gereformeerd leven in nederland

4 augustus 2022

Rijk in God

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Hebzucht is een kwaad dat al sinds de schepping bestaat. Die hebzucht, dat kwaad moet bestreden worden. Aardse rijkdom is vluchtig. Als de Leidsman van het leven ons bestaan hier beëindigt, blijven geld en bezittingen achter. Erfgenamen gaan ermee vandoor.
De filosofie van de rijke heer uit de gelijkenis in Lucas 12 is duidelijk: “Ik zal tegen mijn ziel zeggen: Ziel, u hebt veel goederen liggen voor veel jaren. Neem rust, eet, drink en wees vrolijk”.
De reactie uit de hemel is evenzeer helder: “Maar God zei tegen hem: Dwaas! In deze nacht zal men uw ziel van u opeisen; en wat u gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? Zo is het met hem die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God”.
Men ziet het: daar staan twee werelden tegenover elkaar. Aardse planning staat tegenover hemelse macht[1].

Het bovenstaande is volop actueel.
Er is namelijk een verband met de boerenprotesten.
Dat zullen wij hieronder zien.
 
De NOS meldt op dinsdag 28 juli jongstleden: ”In meerdere provincies zijn snelwegen deels afgesloten vanwege boerenacties met afval en hooibalen. De A1 richting Apeldoorn is afgesloten tussen Voorst en knooppunt Beekbergen, omdat daar gisteren asbest is gedumpt dat gesaneerd moet worden. De weg blijft tot zeker in de loop van de middag afgesloten, meldt Rijkswaterstaat.
Ook op de A7 ter hoogte van Medemblik is asbest gedumpt, meldt Rijkswaterstaat. Onder meer strobalen werden daar in brand gestoken. De brand is geblust, daarna werd de asbest geconstateerd. Dat moet nu worden opgeruimd. “Niet duidelijk is om hoeveel asbest het gaat en hoelang het opruimen gaat duren”, zegt een woordvoerder. De weg is tussen Abbekerk en Middenmeer in beide richtingen afgesloten.
In Friesland zijn op- en afritten van de A7 afgesloten. Op die weg bij Midwolde in Groningen gebeurde rond 02.45 uur een ongeluk doordat er onder meer autobanden op de weg lagen. Bij het ongeluk waren meerdere auto’s betrokken, niemand raakte gewond. Een uur later gebeurde ter hoogte van Frieschepalen ook een ongeval”.
Agrariërs demonstreren tegen de maatregelen van de regering om de stikstofneerslag te verminderen. Het moet, zeggen zij, voor heel de maatschappij onomstotelijk vaststaan: de agrarische sector wordt in de voorgestelde maatregelen keihard geraakt; en dat is onaanvaardbaar!
Agrariërs tonen hun aardse macht. Zij laten zien dat zij acties kunnen plannen. Dat andere burgers daar de dupe van worden is een typisch geval van ‘jammer, maar helaas. Wij moeten nu opvallen. Desnoods ten koste van het welzijn van anderen’. Klaarblijkelijk is de denklijn: wij pakken de boel nu hard aan; later kunnen we misschien zeggen: neem rust, eet, drink en wees vrolijk.
Men vertrouwt op eigen ondernemingslust.
Men vertrouwt op eigen werkkracht.
En men wantrouwt de regering[2].

Dat wantrouwen is, in ieder geval voor een zeker deel, terecht. In de afgelopen decennia heeft de overheid een beleid gevoerd waarvan wij nu de wrange vruchten plukken. De manier waarop de nieuwe plannen werden gepresenteerd is, op z’n zachtst gezegd, ook nogal ongelukkig. Dat wij thans te maken hebben met boze boeren is derhalve geen wonder.  
Maar vrijwel niemand zegt: ik ben rijk in God
.

Nee, over Godsvertrouwen horen we bijna niemand. Vele agrariërs praten over hun prachtige bedrijf.
Zij spreken over hun kinderen die het bedrijf later willen overnemen.
Zij zeggen dat in de voorgestelde plannen van de regering ten diepste kapitaal wordt vernietigd.
Zij zeggen: wij hebben zoveel moois opgebouwd; dat breekt de regering zomaar af!
Maar vrijwel niemand zegt iets in de trant van: ‘Er moet in de agrarische sector iets gebeuren. Hoe het met mijn bedrijf afloopt weet ik niet. Maar wat er ook gebeurt, wij zijn in Gods hand. Wij zijn in ieder geval rijk in God’.

Het is zonneklaar: heel wat boeren zijn niet rijk in God. Zij zijn boos – dat wel.
Dat de boeren boos zijn is best te begrijpen. Maar het lijkt erop dat velen van hen momenteel in de sfeer van die rijke dwaas leven. Zo van: ‘Ik heb veel goederen liggen voor veel jaren. En laat dat vooral zo blijven. Want anders komen we om. Er is niemand die ons helpt. Zelfs de overheid niet…’.
Echter – de Here God troont boven deze aarde.
Wij mogen bij Hem komen in Zijn troonzaal, in het gebed.
Wij kunnen Hem smeken om wijsheid.
Wij kunnen Hem vragen om daadkracht van regeringen en agrariërs om samen een nieuwe koers uit te zetten.

De boeren vinden dat zij voor zichzelf op moeten komen. Zij wensen dat de regering ten aanzien van agrariërs een andere koers kiest.
Als de boeren forse overlast in het land veroorzaken voelt dat, naar het lijkt, als een overwinning. De boeren genereren aandacht. De agrariërs worden gehoord. Menen zij.
Maar dat is slechts van korte duur. Ander nieuws verdringt supersnel de aandacht voor agrarische vraagstukken.
De echte overwinning is er pas als er in het aardse bestaan met God geleefd wordt. In een leven waarin God voorop staat brandt altijd een vreugdevuur. Ach, misschien is het maar een klein vreugdevuurtje. Hoe dat zij – rijkdom in God geeft een nieuwe glans aan het leven.   
 
Als het gaat over de parabel van de rijke dwaas is het goed om te beseffen in welke sfeer, in welke omgeving Lucas dat verhaal opschrijft.
De Christelijke Gereformeerde hoogleraar T.M. Hofman schreef daar jaren geleden al eens het volgende over.
“In het Lucasevangelie verschilt het denken over gemeenschap en contact tussen arm en rijk fundamenteel met de leef- en denkwereld rondom. Lucas corrigeert de Grieks-Romeinse visie op vriendschap en op liefde. Liefde tot de naaste was in die wereld scherp omlijnd en zeer begrensd en vooral gebaseerd op wederkerigheid. Praktische hulpverlening aan armen was in de klassieke oudheid en in de Grieks-Romeinse wereld van Lucas betrekkelijk zeldzaam. Lucas schetst ons een beeld van Jezus als Vriend van mensen aan de rand. Ook zij delen in Gods grote toekomst en Jezus wijdt Zich aan de leniging van hun geestelijke en fysieke ellende.
Er klinkt hier een indringend appel door op rijk en arm om in gemeenschap met elkaar te leven. Dat is het echte leven ‘in de Here’ en Zijn voetstappen daadwerkelijk drukken. In deze nieuwe verhoudingen leert de christelijke gemeente, vervuld met de Heilige Geest, letten op Jezus als Vriend en Helper van de armen!”.
Lucas 12 helpt ons dus van onze ik-gerichtheid af.
Lucas 12 richt onze blik op de liefde tot de God en tot de naaste.
Lucas 12 leert ons aandacht te hebben voor mensen en hun moeilijkheden, voor boeren en hun levensgrote problemen.
Laten wij het maar hardop tegen elkaar zeggen: hier ligt een taak voor de kerk.
Laten wij het maar tegen elkaar zeggen: hier ligt een taak voor predikanten, ouderlingen en diakenen. En natuurlijk ook voor ons allemaal![3]

Noten:
[1] Lucas 12:19-21.
[2] In deze alinea citeer ik van https://nos.nl/artikel/2438581-a1-bij-voorst-tot-in-de-middag-dicht-asbest-op-a7-bij-medemblik ; geraadpleegd op donderdag 28 juli 2022.
[3] In deze alinea citeer ik uit: Prof. dr. T.M. Hofman, “Rijken en armen in het kader van verbondsverhoudingen (Rijk en arm, geld en goed bij Lucas; 1)”. In: De Wekker, vrijdag 13 februari 2009, p. 214,215.

27 januari 2022

Uitgestoken hand

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Kent u het verhaal over de uitgestoken hand van minister-president Rutte?
Die steekt hij, naar eigen zeggen, op woensdag 19 januari 2022 uit tijdens het uitspreken van de regeringsverklaring, zeg maar: de presentatie van het beleid van het nieuwe kabinet Rutte-IV.
In het Nederlands Dagblad lezen we: “De AOW-uitkering voor ouderen komend jaar laten meestijgen met het minimumloon? Dat kan Rutte ‘niet toezeggen’. Compensatie voor duurdere boodschappen, de hogere energierekening en gestegen benzineprijzen? Dat vindt hij ‘lastig’ om nog dit jaar voor elkaar te krijgen. De rijkeren zwaarder belasten zodat de armen meer overhouden? Daarop wil Rutte zich ‘niet vastpinnen’. ‘Geef ons de kans om het uit te werken’, was Ruttes meest vergaande belofte woensdag tijdens het Tweede Kamerdebat over de regeringsverklaring. Daarbij zal hij letten op ‘wat realistisch kan’. Dat klonk heel wat zuiniger dan VVD-fractievoorzitter Sophie Hermans, die een dag eerder nog in de Kamer eiste dat ‘iedereen’ er dit jaar in koopkracht op vooruitgaat. Rutte wil zover niet gaan. Het maakte dat de ‘uitgestoken hand’ die de premier tijdens het debat aanbood aan de oppositie nog niet met enthousiasme werd aangenomen”.
Daar hebben we die uitgestoken hand.
De oppositie mokt en murmureert.
Mevrouw Marijnissen van de Socialistiese Partij spreekt over de “zoveelste gebroken belofte van Rutte”. “Een uitgestoken hand? We hebben het niet gezien”.
Zo gaat dat als mensen met elkaar omgaan. Men heeft grote verwachtingen. En die worden nogal eens niet waar gemaakt. Je zou er haast moedeloos van worden![1]

In de Bijbel lezen we ook over uitgestoken handen. Dat zijn de handen die God naar Zijn volk uitsteekt. Over die uitgestoken handen schrijft Paulus in Romeinen 10.
Hoe schrijft hij daarover?
Dat zullen wij hieronder in een paar alinea’s zien.

‘Wat zou het toch mooi zijn als Israël zou worden gered! Eigenlijk wil ik niets liever’, verzucht de apostel Paulus in Romeinen 10.
Waarom wil Paulus dat zo graag? Welnu, Israël – de Oudtestamentische kerk – doet op z’n eigen manier zijn uiterste best om God te dienen. Gods volk wil de zaligheid verdienen door de dingen die men doet. Maar zo werkt dat echt niet, bezweert de apostel in Romeinen 10. Waarom niet? Omdat Jezus het einddoel is van de wet van Mozes. Om Hem is het allemaal te doen in de dienst aan God! Ieder die in Jezus gelooft, wordt vrijgesproken van zondeschuld.

In het Oude Testament – in Leviticus 18 – was de regel nog: “Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen. De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de Heere”.
Nu Jezus Christus voor onze zonden heeft betaald, is het zaak om ons oog op Hem te richten.
Welke kant moet je dan op kijken?
Omhoog?
Naar beneden?
Welnee, zegt Paulus. Hij is vlakbij. Zijn Heilige Geest woont in uw hart! En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dus spreekt u ervan. U hebt de mond er over vol. Iedereen die gelooft dat Jezus Christus mensen een nieuw leven geeft wordt gered. Wie dat gelovig uitspreekt, krijgt perspectief op een gelukkig leven in de woonplaats van God. Iedereen die dat gelooft, weet het zeker: ik leef voor eeuwig en het wordt prachtig!
En dat geldt niet alleen voor Israël, welnee. Die boodschap is aan heel de wereld gericht[2].

Hoe horen alle wereldburgers die boodschap? Via een boodschapper uiteraard.
Zulke boodschappers heeft God in het Oude Testament heel vaak gestuurd. Maar al die Woordverkondigers praatten meestal tegen dovemansoren. Er waren heel wat mensen die die boodschap niet geloofden.
Je zou zeggen dat de Here Zijn handen van Zijn volk af zou trekken. Zo van: ‘Met dit volk kan zelfs Ik niks beginnen. Die natie zet Ik aan de kant. Het volk doet het maar zonder Mij’. Maar dat zegt Hij niet. Integendeel. Hij steekt Zijn hand naar Zijn volk uit!
In Romeinen 10 staat het zo: “Jesaja durft het aan te zeggen: Ik ben gevonden door hen die Mij niet zochten, Ik heb Mij geopenbaard aan hen die naar Mij niet vroegen. Met het oog op Israël zegt Hij echter: Heel de dag heb Ik Mijn handen uitgebreid naar een ongehoorzaam en tegensprekend volk”[3].

In Romeinen 10 horen wij de echo van Jesaja 65: Ik heb mijn handen naar u uitgestoken!
En dat terwijl Gods volk op haar eigen manier religieus is. Maar dat heeft met echte Godsdienst niets te maken. Integendeel. God wordt er woedend van. Ja, Zijn toorn zal te merken wezen!
Maar Jesaja 65 toont ook iets anders: Israël zal niet totaal van de aardbodem verdwijnen. Er zijn nog mensen die God echt, welgemeend, met heel hun hart willen dienen. Zij zullen Gods zegen ontvangen.
En er is meer.
De Here gaat grote dingen doen.
Er komt een nieuwe hemel en een nieuwe aarde!
Met andere woorden: de handen die door God uitgestoken worden zijn vol. Vol met gaven. Vol met schatten.
Jazeker, onze God is vlakbij. Zijn Heilige Geest woont in uw hart! En waar het hart vol van is, daar loopt de mond van over. Dus spreekt u ervan. U hebt de mond er over vol. Iedereen die gelooft dat Jezus Christus mensen een nieuw leven geeft wordt gered.

De uitgestoken hand van premier Rutte is tot op heden onzichtbaar, zo wordt gezegd.
Dat moge zo zijn.
Maar in de kerk zien wij Gods uitgestoken handen.
En wie die handen ziet, die weet het: nu gebeurt er wat!

Noten:
[1] Geciteerd uit: “‘Uitgestoken hand? Niet gezien”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 20 januari 2022, p. 4.
[2] In deze alinea citeer ik Leviticus 18:5.
[3] In deze alinea citeer ik Romeinen 10:20 en 21.

11 januari 2022

Jesaja 40 en het coalitieakkoord

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Vier Nederlandse politieke partijen sloten in december 2021 een coalitieakkoord. VVD, D66, CDA en ChristenUnie gaan met z’n vieren de toekomst in.
Het is mooi dat er eindelijk zo’n akkoord is. Politiek gekissebis, puberaal gewauwel en machtswellust wisselden elkaar gedurende ruim 270 dagen af. Het zaken doen ging zeker niet vlot.
Het bleek eens te meer dat Nederland een diep verdeeld land is. Daarbij komt dat Nederlanders gewend zijn om hun zin te krijgen. Daar wordt het allemaal niet makkelijker van.
Maar goed, thans lijkt de tijd rijp om te gaan regeren. 

Op pagina 35 van voornoemd coalitieakkoord komen wij de navolgende passage tegen: “Bij medisch ethische vraagstukken spelen meerdere waarden een rol, zoals autonomie, de beschermwaardigheid van het leven en wetenschappelijke vooruitgang. Zij vergen een zorgvuldig en respectvol debat, waarbij gebruik gemaakt wordt van maatschappelijke dialoog, adviezen van de Gezondheidsraad, ethische reflecties en (wets)evaluaties”.
In bovenstaand citaat staan een paar dingen naast elkaar: autonomie, de beschermwaardigheid van het leven en wetenschappelijke vooruitgang. Autonomie wil zeggen: het recht om zelfstandig beslissingen te nemen. Beschermwaardig betekent: elk mensenleven is het waard om beschermd te worden. Dat betreft ook het leven van ongeboren kinderen. Dat betreft ook het leven van hoogbejaarde mensen. Dat betreft ook het leven van mensen die euthanasie overwegen om hun eigen aardse bestaan op een zelf gekozen moment te beëindigen. Wetenschappelijke vooruitgang duidt op het vermeerderen van kennis en mogelijkheden.
Het betreft een opmerkelijk rijtje.
Zelfbeschikkingsrecht en bescherming van het leven zijn twee zaken die zodanig met elkaar kunnen schuren dat het pijn doet. Veel pijn, wellicht. 
Dat opmerkelijke rijtje lijkt het resultaat van een fel bevochten compromis. Het is immers bekend dat met name ChristenUnie en D66 diametraal tegenover elkaar staan als het om medisch-ethische zaken gaat.
De vraag dringt zich op wat in het regeringsbeleid het zwaarste accent krijgt: de autonomie of de bescherming van het leven. Er wordt gesproken over een maatschappelijke dialoog. Dat klinkt veelbelovend. Maar op enig moment moeten er knopen worden doorgehakt. Gelet op de sfeer in de maatschappij moeten we er op rekenen dat de autonomie het gaat winnen van de beschermwaardigheid. Natuurlijk – er zal een respectvol debat worden gevoerd. Maar men moet niet verwonderd opkijken als van christenen uiteindelijk respect wordt verwacht voor beslissingen met een onchristelijk karakter. Het is van harte te hopen dat de presentie van de ChristenUnie in de regering op dit punt een remmende werking zal hebben.
Er zullen ethische reflecties plaatsvinden. Men gaat dus kritisch kijken naar de eigen manier van doen. Is de handelwijze zorgvuldig genoeg? Wat is nu precies ‘goed’? Wat dienen wij te kwalificeren als ‘slecht’? Een dergelijke bezinning is beslist nuttig – jazeker. Maar de vraag is wel waarop die bezinning gebaseerd zal zijn. En in hoeverre zullen de resultaten van die bezinning terug te voeren zijn op de Bijbel?[1]

Het spreekt boekdelen dat de naam van God niet in het coalitieakkoord genoemd wordt. De Bijbel komt er niet aan te pas. Men kan zeggen dat dat logisch is. In het handwerk van de landsregering heeft de God van hemel en aarde geen prominente plaats. Bij het nemen van beslissingen kan men toch niet telkens een Bijbeltekst noteren? Nee, dat laatste is inderdaad niet nodig. Maar het is wel belangrijk dat onze manieren van doen op Gods Woord gebaseerd is. Dat geldt ook als er geregeerd moet worden. Regeerders van Nederland moeten hun positie kennen. Ook alle andere burgers moeten helder zien waar zij staan.
Waar staan wij?
Jesaja 40 maakt het ons duidelijk: “Wie heeft de wateren met de holte van zijn hand opgemeten, of van de hemel met een span de maat genomen, of het stof van de aarde met een maatbeker gevat, of de bergen gewogen in een waag, of de heuvels op een weegschaal? Wie heeft de Geest van de Heere gepeild en wie heeft Hem als Zijn raadsman onderwezen?”[2]

Het antwoord op die vraag is retorisch. En simpel bovendien. Het antwoord moet namelijk luiden: niemand. Dit is echt een Goddelijke activiteit. Gods Woord roept ons op tot de erkenning dat God heel de wereld in Zijn hand heeft.
God vergelijkt volken met druppels aan emmer. En ook met stofjes aan een weegschaal. De eilanden in deze wereld strooit hij bijna achteloos als stof over de aarde. Zo geweldig machtig is hij! Hij is de Machthebber der wereld. En dus is God geenszins te vergelijken met het beeld van een afgod. De eigenaar van zo’n beeld gaat er netjes mee om. Dat mooie beeldje van dat kostbare hout mag beslist niet omvallen!… Welnu, God zorgt voor deze wereld. Hij is de Schepper. ‘Kijk maar om u heen’, zegt God, ‘dat alles heb Ik gemaakt’.
En dan volgt een strenge vermaning: ‘Ik ben dus de Schepper. En jullie zeggen nota bene dat Ik geen idee heb van de dingen die u overkomen! Jullie zeggen nota bene dat Ik jullie geen bescherming meer biedt. Hoe komen jullie daar nu toch bij?? Als mensen uitgeput zijn geef Ik hen nieuwe krachten. Zelfs jonge mensen worden moe. Zelfs bij jonge mensen is de energie op een gegeven moment op. Maar als u op Mij vertrouwt, krijgt u weer volop energie. Dan zult u volop klussen aan kunnen pakken!’[3] 

De God van hemel en aarde rolt Hoogstpersoonlijk de wereldgeschiedenis uit. Hij weet precies op welk moment een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt.
Al onze activiteiten vloeien voort uit het feit dat wij Zijn instrumentarium zijn. Hij voert een plan uit dat eindigt met een verheerlijkte samenleving tussen God en mensen. Daaraan moet onze zogenaamde autonomie dienstbaar wezen. Daarom bewaken Gereformeerde mensen zo ijverig de beschermwaardigheid van het leven. Wetenschappelijke vooruitgang willen wij boeken opdat ons hemelleven nog heerlijker wordt. Met wetenschappelijke vooruitgang hebben Gereformeerden Gods eer voor ogen. Die eer staat op de eerste plaats – altijd en overal.

Gebruik van het motief van Jesaja 40 zou het coalitieakkoord aanzienlijk hebben verrijkt. Dan zou de bestuurscultuur meteen ook worden vernieuwd. Wat een pluspunt!

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst Coalitieakkoord 2021 – 2025 VVD, D66, CDA en ChristenUnie”, gedateerd op 15 december 2021. Te vinden op https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst , p. 35. Geraadpleegd op dinsdag 4 januari 2022.
[2] Jesaja 40:12 en 13.
[3] In deze alinea gebruik ik Jesaja 40:14-31.

Een bewerking van dit artikel wordt, als alles volgens plan verloopt, opgenomen in het Gereformeerd familieblad De Bazuin; editie 16-02.

10 januari 2022

Met zachte hand geleid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Vandaag staat er een nieuw kabinet op de trappen van Paleis Noordeinde in Den Haag. Het kabinet Rutte IV wordt gevormd door de partijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie. De Tweede Kamerverkiezingen werden gehouden op 15, 16 en 17 maart 2021. De kabinetsformatie heeft dus lang geduurd.
Het is natuurlijk de vraag wat christenen – Gereformeerden incluis – van het nieuwe kabinet mogen verwachten. Het lijkt erop dat de invloed van D66 zich flink zal laten gelden. En laten wij maar eerlijk zijn: voor christenen is dat lang niet altijd gunstig.  
Zal de situatie zo zijn dat wij – om met 1 Timotheüs 2 te spreken – “een rustig en stil leven zullen leiden, in alle godsvrucht en waardigheid”?
Het motto van Rutte IV is: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst”. Men zou toch zeggen: daarin is de kerk welhaast gespecialiseerd. In de inleiding op het akkoord lezen wij dat men mikt op “een duurzaam welvarend land voor de huidige en toekomstige generaties, waarin alle inwoners naar vermogen mee kunnen doen. Met het fundament van bestaanszekerheid voor iedereen en het perspectief van vooruitgang in het (samen)leven”.
Wat zal van dat alles terechtkomen?
Kan de kerk ook verder, de komende jaren in?[1]

Hoe dat zij – ook in onze tijd moeten we vasthouden dat God Zijn kerk redt. De kerk wordt getroost.
Dat is al zo in het Oude Testament. In Jesaja 40 proclameert God dat Zijn volk genoeg gestraft is.
In dat hoofdstuk roepen wij iemand roepen: ‘Maak een weg voor onze God!’.
De almachtige Heer van hemel en aarde komt dus naar Zijn volk toe! Hij komt zo snel mogelijk. Daarom moet het een kaarsrechte weg zijn. Alle bulten en kuilen moeten weggewerkt worden.
Alle mensen zullen kunnen zien hoe groots en majestueus Hij is. Dat is mogelijk omdat zij Hem al vanuit de verte zien aankomen. De weg is immers vlak?
Voor de tweede keer moet iemand iets gaan roepen. Wat moet er nu geproclameerd worden? Deze keer gaat het over mensen. ‘De mensen lijken op gras. Zij zijn mooi. Zij zien er soms prachtig uit. Maar ach, dat is maar van korte duur. Voor we ’t weten is de mooiigheid eraf. De schoonheid is verdwenen. Van die mooie mensen vindt men weinig meer terug. Als het daarom gaat zien wij een enorm verschil met Gods Woord. Dat Woord blijft voor eeuwig bestaan. Dat Woord is altijd mooi!’.
Dat Woord moet uitgebazuind worden! Zo hard mogelijk!
Iedereen moet het horen. Vanuit de kerkstad gaat dat Woord de wereld in. Hoe meer luisteraars, hoe beter het is. Gods blijde Boodschap moet op alle mogelijke manieren aan de man en vrouw gebracht worden.
De evangelisten moeten niet bang zijn. Zij moeten het aan alle mensen uit Juda vertellen: ‘Hier is God, kijk maar!’. Zij moeten het aan iedereen laten weten: ‘Zoekt u God? Kom dan snel hierheen!’. Alle gelovigen moeten zo snel mogelijk naar hun Heer toekomen. De Boodschap is duidelijk: ‘Blijf niet in je stoel zitten. Kom naar de kerk!’.
De Heer van hemel en aarde komt er aan. Hij beloont wie Hem zoeken. Hij straft de mensen die tegen Hem opponeren. Hij straft de mensen die Hem negeren. Dus: het oordeel komt over de wereld. Het werk van alle mensen wordt beoordeeld. En ja, het eindoordeel klinkt.
Dat laatste klinkt onheilspellend.
Dat laatste klinkt streng.
Dat laatste klinkt hard.
De kwestie is: iedere wereldburger komt in een kamp te staan. Er is het kamp van Gods tegenstanders. En er is het kamp van Gods gelovige kinderen. Dat is het kamp waar Jezus Christus de leiding heeft. En het is er heerlijk. Leest u maar mee: “Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden: Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden”[2].

In Nederland loopt momenteel een reclamecampagne voor een waterontharder waarin wordt gezegd: ‘Je huid houdt van zacht’. Nadat de merknaam genoemd is, wordt gesproken over ‘honderd procent zacht water’. Dat zachte water demonstreert, aldus wordt meegedeeld, ‘de kracht van zacht’.
Welnu, de kerk houdt nog veel meer van zacht!
Wat meer is: de kerk heeft gegarandeerd zachtheid om zich heen![3]

De kerk is, om zo te zeggen, zeker van zachte leiding. Want de Heiland leidt Zijn kudde met zachte hand naar een magnifieke toekomst.
Onder Zijn leiding mogen wij ons, ook in de komende tijd, tot God richten met smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen. In de eerste plaats voor alle mensen. En in de tweede plaats voor koningen en álle hooggeplaatsten[4].

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst Coalitieakkoord 2021 – 2025 VVD, D66, CDA en ChristenUnie”, gedateerd op woensdag 15 december 2021. Te vinden op  https://www.kabinetsformatie2021.nl/documenten/publicaties/2021/12/15/coalitieakkoord-omzien-naar-elkaar-vooruitkijken-naar-de-toekomst . Verder citeer ik uit Gods Woord woorden uit 2 Timotheüs 2:2.
[2] Jesaja 40:11. In deze alinea gebruik ik ook Jesaja 40:1-10.
[3] De genoemde reclamecampagne is van Aquacell.
[4] In deze alinea maak ik onder meer gebruik van 1 Timotheüs 2:1 en 2a.

23 december 2021

De cultuur is veranderd

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Er komt een nieuw kabinet aan: Rutte IV. Het vertrouwen dat de Tweede Kamer der Staten-Generaal in die regeringsploeg heeft is vooralsnog niet overdreven groot. Dat blijkt wel tijdens een debat op donderdag 16 december jongstleden.
Het Nederlands Dagblad schrijft op vrijdag 17 december: “Dualisme? Politieke cultuurverandering? Meer macht naar het parlement? Veel Kamerleden hebben vooralsnog geen greintje vertrouwen in de beloftes van het aanstormende kabinet-Rutte IV. Dat cynisme werd donderdag in het debat over het nieuwe coalitieakkoord alleen maar versterkt: bij hun eerste kans iets van die ‘nieuwe cultuur’ te laten zien, vervielen VVD, D66, CDA en ChristenUnie snel in oude patronen. Ondanks de ‘nederige’ houding van de vier coalitiepartijen, werd daarom weinig waarde gehecht aan hun beloftes op verbetering. Oppositiepartijen zien vier oude zakken en kunnen nauwelijks geloven dat daar plotsklaps nieuwe wijn in zit”.
Mensen veranderen? De cultuur veranderen? Dat is zo ongeveer het moeilijkste wat er in deze wereld is![1]

Maar de hemelse God kan dat wel! De profeet Jesaja kondigt het aan in hoofdstuk 9: “Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien. Zij die wonen in het land van de schaduw van de dood, over hen zal een licht schijnen. U hebt dit volk talrijk gemaakt; hebt U niet de blijdschap groot gemaakt? Zij zullen blij zijn voor Uw aangezicht, zoals men zich verblijdt bij de oogst, zoals men zich verheugt wanneer men de buit verdeelt”.
Verlossing en bevrijding – dat zijn de kernwoorden van een nieuw begin. Er komt zogezegd een nieuwe cultuur aan. Een omslag van jewelste![2]

Jesaja 9 laat het zien: de geboorte van de Here Jezus Christus betekent dat we vooruit kunnen in de wereld. Het leven wordt goed. Het leven wordt mooi. Er is overvloed!
Israël kent het Wekenfeest. Dat oogstfeest is er voor iedereen. Kijkt u maar even mee in Deuteronomium 16: “Daarna moet u het Wekenfeest houden voor de Heere, uw God. Wat u geven moet, is een vrijwillige gave van uw hand, naar de mate waarin de Heere, uw God, u zegent. En u moet u verblijden voor het aangezicht van de Heere, uw God, u, uw zoon en uw dochter, uw slaaf en uw slavin, de Leviet die binnen uw poorten is, en de vreemdeling, de wees en de weduwe die in uw midden zijn, op de plaats die de Heere, uw God, zal uitkiezen om Zijn Naam daar te laten wonen”.
Wees blij, proclameert God.
Laat iedereen meegenieten, personeel incluis!
Laat iedereen meegenieten, ook de vreemdelingen!
Laat iedereen meegenieten, ook de alleengaanden!
Zo gaat dat al in Deuteronomium 16.
Welnu, zegt Jesaja, er komt nog veel meer vreugde: de Here Jezus komt. En dat geeft een vreugde die structureel is. Dat geeft een vreugde die nooit meer ophoudt. Dat geeft een vreugde die je overal en nergens ziet fonkelen![3]

In de Tweede Kamer is sprake van voorzichtige toenadering. Als er al samengewerkt moet worden, dan gebeurt dat nog niet al te enthousiast. Het Nederlands Dagblad schrijft: “Hoewel de linkse fracties in het formatiedebat hard uithaalden naar VVD, D66, CDA en CU, was de inhoudelijke kritiek soms ook wat bevreemdend. Immers: veel van de plannen uit het coalitieakkoord passen perfect in het progressieve straatje van PvdA, GroenLinks en anderen, die al jaren pleiten voor miljardenuitgaven voor klimaat, stikstof, onderwijs en de woningmarkt. ‘Er staan heel mooie dingen in’, moest GL-leider Jesse Klaver toegeven. Ook PvdA’er Ploumen begon haar bijdrage met complimenten. Van die voorzichtige toenadering zal Rutte IV straks volop gebruikmaken”.
Men zou haast zeggen: het komt wel goed; als het maar lang genoeg duurt.

Jesaja zegt: er komt een Kind. En Zijn heerschappij is niet zo voorzichtig. Zijn heerschappij is niet tijdelijk. Maar is er is wel Vaderlijke bescherming. Er is wel vrede. Er is wel recht. Er is wel gerechtigheid. Het Koninkrijk van God wordt heerlijk. Kijkt u maar mee in Jesaja 9: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid”.
Recht en rechtvaardigheid: dat zijn de pijlers waarop Gods Koninkrijk steunt[4].

De heer J.F. Klaver -Jesse voor intimi-, lid van de Tweede Kamer voor GroenLinks, had op 16 december nog een boodschap voor kandidaat-premier Rutte: “Als u écht wilt samenwerken, moet u dat niet alleen mooi aankondigen op televisie, maar ook daadwerkelijk ruimte bieden”.
Dat klinkt, wat schrijver dezes betreft, niet bepaald coöperatief.
Maar de kerk vat moed. Want zij weet: de aankondiging van Jesaja voorspelt een tijd die nog veel mooier wordt!

De kerk heeft het Licht gezien.
En op de Kerstdagen mogen wij elkaar weer op dat Licht wijzen.
Wat staat ons te doen?
Paulus omschrijft het in Efeziërs 5 zo: “Beproef wat de Heere welbehaaglijk is. En neem niet deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmasker ze veeleer. Want wat heimelijk door hen gedaan wordt, is te schandelijk om zelfs maar te vertellen. Maar al deze dingen komen openbaar als ze door het licht ontmaskerd worden; want al wat openbaar maakt, is licht. Daarom zegt Hij: Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten”.
Jazeker – de kerk staat op.
Jazeker – de kerk weet het: de cultuur is voor altijd veranderd.
De kerk mag feestvieren. Wij mogen genieten van oneindige vrede![5]

Noten:
[1] In deze alinea citeer ik uit: “Nieuwe beloften, oude gezichten: oppositie cynisch”. In: Nederlands Dagblad, vrijdag 17 december 2021, p. 1.
[2] Jesaja 9:1 en 2.
[3] In deze alinea citeer ik Deuteronomium 16:10 en 11.
[4] In deze alinea citeer ik Jesaja 9:5 en 6a.
[5] In deze alinea citeer ik Efeziërs 5:10-14.

28 september 2021

Onopvallend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Waarom duurt het zo lang voor er in Nederland een nieuw kabinet is? Op 17 maart 2021 waren er Tweede Kamerverkiezingen. Een nieuwe regering is er echter nog niet. Dat komt onder meer omdat politici bang zijn. In hun parlementaire arbeid moeten zij compromissen sluiten. Stel je toch eens voor dat die compromissen bij de kiezers niet goed vallen! Dan word je er bij de volgende verkiezingen op afgerekend! De ramp zou niet te overzien zijn…

Ook in ons persoonlijke leven kunnen we vrezen voor de toekomst. ‘Wat zullen de mensen zeggen of denken als ik dit doe?’. Of: ‘Dat had ik beter niet kunnen zeggen. Het viel helemaal verkeerd. Een volgende keer moet ik beter op mijn woorden passen’.

Het bovenstaande brengt ons bijna als vanzelf bij Mattheüs 6: “Maar zoek eerst het Koninkrijk van God en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u erbij gegeven worden. Wees dan niet bezorgd over de dag van morgen, want de dag van morgen zal voor zichzelf zorgen; elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”1.

In Mattheüs 6 wordt gezegd: wees goed voor andere mensen; maar zorg ervoor dat het niet teveel opvalt. Dat goeddoen moet niet ontaarden in reclame voor uzelf.
Iets dergelijks geldt voor onze gebeden. Bidden hoeft niet op te vallen. Niet bij de mensen. En ook niet bij God. Het is niet nodig om, steeds in andere woorden, uw gebeden te herhalen. Hoe moeten we dan wel bidden? Het beste voorbeeld is het Onze Vader. Dat gebed is compact, duidelijk en veelomvattend.
Als God zonden vergeeft, doet Hij dat ook onopvallend. Hij is genadig. Voor die vergeving zijn geen uitvoerige toverspreuken nodig. De vergeving wordt geschonken – punt. Op diezelfde manier moeten ook wij andere mensen vergeven. Zonder omwegen. Zonder gedoe.
In dit hoofdstuk gaat het ook over vasten. Dat vasten hoeft ook niet in het openbaar. Vasten doet men niet op een manier die voor ieder zichtbaar is. Dan gaan de mensen zeggen: ‘Wat doet die man veel goede dingen; hij verdient beslist een plaats in de hemel!’. Of: ‘Kijk eens hoe die vrouw haar best doet om in de hemel te komen!’. Goede werken doen we, als het goed is, om God de Vader te eren, en dus niet om bij de mensen in een goed blaadje te komen.
Gods kinderen behoren bij al hun activiteiten in deze wereld op de Here God gericht te zijn. Hun status op deze aarde is, als het er op aankomt, niet zo belangrijk. Het bezitten van veel geld is mooi en goed, maar dat onder eigen geen voorwaarde het hoogste doel wezen!
De wereld om ons heen kan en mag nooit onze eerste liefde zijn. Natuurlijk – wij leven hier en nu. Maar ons tweede vaderland is in de hemel. Paulus schrijft daar over in Philippenzen 3: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen”. Ware gelovigen zijn eersterangs burgers van de hemel. Dat valt hier op aarde lang niet altijd op. Maar het is wel zo. Juist daarom wordt een heel duidelijke keuze van ons gevraagd. Het moet in ons leven gaandeweg duidelijk worden waar ons concentratiepunt ligt!2

Eén ding is gegarandeerd: de almachtige God zorgt voor ons. Dat valt niet altijd op. We denken er heel vaak niet bij na. Maar juist omdat dat zo is, hoeven we ons in het leven niet al te druk te maken. Laten wij maar kijken naar de noden van vandaag. Daar hebben we genoeg aan. Wat zich morgen voordoet, zien we dán wel weer.

Iedere dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad – als er één belangrijk adagium in Den Haag zou moeten zijn, dan is het dit wel. Als er één belangrijk adagium in ons persoonlijk leven zou moeten zijn, dan is het dit wel.
In de eerste plaats omdat dit adagium staat in een kader van onopvallendheid. Opzichtig gedoe en parlementair heen-en-weer-gepraat voor de bühne en de camera’s moet onmiddellijk ophouden.
In de tweede plaats omdat dit adagium ons vergevingsgezindheid leert. Haat en wrok mogen ons nooit regeren.
In de derde plaats omdat dit adagium ons leert om van onszelf af te zien. Wij moeten in ootmoed naar God toe gaan. Hij is Degene die in harten kan werken. De hemelse God kan ervoor zorgen dat wij ons naar Hem toe keren.
In de vierde plaats omdat dit adagium ons van onze bezorgdheid af helpt. Angst voor de toekomst hoeft dan niet meer aan de orde zijn. Reacties van mensen blijken relatief onbelangrijk.

Laten wij – ieder op onze eigen plaats – maar blijmoedig, doortastend en wijs optreden. Nee, dat valt niet altijd op. Maar het is hopelijk wel tot eer van God. En tot heil van onze omgeving, tevens.

Noten:
1 Mattheüs 6:33 en 34.
2 Zie voor het bovenstaande Mattheüs 6:1-24. In deze alinea citeer ik uit Gods Woord Philippenzen 3:20 en 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.