gereformeerd leven in nederland

26 juli 2019

De liefde gaat boven alles

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Liefde en genegenheid laten blijken – dat is in deze wereld niet zo gewoon. Meestal gaan we nogal afstandelijk, zakelijk bijna, onze gang.
In die wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen. Straal het uit! Laat het zien!
De apostel Paulus schrijft in 1 Corinthiërs 13: “En al zou ik de gave van de ​profetie​ hebben en alle geheimenissen weten en alle kennis bezitten, en al zou ik al het geloof hebben zodat ik bergen zou verzetten, maar ik had de ​liefde​ niet, dan was ik niets”[1].

De gave van de profetie, dat is de inspiratie door de Heilige Geest. Dus: het spreken vanuit gegeven Geestkracht. Paulus heeft het oog op de prediking. Maar hij heeft ook aandacht voor ieder die, hoe en waar dan ook, wijst op het verlossingswerk van Jezus Christus. Geloofsopbouw en gemeenteopbouw zijn van het hoogste belang.
Geestelijk spreken, dat betekent: gemeenteleden worden in hun “persoonlijke situatie bemoedigd, vertroost, gezegend en gewaarschuwd”. Het houdt ook in “dat ongelovige toehoorders door God op hun leven worden aangesproken”[2].
Wie een ‘technisch’ leider is, functioneert uiteindelijk niet goed in de kerk. Het is niet louter een kwestie van netjes redeneren en keurige weetjes.
Ook al is ons geloof ijzersterk en hebben we alle dogma’s volstrekt correct in ons hoofd zitten – dan is het nog zo dat we in de kerk een onvoldoende krijgen.
Zonder liefde is het kerklidmaatschap op geen enkele manier nuttig.

Het is verhelderend om bij dit alles de situatie in de kerk te Corinthe in het oog te houden.

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant Joh. Strating (1928-1994) schreef daarover eens: “Als we maar niet vergeten, dat het woord ‘liefde’ juist in dat Nieuwe Testament een heel apart stempel heeft gekregen. Het behoort tot de eigen woordengroep van de Schrift om klank en kleur te geven aan het wonder van de ware broederschap in deze wereld. Dat is te zeggen: aan het wonder van de liefde Gods in Christus Jezus én aan het wonder van de liefde van de gelovigen tot elkaar”.
En:
“De apostel spreekt over de glossolalie (de tongentaal), de gave van de profetie en zó ook ·over de gaven van de kennis enz. Daar wil Paulus wel eens wat over kwijt. Want het dreigde allemaal uit de hand te lopen in Corinthe. De gemeente ontvangt een waarschuwing. Er is verscheidenheid in genadegaven. Dat hebben de Corinthiërs goed verstaan. Maar die gevarieerdheid mag niet leiden tot verachting van het éne lichaam. Dat laatste hebben ze evenwel uit het oog verloren. Zij waren vergeten, dat die gaven van de éne Geest ten diepste één zijn en hoogstens elkaar aanvullen. Het werd in Corinthe een onheilige concurrentie. Men misbruikte de Geestesgaven om er mee te pronken. Zelfdienst in plaats van Gods-dienst en kérk-dienst! Wanneer Paulus daarvan hoort, vermaant hij zijn lezers door middel van deze brief. Zó mag het niet langer. De verkeersweg van de liefde is opgebroken. Er is in Corinthe een ongeestelijke wedloop aan de gang: Het ontbreekt de gemeente aan liefde. Dat is aan het besef, dat men met die rijke gaven eerst de Here moet zoeken en dienen, én het welzijn van heel de gemeente. Wie tróts wordt op de aan hem geschonken genadegave, schendt de wet van de liefde. Hij schendt de gemeenschap der heiligen, de ware broederschap. Hij mag dan verliefd zijn op zijn eigen gave, maar de liefde voor de gemeente is dan ver weg. De Corinthiërs maken zich zo druk om die Geestesgaven, maar het beslissende zien zij voorbij. De vraag komt niet eens aan bod: wat dóe ik met de gaven van de Geest?”[3].
Met andere woorden – met Geestesgaven pronk je niet, daar moet heel de gemeente van profiteren!

Dominee J.R. Wiskerke (1923-1968) vatte de boodschap van Paulus in dezen eens aldus samen: “stel eens, dat ik profetische vèrgezichten zag van enorme afmeting, stel eens, dat ik alles van de mensen en van de raad Gods wist en ik een wonder van helder en geestelijk inzicht was en tel er ook nog maar bij, dat ik een geloofsvolharding had, waardoor ik bergen verzette, óók dan zou ik niets betekenen als de liefdevolle toewijding voor de broeders en zusters bij mij ontbrak”[4].

Het bovenstaande brengt ons tot een vreugdevolle conclusie. Een gevolgtrekking die gedurende heel ons aardse leven veel waarde heeft. Namelijk deze: iedereen kán het!

Jongeren die voortdurend het idee hebben dat zij van God en geloof nog te weinig weten, mogen zich realiseren dat ook zij door de Heilige Geest aangestuurd worden. Denk maar aan de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat de Heilige Geest, om ons ware kennis van deze grote verborgenheid te doen verwerven, in ons hart waar geloof ontsteekt, dat Jezus Christus met al zijn verdiensten omhelst, Hem zich toeëigent en niets meer buiten Hem zoekt. Want één van beide: òf in Jezus Christus is niet alles wat voor ons heil nodig is, òf dit alles is wel in Hem en dan heeft hij die Jezus Christus door het geloof bezit, al zijn heil”[5].

Ouderen, tot wie het langzaam doordringt dat zij in de wereld niet alles meer kunnen overzien, mogen beseffen dat ook zij – door de Heilige Geest – steeds weer het vaste vertrouwen krijgen dat niet alleen aan anderen, maar ook aan hen vergeving van de zonden, eeuwige gerechtigheid en eeuwig heil door God geschonken zijn, enkel uit genade, alleen op grond van de verdienste van Christus. Herkent u de Heidelbergse Catechismus?[6]
Misschien vragen sommige ouderen zich af: zou ik de Here wel voldoende hebben gediend in mijn leven? Of ook: ik ben nu 79, 83, 91, 95 jaar… zou het allemaal wel echt waar zijn? En: zou ik uiteindelijk werkelijk in de hemel komen?
Laten zij dan maar met diezelfde Catechismus blijven belijden dat de Geest ook aan oude mensen gegeven is, om hen door waar geloof aan Christus en al zijn weldaden deel te geven, hen te troosten en eeuwig bij hen te blijven[7].
Zeker – bij de ouderen komen zomaar de angsten: voor grote menigten mensen, voor de drukte op straat, voor de aftakeling in het algemeen en voor heel veel andere situaties; en dan zijn de zorgen om de kinderen nog niet eens genoemd. Maar door alles heen is daar de activiteit van Gods Geest.

Hij zorgt er Zelf voor dat de liefde blijft.
De liefde tot God.
En van daaruit ook de liefde voor elkaar.

Als wij de liefde niet hadden, dan waren wij niets. Nihil. Noppes. Nul komma nul.
In deze harde wereld roept de God van hemel en aarde ons op om liefde te tonen.
Straal het uit! Laat het zien!
En besef het maar: iedereen kán het!

Noten:
[1] 1 Corinthiërs 13:2.
[2] Het citaat komt uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 1 Corinthiërs 14:4.
[3] Ds. Joh. Strating, “De ware broederschap – in liefde bloeiende”. In: De Reformatie, jaargang 51 nr 21, zaterdag 28 februari 1976, p. 372 en 374.
[4] Het citaat komt uit een preek over 1 Corinthiërs 13:1-8.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 22.
[6] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 7, antwoord 21. Overigens formuleert de Catechismus in het enkelvoud.
[7] De formulering is afkomstig uit de Heidelbergse Catechismus – Zondag 20, antwoord 53. De Catechismus formuleert ook hier in het enkelvoud.

19 juli 2018

Het gaat goed met de kerk

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er wordt vandaag de dag veel nagedacht over het afremmen van ouderdomsverschijnselen. Sterker nog, men wil een antwoord op de vraag: kunnen we, via allerlei ingewikkelde processen, werken aan verjonging van het bestaande leven?

Hoe dat zij: voor een gelovig mens is het zeker dat ook in de ouderdom wonderen kunnen gebeuren.

Dat lezen we trouwens ook in de Bijbel.
Leest u maar mee in Hebreeën 11: “Door het geloof heeft ook Sara zelf kracht ontvangen om zwanger te worden en een kind te baren, ondanks haar hoge ouderdom, omdat zij Hem getrouw heeft geacht Die het beloofd had”[1].

Is het bovenstaande, op de keper beschouwd, trouwens niet een beetje vreemd? Sara heeft toch om Gods Woord gelachen? Ze geloofde er in Genesis 18 toch niet zoveel van?
Daar lezen wij immers: “Nu waren ​Abraham​ en ​Sara​ oud en op dagen gekomen; het ging ​Sara​ niet meer naar de wijze van de vrouwen. Daarom lachte ​Sara​ in zichzelf: Zal ik nog liefdesgenot hebben, nu ik oud geworden ben en ook mijn heer oud is? En de HEERE zei tegen ​Abraham: Waarom heeft ​Sara​ toch gelachen en gezegd: Zou ik ook werkelijk baren, nu ik oud geworden ben? Zou er iets voor de HEERE te wonderlijk zijn? Op de vastgestelde tijd, over een jaar, zal Ik bij u terugkomen, en ​Sara​ zal een zoon hebben! Maar ​Sara​ ontkende het en zei: Ik heb niet gelachen; want zij was bevreesd. Maar Hij zei: Nee, u hebt wél gelachen”[2].
Uiteindelijk heeft Sara klaarblijkelijk wel geloof gehecht aan de woorden van de Here.

Van Abraham weten we dat Hij zijn God zonder reserves op Zijn Woord geloofde. Dat blijkt wel uit Romeinen 4: “En niet verzwakt in het geloof, heeft hij er niet op gelet dat zijn eigen lichaam reeds verstorven was – hij was ongeveer honderd jaar oud – en dat ook de moederschoot van ​Sara​ verstorven was. En hij heeft aan de belofte van God niet getwijfeld door ongeloof, maar werd gesterkt in het geloof, terwijl hij God de eer gaf. Hij was er ten volle van overtuigd dat God ook machtig was te doen wat beloofd was”[3].
Abraham was vol geloof.
Hij wist: ik kan dit niet meer zelf. En daarom liet hij het helemaal aan de Here over!

Ja, zegt iemand, dat is allemaal mooi; maar zulke wonderen gebeuren vandaag niet meer.

Met dergelijke reacties moeten wij echter een beetje voorzichtig wezen.
Een exegeet noteerde bij dit vers: “De Hebreeënschrijver kon na zovele eeuwen vaststellen, dat er werkelijk uit Abraham en Sara een groot volk voortgekomen was, ontelbaar als de sterren des hemels en als het zand der zee. Deze natuurlijke vervulling is nog niet te vergelijken bij het geestelijke zaad of het ware zaad van Abraham, wat deze aartsvader in wezen zocht. Een zo groot, natuurlijk zaad zou hij immers tijdens zijn leven op aarde nimmer zien, dus richtte hij het oog op een geestelijke wereld die eeuwig is en waaraan hijzelf ook deel had. ‘God is immers geen God der doden, maar der levenden’, sprak de Heer. De belofte uit Genesis 17:6 dat koningen uit hem zouden voortkomen, kreeg zijn heerlijkste werkelijkheid in het koninklijk priestergeslacht van het nieuwe verbond”[4].
Wat voor volk bedoelt die schrijver? Antwoord: hij bedoelt de gelovigen; zij worden beschouwd als de nakomelingen van Abraham.

Laat ik u in dat verband wijzen op Psalm 105:
“Vraag naar de HEERE en Zijn kracht,
zoek Zijn aangezicht voortdurend.
Denk aan Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft,
aan Zijn tekenen en de oordelen van Zijn mond,
nakomelingen van ​Abraham, Zijn dienaar,
kinderen​ van ​Jakob, Zijn uitverkorenen.
Hij is de HEERE, onze God,
Zijn oordelen gaan over heel de aarde.
Hij denkt aan Zijn ​verbond​ voor eeuwig,
aan de ​belofte​ die Hij gedaan heeft, tot in duizend generaties,
aan het ​verbond dat Hij met ​Abraham​ gesloten heeft…”[5].

Laat ik het voor de gelegenheid zo formuleren: kerkmensen zijn het nageslacht van Abraham.
De kerk van alle tijden heeft in de wereld vaste voet, dankzij het wonderlijke beleid van God.
Zijn Goddelijke manier van doen staat in Hebreeën 11 beschreven. In het kort, jazeker. Maar toch.

In die kerk zitten onder meer ouderen.
Zij kijken in de kerk rond. Zij werpen een zorgelijke blik op het kerkplein. Er verandert zoveel!
En ach, iedereen loopt maar in en uit. De preken zijn soms maar verhaaltjes, naar het lijkt.
En de kinderen? Ach, de ene is gewoon Gereformeerd gebleven, een ander is evangelisch en een derde… nou ja, een beetje vaag. Al te diepgaande gesprekken wilt u daarover niet voeren – je wilt je kinderen per slot van rekening niet kwijtraken.
En je vraagt je af: komt het wel goed met de kerk?

Komt het wel goed met de kerk?
Die vraag stelden Abraham en Sara in hun tijd wellicht ook.
Natuurlijk – er was toen nog geen kerk zoals wij die hebben.
Maar ze hebben zich misschien wel afgevraagd hoe het toch met Gods werk verder moest.
De verlossing die de Here gaf kwam op een volkomen onverwachte manier.
In de eerste plaats is Sara – die vroeger Saraï heette – van nature onvruchtbaar. Zie Genesis 11: “Saraï​ nu was onvruchtbaar; zij had geen ​kind”[6].
In de tweede plaats: zij is de 90 al gepasseerd als zij een kind ter wereld brengt. Zie Genesis 17: “Toen wierp ​Abraham​ zich met zijn gezicht ter aarde en lachte. Hij zei in zijn ​hart: Zal bij een honderdjarige een ​kind​ geboren worden en zal ​Sara, die negentig jaar is, baren?”[7]. En Genesis 18: “En Hij zei: Ik zal over een jaar zeker bij u terugkomen; en zie, dan zal ​Sara, uw vrouw, een zoon hebben! ​Sara​ hoorde dat bij de ingang van de ​tent, die achter Hem was”[8].
Isaäk wordt, naar we mogen aannemen, in de zestiende eeuw voor Christus geboren[9].
Nu is het 2018.
Nee, er worden geen Isaäks meer geboren.
Maar de kerk bestaat nog wel. Toegegeven: het kerkplein wordt er niet overzichtelijker op.
In de zestiende eeuw voor Christus kon God nog wonderen doen. En ja, in 2018 kan dat ook nog.
Vraagt u maar niet wat die wonderen dan zijn. Dat weten we niet. Daar zijn het trouwens wonderen voor.
Laten we maar op God vertrouwen. Ook als u oud geworden bent.

Het komt goed met de kerk!

Noten:
[1] Hebreeën 11:11.
[2] Genesis 18:11-15.
[3] Romeinen 4:19, 20 en 21.
[4] Geciteerd van http://www.rhemaprint.nl/boeken_opmaak/hebreeen/hebreeen11.html ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[5] Psalm 105:4-9 a.
[6] Genesis 11:30.
[7] Genesis 17:17.
[8] Genesis 18:10.
[9] Zie hiervoor https://www.statenvertaling.net/tijdlijn.html ; geraadpleegd op vrijdag 6 juli 2018.

18 juli 2018

Gebruik Gods gaven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Kent u de gelijkenis van de talenten?

Nee, het gaat daarin niet om begaafdheid.
Alles draait om geld. Heel veel geld.
Een talent is, volgens een internetencyclopedie, “de hoogste Griekse geldeenheid. De geldswaarde is gelijk aan 6000 daglonen, ofwel het loon van 20 jaren arbeid”[1].
Het is zo’n geldbedrag waarvan u en ik zeggen: het wordt tijd om aan rentenieren te denken. Vooruit, eerst maar eens een wereldreis. Nou ja, een safari in Tanzania is ook goed.

Welnu – in Mattheüs 25 vertelt Jezus de gelijkenis van de talenten.

Jezus wil de mensen leren om hun gaven goed te gebruiken.
Een uitlegger vat de kern van het verhaal zo samen: “De les hier is deze: hij die de gaven van God op een juiste manier gebruikt en het licht en de genade, die hij ontvangen heeft, in zijn hart bewaart, zal nog veel meer van de Heer ontvangen. Terwijl van hem, die zijn mogelijkheden veronachtzaamt en geen liefde voor de waarheid heeft, ook dat wat hij heeft, weggenomen zal worden”[2].

Ik citeer: “Want het is als iemand die naar het buitenland ging, zijn eigen dienaren bij zich riep en hun zijn bezittingen toevertrouwde. En aan de één gaf hij vijf talenten, aan de ander twee en aan de derde één, ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde meteen weg. Hij die de vijf talenten ontvangen had, ging ​weg​ en handelde daarmee en hij verdiende vijf andere talenten erbij. Evenzo verdiende degene die de twee talenten ontvangen had, er nog twee bij. Maar hij die het ene ontvangen had, ging weg en groef een gat in de grond en verborg het ​geld​ van zijn ​heer.
Na lange tijd kwam de ​heer​ van die dienaren terug en hield afrekening met hen.
En degene die de vijf talenten ontvangen had, kwam en bracht nog vijf talenten bij hem, en hij zei: ​Heer, vijf talenten hebt u mij gegeven; zie, nog vijf talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer. En degene die de twee talenten ontvangen had, kwam ook naar hem toe en zei: ​Heer, twee talenten hebt u mij gegeven, zie, twee andere talenten heb ik aan winst gemaakt. Zijn ​heer​ zei tegen hem: Goed gedaan, goede en trouwe dienaar, over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer. Maar hij die het ene ​talent​ ontvangen had, kwam ook en zei: ​Heer, ik wist dat u een streng man bent, omdat u maait waar u niet ​gezaaid​ hebt, en inzamelt van de plaats waar u niet gestrooid hebt. En ik ben bevreesd weggegaan en heb uw ​talent​ verborgen in de grond; zie, hier hebt u het uwe. Maar zijn ​heer​ antwoordde en zei tegen hem: Slechte en luie dienaar, u wist dat ik maai waar ik niet ​gezaaid​ heb en van de plaats inzamel waar ik niet gestrooid heb. Dan had u mijn ​geld​ aan de bankiers moeten geven, en ik zou bij mijn komst het mijne met ​rente​ teruggekregen hebben. Neem daarom het ​talent​ van hem af en geef het aan hem die de tien talenten heeft. Want ieder die heeft, aan hem zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van hem die niet heeft, van hem zal afgenomen worden ook wat hij heeft. En werp de onnutte dienaar uit in de buitenste duisternis; daar zal gejammer zijn en tandengeknars”[3].

In de kerk is niemand die kan zeggen: ik ben hier niet zo nodig. Iedereen heeft iets bijzonders. In de kerk wordt inzet gevraagd. En trouw.
Iemand schrijft: “Het heeft niets te maken met hoe slim je bent, hoe goed je iets kunt, maar dat je je inzet voor God naar je eigen vermogen, dat telt!”[4].

Het bovenstaande geldt niet in het minst als we nadenken over veroudering.
In verband daarmee schreef iemand onlangs in een krantenartikel: “Het is (…) niet on-Bijbels om een lang leven te waarderen, maar hoe ver mogen we gaan in het nastreven daarvan? Het principe van rentmeesterschap is hier van toepassing, omdat ons lichaam onderdeel is van Gods schepping en we rekenschap aan Hem moeten afleggen over het beheer hiervan (Mattheüs 25:19). Dat houdt in dat we zorgvuldig met ons lichaam omgaan en alles wat schadelijk is, proberen te vermijden. Daarom gaat het gebruik van een middel tegen ouderdom te ver als dit gezondheidsrisico’s met zich meebrengt”[5].

Overigens moeten wij bij dat denken over veroudering niet al te argeloos blijven doen.
In de dagelijkse praktijk van 2018 wordt veroudering zonder aarzeling met de evolutie in verband gebracht. Een deskundige zegt: “Veroudering is een soort evolutionaire verwaarlozing. Na de optimale voortplantingsleeftijd van dertig jaar beginnen de eerste tekenen al op te treden”[6].
Ook wordt veroudering soms bijna geruisloos naar het spirituele vlak getrokken.
Op een website over veroudering wordt simpelweg verwezen naar een internetpagina over spirituele detox. Op die detox-pagina schrijft men vervolgens onbekommerd over  “achterlaten van je oude bagage en het vinden van innerlijke rust, verbinding en geluk”[7].

Desniettegenstaande al dit aardse gepraat en geschrijf zal veroudering zal nooit geheel uit beeld verdwijnen.
Natuurlijk – er zijn allerlei goed bedoelde tips.
Zoals: eet intuïtief en mindful. In gewoon Nederlands vertaald: eet niet meer dan u nodig hebt en luister naar uw lichaam.
Of: hydrateer uw huid. Men moet droogheid tegengaan; ga dus op jacht naar goede bodylotions.
En zo is er nog wel meer[8].

Laten wij teruggaan naar Mattheüs 25.
Aldaar staat te lezen: “Na lange tijd kwam de ​heer​ van die dienaren terug en hield afrekening met hen”[9].
Iemand die die zin voor het eerst leest, denkt misschien aan een gele kaart. U weet wel, een gele kaart die je tijdens een voetbalwedstrijd krijgt nadat je een overtreding begaan hebt.
We moeten ons echter blijven realiseren dat het hier over veel geld gaat. Dat wordt ook duidelijk als we de Bijbel in Gewone Taal erbij nemen: “Een man gaat op ​reis. Hij roept zijn dienaren bij zich, en hij geeft hun de opdracht om voor zijn ​geld​ te zorgen. De ene dienaar krijgt een miljoen, de tweede een half miljoen en de derde honderdduizend. De ​heer​ geeft elke dienaar het bedrag dat bij hem past”[10].

In Mattheüs 25 is de kernkwestie: hoe bent u met Gods gaven omgegaan?
Met die gaven moet gewerkt worden. Jazeker.
Maar: om die gaven moet vooral eerst en vooral gebeden worden. Dat leren we in Mattheüs 7.
Jezus zegt daar: als iemand u om een broodje vraagt, drukt u ‘m toch geen steen in de handen? Nou nee… dat helpt natuurlijk niet. En er is grote kans op ruzie, bovendien. Ach ja, mensen zijn zondig. Inderdaad – zij reageren vaak helemaal verkeerd. Maar met dat broodje komt het toch wel goed…
Jezus leert ons: “Als u, die slecht bent, uw ​kinderen​ dan goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven aan hen die tot Hem ​bidden”[11].

Ora et labora, zeggen de Benedictijnen. Oftewel: bid en werk!
Als wij dat in praktijk brengen, komen we hopelijk al snel tot het volgende motto in ons leven:
God geeft ieder van ons een taak
die volvoeren we zonder tegenspraak!

Noten:
[1] http://christipedia.nl/Artikelen/T/Talent ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[2] Citaat uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Mattheüs 25:29.
[3] Mattheüs 25:14-30.
[4] Citaat van https://holyhome.nl/gel-16.html ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[5] Geciteerd uit: Arjen Mol, “Onderzoek dat verjonging beoogt, vraagt Bijbelse reactie”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 14 en 15.
[6] Dat zegt Kris Verburgh op https://newscientist.nl/nieuws/kris-verburgh-veroudering-is-een-ziekte/ ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[7] Op de website https://jessevandervelde.com/de-vier-primaire-oorzaken-van-veroudering/ wordt verwezen naar https://jessevandervelde.com/spirituele-detox/ ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[8] Zie https://sochicken.nl/veroudering-tegengaan ; geraadpleegd op donderdag 5 juli 2018.
[9] Mattheüs 25:19.
[10] Mattheüs 25:14 en 15 uit de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[11] Mattheüs 7:11.

17 juli 2018

Voorbij de horizon

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

De Bijbel is het meest waardevolle boek dat er bestaat.
Niettemin is het vaak zo dat de Bijbel met name wordt gepakt op speciale momenten. De wereld staat, om zo te zeggen, even stil. Wij sluiten de wereld een ogenblik buiten.

Op zichzelf genomen is dat heel begrijpelijk. Als wij daarbij dan maar niet vergeten dat Gods Woord midden in ons dagelijks leven staat. In die zin is de Bijbel een gebruiksvoorwerp.

Dat merken we bijvoorbeeld als we Spreuken 22 gaan lezen.

Daar wordt geschreven over de reputatie die je hebt[1].
En over het feit dat arme en rijke mensen met elkaar om moeten gaan. Of je nu veel geld bezit, of geen cent te makken hebt – je komt elkaar voortdurend tegen. Je bent, om zo te zeggen, tot elkaar veroordeeld[2].
En over mensen die inzicht hebben in het leven; u kent ze wel, de mensen die precies weten hoe de wereld in elkaar zit. Ze zien de moeilijkheden op tijd aankomen.
En over mensen met oogkleppen op; u weet wel, die mensen die steeds weer in allerlei problematische situaties verzeild raken[3].

De opmerkingen daarover zijn in Spreuken 22 de opstap naar de volgende woorden:
“Het loon van nederigheid – de vreze des HEEREN –
is rijkdom, ​eer​ en leven”[4].

Dus: wie de Here eerbiedigt is rijk. Hij heeft inzicht. Hij leeft echt.
Niet precies op de manier die de wereld ambieert: maak er vandaag wat van, want je weet niet wat je morgen overkomt.
Maar op de wijze die in het koninkrijk van God gangbaar is: we kijken de horizon voorbij en zien ons nieuwe vaderland.

Dat geldt voor kinderen.
Voor jongeren.
Voor mensen van middelbare leeftijd.
Voor senioren.
En voor bejaarden.

Overigens zou je kunnen zeggen: in het koninkrijk van God ben je nooit te oud of over datum. Daar doet leeftijd er niet zoveel toe. Daar leef je namelijk eeuwig. Daar is permanent geluk. Voortdurende vrede.

Wie de Here eerbiedigt, gaat eerlijk en recht door zee zijn gang.

Het is belangrijk dat ouders hun kinderen in die betrouwbaarheid en oprechtheid trainen.
Dan wordt het, naarmate zij ouder worden, makkelijker om rechtschapen en welvoeglijk te leven.

Ziet u, Gods Woord heeft alles te maken met ons leven op deze doorsnee-dinsdag!

De God van hemel en aarde dwingt eerbied af[5].
Dat zien wij bijvoorbeeld in Jesaja 6. De profeet zag “de Heere zitten op een hoge en verheven ​troon, en de zomen van Zijn gewaad vulden de tempel. Serafs​ stonden boven Hem. Ieder had zes vleugels: met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. De een riep tot de ander: Heilig, ​heilig, ​heilig​ is de HEERE van de legermachten; heel de aarde is vol van Zijn heerlijkheid! De deurpinnen in de drempels schudden door de stem van hem die riep, en het huis vulde zich met rook. Toen zei ik: Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen. Mijn ogen hebben namelijk de ​Koning, de HEERE van de legermachten, gezien”[6].
In Ezechiël 3 zien we een reactie van dezelfde soort: “Hij zei tegen mij: Sta op, vertrek naar de vallei en daar zal Ik met u spreken. Ik stond op en vertrok naar de vallei, en zie, daar stond de heerlijkheid van de HEERE, zoals de heerlijkheid die ik gezien had bij de rivier de Kebar. En ik wierp mij met mijn gezicht ter aarde. Toen kwam de Geest in mij en deed mij op mijn voeten staan”[7].

Kerkmensen hebben, als het goed is, diepe eerbied voor hun God.
Maar moeten we vandaag bang zijn?
Moeten we dagelijks bevreesd en verbijsterd in de Bijbel lezen?

Nee, toch niet.
Leest u maar mee in 1 Petrus 1: “En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw ​vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van ​Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam”[8].
Nee, Gods kinderen staan niet bibberend langs de zijlijn. Ze lopen door de wereld. En ze zijn, ook in onze tijd, bezig met van alles en nog wat.
Wat is er veranderd?
Antwoord: Jezus Christus, onze Heiland, heeft voor onze zonden betaald. En toen Hij dat deed, ging er een weg open. De weg naar Gods troon, namelijk. Een prachtige weg, zonder obstakels en valkuilen. Wij kunnen elke dag op die weg wandelen. Onze God zit op Zijn troon. Hij hoort en ziet Zijn kinderen, als zij bidden!

De hemelse God luistert naar Zijn volk. Of het nu dag of nacht is. Het maakt niet uit waar zij zich bevinden. Hij hoort hen allemaal.
De kinderen.
De jongeren.
De mensen van middelbare leeftijd.
De senioren.
En de bejaarden.

Intussen doen heel wat wetenschappers vandaag de dag ijverig onderzoek naar de manier waarop zij het aardse leven kunnen verlengen.
Iemand schrijft: “Al die onderzoeken en ontwikkelingen “roepen de vraag op hoe een christen hiermee hoort om te gaan. Techniek inzetten voor een langer leven klinkt wel aantrekkelijk, maar heeft ook iets bedenkelijks in zich. Proberen we hierdoor niet als God te zijn? In de Bijbel wordt een lang leven beloofd aan wie het vijfde gebod gehoorzaamt en aan wie God vreest (Spreuken 22:4). Ook hecht de Bijbel aan respect voor de ouderdom (Leviticus 19:32). Het is dus niet on-Bijbels om een lang leven te waarderen, maar hoe ver mogen we gaan in het nastreven daarvan?”[9].
U hebt het waarschijnlijk reeds gezien: die scribent van hierboven verwijst naar Spreuken 22. Het is heus niet verkeerd om rijkdom, eer en leven na te streven.

Wij mogen met z’n ons best doen om het aardse leven comfortabel te houden en waar mogelijk te verlengen.
Echter: altijd en overal moeten kinderen van God bedenken dat hun leven in Gods hand is. Zij moeten zich realiseren dat er een moment komt waarop menselijke mogelijkheden uitgeput zijn. Op dat moment zijn zij vrij om te zeggen: dit leven mag in de hemel verder gaan.

In Mattheüs 6 kunnen wij lezen: “Verzamel geen schatten voor u op de aarde, waar mot en roest ze verderven, en waar ​dieven​ inbreken en stelen; maar verzamel schatten voor u in de hemel, waar geen mot of roest ze verderft, en waar ​dieven​ niet inbreken of stelen; want waar uw schat is, daar zal ook uw ​hart​ zijn”[10].
Rijkdom, eer en een mooi leven op aarde: het zij u allen gegund.

Maar daarmee is niet alles gezegd.
Want wij zijn, vanuit de realiteit van deze wereld, op weg naar ons tweede vaderland: de hemel. Daar kunnen we ons geluk niet op!
Alle kinderen in de kerk, alle jongeren, alle mensen van middelbare leeftijd, alle senioren en alle bejaarden doen er goed aan om dat weer eens goed tot zich door te laten dringen.

Noten:
[1] Spreuken 22:1.
[2] Spreuken 22:2.
[3] Spreuken 22:3.
[4] Spreuken 22:4.
[5] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van https://www.dirkvangenderen.nl/2014/10/23/de-vreze-des-heeren/ ; geraadpleegd op woensdag 4 juli 2018.
[6] Jesaja 6:3, 4 en 5.
[7] Ezechiël 3:22, 23 en 24.
[8] 1 Petrus 1:17, 18 en 19.
[9] Geciteerd uit: Arjen Mol, “Onderzoek dat verjonging beoogt, vraagt Bijbelse reactie”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 14 en 15.
[10] Mattheüs 6:19, 20 en 21.

16 juli 2018

Mag veroudering afgeremd worden?

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Euthanasie? Dat is iets dat de rechtgeaarde kerkmens tot in het diepst van zijn wezen tegenstaat. Het opzettelijk beëindigen van een mensenleven, alleen vanwege de wens van die persoon zelf – nee, dat doet men niet. Want het leven is in Gods hand.
Daar zijn orthodox-Gereformeerden het wel over eens.

Maar mag je veroudering tegengaan?
Dat is een punt dat, dunkt mij, in onze tijd wel enige aandacht verdient.

Door de jaren heen wordt ons DNA – zeg maar even: ons celmateriaal – beschadigd. Na verloop van tijd kunnen er twee dingen gebeuren:
* stoppen met delen van cellen
* ongecontroleerd delen van cellen

Als de celdeling stopt, begint de veroudering. Hoe kun je dat tegengaan? Daar wordt heel wat onderzoek naar gedaan.
Men doet verwoede pogingen om stamcellen nieuw leven in te blazen. Zo’n stamcel is in staat om nieuwe cellen te laten ontstaan. Die stamcellen kan men herprogrammeren. Toegegeven: dat klinkt als een computerprogramma dat weer op gang wordt gebracht. Het is niettemin de realiteit van 2018.

Iemand schrijft: “Bij muizen werden na toediening van deze verjongde stamcellen de ouderdomskenmerken van de organen teruggedrongen. Met deze herprogrammeringstechniek konden in muizen nieuwe hersencellen groeien. Bij ratten en apen met Parkinson werden de symptomen minder ernstig na een behandeling met stamcellen. Een dergelijk experiment werd met succes uitgevoerd bij muizen met de ziekte van Alzheimer: het ruimtelijke geheugen werd weer beter. De veroudering werd dus teruggedraaid. Het lijkt een kwestie van tijd dat deze technieken ook bij mensen kunnen worden toegepast”[1].

Dat is allemaal heel knap. Heel wetenschappelijk, bovendien.
Maar kan dat allemaal?
Is het wel christelijk-verantwoord om zulk onderzoek te doen? Is dat een verantwoorde ingreep in het menselijk leven?

In Leviticus 19 staat te lezen: “U moet opstaan voor iemand met grijze haren en ​eer​ bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[2].

Leviticus – dat is een boek van zevenentwintig hoofdstukken, waarin wordt uiteengezet hoe Israël, het volk van God, met Hem moet omgaan. Op welke manier moeten de door God uitverkorenen hun Heer benaderen? Hoe moet de sfeer zijn als Israël naar God toegaat?[3]

Die gedragsregel ten aanzien van ouderen staat in het kader van het heilig leven voor de Here. Wat wij doen, moet naadloos passen bij de Machthebber van hemel en aarde. In het respect voor ouderen komt naar voren dat wij eerbied voor de Here hebben. Want Hij heeft in de Tien Geboden gezegd: respecteer je ouders.
Wij zien die norm trouwens ook terugkomen in Deuteronomium 5: “Eer​ uw vader en uw moeder, zoals de HEERE, uw God, u geboden heeft, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”[4].

Ziet u de belofte?
Daar staat het: “opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u goed gaat in het land dat de HEERE, uw God, u geeft”. Kerkmensen van nu zijn wellicht geneigd om bij dat gegeven land meteen aan de hemel te denken. En dat is niet verkeerd. Welnee.
Maar wij hoeven, wat mij betreft, niet meteen aan het aardse leven voorbij kijken. In het Oude Testament werd toch ook vaak gedacht aan het leven in het land Kanaän?

Zorg voor oudere mensen betekent zeker ook dat wij hier op aarde negatieve gevolgen van veroudering helpen opheffen en/of opvangen.
Nee, dat wil niet zeggen dat we ’t leven hier maar eindeloos moeten rekken. Het doel van de zorg voor ouderen moet echter wel zijn: het blijven bevorderen van hun lichamelijke en geestelijke mogelijkheden, zodat zij in hun leven de God die hen schiep in al hun bezigheden kunnen eren.

Over dergelijke zorg hoeven wij trouwens niet altijd grote verhalen te houden. En nee, niet alle zorg hoeft professioneel te wezen. Vrijwillige zorg is misschien nog wel meer waard. Aandacht, oplettendheid en toewijding – dat zijn trefwoorden die daar zonder meer mee mogen worden verbonden.

In welk verband staat het respect voor ouderen in Leviticus 19 precies?
Ik citeer: “U moet Mijn sabbatten in acht nemen en ​eerbied​ hebben voor Mijn ​heiligdom. Ik ben de HEERE.
U mag u niet wenden tot de dodenbezweerders en tot de ​waarzeggers. U mag hen niet raadplegen, zodat u zich met hen verontreinigt. Ik ben de HEERE, uw God.
U moet opstaan voor iemand met grijze haren en ​eer​ bewijzen aan een oudere. Uw God moet u vrezen. Ik ben de HEERE”[5].
Laat ik daar twee opmerkingen bij maken.
1.
Respect voor ouderen heeft blijkbaar alles te maken met de zondagse eredienst. Daar wordt het fundament gelegd voor een goede omgang met en verantwoorde zorg voor elkaar.
Wie in de kerk dat uitgangspunt huldigt, heeft het dodenrijk niet nodig. Kerkmensen hebben immers rechtstreeks uitzicht op de hemel, de woonplaats van God?
2.
Het is vervolgens ook duidelijk dat waarzeggers maar beter uit de buurt van de kerk weg kunnen blijven. Immers – wat moeten we aanvangen met die mensen, terwijl we in en vanuit de kerk onderweg zijn naar altoosdurend geluk en nimmer onderbroken vrede?

Dat klinkt, als u het mij vraagt, heel anders dan bijvoorbeeld de volgende reclame voor een tamelijk lijvig boekwerk: “Gezond zijn is iets dat van nature bij je hoort, ondanks je huidige gezondheidstoestand. In deze nieuwe, uitgebreide uitgave van ‘Tijdloze geheimen van gezondheid en verjonging’, onthult bestsellerauteur Andreas Moritz de meest voorkomende, maar zelden herkende oorzaken van ziekte en veroudering.
Hij biedt krachtige en bewezen methoden om de oorzaken van ziekten weg te nemen en een stralende gezondheid te bereiken, ongeacht je leeftijd. Terwijl de meeste artsen alleen maar proberen ziekte te bestrijden of te onderdrukken – wat meer doden veroorzaakt dan kanker of hartkwalen – weten ze te weinig van de werking van lichaam en geest om iemand werkelijk te kunnen helpen”[6].
Zeg nu zelf, het bovenstaande ziet er, zacht gezegd, ambitieus uit.
Maar eerbied voor onze God en Zijn werk vinden we in die verkoopbevorderende tekst niet terug.

We mogen en moeten goed voor onszelf zorgen.
De jongeren mogen de ouderen ondersteunen.
En de ouderen mogen de jongeren aanvuren: ‘jonge mensen, ga gerust je gang! – vind maar goede en mooie hulpmiddelen uit, en help ons maar waar je kunt; samen kunnen wij dan onze God nog beter eren!’.

Samen op weg naar de toekomst, zo doen we dat in de kerk.
Net zoals Psalm 86 dat zegt:
“Leer mij, HEERE, Uw weg,
ik zal in Uw waarheid wandelen,
maak mijn ​hart​ één om Uw Naam te vrezen.
Heere, mijn God, ik zal U loven met heel mijn ​hart,
ik zal Uw Naam voor eeuwig eren.
Want Uw goedertierenheid is groot over mij,
U hebt mijn ziel aan het diepst van het ​graf​ ontrukt”[7].

Noten:
[1] Geciteerd uit: Arjen Mol, “Onderzoek dat verjonging beoogt, vraagt Bijbelse reactie”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 30 juni 2018, p. 14 en 15.
[2] Leviticus 19:32.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld ook http://christipedia.nl/Artikelen/L/Leviticus ; geraadpleegd op maandag 2 juli 2018.
[4] Deuteronomium 5:16.
[5] Leviticus 19:30, 31 en 32.
[6] Geciteerd van https://www.varuvo.nl/nl/assortiment/835171/Succesboeken_Tijdloze_geheimen_gezondheid_verjonging ; geraadpleegd op maandag 2 juli 2018. De gegevens van het betreffende boek zijn: Moritz, Andreas, “Tijdloze geheimen van gezondheid en verjonging: ontdek de genezende kracht van de natuur in jezelf”. – Succesboeken.nl. – 576 p.
[7] Psalm 86:11, 12 en 13.

15 december 2017

Hemelse gaven

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , , ,

In het leven van Gods kinderen kunnen wij, als wij scherp kijken, veel hemelse gaven zien[1][2].
De Heilige Geest zorgt er voor dat onze blik helder is.

Welke hemelse gaven zien wij dan?

Bijvoorbeeld:
1.
We merken op dat er in de wereld allerlei gebeurtenissen plaatsvinden die met de eindtijd te maken hebben. De sfeer in de wereld wordt hoe langer hoe vaker gekenmerkt door onzekerheid, angst en wanhoop. In Lucas 21 lezen we zelfs over benauwdheid en radeloosheid. En daar staat dan bij: “Wanneer nu deze dingen beginnen te geschieden, kijk dan omhoog en hef uw hoofd op, omdat uw verlossing nabij is”[3].
Als wij maar het vermoeden hebben dat de mensen bang worden, mogen wij denken: Christus komt terug!
2.
Kinderen van God zijn mensen die, om met Romeinen 8 te spreken, “de eerstelingen van de Geest hebben”[4].
Wat betekent dat? Antwoord: de Heilige Geest zorgt er voor dat we hoop houden.
Wie om zich heen kijkt heeft, menselijkerwijs gesproken, de neiging om hopeloos te worden. Je hoort het de mensen zeggen: het gaat met deze wereld toch helemaal verkeerd?
Als mens kun je ‘t, zegt men, niet opbrengen om altijd maar vol verwachting te zijn. Welnu, dat hoeft ook niet. Want de Heilige Geest geeft voortdurend nieuw vertrouwen.
3.
Wij zijn Nederlanders.
Of Canadezen, misschien.
Of Australiërs, wellicht.
Hoe dat zij: het thuisland van gelovige kinderen van God is niet Nederland. Of Canada. Of Australië. Wij horen bij de hemel. De woonplaats van God, dat is ons vaderland.
Het woord vaderland “onderstelt dat men het zoo noemt, omdat men door banden van bloed en van liefde, door taal en zeden er mede verbonden is”. Aldus het Handwoordenboek van Nederlandsche Synoniemen uit 1908.
Daar zit veel in.
Wij zijn met onlosmakelijke banden aan onze Heiland verbonden. Wij zijn betaald met het bloed van de Here Jezus Christus. Wij leven op de kracht van Gods liefde. De taal die wij als kerkmensen bezigen is gebaseerd op Gods Woord. De ethiek die we er op na houden heeft de Bijbel als fundament.
Wij zijn, kortom, op reis naar het hemelse vaderland. En we weten dat Christus ons Persoonlijk zal komen halen[5].
4.
Het bijeenbrengen van Zijn kinderen gaat Jezus Christus niet geruisloos doen.
Er zal geroep te horen zijn. Een aartsengel, een functionaris met een leidende functie in de hemel, zal proclameren dat Gods Zoon Zijn tweede reis naar de aarde aan zal vangen. Er zal ook op een bazuin worden geblazen. Nee, het gaat er niet stilletjes toe[6].
5.
Hoe kunnen wij de hemelse gaven zien?
Volgens Titus 2 kunnen mensen die met God wandelen als volgt worden gekarakteriseerd: “…terwijl wij verwachten de zalige hoop en verschijning van de heerlijkheid van de grote God en onze Zaligmaker, ​Jezus​ ​Christus”[7]. Daar draait alles om.
Wie werkt in de kerk, laat ten diepste zien dat hij op pad is naar een nieuw vaderland.
In de door hem ontwikkelde activiteiten klinkt de stille roep: ga mee, op weg naar de hemel.
Iedereen mag mee.
Ouderen en jongeren.

Ja, jongeren kijken mee.
En laten we het maar ronduit zeggen: de jeugd kijkt kritisch mee.
Jongeren willen zien hoe de ouderen om hen heen erin slagen om moed te houden. Zij willen horen hoe ouderen de Bijbel uitleggen, en hoe dat Woord toegepast wordt in het leven van de mensen die rondom hen staan.
Eerst en vooral is het van groot belang dat jongeren wordt ingeprent dat zij vooral niet op hun eigen gevoel moeten afgaan. En eigenlijk is dat ook logisch. Want ach – hoe gaat dat? Op Dag Eén voel je je geweldig, en op Dag Twee voel je je prut. Toegegeven: dat is kort en krachtig samengevat; maar het is niet zelden de werkelijkheid.
Laatst las ik een uitspraak van een jongere die dat goed begrepen heeft. Hij zei: “Als God voor je gevoel ver weg is, ligt dat niet aan Hem maar aan mij. Dan ben ik ver bij Hem vandaan. Het is juist Zijn verlangen om naar ons toe te komen. Dat vind ik zo bijzonder aan de Bijbelse boodschap: Gods oneindige liefde voor iemand die helemaal geen liefde terugschenkt”[8].

Oudere en jongere kerkmensen zijn samen op pad.
En God gaat voorop.
Daarom weet iedereen het zeker: wij gaan ons doel bereiken!

Inderdaad, de kerk is bij uitstek toekomstgericht.
De kerk leert aardse omstandigheden te relativeren.
De kerk motiveert mensen: elke zondag leren de kerkgangers weer iets over de drijfveer van hun handelen.
De kerk traint mensen in het samen optrekken. ’s Zondags valt in de kerken te beluisteren dat er altijd Iemand met je meegaat. Samen gaan kinderen van God achter Hem aan.
De kerk leert mensen om anderen van dienst te zijn.
De kerk inspireert mensen om uitzicht te houden op een hemelse toekomst.

Nee, de kerk is geen buurthuis. De kerk is geen wijkcentrum waar liefhebbers van cultuur en zoekers van een warm kopje koffie elkaar blijmoedig kunnen ontmoeten.
De kerk toont de mensen waarom zij er zijn, en waartoe zij bestaan.
Zeker, zeker: in de samenleving kan men best wel bedrijvigheid van de kerk opmerken. Maar de kerk is niet in de eerste plaats een instelling voor maatschappelijke dienstverlening. Altijd weer zal te midden van de sociaal getinte bezigheden de blijde Boodschap klinken. De verspreiding van het Evangelie is de hoofdtaak van de kerk.

Uitverkoren kinderen van God zijn volgens Romeinen 8 “bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn”[9].
Heiligmaking is daarom voor de kerk aan de orde van de dag. En de verheerlijking in de hemel komt er aan.
Het zijn de hemelse gaven die ons daarop voorbereiden.

Trouwens, voor die voorbereiding hebben we vandaag de dag een mooi woord.
Een woord dat in deze periode van het jaar voortdurend door het zwerk zweeft.
Een woord waarvan we de diepe betekenis nooit mogen vergeten.
Het is een woord van achttien letters: Adventsverwachting.

Noten:
[1] Dit artikel is een bewerking van een artikel dat ik in november 2009 schreef.
[2] Zie voor de term ‘hemelse gaven’: Zondag 19 van de Heidelbergse Catechismus, antwoord 51. Voor het gemak citeer ik even: “Ten eerste giet Hij door zijn Heilige Geest in ons, zijn leden, de hemelse gaven uit. Ten tweede beschermt en bewaart Hij ons met zijn macht tegen alle vijanden”.
[3] Lucas 21:28.
[4] Romeinen 8:23.
[5] Zie Philippenzen 3:20: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus”.
[6] 1 Thessalonicenzen 4:16, 17 en 18: “Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in ​Christus​ zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn. Zo dan, troost elkaar met deze woorden”.
[7] Titus 2:13.
[8] Gertjan de Jong (LCJ), “Zonde is onze eigen schuld”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, maandag 4 december 2017, p. 16 (rubriek Puntuit).
[9]
Romeinen 8:29.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.