gereformeerd leven in nederland

16 januari 2020

De zekerheid van ons bestaan

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

“De HEERE zal regeren
voor eeuwig en altijd!”.
Dat zingt Mozes in Exodus 15[1].

Die blijde constatering staat in schril contrast met de werkelijkheid van onze samenleving. “Honderdzesentwintig wethouders kwamen in 2019 ten val, hoogste aantal in vijftien jaar”, kopt de NOS op donderdag 9 januari.
En daaronder staat: “Het afgelopen jaar zijn 126 van de 1144 wethouders in Nederland gedwongen om af te treden. Dat is het hoogste aantal in vijftien jaar, blijkt uit onderzoek uitgevoerd in opdracht van het blad Binnenlands Bestuur. In 2004 vertrokken er 157 personen.
De belangrijkste oorzaak voor het vertrek van de wethouders, is het hoge aantal coalities dat voortijdig klapte. In 26 van de 355 gemeenten gebeurde dat vorig jaar.
Het onderzoek geeft verschillende redenen voor de coalitiebreuken: financiële problemen binnen de gemeente en de noodzaak tot bezuinigingen waren er één. Ook speelde in veel gemeenten mee dat de verhoudingen binnen de coalitie op enig moment verstoord raakten”[2].

Verstoring van verhoudingen, wat komt dat toch veel voor!

De kerk van vandaag dient te laten zien dat het anders kan en anders moet.
Laten wij elkaar wijzen op 2 Petrus 1: “En daarom moet u zich er met alle inzet op toeleggen om aan uw geloof deugd toe te voegen, aan de deugd kennis, aan de kennis zelfbeheersing, aan de zelfbeheersing volharding, aan de volharding godsvrucht, aan de godsvrucht broederliefde en aan de broederliefde ​liefde​ voor iedereen”[3].
Het begint allemaal met geloof.
En dan is er de deugd. Arete staat er: voortreffelijk, uitmuntend gedrag. Zeg maar even: voorbeeldig.
En de kennis: praktisch inzicht om in het leven van alledag de goede weg te vinden.
En de zelfbeheersing: Petrus bedoelt met name de zelfdiscipline.
En de volharding: standhouden, tegenstand verdragen en toch overeind blijven.
En de godsvrucht: volop vertrouwen op God, in alle omstandigheden van het leven.
En de broederliefde: philadelphia staat er, dat is: de liefde voor de broeders en zusters in het geloof.
En de liefde voor iedereen.

Nee, het lukt niet om dat altijd waar te maken.

Maar dat wil niet zeggen dat we steeds maar met de wereld mee moeten gaan.
Want wat is de sfeer in die wereld? U moet voor uzelf opkomen. U moet uw zin krijgen, want u weet wat het beste is. U moet vooruit in de wereld; hoe het met de mensen om u heen afloopt is van minder belang.
Laten wij beseffen dat wij in dienst zijn; in dienst van de grote God die wonderen doet!

Wie zich dat realiseert, beseft ook wat het doel van zijn leven is.
Het doel in uw leven – daar hebben de mensen tegenwoordig de mond over vol. De zin van het leven ontdekken we, zegt een zoeker, als wij de volgende vragen beantwoorden:
“* Wat vind je het leukst om te doen?
* Wat zijn je unieke talenten?
* Wat gaat je het meest aan het hart?”
Als het een beetje wil, vermeldt men er geruststellend bij: “je levensdoel blijft veranderen”[4]. Want stilstand is achteruitgang – dat begrijpt u.
Een andere speurder maakt er dit van:
“1. Het doel van je leven is gelukkig te zijn.
2. Het doel van je leven is te groeien.
3. Het doel van je leven is relaties aan te gaan.
4. Het doel van je leven is iets bij te dragen.
5. Het doel van je leven is je passie te volgen.
6. Het doel van je leven is vrij te zijn – en te genieten van je vrijheid
en het belangrijkste doel:
7. Het doel van je leven is wat je er zelf voor betekenis aan geeft”[5].
U begrijpt: afhankelijkheid is een ramp.
Een andere denker formuleert:
“1. Ga het avontuur aan
2. Kies elke 10 seconden hoe je je leven wilt leiden.
3. Verander je kijk op het leven”[6].
U begrijpt: elke tien seconden kiezen – dat is een drukte van belang!
Petrus wijst een andere kant op: “Want als deze dingen bij u aanwezig zijn en toenemen, zullen ze u niet doelloos en onvruchtbaar laten wat de kennis van onze Heere ​Jezus​ ​Christus​ betreft”[7].
Kijk, de verbinding aan de Heilanddat is het doel van ons leven. Het is die verbinding die concreet wordt gemaakt in het geloof, in de broederliefde en in alles wat daar in 2 Petrus 1 tussen zit.

Kunnen we op deze manier het terugtreden van wethouders voorkomen?
Nee, dat kan niet.
Maar wij kunnen op deze manier wel laten zien dat ons leven onlosmakelijk aan de Redder van het bestaan verbonden is.

Die Redder geeft vastigheid aan ons leven!
Daarom kunnen we instemmen met Psalm 146:
“’t Is de HEER van alle heren
Sions Koning, groot in macht,
die voor eeuwig zal regeren
tot het laatste nageslacht.
Sion, zing uw God ter eer.
Halleluja, loof de HEER”[8].

Noten:
[1] Exodus 15:18.
[2] Zie https://nos.nl/artikel/2317867-126-wethouders-kwamen-in-2019-ten-val-hoogste-aantal-in-vijftien-jaar.html ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[3] 2 Petrus 1:5, 6 en 7.
[4] Zie https://sochicken.nl/ontdek-het-doel-van-jouw-leven-3-stappen ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[5] Zie https://www.newstart.nl/blog/het-doel-van-je-leven-is-de-zin-van-het-bestaan/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[6] Zie https://www.happinez.nl/groei/stop-met-streven-naar-je-ultieme-levensdoel-want-het-echte-leven-raast-aan-je-voorbij/ ; geraadpleegd op donderdag 9 januari 2020.
[7] 2 Petrus 1:8.
[8] Psalm 146:8 – berijmd; Gereformeerd Kerkboek-1986

25 maart 2019

Hoeksteen

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , , , ,

In Nederland staan we naast elkaar; niet tegenover elkaar.
Misschien is het u wel opgevallen dat de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, de VVD, de eerste zin van dit artikel de laatste tijd gebruikt. In de campagne voor de jongstleden gehouden verkiezingen voor Provinciale Staten kwam dat statement met een zekere regelmaat langs.
Trouwens – u weet vast wel dat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, reeds jarenlang pleit voor het gezin als hoeksteen van de samenleving, voor burgerschap en voor rechtvaardigheid[1].

Nu oogt die VVD-slogan best sympathiek.
En het aloude motto van het CDA is, op zichzelf genomen, ook zo gek nog niet.
Maar kunnen we ermee vooruit?
In het onderstaande zal dat blijken.

Het Schriftuurlijke uitgangspunt van dit artikel ligt in Handelingen 4. En wel bij de volgende woorden: “Deze Jezus is de steen die door u, de bouwers, veracht werd, maar Die de ​hoeksteen​ geworden is. En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden”[2].

Dat zeggen Petrus en Johannes als zij in Handelingen 4 voor het Sanhedrin staan. Het Sanhedrin – dat is het Joodse gerechtshof. De discipelen moeten zich voor de rechter verantwoorden.

Jezus’ leerlingen durven wel! ‘U hebt Jezus als een verachtelijk stuk vuil weggezet. Maar God maakte Hem de hoeksteen. De hoeksteen van de hemelse samenleving, wel te verstaan. Want alleen door Hem worden mensen zalig!’.
In Handelingen 4 klagen de beklaagden de rechters aan. Ongehoord eigenlijk!

Een hoeksteen – wat is dat precies?

Peter A. Slagter, voorganger in evangelische kringen, schrijft: “Een hoeksteen verbindt twee haaks op elkaar staande muren met elkaar. Bij oude bouwwerken werden dikwijls de afmetingen bepaald door eerst de zware, natuurstenen hoekblokken te plaatsen. Daartussen werd dan vaak van minder kostbaar materiaal, het eigenlijke muurwerk aangebracht. Bovenaan plaatste men soms opnieuw grotere hoekblokken. Later werden ook wel de hoeken van een gebouw over de volle hoogte door hoekblokken geaccentueerd”.
En even verder: “De onderste hoeksteen heeft te maken met het fundament, met de omvang en de vastheid van het bouwwerk. De bovenste hoeksteen echter, heeft te maken met de afronding, de voltooiing van het gebouw”[3][4].
Jezus Christus is, om zo te zeggen:
* de fundamentsteen waarop de kerk rust
* de hoogste gevelsteen die de kap van de kerk tot een echte en hechte eenheid maakt.

De predikant C. den Boer, emerituspredikant van de Protestantse Kerk (Gereformeerde Bond, noteert onder meer: “Bij de Kanaänieten die vóór Israël het land Palestina bezaten, schijnt het leggen van een hoeksteen een hoogst gewijde en indrukwekkende ceremonie geweest te zijn. Onder zo’n belangrijke steen van tempels of andere grote gebouwen werden lichamen van kinderen of oudere personen gelegd, waardoor het bouwwerk door zo’n menselijk offer gewijd werd. Dit was een van de vele afschuwelijke riten en praktijken bij inwijding van een huis/ gebouw die Israël moest uitroeien”[5].

In Job 38 vraagt de Here aan Job: waarop zijn de pijlers van de aarde neergezet? “Of wie heeft haar ​hoeksteen​ gelegd”?[6]. De stabiliteit van de aarde en van heel de schepping is gegarandeerd!

Jesaja profeteert in Jesaja 28 over de Messias: “Zie, Ik leg in ​Sion​ een steen ten grondslag, een beproefde steen, een kostbare ​hoeksteen, die vast gegrondvest is”[7].
Het is duidelijk: de leiders van Israël en de ambtsdragers in de kerk moeten vooral niet teveel op zichzelf vertrouwen. Het fundament van Sion, de kerkstad, is onwrikbaar. Het ligt vast!

In Jeremia 51 wordt zonder omwegen verklaard dat hoekstenen niet bij Gods tegenstanders vandaan kunnen komen: “Zij zullen uit u (dat is Babel) geen steen halen voor een hoek of een steen voor fundamenten, want u zult eeuwige woestenijen worden, spreekt de HEERE”[8].

In Zacharia 4 staat te lezen: “Wie bent u, grote berg? Voor de ogen van ​Zerubbabel​ zult u een vlakte worden. Hij zal de sluitsteen aandragen onder luid geroep: ​Genade, ​genade​ zij hem!”[9].
Zacharia profeteert:
* Zerubbabel is aan de herbouw van de tempel begonnen
* Hij zal ook de sluitsteen leggen
Als dat gebeurd is, zullen de mensen beseffen dat Zacharia’s profetische woorden niet voortkomen uit een persoonlijke drive; hij spreekt woorden van God.

Het bovenstaande zet één ding volop in het licht: de kerkleiders uit Handelingen 4 hadden heel goed kunnen weten hoe de zaken er vóór stonden. Want dat woord ‘hoeksteen’ was heel bekend!

Het is belangrijk om te constateren dat de hoeksteen ook anno Domini 2019 nog veel betekenis heeft.

En dat niet alleen omdat het Christen Democratisch Appèl, het CDA, de ‘hoeksteen’ weer van stal gehaald heeft.
En ook niet omdat de VVD ervoor ijvert dat wij ons in de samenleving naast elkander opstellen, en niet tegenover elkaar.

De hoeksteen van Handelingen 4 moeten wij ook vandaag duidelijk zien zitten.
Als fundament van de kerk.
En als kap van de kerk.
De Heiland is de Samenbinder in de kerk.
En uiteindelijk is alleen Hij Degene die het cement van de samenleving wezen kan.
Vorige week maandag is het te Utrecht weer duidelijk geworden wat er gebeurt als een mens slechts op afgoden of op zichzelf gericht is. Als mensen gaan navelstaren dan wel naar elkaar gaan kijken, moeten we niet verbaasd opkijken als dergelijke dingen zich voordoen.

Wij behoren de blik omhoog te richten.
Om met Paulus in Efeziërs 2 te spreken: “Want door Hem hebben wij beiden door één Geest de toegang tot de Vader. Zo bent u dan niet meer ​vreemdelingen​ en bijwoners, maar medeburgers van de ​heiligen​ en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de ​apostelen​ en profeten, waarvan ​Jezus​ ​Christus​ Zelf de ​hoeksteen​ is, en op Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, verrijst tot een ​heilige​ tempel in de Heere; op Wie ook u mede gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest”[10].

Ziet u de hoeksteen nog wel zitten?

Noten:
[1] Zie hiervoor bijvoorbeeld https://www.elsevierweekblad.nl/nederland/achtergrond/2016/10/hoe-het-cda-wil-breken-met-de-oppervlakkigheid-379997/ ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[2] Handelingen 4:11 en 12.
[3] Geciteerd van https://www.amen.nl/artikel/341/de-kostbare-hoeksteen ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[4] Zie over Peter A. Slagter onder meer https://www.morgenrood.nl/over-ons ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[5] Geciteerd via http://dsdenboer.refoweb.nl/voordrachten/Het%20bijbelse%20kernwoord%20hoeksteen.doc ; geraadpleegd op dinsdag 19 maart 2019.
[6] Job 38:6 b.
[7] Jesaja 28:16.
[8] Jeremia 51:26.
[9] Zacharia 4:7.
[10] Efeziërs 2:18-22.

27 juni 2018

Verdeeldheid

Over kerkelijke verdeeldheid kunnen we in Nederland vandaag wel meepraten. Alle christenen zitten lang niet allemaal in één kerk. Dat weten we allemaal. En eigenlijk is dat heel verdrietig.

Maar in de kerk te Corinthe komt het ook al voor[1].
Het is dus geen zaak van vandaag of gisteren.

In 1 Corinthiërs 1 lezen we: “Maar ik roep u ertoe op, broeders, door de Naam van onze Heere ​Jezus​ ​Christus, dat u allen eensgezind bent in uw spreken, en dat er onder u geen scheuringen zijn, maar dat u hecht aaneengesmeed bent, één van denken en één van gevoelen”[2].
De gemeente moet vast aaneengesloten zijn.
De kerkleden moeten vlakbij elkaar gaan staan. Het moet duidelijk zijn dat zij bij elkaar horen. Preciezer: het moet helder zijn dat ze door God bij elkaar gebracht zijn. De kerkleden zijn aan Jezus Christus verbonden.
De kerk heet het lichaam van Christus. Zo sterk is de kerk met Hem verbonden. De kerk is daar waar Hij werkt. Dat is logisch. In de regel komen we geen losliggende armen en benen tegen. Als er iets luguber is, dan is het dat wel. Daarom: de kerk is aan Jezus Christus verbonden. En dat verandert niet!

In 1 Corinthiërs 12 schrijft Paulus: “God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen. En als één lid lijdt, lijden alle leden mee. Als één lid eer ontvangt, verblijden alle leden zich mee. Samen bent u namelijk het lichaam van ​Christus, en ieder afzonderlijk Zijn leden”[3].

De kerk is niet vergelijkbaar met een broodje van de bakker.
Zo’n broodje eet je op. De volgende dag ga je opnieuw naar de winkel.
Soms lijkt het wel alsof mensen makkelijk van kerk wisselen. Opeens zijn zij verdwenen. Jaren heb je met elkaar opgetrokken. En daarna zijn ze weg. De deur uit. Je ziet hen, als het tegenzit, nooit meer terug.
Zo zou dat zeker niet moeten gaan.

Dat wordt ook wel duidelijk als we Handelingen 5 ernaast leggen: “En er gebeurden door de handen van de ​apostelen​ veel tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eensgezind bijeen in de zuilengang van ​Salomo. En van de anderen durfde niemand zich daar bij hen aan te sluiten, maar het volk had grote achting voor hen. En er werden er steeds meer toegevoegd die in de Heere geloofden, menigten van zowel mannen als vrouwen”[4].
Wat betekent dat?
Joden die geen geloof hechten aan het evangelie van Jezus Christus zijn wellicht bang voor de reactie van de kerkleiders: worden ze opgepakt als ze zich reformeren?
Trouwens – Ananias en Saffira zijn zojuist door de Here met de dood gestraft, omdat ze de discipelen hebben bedrogen[5]. Dat verhaal gaat in de omgeving ongetwijfeld als een lopend vuurtje rond. De omstanders realiseren zich: als je kerklid wordt, hoort daar een christelijke levensstijl bij.

Terug naar 2018.
In de huidige samenleving is er niet alleen verdeeldheid op het kerkelijke terrein.

Een voorbeeld.
Half juni werd in de media gemeld: “Het aantal wethouders is de afgelopen jaren flink gestegen. Sinds 2010 nam het aantal gemeentebestuurders met zo’n 10 procent toe, meldt het AD op basis van onderzoek naar de 294 gemeenten waar de coalities rond zijn.
De toename komt vooral door politieke versplintering. Coalities bestaan uit steeds meer partijen en om al die partijen tevreden te houden, worden meer wethoudersposten ingesteld. Zo nam bijvoorbeeld in Barendrecht het aantal coalitiepartijen sinds de laatste gemeenteraadsverkiezingen toe van drie naar zes en het aantal wethouders groeide mede daardoor van vier naar zes”[6].
Er is dus, behalve verdeeldheid in de kerk, ook sprake van versplintering in politiek en maatschappij.

We kunnen zeggen: kerkelijke verdeeldheid past in de maatschappelijke trend; dat geeft echter tegelijk aan hoezeer de kerk verwereldlijkt is. Christenen leveren, over het algemeen genomen, het Evangelie in en passen de boodschap aan bij de sfeer in de omgeving. Zou dat een oordeel van God kunnen zijn?

Dit overpeinsd hebbende, moeten we ook bedenken dat in het bovenstaande een oproep zit. Namelijk deze: kinderen van God moeten weer hecht aaneengesmeed worden. Zij moeten leren hun eigen wil opzij te zetten en terug te gaan naar het Woord Gods. Dat Woord is de enige echte basis waarop eenheid tot stand kan worden gebracht.

In een wereld als de onze moeten we ons erin trainen om in de kerk blijmoedig en barmhartig voor elkaar te blijven zorgen. Dat is geheel in lijn met 1 Corinthiërs 12: “God heeft het lichaam zo samengesteld, dat Hij aan het lid dat tekortkomt, groter eer gaf, opdat er geen verdeeldheid in het lichaam zou zijn, maar de leden voor elkaar gelijke zorg zouden dragen”[7].
Als we in alle rust voor elkaar blijven zorgen zal het aantal geschillen vast en zeker afnemen.

Noten:
[1] In dit artikel neem ik mijn uitgangspunt in het Bijbelboek 1 Corinthiërs. Die keuze is mede ingegeven door het feit dat ik op woensdag 12 september 2018 tijdens een vergadering van de mannenvereniging Augustinus van De Gereformeerde Kerk Groningen een korte inleiding hoop te houden over schets 1 van: Ds. G. van Rongen, “Jaagt de liefde na – schetsen over de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente te Korinthe”. – Nederlandse Bond van Gereformeerde Jeugdverenigingen, [ca. 1984]. – pagina 5-14.
[2] 1 Corinthiërs 1:10.
[3] 1 Corinthiërs 12:24 b-27.
[4] Handelingen 5:12, 13 en 14.
[5] In Handelingen 5:1, 2 en 3 staat het bedrog genoteerd: “En een zekere man, van wie de naam Ananias was, verkocht samen met zijn vrouw Saffira een eigendom, en hield een deel van de opbrengst achter, ook met medeweten van zijn vrouw, en hij bracht een bepaald gedeelte en legde dat aan de voeten van de ​apostelen. En ​Petrus​ zei: Ananias, waarom heeft de ​satan​ uw ​hart​ vervuld, zodat u gelogen hebt tegen de ​Heilige​ Geest​ en een deel achtergehouden hebt van de opbrengst van het stuk grond?”. Zowel Ananias en Saffira komen ter plaatse om!
[6] Geciteerd van https://nos.nl/artikel/2236585-aantal-wethouders-gestegen-nog-altijd-is-70-procent-man.html ; geraadpleegd op vrijdag 15 juni 2018.
[7] 1 Corinthiërs 12:24 en 25.

3 augustus 2017

Soli Deo Gloria

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 07:00
Tags: , , ,

Geachte lezer, laat ik u van te voren waarschuwen: dit artikel draagt een wat bijzonder karakter.
Het is vandaag namelijk een bijzondere dag.
Mijn vader, H.P. de Roos, is vandaag – donderdag 3 augustus 2017 – 90 jaar geworden.

Is dit een artikel van het type ‘wat is H.P. een geweldige man’?
Nee. Dat wordt het ook niet.
Het is een artikel waarin eerst en vooral de Here geprezen wordt.

Eertijds heeft mijn vader, gesterkt en gestuurd door Gods Heilige Geest, in het Gereformeerde kerkelijk leven namelijk veel werk kunnen doen.
Er waren trouwens heel wat Gereformeerde kerkmensen die er, om zo te zeggen, in de avonduren nog een paar vrijwilligersbanen naast hadden. En achteraf denk je wel eens: wat moeten die mensen het enorm druk gehad hebben!
Maar laten we daarbij ook de echtgenotes niet vergeten. Een stabiel thuisfront is in die daverende drukte van het grootste belang. Voor die stabiliteit zorgden de vrouwen/moeders. Ja, ik kan daar zelf over meepraten!
Natuurlijk, in die eerste decennia na de Vrijmaking in 1944 ontspoorde er het een en ander. Maar er was ook veel goeds. Er werd nogal wat opgebouwd. Wij moeten het, denk ik, zo zeggen: er was, over het algemeen genomen, sprake van doorgaande reformatie.
Laten we dat vooral nooit miskennen.
En laten we maar ronduit zeggen dat er, door bidden en werken, in de toenmalige Gereformeerde kerk veel arbeid verzet is. De God van hemel en aarde gaf daar de krachten voor.
Niet voor niets staat boven dit artikel: Soli Deo Gloria. Alleen aan God de eer!

Nee, het leven van H.P. was heus geen aaneenschakeling van hoogtepunten[1].
In het gewone leven was er simpelweg studie, werk en zo nu en dan vakantie.
In het Gereformeerd gezinsblad dat op woensdag 25 februari 1959 verschijnt, staat de volgende kleine advertentie: “Vakantieverblijf gezocht door jong echtp. z.k. Liefst Twente of Achterhoek. H. P. de Roos, 1e Hunzestr. 7 a, Groningen”.
Helaas, ik kan u niet vertellen of het vinden van een dergelijk verblijf indertijd gelukt is.

Er is kerkenraadswerk.
Op maandag 27 mei 1963 staan in het Gereformeerd Gezinsblad adressen van de Gereformeerde Kerk Groningen-Zuid:
“Voor correspondentie: J. Modderman, Steentilstraat 27 a, Groningen, tel. (05900) 34221.
Voor notulen. Sub-scriba: H.P. de Roos, Rembrandt van Rijnstraat 198, Groningen, tel. (05900) 31992”.
Voor een goed begrip: de hierboven genoemde correspondentiescriba is mijn grootvader van moeders kant.

Veel, heel veel spreukbeurten verzorgt mijn vader voor het Gereformeerd Maatschappelijk Verbond.
Dat GMV is in die tijd een bijzondere vakbond: werkgevers en werknemers zijn in één verbond verenigd.
Mijn vader spreekt daar tijdens allerlei vergaderingen, niet zelden in de avond.
Op woensdag 26 oktober 1960 spreekt hij in Ten Post over Christelijk kapitalisme.
Op vrijdag 22 januari 1971 is hij te Middelstum om daar te spreken over welvaart en welzijn.
In november 1973 wordt in het Friese Damwoude-Driesum de plaatselijke GMV-afdeling opnieuw opgericht. Mijn vader houdt tijdens die vergadering een referaat onder de titel ‘Klassenstrijd, klassiek en modern’.
Tijdens het jeugdcongres dat het GMV eind december 1973 te Nunspeet organiseert spreekt hij over ‘Wieg en weg der vakbeweging’.
Op zaterdag 16 oktober 1976 refereert hij in Zwolle voor de sectie Gemeente- en Provinciepersoneel van het GMV onder de titel ‘Bevoegde bestuurders en machtige ambtenaren’.
Het zijn maar vijf voorbeelden. Maar één ding is zeker: er zijn in het kerkelijk seizoen heel wat uren waarin mijn vader voor het GMV op pad is!
Hij wordt lid van het (landelijk) verbondsbestuur en treedt er op als bibliothecaris en tweede voorzitter.

Met enige regelmaat staat mijn vader op een kieslijst van het Gereformeerd Politiek Verbond voor de gemeenteraad van Groningen.
In 1966 komt mijn vader als negende op de G.P.V.-lijst.
In 1970 staat hij op nummer 6.
Overigens zal hij nimmer lid van een gemeenteraad worden.
Er ligt een andere politieke functie in het verschiet. Van 1974 tot 1991 is mijn vader voor het G.P.V. lid van Provinciale Staten van Groningen. Op vrijdag 24 mei 1991 neemt hij, na 17 jaar Statenlidmaatschap, tijdens een receptie in de stad-Groningse Morgensterkerk afscheid. Dan is hij 63 jaar.

Is het overigens niet wonderlijk dat juist in diezelfde tijd het eerste nummer van Reformanda verschijnt?
Jarenlang zal mijn vader nog als medewerker aan die voorloper van het landelijk kerkblad De Bazuin verbonden zijn. Na zijn maatschappelijke en politieke loopbaan blijkt hij in de kerk nog lang niet uitgediend![2]

Graag keer ik nog even terug naar de politiek.
Op zaterdag 19 en zondag 20 mei 1973 wordt te Roden het G.P.J.C.-weekendkamp gehouden. Voor de niet-kenners onder ons: G.P.J.C. staat voor Gereformeerde Politieke Jeugdstudieclub. Mijn vader voert tijdens dat weekendkamp het woord over ‘De invloed van de vakbeweging op het regeringsbeleid’.
De politiek heeft eigenlijk altijd de belangstelling van mijn vader gehad. En steeds is zijn insteek om in de dagelijkse praktijk Schriftuurlijke principes in het licht te stellen. Eerlijkheid en integriteit staan bij mijn vader hoog in het vaandel. ‘Lekkende’ ministers en ministeries? – hij moet er niets van hebben. Aan ballonnenbeleid heeft hij immer een grondige hekel gehad: het oplaten van proefballonnetjes teneinde te zien of er voor voorgenomen beleid voldoende draagvlak was. Eertijds riep hij met een zekere regelmaat op tot “duidelijkheid, zekerheid, een vast beleid, vrij van loslippigheid”.

We zouden kunnen zeggen dat mijn vader een tamelijk gewone huisvader was en is. Een man en vader met een vrouw en kinderen. In onze wereld zijn er daar nog veel meer van.
Ook na het overlijden van zijn vrouw en mijn moeder, in april 2010, blijft hij nog een beetje aan het werk. Iedere dag schrijft hij nog ‘Dagelijks Brood’; een Bijbels dagboek dat per e-mail verspreid wordt.
Kortom: H.P. is een gewone, gelovige man; een kerkmens die, gedreven door Gods Heilige Geest, zijn verantwoordelijkheid in kerk en maatschappij genomen heeft.

Nu hoor ik u protesteren: H.P. deed heel veel en kon heel veel. En hij schrijft nog altijd.
Dat is waar. Maar zonder twijfel zou hij de eerste zijn om op dit punt een correctie aan te brengen. Want de God van het verbond had en heeft hem met vele gaven gesierd.
In die zin is mijn vader een voorbeeld voor anderen. Zijn leven is één oproep die decennia lang klinken mag: maak optimaal gebruik van de gaven die Hij geeft, en gebruik de kansen die Hij je aanbiedt.
Dat zal hieronder nog geïllustreerd worden.

Onder de titel “Arbeid als ambtsdienst” schrijft hij in juli 1967 in het Nederlands Dagblad dat wij deel hebben aan alle schatten en gaven van onze Overwinnaar, ook in onze dagelijkse arbeid. H.P. noteert het volgende.
“Grote woorden? Wie minder accepteert, miskent de grootheid en de genade van onze Heer Jezus Christus. We mogen niet minder willen, niet ‘bescheidener’ zijn. Is dat hoogmoed? Het zou zo zijn, wanneer we dit uit onszelf zouden zijn. Maar ook ootmoed kent wijde panorama’s. Want het ootmoedig uitoefenen van ons ambt in onze dagelijkse arbeid midden in de stad van deze wereld, Babylon, doet ons bouwen aan en brengt ons tenslotte in de tempelstad, de kerkstad van de nieuwe wereld, Jeruzalem”.

De gedachte dat beroepsarbeid feitelijk dagelijkse ambtsdienst is, houdt H.P. veel vaker bezig.
Dat blijkt ook in een artikel van zijn hand, dat op woensdag 8 september 1971 in het Nederlands Dagblad verschijnt. Het is getooid met de titel: “Adeldom in de arbeid”.
Mijn vader schrijft: “Maar het gebrek aan erkenning van de opdracht Gods in de samenleving zal (…) averechts werken. Het is de moeite in een maatschappij die klaar moet komen voor de machtsovername door de mens der wetteloosheid, om het christenambt te bedienen in woord en werk om zo diezelfde maatschappij te doorzuren met het Koninkrijk Gods dat is en komt.
Maar wanneer de gelovige in zijn arbeid deze adeldom waar maakt, dan komt dat Koninkrijk Gods mede door hem. Het rijpen van de wereld der zonde gaat daarbuiten om, maar zal ten slotte evenzeer ten dienste staan aan de volmaking van de ere Gods”.

Intussen zijn wij met die laatste woorden terug bij het levensdoel dat mijn vader in zijn leven heeft, en dat hij de mensen in zijn omgeving altijd heeft voorgehouden.
Aan God alleen de eer!
Soli Deo Gloria!

Noten:
[1] In het onderstaande maak ik gebruik van www.delpher.nl . Dat is een verzameling van miljoenen gedigitaliseerde teksten uit Nederlandse kranten, boeken en tijdschriften. De teksten komen uit de collecties van diverse wetenschappelijke instellingen, bibliotheken en erfgoedinstellingen. De ontwikkeling en het beheer van die verzameling is in handen van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.
Ik maak veelal gebruik van oude nummers van het Gereformeerd Gezinsblad, later het Nederlands Dagblad.
[2] De Bazuin is het landelijk kerkblad van De Gereformeerde Kerken in Nederland (DGK).

17 maart 2017

Politiek panorama

Filed under: Uncategorized — B. de Roos @ 08:00
Tags: , , , , ,

En? Bent u blij dat de Partij voor de Vrijheid bij de Tweede Kamerverkiezingen-2017 niet de grootste geworden is?
Het populisme is niet doorgebroken, zeggen de mensen opgelucht. Veel stemmers hebben, met andere woorden, begrepen dat maatschappelijke problemen niet altijd snel en eenvoudig kunnen worden opgelost[1].
Regeringsleiders in Europa herademen en gaan weer over tot de orde van de dag.
Gereformeerde mensen in Nederland mogen, dunkt mij, ook best een beetje blij wezen.

Op het televisiescherm zagen wij de rijen kiezers die op hun beurt stonden te wachten. Dat dat allemaal in Nederland mogelijk is mag een zegen heten. Een zegen van God! Alle burgers van Nederland krijgen de gelegenheid om hun politieke keuze kenbaar te maken. En er is niemand die zegt dat u iets verkeerds doet.
Laten wij maar eerlijk wezen: in heel veel landen is dat anders. Er zijn sommige regeringsleiders die allerlei karikaturen en leugens de wereld in helpen. De huidige Turkse president Erdogan bijvoorbeeld.
Dat de kerk in Nederland nog zoveel ruimte krijgt is een wonder van God. Laten wij dat maar zonder omwegen vaststellen. En laten wij de Here maar bidden dat die bewegingsvrijheid er blijven zal.

De VVD wordt de grootste partij met drieëndertig zetels, zij het dat ze een achttal zetels in moet leveren.
De PVV krijgt er vijf zetels bij, en komt uit op twintig.
De PvdA krijgt een genadeklap. Van de achtendertig zetels blijven er slechts negen over.
De Volkskrant schrijft: “..de duikeling in de volksgunst dateert al van het begin van de kabinetsperiode en kan Asscher niet speciaal worden aangerekend. Na Samsoms linkse campagne tegen ‘rechts rotbeleid’ in 2012, bekeerde de partij zich onder dezelfde Samsom subiet tot de vrije markt en de begrotingsdiscipline. Die U-bocht heeft de kiezer de PvdA nooit vergeven. Wat resteerde voor de progressieve herkenbaarheid waren schaduwgevechten met de VVD over kinderpardon en bed-bad-brood. Dat was leuk voor GroenLinks, en daar zijn de linkse kiezers dan ook uitgekomen”[2].

D66 krijgt, zoals het er nu uitziet, negentien zetels.
Dat is, wat mij betreft, zorgelijk.
We kennen D66 als de partij achter de uitbreiding van de koopzondagen. Indertijd zei D66-er Verhoeven: “De kern van ons voorstel is simpelheid. Die simpelheid haal je weg door weer allerlei belangen zoals zondagsrust, winkelpersoneel en kleine winkeliers erbij te gaan halen”[3]. Houdt het simpel, streep de zondagsrust weg als dat zo uitkomt; dat is het motto.
We kennen D66 als de partij die er naar streeft om 75-plussers de mogelijkheid te bieden uit het leven te stappen. Voordat wij ’t weten komen ouderen onder druk komen te staan om een eind te laten maken aan hun leven. De maatschappij moet ontlast worden, nietwaar?
De voorgaande dingen illustreren reeds voor een deel waarom ik over de winst van D66 enige zorg heb.
Daarbij komt dat D66 een heel beschaafde partij lijkt. Mensen als de heer Pechtold en de dames Dijkstra en Bergkamp zien er in de regel keurig uit. D66-ers zijn aardige mensen, heus waar. Maar juist vanwege de discrepantie tussen die nette uitstraling en de politieke maatregelen acht ik D66 een vermetele partij. Onaangenamer dan de PVV, eigenlijk. Want de PVV is helder. Je weet wat je eraan hebt. Gereformeerde mensen weten dat zij niet bij de PVV moeten wezen. Daarentegen is D66 netjes doch dubieus.
Als D66 mee gaat regeren is het voor christenen zaak om te waken!

VVD en D66 hebben gemeen dat zij allebei een zekere vrijheid voor ogen hebben. Die visie weerspiegelt de levenshouding van heel wat Nederlanders: u moet uw eigen leven vorm geven, en voor uzelf opkomen; marktwerking is een groot goed. Dat daarbij de zwaksten in het gedrang komen lijkt soms niet meer dan een vervelend bij-effect.
Gelet op deze stand van zaken is er voor de kerk in de komende jaren veel werk aan de winkel. Er moet, misschien nog wel zorgvuldiger als voorheen, gelet worden op de armen, op de zieken en op mensen met een beperking. De hulpbehoevenden en kwetsbaren zullen hulp nodig hebben. Het is onder meer aan de kerk om hen die te geven.

Intussen is de politieke versplintering pijnlijk zichtbaar.
De commentator van het Nederlands Dagblad schreef: “Nederland is gefragmenteerder dan ooit. We krijgen een veelkleurig kabinet, en de oppositie in de Kamer is een nog bonter dweilorkest. Dat belooft politiek boeiende jaren, met debatten die niet meer door één provocateur worden verlamd. Het intimiderende ‘Wilders-wordt-de-grootste’ effect is weggeëbd; de rest hoeft niet meer stoer te doen om hem te overtroeven”[4].
Wat mij betreft klinkt dat te technisch. Zeker, het is allemaal waar. Maar het moet kerkmensen er niet zozeer om gaan dat politiek boeiend blijft, maar dat de Here God wordt gediend.
Niet voor niets belijden wij in de Nederlandse Geloofsbelijdenis: “Wij geloven dat onze goede God om de verdorvenheid van het menselijk geslacht geboden heeft, dat er koningen, vorsten en overheden zullen zijn. Hij wil namelijk dat de wereld geregeerd wordt door wetten en staatsregelingen, zodat de ongebondenheid van de mensen bedwongen wordt en alles in goede orde onder hen toegaat”[5]. Daarbij wordt dan verwezen naar dat bekende woord uit Richteren 21: “In die dagen was er geen koning in Israël: eenieder deed wat juist was in zijn ogen”[6].

Terecht schrijft het Reformatorisch Dagblad: “Nederland is vanmorgen wakker geworden in een rechts land”, schrijft Trouw donderdag. Best, maar dat is niet waar het een christen om te doen is”[7].

Alles zou in ons land in goede orde moeten toegaan, zo lezen wij hierboven.
Op dat terrein is er nog veel te doen.
De onderlinge sfeer tussen burgers is niet zelden gespannen. Bitter. Grimmig en kortaf. Barbaars en ietwat boosaardig. Met de tolerantie valt het in dit land momenteel vaak tegen. En wat kan daaraan worden gedaan?
Misschien voelen wij ons in het momentele politieke landschap wat verloren en machteloos. Laten wij dan 2 Petrus 2 lezen. Want dan is er troost. Leest u maar mee: “…als God de rechtvaardige Lot, die leed onder de losbandige levenswandel van normloze mensen, verlost heeft
(want deze rechtvaardige, die in hun midden woonde, heeft dag in dag uit zijn rechtvaardige ziel gekweld bij het zien en horen van hun wetteloze daden) –
dan weet de Heere ook nu de godvruchtigen uit de verzoeking te verlossen, maar de onrechtvaardigen te bewaren tot de dag van het oordeel, om gestraft te worden.
In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren”[8].

De God van het verbond, onze God, heeft de macht. Ook op vrijdag 17 maart 2017. En ver daarna. Ja, tot in eeuwigheid!

Noten:
[1] Zie de omschrijving op http://www.encyclo.nl/begrip/populisme ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[2] Zie http://www.volkskrant.nl/4474847 ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[3] “Geen normen opleggen rond koopzondag”. In: Reformatorisch Dagblad, dinsdag 23 oktober 2012, p. 1.
[4] “Rutte III”. Commentaar van Sjirk Kuijper in: Nederlands Dagblad, donderdag 16 maart 2017, p. 3.
[5] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 36.
[6] Richteren 21:25.
[7] Geciteerd van http://www.rd.nl/opinie/verkiezingen-hoogtij-in-den-haag-én-op-de-redactie-1.1383911 ; geraadpleegd op donderdag 16 maart 2017.
[8] 2 Petrus 2:7-10.

14 maart 2017

Gekozen

Waarom behoren wij goede werken te doen? Aldus vraagt de Heidelbergse Catechismus.
Antwoord:
Wij doen goede werken om onze dankbaarheid te tonen. Ons doel is om God steeds te prijzen.
In Zondag 32 van dat oude leerboekje wordt dat zo geformuleerd: “Omdat Christus ons niet alleen met zijn bloed gekocht en vrijgemaakt heeft, maar ons ook door zijn Heilige Geest vernieuwt tot zijn beeld, opdat wij met ons hele leven tonen, dat wij God dankbaar zijn voor zijn weldaden en opdat Hij door ons geprezen wordt”[1].

De Heidelberger draait er niet omheen: zo werkt dat in de kerk.
In Mattheüs 5 proclameert Jezus: “U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn.
En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn.
Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken”[2].
Zo werkt dat als wij door God uitgekozen zijn, om zijn kinderen te wezen.

Als het om Zondag 32 gaat, komt onontkoombaar de uitverkiezing in beeld.

Over die uitverkiezing belijden we in de Nederlandse Geloofsbelijdenis:
“Wij geloven dat God, toen het hele geslacht van Adam door de zonde van de eerste mens in verderf en ondergang was gestort, bewezen heeft dat Hij barmhartig en rechtvaardig is. Barmhartig, doordat Hij diegenen uit dit verderf trekt en verlost, die Hij in zijn eeuwige en onveranderlijke raad uit louter genade verkoren heeft in Jezus Christus, onze Here, zonder ook maar enigszins hun werken in rekening te brengen. Rechtvaardig, doordat Hij de anderen laat in hun val en verderf, waarin zij zichzelf gestort hebben”[3].

Wij zien dus Gods barmhartigheid. God laat de door Hem geschapen wereld niet in de steek. Hij maakt waar wat Hij belooft. Door een grote vernieuwingsoperatie komt ons leven er heel anders uit te zien.
Morgen, woensdag 15 maart, zijn er in Nederland Tweede Kamerverkiezingen. Vele prominente politici verdringen zich in de media om vele tientallen beloften voor het voetlicht te brengen. Maar wat komt daarvan terecht? Ach, dat moeten we allemaal nog maar zien.
Maar zo is het bij de Verbondsgod niet. Eens gekozen blijft gekozen. Het vernieuwingsplan wordt doorgezet. Nee, daar merken we niet elke dag wat van. Soms ontdekken we iets dat in ons leven veranderd is. Gaandeweg, maar zeer duidelijk. En wij begrijpen wel: het hoogtepunt van die vernieuwing zien wij in de hemel. Dat is honderd procent zeker. We hebben geen politici nodig om dat geloof vast te houden.

Wij zien ook Gods rechtvaardigheid. Er worden heel wat mensen niet gered. Die mensen kunnen daar trouwens ook op geen enkele wijze rechten op laten gelden.
Maar des te schitterender komt Gods genade uit. Zondige mensen zijn, van zichzelf althans, volledig verloren. Het wordt niets meer met hen. Als er niets gebeurt, eindigen zij – om zo te zeggen – roemloos in een krottenwijk. En wat blijkt er gebeurd te zijn? De God van het verbond heeft geproclameerd: mijn kind, ik heb u op de lijst gezet. Ik heb het hokje voor uw naam rood gemaakt. Ik maakte het rood met Mijn bloed. Ik heb u gekocht. En Mijn heerlijke aankoop is reddend!

In onze belijdenisgeschriften wordt wel duidelijk dat het veel uitmaakt waar we als kerkmensen het accent op leggen.
Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om in de kerk te gaan zitten treuren over al die mensen die verloren gaan. Heel wat mensen kunnen die neiging niet onderdrukken. Met tranen in de ogen kijken zij naar hun vrienden in de wereld. Naar de buurman. Naar hun vrienden die nooit naar de kerk gaan. Naar hun collega’s. Enzovoort. Hoe moet het toch met al die goedwillende mensen verder?, zo wordt vertwijfeld gevraagd.
De Here leert ons het tranen plengen af.
Wij moeten – integendeel – blij blijven over het feit dat wij door de God van hemel en aarde uitverkoren zijn.
Om met de Dordtse Leerregels te spreken: “God schenkt in dit leven aan sommigen het geloof, terwijl Hij het aan anderen onthoudt. Dit vloeit voort uit zijn eeuwig besluit. Want de Schrift zegt, dat al zijn werken Hem van eeuwigheid bekend zijn (…), en dat Hij alles werkt naar de raad van zijn wil (…). Overeenkomstig dat besluit vermurwt Hij in zijn genade de harten van de uitverkorenen, hoe hard die ook zijn, en buigt Hij ze om te geloven. Maar volgens datzelfde besluit laat Hij hen die niet zijn uitverkoren, uit kracht van zijn rechtvaardig oordeel over aan eigen slechtheid en hardheid. Juist hier komt voor ons de ondoorgrondelijke, even barmhartige als rechtvaardige beslissing van God aan het licht, waarbij Hij onderscheid gemaakt heeft tussen mensen, die allen evenzeer verloren zondaren zijn. Dit is het besluit van de uitverkiezing en de verwerping, dat in het Woord van God geopenbaard is. Terwijl slechte, verdorven en onstandvastige mensen dit besluit verdraaien tot hun eigen verderf, ontvangen heiligen en godvrezenden daardoor een onuitsprekelijke troost[4].
Wij worden, met andere woorden, ertoe opgeroepen om goede mensen te zijn; goede mensen die goede werken doen.
Wij worden ertoe opgeroepen om ons door de reddende kracht van Jezus te laten beheersen.
Wij worden ertoe opgeroepen om standvastig te zijn. Laten wij volharden in het geloof!

Morgen, woensdag 15 maart, tijgen velen naar het stembureau om gebruik te maken van hun stemrecht.
Het is te begrijpen dat er heel wat stemmers zijn die niet veel vertrouwen in politici meer hebben. Wat moet je, zo vraagt men, met al dat gepraat? En bovendien – hangt de politiek uiteindelijk niet aan elkaar van de compromissen?
Tja…
Laten we, in en buiten het stemhokje, maar dankbaar wezen voor onze uitverkiezing. En laten we ons maar realiseren dat de God van het verbond compromisloos is. Eens gekozen blijft gekozen!

Noten:
[1] Heidelbergse Catechismus – Zondag 32, antwoord 86.
[2] Mattheüs 5:14, 15 en 16.
[3] Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 16.
[4] Dordtse Leerregels, hoofdstuk I, artikel 6.

Volgende pagina »

Blog op WordPress.com.