gereformeerd leven in nederland

27 maart 2020

Politieke vrijheid

De politieke vrijheid van Gereformeerde mensen staat onder druk.
Die term betekent in dit artikel: de burger is in staat zijn leven zelf in te richten; en ook: de burger mag zijn eigen levensovertuiging hebben, en die ook uitdragen.

Voor de helderheid is het goed om, hierover peinzend, de filosoof Immanuel Kant een ogenblik naar voren te halen.
Citaat: “De Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant (1724-1804) onderscheidde in het begrip ‘vrijheid’ enerzijds natuurlijke of handelsvrijheid, en anderzijds autonomie.
Het eerste begrip, ook wel negatieve vrijheid genoemd, houdt in dat wij vrij zijn te handelen zoals wij willen. De vrijheid mag slechts aan banden worden gelegd in zoverre dat noodzakelijk is om anderen optimale vrijheid te garanderen.
Het tweede begrip, ook wel positieve vrijheid genoemd, houdt in dat wat men wil ook werkelijk in vrijheid en zelfstandigheid kan worden nagestreefd. Het is de vrijheid om het leven zoveel als kan zelf vorm te geven”.
Naast de politieke vrijheid is er natuurlijk ook de godsdienstvrijheid.
In verband daarmee schrijft men: “In de vrijheid van godsdienst mag de overheid grenzen stellen aan onder meer de keuze voor de plaats van eredienst, de kleding die als religieuze uiting wordt gedragen en de wijze waarop kinderen in een bepaald geloof worden grootgebracht. In de vrijheid van omgang met het eigen lichaam -medicijngebruik, drugs, tatoeage, verminking en dergelijke- mag een overheid ingrijpen als het individu niet toerekeningsvatbaar is. In de vrijheid van expressie, zoals bij kunst op openbare plaatsen, mag de overheid grenzen stellen om de openbare orde en zedelijkheid te bewaren”[1].

Hoe dat zij – in 2008 schrijft de Volkskrant nog: “Van alle volken ter wereld hebben Nederlanders de grootste politieke vrijheid. Die kenmerkt zich onder meer door liberale en progressieve wetgeving op het gebied van euthanasie en de kijk op drugs”[2].

Twaalf jaar later, in 2020, staan de zaken toch wat anders. Nee, de politieke vrijheid is niet geheel verdwenen.
Maar u wordt – bijvoorbeeld – wel meewarig aangekeken als u homoseksuele relaties afwijst. Die op Gods Woord gebaseerde opinie levert vaak al zoveel opwinding op dat de mededeling: ‘Mensen met een homoseksuele geaardheid zijn van harte welkom in de kerk’ zomaar in het lawaai verloren gaat.
Soms is de politieke vrijheid niet zo groot meer als die lijkt.

Hierboven gaat het over grenzen. En over overheidsingrijpen. En over liberale en progressieve wetgeving.
Bij dat alles dienen Gereformeerde mensen altijd te blijven bedenken dat de eer van God onbegrensd is. Het is van het grootste belang dat wij voor de eer van God op blijven komen. Godsdienst is, zo menen velen, iets dat achter de voordeur hoort. In het openbare leven moet men zich aanpassen aan de mening van de meerderheid.
Als dat maar vaak genoeg wordt gezegd of gesuggereerd hebben wij de neiging om een beetje in onze schulp te kruipen. In de hoop op betere tijden. In de hoop om een ommekeer.
Laten we het niet vergeten: de eer van God gaat boven alles. En het gebrek aan die eer is een probleem van alle tijden.
Leest u maar mee in Johannes 12: hoewel Hij zoveel tekenen in het bijzijn van de Joden gedaan had “geloofden zij niet in Hem; opdat het woord van de ​profeet​ ​Jesaja​ vervuld werd dat hij gesproken heeft: Heere, wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm van de Heere geopenbaard? Daarom konden zij niet geloven, omdat ​Jesaja​ verder gezegd heeft: Hij heeft hun ogen verblind en hun ​hart​ verhard, opdat zij niet met de ogen zouden zien en met het ​hart​ inzien en zich bekeren en Ik hen zou genezen. Dit zei ​Jesaja​ toen hij Zijn heerlijkheid zag en over Hem sprak. En toch geloofden ook velen van de leiders in Hem, maar vanwege de ​Farizeeën​ beleden zij het niet, opdat zij niet uit de ​synagoge​ geworpen zouden worden. Want zij hadden de eer van de mensen meer lief dan de eer van God”[3].
Jesaja heeft het dus al gezien: een volk dat vrijheid heeft loopt in een ommezien bij God vandaan.
De kerk die midden in de samenleving staat, heeft al gauw de neiging om dat wat te vergoelijken. Wij leven in de eenentwintigste eeuw, nietwaar? En wie de teugels wat laat vieren is niet meteen ongelovig – nee toch? En wij moeten het aardse bestaan met z’n allen leefbaar houden – jazeker.
Hoor, daar roept Iemand!
Ja, het is Jezus Christus Zelf.
In Johannes 12 verkondigt Hij het met stentorstem, luidkeels en zonder omhaal: “Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Míj maar in Hem Die Mij gezonden heeft. En wie Mij ziet, ziet Hem Die Mij gezonden heeft. Ik ben een licht, in de wereld gekomen opdat ieder die in Mij gelooft, niet in de duisternis blijft”[4].

In dat licht kunnen wij een twaalftal karakteristieken van belijdend en geloofwaardig gedrag in de politiek geven. De typeringen stonden in het blad ‘Zicht’ – uitgave van de Guido de Brès Stichting, het wetenschappelijk instituut van de Staatkundig Gereformeerde Partij. Zij werden geformuleerd in het najaar van 1992. Het is, ook vandaag, nog steeds alleszins de moeite waard om die typeringen tot ons door te laten dringen.
“1. Doel van een politiek gemotiveerde activiteit mag nooit de overwinning op de politieke of theologische tegenstander zijn, maar alleen het zoeken naar vrede en verzoening op grond van rechtvaardigheid; dit is een doel dat je ook van al je tegenstanders mag verwachten.
2. Deze verantwoordelijkheid is geen onpartijdige verantwoordelijkheid, die boven de wereld zweeft en zegt dat je je er niet mee moet bemoeien, maar is juist partijdig omdat die altijd voor de onderworpenen en vernederden kiest.
3. Durf rechteloosheid en onrechtvaardigheid bij hun naam te noemen. Ook als dit lastig is en met spanningen gepaard gaat.
4. Bereid afstand te doen van persoonlijke voordelen.
5. Kan al zijn politieke daden vrijwaren van haat. Kan onderscheid maken tussen de persoon en een door hem vertegenwoordigde zaak.
6. Heeft een uitgesproken en duidelijke mening, maar wordt geen fanaticus.
7. Is bereid zijn eigen fouten in te zien en van anderen te leren.
8. Kan tegen teleurstellingen, ook dan als hij herhaaldelijk wordt tegengewerkt, en weerstaat de verzoeking van resignatie (= afstand doen ván, aftreden – BdR) en wanhoop.
9. Is zich ervan bewust dat al het slagen van zijn pogingen van Gods genade afhankelijk is.
10. Houdt de rechten van minderheden in eer.
11. Weet dat hij erg veel tijd moet investeren en elke situatie, elk plan en elke activiteit in het licht van Christus dient te stellen.
12. Ten slotte, diegenen die dit doen, weten dat ze medearbeiders mogen zijn in Gods Koninkrijk”[5].
De politicus die echt christelijke uitgangspunten hanteert, weet dat politieke vrijheid gewaarborgd is.
W
at gebeurt er als die uitgangspunten losgelaten worden? De Britse arts Anthony M. Daniels, die beter bekend is onder zijn pseudoniem Theodore Dalrymple, laat het op zaterdag 7 maart 2020 in het Nederlands Dagblad zien. Hij zegt over de zin van het leven: “Ik zou niet kunnen zeggen welk gedrag zinvol is en welk niet. Er is op dit vlak nog maar weinig houvast voor mensen. Vroeger gaven de kerk en de politiek dat. Van het marxisme kun je van alles vinden, maar mensen hadden wel het gevoel dat ze aan de goede kant van de geschiedenis konden staan. Dat is verdwenen. Je ziet nu een soort balkanisering van ideologie; mensen die fanatiek bezig zijn met een deelonderwerp, zoals identiteit. Transseksualiteit is plots een groot onderwerp, gekomen vanuit het niets. Tien jaar geleden hoorde je er nauwelijks iets over, nu is het een grote beweging. Voor mij past dat bij het zoeken naar het geven van betekenis aan je leven. Klimaatverandering is ook zo’n onderwerp waarmee mensen zin aan hun leven denken te kunnen geven”[6][7].

Laten wij, bij alle politieke vrijheid die er is, samen vooral de christelijke hoop vasthouden. De apostel Paulus schrijft daarover in Romeinen 8: “Want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden. Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de ​kinderen​ van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid van de ​kinderen​ van God”[8].

Noten:
[1] Geciteerd van https://www.amnesty.nl/encyclopedie/vrijheid-en-mensenrechten ; geraadpleegd op maandag 3 maart 2020.
[2] Geciteerd van https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/nederland-kent-hoogste-mate-van-politieke-vrijheid~b392bc24/ ; geciteerd op maandag 23 maart 2020.
[3] Johannes 12:37-43.
[4] Johannes 12:44, 45 en 46.
[5] In: Zicht, 1 oktober 1992, pagina 29 en volgende. Geciteerd via https://www.digibron.nl/ ; geraadpleegd op maandag 23 maart 2020.
[6] NDZeven, bijlage bij het Nederlands Dagblad, zaterdag 7 maart 2020, p. 17.
[7] Meer informatie over Anthony M. Daniels/Theodore Dalrymple is te vinden op https://nl.wikipedia.org/wiki/Theodore_Dalrymple ; geraadpleegd op maandag 23 maart 2020.
[8] Romeinen 8:18-21.

16 januari 2020

De zekerheid van ons bestaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE zal regeren
voor eeuwig en altijd!”.
Dat zingt Mozes in Exodus 15[1].

Die blijde constatering staat in schril contrast met de werkelijkheid van onze samenleving. “Honderdzesentwintig wethouders kwamen in 2019 ten val, hoogste aantal in vijftien jaar”, kopt de NOS op donderdag 9 januari.
En daaronder staat: “Het afgelopen jaar zijn 126 van de 1144 wethouders in Nederland gedwongen om af te treden. Dat is het hoogste aantal in vijftien jaar, blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur. In 2004 vertrokken er 157 personen.
De belangrijkste oorzaak voor het vertrek van de wethouders, is het hoge aantal coalities dat voortijdig klapte. In 26 van de 355 gemeenten gebeurde dat vorig jaar.
Het onderzoek geeft verschillende redenen voor de coalitiebreuken: financiële problemen binnen de gemeente en de noodzaak tot bezuinigingen waren er één. Ook speelde in veel gemeenten mee dat de verhoudingen binnen de coalitie op enig moment verstoord raakten”[2].

Verstoring van verhoudingen, wat komt dat toch veel voor!

De kerk van vandaag dient te laten zien dat het anders kan en anders moet.
Laten wij elkaar wijzen op 2 Petrus 1: “En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde ​liefde​ voor iedereen”[3].
Het begint allemaal met geloof.
En dan is er de deugd. Arete staat er: voortreffelijk, uitmuntend gedrag. Zeg maar even: voorbeeldig.
En de kennis: praktisch inzicht om in het leven van alledag de goede weg te vinden.
En de zelfbeheersing: Petrus bedoelt met name de zelfdiscipline.
En de volharding: standhouden, tegenstand verdragen en toch overeind blijven.
En de godsvrucht: volop vertrouwen op God, in alle omstandigheden van het leven.
En de broederliefde: philadelphia staat er, dat is: de liefde voor de broeders en zusters in het geloof.
En de liefde voor iedereen.

Nee, het lukt niet om dat altijd waar te maken.

Maar dat wil niet zeggen dat we steeds maar met de wereld mee moeten gaan.
Want wat is de sfeer in die wereld? U moet voor uzelf opkomen. U moet uw zin krijgen, want u weet wat het beste is. U moet vooruit in de wereld; hoe het met de mensen om u heen afloopt is van minder belang.
Laten wij beseffen dat wij in dienst zijn; in dienst van de grote God die wonderen doet!

Wie zich dat realiseert, beseft ook wat het doel van zijn leven is.
Het doel in uw leven – daar hebben de mensen tegenwoordig de mond over vol. De zin van het leven ontdekken we, zegt een zoeker, als wij de volgende vragen beantwoorden:
“* Wat vind je het leukst om te doen?
* Wat zijn je unieke talenten?
* Wat gaat je het meest aan het hart?”
Als het een beetje wil, vermeldt men er geruststellend bij: “je levensdoel blijft veranderen”[4]. Want stilstand is achteruitgang – dat begrijpt u.
Een andere speurder maakt er dit van:
“1. Het doel van je leven is gelukkig te zijn.
2. Het doel van je leven is te groeien.
3. Het doel van je leven is relaties aan te gaan.
4. Het doel van je leven is iets bij te dragen.
5. Het doel van je leven is je passie te volgen.
6. Het doel van je leven is vrij te zijn – en te genieten van je vrijheid
en het belangrijkste doel:
7. Het doel van je leven is wat je er zelf voor betekenis aan geeft”[5].
U begrijpt: afhankelijkheid is een ramp.
Een andere denker formuleert:
“1. Ga het avontuur aan
2. Kies elke 10 seconden hoe je je leven wilt leiden.
3. Verander je kijk op het leven”[6].
U begrijpt: elke tien seconden kiezen – dat is een drukte van belang!
Petrus wijst een andere kant op: “Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ betreft”[7].
Kijk, de verbinding aan de Heilanddat is het doel van ons leven. Het is die verbinding die concreet wordt gemaakt in het geloof, in de broederliefde en in alles wat daar in 2 Petrus 1 tussen zit.

Kunnen we op deze manier het terugtreden van wethouders voorkomen?
Nee, dat kan niet.
Maar wij kunnen op deze manier wel laten zien dat ons leven onlosmakelijk aan de Redder van het bestaan verbonden is.

Die Redder geeft vastigheid aan ons leven!
Daarom kunnen we instemmen met Psalm 146:
“’t Is de HEER van alle heren
Sions Koning, groot in macht,
die voor eeuwig zal regeren
tot het laatste nageslacht.
Sion, zing uw God ter eer.
Halleluja, loof de HEER”[8].

Noten:
[1] Exodus 15:18.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2317867-126-wethouders-kwamen-in-2019-ten-val-hoogste-aantal-in-vijftien-jaar.html ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[3] 2 Petrus 1:5, 6 en 7.
[4] Zie https://sochicken.nl/ontdek-het-doel-van-jouw-leven-3-stappen ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[5] Zie https://www.newstart.nl/blog/het-doel-van-je-leven-is-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[6] Zie https://www.happinez.nl/groei/stop-met-streven-naar-je-ultieme-levensdoel-want-het-echte-leven-raast-aan-je-voorbij/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[7] 2 Petrus 1:8.
[8] Psalm 146:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986

25 maart 2019

Hoeksteen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Nederland staan we naast elkaar; niet tegenover elkaar.
Misschien is het u wel opgevallen dat de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, de VVD, de eerste zin van dit artikel de laatste tijd gebruikt. In de campagne voor de jongstleden gehouden verkiezingen voor Provinciale Staten kwam dat statement met een zekere regelmaat langs.
Trouwens – u weet vast wel dat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, reeds jarenlang pleit voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, voor burgerschap en voor rechtvaardigheid[1].

Nu oogt die VVD-slogan best sympathiek.
En het aloude motto van het CDA is, op zichzelf genomen, ook zo gek nog niet.
Maar kunnen we ermee vooruit?
In het onderstaande zal dat blijken.

Het Schriftuurlijke uitgangspunt van dit artikel ligt in Handelingen 4. En wel bij de volgende woorden: “Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de ​hoeksteen​ geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[2].

Dat zeggen Petrus en Johannes als zij in Handelingen 4 voor het Sanhedrin staan. Het Sanhedrin – dat is het Joodse gerechtshof. De discipelen moeten zich voor de rechter verantwoorden.

Jezus’ leerlingen durven wel! ‘U hebt Jezus als een verachtelijk stuk vuil weggezet. Maar God maakte Hem de hoeksteen. De hoeksteen van de hemelse samenleving, wel te verstaan. Want alleen door Hem worden mensen zalig!’.
In Handelingen 4 klagen de beklaagden de rechters aan. Ongehoord eigenlijk!

Een hoeksteen – wat is dat precies?

Peter A. Slagter, voorganger in evangelische kringen, schrijft: “Een hoeksteen verbindt twee haaks op elkaar staande muren met elkaar. Bij oude bouwwerken werden dikwijls de afmetingen bepaald door eerst de zware, natuurstenen hoekblokken te plaatsen. Daartussen werd dan vaak van minder kostbaar materiaal, het eigenlijke muurwerk aangebracht. Bovenaan plaatste men soms opnieuw grotere hoekblokken. Later werden ook wel de hoeken van een gebouw over de volle hoogte door hoekblokken geaccentueerd”.
En even verder: “De onderste hoeksteen heeft te maken met het fundament, met de omvang en de vastheid van het bouwwerk. De bovenste hoeksteen echter, heeft te maken met de afronding, de voltooiing van het gebouw”[3][4].
Jezus Christus is, om zo te zeggen:
* de fundamentsteen waarop de kerk rust
* de hoogste gevelsteen die de kap van de kerk tot een echte en hechte eenheid maakt.

De predikant C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond, noteert onder meer: “Bij de Kanaänieten die vóór Israël het land Palestina bezaten, schijnt het leggen van een hoeksteen een hoogst gewijde en indrukwekkende ceremonie geweest te zijn. Onder zo’n belangrijke steen van tempels of andere grote gebouwen werden lichamen van kinderen of oudere personen gelegd, waardoor het bouwwerk door zo’n menselijk offer gewijd werd. Dit was een van de vele afschuwelijke riten en praktijken bij inwijding van een huis/ gebouw die Israël moest uitroeien”[5].

In Job 38 vraagt de Here aan Job: waarop zijn de pijlers van de aarde neergezet? “Of wie heeft haar ​hoeksteen​ gelegd”?[6]. De stabiliteit van de aarde en van heel de schepping is gegarandeerd!

Jesaja profeteert in Jesaja 28 over de Messias: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is”[7].
Het is duidelijk: de leiders van Israël en de ambtsdragers in de kerk moeten vooral niet teveel op zichzelf vertrouwen. Het fundament van Sion, de kerkstad, is onwrikbaar. Het ligt vast!

In Jeremia 51 wordt zonder omwegen verklaard dat hoekstenen niet bij Gods tegenstanders vandaan kunnen komen: “Zij zullen uit u (dat is Babel) geen steen halen voor een hoek of een steen voor fundamenten, want u zult eeuwige woestenijen worden, spreekt de HEERE”[8].

In Zacharia 4 staat te lezen: “Wie bent u, grote berg? Voor de ogen van ​Zerubbabel​ zult u een vlakte worden. Hij zal de sluitsteen aandragen onder luid geroep: ​Genade, ​genade​ zij hem!”[9].
Zacharia profeteert:
* Zerubbabel is aan de herbouw van de tempel begonnen
* Hij zal ook de sluitsteen leggen
Als dat gebeurd is, zullen de mensen beseffen dat Zacharia’s profetische woorden niet voortkomen uit een persoonlijke drive; hij spreekt woorden van God.

Het bovenstaande zet één ding volop in het licht: de kerkleiders uit Handelingen 4 hadden heel goed kunnen weten hoe de zaken er vóór stonden. Want dat woord ‘hoeksteen’ was heel bekend!

Het is belangrijk om te constateren dat de hoeksteen ook anno Domini 2019 nog veel betekenis heeft.

En dat niet alleen omdat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, de ‘hoeksteen’ weer van stal gehaald heeft.
En ook niet omdat de VVD ervoor ijvert dat wij ons in de samenleving naast elkander opstellen, en niet tegenover elkaar.

De hoeksteen van Handelingen 4 moeten wij ook vandaag duidelijk zien zitten.
Als fundament van de kerk.
En als kap van de kerk.
De Heiland is de Samenbinder in de kerk.
En uiteindelijk is alleen Hij Degene die het cement van de samenleving wezen kan.
Vorige week maandag is het te Utrecht weer duidelijk geworden wat er gebeurt als een mens slechts op afgoden of op zichzelf gericht is. Als mensen gaan navelstaren dan wel naar elkaar gaan kijken, moeten we niet verbaasd opkijken als dergelijke dingen zich voordoen.

Wij behoren de blik omhoog te richten.
Om met Paulus in Efeziërs 2 te spreken: “Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

Ziet u de hoeksteen nog wel zitten?

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/achtergrond/2016/10/hoe-het-cda-wil-breken-met-de-oppervlakkigheid-379997/ ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[2] Handelingen 4:11 en 12.
[3] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/341/de-kostbare-hoeksteen ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[4] Zie over Peter A. Slagter onder meer https://www.morgenrood.nl/over-ons ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[5] Geciteerd via http://dsdenboer.refoweb.nl/voordrachten/Het%20bijbelse%20kernwoord%20hoeksteen.doc ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[6] Job 38:6 b.
[7] Jesaja 28:16.
[8] Jeremia 51:26.
[9] Zacharia 4:7.
[10] Efeziërs 2:18-22.

27 juni 2018

Verdeeldheid

Over kerkelijke verdeeldheid kunnen we in Nederland vandaag wel meepraten. Alle christenen zitten lang niet allemaal in één kerk. Dat weten we allemaal. En eigenlijk is dat heel verdrietig.

Maar in de kerk te Corinthe komt het ook al voor[1].
Het is dus geen zaak van vandaag of gisteren.

In 1 Corinthiërs 1 lezen we: “Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen”[2].
De gemeente moet vast aaneengesloten zijn.
De kerkleden moeten vlakbij elkaar gaan staan. Het moet duidelijk zijn dat zij bij elkaar horen. Preciezer: het moet helder zijn dat ze door God bij elkaar gebracht zijn. De kerkleden zijn aan Jezus Christus verbonden.
De kerk heet het lichaam van Christus. Zo sterk is de kerk met Hem verbonden. De kerk is daar waar Hij werkt. Dat is logisch. In de regel komen we geen losliggende armen en benen tegen. Als er iets luguber is, dan is het dat wel. Daarom: de kerk is aan Jezus Christus verbonden. En dat verandert niet!

In 1 Corinthiërs 12 schrijft Paulus: “God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen. En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee. Samen bent u namelijk het lichaam van ​Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden”[3].

De kerk is niet vergelijkbaar met een broodje van de bakker.
Zo’n broodje eet je op. De volgende dag ga je opnieuw naar de winkel.
Soms lijkt het wel alsof mensen makkelijk van kerk wisselen. Opeens zijn zij verdwenen. Jaren heb je met elkaar opgetrokken. En daarna zijn ze weg. De deur uit. Je ziet hen, als het tegenzit, nooit meer terug.
Zo zou dat zeker niet moeten gaan.

Dat wordt ook wel duidelijk als we Handelingen 5 ernaast leggen: “En er gebeurden door de handen van de ​apostelen​ veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang van ​Salomo. En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen. En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen”[4].
Wat betekent dat?
Joden die geen geloof hechten aan het evangelie van Jezus Christus zijn wellicht bang voor de reactie van de kerkleiders: worden ze opgepakt als ze zich reformeren?
Trouwens – Ananias en Saffira zijn zojuist door de Here met de dood gestraft, omdat ze de discipelen hebben bedrogen[5]. Dat verhaal gaat in de omgeving ongetwijfeld als een lopend vuurtje rond. De omstanders realiseren zich: als je kerklid wordt, hoort daar een christelijke levensstijl bij.

Terug naar 2018.
In de huidige samenleving is er niet alleen verdeeldheid op het kerkelijke terrein.

Een voorbeeld.
Half juni werd in de media gemeld: “Het aantal wethouders is de afgelopen jaren flink gestegen. Sinds 2010 nam het aantal gemeentebestuurders met zo’n 10 procent toe, meldt het AD op basis van onderzoek naar de 294 gemeenten waar de coalities rond zijn.
De toename komt vooral door politieke versplintering. Coalities bestaan uit steeds meer partijen en om al die partijen tevreden te houden, worden meer wethoudersposten ingesteld. Zo nam bijvoorbeeld in Barendrecht het aantal coalitiepartijen sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen toe van drie naar zes en het aantal wethouders groeide mede daardoor van vier naar zes”[6].
Er is dus, behalve verdeeldheid in de kerk, ook sprake van versplintering in politiek en maatschappij.

We kunnen zeggen: kerkelijke verdeeldheid past in de maatschappelijke trend; dat geeft echter tegelijk aan hoezeer de kerk verwereldlijkt is. Christenen leveren, over het algemeen genomen, het Evangelie in en passen de boodschap aan bij de sfeer in de omgeving. Zou dat een oordeel van God kunnen zijn?

Dit overpeinsd hebbende, moeten we ook bedenken dat in het bovenstaande een oproep zit. Namelijk deze: kinderen van God moeten weer hecht aaneengesmeed worden. Zij moeten leren hun eigen wil opzij te zetten en terug te gaan naar het Woord Gods. Dat Woord is de enige echte basis waarop eenheid tot stand kan worden gebracht.

In een wereld als de onze moeten we ons erin trainen om in de kerk blijmoedig en barmhartig voor elkaar te blijven zorgen. Dat is geheel in lijn met 1 Corinthiërs 12: “God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen”[7].
Als we in alle rust voor elkaar blijven zorgen zal het aantal geschillen vast en zeker afnemen.

Noten:
[1] In dit artikel neem ik mijn uitgangspunt in het Bijbelboek 1 Corinthiërs. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[2] 1 Corinthiërs 1:10.
[3] 1 Corinthiërs 12:24 b-27.
[4] Handelingen 5:12, 13 en 14.
[5] In Handelingen 5:1, 2 en 3 staat het bedrog genoteerd: “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de ​apostelen. En ​Petrus​ zei: Ananias, waarom heeft de ​satan​ uw ​hart​ vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de ​Heilige​ Geest​ en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond?”. Zowel Ananias en Saffira komen ter plaatse om!
[6] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2236585-aantal-wethouders-gestegen-nog-altijd-is-70-procent-man.html ; geraadpleegd op vrijdag 15 juni 2018.
[7] 1 Corinthiërs 12:24 en 25.

3 augustus 2017

Soli Deo Gloria

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Geachte lezer, laat ik u van te voren waarschuwen: dit artikel draagt een wat bijzonder karakter.
Het is vandaag namelijk een bijzondere dag.
Mijn vader, H.P. de Roos, is vandaag – donderdag 3 augustus 2017 – 90 jaar geworden.

Is dit een artikel van het type ‘wat is H.P. een geweldige man’?
Nee. Dat wordt het ook niet.
Het is een artikel waarin eerst en vooral de Here geprezen wordt.

Eertijds heeft mijn vader, gesterkt en gestuurd door Gods Heilige Geest, in het Gereformeerde kerkelijk leven namelijk veel werk kunnen doen.
Er waren trouwens heel wat Gereformeerde kerkmensen die er, om zo te zeggen, in de avonduren nog een paar vrijwilligersbanen naast hadden. En achteraf denk je wel eens: wat moeten die mensen het enorm druk gehad hebben!
Maar laten we daarbij ook de echtgenotes niet vergeten. Een stabiel thuisfront is in die daverende drukte van het grootste belang. Voor die stabiliteit zorgden de vrouwen/moeders. Ja, ik kan daar zelf over meepraten!
Natuurlijk, in die eerste decennia na de Vrijmaking in 1944 ontspoorde er het een en ander. Maar er was ook veel goeds. Er werd nogal wat opgebouwd. Wij moeten het, denk ik, zo zeggen: er was, over het algemeen genomen, sprake van doorgaande reformatie.
Laten we dat vooral nooit miskennen.
En laten we maar ronduit zeggen dat er, door bidden en werken, in de toenmalige Gereformeerde kerk veel arbeid verzet is. De God van hemel en aarde gaf daar de krachten voor.
Niet voor niets staat boven dit artikel: Soli Deo Gloria. Alleen aan God de eer!

Nee, het leven van H.P. was heus geen aaneenschakeling van hoogtepunten[1].
In het gewone leven was er simpelweg studie, werk en zo nu en dan vakantie.
In het Gereformeerd gezinsblad dat op woensdag 25 februari 1959 verschijnt, staat de volgende kleine advertentie: “Vakantieverblijf gezocht door jong echtp. z.k. Liefst Twente of Achterhoek. H. P. de Roos, 1e Hunzestr. 7 a, Groningen”.
Helaas, ik kan u niet vertellen of het vinden van een dergelijk verblijf indertijd gelukt is.

Er is kerkenraadswerk.
Op maandag 27 mei 1963 staan in het Gereformeerd Gezinsblad adressen van de Gereformeerde Kerk Groningen-Zuid:
“Voor correspondentie: J. Modderman, Steentilstraat 27 a, Groningen, tel. (05900) 34221.
Voor notulen. Sub-scriba: H.P. de Roos, Rembrandt van Rijnstraat 198, Groningen, tel. (05900) 31992”.
Voor een goed begrip: de hierboven genoemde correspondentiescriba is mijn grootvader van moeders kant.

Veel, heel veel spreukbeurten verzorgt mijn vader voor het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond.
Dat GMV is in die tijd een bijzondere vakbond: werkgevers en werknemers zijn in één verbond verenigd.
Mijn vader spreekt daar tijdens allerlei vergaderingen, niet zelden in de avond.
Op woensdag 26 oktober 1960 spreekt hij in Ten Post over Christelijk kapitalisme.
Op vrijdag 22 januari 1971 is hij te Middelstum om daar te spreken over welvaart en welzijn.
In november 1973 wordt in het Friese Damwoude-Driesum de plaatselijke GMV-afdeling opnieuw opgericht. Mijn vader houdt tijdens die vergadering een referaat onder de titel ‘Klassenstrijd, klassiek en modern’.
Tijdens het jeugdcongres dat het GMV eind december 1973 te Nunspeet organiseert spreekt hij over ‘Wieg en weg der vakbeweging’.
Op zaterdag 16 oktober 1976 refereert hij in Zwolle voor de sectie Gemeente- en Provinciepersoneel van het GMV onder de titel ‘Bevoegde bestuurders en machtige ambtenaren’.
Het zijn maar vijf voorbeelden. Maar één ding is zeker: er zijn in het kerkelijk seizoen heel wat uren waarin mijn vader voor het GMV op pad is!
Hij wordt lid van het (landelijk) verbondsbestuur en treedt er op als bibliothecaris en tweede voorzitter.

Met enige regelmaat staat mijn vader op een kieslijst van het Gereformeerd Politiek Verbond voor de gemeenteraad van Groningen.
In 1966 komt mijn vader als negende op de G.P.V.-lijst.
In 1970 staat hij op nummer 6.
Overigens zal hij nimmer lid van een gemeenteraad worden.
Er ligt een andere politieke functie in het verschiet. Van 1974 tot 1991 is mijn vader voor het G.P.V. lid van Provinciale Staten van Groningen. Op vrijdag 24 mei 1991 neemt hij, na 17 jaar Statenlidmaatschap, tijdens een receptie in de stad-Groningse Morgensterkerk afscheid. Dan is hij 63 jaar.

Is het overigens niet wonderlijk dat juist in diezelfde tijd het eerste nummer van Reformanda verschijnt?
Jarenlang zal mijn vader nog als medewerker aan die voorloper van het landelijk kerkblad De Bazuin verbonden zijn. Na zijn maatschappelijke en politieke loopbaan blijkt hij in de kerk nog lang niet uitgediend![2]

Graag keer ik nog even terug naar de politiek.
Op zaterdag 19 en zondag 20 mei 1973 wordt te Roden het G.P.J.C.-weekendkamp gehouden. Voor de niet-kenners onder ons: G.P.J.C. staat voor Gereformeerde Politieke Jeugdstudieclub. Mijn vader voert tijdens dat weekendkamp het woord over ‘De invloed van de vakbeweging op het regeringsbeleid’.
De politiek heeft eigenlijk altijd de belangstelling van mijn vader gehad. En steeds is zijn insteek om in de dagelijkse praktijk Schriftuurlijke principes in het licht te stellen. Eerlijkheid en integriteit staan bij mijn vader hoog in het vaandel. ‘Lekkende’ ministers en ministeries? – hij moet er niets van hebben. Aan ballonnenbeleid heeft hij immer een grondige hekel gehad: het oplaten van proefballonnetjes teneinde te zien of er voor voorgenomen beleid voldoende draagvlak was. Eertijds riep hij met een zekere regelmaat op tot “duidelijkheid, zekerheid, een vast beleid, vrij van loslippigheid”.

We zouden kunnen zeggen dat mijn vader een tamelijk gewone huisvader was en is. Een man en vader met een vrouw en kinderen. In onze wereld zijn er daar nog veel meer van.
Ook na het overlijden van zijn vrouw en mijn moeder, in april 2010, blijft hij nog een beetje aan het werk. Iedere dag schrijft hij nog ‘Dagelijks Brood’; een Bijbels dagboek dat per e-mail verspreid wordt.
Kortom: H.P. is een gewone, gelovige man; een kerkmens die, gedreven door Gods Heilige Geest, zijn verantwoordelijkheid in kerk en maatschappij genomen heeft.

Nu hoor ik u protesteren: H.P. deed heel veel en kon heel veel. En hij schrijft nog altijd.
Dat is waar. Maar zonder twijfel zou hij de eerste zijn om op dit punt een correctie aan te brengen. Want de God van het verbond had en heeft hem met vele gaven gesierd.
In die zin is mijn vader een voorbeeld voor anderen. Zijn leven is één oproep die decennia lang klinken mag: maak optimaal gebruik van de gaven die Hij geeft, en gebruik de kansen die Hij je aanbiedt.
Dat zal hieronder nog geïllustreerd worden.

Onder de titel “Arbeid als ambtsdienst” schrijft hij in juli 1967 in het Nederlands Dagblad dat wij deel hebben aan alle schatten en gaven van onze Overwinnaar, ook in onze dagelijkse arbeid. H.P. noteert het volgende.
“Grote woorden? Wie minder accepteert, miskent de grootheid en de genade van onze Heer Jezus Christus. We mogen niet minder willen, niet ‘bescheidener’ zijn. Is dat hoogmoed? Het zou zo zijn, wanneer we dit uit onszelf zouden zijn. Maar ook ootmoed kent wijde panorama’s. Want het ootmoedig uitoefenen van ons ambt in onze dagelijkse arbeid midden in de stad van deze wereld, Babylon, doet ons bouwen aan en brengt ons tenslotte in de tempelstad, de kerkstad van de nieuwe wereld, Jeruzalem”.

De gedachte dat beroepsarbeid feitelijk dagelijkse ambtsdienst is, houdt H.P. veel vaker bezig.
Dat blijkt ook in een artikel van zijn hand, dat op woensdag 8 september 1971 in het Nederlands Dagblad verschijnt. Het is getooid met de titel: “Adeldom in de arbeid”.
Mijn vader schrijft: “Maar het gebrek aan erkenning van de opdracht Gods in de samenleving zal (…) averechts werken. Het is de moeite in een maatschappij die klaar moet komen voor de machtsovername door de mens der wetteloosheid, om het christenambt te bedienen in woord en werk om zo diezelfde maatschappij te doorzuren met het Koninkrijk Gods dat is en komt.
Maar wanneer de gelovige in zijn arbeid deze adeldom waar maakt, dan komt dat Koninkrijk Gods mede door hem. Het rijpen van de wereld der zonde gaat daarbuiten om, maar zal ten slotte evenzeer ten dienste staan aan de volmaking van de ere Gods”.

Intussen zijn wij met die laatste woorden terug bij het levensdoel dat mijn vader in zijn leven heeft, en dat hij de mensen in zijn omgeving altijd heeft voorgehouden.
Aan God alleen de eer!
Soli Deo Gloria!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik gebruik van www.delpher.nl . Dat is een verzameling van miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften. De teksten komen uit de collecties van diverse wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen. De ontwikkeling en het beheer van die verzameling is in handen van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.
Ik maak veelal gebruik van oude nummers van het Gereformeerd Gezinsblad, later het Nederlands Dagblad.
[2] De Bazuin is het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK).

17 maart 2017

Politiek panorama

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

En? Bent u blij dat de Partij voor de Vrijheid bij de Tweede Kamerverkiezingen-2017 niet de grootste geworden is?
Het populisme is niet doorgebroken, zeggen de mensen opgelucht. Veel stemmers hebben, met andere woorden, begrepen dat maatschappelijke problemen niet altijd snel en eenvoudig kunnen worden opgelost[1].
Regeringsleiders in Europa herademen en gaan weer over tot de orde van de dag.
Gereformeerde mensen in Nederland mogen, dunkt mij, ook best een beetje blij wezen.

Op het televisiescherm zagen wij de rijen kiezers die op hun beurt stonden te wachten. Dat dat allemaal in Nederland mogelijk is mag een zegen heten. Een zegen van God! Alle burgers van Nederland krijgen de gelegenheid om hun politieke keuze kenbaar te maken. En er is niemand die zegt dat u iets verkeerds doet.
Laten wij maar eerlijk wezen: in heel veel landen is dat anders. Er zijn sommige regeringsleiders die allerlei karikaturen en leugens de wereld in helpen. De huidige Turkse president Erdogan bijvoorbeeld.
Dat de kerk in Nederland nog zoveel ruimte krijgt is een wonder van God. Laten wij dat maar zonder omwegen vaststellen. En laten wij de Here maar bidden dat die bewegingsvrijheid er blijven zal.

De VVD wordt de grootste partij met drieëndertig zetels, zij het dat ze een achttal zetels in moet leveren.
De PVV krijgt er vijf zetels bij, en komt uit op twintig.
De PvdA krijgt een genadeklap. Van de achtendertig zetels blijven er slechts negen over.
De Volkskrant schrijft: “..de duikeling in de volksgunst dateert al van het begin van de kabinetsperiode en kan Asscher niet speciaal worden aangerekend. Na Samsoms linkse campagne tegen ‘rechts rotbeleid’ in 2012, bekeerde de partij zich onder dezelfde Samsom subiet tot de vrije markt en de begrotingsdiscipline. Die U-bocht heeft de kiezer de PvdA nooit vergeven. Wat resteerde voor de progressieve herkenbaarheid waren schaduwgevechten met de VVD over kinderpardon en bed-bad-brood. Dat was leuk voor GroenLinks, en daar zijn de linkse kiezers dan ook uitgekomen”[2].

D66 krijgt, zoals het er nu uitziet, negentien zetels.
Dat is, wat mij betreft, zorgelijk.
We kennen D66 als de partij achter de uitbreiding van de koopzondagen. Indertijd zei D66-er Verhoeven: “De kern van ons voorstel is simpelheid. Die simpelheid haal je weg door weer allerlei belangen zoals zondagsrust, winkelpersoneel en kleine winkeliers erbij te gaan halen”[3]. Houdt het simpel, streep de zondagsrust weg als dat zo uitkomt; dat is het motto.
We kennen D66 als de partij die er naar streeft om 75-plussers de mogelijkheid te bieden uit het leven te stappen. Voordat wij ’t weten komen ouderen onder druk komen te staan om een eind te laten maken aan hun leven. De maatschappij moet ontlast worden, nietwaar?
De voorgaande dingen illustreren reeds voor een deel waarom ik over de winst van D66 enige zorg heb.
Daarbij komt dat D66 een heel beschaafde partij lijkt. Mensen als de heer Pechtold en de dames Dijkstra en Bergkamp zien er in de regel keurig uit. D66-ers zijn aardige mensen, heus waar. Maar juist vanwege de discrepantie tussen die nette uitstraling en de politieke maatregelen acht ik D66 een vermetele partij. Onaangenamer dan de PVV, eigenlijk. Want de PVV is helder. Je weet wat je eraan hebt. Gereformeerde mensen weten dat zij niet bij de PVV moeten wezen. Daarentegen is D66 netjes doch dubieus.
Als D66 mee gaat regeren is het voor christenen zaak om te waken!

VVD en D66 hebben gemeen dat zij allebei een zekere vrijheid voor ogen hebben. Die visie weerspiegelt de levenshouding van heel wat Nederlanders: u moet uw eigen leven vorm geven, en voor uzelf opkomen; marktwerking is een groot goed. Dat daarbij de zwaksten in het gedrang komen lijkt soms niet meer dan een vervelend bij-effect.
Gelet op deze stand van zaken is er voor de kerk in de komende jaren veel werk aan de winkel. Er moet, misschien nog wel zorgvuldiger als voorheen, gelet worden op de armen, op de zieken en op mensen met een beperking. De hulpbehoevenden en kwetsbaren zullen hulp nodig hebben. Het is onder meer aan de kerk om hen die te geven.

Intussen is de politieke versplintering pijnlijk zichtbaar.
De commentator van het Nederlands Dagblad schreef: “Nederland is gefragmenteerder dan ooit. We krijgen een veelkleurig kabinet, en de oppositie in de Kamer is een nog bonter dweilorkest. Dat belooft politiek boeiende jaren, met debatten die niet meer door één provocateur worden verlamd. Het intimiderende ‘Wilders-wordt-de-grootste’ effect is weggeëbd; de rest hoeft niet meer stoer te doen om hem te overtroeven”[4].
Wat mij betreft klinkt dat te technisch. Zeker, het is allemaal waar. Maar het moet kerkmensen er niet zozeer om gaan dat politiek boeiend blijft, maar dat de Here God wordt gediend.
Niet voor niets belijden wij in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat onze goede God om de verdorvenheid van het menselijk geslacht geboden heeft, dat er koningen, vorsten en overheden zullen zijn. Hij wil namelijk dat de wereld geregeerd wordt door wetten en staatsregelingen, zodat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles in goede orde onder hen toegaat”[5]. Daarbij wordt dan verwezen naar dat bekende woord uit Richteren 21: “In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen”[6].

Terecht schrijft het Reformatorisch Dagblad: “Nederland is vanmorgen wakker geworden in een rechts land”, schrijft Trouw donderdag. Best, maar dat is niet waar het een christen om te doen is”[7].

Alles zou in ons land in goede orde moeten toegaan, zo lezen wij hierboven.
Op dat terrein is er nog veel te doen.
De onderlinge sfeer tussen burgers is niet zelden gespannen. Bitter. Grimmig en kortaf. Barbaars en ietwat boosaardig. Met de tolerantie valt het in dit land momenteel vaak tegen. En wat kan daaraan worden gedaan?
Misschien voelen wij ons in het momentele politieke landschap wat verloren en machteloos. Laten wij dan 2 Petrus 2 lezen. Want dan is er troost. Leest u maar mee: “…als God de rechtvaardige Lot, die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen, verlost heeft
(want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden) –
dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden.
In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren”[8].

De God van het verbond, onze God, heeft de macht. Ook op vrijdag 17 maart 2017. En ver daarna. Ja, tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Zie de omschrijving op http://www.encyclo.nl/begrip/populisme ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[2] Zie http://www.volkskrant.nl/4474847 ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[3] “Geen normen opleggen rond koopzondag”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 23 oktober 2012, p. 1.
[4] “Rutte III”. Commentaar van Sjirk Kuijper in: Nederlands Dagblad, donderdag 16 maart 2017, p. 3.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 36.
[6] Richteren 21:25.
[7] Geciteerd van http://www.rd.nl/opinie/verkiezingen-hoogtij-in-den-haag-én-op-de-redactie-1.1383911 ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[8] 2 Petrus 2:7-10.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.