gereformeerd leven in nederland

20 juni 2019

Het Evangelie van de duurzaamheid

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De apostel Paulus is, zo blijkt in Philippenzen 3, een keurig kerklid: “…besneden​ op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de ​stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, wat de wet betreft een ​Farizeeër…”[1].
Kortom, een onberispelijk en onkreukbaar man.
Maar Paulus schrijft erbij: “Maar wat voor mij winst was, dat heb ik om ​Christus’ wil als schade beschouwd. Ja, beslist, ik beschouw ook alles als schade vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van ​Christus​ ​Jezus, mijn Heere, om Wie ik dat alles als schade ervaren heb. En ik beschouw het als vuiligheid, opdat ik ​Christus​ mag winnen…”[2].

Met andere woorden: Paulus is gaan begrijpen dat al die ijver niet op een Lijstje van Successen komen te staan.
Want in de kerk is afkomst geen pré.
In de kerk geldt ijver niet als verdienste.
Jezus Christus kennen en in Hem geloven – dat is een pluspunt.

Velen hebben vandaag de dag de mond vol over duurzaamheid.
Men spreekt over kringlooplandbouw. “Eten is zó laaggeprijsd dat het milieu te zwaar wordt belast, voedsel wordt verspild en boeren te weinig verdienen. Consumenten en supermarkten moeten daarom de portemonnee trekken voor een metamorfose van de Nederlandse landbouw”, stelt minister Schouten in het Algemeen Dagblad. En: “De laatste decennia was het adagium dat we voldoende voedsel moesten produceren om alle monden te voeden. Mijn nieuwe adagium is dat we voedsel produceren met een zo klein mogelijke belasting voor de leefomgeving. Dus met zo min mogelijk nadelen voor natuur, milieu en klimaat”[3].
Dat is mooi bedacht. Alleen maar – verantwoord voedsel is goed voor een bestaan op deze aarde. Een echt duurzaam bestaan krijgen wij pas in de hemel.
Voor Gods kinderen is het aardse leven slechts een voorspel; in de hemel gaan we verder met het leven – blijmoedig en beter! Kinderen van God kijken dus verder dan natuur, milieu en klimaat.

In deze tijd zou Paulus wellicht schrijven: besneden​ op de achtste dag, uit het geslacht van Israël, van de ​stam Benjamin, een Hebreeër uit de Hebreeën, wat de wet betreft een ​Farizeeër – dat alles is niet duurzaam.

Is die kringlooplandbouw daarmee gedegradeerd tot leuke larie?
Welnee.
Die kringlooplandbouw is wellicht een prima idee. Maar laat niemand denken dat men daarmee de aarde waarop wij wonen redden kan. Laat ook niemand denken dat hij of zij met allerlei creatieve duurzaamheidsideeën zichzelf redden kan.
Dat is namelijk niet zo.
Je kunt je druk maken over het nut van tiny houses, over de rampzaligheid van plastic soep in de oceanen, over zonnepanelen en windparken – en vaak is dat heel goed.
Maar met al die duurzaamheidsijver probeert meestal koortsachtig een antwoord te geven op de vraag: hoe redden wij de aarde?
Die vraag heeft een droevig stemmend antwoord: mensen kunnen de aarde niet redden.

Maar er is meer. Gelukkig maar!
De dichter van Psalm 102 noteert:
“U hebt voorheen de aarde gegrondvest,
de hemel is het werk van Uw handen.
Die zullen vergaan, maar Ú zult standhouden;
zij alle zullen verslijten als een kleed.
U zult ze verwisselen als een gewaad
en zij zullen verdwijnen.
Maar U blijft Dezelfde,
aan Uw jaren zal geen einde komen”[4].
Alleen daarom al kan Paulus in Philippenzen 3 inzetten met: “Verder, mijn broeders, verblijd u in de Heere”[5].

Men kan een keurig kerklid wezen en uitermate milieubewust leven. Maar wie denkt dat hij of zij de aarde redden moet, begaat een vergissing. Vergeet dat maar gauw. Want zulke gedachten beschadigen u alleen maar. Ze bezorgen u namelijk een deuk in uw Godsvertrouwen. Ze geven u het idee dat u zelfredzaam bent.

Duurzaamheid is een groot goed.
Een begrip als rentmeesterschap mag niet in de vergetelheid geraken.
Maar Paulus schrijft niet: verblijdt u in de duurzaamheid.
Want de winst die kringloopboeren moeten gaan maken, verbleekt bij de winst in Christus: “de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap met Zijn lijden, doordat ik aan Zijn dood gelijkvormig word, om hoe dan ook te komen tot de opstanding van de doden”[6].
Bij Paulus geldt:
* weg met de kringloop
* op naar een nieuw begin!
Dat adagium is anno Domini 2019 nog steeds niet ouderwets!

Noten:
[1] Philippenzen 3:5.
[2] Philippenzen 3:7 en 8.
[3] Geciteerd van https://www.ad.nl/politiek/minister-eten-is-te-goedkoop~acdb8aac/ ; geraadpleegd op maandag 17 juni 2019.
[4] Psalm 102:26, 27 en 28.
[5] Philippenzen 3:1.
[6] Philippenzen 3:10 b en 11.

23 mei 2019

Gereformeerd in Europa

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

De wereld is een dorp geworden. We maken ons druk over Amerika, en de verhouding met China.

In Europa beperkt men de uitstoot van CO2 door auto’s en vrachtwagens. Men schaft de extra kosten voor roaming af[1]. De privacy van burgers bij internetverkeer wordt versterkt. De pulsvisserij wordt uitgebannen; overigens zeer tegen de zin van een aantal Nederlandse vissers. Het ontduiken van arbeidsrechten door detacheringsconstructies is ingedamd[2].

Europa is groot, en voor de meeste burgers van dat werelddeel onoverzichtelijk.
Samenwerking is vandaag de dag nodig.
Maar het is duidelijk dat de Europese Unie niet erg effectief opereert. Een Europees leger is niet nodig. Een Europese minister van financiën willen we ook niet. Vraagstukken over leven en dood, over zorg, gezin en onderwijs behoren niet vanuit Europa beantwoord te worden[3].

Vandaag is het in Nederland de dag van nationale verkiezingen voor het Europees Parlement.
Gereformeerde mensen vragen zich af: wat is het algemene beeld in Europa? En: hoe dienen wij in het stemhokje de God van hemel en aarde? Of: kunnen we beter niet gaan stemmen?
Antwoord: in de huidige omstandigheden zullen we wel moeten gaan stemmen. Met een stem voor de CU-SGP verklaren wij ons in ieder geval vóór samenwerking, en tegen een superstaat[4]. Als wij niet zouden gaan stemmen krijgen onchristelijke krachten meer gelegenheid om zich te ontwikkelen.

Hoe dat zij: het is goed voorstelbaar dat we worden gehinderd door het knagende gevoel dat wij, ongewild, met onze stem ontwikkelingen bevorderen die tegen Gods wil in gaan. Wij laten onze stem horen, terwijl we geen greep op de zaken hebben.
Is het zo dat, nu de wereld een dorp geworden is, er in alle stilte wordt gewerkt aan een coalitie van satanische machten?

En daarbij is er nog een belangrijke vraag: hoe lang zou het nog duren voor de Here Jezus terugkomt? Dan zou er veel opgelost worden!

Laten we elkaar in dat verband wijzen op woorden die Paulus schrijft in Philippenzen 1: “Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van ​Jezus​ ​Christus”[5].

Paulus maakt het helder: de hemelse God is aan het werk. Wij maken ons druk over Europa, en we ontkomen maar moeilijk aan het hinderlijke idee dat het allemaal te groot wordt. Ongrijpbaar. Onbestuurbaar.
Intussen is één ding zeker: de Here God werkt door. Zeer planmatig. Zeer onverstoorbaar. Maar in dat grootse werk houdt Hij het doen en laten van Zijn kinderen strak in de hand.
Ook het leven van mensen in kleine Gereformeerde kerken in Nederland.
Ook de kinderen van God die het idee hebben dat zij niet gezien en niet gehoord worden.

De Here is trouw.
Een exegeet schrijft erbij: “Zoals God eens bij de schepping ‘zijn werken’ heeft ‘voltooid’ en dit ‘zeer goed’ noemde (…), zo zal Hij ook de gelovigen als ‘nieuwe schepping’ (..) tot volkomenheid brengen op ‘de dag van Jezus Christus’”.
In Genesis 1 staat het onomwonden: “En God zag al wat Hij gemaakt had, en zie, het was zeer goed”[6]. En in 2 Corinthiërs 5 draait de apostel er ook niet omheen: “Daarom, als iemand in ​Christus​ is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden. En dit alles is uit God, Die ons met Zichzelf verzoend heeft door ​Jezus​ ​Christus, en ons de bediening van de verzoening gegeven heeft”[7].

Heel wat van Gods kinderen gaan vandaag naar de stembus.
De wereld verandert in snel tempo.
Op allerlei manieren en in diverse opzichten komt de wereld rap dichterbij.
Jesaja zegt in hoofdstuk 40: “Zie, de volken worden beschouwd als een druppel aan een emmer, als een stofje op de weegschaal”.
En toch wordt die ene Gereformeerde stemmer in dat kleine dorpje door zijn Heer in het oog gehouden. Die paar Gereformeerde stedelingen die in een stadswijk naar het stembureau tijgen hebben alle aandacht van God.
Alleen daarom al kunnen we in alle rust met Psalm 4 zingen:
“Ik hoor hoe velen angstig vragen:
Wie zal het goede ons doen zien?
Wil, HERE, ons uw licht doen dagen,
toon ons uw god’lijk welbehagen,
opdat ik met mijn volk u dien”[8][9].

Noten:
[1] Roaming is “het automatisch overschakelen van de mobiele telefoon op het netwerk van een buitenlandse provider, waarmee de eigen operator zogenaamde roamingafspraken heeft gemaakt”. Zie verder https://www.encyclo.nl/begrip/roaming ; geraadpleegd op dinsdag 21 mei 2019.
[2] Zie over het voorgaande https://www.volkskrant.nl/kijkverder/t/2019/de-meest-gestelde-vragen-over-de-europese-verkiezingen/welke-belangrijke-zaken-heeft-het-europees-parlement-afgelopen-jaren-bereikt ; geraadpleegd op dinsdag 21 mei 2019.
[3] Zie hierover: Peter van Dalen, “CU-SGP: Uit de EU stappen is onzinnig plan”. In: Reformatorisch Dagblad, woensdag 15 mei 2019, p. 23.
[4] Zie https://www.eurofractie.nl/nl/verkiezingsprogramma ; geraadpleegd op dinsdag 21 mei 2019.
[5] Philippenzen 1:6.
[6] Genesis 1:31.
[7] 2 Corinthiërs 5:17 en 18.
[8] Dit zijn de eerste regels van Psalm 4:3, berijmd – Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] In 2014 schreef ik ook een artikel naar aanleiding van de Europese verkiezingen. Dat is mijn artikel ‘Europese verkiezingen’; hier gepubliceerd op donderdag 22 mei 2014. Te vinden op https://bderoos.wordpress.com/2014/05/22/europese-verkiezingen/ .

4 december 2018

Beter dan aardse zorgprofessionals

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

“Maar mijn God zal u, overeenkomstig Zijn rijkdom, voorzien van alles wat u nodig hebt, in heerlijkheid, door ​Christus​ Jezus”[1].
Deze opbeurende woorden noteert de apostel Paulus in Philippenzen 4.

De christenen in Philippi hebben Paulus materieel ondersteund. Maar het leven is meer dan geld. Hun giften kunnen zij namelijk ten diepste beschouwen als evenzovele offers aan God.
Paulus zegt: u heeft in mijn behoefte voorzien; wees er maar zeker van dat de Here ook in uw behoefte zal voorzien. Niet dat alle wensen per onmiddellijk vervuld zullen worden. Maar wat de Here voor de christenen in Philippi nodig vindt, dat zal er komen. Zoveel is zeker!

Dat is een Paulinische stimulans. Maar tevens een bemoediging. En die is wel op z’n plaats.
Waarom?[2]
In de eerste plaats zijn er in Philippi twee vrouwen, Euódia en Syntyche, die elkaar klaarblijkelijk niet zo liggen. Paulus vermaant de dames om eensgezind op te treden. Dat is blijkbaar nog niet zo eenvoudig. De kerkelijke gemeente lijkt er knap last van te hebben.
In de tweede plaats zijn er in en rond Philippi nogal wat afgoden.
In Italië heeft men de Romeinse goden; Jupiter bijvoorbeeld, de oppergod en de god van de hemel en het onweer[3]. In Griekenland is er de oppergod Zeus[4]. En natuurlijk zijn er nog een heel stel lagere goden.
Er zijn in Philippi heel wat verleidingen!

Daartegenover staat de God van de Bijbel.
De machtige God die, ook heden ten dage nog, mensen tot geweldige dingen in staat stelt. Dingen waarvan men zegt: ik wist niet dat ik het in mij had.
David zegt in Psalm 18:
“Want met U ren ik door een legerbende,
met mijn God spring ik over een muur”[5].
Dat concludeert David nadat hij – vanwege de reddende kracht van God – allerlei vijanden van zich heeft afgeschud; Saul inbegrepen.

David debiteert geen onzin.
Want de hemelse God is zorgzamer dan alle aardse zorgprofessionals bij elkaar. Zijn zorg eindigt nooit. In Philippenzen 3 – even eerder in zijn brief – heeft Paulus het al opgeschreven: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam…”[6]. Gods zorg voor Zijn kinderen houdt niet op bij de grens van het aardse leven. Zijn zorg gaat in de hemel gewoon verder!

Het is niet voor niets dat de Spreukenleraar in hoofdstuk 23 zegt:
“Mijn zoon, geef mij je ​hart,
en laten je ogen behagen scheppen in mijn wegen”[7].
Want de weg van de Here is het pad naar de hemel!
Hier op aarde kijken we soms op een afstandje naar onszelf. Naar ons gefröbel. Naar ons onhandig geknutsel. Naar ons aards geknoei. Naar ons goed bedoeld geklungel. Daar staren we naar. En misschien ergeren wij ons wel een beetje aan onszelf. Dat moeten we echter niet te vaak doen. Want de Here toont ons de wegen die naar Zijn troon leiden; Hij heeft Hoogstpersoonlijk de route voor ons uitgestippeld!
Om met Psalm 23 te spreken:
“Hij sterkt mijn ziel, verkwikt mij met zijn zegen,
leidt om zijn naam mij op de rechte wegen”[8].

Onze God is een gevende God.
Hij deelt uit. Met gulle hand. Dat doet Hij graag. Dat doet Hij veel.
Paulus weet daar wel van.

Bij zijn naamgenoot Paul uit 2018 is het een beetje weggezakt.
Bij de bekende cabaretier Paul van Vliet, bedoel ik.
In het Nederlands Dagblad zei Paul onlangs: “Misschien vind ik God terug nu ik meer rust en ruimte in mijn leven krijg. De afgelopen jaren liep ik op zondag naar de schouwburg, misschien loop ik straks naar de Kloosterkerk – allebei vijf minuten. Maar God zal niet dezelfde zijn als in mijn kindertijd. Hij is abstracter geworden. Ik vind Hem in adembenemende kunst, in de natuur, in een mens, soms. In het mysterie. Ik vind het prettig om te geloven in het onbegrijpelijke. Ervan uit te gaan dat je als mens niet de maat der dingen bent. Voor het gemak spreek ik over ‘God’, maar de formulering is niet toereikend. Je gaat altijd stamelen hè, als je het probeert uit te leggen. Als je rotsvast in de Bijbel gelooft, is het veel makkelijker om God te beschrijven”[9].

Natuurlijk is God vele, vele malen groter dan wij. Hij is onbegrijpelijk.
Maar Hij is zeker niet mysterieus. Want Hij maakt Zich in Zijn Woord bekend. En de gaven van de gulle Gever zijn reuze concreet.
Terecht zei een dominee eens: “God geeft uit Zijn volheid en dat valt niet tegen. (…) Wij vallen tegen, maar God niet”[10].
Hij geeft van alles: vergeving en verzoening van zonden, totale vernieuwing van het leven, bescherming en beloften over het eeuwige leven – een verrukkelijk bestaan dat nooit ophoudt!

Ja, God is echt een Vader. Een Vader die zorgt.
Wij weten het wel: aardse vaders moeten op een bepaald moment hun kinderen loslaten. Er komt een moment dat aardse vaders bijna alleen maar meer bezorgd kunnen zijn over hun kinderen. Veel meer kunnen zij niet doen.
Welnu, onze hemelse Vader laat Zijn kinderen nooit los. Hij stuurt hen langs allerlei wegen. Soms zijn het wegen waarvan wij het bestaan niet konden vermoeden. Soms zijn er weggetjes en stopplaatsen waar Zijn kinderen vragen: wat moeten wij hier nu toch doen? Wij mogen ons realiseren: ooit zullen de vraagtekens verdwenen wezen!

Laten wij intussen onze Vader maar eren.
Laten wij ons, al werkende weg, maar verheugen op het grootse bestaan dat wij tegemoet gaan.
En laten wij het Paulus maar nazeggen: “Onze God en Vader nu zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. ​Amen”[11]!

Noten:
[1] Philippenzen 4:19.
[2] In het onderstaande gebruik ik onder meer http://www.prekenweb.nl/m/Preek/Open/21742 ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[3] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Jupiter_(mythologie) ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[4] Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Zeus ; geraadpleegd op donderdag 29 november 2018.
[5] Psalm 18:30.
[6] Philippenzen 3:20 en 21 a.
[7] Spreuken 23:26.
[8] Psalm 23:1 – berijmd, Gereformeerd Kerkboek-1986.
[9] “Ik ben een verwend jochie”. In: Nederlands Dagblad, donderdag 29 november 2018, p. 20 – rubriek Houvast.
[10] De woorden werden gesproken door dominee W. Visscher, predikant van de Gereformeerde Gemeente in Amersfoort.
[11] Philippenzen 4:20.

22 oktober 2018

Het Evangelie waardig

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Laatst las ik een interview met dominee Claartje Kruijff. Zij is psycholoog en theoloog. Momenteel is zij als predikant verbonden aan de vrijzinnige Dominicusgemeente te Amsterdam[1].
In het interview zei zij: “‘Ik heb het idee dat we momenteel te zeer naar binnen keren in microgemeenschappen. Daarin ervaren we liefde van en voor mensen die op ons lijken. Maar als je echt uit liefde leeft, moet je vast durven stellen dat je even goed die vreemdeling had kunnen zijn. Als je die compassie niet meer hebt, gaat je hart op slot. De filosoof Hannah Arendt had het al in de jaren vijftig over de tribalisering van de samenleving, waarin de ander een bron van angst of concurrentie wordt in plaats van troost of ontmoeting. Als je het hebt over de zin van het leven zit daar wel een kern. De ander is zoals wij, wij zijn de ander”[2].

In het bovenstaande citaat staat een niet alledaagse term: tribalisering van de samenleving. Dat betekent: de verschillende bevolkingsgroepen in de maatschappij hebben weinig of geen contact met elkaar.
Tribalisme, dat is: toestand van voortdurende stammenstrijd of van collectieve weerstand tegen mensen die geen deel uitmaken van de eigen stam of groep, voortvloeiend uit een al te sterk gevoel van verbondenheid binnen een stam of groep[3].

Die term ‘tribalisering’ werd in de jaren ’50 van de vorige eeuw trouwens al gebruikt door de filosofe Hannah Arendt (1906-1975).
Blijf midden in de maatschappij staan!, riep zij.
Ergens las ik de volgende typering: het goede leven “bestaat volgens haar uit een combinatie van arbeid, werk en handelen. Arbeid is het voorzien in dagelijks levensonderhoud, werk is het produceren van goederen, handelen doen we in de gemeenschap, waar we onze stem laten horen. Arendt waarschuwt voor een maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich wordt, terwijl het publieke domein steeds meer uit ons bestaan verdwijnt”[4].
Hannah Arendt suggereert dus eigenlijk:
* doe mee in de maatschappij
* verhef je stem en zeg wat je ervan vindt
* trek je niet terug in groepen, maar trek samen op.

Hoe staat het eigenlijk met het tribalisme in de kerk?

De kerk is daar niet helemaal vrij van.
Neem nou het antwoord op de vraag: naar welke basisschool sturen wij onze kinderen?
Of neem het antwoord op de vraag: hoort de kerkorde bij het fundament van de kerk, of niet?
Dat zijn vragen waar forse meningsverschillen over kunnen ontstaan.

Ach nee, ik pleit niet voor een collectief kameleonsyndroom. Dat is de situatie waarin men “de kleur aanneemt van de omgeving en eigen identiteit verloren dreigt te gaan”[5].

In de kerk trekken we, als het goed, samen op.
Dat doen we in de stijl van Philippenzen 1. Ik citeer: “Alleen, wandel het ​Evangelie​ van ​Christus​ waardig, opdat ik, of ik nu kom en u zie of dat ik afwezig ben, van uw zaken mag horen dat u vaststaat in één geest, en dat u samen eensgezind strijdt door het geloof in het ​Evangelie, en dat u zich in geen enkel opzicht schrik laat aanjagen door de tegenstanders. Voor hen is dit een duidelijk teken van verderf, maar voor u van zaligheid, en dat van God uit. Want aan u is het uit ​genade​ gegeven in de zaak van ​Christus​ niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden, omdat u dezelfde strijd hebt als die u bij mij gezien hebt en nu van mij hoort”[6].

In dat citaat gaat het onder meer over strijden.
Paulus ontneemt ons de illusie dat het in de kerk ooit helemaal rustig wordt. Nee, dat gaat niet gebeuren.

Het belangrijkste is dat er sprake is van waardig gedrag. In Philippenzen 1 staat hier het woord politeuo. Philippi was indertijd een Romeinse kolonie. De inwoners beschouwden zich als burgers van de keizerstad Rome. Wij horen bij Rome! – ja, daar waren de Philippenzen trots op.
Welnu, kerkmensen zijn, om zo te zeggen, burgers van de hemel. Dat is hun tweede vaderland. Paulus schrijft in Philippenzen 3 dan ook: “Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere ​Jezus​ ​Christus”[7].
Waardig gedrag, dat wil zeggen: passend bij dat Evangelie.
Als wij dus met onze broeders en zusters omgaan moeten wij bedenken: deze broeder gaat mee de hemel in. En: deze zuster hoort ook bij Jezus Christus.
Die oproep is trouwens niet alleen van belang voor de christenen in Philippi.
Die aansporing klinkt bijvoorbeeld ook in hoofdstuk 4 van de brief aan de christenen in Efeze: “Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is, in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in ​liefde​ te verdragen…”[8].
En bijvoorbeeld ook in het tweede hoofdstuk van de eerste brief aan de christenen in Thessalonica: “Wij riepen u ertoe op waardig te wandelen voor God, Die u roept tot Zijn Koninkrijk en heerlijkheid”[9].
Het betreft blijkbaar een oproep die heel veel christenen zich moeten aantrekken.

Moet het in de kerk koekoek eenzang zijn?
Zeker niet.
We mogen over allerlei zaken verschillend oordelen.
Maar laten die oordelen niet te hard zijn. ‘Als je dat doet, ga je naar Babel’ – een ieder voelt dat je met een dergelijke formulering van jouw inzicht wel heel zeker moet weten dat je God aan jouw kant hebt, en dat jouw opponent zich werkelijk van God afkeert!

Wie de discussies in de kerk hoort, kan soms schrikken.
Van argumenten die worden gebruikt.
Of van de toon die aangeslagen wordt.
Maar ten diepste kan die schrik ook heilzaam wezen. Want het leert kerkmensen om kritisch op zichzelf te reflecteren. Kinderen van God mogen steeds terugkomen bij Jezus Christus, hun Heiland. Zij moeten steeds terugkeren naar het Woord van God. Zo laten zij zichzelf corrigeren. Zo laten zij zich steeds weer naar Christus leiden.

Partijschappen, groepsvorming, tribalisme en tribalisering – in alle tijden en op alle plaatsen komt het voor. Toegegeven: de ene aanduiding is wat deftiger dan de andere. Maar ten diepste is het uiteraard geen goede zaak!

In de inzet van Philippenzen 2 draait Paulus er niet omheen: “Als er dan enige bemoediging is in ​Christus, als er enige troost is van de ​liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent…”[10].
Paulus wil eigenlijk zeggen: die eensgezindheid spreekt welhaast vanzelf. De Geest werkt toch in de kerk? Er zijn toch zachte harten in de kerk? Nou dan!

Laat de kerk te allen tijde een plaats van Evangelie, troost, ontmoeting en harmonie blijven!

Noten:
[1] Zie voor meer informatie over haar http://www.claartjekruijff.nl/wie-ben-ik/ ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[2] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/mensen/predikant-claartje-kruijff-de-zin-van-het-leven-heeft-ook-te-maken-met-hoe-je-het-leven-aangaat-~b5ae347c/ ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[3] Geciteerd van https://www.encyclo.nl/begrip/tribalisme ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[4] Geciteerd van https://www.filosofie.nl/hannah-arendt/index.html ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[5] Geciteerd van http://www.bijbelseplaatsen.nl/onderwerpen/T/Tribalisme/474/ ; geraadpleegd op woensdag 17 oktober 2018.
[6] Philippenzen 1:27-30.
[7] Philippenzen 3:20.
[8] Efeziërs 4:1 en 2.
[9] 1 Thessalonicenzen 2:12.
[10] Philippenzen 2:1 en 2 a.

5 december 2017

Boven het dilemma uit

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

Je hebt van die mensen die een abonnement lijken te hebben op ziekenhuizen, op artsen en op therapeuten.

Een voorbeeld.
Zij: een hersentumor. Ze overlijdt binnen een maand of drie. Hij: prostaatkanker; een paar jaar later blijkt hij een ontsteking aan het hartzakje te hebben. Daarnaast wordt chronische leukemie bij hem geconstateerd. Hij heeft trouwens ook nog een liesbreuk.
De kinderen die er omheen staan kunnen de stress maar moeilijk aan. Er heerst onbegrip en ruzie.

In de medische wetenschap is steeds meer mogelijk. Wij worden ouder. Maar dat alles heeft zijn prijs. Kwalen en ziekten zijn voor velen aan de orde van de dag.
En wie denkt er soms niet: dat en dat gezin krijgt wel heel veel te verwerken…?

Laten wij elkander wijzen op Zondag 16 van de Heidelbergse Catechismus. Ik doel op deze woorden: “Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterven van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven”[1].

Dat klinkt prachtig.
Maar wie overlijdt, laat bijna altijd mensen achter. Dat is verdrietig. De achterblijvers worden eenzamer. Dat verdriet slijt wel een beetje. Maar die eenzaamheid is bij tijd en wijle bijna wurgend. En ja – iemand die op een ziekbed ligt, heeft dat soms scherp voor ogen.

Voor de zieke in kwestie is er echter het uitzicht op de hemel. Hij weet dat hij in een schitterende woongemeenschap terecht komt. Met Christus, namelijk.

En zo is er dat dilemma:
* u wilt geen afscheid nemen van mensen en dingen op aarde
* u wilt naar Christus toe; want leven met Hem is het mooiste dat er is.

Dat dilemma is, bij wijze van spreken, al zo oud als de weg naar Rome. Paulus had het er in Philippenzen 1 al over: “Want het leven is voor mij ​Christus​ en het sterven is voor mij winst. Maar blijf ik leven in het vlees, dan betekent dit voor mij vruchtbaar werk; en wat ik verkiezen zal, weet ik niet. Want ik word door deze twee gedrongen: ik heb de begeerte om heen te gaan en bij ​Christus​ te zijn, want dat is verreweg het beste, maar in het vlees te blijven is noodzakelijker voor u”[2].

Paulus kiest niet.
En hij hoeft geen keuzes te maken.
Ook wij hebben niks te kiezen.
De Here leidt ons leven. Dan komt het altijd goed.

In Philippenzen 1 staat overigens niet Paulus centraal. Het is Christus die de koers bepaalt.
Dat mogen ook wij belijden, in 2017. In de gewone dingen van het leven. In de bezigheden van alledag.
Het is belangrijk om te zien dat Christus ons perspectief is. Wij zien op Hem. Als wij beslissingen nemen, doen we dat – als het goed is – met het oog op het feit dat we in de toekomst gaan samenwonen. In de hemel, namelijk; met de God van het verbond. Zelfs als besloten moet worden dat het noodzakelijk is om het aardse leven los te laten, dan weten we: de deur naar de toekomst is open.
Dat mogen en moeten we tegen elkaar zeggen.

Dat spreken we uit in een wereld die een heel ander perspectief ziet. Een vrouwelijke bestuurder in de zorg zei onlangs: “Maar ik ken mensen die echt zwaar lijden aan het leven. Met alle checks and balances moet het wat mij betreft dan mogelijk zijn ze te verlossen van wat ze zelf ondraaglijk vinden. Mocht blijken dat het een aanzuigende werking heeft, dan moet je niet doordenderen. Vraag je dan af: is dit wat wij hebben bedoeld? Moeten we niet bijstellen?”[3].

Wat hebben wij bedoeld? Moeten wij ons beleid niet bijstellen? Dat zijn de belangrijkste vragen in de zorg, vandaag.
In de kerk beginnen we met de vraag: wat is Christus’ bedoeling met ons leven? En wij realiseren ons: Hij hoeft Zijn volmaakte beleid niet bij te stellen.

Maar wat doe je dan als er veel pijn geleden wordt? Wat doe je bij benauwdheid? Wat doe je als de dokter niet meer weet welke medicijnen hij geven moet?
Dan kun je iemand in kunstmatige slaap brengen. Palliatieve sedatie, noemen we dat. Het bewustzijn wordt verlaagd. Het leven wordt niet verkort. Er worden medicijnen gegeven om de klachten te bestrijden, niet meer.
Aldus nemen we het tijdstip van het sterven niet in eigen hand[4].

Paulus heeft bij het schrijven van Philippenzen 1 de begeerte om bij Christus te zijn.
Dat verlangen mogen wij ook hebben.
En nee, dat is dan geen mystieke zaak, of zo. Die begeerte mogen de kerkleden samen koesteren. De apostel schrijft: “Want ik weet dat dit mij tot zaligheid strekken zal, door uw ​gebed​ en de ondersteuning van de Geest van ​Jezus​ ​Christus, overeenkomstig mijn reikhalzend verlangen en hoop dat ik in geen enkel opzicht beschaamd zal worden, maar dat in alle vrijmoedigheid, zoals altijd, ​Christus​ ook nu grootgemaakt zal worden in mijn lichaam, of het nu door het leven is of door de dood”[5].
En:
“En dit vertrouw en weet ik dat ik zal blijven leven en bij u allen zal blijven tot uw vordering en blijdschap van het geloof, opdat uw roemen in ​Christus​ ​Jezus​ overvloedig is door mij, door mijn hernieuwde aanwezigheid bij u”[6].

Als het over deze dingen gaat, mogen en moeten wij samen naar de Here gaan. Wellicht komen er dan alleen wat stamelende gebeden. Laten wij dan beseffen dat de Geest van Christus onze gebeden ondersteunt.
Zo wordt de Heiland groot gemaakt. Of wij nu op aarde leven, of in de hemel ons bestaan hebben – altijd glorieert de God van het verbond.

Bij dat alles is één ding zeker: ons zondige leven sterft langzaam af. En er komt een moment dat de God van hemel en aarde Zijn kinderen meeneemt naar de doorgang van het eeuwige leven.  Dan zal Hij zeggen: “…over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw ​heer”[7].
Dan zijn checks and balances niet meer aan de orde.

Het bovenstaande geschreven hebbende, denk ik aan die zoon die in april 2010 bij het sterfbed van zijn moeder zat. Beiden waren zij kinderen van God.
“Als ik je hier niet meer zie, dan zie ik je boven wel”, zei zij.
“Vast en zeker!”, zei hij vol overtuiging.
Meer woorden waren daar niet nodig. Echt niet.

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 16, antwoord 42.
[2] Philippenzen 1:21-24.
[3] De woorden zijn van Cathy van Beek. In de zorg vervulde zij diverse bestuurlijke functies. Zo was zij vicevoorzitter van de Nederlandse Zorgautoriteit.
[4] Zie https://npvzorg.nl/wp-content/uploads/2016/04/Slapen_of_inslapen_ZORG_maart_2013_01.pdf . Dit betreft het artikel ‘Slapen of inslapen?’ van Ali van Dijk uit maart 2013. Geraadpleegd op zaterdag 25 november 2017.
[5] Philippenzen 1:19 en 20.
[6] Philippenzen 1:25 en 26.
[7] Mattheüs 25:21 b.

9 oktober 2017

Het geslacht dat naar Hem vraagt

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , ,

Deze internetpagina is, zoals bekend, gewijd aan Gereformeerd leven in Nederland.
Aan het leven met de Here, dus.
Aan de bereidheid om zich steeds weer naar de God van het verbond toe te keren.
Aan de gewilligheid waarmee men zich steeds laat hervormen.
Aan het besef dat voor iedere dag geldt: Immanuël – God met ons.

In dat kader vraag ik vandaag graag uw aandacht voor woorden uit Philippenzen 2. Het zijn deze: “Doe alle dingen zonder morren en meningsverschillen, opdat u onberispelijk en oprecht zult zijn, ​kinderen​ van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht, waaronder u schijnt als lichten in de wereld, door vast te houden aan het Woord van het leven”[1].

Wij moeten, merkt Paulus op, ophouden met dat voortdurende mopperen. In de kerk moeten wij het tegenpruttelen stoppen. Meningsverschillen mogen er best wezen. Maar die mogen geen beletsel vormen voor een hartelijke omgang met elkaar.

Als wij dat doen, gaat daarvan een boodschap uit. Onbevangenheid en eenvoud staan tegenover een verkeerd geslacht.
De levensstijl van Gereformeerde mensen verschilt van die van burgers die in deze wereld blijven steken. Trouwe christenen staan dan tegenover goedwillende burgers die hun eigen leven op deze aarde vorm geven.

Het Woord van het leven moet de boventoon voeren. De toepassing van dat Woord moet de hoogste prioriteit hebben. Het is het leven waardoor men eeuwig leven ontvangt. Een heerlijk en vredig bestaan dat nimmer eindigen zal[2].

Dat Evangelie behoort de kerk te verkondigen. En wel aan ieder die het maar horen wil. Aan ieder die het geloven wil.
Ons leven heeft perspectief.
Er zit, om zo te zeggen, muziek in. Hemelse muziek!

Speciaal wil ik uw aandacht vragen voor deze woorden: “​kinderen​ van God, smetteloos te midden van een verkeerd en ontaard geslacht”.

Dat woord ‘geslacht’ heeft vandaag een heel andere connotatie dan vroeger.
Eertijds waren mensen gewoon man en vrouw. Er waren mensen met een homoseksuele geaardheid. Veel meer onderscheid was er niet.

Tegenwoordig is dat anders.
Men spreekt van LGBTQIAP.
Daarmee wil men het volgende aanduiden.
* Lesbisch: vrouwen die op vrouwen vallen
* Gay: mannen die op mannen vallen
* Biseksueel: mensen die vallen op zowel mannen als vrouwen
* Transgender: mannen die zich vrouw voelen, vrouwen die zich man voelen
* Queer: een parapluterm om je af te zetten tegen ‘hokjes-denken’
* Intersekse: mensen met zowel mannelijke als vrouwelijke lichaamskenmerken
* Aseksueel: mensen zonder behoefte aan seks
* Panseksueel: mensen die niet vallen op geslacht, maar op karakter of persoonlijkheid[3].

Hoe komen we daar in de eenentwintigste eeuw opeens bij?
Velen gaan er van uit dat we bevrijd moeten worden. We moeten, zo zeggen heel wat mensen, van de onderdrukking af. Weg met al die kunstmatige levensvormen…, wees uzelf!
Het huwelijk moet u kunnen zonder moeite kunnen beëindigen als u zichzelf daar niet meer in vinden kunt. Trouwens, seks zonder baby’s is tegenwoordig heel goed mogelijk. Baby’s zonder seks? Ook dat kan.
Trouwens, het is ouderwets om te denken dat het huwelijk alles te maken heeft met de liefde tussen man en vrouw. Als u tegen het homohuwelijk bent, stelt u zichzelf feitelijk buiten de democratische orde[4].

Kortom: de noodzakelijkheid van de bevrijding golft door de Westerse maatschappij. Want wij weten zelf heel goed wat het beste voor ons is.

Mét dat al zien heel wat burgers de toekomst donker in. De verdraagzaamheid is weg, zeggen ze. We hebben korte lontjes, zeggen ze. We worden narrig. Tegendraads. Oneerlijk. En zelfs corrupt.
Wat doen we daar tegen?
Philippenzen 2 vertelt het ons. We mogen lichten in de wereld wezen. Lichten in de duisternis. Lichten in een wereld waarin de nacht valt.

Heldere lichten – niet omdat wij zelf zo fel zijn. Maar omdat de Here Jezus Christus, onze Heiland, ons onbesmet maakt. Onberispelijk.
Dat Evangelie behoort de kerk te verkondigen. En wel aan ieder die het maar horen wil[5].

Noten:
[1] Philippenzen 2:14-16 a.
[2] Zie hiervoor ook de webversie van de Studiebijbel; commentaar bij Philippenzen 2:14, 15 en 16 a.
[3] Zie hierover bijvoorbeeld https://nos.nl/op3/artikel/2137145-lgbt-kennen-we-nu-wel-maar-wat-is-lgbtqiap.html ; geraadpleegd op zaterdag 16 september 2017.
[4] Zie: Bart Jan Spruyt, “Zonder huwelijk geen overspel”. In: Puntkomma, bijlage bij het Reformatorisch Dagblad, zaterdag 9 september 2017, p. 15. Ook te vinden via www.digibron.nl .
[5] De titel van dit artikel is ontleend aan Psalm 24:3 (berijmd; Gereformeerd Kerkboek).

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.