gereformeerd leven in nederland

12 januari 2021

Parfum van de Heiland

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“En God zij dank, Die ons in Christus altijd doet triomferen en door ons de geur van Zijn kennis op iedere plaats openbaar maakt. Want wij zijn voor God een aangename geur van Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan; voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven”. Dat schrijft de apostel Paulus in 2 Corinthiërs 2[1].
Die geur ruikt iedereen. Voor de één betekent die geur nieuw leven; voor de ander is het de geur van de dood. In 2 Corinthiërs 2 gaat het om een geur die de levensgang bepaalt!

Wat is de situatie in dit Schriftgedeelte?
Paulus is in Troas gekomen. Troas – voluit: Troas Alexandrina – is een plaats vlakbij de Dardanellen, de zeestraat die het Europese deel van Turkije scheidt van het Aziatische deel. Het eiland Lesbos, dat wij ook goed kennen, is er niet ver vandaan[2]. Daar heeft Paulus volop gelegenheid om het Evangelie te prediken. Dat doet hij ook met verve. Als Paulus z’n roeping kan volgen is hij Geestdriftig, zo u wilt: be-Geesterd.
En toch is er iets dat de apostel hindert: Titus is er niet. Een exegeet schrijft: “Paulus had verwacht dat Titus, die door hem naar Corinthe was gestuurd -onder andere met het doel een collecte voor de gemeente van Jeruzalem voor te bereiden-, reeds via Macedonië zou zijn teruggekeerd en hem in Troas zou ontmoeten. Toen de komst van Titus op zich liet wachten, besloot Paulus hem tegemoet te reizen naar Macedonië. Hij nam afscheid van (…) de gelovigen van de pas gestichte gemeente in Troas.
De reden waarom de apostel zo uitzag naar de ontmoeting met Titus was gelegen in zijn bezorgdheid over de gemeente van Corinthe. Hij moest weten hoe de gemeente sinds het mislukte tussenbezoek en zijn laatste brief tegenover hem stond. Sinds dat bezoek had de apostel ‘geen rust wat betreft zijn geest’ meer gehad”[3].

We leren hieruit in ieder geval dat evangelisatiewerk niet alleen maar een jubelzang is. Leven met en vanuit de blijde Boodschap is niet slechts een feestje met mooie slingers en veel taart. Het is niet alleen maar vreugde en blijdschap. Het is op de werkvloer vertellen over Gods werk. Wie Gods werk in beeld brengt, botst ook met wereldse manieren van doen. Met arrogantie, met grootheidswaanzin en eigenwijsheid. Evangeliseren betekent soms ook dat karakters botsen. Er is soms onwil. En tegenstand, bovendien. Het Evangelie wordt gebracht in een wereld vol twistgesprekken en mentaal geworstel.

Al dat gedoe in de wereld ruikt, in het algemeen genomen, niet fris. Er zitten heel wat luchtjes aan. Aan alles kleeft zonde. Als het erop aan komt is alles is te kort en te weinig.
Echter – de geur van de Gezalfde verdrijft die onfrisheid. De geur van Christus is voor kerkmensen heerlijk!
Het parfum van de Heiland is iets dat het volk van God elke dag van het leven mag dragen. Dat parfum wolkt om ons heen. Wie dat ruikt zegt: dit geurt christelijk.
Paulus schrijft in Efeziërs 5: “Wees dan navolgers van God, als geliefde kinderen, en wandel in de liefde, zoals ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelf voor ons heeft overgegeven als een offergave en slachtoffer, tot een aangename geur voor God”[4]. En in Philippenzen 4: “Maar ik heb alles ontvangen en ik heb overvloed; ik ben geheel voorzien, nu ik door middel van Epafroditus ontvangen heb wat door u gezonden was, als een aangename geur, een welgevallig offer, welbehaaglijk voor God”[5].
Dat parfum mogen wij met trots dragen in een wereld die op veel plekken grondig bedorven is.

Velen vinden de geur van Christus vandaag hoogst onaangenaam. Maar al die mensen zullen ten langen leste merken dat Christus’ geur overheersend is.
Tot die tijd mogen en moeten kinderen van God het Evangelie aan de man en vrouw brengen. Midden in de wereld van 2021. Frank en vrij. Op weg naar de toekomst.

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 2:14, 15 en 16 a.
[2] Zie hiervoor https://www.bijbelseplaatsen.nl/plaatsen/436 en https://nl.wikipedia.org/wiki/Dardanellen ; geraadpleegd op woensdag 6 januari 2021.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Corinthiërs 2:13.
[4] Efeziërs 5:1 en 2.
[5] Philippenzen 4:18.

25 juni 2020

Gods werk is wereldomvattend

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Vrouwen hebben vandaag de wind mee. Representatieve vrouwen althans. Sigrid Kaag wil graag lijsttrekker worden van D66. En premier van Nederland, bovendien. “Ik wil Nederland uit de crisis helpen. Het gaat erom dat je in moeilijke tijden er durft te zijn en niet weg te lopen”, zegt ze[1]. Mona Keijzer stelt zich kandidaat voor het lijsttrekkerschap van het CDA. “Hugo is natuurlijk een ongelooflijke knapperd. Maar, lieve CDA-vrouwen, het is echt tijd dat onze dochters, kleindochters, schoondochters en vriendinnen zien dat ook een vrouw de leiding kan hebben over het CDA”, sprak zij op moederlijke toon[2].
U ziet het: de ambitie spat er af. Leider van het CDA… leider van D66 en premier van Nederland – je moet ’t allemaal groot zien!

Hoe dat zij – in Handelingen 22 is het allemaal nog groter. Veel groter. Wij horen over een ingreep vanuit de hemel.
En we horen het verhaal van een man, Saulus, die klein werd. Heel klein, want hij viel op de grond. Boem – dat was het einde van iemand die op weg was een talentvolle Schriftgeleerde te worden. Saulus’ metgezellen zagen wel licht. Maar een stem hoorden zij niet.
Saulus, die inmiddels Paulus heet, vertelt: “Maar het overkwam mij, toen ik onderweg was en omstreeks de middag Damascus naderde, dat plotseling vanuit de hemel een fel licht mij omstraalde. En ik viel op de grond en hoorde een stem tegen mij zeggen: Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij? En ik antwoordde: Wie bent U, Heere? En Hij zei tegen mij: Ik ben Jezus de Nazarener, Die u vervolgt. En zij die bij mij waren, zagen wel het licht en werden zeer bevreesd, maar de stem van Hem Die tot mij sprak, hoorden zij niet. En ik zei: Heere, wat moet ik doen? En de Heere zei tegen mij: Sta op en ga naar Damascus, en daar zal met u gesproken worden over alles wat voor u vastgesteld is om te doen”[3].

Paulus is in Jeruzalem gevangen genomen. De Joden uit Asia zijn het helemaal zat: die Paulus brengt een Boodschap die, zeggen zij, indruist tegen het aloude Evangelie.
Het leger grijpt in!
De officieren van het leger zijn blij dat ze ‘m te pakken hebben – dit is de Egyptische leider van vierduizend revolutionairen…
Alhoewel…
Ach nee, het is niet die oproerkraaier uit Egypte.
Het is een Jood. Een Jood notabene. Dus: iemand die wel degelijk in de tempel mag komen!
Paulus krijgt uiteindelijk toestemming om het verzamelde volk toe te spreken. In zijn betoog legt de apostel uit wat hem zoal overkomen is.
De dienstdoende officieren denken blijkbaar dat Paulus’ toespraak het gepeupel weer zal kalmeren. Maar niets is minder waar: “Zij hoorden hem nu aan tot dit woord toe, maar daarna verhieven zij hun stem en zeiden: Weg van de aarde met zo iemand, want hij behoort niet te blijven leven”[4].

De opinie van het volk kan zomaar omslaan. Zoveel is wel duidelijk. Maar waarom worden de mensen zo kwaad? Omdat Paulus meedeelt wat de Here tegen hem gezegd heeft. God zei: “Ga, want Ik zal u ver weg zenden, naar de heidenen”[5]. Daar, bij die heidenen, daar zit het pijnpunt!
Paulus heeft de opdracht om Gods blijde Boodschap de wereld over te brengen. Het Israël dat God voor Zich ziet, is aanzienlijk groter dan het Jodendom: dat Evangelie bereikt alle wereldburgers.

In Handelingen 22 wordt duidelijk wat er aan de hand is: de Here Jezus Christus demonstreert Zijn grote macht. Grote mannen worden kleine mensjes.
God vraagt van mensen om het werk van de Heiland te eerbiedigen en Zijn wetten en regels te gehoorzamen. De God van hemel en aarde biedt eeuwig heil aan. Niet alleen maar aan Israël – nee, dat doet Hij in alle werelddelen. Ja, ook in Nederland.
In alle hoeken en gaten mag het Evangelie klinken. Het bericht gaat door de wereld: mensen, geloof het maar – de Heiland geeft u geluk, glorie en vrede; voor eeuwig!
In de kerk is een blijde psalm te horen:
“U zal ik loven, trouwe HEER,
ik kreeg van U het leven weer.
U was het, die mij uitkomst bood,
mij optrok uit mijn diepe nood”[6].
 
Indertijd greep de God van hemel en aarde in in het leven van Paulus, en draaide dat honderdtachtig graden om.
Hoe zit dat in 2020, met name in Nederland?
Antwoord: Als politici met hun gezicht naar God toe gaan staan en Zijn geboden in alles gaan eerbiedigen, dan gaat het de goede kant op in Nederland ; en vervolgens in heel de wereld.
Altijd moet de achtergrond van ons werk wezen:
“Grote God, wij loven U
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U,
en bewondert Uwe werken.
Die Gij waart ten allen tijd,
blijft Gij ook in eeuwigheid”[7].

Gods Woord hangt niet af van lijsttrekkers die een goed klinkend verhaal hebben. En ook niet van een politieke partij. En ook niet van een landsregering. Want Gods magnifieke handelwijze is ronduit wereldomvattend.
Onze God werkt en leeft echt in het groot! Hij verlegt de koers van mensenlevens, alsof het niets is.

“Ik wil Nederland uit de crisis helpen”. Dat zei Sigrid Kaag. En ja, dat is een nobel streven.
Wie dat wil doen, moet de zaak fundamenteel aanpakken. Paulus kreeg het dringende advies: “En nu, waarom aarzelt u? Sta op, laat u dopen en uw zonden afwassen onder aanroeping van de Naam van de Heere”[8].
Die aansporing is ook vandaag nog volop actueel!

Noten:
[1] Geciteerd van https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2338006 ; geraadpleegd op dinsdag 23 juni 2020.
[2] Geciteerd van https://www.rd.nl/vandaag/politiek/mona-keijzer-mengt-zich-in-de-strijd-voor-cda-lijsttrekkerschap-1.1673840 ; geraadpleegd op dinsdag 23 juni 2020. Met Hugo is Hugo de Jonge aangeduid; ook hij is kandidaat-lijsttrekker van het CDA.
[3] Handelingen 22:6-10.
[4] Handelingen 22:22.
[5] Handelingen 22:21.
[6] Dit zijn woorden uit Psalm 30:1 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986.
[7] Dit lied staat in de bundel van Johannes de Heer; nummer 724.
[8] Handelingen 22:16.

29 april 2020

Permanent alert

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Proclameer het Evangelie!
Bazuin het maar rond, zo hard als je kan!

Paulus schrijft die woorden aan zijn jonge medewerker Timotheüs. Ze staan in 2 Timotheüs 4.

Paulus noteert nog meer.
Misschien willen de mensen niet naar dat Evangelie luisteren, merkt hij op. Maar de mensen moeten Gods blijde boodschap wel kennen. Waarom? Omdat ooit het moment zal aanbreken waarop Jezus Christus, de Heiland, weer naar de aarde zal komen. Dan zal Hij over het werk van alle mensen een oordeel vellen.

De brief van de apostel Paulus is ernstig van toon.
En het wordt nog zwaarder. Nog kritischer.
Massa’s mensen gaan achter leiders aanlopen die zij zelf uitzoeken. De waarheid van het Evangelie? – daar hebben zij geen zin meer in. Nee, zij werken liever hun eigen religieuze ideeën uit. Ze werken ’t liefst aan eigen godsdienstige vormen.
Paulus zegt: Timotheüs, jongen, trek je daar vooral niks van aan. Ga maar gewoon door met je evangelisatiewerk, wat er ook gebeurt.
Paulus schrijft ook over zichzelf. Ik ben, schrijft hij, aan het einde van mijn leven gekomen. Ergens in de 60 is hij. En Paulus is bijna bij de aardse eindstreep. Maar de apostel weet het zeker: de Here zal hem belonen voor zijn werk en zijn trouw.
Heel veel medewerkers hebben hem verlaten. In Paulus’ leven is dat wel vaker voorgekomen. Toen hij bij de keizer moest komen was er ook niemand die hem hielp. Maar – ondanks alles – heeft hij altijd het Evangelie kunnen verkondigen. En Paulus weet het zeker: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. ​Amen”[1].

Wat heeft dit alles ons, anno Domini 2020, te zeggen?
In ieder geval dit. Er worden allerlei al of niet blijde boodschappen rondgebazuind.
Steeds minder mensen gaan naar een kerk. En er is meer.
De Nederlandse schrijfster en journaliste Yvonne Zonderop zei eens: kerklidmaatschap “zegt eigenlijk niets over of mensen nu geloven of niet”. En: “Onderzoek heeft uitgewezen dat ook mensen die wel naar de kerk gaan, hun eigen ideeën hebben en niet per se allemaal geloven wat de dominee of pastoor ze vertelt”. En: “Het hele idee dat er twee soorten mensen zijn, namelijk gelovig en ongelovig, doet geen recht aan de veelvormige werkelijkheid”[2].
In die omstandigheden moet de kerk het Evangelie brengen. Dat lijkt onbegonnen werk. De Gereformeerde levensovertuiging is, kort door de bocht gezegd, één van de honderdduizend manieren waarop men tegen het leven aan kan kijken.
Niettemin is het belangrijk om dat Evangelie te blijven verkondigen.

Intussen is het voor de kerkgangers van de eenentwintigste eeuw van levensbelang om niet te gaan relativeren.
Zo van: in onze kerk is de prediking vaak wat mager; maar via een internetkerkdienst van een meer orthodoxe kerk kunnen wij wel wat bijvoeding krijgen. Want om nu echt naar een andere kerk te vertrekken… – ach, dat is wat te rigoureus. Wij zijn nog niet zover. Wij hebben al eens éérder een kerkelijke overgang gemaakt. Moet dat nu weer? Bovendien – wij zijn al wat ouder. En onze kinderen…
Laten wij ervoor zorgen dat wij het Paulus in 2 Timotheüs 4 na kunnen blijven zeggen: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid”.

‘De Here zal mij verlossen’. Soizo staat daar. Dat betekent: redden van de dood, verlossen uit doodsgevaar.
Het is dus ernst. De vijand komt steeds dichterbij. De dood komt op kousenvoeten op ons af. Gods kinderen moeten daarom permanent alert blijven. Want voordat ze ’t weten zijn ze er geweest… Steeds weer is de vraag: moeten we op de vlucht slaan, weg van het onheil? Oftewel: zijn we klaar om weg te wezen als het moet?
Zeg niet: zo’n kerkelijke overgang is alleen iets voor mensen die redelijk veel afweten van de Bijbel. Zo’n kerkelijke overgang is alleen iets voor mensen die de theologische discussies een beetje volgen. Nee, de Gereformeerde leer is niet slechts iets voor geleerde mensen. Trouwens – Paulus blijkt ook een gewone man. Hij heeft ergens een jas laten liggen. En hij doet in 2 Timotheüs 4 gewoon de groeten. Leest u maar mee: “Breng, wanneer u komt, de reismantel mee die ik in Troas bij Carpus achtergelaten heb, en de boeken, vooral de perkamenten”[3]. En: “Groet ​Prisca​ en Aquila, en het huis van Onesiforus. Erastus is in Corinthe gebleven en Trofimus heb ik in Milete ​ziek​ achtergelaten. Beijver u om voor de winter te komen. U groeten Eubulus, Pudens, Linus, Claudia en alle broeders”[4].

Het is ernst. De vijand komt steeds dichterbij.
Maar er zijn vaak allerlei omstandigheden die ons beletten om stappen te maken. Onze persoonlijke situatie, bijvoorbeeld. Of de coronacrisis, bijvoorbeeld.
U weet wel – net als bij dat zaad in Mattheüs 13: “Een ander deel viel tussen de dorens; en de dorens kwamen op en verstikten het”[5]. Jezus zegt: “En bij wie in de dorens ​gezaaid​ is, dat is hij die het Woord hoort; maar de zorgen van deze wereld en de verleiding van de rijkdom verstikken het Woord, en het wordt onvruchtbaar”[6].

Ach – misschien denkt u: komt het nog wel goed met mij? De boodschap is zo ernstig! De keus is zo moeilijk!
Laten we nog één keer die tekst uit het begin van dit artikel repeteren: “En de Heere zal mij bevrijden van alle boze opzet en mij verlossen tot de komst van Zijn hemels Koninkrijk. Hem zij de heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. ​Amen”.
Die gecursiveerde woorden maken het wel duidelijk: wie tot keuzes geroepen wordt, moet letten op de Heiland; en niet op zichzelf.

Noten:
[1] 2 Timotheüs 4:18.
[2] Geciteerd van https://www.scientias.nl/ongelovig-nederland-is-stiekem-nog-lang-niet-klaar-met-religie/ ; geraadpleegd op dinsdag 21 april 2020. Het geciteerde artikel is gedateerd op zaterdag 27 oktober 2018.
[3] 1 Timotheüs 4:13.
[4] 1 Timotheüs 4:19, 20 en 21.
[5] Mattheüs 13:17.
[6] Mattheüs 13:22.

24 januari 2020

Geen horizontaal verhaal

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

We leven in de week van het gebed voor de eenheid[1].
Het thema van die week wordt onder meer als volgt toegelicht: “De centrale Bijbeltekst voor de gebedsweek komt in 2020 uit het laatste deel van het boek Handelingen, hoofdstuk 27 vanaf vers 18 tot hoofdstuk 28 vers 10. Hierin is te lezen hoe Paulus en zijn reisgenoten schipbreuk lijden op Malta, en daar met buitengewone vriendelijkheid opgevangen worden. Deze gebeurtenis markeert het moment waarop het evangelie het eiland bereikt. Op 10 februari wordt deze gebeurtenis nog altijd door de christenen op Malta herdacht en gevierd. Zij hebben dit jaar het materiaal voor de gebedsweek voorbereid”.

Men attendeert op de rust die Paulus uitstraalt.
“Paulus weet wonderwel de vrede tussen de groepen te waarborgen. Hij houdt ze voor dat de omstandigheden hen samenbinden en onder zijn leiding delen ze met elkaar het brood”.
En ook op de vriendelijkheid van de Maltezers.
“Wanneer Paulus en zijn reisgenoten ten slotte stranden op Malta, wordt hen daar buitengewone vriendelijkheid betoond door de eilandbewoners. Hun anders-zijn vormt daarbij geen belemmering”[2].

Wat moet men met het bovenstaande?
Wij moeten vriendelijk zijn voor elkaar. Zoveel is wel duidelijk.
Wij moeten elkaar nemen zoals wij zijn. Dat is ook wel helder.
En als we anders zijn, is dat geen probleem. Praktiserend homo? Dat doet er niet toe. Een drugsverslaafde? Ach – kom erbij!
Wees vriendelijk en blij; voor uzelf en voor mij. Dat is het sfeertje.

Dat is allemaal mooi.
Maar er is meer aan de hand.
Leest u maar mee: “En hier, op ongeveer dezelfde plaats, had de voornaamste van het eiland, van wie de naam Publius was, een landgoed. Hij ontving ons en bood ons vriendelijk drie dagen onderdak. En het gebeurde dat de vader van Publius, door ​koorts​ en buikloop bevangen, op ​bed​ lag. ​Paulus​ ging naar hem toe, en nadat hij ​gebeden​ had, ​legde​ hij hem de handen op en maakte hem gezond. Toen dit nu gebeurd was, kwamen ook de anderen op het eiland die ziekten hadden, naar hem toe en zij werden genezen”[3].
Vlak vóór die genezingen wordt Paulus gebeten door een adder. Maar de apostel schudt de slang van zich af. Van vergiftiging blijkt geen sprake.
Wat gebeurt daar?
Het Evangelie van de opgestane Here Jezus Christus wordt op Malta gebracht. Daar wordt opstandingskracht getoond!

Ja, het Evangelie gaat de wereld over.
De Here heeft in Handelingen we tegen zijn gezant gezegd: “Heb goede moed, ​Paulus, want zoals u in ​Jeruzalem​ van Mijn zaak getuigd hebt, zo moet u ook in Rome getuigen”[4].
Kijk, daar gaat het om.

Die Maltezers zijn vriendelijk. En voor Publius geldt dat wel in het bijzonder.
En men wil ons, anno 2020, vertellen: wees ook maar vriendelijk voor de mensen in jouw omgeving. Men schrijft: “Iedere dag zoeken we naar het buitengewone. Zo leren we buitengewone vriendelijkheid te ontvangen én door te geven”.
Prachtig.
Maar waar het om gaat is: Gods blijde Boodschap moet worden doorverteld!
En wat daar op Malta gebeurt is, om zo te zeggen, een plaatje bij Marcus 16: “Wie geloofd zal hebben en ​gedoopt​ zal zijn, zal zalig worden, maar wie niet geloofd zal hebben, zal verdoemd worden. En hen die geloofd zullen hebben, zullen deze tekenen volgen: in Mijn Naam zullen zij demonen uitdrijven; in vreemde talen zullen zij spreken; slangen zullen zij oppakken; en als zij iets dodelijks zullen drinken, zal het hen beslist niet schaden; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden”[5].
Paulus krijgt krachten van zijn Zender om te laten zien hoe machtig het Evangelie is!

Trouwens, weet u hoe het in Marcus 16 verder gaat?
“De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. ​Amen”[6].
Met andere woorden: Evangelievertellers worden vanuit de hemel aangestuurd.
De Bijbel is geen verhaal dat je blijmoedig voorleest met zoetgevooisde stem. Gods Woord is niet de zoveelste poging om een brokje intermenselijk fatsoen bij de mensheid neer te leggen.
Welnee.
De kerk anno Domini 2020 wordt gesteund en geleid vanuit de hemel. Denkt u in dit verband maar aan Hebreeën 4: “Nu wij dan een grote ​Hogepriester​ hebben, Die de hemelen is doorgegaan, namelijk ​Jezus, de ​Zoon van God, laten wij aan deze belijdenis vasthouden. Want wij hebben geen ​Hogepriester​ Die geen medelijden kan hebben met onze zwakheden, maar Een Die in alles op dezelfde wijze als wij is verzocht, maar zonder ​zonde. Laten wij dan met vrijmoedigheid naderen tot de troon van de ​genade, opdat wij ​barmhartigheid​ verkrijgen en ​genade​ vinden om geholpen te worden op het juiste tijdstip”[7].

Gods Woord is geen horizontaal verhaal.
Zijn Woord tilt ons omhoog “waar ​Christus​ is, Die aan de rechterhand van God zit”[8].
Dus:
“Bedenk de dingen die boven zijn en niet die op de aarde zijn, want u bent gestorven en uw leven is met ​Christus​ verborgen in God. Wanneer ​Christus​ geopenbaard zal worden, Die ons leven is, dan zult ook u met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid”[9].

Noten:
[1] De week van het gebed voor de eenheid vindt plaats van 19 tot 26 januari 2020.
[2] De citaten komen van https://www.weekvangebed.nl/buitengewoon ; geraadpleegd op vrijdag 17 januari 2020.
[3] Handelingen 28:7, 8 en 9.
[4] Handelingen 23:11.
[5] Marcus 16:16, 17 en 18.
[6] Marcus 16:19 en 20.
[7] Hebreeën 4:14, 15 en 16.
[8] Colossenzen 3:1.
[9] Colossenzen 3:2, 3 en 4.

6 juli 2018

Bemoedigingsbeleid

Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus lijkt een strenge Zondag.
Leest u maar mee.

“Wat eist God in het tiende gebod?
Antwoord:
Dat zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, in ons hart nooit meer mag komen, maar dat wij altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben.
Maar kunnen zij die tot God bekeerd zijn, deze geboden volbrengen?
Antwoord:
Nee, want zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven.
Waarom laat God ons de tien geboden dan zo scherp prediken, als toch niemand ze in dit leven volbrengen kan?
Antwoord:
Ten eerste wil God, dat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Ten tweede dat wij zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken”[1].

Ontmoedigt deze zondag ons niet?
Kan het eigenlijk nog wel iets met ons worden?

Zijn de eisen van het tiende gebod in 2018 nog wel reëel?
De media vertellen ons dat de mentale druk op jongeren momenteel veel te hoog is.
De basisbeurs is afgeschaft. Bijbanen nemen veel tijd in beslag.
Je moet als jongere regelmatig gezien worden op sociale media.
Er is een snelle 24 uurseconomie. Daarin worden veel flexibele krachten gevraagd[2].
Ga er maar aan staan.

Over de ouderen hebben we het dan nog niet eens gehad.

Is Zondag 44 de Zondag van het ontmoedigingsbeleid?
Toch niet.
Want daar wordt ons geleerd:
* verwacht het niet van uzelf, maar van de Heiland waarover u in de Bijbel leest
* bidt om genade van de Heilige Geest
* kijk reikhalzend uit naar uw tweede vaderland en het eeuwig feest.

Als je op kantoor of in de fabriek je werk doet, doe je dat natuurlijk voor je leidinggevende. Voor het bedrijf of de instantie waar je werkzaam bent.
Maar is dat het enige motief dat jou aan het werk houdt? Of is er – bijvoorbeeld – ook nog een beetje prestatiedrang in het spel? Zo van: ik moet bewijzen dat ik best heel veel kan?
Een Ge-re-formeerd mens, een mens die vernieuwd wordt, werkt uiteindelijk als instrument in Gods hand.

Hoe dan?
Dat weten we heel vaak niet precies. Soms zien wij er plotsklaps iets van.
Dat overkomt Ananias in Damascus, bijvoorbeeld. Die Ananias is een discipel, een leerling van de Here. Hij moet naar Saulus toe gaan. Van die Saulus – die later Paulus zal gaan heten – is bekend dat hij een fanatiek christenvervolger is. Daarom is Ananias verbijsterd. Wat moet uitgerekend hij nou bij die Saulus, die christenhater? Maar de Here zegt in Handelingen 9: “Ga, want deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten”[3]. Daar hebt u het: Saulus wordt een instrument van de Here.
De God van hemel en aarde voert, om zo te zeggen, een Masterplan uit. Dat plan overzien wij niet. Maar zeker is wel: God geeft ons in de wereld de plaats die Hij van tevoren gereserveerd heeft.
De dichter van Psalm 73, Asaf, heeft het daar ook over:
“Ik zal echter voortdurend bij U zijn,
U hebt mijn rechterhand gegrepen.
U zult mij leiden door Uw raad,
daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen”[4].
Uw raad, dat betekent: Uw plan. God heeft de dagelijkse leiding in ons leven. Hij beslist wanneer we waar zijn, en wat wij daar doen.
Paulus zegt tegen de christenen in Efeze: alle dingen gebeuren zoals God dat wil. Hij formuleert het in zijn brief aan die christenen zó: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil”[5].
Hierboven staat een moeilijke zin, jazeker. Maar één ding staat als een paal boven water: als wij ons leven aan Hem overgeven, dan komt het gegarandeerd goed!

Wat betekent die term ‘de genade van de Heilige Geest’?
De God van hemel en aarde zette in het Oude Testament Zijn Geest af en toe zichtbaar in op speciale momenten, bij individuele mensen.
Vanaf de eerste Pinksterdag, die beschreven wordt in Handelingen 2, is de Heilige Geest beschikbaar voor alle gelovigen.
Paulus schrijft daarover aan de Efeziërs: “In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het ​Evangelie​ van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, ​verzegeld​ met de ​Heilige​ Geest​ van de belofte”[6].
Verzegelen – dat is, om te beginnen, een maatregel in de juridische sfeer. Als het gevaar dreigt dat spullen uit bijvoorbeeld een erfenis worden verdonkeremaand, vindt verzegeling plaats. De apostel bedoelt:
* u wordt afgeschermd;
* de duivel kan u niet bij de Here weglokken en aan zijn eigen leger toevoegen;
Verzegelen – dat doe je ook met een officiële verklaring die in een envelop zit. Niemand kan het Evangelie van de zaligheid van u afnemen.
Daarom heet Gods Geest hier ook de Heilige Geest van de belofte. Gods beloften kunnen namelijk nooit bij u weggepakt worden.
Zondige mensen krijgen Gods beloften aangereikt.
Gods Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Iedere dag brengt Hij het in hun gedachten:
* u geniet speciale bescherming
* de eeuwigheid komt eraan.
Paulus zegt in Romeinen 14: “…het ​Koninkrijk van God​ bestaat niet uit eten en drinken, maar uit ​gerechtigheid​ en ​vrede​ en blijdschap in de ​Heilige​ Geest”[7].
Zo wordt het leven mooi!

We kijken reikhalzend uit naar het tweede vaderland en een eeuwig feest.
Gods kinderen hebben de Heilige Geest gekregen.
Jezus Christus, onze Heiland, heeft ons die Trooster gestuurd. De Geest woont in onze harten. Hij bewoont niet maar een paar kamers… – nee, Hij heeft in het hele huis de ruimte. In ons hele leven dus.
Wij, zondige mensen van 2018, worden – dankzij de Heiland – vrijgesproken van alle schuld. Daarom zal tegen ons worden gezegd: welkom in de hemel, de woonplaats van God!
Die boodschap moet de kerk uitdragen.
Dag aan dag.
Jaar in, jaar uit.

Kent u Paulus’ brief aan Titus? Die brief dateren we ongeveer 65 jaar na Christus. Titus is een belangrijke medewerker van Paulus[8].
Paulus schrijft hem onder meer dit: “Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn ​liefde​ tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van ​rechtvaardigheid​ die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn ​barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest. Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door ​Jezus​ ​Christus, onze Zaligmaker, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn ​genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven. Dit is een betrouwbaar woord en ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat zij die in God geloven, ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken”[9].

Nee, Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus voert geen ontmoedigingscampagne.
Zondag 44 voert een bemoedigingsbeleid.
Laat u dus niet deprimeren.
Maar ga de Heiland eren!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, vragen en antwoorden 113, 114 en 115.
[2] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/mentale-druk-op-jongeren-neemt-gevaarlijke-vormen-aan-1.1495094 ; geraadpleegd op dinsdag 19 juni 2018.
[3] Handelingen 9:15.
[4] Psalm 73:23 en 24.
[5] Efeziërs 1:11.
[6] Efeziërs 1:13.
[7] Romeinen 14:17.
[8] Zie hierover ook http://christipedia.nl/Artikelen/T/Titus_(bijbelboek) ; geraadpleegd op woensdag 20 juni 2018.
[9] Titus 3:4-8 a.

4 mei 2018

Iedere dag bevrijdingsdag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Morgen, zaterdag 5 mei, zal het bevrijdingsdag zijn.
Zodoende is er een goede reden om na te denken over vrijheid.
Beleven christenen vrijheid anders als mensen die God niet eren?

Over deze dingen denkend wijs ik op Galaten 5: “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”.
Dat woord ‘vlees’ is een ouderwets woord voor de verkeerde verlangens die je als mens hebt.
De Bijbel in Gewone Taal uit 2014 heeft hier: “Vrienden, God wil dat jullie als vrije mensen leven. Maar gebruik die vrijheid niet om toe te geven aan slechte verlangens. Gebruik die vrijheid om met ​liefde​ voor elkaar te zorgen” [1].

Paulus heeft een brief geschreven aan de gemeenten in Galatië. Galatië – dat is een Romeinse provincie in het gebied waar nu Turkije ligt.

Een internetencyclopedie vertelt ons: “De naam Galatië is afgeleid van de Galliërs en betekent ‘land van de Galliërs’. Het landschap werd bewoond door een gemengde bevolking, waarvan Galliërs de meerderheid vormden. Deze hadden ca. 300 v. Chr. hun eigen land (het huidige Frankrijk) verlaten, en na een succesvolle militaire campagne zich hier gevestigd. Deze emigranten waren onrustig en oorlogszuchtig en een gesel over hun buren. Toen ze beteugeld waren, verhuurden ze zichzelf als soldaten. Ze werden onder de macht van Rome gebracht en uiteindelijk werd Galatië een Romeinse provincie. Ze werden de Galli of Galliërs van het Oosten genoemd”[2].

De brief aan de Galaten is een protest.
Het is een protest tegen mensen die eigenlijk zeggen: terug naar het Oude Testament!
Die mensen – judaïsten heten ze – geloven niet in de waarde van Christus’ lijden en opstanding.
Jezus Christus die voor onze zonden heeft betaald? Nee, dat wil er bij die judaïsten niet in. Daarom zeggen ze: ‘We moeten ons houden aan Oudtestamentische wetten. U moet zich nog steeds laten besnijden!’
Terwijl dat helemaal niet meer hoeft…

In de brief aan de Galaten biedt Paulus tegengas. En niet zo’n klein beetje ook!
Paulus wil het er wel intimmeren: u moet niet teruggaan naar het Oude Testament.
Er is, maakt hij duidelijk, nu een nieuw tijdperk begonnen.
De enige manier om behouden te worden is: geloven in het reddingswerk van Jezus Christus!

De apostel Paulus redeneert als volgt.
* Paulus heeft het Evangelie niet zelf bedacht. Hij heeft de blijde Boodschap van God Zelf ontvangen.
* We zijn bevrijd van de wet. En wel door Jezus Christus. Hij heeft voor de zonden betaald. Nu zijn gelovige kinderen van God vrij van schuld. Je kunt nu met recht spreken van vrije kinderen!
* Die christelijke vrijheid wordt in het gewone leven toegepast. Mensen hebben daar van nature zelf geen zin in. Maar de Heilige Geest van Jezus Christus is druk aan het werk. Daarom wordt het leven van Gods kinderen steeds meer beheerst door liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en zelfbeheersing.

Vrijheid heeft voor kinderen van God een diepere betekenis.
Dat woord betekent niet alleen dat er geen oorlog is. Het betekent vooral dat onze schuld voor God verdwenen is. Wij zijn vrijgesproken.
Zondige mensen zouden iedere dag met rechtsvervolging te maken hebben. Zij zouden, bij wijze van spreken, iedere dag voor de rechtbank moeten verschijnen.
Maar na Golgotha staan de zaken totaal anders!
Christenen zijn vrij!

5 mei 2018: we vieren drieënzeventig jaar vrijheid.
Maar menselijke vrijheid is, als je het goed bekijkt, eigenlijk heel fragiel. Wereldwijd zien we op allerlei plaatsen agressie. We horen oorlogstaal. Mensen gaan massaal de straat op om te protesteren tegen… – vult u maar in.
Hoezo vrijheid?

En als je persoonlijk wel heel vrijheid hebt is dat zeker geen garantie.
Neem nu dat verhaal over een liefhebbende oma. Zij krijgt een hartaanval. In een oogwenk wordt zij van de aarde weggenomen. De nabestaanden blijven verbijsterd achter.
U en ik weten het eigenlijk heel goed: de dood is en blijft de laatste vijand van het leven.
Hoezo vrijheid?

We vieren de vrijheid, vandaag en morgen.
Maar christenen vieren eerst en vooral christelijke vrijheid.
En eigenlijk vieren zij dat iedere dag.
Dat betekent: zij zijn vrijgesproken van schuld. En als zij na hun sterven in de hemel komen, horen zij hun Advocaat – de Here Jezus Christus – zeggen: ‘Voor hem en voor haar heb ik geleden. Hun zonden zijn weggedaan. Laat hen naar het feest gaan!’.
Die geloofszekerheid geeft nu al perspectief.

Paulus schrijft: “de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”[3].
Wat is de ‘core business’ van christenen? En van Gereformeerde mensen? Antwoord: zij stralen levenslang liefde uit. Zij verwelkomen hun naasten: geniet maar mee van alles wat de Here geeft; ook in 2018!

Ach, wij weten het wel: er is nog veel verdriet.
En wat zijn er nog veel persoonlijke problemen!
Er is dus nog veel te doen.
Gereformeerden werken rustig verder. Relaxed. Op hun gemak. Zij blijven kalm. Want zij zijn voor eeuwig vrij!

Noten:
[1] Galaten 5:13 citeer ik achtereenvolgens uit de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/G/Galatie ; geraadpleegd op woensdag 25 april 2018.
[3] Galaten 5:14.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.