gereformeerd leven in nederland

6 juli 2018

Bemoedigingsbeleid

Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus lijkt een strenge Zondag.
Leest u maar mee.

“Wat eist God in het tiende gebod?
Antwoord:
Dat zelfs de geringste neiging of gedachte die tegen enig gebod van God ingaat, in ons hart nooit meer mag komen, maar dat wij altijd met heel ons hart alle zonden haten en liefde tot alle gerechtigheid hebben.
Maar kunnen zij die tot God bekeerd zijn, deze geboden volbrengen?
Antwoord:
Nee, want zelfs de allerheiligsten hebben in dit leven niet meer dan een klein begin van deze gehoorzaamheid, maar wel zo, dat zij met een ernstig voornemen niet slechts naar sommige, maar naar alle geboden van God beginnen te leven.
Waarom laat God ons de tien geboden dan zo scherp prediken, als toch niemand ze in dit leven volbrengen kan?
Antwoord:
Ten eerste wil God, dat wij ons leven lang onze zondige aard steeds meer leren kennen en daardoor nog meer begeren de vergeving van de zonden en de gerechtigheid in Christus te zoeken. Ten tweede dat wij zonder ophouden ons inspannen en God bidden om de genade van de Heilige Geest, om steeds meer naar het beeld van God vernieuwd te worden, totdat wij na dit leven het doel, namelijk de volmaaktheid, bereiken”[1].

Ontmoedigt deze zondag ons niet?
Kan het eigenlijk nog wel iets met ons worden?

Zijn de eisen van het tiende gebod in 2018 nog wel reëel?
De media vertellen ons dat de mentale druk op jongeren momenteel veel te hoog is.
De basisbeurs is afgeschaft. Bijbanen nemen veel tijd in beslag.
Je moet als jongere regelmatig gezien worden op sociale media.
Er is een snelle 24 uurseconomie. Daarin worden veel flexibele krachten gevraagd[2].
Ga er maar aan staan.

Over de ouderen hebben we het dan nog niet eens gehad.

Is Zondag 44 de Zondag van het ontmoedigingsbeleid?
Toch niet.
Want daar wordt ons geleerd:
* verwacht het niet van uzelf, maar van de Heiland waarover u in de Bijbel leest
* bidt om genade van de Heilige Geest
* kijk reikhalzend uit naar uw tweede vaderland en het eeuwig feest.

Als je op kantoor of in de fabriek je werk doet, doe je dat natuurlijk voor je leidinggevende. Voor het bedrijf of de instantie waar je werkzaam bent.
Maar is dat het enige motief dat jou aan het werk houdt? Of is er – bijvoorbeeld – ook nog een beetje prestatiedrang in het spel? Zo van: ik moet bewijzen dat ik best heel veel kan?
Een Ge-re-formeerd mens, een mens die vernieuwd wordt, werkt uiteindelijk als instrument in Gods hand.

Hoe dan?
Dat weten we heel vaak niet precies. Soms zien wij er plotsklaps iets van.
Dat overkomt Ananias in Damascus, bijvoorbeeld. Die Ananias is een discipel, een leerling van de Here. Hij moet naar Saulus toe gaan. Van die Saulus – die later Paulus zal gaan heten – is bekend dat hij een fanatiek christenvervolger is. Daarom is Ananias verbijsterd. Wat moet uitgerekend hij nou bij die Saulus, die christenhater? Maar de Here zegt in Handelingen 9: “Ga, want deze is voor Mij een uitverkoren instrument om Mijn Naam te brengen naar de heidenen en de koningen en de Israëlieten”[3]. Daar hebt u het: Saulus wordt een instrument van de Here.
De God van hemel en aarde voert, om zo te zeggen, een Masterplan uit. Dat plan overzien wij niet. Maar zeker is wel: God geeft ons in de wereld de plaats die Hij van tevoren gereserveerd heeft.
De dichter van Psalm 73, Asaf, heeft het daar ook over:
“Ik zal echter voortdurend bij U zijn,
U hebt mijn rechterhand gegrepen.
U zult mij leiden door Uw raad,
daarna zult U mij in heerlijkheid opnemen”[4].
Uw raad, dat betekent: Uw plan. God heeft de dagelijkse leiding in ons leven. Hij beslist wanneer we waar zijn, en wat wij daar doen.
Paulus zegt tegen de christenen in Efeze: alle dingen gebeuren zoals God dat wil. Hij formuleert het in zijn brief aan die christenen zó: “In Hem zijn wij ook een erfdeel geworden, wij, die daartoe voorbestemd waren, naar het voornemen van Hem Die alle dingen werkt overeenkomstig de raad van Zijn wil”[5].
Hierboven staat een moeilijke zin, jazeker. Maar één ding staat als een paal boven water: als wij ons leven aan Hem overgeven, dan komt het gegarandeerd goed!

Wat betekent die term ‘de genade van de Heilige Geest’?
De God van hemel en aarde zette in het Oude Testament Zijn Geest af en toe zichtbaar in op speciale momenten, bij individuele mensen.
Vanaf de eerste Pinksterdag, die beschreven wordt in Handelingen 2, is de Heilige Geest beschikbaar voor alle gelovigen.
Paulus schrijft daarover aan de Efeziërs: “In Hem bent ook u, nadat u het Woord van de waarheid, namelijk het ​Evangelie​ van uw zaligheid, gehoord hebt; in Hem bent u ook, toen u tot geloof kwam, ​verzegeld​ met de ​Heilige​ Geest​ van de belofte”[6].
Verzegelen – dat is, om te beginnen, een maatregel in de juridische sfeer. Als het gevaar dreigt dat spullen uit bijvoorbeeld een erfenis worden verdonkeremaand, vindt verzegeling plaats. De apostel bedoelt:
* u wordt afgeschermd;
* de duivel kan u niet bij de Here weglokken en aan zijn eigen leger toevoegen;
Verzegelen – dat doe je ook met een officiële verklaring die in een envelop zit. Niemand kan het Evangelie van de zaligheid van u afnemen.
Daarom heet Gods Geest hier ook de Heilige Geest van de belofte. Gods beloften kunnen namelijk nooit bij u weggepakt worden.
Zondige mensen krijgen Gods beloften aangereikt.
Gods Geest woont in de harten van Zijn kinderen. Iedere dag brengt Hij het in hun gedachten:
* u geniet speciale bescherming
* de eeuwigheid komt eraan.
Paulus zegt in Romeinen 14: “…het ​Koninkrijk van God​ bestaat niet uit eten en drinken, maar uit ​gerechtigheid​ en ​vrede​ en blijdschap in de ​Heilige​ Geest”[7].
Zo wordt het leven mooi!

We kijken reikhalzend uit naar het tweede vaderland en een eeuwig feest.
Gods kinderen hebben de Heilige Geest gekregen.
Jezus Christus, onze Heiland, heeft ons die Trooster gestuurd. De Geest woont in onze harten. Hij bewoont niet maar een paar kamers… – nee, Hij heeft in het hele huis de ruimte. In ons hele leven dus.
Wij, zondige mensen van 2018, worden – dankzij de Heiland – vrijgesproken van alle schuld. Daarom zal tegen ons worden gezegd: welkom in de hemel, de woonplaats van God!
Die boodschap moet de kerk uitdragen.
Dag aan dag.
Jaar in, jaar uit.

Kent u Paulus’ brief aan Titus? Die brief dateren we ongeveer 65 jaar na Christus. Titus is een belangrijke medewerker van Paulus[8].
Paulus schrijft hem onder meer dit: “Maar toen de goedertierenheid van God, onze Zaligmaker, en Zijn ​liefde​ tot de mensen verschenen is, maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van ​rechtvaardigheid​ die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn ​barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de ​Heilige​ Geest. Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door ​Jezus​ ​Christus, onze Zaligmaker, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn ​genade, erfgenamen zouden worden, overeenkomstig de hoop van het eeuwige leven. Dit is een betrouwbaar woord en ik wil dat u deze dingen sterk benadrukt, opdat zij die in God geloven, ervoor zorgen dat zij anderen voorgaan in het doen van goede werken”[9].

Nee, Zondag 44 van de Heidelbergse Catechismus voert geen ontmoedigingscampagne.
Zondag 44 voert een bemoedigingsbeleid.
Laat u dus niet deprimeren.
Maar ga de Heiland eren!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 44, vragen en antwoorden 113, 114 en 115.
[2] Zie hierover https://www.rd.nl/vandaag/binnenland/mentale-druk-op-jongeren-neemt-gevaarlijke-vormen-aan-1.1495094 ; geraadpleegd op dinsdag 19 juni 2018.
[3] Handelingen 9:15.
[4] Psalm 73:23 en 24.
[5] Efeziërs 1:11.
[6] Efeziërs 1:13.
[7] Romeinen 14:17.
[8] Zie hierover ook http://christipedia.nl/Artikelen/T/Titus_(bijbelboek) ; geraadpleegd op woensdag 20 juni 2018.
[9] Titus 3:4-8 a.

4 mei 2018

Iedere dag bevrijdingsdag

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

Morgen, zaterdag 5 mei, zal het bevrijdingsdag zijn.
Zodoende is er een goede reden om na te denken over vrijheid.
Beleven christenen vrijheid anders als mensen die God niet eren?

Over deze dingen denkend wijs ik op Galaten 5: “Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de ​liefde”.
Dat woord ‘vlees’ is een ouderwets woord voor de verkeerde verlangens die je als mens hebt.
De Bijbel in Gewone Taal uit 2014 heeft hier: “Vrienden, God wil dat jullie als vrije mensen leven. Maar gebruik die vrijheid niet om toe te geven aan slechte verlangens. Gebruik die vrijheid om met ​liefde​ voor elkaar te zorgen” [1].

Paulus heeft een brief geschreven aan de gemeenten in Galatië. Galatië – dat is een Romeinse provincie in het gebied waar nu Turkije ligt.

Een internetencyclopedie vertelt ons: “De naam Galatië is afgeleid van de Galliërs en betekent ‘land van de Galliërs’. Het landschap werd bewoond door een gemengde bevolking, waarvan Galliërs de meerderheid vormden. Deze hadden ca. 300 v. Chr. hun eigen land (het huidige Frankrijk) verlaten, en na een succesvolle militaire campagne zich hier gevestigd. Deze emigranten waren onrustig en oorlogszuchtig en een gesel over hun buren. Toen ze beteugeld waren, verhuurden ze zichzelf als soldaten. Ze werden onder de macht van Rome gebracht en uiteindelijk werd Galatië een Romeinse provincie. Ze werden de Galli of Galliërs van het Oosten genoemd”[2].

De brief aan de Galaten is een protest.
Het is een protest tegen mensen die eigenlijk zeggen: terug naar het Oude Testament!
Die mensen – judaïsten heten ze – geloven niet in de waarde van Christus’ lijden en opstanding.
Jezus Christus die voor onze zonden heeft betaald? Nee, dat wil er bij die judaïsten niet in. Daarom zeggen ze: ‘We moeten ons houden aan Oudtestamentische wetten. U moet zich nog steeds laten besnijden!’
Terwijl dat helemaal niet meer hoeft…

In de brief aan de Galaten biedt Paulus tegengas. En niet zo’n klein beetje ook!
Paulus wil het er wel intimmeren: u moet niet teruggaan naar het Oude Testament.
Er is, maakt hij duidelijk, nu een nieuw tijdperk begonnen.
De enige manier om behouden te worden is: geloven in het reddingswerk van Jezus Christus!

De apostel Paulus redeneert als volgt.
* Paulus heeft het Evangelie niet zelf bedacht. Hij heeft de blijde Boodschap van God Zelf ontvangen.
* We zijn bevrijd van de wet. En wel door Jezus Christus. Hij heeft voor de zonden betaald. Nu zijn gelovige kinderen van God vrij van schuld. Je kunt nu met recht spreken van vrije kinderen!
* Die christelijke vrijheid wordt in het gewone leven toegepast. Mensen hebben daar van nature zelf geen zin in. Maar de Heilige Geest van Jezus Christus is druk aan het werk. Daarom wordt het leven van Gods kinderen steeds meer beheerst door liefde, blijdschap, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid en zelfbeheersing.

Vrijheid heeft voor kinderen van God een diepere betekenis.
Dat woord betekent niet alleen dat er geen oorlog is. Het betekent vooral dat onze schuld voor God verdwenen is. Wij zijn vrijgesproken.
Zondige mensen zouden iedere dag met rechtsvervolging te maken hebben. Zij zouden, bij wijze van spreken, iedere dag voor de rechtbank moeten verschijnen.
Maar na Golgotha staan de zaken totaal anders!
Christenen zijn vrij!

5 mei 2018: we vieren drieënzeventig jaar vrijheid.
Maar menselijke vrijheid is, als je het goed bekijkt, eigenlijk heel fragiel. Wereldwijd zien we op allerlei plaatsen agressie. We horen oorlogstaal. Mensen gaan massaal de straat op om te protesteren tegen… – vult u maar in.
Hoezo vrijheid?

En als je persoonlijk wel heel vrijheid hebt is dat zeker geen garantie.
Neem nu dat verhaal over een liefhebbende oma. Zij krijgt een hartaanval. In een oogwenk wordt zij van de aarde weggenomen. De nabestaanden blijven verbijsterd achter.
U en ik weten het eigenlijk heel goed: de dood is en blijft de laatste vijand van het leven.
Hoezo vrijheid?

We vieren de vrijheid, vandaag en morgen.
Maar christenen vieren eerst en vooral christelijke vrijheid.
En eigenlijk vieren zij dat iedere dag.
Dat betekent: zij zijn vrijgesproken van schuld. En als zij na hun sterven in de hemel komen, horen zij hun Advocaat – de Here Jezus Christus – zeggen: ‘Voor hem en voor haar heb ik geleden. Hun zonden zijn weggedaan. Laat hen naar het feest gaan!’.
Die geloofszekerheid geeft nu al perspectief.

Paulus schrijft: “de hele wet wordt in één woord vervuld, namelijk hierin: U zult uw naaste ​liefhebben​ als uzelf”[3].
Wat is de ‘core business’ van christenen? En van Gereformeerde mensen? Antwoord: zij stralen levenslang liefde uit. Zij verwelkomen hun naasten: geniet maar mee van alles wat de Here geeft; ook in 2018!

Ach, wij weten het wel: er is nog veel verdriet.
En wat zijn er nog veel persoonlijke problemen!
Er is dus nog veel te doen.
Gereformeerden werken rustig verder. Relaxed. Op hun gemak. Zij blijven kalm. Want zij zijn voor eeuwig vrij!

Noten:
[1] Galaten 5:13 citeer ik achtereenvolgens uit de Herziene Statenvertaling-2010 en de Bijbel in Gewone Taal-2014.
[2] Zie http://christipedia.nl/Artikelen/G/Galatie ; geraadpleegd op woensdag 25 april 2018.
[3] Galaten 5:14.

6 april 2018

Doorgeeftroost

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

In deze wereld gaan heel wat dingen verkeerd. Communicatiestoornissen zijn aan de orde van de dag. Door de drukte van de dag vergeten we nog wel eens wat.
Zo ongeveer alles moet bespreekbaar worden gemaakt, vandaag de dag. Intussen zijn er nog heel wat achterkamertjes.
Trouwens – we moeten, zeggen de mensen, nodig een beetje ontstressen.

Mét dat al kan de moed ons zomaar in de schoenen zinken.
Wordt het nog wel eens wat met deze wereld?
Kunnen we eigenlijk nog wel fatsoenlijk verder op deze aarde, waarop alles en iedereen geteisterd wordt door diverse vormen van onheil?

Jazeker, dat kan!
Dat kan in ieder geval als wij elkaar woorden uit 2 Corinthiërs 1 voorhouden:
“Geprezen zij de God en Vader van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, de Vader van de barmhartigheden en de God van alle vertroosting, Die ons troost in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden”[1].

Die troost is er ook als wij verdrukt worden.
Christenen zijn, door de eeuwen heen, altijd in de minderheid. Meestentijds zijn wij geen invloedrijke bevolkingsgroep. Wij moeten dus troost zoeken.

Maar er is meer.
Want er staat: God troost ons in al onze verdrukking, zodat wij hen kunnen troosten die in allerlei verdrukking zijn, met de vertroosting waarmee wij zelf door God getroost worden.
De troost van 2 Corinthiërs 1 is dus een doorgeef-troost.
De troost van God is niet bedoeld om ons ertoe te brengen onze betraande ogen met een zakdoek af te vegen en daarna weer over te gaan tot de droevige orde van de dag.
Nee, de troost mogen we doorvertellen. We mogen het tegen elkaar zeggen: Christus heeft voor ons geleden en Hij is weer opgestaan; daarom is er perspectief in ons leven.

In Corinthe hebben Gods kinderen ook met verdrukking te maken.
Trouwens, Paulus wordt er ook voor de rechter gesleept. De aanklacht luidt: “Deze man haalt de mensen over om God te dienen in strijd met de wet”[2]. Stadhouder Gallio wil er zijn vingers niet aan branden: “..als er een geschilpunt is over een woord, over namen en over de wet die onder u geldt, dan moet u het zelf maar zien; want ik wil over deze dingen geen rechter zijn”[3].
Maar juist in die donkere tijd komt de lichtheid van de Goddelijke troost scherper in beeld. De geloofszekerheid wordt dan gaandeweg groter.
Alleen daarom al kan Paulus noteren: “En onze hoop voor u is vast, in de wetenschap dat u, zoals u deelhebt aan het lijden, zo ook deelhebt aan de vertroosting”[4].
Maar daarmee is het verhaal niet uit.
Want Paulus heeft in Asia met hevige, levensbedreigende vervolging te maken gehad. Met name wel in Efeze, de hoofdstad van Asia. Dat blijkt in 1 Corinthiërs 16: “Ik zal echter tot ​Pinksteren​ in Efeze blijven, want daar is voor mij een grote en krachtige deur geopend, en er zijn veel tegenstanders”[5].
Al die ellendige oppositie en dat voortdurende onraad heeft Paulus bijkans tot wanhoop gedreven. De beproeving, was zo noteert de apostel zelfs “boven ons vermogen, zodat wij zelfs aan ons leven wanhoopten. Ja, wij hadden voor ons eigen besef het doodvonnis zelf al ontvangen…”[6].

Wat is nu toch het nut van al die rampen? Wat moet je aanvangen bij narigheid en tegenspoed?
Wij moeten, zo wekt Paulus alle Bijbellezers op, vertrouwen op God!
“Hij heeft ons uit zo’n groot doodsgevaar verlost, en Hij verlost ons nog. Op Hem hebben wij de hoop gevestigd dat Hij ons ook verder verlossen zal”.
Zo staat het er.
Met andere woorden: reddingen uit het verleden geven garanties voor de toekomst!

En de mensen om Paulus heen?
En de mensen om ons heen?
Kunnen zij nog iets doen? Kunnen zij in deze deplorabele omstandigheden nog iets betekenen?
Jawel.
Want Paulus laat blijken dat “u ons ook mede te hulp komt door het ​gebed, opdat door velen dankzegging voor ons gedaan wordt voor de genadegave die door velen tot ons is gekomen”[7].
“Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand”, schrijft Jacobus in hoofdstuk 5[8]. En ja, dat geldt ook in 2 Corinthiërs 1.

Als we 2 Corinthiërs 1 lezen, mag het adagium ‘Houdt moed!’ het motto van ons leven wezen. Jazeker, het wordt nog wel wat met deze wereld. Want de Here verlost ons nog steeds.
Velen moeten in hun dagelijkse bestaan omgaan met problemen. Met kommer en kwel. Maar juist in die situaties worden gelovigen getraind om te volharden in hun geloof.
En het is zeker – dat laatste gaat lukken. Immers: reddingen uit het verleden geven garanties voor de toekomst!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 1:3 en 4.
[2] Handelingen 18:13.
[3] Handelingen 18:15.
[4] 2 Corinthiërs 1:7.
[5] 1 Corinthiërs 16:8 en 9.
[6] 2 Corinthiërs 1:8 en 9.
[7] 2 Corinthiërs 1:11.
[8] Jacobus 5:16.

11 januari 2018

Licht uit de duisternis

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

“Want God, Die gezegd heeft dat het licht uit de duisternis zou schijnen, is ook Degene Die in onze ​harten​ geschenen heeft tot verlichting met de kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van ​Jezus​ ​Christus”.
Dat zijn woorden uit 2 Corinthiërs 4[1]. Ze kwamen recent op deze internetpagina langs[2].

Het betreft een echte Paulinische tekst. In een paar woorden wordt heel veel samengebald.
Daarom alleen al loont het de moeite om vandaag de bovenstaande zin nog ietwat nauwkeuriger te bekijken.

Er is een reden voor de formulering die Paulus kiest.
De apostel heeft het Evangelie gebracht. Dat Evangelie is door mensen in Corinthe aangenomen. De blijde Boodschap is in hun hart gelegd. De Corinthiërs zijn, om zo te zeggen, het levende bewijs dat Paulus adequaat heeft gewerkt.
Is Paulus dan zo’n bekwame kerel? Is hij een zeldzaam goede evangelist? Is hij iemand die een lintje verdient? Is hij misschien ten onrechte een ridderorde misgelopen? Zeker niet. De bekwaamheid die hij heeft, is een gave. Een geschenk dat hij van de Heiland, Jezus Christus, ontvangen heeft.
Paulus is een dienaar van het nieuwe verbond, noteert hij. Daarom is leven in het verbond geen zaak van Oudtestamentische wetten en regeltjes. Nee, de Heilige Geest is de Nieuwtestamentische Bestuurder. Paulus is een dienaar van de Heilige Geest.
Die Geest garandeert een onbeschrijflijke heerlijkheid. Een glorie die met geen pen te beschrijven is. Een majesteitelijkheid die niemand, helemaal niemand, van het computerscherm af kan laten stralen. Het is een allesovertreffende heerlijkheid.
Daar hebben christenen op aarde het uitzicht op. Dat ziet Paulus in de verte.
Verreweg de meeste Joden hebben dat uitzicht niet. Hun gezicht is gesluierd. Hun zicht is niet duidelijk. Zij kunnen niet zo ver kijken. Dat uitzicht op die heerlijkheid ontbreekt ten enen male[3].
Maar Paulus, en alle andere christenen hebben dat uitzicht wel.
En daarom zijn zij, om het zo maar uit te drukken, rechtschapen mensen. Gerechtvaardigde mensen!
In feite, suggereert Paulus nadrukkelijk, is er sprake van een tweekamp. Een tweekamp tussen de God van hemel en aarde en de god van deze eeuw. Mensen die verbonden zijn met de god van deze eeuw zijn nog gesluierd. Zij hebben niet het uitzicht dat je hebt als de Heilige Geest van Christus het zicht op Jezus Christus geeft.
Want om de Heiland gaat het. Paulus, en alle andere christenen, staan in dienst van Jezus Christus!

God heeft gezegd dat er licht zou schijnen.
Als iets in Gods Woord duidelijk naar voren komt, dan is het dat wel.
Dat begint al in Genesis 1: “En God zei: Laat er licht zijn! En er was licht”[4].
Dagelijks licht is iets om te bewonderen. Elke dag wordt het weer licht. En dat vanwege één commando van de hoge God! Dat bevel is voor ons in Genesis 1 opgetekend. En wij worden er in het Woord aan herinnerd.
Trouwens, Elihu wijst er in Job 37 ook op:
“Hoor dit aan, ​Job!
Blijf staan en let op de wonderen van God.
Weet je hoe God ze rangschikt,
en hoe Hij het licht van Zijn wolk laat schijnen?”[5].
Johannes heeft het er in zijn eerste algemene brief ook over: “En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is”[6].
Even tussendoor: ziet u dat, wanneer in de eerste hoofdstukken van Gods Woord de evolutietheorie een rol gaat spelen, zomaar het hele Evangelie op losse schroeven komt te staan?

Duisternis: dat is een situatie waarin God afwezig is.
Dat zijn omstandigheden waarin mensen het zelf uit moeten zoeken. Dat doen die mensen meestal met graagte. Want zij zijn dynamisch, zeggen ze. En slim. En stoer. Hun eigen leven vorm geven… – ja, dat kunnen zij best zelf.
Maar over de dood heen kijken? Nee, dat kunnen zij niet. En dat hoeft ook niet, zeggen zij. Want na de dood is er volgens niks meer.
Uitzicht op de hemelse heerlijkheid? Ach nee, dat is er voor hen niet. En trouwens, de dag van vandaag is veel belangrijker.
Wij moeten de loonontwikkeling kennen.
Wij moeten gezond eten, en de supermarktbranche dient daar op in te spelen.
Werknemers moeten hun rechten afdwingen, desnoods met stakingen.
En ja, de veiligheid van onze computers is ook een heet hangijzer.
En zo is er nog veel meer.
Christenen kijken echter verder. Kinderen van God leven niet meer in de duisternis!

Er gaat christenen een licht op.
En daardoor kunnen zij ver kijken. Heel ver.
Paulus schrijft aan de christenen in Efeze over “verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn ​erfenis​ in de ​heiligen”[7].
Als het helder weer is, kun je ver kijken. Welnu, door de Heiland gekochte mensen hebben ook een helder zicht gekregen op de dingen.

Wij geloven: er komt een moment dat wij onze Heiland recht in de ogen kunnen kijken.
Zoals Paulus in 1 Corinthiërs 13 schrijft: “Toen ik een ​kind​ was, sprak ik als een ​kind,  dacht ik als een ​kind, overlegde ik als een ​kind, maar nu ik een man geworden ben, heb ik het kinderlijke tenietgedaan. Nu immers kijken wij door middel van een spiegel in een raadsel, maar dan zullen wij zien van aangezicht tot aangezicht”[8].

De apostel Paulus slaagt er in om in achtendertig woorden heel veel te zeggen.
Wie dat alles wil begrijpen en doorzien, moet zeer zorgvuldig lezen!

Noten:
[1] 2 Corinthiërs 4:6.
[2] Zie mijn artikel ‘Kerkorde, verbond, heiliging’, hier gepubliceerd op woensdag 10 januari 2018. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2018/01/10/kerkorde-verbond-heiliging/ .
[3] Zie hiervoor 2 Corinthiërs 3.
[4] Genesis 1:3.
[5] Job 37:14 en 15.
[6] 1 Johannes 1:5.
[7] Efeziërs 1:18.
[8]
1 Corinthiërs 13:11 en 12 a.

5 december 2017

Boven het dilemma uit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Je hebt van die mensen die een abonnement lijken te hebben op ziekenhuizen, op artsen en op therapeuten.

Een voorbeeld.
Zij: een hersentumor. Ze overlijdt binnen een maand of drie. Hij: prostaatkanker; een paar jaar later blijkt hij een ontsteking aan het hartzakje te hebben. Daarnaast wordt chronische leukemie bij hem geconstateerd. Hij heeft trouwens ook nog een liesbreuk.
De kinderen die er omheen staan kunnen de stress maar moeilijk aan. Er heerst onbegrip en ruzie.

In de medische wetenschap is steeds meer mogelijk. Wij worden ouder. Maar dat alles heeft zijn prijs. Kwalen en ziekten zijn voor velen aan de orde van de dag.
En wie denkt er soms niet: dat en dat gezin krijgt wel heel veel te verwerken…?

Laten wij elkander wijzen op Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus. Ik doel op deze woorden: “Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”[1].

Dat klinkt prachtig.
Maar wie overlijdt, laat bijna altijd mensen achter. Dat is verdrietig. De achterblijvers worden eenzamer. Dat verdriet slijt wel een beetje. Maar die eenzaamheid is bij tijd en wijle bijna wurgend. En ja – iemand die op een ziekbed ligt, heeft dat soms scherp voor ogen.

Voor de zieke in kwestie is er echter het uitzicht op de hemel. Hij weet dat hij in een schitterende woongemeenschap terecht komt. Met Christus, namelijk.

En zo is er dat dilemma:
* u wilt geen afscheid nemen van mensen en dingen op aarde
* u wilt naar Christus toe; want leven met Hem is het mooiste dat er is.

Dat dilemma is, bij wijze van spreken, al zo oud als de weg naar Rome. Paulus had het er in Philippenzen 1 al over: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst. Maar blijf ik leven in het vlees, dan betekent dit voor mij vruchtbaar werk; en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb de begeerte om heen te gaan en bij ​Christus​ te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u”[2].

Paulus kiest niet.
En hij hoeft geen keuzes te maken.
Ook wij hebben niks te kiezen.
De Here leidt ons leven. Dan komt het altijd goed.

In Philippenzen 1 staat overigens niet Paulus centraal. Het is Christus die de koers bepaalt.
Dat mogen ook wij belijden, in 2017. In de gewone dingen van het leven. In de bezigheden van alledag.
Het is belangrijk om te zien dat Christus ons perspectief is. Wij zien op Hem. Als wij beslissingen nemen, doen we dat – als het goed is – met het oog op het feit dat we in de toekomst gaan samenwonen. In de hemel, namelijk; met de God van het verbond. Zelfs als besloten moet worden dat het noodzakelijk is om het aardse leven los te laten, dan weten we: de deur naar de toekomst is open.
Dat mogen en moeten we tegen elkaar zeggen.

Dat spreken we uit in een wereld die een heel ander perspectief ziet. Een vrouwelijke bestuurder in de zorg zei onlangs: “Maar ik ken mensen die echt zwaar lijden aan het leven. Met alle checks and balances moet het wat mij betreft dan mogelijk zijn ze te verlossen van wat ze zelf ondraaglijk vinden. Mocht blijken dat het een aanzuigende werking heeft, dan moet je niet doordenderen. Vraag je dan af: is dit wat wij hebben bedoeld? Moeten we niet bijstellen?”[3].

Wat hebben wij bedoeld? Moeten wij ons beleid niet bijstellen? Dat zijn de belangrijkste vragen in de zorg, vandaag.
In de kerk beginnen we met de vraag: wat is Christus’ bedoeling met ons leven? En wij realiseren ons: Hij hoeft Zijn volmaakte beleid niet bij te stellen.

Maar wat doe je dan als er veel pijn geleden wordt? Wat doe je bij benauwdheid? Wat doe je als de dokter niet meer weet welke medicijnen hij geven moet?
Dan kun je iemand in kunstmatige slaap brengen. Palliatieve sedatie, noemen we dat. Het bewustzijn wordt verlaagd. Het leven wordt niet verkort. Er worden medicijnen gegeven om de klachten te bestrijden, niet meer.
Aldus nemen we het tijdstip van het sterven niet in eigen hand[4].

Paulus heeft bij het schrijven van Philippenzen 1 de begeerte om bij Christus te zijn.
Dat verlangen mogen wij ook hebben.
En nee, dat is dan geen mystieke zaak, of zo. Die begeerte mogen de kerkleden samen koesteren. De apostel schrijft: “Want ik weet dat dit mij tot zaligheid strekken zal, door uw ​gebed​ en de ondersteuning van de Geest van ​Jezus​ ​Christus, overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, ​Christus​ ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”[5].
En:
“En dit vertrouw en weet ik dat ik zal blijven leven en bij u allen zal blijven tot uw vordering en blijdschap van het geloof, opdat uw roemen in ​Christus​ ​Jezus​ overvloedig is door mij, door mijn hernieuwde aanwezigheid bij u”[6].

Als het over deze dingen gaat, mogen en moeten wij samen naar de Here gaan. Wellicht komen er dan alleen wat stamelende gebeden. Laten wij dan beseffen dat de Geest van Christus onze gebeden ondersteunt.
Zo wordt de Heiland groot gemaakt. Of wij nu op aarde leven, of in de hemel ons bestaan hebben – altijd glorieert de God van het verbond.

Bij dat alles is één ding zeker: ons zondige leven sterft langzaam af. En er komt een moment dat de God van hemel en aarde Zijn kinderen meeneemt naar de doorgang van het eeuwige leven.  Dan zal Hij zeggen: “…over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[7].
Dan zijn checks and balances niet meer aan de orde.

Het bovenstaande geschreven hebbende, denk ik aan die zoon die in april 2010 bij het sterfbed van zijn moeder zat. Beiden waren zij kinderen van God.
“Als ik je hier niet meer zie, dan zie ik je boven wel”, zei zij.
“Vast en zeker!”, zei hij vol overtuiging.
Meer woorden waren daar niet nodig. Echt niet.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42.
[2] Philippenzen 1:21-24.
[3] De woorden zijn van Cathy van Beek. In de zorg vervulde zij diverse bestuurlijke functies. Zo was zij vicevoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit.
[4] Zie https://npvzorg.nl/wp-content/uploads/2016/04/Slapen_of_inslapen_ZORG_maart_2013_01.pdf . Dit betreft het artikel ‘Slapen of inslapen?’ van Ali van Dijk uit maart 2013. Geraadpleegd op zaterdag 25 november 2017.
[5] Philippenzen 1:19 en 20.
[6] Philippenzen 1:25 en 26.
[7] Mattheüs 25:21 b.

28 augustus 2017

Handigheid brengt geen bevrijding

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In het gezin van Jakob komen heel wat kinderen.
En één ding is zeker: er is in ieder geval wel verlangen naar nageslacht. Jakob en zijn vrouwen zijn zich er vast wel van bewust geweest dat kinderen in de moederschoot evenzoveel Godsgeschenken zijn.
En ook wij weten het wel. Wij zingen het in Psalm 127:
“Zie, kind’ren zijn een gave Gods,
waarmee de moeder wordt beloond,
waarmee de vader wordt gekroond”[1].
Dat besef is vandaag de dag nogal eens ver te zoeken.
Hoe dan ook: er is in dit geval zonder twijfel sprake van een zeer bijzondere Goddelijke gezinsplanning!

Jakob heeft Lea niet lief. De God van hemel en aarde weet dat. Daarom maakt hij Lea vruchtbaar, en sluit de schoot van Rachel.
Dat levert allerlei gedoe en jaloezie op.
Uiteindelijk neemt men de toevlucht tot een oplossing die in de familie reeds vaker toegepast is: Jakob krijgt een slavin van Rachel tot vrouw, Bilha.
Maar Lea kent dat ‘kunstje’ ook. Zij geeft Jakob haar slavin Zilpa tot vrouw.
Als ergens Jacobus 3 van toepassing is, dan hier wel: “Want waar afgunst en eigenbelang is, daar heersen wanorde en allerlei kwade praktijken”[2].

Heel wat van de in dit gezin geboren kinderen van de kerk komen voort uit een vrouw die veracht is. Lea namelijk.
In het gezin van Jakob baart juist die verachte vrouw de eerste door God gegeven kinderen!
Dat brengt ons bij een woord van Paulus uit de eerste brief aan de christenen in Corinthe: “… het dwaze van de wereld heeft God ​uitverkoren​ om de wijzen te beschamen, en het zwakke van de wereld heeft God ​uitverkoren​ om het sterke te beschamen. En het onaanzienlijke van de wereld en het verachte heeft God ​uitverkoren, en wat niets is, om wat iets is teniet te doen, opdat geen vlees voor Hem zou roemen. Maar uit Hem bent u in ​Christus​ ​Jezus, Die voor ons is geworden wijsheid van God en ​gerechtigheid, ​heiliging​ en verlossing, opdat het zal zijn zoals geschreven staat: Wie roemt, laat hij roemen in de Heere”[3].
Jakob heeft nog veel te leren. Maar laten wij eerlijk wezen: dat laatste geldt heel vaak ook nog voor ons. Immers: ook wij zijn geneigd om bij problemen de in onze ogen meest logische oplossing te kiezen; maar heel vaak is dat niet de afhandeling die God van ons vraagt!

Na veertien jaar trouwe dienst wil Jakob graag een eigen bedrijf opbouwen.
Laban blijkt echter groot bezwaar te hebben tegen Jacobs vertrek.
Uiteindelijk blijft Jakob om zelf een kudde te verwerven. Het verhaal dat daarbij hoort is ongelooflijk. Het lijkt wel een sprookje!

In september 2015 heb ik daar het volgende over geschreven[4].
“Is dit niet een uiterst merkwaardige wijze van kuddescheiding?
Kunnen de veeteelt-experts werkelijk niet een meer intelligente manier bedenken om hun bedrijven te ontwikkelen?
Een nuchtere Bijbellezer merkt wellicht op: dit verhaal kan helemaal niet waar zijn. Er zijn ook wel predikanten die zeggen: dit verhaal is verzonnen, en later in de Bijbel opgenomen. Zij zeggen er meteen bij: er komen in de Bijbel veel meer verzinsels voor.
Maar Gods kinderen geloven dat dat niet waar is. Ten aanzien van het gezag van de Heilige Schrift belijden zij immers: ‘Wij ontvangen al deze boeken, en deze alleen, als heilig en canoniek, om ons geloof daarnaar te richten, daarop te gronden en daarmee te bevestigen. En zonder in enig opzicht te twijfelen geloven wij alles wat zij bevatten. Dat doen wij niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt en als canoniek erkent, maar vooral omdat de Heilige Geest in ons hart getuigt dat zij van God zijn. Het bewijs daarvan ligt bovendien in de boeken zelf. Want zelfs blinden kunnen tasten dat de dingen die erin voorzegd zijn, gebeuren’”[5].
En:
“Waar het om gaat is dit: wij moeten de leiding van God in deze historie zien.
Wij hebben misschien de neiging om een ietwat geïrriteerd verhaal op te hangen over de firma List en Bedrog, en over de ellende waarin mensen verkeren en waartoe zij zich ook steeds weer verlagen.
Maar de kwestie is: God laat niet toe dat Jakob kwaad wordt berokkend.
Hij geeft aan Jakob Zijn zegen”.

Maar hier heeft de God van het verbond de hand in.
Dat blijkt trouwens ook in Genesis 31. Daar legt Jakob aan Rachel en Lea dat God bij Hem is geweest. Ik citeer: “De ​Engel​ van God zei tegen mij in die ​droom: ​Jakob! Ik zei: Zie, hier ben ik! Hij zei: Sla toch uw ogen op en zie: al de bokken die het kleinvee bespringen, zijn gestreept, gespikkeld en gevlekt. Voorzeker, Ik heb alles gezien wat ​Laban​ u aandoet!”[6].

De Gereformeerd-vrijgemaakte predikant C. van Dusseldorp zei in een preek over het laatste deel van Genesis 30 eens: “…de erfelijkheidswetten van Mendel zijn voor God geen probleem. Later zal Jakob in een droom duidelijk worden, dat niet zijn trucjes succesvol waren, maar dat de Heer zelf ervoor zorgt dat de jonge dieren precies voldoen aan de criteria voor Jakobs kudde. Laban mag dan tien keer de afspraak bijstellen, Jakob wordt rijker en rijker. De knecht was zijn directeur de baas. Het zwervertje werd een herdersvorst. Maar Jakob leert er in de loop van de tijd Gods hand in zien.
Met al zijn groeiende rijkdom is hij nog niet vrij. Integendeel, de onderlinge verhoudingen raken ernstig verstoord. Menselijke handigheidjes bieden geen verlossing. Wie vast zit, komt zelf niet uit de gevangenis. Wie verslaafd is, komt op eigen kracht niet los. Wie verstrikt zit, kan zichzelf niet bevrijden. Wie zondaar is, kan zichzelf niet redden. Vrijheid begint ergens anders. Bij bevrijding”[7].

De bovenstaande gedachtegang brengt mij bij Romeinen 8.
Daar schrijft Paulus over de zinloosheid van het aardse bestaan. Hoe is die dwaasheid in de wereld gekomen? Waar komt die ijdelheid vandaan? Antwoord: het waren de mensen die bij de zondeval die nutteloosheid veroorzaakten!
List, bedrog, leugen, knoeierij: het komt allemaal uit diezelfde bron!
De apostel Paulus leert ons: “Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de ​kinderen​ van God”[8].
De geschiedenis van Jakob en de wederwaardigheden in gezin en bedrijf tonen onomstotelijk aan hoezeer die bevrijding nodig is!

Noten:
[1] Psalm 127:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).
[2] Jacobus 3:16.
[3] 1 Corinthiërs 1:27-31.
[4] In het onderstaande citeer ik onder meer uit mijn artikel ‘Gestreept, gevlekt, gespikkeld’, hier gepubliceerd op vrijdag 4 september 2015. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2015/09/04/gestreept-gevlekt-gespikkeld/ .
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 5.
[6] Genesis 31:11 en 12.
[7] Zie https://keesvandusseldorp.files.wordpress.com/2014/08/gen30-14w.pdf ; geraadpleegd op vrijdag 28 juli 2017.
[8] Romeinen 8:20 en 21.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.