods uitverkoren kinderen weten wel waar zij naar toe gaan. Zij zijn onderweg naar de hemel. Het is Jezus Christus Zelf die daar plaatsen reserveert. Voor al Zijn kinderen. Er is plek voor iedereen. Want in de hemel is plaats genoeg.

Ware gelovigen hebben perspectief in de wereld.
De horizon breekt open.
Dat is, om het eens zo te zeggen, een hele zorg minder.

We leven in Nederland waarin de kosten voor zorg de pan uitrijzen.
Op allerlei manieren wordt geprobeerd om de kosten in de hand te houden.
Dat kost moeite. Grote moeite.
Al was het alleen al omdat zoveel mensen door een instelling voor geestelijke gezondheidszorg ondersteund moeten worden. Het zou de minister momenteel niet slecht uitkomen als daar wat minder patiënten terecht kwamen[8].
Wij horen de ervaringen van mensen die in dit leven grote moeiten kennen. Niet zelden zijn het aangrijpende verhalen. Soms hóór je ’t Gods kinderen denken, of zelfs zeggen: kwam Christus maar terug…
Tegen zulke mensen mag zonder terughoudendheid worden gezegd: onze opstanding in heerlijkheid komt eraan; de Here heeft het Zelf beloofd.

Onze opstanding in heerlijkheid: dat lijkt voor ons soms mijlenver van ons bed af te staan.
Maar laten wij ons niet vergissen.
Want de Eersteling is reeds uit het graf verrezen.
Dat in het verleden behaalde resultaat geeft garanties voor de toekomst!

Noten:
[1]
Zondag 17, antwoord 45: “Ten derde is de opstanding van Christus voor ons een onderpand van onze opstanding in heerlijkheid”.
[2] Romeinen 6:8-11.
[3] Efeziërs 2:6 en 7.
[4] Efeziërs 5:29 en 30.
[5] Colossenzen 3:3 en 4.
[6] “In Egypte dreigt een bloedige burgeroorlog”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 15 augustus 2013, p. 1.
[7] “Geweld veroordeeld, nog geen sancties” en “Tientallen koptische kerken in brand gestoken”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 16 augustus 2013, p. 2.
[8] Zie hierover bijvoorbeeld: “Huisarts moet alert zijn op verwijzing ggz”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 10 augustus 2013, p. 3.

29 maart 2013

Pasen 2013: hoop voor de toekomst

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

Over enkele dagen zal het Pasen zijn.
Wij lezen het Evangelie van de opgestane Christus in Mattheüs 28: “En de bewakers werden door vrees voor hem (de engel van de Here) bevangen en zij werden als doden. Doch de engel antwoordde en zeide tot de vrouwen: Weest gij niet bevreesd; want ik weet, dat gij Jezus zoekt, de gekruisigde. Hij is hier niet, want Hij is opgewekt…”[1].

De grafbewakers zijn omgevallen. Lijkwit. Welk mens kan blijven staan als plotseling een hemelse boodschapper de aarde en haar bewoners wakker komt schudden?
Eigenlijk is het in het geheel niet verbazingwekkend dat de aardse grafbeveiliging faalt als een hemelse Evangelieverkondiger ter plaatse komt.
De kerk moet echter niet bang van dit wonder worden.

Want dat wonder is het nieuwe startpunt van de opbouw van de kerk, het nieuwe perspectief in de zorg voor de schepping, de nieuwe drijfveer voor de dienst aan de samenleving[2].
De weg naar de troonzaal van God de Vader is nu open. Het is tijd voor groei in volwassenheid, voor verdere verdieping van de kennis over het werk van Jezus Christus.
Gods kinderen moeten de betekenis van Psalm 40 gaan begrijpen:
“In slachtoffer en spijsoffer hebt Gij geen behagen,
– Gij hebt mij geopende oren gegeven –,
brandoffer en zondoffer hebt Gij niet gevraagd (…)
ik heb lust om uw wil te doen, mijn God,
uw wet is in mijn binnenste”[3].
Gods kinderen moeten de rustgevende weidsheid van Mattheüs 11 beter leren overzien: “…neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is licht”[4].
Zachtzinnigheid en bescheidenheid: dat zijn eigenschappen die we in de eenentwintigste eeuw – niet zelden onder druk van de omstandigheden! – over het algemeen hebben verleerd.
Maar de kerk gaat zich er, als het goed is, weer in oefenen. Want zij realiseert zich dat de opstanding van Jezus Christus nog maar het begin is. Om met Paulus te spreken: “Want evenals in Adam allen sterven, zo zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden”[5]. Zo schrijft de apostel dat in 1 Corinthiërs 15.

De dood heeft definitief verloren.
Een nieuw leven gaat beginnen.
Dat is een bestaan waarin we de Here willen dienen; wij willen niets liever dan dat. Dat is een leven waarin we Gods schepping willen bewerken en bewonderen. Dat is een presentie waarin we iets voor de maatschappij willen betekenen.

Maar hoe wéten we eigenlijk precies welke keuzes we moeten maken?
Welke kansen mogen wij benutten? En hoe vér mogen we daarin gaan?
Wat wil de Here dat wij doen?
Hoe moeten we reageren als het werk, dat wij met zoveel passie opgepakt hadden, op niets uitloopt?
Hoe gaan we om met aftakeling, ziekte en handicap?
Zondag en maandag is het Pasen. Maar daarna moet er weer gewoon gewerkt worden. Wat zegt het Paasfeest ons dan?

Daar leert Paulus ons iets over.
In het hierboven reeds geciteerde Schriftgedeelte, 1 Corinthiërs 15, schrijft hij namelijk ook nog: “…indien Christus niet is opgewekt, dan is uw geloof zonder vrucht, dan zijt gij nog in uw zonden. Dan zijn ook zij, die in Christus ontslapen zijn, verloren. Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Maar nu, Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen, die ontslapen zijn”[6].

Wat vertellen die woorden ons?
In ieder geval wel dit.

1.
Omdat Christus opgestaan is, is de zonde niet meer het hoofdbestanddeel van onze existentie. Wij leren de zonde steeds meer mijden.
Als we ons dagelijks werk aanpakken, doen wij dat in de kaders van Gods wet. Er is echter meer. Wij huldigen er ook de Hére mee. Wij vereren Hem!
De zonde is geen dikke zwarte lijn meer in het leven. Meer dan een stippellijn is de zonde niet.
Ons goede werk – hoe gering ook –, gaat mee de toekomst in. Kijkt u maar in Openbaring 14: “Schrijf, zalig de doden, die in de Here sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, dat zij rusten van hun moeiten, want hun werken volgen hen na”[7].
Ons werk ziet er, voor de buitenstaanders althans, net zo uit als dat van de gemiddelde burger. Maar schijn bedriegt. Want het is eredienst: activiteit om God te doen gloriëren.
Die wetenschap bepaalt, naar wij allen mogen hopen, ook de keuzes die we met betrekking tot ons – al of niet betaalde – werk maken. Met regelmaat zoeken wij een bevredigend antwoord op de vraag: waar en hoe kunnen wij onze God het beste dienen? Die keuze is niet altijd meteen duidelijk. Maar bij zulke keuzes gelden wél de woorden uit de Psalmen 42 en 43:
“Hoop op God, want ik zal Hem nog loven,
mijn Verlosser en mijn God!”[8].

2.
Velen plegen, ook vandaag nog, te zeggen: van de doden niets dan goeds. Welnu, het is zeker dat gelovigen die op deze aarde met hun Heer wandelen, terstond ná hun sterven welkom worden geheten in het voor hen gereserveerde hemelse huis.
Intussen dragen wij allen in ons leven het verdriet mee van geliefden van wie wij afscheid moesten nemen. Wij herinneren ons hun vroomheid. Maar misschien ook hun ziekte, en hoe zij gaandeweg zwakker werden. Soms staan het verval en de snelle veroudering ons nog levendig voor de geest.
Echter: zéker op de Paasdag – op het feest van Christus’ opstanding! – mogen aardse achterblijvers het Evangelie verkondigen van onze hemelse Vader “die al uw ongerechtigheden vergeeft,
die al uw krankheden geneest,
die uw leven verlost van de groeve,
die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid”[9].
Psalm 103 is een lofzang die bij het Paasfeest past. Want ware gelovigen weten: met ons gaat het de goede kant op!

3.
Dit leven is niet het enige dat onze Here ons aanbiedt. Er komt een nieuwe toekomst aan die vele malen mooier is dan dit leven. Daarom hoeven wij niet te blijven staan bij de mislukkingen van vandaag.
Het nare gevoel van de flop en de miskleun kennen we allemaal. Wie weet niet hoe de boel op aarde soms roemloos vastloopt? Wie heeft niet de ervaring dat zijn of haar vaste voornemens soms zomaar in de mist verdwijnen?
Die grafsurveillanten schrikken zich half dood als een boodschapper vanuit de hemel komt om de wereld te verwittigen van Christus’ opstanding. Het lijkt er op dat die bewakers zich, als zij weer een beetje bij gekomen zijn, haastig uit de voeten maken.
Maar op de Paasdag krijgt de kerk de boodschap: mensen, weest u vooral niet bang voor de toekomst! Want wij zijn, in het verbond, met Jezus Christus verenigd. Onverbrekelijk zijn wij verbonden met de Heiland, die – zo schrijft Paulus in 1 Thessalonicenzen 5 – “voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven. Vermaant daarom elkander en bouwt elkander op, gelijk gij dit ook doet”[10].

In onze wereld komen niet zelden vele, vele vragen voorbij.
In onze wereld gaat enorm veel mis.
Er is tegenspoed. En verdriet, soms ook.
Maar door alles heen gloort de hoop.
Want wij mogen het mét Mattheüs 28 blijven zeggen: “Hij is hier niet, want Hij is opgewekt”.
Dat allesomvattende Evangelie opent het perspectief op de eeuwigheid.
In Mattheüs 28 kregen de vrouwen te horen: “En zie, Hij gaat u voor naar Galilea; daar zult gij Hem zien”[11]. En wat zullen wij nu zeggen? Voor óns geldt de bemoedigende boodschap van 1 Petrus 1: “Hem hebt gij lief, zonder Hem gezien te hebben; in Hem gelooft gij, zonder Hem thans te zien, en gij verheugt u met een onuitsprekelijke en verheerlijkte vreugde, daar gij het einddoel des geloofs bereikt, dat is de zaligheid der zielen”[12]!

Noten:
[1]
Mattheüs 28:4, 5 en 6 a.
[2] In deze alinea gebruik ik: “Zending is gaan én wachten”. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 9 juni 2012, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013c162ff807e169c6869eb2/zending-is-gaan-en-wachten/0 .
[3] Psalm 40:7 en 9.
[4] Mattheüs 11:29 en 30.
[5] 1 Corinthiërs 15:22.
[6] 1 Corinthiërs 15:17-20.
[7] Openbaring 14:13.
[8] Die woorden staan in Psalm 42:6 en 12. En ook in Psalm 43:5.
[9] Psalm 103:3 en 4 (onberijmd).
[10] 1 Thessalonicenzen 5:10 en 11.
[11] Mattheüs 28:7.
[12] 1 Petrus 1:8 en 9.

17 januari 2013

Nieuwe kerkvormen?

Er is in onze tijd aandacht voor nieuwe vormen van kerk-zijn[1]. Onder meer in de Protestantse Kerk wordt daar veel over gepraat. In oktober 2011 stond in het Reformatorisch Dagblad te lezen: “De Protestantse Kerk zegt in de visienota “De hartslag van het leven” kerk ‘met andere kerken’ te willen zijn. Dat geldt met name voor migrantenkerken en ‘in het bijzonder voor kerken van het protestantse erf. We zijn van mening dat er geen reden tot voortzetting van kerkscheiding is’.
De Protestantse Kerk steekt haar hand uit naar de Rooms-katholieke Kerk, ‘vooral in onze gezamenlijke opdracht om getuige te zijn van het evangelie. De Pinksterkerken hebben ons iets te zeggen als het gaat om kerkzijn in de kracht van de Geest. Oosterse kerken herinneren ons aan het geloof in de drie-enige God. Het gaat ons niet om de Protestantse Kerk op zich maar om de Kerk, in Nederland en wereldwijd’”.
Wij moeten, zegt men bij de PKN, van de vaagheden af. De allergie voor waarheid en overtuiging zal moeten worden overwonnen.
En: “Creativiteit, met goede smaak en kwaliteit, moet de kans krijgen. Sommige vormen hebben hun tijd gehad. Het roer tijdig omgooien staat dan dichter bij het leven uit de Geest dan star doorkoersen”[2].

Nieuwe vormen van kerk-zijn: daar horen wij met grote regelmaat over spreken. Met name de Evangelische Omroep laat op radio en televisie zien en horen welke gedachten er leven, en welke activiteiten er worden ontplooid.

Als ik het goed zie, betekenen die nieuwe vormen vooral dat zogeheten traditionele kerkgenootschappen afgedankt worden. Toegegeven: het is wat kort door de bocht, maar de tendens is er wel. Theologische verschillen vindt men niet zo belangrijk meer. Men denkt in stromen. En in stromingen[3].
Om mensen van allerlei herkomst bij elkaar te houden, wordt druk gezocht naar evenwicht. Een woordvoerder van de International Christian Fellowship in Gouda zei eens: “Wij zoeken in de vieringen naar een balans, die ruimte geeft aan de veelheid van stijlen”. De ICF Gouda is een “fellowship waar te midden van gebrokenheid mannen, vrouwen en kinderen genezing vinden naar lichaam, ziel en geest. Kortom een gastvrije plek waar heelheid, verzoening en vergeving worden ontvangen en gedeeld”[4].
Het opmerkelijke is dat de inhoud van de boodschap zich lijkt aan te passen aan de omgeving. Iemand zei eens: “De vorm hangt af van de context waarin je woont en leeft en hoe je daar je roeping ervaart”. Een gemeentestichter sprak: “Je kunt wel vertellen aan een niet-christen dat zijn zonden zijn vergeven, maar dat zijn abstracte woorden. Een jongetje van vier jaar dat nooit liefde heeft gekend, moet je eerst liefde geven voor hij kan begrijpen wat de boodschap van Jezus inhoudt”[5].
De accenten die men bij het brengen van de blijde Boodschap legt, hangen dus af van de ervaring. En van de omstandigheden.

In die situatie behoren Gereformeerden te blijven zeggen: het Evangelie is toepasselijk in alle omstandigheden van het leven. De Boodschap ondergaat geen wijziging als de stand van zaken verandert. In de Gereformeerde kerk heeft het Evangelie altijd zo geklonken.
Dat het aldaar gebrachte Evangelie niet meer óverkomt, vindt zijn oorzaak in de grote aandacht die er is voor het leven van de luisteraars. Hoe groter die aandacht wordt, hoe minder attentie er voor Gods Woord is.

Hebben Gereformeerden dan geen interesse in de actualiteit? Is er bij Gereformeerden geen consideratie met de wereld om hen heen?
Natuurlijk wel.
Sterker nog: in de Bijbel wordt regelmatig iets nieuws gestart.

Denkt u maar aan Psalm 33: “Zingt Hem een nieuw lied”.
En aan Psalm 40: “Hij gaf mij een nieuw lied in de mond, een lofzang aan onze God”.
En aan Klaagliederen 3: “Het zijn de gunstbewijzen des HEREN, dat wij niet omgekomen zijn, want zijn barmhartigheden houden niet op, elke morgen zijn zij nieuw”.
En aan Ezechiël 36: “…een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt”.
En aan Mattheüs 26: “Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders”.
En aan Hebreeën 12: “Maar gij zijt genaderd (…) tot Jezus, de middelaar van een nieuw verbond”.
En aan Openbaring 14: “…en zij (dat zijn de honderdvierenveertigduizend, BdR) zongen een nieuw gezang vóór de troon en vóór de vier dieren en de oudsten; en niemand kon het gezang leren dan de honderdvierenveertigduizend, de losgekochten van de aarde”.
En aan Openbaring 21: “En ik zag de heilige stad, een nieuw Jeruzalem…”[6].
Een weldenkend mens vraagt zich misschien af: wat is daar zo nieuw aan? In ieder geval dit: de Here is iedere dag bezig met de uitvoering van Zijn plan; elke dag doet Hij weer iets nieuws. Onze Here renoveert en ontzondigt de wereld. Om met Openbaring 21 te spreken: “Zie, Ik maak alle dingen nieuw”[7].
De conclusie is onontkoombaar: de kerk presenteert nieuwe dingen, en bréngt nieuws, omdat de Here alles nieuw maakt.

Juist daar zit, meen ik, één der belangrijkste verschillen tussen De Gereformeerde Kerk en de zogeheten nieuwe vormen van kerk-zijn.
Gereformeerden zeggen: de Here maakt alles nieuw. Gemeentestichters die nieuwe kerkvormen propageren, zeggen: wij – met de nadruk op: wij! – moeten de kerk anders organiseren.

De kerk is het werk van God. Meer precies: van Jezus Christus.
Nu het hierom gaat, voel ik mee met de Christelijke Gereformeerde dr. M.J. Kater.
Uit het Reformatorisch Dagblad van maandag 2 april 2012 citeer ik: “Ook de vragen over een nieuwe manier van kerk-zijn, zoals die met name onder jongeren spelen, houden dr. Kater bezig. ‘Er wordt heel veel gezocht door jongeren. Ik twijfel niet aan de oprechtheid daarvan, maar het is wel de vraag of dit de stroom van de Heilige Geest is of de stroom van de geest van de tijd, waar je tegenop moet roeien. Ik ben nog niet zo ver dat ik allerlei nieuw ontstane kleine groepjes zie als het werk van Christus’”[8].
U begrijpt het: zo ver ben ik ook nog lang niet.
Het verrassende van de kerk zit ‘m, als ik het zo zeggen mag, in de opstandingskracht van Christus. Daarover heeft Paulus in Romeinen 6 genoteerd: “Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen”[9].
Nieuwe kerkvormen beginnen niet bij onze originaliteit. De kerk is vol van Jezus Christus. Hij geeft ons een nieuw leven. Laten wij dat nooit vergeten!

Noten:
[1]
Mij is gevraagd op de eerstkomende gemeentevergadering van De Gereformeerde Kerk Groningen – Deo Volente te houden in maart 2013 – een korte lezing te houden over een zelf te kiezen onderwerp. Ik heb daarin bewilligd. Omdat het een gemeentevergadering betreft, ligt een thema als ‘gemeente-zijn in 2013’ voor de hand. Deze week hoop ik op deze plaats, ter voorbereiding op die lezing, enkele artikelen te publiceren. Dit artikel is het vierde in die reeks. Het voorgaande stuk verscheen op woensdag 16 januari 2012.
[2] Zie: “Ruimte voor nieuwe vormen van kerk-zijn”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 12 oktober 2011, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/0134b52966d7aebd9da00275/pkn-ruimte-voor-nieuwe-vormen-van-kerk-zijn/8 .
[3] Zie bijvoorbeeld http://kerkvooreennieuwegeneratie.wordpress.com/ : “Intussen denk ik dat het typeren van kerken in bepaalde stromen momenteel relevanter is dan de indeling in kerkgenootschappen. Ik heb gekozen voor een indeling die de houding van de kerk t.o.v. de cultuur als uitgangspunt heeft i.p.v. theologische verschillen, omdat ik denk dat die indeling de onderlinge verschillen beter weergeeft dan een theologische indeling. (…) We zien ook dat theologische stromen (zoals orthodox, evangelisch en vrijzinnig) dwars door de diverse kerkgenootschappen heenlopen”.
[4] Zie http://www.izb.nl/download/CAwdEAwUUkdHXQ== .
[5] Zie http://www.surfsharekit.nl:8080/get/smpid:10464/DS1 (citaat van pagina 19).
[6] Achtereenvolgens citeer ik Psalm 33:3a, Psalm 40:4a, Klaagliederen 3:22 en 23a, Ezechiël 36:26 en 27, Mattheüs 26:29, Hebreeën 12:22a en 24a, Openbaring 14:3 en Openbaring 21:2a.
[7] Openbaring 21:5.
[8] Zie: “Dr. Kater roept op tot liefhebben kerkverband”. In: Reformatorisch Dagblad, maandag 2 april 2012, p. 2. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/013c15dc738a8a86c7b8d7f1/dr-kater-roept-op-tot-liefhebben-kerkverband/0 .
[9] Romeinen 6:4.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.