gereformeerd leven in nederland

21 juni 2013

Plengoffer

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , ,

Vandaag schrijf ik iets naar aanleiding van het plengoffer.
Toegegeven: dat door mij bedoelde plengoffer is in oorsprong Oudtestamentisch. Maar de betekenis ervan is ook vandaag de moeite van het memoreren alleszins waard. Al was het alleen al vanwege een bekende tekst uit Philippenzen 2: “Maar ook indien ik geplengd word bij de offerande en de eredienst van uw geloof, verblijd ik mij, en ik verblijd mij met u allen. Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij”[1].
Voor iedereen die het niet weet: plengen is een oud woord dat ‘uitstorten, vergieten’ betekent[2].

Het eerste deel van die tekst uit het tweede hoofdstuk van Paulus’ brief aan de christenen in Philippi ziet er tamelijk dramatisch uit. Schrijft Paulus hier over martelaarschap? Verwacht hij dat hij vanwege zijn geloof vermoord zal worden? Het lijkt er wel op. Maar het is niet duidelijk welke dreigende situatie de apostel hier precies op het oog heeft.
Paulus schrijft over een plengoffer. Dat is een offer waarbij drank op de grond uitgegoten wordt[3]. Paulus’ plengoffer is klaarblijkelijk een aanvulling op het offer dat de christenen in Philippi met hun geloof moeten brengen.

Hoe dan ook: Paulus schrikt niet voor de dood terug. En het lijden dat hij nú ondergaat brengt hem ook niet uit zijn evenwicht. Waarom niet? Omdat, door alles heen, Christus glorieert. Het werk van de Redder der wereld gaat door.

Paulus is bereid om zijn leven als plengoffer te geven[4].
Hij schenkt zijn leven voor de Here uit. Hij geeft het leven aan Hem over. Zo erkent de apostel ook dat Jezus Christus de Gever van dat leven is. De hemelse Here geeft aan Paulus alle gaven die nodig zijn om zijn taak op aarde te vervullen.
Het plengoffer – en ook de andere Oudtestamentische offers – zijn in en door Christus vervuld. Hij heeft God helemaal erkend als de Bestuurder van Zijn schepping. Hij heeft Zich volkomen aan God overgegeven. Hij heeft Zijn leven geheel aan Hem toegewijd.
Vroeger moesten de offers steeds herhaald worden. In een schier eindeloze rij werden dieren gedood en geofferd. Wat niemand zag en óverzag, bleek toch waar: Christus’ eenmalige offer reinigde van alle zonden.
Daarom hoeven wij, als het over offer-activiteiten gaat, nimmer in herhaling te vervallen.
Er is slechts één ding dat wij wel elke dag moeten repeteren: wij moeten bescherming en bijstand bij Jezus Christus zoeken.
En dat is precies wat Paulus in Philippenzen 2 doet. Hij zoekt Zijn redding bij Jezus Christus. Iedere dag weer. En de mensen in Philippi moeten dat ook blijven doen. Altijd en overal.

In Philippenzen 2 klinkt een vreugdetoon.
We kunnen er niet omheen: Paulus verblijdt zich “en ik verblijd mij met u allen. Verblijdt gij u evenzo en verblijdt u met mij”.
Nuchtere westerlingen van 2013 zijn geneigd te vragen: is dat nou niet overdreven? Waarom zegt Paulus hier niet gewoon ‘ik ben blij’ – en daarmee uit?
Gaat Paulus uit z’n dak, of zo? Dat is wat! Hebben we als Gereformeerden net geleerd dat evangelische extase niet nodig is… – en dan krijgen we dát. Hebben we als Gereformeerden net begrepen dat we niet leven van handgeklap en gejuich… – en dan moeten we zo nodig permanent blij zijn. Hoe moet dat nu verder?
Laten we ’t niet vergeten: Paulus typeert zijn leven als een plengoffer dat Hij voor de Here brengen wil. Dat offer hoeft niet herhaald te worden. Maar die blijdschap moet elke dag ‘in de herhaling’ blijven.

Dat is een goede les voor godsdienstige Nederlanders van 2013.
Er is één bezigheid die we bijna tot beroep hebben verheven: klagen.
We jeremiëren over de toenemende secularisatie, over het stijgend aantal echtscheidingen, over onze gezondheid, over onze economische vooruitzichten en noem maar op.
En laten we er maar niet omheen draaien: we hebben met z’n allen ook heel vaak redenen om te mopperen. Mensen zeggen wel eens: ‘ik mag niet klagen’. Maar als zij wel mogen klagen, blijken ze heel goed te weten waar ze ’t over willen hebben.
Ware gelovigen laten zich echter nooit door alle problemen beheersen. Want onder alle afval van het leven en onder alle rommel in ons bestaan, zit – als het goed is – de vreugde over de redding die ons door Christus beschoren is.
De apostel hamert ’t er als het ware in: denk om de geloofsblijdschap. Het mag door de gewelven galmen, het is mooi als het opeens even in ons dagelijks leven opduikt: de blijdschap over onze redding, de vreugde over de kerk, het optimisme over de toekomst, de vrolijkheid over ons geloof, de opgetogenheid over het leven met onze Here!

Plengoffers zijn, in zekere zin althans, uit de tijd.
Denken wij wellicht.
Maar dat is een misvatting.
Neem nou de wicca – dat is de moderne hekserij. In het familieblad Terdege stond enkele jaren geleden geschreven: “De goddelijke krachten van het universum sluimeren volgens aanhangers van wicca ook in de mens, maar moeten worden gewekt. Wicca brengt in contact met de god en godin en daarmee de krachten van de kosmos. Die kunnen worden aangewend tot eigen heil en dat van anderen (witte magie). Dit in tegenstelling tot de zwarte magie, die onder meer door satanisten wordt gepraktiseerd” (…) Wicca kent geen heilig boek en geen centrale autoriteit. Elke heks is zijn eigen priester of priesteres. De cyclus van de natuur bepaalt de vieringen: de vier grote jaarfeesten, de oogstfeesten en de maanfeesten. De rituelen (zang, dans, het aanroepen van god en godin, het brengen van plengoffers en het uitspreken van spreuken) worden bij voorkeur in de vrije natuur uitgevoerd”[5].

Ook dáár tegenover moet ons leven een Gode welgevallig plengoffer zijn.
De gaven die wij van Hem krijgen, zetten wij graag in om Hem te dienen.
Laten wij allen zo leven en werken. Iedere dag opnieuw. Tot in lengte van dagen!

Noten:
[1]
Philippenzen 2:17 en 18.
[2] Zie voor de betekenis van het woord ‘plengen’ http://www.encyclo.nl/begrip/plengen en http://gtb.inl.nl/iWDB/search?actie=article&wdb=WNT&id=M054543&lemmodern=plengen .
[3] Zie de webversie van de Studiebijbel.
[4] In het onderstaande gebruik ik onder meer: J.P. Nap, “Offeranden als voorbeelden”. In: Gereformeerd Weekblad (22 december 2006), p. 6-11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012de2a54dc3bc0290c5ef83/offeranden-als-voorbeelden/0 .
[5] Huib de Vries, “Modern heidendom – Joos Holster: ‘Ik bewandel een pad dat puur vanuit mijzelf komt’”. In Terdege (16 november 2005), p. 8-14. Citaten van p. 9 en 11. Ook te vinden op http://www.digibron.nl/search/detail/012f972534d0a9460961b191/modern-heidendom/3 .

Blog op WordPress.com.