gereformeerd leven in nederland

2 juni 2020

De puntjes op de i

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , ,

In de kerk mogen en moeten we de puntjes op de i zetten. Dat is niet zo in de mode. Wie allerlei puntjes op de i zet wordt al gauw voor een scherpslijper versleten. Die scherpslijpers wordt verzocht om zich erin te trainen om wat rustiger te leven, en wat milder op allerlei al of niet vermeende misstanden te reageren.

Waarschijnlijk wordt Timotheüs in de ogen van velen ook een scherpslijper. Leest u maar mee in 2 Timotheüs 1: “Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn. Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is”[1].
In onzichtbare letters staat hierbij: ‘Prioriteit: hoog’. En: ‘Spoed!’. En: ‘Dringend!’.
Waarom?
Een exegeet schrijft: “Uit de werkwoordsvorm phulaxon -bewaar! gebiedende wijs- (…) kunnen we afleiden dat Timotheüs aan dit bevel direct moest voldoen. Kennelijk waren in de omgeving van Timotheüs dwaalleraars actief en moest hij de gezonde leer tegenover hun valse leer stellen (…). Timotheüs moet deze opdracht uitvoeren in de kracht van ‘de Heilige Geest die in ons woont’”[2].
Timotheüs krijgt hier geen vrijblijvende boodschap. Hij moet aan de slag gaan. Er is werk aan de winkel.

Het zelfstandig naamwoord (…) parakatatheke betekent ‘het toevertrouwde, pand, deposito’. Het is afgeleid van para-kata-tithemi ‘iets bij iemand neerleggen’ (…), zodat het eigenlijk betekent ‘(het) bij (iemand) neergelegde’[3].
Denkt u maar even aan het spaar- of termijndeposito, zoals dat in het bankwezen bekend is. In die situatie zet je een bepaald bedrag ‘vast’ bij een bank tegen een vooraf afgesproken periode en rente.
Welnu – Timotheüs moet meteen aan het werk met de blijde Boodschap. Die moet verkondigd worden. Dat zal een hoge rente opleveren. Geen aardse rente, maar de hemelse heerlijkheid: een werkelijkheid die nimmer meer eindigen zal!

Nee, Timotheüs hoeft niet koortsachtig op zoek te gaan naar mentale spankracht.
Terecht schrijven de kanttekenaren van de Statenvertaling bij deze tekst: “Dit doet hij daarbij, opdat Timotheüs deze bewaring niet aan zichzelven of aan zijn krachten zou toeschrijven, alzo dit in ons een werk en gave des Heiligen Geestes is” [4]. De verklaarders verwijzen daarbij naar Romeinen 15 en 1 Corinthiërs 12.
In Romeinen 15 staat te lezen: “De God nu van de hoop moge u vervullen met alle blijdschap en vrede in het geloven, opdat u overvloedig bent in de hoop, door de kracht van de Heilige Geest”[5]. In 1 Corinthiërs 12 schrijft de apostel Paulus: “Daarom maak ik u bekend dat niemand die door de Geest van God spreekt, zegt: Jezus is een vervloekte. Ook kan niemand zeggen: Jezus is Heere, dan door de Heilige Geest”[6].
Timotheüs krijgt dus kracht van de Heilige Geest.
Die kracht wordt aan al Gods kinderen gegeven.

Het is al een jaar of zeven geleden dat een Gereformeerd-vrijgemaakte predikant naar aanleiding van 2 Timotheüs 1 schreef: de Bijbel belooft niet “dat wanneer je de Heilige Geest vraagt om meer van zijn werking in je leven, je er een scheut Geesteswerking bij krijgt. De Heilige Geest is (…) geen fles wijn: ik heb een deciliter, jij drie en zij vast een halve liter van zijn werking. De uitdrukking meer van de Geest kan niet snel genoeg in het vergeetboek raken”.
De predikant noteerde erbij: “Dat betekent dat ík aan de bak moet. Ik, samen met mijn medegemeenteleden. Strijden heet dat in de Bijbel. Windtegen accepteren, geduld oefenen, hoogte- en dieptepunten, goede en moeilijke jaren samen doormaken, volharding. (….) Hoe hard er ook wordt geroepen over meer van de Geest, tot Christus terug is leven we in het spanningsveld tussen het reeds van zijn overwinning en het nog niet van het einde. Het is altijd én-én in de Bijbel: de Geest wil in je wonen én je hebt je leven lang tegen de wet van mens te strijden, hoeveel gaven en kwaliteiten je verder ook mag ontvangen.
Méér van de Geest is niet nodig, het is al zo veel”[7].

Vandaag de dag wordt het werk van de Heilige niet zelden in verband gebracht met oecumene. Vaak ook met verkeerde, valse oecumene.
Dat blijkt onder meer uit een bericht dat op woensdag 27 mei jl. in het Nederlands Dagblad stond. Citaat: “Paus Franciscus ‘deelt het gezonde ongeduld van hen die soms denken dat we meer kunnen en moeten doen’ op het vlak van de oecumene. Hij spreekt over een ‘onherroepelijke verbintenis’ aan de oecumenische zaak. Paus Franciscus schreef de tekst ter gelegenheid van de 25e verjaardag van de oecumene-encycliek Ut Unum Sint van paus Johannes Paulus II. Het schrijven van Franciscus kreeg de vorm van een brief aan kardinaal Koch, de voorzitter van de Pauselijke Raad voor de Eenheid van de Christenen. Franciscus wees er verder op dat de encycliek van zijn voorganger werd gepubliceerd aan de vooravond van Hemelvaart, ‘onder het teken van de Heilige Geest, de schepper van eenheid in verscheidenheid’.
Franciscus wijst verder op de groeiende wederzijdse kennis en waardering tussen kerken en wijst op de vele positieve stappen om ‘de wonden van eeuwen en millennia te helen’. Hij kondigde bovendien voor het najaar de publicatie van een oecumenisch handboek voor bisschoppen aan”[8].
Jazeker, de paus wijst op het teken van de Heilige Geest, de schepper van eenheid in verscheidenheid. Intussen is de paus hoofd van het kerkgenootschap waar nog altijd eucharistievieringen zijn. Eucharistie – wat betekent dat? “De eucharistie is een heilige maaltijd, waarin christenen Jezus herdenken. Zij geloven dat de joodse man Jezus van Nazareth hen de weg naar God wijst. Door Hem in herinnering te roepen, komt Hij in hun midden”[9]. Een andere verklaring, in dezelfde trant, luidt: “De kruisdood van Jezus is het offer dat Hij voor het heil van de mensheid heeft gebracht. Als de priester dit offer in de eucharistie gedenkt, wordt het opnieuw – zonder bloed! – tegenwoordig gesteld en krijgen wij deel aan de verlossende kracht, in het hier en nu”[10].
Ziet u dat? Blijkbaar is de aanwezigheid van de Heilige Geest in onze harten niet genoeg. Er moet nog een menselijke eucharistie bij. Pas als aan die eucharistieviering wordt deelgenomen krijgt men blijkbaar deel aan Christus’ verlossingswerk!
Er zijn heel wat zich gereformeerd noemende mensen die zich best thuis voelen bij de sfeer in de Rooms-katholieke kerken. Terwijl er daar ten principale iets ontspoort: mensen kunnen en/of moeten klaarblijkelijk nog iets aan het Goddelijke werk toevoegen.
Toenadering tussen Gereformeerden en roomsen? Eigenlijk is dat heel merkwaardig!

Spreek gezonde woorden, schrijft Paulus aan Timotheüs.
Anno Domini 2020 heeft die stimulans ook voor ons nog niets van zijn actualiteit verloren.

Noten:
[1] 2 Timotheüs 1:13 en 14.
[2] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij 2 Timotheüs 1:14.
[3] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; woordstudie parakatatheken.
[4] Kanttekening bij 2 Timotheüs 1:14.
[5] Romeinen 15:13.
[6] 1 Corinthiërs 12:3.
[7] Adrian Verbree, “Meer van de Geest”. In: NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 27 juli 2013, p. 10. Dominee A.H. Verbree is momenteel predikant van de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Hardenberg-Baalder.
[8] “Paus is vol ongeduld voor eenheid”. In: Nederlands Dagblad, woensdag 27 mei 2020, p. 9.
[9] Geciteerd van https://www.kro-ncrv.nl/katholiek/encyclopedie/e/eucharistie ; geraadpleegd op woensdag 27 mei 2020.
[10] Geciteerd van http://www.venstersopkatholiekgeloven.nl/hoofdartikelen/viering-van-de-eucharistie/ ; geraadpleegd op woensdag 27 mei 2020.

25 juni 2019

Met de stok slaan?

Afgelopen woensdag, 19 juni 2019, vergaderde de synode van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland.
Aldaar sprak men onder meer over het slaan van kinderen.
Ik citeer: “Ds. O.M. van der Tang (Alblasserdam) plaatste kanttekeningen bij de oproep om ‘letterlijke oproepen tot het slaan van kinderen’ niet voor te lezen. ‘Dan kunnen we Spreuken 23:13 en 14 ook niet meer lezen’. Ds. J. Roos (Barneveld) erkent de problematiek van kindermishandeling. ‘Ik zou dit punt graag dieper willen doordenken’. Ouderling W. Verboom (Vriezenveen) merkt op dat hij geen oudvader weet te noemen die oproept tot het slaan van kinderen. De synode besluit dit onderwerp te agenderen voor de vergadering van volgend jaar”[1].

De synodeleden zitten met dat slaan van kinderen blijkbaar flink in de maag.
Wat is wijsheid?

Zeker – u moet uw kinderen discipline bij brengen.
En Spreuken 23 draait er niet omheen:
“Onthoud een jongeman geen vermaning,
als u hem met de stok slaat, zal hij niet sterven.
Zelf moet u hem met de stok slaan
en zijn leven redden van het ​graf”[2].
Zo staat dat gewoon in Gods Woord!
Kunnen wij Spreuken 23 maar beter niet meer lezen?

En trouwens – wat moeten wij met Spreuken 13 aanvangen?
“Wie zijn stok spaart, haat zijn zoon,
maar wie hem liefheeft, streeft naar vermaning voor hem”[3].
Een exegeet tekent bij die tekst aan: “Wie de stok (roede) spaart, haat zijn zoon, maar wie om hem geeft, tuchtigt hem (…). In de moderne opvattingen over opvoeding worden lijfstraffen negatief beoordeeld. Het past niet in onze cultuur om het slaan met de roede te zien als een teken van liefde. In de toenmalige cultuur maakten lijfstraffen echter deel uit van opvoeding en onderwijs (…) Spreuken sluit hier aan bij de gebruiken in de eigen tijd. De kern van de spreuk is dat een ouder die de opvoeding van zijn kind serieus neemt, bereid moet zijn een kind te corrigeren. Soms worden kinderen verwend, omdat ouders de confrontatie schuwen en niet met gezag willen optreden. Hierdoor leren kinderen niet om grenzen in acht te nemen. Daardoor kunnen ze onzeker en arrogant worden. Zoals blijkt uit de koppeling tussen liefde en correctie in de tekst, moet tucht altijd plaatsvinden in een context van liefde en zorg voor het kind, en moet het bij tucht niet gaan over boosheid en wraak. Al is het niet nodig lijfstraffen te gebruiken, toch dient een ouder confrontatie en – indien nodig – stevige maatregelen niet te schuwen. Onze tijd vraagt om ouders die met gezag kunnen optreden, omdat ze het beste met hun kinderen voor hebben”[4].
Het is duidelijk –
de exegeet wil recht doen aan Gods Woord, maar tevens de westerse cultuur niet vergeten.

Het vinden van een middenweg is vandaag de dag tamelijk ingewikkeld.
Het slaan van kinderen is in onze samenleving – officieel althans – ‘not done’. Het is bijna geheel uit onze cultuur verdwenen.

Een zekere opvoedkundige stevigheid is echter niet vreemd. Zeker niet in de kerkelijke wereld.
In februari 2015 verscheen een nieuwsbericht waarin uitlatingen van paus Franciscus werden weergegeven.
Ik citeer: “’Een goede vader corrigeert zijn kinderen soms stevig, zonder te vernederen. En een vader moet zijn kind niet in het gezicht slaan’. De kerkvorst zei dit tijdens een audiëntie in het Vaticaan die was gewijd aan de rol van de vader in het gezin. De paus noemde het zelfs ‘prachtig’.
Een woordvoerder van het Vaticaan legde na afloop uit dat de paus hiermee kindermishandeling niet goedkeurt, maar dat een corrigerende tik een kind soms kan helpen om volwassen te worden.
Het standpunt van de rooms-katholieke kerk over straffen werd vorig jaar nog scherp bekritiseerd door de VN. Een mensenrechtencommissie veroordeelde het Vaticaan voor het niet naleven van de rechten van het kind. De kerk zou het slaan van kinderen binnen het gezin en op katholieke scholen moeten verbieden. Het Vaticaan was het niet eens met de kritiek van de VN”[5].
Het stellen van grenzen is beslist een goede zaak!

We spreken tegenwoordig vaak over de rechten van het kind. Daar bedoelt men dan mee:
“* bescherming tegen discriminatie
* beslissingen die goed zijn voor jou
* een omgeving waar je kunt (over)leven en groeien
* een identiteit: weten wie je bent
* een band met je ouders
* informatie en eigen mening
* de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst
* privacy en een privéleven
* een goede opvoeding
* bescherming tegen misbruik, mishandeling en verwaarlozing
* een goede gezondheid
* eten, drinken en een dak boven je hoofd
* onderwijs dat bij je past
* genoeg tijd om te rusten en spelen
* bescherming tegen zware straffen”[6].

Wat zullen wij van deze dingen zeggen?[7]
Niet zelden ontstaat in de media het beeld dat kinderen enkel en alleen maar liefde, minzaamheid, tederheid, vriendelijkheid en zachtheid in hun leven mogen ontmoeten.
Dit nu is een hardnekkige misvatting.
Kinderen moeten worden gestuurd. En dan kan een ferme ingreep heel gerechtvaardigd zijn.
In het Woord van God is sprake van duidelijke leiding. Kinderen moeten horen over de speciale Paschamaaltijd[8]. En over de wetten en voorschriften die de Here geeft[9]. En over de gedenkstenen in de Jordaan[10].
Kinderen moeten opgroeien, zeker ook in het geloof. Denkt u maar aan 1 Petrus 2: “En verlang vurig, als pasgeboren ​kinderen, naar de zuivere melk van het Woord, opdat u daardoor mag opgroeien”[11].
De schrijver van de brief aan de Hebreeën noteert zonder omwegen: “…hoewel u, gelet op de tijd, leraars zou moeten zijn, hebt u weer iemand nodig die u onderwijst in de grondbeginselen van de woorden van God. U bent geworden als mensen die melk nodig hebben en niet vast voedsel. Ieder immers die van melk leeft, is onervaren in het woord van de ​gerechtigheid, want hij is een ​kind. Maar voor de volwassenen is er het vaste voedsel, voor hen die hun zintuigen door het gebruik ervan geoefend hebben om te kunnen onderscheiden tussen goed en kwaad”[12].

Slaan van kinderen? Nee, liever niet. Maar soms kan het hard nodig zijn om een tik uit te delen. Dat vindt niemand leuk; kinderen niet en ouders niet. Maar noodzakelijk is het soms wel.
Nee, slaan moet men niet iedere dag doen. Niet voor niets schrijft de apostel Paulus in Colossenzen 3: “Vaders, terg uw ​kinderen​ niet, opdat zij niet moedeloos worden”[13].
Maar in de opvoeding van kinderen is een fikse ingreep bij allerlei ontsporingen zeker niet verkeerd.

Noten:
[1] Geciteerd uit https://www.rd.nl/kerk-religie/synode-ggin-constructieve-gesprekken-met-gg-1.1576283 ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[2] Spreuken 23:13 en 14.
[3] Spreuken 13:24.
[4] Geciteerd uit de onlineversie van de Studiebijbel; commentaar bij Spreuken 13:20-25.
[5] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2017766-paus-kinderen-slaan-is-goed.html ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[6] Zie hiervoor https://www.dekinderombudsman.nl/waar-heb-ik-recht-op ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[7] In deze alinea wordt onder meer gebruik gemaakt van https://steunpuntbijbelstudie.nl/images/stories/wegwijs/documenten/Wegwijs%201998/MEIHOUTM.pdf ; geraadpleegd op donderdag 20 juni 2019.
[8] Exodus 12:26 en 27.
[9] Deuteronomium 6:2, 20 en 21.
[10] Jozua 4:6 en 7.
[11] 1 Petrus 2:2.
[12] Hebreeën 5:12, 13 en 14.
[13] Colossenzen 3:21.

13 maart 2017

Hoedt u voor solisme

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De paus is het hoofd van de Roomse kerk. En hij heeft het daar te zeggen.
Onlangs is een boek verschenen waarin dat benadrukt wordt[1][2].

Een recensent vat de inhoud van dat boek onder meer zo samen:
“De paus weet dat hij niet de heer van de kerk is, noch de leraar van de gelovigen, maar dat hij in ootmoedige navolging van zijn Heer en in Zijn Naam de kerk leert, leidt en heiligt. Als ‘plaatsvervanger van de ware Herder en Leraar’ is hij degene die de gehele kudde van Christus voorgaat en in zijn eigen persoon zijn gericht zijn op God vertegenwoordigt”.
De recensent concludeert:
“De Rooms-Katholieke Kerk heeft zich met deze studie op het hoogste niveau uitgesproken vóór het onmisbare Petrusambt. We hoeven ons geen illusies te maken over welke aanpassing dan ook”[3].

Wie het Gereformeerde kerkelijk leven kent, kan soms ook verlangen naar een paus. Of naar een kardinaal. Of naar een bisschop. In ieder geval naar iemand die uitspreekt: zo gaan wij het doen – punt.
Toch moeten wij ons daar vooral geen voorstander van tonen.

Want dan hangen we af van één persoon. Van de solist. Van één wijs man.
En wat nou als die man niet wijs is? Wat doen we als die ene man, om zo te zeggen, een mentale schuiver maakt?
Is dat niet heel gevaarlijk? Komen we dan niet heel snel op glad ijs terecht? Jazeker, dat is heel gevaarlijk. En het ijs in kwestie blijkt spiegelglad.

In Gereformeerde kerken kennen wij de classes.
Wij kennen synodes.
Daar wordt heel veel gepraat. Gemaild. Gediscussieerd.
Dat kost tijd. Heel veel tijd, soms.
Natuurlijk, er zijn situaties waarin classis- en synode-uitspraken met een tamelijk lelijk gezicht geaccepteerd worden. Wie goed kijkt ziet soms omstandigheden waarin vertragingstactieken of formalistische redeneringen worden gebruikt.
Maar in het algemeen geldt: tijdens classes en synodes maken wij gebruik van de wijsheid die elk van ons gegeven is.

Wat is de functie van kerkelijke vergaderingen? En hoe moet er gewerkt worden?[4]
Er moet geregeerd worden. Over allerlei zaken moeten beslissingen vallen.
De kudde van Christus’ schapen moet gehoed worden. Het voedsel moet worden aangewezen.
De vrede in de kerken moet worden bevorderd.
De kerken moeten worden opgebouwd. Individuele mensen moeten meer en vaker front maken. De gemeenschap moet gaandeweg hechter worden, om samen des te beter de God van hemel en aarde te kunnen dienen.
Dat gebeurt niet door eigen wijsheid. Nee, daarvoor hebben die kerkelijke vergaderingen Gods presentie nodig. De Heilige Geest moet in de waarheid leiden.
De hemelse God moet deelnemers aan kerkelijke vergaderingen één leidende gedachte geven. Namelijk deze: Gods Woord is de enige norm bij al onze overwegingen.
Besluiten moeten altijd tot eer van God zijn.
Door die besluiten moet de kerk opgebouwd worden.
Met die besluiten moeten die kerkelijke vergaderaars elk voor zich vrede kunnen hebben. In het gebed bij de opening van kerkelijke vergaderingen wordt geformuleerd: “Laten onze besluiten mogen dienen tot eer van uw naam, tot opbouw van uw gemeenten en tot vrede in ons eigen hart”.
Die vrede reikt echter verder. Het gaat om eeuwige lofprijzing. In dat kader staat alle vergaderwerk in de kerk. De gezamenlijke reis naar die eeuwige lofprijzing geeft ons een hechte eenheid.
Daarom bidden wij om onbelemmerde Evangelieverkondiging.
Daarom vragen wij genadig om de zonden teniet te doen. Dat wil zeggen: reduceer de gevolgen van onze zonden tot nul; heilig ons werk.
Zo blijven wij in het spoor van de zuivere leer.
Als wij in dat spoor blijven, krijgen Gereformeerden een schitterende uitstraling.

In dit verband wijs ik graag op woorden uit 1 Corinthiërs 12.
“Maar nu heeft God de leden, elk van hen afzonderlijk, in het lichaam een plaats gegeven zoals Hij gewild heeft.
Als zij alle één lid waren, waar zou het lichaam zijn?
Nu echter zijn er wel veel leden, maar is er slechts één lichaam.
En het oog kan niet zeggen tegen de hand: Ik heb je niet nodig, of vervolgens het hoofd tegen de voeten: Ik heb jullie niet nodig.
Ja, meer nog, de leden van het lichaam die de zwakste schijnen te zijn, zijn echter juist zeer noodzakelijk”[5].
Dat Schriftgedeelte leert ons dat wij elkaar nodig hebben. Wij kunnen nooit op ons eentje Gods wil uitvoeren. Dat behoren wij in gezamenlijkheid te doen. Zeker, als wij dat samen doen blijven er altijd tekorten. De zonde laat op deze aarde zijn invloed terdege gelden. Maar Gods Woord gaat nooit van solisme uit. Enkelvoud is in de kerk nimmer aan de orde.

Er was eens een Roemeense theoloog, die aanwezig was tijdens een in Roemenië gehouden conferentie van het International Reformed Theological Institute; het IRTI is een vereniging van Gereformeerde theologen in heel de wereld[6]. Tijdens die conferentie werd gediscussieerd over de (on)wenselijkheid van Gereformeerde bisschoppen. Weet u wat die Roemeen zei? “Wij hebben hier bisschoppen, maar ik kan niet zeggen dat ze de eenheid bevorderd hebben”[7].
Pausen, bisschoppen, individualisten?
Laten wij er maar voor oppassen in de kerk!

Noten:
[1] De gegevens van dat boek zijn: Gerhard Kardinal Müller, “Der Papst. Sendung und Auftrag”. –  Berlijn: Verlag Herder, 2017. – 608 p.
[2] Kardinaal Müller is prefect (= hoofd) van de congregatie voor de geloofsleer.
[3] Klaas van der Zwaag, “Paus als rots in de branding”. In: PuntKomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, maandag 20 februari 2017, p. 11.
[4] In het onderstaande maak ik onder meer gebruik van het gebed bij de opening van kerkeraad, classis en synode, en het gebed bij de sluiting van kerkeraad, classis en synode (Gereformeerd Kerkboek – uitgave 1986, p. 568). Ook te vinden op http://dgkh.nl/gebeden-voor-de-vergaderingen ; geraadpleegd op woensdag 22 februari 2017.
[5] 1 Corinthiërs 12:18-22.
[6] Zie voor meer informatie over het IRTI https://www.pthu.nl/irti/ ; geraadpleegd op woensdag 22 februari 2017.
[7] Zie de rubriek Zogezegd. In: Reformatorisch Dagblad, zaterdag 11 augustus 2007, p. 2.

1 mei 2014

Heiligverklaringen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

Afgelopen zondag, 27 april, werden te Rome twee pausen heilig verklaard. Johannes XXXIII en Johannes Paulus II werden, zoals dat heet, gecanoniseerd. De huidige paus – Franciscus – sprak in het Latijn de navolgende formule uit: “Ter ere van de Heilige Drie-eenheid, voor de glorie van het katholieke geloof en de ontwikkeling van het christelijk leven, met het gezag van Onze Heer Jezus Christus, van de heilige apostelen Petrus en Paulus en van onszelf, na langdurige overweging, na de goddelijke bijstand veelvuldig te hebben ingeroepen en na onze broeders in het bisschopsambt te hebben geraadpleegd, onderscheiden en definiëren wij als heiligen de zalige Johannes XXIII en Johannes Paulus II en schrijven wij hen bij in het register der heiligen en bevelen wij dat zij in de gehele Kerk onder alle heiligen devoot worden geëerd. In de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”[1].

De paus meende de drie-enige God te eren.
De paus beweerde dat de kerk, mede door deze heiligverklaringen, een grootse en meeslepende organisatie wordt.
De paus stelde dat het christelijk leven op een goede wijze wordt ontwikkeld.
De paus sprak, volgens hemzelf, op gezag van Christus.
De paus uitte de gedachte dat hij met dezelfde kracht kan spreken als Petrus en Paulus indertijd deden.
Het werd heel duidelijk gemaakt: heel wat mensen die rond de paus staan hebben in de afgelopen tijd langdurig over de heiligverklaringen nagedacht.
Men heeft gebeden, en de hulp van God ingeroepen.
Bisschoppen hebben onderling overlegd.
En toen?
Toen schreven de paus, en diens collega-kerkregeerders, die pausen bij in de lijst van heiligen. Die kerkregeerders zeiden in koor: gij zult die pausen met grote eerbied eren. Dat zeiden zij, naar hun idee, met de autoriteit van de drie-enige God. Die kerkleiders waren er dus van overtuigd dat zij Gods wil deden.

Waarom zijn die heiligverklaringen voor mensen op aarde zo belangrijk?
Antwoord: men gaat er in de Roomse kerk van uit dat de heiligen door hun voorspraak bij God invloed kunnen hebben op het leven op aarde.

Nu zijn er op aarde vast veel goedwillende Rooms-katholieken. Maar die worden niet allen heilig. Hoe komt men eigenlijk in de lange, lange rij van heiligen terecht? Dat is even simpel als verbijsterend.
Om kort te gaan: het is belangrijk om populair te zijn.
Iemand als Moeder Teresa had een sterke ‘fan-basis’.
Daarnaast wordt een medisch wonder verlangd. Dat is namelijk het ultieme teken dat iemand zalig is.
Overigens: heel wat mensen riepen indertijd dat Johannes Paulus II zo snel mogelijk heilig verklaard diende te worden[2]. De conclusie lijkt onontkoombaar: men wil op aarde zo snel mogelijk en zo veel mogelijk aan heiligen hebben…
De Limburgse pater Karel Houben werd in juni 2007 heilig verklaard. Bisschop Wiertz zei indertijd verheugd: “Pater Houben werd niet bekend door grote daden of hoge functies, maar juist door zijn eenvoud en bescheidenheid als pastor. Hij was een echte herder voor de mensen”[3]. Wederom wordt ’t heel helder: als je in jouw omgeving een gewaardeerd mens bent, kom je al een heel eind in de goede richting.
Maar dat is nog niet alles.
In de Roomse kerk is het heel mogelijk om, eeuwen nadat een mens geleefd heeft, heilig verklaard te worden. Ik wijs u op het feit dat paus Johannes Paulus II in juli 2002 een Spaanse missionaris uit de zeventiende eeuw heilig verklaarde. Pedro de San José Betancourt heette hij. Hij leefde van 1626 tot 1667. Het Reformatorisch Dagblad meldde indertijd: “In de RK-Kerk gelooft men dat ‘Broeder Pedro’ tijdens en na zijn leven zieken heeft genezen. De genezing van een 5-jarige jongen met een maagtumor is in 1985 door het Vaticaan officieel als wonder ingeschaald”[4].

Wat mij betreft is dit alles een uitwas van afgoderij. Wereldwijde afgoderij.
In het Woord van God lees ik namelijk nergens dat mensen voor personen met grote verdiensten een plek in de hemel kunnen reserveren. Wel kennen ware gelovigen de troost van de 32e Psalm:
“Welzalig hij, wiens overtreding vergeven,
wiens zonde bedekt is;
welzalig de mens,
wie de HERE de ongerechtigheid niet toerekent,
en in wiens geest geen bedrog is”[5].
Met andere woorden: de Here rekent Zijn kinderen de zonden niet toe! Hij maakt mensen tot Zijn eigendom!
De Here leert Zijn kinderen deze Psalm om hen te doen beseffen dat zij heel zondig zijn.
De dichter van Psalm 32 wijst de kerk er op dat zij zich helemaal, zonder enige reserve, aan haar Heer moet overgeven:
“Weest niet als een paard, als een muildier zonder verstand,
welks trots men bedwingt met toom en bit,
opdat het u niet te na kome.
Talrijk zijn de smarten van de goddeloze,
maar wie op de HERE vertrouwt,
die omringt Hij met goedertierenheid”.
De vraag ligt voor de hand: waar halen mensen het recht vandaan om zondige mensen heilig te verklaren? Dat is, naar het mij voorkomt, geenszins met de 32e Psalm te rijmen.

Wereldwijde afgoderij is het.
Niet meer en niet minder.

Op 27 april jongstleden werden twee pausen in een pontificale mis heilig verklaard. Op die zondagmorgen werden er in Nederland, als ik mij niet vergis, 150 minuten televisiezendtijd voor ingeruimd.
Ziet u wie daar ruimte krijgt? Gereformeerde mensen worden geconfronteerd met de kracht die de satan – de tegenstander van God – in deze wereld nog heeft. Of zij dat nu willen of niet.
Laten we die energie niet onderschatten.

Wat staat Neêrlandse Gereformeerden te doen?
Psalm 32 leert het ons:
“Verheugt u in de HERE en juicht, gij rechtvaardigen;
jubelt allen, gij oprechten van hart”[6].

Noten:
[1] Zie http://www.rkk.nl/nieuws/johannes_xxiii_en_johannes_paulus_ii_heilig_verklaard .
[2] Zie: Ewout Kieckens, “Zaligverklaring paus stilt volksverlangen”. In: Reformatorisch Dagblad (29 april 2011), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Zie: “Paus verklaart Limburger heilig”. In: Reformatorisch Dagblad (24 februari 2007), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[4] “Paus verklaart missionaris uit 17e eeuw heilig”. In: Reformatorisch Dagblad (30 juli 2002), p. 2. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[5] Psalm 32:1 en 2 (onberijmd).
[6] Psalm 32:10.

4 april 2014

Waar geloof in een versnipperde wereld

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , ,

De westerse wereld is versnipperd[1]. De situaties waarin mensen leven verschillen soms hemelsbreed van elkaar. De wereld verandert voortdurend.
Het kerkelijk leven verandert ook. Wereldwijd bezien ontstaan er steeds weer nieuwe kerken en groepen. Zelfs een theoloog vindt het soms ingewikkeld om een lijst van geloofsgemeenschappen bij te houden.
Daarom kunnen we vandaag de dag niet meer zeggen: er is één kloof tussen kerk en wereld. Eigenlijk zijn er heel veel kloven. En de ene kloof is minder groot dan de andere.

Er zijn veel mensen die niet in God geloven. Zij beweren – om maar eens iets te noemen – dat christenen die in hun geloof zekerheid vinden, superieur zijn. Zulke christenen verheffen zich boven anderen.
Persoonlijk geloof ik daar niet in. Christenen vinden zichzelf niet zo belangrijk. Mensen die zeggen dat godsdienst in het leven er niet toe doet, vinden zichzelf wel belangrijk. Zou het zo kunnen zijn dat juist niet-godsdienstigen de neiging hebben tot superioriteit? Zou het zo kunnen zijn dat zij zichzelf boven anderen verheffen? Ik vraag het maar.
Hoe dat zij: in het huidige tijdsgewricht zijn er mensen die zeggen dat Godsdienst niks te betekenen heeft. Je kunt er niets mee als je samen in één land leeft. Je moet samen werken. Je moet de economie samen op gang houden. Maar met de kerk heeft dat, zo zeggen die mensen, niks van doen.
Weet u hoe die mensen redeneren? Bijvoorbeeld als volgt.
1.
Democratie kan best bestaan zonder religie. Elkaar inspraak geven, elkaar vooruit helpen in het leven: daar heb je geen kerk voor nodig.
Dat klinkt mooi. Maar als je elkaar vooruit wilt helpen, moet je je wel aan een paar basisregels houden. Welke basisregels zijn dat? Dat hangt af van de wijze waarop je tegen mensen aankijkt. Het maakt nogal uit of je gelooft dat God de mensen heeft gemaakt.
2.
Sommige mensen zeggen: christenen en niet-christenen doen hun dagelijks werk even goed. Ze leveren soms hetzelfde product af.
Dat klinkt mooi. Maar zulke mensen vergeten waarom christenen werken. Zij werken niet in de eerste plaats omdat zij een kwalitatief goed product moeten afleveren. Ze werken vooral om God de eer te geven die Hem toekomt. En in de twééde plaats komt dan dat product dat voor mensen aangenaam is.

Er zijn dus veel mensen die zeggen dat religie er in het leven niet toe doet.
Maar daarnaast is er ook nog de moderne spiritualiteit. Het zielenleven in de eenentwintigste eeuw, zogezegd. Er is, om het maar simpel te houden, ook nog zoiets als onze gemoedstoestand.
Daar is tegenwoordig heel veel aandacht voor. Hoe voel je je? Hoe verwerkt u uw problemen? Hoe geef je ’t allemaal een plaats? Spirituele zoektochten vinden velen belangwekkend. Goed klinkende verhalen uit een klooster gaan er bij het gewone volk in als koek.
Hoe men het ook wenden of keren wil: de huidige paus Franciscus trekt veel belangstelling. Hij is nu ruim een jaar de hoogste man in de Rooms-Katholieke Kerk. Velen bewonderen zijn sobere levensstijl, en adoreren zijn aandacht voor armen en verdrukten[2].
De Rooms-Katholieke wereldjongerendagen, die in 2013 in Rio de Janeiro (Brazilië) werden gehouden, trokken niet minder dan 1,5 miljoen jongeren. En de jongelui sloten allen de paus in hun hart[3].
Kortom: het geestesleven staat in de belangstelling.

Wij moeten ons maar niet op die moderne spiritualiteit verkijken. Als u en ik een en ander nuchter beschouwen blijkt het helemaal geen religie te zijn. Waarom niet?
* Gewone dingen worden opeens religieus. Het menselijk lichaam wordt bijna vereerd. Als je maar gezond bent, zeggen ze dan. Fitness lijkt somtijds ongeveer het hoogste goed.
* Geloof moet gewoon wérken. Het dient te functioneren in de wereld van vandaag. Als het niet werkt kun je ’t net zo goed bij de vuilnis zetten. Waar het geloof vandaan komt doet er daarom niet zoveel toe. Belijdenissen die ooit opgesteld werden zijn niet zo belangrijk meer.
* Spiritualiteit is een privézaak. U en ik moeten daar vooral geen etiket op plakken. Dat is zo’n beetje het ergste wat u kunt doen. Het betreft namelijk een persoonlijke levensovertuiging. Zending bedrijven is in de grond van de zaak dus tamelijk nonsensicaal.

Het is belangrijk om te weten hoe de wereld om ons heen er uit ziet.
Het is bovendien van belang om onszelf te kennen. We moeten onderkennen waar onze gevoelens en ideeën op gegrond zijn.
Maar het komt met name aan op godsvrucht. Op geloof. En op godvrezendheid.

Ook vandaag is het onze taak om Jezus Christus te blijven vereren als de Redder van ons leven.
In Openbaring 1 wordt Hij getypeerd als “de getrouwe getuige, de eerstgeborene der doden en de overste van de koningen der aarde”[4].
Datgene wat Hij over God zegt, is waarheidsgetrouw. Jezus heeft de Vader gezien. Hij kent Hem echt[5]. De blijde Boodschap die Jezus brengt móet dus wel kloppen.
Jezus Christus is gestorven en opgestaan. Hij is de Paasvorst.
Hij is Heerser over alle koningen. Hij staat bóven hen. Dat zien we nu nog niet. Maar we geloven wel dat het zo is.
Dat christelijk geloof zal worden beleden.
Ook in een versnipperde wereld.
Ook in een wereld vol eigenzinnige spiritualiteit.

Noten:
[1] In het onderstaande gebruik ik: prof.dr. Stephan Holthaus, “Kloof kerk en wereld verandert”. In: Reformatorisch Dagblad (21 april 2009), p. 8. Ook te vinden op www.digibron.nl . Dit is een samenvatting van een lezing die Prof.dr. S. Holthaus, hoogleraar kerkgeschiedenis en ethiek aan de Freie Theologische Akademie in het Duitse Giessen, hield op dinsdag 21 april 2009. Holthaus sprak toen op een conferentie van The International Association for the Promotion of Christian Higher Education (IAPCHE), een internationale vereniging voor de bevordering van christelijk hoger onderwijs. De conferentie, getooid met de titel ‘Bridging the Gap: Connecting Christian faith and professional practice in a pluralistic society’ werd gehouden in het Noordbrabantse Biezenmortel.
Zie voor meer informatie over de IAPCHE http://iapche.org/wordpress/ .
Dit artikel is een bewerking van een stuk dat ik in april 2009 schreef.
[2] Zie: “Man van de warme omhelzing”. In: Reformatorisch Dagblad (14 maart 2014), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[3] Zie hierover bijvoorbeeld: Jan van Klinken, “Franciscus als voorbeeld voor refo’s”. In: Accent, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad (3 augustus 2013), p. 3. Ook te vinden op www.digibron.nl .
[4] Openbaring 1:5.
[5] Zie Johannes 1:18: “Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen”.

9 januari 2014

Competitie

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Op het kerkplein wandelen gelovigen rond. Dat lijkt logisch.
Een ongelovig mens kan, op doortocht door het leven, natuurlijk best over dat plein lopen; het kerkplein zal echter nooit zijn eindbestemming zijn.
Wat is het belangrijkste voor al die flanerende kerkmensen? Het geloof, zou je zeggen. Da’s nogal wiedes. Niet dan?

Ach, geachte lezer, zeg dat niet te hard.
Op het kerkplein, en in de verschillende kerkgebouwen, gaat het vaak ook om wat anders.
Er is een competitie gaande. Een krachtmeting. Een duel. Een wedstrijd, kortom.

Wellicht denkt u dat de weblogschrijver vandaag toch wat doorschiet.
En de vraag prangt door de ziel: als hij aan het begin van dit nieuwe jaar al dol draait, wat zal er dan verderóp in deze periode geschieden?

Maar laten wij ons niet vergissen.
Laat ik u snel uit de droom helpen.

1.
“Het New Yorkse mannenblad Esquire heeft onconventioneel ervoor gekozen om paus Franciscus uit te roepen tot best geklede man van 2013. Het blad viel vooral voor de ‘symboliek (die zijn kledij uitstraalt) voor zijn keuzes als paus’”.
“‘Zijn manier van kle­den weer­spiegelt werke­lijk de men­tal­iteit die er achter zit’, zegt Anna Pellegrini van de Universiteit van New York. ‘De nederigheid van zijn kledij biedt een mogelijkheid om zichtbaar zijn theologische en materiële bezorgdheid voor de armen te tonen’”.
“’Paus Fran­cis­cus begri­jpt dat heren­mode is bedoeld om het karak­ter van de man in de kled­ing te uiten’, zo citeert rknieuws.net Mary Lisa Gave­nas, auteur van The Fairchild Ency­clo­pe­die voor Heren­mode”[1].

2.
“Paus Franciscus heeft sinds zijn aantreden vorig jaar veel meer mensen op de been gebracht dan zijn voorganger Benedictus XVI. Zo’n 6,6 miljoen mensen woonden de optredens bij van paus Franciscus bij het Vaticaan. Dat blijkt uit cijfers die donderdag zijn vrijgegeven.
Benedictus trok in heel 2012 ongeveer 2,3 miljoen mensen. De cijfers zijn gebaseerd op het aantal uitgegeven toegangsbewijzen en schattingen van de bezoekersaantallen bij manifestaties waar geen tickets voor nodig zijn”[2].

3.
“De tekst uit Filippenzen 4:13 – ‘ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft’ – , is in 2013 het vaakst gelezen, opgeslagen of gedeeld door gebruikers van de Bijbel-app YouVersion.
Dat maakte de Amerikaanse organisatie van het Bijbelleesprogramma voor mobiele telefoons bekend in haar jaaroverzicht. YouVersion geeft de mogelijkheid om de Bijbel in tientallen talen te lezen, een Bijbelleesrooster te gebruiken, aantekeningen te maken en teksten te delen. In de app staan ook Nederlandse vertalingen[3].

De paus laat zien wat zijn levensstijl is. Hij doet dat beter dan wie ook.
De paus trekt ontzettend veel mensen. Zijn voorganger slaagde daar minder goed in.
Paulus wordt postuum geëerd met de formulering van Philippenzen 4. In 2014 kun je daar wat mee. Je kunt er beter mee uit de voeten dan met welke andere Bijbeltekst ook!

Wie het bovenstaande leest, zou kunnen denken dat kerklidmaatschap – en alles wat daarop lijkt – alleen iets voor sportieve mensen is. De kerk is iets voor mensen die van een uitdaging houden. In de kerk en op het kerkplein loopt het wedstrijdseizoen altijd door. Het wordt, naar het lijkt, zoetjesaan tijd voor een klerikale variant op Studio Sport.

Dat is echter gezichtsbedrog.
De kwestie is namelijk: wordt de geloofsstrijd gestreden?
Nee, het Woord van God roept ons niet op om aan fitness te gaan doen. U hoeft niet zo nodig naar de sportschool om alle extra kilo’s als sneeuw voor de zon te doen verdwijnen.
Nee, de Bijbel is niet het Boek van de uitdaging. Het is geen Boek dat permanente provocatie bevordert.

In 2 Timotheüs 4 wordt de zaak op scherp gezet.
Kijkt u maar: “Ik heb de goede strijd gestreden, ik heb mijn loop ten einde gebracht, ik heb het geloof behouden; voorts ligt voor mij gereed de krans der rechtvaardigheid, welke te dien dage de Here, de rechtvaardige rechter, mij zal geven, doch niet alleen mij, maar ook allen, die zijn verschijning hebben liefgehad”[4].

Alles draait om een keuze. Strijdt men de goede strijd?
Alles draait om volharding. Streeft men er naar tot het einde toe vol te houden?
Alles draait om het ware geloof. Om het vaste vertrouwen in God, om de troostvolle wetenschap dat onze zonden vergeven zijn en het eeuwig heil ons wacht.

De vraag is daarom niet hoe modieus wij zijn.
Populariteit is niet zo belangrijk.
U hoeft niet te tellen hoe vaak u Philippenzen 4:13 hebt gelezen, of welk ander Bijbelvers dan ook.

Kerk en geloof: dat zijn geen thema’s voor aardige spelletjes.
Kerk en geloof: dat zijn geen onderwerpen voor een concours op niveau.
Altijd en overal moet de eer van God het middelpunt van het leven van Gods kinderen zijn. Welke schokkende dingen men ook meemaakt, de glorie van onze Here staat – als het goed is – in het centrum van onze aandacht.
Paulus doet ons in 2 Timotheüs 4 voor hoe dat moet. Ik citeer: “…de Here heeft mij ter zijde gestaan en kracht gegeven, zodat door mij de verkondiging tot haar recht gekomen is en al de heidenen haar hebben kunnen horen; en ik ben uit de muil van de leeuw verlost. De Here zal mij beveiligen tegen alle boos opzet en behouden in zijn hemels Koninkrijk brengen. Hem zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid! Amen”[5].

Dat perspectief mogen Gods kinderen koesteren.
Ook als zij een rustig leven moeten leiden.
Ook als zij oud, zwak of ziek geworden zijn.
In het geloof hoeven zij niet scoren. Niets mag hun concentratie op Hem verstoren.

Laten we onze Here Jezus Christus maar volgen.

Dan mogen wij het met Psalm 17 zingen:
“Mijn voeten bleven in uw spoor
en nimmer wankelden mijn schreden.
Ik roep U aan in mijn gebeden,
want Gij, o God, geeft mij gehoor”[6].

Noten:
[1]
Zie http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/buitenland/1.1819778 .
[2] Zie http://www.metronieuws.nl/nieuws/paus-franciscus-brengt-miljoenen-op-de-been/xlknab!A10QA193TGPEt0N8YYsTw/ .
[3] Zie: “Filippensen 4:13 meest gelezen op Bijbel-app”. In: Reformatorisch Dagblad, 3 januari 2014, p. 1.
[4] 2 Timotheüs 4:7 en 8.
[5] 2 Timotheüs 4:17 en 18.
[6] Psalm 17:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.